Lesbos

Er vluchten weer meer mensen vanuit Turkije naar Griekenland, zo lees ik bij DeDagelijkseStandaard in een artikel van Teunis Dokter. “In augustus dit jaar arriveerden 1.570 migranten op de Griekse eilanden, een verdriedubbeling in vergelijking met een jaar eerder! In 2018 waren dat er nog maar 479.” Dat heeft desastreuze gevolgen: “hun eilanden liggen deels in puin.” 1.600 migranten per maand zijn er trouwens net geen 20.000 per jaar. En dan houd ik geen rekening met de winterperiode waarin er bijna niemand de overtocht waagt.

Mitylini gezien vanuit het kasteel.

Nu hoorde ik dit al vorige maand tijdens mijn vakantie op Lesbos, een van die eilanden. Ik bezocht het eiland voor derde keer, na 2014 en 2017. En ik moet zeggen dat ‘in puin liggen’ is flink bezijden de waarheid. Het eiland ligt er steeds beter bij. Neem het wegennetwerk, dat is sinds mijn eerste bezoek flink verbeterd en wordt steeds beter. Op vele plekken werkten de Grieken hard aan de verdere verbetering ervan.

Als Dokter ‘economische puin’ bedoelt, dan heeft hij een punt. Het appartementencomplexje van de zeer vriendelijke familie waar ik steeds logeer kende dit jaar meer lege plekken dan in 2017 en zeker dan in 2014. En ja, de stroom vluchtelingen is daarvan de aanleiding. Nu is het goed om te weten dat Lesbos ongeveer even groot is als Limburg. Het ‘vluchtelingenprobleem’ concentreert zich op een klein deel van het eiland en wel op het kamp bij Moria en op de weg tussen Moria en de hoofdstad van het eiland Mitylini. Nou ja kamp, het heeft alles weg van een gevangenis behalve dan dat de deuren ervan openstaan. Als we dit verplaatsen naar Limburg met Maastricht als hoofdstad, dan ligt het kamp in Valkenburg. Zou u dan het Limburgs museum in Venlo of de Outlet in Roermond niet meer bezoeken?

  Daarmee komen we bij de echte oorzaak van de economische ellende. Dokter vat die, zonder het te weten, goed samen met zijn uitspraak ‘de eilanden in puin liggen’. Het probleem tussen Moria en Mitylini wordt in de beeldvorming vereenzelvigd met het hele eiland. Wat daarbij ook niet helpt, zijn al die goede doelenorganisaties. Zij leven van beelden van de werkelijk dramatische situatie in en om het kamp. Dat plaatje levert ze veel geld en ‘vrijwilligers’ op. Vrijwilligers die even twee of drie weken hun eigen ego komen strelen en wat ‘sokken’ uitdelen aan vluchtelingen die pas aankomen. Iedere morgen rijden ze in groepjes met hun gehuurde autootjes van hun overnachtingsplaats naar het kamp. Terug in Nederland vertellen ze van hun ‘nuttige’ werk en de ellende op Lesbos. Zo dragen ze weer bij aan het beeld van ‘eilanden in puin’. En nu de stroom vluchtelingen weer wat aanzwelt zullen we ook de bekende Nederlanders, zoals Johnny de Mol, die zich ‘inzetten voor vluchtelingen’ weer in de media zien om te vertellen hoe ellendig het is. Hierdoor raken de appartementen van zeer vriendelijke familie weer wat leger.

Jammer dat al die goedwillende ‘sokkenuitdelers’ en bekende Nederlanders zich niet inzetten voor een werkelijke oplossing van het probleem. En nee, die oplossing is niet het streng controleren van de grenzen. En ook niet in deals met landen zoals Turkije want dan verlies je, zoals Dokter terecht aangeeft, de regie. Dan ben je afhankelijk van anderen. Die oplossing vind je ook niet in het ‘verbeteren van de omstandigheden in het kamp. In: “filosofie ‘van kamp naar campus’ proberen ze de vluchtelingen op het kamp hun waardigheid terug te geven,” van de organisatie Movement on the Ground, die zich presenteerden tijdens een bezoek van kamerleden Maarten Groothuizen (D66) en Joël Voordewind (CU) waarover op de site van D66 verslag wordt gedaan. Een verslag met de bekende ‘ellende foto’s’ inclusief de foto met de zwemvesten die het beeld van ‘eilanden in puin’ weer bevestigen.

‘Betere kampen’ is geen oplossing. Geen oplossing voor de vluchtelingen en ook niet voor de Griekse eilanden. Geen kampen dat is de oplossing. Een oplossing die aansluit bij, zoals Maite Vermeulen in een artikel bij De Correspondent het formuleert, het accepteren dat migratie inherent menselijk is, het is beweging: “Beweging van platteland naar stad, van droge gebieden naar vruchtbare grond, van armoede naar rijkdom, en ja, dus ook van Afrika naar Europa. Niet omdat die beweging inherent goed, gewenst of gemakkelijk is, maar omdat die nu eenmaal menselijk is. Stilstand is domweg onrealistisch.” Of om het in mijn eigen woorden te zeggen: zonder migratie was de mens nooit verder gekomen dan wat jagen en verzamelen in Oost-Afrika.  

Als we migratie als iets inherent menselijks zien, dan moeten we migratiebeleid maken dat uitgaat van die beweging en deze faciliteert en reguleert. Dan maak je beleid dat bijvoorbeeld ieder jaar 200.000 mensen de gelegenheid (een soort Green card) geeft om naar Europa te migreren met als voorwaarde dat er een werkgever is die je een baan aanbiedt. 200.000 is niet veel op een Europese bevolking van ruim 500 miljoen (voor een Brexit). Het aantal laat je mee-ademen met de economische ontwikkeling. Een baan op allerlei niveau’s zodat het niet alleen de ‘ICT nerds’ zijn die een kans maken. Nee, vooral naar sectoren waar tekorten zijn zoals bijvoorbeeld de zorg. Behoor je niet tot die 200.000 dan kom je er niet in.

Zo creëer je kansen voor migranten. Zo verklein je tekorten op onze arbeidsmarkt. Zo maak je die gevaarlijke overtochten overbodig. Immers voor een kleine € 300 vlieg je comfortabel in een paar uur van Lagos naar bijvoorbeeld Amsterdam. Zo kan de migrant ook voor een vakantie even terug naar het eigen land. Zo hoeft een migrant zich niet te prostitueren of ander schimmig werk te verrichten. Voor seizoensarbeid zou je een soortgelijke maar aparte regeling kunnen maken waarbij de werkgever verantwoordelijk is voor de terugkeer van de seizoensarbeider naar het eigen land.

Agios Ermogenis

En tot die tijd: ga vooral op vakantie naar Lesbos. Een prachtig groen eiland met prachtige stranden en strandjes zoals Vatera en Tarti. Gezellige dorpjes en stadjes zoals Agiassos en Petra. Met verrassende musea, zoals het olijvenpersmuseum van Papados. Een eiland waar verleden en heden elkaar afwisselen en waar je lekker kunt eten. Een eiland met vriendelijke, behulpzame mensen die trots zijn op hun eiland. Mensen die, door die ellendige beeldvorming, onze steun heel goed kunnen gebruiken. Dat steunen is heel makkelijk, boek een vakantie geniet van al het prachtigs dat het eiland te bieden heeft. 

Kleurrijke mensen

In zijn column in de Volkskrant schrijft Stephan Sanders over de film Get Out. Ik heb de film zelf niet gezien dus ik kan er niet over meepraten. Wel stelt Sanders een interessant punt aan de orde: “We spreken hier over de ‘bounty’, de namaak zwarte, die eigenlijk van binnen ‘wit’ is. De aantijging is niet alleen populair in zwarte kring, ook steeds meer witte mensen menen dat ze onderscheid mogen maken tussen ‘echte’ en ‘onechte’ zwarten.” Echte en onechte witten en zwarten suggereert dat er een norm is waaraan je moet voldoen om wit of zwart te zijn.

Bron: Pexels.com

Daarmee zijn we er nog niet. Er is nog een ander onderscheid, zo las ik in een artikel van So Roustayar bij Joop. Roustayar maakt zich in zijn artikel druk over de laatste Amsterdamse Pride. Die blonk, aldus Roustayar, uit door hypocrisie. In zijn betoog spreekt hij over: “twee trans-sekswerkers van kleur die de Pride begonnen.” Het logische deel van mijn brein ging met deze uitspraak aan de slag. Als er ‘mensen van kleur’ zijn dan zijn er dus ook mensen zonder kleur, de ‘kleurlozen’. Van Dale geeft twee betekenissen voor kleurloos, als eerste de logische ‘zonder kleur’ en als tweede ‘Saai: een kleurloos bestaan.’ Door de manier waarop Roustayar het opschrijft zet hij mensen bewust of, en dat hoop ik voor hem, onbewust, weg als ‘saai’. Benieuwd naar deze categorie mensen, stelde ik die vraag aan de auteur. Alleen kwam die op een of andere reden niet door de censuur van de Joop-redactie.

De manier waarop het is geformuleerd geeft echter wel een indruk wie die ‘kleurlozen’ moeten zijn, dat moeten de ‘witte’ mensen zijn. Als dit is wat Roustayar bedoelt, dan krijg ik daar niet zo’n prettig gevoel bij. Als ik niet tot de categorie ‘van kleur’ behoor dan voel ik mij hierdoor behoorlijk op mijn edele deel getrapt. ‘Witten’ zijn de vroegere ‘blanken’. Het woord ‘blank’ kan niet meer omdat het de ‘blanken’ op een voetstuk plaatst, zo betogen de voorstanders van het woord ‘wit’. ‘Blank’ zou immers rein en onbedorven zijn. Maar behoren daartoe dan ook de zwarten die ‘wit’ van binnen zijn? En hoe zit het met de witten die van binnen ‘zwart’ zijn? 

Ik word moe van en mijn haren gaan steeds meer rechtop staan van ergernis van dergelijk hokjesdenken. Hokjes waarin mensen worden gestopt op basis van kleur, seksuele voorkeur of het ontbreken ervan, dichtbij of ver af van de ‘grachtengordel’ enzovoorts. Maar ja, volgens de aanhangers van de ‘intersectionaliteit’ is het nodig omdat dit je ‘identiteit’ bepaalt daarmee ook de eventuele voorsprong (privilege) of achterstand.  Dat is allemaal in assen weer te geven en je identiteit wordt bepaald door de plek waar die assen zich kruisen. Zo wordt bepaald wie jij bent en wat je waarom moet vinden. Voldoe je er niet aan dan kun je een ‘bounty’ zijn. 

De aanhangers van dit ‘kruispuntdenken’ strijden voor de gelijkheid, gelijke behandeling en tegen racisme en discriminatie. Een goede strijd waarbij ze mij aan hun kant vinden. Alleen vraag ik me af of hun middel, deze theorie, wel bijdraagt aan dat doel? Zou je gelijkheid bereiken door iedereen te verdelen in hokjes? Nee, ik ga er toch maar vanuit dat ieder mens kleurrijk is. Een unieke persoon die vanuit dat kleurrijke kleur geeft aan zijn leven en zo ook aan dat van een ander.  

Lukkassens ‘ingewikkelde helderheid’

“De overal voelbare uitsluiting brengt de realisten tot het inzicht dat zij het Hobbesiaanse tijdsgewricht moeten verwelkomen, als zij ooit nog inspraak willen hebben in de toekomst van hun land.” De laatste zin van een artikel van Sid Lukkassen bij TPO. Een bijzonder artikel. Bijzonder vanwege het denken van Lukkassen. Op dat ‘Hobbesiaans tijdsgewricht’, en wat we ons daarbij moeten voorstellen, kom ik later terug.

Leviathan, van Thomas Hobbes. Bron: Wikipedia

Laat ik vooraan beginnen. Lukkassen stelt: “vroeger was de elite nationaal georiënteerd, met een sterk besef van Leitkultur en patriottisme, terwijl de arbeiders zich oriënteerden op de internationale klassenstrijd. Maar in de jaren negentig sloeg dit om… :”  Een analyse, zo zegt hij, van Pim Fortuyn die hij als een feit presenteert niet nader toelicht. Nu zien we tegenwoordig vaker dat beweringen van Fortuyn door zijn navolgers en aanhangers als een feit of  ‘waarheid’ worden gepresenteerd. Maar hoe feitelijk is dit feit of is dit een interpretatie? 

Neem de arbeiders en die internationale klassenstrijd. Op hét moment dat de arbeiders voor het internationale en tegen het patriotisme konden kiezen, kozen ze massaal voor het patriotisme. Dat moment kwam in de zomer van 1914 na het schot waarmee Gavrillo Princip een einde maakte aan het leven van Frans Ferdinand, de aartshertog van Oostenrijk. Als de arbeiders toen voor elkaar en dus voor internationale samenwerking hadden gekozen, dan was er wellicht geen oorlog uitgebroken die we nu de Eerste Wereldoorlog noemen. Immers zonder arbeiders geen miljoenen soldaten en geen fabrieken die wapens produceren. De arbeiders kozen toen voor patriotisme en dus voor het vaderland.

En aan de andere kant, hoe ‘nationaal georiënteerd, met een sterk besef van Leitkultuur en patriotisme’ was die elite? Een van de verwijten die de ‘elite’ wordt gemaakt is dat ze het land hebben ‘verkwanseld’ aan die vermaledijde internationale en vooral Europese samenwerking. Internationale samenwerking die juist een aanvang nam aan het einde van die Eerste Wereldoorlog: de Volkenbond werd opgericht. Niet meteen een succes maar wel een voorloper van de Verenigde Naties die na de ellende van de Tweede Wereldoorlog ontstond. Een periode waarin ook de Europese samenwerking een aanvang nam. Of was dit, immers ruim voor de jaren negentig, op initiatief van de  ‘internationalistische’ arbeiders.

Lukkassen vervolgt: “… bedrijven profiteerden van outsourcing en open grenzen, dus ook de elite werd zeer mobiel. De nieuwe elite was ‘wereldburger’ en identificeerde zich met transnationale instituties zoals de EU. Juist de arbeider bleef aangewezen op de directe leefomgeving – de werkende klasse werd nationalistischer en keerde zich tegen de open grenzen.”  Nieuwe elite wil zeggen dat er een wisseling van de wacht heeft plaatsgevonden. Dat de ‘oude’ elite is vervangen. Waarom zou die ‘oude’ elite grenzen openen als dat haar einde zou betekenen? Als zij door een ‘nieuwe’ zou worden vervangen?

Een alinea verder: “politieke correctheid (beknelt) de sociale mobiliteit (…) wat uitmondt in een nieuwe verzuiling met bijbehorende spraakcodes.” Wacht eens. Politieke correctheid leidt tot verzuiling? Maar waren het niet de jaren zeventig tot en met begin deze eeuw die door Lukkassen en anderen worden bestempeld als de hoogtijdagen van de ‘politieke correctheid’? De jaren dat Janmaat en zijn boodschap: “Wij schaffen, zodra we de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af,” verketterd werden. De jaren dat visionair Bolkenstein werd weggehoond. Jaren die culmineerden in de ‘demonisering’ van Pim Fortuyn. Laat dat nu juist de jaren zijn dat de zuilen ten graven werden gedragen. De jaren van grote sociale mobiliteit. De Jaren dat er geen ‘duivel’ meer sliep tussen ‘twee geloven op een kussen’. De jaren dat de kerken massaal leegliepen. 

Of is bij Lukkassen de wens de vader van de gedachte? Hij pleit immers geregeld voor het oprichten van een nieuwe zuil en dat doet hij ook weer in dit artikel. De: “Zuil van het nieuwe realisme, ook wel humanistisch realisme genoemd. Hier huist de gewortelde burgerij: soevereiniteit, vrij denken en de harde waarheid durven zeggen staan centraal.”  Let op de woorden waarmee Lukkassen deze zuil, waarvan hij de ‘bedenker’ is, beschrijft: ‘realisme’, ‘gewortelde burgerij’ en de ‘harde waarheid zeggen’. Woorden waarmee hij ook iets zegt over degenen die er volgens hem niet bijhoren. Dat zijn namelijk ‘idealisten’ die  ‘zweven’ want ongeworteld en die terugschrikken voor de ‘waarheid’ of erger nog, die de waarheid niet kennen. Uit die zuil moet, helaas voor het volk, de nieuwe elite (al weer een) komen: “een generatie onafhankelijke denkers opstaan die met elkaar de degens kruisen en opnieuw in gesprek gaan over de grote thema’s.” Maar hoe onafhankelijk zijn die ‘denkers’ als ze moeten opereren binnen de ‘Zuil van Lukkassen’?

En jawel hoor, dat is de beschrijving van een andere zuil, de grote tegenpool, de: “De linksliberale Zuil: de centrale denkbeelden zijn hier utopistisch denken vanuit ‘one-worldism’ en cultuurrelativisme. Dit is de Zuil van de mainstream media en het partijkartel. Het uitgangspunt is dat de wereld toegroeit naar broederschap en eenheid. Waar er botsingen tussen culturen optreden worden deze botsingen gerelativeerd of uit het nieuws gecensureerd.”  Die zuil: “vernietigt de mogelijkheid van een democratie gebaseerd op een inhoudelijke uitwisseling van argumenten.” Een zuil waarbinnen men denkt; “vanuit het slachtofferschap van kwetsbare groepen. Die groepen hebben in hun beleving een gezamenlijk vijandbeeld: dit is de Westerse man als kolonisator en burgerlijke kapitalist. Als je die ‘harde waarheid’ zegt, dan lig je eruit: “Gebruik echter woorden als ‘dobbernegers’ of ‘islamisering’ en je ligt er direct uit.” Als dit naast: “De islam (DENK, Diyanet)” en “Het christendom (Biblebelt, Reformatorisch Dagblad)” de smaken zijn waaruit je kunt kiezen, dan lust ik geen enkele van die ‘maaltijden’.

Die Nieuwe Zuil is: “het best te begrijpen als een reddingsboot.” Een reddingsboot die: “qua economisch verkeer en sociale samenhang sterk genoeg is om op eigen benen te staan.” Probleem voor de Zuil van Lukkassen is dat de vertegenwoordigers van zijn ‘nieuwe zuil’ in niet aanbod komen: “Vandaag moeten we constateren dat er een brede flank is ontstaan van partijen en bewegingen die hoe dan ook worden uitgesloten van tastbare invloed. .… Zo vernietigt men de legitimiteit van verkiezingen en van de democratie.”Daarom adviseert Lukkassen om (…) lak te hebben aan het grote deugen en ook te praten over zaken als immigratie, integratie, islam en identiteit. Nu zal de ironische linksmens zeggen: “Het gaat al jaren nergens anders over”. Maar het probleem is juist dat de klasse die hierover spreekt onder de vierde Zuil valt, en dus is uitgesloten van de beleidsmachine. Die situatie zal veranderen –  als dit niet gaat met brieven en debatten, dan moet het maar vanaf de straat.” Nu is het winnen van verkiezingen in Nederland nooit een garantie geweest voor deelname aan een regering. De oude CPN, de Boerenpartij, de SP en ook GroenLinks zijn daar net als de FvD voorbeelden van. Dat wil echter niet zeggen dat degenen die niet tot de regering behoren geen macht hebben. Neem de omgang met vluchtelingen. Daar hoor je nu politici van VVD, CDA en PvdA huizen dingen zeggen en beleid steunen dat hun voorgangers zich doet omdraaien in hun graf. Dit allemaal onder invloed van de ‘Zuil van Lukkassen.

Want het duurt niet lang: “totdat de democratie totaal ontspoort en een totalitair karakter krijgt.” En: “Op dat moment moet de Nieuwe Zuil voldoende ‘hardheid’ bezitten, oftewel standvastigheid, om deze totalitaire besluiten naast zich neer te kunnen leggen en weerbare tegendruk te kunnen bieden.”  Wordt, en daarmee kom ik terug op het “Hobbesiaanse tijdsgewricht’ dat de Zuil van Lukkassen moet verwelkomen, de democratie totalitair of zou het kunnen dat Lukkassen moeite heeft met de uitkomst van het democratische debat? Zegt Lukkassen hier niet eigenlijk: ‘als we onze zin niet krijgen, dan beginnen we een burgeroorlog?’

‘Nee, niet wij, jullie zijn begonnen,’ werpt Lukkassen tegen: “Fortuyn en Theo van Gogh zijn uit de weg geruimd; Wilders leeft al jaren onder zware beveiliging en dat zijn we gaan aanvaarden als min of meer normaal. Zijn uitspraken over de islam krijgen meer politieke en morele veroordeling dan het feit dat die beveiliging überhaupt nodig is. Onder de dreiging van geweld is zijn cartoonwedstrijd wel afgelast. Cabaretiers maken geen grappen meer over Mohammed. Edwin Wagensveld werd opgepakt voor het dragen van een varkensmuts, hoewel daar geen wettelijk precedent voor bestaat. Schooldirecties dwingen leraren om zich te verontschuldigen voor het tonen van een spotprent van Charlie Hebdo, al dient de prent om discussie los te maken.” Een indrukwekkende opsomming van gebeurtenissen, maar wat is het verband ertussen? Is dit, zoals Lukkassen lijkt te suggereren, ‘bewust’ beleid van de ‘Links liberale zuil’? Een complot? En wat adviseert Lukkassen ons als je iemand tegenkomt die in complotten gelooft? “(O)p dat moment verlaten we het gesprek en treden we toe tot de natuurtoestand. Dan is het conflict niet meer met woorden, maar wordt het conflict fysiek. In Oud-Nederlands: wie niet horen wil, moet maar voelen.” Een advies dat de Ballonnendoorprikker afraadt. Afraadt omdat hij niet in complotten gelooft maar ook een ander niet zijn recht omdat wel te doen, wil ontzeggen en geweld afwijst. Als deze mens immers gelukkig is met zijn ‘complot’ wie ben ik dan om dat geluk ‘af te nemen’. 

“Clarity is the ultimate sophistication,” aldus het motto van Lukkassen. “Ieder maakt zijn eigen regels en dus zijn er geen regels. Iedereen is soeverein over zijn eigen leven – alles is geoorloofd,” beschrijft hij terecht als kenmerken van een Hobbesiaanse tijdsgewricht’. De ‘clarity’, “Helderheid, duidelijkheid” die Lukkassen geeft is niet erg sophisticated, “subtiel, verfijnd of ver ontwikkeld” aldus de eerste vertaling van het woord sophisticated. Het komt gewoon neer op pakken wat je pakken kunt. Hoe “wereldwijs, ontwikkeld”, de tweede betekenis van het woord, is het complotdenken waarvan hij blijk geeft? Een ingewikkeld complot verpakt in ronkend en bombastisch taalgebruik. En laat nu “ingewikkeld” de derde betekenis van sophisticated zijn. Alleen ‘verkoopt’ dat in de Nederlandse vertaling wat minder: ‘helderheid is de ultieme ingewikkeldheid’.  


Kapen, kaapte, in beslag genomen

‘Al die willen te kaap’ren varen, moeten mannen met baarden zijn. Jan, Pier, Tjoris en Corneel, die hebben baarden, die hebben baarden. Jan, Pier, Tjoris en Corneel, die hebben baarden zij varen mee.’ Woorden uit het volkslied Al Die Willen Te Kaap’ren Varen. Ik weet niet of de leden van de Iraanse Revolutionaire Garde aan deze beschrijving voldoen, toch worden ze beschuldigd van het kapen van een Britse olietanker. In de Nederlandse pers, bijvoorbeeld de Volkskrant, ‘kapen’ de Iraniërs een schip, terwijl de Britten vorige maand bij Gibraltar een schip ‘in beslag namen’. 

Hr.Ms. Piet Hein. Vernoemd naar de ‘kaper’ Piet Hein. Bron Wikipedia

In Iran zien ze het waarschijnlijk net andersom. Daar is hun schip gekaapt en hebben zij er een ‘in beslag genomen’. ‘In beslag nemen’ klinkt vriendelijker dan ‘kapen’. ‘In beslag nemen’ is een juridische term en door die term te gebruiken wordt aan de daad de suggestie van rechtmatig handelen verleend. Om ‘kapen’ hangt een zweem van criminaliteit, het heeft een negatieve bijsmaak. 

Dat was niet altijd het geval. Ook een bekend volkslied waarin de daden van Piet Hein worden bezongen: “Piet Hein!, Piet Hein!, Piet Hein zijn naam is klein. Zijn daden bennen groot, zijn daden bennen groot. Hij heeft gewonnen de zilveren vloot. Die heeft gewonnen, gewonnen de Zilvervloot.” Een lied dat ongeveer tweehonderd jaar na de daadwerkelijk daad werd gecomponeerd en dat was bedoeld om mensen trots te laten zijn op Nederland. Een land dat toen pas net bestond en in die korte tijd al een trauma had moeten verwerken, het trauma België. Het lied bezingt Piet Hein die de Spaanse schepen die het zilver en goud van Zuid Amerika naar Spanje vervoerden, kaapte. De Spanjaarden zullen Hein een zeerover hebben genoemd. 

Dat de Britten en Iraniërs elkaar beschuldigen van kaperij is vanuit hun standpunt te begrijpen. Is het ook te begrijpen dat Nederlandse media beide identieke daden op een andere manier beschrijven? De Britse daad wordt beschreven als ‘in beslag nemen’, de Iraanse als ‘kapen’. Voor de schepen en haar bemanning maakt het geen verschil. Voor objectiviteit in de berichtgeving wel.

Beelden en Burgerslachtoffers

“Is er genoeg aandacht voor burgerslachtoffers van moderne oorlogvoering?” Die vraag stelt Lennart Hofman zich bij De Correspondent. Aanleiding voor Hofmans artikel is een rapport van Amerikaanse onderzoekers van Airwars: “naar berichtgeving over burgerslachtoffers in Amerikaanse media tijdens de oorlog tegen IS in Syrië en Irak, en ondervroegen bijna honderd Amerikaanse journalisten over de manier waarop zij verslag deden.” Hun conclusie: “Amerikaanse media schoten tekort tijdens de vijf jaar durende oorlog. Soms waren burgerdoden maandenlang geen nieuws, hoewel ook in die periodes veel burgerslachtoffers vielen, zoals de coalitie achteraf zelf heeft vastgesteld.” Dat moet beter, vinden zowel Airwars als Hofman. 

Generaal Van Heutz tijdens de Atjeh-oorlog. Bron: Wikipedia

Het woord ‘moderne’ in de titel intrigeerde mij. Daarom vroeg ik me af en stelde die vraag ook aan Hofman: “Verandert er wat als het woord moderne wordt weggelaten? Was er tijdens de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld voldoende aandacht voor burgerslachtoffers? Of tijdens welke andere oorlog dan ook? Of alleen voor de ‘eigen burgerslachtoffers?”  Ja, er was aandacht voor burgerslachtoffers. In Nederland was het bombardement op Rotterdam bijvoorbeeld een aanleiding om te capituleren. In Engeland was er veel aandacht voor de bombardementen op steden en de industrie door vliegtuigen en de onbemande V1 en V2 en de burgerslachtoffers die daardoor vielen. Dat weerhield de geallieerden er echter niet van om Duitse steden plat te bombarderen met vele burgerslachtoffers tot gevolg die dan weer in Duitsland werden betreurd. Ik beëindigde mijn reactie naar Hofman met: “Niet om cynisch te zijn, eerder realistisch, burgerslachtoffers horen bij een oorlog. Dat is altijd zo geweest en zal ook altijd zo blijven. De hoeveelheid aandacht die eraan wordt geschonken doet daar niets aan af.”

Volgens Hofman is er echter wel wat veranderd sinds die tijd, zo stelt hij in zijn reactie op mijn vraag: “Wat nu wel anders is dan toen, is dat wij ons hier in Nederland minder bewust zijn van de oorlog die we voeren. Dat komt omdat de oorlog tegen IS ons hier amper raakt, en de Nederlandse militairen die hen bestrijden het er tot nu toe zonder kleerscheuren vanaf brengen.” En dat wordt in de toekomst nog pregnanter zo beweert Hofman: “Wanneer door kunstmatige intelligentie aangestuurde drones in de toekomst doelwitten zullen kiezen en aanvallen neemt ook de cognitieve afstand toe. Die ontwikkelingen die samenhangen met ‘moderne’ oorlogsvoering zorgt ervoor dat we oorlog steeds minder zien, en draagt eraan bij dat wij ons er soms amper bewust van zijn.” Daar hoort, volgens Hofman ook de verminderde aandacht voor burgerslachtoffers bij.

Omdat we zelf niet meer vechten, dat doen drones, en sneuvelen zien we de oorlog steeds minder en zijn we ons er minder van bewust?  Zou dat werkelijk zo zijn? Zouden onze overgrootouders aan het einde van de negentiende eeuw zich bewust zijn geweest van de oorlog die ‘we’ in Atjeh voerden en de burgerslachtoffers die dat opleverde? Toen kwam de informatie, als mensen die al lazen en konden betalen, uit kranten en ‘van horen zeggen’. Zouden onze overgrootouders daardoor niet juist veel minder zien, en dus zich bewust zijn, van die oorlogen en de burgerslachtoffers die daarbij vielen dan wij in ons huidige tijdsgewricht? Nu heeft iedereen een camera en staat alles bijna onmiddellijk op het net. Van die mogelijkheid kon de Atjeeër niet eens dromen. Dat lag buiten zijn bevattingsvermogen. Trouwens niet alleen het zijne.

Het middel en de kwaal

“De secularisering leidt tot islamisering en massa-immigratie.” Een uitspraak van Robert Lemm een hispanist en ‘rechtzinnig katholiek’ in een artikel over het bondgenootschap tussen: “Rechtzinnige katholieken die zich tegen de secularisering van Nederland keren, vinden een bondgenoot in de ‘cultuurchristenen’ van Forum voor Democratie,” in de Volkskrant. “In het zaaltje klinkt instemmend gemor,” vervolgt het artikel. En als het bij secularisering begint, dan moet daar een einde aan komen. Daarom is: “Hun (de rechtzinnig katholieken) doel: een nieuwe generatie weerbare christenen vormen die Nederland in zijn traditionele, christelijke staat kan herstellen.”

Heksenverbranding in Roermond 1613. Bron: Wikipedia

‘Secularisering leidt tot islamisering en massa-immigratie’? Dus voordat er sprake kan zijn van islamisering moeten mensen eerst van hun geloof vallen. Als dit een wetmatigheid is dan zou er begin zevende eeuw, toen Mohammed de stichter van de islam streed en predikte, sprake moeten zijn geweest van zeer veel ‘ongeloof’, van afwijzing van god. Nu kun je over die tijd veel zeggen dat ze christen waren, zoroaster of polytheïst (aanhanger van meerdere goden) maar beweren dat de mensen toen seculier waren? Waarschijnlijk vind je eerder de bekende speld in de hooiberg dan een zevende eeuwse seculier.

Dan het even wetmatig opgeschreven ’secularisering leidt tot massa-immigratie’. Als mensen seculier worden dan komen andere mensen naar dat gebied toe. Als we een klein stukje terugkijken in de geschiedenis, deze keer naar het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. In die tijd was er sprake van redelijk massale migratie naar die Republiek. Vanuit de Republiek geredeneerd dus immigratie. Als er iets is dat deze periode niet kenmerkt dan is het secularisering. Een seculier vinden was ook toen te vergelijken met het zoeken naar die wel bekende speld. Sterker nog het is de tijd van de godsdienstoorlogen in Europa. Het mooie beeld dat er van deze tijd wordt geschetst is dat al die migranten naar de Republiek kwamen vanwege de ‘godsdienstige tolerantie’. De werkelijkheid zal eerder zijn dat die migratie werd veroorzaakt door het gunstige economische klimaat en het vele werk dat dit met zich meebracht. Werk op de vele schepen en als seizoenswerk in de landbouw.

‘Ja, maar, zo kan worden tegengeworpen, dit is een beschrijving van de huidige situatie. Dit is geen historische wetmatigheid.’ Oké, laten we dan eens naar het heden kijken. Eerst ‘secularisering leidt tot islamisering’: een moderne seculiere samenleving wordt onherroepelijk een samenleving met de islam als religie, een islamitische cultuur en islamitische wetgeving. Zouden mensen die god als een ‘verzinsel’ hebben afgeworpen werkelijk overgaan naar een andere ‘verzonnen’ god? ‘Nee, zo moet je dat niet zien. Door de instroom van moslims krijgt onze samenleving steeds meer een islamitisch karakter. En als ze straks in de meerderheid zijn dan …’. Oh, de redenering van wijlen Pim Fortuyn. Maar dan gaan jullie ervan uit dat moslim moslims blijven. Dat zij, anders dan christenen, niet seculariseren. Dan ‘secularisering leidt tot massa-immigratie’. Zou hiervoor niet precies hetzelfde gelden als ten tijde van de Republiek? Dat de migranten naar hier komen voor een beter leven voor hen en hun kinderen? 

Nu even naar iets anders, naar de oplossing die de rechtzinnig katholieken voorstellen: het herstellen van de traditionele, christelijke staat. Herstellen betekent dat die staat er ooit was, wanneer was dat precies? Hoe ver moeten we dan terug in de tijd want dan kunnen we zien wat zo’n staat inhoudt? Voor rechtgeaarde en rechtzinnige katholieken zou dat vóór de reformatie moeten zijn. Zo ongeveer in de Middeleeuwen. In die tijd werden prachtige kerken gebouwd zoals de pas door brand deels verwoeste Notre Dame van Parijs. Een tijd van prachtige kerken en modder hutjes toen de katholieke kerk aflaten verkocht om dergelijk prachtige kerken te bouwen en vooral om zichzelf te verrijken. Een tijd van heksenverbranding, een risico dat een eventuele seculier in die tijd liep.

Als islamisering de kwaal is, dan vraag ik mij af of herkerstening de oplossing is. Voor een seculier zou het middel wel eens net zo erg of erger kunnen zijn dan de kwaal.


Cultuur en diversiteit

Ik lees bij Joop dat de Amsterdamse kunstraad constateert dat de: “stad, ondanks zijn gekoesterde kosmopolitische zelfbeeld, ruim de helft van zijn bewoners in zijn culturele paleizen stelselmatig vergeet.”  Daarom moeten volgens de auteur, de socioloog, publicist en programmamaker, Nekuee: “Naast degene die met Joyce, Beckett en Reve als hun jeugdhelden zijn opgegroeid (…)  directeuren en bestuurders (worden aangesteld) met Yasar Kamal, Fatima Mernnissi of Ahmad Shamlu als hun jeugdhelden. Naast de bewonderaars van Mary Shelly en Shakespeare is het ook nodig dat kenners van Hafiz, Ibn-Arabi en Yunus Emre bepalende figuren worden aan de top van culturele instellingen.” Volgens de auteurs zal: “een grootschalige wisseling van de macht (…) aan de top van de sector,” zorgen voor: “een nieuwe balans (…) en meer representatie van een waar kosmopolitisme.” Een interessant idee. Maar toch … .

Concertgebouw Amsterdam. Bron: Flickr

Zou dit daadwerkelijk iets oplossen? Als we kijken naar het huidige culturele aanbod dat, in de woorden van Nekuee, niet divers genoeg is, dan is de publieke belangstelling daarvoor al niet groot. Zoveel mensen met Joyce, Beckett en Reven als helden zijn er niet en ook de bewonderaars van Shelley en Shakespeare zijn dun gezaaid. Zo dun dat een goede voorstelling van een stuk van Shakespeare, om maar eens iets te noemen, alleen in steden van redelijke omvang voldoende publiek trekt om de zaal te vullen. En zelfs dan kan die voorstelling alleen worden uitgevoerd met een flinke sloot subsidie.  

Hoeveel mensen met Yasar Kamal, Fatima Mernnissi of Ahmad Shamlu als held, zullen er zijn? Want in Amsterdam mogen de minderheden dan wellicht in de meerderheid zijn, dat maakt die minderheid nog niet meteen tot een eenheid. Die minderheid bestaat uit vele groepen en mensen met zeer diverse achtergronden. Hoeveel Afghanen, Ghanezen of Colombianen zullen de Turks-Koerdische schrijver Yasar Kamal als held hebben? Sterker nog, van de Turks-Koerdische Nederlanders zal een groot deel een stuk op basis van een boek van Kamal niet bezoeken. Net zoals de overgrote meerderheid van de Nederlanders een stuk van Reve links laat liggen. Hoeveel zalen zou je kunnen vullen met een voorstelling op basis van een boek van Kamal? 

Die nieuwe culturele top met Yasar Kamal, Fatima Mernnissi of Ahmad Shamlu als hun jeugdhelden zal toch rekening moeten houden met het publiek dat nu de voorstellingen en optredens bezoekt. Dat publiek zorgt voor de basis onder alle culturele instellingen. Als instellingen dat publiek van zich vervreemden, dan zal het cultureel aanbod voor iedereen enorm verschralen. 

Frame, framen, geframed

In een artikel bij TPO blikt Forum-voor-Democratie-leider Baudet terug en vooruit. Terug op het afgelopen politieke jaar en vooruit op belangrijke zaken. Een bijzondere tekst.

Baudet: “Onvermijdelijk gaat dit alles ook gepaard met groeistuipen, rimpels en plooien. Met onverwachte successen of momenten van tegenslag. Soms is het zoeken naar de juiste toon. Of wordt een tweet, citaat of gedraging tot belachelijke proporties uitvergroot in de media. De framing is enorm. ” De link in dit citaat leidt naar de website van de partij alwaar twintig labels (frames) worden aangekaart en ontkracht. Nou ja frames. Is de opvatting dat de persoonlijke vraag over huilen, die Baudet aan Rutte stelde in hun debat ongepast was, een frame? 

Bron: Wikimedia Commons

Bijzonder is dat Baudet zich in zijn schrijven ook van frames bedient. Zo spreekt hij over: “heethoofdige opwarmingstheorieën en zeespiegelprognoses die de discipelen van Al Gore ons voorhouden.” En iets verder: “onder al het milieuactivisme ligt dus vaak een diepe spirituele leegte.” Mensen die zich op een voor Baudet afwijkende manier zorgen maken om het klimaat zijn heethoofdig zonder veel diepgang. Ook met betrekking tot het onderwijs gebruikt Baudet zijn inmiddels bekende frame. Goed onderwijs begint: “met het stoppen van linkse indoctrinatie.” Een  frame op zich die weer verwijst naar het ‘cultuurmarxisme-frame’. 

Een eindje verderop in zijn betoog: “Uiteindelijk is ons doel het veranderen van de weg-met-ons mentaliteit die onze politieke, culturele en journalistieke elites doordrenkt. De oikofobie. Want die verklaart de slappe knieën van kartelpolitici, de schaamte voor onze geschiedenis, het weggeven van onze gulden, de sfeerloze, liefdeloze architectuur.”  Zo dat zijn aardig wat frames in een passage ‘weg-met-ons-mentaliteit’ en ‘oikofobie’ twee keer hetzelfde frame maar anders verwoord. En wie maakt zich daaraan schuldig? ‘Onze politieke, culturele en journalistieke elite’, alweer een frame bedoeld om mensen buiten de orde te plaatsen. Want wie behoort er tot die groep? Behoort Baudet nu niet ook tot de ‘politieke elite’? Of het woord ‘kartelpolitici’ en dan vooral in combinatie met ‘slappe knieën’. Hoezo is er sprake van ‘schaamte voor onze geschiedenis’ als je de wat minder positieve aspecten ervan voor het voetlicht brengt?

Baudet: “Daarmee zijn we dus tegen elke vorm van identiteitspolitiek: we willen mensen niet inkaderen op grond van ras, geslacht, geloof, seksuele voorkeur, enzovoorts – maar juist als individu tot hun recht laten komen.”  Een mooi standpunt. Alleen stelt hij iets eerder in zijn betoog de vraag: “Waarom blijkt het nu eigenlijk zo moeilijk om bij uitstek islamitische immigranten te integreren?” Een bijzondere vraag als je ieder mens als individu wilt zien en niemand wilt ‘inkaderen op grond van ‘ras, geslacht, geloof, seksuele voorkeur enzovoorts’.

Binnen zijn partij is er plek voor discussie en verschil van mening: “Annabel Nanninga (heeft) gelijk als ze zegt dat we de acute noden van de kiezer nooit mogen vergeten; maar (…) Freek Jansen (heeft) óók gelijk als hij jongeren diezelfde middag oproept zich te verdiepen in de politiek-theologische achtergrond van de huidige crisis. Nausicaa Marbe heeft gelijk als ze stelt dat we een open, tolerant en pluriform patriottisme moeten uitdragen; maar Paul Cliteur heeft óók gelijk dat we bepaalde waarden – de Verlichtingswaarden – nooit mogen loslaten.” En enkele alinea’s verder: “Ook op het gebied van persoonlijke stijl kunnen meningen uiteen lopen, en we waarderen het dat daarover óók gesproken kan worden binnen onze partij. Het is een onderdeel van de Nederlandse cultuur die we koesteren en voelen in onze vezels: wars van overdreven formaliteiten, open, eerlijk, het hart op de tong en evenveel meningen als mensen. Met grote ruimte voor andersdenkenden en een stip op de horizon waarheen we varen.” Hoe verhoudt die trots en hoog opgeven van Baudet over die Nederlandse cultuur zich tot zijn uitspraken die ik in de vorige twee alinea’s aanhaalde? De frames die hij gebruikt om zijn tegenstanders om het stevig te zeggen, buiten de orde te plaatsen?

Welk beeld, of meer in stijl frame, roept Baudet op als hij, door zijn opponenten te ‘framen’, zich verzet tegen de manier waarop hij wordt ‘geframed’? Of zou Baudet werkelijk geloven dat zijn frames, geen frames zijn maar de waarheid?

Goede god! God het Goede?

Vervang god door Goed en met het klimaat komt het goed! Dat is in het kort de boodschap die Juliaan van Acker schetst in een artikel bij TPO. Klimaatverandering is, volgens Van Acker: “metafysisch probleem,”, het gaat boven het waarneembare uit en daarom moet de oplossing niet worden gezocht in de fysica, de wetenschap. Gelukkig dat dit probleem zo makkelijk op te lossen is. Of …?

Volgens van Acker zijn er drie manieren om met het klimaat om te gaan. Als eerste de heidense manier. Volgens die manier is: “er een mythologische relatie van de mens met de wisselvalligheden van het klimaat. De mens is er afhankelijk van en is onmachtig tegenover de krachten van de natuur. Wil de mens ontsnappen aan de gevaren die de natuur teweegbrengt dan kan hij ofwel die krachten proberen gunstig te stemmen door offers te brengen, ofwel doet hij een beroep op magie om die krachten te bezweren.” Die biedt geen oplossing.

Copernicus geschilderd door Jan Matejko. Bron: Wikipedia

Als tweede de wetenschappelijke benadering: “Volgens de wetenschappelijke benadering wordt de natuur niet meer bezield door vreeswekkende krachten, maar de natuurlijke verschijnselen zijn onderworpen aan mathematische wetmatigheden. De natuur kan met behulp van mechanische wetten bestudeerd worden. De mens kan dankzij inzicht in die wetten, proberen invloed op de natuur uit te oefenen.”  Die manier schiet volgens Van Acker tekort: “De natuur, in het bijzonder het klimaat, lijkt niet precies gedetermineerd te worden door vaststaande wetmatigheden. Om die reden werd de chaostheorie hierop toegepast. Dit laatste wil zeggen dat bij het klimaat er een zeker determinisme is, maar het wisselvallige is dominant. Hoe het klimaat en bijvoorbeeld het weer zich ontwikkelen, is een kwestie van waarschijnlijkheid.” 

De derde manier is geloven in god: “Het klimaat wordt hier gezien als een zaak tussen het lagere en het hogere. God heeft de sleutel van de natuur en de mens heeft er geen meesterschap over. In elk geval is duidelijk dat de mens de regen en het klimaat niet in handen heeft.”  En door nu god te vervangen door ‘het Goede’ biedt deze manier een oplossing. Dan zijn: “we bereid gehoor te geven aan het gebod dat van Hoger komt om het Goede te doen.” Want, zo schrijft Van Acker: “Wie dit aanvaardt zal gemotiveerd zijn om zijn gedrag aan te passen, in het belang van de natuur.” Dan is klimaatverandering: “niet meer een kwestie van klimaatverdragen en ook geen probleem dat de politici voor ons moeten oplossen.” In de dagelijkse werkelijkheid komt dat erop neer dat we ons: “Bij elke handeling (…) de vraag (moeten) stellen of het verantwoord is, in het licht van het behoud van een leefbaar klimaat.”  Enige probleem: “hoe in een goddeloze wereld de mensen motiveren om hun geweten te volgen?”

Een goed advies om je bij elke handeling de vraag te stellen wat die actie voor invloed heeft op het klimaat. Daar is echter geen god voor nodig noch een god die we ‘het Goede’ noemen. Die vraag kun je jezelf ook als goddeloze stellen. Zelfs een heiden kan die zich die vraag stellen voordat hij, om Van Ackers voorbeeld aan te halen, zijn geweten sust: “met eieren voor Sint Clara.”   

Sterker nog ik denk dat heel veel wetenschappers die, anders dan emeritus hoogleraar Van Acker, wel de wetenschappelijke benadering volgen, zich die vraag ook stellen. En bij hun antwoord zullen zij zich baseren op de laatste wetenschappelijke inzichten. En daarbij zullen ze zich realiseren dat: “De natuur, in het bijzonder het klimaat, (…) niet precies gedetermineerd (lijkt) te worden door vaststaande wetmatigheden.” Die gedachte zal hen aansporen om verder te onderzoeken en de bestaande wetmatigheden ter discussie stellen en zo zoeken naar ‘wetmatigheden’ die een betere verklaring bieden. Wetende dat dit de manier is waarop kennis zich ontwikkelt: stapje voor stapje door het bekende ter discussie te stellen. Zo verzon Copernicus een theorie die de aarde van haar centrale positie in het zonnestelsel beroofde. Hij nam geen genoegen met de bestaande verklaring en kwam met een theorie die de werkelijkheid veel beter verklaarde dan de door god en zijn kerk geboden dogma’s.

Zo wil de wetenschapper een steeds beter antwoord geven op die vraag en dat lijkt mij een goede zaak. Want waarop baseert Van Acker zijn antwoord op de vraag welk effect een handeling heeft op het klimaat? Welk antwoord geeft ‘het Goede’ volgens Van Acker? En is het antwoord dat ‘het Goede’ volgens Van Acker geeft wel hetzelfde antwoord dat ‘het Goede’ volgens Jantje, Pietje of Marietje geeft? Als we kijken hoe het monotheïsme met god als het goede zich heeft ontwikkeld, dan zien we dat er verschillende goden zijn en dat ieder van die goden ook nog eens met zeer veel verschillende tongen spreken. Ik vrees dat dit met ‘het Goede’ als god ook zal gebeuren. Ik vraag me af of het klimaatprobleem daardoor wordt verholpen.

Als ongelovige ontsnapt me bijna (en nu dus helemaal) de kreet: Goede god! God het Goede? Dan toch maar mijn vertrouwen stellen in de twijfelende en zoekende wetenschappers


Uitzondering en regel

“Millennials zijn ‘screwed’: kom in actie!” De titel boven een artikel van Fabian Dekker bij Joop. Dekker over dat ‘screwed’ zijn: “jonge mensen zijn financieel de klos, doen het slechter op de woningmarkt, werken steeds vaker in onzekere banen en zien hun inkomsten dalen. Mede onder invloed van invoering van het sociaal leenstelsel bedraagt de studieschuld in Nederland inmiddels ruim 11 miljard euro. Het eigenwoningbezit daalt door stijgende prijzen en aangescherpte leennormen met name onder 35-minners. En –naast studenten met een flexibele bijbaan – stijgt het aandeel flexibele werknemers met name in de leeftijdsgroep tussen 25 en 45 jaar van circa 10% naar 19% in de periode 2003-2018.” En de gevolgen hiervan? “Voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog is er een generatie dertigers die minder verdient dan hun ouders, zo becijferden onderzoekers van de Universiteit Tilburg en het ministerie van SZW vorig jaar!” 

Bron: Wikimedia Commons

Inderdaad allemaal zaken die niet in het voordeel zijn van de ‘millennial’, mensen geboren tussen grofweg 1985 en 2000. Al denk ik dat het eigenwoningbezit van 35 minners voor andere generaties ook erg laag was. De gehele jaren tachtig lag de hypotheekrente boven de 8% met uitschieters tot 13% en moest je zelf ook een zak geld meenemen om een huis te kunnen kopen. Zelf kocht ik midden jaren negentig als begin dertiger een huis. De tijd waar hypotheekverstrekkers je een ‘beleggingshypotheek-oor’ aan probeerden te naaien en de huizenprijzen, net als nu fors stegen. Maar daar gaat het mij niet om. Ook niet over al die andere zaken die het leven van de millennial bemoeilijken, waartegen protest welkom is en alternatieven mogelijk zijn. Het gaat mij om ‘minder verdienen’ dan hun ouders. 

Niet dat ik de conclusie van de onderzoekers van de Universiteit Tilburg bestrijd. Nee, ik ga ervan uit dat hun onderzoek en ook hun conclusies correct zijn. Het gaat mij om iets anders. De ‘millennials’ zijn een keerpunt. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een generatie die er ten opzichte van hun ouders niet op vooruit gaat en misschien zelfs wel een klein beetje op achteruit. Voor de millennial is dat natuurlijk vervelend en waarschijnlijk ook voor hun ouders. Die willen immers dat het hun kroost goed gaat en goed dat is meestal beter dan dat ze het zelf hadden op die leeftijd. Dan is het erg vervelend als dat niet het geval is.

De manier waarop Dekker het stelt, en dat is waarschijnlijk ingegeven door het Tilburgse onderzoek, is dat de millennials daarmee een uitzondering worden op de regel. De regel dat we het steeds beter krijgen, dat kinderen hun ouders ‘voorbij streven. Ik denk echter dat het eerder andersom is, dat hun ouders en eigenlijk iedere generatie sinds de Tweede Wereldoorlog tot de millennials de uitzondering op de regel waren. 

Als we geschiedenis bestuderen dan zien we dat kinderen in de regel hetzelfde lot trof als hun ouders. De zoon van een keuterboer werd keuterboer en zijn zus trouwde met een keuterboer. Soms hadden ze, net als hun ouders en hun latere kinderen een goed jaar en soms een slecht. Ze hadden het in het algemeen niet slechter en ook niet beter dan hun ouders. Zo gold het ook voor de zoon en dochter van de bakker, slager en landloper en edelman. Al kon die laatste door goede ‘huwelijkspolitiek’ van zijn ouders er wel op vooruitgaan. Achteruit trouwens ook als de rijkdom van de wederpartij toch voornamelijk schulden bleken te zijn.

Als we kijken naar de economische groei door de eeuwen heen dan was die in Europa tot ongeveer 1700 gelijk aan 0. En zoals we weten is groei nodig om het beter te krijgen dan je ouders. Natuurlijk waren er plekken waar rijkdom zich ophoopte, dat betekende echter niet dat mensen het beter kregen want daarvoor is groei alleen niet voldoende. Daarvoor moet die groei ook worden verdeeld over iedereen.  Als alle groei terecht komt bij de Amsterdamse handelaren dan heeft de Keuterboer in Drenthe daar niets aan. Net zoals de hamburgerflipper bij MacDonalds niets merkt van toenemende rijkdom van bijvoorbeeld Bill Gates.

Tussen 1700 en nu groeide de economie gemiddeld met 1%.  Dat betekent dat de Europese economie nu ongeveer 16 maal zo groot is als in 1700. Nu wijkt Nederland iets af van het Europese gemiddelde. Die afwijking betreft vooral de periode voor de twee wereldoorlogen. Nederland (de Republiek) was in 1700 aanzienlijk rijker dan de rest van Europa. Als we ons realiseren dat de bevolking van Europa in die periode ongeveer is vertienvoudigd dan is een groot deel van die groei opgegaan aan de extra monden die gevoed moesten worden.

Duiken we wat dieper in de cijfers dan blijkt dat de Europese economie tot 1820 groeide met 0,1%. Dit betekent dat de economie in 1820 bijna 13% groter was dan in 1700. Die groei was niet eens voldoende om die extra monden te voeden. Hieruit kun je gevoeglijk concluderen dat kinderen het in die periode zeker niet beter, eerder slechter hadden dan hun ouders. Tussen 1820 en 1950 groeide de Europese economie met 0,9%. Dat betekent dat de economie in 1950 ongeveer 3,6 keer zo groot was als in 1700. Als we ons realiseren dat de bevolking tussen de iets kortere periode (1750 en 1950) 3,35 keer zo groot werd, dan zou je, als de groei eerlijk over iedereen werd verdeeld, kunnen concluderen dat een jongere uit 1950 het even goed had als zijn leeftijdsgenoot uit 1700. 

Bron: Wikimedia Commons

Alleen de periode vanaf de Tweede Wereldoorlog tot nu kende groeicijfers die langdurig boven de 1% uitkwamen, namelijk gemiddeld 1,9% en van 1950 tot 1970 zo’n 3,8%. De economie van 2012 was 4,28 keer zo groot als die in 1950. De bevolking groeide gedurende die jaren met 1,35%. En, laat die periode, in ieder geval de eerste dertig jaar nu ook de periode zijn dat die toegenomen welvaart eerlijker werd verdeeld. Er werd een sociaal stelsel opgetuigd dat vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw weer langzaam wordt afgebroken. Dat maakt dat kinderen het beter kregen dan hun ouders. Ouders die hun kinderen langer, meer en hoger lieten studeren waardoor hun uitgangspositie steeds beter werd. Een hogere opleiding die de groei nog wat aanwakkerde.

Alleen kan dat niet oneindig doorgaan. Kinderen van universitair geschoolde ouders kunnen niet nog hoger worden opgeleid waardoor er nog betere banen in het verschiet liggen. Sterker nog, die hogere opleiding is al geruime tijd geen garantie op beter werk. Hoger opgeleiden die ‘onder hun niveau’ werken zijn eerder regel dan uitzondering. Alleen was dat werk voor hun ouders nog altijd een vooruitgang ten opzichte van hun grootouders. Dat is nu in toenemende mate niet meer het geval.

Als we het vanuit dit perspectief bekijken dan is de situatie van de huidige millennials de regel en waren hun ouders en grootouders de uitzonderingen op de regel. De regel dat kinderen het over het algemeen niet beter en ook niet slechter hebben dan hun ouders. 

Maar, beste millennia, laat dit je niet weerhouden om in actie te komen. Want een deel van je slechtere positie is het gevolg van de afbraak van het stelsel van sociale voorzieningen. Dat deel is een keuze en er kan ook wat anders worden gekozen. Een sociaal leenstelsel dat tot schulden leidt is zo’n keuze die anders kan. Het invoeren van een basisinkomen voor iedereen is een keuze die we kunnen maken om ‘flexbanen’ minder onzeker te maken. De Woningmarkt kan er anders uitzien, als we andere keuzes maken. En beste millennial als jullie hiervoor willen strijden dan kunnen jullie op de sympathie en steun van de Ballonnendoorprikker rekenen.

De cijfers over de economische groei komen uit Capital in the Twenty-First Century van Thomas Piketty (pagina 94).