De zoon van God en de hel op Aarde

Dit team zal hopelijk net op tijd een eind maken aan het oprukkende totalitarisme en de schrijnende polarisatie tussen mensen, landen en werelddelen. Als we de sterren en planeten mogen geloven, dan lijkt dit initiatief ondersteund te worden.” Aldus Eric Huysmans in een artikel van zijn hand in het blad Paravisie. Ik kreeg het onder ogen via een bericht van de auteur op LinkedIn. Het ‘team’ waar hij over spreekt is het team Trump dat nu de regering van de Verenigde Staten vormt. Waar dat totalitarisme uit bestaat: “De westerse wereld bevond zich (hopelijk klopt deze verleden tijd) op een gevaarlijke koers richting vernietiging van zichzelf, de hele wereld met zich meeslepend. De steeds sterkere censuur, medische terreur, valse narratieven en samenballing van macht, dreigden de reeds zeer imperfecte democratie helemaal omver te werpen en in totalitarisme te storten.” Een bijzondere redenering.

Bijzonder maar Huysmans is niet de enige die dit hoopt en verwacht: “Präsident Trump zeigt uns den Weg. Und wenn wir nicht als komplette Idioten in die Geschichte eingehen wollen, sollten wir seinem Beispiel folgen. Green Deal, USAID, WHO, reißt alles nieder und gebt uns stattdessen DOGE, damit wir diese verachtenswerten globalitären Menschenfeinde bekämpfen können.” Aldus Europarlementariër Christine Anderson. Maar terug naar Huysmans.

Als we de reguliere media mogen geloven, wat ik niet doe, dan zou maar liefst 87% van de Nederlanders voorkeur voor Harris hebben gehad. Het lijkt me heel sterk, maar als het waar is dan zou dat tamelijk treurig zijn en een teken dat nog steeds erg veel mensen kritiekloos meegaan in wat hen door de reguliere media wordt voorgeschoteld. Kritisch en logisch nadenken en het inzetten van ons onderscheidingsvermogen en onze intuïtie zijn tekenen van een meer ontwikkeld bewustzijn. Daar zou het dan nog niet zo best mee gesteld zijn, zeg ik hier maar even tamelijk direct.” Kritisch en logisch nadenken en het inzetten van ons onderscheidingsvermogen klinkt mij als muziek in de oren. Huysmans onderbouwt zijn betoog vervolgens door de horoscoop van de regering Trump te raadplegen. En daarbij komt hij tot de conclusie dat: “veel hoop voor de transformerende slagkracht van de VS (Mars, Pluto, Eris, Uranus) op het gebied van groepsbewustzijn, groepsdienstbaarheid en nieuwe sociale structuren (Waterman). Daarnaast zullen oude wonden en hopelijk het gezondheidsstelsel geheeld worden en veel vrouwelijke energie vrijgemaakt worden (Venus, Eris en de Zwarte Maan). Ook zal een lange periode van misleiding en bedrog (Neptunus) worden beëindigd in Vissen, waarmee een overgang wordt ingeluid naar een even zo lange Neptunus-cyclus van 164 jaar. Hierin zal deze ‘verborgen christus’ de spirituele ontwikkeling van de mensheid een nieuwe impuls geven naar een hoger/completer bewustzijn van de werkelijke werkelijkheid (Mercurius) en van wie wij in essentie zijn (ziel/hoger zelf/monade/spirit). Dit alles zal intelligent worden ondersteund door het Hogere Zelf van de aarde (Venus).” Mij zeggen al die verwijzingen naar planeten en sterren niet veel tot niets, maar als je het allemaal leest, dan zou je echt gaan geloven dat Trump door God gezonden is.

Mijn kritisch en logisch nadenken en het inzetten van mijn onderscheidingsvermogen, leidt echter tot een heel ander resultaat. Net als Huysmans zie ik: “Valse narratieven en samenballing van macht (die) de reeds zeer imperfecte democratie helemaal omver(willen) werpen en in totalitarisme (willen) storten.” Ik kijk niet naar de sterren maar concentreer me op het ondermaanse hier op aarde en dan vooral op de personen.

Als je je zorgen maakt over de medische terreur, dan vraag ik me af hoe je, zoals Huysmans doet, Vivek Ramaswami kunt toejuichen. De man is de oprichter van Roivant Sciences. “We develop transformative medicines and technologies by building agile, focused companies called Vants,” aldus de site van het bedrijf. En dat niet om jou en mij er beter van te maken maar om: the discovery, development, and commercialization of new medicines,“ opnieuw uit te vinden.

Ik zie Peter Thiel, de man waaraan vice-president Vance zijn baan te danken heeft. De man achter Palantir Technologies. “We make products for human-driven analysis of real-world data,” zo is te lezen op de site van het bedrijf. “To achieve this, we build platforms for integrating, managing, and securing data on top of which we layer applications for fully interactive human-driven, machine-assisted analysis.“Dat klinkt mooi. De naam van het bedrijf doet me echter het ergste vrezen. Palantiri komen voor in Tolkiens Lord of the Rings. Het zijn zogenaamde kijkstenen waarmee de gebruiker contact kon zoeken met ander gebruikers van de stenen. Een gebruiker met een sterke wilskracht kon via zo’n steen bijna elke plek in Midden-Aarde bekijken. Voor degenen die de drie films hebben gezien. bVia die steen probeert de kwade heer Sauron informatie te achterhalen via de hobbit Pippin. Door tijdig ingrijpen van tovenaar Gandalf mislukt het. ‘Interactieve mensgestuurde machineondersteunde analyse’ of een kijkje in je ziel om te achterhalen wat je wilt of beter nog, om je aan te praten wat je moet willen.

Ik zie Musk die de Amerikaanse overheid min of meer heeft overgenomen als ware het een bedrijf en die met droge ogen Adolf Hitler parafraseert: “ All we’re really trying to do here is restore the will of the people through the president, and what we’re finding is that there’s an unelected bureaucracy. … If the will of the president is not implemented and the president is representative of the people, that means the will of the people is not being implemented, and that means we don’t live in a democracy, we live in a bureaucracy,“ Goebbels en Hitler zouden het niet beter kunnen zeggen. Het plaatst Trump boven de wet en gooit daarmee een Massive Ordenanc Penetrator1 op de basis van de rechtsstaat. En dat is dat in een rechtsstaat niemand boven de wet staat. Ook de heerser niet.

Ik zie Mark Zuckerberg. Een man zonder principes die alles doet voor een dollar meer. De man die, zoals hij zelf zei, gaat: “samenwerken met president Trump om regeringen over de hele wereld tegen te werken die achter Amerikaanse bedrijven aan zitten en meer willen censureren. (…) Europa heeft steeds meer wetten die censuur institutionaliseren en het moeilijk maken om daar iets innovatiefs op te bouwen. Latijns-Amerikaanse landen hebben geheime rechtbanken die bedrijven kunnen bevelen om dingen stilletjes te verwijderen.”In het libertaire narratief dat Thiel, Musk, Zuckerberg en de andere tech-miljardairs aanhangen is het beschermen van burgers tegen misbruik door deze bedrijven alle vrijheid te geven en is te tegengaan van ‘flooding the zone’ met onzin en onwaarheid, een vorm van censuur. Jammer genoeg gaan velen mee in dit valse narratief, zoals Europarlementariër Christine Anderson laat zien. Als rijke ondernemers pleiten voor een zo klein mogelijke overheid, zo min mogelijk regels en rigoureus in de bureaucratie gaan hakken dan maak ik me als ‘gemiddelde burger’ zorgen. Zorgen omdat de geschiedenis laat zien dat vooral die ‘gemiddelde burger’ daar de dupe van wordt. De grotere overheid en die bureaucratie is er namelijk om de machtsongelijkheid tussen die ‘gemiddelde burger’ en rijke, machtige individuen die politici met veel geld paaien, te verminderen.

Daar waar Math Herben het moest doen met ‘een lijntje met Pim’ pretendeert Trump dat hij de wedergeboorte van Jesus is en door God gezonden om de mensheid te redden. Iets wat Huysmans met sterrenwichelarij onderbouwt. De door ‘God gezonden nieuwe Jesus’ in het Witte Huis die, onder een, zo betoogt Huysmans, krachtig gesternte opereert, is bezig om met: Valse narratieven en samenballing van machtde reeds zeer imperfecte democratie helemaal omver(te) werpen en in totalitarisme (te) storten.” Deze ‘zoon van God’ werkt niet aan het paradijs maar aan een hel op Aarde.

1De Massive Ordnance Penetrator (MOP) is een bom van de Amerikaanse luchtmacht. De bom is het zwaarste conventionele (niet-nucleaire) wapen van de Amerikaanse strijdkrachten en is de opvolger van de MOAB (Massive Ordnance Air Blast, ook wel Mother of All Bombs genoemd). De bijna 14.000 kilogram zware bom kan alleen door een B-2-stealthvliegtuig geworpen worden.

Take Back Control

Op LinkedIn stootte ik op een bericht van Ewoud Engelen. Een bijzonder bericht naar aanleiding van een interview dat hij had gedaan met de Duitse socioloog Wolfgang Streeck. Het bericht eindigt met de woorden: “En dus wordt het tijd to take back control” De slogan waarmee Boris Johnson zijn Brexit-campagne voerde. Een bijzonder bericht met een wel erg bijzondere manier van redeneren. Een manier waarbij ik moest denken aan het ‘nostalgisch nationalisme’.

In het boek betoogt Streeck dat het tijdperk van de hyperglobalisering met de terugtocht van de VS (duidelijk zichtbaar onder Trump) ten einde is en dat de Europese elites er goed aan doen te erkennen dat hun poging om de natiestaat te vervangen door iets anders (van government naar governance) mislukt is. En altijd al (always already) tot mislukken gedoemd was.”Aldus Engelen en hij vervolgt met: “Niet alleen leidt governance per definitie tot slecht bestuur omdat centraal beleid nooit rekening kan houden met lokale verschillen. … Ook gaat het rucksichtslos voorbij aan de cultureel-historische geworteldheid van burgers. Er bestaan geen Europese burgers. Er bestaan alleen Duitse, Nederlandse en Franse burgers.” Daarom: “zullen er op Brexit onvermijdelijk andere exits volgen en kan alleen op het niveau van de aloude natiestaat democratische politiek gevoerd worden die het mogelijk maakt om uit de greep van het Anglofone kapitalisme te ontsnappen.” En daarvoor biedt: ‘Trump …) een uitmuntende mogelijkheid. Helaas zijn de Brusselse technocraten gespeend van ieder realiteitsbesef en zijn ze gaan geloven in hun pipedream van global governance en in hun eigen voortreffelijkheid, zoals de reacties op Trumps vredesvoorstellen voor Oekraïne overduidelijk illustreren.” Tot zover Engelen.

Nu is er van alles mis met het Anglofone kapitalisme, zoals Engelen het noemt. Ook is er veel aan te merken op de manier waarop de Europese Unie nu functioneert en op de ‘Brusselse technocraten’ die geloven in ‘hun pipedream’. Maar, als centraal Europees beleid nooit rekening kan houden met lokale verschillen, geldt dat dan niet ook voor centraal Nederlands, of Duits beleid en voor centraal beleid in de Verenigde Staten of in India? Sterker nog, het centrale beleid van de gemeente Venlo, kan nooit rekening houden met de specifieke situatie van de bewoners van de kern ’t Ven. Moet ’t Ven dan maar een aparte gemeente worden? Dat zal het door Engelen geconstateerde probleem ook niet oplossen. Centraal beleid van ’t Ven kan nooit rekening houden met de bewoners van de Genraydelweg om maar een (dwars)straat te noemen. Als dit een reden is voor andere ‘exits’ dan zouden dat ook ‘exits’ uit Nederland, Limburg, Venlo, ’t Ven kunnen zijn. Aan die ‘exits’ komt dan pas een einde als iedereen zijn eigen land vormt.

Dan de cultureel-historische geworteldheid van burgers’. Die is ook binnen Nederland divers. Zo zijn er velen achter de Hollandse waterlinie die niets hebben met het cultuur-historische fenomeen Vastelaovend. Mijn vorige prikker toonde dit duidelijk aan. Voor ‘cultureel-historische geworteldheid’ geldt hetzelfde als voor het ‘rekening houden met lokale verschillen’. Van achter de Hollandse waterlinie is mijn geworteldheid met zoals zij het noemen carnaval zuiderlijk. Dat ik spreek en schrijf over Vastelaovend maakt het voor ‘zuiderlingen’ duidelijk dat die geworteldheid Limburgs is. Dat in die vorige Prikker het nummer As de sterre dao baove Staole een rol speelt, maakt duidelijk dat die ‘geworteldheid’ niet Limburgs maar Venloos is. Met Vastelaovend en ons dialect als basis voel ik me meer verwant met Keulen dan met Amsterdam. Als ‘geworteldheid’ basis is van je burgerschap en die niet Europees is, zoals Engelen beweert, dan kun je je ook afvragen of die ‘Nederlands’ is. Als het kleinere, zoals Engelen betoogt, boven het grotere gaat, dan gaat het allerkleinste boven alles. Als ik naar mezelf kijk, dan voel ik me Venloos, Limburgs, Nederlands, Europees en wereldburger. Voor mij sluit het ene het andere niet uit. Op al die niveaus kan democratische politiek worden bedreven. Niet alleen op nationaal niveau.

Terecht bekritiseert Engelen de ‘eigen voortreffelijkheid van de Brusselse technocraten. Het zijn echter niet alleen de ‘Brusselse technocraten’, ook de Nederlandse, Duitse et cetera bestuurders zwelgen in de ‘eigen voortreffelijkheid’ en in het verlengde van die laatsten zwelgt Engelen. Of de natiestaat de enige schaal is: “om uit de greep van het Anglofone kapitalisme te ontsnappen,” is zeer twijfelachtig. Het is zeer te betwijfelen of de Googles en Meta’s, zich laten intomen door Nederlandse besluiten. Als ze dat niet doen, rest alleen hen verbieden en eigen Nederlandse alternatieven ontwikkelen. Als ieder land deze weg volgt dan eindigen we op economisch gebied op z’n Noord-Koreaans. De vraag is of we dan beter af zijn.

Engelen heeft wat dit betreft veel gemeen met Baudet en Wilders. Alle drie verheerlijken zij de natie, zwelgen bij een cultuur-historisch bijeengeraapt verhaal en verlangen terug naar een verleden dat er nooit was, nostalgisch nationalisme. Want wanneer was die tijd dat ‘wij de controle hadden’? Was dat in de door Balkenende verheerlijkte VOC-tijd toen de Amsterdamse Heren Zeventien1 de dienst uitmaakten? Was dat in de bourgeoistijd van de achttiende eeuw die Baudet zo verheerlijkt toen de adel in Europa regeerde en de opvolgers van de Heren Zeventien in Nederland? Of was dat de jaren vijftig van de vorige eeuw toen de kerken de dienst uitmaakten waarnaar Wilders terugverlangt?

1 De zeventien bewindvoerders van de Verenigde Oost-Indische Compagnie

De bekrompenheid van Peter de Waard

Misschien is het een idee voor Geert Wilders (uit Venlo) om samen met Frans Timmermans (uit Maastricht) het btw-gat te vullen door carnaval te verbieden. Een mooie polonaise Hollandaise.” Met die woorden eindigt de column Is carnavalseconomie een lust of een last?van Peter de Waard in de Volkskrant. Een bijzondere vraag in een om meerdere redenen bijzonder artikel.

De Waard begint met de constatering dat: “half februari 1975 (…) maar liefst zeven carnavalshits,”in de top -40 stonden en dat: “Die platen (…) ook massaal (werden) verkocht boven de grote rivieren.”De Waard geeft een opsomming van enkele van die ‘hits’ en vervolgt met: “Een hit was verzekerd, hoe stompzinnig de tekst ook was. Dat laatste is niet veranderd. ‘Een goed carnavalslied heeft een onzintekst’, zei het duo Pap en Pudding vorig jaar in deze krant. … Maar scoren…ho maar. Geld wordt er niet meer mee verdiend. In de huidige top-40 staat eigenlijk geen enkele carnavalshit meer, of je zou het nummer Blikkendag (een ode aan de Volendammer kermis) daartoe moeten rekenen. Voor de muziekindustrie is carnaval inmiddels een non-event.” En dan komt hij bij zijn punt: “ook voor de nationale economie wordt de economische waarde van het drink- en hosfeest betwist. SEO Economisch Onderzoek berekende in 2018 dat carnaval de Nederlandse economie elk jaar tussen de 1 en 2 miljard euro kost. …Volgens SEO gaat hierdoor in Limburg en Noord-Brabant 2,5 productiedag verloren – inclusief het ziekteverzuim door katers. Dat is voor die dagen een verlies van tussen de 15 en 30 procent van het bbp.”

En nu even voor De Waard. Als eerste, het nummer Blikkendag. Dat nummer is een cover van een echt Vastelaovesleedje met als titel Vandaag van het Venlose trio W-Dreej. Het zou De Waard sieren als hij de tekst van dat nummer eens zou lezen. Dan zou hij meteen zien dat een Vastelaovesleedje alles behalve een stompzinnige onzintekst heeft’. Niks geen ‘worstjes op de borstjes’ en ‘Willempies’. Het beste voorbeeld daarvan is het Vastelaovesleedje As de sterre dao baove Straoledat ook een ‘Nederlandse vertaling’ heeft gekregen. Het nummer is geschreven door Frans Boermans, een van de grootste Venlose liedjesschrijvers en vader van regisseur Theu Boermans. In de rest van Nederland is het nummer bekend als Als de sterren daar boven stralen uitgevoerd door Duo Onbekend of door Marianne Weber. Zowel in de Venlose als de Nederlandse versie betreft het een liefdeslied. De Venlose versie heeft echter veel meer lagen dan de Nederlandse.

Als de sterren daarboven stralen. En als de maan hoog aan de hemel lacht. Wil ik elke keer weer herhalen. Wat ons voorgoed, toen samen heeft gebracht. Dan denk ik terug aan onze eerste prachtige uren. Dat jij beloofde, dat dit een eeuwigheid zou duren. Als de sterren daarboven stralen. Weet dat de maan, dan altijd naar ons lacht” Aldus her refrein van de Nederlandse versie. Stralende sterren en een lachende maan, dit kan zich overal op de wereld afspelen. In de Venlose versie is dat anders. “As de sterre dao baove Straole,en as de maon dao baove Haerunge hingk. En dan örges in’t greun verschaole, de nachtegaal ein leefdesleedje zingk. Dan wil ik wandele nao Schandele mit mien maedje. Zitte kösmoele beej de Venkoele naeve ’t paedje. As de sterre dao baove Straole,en as de maon dao baove Haerunge hingk.” Dat kan niet over al. De, in de Nederlandse versie lachende maan, hangt hier op een specifieke plek, Namelijk boven het naburige Duitse dorp Herongen, in het dialect Haerunge. En ja, de sterren stralen ook in deze versie, zo blijkt uit de openingszin. Maar ze stralen op een specifieke plaats, namelijk boven het naburige Duitse stadje Straelen, in het dialect Straole, een waaord dat ook stralen betekend. De twee geliefden zitten op een specifieke plek namelijk bij de een gebied dat het Zwarte water heet en in Venlo en omgeving de naam Venkoele draagt. Die plek ligt aan de weg tussen het Venlose buurtschap ’t Ven en het buurtschap Schandelo. Op die plek zie als de omstandigheden gunstig zijn, links boven sterren stralen boven Straelen en rechts de maan boven Herongen hangen. En met nog meer geluk zingt dan de nachtegaal die ergens in het groen verscholen zit, een liefdeslied. Tot zover ‘stompzinnig onzinteksten. Het ware goed dat iemand die zich een mening vormt over Vastelaovend zich er ook eens in verdiept in plaats van vanachter de Hollandse Waterlinie onzin te debiteren.

Dat is echter nog niet het meest storende aan de column van De Waard. Hij rept over ‘de kosten’ die tussen de 1 en 2 miljard bedragen en de verloren tweeënhalve productiedag die op die dag leiden tot tussen de 15 en 30 procent verlies aan bruto binnenlands product. Zou hij zich realiseren dat die tweeënhalve verloren productiedag gewoon opgenomen vakantiedagen zijn? Dagen die ook besteed hadden kunnen worden aan bijvoorbeeld ‘lange latten met skihut’. Iedere vakantiedag is productieverlies wanneer die ook wordt opgenomen. Ik hoor De Waard echter niet pleiten voor het afschaffen van vakantie. En als hem die ‘verloren productiedagen’ zo aan het hart gaan, dan kan hij zijn blik beter richten op Koningsdag. Die ene dag komt qua productieverlies op ongeveer eenzelfde bedrag uit als twee dagen Vastelaovend. En daar staan geen mooie liedjes tegenover.

Het meest stompzinnige aan De Waards column is het wereldbeeld dat eruit blijkt. In dat wereldbeeld leeft een mens om te werken. Niet werken is immers productieverlies. Een erg bekrompen en beperkte kijk op het leven. Als dat de wereld achter de Waterlinie is, dan heb ik nog een extra reden om blij te zijn dat ik in Venlo woon en vastelaovend kan vieren zonder me zorgen te hoeven maken over ‘verlies aan bbp’.

De ‘Nedermusk’ in Arnout Jaspers

Bij Wynia’s Week speculeert Arnout Jaspers, die zichzelf wetenschapsjournalist noemt, er in een artikel verlekkerd op los wat een Musk-olifant in de Nederlandse overheidsporseleinkast zou kunnen bereiken. “Een Nedermusk zou in een enkele werkweek met een rood potlood door die lijst kunnen gaan en een half miljard bezuinigen,” Concludeert Jaspers. Voor een wetenschapsjournalist zaagt hij planken van dik hout.

Bron: goncalmayossolsona.blogspot.com. Vertaling: In de kantine krijgt het kind dat geen ham heeft een dubbele portie chips krijgt.
OK, maar wat zijn de oplossingen voor de grote onderwijsuitdagingen?
En als er chips overblijft, is het dubbele rantsoen voor iedereen.

Jaspers: “Ambtenaren in een moderne verzorgingsstaat behoren tot de meest geprivilegieerde bevolkingsgroepen ooit. Hun rechtspositie combineert een comfortabele salariëring en zorgvuldig gedoseerde werklast met gewapend betonnen ontslagbescherming en kleinzerigheid als secundaire arbeidsvoorwaarde.”  En iets verderop vervolgt hij: “De VS hoeft zeker niet in alle opzichten een voorbeeld voor Nederland te zijn, maar een scheut Amerikaanse ontslagkracht in onze arbeidsverhoudingen is broodnodig. Zou hij weten dat de rechtspositie van het overgrote deel van de ambtenaren na de in werking treden van de Wet normalisering rechtspositie van ambtenaren  per 2020 in niets verschilt van dat van een werknemer in het bedrijfsleven? Zou hij weten dat de salariëring van ambtenaren zeker niet slechts is maar dat er met een vergelijkbare opleiding en ervaring vooral voor mensen met een HBO of WO werk- en denkniveau, in het bedrijfsleven meer te verdienen is.

Jaspers: “Een leidinggevende die zijn of haar stem verheft schept een ‘onveilige omgeving’ en kan er op rekenen dat, geheel volgens wettelijke procedures, de poten onder diens stoel worden weggezaagd door rancuneuze ondergeschikten. Want ‘zo ga je niet met Ons Soort Mensen om’. Khadija Arib en Dennis Wiersma kunnen er over meepraten.” Zou hij weten dat Arib en Wiersma geen ambtenaren waren, niet tot de ambtelijke organisatie behoren en dus geen leidinggevenden waren? En voor wat betreft de ambtenaren. Bij conflicten is het, net als in het bedrijfsleven, meestal de persoon in de lagere organieke positie die het veld moet ruimen.

Jaspers gaat verder: “Het kwalijkste is de immuniteit van ambtenaren die knoeiwerk afleveren. Nooit wordt er iemand ontslagen, laat staan vervolgd, zelfs niet na de meest vreselijke incompetentie. Nederland was in shock dat een kind tijdenlang mishandeld kon worden door de pleegouders tot het bijna overleed, terwijl heel het jeugdhulpverleningscircus langs elkaar heen werkend wegkeek.” Op dat ‘jeugdhulpverleningscircus ’kom ik dadelijk terug. Kan wetenschapper Jaspers met bewijzen staven dat er ‘nooit iemand wordt ontslagen na knoeiwerk’? Ik ken voldoende voorbeelden aanstellingen die na de proeftijd niet werden verlengd.

Jaspers: ‘Volstrekt voorspelbaar zal dit schandalige falen voor niemand binnen die organisatie persoonlijke consequenties hebben, ‘want zo gaan wij niet met onze mensen om.’ Integendeel, het zal gebruikt worden als argument dat de desbetreffende instanties nog meer geld moeten krijgen, om nog meer ambtenaren aan te stellen, want ze kunnen nu immers hun taak niet aan?” Weer de vraag naar bewijzen. Die levert Jaspers niet. Hij beweert door populistische praat te herhalen.

Dan het ‘jeugdhulpverleningscircus’. Daar geeft Jaspers ‘de Musk in spé’ alvast een tip: “Bij de jeugdzorg gaat de helft van het personeel eruit, te beginnen met de hoogste salarisschalen. Dat zijn namelijk bijna allemaal mensen die alleen maar zitten te vergaderen en anderen van hun werk te houden. ‘Intervisie’ wordt verboden. Niet iedereen zal bekend zijn met dit begrip uit de geestelijke gezondheidszorg: dit houdt in, dat werknemers in die sector structureel met elkaar vergaderen over hoe het de afgelopen tijd ging op hun werk, en hoe ze dat ervaren hebben. Een normaal mens doet dat eventueel thuis, maar in die sector wordt daar een flink deel van de werktijd voor ingeruimd, naast uiteraard alle team-, sector- stuurgroep- en verbeterplan-vergaderingen.”  Zou Jaspers weten dat bijna de volledige jeugdhulpverlening tot de private sector behoort? Zou hij weten dat zijn voorstel ertoe leidt dat er na zijn maatregel niet alleen geen ‘managers meer zitten te vergaderen maar ook geen gedragswetenschappers, behandelcoördinatoren en vertrouwensartsen meer actief zijn. En dat je, om tot de helft te komen, ook een flink deel van de Jeugdzorgwerkers, de dan ‘duurst betaalden’ moet ontslaan? Ik wens de ‘Nedermusk’ veel succes met deze maatregel.

Ja, in de jeugdhulpverlening gaat wel eens wat fout en als je de media volgt dan lijkt het alsof er heel veel fout gaat. Het vele dat er goed gaat haalt de kranten namelijk niet. En je zou maar de afweging moeten maken om een kind uit huis te laten plaatsen. Doe je het niet en gaat het fout, dan had je eerder moeten ingrijpen en niet ‘langs elkaar heen werkend weg moeten kijken’. Doe je het wel dan is er ook geen garantie dat het daarna goed gaat met het kind. Je zou maar moeten kiezen uit mogelijkheden die allemaal goed of fout kunnen gaan want een garantie op ‘goed’ is er niet.

Zou Jaspers weten dat intervisie belangrijk is?  Nee,  dat weet hij niet want het is: “Vergaderen over hoe het de afgelopen tijd ging op hun werk, en hoe ze dat ervaren hebben.” Met intervisie toets je jouw handelen met collega’s die in eenzelfde positie zitten. Dat doe je om van elkaar te leren want wellicht had je anders kunnen handelen en dat kun je dan weer meenemen bij een volgend geval. Maar wellicht ook niet. Het lijkt mij lastig om dit thuis op de bank te doen. Behalve dan als er thuis op de bank iemand naast je zit die hetzelfde werk doet.

Dat er veel beter kan, staat buiten kijf. Dat betere ga je echter niet bereiken op de manier die Jaspers voorstelt. Wellicht is dat wel te bereiken door een grotere overheid. Een rijksoverheid die de markt uit de (jeugd)zorg haalt en de verantwoordelijkheid ervoor naar zich toetrekt.

Jaspers heeft nog meer ‘goede’ ideeën. “Bij het ministerie van Onderwijs kan driekwart van de ambtenaren ontslagen worden. Onderwijs wordt namelijk gegeven op scholen. De bijdrage van het ministerie daaraan is nihil, of negatief door alle voorschriften en administratieve en woke onzin die ze produceren. Die ontslagen ambtenaren kunnen dan les gaan geven en zo het lerarentekort ongedaan maken. Eigenlijk hoeft dat ministerie alleen maar te bestaan uit een Onderwijsinspectie en een financiële afdeling die het geld naar de scholen overmaakt. Of je dat nog een ministerie noemt, is een kwestie van smaak. De Voedsel- en Warenautoriteit is ook geen ministerie.” Ik vraag me af of de leerlingen gebaat zijn bij die voormalige ambtenaren als leraar. Het gros van de mijnwerkers was ook niet geschikt voor een baantje bij het CBS dat als compensatie voor de mijnsluiting naar Limburg kwam. Het lijkt mij sterk dat al die ambtenaren die Jaspers overbodig wil maken, geschikt zijn voor het vak van leerkracht.

Onderwijs wordt inderdaad, zoals Jaspers terecht schrijft, op school gegeven. Maar als er geen ministerie is, waarop controleert de Inspectie dan? De wet is daarvoor veel te grofmazig. Zonder ministerie moet de minister zelf de ministeriele regelingen en wetswijzigingen schrijven en de casus Faber laat zien dat ‘beleid zijn’ niet automatisch tot deugdelijke wetsvoorstellen leidt. Wie handhaaft dan de wet? Nu inspecteert de inspectie en het ministerie bepaalt welke actie daarop wordt ondernomen. De Inspectie is hierbij te vergelijken met de officier van justitie, het ministerie vervult de rol van rechter. Het lijkt me niet aan te bevelen om beide rollen bij dezelfde organisatie onder te brengen. Of moet die minister dat ook doen? Als, zoals de bedoeling is, iedere school minstens één keer per vier jaar moet worden geïnspecteerd, dan zijn dat meer dan 3.000 inspectierapporten en besluiten per jaar. Ik wens de minister veel succes met het lezen en beoordelen van een kleine 60 rapporten per week, of net geen negen per dag (inclusief) weekend.

Het is voor Jaspers voldoende dat het geld naar de scholen wordt overgemaakt. Dat getuigt van veel vertrouwen in de mensheid in het algemeen en schoolbestuurders in het bijzonder. Nu ben ik voor het geven van vertrouwen aan mensen en dus ook aan schoolbesturen. Echter, om te kunnen beoordelen of het geld rechtmatig en doelmatig wordt ingezet, is enige verantwoording nodig. Hoe verhoudt zich dit tot bijvoorbeeld een bijstandsgerechtigde die  moet zich binnenstebuiten keren om zijn net € 16.000 bedragende uitkering te verantwoorden? Als Jaspers dan toch zoveel vertrouwen in de mensheid heeft, dan is er veel meer te verdienen door bijstands- en andere uitkeringsgerechtigden te vertrouwen.

Nog  een ‘goed’ ideeën van Jaspers:  “Alle adviesraden die ‘gevraagd en ongevraagd’ advies leveren aan de regering worden opgeheven. Zoals daar zijn: de Wetenschappelijke Klimaatraad, de Wetenschappelijke Adviesraad, de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie, de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, de Onderwijsraad, de Adviesraad Migratie, de Hoge Raad voor de Adel, en nog tientallen meer. Allemaal hebben die een stuk of tien leden, een secretariaat en een kantoor, en met z’n allen produceren ze een stroom van rapporten en foto-ops voor bewindslieden.” En zo gaat hij verder: “Ik ken geen voorbeeld van een rapport van zo’n Raad dat niet onderin ambtelijke bureaulades verdwenen is. Rapporten die politieke impact hebben zijn altijd afkomstig van ad-hoc commissies, zoals die van de commissie-Remkes over de stikstofellende.” Ook hier maakt Jaspers een populistische karikatuur van de werkelijkheid. Al deze raden produceren rapporten en die rapporten worden door bestuurders, politici en ambtenaren gebruikt om keuzes te maken. Ze hebben politieke impact alleen duurt het vaak lang voordat die impact merkbaar is. Ze vormen vaak de basis onder de argumentatie in een memorie van toelichting bij een wetsvoorstel. En ja, Remkes stikstofrapport had politieke impact. Zoveel impact dat er het rapport van de commissie Remkes uit 2022, een gevolg van de uitspraak in 2019 van de rechter over de programmatische aanpak stikstof (PAS) nog steeds niet tot maatregelen heeft geleid. En als je dat rapport doorleest, en dan vooral de voor wetenschappers en wetenschapsjournalisten interessante voetnoten, dan kom je daar verschillende verwijzingen tegen naar rapporten van een van die door Jaspers zo verfoeide ‘raden’.

Eén idee dat populist Jaspers een ‘Nedermusk’ aan de handen doet is zou in aangepaste vorm wellicht wel iets kunnen verbeteren: “De publieke omroep, NPO, reduceren we tot 1 tv- en 1 radiozender. Alleen nieuws, actualiteiten en docu’s, en overdag educatieve programma’s. Geen reclame. Al het andere kan door de commerciële zenders gedaan worden. De totaal achterhaalde omroepen worden allemaal opgeheven.” Alleen zal Jaspers vervolgens klagen over juist de docu’s en educatieve programma’s want die zullen al snel ‘te woke’ zijn.

(On)gezond verstand

“Laat Baudet de leiding nemen in een openbaar debat over dit onderwerp, waarbij emotie niet mag overheersen. Laten we praten over cijfers, feiten en resultaten. Laten we ophouden met het creëren van slachtoffers waar er geen zijn. Veiligheid is geen vraagstuk van links of rechts, maar van realisme. En realisme is wat Nederland nodig heeft. Laat het gezond verstand zegevieren!” Zo eindigt een artikel van Mark Jongeneel bij de Dagelijkse Standaard. Ik heb grote twijfels of met het realisme van Baudet, zoals Jongeneel het noemt, het gezonde verstand zegeviert.

Volgens Baudet, zo lees ik wordt: “ het begrip “etnisch profileren” vaak misbruikt (…) om elke vorm van selectief handelen door de politie te demoniseren.” Maar: “Als je kijkt naar de statistieken dan blijkt dat bepaalde groepen vaker betrokken zijn bij criminaliteit.”   Dat is, zo betoogt Jongeneel een feit en geen mening. En tot zover klopt het. Bepaalde groepen zijn oververtegenwoordigd in bepaalde vormen van criminaliteit. Zo zijn belastingontduikers vaak miljonairs. Als de politie op basis van statistieken handelt dan is dat: “niets meer of minder dan het toepassen van wiskunde op veiligheidsbeleid.” Dat maakt het logisch, aldus Baudet en in zijn verlengde Jongeneel, om: “Als algoritmes laten zien dat personen met bepaalde kenmerken (zoals leeftijd, locatie of criminele voorgeschiedenis) vaker betrokken zijn bij strafbare feiten, dan is het logisch dat de politie zich daarop richt.” Want, zo gaat Jongeneel verder: “We kunnen ons niet veroorloven om sentimentele ideeën over gelijkheid boven praktische oplossingen te plaatsen. Als we willen dat iedereen veilig is, moeten we accepteren dat sommige maatregelen ongemakkelijk voelen. Maar dat betekent niet dat ze oneerlijk zijn.”  En: “Critici beweren dat dit soort methodes leidt tot discriminatie en een zelfversterkende cyclus van marginalisering,” die verkondigen onzin want: “Discriminatie is wanneer je mensen behandelt op basis van wie ze zijn, niet op basis van wat ze hebben gedaan of waarschijnlijk zullen doen.” Dit is dus, zo betoogt Jongeneel gezond verstand. Maar dan toch even.

Critici die zeggen dat op deze manier handelen zelfbevestigend is, praten geen onzin. Als je om, Baudets eufemisme te gebruiken, statistisch profileert en alle miljonairs op belastingfraude gaat onderzoeken, dan zul je veel frauderende miljonairs vinden en daardoor zal uit de statistieken blijken dat het percentage frauderende miljonairs nog toeneemt. Dat is nog niet eens het meest kromme aan Jongeneels en Baudets betoog.

Discriminatie is wanneer je mensen behandelt op basis van wie ze zijn, niet van wat ze hebben gedaan, schrijft Jongeneel terecht en hij volgt Baudet daarin. Vervolgens pleit hij ervoor om mensen te behandelen op basis van bepaalde kenmerken zoals leeftijd, locatie en wat ze zijn en niet van wat ze hebben gedaan. De gegevens uit een bepaald bestand zeggen namelijk niets over de daden van de persoon die wordt aangehouden. Ze zeggen iets over een verzameling eerder aangehouden personen. Als een agent iemand staande houdt op basis van wat Baudet ‘statistisch profileren noemt, gebeurt die aanhouding dan op basis van wat die persoon heeft gedaan? Nee, die persoon wordt niet aangehouden op basis van wat hij of zij heeft gedaan, maar op basis van wie hij of zij is. Jongeneel en Baudet zeggen daarmee in feite dat iedere miljonair een belastingontduiker is. Ze verklaren de daden van een deel van de miljonairs, van toepassing op alle miljonairs.

Dit is veel meer dan ‘ongemakkelijk. Dat kun je eufemistisch ‘statistisch profileren noemen, het is discriminatie van mensen op oneigenlijke gronden en daarmee etnisch profileren. Als de ervaringen uit het verleden ons iets leren, dan is het dat een dergelijke aanpak er niet toe leidt dat ‘iedereen veilig is’.

Eerlijk volgens Yesilgöz

Verelendung, een door Karl Marx gemunt begrip waarmee hij de voortdurende verslechtering van de positie van de proletarische klasse bedoelde. Het is het derde in een reeks van vijf stadia van de ondergang van het kapitalisme. Ik moest hieraan denken toen ik VVD-leider Yesilgöz haar plan met de titel De Agenda voor Werkend Nederland[1] hoordepresenteren. Een plan met als ondertitel Omdat het eerlijker moet. Een bijzonder plan, waarbij ik dus aan Verelendung moest denken.

Bron: Flickr

Eerst even Marx en zijn vijf stadia. In het eerste stadium, de concentratie wet, vindt een concentratie van bedrijven. Bedrijven nemen andere over waardoor er steeds minder maar wel steeds grotere bedrijven ontstaan. In het tweede stadium, de accumulatie wet, proberen de overgebleven bedrijven hun bedrijf te laten groeien door te concurreren met de andere overgebleven grote bedrijven. Door die hevige concurrentie verslechtert de positie van de arbeider, het derde stadium, de Verelendung. Het steeds slechter behandelen van de arbeiders lost de problemen van de bedrijven niet op. Uiteindelijk worden arbeiders ontslagen en wordt de sociale ellende nog verder vergroot en zitten we in het vierde stadium, de crisistheorie. En als die crisissen elkaar in steeds hoger tempo opvolgen, zitten we in het laatste stadium, de ineenstorting van de kapitalistische maatschappij. Nu is Marx een groot wetenschapper een kundige beschrijver en duider van wat hij in zijn tijd zag gebeuren. Met zijn sociale en economische analyse van de negentiende-eeuwse samenleving was niet veel mis. Dat geldt niet voor zijn vermogen om de toekomst te voorspellen. Maar terug naar de VVD.

Ik moest aan Verelendung, verpaupering in goed Nederlands, denken bij het lezen van De Agenda voor Werkend Nederland.  Het plan is, zo is op de site te lezen: “het startschot van de VVD om de middenklasse weer op één, twee én drie te zetten. Een fundamenteel andere waardering van werkende mensen en ondernemers. Een fundamentele keuze om aan de kant te staan van iedereen die iets wil opbouwen en vooruit wil komen.” De middenklasse staat dus centraal. (W)erken moet lonen,” aldus de partij. Wat gaat de partij doen om werken te laten lonen? Twee concrete voorstellen die wat de VVD betreft al in 2026 in moeten gaan. Als eerste de energiebelasting met € 750 miljoen verlagen. Dat is mooi maar niet alleen voor de middeninkomens. Als tweede gaat de toeslag voor kinderopvang fors omhoog. De eerste is een generieke maatregel waar iedereen van profiteert ongeacht de hoogte van het inkomen. Van de tweede maatregel profiteren alleen mensen met kinderen die deze kinderen naar de opvang doen. Heb je geen kinderen dan kost die maatregel je alleen maar geld. Die toeslag moet immers ergens van worden betaald en zoals de VVD terecht constateert, dragen de middeninkomens het grootste deel van de belastinginkomsten. Iemand met een middeninkomen zonder kinderen zal er door deze maatregel op achteruit gaan. Als het doel is om de middeninkomens erop vooruit te laten gaan zijn dit niet de meest effectieve maatregelen. Er is meer.

Bij een goede bestudering van het boekwerk valt op dat de ‘hardwerkende Nederlander’ vooral een ondernemer is. Zo wil de partij een ‘ondernemersakkoord’ waarvoor ze: “Met de machete door het regelwoud” wil gaan. Mogen belastingen voor bedrijven niet omhoog. Wil de partij de salarisdoorbetaling van bij ziekte van die hardwerkende Nederlander met een middeninkomen, verlagen van twee naar één jaar.[2]

“We willen in een koopkrachtwet vastleggen dat werkenden er altijd meer op vooruit gaan dan niet-werkenden,” zo is te lezen op de website. Een bijzondere maatregel. De VVD wil de (midden)inkomens vooruit helpen door, als de lonen stijgen, de mensen met een uitkering er minder op vooruit te laten gaan dan de stijging van de lonen. Voor de werkende met een al dan niet middeninkomen betekent deze wet helemaal niets. Die krijgt geen extra geld in de beurs en aan het lonend zijn van zijn werk, verandert niets. Wat de VVD in haar plan doet, is de positie van de middeninkomens afzetten tegen mensen die het slechter hebben: mensen met een uitkering. De VVD zoekt de ‘verbetering’ van de middeninkomens in een verslechtering van de positie van mensen met een uitkering. De partij wil mensen met een middeninkomen tevreden houden door deze mensen erop te wijzen dat anderen het nog slechter hebben.

Op een slinkse wijze probeert de partij zo een groep buiten beeld te houden en dat is de groep van mensen met hoge inkomens en grote vermogens. Die profiteren net als iedere andere Nederlander maar wellicht nog wat meer dan iedere andere Nederlander, mee van goedkopere energie en meer kinderopvangtoeslag. Voor deze groep gaat werken nog meer lonen. ‘Omdat het eerlijker moet’ legt de VVD de rekening bij mensen met een uitkering.


[1] Het gehele plan is te vinden via de volgende webpagina https://www.vvd.nl/nieuws/agenda-voor-werkend-nederland/

[2] De Agenda voor Werkend Nederland, pagina 32 – 37

Wil je innovatie: reguleer de tech giganten

“Wat Europa nu doet … kijk de Amerikanen hebben nieuwe technologieën AI, het komt allemaal daar vandaan. Wij gaan alleen maar regels bedenken om het tegen te houden. Het gevolg zal zijn dat die grote jongens, die we daar allemaal zien staan, Musk en Bezos, nog verder zullen uitlopen op onze economie. Ik denk niet dat het in ons voordeel is.[1] Aldus Jort Kelder bij EVA van maandag 20 januari. Kelder reageerde op opmerkingen van GroenLinks/PvdA leider Timmermans die aandrong op regelgeving om de grote tech- bedrijven in toom te houden. Stop met die regels want dat is dodelijk voor innovatie, lijkt Kelder te suggereren en in het verlengde hiervan suggereert hij dat die grote bedrijven voor innovatie zorgen. Zou het werkelijk zo zijn?

bron: opensource

Al die innovatieve ontwikkelingen, die ons leven makkelijker maken, de smartphone, het internet, dat komt toch maar mooi door die innovatieve bedrijven die op de vrije markt in de volle wind van de concurrentie moeten overleven. Dat is het beeld achter de woorden van Kelder. Helaas is de werkelijkheid iets genuanceerder dan dat. Of anders gezegd, helemaal anders.

De voor een smartphone benodigde technologie is vooral ontwikkeld met belastinggeld. Mariana Mazzucato geeft in haar boek De ondernemende staat het voorbeeld van het ‘innovatieve’ Apple en de succesproducten de iPod, iPhone en de iPad. Steve Jobs stond ze glunderend te presenteren als een wonder van Apple-innovatie. De belangrijke onderdelen zijn echter een gevolg van Europese en vooral Amerikaanse overheidsinvesteringen tijdens de Koude Oorlog. Daar kwam geen durfinvesteerder of Tech-ondernemer aan te pas.

Neem het internet. Dat kent een bijzondere geschiedenis. Toen de Sovjet-Unie in 1949 ook succesvol een atoombom testten en zeker na de lancering van de Spoetnik in 1957, realiseerden de Amerikanen zich dat hun militaire informatiestructuur een belangrijke zwakte kende: het geheel was top-down. Met dat als aanleiding werd de opdracht gegeven aan het nieuw opgerichte Advanced Research Projects Agency (ARPA) om een informatiestructuur te ontwikkelen zonder een centraal punt. Dat onderzoek leverde Arpanet op: een netwerk van met elkaar verbonden computers zonder centraal punt. Toen Tim Berners-Lee en Robert Cailliau HTML en HTTP ontwikkelden was het internet geboren. Zij werkten voor CERN (Conseil European pour la Recherche Nucleair) en stelden hun uitvinding beschikbaar aan de wereld. Volgens Berners Lee moet het internet worden beschermd tegen politiek en commercieel misbruik.

De geschiedenis laat verder zien dat innovaties vooral komen van individuen die zich ergens in vastbijten. De gebroeders Wright in vliegen, Alexander Graham Bell in elektronische overdacht van geluid, Benz in het maken van een goede motor. Pas na hun uitvinding richtten ze bedrijven op om iets te verdienen met hun uitvinding. Bij het oprichten van die bedrijven, werden ze geholpen door de voor het ontstaan van ons huidige kapitalistische systeem, belangrijkste uitvinding en dat is de naamloze vennootschap. Die uitvinding maakte het namelijk mogelijk om grote hoeveelheden geld op te halen in ruil voor een aandeel in het bedrijf. Het zijn niet bedrijven die innoveren maar mensen.

Dat is niet het enige wat genuanceerder en helemaal anders ligt. Als regels een belemmering zijn voor innovatie, waarom pleit Kelder dan niet voor afschaffing van alle regels. Als minder regels meer innovatie zou betekenen dan moet geen regels leiden tot maximale innovatie. Dat is de weg die Musk en Bezos op willen. Als de geschiedenis ons iets leert, dan is het dat geen regels leidt tot het recht van de sterkste en dat is geen prettige samenleving om in te leven. Het is ook geen innovatieve samenleving. De sterkste in zo’n samenleving trekt alles naar zich toe. Vindt iemand iets uit waar de sterkste van kan profiteren, dan zal die sterkste het zich toe-eigenen. Dat zal die sterkste ook doen met innovaties die zijn positie kunnen bedreigen. Dat gevaar moet immers de kop in worden gedrukt. In allebei de gevallen heeft de uitvinder geen profijt van zijn uitvinding. Dus waarom zou je iets uitvinden. Dat is mede de reden waarom de Sovjet Unie de race met het westen niet kon bijhouden en is geïmplodeerd. Dat is ook waarom Europa tijdens het feodalisme zo weinig productief en in het geheel niet innovatief was. Alle winst van innovatie vloeide naar de landheer.

En dat is ook waarom een wereld gedomineerd door de grote zeven techbedrijven steeds minder innovatief wordt. Die zeven eigenen zich alle potentieel disruptieve innovaties toe. Dat doen ze door de uitvinder ervan te overladen met geld. Die wordt afgekocht. Innovaties waar ze hun voordeel mee kunnen doen, zullen ze ontwikkelen en innovaties die een gevaar vormen voor hun voortbestaan zullen ze een zachte dood laten sterven. Ze zullen AI ontwikkelen maar dan wel AI die in hun kraam te pas komt geen AI om de wereld een betere plaats te maken en zeker geen AI die een gevaar vormt voor hun voortbestaan. AI om jou nog meer en langer doelloos op langs nutteloze berichten en plaatjes te leiden en je ondertussen indoctrineren met hoe geweldig ze zijn en hoe goed ze zijn voor jouw vrijheden, de vrijheid van meningsuiting voorop. Geen AI die het jou mogelijk maakt om op facebook of x alleen dat te zien wat jij van belang vindt en zeker geen AI die zich echt op jouw wensen richt.

Musk, Bezos, Zuckerberg en hun gelijken zijn de moderne feodale heren en zijn te vergelijken met hun eind negentiende-eeuwse Amerikaanse voorgangers de robber barons zoals Cornelius Vanderbilt, Andrew Carnegie, John D. Rockefeller. Moderne monopolistische robber barons die net als hun negentiende-eeuwse voorgangers natuurlijke hulpbronnen vernietigen, de waarde van hun bedrijven opdrijven om ze veel te duur aan mensen te verkopen, zich bedienen van loonslavernij en met hun geld en macht de overheidsmacht naar hun hand proberen te zetten en de concurrentie onderdrukken door ze over te nemen.

Die de negentiende-eeuwse robber barons werden uiteindelijk ingetoomd door een overheid die hen reguleerde via onder andere antitrustwetgeving. Dat is ook wat er nu moet gebeuren met de huidige ‘magnificent seven’ van de tech. De innovatie leed daar niet onder. De eerste helft van de twintigste eeuw was een van de innovatiefste periodes uit de wereldgeschiedenis. Om daar het bewijs voor te vinden, hoef je de deur niet uit. De voorbeelden daarvan staan in ieder huis met als belangrijkste de wasmachine. Niets wijst erop dat dit nu anders zal zijn.


[1] Eva, vanaf 13.00 minuten

De kronkels van Cliteur

“Maar bewijzen De Volkskrant, Kraak en de rechtbank Rotterdam daarmee niet dat zij zelf in de ban verkeren van een racistische opvatting? De opvatting namelijk dat alleen witte mensen niet voor hun eigen achtergestelde status mogen opkomen maar zwarte mensen en gele mensen wel?” Die vragen stelt Paul Cliteur in een artikel bij De Dagelijkse Standaard. En in zijn bijzondere betoog komt hij tot de conclusie dat er: “ten aanzien van de verdeling van rechten tussen zwart blank (of, zoals de wokies willen: zwart en wit) (…) geen verschil (zou) moeten zijn. Maar dat verschil maken zij dus wel. Dus discrimineren zij.”

Cliteur schrijft zijn bijzondere artikel naar aanleiding van een artikel in de Volkskrant van Haro Kraak over de veroordeling van twee, zoals Kraak hen noemt White Lives Matter-extremisten. “Tjonge, dus de jongens die White Lives Matter op de Erasmusbrug projecteerden zijn “extremisten”. Eén, twee, drie, vier – bij het vierde woord zitten we al in de partijdige verslaggeving door De Volkskrant,” verzucht Cliteur en gaat verder: “Vinden Haro Kraak en De  Volkskrant de Amsterdamse demonstraties voor “Black Lives Matter” van enkele jaren geleden (waar zelfs de burgemeester aan meedeed) ook “extremisten”?” Cliteur verwijt Kraak en de Rotterdamse rechtbank dat ze discrimineren en zoekt de verklaring daarvoor in zelfhaat: “kennelijk is er een moment gekomen waarop deze mensen zijn gaan denken: “we moeten onszelf zo gaan haten dat we onszelf moeten gaan ‘discrimineren’.”  Hij komt tot de conclusie dat: “als je vindt dat “Black Lives Matter” (…). Als je vindt dat “Yellow Lives Matter” (…). Dan moet je ook vinden dat “White Lives Matter” (…).” In de basis heeft hij gelijk want alle leven doet ertoe. Daarbij doet huidskleur er niet toe. Of zoals ik een jaar of acht geleden schreef: All lives matter.

Nu vraag je je wellicht af wat er dan zo bijzonder is aan het betoog van Cliteur. Het bijzondere is dat Cliteur niet verder kijkt dan de woorden: als Black Lives Matter niet discriminerend is, dan is White Lives Matter ook niet discriminerend, Iedereen mag immers, zo betoogt hij terecht: “voor hun eigen achtergestelde status (…) opkomen.”  Hij betoont zich hier een uitstekende leerling van de intersectionele leer. De leer die betoogt dat verbeteringen beginnen bij het verbeteren van de situatie van de meest achtergestelde.

“Nu weet ik ook wel wat het antwoord is van De Volkskrant, Kraak en de rechtbank Rotterdam op mijn kritiek. Het is het antwoord dat zij op elke vorm van redelijke kritiek geven. Dat antwoord is: “maar die jongens zijn extreemrechts, antisemitisch, neonazistisch, fascistisch, racistisch”. Enfin, de hele riedel wordt van stal gehaald.” En gaat hij verder: “Oké, ik ga daar even for the sake of argument in mee. Niet dat ik dat echt denk, want wat ik echt denk is dat het hier om marginale groepjes gaat. Inderdaad, niet een echt groot gevaar.” Dan is de aanpak van de rechter en Kraak verkeerd, zo betoogt hij en vervolgens geeft hij zijn oplossing: “zorg dat je deze “extreemrechtse” groeperingen geen kans geeft om groter te worden. En die kans geef je hen wél door hen discriminatoir te behandelen. Immers dan toon je door je eigen gedrag aan dat zij in feite wel een punt hebben. Waar geen extreemrechts bestaat stimuleer je het dan.”

Die vlieger gaat echter niet op. Black Lives Matter vraagt aandacht voor de achtergestelde positie van niet blanken. De organisatie wil die achterstelling opheffen en komen tot een samenleving waar iedereen gelijkwaardig is, waar je huidskleur of afkomst niet bepalend zijn voor de manier waarop je in heden wordt behandeld en voor de manier waarop je je toekomst vorm kunt geven. White Lives Matter daarentegen, voert geen strijd om de achtergestelde positie van blanken te verbeteren. De club strijdt voor het behoud van de blanke machtspositie en blanke dominantie. Dat is, niet alleen for the sake of argument een strijd voor ongelijkwaardigheid, voor discriminatie op basis van huidskleur en afkomst en daarmee extreemrechts, neonazistisch, fascistisch, racistisch.

Om deze reden kan Black Lives Matter wel en White Lives Matter niet. Het zijn niet de woorden die door de Rotterdamse rechter zijn gewogen maar de denkbeelden van de mensen die deze woorden gebruiken. Die denkbeelden zijn niet gelijk. White Lives Matter anders behandelen dan Black Lives Matter is daarmee geen discriminatie maar juist het bestrijden van discriminatie. Of deze manier van bestrijden de juiste is, dat is een heel andere vraag. Toch bijzonder dat een rechtsfilosoof als Cliteur dit niet ziet of wil zien en zich bediend van zo’n kronkelige redenering.

Dwaze dwaallichten

“Dus, als je de volgende keer een linkse activist hoort schreeuwen dat de AfD het nieuwe nazi-Duitsland is, herinner die persoon dan aan dit gesprek. Weidel en Musk hebben de waarheid laten zien: de AfD heeft niets, maar dan ook níets, met nazisme te maken. Het is hoog tijd om de leugens te ontmaskeren en de werkelijke agenda van de gevestigde orde te doorzien.Met die woorden eindigt een artikel van Michael van der Galien bij De dagelijkse standaard. Ik moet denken aan dwazen, dwaallichten en dwaze dwaallichten.

Even voor de duiding. Wat een dwaas is, zal ieder van jullie wel weten. Maar toch, een dwaas is, volgende Van Dale, een: “gek, blijk gevend van gebrek aan gezond verstand.” Een dwaallicht is een blauwachtig, beweeglijk lichtverschijnsel dat boven moerassen en poelen kan verschijnen en waarin onze voorouders dolende zielen zagen die de levenden probeerden te lokken. Vanwege de alliteratie zou ‘dwaze dwaallichten’ zomaar een titel kunnen zijn van een Suske en Wiske album. Dat is niet het geval. De reeks avonturen van het duo kent wel een album met als titel Het laatste dwaallicht. Dit even terzijde.

Dwazen, dwaallichten en dwaze dwaallichten daar moest ik aan denken toen ik in het artikel las dat Alice Weidel, de leidster van de Duitse politieke partij Alternative für Deutschland (AfD), in haar gesprek met Musk betoogde dat: “Adolf Hitler niet de ‘rechtse boeman’ was die de geschiedenisboeken van hem hebben gemaakt, maar eerder een socialist in hart en nieren.” Volgens Michael van der Galien, de auteur van het artikel is dit: “het meest controversiële, maar misschien ook het meest overtuigende argument,” dat aantoont dat AfD niet racistisch, antisemitisch noch een nazi-club is. Het socialistische gehalte van Hitler wordt met vier argumenten onderbouwd.

Als eerste: “Staatsinterventie in de economie: Het Hitler-regime nationaliseerde grote delen van de Duitse industrie. Bedrijven kwamen feitelijk onder controle van de staat, een klassiek socialistisch principe.” Ja Hitlers nazi’s intervenieerden in de economie. Dat deden ze echter niet door de Duitse industrie te nationaliseren of met andere woorden tot staatseigendom te maken. Die bedrijven bleven in private handen, in de handen van de grootindustriëlen zoals de Krupps, de Boschs en de Oetkers. Die verdienden er groot geld aan over de ruggen van de arbeiders. Het economische model van Nazi-Duistland lijkt verdacht veel op het Russische oligarchenmodel. Een model waar ook de Verenigde Staten onder Trump met de met hem samenwerkende techgiganten als Musk en Zuckerberg, steeds meer op begint te lijken. Dit lijkt niet op het socialistische idee van arbeiders die de vruchten van hun arbeid onder elkaar verdelen en die het in de bedrijven voor het zeggen hebben.

Het tweede argument: “Centrale planning en controle: De nazi-economie werd gekenmerkt door strikte centrale planning, inclusief prijscontrole en productiequota—fundamentele principes van socialistische systemen.” Centrale planning was de manier waarop de communisten eerst in de Sovjet Unie en later in de rest van Oost-Europa, probeerden goederen te verdelen onder hun burgers. Dat maakt centrale planning echter nog geen ‘fundamenteel principe van socialistische systemen’. En zelfs als het wel een van de fundamenten van een socialistisch systeem is, dan wil dat nog niet automatisch zeggen dat overal waar centraal gepland wordt, sprake is van socialisme. Als alle vissen rood zijn en rood dus een fundamenteel principe van een vis is, dan wil dat niet automatisch zeggen dat alles wat rood is meteen ook een vis is.

Het derde argument: “Sociale welvaart en werkgelegenheid: Programma’s als de “Volksarbeit” voor werkverschaffing en de verplichte vakantie (Kraft durch Freude) draaiden op het socialistische idee dat de staat verantwoordelijk is voor de arbeidersklasse.” Die verantwoordelijkheid voor de arbeidersklasse, of nog breder voor iedere burger, staat ook verankerd in de Nederlandse Grondwet. Die stelt in artikel 20 eerste lid dat: “De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid,” en in het derde lid dat: “Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, (…) een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege” hebben. Maakt dat Nederland een socialistisch land? Ook hier weer de hypothetische rode vissen.

Dan het laatste argument: “Propaganda en onderwijs: De manier waarop de nazi’s propaganda inzetten en het onderwijssysteem hervormden om hun ideologie te verspreiden, lijkt op de socialistische benadering om de jeugd te indoctrineren.” Ook hier kan ik weer over rode vissen beginnen, want dat geldt ook voor deze redenering. Daar komt bij dat iedere overheid, of iedere groep die een ideologie wil verspreiden het onderwijs zo vormgeeft dat het maximale kans op indoctrinatie biedt. Dat is ook een van de redenen dat de Nederlandse katholieken en protestanten in de negentiende en begin twintigste eeuw zo hard vochten voor het bijzonder onderwijs. Voor het fameuze artikel 23 dat ervoor zorgde dat religieus georiënteerde scholen op staats financiering konden rekenen. Zo konden de scholen met belastinggeld worden ingezet voor de religieuze indoctrinatie van kinderen.

Het nationaal-socialisme had niets, behalve dan dat het de term in haar naam gebruikt, gemeen met het socialisme. Die term werd gebruikt als lokkertje net zoals Wilders het woord vrijheid in de naam van zijn eenmanspartij gebruikt. De vrijheid die Wilders wil, is net zo vrij als dat het nationaalsocialisme socialistisch was. Het nationaalsocialisme was de Duitse vorm van fascisme. Een fascisme vermengt met virulente haat tegen alles wat als niet Duits werd gezien. En van die grote groep die als niet Duits werden gezien, waren de communisten en socialisten de eersten die werden bestreden gevolgd door de joden, Roma en Sinti.

Weidel en in zijn kielzog Van der Galien laten met een dergelijke redenering een gebrek zien aan gezond verstand en dus van dwaasheid. In hun dwaasheid laten ze hun bijzonder licht schijnen op het troebele en donkere nationaalsocialistische Duitse verleden. Met dat bijzondere licht proberen ze mensen voor hun ideeën te lokken. Het zijn dwaze dwaallichten.

Vijftig tinten grijs

2024 was het warmste jaar op Aarde en in Nederland sinds de mens temperaturen meet. Het was daarmee nog warmer dan in 2023 want dat was tot vorig jaar het warmst gemeten jaar ooit. Dit bericht levert bijzondere, relativerende reacties op. Zo kwam ik op LinkedIn een bijzondere reactie van Bob de Wit tegen die zichzelf omschrijft als: “Inspirational speaker on digital transformation.  En bij Wynia’s week een bijzonder artikel van natuurkundige en wetenschapsjournalist Arnout Jaspers. Beiden hanteren een bijzondere manier van betogen om aan te tonen dat er niets bijzonders aan de hand is.

De Wit: “Het industriële tijdperk heeft gezorgd voor meer steden en grotere steden. En in steden is het warmer dan op het platteland. Veel meetpunten die voorheen op het platteland stonden zijn nu in steden waar het warmer is. Dus ja, de meetpunten meten een hogere temperatuur. Is hierdoor ‘de aarde opgewarmd’? Dat klinkt logisch want in steden is het inderdaad warmer. Als die meetpunten op dezelfde plek zijn blijven staan, dan is het totale oppervlak aan ‘stad’ toegenomen. En als je dan het gemiddelde van alle meetpunten neemt, dan leidt dat tot een hogere gemiddelde temperatuur en is de aarde dus opgewarmd. Het antwoord op die vraag is dus JA.

De Wit gaat verder: “Hangt ervan af. Als we lange tijdreeksen gebruiken is er geen sprake van opwarming. Als er een ‘strategische tijdreeks’ wordt gekozen – dat wil zeggen een moment in het verleden waar de temperatuur tijdelijk lager was – dan kan dit als opwarming worden geframed. Een strategische tijdreeks kiezen is dus manipulatie van de publieke opinie.” Inderdaad was de periode net voor de Industriële revolutie een wat koudere. Wat De Wit lijkt te suggereren is dat de temperatuur nu dus weer naar een normaal, hoger niveau gaat. Inderdaad lag de temperatuur in de periode tussen pakweg 1500 en eind 19e eeuw iets lager dan de eeuwen ervoor. Het was de periode van de Kleine IJstijd. Volgens De Wit is het manipulatief om het einde van de Kleine IJstijd als beginpunt te kiezen. Er wordt een wat koudere periode gekozen en dan is het daarna al snel warmer. Maar welk punt  moeten we dan kiezen? Als we de afgelopen 500.000 jaar nemen, dan is het nu extreem warm. Zo’n 400.000 van die jaren waren wat we nu Glaciaal (ijstijd) noemen. De laatste Glaciaal eindigde zo’n 12.000 jaar geleden. Gaan we wat verder terug in de tijd en nemen we de tijd van de dinosaurussen als beginpunt, dan is het nu aan de koele kant. Gaan we nog wat verder terug en nemen we het Cryogenium (zo’n 700 miljoen jaar geleden) als beginpunt, dan is het nu snikheet. Dit was het tijdperk van de Sneeuwbalaarde, een tijdperk dat de Aarde geheel bevroren was. Welk beginpunt je ook kiest. Feit is dat de gemiddelde temperatuur op aarde sinds het midden van de twintigste eeuw veel hoger is dan de afgelopen 2.000 jaar en aan dat hoger worden lijkt nog geen einde te komen.

De Wit besluit zijn bericht af met: “De atmosfeer bestaat voor 0,04 procent uit CO2, en verreweg het grootste deel wordt niet door mensen bepaald. De agenda achter dit bericht is zo ontzettend doorzichtig, ik vraag me af of er nog mensen zijn die hierin trappen.” Die kleine ijstijd werd veroorzaakt door een plotselinge daling van het kooldioxidegehalte in de atmosfeer. Het hoe en waarom van die daling is nog onderwerp van onderzoek. Een van de onderzoeksrichtingen is dat ook hier de mens aan de basis stond. Recent onderzoek duidt erop dat: “De catastrofale afname van de bevolking van de Amerika’s, die begon met de Europese aanval, in zekere mate kan hebben bijgedragen aan de daling van de wereldgemiddelde temperaturen in de Kleine IJstijd.” Die ontvolking leidde ertoe dat: “grote stukken land, die ooit voor de voedselproductie werden gebruikt, weer bos werden.” En nu is de hypothese: “dat de plotselinge groei van het groen in de twee continenten een omgekeerd broeikaseffect teweegbracht waardoor enorme hoeveelheden kooldioxide werden vastgelegd en aldus werd bijgedragen aan de daling van de gemiddelde temperatuur op aarde.[1] Zelfs als de Wit gelijk heeft dat het grootste deel van de koolstofdioxide niet door de mens wordt bepaald, dan nog zou het deel dat de mens wel bepaald wel een grote invloed kunnen hebben.

Dan wetenschapsjournalist Jaspers. De aanleiding voor Jaspers artikel is de ‘streepjescode’ die het KNMI van de temperatuur maakt. In die ‘code’ krijgt ieder jaar een kleur tussen donkerblauw, koud, en donker rood (warm). Die code bevat gegevens vanaf 1901. Hoe dichter bij 1901, hoe meer blauw en geen rood. Hoe dichter bij het heden hoe meer en donkerder rood en hoe minder en lichter blauw. Hieronder de ‘streepjescode’. Jaspers: “Het lijkt aan de rechterkant van de streepjescode, in het hier en nu dus, helemaal mis te gaan: we raken zo te zien verzeild in een bloedhete rode gevarenzone van opwarming. Het KNMI zegt op de website nergens expliciet dat die rode kleur ‘gevaar’ betekent, maar dat is de default connotatie van mensen met zo’n kleur: bloedheet, bloedlink.” Volgens Jaspers is dat onzin en is er in Nederland niet zoveel bijzonders aan de hand.

Bron: KNMI

Om dit aan te tonen maakt hij een eigen streepjescode. Om de kleur van een jaar te bepalen pakt hij twee extreme steden. Aan de ene, koude kant Fairbanks in Alaska met een gemiddelde temperatuur van 0 graden Celsius en aan de andere, warme, kant Bangkok in Thailand met een gemiddelde temperatuur van 30 graden Celsius. Met deze uitersten als maat voor de kleurenschaal, is, zoals Jaspers schrijft: “Het alarmerende rood (…)uiteraard geheel verdwenen, want dat zit niet eens in ons deel van de realistische kleurbalk, en we zien dat Nederland in 120 jaar van, mondiaal gezien, behoorlijk koud naar iets milder is opgewarmd.” Niets aan het handje dus, zo en: “Klimaatalarmisten die dit gaan wegzetten als ‘klimaatontkenning’ en ‘bagatelliseren’, kunnen of willen niet begrijpen dat deze keuze voor de visualisering van de data minstens zo valide is als wat het KNMI jaarlijks produceert. De wetenschappers bij het KNMI die zulke plaatjes maken weten dat best; het is institutioneel boerenbedrog om dat zo te doen zonder adequate uitleg.” Niets aan de hand dus: “behoorlijk koud naar iets milder,” dat overleven we wel.

Bron: Wynia’s Week, artikel Jaspers

Er is echter wel iets aan de hand. Als het vorig jaar alleen in Nederland het warmste jaar sinds het begin van de meting was, dan was dat niet zo bijzonder. Het was echter het warmste jaar sinds het begin van de meting voor de hele aarde. De gemiddelde temperatuur stijgt niet alleen in Nederland, maar op de hele aarde. Honderd jaar geleden lag de gemiddelde temperatuur in Fairbanks een graad of drie lager dan nu en ook in Bangkok lag het gemiddelde lager dan de huidige 30 graden Celsius. De grafiek van het KNMI is niet bedoeld om de temperatuur in Nederland af te zetten tegen de temperatuur elders in de wereld, maar om de ontwikkeling van de temperatuur op één plek door de jaren heen te laten zien. Door dat voor iedere plek op deze manier te doen, kun je die grafieken met elkaar vergelijken en zien dat de afgelopen dertig jaar steeds meer jaren rood en steeds donkerder rood kleuren. Met de ‘methode Jaspers’ wordt dat doel niet bereikt. Zijn variant ‘streepjescode voor Nederland is nu ‘vijftig tinten heel lichtblauw’, voor Fairbanks zou die ‘vijftig tinten donkerblauw zijn en voor Bankgkok, vijftig tinten donkerrood.

Jaspers sluit af met: “Er was een tijd dat wetenschappers zulke data verwerkten in zwart-witplaatjes met ingetekende hoogtelijnen (waarbij ‘hoogte’ ook kon staan voor temperatuur of iets anders). De mogelijkheden om met kleur te werken in illustraties waren toen namelijk zeer beperkt. De wetenschap zelf was toen aanmerkelijk minder zwart-wit.”  Als wetenschapsjournalist moet Jaspers weten dat je een juist middel moet kiezen om je boodschap te brengen. Het KNMI doet dit. Als hij dat weet dan kan ik niet anders dan concluderen dat ‘klimaatalarmisten die dit gaan wegzetten als ‘klimaatontkenning’ en ‘bagatelliseren’ voor wat dat bagatelliseren betreft een punt hebben. Jaspers lijkt de toch forse stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde te willen ‘begraven’ in vijftig tinten grijs.


[1] Amitav Gosh, De vloek van de nootmuskaat,  pagina 66