Aan Jan Dijkgraaf

Beste Meneer Dijkgraaf,

Iedereen moet kunnen zeggen wat hij wil ook als iemand zich er door beledigd voelt. “Je moet tegen cartoons kunnen over voor jou belangrijke zaken. Je moet spot, hoon en kritiek kunnen verdragen,” aldus ThePostOnline-columnist (TPO) Annabel Nanninga in een interview met de Volkskrant. Nanninga kreeg natuurlijk kritiek op haar interview. Kritiek van onder andere Arnon Grunberg in zijn Voetnoot in dezelfde krant. Dat je mag zeggen wat je wil, wil natuurlijk niet zeggen dat je dat ook moet doen en dat het verstandig is, een punt dat ik al eerder maakte.

JanD

Foto: media.tpo.nl

Toch geldt die vrijheid van meningsuiting niet voor iedereen. Althans niet voor jou, Jan Dijkgraaf, de vaste TPO-briefjesschrijver in je briefje aan minister Bert Koenders. De voetnoot van Grunberg werd gesteund door diverse mensen zoals NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch, Peter R. de Vries en door André Haspels. André wie? André Haspels, een hoge ambtenaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het ministerie waarvan Koenders de minister is. “Dát, meneer Koenders, kan een topambtenaar dus niet maken. En u weet wie er verantwoordelijk is voor wat ambtenaren de buitenwereld melden, toch?” zo schrijf je. Hoe kom je erbij dat een topambtenaar van Buitenlandse Zaken, niet mag laten weten dat hij het eens is met Grunberg?

Waarom zouden ambtenaren hun mening niet mogen uiten? Welk zwaarwegend nationaal belang is ermee gemoeid dat hen verbiedt hun mening te uiten? Vroeger was het heel normaal dat ambtenaren (ook topambtenaren) deelnamen aan het publieke debat. “Decennialang waren Haagse topambtenaren big characters,” aldus Tom-Jan Meeus in zijn boek Haagse invloeden. Personen met vaak meer kennis en gezag dan de minister. Personen die op de ministeries tegenwicht boden tegen de waan van de dag. Dat was weleens lastig voor een minister en dat is ook een van de redenen waarom inhoudelijk krachtige en kleurrijke personen veel minder als (top)ambtenaar worden benoemd.

Waarom zou Koenders verantwoordelijk zijn voor deze mening van Haspels? Is de minister niet alleen verantwoordelijk voor de uitspraken van de koning (ministeriële verantwoordelijkheid) en voor de daden van het departement? Wordt een minister zo niet extra kwetsbaar en de ambtenaar gestript van een belangrijk recht?

Zou het onze democratie en de besluitvorming misschien ten goede komen, als ambtenaren aan het debat deelnamen en hun mening gaven. Zeker inhoudelijk krachtige en kleurrijke onder hen? En als die er niet meer zijn, zouden die er dan niet als de wiedeweerga moeten komen?

Groet,

de Ballonnendoorprikker  

De volgende genocide?

Sylvana Simons kreeg een hele strontkar aan verwensingen en verwijten over zich, toen ze bekend maakte als politica actief te willen worden bij de nieuwe partij DENK. Vervolgens werden en worden nieuwe strontkarren uitgekeerd over de hoofden van de ‘kiepers van de karren’ over Simons. In dit ‘strontkarren kiepen’ speelt ook het woord genocide een rol en dan vooral de Armeense genocide. Aan de hand van een gebeurtenis in het verre verleden, nu de Armeense genocide maar het kan ook de slavernij of het kolonialisme zijn, een gebeurtenis waar de laatste overlevende waarschijnlijk al van is overleden, wordt bepaald hoe fout iemand in het heden is. Zo ook in de discussie onder een column van collega Sylvia Witte.

genocideFoto: www.examiner.com

Nu dus het onderwerp Armeense genocide, een gebeurtenis uit 1915 terwijl het woord genocide pas in 1944 is gemunt. Was er dan sprake van een genocide avant la lettre? Er wordt een nieuwe lat langs oud verleden gelegd en het is de vraag of dat wel correct is. Het is verleidelijk om te doen. Ligt echter misbruik van het verleden voor doelen in het heden dan niet op de loer? Houdt die fixatie op ‘fout’ zijn in de vorige, niet meegemaakte, oorlog niet het risico in dat we de huidige oorlog missen?

Neem het begrip genocide. De Engelse wikipedia onderscheidt acht stadia. Stadium één: mensen worden verdeeld in wij en zij. Stadium twee: als dit wordt gecombineerd met haat kunnen symbolen aan de paria-groepen worden opgedrongen. Stadium drie: de ene groep ontkent de menselijkheid van de andere groep en vergelijkt ze met dieren, ongedierte en ziektes. Stadium vier: speciale ‘legereenheden en milities’ worden getraind en bewapend. Stadium vijf: haatgroepen zenden hun propaganda uit. Stadium zes: slachtoffers worden geïdentificeerd en gesepareerd. Stadium zeven: de uitvoering van de ‘uitroeiing van de ander die toch geen mens is. Stadium acht: de ontkenning van de begane misdaad.

Wij versus zij, komt dat bekend voor? Symbolen als de ‘varkenskop’? De  IS-vlag? Vergelijkingen: de tsunami van islamisering? Onze cultuur is superieur? Ongelovigen mogen worden gedood? En ik vergeet vast nog wel iets. Hoe moeten we het duiden als steeds dezelfde mensen het slachtoffer zijn van de oorlog tegen het jihadisme? Als zij steeds uit de rij worden gepikt, uit vliegtuigen verwijderd omdat ze er ‘anders’ uitzien, je raar aankijken of een differentiaalvergelijking oplossen? Staan de sociale en reguliere media niet vol met propaganda voor ‘het goede doel’ en met afkeer van de andere? Hoe moeten we de segregatie in de samenleving duiden? Is dit een voorstadium van separatie. Gelukkig is de uitroeiing nog niet aan de orde. Maar komt het toejuichen van verdrinkende vluchtelingen niet al in de buurt?  Zouden de strontkarren die onder het mom van de vrije meningsuiting worden gestort, straks als ‘ontkenning’ worden gebruikt: ik maakte alleen van het recht op vrije meningsuiting gebruik?

On Liberty

Onbegrensde vrijheid leidt tot chaos, anarchie en uiteindelijk het recht van de sterkste. De vrijheid van de een, wordt begrensd door de vrijheid de ander. “Zodra een deel van iemands handelen nadelig is voor de belangen van anderen, valt het onder de jurisdictie van de maatschappij, en wordt het een punt  van discussie of het algemeen belang al dan niet gediend zal zijn als men ingrijpt.” Aldus John Stuart Mill in On Liberty zijn beroemde boek over vrijheid. We hebben in onze rechtstaat de rechter om de grens tussen mijn en jouw vrijheid te bewaken. Vrijheden zijn niet onbegrensd, ook vrijheid van meningsuiting niet.

Mill

Illustratie: www.quotehd.com

“De beste vrienden van de Turkse president zijn niet zozeer in de moskeeën van Dyanet te vinden als wel in het Paleis van Justitie te ‘s-Gravenhage, de mooie stad waar de koning in woont.” De laatste zin van de column van Han van der Horst op de site JOOP. Hij komt tot deze conclusie na een uitspraak van het Haagse gerechtshof in een zaak die oud staatssecretaris Hilbrand Nawijn had aangespannen tegen het Zoetermeerse SP-raadslid Fijen. Nawijn had uitgesproken te hopen dat er bij hem in de stad nooit een islamitische school zou komen, omdat ‘zulke scholen niet thuis horen in een van christendom doordesemde maatschappij’. Fijen had Nawijn daarop uitgemaakt voor racist. Volgens het gerechtshof een opzettelijke belediging.

Je kunt veel zeggen en vinden van Nawijn. Dat hij er bizarre ideeën op nahoudt. Dat hij met zijn opmerking over een islamitische school, juist wil tornen aan het recht waar die christenlijke stromingen in vroeger eeuwen voor hebben gevochten. Namelijk het recht om een islamitische school te stichten en die door de overheid betaald te krijgen. Dat wellicht ook achterhaalde recht hebben ze. Dat hij en de LPF, namens welke partij hij staatssecretaris was, een karikatuur van de politiek en het besturen hebben gemaakt. Een karikatuur die navolging heeft gekregen en die het aanzien van de politiek en het bestuur geen goed doet. Dat hij publiciteitsgeil lijkt.

Wat je hem niet kunt ontzeggen, is zijn recht om de gang naar de rechter te maken als hij zich beledigd voelt. Dat, wellicht ook achterhaalde recht, heeft hij. Natuurlijk had hij van zijn ‘zwijgrecht’ gebruik kunnen maken en het over zijn kant kunnen laten gaan. Hij heeft ervoor gekozen om aangifte te doen en dat recht heeft hij. Ook al heeft hij het wellicht alleen maar gedaan voor het effect: de media-aandacht. Iets dat hem dus is gelukt.

Net zoals Fijen het recht heeft om te zeggen wat hij wil. Had hij niet gebruik kunnen maken van zijn ‘zwijgrecht’? Betekent zeggen wat je wil, je mening uiten, niet ook dat je de wettelijke gevolgen ervan moet dragen? En het gevolg nu, is een veroordeling door de rechter. Zo werkt onze rechtstaat en dat is maar goed ook.

Zwijgen is goud

De Europese politiek en media zijn nu al ruim twee weken in de ban van Erdogan. De oproep van Hans Theeuwen om Erdogan tot op het bot te beledigen, wordt door velen nagevolgd. De arrestatie van Ebru Umar door de Turkse politie gooide verder olie op het vuur en schijnt tot een diaree aan verwensingen te hebben geleid. Aan de ene kant critici van Umar die hun blijdschap lieten blijken en aan de andere kant mensen die verder scholden op de Turkse president en degenen die blij waren met die arrestatie. Politici die vervolgens een duit in het zakje doen en dit in de kamer nog eens dunnetjes over doen.

zwijgenIllustratie: plazilla.com

Allemaal zich beroepend op de democratie en vooral de vrijheid van meningsuiting. Een vrijheid die onze voorvaderen hebben bevochten en waarvoor levens zijn geofferd. Een vrijheid die mensen niet op elkaar hebben ‘veroverd’, maar op de overheid. Die vrijheid is in onze Grondwet opgenomen en regelt dat de overheid ons niet mag belemmeren in het uiten van onze opvattingen.

De overheid mag iemand niet belemmeren om iemand te beledigen. Dat wil niet zeggen dat er lukraak beledigd mag worden zoals nu het geval lijkt. In het verkeer tussen personen wordt dit beperkt door artikel 137 van het Wetboek van strafrecht. De beledigde kan aangifte doen en dan kan vervolging worden ingesteld en bepaalt de rechter of er sprake was van opzettelijke belediging zoals bedoeld in het genoemde artikel.

Wat wordt er bereikt met het elkaar de huid vol schelden en het beledigen van elkaar en je daarbij beroepen op de vrijheid van meningsuiting? Wat is dan die vrijheid van meningsuiting waard? Dat recht waar onze voorvaderen voor hebben gestreden? Welke dienst wordt onze hoogstaande democratische idealen, zoals die vrijheid van meningsuiting, bewezen als ze worden misbruikt voor iets laags als elkaar beledigen? Wat zijn die idealen dan nog waard?

‘Ik zeg wat ik denk’ is tegenwoordig mode. Het recht hebben om je mening te uiten, wil niet zeggen dat iedere mening ook geuit moet worden. Zeker niet als die mening bestaat uit schelden en beledigen. Zou het zwijgrecht niet wat meer gebruikt moeten worden? Want: spreken is zilver, zwijgen is goud!

Lange, gevoelige tenen

In de avondshow Pauw pleitte cabaretier Hans Theeuwen ervoor om de Turkse president Erdogan tot op het bot te beledigen. Erdogan heeft dit, volgens Theeuwen, verdiend omdat hij zich niets gelegen laat liggen aan de vrijheid van meningsuiting. Zeker nu Erdogan een Duitse komiek, Jens Böhmermann, heeft aangeklaagd en de Duitse regering heeft verzocht om dit ook te doen vanwege het beledigen van een staatshoofd.

lange tenenFoto: melodymusic62.wordpress.com

Natuurlijk had Erdogan niet moeten reageren op het satirische lied Erdowie, erdowo, Erdogan dat de aanleiding vormde voor deze rel. Een lied dat eigenlijk meer was bedoeld om de handelswijze van de Europese unie en in het bijzonder bondskanselier Merkel, aan de kaak te stellen. Door er aandacht aan te besteden wordt het immers groter. Er worden stukjes over geschreven en de ‘Pauws’ besteden er aandacht aan.

Dat komt natuurlijk omdat Erdogan wil dat iedereen in Turkije, en het liefst ook in de rest van de wereld, naar zijn pijpen danst. Dat iedereen hem ziet als de almachtige sultan en leider van de Turken en liefst ook de islamitische wereld. Zou hij dan niet iets moeten doen aan de kalief van IS-land? Een kalief heeft toch een hoger gezag dan een sultan, emir of koning? Natuurlijk draait het hem alleen maar om macht. Natuurlijk heeft hij lak aan een vrije pers en welke oppositie dan ook en stopt hij mensen in het gevang die hem tegenspreken. Natuurlijk wordt onder zijn leiding Koerdisch gebied gebombardeerd en vallen daarbij nodeloos veel onschuldige slachtoffers. Natuurlijk gebruikt hij Syrische en andere vluchtelingen als machtsmiddel. Natuurlijk chanteert hij de Europese leiders, maar laten die zich niet ook maar al te graag chanteren in de hoop dat hij hun probleem maskeert? Natuurlijk liet hij een megalomaan paleis bouwen waar Ceaucescu jaloers op zou zijn. Waarschijnlijk verrijkt hij ook zichzelf en zijn familie. Natuurlijk heeft Erdogan veel te lange en gevoelige tenen. Maar is dat niet gewoon als je geen tegenspraak duldt en gewend bent dat iedereen naar je pijpen danst?

Allemaal waar en daarvoor verdient Turkije dat er zeer terughoudend zaken worden gedaan met het land. Daarvoor verdient hij dat zijn daden flink worden uitvergroot en op de hak genomen door cabaretiers, humoristen en columnisten. Verdient hij daarvoor niet onze bestuurlijke afwijzing? Verdient hij daarvoor harde woorden van EU regeringsleiders? En daartegen verdienen vooral de Turkse opposanten onze steun?

Zouden cabaretiers als Theeuwen hun toorn niet beter kunnen richten op de hypocrisie van de eigen leiders? Vandaar ook het lied gericht aan Merkel en eigenlijk aan alle EU leiders. Want laten die het op moreel gebied niet flink afweten. Beste Hans en andere cabaretiers en grappenmakers, neem Rutte op de hak, haal hem door de mangel, maar doe het wel op inhoud. Beledigen en kwetsen is een zwaktebod en een zichzelf respecterend cabaretier onwaardig.

Less is More

Soms lees je iets waardoor je van verbazing van de stoel valt. Vandaag was het weer zover na het lezen van een kort artikel in Trouw: ” Een persoon met een dergelijke autoriteit zou geen ideologische uitspraken mogen doen zonder enige wetenschappelijke grond, aldus de partij.”  Frissen is hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen en de partij is Wilders’ PVV. Frissen  heeft in een interview met de Limburgse zender L1 gezegd dat alle partijen Wilders moeten aanvallen, omdat hij bevolkingsgroepen apart zet en: “Het demoniseren van minderheden, het wij/zij denken, is het klassieke fascistische verhaal door de geschiedenis heen.” Vanwege deze uitspraken zou Frissen zijn professoraat als ook zijn decanaat van de Nederlandse  School voor Openbaar Bestuur moeten opgeven aldus de PVV.

zappaIllustratie: www.maxximize.nl

Is het niet bijzonder dat een partij die zegt te strijden voor de vrijheid en dat woord in haar naam voert, anderen in hun vrijheid wil beperken? Zeker als het de vrijheid van meningsuiting betreft, een vrijheid waar de partij pal voor zegt te staan? Een eerste, makkelijke verbazing.

Een slag dieper. Van een goed wetenschapper mag je verwachten dat hij zijn standpunten weet te onderbouwen en Frissen zal daarop geen uitzondering zijn. Maar dat je dat verwacht, wil nog niet zeggen dat het verplicht is voordat een wetenschapper een uitspraak mag doen. Want heeft een wetenschapper niet hetzelfde recht om een ‘wetenschappelijk ongefundeerde’ mening te uiten als ieder ander mens of politicus?

Weer iets dieper. Vormen ideologieën niet de basis van de sociale wetenschappen en is elke uitspraak van een sociale wetenschapper daarmee niet ideologisch getint? Is sociale wetenschap niet per definitie discussie tussen de verschillende ideologische invalshoeken? Is het daarom niet vreemd om van wetenschappers te verwacht geen ideologische uitspraken te doen? Dat zou betekenen dat alle economen zich niet meer in het openbaar over de economie mogen uitlaten. Dat zou betekenen dat sociologen zich niet meer mogen uitlaten over zaken die zij waarnemen en vanuit hun ídeologisch’ frame verklaren. Zou het dan niet oorverdovend stil zijn in de academische wereld?

En nu iets breder. Natuurlijk zou het goed zijn als mensen hun opvattingen en meningen goed onderbouwen en doordenken. Doordenken door er vanuit alle invalshoeken naar te kijken. Dat je het recht hebt om je mening te uiten, wil echter nog niet zeggen dat je die moet uiten. Zeker niet zonder eerst goed na te denken. Het zou goed zijn als ‘gewone mensen’, wetenschappers maar vooral politiek dit zich dit realiseren. Dat zou het publiek gesprek ten goede komen. Want geldt hier niet Less is More?