Discriminatie! Of niet?

“Dat je dus serieus tegen de grondwet in gaat om een bestaande ongelijkheid op te lossen, wat voor signaal geef je hiermee af?”

Die vraagt stelt Annabel Nanning bij TPO. Zij stelt die vraag omdat het Amsterdamse college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad alleen werkloze jongeren van allochtone afkomst mee op werkbezoek neemt. De Amsterdamse bestuurders doen dit omdat: “Het percentage werkloze Nederlandse jongeren in de stad (…)  rond de 5 procent.(ligt). Bij de Turkse jongeren is 16 procent werkloos, Marokkaanse jongeren spannen de kroon met 21 procent.”  De werkbezoeken met de stadsbestuurders zijn bedoeld om hier wat aan te doen.

Monikken

Foto: Pixabay

Nanninga: “Discriminatie betekent zo veel als ‘onderscheid maken’. Dat mag de overheid dus niet doen, op basis van afkomst. Doen ze toch, in open inrichting Amsterdam.” Ze heeft gelijk, discriminatie op basis van afkomst is verboden, de overheid dient iedereen in gelijke gevallen gelijk te behandelen: gelijke monniken, gelijke kappen. Foei Amsterdam alle werkloze jongeren moeten mee op werkbezoek, ze zijn immers allemaal werkloos! Nu is het onmogelijk om alle werkloze jongeren met een bestuurder mee op werkbezoek te laten gaan. Ik kan me niet voorstellen dat de bezochte zit te wachten op busladingen jongeren die de wethouder begeleiden bij diens bezoek. Er moet dus onvermijdelijk geselecteerd worden wie er mee mag en op basis waarvan kies je wie er mee mag? Op welke manier je ook selecteert, er ontstaan altijd twee groepen, zij die mee mogen en zij die niet mee mogen, er wordt ‘onderscheid gemaakt’ en dus gediscrimineerd.

Belangrijker is of al die werkloze jonge Amsterdamse ‘monniken” wel gelijke kappen hebben. Is die werkloze Turkse of Marokkaanse gelijk aan de ‘autochtone’ jongere? Als deze ‘monniken’ gelijk zouden zijn, zou er dan verschil zijn in het werkloosheidspercentage? Toont het veel hogere werkloosheidspercentage niet juist aan dat deze monniken verschillende kappen hebben en dat er daarmee geen sprake is van discriminatie?

Nanninga lijkt dit ook te voelen als ze schrijft: “Wacht even hoor. Dus het College gaat er van uit dat de ‘niet-westerse achtergrond’ van de jongeren de oorzaak is van de ‘structurele achterstand op de arbeidsmarkt.’ Is dat zo? Nogal een veronderstelling. De Amsterdamse allochtone jeugd is inmiddels veelal derde of vierde generatie qua niet-westerse achtergrond. Dit werkt nog steeds door? Misschien is er dan toch wat mis met die ‘achtergrond’ en het vasthouden daaraan, maar iets zegt mij dat zulks onbespreekbaar is in de Amsterdamse raad.” Als er ‘wat mis is met die achtergrond’ zou is er dan nog steeds sprake van discriminatie bij een andere behandeling? Zou het niet ook kunnen dat er wat mis is met de ‘autochtone achtergrond’ en zou dat niet ook een reden kunnen zijn om mensen anders te behandelen?

Asterix en de Koerden

“Het Koerdische streven naar zelfbeschikking is op zichzelf legitiem, maar kan nooit eenzijdig doorgedrukt worden.”

Zo concludeert Arnout Brouwers in de Volkskrant. Volgens Brouwers is het Koerdische streven naar zelfstandigheid legitiem, maar … . het ontbreekt aan democratisch gehalte, de grenzen zijn betwist, er ligt olie, het is een regio vol sektarische spanningen en oorlogsgeweld. Dit leidt Brouwers naar de vraag “Is het raadzaam een lucifer af te steken in een munitiedepot?” 

New without description

Illustratie: Wikimedia Commons

Als je de vraag zo stelt, dan is het antwoord natuurlijk: nee, dat is niet verstandig. Bovendien zo constateert Brouwers is: “Het begrip nationale zelfbeschikking (…) altijd geclausuleerd, afhankelijk van de luimen van de grote machten en in dienst van hun belangen of de door hen gedefinieerde internationale veiligheid.” en als zelfstandigheid werd toegestaan dan: “gebeurde het als vorm van crisisbeheersing en met instemming van betrokken landen.”

Conclusie, een volk kan zelfstandig worden als het democratisch is, de grenzen onbetwist zijn, er geen olie of andere grondstoffen te vinden zijn, er geen sektarische spanningen zijn, er geen oorlogsgeweld is en als het in het belang is van de grote machten en als het een vorm van crisisbeheersing is. Als je het zo stelt, hoe kan een volk dan ooit zelfstandigheid verkrijgen en een eigen land? Komt deze combinatie van omstandigheden ooit voor? Als er geen conflicten om grenzen en grondstoffen of sektarisch geweld en oorlog is, is er dan sprake van een crisis die moeten worden beheerst? In hoeverre is er sprake van zelfstandigheid als zo ongeveer iedereen die erin de wereld en in het betreffende gebied toe doet moet stemmen?

Inderdaad zijn: “Soevereiniteit en territoriale integriteit van landen (…) sleutelbegrippen in de internationale ordening.” Veel landen, Irak en Syrië zijn daar voorbeelden van, zijn ontstaan op de tekentafel van vroegere koloniale mogendheden. Een tekentafel die zocht naar praktische en onbetwistbare grenzen zoals rivieren maar vooral ook een lengte of breedte graad was zeer geschikt als grens, die lagen immers vast. Of, en zo is de grens tussen Nederlands Limburg en Duitsland bepaald, een kanonschot. Dat die ‘grens’ het leefgebied van mensen doorsneed deed niet terzake. Hoe onomstreden is een internationale ordening die steunt op dergelijk arbitraire grenzen? De geschiedenis laat zien dat grenzen tussen landen en rijken kunnen verschuiven en zelfs dat landen en rijken helemaal kunnen verdwijnen. Ieder volk een eigen land dan maar?

Nu we het toch over rijken hebben, zouden we niet eens moeten kijken hoe die grote multi-etnische rijken zoals het Ottomaanse, Romeinse en Perzische rijk omgingen met het probleem van multi-etniciteit? Hoe behielden de Romeinen de rust in hun rijk met daarin Grieken, Macedoniërs en ook Galliërs? Overal? Nou ja, behalve dan in een klein dorpje in Gallië.

 

Flextremisme opgelost door flextremist

De SP heeft bepaald dat de lokale afdeling in sommige plaatsen niet mee mag doen aan de komende gemeenteraadsverkiezingen. Dit omdat die lokale afdeling onvoldoende de straat op ging om contact te maken met mensen en dus potentiële kiezers. Digitaal is belangrijk,

“Maar om echt contact te maken moet je mensen persoonlijk spreken, daar blijven wij van overtuigd. Zo hoor je wat hen bezighoudt en kun je ze helpen,”

zo valt te lezen in de Volkskrant. In het artikel worden jongeren gevolgd die voor de partij de straat op gaan. In een gesprek met een jeugdige handelt het over de moeite om een vast contract te krijgen en nadat de jeugdige zich berustend afvroeg wat hiertegen te doen, antwoordt de SP’er:

“Wij willen dat veranderen, daarom vragen wij je te stemmen voor de Flextremist 2017.”

flexibelFoto: Pixabay

Flextremist? Omdat er op dat moment geen vriendelijke SP’er aanbelde, heb ik maar even gezocht op het net. Via de Facebook-site van de SP kwam ik erachter dat de partij een verkiezing organiseert om de gierigste werkgever van Nederland aan de schandpaal te nagelen. Nu zijn gierig en flexibel twee verschillende zaken. Is een werkgever die mensen niet in vaste dienst heeft en ze een hoogsalaris betaalt gierig of gieriger dan iemand die mensen in vaste dienst heeft en ze slecht betaalt? Dit terzijde.

Vaste contracten moeten mensen zekerheid bieden en veel mensen zijn op zoek naar zekerheid in onzekere tijden. Waarschijnlijk ziet de SP dat veel mensen in onzekerheid leven en wil de partij deze mensen zekerheid bieden. Een nobel streven. Een kanttekening, hoe zeker is een vast contract? Hoe zeker is werk in een tijd van robotisering en automatisering? Zo heb je een mooie vaste baan vervolgens vindt er iemand een programma uit dat je werk ook kan doen en ineens sta je op straat. Je werkt met je vaste contract in een mooie winkel en opeens daalt de omzet omdat mensen via het net inkopen en gaat je winkel failliet. Hoe zeker is een vast contract? De SP biedt een twintigste-eeuwse oplossing aan voor een eenentwintigste- eeuws probleem?

Zou er geen ander, beter bij de huidige tijd passende oplossing voor die onzekerheid zijn dan het vaste contract? Een oplossing die mensen zekerheid geeft die niet afhankelijk is van vaste contracten? Die zelfs niet afhankelijk is van het hebben van werk? Een oplossing die mensen zekerheid geeft bij flexibiliteit? Sterker nog, zekerheid die hen juist de flexibiliteit geeft, die hen tot flextremist maakt? Een eenentwintigste-eeuwse oplossing voor een eenentwintigste-eeuws probleem? Een basisinkomen?

Het paard en de ruiter

“Een goed paard is nog geen goede ruiter,”

toen hij deze uitspraak deed, werd hij weggehoond. Wie was hij, Co Adriaanse een marginale voetballer en redelijk trainer, wel niet om Marco van Basten, een van onze grootste voetballers, zo weg te zetten. Van Basten was zojuist benoemd tot bondscoach van het Nederlands elftal terwijl hij nog geen ervaring als coach had. Inmiddels heeft Adriaanse gelijk gekregen. Ondanks zijn kwaliteiten als voetballer bleek Van Basten geen goede trainer.

lucky LukeIllustratie: Flickr

Ik moest hieraan denken toen ik in de Volkskrant een ingezonden brief las van  Jos Engelen.

“In een goed peerreview-systeem is juist dat gewaarborgd. De voordelen van wetenschappelijke vernieuwing en de stimulering van excellentie die hiermee gepaard gaan, wegen ruimschoots op tegen de overhead die het beoordelingssysteem nu eenmaal met zich meebrengt.”

Met deze woorden onderstreept Engelen het voordeel van de huidige manier van verdelen van onderzoeksgelden voor wetenschappers. Hij zet zich hiermee af tegen een alternatief dat in een interview in dezelfde krant door Krist Vaesen wordt gepromoot. Vaesen pleit voor egalitaire verdeling van onderzoeksgelden over wetenschappers, een soort ‘basisbeurs’.

Het pleidooi van Engelen klinkt overtuigend: laat wetenschappers beoordelen welke onderzoeksvoorstellen zij het meest vernieuwend vinden en subsidieer die. Wetenschappers kunnen elkaars werk immers het beste beoordelen. Maar toch, zijn het werkelijk wetenschappers die het beste in staat zijn om de kans op succes en vooral vernieuwing van de plannen van andere te beoordelen? Zou ‘wisdom of de crowd’, in dit geval de wetenschappelijke ‘crowd’ werkelijk de kans op vernieuwing maximaliseren? Zou een peerreview-systeem het onderzoeksvoorstel van Copernicus en Galilei hebben ondersteund of zouden de ‘peers’ het hebben weggelachen?

Nu is het onwetenschappelijk om aan de hand van één voorbeeld te concluderen dat een ‘basisbeurs’ meer vernieuwing oplevert dan peerreview, of eigenlijk, dat specialisten, in dit geval wetenschappers, beter zijn in het herkennen van winnaars. Maar toch, zouden wetenschappers niet ook kunnen leiden aan de ‘confirmation bias’, naar bevestiging van hun eigen denken en gelijk zoeken en dus onderzoeken stimuleren die hun gelijk bevestigen? Dezelfde confirmation bias die goede voetballers tot goede trainers maakt en goede trainers zonder voetbalverleden niet serieus neemt?

Kijken

Wat is het eerste wat u te binnenschiet als u de onderstaande foto ziet?

ruud gullit

Foto:  329 × 562 – it.wikipedia.org 

“Weer ging het niet over wat ze kan, maar over haar kleur. Tuurlijk, het is een legitieme vraag, want het is tenslotte nieuwswaarde. Maar het is ook iets geks. Alsof mensen eerst haar kleur zien, en dan pas haar als actrice. Het legt wel feilloos bloot hoe wij kijken. Over colourcasting gesproken.” 

Dit concludeert Jeffrey Spalburg in zijn opiniebijdrage in de Volkskrant naar aanleiding van de Theo d’Ore voor actrice Romana Vrede, of moet ik in dit genderneutrale tijdperk acteur zeggen. Spalburg verbaast zich erover dat het alleen maar over haar kleur gaat en niet over haar acteerprestaties. Ik mag er toch van uitgaan dat de jury juist wel naar de acteerprestaties van Vrede heeft gekeken.

Terug naar de conclusie van Spalburg. Zien mensen werkelijk eerst de kleur van Vrede? Ja, Vrede is de eerste gekleurde actrice die deze prijs wint en dat is nieuwswaardig en daar wordt naar gevraagd. Betekent dat dan ook dat eerst haar ‘ kleur’ wordt gezien? Ja, toen ik naar haar keek, zag ik haar kleur, want ik kende Vrede niet. Niet als actrice en al helemaal niet als persoon. Net zoals ik de meeste winnaars van deze prijs niet ken. Dat ligt vooral aan mij, niet aan Vrede en de eerdere winnaars. Het lijkt mij daarom logisch dat ik haar niet als eerste als actrice zie. Als vervolgens wordt vermeld dat zij actrice is, dan zie ik nog steeds haar kleur, maar denk ik: dan zal ze wel een heel goede actrice zijn anders had ze die prijs niet gewonnen. Daarmee lijkt het dat de casus Ballonnendoorprikker Spalburg gelijk geeft, ik zie immers eerst de kleur van Vrede en zie haar pas als actrice als ik lees dat ze dat is.

Ik heb alleen het gevoel dat Spalburg het anders bedoelt. Ik heb het gevoel dat hij bedoelt dat mensen die weten dat Vrede actrice is, haar nog steeds eerst als gekleurd zien en dan pas als actrice en dat is iets wat ik waag te betwijfelen. Laat ik eens een ander voorbeeld nemen: Ruud Gullit. Wordt Gullit eerst als gekleurd gezien of eerst als voetballer, iets wat hij trouwens als jaren niet meer is? Spalburg zal mij, als hij me tegenkomt, eerst als blanke (of tegenwoordig waarschijnlijk witte) zien en niet als schrijver van stukjes. Zou dat nog steeds zo zijn als hij me kent als stukjesschrijver? Zou het werkelijk zo zijn dat mensen die iemand kennen, eerst de ‘kleur’ zien en dan pas de persoon die zij kennen? Zou het kunnen dat Spalburg, omdat hij is gefocust op kleur, denkt dat dit voor iedereen zo is?

Terug naar de vraag waarmee ik begon, ik ben benieuwd naar jullie antwoord op die vraag.

Genderneutrale indentiteitspolitiek

“Hema benadrukte zelf dat het ook roze jurkjes blijft verkopen. Er wordt niets afgeschaft, er worden dingen toegevoegd: meer stoere meisjeskleren, meer keuzevrijheid. Het enige dat verdwijnt, is een tweedeling.” 

Een zin uit de column van Asha ten Broeke in de volkskrant. Ten Broeke verbaast zich over de commotie die ontstond toen de HEMA besloot om de labels ‘jongens’ en ‘meisjes’ op de kledingafdeling weg te halen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Foto: Vikipeedia

Aan de ‘ene kant van de commotie’ de mensen die het belachelijk vinden dat de HEMA zwicht voor die ‘politiek correcte’ social justice warriors die in de Telegraaf een van hun spreekbuizen vinden: “Nederland ergert zich kapot aan het genderneutrale beleid dat zich meer en meer verbreidt.” Aan de andere kant van die ‘commotie’ de strijders voor gelijke rechten voor LHBTQIA die vinden dat alles genderneutraal moet zijn van kleding tot toiletten. Ik kan ze gerust stellen, de twee potten in ons huis zijn genderneutraal. Genderneutrale kleding voor volwassenen lijkt mij, door de verschillen in bouw tussen mannen en vrouwen, lastiger. Ik heb wel eens per ongeluk een spijkerbroek van mijn vrouw aangetrokken, die zat toch heel wat minder dan het ‘mannenmodel’ dat ik nu aan heb. Dat even terzijde.

Er is iets in de discussies rond gender maar ook identiteit dat mij puzzelt. Zoals ik het zie streven zowel de strijders voor genderneutraliteit als ook de identiteitsstrijders zoals Gloria Wekker en Sunny Bergman het doel na, dat iedereen zichzelf mag zijn en als zichzelf gezien mag worden. Een goed streven dat ik alleen maar kan onderschrijven en ik denk dat de overgrote meerderheid van de mensen dit streven zullen onderschrijven. Het puzzelt mij waarom ik me dan toch stoor aan deze strijders.

Dat puzzelen leidt bij mij tot de conclusie dat dit weleens het gevolg kan zijn van de manier waarop de strijders voor gelijke rechten de strijd voeren. Beiden gebruiken mij om zich tegen af te zetten. De ‘identiteitsstrijders’ omdat ik een blanke, westerse man ben die ‘profiteert’ van zijn ‘witte superioriteit‘, de genderstrijders omdat ik een heteroman man ben. Het komt op mij over dat de beide ‘strijdgroepen’ mij verwijten dat ik ben wie ik ben. Dat zij bij hun streven om zichzelf te mogen zijn, mij verwijten dat ik die blanke, hetero enzovoorts man ben. Dit terwijl het allemaal zaken zijn waaraan ik niets kan veranderen. Net zoals een homo niets kan veranderen aan zijn homoseksualiteit en een Chinees niets aan zijn Chinees zijn. Daar verandert een genderneutrale HEMA of toiletpot niets aan.

Begrensd door grenzen

In Dagblad de Limburger van zaterdag 16 september schrijft Johan van de Beek over radicalisering. In zijn column citeert hij uit een brief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) van twee jaar geleden over radicalisering:

“De aanpak van radicalisering en gewelddadig jihadisme is een van de belangrijkste thema’s in het internationale en nationale veiligheidsbeleid. de rijksoverheid werkt intensief aan de versterking van de aanpak van radicalisering en jihadisme. Gemeenten hebben bij uitstek een belangrijke rol in de integrale aanpak.”

Deze week bleek dat veel kleine gemeenten weinig aan voorkoming van radicalisering en gewelddadig jihadisme doen.

terrorismebestrijdingFoto: Pixabay

Waarom deze gemeenten er niets aan doen? “Die krijgen geen ‘signalen’ en denken dan dat er ook niets is. Het kan ook zijn dat de gemeenten het niet zien, zegt de inspectie.” Van de Beek ziet andere oorzaken: “ze zien het wel maar doen net alsof het niet bestaat (in de hoop dat het weggaat), ze hebben mensen aangenomen die het niet zien omdat ze niet weten waar ze moeten kijken of hebben mensen aangenomen die het zien maar met houtje-touwtjeoplossingen een probleem proberen aan te pakken waar ze zelf onderdeel van zijn.” Een forse conclusie of moet ik zeggen beschuldiging? Mensen die bewust niet ingrijpen en zelfs onderdeel van het probleem zijn, “ambtenaren die geen flauw benul hebben.”

Zou het niet nog wat anders kunnen zijn? Zou het kunnen dat de VNG het verkeerd heeft gezien? Dat die ‘bij uitstek belangrijke rol in de integrale aanpak’ van gemeenten niet zo belangrijk is? Al eerder vroeg ik me af of het uitgangspunt achter het zorgbeleid dat er vanuit gaat dat de gemeente de meest nabije overheid is en dat die meest nabije overheid het beste de zorg voor mensen kan organiseren, een aanname is. Zou het kunnen dat de belangrijke rol die de gemeenten voor zichzelf zien en waarin het rijk hen bijvalt, een aanname is?

Gemeenten zijn gebonden aan de grenzen van hun grondgebied, mensen niet. Mensen trekken vrijelijk van de ene naar de andere plek en via de digitale snelweg ‘flitsen’ ze nog sneller en verder over de aardbol. Zou het kunnen dat gemeenten, door hun gebondenheid aan hun grenzen juist niet de ‘bij uitstek een belangrijke rol’ kunnen spelen die ze claimen? Worden ze niet begrensd door hun grenzen?

Leeg Europa

  “… het goede willen, ook voor mensen die niet tot de eigen stam of etnische groep behoren. Zijn vijanden kunnen vergeven of in staat zijn de spons te vegen over andermans fouten. Elke mens als individu respecteren, ook zwaar mentaal gehandicapten. De behoeften van de naasten voorrang geven op de eigen behoeften. Alle mensen als gelijkwaardig behandelen, dus ook vrouwen en andersgelovigen.”

Dat zijn volgens Juliaan van Acker de centrale, op de ethiek van het jodendom en het christendom gebaseerde, waarden van ‘onze Europese beschaving. “Wie zich aan deze waarden niet kan aanpassen, hoort niet thuis in Europa,” aldus van Acker bij TPO. Laten we die centrale ethiek eens wat nader bestuderen.

st martinus

Illustratie: Wikimedia Commons

In Europa lopen veel mensen rond die het goede willen. Het vervelende met het goede is dat dit per persoon kan verschillen. Eind 2015 schreef ik in een prikker met als titel Het Goede Doel waarin ik aandacht besteedde aan mensen en stromingen die zich beroepen op het goede. Ik stelde daar de vraag: “Beroepen de jihadisten, als meest vergaande vorm van moslimfundamentalisme, zich ook niet op het goede en dus rechtvaardige? Al zullen er niet veel andere mensen zijn die dit ‘goede’ als goed beoordelen.” 

Willen Europeanen werkelijk het goede voor mensen die niet tot de eigen stam of etnische groep behoren? Lijkt het er niet meer op dat velen in Europa mensen die niet tot de eigen stam of etnische groep behoren het allerbeste toewensen zolang ze maar niet in Europa en vooral niet in Nederland zijn? Daarbij lijkt het niets uit te maken of ze zich aan ‘deze waarden’ van Van Acker willen aanpassen. Wordt dat zelfs niet regeringsbeleid van het kabinet dat nu wordt geformeerd? De vier betrokken partijen willen immers meer Turkijedeals.

Is met een spons over andermans fouten vegen moeilijk? Ja, als die fout van een ander je schade heeft berokkent, dan kan het lastig of pijnlijk zijn. Maar wordt het niet pas echt lastig als je met die spons over je eigen fouten moet vegen? Hoeveel mensen draaien niet om de hete brei van de eigen fouten heen? In de politiek zijn er vele voorbeelden van te vinden. Neem de Teevendeal of de Van Rey-affaire om er eens twee te noemen.

Hoeveel Sint Martinussen lopen er rond? U weet wel de Romeinse soldaat die, volgens de overleveringen, zijn mantel doorsneed en de helft aan een arme medemens gaf. Zouden er niet veel meer ‘heiligen’ moeten zijn als Sint Martinus’ gedrag ingeburgerd zou zijn? Of anders gesteld, zou er een ‘heilige’ zijn als dit normaal gedrag was?

Beste meneer Van Acker, als aanhanger van de christelijke ethiek kent u vast de uitdrukking ‘hij die zonder zonde is werpe de eerste steen.’ Zou Europa niet een lege vlakte zijn als eenieder die de ethiek van u niet praktiseerde het continent zou moeten verlaten.

Radicaal

Radicalisering houdt de gemoederen flink bezig. Met name kleinere gemeenten doen er niets aan, die denken ervan gevrijwaard te blijven, zo valt te lezen in de Volkskrant. Een expert, een voormalig geradicaliseerde meldt in dezelfde krant dat de-radicalisering afdwingen niet werkt. En in Amsterdam werd een ambtenaar ontslagen, zat de burgemeester in het ‘beklaagdenbankje’ en gaat men geen gebruik meer maken van ‘gederadicaliseerden’ bij het voorkomen van radicalisering.

copernicus

Foto: Wikimedia Commons

Laten we eens wat dieper in radicalisering duiken en waar beter te beginnen dan in de Van Dale. Een radicaal is

“iemand die vergaande hervormingen wil,”

aldus het woorden boek. Nu hoor je politici vaker over hervormingen en de ene wil daarin verder gaan dan de andere. Als je praat over flexibilisering van de arbeidsmarkt dan zal iemand van de SP een VVD-er of D66-er radicaal vinden. Omgekeerd wellicht ook wel. Een lid van de SGP of de ChristenUnie vindt D66 om andere redenen radicaal, denk bijvoorbeeld aan onderwerpen als euthanasie, abortus en het gebruik van embryo’s voor wetenschappelijke doeleinden. Of de gezondheidszorg, nationaliseren zegt de SP, ‘aan de markt overlaten’  roepen D66 en de VVD.

Ik begin me af te vragen of ik niet ook radicaal ben? Of de gemeente dan ook iets aan mij zou moeten doen? Een pleidooi voor bijvoorbeeld een basisinkomen is voor velen radicaal.  Je moet immers werken voor je geld. Of het idee dat je al deel uitmaakt van, en participeert in de samenleving door er gewoon te zijn, de politieke goegemeente denkt daar anders over. In zijn tijd was Copernicus ook een radicaal, net als Galilei. Zou niet iedereen op een of andere manier radicaal zijn?

Is radicalisme werkelijk een of het probleem? Of is geweld en gewelddadigheid het probleem?

Wat als …

Een paar dagen geleden schreef ik een prikker met als titel Democratische oorlog. Dit naar aanleiding van een artikel van Sietse Bruggeling in de Volkskrant. Bruggeling schreef over automatische en autonome gevechtssystemen die zouden kunnen helpen om de levens van onschuldigen te sparen en onnodige vernietiging van zaken te voorkomen. Bruggeling reageerde op mijn prikker, iets wat ik zeer op prijs stel. Dit biedt namelijk de mogelijkheid om met elkaar in gesprek te gaan en zo samen verder te komen.

dromen

Illustratie: Pixabay

Bruggeling sloot zijn reactie af met de volgende woorden: “En we moeten ook wel rekening houden met horrorscenario’s. Ik vind ook echt dat we goed moeten discussiëren over het onderwerp, want ze kunnen in potentie levens redden, maar dat is nu natuurlijk nog onduidelijk. Maar dan moeten we wel praten over feiten en niet over vergezochte fantasieën.” Inderdaad moeten we de feiten niet uit het oog verliezen. Die dienen een belangrijke plek in te nemen, dat ben ik met Bruggeling eens en heb ik hem ook geantwoord.

Zouden echter die fantasieën niet ook een plek moeten krijgen in het gesprek over kunstmatige intelligentie, want daar heb je het over als je het over autonome wapens hebt? Zijn fantasieën immers niet een van de motoren achter de technische ontwikkeling? Zijn er niet vele voorbeelden van fantasieën die uiteindelijk werkelijkheid zijn geworden? Neem vliegen, dat was eeuwenlang een fantasie, nu is het werkelijkheid. Of het bezoeken van de maan? Direct spreken met mensen aan de andere kant van de wereld? Allemaal ooit een fantasie, nu werkelijkheid.

Zouden niet zowel de ‘hemelse’ als de ‘helse’ fantasieën een plek moeten krijgen in het gesprek? Zou het proberen te achterhalen wat de cruciale factoren zouden kunnen zijn in het bereiken van zowel de ‘hemelse’ als de ‘helse’ fantasieën, ons niet verder helpen juist bij het bereiken van de ‘hemel’ en het voorkomen van de ‘hel’?