Doel, middel en mens

Vandaag nogmaals een prikker met statushouders als aanleiding. Gisteren vroeg ik me af of je van ‘falen’ kunt spreken als er mensen in het algemeen en statushouders in het bijzonder, gebruik maken van de bijstand. In het Commentaar in de Volkskrant borduurt Sander van Walsum voort op ‘inburgering’ van statushouders. Voor hem is het duidelijk: “Voormalige vluchtelingen inzetten op plaatsen waar zij in een economische en maatschappelijke behoefte voorzien: dat zou de kern van inburgeren moeten zijn.” Menigeen zal nu JA knikken. Zet statushouders daar in waar er economisch of maatschappelijk behoefte aan is. Goed voor de statushouder en goed voor de economie en de samenleving.

doel

Illustratie: Pixabay

Toch wat kanttekeningen of beter gezegd wat vragen bij deze redenering. Is inburgering geslaagd als iemand een bijdrage levert aan de economie? Betekent dat dan dat iemand die geen betaald werk verricht niet ‘ingeburgerd’ kan zijn? Zijn Nederlanders zonder betaald werk dan ook niet ‘ingeburgerd’?

Een slagje dieper. Mensen inzetten daar waar de economie en de samenleving hen nodig heeft? Wie bepaalt dan wat de economie of de samenleving, waar nodig heeft? Als die ‘wie’ dat voor statushouders kan, bepalen, mag die ‘wie’ dat dan ook voor Nederlanders bepalen? Zoudt u het accepteren als iemand anders voor u gaat bepalen dat u vuilnisman of verpleger moet worden? Dat is, zo betoogt Van Walsum, wat statushouders zouden moeten accepteren.

Verwordt een mens zo niet tot een middel dat kan worden ingezet voor ‘hoger doel’? Een doel dat door anderen wordt bepaald. Zoudt u een middel willen zijn, een middel dat kan worden ingezet? Hoe vrij is een mens als hij een middel is?

Wie faalt er?

Frank Kalshoven besteedt in zijn Het spel en de knikkers aandacht aan een experiment van de gemeente Veldhoven. Een experiment waarbij de begeleiding van statushouders aan private investeerders wordt gelaten. Die zorgen voor de begeleiding en als het hen lukt om de statushouder twee jaar uit de bijstand te houden, dan krijgen ze zes keer het bijstandsbedrag als beloning. Lukt dit niet, dan krijgen ze niets. 

succes

Illustratie: PxHere

Kalshoven schetst drie reacties. Als eerste de ‘schande’ reactie: “Dit is het toppunt van economisering van de samenleving en de afbraak van onze collectieve voorzieningen.” Als tweede de ‘goed zo’ reactie: “Niets werkt zo heilzaam als marktwerking, met sterke financiële prikkels voor investeerders om resultaat te boeken.” En als laatste de afwachtende, onderzoekende’ reactie: “Interessant, vertel verder.” Hij beveelt de derde aan: “Omdat markten en prikkels vaak falen. En omdat de overheid er vaak niet in slaagt te organiseren wat we willen. Marktfalen én overheidsfalen zijn alomtegenwoordig en daarom moeten we, zonder vooroordelen, kijken naar wat werkt.”

Dat zou ook mijn reactie zijn, maar het gaat mij niet om de statushouders en het Veldhovense experiment. Het gaat mij om ‘marktfalen’ of ‘overheidsfalen’. Van ‘falen’, als je het zo wilt noemen, is sprake als een gesteld doel niet wordt gehaald. In deze casus is dat het aan het werk krijgen van een statushouder of wat breder getrokken, een bijstandsgerechtigde. Als je het zo benadert, dan schiet de overheidsbenadering tekort. Immers iedere bijstandsgerechtigde is dan een bewijs van dat falen. In Veldhoven geven ze nu ‘de markt’ de kans. Nu is het niet ondenkbeeldig dat er ook dan nog statushouders zullen zijn die een beroep zullen gaan doen op de bijstand, faalt de markt dan?

Wat moeten we dan doen als zowel de overheid als de markt faalt? Een mix maken? Zal ook die aantonen dat er statushouders zijn die hun weg vinden en anderen die dat niet doen? Zou het aan de doelstelling kunnen liggen? Aan het uit de bijstand krijgen van mensen? Dat er geen sprake is van ‘markftalen’ noch van ‘overheidsfalen’? Moeten we na jaren van ‘bijstand’ en pogingen om mensen eruit te krijgen, niet concluderen dat op de ‘markt’ niet voldoende plekken zijn voor iedereen?

Welkom! Of niet?

Als je in Nederland asiel zoekt en krijgt, dan krijg je in eerste instantie een verblijfsvergunning voor vijf jaar. Kun je dan nog niet veilig terug naar je land van herkomst, dan krijg je een permanente verblijfsvergunning. CDA en SGP willen dit anders, deze partijen willen de tijdelijke verblijfsduur oprekken naar zeven jaar. Veel vluchtelingen hebben een gebrek aan perspectief in Nederland. Bovendien: “het doel moet zijn dat na afloop van een oorlog mensen weer terug gaan om te helpen bij de wederopbouw,” zo beweert CDA-leider Buma in Elsevier. Door de tijdelijke status op te rekken, heeft de Nederlandse overheid meer tijd om vluchtelingen terug te sturen.

kikker

Van iemand die de asielstatus heeft gekregen, wordt verwacht dat hij zich snel de taal en gebruiken eigen maakt en op zoek gaat naar werk, hij moet ‘inburgeren’ en deel gaan nemen aan de Nederlandse samenleving. Zou het kunnen dat een tijdelijke status daarbij hindert?  Het kan immers zomaar gebeuren dat alle inspanningen die je als vluchteling in je inburgering stopt, na vijf jaar voor niets is geweest. Als de oorlog in je land van herkomst is beëindigd, moet je van Buma immers terug om dat land mee op te bouwen. Is dat niet dubbel? De Nederlandse overheid verplicht je om in te burgeren, maar geeft je geen zekerheid dat je mag blijven? Vluchtelingen moeten goed hun best doen, maar krijgen geen garanties, behalve dan als ze: “kunnen aantonen dat ze een inkomen hebben en voldoende zijn ingeburgerd.” 

De christelijke mannenbroeders Buma en Van der Staaij signaleren een gebrek aan perspectief en daarom willen zij de tijdelijke status verlengen. Als een gebrek aan perspectief het probleem is, zou daar dan niet wat aan moeten worden gedaan? Wie is er verantwoordelijk voor dat perspectief? Moet perspectief niet worden geboden? Heb je daar niet anderen voor nodig? Is dat niet juist een opgave van de samenleving die de vluchteling asiel biedt? Is dat niet juist de opgave waar de politiek in het algemeen en vooral de christelijke mannenbroeders die de naastenliefde hoog in het vaandel hebben staan in het bijzonder, aan moet werken? Aan een perspectief in Nederland en niet alleen vluchtelingen ‘na de oorlog’ uitzetten om te helpen bij de ‘wederopbouw’?

Zou een verlengde tijdelijke status het perspectief van de vluchteling verbeteren? Of, en dan draaien we het om, zou het gebrek aan perspectief niet een gevolg kunnen zijn van die tijdelijke status? Zou meteen een permanente status daarbij niet veel uitnodigender zijn? Zij die ‘na de oorlog’ terug willen om hun land van herkomst op te bouwen, zullen zich door die permanente Nederlandse status niet laten weerhouden.

Meerdere vliegen

Normaal legt de Ballonnendoorprikker zijn vinger op rammelde redeneringen en stelt vragen die tot andere oplossingen kunnen leiden. Vandaag geen rammelende redenering, maar wel een mogelijke oplossing voor een probleem: de huisvesting van statushouders in Venlo. Wat is er aan de hand?

blerickFoto:bler.jpg

Twee flats in Blerick, die klaar waren om te worden gesloopt, moesten gaan dienen om zo’n tweehonderd statushouders te huisvesten. Statushouders zijn vluchtelingen die asiel hebben gekregen. De Venlose gemeenteraad viel over dit plan van het college van burgemeester en wethouders heen, zo valt te lezen in Dagblad de Limburger van 13 juli 2016. “Een onzalig plan … je moet zorgen voor spreiding … grote zorgen over het stadsdeel Blerick waarin drie van de vijf wijken onder druk staan … vreemd dat flats waarvan eerder is gezegd dat ze gesloopt worden, plots toch weer geschikt gemaakt kunnen worden.” En daarbij woorden als geschokt, verontrust enzovoort. Het plan gaat niet door en het college moet met betere alternatieven of scenario’s komen, aldus de raad.

Alle bezwaren van de raadsfractie en -leden zijn goed te begrijpen. Welke alternatieven zijn er? In ieder geval geen alternatief dat tegemoet komt aan de ambitie van de burgemeester: “het eerste deel van dit jaar 300 statushouders opvangen.” Die ambitie is sowieso al mislukt want de tweede helft van het jaar is al een halve maand oud.

Zouden de twee flats toch niet een rol kunnen spelen? Nou ja de flats, de plek waar ze staan. Zou het kunnen om op die plek over maximaal één jaar een gelijk aantal nieuwe huizen te bouwen? In Tilburg is het gelukt om een appartementencomplex in 75 werkdagen te bouwen en woonhuizen in 25 werkdagen, zou dit in Blerick ook kunnen? Met voorbereidingen en het maken van de voorfabricatie van de woningen, zouden er over een jaar mensen kunnen wonen.

Zouden er zo niet meerdere vliegen in één klap geslagen kunnen worden? De woningen, op een enkele na, voor het grootste deel te laten bewonen door niet-statushouders die verspreid over de stad een woning achterlaten. Die vrijkomende woningen vooral toewijzen aan statushouders. Daardoor ontstaat de gewenste spreiding. En stadsvernieuwing: de sloop van oude, versleten woningen die worden vervangen door eigentijdse. Alleen niet in het eerste halfjaar van 2016, maar dat is toch al voorbij. Een werkbare oplossing?

Nieuwe Knoeperts

Minister Blok heeft plannen voor het huisvesten van de flink groeiende groep statushouders. Statushouders zijn mensen die de asielprocedure hebben doorlopen en in Nederland mogen blijven. Dit betekent dat ze de AZC’s moeten verlaten en mogen gaan deelnemen aan de Nederlandse samenleving. De eerste stap hierbij is het vinden van een woning en dat is een verantwoordelijkheid van de gemeenten waarover de statushouders worden verdeeld. Zij kunnen dus niet zelf kiezen waar ze willen wonen.

De KnoepertFoto: omroepvenlo.nl

Die huisvesting was al een probleem en dat wordt nu verergerd door de toegenomen instroom van asielzoekers. Daarom is ook minister Blok zich ermee gaan bemoeien en heeft hij een lijst van gebouwen opgesteld. “Op de lijst staan vooral grote complexen zoals leegstaande kantoorgebouwen, (monumentale) panden en voormalige gevangenissen. … Deze panden zullen (grondig) vertimmerd moeten worden om de locaties tot sobere appartementencomplexen om te bouwen,” zo valt te lezen in Dagblad de Limburger. Gebouwen die veelal in bezit zijn van het Rijk. Creatief van de minister om een leegstandsprobleem (grote kantoorkolossen en kazernes), op te lossen door het te combineren met een ander probleem, de huisvesting van statushouders.

Toch roept dit vragen op. Grote complexen met sobere appartementen, waar lijkt dit op? Dit lijkt op de gesloopte Venlose Knoepert en de oude Bijlmer. Met dit verschil dat de appartementen in deze complexen niet sober waren. Complexen waarin na verloop van tijd iedereen weg wilde en niemand wilde wonen. Complexen waar zich problemen verzamelden en die daarom gesloopt of geherstructureerd zijn. Hoe zou het dan met deze ‘sobere’ complexen gaan?

Wat betekenen die grote complexen van Blok voor de ‘integratie’ van de statushouders in de  samenleving? Leiden die niet veeleer tot segregatie? Tot stigmatisering? Statushouders moeten een hele mentale barrière overwinnen, komt daar zo niet ook nog een fysieke bij?

Zouden er geen alternatieven zijn? Structurele alternatieven waar iedereen wat aan heeft? Alternatieven die insluiten in plaats van uitsluiten? Biedt snelle nieuwbouw van sociale huurwoningen die voor iedereen geschikt zijn op goed ontsloten braakliggende percelen geen uitkomst? Zeker als we goede woningen voor € 85.000 binnen drie weken kunnen bouwen? Woningen die voor doorstroom kunnen zorgen?