Wij van WC-eend

In een artikel bij Opiniez beschrijft Maike van Charante de mensen die op 18 mei in Den Haag demonstreerden tegen het optreden van Israël in Gaza en de inactiviteit van de Nederlandse regering in deze zaak, als naïevelingen die niet weten wat er speelt. Bij deze een reactie van een van die naïevelingen. Dit in een schrijven naar aanleiding van de verslaggeving van de NOS over deze demonstratie. Een bijzonder artikel.

“Hoe kwamen al die in het rood geklede mensen op het Malieveld erbij dat de Nederlandse regering niet genoeg druk zet op Israël?”  Zo vraagt Van Charante zich af. Immers: “minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp loopt voorop met Israëlkritiek. Hij beloofde als eerste Europese minister om Israëlische bewindslieden – Netanyahu en Gallant – te arresteren als ze op Nederlands grondgebied zouden komen. Hij nam ook het voortouw om in de EU aan te dringen op meer druk op Israël.” Zou Van Charante weten dat die belofte helemaal niet nodig is. Zou ze weten dat Nederland de plicht heeft om de beide personen te arresteren zodra ze voet op Nederlandse bodem zetten? Alle landen die het verdrag onder het International Court of Justice hebben getekend, zijn verplicht om gehoor te geven aan door het gerecht uitgevaardigde arrestatiebevelen. En het is maar wat je het voortouw noemt. Landen zoals Spanje, Frankrijk en Ierland gaan veel verder in hun veroordeling van de Israëlische actie. Spanje en Ierland hebben de Palestijnse staat erkend. Zover is Nederland nog lang niet. Dat er landen zijn die nog inactiever zijn maakt nog niet dat Nederland ‘ voorop’ loopt.

“Vervolgens zien we wat beelden van de demonstratie, en korte interviews met burgers die vertellen dat ze het zo erg vinden wat ze via de media en de televisie zien. Tja. Media zoals de NOS, die Hamas kritiekloos citeren en relevante informatie weglaten.” Met dat laatste refereert Van Charante aan het noemen van cijfers over slachtoffers aan Palestijnse kant die door de ministerie van Volksgezondheid van Gaza. Dat is Hamas en daarmee per definitie onbetrouwbaar aldus Van Charante. Want: “Elke nieuwsorganisatie – ook de NOS – weet dat al het nieuws dat uit Gaza komt, onder controle staat van Hamas en het daarmee samenwerkende Al Jazeera.”  Er wordt er, zo betoogt Van Charante: “geen onderscheid tussen burgerslachtoffers en terroristen(gemaakt) terwijl Israël deze week belangrijke Hamasleiders uitschakelde, die zich – al even traditiegetrouw – in een tunnel onder een ziekenhuis verscholen.” Hiermee volgt Van Charante klakkeloos de beweringen van de Israëlische regering. Die beweert steevast dat er in de tunnels onder welk gebouw dan ook Hamasstrijders verborgen zitten. Aan wat ze de demonstranten verwijdt, maakt ze zichzelf schuldig: het klakkeloos geloven van wat een van de partijen beweert. Dan toch even voor VanCharante. Ieder beeld dat er uit Gaza komt, door wie ze ook zijn verspreid, laat een complete vernietiging zien van huizen en infrastructuur. En zelfs de ter lediging van de nood opgerichte tentenkampen, worden vernietigd. Je ziet die vernietiging en weet dat de mensen in Gaza geen kant op kunnen en dat er veel te weinig water en voedsel het gebied bereikt. Als je dat niet erg vindt, dan lijkt het mij dat er iets ernstig mis is met je.

“Dan komt de onvermijdelijke Nadia Bouras in beeld, die beweert dat onze regering “de genocide in Gaza ondersteunt.” Dat er geen genocide gaande is in Gaza – en al helemaal niet gesteund door onze regering – interesseert Nadia blijkbaar niet.” Of er al dan niet genocide wordt gepleegd is, zoals de in dergelijke gevallen onvermijdelijke Gert Jan Knoops zou zeggen,  aan de rechter. Maar of dat wel of niet het geval is, doet er niet toe. Als Van Charante gelijk heeft en er is geen genocide, maakt dat het minder erg? Maakt dat het geweld en terreur door het Israëlische leger dan ineens gerechtvaardigd of ‘goed’?

Dat is dan nog tot daaraantoe. Wat het saillant maakt, zijn twee tweets bij het artikel. De eerste is er een van Van Charante. Een bericht waarin ze verwijst naar een artikel in de Britse krant The Guardian. In dat artikel betogen de advocaten van de Britse overheid dat er geen sprake is van genocide. Zij bepleiten dit in een zaak die tegen de Britse overheid is aangespannen over de levering van onderdelen voor het F35 gevechtsvliegtuig. Dat de rechter in deze zaak nog een uitspraak moet doen, vergeet Van Charante erbij te vertellen. Zij neemt aan dat de advocaten van de Britse regering het bij het juiste eind hebben. Het andere bericht van Bert Brussen. Bij die tweet een artikel van de NRC waarin verslag wordt gedaan van zeven wetenschappers die betogen dat er sprake is van genocide. Wetenschappers die volgens Van Chanrante: zorgvuldig zijn geselecteerd.” De begeleidende tekst van Brussen: “ WC Eend vrijwel eensgezind: WC Eend komt echt als beste onder de rand.” Om de WC-eend metafoor te gebruiken: de ene WC-eend verwijt de andere WC-eend een WC-eend te zijn.

“Dit zou een mooi moment zijn geweest voor de NOS om te zeggen: “Het is te hopen dat de gijzelaars snel vrijkomen en dat Hamas zich overgeeft, zodat deze ellende stopt.” Maar nee, Rob Trip kijkt ons slechts droevig aan en schakelt over naar het songfestival, waar het – aldus Rob – ook al over Israël ging.” Ja, dat horen we vaker. Als Hamas zich overgeeft en de gijzelaars vrijlaat, dan is alle ellende voorbij. Dan toch even ter opfrissing van het geheugen van Van Charante.  In 1936 was er nog geen Hamas. Ook toen al streden de Palestijnen om zeggenschap over hun woongebied. Ze streden tegen de Britten  die toen mandaathouder waren van het gebied Palestina. Ze streden tegen de Britten omdat die de toestroom van joodse migranten uit Europa stimuleerden en werkten aan een tehuis voor joden in Palestina. Een tehuis met ‘zelfbesturende instellingen’, aldus de opdracht in het mandaatverdrag. Zelfbesturend voor de migranten, niet voor de grote meerderheid van de er toen wonende bevolking. Die werd achtergesteld en verzette zich tegen die achterstelling en tegen de inname van steeds meer van hun land door deze migranten. In 1948, toen Israël zichzelf uitriep en zich het grootste deel van het mandaatgebied toe-eigende en zo’n 800.000 Palestijnen wegvluchtten, was er ook nog geen Hamas. Hamas werd pas in 1987, ten tijden van de Eerste Intifada (1987-1993) opgericht. In die Eerste Intifada speelde het geen rol van betekenis. De grote tegenstander was toen de PLO onder leiding van Yasser Arafat. En ook tijdens de Tweede Intifada (2000-2005) speelde de PLO de hoofdrol en was er voor Hamas slechts een bescheiden rol weggelegd. De PLO werd in 1964 opgericht.

Wel was Hamas voor Israël een interessante partij omdat de organisatie tornde aan de machtpositie van Israëls grote vijand, de PLO. Hamas kon daarom op Israëlische steun rekenen. En Hamas tornde, vooral in de Gazastrook succesvol aan de macht van de PLO die inmiddels de kern vormde van de Palestijnse Autoriteit die aan het einde van de Eerste Intifada werd opgericht als bestuur van de Palestijnse gebieden. Met succes omdat het vredesproces dat bij het einde van de Eerste Intifada in 1993 in Oslo werd afgesproken en dat tot een Palestijnse staat moest leiden, door Israël werd gefrustreerd. De frustratie van de Palestijnen over die voortgang uitte zich bij de verkiezingen van 2006 die door Hamas werden gewonnen. Dit leidde tot een interne Palestijnse machtsstrijd en de splitsing tussen Gaza en de eveneens bezette Westelijke Jordaanoever.

Als Hamas zich zou overgeven en de gijzelaars vrij zouden komen dan is de zoveelste slag in deze al zo’n honderd jaar durende strijd ten einde. Hamas is slechts de zoveelste partij die een hoofdrol speel. Een strijd, die vanwege de grote ellende in Gaza, in relatieve stilte die ook nog op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever woedt. Want ook daar terroriseren Israëliërs gesteund door het Israëlische leger en de -overheid de Palestijnen en eigenen zich een steeds groter deel van het gebied toe. Zolang de burgerlijke, maatschappelijke en politieke rechten en omstandigheden van de Palestijnen niet worden gelijkgetrokken met die van de Israëliërs is de kans groot dat de, zoals Max Pam het met afschuw in zijn column in de Volkskrant schrijft: “baarmoeders de kraamkamers zijn van de toekomstige martelaren.”

Free Palestine …

We zien twee modellen. Het ene is Gaza. Toen we Gaza verlieten, hebben we Hamas in feite toegestaan ​​een koninkrijk van terreur te creëren. Judea en Samaria, het andere model, is tot hetzelfde gedoemd als we daar weggaan. Er zijn daar ruim driehonderd nederzettingen, bewaakt door het Israëlische leger. Er is terreur, maar op een zeer laag niveau.” Woorden van de Israëlische oud-politicus Aryeh Eldad in een interview in de Volkskrant. Een bijzondere uitspraak waarvan Eldad er wel meer doet.

Bron: Balfour declaration die aan de basis stond van het mandaatverdrag. Bron: BBC

Uitspraken zoals: “Iedereen die echt geïnteresseerd is in de kwestie, begrijpt dat die niet opgelost zal worden door lijnen op de kaart te trekken. Wat speelt tussen Israël en de Palestijnen gaat niet om grondgebied, het is een religieuze oorlog. Dat wordt door de wereld genegeerd.” Bijzonder om twee redenen. Bijzonder omdat het inderdaad niet gaat om ‘lijnen op een kaart’ en ook niet om een religieuze oorlog. Het gaat om bevolkingsgroepen die aanspraak maken op eenzelfde gebied tussen lijnen op een kaart. Het is in feit een burgeroorlog tussen twee bevolkingsgroepen. Maar dan wel een bijzonder soort. Bijzonder omdat één van die bevolkingsgroepen bestaat uit een groep mensen die recentelijke naar dat gebied is gemigreerd en vervolgens de zeggenschap over het gebied heeft verworven. Bij dat verwerven kreeg deze groep steun van de westerse landen omdat deze migranten uit het westen vluchtten voor geweld en vervolging culminerend in de Holocaust. Dat die twee bevolkingsgroepen een andere religie aanhangen, maakt het nog geen religieuze oorlog. Over de ontstaansgeschiedenis van deze burgeroorlog die inmiddels al honderd jaar duurt, schreef ik al eerder. Tot zover de eerste bijzondere reden.

De tweede bijzondere reden is dat het volgens Eldad niet gaat om lijnen op de kaart. Dit terwijl de oplossing die hij aandraagt er eentje is van ‘lijnen op de kaart’: “Een Palestijnse staat? Jordanië kan als zodanig erkend worden. Zoals wijlen koning Hussein al zei, is 70 procent van de bevolking van Jordanië Palestijns. En het grondgebied van Jordanië beslaat 75 procent van het Britse mandaatgebied Palestina. Dus Jordanië is in feite Palestina.” Een oplossing aan de andere kant van een van die lijnen op de kaart. Een oplossing die Geert Wilders ook al eens heeft geopperd.

Elhads oplossing is weer om ook twee redenen bijzonder. Dat een groot deel van de bevolking Jordanië Palestijns is, is precies een gevolg van dat al meer dan honderdjarige conflict. Een eerste grote groep van die Palestijnen vluchtten eerst in 1948 en later in 1967 vanuit wat nu Israël en de bezette Westelijke Jordaanoever is naar Jordanië. Bijzonder om een gevolg van het probleem te presenteren als argument voor oplossing die je voorstelt.

Volgens Elhad, en dat klopt, bestond het mandaatgebied Palestina uit Israël, Jordanië, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Mandaathouder Groot-Brittannië kreeg de zelf geformuleerde opdracht om: “Het land onder zodanige politieke, bestuurlijke en economische omstandigheden te brengen dat de vestiging van het joodse nationale tehuis, zoals vastgelegd in de preambule, en de ontwikkeling van zelfbesturende instellingen verzekerd zijn, en tevens de burgerlijke en religieuze rechten van alle inwoners van Palestina, ongeacht ras of godsdienst, te waarborgen.1Om een Joodse kolonie te stichten zonder afbreuk te doen aan de rechten van de mensen die er al woonden. We kunnen wel stellen dat dit is mislukt en dat hoeft niet te verbazen. In Nederland staat een flink deel van het land geleid door Wilders al op de achterste poten omdat ‘Nederland wordt overgenomen door migranten’ terwijl daarvan geen sprake is. In het mandaatgebied Palestina gebeurde dat wel. Omdat de komst van Joodse kolonisten tot wrevel van de bevolking leidde, besloten de Britten om het mandaatgebied te splitsen in Palestina en Trans-Jordanië en alleen Palestina open te stellen voor Joodse migranten. Zo werd het probleem beperkt, maar dan alleen geografisch. Er is daarmee, zoals Eldad doet, een redenering op te bouwen dat Jordanië in feite Palestina was. Volgens dezelfde redenering is Israël dan ook in feite Palestina

Maar terug naar het citaat van Eldad waarmee ik begon. En dan vooral de laatste zin: “Er is terreur maar op een laag niveau.” Pardon! Terreur op een laag niveau? Dat is nogal een, om een Jiddisch woord te gebruiken, gotspe, een gewaagde bewering. Terreur is op de bezette Westelijke Jordaanoever aan de orde van de dag en dat al sinds de bezetting ervan in 1967. Dat Eldad, die er zelf woont, dat zo ervaart, is te begrijpen. Hij behoort namelijk tot de terroristen, de terreurplegers. Hij en zijn mede kolonisten terroriseren, gesteund door het IDF, het Israëlische leger en de Israëlische regering, de Palestijnse bevolking. Terroriseren door op gewelddadige wijze hun grond en huizen in te pikken. Door checkpoints in te richten die het voor Palestijnen zeer lastig en soms onmogelijk maken om zich te verplaatsen. Door, als er verzet is tegen die bezetting, met grof militair geweld op te treden met vele onschuldige slachtoffers en grote fysieke vernielingen als gevolg.

Eldad: “We zitten daar al 58 jaar. Was dat niet zo, dan hadden we nu overal in het land 7 oktober. Dat is de kern. Ik verwacht dat Israël Judea en Samaria grotendeels zal annexeren. En ik denk dat dat nodig is. De realiteit die we sinds 1967 hebben gecreëerd is onomkeerbaar. De nederzettingen zullen niet worden ontmanteld. We hebben meer dan een half miljoen kolonisten. Israël moet die permanente situatie formaliseren. En net als met Jeruzalem en de Golan zullen sommige landen het uiteindelijk erkennen.” En de vervolgstap noemt hij ook al. Want als de Palestijnen dan nog niet accepteren dat ze moet afliggen en bibberen: “dan zullen we de Palestijnse Autoriteit in A- en B-gebieden moeten afzetten. Ik zou er zelf de voorkeur aan geven dat de staat Israël loopt van de Jordaan tot de zee. De Arabieren hebben het over Palestine from the river to the sea, ik zeg hetzelfde over Israël.”

Beste meneer Eldad, is het nooit in uw gedachten opgekomen dat Israel en vooral de manier waarop het zich gedraagt en het haar burgers toestaat zich te gedragen ten opzichte van anderen, de terreur de Israëlische staat en haar burgers uitoefenen in de bezette gebieden, de oorzaak is van alle ellende, ook van 7 oktober? Nee, dit is geen oproep om iedereen die de afgelopen honderd jaar naar daar is gemigreerd, te verdrijven. Dit is een oproep tot ander gedrag bij alle betrokkenen. Ander gedrag waarbij de grootste verantwoordelijkheid tot dat andere gedrag berust bij de partij met de meeste macht. Om tot vrede te komen moet de macht eerlijk worden gedeeld en dat betekent dat de machtigste partij moet inleveren ten faveure van de minder machtigen en de machtelozen.

1 The British Mandate for Palestine

This machine greens itself

“Even meegelezen met je artikel, interessant, dank voor het delen. Meneer Quivooy heeft echter wel een goed punt. Bitcoin mining kan Ethiopie wel degelijk op een goede manier vooruit helpen, mits de overheid het daar natuurlijk op de juiste manier inzet. De kunst is om dat nationaal- of systeemtechnisch te bekijken. Dat vraagt een flink onderzoek.” De reactie van Bert Bosman op mijn recente prikker waarin ik crypto vergeleek met de second cousin to Harvey the Rabbit. Om de titel van die Prikker aan te halen. Bij het bericht een link naar een filmpje met als titel “This Machine Greens” – Bitcoin and the future of clean energy.” Benieuwd of ik iets had gemist, bekeek ik de film.

bron: valori.it

De film begint met de uitspraak dat beschaving gemeten kan worden aan de hand van het energiegebruik. En, zo wordt terecht opgevoerd, de zon geeft ons veel meer energie dan we gebruiken. Dus om stappen te maken moeten we meer van die energie kunnen ‘vangen’ en naar de juiste plek transporteren. De mens zette hierin de eerste grote stap met het onder controle krijgen van vuur. Die stap maakte het, zo wordt terecht in de film betoogd, mogelijk dat onze hersens groeiden. Vervolgens gebruikten we dieren, wind, water enzovoorts als energiebron en daarmee hield het niet op. Zoals een van de sprekers in de film terecht zegt, als we geen externe energiebronnen meer konden gebruiken, of zoals die man het zegt, de stroom uitzetten, dan sterft het overgrote deel van de mensheid binnen een week en de rest de week erna. Hij sluit af met de woorden: “Energy is everyting.”

Vervolgens maakt de film een bijzondere ‘afslag’ in een deel met als subtitel: “Money is energy.” Dit wordt, zo betogen de makers, aangetoond door onze voorouders, die veel tijd en energie stopten in het maken van grote stenen (het Micronesische eiland Yap) en schelpen die als geld functioneerden. Die tijd en energie waren, zo betogen de makers, het bewijs van hun waarde. En van daaruit wordt de stap gemaakt naar goud. Ook het delven van goud kost veel tijd en energie. Hoeveel tijd en energie laat de Discovery serie Gold Rush zien. Die stenen, schelpen en goud maakten het mogelijk om waarde te transporteren, aldus de filmmakers.

De gebruikswaarde van die stenen, schelpen en het goud is nihil. Je kunt er hooguit een schelpenpad mee maken of een kunstenaar kan ze gebruiken voor een kunstwerk. In dat geval zit de waarde niet in de schelpen maar in de ‘gek’ die het kunstwerk koopt. Die Micronesische stenen zou je als molensteen kunnen gebruiken of als veel te zwaar wiel van een wagen en de gebruikswaarde van goud is pas recentelijk, sinds het wordt gebruikt in elektronica wat gestegen. Die stenen, schelpen en het goud ontlenen hun waarde alleen aan het vertrouwen van de mensen die het gebruiken, Het vertrouwen dat ik voor die ‘drie schelpen een mand krijg. Dat bepaalt de waarde en niet de energie die het kost om ze te maken. Zo kan de energie die erin wordt gestopt niet de recente stijging tot recordhoogten van de goudprijs verklaren.

De Bitcoin, vraagt ook heel veel energie om te ‘mijnen’. En daarmee kom ik bij de bijzondere logica van de filmmakers. Als alle teckels honden zijn, wil dat nog niet zeggen dat alle honden teckels zijn. De stenen, schelpen en het goud kostten veel energie en daarom vertegenwoordigen ze veel waarde, zo betogen de makers van de film. Bitcoin kost ook veel energie maar dat wil nog niet zeggen dat het veel waarde heeft. Of nog anders, een meubelmaker stopt ook veel tijd en energie in de kast die hij of zij maakt, zou dat dan ook geld zijn? De waarde van een Bitcoin in het verhaal dat je gelooft of niet, niet in de energie. Terecht constateren de makers dat die stenen, schelpen en later het goud ons veel energie kostten maar, zoals ik hier betoog, zit de waarde niet in de energie maar in het vertrouwen. Voor dat vertrouwen is iets wat veel energie heeft gekost niet nodig. Ook een brief met daarop een verklaring van de schrijver voldeed, zo bleek vanaf de dertiende eeuw. Dat maakte uiteindelijk dat iemand de zijn staaf goud meer dan één keer kon uitgeven. Dit heeft zich uiteindelijk zover ontwikkeld dat goud helemaal niet meer nodig is. Sterker nog, zelfs een papiertje (geldbiljet) is niet meer nodig. Je hoeft je plastic kaart alleen maar voor de scanner te houden. Geld kost hierdoor steeds minder energie.

De film maakt een tweede bijzondere wending. Terecht constateren de makers van de film dat sinds de klimaatconferentie van Rio in 1992 de pogingen om de energievoorziening te verschonen, tekort zijn geschoten net als pogingen om de uitstoot van koolstofdioxide te beperken. En daar gaat de Bitcoin verandering in brengen, aldus de makers. Niet van bovenaf, zoals tot nu toe, maar van onderop. Want om geld te verdienen, zoeken de Bitcoin mijnwerkers naar goedkope en schone energie die nodig is om het tij te keren. En dan volgen voorbeelden. Zo gebruiken de mijnwerkers in El Salvador energie opgewekt vanuit een vulkaan. Bitcoin maakt die investering mogelijk, aldus de makers. Mogelijk omdat er een constante hoeveelheid energie nodig is en voor de energiecentrale dus gegarandeerde afname. Of het afvangen van methaan bij de productie van olie en gas om daarmee elektriciteit op te wekken. En zo gaat de film nog even verder. Porté van het verhaal: Bitcoin zorgt voor een schonere wereld. “Bitcoin should be celebrated,” aldus een spreker in de film. Je zou het gaan geloven. Bijna dan.

Bijna, want die hele berg energie wordt gebruikt voor iets waarvan de gebruikswaarde nul komma nul is. Voor een second cousin to Harvey the Rabbit’. De elektriciteit van waterkrachtcentrales die de Ethiopische Bitcoinboys gebruiken, kan ook worden gebruiktom elektrisch op te koken of voor andere zaken van waarde. Dat geldt ook voor de energie van die met die methaan wordt opgewekt. En als het om uitstoot van koolstofdioxide gaat, zou je er ook voor kunnen kiezen om die olie of gas in de grond te laten zitten. Als je de markt eruit haalt, dan kun je die centrale bij die vulkaan ook bouwen en de energie naar plekken transporteren waar ze gebruikt wordt. Daarvoor is Bitcoin niet nodig. Er wordt inderdaad behoorlijk ‘gegreened’ om dat woord uit de titel te gebruiken. Maar dan wel greenwashing: “het zich groener of maatschappelijk verantwoordelijker voordoen dan een bedrijf of organisatie daadwerkelijk is. Men doet alsof men weloverwogen met het milieu en/of andere maatschappelijke thema’s omgaat, maar dit blijkt vaak niet meer dan ‘een likje verf’ te zijn.1

1 Zie Wikipedia

De simpele wereld van Plasterk

En tenslotte moet er in Europa en in Nederland echt opeens zo enorm veel geld naar defensie, of kan dat een snippertje minder?” Met die terechte vraag sluit Ronald Plasterk in De Telegraaf een column van zijn hand1. Een terecht vraag waaraan ik in een eerdere Prikker al aandacht besteedde. En bijzondere column over de oorlog in Oekraïne en de gevolgen die dit heeft in Nederland.

Rusland is de oorlog begonnen en dat is fout want een ander land binnenvallen mag niet. Maar het wordt complexer, zo betoogt hij: “als je de geschiedenis erbij pakt.” Complexer want: “Ten eerste is het oostelijke deel Oekraïne qua cultuur meer Russisch dan Oekraïens: de meeste mensen op de Krim spreken Russisch. Oekraïne was volledig onderdeel van de Sovjet-Unie. Tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 werden de aanduidingen Rusland en Sovjet-Unie steevast door elkaar gebruikt. De precieze indeling binnen de Sovjet-Unie werd door de rest van de wereld als een interne kwestie beschouwd. Oekraïne was zelfs binnen de Sovjet-Unie onderdeel van Rusland totdat de opvolger van Stalin, Chroesjstjov, zelf geboren Oekraïner, het in 1954 als geste indeelde bij Oekraïne.”

Uit de film 300: De Spartanen onder Leonidas bij Thermopylae. Bron: Flickr

Voor wat betreft het laatste, de Krim was tot 1954 onderdeel van de Sovjetrepubliek Rusland en werd toen inderdaad door Chroesjstjov ingedeeld bij de Sovjetrepubliek Oekraïne, een republiek waarvan in 1917 voor het eerst sprake was. En ja, dat indelen van de Krim was een interne aangelegenheid van de Sovjet-Unie. Deze vergissing is Plasterk vergeven. Voor wat betreft het belangrijkste, de constatering dat de Russische inval in Oekraïne fout is, die verandert niet met de door Plasterk geconstateerde complexiteit van de geschiedenis. Die inval blijft nog steeds fout.

Wat ook fout is, is de manier waarop Plasterk de door hem geschetste historische complexiteit gebruikt om die fout begrijpelijk te maken. Dat er culturele verwantschap is of dat men eenzelfde taal spreekt, maakt nog niet dat het ene land het recht heeft om die delen van dat andere land in te nemen. Dat Nederlanders, volgens de Duitsers, tot de Germaanse volkeren behoorde, maakte nog niet dat ze in 1940 het recht hadden Nederland binnen te vallen. Met dit argument zouden de Spanjaarden hun voormalige wereldrijk terug kunnen veroveren. Er is immers culturele en taalkundige verwantschap. En geeft die spraakverwarring waarbij de Sovjet-Unie en Rusland door elkaar werden gebruikt, de Verenigde Staten het recht om heel Noord-, Midden en Zuid-Amerika te bezetten omdat het land wel eens wordt ‘verward’ met Amerika. Een ‘spraakverwarring’ waaraan Plasterk zich in zijn column ook schuldig maakt?

Dan het ‘volledig onderdeel zijn van de Sovjet-Unie’. Dat lijkt verdacht veel op Poetins argument dat hij het ‘groot Rusland” van weleer nastreeft. Dan kunnen de andere voormalige Sovjetrepublieken hun borst wel nat maken. Met zo’n redenering kan Nederland ook weer beslag leggen op Indonesië en als we toch bezig zijn het voormalige Nieuw Amsterdam. Maar, pech voor Nederland want Frankrijk kan zich Nederland dan weer toe-eigenen en een broer van Macron als ‘koning’ op de troon zetten. Alleen zullen de al eerder genoemde Spanjaarden daar tegen inbrengen dat de Nederlanden toch echt ooit van hen waren. Behalve dan dat de Italianen daar weer tegenin kunnen brengen dat dit toch allemaal bij het Romeinse Rijk hoort.

Volgens Plasterk is de weg via het Internationaal Strafhof heilloos: Dat Strafhof huist in Den Haag en geen enkele grote wereldmacht is er lid van: de Verenigde Staten, China, Rusland en India zijn allemaal geen lid. Het oordeel over Poetin toont vooral aan hoe relatief nutteloos het Strafhof is; niemand denkt dat politieagenten naar het Kremlin gaan met een arrestatiebevel.”De kans op dat laatste is inderdaad klein en inderdaad zijn er landen die geen lid zijn van het Strafhof. Dat maakt een veroordeling echter nog niet nutteloos. Met een veroordeling wordt een daad tot een misdaad verklaard. En mocht het onverwachte toch gebeuren en er een geslaagde opstand tegen Poetin komen, dan biedt die veroordeling een mooie weg om het probleem het land uit te krijgen. Iets waar de Duterte, de voormalig president van de Filipijnen over mee kan praten. Het recht is het enige wat ons behoed voor het recht van de sterkste.

Doorvechten en Poetin verslaan (is) onrealistisch,” aldus de titel van de column. “Wat moet je je daarbij voorstellen: Zelenski die optrekt naar Moskou en de Oekraïnse vlag plant op het Kremlin?” Dat Zelenski die vlag gaat planten is niet realistisch maar er zijn meer overwinningen mogelijk dan de totale overwinning gesymboliseerd door het planten van die vlag. Zo zat Xerxes I de heerser van het Perzische rijk nog steeds stevig op zijn troon na de vernederende nederlaag tegen de veel geringere Griekse strijdkrachten onder leiding van de Spartaanse koning Leonidas en zijn 300 hoplieten in de slag bij Termopylae en de vernietiging van zijn vloot door de Grieken onder leiding van de Atheners aangevoerd door Themistocles in de slag bij Salamis. Xerses droop af want een grootse overwinning zat er niet meer in. Het restant van zijn troepen, onder leiding van Mardonius werd in de slagen bij Plataeae en Mycale verslagen. De Perzen waren verslagen zonder dat er ook maar één Griekse vlag op een van de Perzische koningssteden werd geplaatst. Het rijk bleef nog bestaan totdat Alexander de Grote zo’n 150 jaar later Darius III versloeg en het hele Perzische rijk veroverde. Om een oorlog te winnen, hoef je de vijand niet te verslaan. Voor degenen die een recenter voorbeeld willen. De Verenigde Staten verloren de oorlog in Vietnam zonder dat er een Vietnamese vlag op het Witte Huis werd geplaatst. Of de nederlaag van de Sovjets en recentelijk ook de Verenigde Staten en de NAVO in Afghanistan.

Er zijn maar twee realistische mogelijkheden: heel veel geld verschaffen voor zoveel mogelijk wapens, om het bloedvergieten te verlengen: of op zo kort mogelijke termijn een vredesakkoord,” zo vervolgt Plasterk. En is: “het kleinste kwaad (…) om zo snel mogelijk te stoppen met bloedvergieten op basis van ongeveer de status quo.” Zou hij er hetzelfde over denken als zijn buurman 20% van Plasterks tuin zou annexeren omdat die ‘cultureel’ altijd al veel op de tuin van de buurman leek. Er stonden immers voor het grootste deel dezelfde planten in en de schaduw van die mooie eik viel toch vooral in de tuin van de buurman.

Natuurlijk wil bijna iedereen bloedvergieten stoppen. Maar net zoals er tussen een overwinning en een totale overwinning hele werelden zitten, zitten er hele werelden tussen een akkoord om bloedvergieten te stoppen en een vredesakkoord. Daarvoor hoeven we alleen maar naar die andere oorlog te kijken, de al meer dan honderd jaar durende oorlog tegen het Palestijnse volk. In die honderd jaar zijn er al verschillende akkoorden gesloten om het bloedvergieten te stoppen. Van vrede is echter nog steeds geen sprake. Of neem de bijna tweehonderd jaar durende Frans-Duitse strijd. In die strijd werden verschillende akkoorden gesloten. Zo beëindigde de Vrede van Frankfurt de oorlog van 1870-1871. Dat akkoord bleek geen beletsel voor een nieuwe oorlog die in 1914 startte. Een oorlog die in 1918 met de vrede van Versailles werd beëindigd. Weer een akkoord dat niet voorkwam dat er in 1939 een nieuwe oorlog uitbrak. Die Frans-Duitse strijd werd pas beëindigd toen er na de vernietigende Tweede Wereldoorlog voor een andere oplossing dan een akkoord werd gekozen namelijk Europese samenwerking in plaats van rivaliteit. Om de oorlog in Oekraïne te beëindigen is meer nodig dan een akkoord om de wapens neer te leggen. Namelijk een gedeelde visie op dewereld waarin beide partijen zich zonder rancune kunnen vinden en die verder gaat dan het neerleggen van de wapens. Zolang die er niet is wordt huidig bloed gespaard ten koste van toekomstig bloed en wordt er veel geld verschaft voor het kopen van wapens om dat toekomstige bloed te vergieten.

Plasterk gaat verder: Van oudsher was links tegen militarisme tegen kruisraketten, voor het gebroken geweertje, voor dienstweigeren. Links was veel pacifistischer dan rechts. Nu zien we een omkering: links wil de defensiebudgetten snel verhogen. Het is niet duidelijk tegen welke vijand Nederland zich opeens enorm zou moeten bewapenen. Amerika zal het niet zijn. China is heel ver weg, dus kan het alleen gaan over Rusland, maar we zien dat Rusland al moeite heeft om zijn voormalig stukje Oekraïne te verdedigen.” Even voor Plasterk, Rusland verdedigt dat stukje Oekraïne niet, het valt het aan. En ja, het heeft daar moeite mee. Voor wat betreft tegen welke vijand we ons zouden moeten bewapenen is het antwoord simpel, tegen iedere mogelijke vijand, ook mogelijk de Verenigde Staten. Hoe dit moet, weet ik niet maar dat het zorgvuldig moet, heb ik al eerder betoogd. De sneer naar links is bijzonder. Bijzonder omdat de strijd tegen de kruisraketten zich in een heel andere tijd afspeelde dan nu. Een tijd waarin twee ideologisch met elkaar in conflict zijnde supermachten die elkaar en de rest van de wereld vasthielden in de MAD-doctrine: Mutual Assured Destruction. Nog meer kernwapens veranderden daar niets aan. De wapens om elkaar en de wereld gegarandeerd te vernietigen hebben ze nog steeds. Van een bipolaire wereld is echter geen sprake.

Rechts in het politieke spectrum staat Trump. In de Nederlandse media is geen sympathie voor Trump te vinden. Zijn botte stijl geeft ook geen aanleiding tot warmte. Maar juist in deze kwestie is deze voorman van politiek rechts nu de vredes duif.” Aldus Plasterk. Trump als vredesduif, een heel bijzondere constatering. Ja, bij zijn inauguratie sprak hij uit de geschiedenisboeken in de willen gaan als ‘peace maker’ en klopte zich op de borst voor het eerste wapenfeit in die richting: een wapenstilstand in Gaza. Die wapenstilstand is al weer langer voorbij dan hij heeft geduurd en Israël maakt zich op voor het ‘innemen’ van delen en wellicht zelfs de gehele Gaza-strook, zo bericht de NOS. De zelfverklaarde ‘peace maker’ staat instemmend te knikken en wil het gebied, nadat het is ontdaan van de bevolking, wel als een bouwproject ontwikkelen tot een oord voor rijke patsers zoals hijzelf. Zijn acties om tot vrede te komen tussen Rusland en Oekraïne richten zich vooral op het afpersen Oekraïne en met stroop om de mond smeren van Rusland. Daar komt bij dat het juist Plasterks ‘vredesduif’ is die aandringt op Europese bewapening en het verhogen van de defensiebudgetten.

1 Zie voor de column dit bericht op LinkedIn

Herdenken, gedenken en her-denken

Morgen is 4 mei. In Nederland de dag van de Nationale Dodenherdenking. “Ieder jaar staan we tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei stil bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogssituaties en vredesoperaties daarna. Om 20.00 uur is het in heel Nederland twee minuten stil,” zo is te lezen op de site van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Het Comité heeft als taak om: “richting, inhoud en vorm te geven aan herdenken en vieren en de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden.” En zoals al vaker is gebeurd, is er weer discussie over hoe en wat er wordt herdacht. Mogen we ook Gazanen herdenken of bij hun leed stilstaan?

De binnenstad van Venlo aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Bron WikimediaCommons

Herdenken: “(op plechtige wijze) stilstaan bij iets uit het verleden,” aldus de digitale Van Dale. Herdenken heeft twee kanten. De ene kant is dat we iets gedenken: “Zich herinneren, in ere houden,” aldus dezelfde digitale Van Dale. Dat eerste, zich herinneren, kan alleen als je het zelf hebt meegemaakt. Zo kan ik me niets herinneren van de Tweede Wereldoorlog want ik was er niet bij. In ere houden kan ik wel. Dat kan ik door met eerbied en respect over hen en hun daden te spreken opdat zij niet vergeten worden. Spiegel van in ‘ere houden’ en dus de tweede kant van herdenken is dat wat we in ere houden daarmee wordt afgezet tegen iets wat minder of zelfs geen eer verdient. Zo staat tegenover de verzetsheld uit de Tweede Wereldoorlog de collaborateur die dienst nam bij de Schutzstaffel, de SS. En tegenover beiden staat de overgrote meerderheid van de toenmalige mensen die zo goed en zo kwaad als mogelijk probeerden te overleven.

In deze ‘herdenkingsperiode’ bezocht ik de voorstelling Eindelijk Vrij. Een openluchtvoorstelling ter herdenking van de Tweede Wereldoorlog in Venlo en omgeving en aanloop ernaartoe. Plaats van handelen de Venlose Grote Heide. Op die Grote Heide en het aangrenzende Duitse gebied, bouwden de Duitsers in 1941 een groot militair vliegveld: Fliegerhorst Venlo. Lopend over de Grote Heide zie je de restanten ervan. Sommige goed bewaard, zoals de verkeerstoren waar nu een klimclub haar domicilie heeft. Andere minder verborgen, zoals de hangaar waar de voorstelling plaatsvond, waar nieuw met oud is verbonden en waar nu een zweefvliegclub gebruik van maakt. Weer andere meer verborgen, zo moet je om de startbanen te onderscheiden toch echt het luchtruim kiezen. Een voorstelling met jeugdige Venlose toneelspelers die al naar gelang de rol verzetsheld, Duitser, Joodse vluchteling, Venlonaar of de in Venlo en omstreken beruchte collaborateur Berendsen spelen afgewisseld met liedjes en filmbeelden van overlevenden, die over hun ervaringen vertelden.

Drie verhalen uit dit geheel van verhalen, maakten bijzondere indruk op mij. Het eerste een oudere dame die vertelde over haar familie. Een familie waarvan de ene helft in Nederland woonde en de andere helft in Duitsland. De familie van deze oudere dame zal niet de enige zijn geweest. De grens speelde geen belangrijke rol in het leven van de grensbewoners. Ze woonden in hetzelfde ‘cultuurgebied’. De familie kon makkelijk bij elkaar op de koffie en communiceerde in de streektaal met elkaar. Vanaf midden jaren dertig werd dat anders. De grens werd een echte grens. Een bezoek aan de familie aan de andere kant van de grens drie kilometer verderop, werd moeilijk tot onmogelijk. Naar elkaar zwaaien vanaf de eigen kant ging nog, praten was lastig want tussen de twee grensposten lag niemandsland. Dit verhaal maakte indruk omdat het laat zien dat je veel in het leven niet in eigen handen hebt. Het belangrijkste van dat veel, is de plek waar je wordt geboren.

Daarmee kom ik bij het tweede verhaal. Het verhaal van een Duitse man die tijdens bij het begin van de oorlog hooguit een peuter was. Zijn toeval had bepaald dat hij in Nazi-Duitsland was geboren. Voor hem betekende dat in 1944 en 1945 het overleven van geallieerde bombardementen, later honger en opgroeien in een vernielde omgeving. De man, toen kind, woonde, zoals we in Venlo zeggen ‘aan de verkierde kant van de paol’ maar dat maakt de ellende die hij moest doorstaan nog niet zijn eigen schuld.

Hij kon er net zo min iets aan doen als de verteller van het derde verhaal. Deze verteller, slachtoffer en overlevende van een van de dertien geallieerde bombardementen op Venlose Maasbruggen van oktober en november 1944. Zonder succes, de brug bleef bruikbaar maar een flink deel van de Venlose binnenstad lag in puin en daarbij vonden vele Venlonaren de dood. Op een in 2024 onthulde plaquette op de achterzijde van de Minderbroederskerk aan het Arsenaalplein zijn hun namen te vinden. Uiteindelijk bliezen de Duitsers de brug op om te voorkomen dat de geallieerden die zouden gebruiken. De man was ten tijde van de bombardementen baby en de jongste van een gezin met zeven kinderen. Tijdens het fatale bombardement zaten de zes andere kinderen al in de kelder. Moeder was hem, de baby, op de bovenverdieping aan het pakken toen het huis een voltreffer kreeg te verwerken. De bom ontplofte in de kelder en dat betekende de dood van zijn zes broers en zussen. Hij werd gevonden in de armen van zijn moeder. Zijn moeder overleed drie dagen later in het ziekenhuis alwaar de baby vocht voor zijn leven met zijn vader aan zijn zijde. Vader was niet thuis op het noodlottige moment.

Drie verhalen die vanuit verschillende invalshoeken een blik werpen op de Tweede Wereldoorlog. Wat deze verhalen zo sterk maakt is een andere betekenis van het woord herdenken. Een betekenis afkomstig van de Britse historicus en filosoof Robin George Collingwood (1889-1943). Voor Collingwood is Rankes meer dan een beschrijving van ‘hoe het geweest is’. Dat levert alleen een reeks feiten zoals 10 mei 1940 de Duitser vallen Nederland binnen. 1941 Duitsers bouwen Fliegerhorst Venlo enzovoorts. Collingwood wilde het verleden begrijpen. Begrijpen, niet om er onvermijdelijke wetmatigheden in te ontdekken en zo de toekomst te voorspellen. Nee, hij wilde begrijpen waarom mensen in het verleden handelden zoals ze handelden. Voor Collingwood is alle geschiedenis, geschiedenis van denken, van gedachten. Hoe dat werkt? Collingwood: “De historicus van de filosofie probeert bij het lezen van Plato te weten wat Plato dacht toen hij zichzelf in bepaalde woorden uitdrukte. De enige manier waarop hij dat kan doen, is door het zelf te denken. Dit is in feite wat we bedoelen als we spreken van het ‘begrijpen’ van de woorden. Zo probeert de historicus van de politiek of oorlogvoering die een verslag van bepaalde handelingen van Julius Caesar onder ogen krijgt, deze handeling te begrijpen, dat wil zeggen door te ontdekken welke gedachten in Caesars geest hem ertoe brachten ze te verrichten. Dit houdt in dat hij voor zichzelf de situatie onder ogen ziet waarin Caesar zich bevond en voor zichzelf te denken wat Caesar omtrent de situatie dacht en de mogelijke manieren om zich ermee in te laten. De geschiedenis van gedachten en daarom alle geschiedenis, is de heropvoering van verleden gedachten in de eigen geest van de historicus.1

Alle geschiedenis is de geschiedenis van gedachten en bij het bestuderen van de geschiedenis is het de kunst om te her-denken. Her-denken is daarbij iets anders dan herdenken. Herdenken is gedenken, her-denken is je proberen te verplaatsen in die voorvaderen en proberen te denken wat zij dachten. Her-denken wat de Duitsers dachten toen ze de stadsbrug opbliezen, maar ook her-denken wat de geallieerden dachten toen ze de Venlose binnenstad tot puin bombardeerden. Bij dat her-denken helpt feitelijke informatie. Als je wilt her-denken wat Plato dacht toen hij bepaalde woorden sprak dan is het van belang om te weten wie Plato was en hoe hij in het leven stond. Het is van belang om te weten wie er aanwezig waren toen hij sprak en in welke omstandigheden. Als je wilt weten wat Caesar dacht toen hij de Rubicon overstak, moet je hetzelfde doen. Waar kwam hij vandaan, wie waren er bij hem, wat waren de bijzondere omstandigheden, wat was zijn inschatting dat er allemaal kon gebeuren en wat hoopte hij te bereiken met zijn daad?

Her-denkend wat de dame als kind dacht en voelde toen ze ineens haar neefjes en nichtjes niet meer kon bezoeken. Wat de Duitse man als kleuter dacht en voelde tijdens de bommenregen of toen hij honger leed. Wat de man als baby dacht, her-denken is, denk ik, niet mogelijk, maar her-denken wat zijn vader dacht en voelde daar kan ik wel een goede slag naar slaan. En al doende gaan mijn gedachten onherroepelijk ook uit naar mensen die zich op dit moment in een soortgelijke situatie bevinden. Dan kan ik de Duitse man als kind, of de Venlose man als baby en zijn vader, niet los zien van mensen in Oekraïne, Darfur en ook Gaza en de gegijzelde Israëliërs en hun familie. Dan kan ik de les die het verhaal van de dame leert dat toeval waar je wordt geboren een grote rol speelt, niet los zien van het heden. Dan kan ik de gedachte dat we dit toeval geen grote rol mogen laten spelen, niet van me af zetten.

Door te her-denken tijdens het herdenken kan het niet anders dat ik aan de Oekraïners, de mensen uit Darfur, de Israelische gijzelaars en hun familie en de Gazanen moet denken. Dan kan het niet anders dan dat ik bij hun leed stil sta. Herdenken en gedenken zonder dit te betrekken op het heden, is een zinloze bezigheid. Een zinloze bezigheid waarvan ik, als ik een verzetsheld zou zijn geweest, schande van zou spreken. Immers wat ik niet wil dat mij geschied, moet ook die ander niet geschieden.

1 R.G. Collingwood, The idea of history, pagina  215 (vertaling Van der Dussen, Filosofie van de geschiedenis. Een inleiding, pagina 147)

Soevereiniteit terugwinnen of uitoefenen?

Als de vraag is hoe we de neoliberale wereldorde achter ons kunnen laten, dan is terugwinnen van nationale soevereiniteit inderdaad waar het om draait. Ironisch, omdat veel brexiteers geen benul hadden wat ze met die soevereiniteit wilden. Maar zelfs dan hebben de Britten nu tenminste de democratische mogelijkheid om die soevereiniteit te gebruiken om de noden van burgers te lenigen. Wat meer is dan je van de lidstaten van de EU kunt zeggen.” Woorden van de Duitse socioloog Wolfgang Streeck in een interview dat Ewald Engelen met hem heeft bij De Groene Amsterdammer. Moeten we soevereiniteit terugwinnen?

Volgens Streeck, zo is te lezen: “staan we op een kruispunt. Of we leggen ons neer bij de valse noodzakelijkheden van de neoliberale globalisten en gaan voort op het pad dat naar een wereldregering voert,” of: “we keren terug op onze schreden en leggen ons oor te luisteren bij wijze denkers uit het interbellum, zoals de Hongaars-Oostenrijkse antropoloog Karl Polanyi en de Britse econoom John Maynard Keynes, die snapten dat er geen alternatief bestaat voor de natiestaat en betoogden dat het kapitalisme daaraan moest worden aangepast in plaats van de natiestaat aan het kapitalisme.”

Het betoog van Streeck sluit aan bij The Glabalization Paradox waar politiek econoom Dani Rodrik in zijn gelijknamige boek over schrijft. In dat boek schetst Rodrik ‘The Political Trilemma of the World Economy’ beschrijft de spanning tussen de natiestaat, (hyper)globalisatie en democratie. De economie van landen zijn via de wereldmarkt steeds meer met elkaar verbonden. Handel levert welvaart op en hoe minder kosten ermee zijn gemoeid (handelsbelemmeringen), hoe meer welvaart het oplevert. Daarom worden er diverse vrijhandelsverdragen afgesloten. Hoe meer van dergelijke afspraken en hoe opener een land zich hierin opstelt, hoe aantrekkelijker het is voor bedrijven. Rodrik noemt dit hyperglobalization. Een nieuwe vorm van globalisatie waarbij het managen van de binnenlandse economie ondergeschikt is aan de internationale handel en de kapitaalmarkt. De keerzijde hiervan is dat de welvaart die een gevolg is van deze vrijhandel, scheef wordt verdeeld. De rijkste 1% profiteert, terwijl het grootste deel van de bevolking van een land er de nadelen van ondervindt. Die nadelen zijn minder werk, lagere salarissen, afbrokkelende sociale zekerheid en grotere onzekerheid voor werknemers. Door diezelfde internationale handelsverdragen nemen de mogelijkheden van landen om mensen te beschermen af. Dit terwijl die landen onder democratische druk worden gezet door haar bevolking om die bescherming wel te leveren en aan de andere kant door de multinationals onder druk worden gezet om nog meer belemmeringen weg te nemen. Dit zou opgelost kunnen worden door een democratische wereldregering maar dat is voorlopig een utopie. Dan blijft de natiestaat als enige over om de gewone burger tegen de de zich globaliserende economie te beschermen1. Denkend vanuit de systeemwereld lijkt dat inderdaad de enige oplossing en dan is ‘soevereiniteit terugwinnen’. Dan is bevoegdheden terughalen en barrières opwerpen tegen de ‘boze buitenwereld’ een logische keuze. Dat is de keuze die Trump maakt met zijn tarievenpolitiek. Dat ligt ook aan de basis van het geroep op een ‘Nexit’.

In dezelfde systeemwereld betekenen deze keuzes dat het leven duurder wordt. De markt werkt er minder efficiënt door en dat vertaalt zich in hogere kosten. Dat duurdere leven staat op gespannen voet met het doel waarvoor de ‘soevereiniteit’ wordt teruggewonnen: de bescherming van de burgers. Er wordt soevereiniteit teruggehaald om de burgers uit de gure wind van de globalisatie te halen en dat doe je door ze in de gure wind van stijgende prijzen te zetten. Om die laatste wind af te zwakken, zijn aanvullende maatregelen nodig. Maatregelen die de koek herverdelen van rijk naar arm. Zo raken we van de regen in de drup. Kunnen we op een andere manier ons ‘leven’ terugwinnen opdie neoliberale wereldorde’?

Wat als we het ‘systeemdenken’ laten voor wat het is en naar de mensenwereld kijken? Mensen hebben behoeften. Ze moeten eten en drinken, willen graag veiligheid en zo zijn er nog veel meer. Je kunt er, in navolging van Maslow, piramides van bouwen. De afgelopen vijftig jaar is de markt de manier geworden waar mensen bevrediging voor hun behoeften zoeken. Ze kopen er hun eten en drinken net als energie, kleding en vervoersmogelijkheden. Ze kopen er bijvoorbeeld hun ‘veiligheid’ bij Verisure en ‘gezondheid’ bij Prescan. Overal is een markt van gemaakt en dat heeft ervoor gezorgd dat het bruto binnenlands product stevig is gegroeid. En die groei hebben we nodig om dit allemaal te kunnen blijven betalen.

De markt is echter niet de enige manier voor mensen om in hun behoeften te voorzien. In hun boek De kunst van het vreedzaam vechten beschrijven Hans Achterhuis en Nico Koning 6 manieren om in je behoeften te voorzien. De zes manieren waarbij vanuit een individu geredeneerd, de afstand tot de ander groter wordt. Die manieren zijn achtereenvolgens:

1 de individuele productie: dat wat het individu zelf maakt, produceert, jaagt of verzamelt.

2 de huishouding: de gemeenschappelijke huishouding is gedurende eeuwen de meest belangrijke vorm van samenleven en dus verwerven geweest. Hierin staat de groep centraal, niet het individu. Verlangens waren daarmee bijna altijd verlangens van het huishouden. Hierbij moeten we het huishouden niet eng opvatten, het huishouden kon bestaan uit het dorp, de clan de groep. Ook de groep die gebruik maakt van de meent (dus de gemene gronden) kan worden gezien als een huishouden.

3 toedeling: de hoogst geplaatste toedeelt aan de lager geplaatsten. Tussen hoogste en laagste kunnen meerdere niveaus zitten waarbij het hogere niveau steeds toedeelt aan het lagere. De tegenprestatie bij toedeling bestaat uit onderwerping. De auteurs zien planeconomie als een moderne variant van toedeling.

4 schenking: met het nog groter worden van de wereld komen deze sociale verbanden in aanraking met aangrenzende sociale verbanden. Dit kan leiden tot gewelddadige en destructieve vormen van toe-eigening bijvoorbeeld oorlogen en andere soorten van geweld. Een vreedzame manier van toe-eigening wordt gevormd door de schenkingsrituelen en bruiloften. Hiermee wordt een band gecreëerd tussen schenker en ontvanger. Met een schenking ontstaat een blijvende relatie, een verplichting, tussen de twee partijen. de relatie wordt verzwaard.

5 handel: kenmerk van ruil is dat de beide partijen in de ruil gelijk zijn en er geen verplichting of verzwaring ontstaat in de relatie.

6 roof: de laatste vorm waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien is roof. Daar waar er bij de eerste vijf vormen van toe-eigening voordeel is voor alle betrokken partijen, is dat bij roof niet het geval. Roof is het verwerven ten kosten van anderen. Tot deze vorm van toe-eigening horen ook slavenhandel, dwang-arbeid en kolonisatie. En als we een parallel naar het heden trekken, dan behoort bijvoorbeeld ook het verkopen van risicovolle financiële producten zoals woekerhypotheken aan mensen die deze niet begrijpen, tot roof2.

Neoliberalen zien de markt als de enige en ook perfecte manier van toe-eigening of verwerving. Het neoliberalisme ziet de mens als een homo-economicus die via rationele keuzes zijn eigen belang najaagt. Dit doet die mens via de vrije markt waar hij handelt met andere mensen die ook rationeel hun eigen belang najagen. En als we dat maar vrij laten dan wordt in alle wensen voorzien, krijgt ieder zijn deel en hebben we de perfecte samenleving. Helaas blijkt, dat zien we nu dat die ‘perfecte samenleving’ voor het grootste deel van ons, verre van perfect is.

Streeck wil de markt breken door soevereiniteit te ‘nationaliseren’. Door een krachtige nationale overheid die de mogelijkheid heeft om de markt de wil op te leggen. Zou het versterken van de andere manieren waarop we in onze behoeften kunnen voorzien ook een optie kunnen zijn? En dan vooral van de tweede manier, het huishouden maar dan wel het huishouden als groep, dorp of clan of om het in moderne termen te gieten, als gemeenschap. Door nieuwe ‘meenten’, gemeenschappelijke samenwerkingsverbanden in het leven te roepen of door oude weer tot leven te wekken? Nieuwe ‘meenten’ waarmee we ons onafhankelijk maken van de markt en de grote bedrijven die daar de scepter zwaaien. De manier waarop onze voorouders de stroom, gas en watervoorziening vormgaven. Die richtten daarvoor gemeentelijke bedrijven op die ervoor zorgden dat iedereen in de gemeente deze producten tegen dezelfde voorwaarden kreeg. Door bijvoorbeeld energie-, zorg- en voedselcoöperaties op te richten. Door via broodfondsen ons met elkaar te verzekeren tegen tegenslag. Door deze en andere zaken te regelen in corporaties waar alle deelnemers lid van zijn en in mee kunnen beslissen en die corporatie kan ook een gemeente zijn. Door veel meer gemeenschap te worden en minder consument. Door meer wij en minder ik

Door niet de soevereiniteit terugwinnen, maar deze uit te oefenen.

1 Dani Rodrik, The Globalization Paradox. Democracy and the Future of World Economy, pagina 200-205

2 Hans Achterhuis en Nico Koning, De kunst van het vreedzaam vechten, pagina 406-412.

Het Russische gevaar

Ondanks dat de oorlog in onze voortuin volop gaande is, willen we de verdediging niet in onze achtertuin,”aldus Tom Lash in een artikel bij De Correspondent. Lash maakt zich zorgen over de vele bezwaren en beren op de weg naar een sterk leger. “Het gaat niet om netjes. Het gaat om snel.” Zo eindigt hij zijn betoog. Want: “Wil Europa zelf ook nog iets te zeggen hebben, dan moeten we ook op militair gebied op eigen benen kunnen staan. Om dat voor elkaar te krijgen moeten we in Nederland echt anders gaan kijken naar hoeveel we bereid zijn op te offeren voor onze eigen veiligheid. Dat hoeven geen Noord-Koreaanse toestanden te worden, maar iets minder polder, en iets meer loopgraaf, kan geen kwaad.” En snel betekent dat ‘heilige huisjes’ soms wat minder ‘heilig’ zijn. Dat gaat mij toch iets te snel.

Het klopt, zoals Lash schrijft dat het gros van de politieke partijen aan boord is voor een groter leger. Zelfs de Partij voor de Dieren. En ik ben ook aan boord voor een Europa, of beter gezegd een Europese Unie, die militair op eigen benen staat. En ja: “Terwijl in het oosten een gevaarlijke gek een land platwalst,” zit er, “in het westen een gevaarlijke gek (die) betwijfelt of hij nog zin heeft ons te helpen.” Dat vraagt om actie, maar dan wel de juiste actie. Die juiste actie moet beginnen met een goede analyse van de bedreigingen. Die goede analyse begint niet met het roepen dat er 3, 4 of 5% van het bruto binnenlands product aan defensie uitgegeven moet worden. Dat een secretaris generaal van de NAVO of een president van de Verenigde Staten dat roept, wil niet zeggen dat het moet. Geld moet niet het beginpunt zijn maar het sluitstuk. Door met geld te beginnen, kunnen we, in de huidige constellatie met private wapenfabrikanten, minder kopen voor dat geld.

De Charge of the Light Brigade. Een aanval van de Britse lichte cavalerie op de Russische troepen tijdens de Slag om Balaclava (Krimoorlog van 1854). De Britse dichted Alfred, Lord Tennyson schreef hier een beroemd gedicht over dat hier te lezen is: https://www.poetryfoundation.org/poems/45319/the-charge-of-the-light-brigade.

Die analyse begint met het in kaart brengen van de bedreigingen en het beoordelen hoe groot die bedreiging is. Wat zien we dan? Dan zien we die ‘gevaarlijke gek’ in het oosten die een land platwalst. Bij een goede analyse laat je waardeoordelen en dus in dit geval ‘gevaarlijke gek’ om Poetin te beschrijven, achterwege en probeer je je in te leven in het denken van de ander. Waarom handelt en spreekt de ander op die manier? Poetin en de rest van het Russische leiderschap is daar al jaren erg duidelijk in. Hij ziet dat een mondiale tegenstrever de grenzen van zijn land steeds dichter nadert. Die tegenstrever zit in zijn ‘achtertuin’ te ‘stoken en te spelen’. De NAVO en daarmee de Verenigde Staten staan op plekken aan de Russische grens en sluiten Rusland langzaam in. Dat een dergelijke manier van denken niet vreemd is, laat de Amerikaanse president Trump nu zien met zijn uitspraken over Panama, Canada en Groenland. Die horen in de ogen van Trump tot de invloedssfeer van de Verenigde Staten. Trump is hierin niet de eerste Amerikaanse president die zo denkt. Menig Midden- en Zuid-Amerikaans land kan getuigen van wat het betekent om in de Amerikaanse invloedssfeer te liggen. Het land Panama is bijvoorbeeld een resultaat van die bemoeienis door de VS want die zorgde ervoor dat het werd afgesplitst van Colombia. Maar denk ook aan Cuba en de rakettencrisis, de staatsgreep tegen Allende in Chili, het steunen van de Contra’s in Nicaragua in de jaren tachtig, de invasie van Grenada. Dit alles gaat terug op de Monroedoctrine van 1823 toen president Monroe elke vorm van Europese bemoeienis op het westelijk halfrond taboe verklaarde in de pas kort onafhankelijke naties in Zuid-Amerika. Taboe voor iedereen dus, behalve voor de Verenigde Staten.

‘Maar’, kun je nu tegenwerpen, ‘de mensen in die landen willen bij de NAVO want ze zijn bang voor de Russen en de geschiedenis geeft hen gelijk. Bovendien is de NAVO een verdedigend bondgenootschap.’ En dat is bijna allemaal feitelijk juist, maar niet de hele werkelijkheid. Het enige wat feitelijk discutabel is, is het verdedigende karakter van de NAVO. Daartoe is de NAVO inderdaad opgericht maar voor het eerst in 1992, in voormalig Joegoslavië deed de organisatie meer dan alleen verdedigen. Het bemoeide zich met een oorlog in een land dat geen van de leden van de organisatie had aangevallen. In 1999 herhaalde de organisatie dit met de oorlog met Servië en daar bleef het niet bij. Vanaf 2009 jaagt de organisatie op piraten bij de Hoorn van Afrika en in 2011 werd Libië gebombardeerd en Gadaffi verdreven. Dan naar niet de hele werkelijkheid. De geschiedenis laat inderdaad zien dat Rusland en vooral haar voorlopers, de Sovjet Unie en Tsaristisch Rusland, expansionistisch gedrag vertoonde. Wat de geschiedenis ook laat zien, is dat Rusland niet het enige land is dat dergelijk gedrag vertoonde. Als we ons beperken tot de afgelopen 250 jaar, dan kregen de Russen verschillende keren onverwacht bezoek vanuit het Westen. In 1812 kwam Napoleon op bezoek. Tussen 1853 en 1856 (de Krimoorlog) bemoeiden vooral de Fransen en Britten zich met een conflict tussen Tsaristisch Rusland en het Ottomaanse Rijk dit in een poging om te voorkomen dat de Russen de Middellandse zee zouden bereiken en daarmee een gevaar zouden vormen voor de Franse en met name de Britse imperiale aspiraties. In 1914 de As-mogendheden maar vooral het Duitse keizerrijk en de navolger van dat keizerrijk, nazi-Duitsland kwam in 1941 nogmaals op bezoek. Dit behoort ook tot de werkelijkheid. Net zoals het ook tot de ‘werkelijkheid’ behoorde dat de Chilenen in meerderheid op Allende hadden gestemd en niet op Pinochet. De werkelijkheid kan van meerdere zijden worden bekeken en vooral beoordeeld. Bij een goede analyse moet met al die zijden rekening worden gehouden en moeten ze allemaal als even ‘werkelijk’ worden beoordeeld.

Dan het ‘platwalsen’. Die Russische wals staat al zo’n twee jaar met een vastgelopen motor op de plaats te ronken. Het leger van die ‘gevaarlijke gek’ verbruikt meer wapens dan het land kan produceren en gebruikt ‘oude’ spullen om de gaten te vullen. En ook die ‘oude’ spullen raken op, net als de mankracht om te vechten. Hoe reëel is onze vrees? Bezien vanuit Nederland is die vrees niet reëel. De kans op een ‘Rus in de keuken’ om het laatste deel van de slogan waarmee de komst van kernbommen naar Nederland door de voorstanders werd verdedigd, is heel klein. Behalve wellicht als vluchteling voor het regime van Poetin. Voor een inwoner van een klein land als Letland dat grenst aan Rusland, is die kans veel groter. Voor een Pool, al zal die er emotioneel anders over denken, is die kans redelijk klein. Voor een inwoner van de Europese Unie, als die Unie zich niet uit elkaar laat spelen, is die kans iets groter dan voor een Nederlander. Iets groter maar niet zoveel. De EU heeft ongeveer 450 miljoen inwoners en dat aantal neemt nog ieder jaar toe. Rusland heeft er 145 miljoen en dat worden er ieder jaar minder. De Purchasing Power Parity bruto binnenlands product van de EU landen is bijna vier keer zo groot.

Nu zegt dat niet alles. Rusland heeft nu meer soldaten en vooral kernwapens dan de EU. Maar dan toch even voor het perspectief. 20 maart 2003, de zon stond op het punt om de Evenaar te passeren en de lente aan te kondigen op hetzelfde noordelijk halfrond. Op die dag zetten bijna 310.000 soldaten zich in beweging om Irak binnen te vallen om Saddam Hoessein uit het zadel te wippen. Operatie Iraqi Freedom lukte, een kleine twintig dagen later, op 9 april 2003, viel Bagdad in handen van de onder Amerikaanse leiding staande troepen. Dat betekende echter niet dat de strijd was gestreden. Het bezette gebied moest worden gecontroleerd en beheerst. Dat vergde tussen de 100.000 en 176.000 Amerikaanse troepen aangevuld met meer dan miljoen agenten en soldaten van Iraakse origine. Dat bleek een opdracht van een andere orde. Een orde waar we, en vooral de inwoners van Irak, nu nog steeds de gevolgen van ondervinden. Die liep uit op een mislukking net zoals in Vietnam en in Afghanistan. Met dat laatste land delen de Verenigde Staten en Sovjet Unie die ervaring. Mochten de Russen de Oekraïners werkelijk verslaan, dan is de kans zeer groot dat de bezetting hen de nek omdraait. De kans op een Russische winst op de gezamenlijke EU landen is zeer klein en mocht dat toch gebeuren dan zal bezetting onmogelijk blijken.

Betekent dit dat we achterover kunnen leunen alsof er niets aan de hand is? Vanuit Nederlands of Spaans perspectief zou dat kunnen. Vanuit Ests perspectief is dat een groot risico. Als je het puur militair bekijkt tenminste. Maar er is meer en daarvoor richten we ons op die ‘gevaarlijke gek’ in het westen. Ook hier moeten we voor een goede analyse de waardeoordelen opzij zetten. Dan zien we een land dat tot voor kort de enige werkelijke supermacht van de wereld was, dat zich ook zo gedroeg. Alleen is de economische en militaire macht van dit land tanende. De kosten van haar militaire apparaat zijn enorm. Daar heeft het land zelf voor gekozen. Het heeft er zelf gekozen om een keur aan militaire bases over de wereld te hebben, ook in Europa. Dat deed het land niet om ons een plezier te doen, al wordt dat nu wel zo verkocht. Dat deden de VS omdat ze overal invloed wilden. Het is het goed recht van de VS om daar een einde aan te maken en zich uit landen terug te trekken en bases op te geven. Als de landen waaruit wordt teruggetrokken zich dan ‘te zwak’ vinden, dan moeten die landen daar zelf naar handelen en zich versterken. Daarbij is het voor de landen van de EU slim en verstandig om die gaten gezamenlijk op te vullen. Zo lijkt me het ontwikkelen van een satelliet informatiesysteem iets wat we beter één keer goed kunnen doen dan 27 keer een beetje. Voor tanks en schepen geldt hetzelfde. Militair hoeven we, als we als EU landen onze samenwerking uitbreiden naar het militaire gebied, Rusland niet te vrezen. In samenwerking kunnen we veel meer bereiken met de bestaande middelen en menskracht. En met iets meer middelen en menskracht maakt Rusland geen schijn van kans meer. Zeker niet als we die middelen besteden aan een sterke Europese defensie industrie. En zeker als we de ‘markt’ uit die industrie halen.

Weer wereldkampioen worden

“Nederland was ooit de wereldkampioen in weg- en waterbouw dankzij de Zuiderzee- en Deltawerken.” Dit schrijft Peter de Waard in een column in de Volkskrant. “Maar die glorietijd is allang voorbij,” Zo kreeg: “ProRail geen enkele inschrijving (…) op de aanbesteding van de vernieuwing van de economisch zo belangrijke Betuweroute. Aannemers vinden het spoorproject te complex en te risicovol. De enige oplossing is het project nu maar in stukjes op te knippen en die allemaal apart uit te gaan besteden.”De oorzaak: “Overheden werden steeds handiger in het tegen elkaar uit spelen van aannemers bij aanbestedingen. Nu haken ze massaal af.” Zou dat werkelijk te oorzaak zijn?

De Oosterschelde dam. Bron: Flickr

Even een stukje geschiedenis. Net zoals we de burgerlijke stand aan Napoleon te danken hebben, is ook Rijkswaterstaat een product van de ‘kleine keizer’. In 1798, toen Lodewijk Napoleon, de jongere broer van Napoleon, koning van Nederland was, richtte hij het Bureau voor de Waterstaat op. Dit bureau kreeg als belangrijkste taken de aanleg, beheer en onderhoud van rivieren, kanalen, waterkeringen en polders. Die naam bleef bestaan tot 1848 toen de organisatie werd hernoemd tot Rijkswaterstaat. Die taak werd in de loop van de negentiende eeuw uitgebreid tot het ontwikkelen van het spoornet en de aanleg en het onderhoud van wegen en bruggen. Tussen 1820 en 1880 was de organisatie zelfs Rijksbouwmeester en dus verantwoordelijk voor het ontwerpen van overheidsgebouwen en andere gebouwen met een openbare functie.

Dat Nederland ‘wereldkampioen in weg- en waterbouw’ was, zoals De Waard schrijft, was de verdienste van Rijkswaterstaat. De dienst was het kenniscentrum voor weg- en waterbouw. De organisatie was, zoals ze het zelf schrijven: “allesbepalend in infrastructurele werken.” Dat is de organisatie allang niet meer want vanaf de jaren zeventig verandert de rol van de organisatie van: “van bouwer naar beheerder en van maker naar manager.” Dat houdt in dat: “De regie van een project, zoals het aanleggen of onderhouden van een weg of viaduct, (…) in handen (blijft) van Rijkswaterstaat. De uitvoering daarentegen is zo veel mogelijk in handen van de markt.1

Gevolg hiervan is dat de organisatie geen kenniscentrum meer is en de kennis is vervlogen. Die is nu versnipperd over architectenbureaus, bureaus van bouwkundigen, aannemers en andere bedrijven die hier een rol in spelen. En aangezien deze bedrijven zich ook beperken tot hun ‘kerntaken’ zijn dat veel verschillende organisaties tot en met zzp-ers en uitzendbureaus voor goedkoop personeel toe.

De Waard: “Als zich maar één gegadigde meldt is dat slecht voor de concurrentie en innovatie. En als niemand zich meer meldt, zal moeten worden uitgeweken naar het buitenland, met het risico dat Nederland zijn kennis op het gebied van weg- en waterbouw kwijtraakt. Bouwbedrijven zouden de durf moeten tonen zich in te schrijven bij aanbestedingen. En overheden moeten beseffen dat in de uiteindelijke prijs ook de risico’s zijn ingecalculeerd.”Of zou het helpen om Rijkswaterstaat weer tot dat kennisinstituut te maken en van beheerder en manager weer bouwer en maker? In het verleden werkte dat heel goed en was Nederland ‘wereldkampioen’.

1 Alle informatie over de geschiedenis en het heden van Rijkswaterstaat is afkomstig van de site van de organisatie https://www.rijkswaterstaat.nl/over-ons/onze-organisatie/onze-historie

Het oog op de bal

Deskundig gelul of gelul van een deskundige? Die vraag stelde ik me toen ik hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans bij BarLaat het volgende hoorde zeggen over het vonnis dat de Franse politica Marine Le Pen trof:Hier komen dus de rechter en de democratie tegenover elkaar te staan en je wilt de ruimte zo open mogelijk houden voor het publieke debat. Iedereen moet zich kandidaat kunnen stellen want de kiezer moet als rechter optreden en niet de rechter.1Ik viel van mij stoel.

bron: Flickr

De rechter en de democratie tegenover elkaar? Ik dacht het niet. Democratie en rechtsstaat botsen hier niet. Stel ze had een moord gepleegd. Is het dan ook aan de kiezer om hierover te oordelen? Als politici de wet overtreden, en dat deed Le Pen volgens de Franse rechter, dan moeten ze gestraft worden net als iedere andere burger. Voor het vervolgen van misdrijven hebben we in Nederland het openbaar Ministerie en in Frankrijk het Bureau du Procureur. Die klagen namens de staat aan en vervolgens is het in Frankrijk net als in Nederland aan de rechter om een uitspraak te doen. Als de wetgever ontzegging van het passief en/of kiesrecht onderdeel van die straf heeft gemaakt, dan kan de rechter dit als straf opleggen. Stel ze had een moord gepleegd op. Als de procedure Voermans gevolgd zou zijn, dan zou er een snaar zijn geraakt. Namelijk een rechtsstatelijke en grondwettelijke. Dan zouden voor politici andere regels gelden dan voor iedere andere burger. Dan betekent populariteit onschendbaarheid. Dat lijkt me niet de kant die we op moeten.

Toen ik weer op was gekrabbeld viel ik stijl achterover toen ik op LinkedIn een post van de faculteit Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit van Leiden zag. Een post waarin Voermans uitspraken zonder commentaar en kritische kanttekening worden aangehaald. Bijzonder!

Enigszins hersteld van die val achterover las ik het Commentaar van Peter Giesen in de Volkskrant. Terecht constateert hij dat: “ Het (…) de rol van de rechter (is) om wetten toe te passen, niet om aan politiek te doen. Als een scheidsrechter van een voetbalwedstrijd in de tweede minuut een zware overtreding constateert, zal hij de rode kaart moeten trekken, ook al beïnvloedt hij daarmee het verloop van de wedstrijd.” Bijzonder in zijn betoog is dan weer dat hij het discutabel vindt dat: “Le Pen is uitgesloten op basis van het oordeel van één rechter, wiens oordeel in hoger beroep ongedaan kan worden gemaakt.” Dit is niet discutabel. Daar is die rechter voor aangenomen en de wetgever heeft dat zo bepaald. En ja, in hoger beroep kan er anders worden besloten. Als dat gebeurt, dan is dat de nieuwe situatie en moeten we van daaruit verder. Daarop vooruitlopen heeft geen zin want het zou net zo goed kunnen dat de rechters in hoger beroep het vonnis bekrachtigen of zelfs nog zwaarder straffen.

Het zijn bijzondere tijden. Tijden waarin het lastig is om het oog op de bal te houden. Zelfs voor mensen wiens werk het is.

1 Vanaf ongeveer minuut 14.54.

Von Kreyfelts’ stropop

“Dus laten we stoppen met het heilige aura rond ‘de pers’ alsof die vanzelfsprekend boven alle kritiek verheven is. Journalisten zijn geen priesters. En wie de vrijheid van meningsuiting alleen verdedigt zolang het uit zijn eigen kring komt, is niet voor vrijheid, maar voor controle.” aldus Max von Kreyfelt in een artikel op LinkedIn. Bij het lezen van het artikel moest ik denken aan een stropop en dat schreef ik er ook onder. Een stropopredenering of stropop is een manier van redeneren waarbij je niet het werkelijke standpunt van je tegenstander weerlegt, maar een karikaturale variant ervan. Het is een drogredenering, een redenering die niet correct is maar wel aannemelijk lijkt.

bron: Flickr

Volgens Von Kreyfelt, zo begint hij zijn artikel, is: “Vrijheid van meningsuiting is geen persvrijheid—en het wordt tijd dat we dat hardop zeggen.” Volgens Von Kreyfelt leidt dit: “tot een hardnekkige verwarring in het publieke debat.” En dat is dat : “vrijheid van meningsuiting (…) hetzelfde als persvrijheid,” is. Vrijheid van meningsuiting is er voor iedereen en dat is, volgens Von Kreyfelt: “het fundamentele recht om iets te vinden, iets te zeggen, te choqueren, te verwarren, te confronteren. Zonder voorafgaande toestemming, zonder angst voor vervolging.” Deze definitie is correct op de woorden ‘zonder angst voor vervolging’ na. Persvrijheid is zo betoogt Von Kreyfelt: “een professioneel privilege: de ruimte voor journalisten en mediakanalen om te publiceren zonder staatsinmenging, zonder censuur, zonder dreiging. Het is een noodzakelijke pijler onder een gezonde democratie.” En hij vervolgt: “Maar het is géén schild tegen kritiek, géén vrijbrief voor misleiding, en zéker geen eigendomsrecht op de waarheid.”

Dit lijkt het een feitelijk verhaal. Artikel 6 eerste lid van onze Grondwet stelt dat: “Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren,” en lid 2 en 3 verbreden dit tot alle mogelijke middelen waarmee je je gedachten of gevoelens kunt openbaren. Het eerste lid gaat echter nog verder: “behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” Door deze toevoeging kun je wel worden vervolgd voor de gedachten of gevoelens die je uit. Welke geuite gedachten of gevoelens strafbaar zijn, wordt geregeld in het Wetboek van strafrecht. Zo zijn smaad, laster en het oproepen tot geweld strafbaar. Het wordt je niet vooraf verboden om je mening te uiten, je kunt er na het uiten echter wel voor worden bestraft.

Von Kreyfelt: “Willen we een volwassen democratie, dan moeten we dit onderscheid scherp trekken. De vrije meningsuiting hoort bij de burger. De persvrijheid hoort bij een beroepsgroep. De eerste is een mensenrecht. De tweede is een beroepsvoorrecht. En de één mag nooit worden ingezet om de ander te beperken.” Dit is onzin. De vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid zijn één en dezelfde. Ze stoelen allebei op hetzelfde artikel 6 van de Grondwet en zijn allebei een grondrecht. De vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid zijn twee kanten van dezelfde medaille. Zonder vrijheid van meningsuiting is er geen vrijheid van pers en zonder vrijheid van pers en dus ook radio of televisie (artikel 6 tweede lid) of welk ander middel dan ook (artikel 6 derde lid) wordt het uiten van een mening erg lastig. Dan rest alleen je eigen stem. Persvrijheid is een grondrecht geen beroepsvoorrecht. Persvrijheid is er voor iedereen. Iedereen, niet alleen een journalist, kan publiceren zonder staatsinmenging. Journalisme is geen recht, het is een manier van werken voor het verzamelen, beoordelen en publiceren van informatie.

Volgens Von Kreyfelt: “gedragen veel gevestigde media zich alsof hun persvrijheid hen automatisch tot hoeder van de meningsvrijheid maakt. Alsof kritiek op hén gelijkstaat aan een aanval op de democratie. Ze framen zichzelf als het baken van redelijkheid en ratio, en iedereen die daar buiten valt—te radicaal, te ongehoord, te ongefilterd—wordt weggezet als bedreiging.” En hij gaat verder: “juist in naam van “de vrije pers” worden tegenwoordig meningen onderdrukt. Schrijvers worden geweerd van podia. Academici worden gecanceld. Onafhankelijke platforms worden weggezet als gevaarlijk, omdat ze zich onttrekken aan de codes van de institutionele journalistiek. En ironisch genoeg zijn het vaak journalisten zelf die oproepen tot het deplatformen van andere stemmen.” Dat journalistieke media schrijvers of wetenschappers niet vragen om deel te nemen aan een praatprogramma of hun artikelen niet plaatsen, wil niet zeggen dat de vrijheid van meningsuiting wordt onderdrukt of dat zij ‘gecanceld’ worden. Mijn vrijheid om een stuk te schrijven betekent niet automatisch dat een krant dat stuk moet plaatsen. Het is aan het medium om te bepalen wat het plaatst en wat niet. Als mijn bijdrage daar buiten valt, wil dat nog niet zeggen dat het betreffende medium mij als een bedreiging van haar redelijkheid ziet.

Ik ben trouwens erg benieuwd welk platform dan ‘onafhankelijk is’? Een vraag die ik Von Kreyfelt ook stelde maar waarop ik tot op heden nog geen antwoord heb. En ja, platforms die zich onttrekken aan de journalistieke codes en die kunnen gevaarlijk zijn. Door dit woord te gebruiken wekt Von Kreyfelt de suggestie dat een journalistiek medium afhankelijk is en dat klopt. Maar dat geldt voor ieder platform of medium. Daarin verschilt Twitter niet van de Volkskrant of de Ballonnendoorprikker. Ja ook de Ballonnendoorprikker is afhankelijk. Het hangt namelijk af van mij, de schrijver die de Ballonnendoorprikker als pseudoniem gebruikt. Zonder die schrijver was er geen Ballonnendoorprikker.

En daarmee hebben we de stropop: de karikaturale vertekening van de werkelijkheid. Van de grondwettelijke werkelijkheid en van de journalistieke werkelijkheid. In onze Grondwet zijn de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van pers twee kanten van deze medaille. Ze staat niet tegenover elkaar. Het is van tweeën een. Kranten die iets niet plaatsen of talkshows die iemand niet uitnodigen maken zich niet schuldig aan het beperken van de vrijheid van meningsuiting. Er is geen plicht voor een medium om alles wat wordt ingezonden, te plaatsen. Het staat ieder medium daarin vrij eigen keuzes te maken. De suggestie dat er ‘onafhankelijke platforms’ zijn, en dat die tegenover de ‘afhankelijke journalistieke platforms’ staan, is onzin. Het zal best dat een enkele journalist zich ‘boven alle kritiek verheven’ vindt. Het beeld dat de complete journalistieke wereld zich zo ziet, is een zeer grote vertekening van de werkelijkheid. Deze karikatuur schets Von Kreyfelt omdat hij vindt dat journalistieke media te weinig aandacht besteden aan bepaalde gedachten en gevoelens. Dat kan en mag hij vinden en die gedachte of mening mag hij uiten en dat doet hij ook. Net zoals ik hem erop mag wijzen dat hij hierbij gebruik maakt van een stropop, mag vragen naar onderbouwing en ik het gebruik van een stropopredenering schadelijk mag vinden.