Test, testen, getest

“Bondsvoorzitter Gabriele Gravina zei bij Sky Sport Italia dat waarschijnlijk eind april de medische controles kunnen beginnen waarbij alle spelers worden getest op het coronavirus. Pas als die zijn afgerond kan er weer worden getraind.” Zo lees ik op nos.nl. Testen, als iedereen is getest en niet besmet, dan weer trainen en daarna weer voetballen. Dat klinkt logisch. Is het ook logisch?

Er zijn twee soorten tests mogelijk. Als eerste een test waarmee wordt bepaald of iemand corona heeft. Bij een tweede soort test wordt er bloed afgenomen en wordt onderzocht of het bloed antistoffen bevat die erop duiden dat de persoon besmet is geweest met een corona-virus. De Italiaanse bondsvoorzitter zegt er niet bij aan welke test hij de voetballers wil onderwerpen. Maar laten we ze eens tegen het licht houden en kijken wat een uitkomst zegt. Ik begin met de laatste test.

Als deze test wordt bedoeld, dan wordt van iedere speler (en ik neem ook aan de trainers- en begeleidende staf) bloed afgenomen. Dat bloed wordt onderzocht op antistoffen. Die test heeft twee mogelijke uitkomsten. Worden er antistoffen gevonden dan is persoon besmet geweest door het corona-virus. Dan is het mogelijk dat die persoon in het vervolg resistent is tegen het virus. Hij wordt er niet meer ziek door. Die residentie kan levenslang zijn, maar ook voor een kortere periode. Hoe dit met het huidige corona-virus zit, is nog niet bekend. Worden er geen antistoffen aangetroffen, dan is de persoon nog niet getroffen door het virus. In beide gevallen kan er gewoon gevoetbald worden. Alleen loopt de persoon in het geval er geen antistoffen worden aangetroffen, de kans dat hij het virus oploopt als hij in aanraking komt met een besmet persoon.

Dan de eerste test, die bepaalt of iemand op dat moment corona heeft. Ook die geeft twee uitkomsten: je hebt het of niet. Als je het hebt, dan moet je eerst uitzieken en kun je pas daarna weer aan voetballen denken. Een bloedtest hoeft dan niet meer omdat je, als je bent genezen, zeker weet dat je antistoffen aantreft. Heb je het niet, dan kun je voetballen. Alleen weet je dan nog niet of je het wellicht al hebt gehad. Om dat te bepalen moet de bloedtest worden gedaan. Laat die zien dat je het nog niet hebt gehad, dan kun je voetballen. Alleen is dat een momentopname. Stel de betreffende voetballer loopt na de test de supermarkt in en treft daar een besmet iemand en raakt daardoor besmet zonder dat hij het weet. Dan kan het zomaar gebeuren dat hij vervolgens medespelers en als er weer wedstrijden worden gespeeld ook tegenstanders besmet. 

Met welke uitkomst mag je trainen en vervolgens spelen? De enige uitkomst waarbij je redelijk safe weer kunt spelen, is als je door het virus bent getroffen en het hebt overwonnen. Tenminste, als je er vervolgens langdurige resistentie tegen hebt opgebouwd. Heb je het nog niet gehad dan blijf je, totdat er een vaccin is, het risico lopen het virus op te lopen en vervolgens te verspreiden. Dan is een test niets meer en niets minder dan een momentopname. Dan is  redelijk veilig trainen en spelen alleen mogelijk als iedere speler die nog niet is getroffen door corona dagelijks wordt getest. 

Resetknop

In mijn laatste Prikkers heb ik het vaak over het ‘na-coronese tijdperk’. Wat zou er anders moeten en hoe? Ik ben hierin niet de enige. In de Volkskrant besteedt Paul Onkenhout aandacht aan de voetbalwereld. Voor lezers die niets met voetbal hebben, in deze Prikker gebruik ik het voetbal, en dan vooral het professionele voetbal als metafoor voor de samenleving. Dit omdat de sport in het algemeen, en het professionele voetbal in het bijzonder, sterk leunt op het ‘winners takes it all’ denken. Denken dat ook de rest van de samenleving in haar greep heeft. Onkenhout stelt in zijn column een interessante vraag: “Wanneer precies transformeerde het voetbal van een volkssport in een commercieel circus en naar welke periode zouden we terug moeten keren?” 

Een heel interessante vraag, behalve dan het stukje, terug gaan naar … . Teruggaan naar het verleden is geen goed idee. Het verleden moeten we bestuderen om te bekijken waarom men toen koos waarvoor men koos. In deze Prikker ga ik op zoek naar een antwoord op het eerste deel van die vraag. Met dat antwoord kijk ik vervolgens naar de bredere samenleving.

Onkenhouts antwoord: “Ik ben er zelf wel zo’n beetje uit. Het voetbal is verziekt, aan de top. Ik weet ook precies wanneer het dieptepunt is bereikt. Dat was op 2 december 2010, de dag dat de FIFA het wereldkampioenschap in 2022 toewees aan een klein land in de woestijn, Qatar, zonder voetbaltraditie en zonder stadions; een land met een gemiddelde zomertemperatuur van een graad of 45 en een omvangrijk arsenaal rechteloze dwangarbeiders.” Ik kan Onkenhouts redenering volgen. Alleen zou ik dat niet willen zien als het begin van die transformatie, maar als het voorlopige dieptepunt. 

Laten we eens wat verder teruggaan in de tijd en dat doen aan de hand van de huidige ‘heilige graal’ de Champions League, het ‘bal der kampioenen’. En daar begint het al te wringen. Hoezo kampioenen als er bijvoorbeeld vier Engelse, Duitse, Italiaanse en Spaanse clubs deelnemen? En zo komen we in 1997, het jaar dat er voor het eerst niet-kampioenen mochten deelnemen. Uiteindelijk komen we bij de start van de Champions League in 1992. Het jaar dat het commerciële belangrijker werd dan het sportieve. Na twee ouderwetse knock-out ronden werden er poules gevormd. Hierdoor nam het aantal wedstrijden toe en dus de tv- en reclame-inkomsten. 

Ietsjes eerder, in 1990, werd er voor het eerst meer dan € 10 miljoen voor een speler betaald. Voor dat bedrag ging Roberto Baggio, de speler waar de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco lyrisch over schrijft, van Fiorentina naar Juventus. Maar waarin verschilt het, behalve dat, van € 8 miljoen waarvoor Gullit in 1987 PSV verruilde voor AC Milan. AC Milan dat was toen in handen van mediamagnaat, multimiljardair en later premier Silvio Berlusconi. Een voetbalclub als ‘speeltje’ van een miljonair. Als je het mij vraagt ligt het antwoord op het eerste deel van Onkenhouts vraag ergens in de jaren tachtig. Vanaf dat moment deed de echte commercie haar intrede in de voetbalwereld en stegen de salarissen en transfersommen aan de top exponentieel en fors sneller dan het bruto binnenlands product (bbp). Het bbp van Europa groeide tussen 1980 en nu met bijna 2% per jaar. Als we de transfersom van Baggio in 1990 tot en met 2020 indexeren met 2%, dan levert dat een bedrag van net geen € 20 miljoen op. Voor dat bedrag koop je tegenwoordig een modale rechtsback. Het hoogste transferbedrag op dit moment is 11 keer zo hoog. Paris Saint Germain, eigendom van een sheik uit Qatar, betaalde € 222 miljoen om de Braziliaan Neymar over te nemen van Barcelona. De groei van de transfersommen vertoont meer gelijkenis met de vermogensstijging van de rijkste 0,1%.

En daarmee is de link tussen voetbal en de samenleving gelegd. De ontwikkelingen in het voetbal zijn een spiegel van de samenleving. Een ontwikkeling die eind jaren zeventig begon met de verkiezing van Margaret Thatcher tot premier van de Britten en begin jaren tachtig met de verkiezing van Ronald Reagan tot president van Amerika. Voor beiden was de overheid een onderdeel van het probleem en wel het onderdeel dat de oplossing in de weg stond. Die overheid moest indammen ten faveure van bedrijven die elkaar beconcurreren op een vrije markt. Daarop werden staatsbedrijven geprivatiseerd en vooral belastingen verlaagd. En dan vooral voor de hoogste inkomens. Bij het aantreden van Reagan in 1981 bedroeg het laagste tarief in de VS 13,825%, het hoogste 69,125%. Hoog, maar lager dan op de piek in 1952 toen het toptarief 92% bedroeg. Bij zijn afscheid in 1988 was het laagste tarief gestegen naar 15%, en het hoogste gedaald naar 28%. Een geweldig voordeel voor de rijkste Amerikanen waarvan de rekening bij de armen en middeninkomens werd gelegd. De rest van de wereld volgde dit Amerikaanse voorbeeld en verlaagde de hoogste belastingtarieven. Zo is dit in Nederland van 72% gegaan naar 48,5% nu. Niet zo extreem als in de VS, maar toch. 

Dit werd onderbouwd met de bijzondere economische theorie van de ‘trickle down economics’. Die theorie gaat ervan uit dat de armen alleen maar rijker kunnen worden door de rijken nog rijker te maken. De rijken scheppen banen via hun investeringen en zorgen er zo voor dat de totaal te verdelen koek groter wordt. Natuurlijk krijgen zij hier zelf een flink deel van maar via die extra banen krijgen ook de armen een deel van de grotere koek. Het geldt sijpelt van boven (rijk) naar beneden (arm). Alleen hebben de afgelopen jaren geleerd dat de zwaartekracht niet van toepassing is op geld. Het ‘sijpelt’ als er niets aan wordt gedaan niet naar beneden, maar naar boven. De rijken worden steeds rijker, de armen niet noemenswaardig rijker en vaak zelfs armer. Door deze maatregelen krijgen rijken meer geld beschikbaar en enkelen van hen kochten voetbalclubs. Die clubs moesten natuurlijk wel ‘winnen’ en dus werden spelers gekocht en die spelers kregen steeds meer betaald. Zo is ook in de Volkskrant te lezen dat het in corona-tijden ook voor topsporters sappelen is. Zo mist Frenkie de Jong nu al gauw € 2 tot 3 miljoen van zijn salaris van € 10 miljoen. Van dat gemis kan de hele club Eerstedivisieclub Telstar een heel jaar draaien. Dit om het even in perspectief te zetten voordat je medelijden met De Jong krijgt.

Toen in 1989 de Berlijnse muur viel en twee jaar later de Sovjet Unie instortte, leek het alsof Reagan en Thatcher het bij het rechte eind hadden. De Westerse vrije markt had definitief ‘gewonnen’ van de communisten en socialisten. Er leek geen alternatief meer voor de vrije markt. Of het toeval is weet ik niet, maar in 1992 startte de Champions League en verstevigde de commercie de greep op het voetbal. Een greep die zich in de jaren erna verstevigde en die uiteindelijk in december 2010 leidde tot de keuze voor Rusland als organisator voor het wereldkampioenschap in 2018 en Qatar in 2022. 2010 dat was ten tijden van de economische crisis als gevolg van de slechte leningen. Een crisis waarbij de Westerse banken en kredietinstellingen met flinke staatssteun overeind werden gehouden zonder dat er iets veranderde aan de manier van werken en belonen bij die banken. Om het cru te zeggen, aapten de Westerse banken en kredietinstellingen de Russische oligarchen en de sjeiks uit het Midden-Oosten na. Die eersten hadden sinds 1995 laten zien hoe je je verrijkt ten kosten van de gewone man en de staat. De laatsten, de sjeiks, pasten dat trucje al veel langer toe door zich de olieopbrengsten toe te eigenen.

In zijn column citeert Onkenhout Louis van Gaal: “ Maar: uiteindelijk is de marktwerking in de voetbalwereld niet afhankelijk van corona. De rijken blijven de rijken. En de armen blijven arm, ook straks.” Waarop Onkenhout even later verzuchtend eindigt met: “Er is geen resetknop. De marktwerking, weet je wel.” Als het allemaal begon met het geloof in ‘trickle down economics’ en verlaging van de inkomstenbelasting, zou dat dan geen resetknop kunnen zijn? Als we op Europees niveau kunnen komen tot een zelfde systeem van sterk progressieve inkomstenbelastingen, een systeem met een tarief van bijvoorbeeld 85% voor inkomen boven de € 150.000, zouden er dan nog steeds van die exorbitante bedragen aan transfers en salaris worden betaald? Dan zou Frenkie, een geweldige voetballer trouwens, netto net iets meer dan anderhalf miljoen overhouden. Een bedrag waar je iemand meer dan honderd jaar bijstand van kunt betalen. De Spaanse overheid kreeg dan fors meer belastinggeld binnen om de gevolgen van corona aan te pakken. Maar vooral ook om de onderwijzers, het verplegend personeel en de politie-agenten fatsoenlijk te belonen voor hun werk.

Statenloos

“De Zwitserse voetbalbond overweegt spelers met een dubbele nationaliteit niet meer op te nemen in de nationale selecties. Secretaris-generaal Alex Miescher van de bond heeft dat gezegd in de Zwitserse krant Tagesanzeiger.” Een berichtje bij NOS.nl naar aanleiding van een gebaar dat Zwitserse spelers met een Kosovaarse achtergrond maakten nadat ze een doelpunt maakten. Bij De Dagelijkse Standaard vindt Lars Benthin dit een goed idee: “Voor Nederland lijkt het mij ook goed om daar eens naar te kijken. Het is net als met de politieke organen, het zou heel logisch zijn als we gerepresenteerd worden door Nederlanders en niet door burgers met een dubbele nationaliteit. In dit geval zou je kunnen zeggen dat ik te veel politiek betrek bij het voetbal, maar zoals ik al zei: soms is voetbal een uiting van politiek, maar ook van identiteit.”  Geen vertegenwoordigers met een dubbele nationaliteit?

king-willem-alexander-109490_960_720

Foto: Pixabay

Dat betekent dat Gullit, Rijkaard, Davids en Seedorf niet hadden mogen meedoen. Om er een paar uit de oude doos te noemen. Trouwens ook Zwolle-trainer Van ’t Schip had niet gekund. Als we naar andere sporten kijken, dan nemen we ook afscheid van Shifan Hassan, Abdi Nageeye. Een vraagje aan Benthin, voor welk land zouden zij dan wel mogen deelnemen? Immers als ieder land zo denkt, horen mensen met een dubbel paspoort nergens bij.

Laten we voetbal en sport even en het bij de politiek houden. Dan betekent dit het afscheid van burgemeesters als Aboutaleb en Marcouch. Van kamerleden als Kuzu, Arzakan en ook Kamervoorzitster Arib. Natuurlijk zijn er mensen zoals Wilders, die dit zouden toejuichen. Ook Maxima zou dan niet meer voor Nederland op pad mogen, ze is immers Argentijnse.   

Nu we het daar toch over hebben, dan kunnen we meteen het hele koningshuis opdoeken. De kinderen van het huidige koningspaar zijn immers ook half Argentijns en half Nederlands. Alhoewel half Nederlands? Is Willem-Alexander niet half Duits en half Nederlands? Alhoewel half Nederlands? Is hij niet iets meer Duits omdat Beatrix ook half Duits en half Nederlands is? Alhoewel half Nederlands? Haar moeder, Juliana, was ook half Duits en half Nederlands en zo kunnen we nog wel even doorgaan tot en met de in huidig Duits gebied geboren vader des vaderlands Willem van Oranje. Zou Benthin zo ver willen gaan? Er zijn voldoende goede redenen om het koningshuis af te schaffen, daarvan is dit evenwel een van de minste.

Als dit werkelijkheid wordt, dan lever in mijn Nederlandse nationaliteit in en word statenloos burger.

VVV en de Championsleague

Winnen en verliezen, het hoort bij sport. Van alle honderdmeterlopers kan er maar één de gouden Olympische medaille winnen. De rest verliest of noemt zich winnaar van het zilver, finalist of deelnemer. Ieder jaar staan er weer een kleine tweehonderd renners aan de start van de Tour, drie weken later is er één echte winnaar.  En ook de Championsleague kan maar door één elftal worden gewonnen.

vvvFoto: www.vvv-venlo.nl

Winnaars kunnen zich groot wanen en geweldig, zonder die vele verliezers was er niets te winnen. In het voetbal lijken de grotere Europese clubs zich dat niet te realiseren. En ook de Europese voetbalbond EUFA niet .

Vroeger nam iedere landskampioen deel aan de Europcup I voor landskampioenen. De clubs werden in een pot gegooid, en in tweetallen aan elkaar verbonden. Een uit- en een thuiswedstrijd later, was er een winnaar die naar de volgende ronde ging. En ook daar werd weer op dezelfde manier geloot. Dan kon het gebeuren dat de Duitse kampioen er in de eerste ronde uitvloog tegen de Spaanse of Nederlandse.

Tegenwoordig is er de Championsleague. Je hoeft niet eens kampioen te zijn om deel te nemen, een vierde plek in Spanje, Italië, Engeland of Duitsland is ook goed want die plaatsen zich rechtstreeks voor de poulefase. En voor clubs uit kleinere landen is het zijn van landskampioen niet voldoende om deel te nemen. Als je dan als kampioen van Letland een keer mag deelnemen, dan wordt het via de loting zo gestuurd dat het onmogelijk is om een ronde verder te komen.  Je komt in pot vier, de op papier zwakste clubs waartegen je niet kunt loten. Wel zo voordelig voor de sterke landen (pot 1) want die treffen elkaar ook niet.  Die directe plaatsing van vier clubs uit één land is, zo valt te lezen in de Volkskrant, afgedwongen door de:“internationale topclubs, die zelfs dreigden zich af te splitsen in een zogenoemde Super League.” De EUFA gaf toe uit angst hiervoor.

En het werkt, ieder jaar in maart zijn de ‘usual suspects’ weer doorgedrongen tot de kwartfinales, twee Spaanse clubs, een of twee Duitse en Engelse clubs, een Italiaanse en een Franse en soms nog een verdwaalde club uit een ander land. De winnaar komt vervolgens uit Spanje, Engeland of Bayern (sorry, Duitsland). Naar die landen en clubs verdwijnt ook het grote geld.

De uiteindelijke winnaar staat niet vast, de verliezers wel. Dat zijn de clubs uit de kleinere voetballanden, die kunnen zo immers nooit winnen. En was dat niet juist de charme van de sport? Dat mindere goden voor daverende verrassingen kunnen zorgen? Dat … VVV de champioensleague wint?

‘Verliezers’, kom in opstand, samen kunnen jullie winnen!

Kunstgras

Een EK zonder Nederland is even wennen. Zeker als de gemiddelde wedstrijd niet het kijken waard is. Maar ja, dat weet je pas als je zit te kijken. Toch zijn er ook lichtpuntjes. En wat opvalt is dat die lichtpuntjes vooral teams zijn en geen individuen. Neem Italië, het heeft goede spelers, geen bijzondere. Zo werd de spits, Graziano Pelle, een paar jaar geleden door Feyenoord bij de ‘voetbaldump’ gevonden. Er speelt geen van de spelers bij een Spaanse of Engelse topclub. Italië is een tactisch sterk team waarbij iedereen weet wat hij moet doen en dit met meer dan 100% inzet doet. Neem Wales, een goed team met een topspeler die in dienst van het team speelt en daardoor exceleert. En vooral IJsland, geen enkele ster, zelfs niet van het tweede garnituur. Wel een ijzersterk collectief met een berenconditie en eveneens tactisch sterk. Het bewijs dat je met conditioneel sterke, modale voetballers en een goede tactiek, ver kunt komen.

Ijsland

Foto: www.nu.nl

Bij het zoeken naar oorzaken voor dit succes komt de Volkskrant met het volgende: “Het ging IJsland economisch zo goed dat de overheid vanaf 2000 ruimhartig investeerde in de bouw van indoor voetbalhallen. Nog voordat de voorspoed uit elkaar klapte in de zeepbel die Icesave heette, was het hele eiland een verwarmd walhalla van kunstgras.” Begrijpelijk, de IJslanders konden zo het hele jaar door voetballen en trainen, terwijl er vroeger maar een paar maanden gevoetbald kon worden.

Maar toch, kunstgras? Nog niet zolang geleden presenteerde de KNVB het rapport Winnaars van morgen. Een van de onderwerpen in het rapport, het voetbal op kunstgras dat in Nederland flink groeit. In de Volkskrant zei KNVB-manager Jelle Goes hierover het volgende: “Het is totaal ander voetbal. De bal stuitert en rolt anders op kunstgras. De aanname is anders. We moeten hier kritisch naar kijken.” Goes is niet de enige die kritisch kijkt naar kunstgras. Aan de ‘biertoog’ van het nationale voetbal, laten ‘goeroe’ Johan Derksen en Rene van der Gijp zich geregeld denigrerend uit: de achterstand komt door het kunstgras.

Zou het Nederlandse falen dan toch ergens anders aan liggen dan aan kunstgras?

Més que un club?

Mijn cluppie, VVV(-Venlo, staat er normaal achter, maar de eerste V staat al voor Venlo, dus die laat ik weg), zit in de financiële problemen. Na de degradatie uit de Eredivisie drie jaar geleden, moest er flink worden bezuinigd. Dat is gebeurd en nog is de club te afhankelijk van ‘vermogende vrienden’ zoals voorzitter Hay Berden. Bureau Hypercube heeft, als onderdeel van afspraken tussen de gemeente Venlo en de club, de zaak onderzocht en komt tot de conclusie dat de club: “in een nieuw stadion wel structureel een middenmoter in het Nederlandse voetbal kan zijn.” In het huidige stadion, het legendarische De Koel zou dat niet kunnen.

Seacon Stadion "De Koel"

Foto: www.flickr.com

Ik wil de kwaliteiten van het bureau niet ter discussie stellen, maar…, waar hebben we dat meer gehoord? En hoeveel clubs hebben al zo’n nieuw stadion gebouwd? Een stadion dat de bezoeker comfort biedt, een skybox voor de sponsor die er zijn gasten met alle egards kan ontvangen en dat is gelegen op een industrieterrein liefst op een kruispunt van snelwegen. Stadions van het type dertien in een dozijn die multifunctioneel te gebruiken zijn en waar dus ook concerten gehouden kunnen worden. Clubs als Fortuna Sittard, Roda JC, NAC, Vitesse, FC Twente, Heracles, AZ, Heerenveen en zo zijn er vast wel meer te noemen. Sommigen spelen ‘in de middenmoot’ andere niet. En laat eerdere plannen van VVV en de gemeente Venlo om een nieuw stadion te bouwen op het ‘Kazerneterrein’ mislukt zijn. De financiën bleken een onoverkomelijk probleem. Nu komt een soortgelijke oplossing die structureel tot een plek in ‘de middenmoot’ of nog zo’n mooie ‘het linkerrijtje’ moet leiden. Hoeveel plekken kent dat rijtje eigenlijk?

Wanneer komt er iemand met andere ideeën? Voorbeelden van andere ideeën zijn er voldoende. Neem FC United of Manchester. Een club opgericht door boze supporters van Manchester United. Boos vanwege de steeds verder doorgevoerde commercialisering en vooral de exponentieel stijgende prijs van een kaartje. Die club laat ook zien hoe je op een andere manier een stadion kan bekostigen. Over stadions gesproken, FC Union Berlin laat mooi zien hoe je ook een stadion kunt verbouwen. Twee voorbeelden, er zijn er meer die laten zien dat het ook anders kan.

Zou dat in Venlo ook kunnen? Zou VVV een vereniging kunnen worden met leden? Leden die een netwerk vormen dat staat voor de club en voor elkaar? Die de club en elkaar helpen als dat nodig is? Een club met het gezamenlijk gerenoveerde stadion De Koel als thuisbasis. Waar het voetbal de bindende factor is, maar het draait om meer? ‘Més que un club’, om de spreuk van FC Barcelona aan te halen?

 

Jeugddromen

Voetbalclub FC Twente maakt moeilijke tijden door. De club wordt vrijwel zeker teruggeplaatst naar de eerste divisie en loopt zelfs het risico failliet te gaan. Niet leuk voor de werknemers van de club, de supporters en de voetballers. Een van die voetballers, jeugdspeler Finn Peters de doelman van de D2, heeft een brief naar de KNVB gestuurd zo valt te lezen op de site van de Volkskrant. Hij schrijft: “Mijn team… Mijn jeugdopleiding… Mijn droom… Mijn club. . . En mijn toekomst. Dat gaat misschien allemaal kapot na deze straf. Dus wij zijn allemaal de dupe van deze beslissing! Ik hoop dat jullie inzien hoeveel schade dit veroorzaakt in Twente.”

fc twenteFoto: www.nu.nl

Beste Fin, ik hoop dat je club door kan gaan en dat jij volgend seizoen kunt schitteren als doelman van de D1, waar je volgend seizoen in speelt. Dat je uiteindelijk als doelman de Champions League mag winnen, als keeper van het eerste van FC Twente. Want ik kan me zo voorstellen dat je daarover droomt. En die droom zal uit elkaar spatten als FC Twente failliet gaat. Zoiets droomde ik ook toen ik zo oud was als jij en mijn droom is niet uitgekomen.

Maar beste Finn, als FC Twente failliet gaat, is dat een gevolg van beslissingen die eerder zijn genomen door het bestuur en management van jouw club. Beslissingen waaraan jij part nog deel hebt, maar waar je het wel mee moet doen. Bestuur en management van FC Twente wilden de stap naar de top (liefst van Europa) maken en hebben voor veel geld spelers en trainers aangetrokken. Spelers die heel veel geld verdienen. Veel meer per maand, dan het overgrote deel van de mensen in Nederland per jaar verdienen.

Zoveel geld uitgeven, kan, als er tenminste net zoveel binnen komt via de prijzen van kaartjes, sponsoring, televisiegelden en bij de meeste voetbalclubs ook nog geld van de gemeente. Geld dat diezelfde gemeente bijvoorbeeld ook aan zorg voor kinderen en ouderen kon uitgeven.

Ook de beslissingen om een nieuw stadion te bouwen en nog eens uit te breiden, om geld te lenen van ‘investeerders’ om nieuwe spelers te kopen en ook om daarbij gebruik te maken van dubieuze en verboden constructies, zijn genomen door de managers en bestuurders van jouw club. Beste Finn, die besluiten hebben gevolgen, zo is het in het leven, dat zul je in je verdere leven nog wel vaker merken. Het uiterste gevolg is het faillissement van je club en het einde van je droom.

Nee, wacht, die droom hoeft niet te eindigen. Wellicht kan een vernieuwd FC Twente doorstarten in de nieuwe tweede divisie en van daaruit op een gezonde manier weer de eredivisie bereiken, nog eens kampioen worden en wellicht zelfs de Champions League winnen. Misschien wel met jou als doelman. En anders kom je naar mijn clubje VVV-Venlo en maak je die kampioen.

Creativiteit en voorspelbaarheid

Adviezen heb je in soorten en maten. Soms lees je er een en vraag je je af wat ze nu bedoelen. Het rapport Winnaars van morgen, opgesteld onder leiding van de KNVB is er zo een. Tenminste, dat wat erover in de Volkskrant is verschenen.

Met de voor velen in Nederland belangrijkste bijzaak, het voetbal, gaat het immers niet zo goed. Komende zomer ontbreekt Nederland op het Europees kampioenschap waar de helft van alle landen aan deel neemt. Nederlandse clubs schoppen in de Europese competities geen deuk in een pakje boter. Ook is, volgens de deskundigen, het voetbal in de Eredivisie niet om aan te zien.

VoetbalFoto: www.bet.nl

Vele nationale en internationale toptrainers zijn gevraagd om hun mening en inbreng. Hun analyse en advies: “laat jullie voetbalcultuur niet los, de cultuur van aanvallend, dominant, creatief en positief arrogant voetbal, maar het moet beter. Jullie zijn te voorspelbaar, in je aanvallende en creatieve voetbal.” En toen kwamen de vraagtekens. ‘Te voorspelbaar in je creativiteit’? Creativiteit: het vermogen om iets te scheppen. Iets dat er niet was, iets nieuws. Hoe kun je te voorspellen zijn in creativiteit? Creativiteit is toch onvoorspelbaar?

“En we moeten stoppen met al die balletjes achteruit en breed. De bal moet goed en functioneel vooruit. Middenvelders in het jeugdvoetbal kijken vaak niet eens meer naar voren, en aanvallers rekenen niet eens meer op de bal.” Een uitspraak van de technisch manager van de KNVB, Jelle Goes. Hier is ‘voorspelbaarheid’ te lezen en een gebrek aan ‘creativiteit’. Zou dat de werkelijke analyse zijn? Dit lijkt een goede beschrijving van het Nederlandse voetbal.

Even naar het andere uiterste, naar Barcelona. De club van Messi. De club die wordt geroemd om haar creatieve voetbal. Alleen ontbrak die creativiteit een paar wedstrijden en zag het er in de kwartfinale van de Champions League tegen Atletico Madrid behoorlijk voorspelbaar uit. Het leek wel het Nederlands elftal, Ajax (met als extreem voorbeeld de wedstrijd tegen De Graafschap waar de club het kampioenschap miste) of een andere Nederlandse club. Rondspelen om de bal in bezit te hebben. Oorzaak, de creatieve spelers Messi en Neymar waren niet in vorm. Is creativiteit niet afhankelijk van creatieve individuen als Messi, Neymar en vroeger Maradonna, Cruijff en Pelé? Spelers die iets doen wat niemand verwacht?

Naast een geniaal voetballer en trainer is Cruijff ook bekend om zijn vele uitspraken. Uitspraken zoals: ‘De basis is de bal zo snel mogelijk onder controle krijgen, zodat je iets meer tijd hebt om te kijken.’ Een waarheid als een koe. Alleen heb je daar weinig aan als je speelt tegen super fitte spelers als die van Atletico Madrid. Door hun fitheid zijn ze eerder bij je en heb je nog steeds te weinig tijd om goed rond te kijken. Dat bewees de halve finale wedstrijd van die club tegen Bayern München. De Bayern spelers werden zo opgejaagd dat hen de tijd ontbrak om te kijken. En ook bij Bayern waren de ‘Messi’s’ er niet (Robben) of onder de maat (Ribéry). Is creativiteit dan toch afhankelijk van individuen?

De verbetertips: “… de kwaliteit van trainers, cursussen, het opleiden van echte verdedigers, hogere weerstand door sterkere competities te formeren, waarin de besten elkaar vaker treffen.” Dit lezend, denk ik aan Manchester City,  Chelsea. Teams die bestaan uit grote, sterke en fitte spelers. Spelers met een conditie om twee wedstrijden achter elkaar te spelen. Ze hebben alles behalve creativiteit. Dit lezend denk ik aan structuur, organisatie en discipline, aan alles behalve creativiteit. Creativiteit voelt zich niet thuis in structuren, zou dat niet ook voor voetballers gelden? Zou je creatieve voetballers niet vrij moeten laten en ze niet vangen in structuren? Neem Cruijff, die liep waar hij wilde, waar hij dacht dat het nodig was en deed vanaf die plek iets wat niemand verwachte. Sterker nog, hij werd niet eens op die plek verwacht. En Maradonna, die was ook niet aan een positie te binden en gebonden. Doet Messi nu niet precies hetzelfde? Zwerft hij niet ook over het veld?

Dit schrijvend, moet ik denken aan het boek De Barbaren van Alessandro Baricco. In dit boek beschrijft Baricco het steeds oppervlakkiger worden van de samenleving. Het draait steeds meer om de kick van het moment en niet om diepgang. Om snelheid in plaats van creativiteit en schoonheid. Ook het voetbal komt in dit boek aan de orde in de persoon van Roberto Baggio. Voor degenen van jullie die het niet weten of niet meer weten, Roberto Baggio was een geniale ouderwetse nummer tien. Een spelmaker om je vingers bij af te likken, omdat hij oplossingen verzon die niemand zag en die niemand kon uitvoeren. Alleen jammer dat hij een van de spelers was die in de beslissende strafschoppenreeks in de finale van het WK van 1994 namens Italië een strafschop miste.

Baggio was een geniale specialist en die werden en worden steeds minder gewaardeerd. Generalisten zijn gevraagd. De back moet kunnen aanvallen en een voorzet geven, de centrale verdediger moet inschuiven, de aanvaller mee verdedigen. Ze moeten dus vooral fit zijn, veel lopen, de middenvelders nog het meest. Allemaal hebben ze een goede basistechniek, ze kunnen de bal redelijk snel onder controle krijgen en als ze de bal niet hebben, snel bij de man met bal zijn. Ze kunnen veel maar zijn niet creatief. Die opkomende back is blij dat hij de achterlijn haalt en slingert de bal dan blind voor. Hij heeft niet de rust en het overzicht van een ouderwetse buitenspits als John van ’t Schip. De rust en het overzicht om tijdens het hollen en draven rond te kijken waar de bal het beste naar toe kan. Maar ja, de John van ’t Schips verdedigden veel minder mee, ze spaarden hun energie. Alleen dat kan tegenwoordig niet meer, je moet immers mee verdedigen. Die middenvelder holt, weet misschien wel waar de bal naar toe moet, maar heeft niet de techniek en de rust om die man voor hem, op het verkeerde been te zetten en zo de ruimte te creëren om de bal daar te krijgen. Baggio kon dat wel. Maar ja, Baggio was grote delen van de wedstrijd afwezig. Dan leek het of hij droomde. Dat kan tegenwoordig niet meer, hij zou moeten meeverdedigen, gaten trekken, ruimtes afdekken. Daarom zat hij, tot groot verdriet van Baricco en anderen, in de latere jaren van zijn carrière, veel op de bank.

Tegenwoordig moet alles snel en daarover zegt Baricco het volgende: “Om ervoor te zorgen dat er alles kan gebeuren op elk deel van het veld, moet je snel rennen, snel spelen, snel denken. Middelmatigheid is snel. Genialiteit is traag. In middelmatigheid vindt het systeem een snelle omgang van ideeën en handelingen; in de genialiteit, in de diepzinnigheid van de edelste individu, wordt dat ritme doorbroken.” Waar zullen de verbetertips toe leiden? Tot creativiteit of voorspelbaarheid? Kun je genialiteit en creativiteit opleiden?

Zou een Cruijff doorbreken in voetbal waar de nadruk ligt op structuur, organisatie, discipline en vooral grote en sterke spelers? Welke trainer zou nu het gedrag van de jonge Cruijff accepteren, zou accepteren dat een broekie van zeventien zegt hoe het moet? De laatste eigenwijze topspeler (Clarence Seedorf) die ons land heeft voortgebracht, werd al op jonge leeftijd verdreven naar het buitenland en heeft nooit een belangrijke rol in het Nederlands elftal vervuld. Lezen we niet genoeg berichten van ‘lastige jeugdspelers’ die bij de topclubs de deur worden gewezen? Spelers als Oussama Tannane. Een creatieve dwarsligger, niet van het niveau Cruijff of Messi, maar wel eentje die iets bijzonders doet. Is de opgave niet om creatieve eigenwijze spelers de ruimte te geven? Ruimte die zij nodig hebben, maar er niet moet zijn voor alleen eigenwijze types?

Heeft Messi niet het geluk gehad dat Cruijff de lijnen had uitgezet bij Barcelona? Lijnen die ruimte boden voor Messi. De vraag is alleen of de ervaren, eigenwijze, oude Cruijff zijn jonge zelf de ruimte zou hebben geboden om tegen hem in te gaan?

Leadership from behind

In Dagblad de Limburger roept Sjoerd Mossou de voetbalsupporter op om in actie te komen. Volgens hem laten tienduizenden zich in de stadions gijzelen door een klein groepje idioten. Hij adviseert deze tienduizenden: “Loop massaal het stadion uit. Zing een ander – veel beter – lied. Ga in discussie met je buurman. Breng de humor terug in plaats van dat verstikkende oliedomme gebrek aan relativering. Verzin een ludieke actie.” Nu denk ik dat juist dat kleine deel dat ‘poppen ophangt’ etcetera, denkt dat dit ludiek is, een vorm van humor. Volgens Mossou is het verleidelijk en ook deels terecht om naar de KNVB, de club of de overheid te wijzen.

leiderschapIllustratie: www.michellesmirror.com

In de Volkskrant heeft Max Pam een ander, wellicht aanvullend idee: “Zo kan iedereen die getuige is van een voetbalwedstrijd waarbij zich ongeregeldheden voordoen en die daar op de een of andere manier niet tegen is opgestaan, worden beschouwd als een lid van een criminele organisatie.” En om dit kracht bij te zetten, stelt hij voor om de stadionbezoekers borg te laten betalen. Die krijgen ze terug als alles goed gaat, anders niet.

Opvallend is dat beide heren de eigen verantwoordelijkheid van de stadionbezoeker aanspreken. Dat is deels ook terecht. En als niets anders werkt, dan is dat een laatste redmiddel. Laatste, omdat er ook andere zijn. Laten we eens naar de beroepsgroep van Mossou en Pam kijken. Zou het niet meer verslaan van wedstrijden door alle media, een één na laatste redmiddel kunnen zijn? Dit betekent geen TV-gelden voor de clubs en sterk verminderde aantrekkelijkheid voor sponsors.

En met die sponsors komen we bij het op twee na laatste redmiddel. Wat als sponsors zich om die reden terugtrekken? En dan de scheidsrechters? Die kunnen een wedstrijd staken of niet laten beginnen. En daar weer voor de spelers en trainers. Wat zou er gebeuren als die niet verder spelen? En daarvoor de clubs. Zouden die gasten die zich misdragen niet de deur uit kunnen zetten? Het is immers hun huis. Indien nodig kunnen ze hiervoor politieondersteuning vragen. En daar weer voor de voetbalbond. Zou die geen gedragsregels kunnen uitvaardigen hoe te handelen in een dergelijke situatie?

Toont echt leiderschap zich niet juist in moeilijke tijden? Zien we niet een schrijnend gebrek aan leiderschap en verantwoordelijkheidsbesef? Maar ja, waarom zou het voetbal een uitzondering zijn op het algehele gebrek aan leiderschap en verantwoordelijkheidsgevoel bij bestuurders, in de politiek en de samenleving? Zien we daar niet ook vormen van hooliganisme en wegduiken? Van het ontwijken en ontduiken van verantwoordelijkheid? Is dit het nieuwe ‘leadership from behind’?

De woestijn, de bron en het stadion

In een open brief in Dagblad de Limburger van donderdag 17 december 2015 pleit Twan Hoeijmakers voor een out-of-the-box oplossing voor het in nood verkerende VVV-Venlo: een nieuw stadion op het voormalige Floriadeterrein. Dat zou veel support vanuit het bedrijfsleven opleveren en groeiende toeschouwersaantallen.

image036

Illustratie: ‘Le Petit Prince’

Wellicht een goed idee. Maar heeft niet menig voetbalclub een nieuw stadion gebouwd op een met de auto goed ontsloten bedrijventerrein aan de rand van de stad? Dit met commerciële mogelijkheden, het bedrijfsleven in de buurt en een up-to-date stadion voor de bezoekers? Wat is daar out-of-the-box aan, zeg ik als vaste bezoeker van stadion De Koel? Doen veel van die clubs niet ook een beroep op hun gemeenten vanwege het maatschappelijk belang omdat ze de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen? En hebben al deze clubs niet veel moeite om dit belang te onderbouwen en aan te tonen? Wat wordt er genoemd om dit belang te onderstrepen anders dan de sympathie bij een ‘groot deel’ van de bevolking en landelijke uitstraling?

Wanneer geven de clubs die maatschappelijke betrokkenheid echt vorm? Door bijvoorbeeld de spelers contractueel te binden aan de samenleving? Aan amateurverenigingen waar zij de jeugd trainen en begeleiden en de accountmanager van hun club zijn? Aan scholen te verbinden waar zij de jeugd begeleiden en ook hun club vertegenwoordigen? Aan maatschappelijke en culturele evenementen verbinden?

Wanneer kijken ze eens naar clubs die het echt anders doen? Clubs zoals FC Union Berlin waar de fans zelf het stadion hebben verbouwd? Clubs als  FC United of Manchester? Een club opgericht door voormalige supporters van Manchester United die de dure kaartjes bij hun oude club niet meer slikten, een eigen club oprichtten en zelf de bouw van het stadion hebben betaald. Of naar de documentaire The Battered Bastards of Baseball (zie trailer hieronder) over een Amerikaanse honkbalclub die zeer succesvol afweek van de norm.

Antoine de Saint-Exupéry schreef eens: “Wat de woestijn zo mooi maakt, is dat er ergens een bron verborgen is.”  Zouden de clubs die bron niet op een andere plek moeten zoeken?