Fruitmand

Voor een overleg dat ik vandaag moet bijwonen, zat ik gisteren wat stukken door te lezen. Het overleg gaat over de inkoop van jeugdzorg en in één van de stukken werd geschreven over het streven om tot ‘objectieve tarieven’ te komen. Die tarieven moeten in het overleg tussen de gemeenten en de zorgverleners worden vastgesteld. Dit riep bij mij de vraag op wanneer een prijs objectief is en wie dat bepaalt?

rot fruit

Foto: Micropia

Tarief is volgens Van Dale: (bij doorlopende of herhaalde levering van dezelfde zaak) het bedrag dat voor iedere eenheid betaald moet worden.” Aan tafel zitten zorgverleners met zeer verschillende specialismen en werkmethoden. Banken vinden hun zaak ‘betaalrekening’ anders dan dezelfde zaak van een andere bank en dat anders vertaalt zich in een ander tarief. Zou dat bij hulpverleners anders zijn? Neem twee psychologen, een algemene en een trauma-specialist, ze leveren allebei psychologisch advies, is dat daarmee ‘dezelfde zaak’? Is de dienst van twee trauma-specialisten die verschillende methoden hanteren, met elkaar te vergelijken?

Objectief wordt in dezelfde Van Dale omschreven als: “zonder zich door eigen voorkeur te laten beïnvloeden; onbevooroordeeld, onbevangen.” Welke van de zorgverleners is onbevooroordeeld en laat zich niet door de eigen voorkeuren beïnvloeden? De zorgverlener zit daar juist aan tafel vanwege de expertise die hij of zij op een specifiek gebied bezit. De expertise waarmee die hulpverlener de belegde boterham moet verdienen. Hoe objectief zouden deze hulpverleners zijn? Je vraagt toch niet aan de appel of die peren lekkerder vindt dan appels?

Dezelfde vragen kun je ook stellen bij de gemeenten die bij dat proces betrokken zijn. Ze missen de specifieke kennis van de hulpverlener, maar maakt dat hen objectief, zonder eigen voorkeur, onbevooroordeeld? Zij zitten aan tafel als ‘inkopende partij’ en wil die niet net als iedereen die boodschappen doet zo min mogelijk betalen voor een kwalitatief zo goed mogelijk product? Zouden ze niet een kwalitatief goede en gevarieerde fruitmand willen voor de laagst mogelijke prijs en dus de appels tegen de peren uitspelen?

Naar het inkoopvraagstuk van de jeugdzorg kijkend met de bril van de definities uit de Van Dale, is dan twijfelen aan het succes en het streven om ‘ objectieve tarieven’ vast te stellen dan niet gerechtvaardigd? Zou zo’n proces leiden tot een mand goedkoop en beurs fruit?

Beste gemeente Rotterdam

In de NRC lees ik dat de gemeente Rotterdam af wil van de plicht om de: “lokale inkoop van kleinschalige zorg, kinderbescherming en wijkteams Europees aan te besteden.” De gemeente moet deze zorg dit jaar opnieuw aanbesteden en in totaal gaat het om vierhonderdmiljoen euro aan zorg per jaar. En dat is geen kleine klus: “In Rotterdam zijn meer dan honderd medewerkers bezig met de aanbesteding.” 

Rotterdam

Foto: Rotterdam – Holland.com

Een beetje vreemd om zorg in Rotterdam Europees aan te besteden, zou er een bedrijf uit Spanje of Polen zijn dat kinderbescherming in Nederland kan verzorgen? Zeker als je bedenkt dat een bedrijf dat deze zorg wil leveren ‘gecertificeerd’ moet zijn en dat zijn alleen Nederlandse bedrijven. Daarom adviseert Wethouder De Jonge: “als het kabinet het ‘sociale domein’ gaat uitzonderen voor aanbesteding. Daarvoor is een wetswijziging nodig, maar het kost niets.” Een terecht pleidooi dus van de Rotterdammers. Zeker als daardoor wijkteams waaraan de stad sinds 2015 heeft gewerkt en die net op elkaar ingespeeld en ingewerkt raken, uit elkaar dreigen te worden getrokken.

Beste gemeente Rotterdam, en u bent niet de enige zo weet ik uit ervaring, waarom staart u zich blind op ‘ marktwerking’? Waarom moet er aanbesteed of ingekocht worden? Ook bij niet Europees aanbesteden kunnen die mooie teams uit elkaar worden getrokken. De Jeugdwet schrijft niet voor dat het een markt moet zijn. Die bepaalt in artikel 2.6 onder 1: “Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat er een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod is,” om aan de taken die de wet stelt, te kunnen voldoen.

Als die teams zo goed werken en je wilt dat de investering erin niet verloren gaat en nog jaren rendement gaat opleveren, waarom zoek je dan niet een andere oplossing? Waarom neemt de gemeente die teamleden niet gewoon in dienst? Dan hoeft er niet te worden ingekocht, hoeven er geen contracten te worden afgesloten, beheerd  en gemanaged. Dat scheelt flink wat ambtenaren en externe adviseurs die zich met inkoop bezig houden. Dat geld kan dan worden ingezet voor extra zorg voor de kinderen.

Zou het in dienst nemen bovendien niet een blijk van waardering voor die teams en hun leden zijn? Zou dat geen mooie oplossing zijn? Let er dan wel op dat u er geen ‘ ambtenaren’ van maakt.

J’accuse

In de auto onderweg naar huis van de honkbalwedstrijd van mijn zoon, luisterde ik naar Radio1. Daar werd journalist Arnold Karskens kort geïnterviewd omdat hij verschillende politici, waaronder Eurocommissaris Frans Timmermans, aanklaagt voor dood door schuld via zijn stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden. En niet alleen politici, ook non-gouvernementele organisaties (NGO) kunnen een aanklacht tegemoet zien. De reden: de in de Middellandse Zee verdrinkende vluchtelingen en migranten. Karskens is begaan met het lot van de verdronken stakkers. Volgens Karskens zou Europa voor het Australische beleid moeten kiezen: grenzen hermetisch gesloten en nul vluchtelingen toelaten.

Afrika landbouw

Foto: PlattelandsPost

Thuisgekomen zocht ik even en kwam het bericht tegen op de site van omroep WML die Karskens citeert: “Het is uitlokken. Sommige mensen moet je gewoon tegen zichzelf beschermen. Veel Afrikanen zien Europa nog steeds als het paradijs: je krijgt een gratis huis en uitkering.” Door de grenzen niet hermetisch te sluiten, maar ook door niet te waarschuwen voor de gevaren van de overtocht per rubberen bootje, zijn politici als Timmermans medeplichtig. De NGO’s die vluchtelingen uit het water vissen, zijn medeplichtig omdat zij mensen uitlokken tot de gevaarlijke overtocht. Omdat de regeringen en politici er niets aan doen, zoekt Karskens zijn heil bij de rechter.

Het siert Karskens dat hij zich bekommert om het lot van de verdrinkende vluchtelingen en inderdaad als ze niet op die bootjes stappen, kunnen ze ook niet verdrinken. Dus de grenzen toch maar dichtgooien? Dan heeft de tocht per bootje geen zin en verdrinkt er niemand meer en moet de vluchteling in ‘de regio’ worden opgevangen. De economische migrant kan dan zijn energie steken in de opbouw van zijn land. Iedereen blij.

Of toch niet? Is de vluchteling geholpen? De opvang in ‘de regio’ blinkt niet echt uit in kwaliteit en al die Europese en Nederlandse politici die de vluchteling in ‘de regio’ willen opvangen, leveren er niet het benodigde geld bij. Ook bekommeren ze zich (bijna) niet om de oorzaken van de conflicten waarvoor mensen vluchten net zoals ze niets doen aan de oorzaken achter de economische migratie. Oorzaken zoals de vrijhandelsverdragen die in het nadeel van de Afrikaanse landen zijn (zoals de gesubsidieerde export van melk- en pluimveeproducten naar Afrika die de boeren daar brodeloos maakt), de economische plundering van de rijkdommen van die landen, de economische ongelijkheid en de klimaatverandering.

Beste meneer Karskens, als u werkelijk begaan bent met het lot van de vluchteling, klaag de politici dan aan omdat ze niets doen aan die oorzaken.

‘Tussenbaan’

Een ‘tussenbaan’ dat is een manier waarop werkgevers de grenzen van de wetgeving rond tijdelijke contracten opzoeken, zo valt in de Volkskrant te lezen. “De tussenbaan biedt alle betrokkenen kansen. We binden werknemers voor langere tijd aan ons. En werkgevers behouden de flexibiliteit die ze wensen,” zo zegt Patricia Hoogstraten namens de werkgevers in de krant.

i robot

Illustratie: www.tasteofcinema.com

Een tussenbaan, een geniale vondst. Alhoewel, zijn alle banen niet een vorm van ‘tussenbaan’? Is een baan met een vast contract tegenwoordig niet ook gewoon een baan tussen de vorige en de volgende? Was zelfs de ‘baan voor het leven’ van vroeger niet een ‘tussenbaan’? Een baan tussen de schooltijd en het pensioen. Zouden we niet veel beter af zijn als we uitgaan van de tijdelijkheid van alle werk en iedere baan? Over tien jaar zijn er immers beroepen waar we nu nog niet van hebben gehoord en nu gangbare beroepen zijn dan ‘weg gerobotiseerd’.

Volgens velen is de vaste baan de maat der dingen. Een vaste baan omdat die mensen zekerheid biedt. Hoe zeker is die zekerheid als een reorganisatie of een tegenvallende economische situatie voldoende is om die vaste baan te beëindigen? Inderdaad dat kost geld en is vooral voor kleine bedrijven een zware last en een reden om iemand dan maar niet in dienst te nemen en een tijdelijk contract te bieden.

Onze sociale stelsel is gebouwd in de tijd van de ‘baan voor het leven’. Een baan die ook toen wel eens weg viel en dan werd zekerheid van inkomen geboden in de periode tussen twee banen. Moeten we het sociale stelsel niet op een andere leest schoeien nu ‘banen voor het leven’ niet meer bestaan en ‘flex’ de norm is? Zou een stelsel dat is gebaseerd op een sober doch menswaardig bestaan een uitkomst bieden? Een stelsel met een basisinkomen dat een dergelijk bestaan garandeert? Aangevuld met een belastingstelsel dat iedere Euro die je vervolgens verdient, progressief belast en geen aftrekposten aan de ene kant en toeslagen aan de andere kant kent.

Het zou een flinke versimpeling van het belastingstelsel betekenen, fraudemogelijkheden fors beperken en werk weer lonend maken. Lonend omdat iedere verdiende Euro tot meer bestedingsruimte leidt omdat de armoedeval er niet meer is. De armoedeval die mensen nu belemmert om te gaan werken omdat een stijging van bruto inkomen leidt tot het verlies van allerlei toelagen en zo tot een lager besteedbaar inkomen.

Pensioenpotje

De Sociaal Economische Raad broeit op een nieuw pensioenstelsel, zo valt te lezen in de Volkskrant. De kern ervan: “Iedereen een eigen pensioenspaarpot. En pas zekerheid over de hoogte van de oudedagsuitkering als de pensioendatum in zicht is, afhankelijk van een positief of negatief beleggingsresultaat.” Dit zou blijken uit een vertrouwelijk conceptadvies van de Raad. Hoe vertrouwelijk is zo’n advies als het de voorpagina van een krant haalt? Een vraag ter verdieping hierbij: hoe ‘te vertrouwen’ zijn de SER-mensen dan? Dat even terzijde.

pensioenIllustratie: TRABVV

Mijn pensioenpremie wordt, als deze plannen werkelijkheid worden, gestort op een individuele pensioenrekening vergelijkbaar met een ‘gewone beleggingsrekening’. Als het goed gaat groeit die rekening omdat ik iedere maand bijstort en door de mogelijke rendementen die mijn centen opleveren. Het geld op al die individuele rekeningen, wordt door pensioenfondsen belegd. Zo’n tien jaar voor mijn pensionering krijg ik ‘duidelijkheid’ over de hoogte van mijn pensioen.

Waarin verschilt dit eigenlijk van het huidige stelsel? Wat maakt die ‘individuele’ rekening waarop het wordt gestort uit, als aan de achterkant het geld op één hoop wordt gegooid en belegd? Of kan ik zelf kiezen hoeveel risico er met mijn geld wordt genomen en waarin het wordt belegd? Wordt ook in het huidige stelsel niet pas korte tijd voor de pensionering duidelijk hoe hoog het pensioen werkelijk zal zijn?

Zou u dertig tot vijfendertig jaar geld in een zwarte doos gooien, zonder tussendoor enig zicht te willen hebben op wat het oplevert? Want daar lijkt het op als je pas tien jaar vóór je pensionering enig inzicht krijgt. Wat als het dan tegenvalt en je ingelegde geld voor een belangrijk deel is verdampt? Als het fonds er een potje van maakt? Welke mogelijkheid heb je dan om de schade te herstellen? Nu dragen mijn werkgever en ik ruim twintig procent van mijn bruto salaris af als pensioenpremie. Het fonds belegt en ieder jaar krijg ik de stand van zaken. Ik kan ieder jaar kijken of ik iets aanvullends moet doen.

Waarom wordt mij, als het pensioen dan toch ‘geïndividualiseerd’ moet worden, niet de mogelijkheid geboden om de premie te gebruiken om bijvoorbeeld een huis te kopen of een gekocht huis af te betalen? Daarmee beperk ik mijn uitgaven nu en in de toekomst. Nu betaal ik minder rente en in de toekomst woon ik ‘gratis’. Zou de SER daar niet eens naar moeten kijken?

Fietsenband, blinde darm en hartklep

In zijn wekelijkse column in de Volkskrant bespreekt Frank Kalshoven de gezondheidszorg en dan vooral de pogingen om de kosten ervan te beheersen. Hij verzet zich tegen het collectiviseren van de zorg, iets wat enkele linkse partijen lijken te willen en breekt een lans voor de eigen bijdrage.

lekke-band

Foto: Alles Over Fietsen

Om zijn punt helder te maken, vergelijkt hij de zorg met een fietsenmaker: Mensen kiezen er niet voor om ziek te worden. Mensen kiezen er niet voor een lekke band te krijgen. Mensen gaan niet voor hun lol naar de dokter. Mensen gaan niet voor hun lol naar de fietsenmaker. Het gaat wel om hun gezondheid. Het gaat wel om hun mobiliteit.” Twee keer pech en toch  betalen we de dokter, op een kleine eigen bijdrage na, collectief en de fietsenmaker niet. Kalshoven: “ Als we alles wat we niet voor onze lol betaalden, zouden collectiviseren, leefden we hier binnenkort in het paradijs, het Noord-Koreaanse wel te verstaan.” De dokter is, net als de fietsenmaker geen publiek goed: “de diensten van de dokter zijn net zo uitsluitbaar en rivaliserend als die van de fietsenmaker. We zouden zorg net zo kunnen organiseren als de fietsenmakersbranche: afrekenen voor geleverde diensten, pinnen per consult, operatie, medicijn. Bij een echt publiek goed, pakweg Defensie, kan dat niet: we kunnen niemand in Nederland uitsluiten van de bescherming en de bescherming van u rivaliseert niet met die van mij.” Nu leert de geschiedenis dat mensen ook uitgesloten kunnen worden van bescherming door het leger. Zo werd de oostkant van de Maas in de verdedigingsplannen van het Nederlandse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog zonder slag of stoot opgegeven, de Maas was de eerste verdedigingslinie. Dat terzijde.

Terug naar Kalshovens vergelijking. Een lekke band is hooguit hinderlijk, een lekkende blinde darm of hartklep dodelijk. De band kan ik zelf plakken, de blinde darm of hartklep niet. Daar heb ik toch echt een arts voor nodig. Eerst om de diagnose te stellen en vervolgens voor de operatie. Bovendien zijn er voor een fiets alternatieven: je kunt lopen, steppen, met de scooter, auto, trein, bus, vliegtuig. Wat zijn de alternatieven voor mijn blinde darm of hartklep?

Het is alsof we voor 50 cent bij de fietsenmaker onze band konden laten plakken. Als mensen dan zouden zeggen: nou, dan ga ik fietsenmaker mijden hoor, dan zouden we zeggen: wat jij wil. Als je zelf niet eens 50 cent wilt betalen voor een dienst die ons allemaal 10 euro kost, is blijkbaar met jouw lekke band goed te leven.” Zo vergelijkt Kalshoven de fietsenband met de doktersbehandeling. Inderdaad is het goed leven met een lekke band. Is dat ook zo met een lekkende blinde darm of hartklep?

Gaat Kalshovens vergelijking niet mank?

Open grenzen en arbeidsmigranten

Oorzaak en gevolg waren de eerste woorden die mij te binnen schoten toen ik het artikel van Jaques Monasch bij ThePostOnline las. Monasch maakt zich druk over alles wat er fout is in de Europese Unie en toen ik de volgende passage las, dacht ik aan die twee woorden: “Het vrije verkeer van werknemers heeft geleid tot de uitholling van beroepen en tot oneerlijke concurrentie met als gevolg steeds lagere lonen. Om die reden moet de arbeidsmigratie aan banden worden gelegd.”

MOOIWEERAARDBEIENFoto: BN De Stem

Ja, door het vrije verkeer van personen kwam de Poolse aspergesteker, stukadoor en fabrieksarbeider naar Nederland en al snel werd hij gevolgd door zijn Bulgaarse of Roemeense collega. Monasch lijkt een punt te hebben: sinds deze arbeidsmigranten komen, worden beroepen uitgehold, lonen lager en de concurrentie oneerlijker. Dus de grenzen dan maar sluiten voor deze arbeidsmigranten.

Maar wacht eens even, klopt die redenering wel? In tijd gingen eerst de grenzen open en daarna de lonen omlaag en zonder open grenzen zou dit niet kunnen gebeuren, maar is het eerste daarmee ook de oorzaak van het laatste?

Ja, zij krijgen meestal minder betaald dan hun Nederlandse collega’s waarvoor de werkgever een CAO loon moet betalen. Een lager loon omdat zij via allerlei schimmige maar toch legale uitzendconstructies worden ingehuurd. Via bijvoorbeeld uitzendbureaus gevestigd in Polen die deze mensen in dienst hebben volgens de Poolse wet en arbeidsvoorwaarden. En ja, hierdoor werden en worden Nederlandse arbeiders uit de markt geprezen.

Zou de oorzaak van die uitholling, oneerlijke concurrentie en de lagere lonen die daarvan een gevolg zijn, niet het gevolg zijn van al die schimmige constructies? Zijn die schimmige constructie niet het gevolg van een gebrek aan daadkracht, of erger, wilskracht van onze politici om wettelijk te bepalen dat iemand die in Nederland zijn werk verricht, volgens de Nederlandse CAO betaald moet worden?

Rendement van een kind

Beste Frank Kalshoven, in uw wekelijkse Het spel en de knikkers in de Volkskrant houdt u een hartstochtelijk pleidooi voor minder deeltijdwerken. “Maar in Nederland overdrijven we schromelijk de andere kant op. Individu én maatschappij hebben er alle belang bij de doorgeschoten deeltijdcultuur krachtig te gaan bestrijden.” Zo eindigt uw betoog. De maatschappij heeft daar belang bij omdat daardoor belastinggeld binnenkomt, het individu omdat hij of zij zo het hele leven economisch zelfstandig kan zijn. “De kern van de zaak hierbij is: we investeren per kop pakweg 150 duizend euro belastinggeld in het onderwijs aan kinderen en jongvolwassenen. … We hebben er, als investeerder in nieuwe generaties, belang bij dat die investering rendeert.” 

Onderwijs.jpg

foto: Yulius

Ik begrijp uw redenering, toch roept deze enkele vragen bij mij op. Hoeveel uur werk is volgens u voldoende om die investering te laten redeneren? Fulltime is nu veertig uur, dat is echter ook maar een afspraak. Zoals u wellicht weet, was een werkweek vroeger veel langer en werkten zelfs kinderen soms wel meer dan twaalf uur per dag en dat minimaal zes dagen in de week. Als meer uren, meer rendement betekent, zouden het er dan ook tweeënzeventig kunnen zijn?

Belangrijker dan die vraag is de vraag of de uren die iemand niet werkt, geen rendement voor de samenleving opleveren? Met andere woorden, is betaald werk de enige manier om rendement te creëren? Leveren de uren die ik steek in de opvoeding van mijn kinderen geen rendement op? Of de uren die ik besteedde aan het zorgen voor mijn overleden vader? Of de uren die ik besteed aan het begeleiden van het honkbalteam van mijn zoon? Allemaal zaken die me geen geld opleveren, moet ik daar dan maar mee stoppen?

De belangrijkste vraag is of we  onderwijs aan kinderen primair als een economische investering moeten zien? Als het primair een economische investering is, waarom besteden we dan zoveel geld aan kinderen die nooit rendement op zullen leveren?

Naar de bron

“Occupy heeft inderdaad niet de neoliberale wereldorde omver geworpen, maar Bernie Sanders, Syriza, Jeremy Corbyn en Podemos zijn ondenkbaar zonder het voorwerk van Occupy.” Dit schrijft Hassan Bahara in de Volkskrant bij zijn bespreking van het boekje Ik kom in opstand van Eva Rovers. Volgens Bahara, ik heb het boekje nog niet gelezen,  handelt het boek over de kracht, of eigenlijk de zwakte, van opstanden via sociale media. Bij deze ‘digitale opstanden’ ontbreekt de onderlinge verbondenheid die, volgens Rovers, nodig is voor succesvolle sociale veranderingen. Rovers onderbouwt haar betoog met het Occupy voorbeeld, de Egyptische opstand tegen Mubarak en Black Lives Matter. Bij Occupy en Black Lives Matter vindt Bahara de voorbeelden van Rovers niet overtuigend.

bronFoto: Woon & Leven

Of de voorbeelden het betoog van Rovers versterken, kan ik niet beoordelen, ik heb haar boek niet gelezen. Dat weerhoudt mij niet om kanttekenen bij de redeneringen van Bahara te plaatsen. Zou Syriza in Griekenland er werkelijk niet zijn geweest zonder Occupy? Dat zou betekenen dat Syriza haar visie op de wereld aan Occupy te danken heeft, dat Sanders, Corbyn en Podemos putten uit het gedachtegoed van Occupy. Dat zou betekenen dat het denken ingrijpend is gewijzigd door Occupy en dat Occupy een nieuwe visie op de wereld heeft geformuleerd.

Een vreemde gedacht omdat diverse auteurs de ‘Occupy’ boodschap al vóór 2011 brachten. Neem John Cassidy en Wat als de markt faalt” uit 2009, Benjamin Barber en zijn Cunsumed uit 2007, Naomi Klein in No Logo uit 1999 en Hans Achterhuis en zijn Het rijk van de schaarste uit 1988 om er slechts een paar te noemen. Een oude boodschap trouwens, in de negentiende eeuw bracht Karl Marx deze al. Trouwens niet alleen ‘schrijvers’, ook demonstranten zoals de Indignados in Spanje vlak voor het eerste Occupy tentenkamp op Wallstreet of bij de diverse bijeenkomsten van de Wereld Handelsorganisatie zoals in 1999.

Zou het kunnen dat Occupy niet de bron is maar dat het uit dezelfde bron put als Corbyn, Sanders, Syriza en Podemos?

Door de bank genomen

De Brexit is nu al een flinke tijd in het nieuws. Alle hel en verdoemenis scenario’s aan de ene en jubelscenario’s aan de andere kant zijn de revue al een gepasseerd. De Amsterdamse wethouder Kajsa Ollongren zet alles op alles om haar stad te laten profiteren van die Brexit.

verleiders

Namens het het bestuur van Amsterdam probeert zij allerlei financiële instellingen te verleiden om naar Amsterdam te komen, zo valt te lezen in de Volkskrant. Die‘ bedienen’ nu vanuit Londen de Europese markt en als de Britten werkelijk afscheid hebben genomen van de Europese Unie, dan wordt dat lastig omdat Londen dan buiten die Unie ligt. En, net als bij de ‘Tesla-frabiek’ strijden ook hier meerdere steden (overheden) om de gunsten van de financiële sector, naast Amsterdam strijden Dublin, Frankfurt en Parijs. Ollongren wil hierbij het Nederlandse ‘bonussen beleid’ opnieuw bezien: “We moeten kijken in hoeverre wij als Nederland last hebben van deze regel.” Een discussie waard, maar een die ik nu niet wil voeren.

Waarover dan wel? Over de vraag of we die grotere financiële sector wel moeten willen? “We doen dit niet voor de banken. We doen dit omdat de financiële sector als geheel belangrijk is voor de Nederlandse economie en de Amsterdamse werkgelegenheid. Ik vind dat we daarbij moeten inzetten op wat moet worden in plaats van wat is – de klassieke banken dus. Daarom praat ik in Londen met fintech-bedrijven. Vernieuwende start-ups,” aldus Ollengren. Is die financiële sector wel zo belangrijk? Of eigenlijk moet ik de vraag anders stellen: is de financiële sector niet te belangrijk gemaakt? Wat voor een financiële sector willen we?

‘Fintech-bedrijven’ en vernieuwende start-ups’ dat klinkt spannend en uitdagend. De ‘klassieke bank’ van Ollengren ontwikkelde rente derivaten, verzamelde leningen in grote pakketten waarvan niemand meer wist wat ze nu eigenlijk waard waren en drong je deze producten vervolgens op. Die waren innoverend, vernieuwend en vooral op zoek naar eigen winst. Hierbij namen ze onverantwoorde risico’s waar de belastingbetaler de ‘rekening’ van moest betalen. Die werd zo ‘door de bank genomen’ om het plastisch uit te drukken.

Moet de financiële sector niet saai en doorzichtig zijn? Eigenlijk niet meer als een klassieke bank, bijvoorbeeld de ouderwetse Boerenleenbank. Een bank waar mensen hun geld stalden en die dat heel voorzichtig uitleende aan particulieren en bedrijven. De bankdirecteur kende iedereen want hij woonde immers in dezelfde stad of hetzelfde dorp. Moet de financiële sector niet weer gewoon saai, doorzichtig en vooral dienend worden?