Dom, dom, dom …

Poetst u uw huis zelf? Dom, dom, dom! Brengt u uw kinderen zelf naar school? Dom, dom, dom! Tenminste, als we Heleen Mees mogen geloven. In haar column in de Volkskrant legt zij uit waarom de arbeidsproductiviteit in Nederland zo hoog is. In het kort komt het erop neer dat wij minder lang werken en de tijd die we niet werken, vullen met poetsen en voor onze kinderen zorgen. Mees:

“In Nederland is het bijna altijd financieel aantrekkelijker om minder uren te werken en zelf allerhande laagwaardig werk te doen dan dat soort werk uit te besteden.”

 

John Galt

Foto: Wikimedia Commons

Mees geeft een voorbeeld: “Zo voert een medisch specialist van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam een juridische procedure tegen haar werkgever omdat zij ’s ochtends eerst haar kinderen naar school wil brengen en daardoor pas na negenen op haar werk kan zijn.” Een klusje waarvoor ze, aldus Mees, iemand kan inhuren zodat zij haar dure werk kan doen. Als ze dit zou doen, dan zou het naar school brengen als werk tellen, laag productief werk, dat de totale arbeidsproductiviteit in Nederland zou drukken. Poetsen en naar school brengen: “De banen in de persoonlijke dienstverlening die ontstaan als hoogopgeleiden meer uren zouden werken, bieden uitstekende kansen voor laaggeschoolden.” 

Bijzonder is dat de uren die de medisch specialist besteedt aan de kinderen naar school brengen niet mee tellen als arbeid en dus bij het bepalen van het nationaal inkomen, er wordt niet voor betaald. Als dat gebeurt door een kinderoppas die hiervoor betaald krijgt, telt het wel mee. Is het niet vreemd dat dat wat van waarde is, de betrokkenheid van een ouder bij zijn kinderen, niet wordt gewaardeerd en het uitbesteden van die betrokkenheid wel?

Mees’ betoog sluit aan bij het denken van Ayn Rand. In haar belangrijkste boek Atlas Shrugged beschrijft zij, via de personages John Galt en Dagny Taggert, haar ideale samenleving. Een samenleving waarbij alles wat mensen met elkaar hebben en doen gebeurt via een transactie. Alles moet worden gekocht en betaald. Dit levert vast het grootste economische meerwaarde op. Iedereen doet dat waar zijn meerwaarde het grootste is en dat levert voor het geheel de grootste meerwaarde. Laat de dokter alleen dokteren, de poetser alleen poetsen en dan het liefst zeven dagen per week en vierentwintig uur per dag. Dat zou het beste zijn voor de economie. Want waarom zou een dokter of een poetser een hobby moeten hebben zoals het trainen van het voetbalteam van zijn of haar kinderen? Zijn of haar meerwaarde zit niet in het trainen van voetballertjes, dan was hij of zij wel trainer geworden. Laat die trainingen ook maar verzorgen door een professionele trainer. Waarom zou de arts nog sex moeten hebben, daar zit niet haar meerwaarde. Als haar meerwaarde daar het grootste zou zijn, zou ze wel prostituee zijn geworden.

Maar, … . Zouden we daar gelukkiger van worden? Zou die medisch specialist gelukkig worden als het contact met de kinderen verloren zou gaan? Zouden die kinderen daar gelukkig van worden?

Delen met wie?

“De deeleconomie heeft zijn onschuld verloren,” de kop boven een artikel van Elisa Hermanides in Trouw. Aanleiding voor het artikel is de actie van de gemeente Amsterdam om ‘deelfietsen’ die in de stad rondslingeren te verwijderen en naar het gemeentelijk depot te brengen. De ‘zwerfdeelfietsen’ zijn volgens Hermanides het zoveelste voorbeeld van wantoestanden in  de ‘deeleconomie’. Eerder hadden we immers al de uitgebuite Uberchauffeur en de overlast veroorzakende Airbnb-ers.

LeenfietsFoto: Flickr

‘Eerlijk zullen we alles delen’ aldus een regel uit een Sinterklaasliedje dat duidelijk maakt waar het bij delen om gaat. Bij delen gaat het erom dat een kind haar chocoladereep deelt met een ander kind. Of een goede vriendin die tijdens het laatste Zomerparkfeest met een bakje frieteieren aankwam, die we vervolgens gezamenlijk hebben opgegeten. Voor de niet ‘Venlonaeren’ onder ons, een friet-ei is dé culinaire innovatie en traktatie uit Venlo. Aan dat gevoel appelleert het begrip ‘deeleconomie’.

Is er in de deeleconomie wel sprake van delen? Gedeeld wordt er als iets “zo (wordt gesplitst) dat ieder zijn deel krijgt,” aldus de Vandale. Het is lastig om een fiets op een dergelijke manier te delen. Dan zou je hem in stukken moeten zagen en heeft iedereen een stukje oud ijzer. Wel kun je een fiets door iemand anders laten gebruiken, dan laat je hem delen in het genot dat jij hebt van je fiets.

Met de fietsen die Amsterdam weghaalt en in het depot plaatst, ligt dat echter anders. De eigenaar van die fiets, fietst er nooit op. Hij laat jou niet delen in het genot van zijn fiets. Hij laat jou betalen voor het huren van een van zijn fietsen. Het is te vergelijken met de auto die ik tijdens onze vakantie op Lesbos huurde. Of de parketschuurmachine die ik huurde toen de plankenvloer opnieuw gelakt moest worden. Het friet-ei van die vriendin gaf mij een veel ander, beter gevoel dan die auto of parketschuurmachine.

Is die deelfiets niet gewoon een huurfiets? Zouden we delen niet moeten bewaren voor zaken waar geen geld mee is gemoeid? Dus ‘deeleconomie’ reserveren voor een economie zonder geld of tegenprestatie?

‘Visflats’

Na het lezen van deze titel zult u zich afvragen, waar gaat dit over? Toch is dat het eerste waaraan ik moest denken toen ik in de Volkskrant las dat:

“Voedselkweek op zee kan de huidige visvangst volledig vervangen en ruimschoots aan de vraag naar vis van de toekomst voldoen.” 

VissenFoto: Pixabay

Volgens onderzoekers zou het ‘viskweekmes’ weleens aan meerdere kanten tegelijk kunnen snijden. “Het blijkt dat in een ideale situatie slechts 0,015% van het oceaanoppervlakte nodig is om dezelfde hoeveelheden vis en schaaldieren te produceren als de gehele huidige visserij.” Ook bleek: “… dat enkele van de gebieden met de hoogste potentie voor de kusten liggen van landen met een hoge bevolkingsgroei, waaronder India en Kenia.” Als klap op de vuurpijl: “…is mariene aquacultuur, mits goed uitgevoerd, duurzamer dan veeteelt, doordat vissen minder methaan uitstoten dan vee.” En zelfs het oplossen van de belangrijkste vraag waarmee die vissen moeten worden gevoerd ziet er hoopgevend uit: “Gedacht wordt aan het onttrekken van voedingsstoffen uit restafval van landbouw. Ook kijken onderzoekers of visvoer uit zeewier of bacteriële eiwitten te maken valt.” 

Dat ziet er hoopvol uit, waarom moet ik dan toch denken aan varkensflats en mega-stallen? Zou het kunnen omdat varkensflats en mega-stallen dezelfde voordelen bieden als viskweek. Door varkens, net als kippen trouwens, te stallen in een mega-stal met meerdere verdiepingen is ook slechts een fractie van de ruimte nodig die hun in het wild scharrelende evenknieën gebruiken. Ook die ‘flats’ kun je bouwen op plekken waar de bevolking het meeste groeit. Ook kan gebruik worden gemaakt van restafval van de landbouw, het pulp van bijvoorbeeld suikerbieten kan dienen als veevoer. Het enige wat de vissen voor hebben op de varkens en kippen is de methaan-uitstoot. Daar staat tegenover dat niet duidelijk is wat de gevolgen van massale kweek van vissen op een klein gebied voor effecten op het milieu heeft, net zoals de gevolgen van intensieve veeteelt tevoren niet bekend waren.

Maar wat belangrijker is. Hoe zit het met het welzijn van de vis? Ja, vissen zijn gewend in grote scholen samen te zwemmen, dus tegen drukte zullen ze wel kunnen. Maar, hoe zullen ze het vinden om slechts beperkte ruimte te hebben om te zwemmen? Wat zou dat met de psyche van de vis doen? Voelt hij zich nog wel vis als hij alleen maar in die ‘visflat’ kan zwemmen? Wat zal het met de vis doen als hij zijn ‘wilde’ soortgenoot voorbij de raampjes van de ‘flat’ ziet zwemmen?

Marktwerking in de zorg

Vakantie betekent voor mij nog meer lezen dan normaal. Gisteren een eergisteren besteedde ik aandacht aan Sandel en zijn boek Politiek en moraal. Filosofie voor het publieke debat, dat in mijn koffer zat. Vandaag moest ik denken aan een ander boek van Sandel, Niet alles is te koop. De morele grenzen van marktwerking dat ook in mijn koffer zat. Ik  moest aan dit boek denken toen ik over de problemen bij zorginstelling Careyn las. Bij het AD las ik dat de kamer bezorgd was over de situatie bij deze organisatie en dat de SP en PVV hierover vragen hebben gesteld aan staatssecretaris Van Rijn.

marktwerking

Illustratie: Flickr

“Waarom zouden we er een probleem van maken dat we op weg zijn naar een maatschappij waarin alles te koop is?, vraagt Sandel zich in de inleiding af. Direct erachteraan: “ Om twee redenen: de eerste heeft te maken met ongelijkheid en de tweede met corruptie. (…) In een maatschappij waarin alles te koop is, hebben mensen met weinig middelen het moeilijk. Hoe meer er voor geld te koop is, hoe belangrijker geld (of een gebrek daaraan) wordt.”

Wat dit met het geval Careyn te maken heeft? Is Careyn niet gewoon een voorbeeld van een bedrijf dat slecht draait omdat het te groot is geworden? PVV-kamerlid Fleur Agema denkt dat ook: “Dit is vooral heel verdrietig voor de bewoners en medewerkers die er alles aan doen om de dag door te komen. De bedrijfsvoering is verziekt. Groter is niet beter. Careyn moet worden opgeknipt in kleine locaties en opnieuw beginnen.’’ Slechte bedrijfsvoering kan best een reden zijn.

Laten we eens inzoomen op die bewoners en medewerkers waarvoor het verdrietig is. Sandel: “Maar aangezien er voor geld steeds meer te koop is – politieke invloed, goede medische zorg, verblijf in een veilig buurland in plaats van in een door misdaad geteisterde natie, toelating tot elitescholen in plaats van slecht presterende scholen – legt ook de verdeling van inkomen en rijkdom steeds meer gewicht in de schaal. (…) Dit verklaart waarom vooral gezinnen uit de lagere en de middenklasse het de laatste decennia zo moeilijk hebben gehad. De kloof tussen arm en rijk is dieper geworden en de commercialisering van het maatschappelijke leven heeft de pijn daarvan nog eens verscherpt.” 

Is de zorg niet een voorbeeld van die commercialisering van het maatschappelijke leven? Zouden de bewoners en het personeel aan de rijke kant van de kloof staan? Zou die rijke kant van de kloof ook de dupe worden van een eventuele ondergang van Careyn?

Framen, framede, geframed

Bij ThePostOnline waarschuwt Teunis Dokter voor framing, het “woorden en beelden zo (…) kiezen, dat daarbij impliciet een aantal aspecten van het beschrevene worden uitgelicht. Deze uitgelichte aspecten helpen om een bepaalde lezing van het beschrevene of een mening daarover te propageren,” aldus Wikipedia. En dat gebeurt tegenwoordig zo vaak dat: “het vertrouwen van het publiek afbrokkelt.” Iets wat niet goed is voor: “een democratie waar het maatschappelijk debat afhankelijk is van hoor en wederhoor is het schetsen van een juist beeld van de werkelijkheid onontbeerlijk.” 

ChurchillIllustratie: Flickr

Nu is de term ‘framing’ nieuw, het kleuren van zaken en gebeurtenissen in je eigen voordeel zeker niet. Churchill was er een meester in, denk maar aan de term ‘het ijzeren gordijn’ dat in Europa werd neergelaten. Of denk aan de spreuk ‘Mussert of Moskou’ van de NSB in de jaren dertig. Ik heb er geen onderzoek naar gedaan, maar waarschijnlijk is dit al zo oud als de mensheid. Van recenter datum is de ‘politieke vooringenomenheid’ van de media, waaraan Dokter zich stoort. Recenter omdat de media van recenter datum zijn. Niet omdat die media pas later ‘politiek vooringenomen’ werden. Hoe is het anders te verklaren dat het grootste deel van de vorige eeuw, iedere stroming in de Nederlandse politiek zijn eigen krant had en vaak zelfs ook nog een eigen omroep? En ook in nog vroeger eeuwen waren ‘de media’ flink gekleurd. In spotprenten en pamfletten werd de kachel aangemaakt met de ander. Als we verhalen en liederen ook als ‘media’ zien, en waarom zouden we dat niet doen, dan werd ook daarin de werkelijkheid ‘gefotoshopt’.

Bijzonder wordt het als Dokter voorbeelden van ‘moderne framing noemt: “op 8 juni wist het Achtuurjournaal van de NOS een opvallende rapportage van de herverkiezing van Theresa May te geven.” Het Achtuurjournaal: “toonde (..) de sterke daling van de Britse Pond tijdens de verkiezingsdag. Met koeienletters zagen kijkers de daling van de Britse Pond op hun televisieschermen. De koopkrachtdaling van de Britse Pond was echter al maanden aan de gang en zeker niet nieuwswaardig. Dat de Britse beursindex al maandenlang aan het stijgen was en ook op 8 juni positief sloot werd handig buiten beschouwing gelaten. Framing? U mag oordelen.” Dit om: “iedereen die een NEXIT-referendum zou overwegen (te) overtuigen dat idee te laten vallen.” Conclusie van Dokter: “Nog nooit was de politieke vooringenomenheid zou duidelijk te benoemen als rondom dit onderwerp.”

Beste meneer Dokter. De Britten besloten vorig jaar al tot een Brexit en sinds die tijd daalt het Pond in waarde, zou er een verband zijn tussen die twee? Wat zou op het leven van de gemiddelde Brit het meeste effect hebben, het dalende Pond of de stijgende beurskoersen? Het dalende Pond betekent minder waar voor ieders geld, van de stijgende beurskoersen profiteren alleen aandeelhouder. Bent u niet de pot de de ketel verwijt dat hij zwart ziet? Maakt u, net als iedereen, niet ook gebruik van ‘framing’?

Probleembonus of bonusprobleem?

Minister Kamp blijft droevig gestemd over de Brexit, zo valt in de Volkskrant te lezen. Kamp: “Het raakt me elke keer als ik het erover heb.” Maar, zoals de beroemde Nederlandse voetbalfilosoof Johan Cruijff, al zei: ieder nadeel heb z’n voordeel. Zo ook de Brexit: “Het levert ons kansen op, maar ik had die kansen liever niet gehad.” Die kansen bestaan uit het hierheen halen van bedrijven vooral uit de financiële sector. Die kansen wil Kamp benutten, want: “dat kan leiden tot duizenden nieuwe banen in Nederland en honderden miljoenen aan belastinginkomsten.” Alleen wordt Kamp erg gehinderd bij het benutten van die kansen: “Het bonusplafond is een reëel probleem voor bedrijven. Een grote bank overweegt naar een andere plek te gaan en denkt zijn topmensen aan zich te binden met een hoge bonus.” Daarom wil Kamp opnieuw naar het pas vastgestelde ‘bonusbeleid’ kijken: “het is altijd verstandig om op actuele ontwikkelingen te reflecteren.”

bonussen

Illustratie: Pixabay

Dat is inderdaad verstandig, daarin moet ik minister Kamp gelijk geven. Laten we eens met Kamp mee-reflecteren. Op de vraag van de De Volkskrant of we die banken wel naar hier moeten halen terwijl de kredietcrisis liet zien dat Nederland al kwetsbaar was vanwege de grote financiële sector, antwoordt Kamp dat het: “om grote internationale banken zoals JP Morgan (gaat). Die vertolken een grote rol in het internationale financiële verkeer en dat blijven ze doen.” Is het zijn van een ‘grote internationale speler’ een reden de kwetsbaarheid van Nederland te vergroten? Zijn grote internationale banken die een belangrijke rol spelen, onkwetsbaar? Was Lehman Brothers dan een kleine lokale speler of AIG, The Royal Bank of Scotland? Waren banken zoals Fortis en ING die in Nederland voor de grote problemen zorgden waarvoor de overheid opdraaide, niet ook belangrijke internationale spelers?

De reden om de bonussen aan banden te leggen, was om een einde te maken aan ‘perverse prikkels’. Om, zoals minister Dijsselbloem in 2013 bij RTL Z uit de doeken deed, een einde te maken aan: “gericht op korte termijn winsten die een dag later vervlogen kunnen zijn of waarvan de risico’s bij anderen terecht komen.” Is dat risico op ‘perverse prikkels’ nu verdwenen? Zijn bedrijven en vooral financiële instellingen nu gericht op de lange termijn? Wijzen de activiteiten van ‘activistische beleggers’ op gerichtheid op de lange termijn of op snelle winsten? Neem het voorbeeld Unilever, dat bedrijf gooit een belangrijk deel van haar doelstellingen voor wat betreft duurzaamheid in de prullenbak om op de korte termijn die ‘activistische belegger’ tevreden te houden. Herformuleert Kamp het probleem van de bonussen niet tot een bonusprobleem?

Als laatste de belangrijkste vraag, zijn de problemen in de financiële sector die tot de kredietcrisis leidden, opgelost of draait het systeem op gratis (belasting)geld van de Europese Centrale Bank? Gratis geld dat zorgt voor nieuwe luchtbellen?

Vrije markt, of toch niet?

Volgens Alexander Sassen van Elsloo staan we aan de vooravond van een ‘enorme ramp’, zo valt te lezen bij Opiniez. Een economische ramp waarbij de crisis van 2008 in het niet zal vallen. De oorzaak van die ramp: “een elite (die) zich met van alles en nog wat bemoeit, zo ook met de economie.” Dat zou die elite (de overheid) niet moeten doen, want: “Als mensen met rust worden gelaten (staat is er voor bescherming van lijf en eigendom), dan is er een vrije markt waaruit juiste prijzen voortkomen. Deze prijzen geven weer impulsen om meer of minder te consumeren, dan wel meer of minder te investeren. Over- of onderproductie komt nauwelijks voor (wordt gelijk afgestraft) en alleen de meest solide projecten krijgen daarvoor financiering.”

Hayek

Omdat de overheid zich wel met de economie bemoeit, loopt alles in het honderd. De reden, omdat: “de overheid handelt (…) met onvolledige dan wel onjuiste informatie.”  De markt kent dit falen niet, die heeft alle informatie in zich vervat. De Oostenrijker Friedrich Hayek , de belangrijkste grondlegger van het neoliberale denken, zou het niet beter kunnen verwoorden. En, overheidsbemoeienis leidt tot slavernij, zo betoogt Hayek in zijn boek Road to Serfdom. De ‘schuldensamenleving’ die ook Sassen van Elsloo constateert, zou je kunnen zien als die moderne vorm van slavernij. Sassen van Elsloo heeft een punt.

Of toch niet. Kwam de grote ‘verschulding’ niet juist op gang toen de overheid de regels voor het bankwezen versoepelde? Toen de overheid bankiers en verzekeraars de ruimte gaf om ‘innovatieve’ maar vooral ondoorzichtige producten op de markt te brengen. Producten zoals beleggen met geleend geld en ‘collaterized mortgage obligations’. De ruimte om tophypotheken te verstrekken aan mensen zonder een inkomen om de erbij horende lasten te kunnen betalen. De ruimte om grote sommen geld zonder enige belemmering te verschuiven van de ene naar de andere kant van de wereld. Toen de overheid dat deed waar Sassen van Elsloo voor pleit: geen overheidsbemoeienis?

De overheid moet zich niet met de economie bemoeien, alles moet vrij zijn. Nou ja alles? Wijkt hij in een tweede artikel niet van af: “Dat arbeid maar vrij moeten kunnen bewegen en dat het pensioenstelsel demografisch ondersteund moet worden, kan dan economisch in eerste instantie kloppen, de secondaire effecten zullen desastreus zijn voor maatschappij en dus ook voor de economie.”  Als vrije migratie schadelijk is, zouden er dan niet meer schadelijke effecten kunnen zitten aan een vrije markt? Zou de overheid dan niet ook op andere punten moeten ingrijpen? Zou ook te weinig overheidsbemoeienis tot een economische crisis kunnen leiden?

Om de parallel van Hayek met slavernij door te trekken. Hoe zijn de slavernij of de kinderarbeid aan hun einde gekomen? Was het een gevolg van ‘marktwerking’ dat de slaven hun vrijheid verkregen? Of was het de overheid die het verbood?

Verkeerslichtbediende

In 1990 maakte ik met vier vrienden een treinreis door de Sovjet Unie, die bestond toen nog. We ‘deden’ de beroemde Trans Siberië-expres van Moskou tot Khabarovsk. Tot Wladiwostok konden we niet, dat was toen nog een ‘geheime’ marinehaven. Je kon die laatste zeshonderd kilometer ook nog reizen, maar dan moest je meteen op de boot naar Japan, in Japan met de Shinkansen naar Tokyo en dan met het vliegtuig terug naar Schiphol. Die zeshonderd kilometer waren ruim vier keer de prijs van de rest van de reis en dat konden wij niet betalen.

transsiberieexpressroute

Illustratie: Trans Siberië Express

De paar dagen dat we in Moskou waren, viel mijn oog op een bijzonder huisje bij kruispunten met verkeerslichten. In dat huisje zat een man of vrouw en die bediende de verkeerslichten. Omdat het al wat later op de middag was, zagen we de man zijn post verlaten en naar huis gaan. Een vervanger kwam er niet en de verkeerslichten draaiden gewoon door. Wij verbaasden ons over deze ‘overbodige’ functie die we in Nederland niet kenden en die er ook nooit zou komen.

Nooit? Het is inmiddels 2017 en de laatste tijd zie ik dat de ‘verkeerslichtbediende’ ook in Nederland terrein wint. In mijn woonplaats Venlo zie ik ze steeds vaker en dan vooral op zaterdagen en Duitse feestdagen. Met busjes worden ze aangevoerd en op ‘strategische (kruis)punten’ afgezet. Vandaag zag ik ze weer staan. Niet bij verkeerslichten maar bij rotondes, die de verkeerslichten op bijna alle kruispunten hebben vervangen. Druk gebarend staan ze bezoekers te begeleiden naar de parkeerplaatsen en -garages. Als die goed verstopt zouden liggen, dan kon ik me daar iets bij voorstellen, maar dat is niet het geval. Al voordat je de stad binnenrijdt staan er borden die de bezoekers naar deze plekken begeleiden. Tegenwoordig noemen we dat in goed Nederlands een ‘bullshit-baan’.

Zou Nederland aan het ‘versovjetiseren’ zijn en stort de boel binnenkort in? Of heb ik vroeger ten onrechte gelachen om die ‘verkeerslichtbediende’?

Deeleconomie

In de laatste helft van de jaren negentig van de vorige eeuw stonden de kranten vol van de ‘nieuwe economie’. Door de ‘technologische ontwikkeling’ zoals de telecom en vooral het internet, toen nog met een hoofdletter I geschreven, zou het Walhalla bereikt zijn. Een Walhalla van eeuwig durende economische groei en rijkdom en geluk voor iedereen. Nou ja iedereen, vooral de ‘gelukkigen’ die een internetbedrijfje hadden opgezet en dat naar de beurs brachten. ‘Iets’ doen met internet was al voldoende om lyrische commentaren te krijgen waarna het geld vanzelf naar je toe rolde. Een kritische blik ontbrak. In 2000 knapte de zeepbel. De geschiedenis van internetprovider World Online, het bedrijf van Nina Brink, is tekenend voor deze hype.

LoesjeIllustratie: Loesje

Sinds een paar jaar wordt er veel gepraat en geschreven over de ‘deeleconomie’ een amalgaam van sociale initiatieven die een bijdrage moeten leveren aan een beter leven in wijken, dorpen en buurten, het delen van spullen met anderen, het een tweede leven geven van spullen en het verzamelen van geld ter financiering van die initiatieven mogelijk gemaakt via internet-platforms. Wat is er nieuw aan buurtinitiatieven? Of aan het delen, uitlenen  van spullen of er een tweede leven aan geven, dat gebeurde vóór het internet-tijdperk ook. Dat gebeurde vroeger via het prikbord bij de supermarkt of de kringloopwinkel en geld lenen van anderen is ook niet nieuw. Het internet maakt het wellicht iets makkelijker.

Wat ook niet nieuw is, zijn de commerciële initiatieven onder de vlag van de ‘deeleconomie’. Wat is er nieuw aan een een ‘tussenpersoon’ die vraag en aanbod bij elkaar brengt er daarvoor een vergoeding vraagt? Wat maakt Uber, behalve de schaal en het PR-offensief, anders dan Taxicentrale Amsterdam? Is Airbnb niet gewoon een reisbureau dat vraag en aanbod al het werk laat doen tegen een vorstelijke vergoeding, ook vergezeld van een massaal mediaoffensief?

Doen de oprichters van deze bedrijven dat niet met hetzelfde doel als Nina Brink met haar World Online, namelijk zo veel mogelijk geld uit de zakken kloppen van argeloze investeerders zonder kritische blik? Wordt in deze deeleconomie niet alles gedeeld behalve de verdiensten?

What you get is not allways what you see

De ‘hoofddoekjesaffaire’ bij de Amsterdamse politie laat Afshin Ellian niet los. na zijn bezorgdheid over de rechtsstaat waar ik al eerder over schreef, maakt hij zich nu bij Elsevier druk over de rol die Fatima Elatik bij de Amsterdamse politie speelt. Elatik doet als ingehuurd persoon iets met diversiteit voor de politie. Ellian: “En zelfs nu verdient u 12.000 euro per maand voor een onverklaarbare en onbegrijpelijke functie. Wanneer u dit fantastische leven als een lijdensweg beschouwt, kan ik me voorstellen dat velen in Nederland zonder bezwaar in uw schoenen willen staan.” Ik ben ook benieuwd wat Elatik voor dat geld moet doen.

Big Mac

Illustratie: RandomWeirdness.com

Elatik is, volgens haar LinkedIn profiel managing director van Elatik Consultancy. Net zoals ik managing director en hoofdredacteur ben van de Ballonnendoorprikker. Dat klinkt geweldig maar ik typ gewoon mijn eigen stukjes en verdien er niets mee (tenzij jullie mijn activiteiten middels een gift willen steunen). Elatik is waarschijnlijk niet veel meer dan een ZZp-er actief in de advieswereld. Voorheen werkte ze als stadsdeelraadsvoorzitter in Amsterdam. Laten we voor het gemak aannemen dat zij daar bruto € 100.000 verdiende. Als zzp’ er moet zij zich zelf verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid, sparen voor haar pensioen en rekening houden met geheel of gedeeltelijk werkloze periodes. Laten we er voor het gemak mee rekenen dat ze gemiddeld tweederde van een werkweek opdrachten heeft, dat zijn 24 uur. Om haar oude brutosalaris te halen, zal zij met een uurtarief van ongeveer €115 moeten rekenen. Dit komt bij 24 uur neer op ongeveer €12.000 per maand (€115 x 24 x 4,33).

Laten we naar Ellian kijken, hij is hoogleraar en krijgt het bijbehorende CAO-loon betaald en dat is (bij een fulltime aanstelling in trede 15 schaal H1) €8.971 bruto per maand. Met vakantiegeld en eindejaartoeslagen komt dat neer op ongeveer €126.000. Dit is exclusief zijn vergoeding als Elsevier-columnist en directeurschap van Metajuridica en eventuele andere inkomsten als spreken.

Volgens de kop boven het artikel is het een ‘gangsterbedrag’. Natuurlijk, het is veel geld en als er maar een uurtje of dagje werk tegenover staat, dan is het heel veel. Maar ja, wat is veel als een voetballer als Messi een contract voor €35 miljoen per jaar afwijst? Dat is net geen €675.000 per week en daar staat iedereen voor te juichen. En €12.000 is €12.000 maar ‘what you see is not allways what you get’ om de titel van mijn column van gisteren te parafraseren.