Lenen, lenen, lenen, betalen, betalen, betalen

Wil je weten wat het nieuwe kabinet eraan gaat doen, lees dan pagina 27 van het regeerakkoord. Niet voldoende vinden de opstellers van het manifest voor meer actie tegen de schuldenproblematiek dat je via De Correspondent kunt ondertekenen.

“Uit het regeerakkoord spreekt goede wil, maar het moet beter en het kan beter. Daarom doet Schuldvrij! vijf aanbevelingen aan de landelijke politiek,”

zo schrijven ze. De vijf aanbevelingen zijn: stop met het beboeten van schulden, stop de wanpraktijken van incassobureaus, heroverweeg de marktwerking voor deurwaarders, zorg voor samenhang binnen de overheid en bied meer mensen een perspectief op een schuldenvrij bestaan (een schone lei). Goede aanbevelingen want met recht constateren de opstellers van het manifest dat het regeerakkoord tekortschiet.

schulden

Illustratie: https://pixabay.com

Goed zo’n manifest dat oproept tot verdergaande actie tegen de schuldenproblematiek van mensen. Is het niet jammer dat zowel de regerende partijen als de opstellers van het manifest niet verder komen dan ‘curatieve maatregelen’, maatregelen die je helpen als het fout is gegaan? Dus maatregelen gericht op het redden van dat wat er nog te redden valt. Zou er niet veel meer op ‘preventieve maatregelen’, maatregelen gericht op het voorkomen van schulden?

Zo blijft het nieuwe kabinet vasthouden aan de studielening. Hierdoor starten jongeren hun leven al met een schuld. Zou hier niet iets aan moeten gebeuren? Zo kun je nog steeds bij diverse postorderbedrijven producten kopen op afbetaling, tegen een hoge rente. Zou dit niet een stuk moeilijker moeten worden?

Het aangaan van een lening is een tweezijdige daad van de lener en degene die de lening verstrekt. Zou de verantwoordelijkheid van de verstrekker niet moeten worden vergroot? Zou hij zich er niet van moeten vergewissen dat de lener ook de mogelijkheid heeft om de schuld terug te betalen? En zou zijn aanspraak op terugbetaling niet moeten worden verminderd als hij zich onvoldoende van deze taak kwijt?

Nog een stapje verder. Zouden we onze schulden gedreven economie niet grondig moeten herzien? Van een economie die draait op: ‘Lenen, lenen, lenen, betalen, betalen, betalen,’ zoals Youp van ’t Hek het al in de jaren tachtig van de vorige eeuw treffend omschreef. Zou dat een manifest waard zijn? Zou dat een volgend regeerakkoord kunnen halen?

 

 

Alles van waarde …

Deze week las ik een stuk van een blogger. Deze blogger schreef over haar ervaringen als taaldocent voor nieuwkomers. Zij lijkt haar hart te hebben verpand aan deze groep mensen en wil iets voor ze doen. Eén klein probleem:

“Als ik het internet afstruin op zoek naar werk met vluchtelingen, worden buiten de betaalde docenten haast alleen vrijwilligers gevraagd. Zelfs voor banen met een HBO werk- en denkniveau. Dus dan zou ik als hoog opgeleide niets verdienen met een baan als maatschappelijk begeleider of coördinator taalcoach. Belachelijk!”

Hier moest ik aan denken toen ik las over een ‘geweldig’ plan van het aanstaande kabinet.

Lucebert

Foto: Wikimedia Commons

Welk plan? Nou, dat jeugdigen maatschappelijke dienst kunnen gaan vervullen. “Jongeren die vrijwillig een ‘maatschappelijke diensttijd’ doorlopen, krijgen een certificaat dat voorrang biedt bij sollicitaties bij de overheid,” zo valt te lezen in Dagblad de Limburger en diverse andere media. Geweldig plan? Als je aanhanger van de beide christelijke partijen bent dan zul je het wellicht geweldig vinden en jammer dat het geen plicht is. Hoe zou het bij een plicht trouwens moeten werken met die voorrang bij sollicitaties? Dan zou immers iedere jeugdige zo’n certificaat hebben. In hun zoektocht naar werk zijn veel jongeren al als vrijwilliger actief via onbetaalde werkervaringsplaatsen, stages waar afgestudeerden echt werk verrichten zonder betaling om werkervaring op kunnen doen. Zou dat ook meetellen?

Ik moest aan het artikel van de blogger denken omdat bij de maatschappelijke dienst wordt gedacht aan: “werken in de zorg, met vluchtelingen of in wijkcentra.” Nee, het is niet de bedoeling dat de werkzaamheden die met deze dienst worden vervuld, gaan concurreren met betaald werk. Als je het mensen vraagt dan zullen velen dit werk belangrijk en waardevol vinden. Belangrijk en waardevol, maar als samenleving besteden we er geen geld aan. Dat moet allemaal vrijwillig, want geld mag het niet kosten.

…is het niet vreemd dat alles van waarde niets mag kosten en dat er belachelijke bedragen worden betaald voor eigenlijk waardeloze zaken zoals een mobieltje.” Zo reageerde ik op het artikel van de blogger. Het nieuwe kabinet kiest voor het mobieltje, niet voor het waardevolle.

Wie betaalt de veerman?

De formerende partijen lijken er bijna uit te zijn en dat betekent dat een nieuw kabinet aan de slag kan. Steeds meer onderhandelingsresultaten lekken uit. Zo ook over de belastingplannen van het nieuwe kabinet. In de Volkskrant las ik hierover het volgende:

“Bronnen bevestigen dat er op termijn een stelsel komt met twee belastingschijven, waarbij de hoogste belastingschijf omlaag gaat. Daar staat tegenover dat onder meer het laagste btw-tarief (gaat) stijgen. Ook komt er bijvoorbeeld een kilometerheffing voor vrachtvervoer en is er gesproken over hogere belastingen op energie.”

Dit allemaal om de middeninkomens te steunen zo valt op te maken uit de berichten in de diverse media.

veerboot

Foto: Wikimedia Commons

Als er iemand gesteund moet worden, dan zal er ook iemand moeten betalen. Nu schijnt dat laatste mee te vallen omdat er door de economische groei, meer te besteden is. Of, als het over belastingen gaat, minder opgehaald hoeft te worden. Laten we er eens wat dieper induiken: wie betaalt de veerman?

Als eerste de hogere inkomens, Die profiteren van het verlaagde hoge tarief en hoe hoger je inkomen, hoe groter het bedrag is wat je minder aan belastingen hoeft te betalen. Van de verhoging van het laagste btw-tarief merken zij wel wat. Dit tarief wordt onder andere berekend over voedingsmiddelen, water, genees en hulpmiddelen. Dus hun eten wordt duurder net als trouwens de energie, deze vanwege de geplande hogere belastingen. Alleen wonen zij vaak in de beste en energiezuinigste huizen  en hebben zij de mogelijkheid om hun huis energiezuinig te maken of te investeren in de opwekking van eigen energie.

Dan de middeninkomens. Die betalen in ieder geval meer voor eten en energie. Van een verlaging van het hoogste tarief zullen zij niet profiteren. Of en hoeveel zij profiteren van het verdwijnen van de huidige tweede schijf, hangt af van de hoogte van het tarief van de nieuwe eerste schijf en hun inkomen. In ieder geval hebben zij minder financiële mogelijkheden om hun huizen energiezuiniger te maken  of hun eigen energie op te wekken.

Zouden de laagste inkomens profiteren van een stelsel met maar twee schijven waarbij het tarief van de hoogste schijf wordt verlaagd? De laagste inkomens komen niet aan het hoogste tarief, dus van de verlaging van dat tarief merken zij niets. Van de verhoging van het laagste btw-tarief merken zij wel wat. Hun eten wordt duurder net als trouwens de energie, deze vanwege de geplande hogere belastingen. Bij deze groep geen voordelen alleen maar nadelen. Daarmee is duidelijk wie in ieder geval de veerman betaalt.

I have a dream, of toch niet?

Aan het begin van dit millennium waren de aandelen van de grote energiebedrijven nog in handen van gemeenten en provincies. Logisch omdat deze bedrijven via fusies van lokale energie bedrijven naar provinciale en vervolgens boven provinciale waren ontstaan. In het eerste decennium van deze eeuw werden twee energiebedrijven, NUON en Essent door de overheidsaandeelhouders verkocht aan respectievelijk Vattenfall en RWE. De verkopende overheden bulkten vervolgens van het geld. Naast het kleine Zeeuwse energiebedrijf Delta is Eneco nog steeds in handen van overheden. Dat laatste bedrijf dreigt nu ook te worden ‘geprivatiseerd’.

energie

Foto: Pixabay

Marc Chavannes van de Correspondent adviseert de 53 gemeentes om het bedrijf niet te verkopen:

“Beste raadsleden van Den Haag, Rotterdam en andere gemeentes, laat u niets wijsmaken door mensen met modieuze commerciële praatjes en beloftes over kopers die zij niet kennen en niet kunnen dwingen. Maak met Eneco nieuwe afspraken en ga samen aan de slag.”

Via hun aandelen kunnen de gemeentes het bedrijf immers in de goede duurzame richting duwen. Die macht verliezen ze bij een verkoop, en duurzame voorwaarden afdwingen bij verkoop is, volgens Chavannes een illusie: “Er zijn weinig bedrijfsovernames bekend waarbij de koper zich veel gelegen laat liggen aan bijzondere, niet-afdwingbare voorwaarden waar hij later geen zin in heeft.”  

Een helder betoog van Chavannes, niet veel op af te dingen en inderdaad worden bij een verkoop gemaakte afspraken heel makkelijk bij het permanente afval gegooid in plaats van duurzaam gekoesterd. Toch zou het vanuit een andere invalshoek wel eens heel interessant zijn om de aandelen voor goed geld te verkopen. Een kans die de verkopende overheden een decennium geleden hebben laten liggen. Welke invalshoek?

Zou de toekomst niet een kleinschalige, particuliere energie voorziening kunnen zijn? Zelfvoorzienend op energiegebied? Op de eigen daken en het eigen terrein gewonnen zonne-energie die vervolgens in eigen batterijen wordt opgeslagen om te worden gebruikt wanneer die energie nodig is?

Als dat de toekomst is, dan zou het heel interessant kunnen zijn om die aandelen nu te verkopen. Het geld kan dan worden gebruikt om de inwoners van hun gemeente te stimuleren om deze omslag te maken. Om zo het geld dat uit de zakken van de koper is geklopt, te gebruiken om het product dat de koper levert, overbodig te maken. Eigenlijk om hem dubbel te laten betalen. Zou dat een mogelijkheid kunnen zijn of droom ik?

Crisis? What crisis?

Crisis? What crisis? Aan deze titel van een plaat van Supertramp moest ik vandaag denken. En dan vooral aan het nummer Poor Boy op die plaat.

“Why can’t we all afford to live like you? This simple life is simply not enough. We have appearances we must keep up?”

Ik moest hieraan denken toen ik vandaag (dus gisteren voor jullie lezers) iets bijzonders hoorde op de radio. De Tweede en Eerste Kamer bespreken op dezelfde dag een wetsvoorstel en dat gebeurde voor het laatst in 1917 met toen de uitgebroken oorlog die wij nu de Eerste Wereldoorlog noemen, als belangrijke aanleiding. Toen een belangrijke gebeurtenis, de veiligheid van het land was immers in het geding.

Keeping up appearances

Foto: Flickr

Wat is dan nu, honderd jaar later, de aanleiding om de beide Kamers op eenzelfde dag over een voorstel te laten stemmen? Dat moet ook wel iets van gelijk belang zijn. Nou …, dat valt eigenlijk een klein beetje, of eigenlijk heel flink, tegen. Het gaat over een verhoging van de eigen bijdrage in de zorg van € 385 naar € 400. Een verhoging van vijftien euro per jaar, één Euro en vijfentwintig cent per maand. Iets waar de kranten trouwens ook al meer dan een week mee vol staan.

Natuurlijk is vijftien Euro veel geld als je ze niet hebt en toch zorg nodig hebt, dat wil ik niet bagataliseren. Zeker niet omdat die vijftien Euro bovenop de huidige eigen bijdrage van € 385 komt zodat het samen om € 33,33 per maand gaat. Zeker als dat niet het enige is en dat is het niet wat je moet betalen. Nee, er komt ook nog de premie bij om me te beperken tot de ziektekosten.

Natuurlijk is de zorg een debat waard en misschien wel een debat van beide kamers op één dag, maar een debat over vijftien Euro? Zou dat debat niet beter kunnen gaan over het al dan niet werken met een eigen risico? Over de manier waarop medicijnen-fabrikanten goud geld verdienen met hun patenten? Over de gemeenten verantwoordelijk maken voor zorgtaken op basis van aannamen? Of misschien wel over marktwerking in de zorg? Dat zou een goede reden kunnen zijn. Maar ja, geldt voor velen in Den Haag niet: We have appearances to keep up?’

Flextremisme opgelost door flextremist

De SP heeft bepaald dat de lokale afdeling in sommige plaatsen niet mee mag doen aan de komende gemeenteraadsverkiezingen. Dit omdat die lokale afdeling onvoldoende de straat op ging om contact te maken met mensen en dus potentiële kiezers. Digitaal is belangrijk,

“Maar om echt contact te maken moet je mensen persoonlijk spreken, daar blijven wij van overtuigd. Zo hoor je wat hen bezighoudt en kun je ze helpen,”

zo valt te lezen in de Volkskrant. In het artikel worden jongeren gevolgd die voor de partij de straat op gaan. In een gesprek met een jeugdige handelt het over de moeite om een vast contract te krijgen en nadat de jeugdige zich berustend afvroeg wat hiertegen te doen, antwoordt de SP’er:

“Wij willen dat veranderen, daarom vragen wij je te stemmen voor de Flextremist 2017.”

flexibelFoto: Pixabay

Flextremist? Omdat er op dat moment geen vriendelijke SP’er aanbelde, heb ik maar even gezocht op het net. Via de Facebook-site van de SP kwam ik erachter dat de partij een verkiezing organiseert om de gierigste werkgever van Nederland aan de schandpaal te nagelen. Nu zijn gierig en flexibel twee verschillende zaken. Is een werkgever die mensen niet in vaste dienst heeft en ze een hoogsalaris betaalt gierig of gieriger dan iemand die mensen in vaste dienst heeft en ze slecht betaalt? Dit terzijde.

Vaste contracten moeten mensen zekerheid bieden en veel mensen zijn op zoek naar zekerheid in onzekere tijden. Waarschijnlijk ziet de SP dat veel mensen in onzekerheid leven en wil de partij deze mensen zekerheid bieden. Een nobel streven. Een kanttekening, hoe zeker is een vast contract? Hoe zeker is werk in een tijd van robotisering en automatisering? Zo heb je een mooie vaste baan vervolgens vindt er iemand een programma uit dat je werk ook kan doen en ineens sta je op straat. Je werkt met je vaste contract in een mooie winkel en opeens daalt de omzet omdat mensen via het net inkopen en gaat je winkel failliet. Hoe zeker is een vast contract? De SP biedt een twintigste-eeuwse oplossing aan voor een eenentwintigste- eeuws probleem?

Zou er geen ander, beter bij de huidige tijd passende oplossing voor die onzekerheid zijn dan het vaste contract? Een oplossing die mensen zekerheid geeft die niet afhankelijk is van vaste contracten? Die zelfs niet afhankelijk is van het hebben van werk? Een oplossing die mensen zekerheid geeft bij flexibiliteit? Sterker nog, zekerheid die hen juist de flexibiliteit geeft, die hen tot flextremist maakt? Een eenentwintigste-eeuwse oplossing voor een eenentwintigste-eeuws probleem? Een basisinkomen?

Dom, dom, dom …

Poetst u uw huis zelf? Dom, dom, dom! Brengt u uw kinderen zelf naar school? Dom, dom, dom! Tenminste, als we Heleen Mees mogen geloven. In haar column in de Volkskrant legt zij uit waarom de arbeidsproductiviteit in Nederland zo hoog is. In het kort komt het erop neer dat wij minder lang werken en de tijd die we niet werken, vullen met poetsen en voor onze kinderen zorgen. Mees:

“In Nederland is het bijna altijd financieel aantrekkelijker om minder uren te werken en zelf allerhande laagwaardig werk te doen dan dat soort werk uit te besteden.”

 

John Galt

Foto: Wikimedia Commons

Mees geeft een voorbeeld: “Zo voert een medisch specialist van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam een juridische procedure tegen haar werkgever omdat zij ’s ochtends eerst haar kinderen naar school wil brengen en daardoor pas na negenen op haar werk kan zijn.” Een klusje waarvoor ze, aldus Mees, iemand kan inhuren zodat zij haar dure werk kan doen. Als ze dit zou doen, dan zou het naar school brengen als werk tellen, laag productief werk, dat de totale arbeidsproductiviteit in Nederland zou drukken. Poetsen en naar school brengen: “De banen in de persoonlijke dienstverlening die ontstaan als hoogopgeleiden meer uren zouden werken, bieden uitstekende kansen voor laaggeschoolden.” 

Bijzonder is dat de uren die de medisch specialist besteedt aan de kinderen naar school brengen niet mee tellen als arbeid en dus bij het bepalen van het nationaal inkomen, er wordt niet voor betaald. Als dat gebeurt door een kinderoppas die hiervoor betaald krijgt, telt het wel mee. Is het niet vreemd dat dat wat van waarde is, de betrokkenheid van een ouder bij zijn kinderen, niet wordt gewaardeerd en het uitbesteden van die betrokkenheid wel?

Mees’ betoog sluit aan bij het denken van Ayn Rand. In haar belangrijkste boek Atlas Shrugged beschrijft zij, via de personages John Galt en Dagny Taggert, haar ideale samenleving. Een samenleving waarbij alles wat mensen met elkaar hebben en doen gebeurt via een transactie. Alles moet worden gekocht en betaald. Dit levert vast het grootste economische meerwaarde op. Iedereen doet dat waar zijn meerwaarde het grootste is en dat levert voor het geheel de grootste meerwaarde. Laat de dokter alleen dokteren, de poetser alleen poetsen en dan het liefst zeven dagen per week en vierentwintig uur per dag. Dat zou het beste zijn voor de economie. Want waarom zou een dokter of een poetser een hobby moeten hebben zoals het trainen van het voetbalteam van zijn of haar kinderen? Zijn of haar meerwaarde zit niet in het trainen van voetballertjes, dan was hij of zij wel trainer geworden. Laat die trainingen ook maar verzorgen door een professionele trainer. Waarom zou de arts nog sex moeten hebben, daar zit niet haar meerwaarde. Als haar meerwaarde daar het grootste zou zijn, zou ze wel prostituee zijn geworden.

Maar, … . Zouden we daar gelukkiger van worden? Zou die medisch specialist gelukkig worden als het contact met de kinderen verloren zou gaan? Zouden die kinderen daar gelukkig van worden?

Delen met wie?

“De deeleconomie heeft zijn onschuld verloren,” de kop boven een artikel van Elisa Hermanides in Trouw. Aanleiding voor het artikel is de actie van de gemeente Amsterdam om ‘deelfietsen’ die in de stad rondslingeren te verwijderen en naar het gemeentelijk depot te brengen. De ‘zwerfdeelfietsen’ zijn volgens Hermanides het zoveelste voorbeeld van wantoestanden in  de ‘deeleconomie’. Eerder hadden we immers al de uitgebuite Uberchauffeur en de overlast veroorzakende Airbnb-ers.

LeenfietsFoto: Flickr

‘Eerlijk zullen we alles delen’ aldus een regel uit een Sinterklaasliedje dat duidelijk maakt waar het bij delen om gaat. Bij delen gaat het erom dat een kind haar chocoladereep deelt met een ander kind. Of een goede vriendin die tijdens het laatste Zomerparkfeest met een bakje frieteieren aankwam, die we vervolgens gezamenlijk hebben opgegeten. Voor de niet ‘Venlonaeren’ onder ons, een friet-ei is dé culinaire innovatie en traktatie uit Venlo. Aan dat gevoel appelleert het begrip ‘deeleconomie’.

Is er in de deeleconomie wel sprake van delen? Gedeeld wordt er als iets “zo (wordt gesplitst) dat ieder zijn deel krijgt,” aldus de Vandale. Het is lastig om een fiets op een dergelijke manier te delen. Dan zou je hem in stukken moeten zagen en heeft iedereen een stukje oud ijzer. Wel kun je een fiets door iemand anders laten gebruiken, dan laat je hem delen in het genot dat jij hebt van je fiets.

Met de fietsen die Amsterdam weghaalt en in het depot plaatst, ligt dat echter anders. De eigenaar van die fiets, fietst er nooit op. Hij laat jou niet delen in het genot van zijn fiets. Hij laat jou betalen voor het huren van een van zijn fietsen. Het is te vergelijken met de auto die ik tijdens onze vakantie op Lesbos huurde. Of de parketschuurmachine die ik huurde toen de plankenvloer opnieuw gelakt moest worden. Het friet-ei van die vriendin gaf mij een veel ander, beter gevoel dan die auto of parketschuurmachine.

Is die deelfiets niet gewoon een huurfiets? Zouden we delen niet moeten bewaren voor zaken waar geen geld mee is gemoeid? Dus ‘deeleconomie’ reserveren voor een economie zonder geld of tegenprestatie?

‘Visflats’

Na het lezen van deze titel zult u zich afvragen, waar gaat dit over? Toch is dat het eerste waaraan ik moest denken toen ik in de Volkskrant las dat:

“Voedselkweek op zee kan de huidige visvangst volledig vervangen en ruimschoots aan de vraag naar vis van de toekomst voldoen.” 

VissenFoto: Pixabay

Volgens onderzoekers zou het ‘viskweekmes’ weleens aan meerdere kanten tegelijk kunnen snijden. “Het blijkt dat in een ideale situatie slechts 0,015% van het oceaanoppervlakte nodig is om dezelfde hoeveelheden vis en schaaldieren te produceren als de gehele huidige visserij.” Ook bleek: “… dat enkele van de gebieden met de hoogste potentie voor de kusten liggen van landen met een hoge bevolkingsgroei, waaronder India en Kenia.” Als klap op de vuurpijl: “…is mariene aquacultuur, mits goed uitgevoerd, duurzamer dan veeteelt, doordat vissen minder methaan uitstoten dan vee.” En zelfs het oplossen van de belangrijkste vraag waarmee die vissen moeten worden gevoerd ziet er hoopgevend uit: “Gedacht wordt aan het onttrekken van voedingsstoffen uit restafval van landbouw. Ook kijken onderzoekers of visvoer uit zeewier of bacteriële eiwitten te maken valt.” 

Dat ziet er hoopvol uit, waarom moet ik dan toch denken aan varkensflats en mega-stallen? Zou het kunnen omdat varkensflats en mega-stallen dezelfde voordelen bieden als viskweek. Door varkens, net als kippen trouwens, te stallen in een mega-stal met meerdere verdiepingen is ook slechts een fractie van de ruimte nodig die hun in het wild scharrelende evenknieën gebruiken. Ook die ‘flats’ kun je bouwen op plekken waar de bevolking het meeste groeit. Ook kan gebruik worden gemaakt van restafval van de landbouw, het pulp van bijvoorbeeld suikerbieten kan dienen als veevoer. Het enige wat de vissen voor hebben op de varkens en kippen is de methaan-uitstoot. Daar staat tegenover dat niet duidelijk is wat de gevolgen van massale kweek van vissen op een klein gebied voor effecten op het milieu heeft, net zoals de gevolgen van intensieve veeteelt tevoren niet bekend waren.

Maar wat belangrijker is. Hoe zit het met het welzijn van de vis? Ja, vissen zijn gewend in grote scholen samen te zwemmen, dus tegen drukte zullen ze wel kunnen. Maar, hoe zullen ze het vinden om slechts beperkte ruimte te hebben om te zwemmen? Wat zou dat met de psyche van de vis doen? Voelt hij zich nog wel vis als hij alleen maar in die ‘visflat’ kan zwemmen? Wat zal het met de vis doen als hij zijn ‘wilde’ soortgenoot voorbij de raampjes van de ‘flat’ ziet zwemmen?

Marktwerking in de zorg

Vakantie betekent voor mij nog meer lezen dan normaal. Gisteren een eergisteren besteedde ik aandacht aan Sandel en zijn boek Politiek en moraal. Filosofie voor het publieke debat, dat in mijn koffer zat. Vandaag moest ik denken aan een ander boek van Sandel, Niet alles is te koop. De morele grenzen van marktwerking dat ook in mijn koffer zat. Ik  moest aan dit boek denken toen ik over de problemen bij zorginstelling Careyn las. Bij het AD las ik dat de kamer bezorgd was over de situatie bij deze organisatie en dat de SP en PVV hierover vragen hebben gesteld aan staatssecretaris Van Rijn.

marktwerking

Illustratie: Flickr

“Waarom zouden we er een probleem van maken dat we op weg zijn naar een maatschappij waarin alles te koop is?, vraagt Sandel zich in de inleiding af. Direct erachteraan: “ Om twee redenen: de eerste heeft te maken met ongelijkheid en de tweede met corruptie. (…) In een maatschappij waarin alles te koop is, hebben mensen met weinig middelen het moeilijk. Hoe meer er voor geld te koop is, hoe belangrijker geld (of een gebrek daaraan) wordt.”

Wat dit met het geval Careyn te maken heeft? Is Careyn niet gewoon een voorbeeld van een bedrijf dat slecht draait omdat het te groot is geworden? PVV-kamerlid Fleur Agema denkt dat ook: “Dit is vooral heel verdrietig voor de bewoners en medewerkers die er alles aan doen om de dag door te komen. De bedrijfsvoering is verziekt. Groter is niet beter. Careyn moet worden opgeknipt in kleine locaties en opnieuw beginnen.’’ Slechte bedrijfsvoering kan best een reden zijn.

Laten we eens inzoomen op die bewoners en medewerkers waarvoor het verdrietig is. Sandel: “Maar aangezien er voor geld steeds meer te koop is – politieke invloed, goede medische zorg, verblijf in een veilig buurland in plaats van in een door misdaad geteisterde natie, toelating tot elitescholen in plaats van slecht presterende scholen – legt ook de verdeling van inkomen en rijkdom steeds meer gewicht in de schaal. (…) Dit verklaart waarom vooral gezinnen uit de lagere en de middenklasse het de laatste decennia zo moeilijk hebben gehad. De kloof tussen arm en rijk is dieper geworden en de commercialisering van het maatschappelijke leven heeft de pijn daarvan nog eens verscherpt.” 

Is de zorg niet een voorbeeld van die commercialisering van het maatschappelijke leven? Zouden de bewoners en het personeel aan de rijke kant van de kloof staan? Zou die rijke kant van de kloof ook de dupe worden van een eventuele ondergang van Careyn?