‘Parlementaire geschiedenis’

Het Rotterdams kunstinstituut Witte de With houdt de gemoederen flink bezig. Het instituut is, zo wordt beweerd, naar de straat waaraan het ligt, de Witte de Withstraat in Rotterdam genoemd. Die straat is weer genoemd naar een Nederlandse zeeman uit de zeventiende eeuw. Witte de With schijnt een zeer streng kapitein te zijn geweest voor zijn manschappen en als alle ‘kapiteins’ uit die tijd heeft hij ook in ‘de Oost’ zijn sporen (van vernieling, plundering en moord) nagelaten. Voor die tijd was zo’n staat van dienst niets bijzonders en voldoende om in de negentiende en twintigste eeuw als ‘zeeheld’ een straat naar je vernoemd te krijgen.

witte de with

Foto: Wikipedia

Kijkend door onze eenentwintigste eeuwse bril worden deze daden wat ‘anders’ beoordeeld. Een groep activisten, stel te vraag:

“How will this institution start to undo itself?”

Een bijzondere vraag, want wat vragen ze van het instituut? ‘To undo’ is ‘tenietdoen, ongedaan maken, of ‘losmaken’. Wat moet het instituut ongedaan maken? De zeventiende eeuwse daden van Witte de With? Dat lijkt me lastig voor een instituut in de eenentwintigste eeuw. Zelfs de eigen culturele uitingen van het instituut kunnen niet ongedaan worden gemaakt. Het instituut kan zich ‘losmaken’ door een andere naam te kiezen zoals het wil gaan doen. Al kun je je afvragen in hoeverre het zich los kan maken van haar eigen resultaten uit het verleden.

Die naamswijziging geeft ook meteen weer aanleiding tot discussie. Bij Elsevier vindt Gertjan van Schoonhoven het: “krankzinnig, zeker uit democratisch oogpunt,” dat het instituut haar naam wijzigt onder druk van een brief van deze groep activisten. Volgens Van Schoonhoven is het verleden iets van ons allemaal en niet alleen van activisten. Omdat het instituut bovendien met publiek geld wordt gefinancierd, is de naamgeving ook een publieke zaak:

“Dus gemeenteraad, dus parlement: doe jullie werk.” 

Op de redeneringen van de activistische briefschrijvers, net als op de wetenschappelijke onderbouwing ervan, is veel aan te merken. Redeneringen ‘witte superioriteit’ die niet verworpen kunnen worden, immers door ze te verwerpen bevestig je ze. Sterker nog, dat doe je al door er alleen vraagtekens bij te plaatsen. Op een wat grove manier plaats Van Schoonhoven deze kanttekeningen.

Volgens Van Schoonhoven gaat het hier om de “vraag hoe Nederland om moet gaan met andere, kritische opvattingen over het eigen koloniale verleden.” Het beantwoorden van die vraag: “mag geen onderonsje zijn van kunstenaars en activisten die vinden dat zij alléén recht van spreken hebben.”  Wat dit laatste aangaat heeft hij gelijk. Maar gaat hij niet de mist in met zijn oproep aan de gemeenteraad en het parlement? Gaat de Rotterdamse gemeenteraad over de naam van een onafhankelijk cultureel instituut dat zij subsidieert? Gaat het parlement over de geschiedenis en de manier waarop die wordt beoordeeld? De geschiedenis bij wet vastgelegd? Dat zou het begrip ‘parlementaire geschiedenis’ een heel andere betekenis geven.

Democratische oorlog

Robots die zich tegen de mens keren, robots die de wereld overnemen, het zijn scenario’s waarover al decennia sciencefictionfilms worden gemaakt. In essentie verschillen blockbusters als Terminator en The Matrix weinig van het verhaal van de Golem die al in de vroege Talmoed opduikt.” 

De openingszinnen van een artikel van Sietse Bruggeling in de Volkskrant. Volgens Bruggeling worden de gevaren van automatische en autonome gevechtssystemen schromelijk overdreven. 

terminator

Foto: Flickr

Dergelijke wapens kunnen juist helpen om levens van onschuldigen te sparen en vernietiging te voorkomen. Als het ons lukt daarover een intelligente discussie te voeren, zonder fabels en horrorverhalen, kunnen autonome en onbemande systemen ons helpen te bereiken wat we met z’n allen zo graag willen: minder oorlogsslachtoffers.”  De discussie daarover moeten we nu voeren, want: “We hebben nu een kans om democratisch te bepalen wat onze toekomstige manier van oorlogvoeren gaat worden. Die moeten we niet laten voorbijgaan door ons te verliezen in sciencefiction-scenario’s.” 

Zou bij het voeren van die intelligente discussie niet juist ook met de horrorscenario’s rekening moeten worden gehouden? Een kenmerk van techniek is dat deze niet goed of slecht is. Techniek kan voor goede of slechte doeleinden worden aangewend. Dat er haken en ogen aan autonome gevechtssystemen zitten lijkt Bruggeling zich ook te realiseren: “Hoe voorkomen we dat deze wapens in verkeerde handen vallen of worden gehackt? En als we zelflerende wapens willen, nog weer een stap verder in het automatiseringsproces, van wie moeten ze dan leren?” Terechte vragen waar er nog een paar aan kunnen worden toegevoegd. Hoe kunnen we voorkomen dat kwaadwillenden zelf dergelijke wapens ontwikkelen? Met name de vraag van wie de zelflerende wapens moeten leren is een interessante. Als de geschiedenis iets laat zien dan is het dat ‘zelflerende apparaten (mensen) niet alleen leren van goede voorbeelden. Zou dat bij zelflerende machines ook kunnen gebeuren?

Een bijzonder probleem in de redenering van Bruggeling levert het op zich nobele streven om democratisch bepalen wat de toekomstige manier van oorlogvoeren is. Stoten we daar niet op een probleem? Hoe bepaal je iets democratisch terwijl zeer veel landen niet democratisch zijn? Zelfs al waren alle landen democratieën, zou een land dat een oorlog dreigt te verliezen, zich aan de gemaakte afspraken houden? Immers, als de hele wereld democratisch zou zijn, zouden er dan nog oorlogen worden gevoerd?

Demonen in het hoofd

Zou ik me zorgen moeten maken? Waarover? Zou jullie wedervraag kunnen zijn, Zou ik me zorgen moeten maken dat ik doordraai en de verbinding met de realiteit verlies? Dat ik in woorden steeds wilder om me heen ga slaan? Waarom? Zouden jullie me vervolgens kunnen vragen. Wel omdat ik net als Bert Brussen een eigen site ben begonnen om mijn schrijfsels op te publiceren en als ik de schrijfsels van Brussen lees, dan maak ik me ernstig zorgen om zijn mentale vermogens, om zijn geestelijke gesteldheid. Zou dat een gevolg zijn van het beginnen van een site om schrijfsels te publiceren?

demonen hieronumus Bosch

Illustratie: Wikipedia

“Dit keer is het natuurlijk ‘slechts’ een bekladding met verf, heus zo erg nog niet als een kogel, maar het moet toch ultieme voldoening geven om te weten dat jullie met die anonieme, moralistische hetzestukjes in die ‘kwaliteitscourant’ van jullie ook écht kunnen bereiken wat jullie willen: haatzaaien. Andersdenkenden de mond snoeren. Onderdrukken. Macht uitoefenen. Controle houden. De maatschappij naar je hand zetten.”

Zo schrijft Brussen op zijn site TPO. De ‘jullie’ waar Brussen het over heeft is de NRC. Die krant heeft kritiek op het optreden van kamerlid Baudet. Baudets voordeur is beklad door actievoerder en de NRC is net als de Volkskrant hiervan de schuldige. Deze kranten ‘demoniseren’  Baudet, net zoals ze met Pim Fortuyn hebben gedaan (en we weten  waartoe dat heeft geleid, zo suggereert Brussen).

Laat ik voorop stellen, de woorden van Baudet moeten met woorden worden bestreden niet met verf op zijn voordeur, dreigementen of geweld. Laat de beide kranten nu juist dat doen, ruimte geven aan mensen om elkaar met woorden te bestrijden. Niet om, in dit geval, Baudet de mond te snoeren, maar om hem van repliek te dienen. Om zijn ideeën ter discussie te stellen en op zijn ideeën valt het nodige af te dingen.

Net zoals er wat valt af te dingen op het verwijt dat, in dit geval de NRC, andersdenkenden de mond snoert, ze onderdrukt, macht uitoefent, controle houdt en de maatschappij naar haar handen zet. Als de NRC desnoods samen met de Volkskrant, dat zou doen, dan zouden ze het toch wel heel slecht doen. Baudet haalt, net als Wilders met elke (lavendel)scheet die hij laat het nieuws. Sites als TPO van Bert Brussen en De Dagelijkse Standaard, reageren daar weer zeer verheugd op. Hoezo zet de NRC dan de maatschappij naar haar hand.

Gelukkig is verlies van je mentale vermogens en je geestelijke gezondheid geen gevolg van het hebben van een site om je schrijfsels op te publiceren. Net zoals er ook geen verband is tussen het bieden van weerwoord aan Baudet en de verf op zijn deur. Zou er niet eerder een verband tussen demonen in het hoofd en het smeren van verf op iemands deur of het opschrijven van verwijten zoals Brussen ze debiteert?

Dom, dom, dom …

Poetst u uw huis zelf? Dom, dom, dom! Brengt u uw kinderen zelf naar school? Dom, dom, dom! Tenminste, als we Heleen Mees mogen geloven. In haar column in de Volkskrant legt zij uit waarom de arbeidsproductiviteit in Nederland zo hoog is. In het kort komt het erop neer dat wij minder lang werken en de tijd die we niet werken, vullen met poetsen en voor onze kinderen zorgen. Mees:

“In Nederland is het bijna altijd financieel aantrekkelijker om minder uren te werken en zelf allerhande laagwaardig werk te doen dan dat soort werk uit te besteden.”

 

John Galt

Foto: Wikimedia Commons

Mees geeft een voorbeeld: “Zo voert een medisch specialist van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam een juridische procedure tegen haar werkgever omdat zij ’s ochtends eerst haar kinderen naar school wil brengen en daardoor pas na negenen op haar werk kan zijn.” Een klusje waarvoor ze, aldus Mees, iemand kan inhuren zodat zij haar dure werk kan doen. Als ze dit zou doen, dan zou het naar school brengen als werk tellen, laag productief werk, dat de totale arbeidsproductiviteit in Nederland zou drukken. Poetsen en naar school brengen: “De banen in de persoonlijke dienstverlening die ontstaan als hoogopgeleiden meer uren zouden werken, bieden uitstekende kansen voor laaggeschoolden.” 

Bijzonder is dat de uren die de medisch specialist besteedt aan de kinderen naar school brengen niet mee tellen als arbeid en dus bij het bepalen van het nationaal inkomen, er wordt niet voor betaald. Als dat gebeurt door een kinderoppas die hiervoor betaald krijgt, telt het wel mee. Is het niet vreemd dat dat wat van waarde is, de betrokkenheid van een ouder bij zijn kinderen, niet wordt gewaardeerd en het uitbesteden van die betrokkenheid wel?

Mees’ betoog sluit aan bij het denken van Ayn Rand. In haar belangrijkste boek Atlas Shrugged beschrijft zij, via de personages John Galt en Dagny Taggert, haar ideale samenleving. Een samenleving waarbij alles wat mensen met elkaar hebben en doen gebeurt via een transactie. Alles moet worden gekocht en betaald. Dit levert vast het grootste economische meerwaarde op. Iedereen doet dat waar zijn meerwaarde het grootste is en dat levert voor het geheel de grootste meerwaarde. Laat de dokter alleen dokteren, de poetser alleen poetsen en dan het liefst zeven dagen per week en vierentwintig uur per dag. Dat zou het beste zijn voor de economie. Want waarom zou een dokter of een poetser een hobby moeten hebben zoals het trainen van het voetbalteam van zijn of haar kinderen? Zijn of haar meerwaarde zit niet in het trainen van voetballertjes, dan was hij of zij wel trainer geworden. Laat die trainingen ook maar verzorgen door een professionele trainer. Waarom zou de arts nog sex moeten hebben, daar zit niet haar meerwaarde. Als haar meerwaarde daar het grootste zou zijn, zou ze wel prostituee zijn geworden.

Maar, … . Zouden we daar gelukkiger van worden? Zou die medisch specialist gelukkig worden als het contact met de kinderen verloren zou gaan? Zouden die kinderen daar gelukkig van worden?

Delen met wie?

“De deeleconomie heeft zijn onschuld verloren,” de kop boven een artikel van Elisa Hermanides in Trouw. Aanleiding voor het artikel is de actie van de gemeente Amsterdam om ‘deelfietsen’ die in de stad rondslingeren te verwijderen en naar het gemeentelijk depot te brengen. De ‘zwerfdeelfietsen’ zijn volgens Hermanides het zoveelste voorbeeld van wantoestanden in  de ‘deeleconomie’. Eerder hadden we immers al de uitgebuite Uberchauffeur en de overlast veroorzakende Airbnb-ers.

LeenfietsFoto: Flickr

‘Eerlijk zullen we alles delen’ aldus een regel uit een Sinterklaasliedje dat duidelijk maakt waar het bij delen om gaat. Bij delen gaat het erom dat een kind haar chocoladereep deelt met een ander kind. Of een goede vriendin die tijdens het laatste Zomerparkfeest met een bakje frieteieren aankwam, die we vervolgens gezamenlijk hebben opgegeten. Voor de niet ‘Venlonaeren’ onder ons, een friet-ei is dé culinaire innovatie en traktatie uit Venlo. Aan dat gevoel appelleert het begrip ‘deeleconomie’.

Is er in de deeleconomie wel sprake van delen? Gedeeld wordt er als iets “zo (wordt gesplitst) dat ieder zijn deel krijgt,” aldus de Vandale. Het is lastig om een fiets op een dergelijke manier te delen. Dan zou je hem in stukken moeten zagen en heeft iedereen een stukje oud ijzer. Wel kun je een fiets door iemand anders laten gebruiken, dan laat je hem delen in het genot dat jij hebt van je fiets.

Met de fietsen die Amsterdam weghaalt en in het depot plaatst, ligt dat echter anders. De eigenaar van die fiets, fietst er nooit op. Hij laat jou niet delen in het genot van zijn fiets. Hij laat jou betalen voor het huren van een van zijn fietsen. Het is te vergelijken met de auto die ik tijdens onze vakantie op Lesbos huurde. Of de parketschuurmachine die ik huurde toen de plankenvloer opnieuw gelakt moest worden. Het friet-ei van die vriendin gaf mij een veel ander, beter gevoel dan die auto of parketschuurmachine.

Is die deelfiets niet gewoon een huurfiets? Zouden we delen niet moeten bewaren voor zaken waar geen geld mee is gemoeid? Dus ‘deeleconomie’ reserveren voor een economie zonder geld of tegenprestatie?

Marx en het monster van Frankenstein

Na het vallen van de muur werd het denken van Karl Marx bij het grofvuil gezet. Het liberale kapitalisme of kapitalistisch liberalisme had definitief gewonnen en de geschiedenis, de strijd tussen ideologieën werd in navolging van Francis Fukuyama voor beëindigd verklaard. De laatste tijd lijkt het alsof er te vroeg is gejuicht want Marx blijkt slimmer dan we dachten. Het denken van Marx ligt aan de basis van de  ‘identiteitspolitiek’. Als we tenminste mensen als Thierry Baudet, Paul Cliteur en ook Teunis Dokter mogen geloven. Zo’n beetje alles wat deze heren niet aanstaat, is het gevolg van cultuurmarxisme.

FRankenstein

Foto: Flickr

Neem Dokter bij ThePostOnline: De definitie van de ‘Inclusive Society’ –een inherent marxistisch concept– vormt de grondslag voor de sociaal-culturele programma’s en subsidienetwerken van de Verenigde Naties en de Europese Unie.” Dit is allemaal een gevolg van het streven naar gelijkheid uit het denken van Marx. En: “De ironie wil dat dit streven naar gelijkheid van klassen leidt tot identiteitspolitiek. Want wanneer men de gelijkheid tussen verschillende klassen wil doen toenemen moet men deze klassen kunnen onderscheiden en aanwijzen. Zodra een benadeelde klasse is ontdekt wordt deze verheven terwijl andere groepen geen aandacht krijgen.” Zo schrijft Dokter.

Marx schreef over de strijd tussen de kapitalistische klassen en het proletariaat en in zijn theorie zou het proletariaat die strijd winnen. Deze strijd zou, volgens Marx, door het proletariaat worden gewonnen, waarna er een klasseloze samenleving zou ontstaan. Marx schreef niet over culturen of identiteiten. De kreet ‘proletariërs aller landen verenigt u’ getuigt niet echt van het denken in culturen en identiteiten. Iets wat duidelijk werd bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In de loopgraven stonden de proletariërs uit ‘allerlei’ landen tegenover elkaar verenigd onder een nationale en culturele vlag.

Op het historicisme van Marx is ook veel aan te merken en daar zijn al vele boeken over vol geschreven. Neem bijvoorbeeld Karl Poppers The Open Society and it’s Enemies om er een te noemen. Wat Marx goed zag is dat een samenleving met grote economische ongelijkheid niet stabiel is. Marx min of meer benoemen tot de vader van de ‘identiteitspolitiek is een gotspe.

Er is ook veel aan te merken op de ‘identiteitspolitiek’ en het ‘pseudo-wetenschappelijk fabuleren’ dat eraan ten grondslag ligt. Een terecht punt van zorg dat de ‘identiteitspolitici’ maken is de ongelijke behandeling van mensen vanwege hun uiterlijk, sekse, religie enzovoorts. Een punt dat hun overschreeuwen en pseudo-wetenschappelijkheid ondersneeuwt.

Zouden de bedenkers van het ‘cultuurmarxisme theorie’ denken dat hun argumenten sterker worden door hun twee ‘vijanden’ in elkaar te knutselen tot een soort ‘monster van Frankenstein’?

Selectief winkelen

“Erkennen van het Nederlandse aandeel in slavernij is erkennen dat er in Nederland een systematische ongelijkheid bestaat voor een groep Nederlanders met een cultureel diverse achtergrond.”

Dit schrijft Jörgen Tjon A Fong in de Volkskrant in reactie op een column van Martin Sommer in dezelfde krant. Tjon A Fong vindt dat Sommer het slavernijverleden bagatelliseert en dat hij door: “betwisten van de cijfers de weg naar gelijkheid juist vertroebelt.” 

slavernijFoto: Pixabay

Het gaat mij er niet om wie gelijk heeft en hoe groot of klein het Nederlandse aandeel in de slavernij handel was. Het gaat mij om deze bewering van Tjon A Fong. Hij beweert hier dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de slavenhandel en de huidige ongelijkheid die er bestaat tussen Nederlanders met diverse culturele achtergronden. Tjon A Fong beweert hier dat het laatste is veroorzaakt door het eerste. Of hemzelf aan het woord te laten: “Het gaat erom dat we in de tijd die we de Gouden Eeuw noemen een sociale constructie hebben gebouwd waarin wit als superieur werd gezien en niet wit als minderwaardig.”

Hoe is dan die ‘sociale constructie’ in de Gouden Eeuw ontstaan? De westerse slavenhandelaren zagen immers niet iedere niet blanke als slaaf. Ze handelden er vrolijk op los met niet blanke slavenhandelaren die hun kleurgenoten verhandelden. Als ze pech hadden, werden ze zelf tot slaaf gemaakt door Arabieren en Noord-Afrikanen.

Ik ben benieuwd hoe het verband dat Tjon A Fong schets eruitziet. Dat twee gebeurtenissen na elkaar optreden wil niet zeggen dat er een oorzakelijk verband is tussen die twee. Kan Tjon A Fong of iemand anders mij dit verband uitleggen? Volgens Tjon A Fong gaat het erom de: “bouwstenen van de huidige maatschappij bloot te leggen. En daar vormt de geschiedenis een onuitwisbaar fundament van.” De slavenhandel heeft hierbij tot een ‘constructiefout’ geleid. Winkelt Tjon A Fong zo niet selectief in de geschiedenis?

Als de geschiedenis het fundament van het bouwwerk is, behoort dan de afschaffing van de slavernij niet ook tot die fundamenten? Net als een Grondwet die iedereen gelijk behandelt?

Zou het kunnen dat de oorzaak van de ongelijkheid niet systematisch is, maar een oorzaak in de menselijke natuur heeft? Identificeert een mens zich niet met degenen die op hem lijken. Zou dat niet de oorzaak van de ongelijkheid kunnen zijn?

Gevangen in het eigen web

“Ik ben meer dan mijn kleur,” aldus de titel boven een column van Kiza Magendane in de Volkskrant. Magendane schets zijn droombeeld: “Hierin schrijven en praten de zogenaamde allochtonen over iets anders dan uitsluitend over racisme, discriminatie, de islam en diversiteit.” Dat dit er voorlopig niet van gaat komen, is een gevolg van de ‘mentale tirannie’ die ‘biculturele’ intelligentsia teistert: “Ze verkeren in een ‘psychologisch gevangenis’ zoals ik dat zelf noem. Hun identiteit wordt gereduceerd  tot hun culturele en etnische hokjes.” Hierdoor wordt: “het cultuurverschil tussen diverse etnische groepen als de meest doorslaggevende factor gezien in het verklaren van maatschappelijke problemen.” Een analyse die tot nadenken stemt en die aansluit bij eerdere prikkers.

spin in web

Foto: Pixabay

Ik moest denken aan een eerdere prikker, Cultuur, die ik in 2015 schreef. In haar commentaar stelde Dagblad de Limburger dat de Friese of Groningse cultuur anders is dan de Brabantse of de Limburgse. Waarop ik me afvroeg of er dan ook verschil zou kunnen zijn tussen de Venlose en Maastrichtse cultuur of tussen de culturen binnen de Venlose gemeenschap? Magendane noemt zichzelf een biculturele Nederlander. Wanneer ben je een biculturele Nederlander? Ik ben geboren in Velden, woon in Venlo, die plaatsen liggen in Limburg, in Nederland, in de Europese Unie, in Europa en de wereld? Voldoe ik daarmee aan de criteria om biculturele Nederlander te worden genoemd? Of, als je het op de keper beschouwt, multiculturele Nederlander? Het zijn immers meer dan twee culturen.

Ik sloot de genoemde prikker af met de vraag: “Is cultuur daarmee een woord dat we gebruiken om anderen, al naar wat we willen bereiken, binnen of buiten te sluiten?”  Een interessante vraag die ook naar aanleiding van de column van Magendane gesteld kan worden. Sluit hij zichzelf niet op in een hokje? Of om zijn eigen woorden te gebruiken, ‘reduceert’ hij zichzelf door zich biculturele Nederlander te noemen  tot een ‘cultureel en etnisch hokje’? Zet hij zich zo, om hem te parafraseren, niet ‘gevangen in een ‘psychologische gevangenis’? Zit hij zo niet gevangen in zijn eigen web?

Patrouille in Tarin Kowt

In zijn column in Trouw probeert Stevo Akkerman zich te verdiepen in het brein van een terrorist. Eén zin in zijn betoog wekte mijn belangstelling:

“Eerder deze week betrapte ik mezelf erop dat ik het plein voor het Centraal Station in Amsterdam inspecteerde op obstakels tegen moorddadige voertuigen, en toen ik schreef over Afghanistan herinnerde ik me weer scherp hoe ik me daar, meelopend met een patrouille door Tarin Kowt, opeens had gerealiseerd dat er mensen waren die mij, als ze mij in handen zouden krijgen, dood wilden hebben, zonder dat ze me kenden.”

Akkerman stelt hier een interessante vraag, waarom wil je iemand doden die je niet kent? Je kunt je natuurlijk ook de vraag stellen waarom je überhaupt iemand wilt doden.

patrouille

Foto: Flickr

De zin van Akkerman roept bij mij een andere vraag op: Waarom lopen Nederlandse soldaten patrouille in Tarin Kowt? Die vraag wordt weer actueel nu de Amerikaanse president Trump de ‘bondgenoten’ aanpreekt om meer bij te dragen aan de strijd in Afghanistan. Waarom vechten Amerikanen in Afghanistan? ‘Het was een terroristisch broeinest en dat wordt het weer als we er niets aan doen,’ zo luidt het antwoord. Aangevuld met: ‘dan krijgen Al Qaida en IS het daar weer voor het zeggen en worden daar weer terroristen getraind’. Vervolgens kun je de vraag stellen, hoe het komt dat het zo’n chaos is in Afghanistan en dan kom je uiteindelijk bij de inval van de Sovjet Unie uit.

Een hele keten van oorzaak en gevolg die ons in het heden brengt. Een hele keten die wordt gekenmerkt door ‘je bemoeien met de zaken van een ander’. Russen die zich bemoeien met Afghanistan. Amerikanen die zich er vervolgens ook mee gaan bemoeien. Zeloten uit Arabische landen die zich ermee gaan bemoeien en die zich vervolgens met de Amerikanen en het westen gaan bemoeien. Amerikanen en het westen die zich met Irak, Syrië, Libië en andere landen gaan bemoeien.

Als ik naar mezelf kijk dan weet ik dat anderen zich niet te veel met mij moeten bemoeien. Als dat gebeurt dan ga ik me ergeren en word ik boos. Zou dat voor die anderen niet ook kunnen gelden? Is de vraag waarom anderen ons willen doden, niet de verkeerde? De verkeerde omdat we dan naar de ander kijken. Zouden we ons niet af moeten vragen of wij wel patrouille moeten lopen in Tarin Kowt?

Solidariteit en identiteit

Econome Heleen Mees houdt, in haar column in de Volkskrant, een warm pleidooi voor diversiteitsbeleid: “Neem bijvoorbeeld het controversiële voorkeursbeleid. Door meer minderheden aan te stellen bij de politie, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht, neemt het vertrouwen in de rechtsstaat toe, en zullen de criminaliteit en het gevoel van onveiligheid afnemen.” Hiervan profiteren ook de ‘witte’ Amerikanen. Net zoals zij ook profiteren van laagopgeleide migranten: “Dankzij de goedkope arbeid van migranten gaan Amerikanen ook vaker uit eten dan Europeanen. Daardoor zijn er in de VS ook meer banen in restaurants.” 

solidairFoto: Vimeo

Volgens Mees moet ‘links’ niet terug naar: “de kernbeginselen van solidariteit en gelijke bescherming voor iedereen. … Dat zou immers betekenen dat misstanden als rassen- en seksediscriminatie zouden blijven voortbestaan zij het op een hoger welvaartsniveau. De uitdaging voor de linkse politiek is om een programma te ontwikkelen dat opkomt voor de legitieme belangen van minderheidsgroepen zonder de legitieme grieven van de witte arbeidersklasse uit het oog te verliezen.”  Volgens haar is ‘links’ nu te veel gericht op ‘identiteitspolitiek’ en geeft zo het belangrijke sociaal-economische terrein prijs aan ‘rechts’.

Ik moest het een paar keer lezen. Als de staat iedereen gelijk beschermt en solidariteit als uitgangspunt neemt, dan blijven rassen- en seksediscriminatie bestaan. Wat zegt Mees hier? Hoe kan rassen en seksediscriminatie blijven bestaan als iedereen op eenzelfde bescherming en solidariteit kan rekenen? Is welke vorm van discriminatie niet juist een gevolg van ongelijke bescherming? Van juist niet solidair met elkaar zijn en dus van het maken van onderscheid?

Is het zorgen voor een betere afspiegeling bij bijvoorbeeld de politie niet juist een voorbeeld van solidariteit? Net zoals het ook binnen laten van laagopgeleide migranten? Is de fout die ‘links’ maakt niet juist dat het solidariteit als diversiteit verkoopt? Dat die diversiteit-politiek tot in het extreme doortrekt tot de schadelijke identiteitspolitiek? Zou ‘links’ daarom niet juist voor solidariteit en gelijke bescherming moeten pleiten?