Auto(Taal)maatje

“Wil je leren autorijden? Dan is een auto-maatje iets voor jou. Je krijgt een vast auto-maatje, een vrijwilliger, met wie je over koetjes en kalfjes kunt praten en ondertussen oefen je je rijvaardigheid.” Broodroof! Je kunt niet iedere vrijwillige ‘beunhaas’ met een rijbewijs rijles laten geven, dat is vragen om ongelukken. Een rijbewijs hebben en eventueel ook nog goed kunnen autorijden, wil niet zeggen dat je ook goed rijles kunt geven. Daarvoor moet je zijn opgeleid. 

lesauto

Foto: Flickr

“Wil jij Nederlands leren? Maar liever niet in een klas? Dan is een taalmaatje iets voor jou. Je krijgt een vast taalmaatje, een vrijwilliger, met wie je kunt praten, lezen, televisie kijken, koffie of thee drinken, of wandelen. Wat je wilt. Ondertussen oefen je in jullie gesprekken je Nederlands. En natuurlijk leer je zo ook veel van elkaars taal en cultuur. Je taalmaatje trekt ruim een jaar lang met je op.” Deze tekst is te lezen op de site van Humanitas en het is daarmee niet de enige die dit doet. Dit geheel tot plezier van de overheid want het spaart veel geld.

Is het onderwijzen van een taal niet ook een vak? Zouden Nederlandse taallessen niet alleen gegeven mogen worden door gediplomeerde docenten Nederlands? Laten we het eens anders stellen, zouden we het accepteren als een automonteur zonder opleiding in de Nederlandse taal, als vrijwilliger Nederlands gaat geven op een middelbare school? We zouden onze kinderen van die school halen. Waarom staan we dan wel toe dat nieuwkomers Nederlands gaan leren bij ongediplomeerde vrijwilligers? Natuurlijk, het is prachtig dat mensen, anderen, die nieuw zijn in Nederland helpen om hun weg te vinden dat is eigenlijk een ‘burenplicht’, maar Nederlandse les geven?  

Even over die overheid. Die zit aan de ene kant nieuwkomers achter de veren en wil hen het liefst zo snel mogelijk uit de uitkering hebben. Aan de andere kant moeten de nieuwkomers eerst een ‘inburgeringscursus’ volgen voordat ze aan de slag mogen. Als we die tegenstrijdigheid even vergeten, is het dan niet vreemd dat het streven naar betaald werk voor nieuwkomers gerealiseerd moet worden door het inzetten van vrijwilligers? Soms ook vrijwilligers die van dezelfde uitkering gebruikmaken en op eenzelfde manier achter de veren worden gezeten? 

Monniken en kappen

Via een nieuwsflits van een bedrijf las ik over het begrip ‘ de omgekeerde toets’. Wat het is? “Bij de omgekeerde toets worden – kort gezegd – de Participatiewet, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet schuldhulpverlening zó uitgevoerd dat niet de bepalingen in die wetten voorop staan, maar de doelen van die wetten en de doelen van de maatwerkoplossing die iemand nodig heeft. Vervolgens wordt bezien of die maatwerkvoorziening kan worden geleverd op grond van genoemde wetten.” Volgens de auteur van het artikel, Guido le Noble, een nieuwe omschrijving voor ‘maatwerk’ en daar heeft hij een punt. 

monniken

Illustratie: Flickr

U schiet vast in de lach als ik beweer dat er geen sector zo vernieuwend is als de overheid. Immers, als er één sector bekend staat als star en behoudend, dan is het de overheid. Behalve dan op het terrein van ‘oude wijn in nieuwe zakken’: een nieuw woord voor iets ouds. Meestal een term die het doet voorkomen alsof het een ‘fris nieuw product’ betreft. Neem het woord ‘ombuigen’ als vervanger voor bezuinigen. Klinkt lang niet zo pijnlijk. Dat even terzijde.

Onder het artikel een reactie van een lezer Corné Stoop die eindigt met: Mijn taak is te toetsen aan wet- en regelgeving waaronder onze verordeningen en beleidsregels. Echter voel ik vanuit de organisatie en collega’s een toenemende druk om buiten deze wettelijke kaders te denken. Ik weet soms niet meer waaraan ik moet toetsen, aan wet- en regelgeving of aan bepaalde standpunten van bijvoorbeeld onze managers of medewerkers. Ik vind het een gevaarlijke ontwikkeling, al dat gemarchandeer met regelgeving. Het werkt willekeur in de hand en de rechtsongelijkheid in de casuïstiek zal alleen maar toenemen.” Begrijpelijk die vrees van een uitvoerder. 

Of toch niet? Inderdaad leidt het selectief omspringen, of marchanderen met regels tot onduidelijkheid of willekeur. Nu is er iets vreemds met regels en maatwerk. Is maatwerk wel te leveren via ‘regels’? Zoals ik begrepen heb, beoogt de wetgever met de  Jeugdwet en de Wmo maatwerk te leveren. Zouden die regels voor de uitvoering dan niet  moeten worden afgeschaft? Of begint het leveren van maatwerk en het voorkomen van ‘willekeur’ niet ergens anders? Niet bij de regels maar bij de persoon die ondersteuning nodig heeft? Als die persoon, zijn levensomstandigheden en zijn vraag uniek zijn en dat wordt als uitgangspunt genomen, kan een oplossing voor zijn vraag dan leiden tot rechtsongelijkheid? Is er dan een ‘precies gelijke monnik die vervolgens kan claimen recht te hebben op precies dezelfde ‘kap’?

 

 

De boer en de pastoor

De Oostvaardersplassen en dan vooral de grote grazers die er rondlopen houden de gemoederen flink bezig. Om het wat cru te formuleren was de ene groep natuuractivisten druk bezig met het bedreigen van parkwachters en het bijvoeren van verhongerende grazers. De dieren laten verhongeren was immers dierenmishandeling, net als het afschieten van bijna verhongerde dieren. De andere groep was druk met het overtuigen van de ene groep dat bijvoeren toch echt dierenmishandeling was en dat afschieten een diervriendelijke daad was. Nu het voorjaar goed is ‘uitgebroken’ en het gras weer groeit, hoeft er niet meer bijgevoerd te worden. Toch blijft het gebied de aandacht opeisen.

Tarwe

Foto: Pixabay

Nu door het rapport van de Begeleidingscommissie beheer Oostvaardersplassen onder leiding van Pieter van Geel. Die stelt ander beheer voor omdat, zo valt in de Volkskrant te lezen: “Het (…) maatschappelijk niet breed (wordt) geaccepteerd dat dieren zichtbaar vermageren en dat een groot deel daarvan vervolgens sterft, door afschot of op een natuurlijk wijze.” Door de natuur zoals die ontstaan was, stonden Natura 2000-doelen onder druk en dat kan natuurlijk niet. De natuur moet wel voldoen aan de richtlijnen van de mens. Dus gaat de mens weer aan de slag: “Om de dieren beter te beschermen tegen de winterse omstandigheden, moet het graasgebied (circa 2.000 hectare) voorzien worden van 300 hectare aan extra beschutting. Ook moet 500 hectare alsnog nat worden. Hierdoor wordt het graasgebied verkleind tot ongeveer 1.000 hectare, groot genoeg voor de maximaal 1.500 dieren.”

Toen ik dit las, moest ik denken aan de pastoor die bij een boer op bezoek kwam. De boer gaf de pastoor een rondleiding langs zijn velden. Bij een veld met suikerbieten aangekomen zei de pastoor dat de bieten er prachtig bijstonden. Daarop vertelde de boer vol trots hoe hij dat met hard werken, veel schoffelen en wieden voor elkaar had gekregen. De pastoor vulde aan: “met gods hulp.”  Vervolgens kwamen ze bij een veld met tarwe en ook daar kreeg de boer een compliment van de pastoor. Daarop vertelde de boer weer vol trots hoe hij dat met hard werken voor elkaar had gekregen, waarop de pastoor weer aanvulde: “met gods hulp.” Het geheel herhaalde zich bij een veld met aardappelen. Als laatste liepen ze langs een braakliggend perceel dat vol stond met onkruid. De pastoor keek de boer verbaasd aan en vroeg hoe het kon dat dit perceel zo’n zooitje was. De boer antwoordde: “Hier heb ik god alleen aan laten klooien.” 

Buigend riet

“Ook het nieuwe kabinet probeert de groeiende kloof tussen vast en flex te keren. De wet Arbeidsmarkt in Balans moet vast werk minder vast maken en flexibel werk minder flexibel. Maar de plannen van D66-minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken zijn door zowel de werkgevers als de vakbonden al zwaar bekritiseerd. Dat is zorgelijk, vindt hoogleraar Wilthagen. ‘Nederland zit al in de Europese kopgroep met tijdelijk werk. We moeten niet Spanje nog verder achterna gaan, met een grote groep werknemers die in onzekerheid moet leven.’” Deze alinea bevat de centrale boodschap van een artikel van Wilco Dekker over flexwerken in de Volkskrant. 

Riet

Foto: PxHere

Aanleiding voor het artikel is de sterke stijging van flexwerk die blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek. En flex levert problemen: “Flexwerkers verdienen minder, bouwen geen of minder pensioen op, hebben minder opleidingsmogelijkheden en krijgen lastiger een hypotheek, dus ze hebben een veel zwakkere positie dan mensen met een vast contract,” zo zegt hoogleraar Arbeidsmarkt Ton Wilthagen. Om daaraan wat te doen moet flex dus minder flex en vast minder vast. Maar hoe vast moet flex worden en hoe flex vast? Wat is de juiste balans? Wat is vast en flex genoeg zodat er voldoende pensioen wordt opgebouwd, voldoende opleidingsmogelijkheden zijn en een hypotheek kan worden verkregen?

Is dat vaste dat toch flex moet zijn of dat flex dat toch ook vastigheid in zich moet hebben alleen maar via de kant van arbeidscontracten en arbeidswetgeving te regelen? Via wetten met termijnen waarin verplichtingen worden opgelegd om na x-contracten of een x-periode iemand in vaste dienst te nemen? De ervaringen leren dat er tot nu toe geen wet kon worden bedacht zonder ‘gaten’ waarvan weer grif gebruikt wordt gemaakt.

Als het probleem van te ‘flex’ lagere beloning en groeiende onzekerheid is, zouden er dan ook andere mogelijkheden zijn om voor meer zekerheid te zorgen? Om mensen te beschermen tegen die lagere beloning? 

Zou een onvoorwaardelijk basisinkomen hier uitkomst kunnen bieden? Omzeilt dat niet het probleem dat flex te flex en vast te vast wordt? Zou dat niet het ‘riet’ kunnen zijn dat stevig verankert flexibel meebuigt met de wind?

Do the math…

Volgens filosoof Sid Lukkassen is het Westen verdoemd. Lukkassen speelt ook een rol in het artikel in de Volkskrant waarover ik gisteren schreef. De blanke man krijgt het erg lastig: “Zij (hoog opgeleide vrouwen) gaan over de vorming van de jeugd, kunnen jongens zich daar nog in herkennen? … Daarnaast willen deze vrouwen niet downdaten, maar ze willen ook geen saaie accountant, ze wil een ervaring” Vervolgens komt migratie in beeld en dat zorgt ervoor dat: “De westerse beschaving () de verliezer (is). De netto-instroom van migranten uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten creëert extra aanbod van jonge, viriele mannen. Zij trouwen wel jong en krijgen wel veel kinderen. Do the math.”

math

Illustratie: Flickr

‘Do the math’. Ik weet niet of de protestanten die uitdrukking in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw ook gebruikten. Want toen was de ‘Nederlandse beschaving’ zoals de protestanten het zagen, in gevaar. Wie zorgde er voor dat gevaar? De vermaledijde katholieken. Voor katholieken gold de leus ‘god en vaderland’ immers niet, die liepen aan de leiband van de paus van Rome. En omdat die ‘viriele katholieken’ zich voortplantten als ‘ratten’ zou het niet lang duren voordat ze een meerderheid vormden in dit land. Als dat zou gebeuren dan zou de ‘Nederlandse beschaving’ ten ondergaan.

Wat bleek, die viriele katholieken bleken toch niet zo viriel als gedacht. De roep van de paus en zijn lokale hulp de pastoor om ‘heen te gaan en te vermenigvuldigen’, bleek een stuk minder aanlokkelijk. De geboortecijfers van de katholieken zakten terug tot het niveau van de protestanten of zelfs nog lager. De ontkerkelijking zette in en de paus, ‘popie Jopie’, werd bij zijn bezoek aan Nederland behoorlijk belachelijk gemaakt. Inmiddels hoeft de rest van Nederland die ‘katholieken’ niet meer te vrezen. ‘The math’ bleek ineens heel anders te zijn.

Zou het met die ‘viriele’ mannen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika niet hetzelfde kunnen gebeuren? Hebben die ‘viriele mannen’ geen vrouwen nodig om zich voort te planten? Zouden die hoog opgeleide Nederlandse vrouwen zich hiervoor lenen? Een radicalere variant, niet Lukkassens redenering, die ook in het artikel wordt genoemd, denkt van wel: “ de ‘blanke man’ zal letterlijk verdwijnen door een desastreus verbond van sjw’s, feministen, moslims en Afrikanen.” Een bijzonder verbond waarbij er vanuit wordt gegaan dat alle blanke westerse vrouwen in een dergelijk ‘complot’ meegaan. 

Het meest opmerkelijke is dat Lukkassen er vanuit lijkt te gaan dat de nieuwkomers een uniform ‘waarden blok’ vormen en dat de ‘westerse waarden’ in deze ‘clash of civilisations’ het onderspit gaan delven. 

Vervloeken en verketteren

In de Volkskrant van zaterdag 21 april een artikel over de moderatoren van Facebook. Dat zijn er zo’n 1.100 en die werken vanuit Berlijn, Zij beoordelen alle bijdragen en verwijderen de bijdragen die echt niet door de beugel kunnen. Voor het karige minimumloon moeten zij alle bagger lezen en beoordelen. Nogal slecht betaald voor een tech-multinational met een extreem rijke eigenaar. Met de Uber-chauffeurs in het achterhoofd lijkt dit gebruik te zijn in de tech-business, maar daar wil ik het niet over hebben. Wel over de conclusie van de moderatoren:  Nederlandse Facebookgebruikers blinken uit in haatberichten.

schelden

Illustratie: Wikimedia Commons

In dezelfde krant een artikel waarin  Jesper Jansen, een student filosofie die de titel ‘ boze blanke man’ als geuzenaam draagt, figureert. Jansen verzet zich fel tegen de ‘feministische ideologie’, tegen de ‘Gendernazi’s’ en de ‘Social Justice Wariors’ die hele leugens en halve waarheden verkondigen en al 150 jaar lang negatief te doen over mannen. 

De twee artikelen raken elkaar als in het interview met Jansen de naam van schrijver Phillip Huff valt. Huff had het gewaagd om kritiek te hebben op het, om de Volkskrant te citeren: “immens populaire maar ook ‘vrouwonvriendelijke wereldbeeld’ van Peterson. Het stokpaardje van de psycholoog – ‘de natuur is ongelijk, dus de maatschappij ook’ – zou volgens Huff bij Peterson vooral ten koste gaan van vrouwen.” Als Huff ter sprake komt dan gaat Jansen los: “Wat een loser, wat een pathetisch ‘kijk mij eens zien deugen’ stuk onderkruipsel.” 

Is een aanval op de persoon niet een zwaktebod? Is dit niet een schoolvoorbeeld van wat er mis is in, in ieder geval, Nederland? Iemand brengt een boodschap die je niet bevalt en in plaats van in te gaan op die boodschap, die boodschap kritisch tegen het licht te houden en te wijzen op alternatieven of op gebreken in de redenering van de ander, wordt de boodschapper afgebrand. Hij is een loser en een ‘pathetisch stuk onderkruipsel’. Tja, op wat zo iemand verteld, hoef je in te gaan, dat is bijvoorbaat al onzin. 

Mag je van een student filosofie niet een andere reactie verwachten?

Sperjesveld

In de Volkskrant houdt Eveline Wagenaar een pleidooi voor meer begeleiding van asielzoekers. Die worden nu veel te veel aan hun lot over gelaten. Dat moet anders: “vluchtelingen klaar (stomen) voor werk met intensieve aandacht voor de taal, een in de betreffende sector gepaste werkhouding, gevolgd door een praktijk-opleiding en vakinhoudelijke en mentale begeleiding tijdens het werk. Hierdoor zouden vluchtelingen binnen zes maanden taalvaardig kunnen zijn, voor werk beschikbaar en uit de bijstand.” Dat zou volgens Wagenaar zo’n 10 mille per deelnemer kosten en: “voldoende kunnen zijn om meer dan 140 mille aan bijstandskosten te besparen.”

asperges steken

Illustratie: Flickr

In haar bijdrage geeft ze een opsomming van knelpunten die ervoor zorgen dat vluchtelingen niet verder komen. Het eerste knelpunt:“Als je twee keer per week drie uur les hebt, zakt de kennis snel weg als je de stof niet oefent.” Vervolgens constateert zij: “Als je slaagt voor het inburgeringsexamen, is het de vraag of je kennis van Nederland voldoende is om werkelijk te participeren in onze samenleving.” Als derde: “Nederlanders en ook vluchtelingen van 30 jaar en ouder hebben geen recht meer op studiefinanciering, dus gesubsidieerd (bekostigd) onderwijs is voor hen niet toegankelijk. Zij kunnen vaak alleen participeren als zij zelf een baan vinden. Als er niets wordt ondernomen, blijft deze groep ‘gevangen’ in de bijstand.”Knelpunten die ervoor zorgen dat de vluchteling zijn weg niet vindt: “Toegang tot de arbeidsmarkt is niet mogelijk zonder beheersing van de taal en aanvullende opleidingen.”

Meer aandacht en begeleiding voor vluchtelingen is iets wat de Ballonnendoorprikker onderschrijft. Toch is er iets aan de redenering van Wagenaar dat knelt. Is het werkelijk zo dat de arbeidsmarkt alleen toegankelijk is als je de taal beheerst en een aanvullende opleiding hebt genoten? Hoe komt het dan dat Oost-Europese arbeiders massaal aan de slag zijn in Nederland? In productiebedrijven, de logistiek en de tuinbouw zijn er velen actief. Zeker in die laatste sector die veel seizoensarbeid kent zoals het aspergesteken waarvoor het nu weer het seizoen is? Velen van hen spreken geen woord Nederlands en zijn toch aan de slag.

Trouwens over dat asperges steken door Poolse arbeidsmigranten gesproken.  Dat wordt door de Venlose muzikant Frans Pollux mooi bezongen in Sperjesveld. Een Venlose vertaling van het nummer Erie Canal, te vinden op zijn prachtige cd Pollux duit Springsteen.

Diverse, inclusieve samenleving

Diversiteit betekent een inclusieve samenleving waarin iedereen meedoet. Hoe kun je daar nou moe van worden?” De opening van een bijdrage van strategist Nadine Ridder bij Joop. Een bijzondere vraag, hoe kun je moe worden van diversiteit? Toch wil ik een poging doen om hier een antwoord op te geven. Dat doe ik aan de hand voor de woorden ‘diversiteit’, ‘inclusief’ en vooral ‘samenleving’.

people

foto: Flickr

Dat laatste woord, ‘samenleving’  staat centraal in mijn antwoord. Een antwoord dat begint met de beschrijving die Van Dale geeft van het woord samenleving: “het geheel van de met elkaar verkerende mensen.” Betrekken we dit op Nederland, dan bestaat de Nederlandse samenleving uit het geheel van de met elkaar verkerende mensen op het Nederlandse grond gebied. Dus van alle mensen die zich op het Nederlandse grondgebied bevinden en met elkaar verkeren.

Wat gebeurt er als we hier het woord ‘inclusief’ aan toevoegen? Inclusief is volgens dezelfde Van Dale: “met insluiting van, met inbegrip van.” Als alle mensen die hier verkeren al tot de samenleving behoren, wie moet er dan nog worden ingesloten? De samenleving  is daarmee per definitie inclusief. Als we het andersom benaderen, wordt aan de groep die wordt ‘ingesloten’ of die wordt ‘inbegrepen’ zo niet een aparte positie gegeven? Zoiets van: je hebt de samenleving én de clubjes die we erbij moeten insluiten? 

Dan als laatste het woord diversiteit: “1. verscheidenheid, variatie; 2. het verschijnsel dat er ergens mensen zijn met verschillende etnische of culturele achtergronden,” weer volgens de Van Dale. Als de samenleving al bestaat uit alle mensen die ‘met elkaar verkeren’, dan bevat die toch de gehele verscheidenheid en variatie van al die mensen? Ook de verscheidenheid en  variatie in etnische of culturele achtergronden. Wat voegt het woord ‘diversiteit’ dan toe aan samenleving? Als we dit ook weer eens van de andere kant benaderen, maak je door te hameren op de diversiteit en daarbij te wijzen op ‘groepen’ geen onderscheid waar je dat niet zou moeten doen? 

Beste mevrouw Ridder, gebeurt door het gebruik van de woorden ‘diversiteit’ en ‘inclusief’ in combinatie met ‘samenleving’ niet precies dat wat we niet zouden moeten willen? Namelijk het maken van onderscheid tussen mensen en groepen mensen?

Buitenspelgoal

Wie bepaalt in deze wereld of een land ‘straf’ verdient omdat het iets heeft gedaan wat niet door de beugel kan? Dat zouden de Verenigde naties moeten zijn, zo concludeert ook de Volkskrant in haar Commentaar. Alleen door: “de muur van Russische veto’s tegen pogingen de VN een grotere rol te geven, is het begrijpelijk dat westerse landen buiten de Veiligheidsraad om naar een weg zoeken om Assad te straffen voor het gebruik van verboden ­wapens.” Dat straffen is nu dus weer gebeurd. Syrië is bestookt met een aantal raketten. De Amerikanen, Britten en Fransen straffen het land zo voor het gebruik van chemische wapens. 

buitenspel

Foto: Flickr

Daarmee is ook de vraag beantwoord wie bepaalt welk land straf verdient. Dat zijn landen met macht en invloed. Die kunnen straf uitdelen en, en dat is de spiegel van straf uitdelen, redelijk ongestraft hun gang gaan en regels overtreden. Die kunnen landen binnenvallen, regimes omverwerpen en vervolgens een puinhoop achterlaten. Die kunnen, zoals Saoedi Arabië in Jemen vele slachtoffers maken. Niet met chemische wapens maar met conventionele ‘precisiebombardementen’. Geen haan die er naar kraait, geen vergadering van de veiligheidsraad, geen vergeldingsraket zet ervoor koers naar Riaad, Mekka of welke Saoedische stad dan ook. Sterker nog, het land kan rekenen op flinke wapenleveranties.

Die kunnen, zoals Israel, een heel gebied min of meer van de buitenwereld afsluiten en de mensen die er wonen in feite gevangen houden. Als die mensen zich verzetten en te dicht bij het hek van de ‘gevangenis’ komen of met een steen gooien naar de ‘bewakers’ die ze nooit kunnen bereiken, dan worden ze door sluipschutters of met een tankgranaat uitgeschakeld. Ook hier ‘de muur van’, in dit geval Amerikaanse, ‘veto’s tegen pogingen de VN een grotere rol te geven. Alleen een verschil met Syrië, er zijn geen landen die ‘buiten de Veiligheidsraad om een weg zoeken om Netanyahu te straffen’. Dit terwijl de door een tankgranaat getroffen boer en de door sluipschutters neergeschoten demonstranten net zo dood zijn als de gifgasslachtoffers.  

De Volkskrant: “Ongewild ­signaleren de westerse machten vooral hoezeer ze inzake Syrië buitenspel zijn komen te staan.” Hoezo buitenspel? Als je als voetballer buitenspel staat en je scoort, dan wordt de goal afgekeurd en begint het spel met een vrije trap. Voor de slachtoffers van de buitenspel staande Westerse machten ligt dat anders, die worden niet tot leven gewekt.

Kameradschaft

“Je kunt niet ondermijning een bedreiging van de rechtsstaat noemen en tegelijk menen dat je op festivals je pillen moet kunnen pakken en je lijntjes coke moet kunnen snuiven.” Een uitspraak van Wilbert Paulissen chef van de landelijke recherche. Volgens Paulissen is de strijd tegen drugs niet te winnen als de gebruiker niet stopt met gebruiken. Bovendien zijn de kosten van gebruik hoog en is de ‘onwetendheid’ van de gebruiker stuitend: “Ik verbaas me erover dat mensen niet het directe verband onderkennen tussen hun gebruik en het verschijnsel van ondermijning. Ze hebben zorgen over de verstrengeling van belangen tussen onder- en bovenwereld, ze maken zich boos over het chemisch afval dat op grote schaal in de natuur wordt gedumpt, ze schrikken van de liquidaties in het criminele milieu.” Paulissen concludeert dat de gebruiker moet beseffen dat hij hieraan medeplichtig is.

Deutsche Soldaten mit Panzerfäusten

Foto: Wikipedia

Een beetje gebruiker en misschien ook wel veel niet-gebruikers, zullen antwoorden: legaliseer het! Dan ben je van al die negatieve effecten af.

Nu woonde ik vandaag een overleg bij waar een collega eenzelfde verhaal vertelde en aangaf dat de gebruiker of eigenlijk iedereen, moest weten hoe hoog de kosten hiervan wel niet zijn en welk een schade dat dit aanricht. Zou de gebruiker dat trouwens echt niet weten? Toen ik dit hoorde moest ik denken aan een artikel van Rutger Bregman bij De Correspondent. Bregman haalt Amerikaans onderzoek door de Psychological Warfare Division uit de Tweede Wereldoorlog aan. Dat onderzoek moest antwoord geven op de vraag: “Waarom vochten de Duitsers zo hard door? Waarom gooiden niet veel meer soldaten de handdoek in de ring?” 

Ja, waarom? “Misschien, dachten de onderzoekers, had de gemiddelde Duitser niet door hoe slecht ze ervoor stonden. Of misschien waren ze totaal gehersenspoeld en bleven ze daarom doorvechten tot de laatste snik.” Om daar wat aan te doen werden er massaal folders gedropt waarin de Duitse soldaten werd verteld hoe slecht de nazi’s waren en hoe hopeloos de posities van de Duitse troepen. Allemaal tevergeefs. Pas toen Parijs werd bevrijd en de onderzoekers Duitse krijgsgevangenen te spreken kregen, kregen ze een antwoord: “Uiteindelijk vochten ze voor hun makkers, die ze niet in de steek wilden laten.” Tegen deze Duitse ‘Kameradschaft’ werkte geen foldertje. Een beetje onderzoek onder de eigen troepen leerde dat die er hetzelfde over dachten.

Terug naar Paulissen en mijn collega die gebruikers willen voorlichten over de ‘maatschappelijke schade’. Zouden ze meer succes hebben dan de ‘folders uit vliegtuigen’ die de Duitsers moesten overtuigen?