Het talent van Sanne en Fatima

Op de arbeidsmarkt wordt gediscrimineerd. Dit valt te lezen in de Volkskrant in een artikel waar het anoniem solliciteren wordt besproken. Dat zou een middel kunnen zijn om die discriminatie terug te dringen. Als je niet weet van wie een brief is, kun je immers ook niet selecteren op naam. Alleen volgt na de brief meestal een gesprek en dan helpt het anoniem solliciteren niet meer.

Dunya en DesieFoto: www.deskepsis.nl

“Sanne krijgt sneller een baan dan Fatima ook al hebben beiden een gelijkwaardig cv. Hetzelfde geldt voor Jan en Ali. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat sollicitanten met een Nederlandse naam sneller worden aangenomen dan iemand van Marokkaanse of bijvoorbeeld Hindoestaanse afkomst. Dat is niet eerlijk en bovendien gaat er zo een hoop talent verloren.” Aldus Jurriaan Nolles, de auteur van het artikel en dat gaat: “een bedreiging vormen voor de economie. Een land laat veel talent liggen en op den duur schaadt dat de arbeidsproductiviteit.” Het is inderdaad niet eerlijk, mensen met dezelfde kwaliteiten, kwalificaties en talenten zouden evenveel kans moeten maken op een baan.

Maar gaat er talent verloren als Sanne de baan krijgt en Fatima niet? Als beide dames evenveel talenten hebben dan maakt het voor het verloren gaan van talent toch niet uit wie de baan krijgt? Waarom schaadt het laten liggen van de talenten van Fatima de economie en de arbeidsproductiviteit? Als er zo talent verloren gaat, is dat dan niet omdat er minder van dat talent wordt gevraagd dan dat er nodig is? Omdat er een overschot aan dat talent is?

Als er een overschot aan talent is, zijn er dan niet andere maatregelen nodig om het verlies aan talent en de schade aan de arbeidsproductiviteit en de economie te voorkomen? Bijvoorbeeld minder van dat talent opleiden of meer werk creëren voor dat talent? Of, als er een structureel overschot is aan talent, wellicht het eerlijker verdelen van het beschikbare werk over het aanbod aan talent?

Kuifje naar de Maan

Voor het eerst mag een commercieel bedrijf naar de Maan vliegen. “De Amerikaanse luchtvaartautoriteiten maakten de goedkeuring woensdag bekend, na overleg met onder andere het Witte Huis en ruimtevaartorganisatie NASA. Aan boord van de maanlander zijn apparaten voor wetenschappelijke onderzoeken, maar ook de as van enkele gecremeerde mensen.” Zo valt in de Volkskrant te lezen. Het bedrijf Moon Express is de gelukkige: “We mogen nu als ontdekkingsreizigers naar het achtste werelddeel zeilen, op zoek naar nieuwe kennis en grondstoffen voor het welzijn van alle mensen.”

Kuifje naar de maan

Illustratie: www.stripspeciaalzaak.be

Dat klinkt allemaal mooi en uitdagend en sluit aan bij het positieve beeld dat ‘ontdekkingsreizigers’ in het geheugen van veel mensen hebben. Het zijn avonturiers die zoeken naar nieuwe zaken. Door het woord ‘zeilen’ te gebruiken, lijkt het bedrijf aan te haken bij die traditie. Maar toch.

Van wie is de Maan eigenlijk? Het bedrijf zegt te werken voor ‘het welzijn van alle mensen’. Ook dat klinkt mooi of is dat welzijn toch beperkt tot de aandeelhouders van het bedrijf? Die gedachte suggereert dat ook de aarde er voor het welzijn van de mens is. Hoe zit het met het welzijn van de andere bewoners van deze planeet? Hoe zit het met de rechten van het ‘mannetje op de maan’? Dat is er niet, maar wat als er op een volgende reisdoel wel leven is? Welk rechten heeft dat leven dan? Kan dat leven dan ook een claim op de aarde leggen? De ervaringen met de Aarde leren dat de mens andere levensvormen vooral als ‘hulpmiddel’ ziet en niet als wezens op zich.

Dit is allemaal nog ver van ons bed. Wat dichter bij dat bed. Zijn de Amerikaanse luchtvaartautoriteiten, het Witte Huis en de NASA bevoegd om hier goedkeuring aan te verlenen? Ja, ze zijn bevoegd voor wat betreft het Amerikaanse luchtruim, maar ook voor dat van de Maan? En als ze die bevoegdheid hebben, van wie hebben ze die dan gekregen en waar is die op gebaseerd? Stel het commerciële bedrijf vindt waardevolle grondstoffen, van wie zijn die dan?

Zou Kuifje zich die vragen ook hebben gesteld toen hij naar de Maan vloog?

Kinderarbeid

In India is een controversiële wet aangenomen die het mogelijk maakt dat kinderen voor hun ouders werken buiten schooltijd en tijdens vakanties. De wet is bedoeld om kinderarbeid verder terug te dringen en bevat enkele uitzonderingen omdat veel families afhankelijk zijn van het werk van hun kinderen. Omdat kinderen hierdoor gedwongen kunnen worden te werken zonder dat er zicht op is, staan mensenrechtenorganisaties en de VN kritisch tegenover de nieuwe wet, zo is in Trouw te lezen. Een tweede punt van kritiek betreft de mogelijkheid die de wet biedt aan kinderen van vijftien tot achttien jaar om in meerdere bedrijfstakken te mogen werken. De mijnbouw en gevaarlijke industrieën  zijn nog wel verboden.

kinderarbeid

Foto: www.jumbowerkt.nl

Dat er in India kinderen zijn vanaf 5 jaar die werken, is natuurlijk niet goed en iedere wet die dit verder beperkt, is een stap vooruit. Daarbij moeten we ons realiseren dat de kinderarbeid in Nederland en het gehele westen, ook geleidelijk is afgeschaft.

Alhoewel afgeschaft. Bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning gaan gemeenten ervan uit dat jeugdigen huishoudelijk werk verrichten als de ouders het niet kunnen. En hoeveel kinderen tussen de dertien en achttien jaar hebben een bijbaantje. Vakkenvuller of achter de kassa in de supermarkt, tomaten plukken, kranten bezorgen, poetsen in bejaardenhuizen, afwassen in een restaurant, in de winkel om schoenen of kleding te verkopen, allemaal om een centje bij te verdienen. En als goede ouders zeggen we dan: goed zo, zo leren ze dat niets voor niets is en leren ze de waarde van geld waarderen. En er zijn al bedrijven waar je dat baantje kwijtraakt als je negentien of twintig bent, want dan ben je te oud. Of beter gezegd, te duur want iemand van vijftien kan het ook en die krijgt veel minder betaald.

Zou dat voor die Indiaase leeftijdgenoten niet ook gelden? Sterker, zouden die jeugdigen niet moeten werken om te kunnen eten? Zouden die mensenrechtenorganisaties en de VN Nederland hiervoor ook op de vingers tikken en in een mooi rapport aan de schandpaal nagelen?

Een noordelijke unie?

Rutger van den Noort kijkt op opiniesite Jalta al voorbij het uiteenvallen van de Europese Unie. In een artikel beantwoordt hij de vraag welke landen belangrijk zijn voor de Nederlandse handel en economie. Op basis van lijstjes met landen waarmee we veel handelen komt hij tot de conclusie dat dit vooral onze buurlanden Duitsland, België, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zijn. Van der Noort stelt voor om met deze landen aangevuld met Oostenrijk, Luxemburg en Ierland een nieuwe unie te vormen die hij de NETU8 noemt.

neuroIllustratie: www.geenstijl.nl

De eerste stap op weg naar deze Noordelijke unie is dat de genoemde landen in de herfst van 2016 dit plan ontwikkelen. Als tastbaar bewijs en als ondersteuning van de Britse bevolking kunnen de landen van de NETU8 dan als groep hun artikel 50-brief inleveren in Brussel om zo een gezamenlijk uittredingsstrategie te ontwikkelen in de twee jaren erna.” De Britten zullen deze richting van harte ondersteunen aldus Van den Noort. Via zijn cijfermatige redenering komt hij uit bij het wensdenken van velen: afstoten van Zuid- en Oost Europa, een neuro invoeren en vooruit met de geit.

Van den Noort cijfert vanuit Nederland. Hoe zou die cijferij voor Duitsland, Frankrijk of het VK eruit zien? Wat als daar andere landen in de ‘handel-topvijf’ staan?  Stel dat het Franse lijstje Italië op twee en Spanje op vijf heeft staan en het VK er niet in voorkomt? Waarom zouden de Fransen of de Duitsers meedoen aan een unie die niet aansluit bij hun handels- en economische belangen? Of wellicht zullen zij zeggen, wij doen mee als land x en y ook mee mogen doen.

Van de andere kant, als hoog staan op de ‘handelslijst’ zo belangrijk is, waarom dan een tot Europese landen beperkte unie? Waarom dan ook niet de Verenigde Staten in de unie, nummer vijf op de Nederlandse ‘handelslijst”?

Iets anders, waarom zou samenwerken met de Britten in deze nieuwe unie wel soepel lopen? De belangrijkste en machtigste landen van de huidige Europese Unie, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, zouden ook deel uit maken van die nieuwe noordelijke unie. In de Europese Unie is die samenwerking al niet geweldig. In de aanloop naar het Brexit-referendum werd het beeld geschetst van Engelsen tegenover Fransen en Duitsers. Zou dat in Van den Noorts noordelijke unie anders worden? Zouden de Engelsen dan minder liberaal zijn, de Duitsers minder ‘Rijnlands’ en de Fransen minder ‘socialistisch’?

Overpeinzingen van een wandelaar

En soms zit het tegen. Twee parkeergarages die ‘op instorten’ staan. Een is dicht en de tweede volgt over niet al te lange termijn. Ondernemers, grootwinkelbedrijven, pandeigenaren en bewoners van de Venlose binnenstad zijn eensgezind: ‘als er meer bezoekers naar de stad moeten komen, dan moeten er meer parkeerplaatsen zijn’. Dit valt te lezen in Dagblad de Limburger. Over de oorzaken van de slechte staat van de beide parkeergarages en waarom er niet tijdig onderhoud is gepleegd, wil ik het niet hebben. Waarover wel? “Vooral op zaterdagen en Duitse feestdagen heeft de Venlose binnenstad een tekort aan parkeerplaatsen,” zo valt te lezen.

ArsenaalIllustratie: www.1limburg.nl

Ik ben een bewoner van Venlo en woon aan de rand van de binnenstad in de ‘betaald-parkeren-zone’. Bovendien wandel ik veel. Onder andere om boodschappen te doen. Iedere zaterdag wandel ik naar de beste bakker van de stad, Bakkerij Rutten op de Parade. Koop een stuk kaas van Tebben met vaak een doosje eieren op het ‘Gaasplein’ en neem vaak nog wat anders mee, meestal een boek bij Koops. En ik wandel met mijn vrouw voor ons plezier en onze gezondheid.

Als bewoner en wandelaar valt het mij op dat veel parkeerplaatsen niet bezet zijn. Zelfs op die zaterdagen en Duitse feestdagen, zijn veel parkeerplaatsen niet bezet. Ja de parkeergarage onder het ‘Gaasplein’ is vol en ook de Maaskade, maar ietsje verder van het ‘winkelhart’ is vaak nog wel plek te vinden. Op andere dagen is vaak maar een kwart van de plaatsen bezet.Voor de, na het sluiten van garage Arsenaal, extra aangelegde parkeerplaatsen vormen daarop geen uitzondering.

Wat ik ook zie, zijn verkeersregelaars op die zaterdagen en de Duitse feestdagen. Verkeersregelaars die bezoekers vooral in de richting van de grote parkeerplaatsen en de parkeergarages leiden. Hierdoor lijkt het, ook voor de bezoeker, druk. Die staat immers lang in een rij.

Vrij naar de titel van Jean-Jacques Rousseau’s laatste boek, leidt dit tot mijn overpeinzingen als wandelaar.’ Waarom moeten er nieuwe parkeerplaatsen worden aangelegd als de oude slechts zeer zelden, allemaal bezet zijn?  Ook in Dagblad de Limburger las ik dat er een overschot was aan ‘Huizen van de Wijk’, teveel gebouwen om goed te kunnen vullen met activiteiten, daarom moeten er sluiten. Het aantal gebouwen wordt aangepast aan de hoeveelheid activiteiten. Wat zou er gebeuren als deze redenering ook op parkeerplaatsen en -garages werd toegepast?

Fundamentele discussie over de zorg

Marktwerking. Het magische woord van de afgelopen dertig jaar. De markt zorgt er op een efficiënte manier voor dat vraag en aanbod elkaar vinden en dat voor producten de juiste, marktconforme prijs wordt betaald. Bij vele zaken die we vroeger gezamenlijk regelden zoals telefonie, de post, elektriciteit en ook in de zorg is de ‘markt’ ingevoerd. Maar in hoeverre is er sprake van marktwerking als partijen geen winst mogen maken? Winst is immers de beloning die als dividend aan de aandeelhouders wordt uitbetaald.

blauwdrukIllustratie: bk2.nl

Geen winst? Ja, want wat viel te lezen in Dagblad de Limburger? “Zorgverzekeraars mogen in de toekomst geen winst uitkeren aan aandeelhouders of bestuurders. Een initiatiefwet van SP, PvdA en CDA schrijft voor dat verzekeraars hun winst alleen mogen gebruiken voor betere zorg of lagere premies.” Is er nog wel sprake van een markt als er geen winst mag worden gemaakt? Waarom zou ik dan aandelen van een verzekeraar kopen?

Het verbod is volgens de partijen nodig: “Ze (de Zorgverzekeraars) hebben een maatschappelijke taak. Ze moeten ervoor zorgen dat de zorg betaalbaar blijft en toegankelijk voor iedereen. Dus als ze geld overhouden, moet dat ook weer worden geïnvesteerd in de zorg.”  Als zorgverzekeren een maatschappelijke taak is, is een ziekenhuis dat dan niet ook? En hoe zit het met de huisarts of de specialisten in een ziekenhuis? Of een verzorgingshuis? De apotheker en in zijn verlengde de medicijnenfabrikant? Als we de redenering van de partijen doorvoeren, dan zou ook een ziekenhuis, arts of apotheker geen winst meer mogen maken. Waarom dan niet de ultieme conclusie: geen winst, geen markt?

Geen markt maar een overheidstaak. Dus een grotere overheid met meer ‘ambtenaren’. De drie partijen halen één stukje uit het radarwerk van de zorg in plaatst van die fundamentele discussie te voeren. Eén stukje en over een tijdje weer een en over een aantal jaren is alles anders, zonder dat er een fundamentele discussie over is gevoerd. Al die stukjes zorgen vervolgens voor een rammelend bouwwerk omdat er van te voren niet is nagedacht over een blauwdruk of bouwtekening voor het hele gebouw.

Dit op zichzelf sympathieke wetsvoorstel toch maar gebruiken om een fundamentele discussie te voeren?

Jonge ambtenaren, een wondermiddel

De lat voor jongeren die ambtenaar worden, ligt hoog. “Wij geloven in het talent en de competenties van jong talent, die goed passen bij de uitdagingen van nu. Met een ondernemende, omgevingsbewuste en integrale manier van werken, stellen zij het doel centraal en maken ze de weg vrij voor innovatieve en nieuwe samenwerkingsvormen die nodig zijn om ook in de toekomst maatschappelijke meerwaarde te creëren.”  Dit valt te lezen in de uitnodiging voor een congres georganiseerd door JSConsultancy.

jonge ambtenaar

Foto: www.jsconsultancy.nl

Inderdaad worden veel positieve eigenschappen toegeschreven aan de jeugd: daadkracht, dynamiek, doorzettingsvermogen, enthousiasme, vernieuwingsdrang en nog veel meer met als uitsmijter: wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. In zijn boek De Cultuur van het nieuwe kapitalisme  noemt Richard Sennett dit type medewerker de rebel. Dus haal die jeugd maar binnen!

Maar toch. Zijn we niet allemaal jong geweest? Werden aan ons toen niet diezelfde eigenschappen toegeschreven? Een van mijn leidinggevenden noemde mij toen ik al veertig was nog steeds puppy. En als je mij vraagt hoe oud ik ben dan antwoord ik dat ik voor de drieëndertigste keer achttien ben geworden. Daarmee wil ik zeggen dat ik nog steeds dezelfde eigenschappen heb als toen ik voor de eerste keer achttien werd. Toen was ik een creatieve, vernieuwende vrijdenker en dat ben ik nu nog steeds. Wel merk je door de jaren ervaring dat enthousiasme op muren botst. Dat vernieuwingsdrang smoort tussen de wielen van behoudzucht. Muren en wielen die worden gebouwd en onderhouden door mensen met andere eigenschappen en die eigenschappen zitten zeker niet alleen in ouderen, die zijn ook jongeren niet vreemd.

Die zo ‘gewenste, bij de uitdagingen van nu passende eigenschappen zijn ook bij mensen van de ‘oudere generaties’ aanwezig. Aanwezig maar wellicht gesmoord. Zou een eerste stap niet moeten zijn om voor huidige medewerkers met de gewenste eigenschappen ‘de muur weg te halen’ en ze ‘tussen de wielen’ uit te trekken? Zouden deze medewerkers een goede ‘brug’ zijn bij het aantrekken van jeugdigen met de gewenste eigenschappen? Zou dat niet de inspiratie, het enthousiasme en de vernieuwingsdrang van zowel jong als oud versterken?

Lopen we, als we dat niet eerst doen, het risico dat de jeugdigen tegen dezelfde muren aanlopen en tussen dezelfde wielen worden vermalen? Zeker omdat die ‘rebel’ in onderzoeken naar jonge werknemers wordt gelogenstraft, aldus Sennett: “… omdat zij geen ervaring of status in het bedrijf hebben, zijn zij meestal voorzichtig en als de omstandigheden op het werk hun niet bevallen, zullen ze eerder vertrekken dan in opstand komen, een mogelijkheid die zij kunnen benutten omdat de jongeren minder maatschappelijke en gezinslasten met zich meedragen.”

Airbus op de A2

In de economie is het financiële systeem, de infrastructuur. En een infrastructuur moet betrouwbaar zijn. Ik vertrouw erop dat het geld op mijn bankrekening veilig is en dat ik het kan overmaken om er zaken mee te betalen. De afgelopen jaren hebben we gezien wat er gebeurt als dat vertrouwen wordt geschaad. Dan wordt de financiële infrastructuur onbetrouwbaar. Dan vertrouwen banken elkaar niet en bedrijven al helemaal niet meer. Gevolg: economische crisis of nog erger een economische depressie en veel maatschappelijke ellende.

AirbusFoto: barrieaircraft.com

De oorzaak: banken en financiële instellingen die producten op de markt brengen waar hun topmanagers, net als toezichthouders geen touw aan vast kunnen knopen. De handel die zover is gecomputeriseerd dat er sprake is van flitshandel die het menselijk oog en brein niet kunnen volgen. Producten die ontwikkeld konden worden omdat de markt gedereguleerd moest worden, die moest zo vrij mogelijk zijn. Vrije markten brengen groei en welvaart, aldus deze adepten van de vrije markt.

Een andere infrastructuur. Onze spoor-, water-, auto- en luchtwegen zijn samen met de gewonen wegen, fietspaden en voetpaden onmisbaar in onze samenleving. Waren ze er niet dan beperkte ons leven zich tot de eigen stad of dorp. Natuurlijk zijn er verbeteringen mogelijk en zijn er wellicht ook overbodige verkeersregels.

Wat zou er gebeuren als ook hier heel drastisch gedereguleerd zou worden? Als, zoals vrije markt aanhangers het liefst willen, alle regels zouden worden afgeschaft? Dan is het een stuk lastiger om van A naar B te reizen. Je moet dan op alles bedacht zijn, een vrachtwagen op het fietspad die ook nog eens links rijdt. Een rotonde waar auto’s zowel links als rechtsom rijden. Een vliegtuig dat  op de A2 landt. Zonder verkeersregels is het allemaal mogelijk. Dit zou tot grote en zware ongelukken leiden.

Na het Brexitreferendum lijkt er een race te ontstaan tussen Europese steden om Londen op te volgen als financieel centrum. Om de kansen daarop te vergroten wees premier Rutte er al op dat de wet op de bonussen interessante mazen biedt. De toch al magere regulering van, en controle op de financiële infrastructuur lijkt daarvan de dupe te worden. Moeten we dergelijke financiële, economische en in het vervolg daarop maatschappelijke risico’s wel willen lopen? Willen we werkelijk dat een Airbus op de A2 landt?

Klijnsma’s pensioenprobleem

Pensioenen, ze houden de gemoederen flink bezig en met de verkiezingen van volgend jaar in aantocht zal er alleen maar meer aandacht voor komen. In de Volkskrant valt te lezen dat staatssecretaris Klijnsma twee problemen ziet in het huidige stelsel: Eén: jongeren subsidiëren in feite de pensioenopbouw van ouderen. Zij krijgen te weinig pensioen toegekend voor hun premie, ouderen teveel. … .Twee: Laagopgeleiden subsidiëren door hun lagere levensverwachting hoger opgeleiden die een langere levensverwachting hebben en daardoor langer pensioen krijgen.” Het eerste lijkt op het eerste gehoor logisch. Is het echter wel zo logisch?

PensioenIllustratie: beleggenopdegolven.blogspot.com

Krijgen jeugdigen te weinig pensioen toegekend voor hun premie en ouderen teveel? De basis van het pensioen is dat je spaart voor je oude dag. Je betaalt een premie, die wordt belegd en van de inleg en het resultaat krijg je na je pensionering in delen uitbetaald. Hierbij wordt gerekend met gemiddelden voor bijvoorbeeld de levensverwachting en rendementen op beleggingen. Die gemiddelden worden geregeld bijgesteld op basis van de laatste ervaringen. Je spaart voor jezelf. Als je vroeg sterft heb je pech, je hebt veel betaald en weinig ‘genoten’. Word je oud, heb je geluk. Bij de AOW is dit anders, daar betaal je premie waarmee de huidige AOW-ers worden betaald.

Hoe kan een jongere dan voor de oudere betalen? Klijnsma: “De honderd euro die een 20-jarige aan pensioenpremie betaalt, kan nog bijna 50 jaar belegd worden voordat het als pensioen wordt uitbetaald. In de praktijk krijgt de 20-jarige uiteindelijk te weinig pensioen toegekend voor zijn inleg. De 100 euro van een 60-jarige werknemer kan nog maar 7 jaar belegd worden, maar toch krijgt deze werknemer onevenredig veel pensioen toegekend voor dit bedrag.” Dat klopt, op ieder moment, maar toch klopt het ook niet. Die twintigjarige blijft geen twintig. Subsidieert hij als eenentwintigjarige dan niet ook al een nieuwe twintigjarige? Als hij niet sterft wordt hij uiteindelijk ook zestig.

De premie die een twintigjarige betaalt en die bijna vijftig jaar kan worden belegd, compenseert de premie die hij als vierenzestigjarige betaalt en die maar een paar jaar kan worden belegd. Subsidieert de nu twintigjarige niet zichzelf als zestigjarige en niet een huidige zestigjarige? Krijgt iedereen zo over zijn hele leven gezien niet zijn gelijke deel?

Ziet Klijnsma problemen waar er geen zijn of moet dit zogenaamde probleem een ander probleem verdoezelen?

Worden we ouder?

De AOW-leeftijd moet weer worden verlaagd naar 65 jaar. Dat betoogt Jelle Visser in de Volkskrant. Werk is er voor ouderen niet en door de herstellende economie en het ‘goed begroten’ is er voldoende ruimte om de AOW leeftijd te verlagen naar 65 jaar. Wellicht is er nog een reden om hier eens goed naar te kijken.

Ouderen

Foto: www.gezondheidenco.nl

Toen de AOW werd ingevoerd was de gemiddelde levensverwachting bij geboorte ongeveer 72,5 jaar. Nu is dat negen jaar meer. Dat we steeds ouder en gezonder ouder worden was een van de argumenten voor verschuiving van de pensioen- en dus AOW leeftijd. Klopt die redenering wel?

Op het eerste gezicht wel, negen jaar is negen jaar. Maar dat er meer mensen oud worden en dus de gemiddelde levensverwachting bij geboorte hoger wordt, wil niet zeggen dat we ook ouder worden.  De Amerikaanse econoom Robert J. Gordon heeft in zijn boek The Rise and Fall of American Growth een interessante tabel opgenomen. In die tabel de toename van de levensverwachting op zes momenten in een mensen leven (pagina 211). Het jaar 1870 is hierbij het basis jaar. Zo is de levensverwachting van een boreling sinds 1870 toegenomen met zo’n 33 jaar. Ben je eenmaal zeventig, dan wordt je nu gemiddeld zes jaar ouder dan je leeftijdgenoot uit 1870. En nemen we de invoering van de AOW, dan leeft de zeventigjarige een schrale drie jaar langer dan zijn leeftijdgenoot in de jaren vijftig.

De stijging van de gemiddelde leeftijd is, zo laat Gordon zien, vooral een gevolg van betere hygiëne, riolering, waterleiding en de bestrijding van dodelijke kinderziektes. Dit heeft ervoor gezorgd dat er veel minder baby’s en jonge kinderen sterven. Vervolgens hebben de betere arbeidsomstandigheden ervoor gezorgd dat er minder volwassenen een dodelijk arbeidsongeluk krijgen. Kortom, de gemiddelde leeftijd is gestegen, niet omdat we zoveel ouder worden, maar omdat er veel minder mensen jong sterven. Ben je eenmaal zeventig, dan wordt je gemiddeld maar drie jaar ouder dan in de jaren vijftig.

Die drie jaren zijn vooral een gevolg van het medische kunnen dat levensverlengend werkt. Levensverlengend bij de grootste doodsoorzaken van tegenwoordig: kanker en hart- en vaatziekten. Zijn deze drie jaar, waarvan een deel als patiënt, voldoende reden om de pensioenleeftijd te verhogen en te blijven verhogen?