Verleden, heden en toekomst

In 1940 ontdekten enkele Franse jongelui per toeval een grot. Op de muren van die grot zagen zij schilderingen van dieren. Die schilderingen bleken tussen de 10.000 en 15.000 jaar oud te zijn. Sindsdien is Lascaux een bekende naam. De schilderingen vertellen ons iets over het leven van onze voorouders. Iets, maar niet veel. Hoe die voorouders precies leefden, waarom ze deze schilderingen maakten? We kunnen er alleen maar naar gissen. Het ontbreekt ons aan gegevens, aan data. Wat we ervan weten zijn interpretaties. Interpretaties gebaseerd op dergelijke  schilderingen, op botten, op resten van ander gebruiksvoorwerpen en op het bestuderen ‘primitieve’ volkeren. 

Dit staat in schril contrast met onze huidige werkelijkheid. Onze (digitale) datastroom groeit fors. Al die data worden opgeslagen in enorme data centra. Data centra die enorm veel stroom verbruiken. In die ‘digitale omgeving’ worden enorm veel teksten, geluid en beelden opgeslagen. Voor een historicus in het jaar 2800 zou het daarmee erg makkelijk moeten zijn om een beeld te schetsen van het leven in de eerste twee decennia van de eenentwintigste eeuw. Duik in ‘de cloud’ en je ziet het huidige leven voorbij trekken.  Alhoewel. Op Facebook en soortgelijke sites leukt eenieder zijn leven op. Bekijk je de journaals dan zie je de uitzonderingen, de afwijkingen. Nieuws is immers dat wat afwijkt van het gebruikelijke. 

Mijn verre nazaat-historicus kon echter nog wel eens ander probleem hebben. Daar waar over onze verre voorvaderen heel weinig informatie hebben, zou het kunnen dat wij onze nazaten wel eens teveel informatie nalaten. Te weinig informatie is een probleem. Echter wel een probleem dat we kunnen aanpakken met verbeeldingskracht.  Maar hoe pak je het probleem van ‘teveel’ informatie aan? Welke informatie is relevant en welke niet? Hoe bepaalt de toekomstige historicus welke versie van de huidige werkelijkheid, werkelijk is?

Maar wellicht heeft die toekomstige historicus wel een heel ander probleem. Een probleem dat goed wordt beschreven in de thriller De Tweede Slaap van Robert Harris. Een boek dat ik op aanraden van een goede vriend las. Het boek speelt zich af in het jaar 1468. Dat lijkt het verleden maar al lezend blijkt het de toekomst te zijn en wel zo ongeveer het jaar 2800. Een toekomst die verdacht veel lijkt op het verleden. De toekomstige historicus in het boek is Nicholas Shadwell.

Shadwell staat voor heel andere problemen dan ik hierboven heb geschetst. Het jaar 1468 in het boek is een combinatie van de achttiende eeuw en de Middeleeuwen. Shadwell heeft te maken met de kerk die het vergaren van kennis als ketters bestempeld. De persoon Shadwell laat zien dat niet iedereen zich hieraan houdt. Maar vooral heeft hij te kampen met een gebrek aan informatie over onze tijd. Wat er is gebeurd in het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw is niet duidelijk. In een brief uit 2022 die Shadwell heeft gevonden, bij zijn (letterlijke) graafwerk, worden zes mogelijke scenario’s genoemd. Wat er uiteindelijk is gebeurd wordt niet duidelijk. Wel is duidelijk dat zeer veel verloren is gegaan.

De brief maakt duidelijk hoe een van die gebeurtenissen tot het terugvallen naar de Middeleeuwen heeft kunnen leiden. “We zijn van mening dat onze samenleving een dermate geavanceerde technologie heeft ontwikkeld dat ze kwetsbaarder is voor totale instorting dan ooit te voren. … Zo zou een langdurige algehele verstoring van het functioneren van computernetwerken – vooral in steden – al binnen 24 uur tot voedsel- en brandstoftekorten leiden. Deze tekorten zouden gepaard gaan van een dramatische inkrimping van de beschikbare geldhoeveelheid (als gevolg van het uitvallen van alle geldautomaten en alle creditcardtransacties en online bankieren), het instorten van diverse communicatiemiddelen en IT-netwerken, het bezwijken van alle transportsystemen, hamstergedrag, een massale uittocht uit de steden en grootschalige onlusten. … Wij vrezen dat een aanvankelijk instorting zich exponentieel zou kunnen verbreiden, en wel met zo’n snelheid dat geen enkele officiële respons ertegen opgewassen zou kunnen zijn.”

Of Harris een realistische scenario schetst? Dat kennis verloren kan gaan, staat buiten kijf en laat de geschiedenis ons zien. Neem de schilderingen in de grotten van Lascaux waarmee ik begon en waarvan we niet weten waarom ze werden gemaakt. Maar ook de piramides in Egypte waarvan we nog steeds niet precies weten hoe ze werden gebouwd. Dat we in onze huidige samenleving in hoge mate afhankelijk zijn van technologie en van elkaar, staat buiten kijf. Nederland mag dan bijna ‘wereldkampioen’ voedselexport zijn, hoeveel mensen weten hoe ze aardappels moeten telen? Wie kan er nog navigeren op de sterren? Waar vind je de kennis behalve op het internet? In boeken. Alleen wie heeft er de juiste boeken en waar vind je die? Boeken branden trouwen ook goed en vuur is best lekker als je het koud hebt. De regering Den Haag? Die zit, nadat de benzine tank leeg is, ineens weer een dag of vijf gaans van Venlo. Bovendien hebben al die ambtenaren het veel te druk om zelf te overleven. De politie en het leger? Hoe communiceer je ermee na die eerste tank benzine? En dan vergeten we maar even de mogelijkheid dat de regeringsleden zich ook elders dan in Den Haag kunnen bevinden.

Nee, dan geef ik de ‘primitieve volkeren’ een veel betere kans om te overleven. Die mogen dan, zoals de Van Dale primitief definieert: “behoren tot het vroegste stadium van een ontwikkeling,” en: “technisch weinig ontwikkeld zijn.” Ze zijn zeker niet: “gebrekkig, onbeholpen,” de tweede betekenis van primitief. Sterker, ze hebben waarschijnlijk precies die kennis die nodig is om in een dergelijke situatie te overleven.  

Even terzijde. Ik denk dat ik mijn Prikkers toch ook maar eens uitprint op lang houdbaar papier en ze luchtdicht in plastic verpakt in een glazen kist ergens begraaf. Dan heeft die historicus in 2800 toch nog iets. 

Ellian, islamisme en zionisme

Bij Elseviers weekblad een artikel van Afshin Ellian over Trumps vredesplan. Ellian sluit af met de zin: “Zolang de Palestijnen in de greep van het islamisme zijn, komt er geen vrede.” Dat ‘islamisme’ is volgens Ellian: “de werkelijke reden waarom Arafat in 2000 niet akkoord kon gaan met een definitieve vredesovereenkomst.” En daarmee is het voor Ellian duidelijk wie er de oorzaak van is dat er nog steeds geen vrede is: het islamisme en de Palestijnen.

Laten we even teruggaan in de tijd. Nee, niet zover als in mijn vorige Prikker toen ik liet zien dat de strijd tussen de Israëlieten en de Palestijnen een lange voorgeschiedenis kent waarbij ‘verhalen’ een belangrijke rol spelen. Bij een film of in een roman krijg je bijna automatisch sympathie voor de persoon door wiens bril het verhaal is geschreven. In die strijd hebben de Israëlieten het ‘propagandavoordeel’ van de bijbel aan hun zijde. Dat boek vertelt de wereld vanuit hun perspectief. Nee, nu maar iets meer dan honderd jaar en dan zullen we zien dat verhalen en perspectief ook hier centraal staan.

Aan het einde van de negentiende eeuw ontstond het zionisme, de joodse tegenhanger van het islamisme. In A History of the Modern World (editie 1984) typeren de auteurs R.R. Palmer en Joel Colton de negentiende eeuw als een eeuw van toenemende emancipatie en assimilatie (pagina 602): “Science and secularism had the same dissolving effect upon Orthodox Judaism as upon traditional Christianity. … Individual Jews increasingly gave up their old distinctive Jewish way of life.”  Tegen het einde van de negentiende eeuw worden twee trends sterker die deze emancipatie en assimilatie tegenwerken: “ One, a cultural and political nationalism  … The other counter tendency or barrier to assimilation, was the rise of anti-Semitisme.” Die eerste trend kende ook een joodse kant: “… some of whom feared an assimilation that would lead to a loss of Jewish identity and perhaps even the disappearance of Judaism itself.”  Die trend wordt het zionisme. In 1881 vinden er verschillende, door antisemitisme en nationalisme gedreven pogroms plaats in Rusland. Die zetten Leon Pinsker, een arts uit Odessa, ertoe aan om het pamflet Autoemanzipation te schrijven. Samen met anderen richt hij de Vereniging van Zionsvrienden op. Zij eisen een vaderland voor bedreigde joden en streven naar kolonisering van Palestina door joden. Bekender in onze streken is Theodor Herzl. “Appalled by the turbulence of the Dreyfus affair in civilised France, which he observed firsthand as a reporter for a Vienna newspaper, he founded modern, or political, Zionism when he organised a first international Zionist congress at Basel in 1897.”  Zo schrijven Palmer en Colton op pagina 603 en zij vervolgen met het doel van de beweging: “ Zionist hoped to establish a Jewish state in Palestine, in which Jews from all over the world might find refuge, although there had been no independent Jewish state there since ancient times.”  

Land voor jezelf claimen waar je niet woont, is een lastige zaak. Palestina was in die tijd onderdeel van het Osmaanse rijk. Een rijk dat zich op het hoogtepunt uitstrekte van Hongarije en de Balkan tot de steppen van het zuiden van Rusland en van Algerije tot de Perzische golf. Het was daarmee de opvolger van het Oost-Romeinse rijk. Voor de liefhebbers, de serie Ottoman verhaalt over de val van Constantinopel (of Byzantium zoals de stad ook werd genoemd) in 1453. Het laatste stukje van dat Oost-Romeinse rijk. Eind negentiende eeuw was het rijk geen schim meer van zijn vroegere zelf. Nationalistische bewegingen in bijvoorbeeld Servië en Griekenland hadden tot afsplitsingen geleid en de imperialistische machten, de Britten en Fransen, namen delen in hun bezit of onder hun hoede. De Eerste Wereldoorlog betekende de uiteindelijke val van het rijk. Turkse nationalisten onder leiding van Mustapha Kemal stichtten Turkije en Engeland en Frankrijk kregen grote delen van het rijk door de Volkenbond toegewezen als protectoraat. 

In de strijd tegen het Duitse keizerrijk en zijn bondgenoten, waaronder het Osmaanse rijk, zochten de Britten steun in alle hoeken en gaten. Zo ook bij de zionisten. In 1917 stuurde de Britse minister Arthur Balfour een brief naar Lord Rothschild, een prominent Britse zionist, met daarin het volgende: “Harer Majesteits regering staat welwillend tegenover de vestiging van een nationaal huis voor het Joodse volk in Palestina, en zal naar beste vermogen het bereiken van dit doel ondersteunen, waarbij het duidelijk moet zijn dat niets zal worden gedaan dat de burgerlijke en religieuze rechten van bestaande niet-Joodse gemeenschappen in Palestina kan schaden, of de rechten en politieke status die Joden genieten in enig ander land.” Maar ook bij anderen werd steun gezocht, bijvoorbeeld bij Arabieren. Om de Arabieren te stimuleren in opstand te komen tegen de Osmaanse heersers, werd hen onafhankelijkheid toegezegd in een gebied dat ook Palestina omvatte. 

Geen van tweeën werd na de oorlog werkelijkheid. De Britten hadden namelijk nog iets anders afgesproken. Dit keer met de Fransen. Met het Sykes-Picotverdrag hadden de beide imperiale mogendheden het gebied onder zich verdeeld. Tot grote teleurstelling van zowel de zionisten als de Arabieren werden de resten van het Osmaanse rijk uiteindelijk verdeeld als ‘mandaatgebied’ gesanctioneerd door de Volkerenbond. Beide landen waren prominente leden van de Volkerenbond en de enige mogelijke tegenmacht van betekenis, de Verenigde Staten, trok zich meer en meer terug van het wereldtoneel. Palestina viel toe aan de Britten. Doel van het mandaat was het begeleiden van de bevolking naar onafhankelijkheid. Ondanks het niet nakomen van de Britse belofte en waarschijnlijk wel- dankzij de Britse toezegging trokken steeds meer joden naar het nieuwe Britse mandaatgebied Palestina. 

Deze situatie duurde voort tot na de Tweede Wereldoorlog. Toen namen de Verenigde Naties resolutie 181 aan. Het Britse mandaat over Palestina moest worden beëindigd en het land zou worden verdeeld in een onafhankelijke joodse en een onafhankelijke Arabische staat, volgens het opgestelde verdelingsplan. Van de aanwezige leden (landen) stemden er 33 voor, 13 tegen en 10 onthielden zich van stemming. Bij de 13 tegenstanders alle Arabische leden van de VN. Maar helaas de twee supermachten, de Verenigde Staten en de Sovjet Unie stemden voor. De tegenstemmers beriepen zich op een schending van het zelfbeschikkingsrecht, de bevolking van het gebied zou zelf moeten besluiten en niet de VN. Ellian heeft daarmee gelijk als hij beweert dat: “De Joden (…) de resolutie (hebben) aanvaard, de Arabieren hebben haar afgewezen.” Zou dat er misschien ook mee te maken kunnen hebben dat de resolutie de joden iets gaf en de Palestijnen het gevoel gaf dat ze iets verloren? 

Daarop brak een burgeroorlog uit en zo begon de geschiedenis van het Israëlisch-Arabische conflict,” vervolgt Ellian. Een conflict dat via verschillende oorlogen tot de huidige situatie heeft geleid. Verschillende oorlogen, opstanden, bezetting van gebieden, maar ook pogingen om een einde te maken aan het conflict. Dat is tot op heden niet gelukt. Het islamisme, dat Ellian als schuldige aanwijst, doet pas vrij laat haar intrede in het conflict. De PLO van Arafat was vooral panarabisch. Een beweging die is te omschrijven als seculier, socialistisch en antiwesters en was de dominante partij in alle vredesoverleggen tot nu toe. Het islamitische Hamas werd pas in 1988 opgericht en pas in 2007 kwam het in de Gazastrook aan de macht.

Met de PLO werden in 1993 de Akkoorden van Oslo getekend. Een weg naar vrede in het Midden-Oosten. Die weg werd in 2000 abrupt beëindigd. Toen Arafat, zo betoogt Ellian, bang was voor het islamisme. In die periode ondernamen beide betrokken partijen acties die vrede belemmerden. Toen, maar ook daarna nog. Raketten afgeschoten door de ene partij, bombardementen door de andere. De bouw van nederzettingen, gebruik van water, de bouw van een muur, terreur van beide zijden. Maar ook pogingen om het conflict te beëindigen. Pogingen al dan niet gesteund door andere partijen. Andere partijen zoals de Verenigde Staten die, onder leiding van president Clinton,  ’bemiddelden’ tussen beide partijen Maar ook anderen. Zo was er een Saoedisch vredesplan in 2002 dat behelsde dat Israël vrede en normale relaties met de Arabische landen zou krijgen in ruil voor het ongedaan maken van de bezetting die in 1967 begon. Een plan dat door Israël werd afgewezen. 

Het conflict kent, zoals ik hier heb proberen aan te tonen, een lange vooral Europese geschiedenis. Een Europese geschiedenis die is ‘geëxporteerd’ naar het Midden-Oosten. Een lange geschiedenis met vanuit joods perspectief het zionisme, het joodse politieke programma, als belangrijkste drijfveer. Een zeer succesvol programma omdat de doelstelling ervan, een onafhankelijke joodse staat in Palestina, is gerealiseerd. Gerealiseerd ten koste van een groot deel van de oorspronkelijke bewoners van dat gebied, de Palestijnen. Palestijnen van wie het leven op dit moment van alle kanten wordt bemoeilijkt door de Israëlische bezettingspolitiek. Voor wie een  actueel beeld wil krijgen van die politiek, de Israëlische verdediging ervan en de ellendige gevolgen voor de Palestijnen, kijk naar de serie Het Israeël van Heertje en Bromet. Is het niet erg kort door de bocht om het mislukken in 2000 aan alleen de Palestijnen te wijten en hun eventuele ‘angst voor het, van recente datum zijnde, islamisme’?

‘Historische rechten’

“Mij is het altijd een politiek raadsel gebleven waarom een overwegend democratisch Westen liever despotisme en geschiedvervalsing steunt dan een bloeiende democratische rechtsstaat als Israël.” Een zin in een artikel van Ernst Lissauer bij Opiniez. Die geschiedvervalsing is, zo betoogt Lissauer het Palestijnse volk. “De Arabieren – zo’n 70.000 – die in 1948 het VN-mandaatgebied met de naam Palestina ontvluchtten nadat hen door de buurlanden was verteld dat de Joden van de kaart zouden worden geveegd – organiseerden zich met hun nakomelingen in 1964 tot het Palestijnse volk.”  En: “ Met en door die geuzennaam ontwikkelden de Palestijnen het idee dat zij de oorspronkelijke bewoners waren van Brits Palestina (een voor Joden bestemd Brits mandaatgebied) en niet het Joodse volk, dat daar ruim 3000 jaar geleden ontstond.” Lissauer is niet de enige die Palestijnen maar een verzinsel vindt en dat er ‘recht’ moet worden gedaan aan de geschiedenis. Een tijdje geleden schreef ik al over Jan Roos die iets soortgelijks beweerde.

De Palestijnen een verzonnen volk dat het idee ‘verzon’ dat zij de oorspronkelijke bewoners waren. Toen ik dit las moest ik terugdenken aan mijn studie geschiedenis en dan vooral aan de oude geschiedenis gedoseerd door professor Luuk de Blois. Een prachtige docent die samen met Bert van der Spek het boek Een kennismaking met de oude wereld schreef. Het standaardwerk over de Oudheid. 

Zij schrijven over een schok die rond 1200 voor de start van onze jaartelling door de oude wereld ging. Een schok die het machtsevenwicht verstoorde en belangrijke machten zoals Mycene, het Hettitische rijk en de Syrische handelsstad Ugarit ten gronde richtte. Het grote Egyptische rijk wist ter nauwer nood te overleven. Deze schok werd veroorzaakt door de zogenaamde ‘zeevolken’. “Deze kwamen uit de Balkan, trokken door Griekenland en Klein-Azië en bedreigden Egypte.” Zo schrijven de beide auteurs op pagina 35 in mijn editie uit 1983. En ietsjes verder: “Eén van de bekendste van de Zeevolken waren de Filistijnen die zich in het zuidwesten van het naar hen genoemde Palestina hebben gevestigd.” Dus ook al ruim drieduizend jaar geleden waren er al Palestijnen. Precies in de periode dat volgens Lissauer het Joodse volk ontstond.

De herkomst van de Palestijnen is voor de auteurs geen raadsel. Die van het volk van Israël wel. “Het bijbelboek Exodus vertelt verder dat de Israëlieten onder leiding van Mozes uit Egypte wisten te ontsnappen en na een lange woestijnreis in Palestina binnendrongen, steden veroverden en zich daar vestigden.” Zo schrijven De Bois en Van der Spek op pagina 37. Dat zou betekenen dat het huidige Israël het resultaat is van een tweede intocht in Palestina. Nu is het de vraag of het werkelijk zo is gegaan als de bijbel het in Exodus beschrijft. “Theologen en historici hebben begerig gezocht naar vermelding van deze gebeurtenissen in buitenbijbelse bronnen…” maar die zijn niet gevonden. Volgens de auteurs zijn er al ‘rivieren van inkt’ aan deze vraag besteed. “Mogelijk moeten wij denken aan een proces van geleidelijke infiltratie, dat vergelijkbaar is met dat van de vestiging van de Amorieten in Babylonië en de Hyksos in Egypte.” Die Israëlieten streken neer in een gebied waar al mensen woonden en gingen: “een precaire tijd tegemoet in hun strijd tegen de Kanaänitische steden en andere volken die er neersteken.”

Volgens De Blois en Van der Spek hebben juist de Palestijnen bijgedragen aan het ontstaan van het Joodse volk en de hun staatsvorming. Op pagina 38 lezen we: “De Israëlieten leefden tamelijk ongeorganiseerd en verbrokkeld in Palestina en kwamen soms in oorlogstijd tot samenwerking o.l.v. ‘Rechters’. … . Na enige tijd kregen zij, vooral door hun strijd tegen de Filistijnen, behoefte aan een koning. De eerste koning was Saul.” Ook de ‘eeuwige hoofdstad’, Jerusalem, kent een voor Israëlitische geschiedenis. Die stad werd zo rond 1000 voor onze jaartelling veroverd door de Israëlieten. Die werden toen geleid door David. De David die de oude ‘staat’ Israel stichtte.  

Inderdaad leefde het Joodse volk ‘daar’ drieduizend jaar geleden. Ze leefden er echter niet alleen. Nee, er leefden meerdere volken in dat gebied. Volkeren zoals de Kanaänieten en ook de Filistijnen of zoals ze ook bekend staan, de Palestijnen. Toch lastig die ‘historische rechten’. Het enige wat de Israëlieten aan hun zijde hebben, is het ‘verhaal’ in de bijbel dat voor velen de ‘waarheid’ is. Maar zou het met de bijbel niet net zo zijn als met alle ‘verhalen’ over gebeurtenissen in het verleden? Zou de schrijver ervan niet ook de groep waar zijn sympathie ligt er goed uit laten komen?

Anarchisme als unique selling point

Ik had er nog niet van gehoord, maar dat kan, ik weet het wel zeker, aan mij liggen. De ‘swapfiets’. Nu las ik twee artikelen over dit fenomeen. In de Volkskrant kwam de ‘swapfiets’ voor in een artikel van Doortje Smitshuijsen met als titel “Hoe flexibele diensten ons een illusie van vrijheid voorschotelen.” Even later kwam ik het ‘geval’ ook tegen bij Vrij Nederland. Kelli van der Waals schrijft over de ‘leasefiets’ en noemt het consumentisme ten top. Voor een bedrag van € 16,50 per maand mag je een robuuste omafiets gebruiken. Als de fiets kapot is, bijvoorbeeld een lekke band, dan komt iemand die fiets maken of omruilen. Ik moest denken aan Provo.

Provo was een anarchistische protestbeweging die twee jaar heeft bestaan en die werd opgericht in 1965. In haar beginselverklaring stond de volgende zin: “Provo ziet zich voor de keus gesteld: desperaat verzet of lijdzame ondergang. Provo roept op tot verzet waar het kan. Provo ziet in dat het de uiteindelijke verliezer zal zijn, maar de kans deze maatschappij nog eenmaal hartgrondig te provoceren, wil het zich niet laten ontgaan.” Een van de ideeën van de groep was het ‘witte fietsenplan’. Die in collectief eigendom zijnde ‘witte fietsen’ zouden zonder slot in de stad worden geplaatst en iedereen zou ze gratis kunnen gebruiken. Je gebruikt je ‘witte fiets’ om van A naar B te gaan en laat de fiets achter bij B. Iemand anders pakt de fiets weer en rijdt ermee naar C. 

Ik moest hieraan denken omdat de ‘Swapfiets’ een verre ‘nakomeling’ is van de ‘witte fiets’ en dat op meerdere manieren. Zowel de ‘witte’ als de ‘swapfiets’ gaan alleen uit van ‘gebruik’. Kijk zo’n collectieve ‘witte fiets’ die je gratis kunt gebruiken, is natuurlijk fantastisch. Totdat ze allemaal kapot zijn. Want wie plakt de band of legt de ketting er weer op? Dat is bij de ‘swapfiets’ beter geregeld. De fiets is eigendom van ‘swapfiets’ dat voor de reparatie zorgt. Maar ja, dat plakken kost je dan wel een aardig bedrag per maand. Bovendien is die ‘swapfiets’ alleen door de huurder ervan te gebruiken. 

Nu ik het toch over dat bedrag per maand heb. De gebruikers van de ‘Swapfiets’ lijken mij niet al te best in rekenen. € 16,50 per maand is € 198 per jaar. Voor dat bedrag kun je ook eigenaar zijn van die ‘robuuste omafiets’. De dertiende maand en verder kun je dan reserveren voor het eens per jaar door een fietsenmaker laten onderhouden van je ‘stalenros’. Dat kost je tussen de € 35 en € 75 per jaar en verlengt de levensduur van je fietsje. Dat lijkt mij veel goedkoper. Dat stelt het filmpje op de site van Swapfiets, waarin wordt beweerd dat de gewone fietsenmaker behoorlijk ‘overpriced’ is, in een heel ander daglicht. ‘Swapfiets’ lijkt daarmee een prachtig modern bedrijfsconcept. Modern in die zin dat het zich overmatig laat betalen voor mooie praatjes op een ‘kekke’ website en dito app.

Daarmee kom ik op een andere manier waarop de ‘swapfiets’ een verre nakomeling is van de ‘witte fiets’. De ‘witte fiets’ werd en de ‘swapfiets’ wordt aangeprezen als vrijheid.  ‘Swapfiets’ past hiermee in het rijtje Apple, Google, Facebook, Uber etc die naar eigen zeggen, ‘desperaat verzet’ plegen tegen de ‘maatschappelijke orde’. Net als Provo van zichzelf beweerde. Maar daar waar bij Provo het ‘provoceren’ van bestaande orde voorop stond, staat bij deze verre opvolgers het worden van de ‘nieuwe orde’ voorop. Een ‘nieuwe orde’ waarin geld en vooral bovenmatige winst centraal staat. Toch knap van deze op geld en macht beluste bedrijven om van ‘anarchisme’ hun ‘unique selling point’ te maken.

Drugs en Pandora’s doos

Deze week probeerde D66 de discussie over de legalisering van drugs nieuw leven in te blazen. In de Volkskrant een interview met drugsonderzoeker Jon Caulkins. Volgens Caulkins is het niet eerlijk: “om alleen de nadelen van huidig beleid te vergelijken met de gehoopte voordelen van ander beleid.” Caulkins heeft een punt dat voor een eerlijke afweging alle voor-, en nadelen tegen elkaar moeten worden afgewogen. Maar hoe ‘eerlijk’ is hij zelf?

Bij legalisering van drugs wordt volgens Caulkins een doos van Pandora gesloten, de doos van de drugscriminaliteit en de ellende die hierdoor wordt veroorzaakt. Maar er wordt een andere doos van Pandora geopend: “legaliseren (leidt) tot minder geweld, maar meer verslaafden. … meer mensen kruipen bijvoorbeeld doorgesnoven achter het stuur of slaan hun geliefde in elkaar.” En als legalisering tot meer verslaafden leidt? Dan: “is legalisering na invoering nauwelijks terug te draaien.” Als dat je wel lukt dan is handhaving: “een grotere nachtmerrie (…) dan ooit: de drugsmaffia maakt weer de dienst uit, maar nu met een veel grotere clientèle.” Caulkins zal, als drugsonderzoeker, weten dat zijn tweede doos van Pandora al lang geopend is. Ondanks het illegale karakter ervan worden drugs ook nu gebruikt. Ook nu al treft de politie bij controles ‘doorgesnoven’ mensen achter het stuur aan. 

Volgens Caulkins is: “Sinister aan legalisering (…) dat het leeuwendeel van de consumptiegroei zou komen door probleemgebruikers. …Een pleidooi voor coke-legalisering zou vooral steunen op matige ‘snuifduiven’, maar zij zijn slechts dekmantels voor de veel profijtelijkere probleemgebruikers. Een legale drugsindustrie zou een grote financiële prikkel hebben om mensen verslaafd te maken en te houden.” Dat grote deel van die potentiële probleemgebruikers, is waarschijnlijk ook nu al probleemgebruiker en dus ook nu al de grote afnemer van drugs. 

Dan de prikkel om mensen te laten gebruiken en liefst zoveel mogelijk. Als we kijken naar de tabaksindustrie dan zien we inderdaad een prikkel om mensen verslaafd te houden. Iets waar ook reclame voor alcohol en tabak een flinke steen aan bijdragen. Alleen doet Caulkins het voorkomen alsof die prikkel er nu niet is. Inderdaad is er geen tv-reclame voor bijvoorbeeld cocaïne of xtc. Dat wil niet zeggen dat de illegale industrie mensen niet probeert te prikkelen tot gebruik.

Nu we het toch over prikkelen tot gebruik hebben. De ervaringen met tabak en alcohol laten zien dat de mens ook te sturen is in het niet gebruiken van genotsmiddelen. Te sturen via voorlichting aan de ene, en accijnzen aan de andere kant. Zo herinner ik me als ‘blaag’ van een jaar of tien de verjaardagen van mijn ouders. Sigaretten en sigaren werden op tafel gezet voordat het bezoek kwam. Vervolgens kwamen de ‘ooms en tantes’ met hun kinderen. Wij gingen met die kinderen buiten verstoppertje spelen of blokjesvoetballen. Als we na een uurtje dorst hadden liepen we de kamer in en dan zagen we in het bovenste deel van die kamer een wolk van rook. Een wolk die naarmate het feest vorderde steeds dichter bij de vloer kwam. Tegenwoordig staan er geen rookwaren meer op tafel. Sterker nog, er rookt niemand meer. Met alcohol gaat het ook die kant op. Tegenwoordig slaat zelfs 007 (Daniel Craig) in een reclame van een groot bierconcern zijn martini af voor 0,0 met de woorden ‘ik ben aan het werk’. 

Om in Caulkins ‘dozen van Pandora’ metafoor te blijven. Beide dozen zijn geopend. Legalisering sluit de ‘criminaliteitsdoos’. Als we kijken naar de ‘gebruikersgewelds- en verslavingsrisico’s doos’,  dan biedt legalisering mogelijkheden om juist die doos beheersbaar te krijgen en te houden.

Mens en (huis)dier of dier en (huis)mens

Bij ons in huis lopen twee katten rond. Pixel en Byte noemen we ze. Of ze zichzelf zo noemen, weet ik niet. Die katten hebben hun eigen ‘deursleutel’ waardoor ze in en uit kunnen lopen al naar gelang ze willen. Tot afgrijzen van mijn partner komen ze af en toe met een muis of een vogel, of delen ervan, binnen. Iedere morgen als ik opsta, verwelkomen ze mij. Nou ja verwelkomen, het lijkt er meer op dat ze me verwijtend aankijken. Zoiets van: ‘nou schiet eens op en vul mijn etensbak!’ Als ik wil dat er eentje lekker bij mij komt liggen, kijkt die kat me aan met een blik die uitstraalt: ‘wat moet jij dan?’ Nee, ze gaan rustig hun eigen gangetje en ze ‘gedogen’ ons in hun leven.

Ik moest hieraan denken bij het lezen van de ingezonden brief van Yoeri Boesveld in de Volkskrant. Boesveld reageert op een eerder artikel waarin paardensport een onverantwoorde hobby wordt genoemd omdat het gebruik van paarden ethisch niet kan. Boesveld vult aan: “Maar waarom je beperken tot de paardensport? Katten, honden, kippen, varkens, koeien, lama’s, allen worden ze op een of andere manier door de mens gebruikt, wij bepalen volledig hun leven. En geen enkel dier heeft hiervoor gekozen.” Inderdaad hebben Pixel en Byte er niet voor gekozen om bij ons te wonen. Wij hebben hen in ons huis genomen. De eigen ‘deursleutel’ biedt hen wel de mogelijkheid om zelf te kiezen en ze kiezen ervoor om te blijven. Ik weet niet of deze redenering zoals Boesveld betoogt een: “ poging (is)  dit (het hebben van een huisdier) goed te praten door te zeggen hoe goed deze dieren het hebben.”

Na het lezen van de brief van Boesveld stelde ik mezelf de vraag of er niet teveel vanuit de mens wordt geredeneerd? In gedachten ging ik terug naar de eerste keer dat mens en dier samen optrokken. Naar het eerste dier dat de mens vergezelde of was het de eerste mens die een dier vergezelde? Welke van de twee het was, weet ik niet. Ik was er niet bij. Ik vroeg me af of het samenleven niet ten voordele van zowel mens als dier zou kunnen zijn ontstaan? Die eerste kat kon profiteren van de resten voedsel die de mens  verspilde. Of wellicht van de muizen die het aantrok. En de mens profiteerde dan weer van de bescherming tegen muizen. Die eerste hond at van de resten voedsel die de mens verspilde of niet nodig had en die het territorium bewaakte en waarschuwde tegen naderend gevaar. Het rund dat door de mens werd beschermd tegen roofdieren en de mens die profiteerde van de mest en de melk. Wie koos er en wie gebruikte er wie? De mens het dier of het dier de mens?

Even terug naar Pixel en Byte. Ze hebben er, zoals gezegd, niet voor gekozen om bij ons te wonen. Als ik ze nu in hun kattenhangmat zie liggen, een hangmat die aan een radiator hangt, dan kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat ze het wel prettig vinden. Die indruk zie ik iedere dag weer bevestigd omdat ze er, ondanks dat ze kunnen gaan en staan waar ze willen, toch voor kiezen om mij ’s morgens verwijtend aan te kijken omdat ik hun eten niet snel genoeg in hun bakje doe. Zijn zij mijn ‘huisdier’ of ben ik hun ‘huismens’?

Kruitdampen in het hoofd

  In mijn vorige Prikker schreef ik over de vergelijking tussen drugs en vuurwerk van Wouter Roorda. Ik concludeerde dat die vergelijking mank ging. Vandaag nogmaals het thema vuurwerk. Dit naar aanleiding van een bijzonder betoog van Sid Lukkassen bij TPO. Volgens Lukkassen kunnen we zonder ‘vuurwerkvrijheid’ niet bestaan. “Vuurwerkvrijheid is existentieel,” schrijft hij. Dat lijkt me bijzonder. De mensheid geeft immers millennia lang goed kunnen bestaan zonder vuurwerk. Overdrijven is een kunst en het lijkt alsof Lukkassen er meester in is. Laten we zijn betoog eens volgen.

Bron: Pixabay

Vuurwerk is existentieel om drie redenen. “Ten eerste, alles wegreguleren wat jongens en mannen leuk en spannend vinden. Ten tweede worden we een norse brompotsamenleving die geen spektakel en risico’s meer aandurft: dit komt neer op het uitdoven van de levensfelheid. Ten derde, we noemen het beestje niet bij de naam – namelijk de specifieke overlastgevende groepen waar het in de kern om draait – maar spreken in termen van een algemeen verbod. Dit is niet alleen laf en een teken van karakterzwakte: het wijst op een regelmanie waarbij de goeden onder de kwaden lijden.” 

Om met dat laatste te beginnen. Lukkassen ziet twee groepen. Aan de ene kant de ‘goede vuurwerk afsteker’ en aan de andere kant de groepen die door middel van vuurwerk overlast bezorgen. Hij lijkt een groep te vergeten en dat zijn mensen die geen vuurwerk afsteken. Dit is geen homogene groep van alleen maar ‘tegenstanders’ van  vuurwerk. Die zullen er zeker ook en misschien zelfs wel veel, bij zitten. Nee, die groep bevat ook mensen die het niets kan schelen of het al dan niet verboden is en mensen die er zelf niets aan vinden maar die anderen het plezier wel gunnen. Dit is de groep die geen vuurwerk koopt, die wel belasting betaalt voor handhaving en het opruimen van de troep en die wellicht een hogere zorgpremie moet betalen om de schade door vuurwerk te vergoeden. Een verbod op vuurwerk treft deze groep niet. Een verbod treft alleen de andere twee groepen. Om dan te concluderen dat bij een verbod de goeden onder de kwaden lijden, is nogal een bewering. Of hoort deze groep niet bij de ‘goeden’?

Volgens Lukkassen is het: “hoe dan ook idioot om ook maar te overwegen ons eigen volksfeest af te schaffen, omdat er groepen zijn die zich kennelijk niet in de hand kunnen houden en we niet in staat blijken hen te bedwingen.” Maar beste meneer Lukkassen, de viering van de jaarswisseling wordt niet afgeschaft. Dat is het feest dat er wordt gevierd, niet ‘het afsteken van vuurwerk’. Een deel van de Nederlanders ‘viert’ dit door vuurwerk af te steken en ander deel viert op een andere manier met bijvoorbeeld een oudjaarsconference, een oliebol en een glaasje champagne. Of door gezellig met familie en/of vrienden bijeen te komen. 

(V)uurwerk verbroedert alle lagen en klassen van de samenleving. In mijn jeugd was het vuurwerk een van de weinige momenten waarop de allochtone en autochtone jeugd samen optrok.” Om even terug te gaan naar mijn jeugd. In de jaren zeventig van de vorige eeuw was ‘sintermerte’ een belangrijke gebeurtenis in mijn geboortedorp Velden. Na het verstrijken van de zomervakantie, die leek vroeger ‘eeuwig’ te duren, begonnen we met het verzamelen van dode takken uit de bossen die op een hoop werden gegooid. Na verloop van tijd kwamen daar pallets bij aangeleverd door een transportbedrijf van een van de ouders. En, nu helemaal niet meer voor te stellen, autobanden. Wij waren niet de enigen. Bij iedere boerderij en in iedere buurt, bouwde de jeugd een hoop. Een hoop die dan op de 10e november werd opgestookt. Die hoop verbroederde iedereen die eraan meebouwde en zorgde voor rivaliteit tussen de verschillende groepen. ‘Onze’ hoop moet het grootste worden, het laatste worden aangestookt en liefst ook het langste branden. Sommigen gingen de strijd ‘oneerlijk’ aan door spullen bij een andere hoop weg te halen. En soms werd een rivaliserende hoop zelfs een dag eerder al in brand gezet. Dat is nu verleden tijd. De jeugd in het dorp kent de traditie niet meer. Maar ik dwaal af. Vuurwerk afsteken, en ook andere van dergelijke activiteiten, zoals sintermerte, kunnen inderdaad verbroederen. Ze ‘verbroederen’ vooral binnen eigen groepen en wakkeren rivaliteit aan met hen die daar niet bijhoren. Net zoals sport, muziek en cultuur verbroederen maar ook kunnen aanzetten tot rivaliteit. Trouwens ook criminaliteit verbroedert. Dat iets ‘verbroedert’ is geen reden om het ‘heilig’ te verklaren.

Lukkassen: “Je moet natuurlijk veilig omgaan met vuurwerk en bijvoorbeeld een vuurwerkbril dragen. Maar sluipenderwijs en in de greep van angst voor risico’s zijn we alles aan het verbieden. Totdat er niets leuks overblijft.” Is angst werkelijk een van de redenen om voor een vuurwerkverbod te pleiten? Dat iemand zijn oog kwijtraakt of een halve hand vanwege verkeerd gebruik van vuurwerk, is voor een enkeling een reden om voor een vuurwerkverbod te pleiten. De schade aan het oog, de hand, de auto of het huis van een ander is echter een veel belangrijkere reden. De schade en overlast die de groep die zelf niets met vuurwerk heeft, is het argument voor een verbod. Een, zoals ik gisteren ook al aangaf, heel liberaal argument om rechten van mensen in te perken. Al lijken de huidige ‘liberalen’ daar heel anders over te denken.  

Lukkassen haalt VVD-voorman Dijkhoff aan: “Fatsoenlijke vuurwerkliefhebbers ergeren zich ook kapot aan het tuig dat oud & nieuw elk jaar weer verpest, maar dreigen met een totaalverbod zelf gestraft te worden. Terwijl ze niets verkeerd doen. Zij vragen zich af waarom politici hun brave in Nederland gekochte sierpotten willen verbieden, terwijl net over de grens veel zwaarder spul gewoon in de winkels ligt.” Tja, die grens waarachter grotere ellende te koop is. Nu wil het geval dat de regels voor vuurwerk in onze buurlanden niet zoveel afwijken van de Nederlandse. Ook daar mag een particulier alleen f1 en f2 vuurwerk kopen en is het aan de verkoper om de leeftijd te controleren. Wat verder over de grens, via het Web, is veel meer te verkrijgen en is het toezicht afwezig of beperkt.

Vanwege dat ‘buitenland’ is een totaalverbod zinloos, zo betoogt Lukkassen en haalt CDA-kamerlid Chris van Dam aan: “Dat is niet te handhaven.” Het lijkt mij dat een totaalverbod makkelijker is te handhaven dan de huidige situatie. Nu hebben we legaal en illegaal vuurwerk. Ook zijn er tijden waarop het mag en tijden waarop niet. En, hoe toon je aan dat de ‘knal’ afkomstig was van illegaal vuurwerk? Bij een totaalverbod is immers iedere ‘knal’ of ‘pijl’ strafbaar. Dat lijkt mij stukken eenvoudiger te handhaven. 

Bron: PXhere

Nog bonter wordt het als Lukkassen VVD-burgemeester Antoinette Laan-Geselschap aanhaalt: “Dat er problemen zijn, ligt niet aan het vuurwerk, maar aan het gedrag van mensen. Een landelijk verbod is een te draconische maatregel. Het gedrag van een aantal klojo’s moet niet de maatstaf worden.” Woorden die zo afkomstig zouden kunnen zijn van Wayne LaPierre, de voormalig voorzitter van de Amerikaanse National Rifle Association: ‘geweren doden geen mensen, mensen doden mensen.’ Waarom dan niet meteen een pleidooi om alles toe te staan? Dat iemand wellicht een tankgranaat naar het Binnenhof schiet maakt toch nog niet dat de goedwillende ik niet meer in mijn M1 Abrams tank mag rijden! 

“Het is een reflex geworden om bij alles wat er misgaat de staat ter verantwoording te roepen en te pleiten voor een verbod. Dit is een zieke ontwikkeling die aantoont dat de sociale cohesie wegvalt en we er niet meer samen uitkomen: mensen ontwikkelen een afwachtende en staatsaanhankelijke basishouding.” Een wel heel bijzondere manier van redeneren. De overheid is juist het medium dat maakt dat we er samen uitkomen. De overheid is namelijk van de samenleving en is aan zet als de vrijheid van de een tegen de schade van de ander moet worden afgewogen. En de vrijheid van Lukkassen om rotjes af te steken, moet worden afgewogen tegen de overlast en de beperking van de keuze vrijheid van de tegenstander van vuurwerk. Want ja, het afsteken van vuurwerk kan de vrijheid van anderen beperken. Als mensen niet meer de straat op durven omdat ze als de dood zijn voor vuurwerk, dan beperkt Lukkassens recht om een rotje af te steken, de vrijheid van een ander. De overheid is er om juist dan de zaken tegen elkaar af te wegen.

Lukkassen vervolgt zijn betoog: “Ook de gedachte dat het volk zomaar bij kruit kan is voor de elite een beangstigende gedachte, zeker nu ze merken dat hun beleid steeds minder populair is. Mede hierom willen sommige bestuurders ervan af. Juist dit is een reden – voor wie wil dat het volk uiteindelijk de baas is in een land en niet een technocratische regentenklasse – om vóór vuurwerk te zijn.” En daar is ze weer; de tegenstelling tussen volk en elite. Alleen lijkt het alsof ‘het volk’ alleen maar bestaat uit ‘afstekers van vuurwerk’. Tegenstanders van vuurwerk behoren bij de ’elite’. Als we trouwens wat beter lezen, pleit Lukkassen dan voor het inzetten van ‘kruit’ om ‘minder populair beleid’ omver te ‘knallen’? Want zegt hij niet dat de toegang tot vuurwerk moet blijven om het volk de mogelijkheid te geven om het beleid van de ‘elite’ tegen te kunnen gaan?

Lukkassen sluit af met een advies: “als je huisdieren last hebben van vuurwerk, neem ze dan mee naar een vuurwerkvrije camping, of breng ze naar een opvang speciaal hiervoor. Ook dit is weer business voor kleine ondernemers.” Dus om u uw pleziertje te gunnen, moeten anderen extra kosten maken? En dat is volgens u niet erg want dat is ‘business voor kleine ondernemers’. Even terug naar de vrijheid van de een en de overlast voor de ander. Beste meneer Lukkassen, bent u bereid om de kosten voor die camping of die dierenopvang voor die mensen te betalen? U zult het toch vast niet erg vinden om de extra kosten die de dierenbezitters moeten maken, te vergoeden? Het is immers ‘business voor kleine ondernemers’? En dan nog vraagt u iets bijzonders van deze mensen. U vraagt hen namelijk om hun viering van het feest van de jaarwisseling aan te passen aan uw ‘vuurwerkplezier.’

Zou Lukkassen last hebben van kruitdampen in het hoofd?

Tijd voor andere verhalen

‘Reageer niet op die man. Hij is de aandacht niet waard.’ Dat advies krijg ik steevast als ik weer eens reageer op iets wat Jan Roos schrijft. Roos de man die ‘bekend’ werd als ‘etterbal met de roze microfoon’ van Powned. En die definitief doorbrak als ‘Peppi’ in zijn strijd tegen het associatieverdrag met de Oekraïne. Of was het ‘Kokki’? Toch reageer ik steeds als Roos iets schrijft wat daartoe aanleiding geeft. Zo ook deze keer weer. “Links is ook erg pro-Palestijnen, maar weten van de ontstaansgeschiedenis van dit verzonnen volk en hun verzonnen land niets af.” Aldus Roos bij De Dagelijkse Standaard.

Aurora Borealis. Bron: WikipediaCommons

Ik reageer hierop niet omdat wat Roos hier beweert onzin is. Ik weet niet of links erg ‘pro Palestijnen is’ en of het niets afweet van de geschiedenis van de Palestijnen en hun land. Daar gaat het mij ook niet om. Het gaat mij om ‘verzonnen volk en verzonnen land’. Niet dat Roos hier iets schrijft wat aperte apekool is. Waarom dan toch in de pen geklommen? Omdat Roos de Palestijnen afzet tegen andere landen en volken en het doet voorkomen of die landen en hun volken niet zijn ‘verzonnen’. En dat is wel aperte apekool. Alle landen, alle volken en ook alle religies zijn verzonnen. Het ene wat eerder dan het andere, maar verzonnen zijn ze allemaal.

Nederland? In eerste aanleg verzonnen tijdens het Weens congres in 1814 en daarna, in 1831, nog wat gedecimeerd. Ik schreef er al eerder over. Het ‘volk’ bestond niet, dat is verzonnen. Gecreëerd door selectief in het verleden te winkelen en daaruit die gebeurtenissen te pakken waarop je ‘trots’ kunt zijn. Israel? In 1948 ontstaan. De Joodse claim op dat gebied als het hen ‘beloofde land’? Een verhaal gelardeerd met her en der een historische gebeurtenis die er een ‘logisch geheel’ van moeten maken. Een verhaal om een groep mensen te binden. Religie? Verhalen die een deel van de mensen nodig hebben om te kunnen omgaan met het zelf-bewustzijn. Met dat je realiseert dat het leven, ook het jouwe, eindig is. Maar ook als verhalen dat groepen mensen met elkaar verbindt. Verhalen die maken dat mensen zeggen: ‘wij horen bij elkaar’. Iets wat wordt beaamd door anderen die er niet bijhoren.

Verhalen in welke vorm (volk, land, religie) dan ook, spelen een belangrijke rol in het leven van de mens. Verhalen die mensen binden en ze deel uit laten maken van een groter geheel. De andere kant van de medaille is dat dezelfde verhalen ook mensen uitsluiten. Die horen niet bij dat grotere geheel.

Bij verhalen moet ik denken aan 21 Lessen voor de 21ste eeuw. Een boek van Yuval Noah Harari. In hoofdstuk 20 bespreekt hij de plek die verhalen innemen in het leven van de mensen. Dat hoofdstuk heeft als titel Het leven is geen verhaal.  Aan het einde van dat hoofdstuk (pagina 374) schrijft Harari: “Pas op als politici in mythische bewoordingen gaan spreken. Dat kan namelijk een poging zijn om het echte leed te gaan verhullen en rechtvaardigen door het te verpakken in moeilijke, onbegrijpelijke termen. Wees vooral op je hoede voor de volgende vier woorden: opoffering, eeuwigheid, zuiverheid en verlossing. Als je een van die woorden hoort, sla dan meteen alarm. En als je toevallig in een land woont waarvan de leider regelmatig dingen zegt als: ‘Hun offer zal de zuiverheid van onze eeuwige natie waarborgen en ons naar de verlossing leiden’, besef dan dat je een groot probleem hebt.”

De laatste jaren spreken steeds meer politici in mythische bewoordingen. Horen we de woorden ’opoffering, eeuwigheid, zuiverheid en verlossing’ en hun synoniemen steeds vaker. Neem de ‘VOC mentaliteit’ van Balkenende, de ‘boreale toespraak’ van Baudet in Nederland. Een Amerikaanse president die ‘America’ weer ‘Great’ wil maken en zichzelf in superlatieven veren in zijn reet steekt. Alles wat hij doet is ‘greatest ever’ en wat anderen doen is ‘worst ever’. Een manier van denken die ook aanwezig is bij Khamenei, Poetin, Erdogan en Xi Jinping. Harari adviseert: “Als je een beetje bij je verstand wilt blijven, moet je altijd proberen zulke lulkoek te vertalen naar de werkelijkheid: een soldaat die het uitschreeuwt van pijn, een vrouw die geslagen en aangerand wordt, een kind dat beeft van angst.”  

Tijd voor andere verhalen!

Terroristen, Soleimani en Trump

Afgelopen maandag keek ik weer eens naar De Wereld Draait Door. De dood van de Iraanse generaal Soleimani werd uitgebreid besproken. In dat gesprek viel mij iets op. Iets wat in alle berichtgeving over deze zaak opvalt. Wat mij opviel? De onevenwichtigheid in woordgebruik waarmee er wordt gesproken.

Bron: cosmoschronicle.com

Een voorbeeld. Generaal Soleimani wordt met alle gemak ‘in en in slecht’ neer gezet. Hij is een ‘terrorist’ en het ‘meesterbrein’ achter veel terroristische aanslagen. Als we kijken wat er is gebeurd dan zien we een daad van terreur uitgevoerd in opdracht van de president van de Verenigde Staten. Terreur is volgens de Van Dale: “georganiseerd politiek geweld.” Een vorm van terrorisme dus. Dat is, volgens dezelfde Van Dale: “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur.” Er wordt een generaal van het Iraanse leger vermoord of geliquideerd want een andere benaming is er niet voor het doden van iemand zonder dat er een rechter aan te pas is gekomen. Een moord die is bedoeld om een regering en/of een bevolking onder druk te zetten. In dit geval zelfs twee regeringen, die van Iran en Irak. En misschien zelfs drie bevolkingen, naast het Iraanse en Iraakse ook het Amerikaanse. Met andere woorden: georganiseerd politiek geweld. Ik hoor niemand die de Amerikaanse actie bestempelt als terrorisme. Als er met medeweten en medewerking van Irak was geprobeerd om Soleimani te arresteren om hem voor de rechter te brengen en hij was gedood omdat hij zich hier gewelddadig tegen verzet had, dan was het een ander verhaal.

Sterker nog, in een ander televisieprogramma, het nieuwe programma Op1 horen we de Nederlandse minister van defensie Bijleveld verklaren dat ze ‘er begrip voor heeft dat de liquidatie is gebeurd.’ Een Nederlandse minister die begrip heeft voor terreur, voor een terroristische daad geïnitieerd door de Amerikaanse president! Dit terwijl de Nederlandse regering, zo is in artikel 90 van de Nederlandse Grondwet vastgelegd, de ontwikkeling van de  internationale rechtsorde  moet bevorderen. Als ‘begrip hebben’ voor een liquidatie door een land (de Verenigde Staten)van een regeringsfunctionaris van een ander land (Iran) op het grondgebied van een derde land (Irak) zonder medeweten en goedkeuring van dat derde land de ‘ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert’, wat is die ‘internationale rechtsorde’ dan anders dan het recht van de sterkste? Als de Nederlandse regering de grondwet serieus neemt dan zou ze de Amerikaanse president aanspreken op het schenden van de international rechtsorde. Dan zou ze schande spreken van deze terreur daad. Jammer, want hierdoor komt onze rechtstaat en democratie in een verkeerd daglicht te staan en verzwakken we onze kracht. 

Er is meer onevenwichtigheid.  Die Soleimani was geen heilig boontje. Hij zal best verantwoordelijk zijn voor de nodige doden in Iran en erbuiten. Dat zijn de huidige Amerikaanse president en zijn voorgangers ook. Zo startte zijn voorganger Bush op onrechtmatige gronden en met leugens als onderbouwing een oorlog tegen Irak. Een oorlog met zeer veel doden tot gevolg. Een oorlog die aan de basis ligt van de huidige chaos in Irak. Als dat maakt dat Soleimani ‘terrorist’ mag worden genoemd, hoe moeten we Trump en zijn voorgangers dan bestempelen?

Ja, Iran probeert zijn invloed in de omringende landen te vergroten en er bevriende mensen aan de macht te krijgen. Hierin speelde Soleimani een belangrijke rol. Als we de huidige berichten mogen geloven dan was hij het meesterbrein eracht. Hij zou zelfs achter de oprichting van Hezbollah en Hamas zitten. Dat lijkt me wel erg veel eer voor de man. Dat Iran zich‘bemoeit’ met de ‘binnenlandse aangelegenheden’ in andere landen staat buiten kijf. Bijvoorbeeld Libanon, Syrië, Irak en Jemen. Maar waarin verschilt het land daarin van Rusland, de Verenigde Staten, Saoedi -Arabië, Turkije en zelfs Nederland? Je ‘bemoeien’ met andere landen en daar je ‘invloed’ vergroten is het streven van de buitenlandse politiek van alle landen. En bij dat streven worden ook wel eens groepen in een land gesteund die op minder goede voet staan met de regering van dat land.  Zo heeft Orban van Hongarije warme banden met Wilders. Waarom zou Iran geen buitenlandse politiek bedrijven en de Verenigde Staten en alle andere landen wel?

‘Feestzaal Nederland’

Volgens Constanteyn Roelofs gaat het slecht met de traditie. Bij Elsevier schrijft hij: “Over de nationale mythes hoeven we het niet eens te hebben: een systeembombardement van postmoderne ideologen heeft verklaard dat alles wat waarde, structuur en zingeving geeft racistisch, koloniaal, imperialistisch en seksistisch is.” In zijn artikel maakt Roelofs zich zorgen over die tradities maar vooral over het conservatisme. Conservatisme is: “het behouden, doorgeven en versterken van deze elementen.” Gevolg hiervan: “Nederlanders zijn eenzamer dan ooit, in toenemende mate ongeletterd en hoewel de bevolking hoger is opgeleid dan ooit leest niemand meer een boek.” En dat conservatisme hangt in de touwen. Dit terwijl het conservatieve verhaal nodig is: “het liberalisme vertelt maar het halve verhaal, namelijk dat van vrijheid en economie, maar niet van de zaken die een natie bindt.”

Jocushaan. Bron Wikipedia

Nu is er net een nieuw jaar begonnen. De dagen lengen weer en we kunnen verlangend uitkijken naar wat er komen gaat. In de Volkskrant schrijft Iñaki Oñorbe Genovesi over de stortvloed aan themadagen die het jaar 2020 ons te bieden heeft. Zo er een Internationale Herdenkingsdag van de Slachtoffers van Slavernij en de trans-Atlantische Slavenhandel. Goed dat we hier aandacht aan besteden al vraag ik me wel af waarom de trans-Atlantische slavenhandel apart wordt genoemd? Dan lijkt het alsof er slaven en slaven waren. Ik zou liever aandacht besteden aan hedendaagse slavernij. Want, ondanks dat slavernij in de hele wereld is afgeschaft, zijn er nog zo’n 21 miljoen slaven. Tenminste, dat las ik in het boek Het kwaad van Julia Shaw. Daarin las ik ook dat een slaaf tegenwoordig zo’n $ 90 kost en zijn eigenaar gemiddeld  $ 36.000 oplevert. Dan hebben we meteen ook de reden waarom slavernij nog bestaat. Naast nuttige zaken om aandacht aan te besteden zijn er ook volkomen nutteloze zaken die met een dag worden ‘gevierd’. Neem Wereld Nutelladag (5 februari) of de dag van de komkommer (1 juli). 

Bij verlangend vooruit kijken denk ik echter meer aan Vastelaovend en het Venlose Zomerparkfeest. Gebeurtenissen die een jaar kleur en vooral vaste ankerpunten geven. Je verheugt je erop. Nadeel van dat ‘verlangen’ is dat de tijd er sneller door lijkt te gaan. Twee gebeurtenissen die mij en met mij vele andere mensen ‘waarde, structuur en zingeving’ bieden. Het Zomerparkfeest sinds 1977. De Vastelaovend wordt al heel lang gevierd. Als we ‘osse Venlose Jocus’ mogen geloven werd het al 1349 gevierd. Het is dus al eeuwen oud.

Geen ‘nationale myhen’ want de feesten worden niet in het gehele land gevierd. Bovendien zou ‘nationale mythe’ geen juiste benaming zijn voor Vastelaovend omdat de ‘mythe’ ruim aan de ‘natie’ vooraf ging. Nu is dat laatste niet uitzonderlijk. Veel tradities die binnen een natie worden gevierd, zijn ouder dan de natie. Naties zijn trouwens niet de enigen die deze ‘techniek’ gebruiken. Het christendom is groot geworden door deze ‘culturele toe-eigening’ avant la lettre. Zo is de kerstboom die we nu weer het huis uit kieperen, overgenomen van de Germanen en Romeinen. “De groene boom kondigde ook de nieuwe lente aan, een tijd van bloei. Daarom zetten de Germanen tijdens de midwinternacht, de kortste dag van het jaar, een groene boom neer. Vaak in het midden van het dorp. Deze werd dan versierd met appeltjes en andere attributen, die het begin van een nieuw seizoen aanduidden.” Zo is te lezen op de site Historiek. Of neem de naamdagen van katholieke heiligen die ‘toevallig’ samenvielen met een ‘heidens feest’. Dat maakte het accepteren van het geloof wat makkelijker.

Als er iets bijzonder is aan ‘tradities’ dan zijn het wel de ontwikkelingen die ze door maken. Een traditie die zich niet aanpast, is gedoemd te verdwijnen. Neem de Vastelaovend. Die is in de basis nog steeds hetzelfde maar als er niets aan was veranderd, toegevoegd dan was uitgekomen wat in het liedje 2011 uit 1998 werd bezongen: “2011 – Ik bin de nieje prins, ik bin de ganse raod. D’n optoch bin ik ouk, en staon ik langs de straot, dan speul ik muzikant en bin ik mien publiek. Ik lach en böëk as kloon, det mak mich gans allein uniek. 2011, Vastelaovend bin ik zelf.” Het lied werd geschreven in een tijd dat de traditie werd ‘bedreigd’. De schrijver vreesde dat hij in 2011 de enige was die nog Vastelaovend viert.- Daarvan is nu geen sprake meer, de traditie heeft zich vernieuwd zonder het oude te verwerpen. Nieuwe activiteiten waarvan het lijkt alsof ze al ‘eeuwen’ worden gevierd, hebben hun plek gekregen. De muziek vernieuwde zich naar de smaak van de jeugd zonder oude helden als de vorig jaar overleden Sjraar Peetjens te vergeten. We zullen hem zondag 23 februari 2020 missen. Dan verzamelen we ons weer bij Motown om te luisteren naar, maar vooral mee te zingen (of wat daarvoor door moet gaan) met Minsekinder. 

En ja, alle verwijten: “racistisch, koloniaal, imperialistisch en seksistisch” worden ook over deze traditie uitgestort. Die begrijpen echter de kern van de Vasteloavend niet. Twee jaar geleden liep er een hele reeks ‘prinsessen’ mee in de optocht. Zij vonden het tijd worden voor een ‘prinses’ als leider van de de Venlose Vasteloavend. Dan kun je twee dingen doen. Je proberen ‘in te vechten’ om de woorden van premier Rutte aan te halen. Dan zou het kunnen dat je op weerstand stuit. De tweede optie is veel eenvoudiger. Niets weerhoudt hen ervan om een ‘prinses’ uit te roepen en zo de traditie uit te breiden en te vernieuwen. De deelname van de groep prinsessen zou hier een eerste stap in kunnen zijn. Het ‘nieuwe’ en het ‘oude’ zullen zich dan tot elkaar moeten verhouden en dat zal de traditie verrijken.

Het Zomerparkfeest laat zien dat “de xtc-festivals van de D66-liberalen van nu,” uit kunnen groeien tot veel meer dan dat. Het is een evenement van verbroedering en ‘samen’. De hele zaak draait op vrijwilligers en laat zien wat je door samen te werken kunt bereiken. Begonnen als een klein feestje in de Heutszstraat. Ja ook in Venlo is een straat vernoemd naar Heutsz. Het feest verhuisde al snel naar het Julianapark alwaar wat ‘obscure’ bandjes ‘herrie’ maakten op een oplegger. De woorden ‘obscuur’ en ‘herrie’ werden gebezigd door het overgrote deel van de ‘Venlonaere’. Die moesten in de beginjaren niets hebben van dat feest voor ‘hanenkammen’ en ‘losgeslagen’ jeugdigen. Inmiddels is het niet meer weg te denken en zal het park vanaf 13 augustus 2020 weer vier dagen volstromen en zal ‘jong en oud’ genieten van muziek, dans, theater, literatuur, film en natuurlijk een hapje en een drankje. Maar vooral genieten van elkaar omdat we elkaar weer zullen ontmoeten. Ik verheug me al op de zondag onder die grote boom aan die tafel met vrienden. In die veertig jaar heeft het Zomerparkfeest zich ontwikkeld tot een ‘traditie’ die Venlo (ver)bindt. Van een ‘xtc-festival van D66-liberalen’ naar iets van en voor iedereen.

Zomerparkfeest 2016. Eigen foto

Tradities beginnen ergens en ontwikkelen zich of ze worden vergeten. Ze behouden dat wat goed wordt gevonden, hun kern, want die vervult een behoefte. Ze passen hun ‘uiterlijk vertoon’ aan aan de tijd. Doen ze dat niet dan verworden ze tot een anachronisme. Dan verdwijnen ze en worden ze vervangen door iets nieuws wat de achterliggende behoefte vervult. Met tradities die verdwijnen hoeven we geen medelijden te hebben. Nu zijn het Zomerparkfeest en ook Vastelaovend tradities die mensen binden, maar niet alle mensen. Lang niet alle ‘Venlonaere’ hebben iets met deze ‘tradities’. 

Terug naar Roelofs. Hij mist ‘zaken die de natie binden’. Hij lijkt het ‘bindmiddel’ van een natie in het verleden en in ‘gedeelde tradities’ te zoeken. In een gezamenlijke geschiedenis en het ‘samen’ dezelfde feestjes op steeds dezelfde manier vieren. Nu zijn naties van zeer recente datum. De meeste zijn nog geen tweehonderd jaar oud. Als je hun verhalen hoort, lijken ze echter al eeuwen oud. Alles wat er ooit op het grondgebied is gebeurd, zeker als dat groots is of positief, wordt al snel tot de ‘geschiedenis’ van de natie gerekend. Zo maakt het ‘VOC-gebeuren’ een belangrijk deel uit van de geschiedenis van Nederland. Dit terwijl de VOC al was opgeheven voordat Nederland als huidige natie ontstond. Die verhalen en erbij horende ‘rituelen’ zijn bedoeld om mensen te binden en liefst nog ‘trots’ te laten zijn op de natie. En ja, die verhalen staan onder druk. Tegenover die positieve verhalen worden negatieve verhalen verteld. Heutsz, van die straat waar het eerste Zomerparkfeest werd gehouden, werd van held een volkerenmoordenaar. Iets soortgelijks als Coen overkwam. Een ‘natie’ baseren op dergelijke verhalen, maakt haar kwetsbaar en ‘uitsluitend’ en is dat niet wat er nu gebeurt? Door te hameren op de ‘leidende joods-christelijke’ cultuur worden mensen buiten gesloten. Mensen die hier al lang wonen, deel uitmaken van de samenleving en ook niet meer weg willen. Bovendien wordt daarbij vergeten dat de grootste vervolgers van de joden christelijke wortels hadden.

Een paar Prikkers geleden schreef ik over identiteit. Ik haalde daar de filosoof Kwame Anthony Appiah aan. Appiah adviseerde landen om een ‘productieve identiteit’ te formuleren. Een identiteit die: “krachtig genoeg is om betekenis te geven aan burgerschap en flexibel genoeg om gedeeld te worden door mensen met verschillende religieuze en etnische bindingen.” Een ‘nationaal bindend verhaal’ dat niet is gebaseerd op ‘duizend jaar geschiedenis’ en ‘tradities’ maar op waarden. Appiah noemde er een: “Nederland is een land dat niet wordt gedefinieerd door religie.” Een waarde die rechtstreeks uit onze Grondwet (artikel 6) komt. En laat er daarin nog een paar meer staan. In Nederland is iedereen gelijk (artikel 1), komt iedereen in aanmerking voor een publieke functie (artikel 3), heb je stemrecht om volksvertegenwoordigers te kiezen (artikel 4)), mag iedereen vrij zijn mening uiten (artikel 7), mag je je eigen ‘clubje’ beginnen (artikel 8) en kijken we naar elkaar om (artkel 20). Zouden dit niet betere aanknopingspunten zijn om een ‘natie te binden’? Betere aanknopingspunten dan een geïdealiseerd en geromantiseerd verleden en een feestje als ‘koningsdag’, een feestje zonder verdere inhoudt. Zijn deze waarden niet eigenlijk de kern van de ‘traditie Nederland’? Onder deze waarden kan iedereen zijn ‘naaldboom’ het huis in slepen om iets te vieren. Kerstmis, chanoeka, het suikerfeest en de Venlose Vastelaovend, het kan allemaal in ‘ons land’. Net zoals het ook kan dat je je tot geen van die ‘feesten’ verhoudt. Nederland als een ‘feestzaal’, die iedereen de ruimte biedt om ‘zijn eigen feestje’ te vieren.  Maar wel verwacht dat iedereen zijn eigen ‘slingers’ ophangt.