Toonpolitie

“‘White silence is violence’ scanderen wit en zwart op dit moment tijdens de protesten in Amerika. En ik ben het met ze eens. De structurele oppressie van onze identiteit en onze mensheid kan enkel gebeuren omdat het gros van onze medelanders zich stilhoudt en zich vaak opwerpt als verdedigers van het systeem door te fungeren als toonpolitie tegen hen die zich uitspreken tegen structurele discriminatie.” De op één na laatste alinea van een artikel van Karim Bettache bij Joop waarop ik straks terug kom. Eerst even het betoog van Bettache.

Bron: WikipediaCommons

Bij het lezen van zijn artikel ontstaat een beeld van Nederland als een in en in racistisch land dat andere culturen onderdrukt: “Je gaat de onderdrukking pas zien wanneer je de ogen daadwerkelijk opent, daar ons cultureel systeem bijzonder effectief is om de eigen onderdrukking in de geesten van ons allen te indoctrineren.” En iets verder op: “Bijna twee miljoen mensen in Nederland leven in een dergelijke identiteit en hebben elke dag te maken met een cultuur die vijandig staat ten opzichte van hun menszijn, hun ‘ik’. En ik bedoel dan niet de bewuste vijandigheid van een rechtsextremistische politicus of een neonazi, maar de heimelijke, geniepige vijandigheid die als een altijd aanwezige auto-immuun ziekte langzaam de integriteit van je lichaam van binnenuit aanvreet.” En: “we hebben er in Nederland een handje van naar anderen te wijzen waar het racisme betreft maar, op een paar vreselijke landen na, is er bijna geen ander land in het Westen waar zo ongegeneerd minderwaardig gesproken wordt over etnische minderheden in de publieke ruimte, gevolgd door een pijnlijke stilte van de witte meerderheid.” En de oorzaak hiervan:  “Zo’n vierhonderd jaar geleden hebben onze voorouders besloten de hele buiten-Europese wereld leeg te roven, te misbruiken en hun mensheid tot irrelevant te verklaren om daar vervolgens een heel systeem van waardige versus onwaardige mensen op te stoelen.”  

Over het historische gehalte van deze laatste passage schreef ik al eerder een Prikker met als titel Europese ‘Risk opdracht’. Nu naar de passage waarmee ik begon. Met zo’n beschrijving van Nederland vraag je je af waarom mensen überhaupt naar Nederland zouden willen vluchten, zoals er zovelen doen. Waarom zou je je immers blootstellen aan ‘indoctrinatie van je geest met de eigen onderdrukking’? Waarom je blootstellen aan een cultuur die ‘vijandig staat ten opzichte van hun mens zijn? Of zou er iets niet kloppen aan Bettache’s beschrijving van ‘het culturele systeem’ in Nederland?

Dat in Nederland niet alles ‘perfect’ is en soms zelfs verre van dat, staat buiten kijf. Dat het voor mensen met een minder lange geschiedenis in dit land, lastiger is om een plek te verwerven, staat ook buiten kijf. Betacche: “Op het VWO behoorden mijn resultaten tot de top, toch werd mijn kunnen altijd in twijfel getrokken door de leraren.” Wellicht tot verbazing van de heer Bettache, maar tot nog niet zolang geleden werden de schoolprestaties van arbeiderskinderen steevast in twijfel getrokken: ‘de mavo of lts lijkt mij passend voor uw kind’ kreeg menigeen van hen te horen aan het einde van de lagere school, zoals de basisschool toen heette. Dit terwijl een kind van de notaris met eenzelfde cijferlijst een vwo-advies kreeg. Arbeiderskinderen waren toen de ‘nieuwkomers’. En zo ervaren alle ‘nieuwkomers’ problemen met het zich, om de term van premier Rutte te gebruiken, invechten in de samenleving.

Dat Nederlanders, net als trouwens iedere andere menselijke bewoner van deze planeet, oordelen over anderen staat buiten kijf. Maar dat dit een gevolg is van het door Bettache beschreven ‘cultureel systeem’?  Zou het niet veeleer een nu hinderlijk gevolg zijn van onze geschiedenis als mens? Zou dat oordelen niet een hele lange geschiedenis hebben? Was het millennia lang niet onontbeerlijk voor het overleven van onze voorvaderen? Het was voor de jager- verzamelaars nodig om gevaar te detecteren: ‘is deze persoon of groep een gevaar voor mij en mijn groep?’ Dat moest heel snel gebeuren omdat treuzelen je dood kon betekenen. En bij dat snel beoordelen keken we, en dat doen we nu nog steeds, onbewust naar overeenkomsten maar vooral naar verschillen. Hoe meer verschillen, hoe meer gevaar. Millennia lang zo denken heeft gezorgd voor keuzes op basis van ‘vooroordelen’. Heel menselijk gedrag dat ons al die tijd heeft laten overleven maar dat in ons huidig tijdsgewricht, waarin er in een land als Nederland mensen wonen, leven en willen werken afkomstig uit alle landen en delen van de wereld, hindert en tot ongewenste gevolgen leidt. Dan moeten ze samen toch iets en dan wordt dat oude ‘overlevingsgedrag’ hinderlijk. Dat leidt ertoe dat: “wanneer je witte ruimtes binnenstapt zoals bepaalde cafés en restaurants en je de blikken op je rug voelt branden,” om een voorbeeld dat Bettache noemt, aan te halen. Een gevoel dat ook ik heb wel eens heb als ik ‘ruimtes’ binnenstap waarin ik weinig van mezelf herken.

Dan moeten we, zoals Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman het in zijn boek Ons feilbare denken noemt, van systeem 1 naar systeem 2 denken. “Systeem 1 werkt automatisch en snel, met weinig of geen inspanning en geen gevoel van controle.” Het systeem dat het overgrote deel van het werk voor ons mensen doet. Zonder deze manier van denken zouden we niets gedaan krijgen. Het systeem dat gevaar detecteert en dat onbewust onze houding jegens anderen bepaalt: vriend of vijand! Als we ons realiseren dat we volgens dit patroon mensen beoordelen dan kunnen we het veranderen en voor dat veranderen, hebben we systeem 2 nodig. “Systeem 2 omvat bewuste aandacht voor de mentale inspanningen die worden verricht, waaronder ingewikkelde berekeningen. De werking van systeem 2 wordt vaak gekoppeld aan de subjectieve ervaring van handelingsvermogen, keuze en concentratie.”  Systeem 2 kost tijd en moeite en dat is wat er nodig is om die eerste, onbewuste indruk over iemand op basis van systeem 1, ter discussie te stellen.  

Dit ‘jager- verzamelaargedrag’ om het zo te noemen wordt tegenwoordig door sommigen ook ‘institutioneel racisme’ genoemd. Ik vraag me af of die benaming helpt bij het aanpakken van dit gedrag. Door die naam eraan te geven, krijgt degene die het gedrag vertoont het gevoel van racisme te worden beschuldigd en daarin zal hij of zij zich niet herkennen. En dat gaat weer belemmeren in het voeren van het gesprek over de gevolgen van dat gedrag. Het wordt dan een gesprek met als thema ‘ik ben geen racist’ terwijl het eigenlijk moet gaan over de ongewenste gevolgen van dit ‘jager- verzamelaargedrag’.

Als dit mij de kwalificatie ‘toonpolitie’ en daarmee verdediger van ‘het systeem’ oplevert, het zij zo. Maar op de toon en vooral de inhoud van Bettache’s betoog is, zoals ik hierboven schreef, nogal wat aan te merken. Die toon en inhoud richten de aandacht op het verkeerde en dat is jammer.

Geschiedenis maar dan anders

Het is niet dat ik iets tegen OneWorld heb. Het is gewoon toeval dat ik drie dagen achter elkaar iets op de site lees waarbij ik grote vraagtekens zet. In een artikel met als titel Mens ken je plek staat speciësisme centraal. Na intersectionaliteit en validisme alweer een bijzondere term. Speciësisme is de, zoals auteur Emma L. Meelker het omschrijft: “overtuiging dat dierenlevens minder waard zijn dan die van mensen.  Voor haar artikel spreekt Meelker met onder andere Emma-Lee Amponsah. Die heeft een bijzondere kijk op de geschiedenis.

Columbus ontdekt de ‘nieuwe wereld’. Of ontdekt de nieuwe wereld Columbus? Bron: WikimediaCommons

Volgens Amponsah is het: “belangrijk (…) om te begrijpen dat het onderscheid tussen menselijkheid en dierlijkheid in dezelfde periode is ontstaan als het onderscheid tussen witte mensen en mensen van kleur. Het verlichtingsdenken en de bijbehorende rassenleer zijn direct verbonden aan het idee dat mensen buiten de natuur staan, dat mensen bovenaan de piramide van het natuurlijke leven staan, of er zelfs volledig buiten staan. Maar ook dat sommige mensen minder mens zijn dan anderen. Op basis van deze ideeën over menselijkheid en dierlijkheid is onze sociale orde ingedeeld, is kolonialisme vergoelijkt en slavernij aanvaard. Dat het ooit mogelijk was om zoveel mensen als slaven te verhandelen, is omdat zwarte Afrikanen buiten de menselijke wereld werden geplaatst door allerlei wetenschappers die het normaal vonden dat de natuur in bezit genomen en verhandeld kon worden. Op die manier kun je speciësisme niet lostrekken van racisme en kolonialisme.” Amponsah: “Het vreemde is dat witte mensen nu ook nog eens doen alsof zij aan kop gaan in de anti-speciësismebeweging. Alsof begaan zijn met dierenleed en zorgen voor de natuur een ding is voor witte mensen. De geschiedenis toont anders aan.” Laten we dit eens wat nader bekijken.

Het onderscheid tussen mens en dier is dus iets wat is ‘verzonnen’ door de blanke mens. Iemand met een groene huidskleur zou immers een ander onderscheid maken. Die zou de wereld verdelen in ‘groene mensen’ en ‘niet groene mensen’. Die blanke mens heeft dat verzonnen ergens in de zeventiende of achttiende eeuw, want dat was de periode van de Verlichting. Alhoewel het misschien ook aan het einde van de negentiende eeuw zou kunnen zijn, want dat is de periode dat de rassenleer ontstond. Nu heeft de verhouding tussen mens en dier een heel lange geschiedenis. Onze voorvaderen hebben eeuwen, wat zeg ik, millennia lang geleefd als jager- verzamelaars. Het lijkt mij dat daarvoor een onderscheid tussen de eigen soort en andere soorten van groot belang is. Zo’n tienduizend jaar geleden zetten onze voorvaderen hierin een volgende stap. Groepjes vestigden zich op een vaste plek en begonnen met het domesticeren van planten en dieren.  Of, en dat is een andere manier om ernaar te kijken, die planten en dieren begonnen de mens te ‘domesticeren’. Vanuit evolutionair perspectief bekeken zijn die gedomesticeerde planten en dieren immers de meest succesvolle. Als we, en dat doet Amponsah, redeneren vanuit het menselijk perspectief, dan is ook hiervoor onderscheid maken tussen mens en dier van belang. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat de blanke mens in de achttiende eeuw de eerste was die onderscheid maakte tussen mens en dier.

Dat ‘verzinsel’  tijdens die Verlichting heeft ook slavernij vergoelijkt en het ‘normaal’ gemaakt dat mensen als slaven werden verhandeld. De zwarte Afrikaan was immers buiten de ‘menselijke wereld’ geplaatst. Excusez? Wordt hier de geschiedenis van de slavernij niet ernstig geweld aangedaan? Geweld aangedaan door deze te beperken tot de gruwelijke trans-Atlantische slavenhandel? Slavernij is echter veel ouder en trof niet alleen zwarte Afrikanen. Sterker nog. Slavernij is van alle tijden en ook van alle kleuren mensen.

Een zeer bijzondere kijk op de geschiedenis. Een kijk waarbij het doel, alle ellende in de schoenen schuiven van de blanke man, centraal staat. Een doel waaraan alles ondergeschikt wordt gemaakt. Bij deze manier van denken moet ik denken aan een passage uit het boek Het Kristalpaleis van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk: ”Men is intussen zo vrij om te stellen dat de Europeanen in oktober 1492 door Caribische inboorlingen ontdekt werden. Voor de bedroefde ontdekkers bleek het voortaan raadzaam om gegevens te verzamelen ter bestudering van hun bezoekers; deze archieven hoeven alleen nog geëvalueerd te worden.”

‘Life’s not fair …

Gisteren schreef ik over de ‘intersectionele blik’ die OneWorld in al haar artikelen wil hebben. Dit naar aanleiding van een bijsluiter bij een artikel waarin de auteur, Amanda Govers, werd verweten dat die blik in haar artikel ontbrak. Ik moest aan die bijsluiter denken toen ik bij OneWorld een artikel las van Tamar Doorduin.

Bron: Public Domain Pictures

Bij het opheffen van de tegen de verspreiding van het coronavirus genomen maatregelen pleit Doorduin voor containment. Bij contaiment wordt: “éérst (…) ingezet op het zoveel mogelijk indammen van het virus en pas daarná op het versoepelen van maatregelen. Vlamt het virus toch weer ergens op, dan wordt het brandje zo snel mogelijk geblust door middel van bron- en contactonderzoek en een striktere vorm van quarantaine dan in Nederland nu gangbaar is.” Dit duurt langer: “Maar het is wel de eerlijkste strategie.”… Het doel van containment is immers om tot een situatie te komen waarin het voor iederéén veilig is om het huis te verlaten en mee te doen – dus ook voor mensen uit de risicogroepen.” Immers: “rampen vergroten de ongelijkheid niet, dat doen mensen. Het komt niet door het virus zélf dat zieke en gehandicapte mensen nog verder worden buitengesloten, maar door de politieke keuzes die het kabinet maakt.” Doorduin ziet het gebeuren dat de nu stikte maatregelen langzaam worden versoepeld: “Oudere, zieke en gehandicapte mensen moeten voor onbepaalde tijd thuis blijven.” Terwijl de ‘gezonde Nederlander’ al weer de straat en het terras op mag. Daardoor: “líjkt (het) misschien alsof het kabinet op deze manier rekening houdt met mensen die meer risico lopen: er wordt immers gesproken over het ‘beschermen van de kwetsbaren’. In de praktijk blijkt die bescherming neer te komen op opsluiting en uitsluiting.” Dit is niet eerlijk naar mensen die meer risico’s lopen, containment is dat, volgens haar wel. Het klinkt inderdaad eerlijk en democratisch om te wachten tot er een situatie is waarin het voor iedereen veilig is om het huis te verlaten. En vooral lijkt het artikel geschreven met een ‘intersectionele blik’. Doorduin maakt zich immers druk om mensen voor wie het virus extra gevaarlijk is.

Nu heb ik, als het over eerlijk gaat, de neiging om Scar uit The Lion King te citeren. Scar zit te mokken in een grot omdat Simba is geboren en die heeft hem verstoten van de positie als eerste gegadigde om koning Mufasa op te volgen. Tijdens dat mokken vangt hij een muis die hij wil verorberen en dan spreekt hij de woorden: “Life’s not fair you see. For I will never be king and you will never see the light of another day.” Een pijnlijke waarheid maar wel een waarheid als een koe. Trouwens ook een waarheid die van toepassing is op het opheffen van de beperkende maatregelen. Welke manier van ‘opheffen’ er ook wordt gekozen.

Inderdaad is het ‘not fair’ dat er: “een tweedeling ontstaa(t). In de meerderheid zijn de jonge, gezonde mensen voor wie de samenleving langzaam maar zeker weer opengaat. Oudere, zieke en gehandicapte mensen moeten voor onbepaalde tijd thuis blijven.” Maar maakt dat het alternatief van Doorduin, allemaal thuis totdat het voor iedereen veilig is, wel tot ‘fair’? Hoe ‘fair’ is zo’n ‘one size fits all’ oplossing? Hoe ‘fair’ is het voor ouders en kinderen om op drie hoog in een flatje opgesloten te zitten met drie kinderen? Hoe ‘fair’ is het om als kind opgesloten te zitten in een huis waar je ouders of verzorgers je fysiek of emotioneel mishandelen? Hoe ‘fair’ is het überhaupt om kinderen op te sluiten in een huis? Hoe ‘fair’ is het dat langer ‘opsluiten’ tot meer werkloosheid en verlies van inkomen leidt wat weer tot gezondheidsschade en sterfte kan leiden? Ook Doorduins oplossing vergroot ongelijkheid.

Welke oplossing er ook wordt gekozen, er zullen altijd mensen de dupe zijn. Er zullen altijd mensen zijn waarvoor de gekozen oplossing niet ‘fair’ is. Helaas komen deze ’intersecties’ in het artikel niet aan de orde en dat roept de vraag op hoe het zit met de ‘intersectionele blik’ van dit artikel maar ook van OneWorld.

‘Intersectionele blik’

Onze lezers wezen ons erop dat een intersectionele blik in dit stuk ontbreekt.”  De eerste zin in een ‘noot van de redactie’ bij een artikel van Amanda Govers op de site OneWorld. Govers, zelf veganist, pleit in haar artikel voor een meer plantaardig dieet. Zij ziet: “verontrustende dieetadviezen voorbijkomen. In de strijd tegen het virus leggen sommige diëtisten sterk de nadruk op het eten van dierlijke producten.” In haar pleidooi ontbreekt dus de ‘intersectionele blik’.  

Bron: WikimediaCommons

Intersectionaliteit, ik schreef er al eerder over, is: “a theoretical framework for understanding how aspects of one’s social and political identities (gender, race, class, sexuality, ability, height etc.) might combine to create unique modes of discrimination.” Zo is te lezen op Wikipedia. Dus om discriminatie van iemand of een groep goed te kunnen beoordelen, moet je kijken naar verschillende aspecten van iemands identiteit. Iemands identiteit wordt zo bepaald door de persoon eerst in stukken te hakken in verschillende aspecten en hem vervolgens vanuit een beoordeling van die aspecten weer op te bouwen. Nu vraag ik mij af wat een ‘intersectionele blik’ is op het dieetadvies dat Govers geeft.

Op zoek naar een antwoord, stuitte ik op een vlog van Govers waarin zij haar verbazing over deze passage uit. Oneworld beschuldigt haar van validisme. Validisme staat niet in de digitale Van Dale en op Wikipedia is te lezen dat het een term is die wordt: “gebruikt voor de discriminatie, marginalisering en stigmatisering van mensen met een functiebeperking op grond van hun lichamelijke en/of verstandelijke gesteldheid.” Govers, om het cru te zeggen, discrimineert mensen omdat, zo betoogt Oneworld: “een (volledig) plantaardig eetpatroon niet voor iedereen is weggelegd (om welke reden dan ook), voor het feit dat je geen volledige controle kunt hebben over je eigen gezondheid en voor het feit dat dik-zijn en gezondheid niet onlosmakelijk verbonden zijn.”  Of dat zo is en of hoe goed veganisme is, daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de ‘intersectionele blik’

Laten we de intersectionele blik’ eens tot in haar uiterste consequenties doordenken’. Een van de aspecten waar, volgens het intersectionalisme naar moet worden gekeken is een functiebeperking. In ieder artikel moet worden gekeken door de bril van mensen met een functiebeperking.  Nu zijn er nogal wat functies die beperkt kunnen zijn. Bovendien kunnen ze ook op verschillende manieren beperkt zijn. Zo is een laag IQ een beperking en kan een hoog IQ dat ook zijn. Maar beperking van een functie is niet het enige ‘aspect’ waarnaar moet worden gekeken. We hebben ook nog sekse, gender, huidskleur. En die huidskleur heb je in heel veel verschillende tinten. Maar ook daar houdt het niet op, want er is ook nog religie of het ontbreken daarvan, nationaliteit en cultuur. En natuurlijk zijn we er met nationaliteit en cultuur ook nog niet. Een Fries is immers ‘heel anders’ dan een Limburger en de Friese cultuur is heel anders dan de Limburgse. En nu we het over de Limburgse cultuur hebben, is die in Venlo niet ook anders dan in Maastricht en Heerlen? En ook wat religie betreft zijn de oorlogen tussen verschillende sektes van eenzelfde geloof het meest dodelijk gebleken. Neem sjiieten en de soennieten en in onze contreien de katholieken en protestanten.

Als we doorgaan met het zoeken naar kruispunten (intersecties) van aspecten komen we uiteindelijk bij het individu uit. Govers stuk over een  plantaardig dieet en het veganisme voldoet dan pas aan de intersectionele blik als iedere individuele potentiële lezer op de persoonlijke maat toegesneden, wordt aangesproken. Dat lijkt met erg lastig schrijven.

‘Samen voor ons Eigen’

In mijn laatste Prikkers greep ik twee keer terug naar types die figureerden in de tv-programma’s van Kees van Kooten en Wim de Bie. En geloof het of niet bij het lezen van een berichtje bij Joop kwamen de twee meest populaire types in mij op. Het artikel handelt over het enthousiasme van Baudets rechterhand Freek Jansen voor het economische beleid van de nazi’s. Maar er komt ook iets anders aan de orde: “Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan identiteitsfraude. Hij stuurde valse mails uit naam van Commissaris van de Koning Jacques Tichelaar. Dat deed hij toen hij griffiemedewerker was in Westland. Tichelaar deed aangifte.” En hoe reageer je daarop als partij: “Het hoofdbestuur van FvD spreekt van een ‘uit de hand gelopen grap’.” Ik dacht meteen aan de Tegenpartij. 

Bron: Flickr

In een reactie op het artikel schreef ik: “Is het hele Forum voor Democratie niet gewoon een uit de hand gelopen grap van een stel corpsballen? Een soort corpsballenversie van de Tegenpartij van Jacobse en van Es. Dan is het wachten alleen nog op de laatste uitzending. Een extra nieuwsbericht van een onbeholpen poging tot een staatsgreep en beelden van een brancard met daarop een lijk onder een laken. In de jaren tachtig was dat lijk te herkennen aan de laarzen. Die droeg Van Es altijd.” 

De Tegenpartij was een fictieve partij van Jacobse (Koot) en Van Es (Bie). Twee proleten en sjacheraars die probeerden te overleven via semilegale activiteiten. Bekend voorbeeld  hiervan is het tuinonderhoud. Waarbij een dametje wordt afgezet omdat haar tuin vol staat met ‘scheurgras’. Iets waartegen ‘neutronenkorrels’ helpen. Waarbij de ene, Jacobse, ook nog eens misbruik maakte van de dommigheid van de andere, Van Es. De satirisch bedoelde Tegenpartij werd zo populair dat ze een zetel of tien zouden halen als ze echt aan verkiezingen mee zouden doen. Daarom eindigde de reeks met de poging tot ‘staatsgreep’.

“Goedenavond dames en heren. Mogen wij even tien minuutjes van uw kotsbare tijd roven? Fijn zo.” Met die woorden maakte de partij zich bekend bij het grote publiek. Even later gevolgd door: “De tegenpartij is een partij voor alle Nederlanders die niet meer tegen Nederland kenne.” Iets verder de analyse: “Nederland is ooit groot geweest door de vrije jongens. Grote en kleine zelfstandige ondernemers die nooit te beroerd waren om achtenveertig uur per dag hun handen te laten wapperen. Welnu kijkers. In dit Nederland zien wij dat deze vrije jonge met uitroeing en sterving bedreigd wordt. Deze vrije jongen is een gevangene van het systeem geworden. Een pario.”

En zie daar, precies de analyse van het Forum voor Democratie: Nederland was ooit groot geweest door de “bourgeois society, bourgeois traditions, the bourgeois way of life of ordinary people.” Maar deze bourgeois tradities zijn verloren gegaan en daarmee zijn de echte Nederlanders een gevangene van een eurofiele ‘particratie’. Hij is een ‘pario’ in eigen land. Forum voor Democratie is een partij voor alle Nederlanders die niet meer tegen het huidige Nederland kunnen.

Jacobse en Van Es zagen de politiek als een mogelijkheid om er beter van te worden. In hun communicatie-uitingen lieten ze dat duidelijk merken: ‘Geen gezeik, iedereen rijk’ maar dan toch vooral zijzelf. Daarom ‘Samen voor ons eigen’. Het Forum voor Democratie voert een verbeten strijd tegen de elite, het partijkartel. Nou ja strijd tegen dé elite. Wat de partij eigenlijk wil is de plaats van die elite innemen. Ze zijn niet tegen dé elite, ze zijn tegen deze elite. Dat werd weer eens duidelijk in de uitzending van Tegenlicht van 24 mei 2020. Via de zomer- en winteracademie van de partij moeten jeugdige enthousiastelingen worden klaargestoomd in, het woord waarvan ik kriebels krijg, ‘gedachtegoed’ van de partij. Die enthousiastelingen moeten vervolgens een plek in de elite krijgen en zo ‘de elite’ langzaam overnemen. Ze gaan ‘Samen voor hun eigen’ en willen daarbij ‘geen gezeik’ en iedereen rijk en zelf toch nog wel als de ‘nieuwe elite’ wat rijker .

Koos en Robbie

“Jongeren zijn als kreeften in een pan met steeds heter water; de meesten merkten niet dat ze langzaam werden gekookt. Studenten werd telkens iets afgepakt: ze mochten minder lang studeren, geen tweede master, hun gratis OV werd gehalveerd, de kamerhuren en het collegegeld schoten omhoog en tenslotte werden de beurzen afgepakt.” Een zin van uit een column van Aleid Truijens in de Volkskrant. Een mooie metafoor: studenten als kreeften die langzaam gekookt worden zonder dat ze het in de gaten hebben. Toch is er iets met deze metafoor.

Bron: WikimediaCommons

Is het vreemd dat de meeste jongeren niet merken dat ze ‘langzaam gekookt’ worden? Volgens mij is dat niet vreemd. De kreeft in die ketel wordt langzaam gekookt. De student in de ketel is steeds een andere. Iedere student zit tussen de vier en de zes jaar in de ketel. In die periode verandert er soms iets en soms ook niets. Laat ik even teruggaan naar mijn studententijd. Toen was de tweefasestructuur net ingevoerd. Die maakte een einde aan de ‘eeuwige student’. Een dorps- en voornaamgenoot van mij die een jaar of vijf ouder is, studeerde ook geschiedenis toen ik begon met mijn studie. Toen ik vijfeneenhalf jaar later afstudeerde, had ik hem ingehaald. Hij was van voor de tweefasestructuur en kon ‘eeuwig studeren.’ De tweefasestructuur maakte daaraan een einde. De studie werd gesplitst in een vierjarige doctoraalstudie waar je zes jaar over mocht doen. Daarna kon je in in vier jaar promoveren. Dit systeem is in 2002 vervangen door het huidige systeem. Zo veranderde ook de studiebeurs af en toe. 

Om in de metafoor te blijven. Het kookwater van de kreeft wordt soms verhit waarna het gedurende langere tijd op eenzelfde temperatuur blijft. En in tegenstelling tot de kreeft, blijven de jongeren niet in de ketel. Ze zitten er een tijdje in en dan stappen ze eruit omdat ze ouder worden. Sommige jongeren hebben mazzel, de temperatuur van het water wordt niet verder verhoogd. Anderen merken dat het water plotseling wat heter wordt omdat er iets verandert. Bijzonder daarbij is wel dat verzet tegen veranderingen van alle tijden is. Tegen de invoering van de OV studentenkaart, die nu bijna heilig is, werd voor de invoering heftig geprotesteerd. De in 1986 ingevoerde basisbeurs kon op evenveel tegenstand rekenen als de recente afschaffing ervan. En, laten we elkaar geen rad voor ogen draaien. Degenen die het vuur soms wat hoger draaien, hebben ooit ook in die ketel gezeten. 

De mooi bedoelde metafoor gaat mank. ‘Jongeren’ zijn geen vaste groep. Je behoort er een tijdje toe en dan word je een wat oudere jongere en vervolgens Koos Koets of Robbie Kerkhof. De bekende oudere jongere van Koot en Bie.

Doodlopende weg

De Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) staat de laatste tijd flink in het nieuws. Van hen wordt verwacht dat ze de nogal onduidelijke corona-regels in de openbare ruimte handhaven. Daarbij worden ze weleens agressief en met geweld benaderd en daarom pleiten ze voor betere ‘bewapening’. Volgens Ozair Hamid bij De Dagelijkse Standaard is het een ‘multi-cultureel probleem’: “aan de veronderstelling dat elke cultuur gelijkwaardig is – en daarmee dat er geen moreel inferieure cultuur bestaat.” Of dat zo is, daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de volgende passage: “Er is immers een duidelijke correlatie tussen afkomst en gedrag, maar het blijven individuen binnen een collectief die de misdaden plegen.” 

Bron: Wikipedia

Hamid baseert zich hierbij op een rapport van het CBS: “met daarin de gegevens van allochtonen in de strafrechtketen. De gegevens spreken helaas voor zich: de kans dat een Marokkaanse Nederlander wordt vervolgd door het OM is 5,5x zo groot ten opzichte van een vervolging van een autochtoon door het OM.” Vandaar die correlatie. Een correlatie is, volgens de Vandale een: “wederzijdse relatie, onderlinge afhankelijkheid.” Een statisticus, en dat is het CBS, zal aanvullen dat er een statistische samenhang is tussen de twee zaken maar dat dit niet hoeft te betekenen dat er sprake is van causaliteit, een: “oorzakelijk verband.”

Voordat ik verder ga met Hamids correlatie even een voorbeeld ter verduidelijking van causaliteit en correlatie. We zitten weer in de warme periode van het jaar. In die periode zien we dat de consumptie van ijsjes toeneemt. Tegelijkertijd zul je ook zien dat het aantal doden door verdrinking stijgt, in een normaal jaar tenminste. Of dit in dit corona-jaar ook zo is, weten we pas aan het eind van het jaar. Er is een correlatie tussen de consumptie van ijsjes en dood door verdrinking. ‘Verbied het eten van ijsjes, dan verdrinken er minder mensen’ is dan een eerste snelle reactie. Helaas zal dat geen effect hebben omdat er geen causaal verband is tussen de consumptie van ijsjes en de sterfte door verdrinking. IJs eten en zwemmen zijn gewoon twee activiteiten die je doet als het warm is en met het verbieden van ijsjes gaan we niet minder zwemmen. Het wordt er niet kouder door.

Hamid zegt het goed, er is sprake van correlatie maar in zijn betoog gaat hij uit van causaliteit. Hamid: “Te constateren valt wel dat gedrag inherent is aan cultuur.” Het criminele gedrag van Marokkanen is ‘cultureel bepaald: “De Arabische cultuur, die overheerst in deze kringen, is verre van Westers. Van huis uit wordt geweld niet geschuwd, en wordt de minderwaardige positie van vrouwen, homo’s e.d. vaak in praktijk gebracht door middel van de rolverdeling in het huishouden.” Die cultuur is, als we Hamid mogen geloven, inferieur en omdat ‘we’ dat niet inzien, ontstaan de problemen.

Nu is het CBS een goede gegevensbron. Je kunt er bijvoorbeeld ook vinden dat mensen met, zoals ze dat daar zeggen, een niet-westerse achtergrond een drie keer zo grote kans hebben op werkloosheid. Dat hun huishoudinkomen 28% lager is dan dat van Nederlanders. Ook kun je er vinden dat uitkeringsgerechtigden en mensen zonder inkomen goed zijn voor bijna 40% van alle ingeschreven rechtbankstrafzaken. Dat mensen onder de 25 jaar goed zijn voor 35% van dat aantal zaken. Ook kun je er vinden dat in die leeftijdscategorie het percentage mensen met een bijvoorbeeld Marokkaanse of Turkse migratieachtergrond veel hoger is dan hun aandeel in de totale bevolking. Als je verder zoekt, vind je ook dat het schooladvies dat kinderen van deze groep aan het einde van de basisschool krijgen, lager is. Dat ze oververtegenwoordigd zijn in de lagere vmbo-niveaus en ondervertegenwoordigd op vooral het vwo-niveau. 

Als je verder zoekt dan kun je vast ook vinden dat ze meer in achterstandswijken wonen, dat mensen uit achterstandswijken oververtegenwoordigd zijn in strafrechtszaken. Allemaal cijfers waartussen je correlaties kunt leggen. Vervolgens kun je je de vraag stellen wat is de oorzaak en wat het gevolg? Is die hogere werkloosheid een gevolg van het niet-westers zijn en vervolgens van de ‘… cultuur’ die inferieur is? Dat het wel goed komt als we die ‘… cultuur’ maar ‘uit de mensen slaan’ en hen verplichten om de ‘Nederlandse cultuur’ aan te nemen? Al vraag ik me dan af wat die Nederlandse cultuur is. Ik vrees dat dit een letterlijk en figuurlijk doodlopende weg is.

Sigaar uit eigen doos

  “Wij kunnen geen instrumenten of maatregelen accepteren die leiden tot het opbouwen van gezamenlijke schulden of een wezenlijke verhoging van de EU-begroting.” Dit, zo is in de Volkskrant te lezen, schrijven de ‘vrekkige vier’ landen van de Europese Unie. Nederland is een van deze vier, de andere drie zijn Denemarken, Oostenrijk en Zweden. De vier landen hebben een eigen plan ontwikkeld waarmee de Europese Unie de economische ellende als gevolg van corona moet overwinnen.

Bron: Wikipedia

Wat houdt dat plan in? (D)e vier (willen) de nieuwe Europese meerjarenbegroting vooral aan economisch herstel besteden. Dat zou ten koste gaan van de subsidies voor boeren en armere regio’s.” De vier willen namelijk niet dat de Europese begroting wordt verhoogd. Daarnaast moet er: “een tijdelijk (maximaal 2 jaar) herstelfonds,” komen dat: “is gebaseerd op leningen (tegen lage rente, lange looptijd) aan de getroffen landen.” Deze: “leningen worden ingezet voor economische vernieuwing en een steviger zorgsector. De lenende landen moeten zich vastpinnen op hervormingen en een gezond begrotingsbeleid. Ook mogen ze de rechtsstaat niet ondermijnen.” Laten we het plan eens doorlopen.

Dat de rechtsstaat niet mag worden ondermijnd lijkt mij evident. Alhoewel? De afgelopen tien weken is er flink geknibbeld aan de rechtsstaat. Vrijheden van inwoners zijn dramatisch ingeperkt. Pleidooien voor technieken die ons doen en laten volgen, kunnen op bijval rekenen. Als dit onderdelen van de nieuwe rechtsstaat worden, pleit ik voor ondermijning van die rechtsstaat.

De landen moeten zich vastpinnen op hervormingen en een gezond begrotingsbeleid. Tijdens de ‘Griekse crisis’ van enkele jaren geleden, werd hier ook om geroepen. Sterker nog, het land kreeg het opgelegd. De publieke sector werd in de uitverkoop gedaan en delen, zoals de gezondheidszorg, die niet werd verkocht, werden uitgeknepen. Gelukkig moet die gezondheidszorg nu buiten schot blijven. Sterker nog, die moet steviger worden. Een advies dat ook Nederland zich ter harte kan nemen. Alleen is dat niet gratis. Met het geld van een tijdelijke lening kun je een ziekenhuis bouwen. De exploitatie zal toch met belastinggeld moeten worden opgebracht. 

Vreemd wordt het bij het inzetten voor economische vernieuwing. Niet het aandringen op die vernieuwingen is vreemd. Vreemd is dat een deel van het herstel betaald moet worden door het afbouwen van subsidies aan de armere regio’s. Deze subsidies zijn juist bedoeld om de economische activiteit in die armere regio’s te stimuleren. Dus om bijvoorbeeld het welvarende Noord-Italië er bovenop te helpen, moet het arme zuidelijke deel van het land bloeden? 

Met dat ‘schuiven’ van geld van ‘landbouw en arm’ naar corona herstel kom ik bij het punt waarmee de vier het bijvoeglijk naamwoord ‘vrekkig’ eer aan doen. De inkomsten van, en dus de bijdragen van de landen aan de Unie veranderen niet. Wat er wel verandert, zijn de doelen waaraan het wordt uitgegeven. Die doelen liggen met name in de andere Europese landen. De ‘vrekkige vier’ ontvingen in 2018 samen zo’n 5% van de totale EU uitgaven. Dat is minder dan Italië (6,6%), Spanje (7,8%), Duitsland (7,6%) of koploper Polen (10,4%). De ‘last’ van de herverdeling wordt vooral door anderen gedragen. En als het ‘tijdelijke herstelfonds’ op z’n Europees wordt gevuld, dan zal ieder land naar grootte van van het bruto binnenlands product een bedrag in het fonds stoppen. Het Nederlands aandeel hierin is gering en het storten van dat bedrag in het fonds kost niets. Sterker nog, het levert geld op. Nederland kan haar deel tegen 0% lenen en de landen die aanspraak maken op het geld moeten rente betalen. De Italianen en Spanjaarden zullen dubbel rente moeten betalen. Eerst om het bedrag te lenen dat ze in het fonds moeten storten en vervolgens moeten ze rente betalen op de leningen die vanuit het fonds worden gefinancierd. Het plan van de ‘vrekkige vier’ lijkt verdacht veel op de welbekende sigaar uit eigen doos. 

‘Met dille tussen de billen …’

Binnenkort moeten we, als we met het openbaar vervoer willen reizen, gebruik maken van mondkapjes. Een effectief middel om de verspreiding van het corona-virus te voorkomen zegt de ene groep. ‘Het helpt niet’ zegt de andere groep en gaat verder: ‘het vergroot de schijnveiligheid’. Beide kampen beroepen zich op wetenschappelijk onderzoek. Reizend met het openbaar vervoer moet je er binnenkort dus echt een op. Alleen liefst niet van de betere, die moeten we ‘bewaren’ voor de zorg. We moeten immers niet met z’n allen gaan ‘concurreren met minister Van Rijn’. Na iedere reis moet je het kapje wassen. Lukt dat niet, dan moet je een tweede meenemen voor de reis naar huis. Dat lijkt me lastig te controleren.

Bron: wikipedia

Al sinds half maart horen we dat we anderhalve meter afstand van elkaar moeten houden. Nu denken de Fransen daar anders over. Daar is die anderhalve meter maar één meter. De Britten echter maken er twee van. Maurice de Hond, sinds de virusuitbraak naast opiniepeiler en ex-voetbalscheidsrechter ook viroloog, wil er van af en vindt het een: “wurgslang van anderhalve meter,” zo is te lezen bij De Dagelijkse Standaard. Volgens hem gaat het virus door de lucht en daarom is het niet nodig om afstand te houden.

Moeten we nu wel of niet chloroquine of hydroxychloroquine slikken? Een bekend viroloog woonachtig in een wit huis in Washington zweert erbij. Hij slikt het zelf. Maar of het werkt? “Zo blijkt uit een onderzoek onder 368 coronapatiënten in Amerikaanse veteranenziekenhuizen dat patiënten die met hydroxychloroquine werden behandeld relatief vaker overleden dan patiënten die alleen reguliere zorg kregen; 28 om 11 procent. In Brazilië liet een onderzoek grotere sterfte door chloroquine zien.” Zo is in het AD te lezen. Het kan in ieder geval ernstige bijwerkingen hebben. Inspuiting met een desinfectiemiddel zou volgens deze ‘’viroloog’ ook effectief zijn.

Al dit doet mij terugverlangen naar een bekende persoon uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Naar het kruidenvrouwtje Berendien uut Wisp dat regelmatig optrad in Keek op de Week. In een legendarische uitzending over de werking van dille. Dille geeft je energie en houdt je wakker aldus Berendien. Het is ‘tegen de moe en de lusteloosheid.” In de uitzending wordt ze geconfronteerd met de mening van twee andere ‘kruidenvrouwtjes’. Als eerste de even bekende Klazien uut Zalk. Volgens Klazien wekt dille juist slaap op. Volgens een derde ‘kruidenvrouwtje, Rosalien uut Dost is dille een afrodisiacum. Ter onderbouwing haalt ze een, volgens haar, oud gezegde aan: “Met Dille tussen de billen zou zelfs Metusalem weer willen.”

Op de vraag van Bie waar die verschillende opvattingen over de werking van dille vandaan komen, geeft Berendien het simpele antwoord. “Ut zijn beunhaz’n. Ze zijn jaloers op mijn succes bij Keek op de Week.”

Historische vergelijkingen en Cruijff

‘Besteed toch geen aandacht aan die man.’ Dat is het eerste wat mijn partner en ‘eindredacteur’ zal roepen al ze leest dat deze Prikker een gevolg is van een schrijfsel van Jan Roos bij De Dagelijkse Standaard. Weer zal ik haar antwoorden dat het mij niet om de persoon Roos gaat, maar om zijn uitspraken. Volgens Roos is: “Het narratief van de (Marokkanen als) nieuwe Joden (…) niet alleen geschiedkundig smakeloos en onjuist, het doet voornamelijk af aan de waarde van de lessen die we zouden moeten leren van Jodenhaat en de holocaust.”  

“Er is geen systematische institutionele Marokkanenhaat, er is geen georganiseerd geweld tegen Marokkanen, er worden geen Marokkaanse bedrijven gesloopt, er worden geen Marokkanen vermoord vanwege Marokkanenhaat, de overheid discrimineert Marokkanen niet, er zijn geen concentratiekampen voor Marokkanen, er zijn geen plekken waar Marokkanen niet mogen komen, er wordt niet gejaagd op Marokkanen, er zijn geen anti-Marokkanenwetten, er worden geen Marokkanen op transport gezet en bovenal is er geen plan tot uitroeiing van Marokkanen.” En Roos heeft daar een punt. Er is inderdaad geen systematische institutionele Marokkanen haat. Er is ook geen georganiseerd geweld tegen Marokkanen. Marokkaanse bedrijven worden niet gesloopt. Of er geen Marokkanen worden vermoord vanwege Marokkanen haat, is niet helemaal uit te sluiten. Inderdaad maakt de overheid zich niet schuldig aan discriminatie van Marokkanen. Tenminste, niet alleen Marokkanen zoals uit de ‘toeslagenaffaire’ bij de Belastingdienst bleek. Concentratiekampen voor Marokkanen zijn er ook niet. Er zijn ook geen plekken waar Marokkanen niet mogen komen, Marokkanenwetten zijn er niet, er worden geen Marokkanen op transport gezet en er is geen plan tot uitroeing van Marokkanen. Maar heeft Roos daarmee gelijk en dus een punt?

Laten we wel wezen. Tot de Wansseeconferentie van 1942 was er ook geen plan tot uitroeing van Joden. Tot eind jaren dertig van de vorig eeuw waren er ook geen concentratiekampen voor joden. Tot 15 september 1935 waren er ook geen ‘jodenwetten’. Tot de machtsovername door Hitler in 1933 maakte de Duitse overheid zich ook niet schuldig aan discriminatie van joden. Ja, er werden wel joden vermoord door mensen die joden haten en de geschiedenis kent voorbeelden van het verdrijven van joden. Alleen gebeurde dat niet op een ‘systematische institutionele’ manier. Die kwam er pas na Hitlers machtsovername.

Wel was er voor die tijd een retoriek die joden wegzette als zondebok. Zondebok voor de moord op Christus. Die moord zat met name christenen dwars en zorgde door de eeuwen heen voor geweld en haat tegen joden. In de jaren van het opkomende nationalisme vanaf de tweede helft van de Negentiende eeuw ontstond er een nieuwe dynamiek in het aanwijzen van de joden als zondebok. De nationalist zette vraagtekens bij het vaderlandslievende karakter van joden. Kon een jood wel een echte …. zijn? Net zoals er in die tijd in Nederland vraagtekens werden gezet bij het vaderlandslievende karakter van katholieken. In 1897 leidde die retoriek tot een heuse complottheorie. Een theorie waarbij joodse leiders een plan zouden hebben gesmeed om de christelijke maatschappij omver te werpen. De zogenaamde Protocollen van de wijzen van Sion. Een document dat waarschijnlijk uit de koker kwam van de Ochrana, de geheime dienst van Tsaristisch Rusland. Dit document werd daarna gebruikt als onderlegger om joden van alles de schuld te geven. 

Roos heeft een punt dat ‘Marokkanenhaat’ of ‘islamietenhaat’ niet tot industriële uitroeing van Marokkanen of joden heeft geleid. Dat is echter niet de vergelijking die Grunberg maakte. Grunberg vergelijkt de huidige retoriek tegen Marokkanen en in het verlengde daarvan islamieten, met de begin twintigste eeuwse retoriek tegen joden. Die historische vergelijking is wel te maken. Roos verwijt komt er op neer dat een talentvolle voetballer van veertien niet vergeleken mag worden met gearriveerde ster Johan Cruijff op z’n 30ste. Dat is appels met peren vergelijken. Het vergelijken van  dat talent met de veertienjarige Cruijff is echter een heel ander verhaal.