Uitgelicht

Asielmachine

“Vijftien jaar geleden werd er nog schande gesproken van Fort Europa, nu is het overheersende thema in Brussel bewaakbare grenzen. Von der Leyen complimenteerde de Grieken zelfs met hun ‘schild’, een hek van 40 kilometer op de grens met Turkije. In Nederland hebben we het nog niet in de gaten, maar een geloofwaardig asielbeleid begint met geloofwaardige grenzen.” Dit schrijft Martin Sommer in zijn column in de Volkskrant. Daarom moet Europa en dus ook Nederland veel meer geld uitgeven aan het versterken van de grenzen suggereert Sommer. Ook moet het asielrecht worden herzien want dat: “is volstrekt onwerkbaar en ondermijnt het draagvlak. In theorie mag iedereen asiel aanvragen; wie wordt afgewezen, vertrekt.” Geen groot kamp, desnoods militair veroverd zoals Van Acker, maar een groot fort waar je niet binnen kunt.

Een stukje van het fort Eben Emael. Bron: Wikimedia Commons

Nu leert de geschiedenis ons er tot op heden forten vroeg of laat toch door de vijand worden veroverd. Door belegering kon je de bewoners van een fort uithongeren. Je kon er gangen onder graven en zo de muren ervan ondermijnen. Of je kon het gewoon binnen een kwartiertje uitschakelen zoals de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog deden bij het fort van Eben Emael in België, het ‘moeder aller forten’. Dit fort stond op een strategische plek. Na de redelijk snelle doortocht van de Duitse troepen in 1914 (redelijk snel, maar voor het Duitse keizerrijk te traag), trok de Belgische regering in de jaren twintig de conclusie dat de oude forten gemoderniseerd moesten worden. De zwakheden van 1914 moesten eruit en het zogenaamde ‘gat van Visé’ moest worden gedicht. De Duitsers hadden in 1914 gebruik gemaakt van dit gat tussen Visé en de Nederlandse grens. Hier verrees het ‘moeder aller forten’, het fort Eben Emael. Volgens de militaire experts was het fort onneembaar. Toch werd het fort op 10 mei 1940 binnen een kwartiertje door de Duitse troepen uitgeschakeld. Duitse zweefvliegtuigen en paratroepen landden ongezien op het fort en zo werd het van binnenuit uitgeschakeld. De Belgen waren trouwens niet de enige. Zo hadden de Fransen de Maginotlinie om een snelle Duitse opmars onmogelijk te maken. Zou ‘fort Europa’ hier een uitzondering op blijken te zijn?

Ik schrijf vaker over de vluchtelingenproblematiek en vraag daarbij altijd aandacht voor ‘het probleem van de vluchteling. Wat maakt dat iemand huis en haard verlaat? Die vraag kun je trouwens ook stellen bij migratie; waarom wil iemand naar een andere plek. ?“Het Nederlandse beleid rond vluchtelingen maakt een maatschappelijk probleem, een probleem van de wereldgemeenschap, tot een probleem van anderen: die moet zijn eigen ellende oplossen en ‘ons’ er niet mee lastig vallen. Of die ander nu een Syriër is die een veilig heenkomen zoekt voor de burgeroorlog in zijn land of een land als Griekenland dat ‘toevallig’ in de regio ligt en dus de ellende maar moet oplossen,” schreef ik ruim een jaar geleden. Het lijkt er echter op dat die vraag nog steeds niet wordt gesteld.

Daarom een andere invalshoek. In zijn boek Morele voortuitgang in duistere tijden, ja dit boek gaat over nu, betoogt Markus Gabriel dat er universele morele waarden zijn. Nu kan Gabriel dat wel zeggen maar: “’waarheid’ is een subjectief begrip en als we het in een democratie niet meer normaal kunnen hebben over elkaars waarheden, hoe uitzinnig die ook kunnen klinken in oren die iets anders geloven, dan hébben we geen democratie.” Aldus Ines van Bokhoven bij Opiniez. Om aan te tonen dat niet alle waarheden waar zijn, of in Gabriels termen dat sommige morele waarden universeel zijn, geeft hij het voorbeeld van de ‘nazimachine’. “Stel we geven een overtuigde neonazi toegang tot een tijdmachine waarmee hij terug kan reizen naar 1941, om in het toenmalige Derde Rijk te gaan wonen. Daarmee doen we hem allicht een groot plezier, en misschien zal hij onmiddellijk in de machine willen stappen. Die tijdmachine heeft echter één klein nadeel: onze neonazi zal niet zomaar als zichzelf naar het verleden worden gestuurd, maar wordt daar iemand die in tijd heeft geleefd. Wie hij zal zijn, weet hij van tevoren niet.” Dat maakt de tijdreis toch wel een hachelijke zaak. Anders dan bij de ‘teletijdmachine’ van professor Barabas waar de striphelden zichzelf blijven, kan onze overtuigd nazi immers ook zomaar slachtoffer worden van die door hem aanbeden ideologie. Immers: “Hij zou Adolf Hitler, Ernst Röhm of Martin Heidegger kunnen zijn, maar ook Anne Frank, Hannah Arendt, Primo Levi of een van de miljoenen slachtoffers van de nationaalsocialistische dictatuur.[1]  De historici onder ons zullen Gabriel erop wijzen dat je in 1941 geen Ernst Röhm meer kon worden. Die vurige nationaalsocialist was in 1934 tijdens de zogenaamde ‘nacht van de lange messen’ immers al het slachtoffer geworden van het Hitlerregime. Filosofen onder ons zullen de ‘sluier van onwetendheid’ van John Rawls herkennen in de nazimachine. En dat klopt, daar is het voorbeeld ook op gebaseerd. Rawls gebruikt die sluier om zijn theorie van rechtvaardigheid op te bouwen. De sluier houdt in dat we niet weten in wie we in de samenleving zijn en in welke tijd als we beoordelen of een samenleving rechtvaardig is.

Zou een ‘asielmachine’ ons niet kunnen helpen bij het opstellen van rechtvaardig asiel- en  migratiebeleid? Zouden we daarmee kunnen voorkomen dat we kapitalen steken in het bouwen van een ‘fort’ dat toch ‘veroverd’ gaat worden of waarin we weleens gevangen kunnen zitten?


[1] Markus Gabriel, Morele vooruitgang in duistere tijden, pagina 65

La Guerre du Feu

(A)ls je echt oog hebt voor de ernst van de ene onrechtvaardigheid, dan moet je toch begrijpen dat je de andere onrechtvaardigheid niet moet bagatelliseren?” Die vraag stelt Floris Schleicher bij Joop in een artikel. Hij reageert op antiracisme activisten die naar zijn mening: “het leed van dieren uit de bio-industrie miskennen.” Schleicher: “Dieren worden op grote schaal opgesloten, verminkt, een martelend dieet opgedrongen, geforceerd geïnsemineerd, van hun familie gescheiden en vergast.” Daarop is maar een conclusie mogelijk volgens Schleicher: “Als je antiracist en feminist bent, zou je automatisch ook veganist moeten zijn. De processen van uitsluiting van vrouwen en niet witte-mensen berusten namelijk op dezelfde onderliggende structuren als die van dieren.”

neanderthals prehistoric mountains free photo
Bron: needpix.com

Als ik de redenering van Schleicher omkeer, dan kun ik geen antiracist zijn als je vlees eet of op leren schoenen loopt. Dat kan niet omdat uitsluiting van dieren en mensen op een zelfde onderliggende structuur berust. Nu eet ik zelf op z’n tijd graag een stukje vlees. Dus kan ik wel ophouden me in te zetten voor een rechtvaardige samenleving zoals ik het omschrijf. Een bijzondere redenering.

Dat het leven voor een dier in de bio-industrie geen pretje is, staat buiten kijf. Dit moet veranderen. Maar betekent dit dan ook meteen dat de mens geen vlees meer mag eten? Nu is de huidige mens, de Homo Sapiens, van nature een omnivoor. De manier waarop we zijn gebouwd maakt dat duidelijk. We hebben kiezen om voedsel te malen zoals ook herbivoren ze hebben. Maar we hebben ook redelijk scherpe hoektanden van een carnivoor. Voor een planteneter hebben we een vrij kort en beperkt darmstelsel. Maar ook voor het eten van rauw vlees is dat darmstelsel niet ideaal. Ons bijzondere gestel is een resultaat van een paar miljoen jaar evolutie.  

Het belangrijkste moment uit die evolutie, is het temmen van het vuur. Wie kent de film La Guerre du Feu nog een Frans-Canadese film uit 1981 in het Engels vertaald als ‘Quest for fire’. In de film heeft een stam cro-magnon mensen een kleine vlam die ze altijd brandend moeten houden. Dooft de vlam, dan hebben ze geen vuur meer omdat ze niet weten hoe ze vuur moeten maken. Als het vuur toch dooft, moeten ze eropuit om vuur bij een andere stam te stelen. De film speelt zich zo’n 80.000 geleden af, zo tegen het einde van het middenpaleolithicum (3000.000 tot 35.000 jaar geleden). Een periode dat meerdere mensensoorten de aarde bewoonden.

Op het belangrijkste punt gaat de film echter mank. Een ‘Guerre du Feu’ zullen de drie in de film figurerende mensensoorten niet hebben gevoerd. De kunst om vuur te maken, hadden de mensensoorten in die tijd al lang onder de knie. En met dat onder de knie krijgen van het vuur maken, zijn we aanbeland bij wellicht de belangrijkste innovaties uit de geschiedenis van de mensheid. “Een internationaal gezelschap van onderzoekers ontdekte achter in de grot – ongeveer dertig meter van de ingang en twee meter onder de bodem – talrijke overblijfselen van verschroeide botten en plantenresten, direct naast vuistbijlen en andere vroeg-menselijke werktuigen die van de vertegenwoordigers van de Homo eregaster afkomstig zouden kunnen zijn. Uit de ligging van de vondsten en de structuur van de achtergebleven asresten konden de archeologen aflezen dat het vuur in de grot niet door een bosbrand was veroorzaakt, maar aangestoken werd. Uit de dikte van de aslaag bleek bovendien dat er steeds opnieuw op dezelfde plek vuur werd gemaakt.” Een passage uit Hoe wij mensen werden van Madelaine Böhme, Rúdiger Braun en Florian Beier. Nu leefde de Homo eregaster in het vroege Pleistoceen, tussen de 1,9 en 1,4 miljoen jaar geleden. Dus die stammen uit La Guerre du Feu hebben nooit ‘gezocht’ noch ‘gevochten’ om vuur. Ze konden het zelf maken, die innovatie hadden ze te danken aan die Homo eregaster.

Zonder dat vuur waren wij er, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, niet geweest. Het temmen van vuur was cruciaal voor de ontwikkeling van de mens. Cruciaal omdat beheersing van het vuur de mens bescherming bood in de nacht. Vuur houdt immers dieren op afstand. Maar belangrijker omdat vuur ervoor zorgde dat onze verre voorouders het vuur leerden te gebruiken om te koken. Böhme c.s.: “Gegaard voedsel is (…) beter en sneller te verteren en heeft meer voedingswaarde. Daardoor valt er meer energie te halen uit een portie eten. Uit zetmeel houdende  voedingsmiddelen als granen en aardappelen komt door koken dertig tot vijftig procent meer energie ter beschikking en uit eieren meer dan veertig procent extra bruikbaar eiwit.”

Resultaat hiervan: “De verkleining van de gebitselementen, de aanwijzingen voor een verbeterde beschikbaarheid van energie, de aanwijzingen voor een korter spijsverteringskanaal en het vermogen om nieuwe milieus te exploiteren ondersteunen de gedacht dat het bereiden van voedsel beslissend was voor de evolutie van Homo erectus. En, als we iets verder vooruit kijken, ook voor het ontstaan van het grote hersenvolume van de moderne mens. De grote, complexe menselijke hersenen hebben zoveel energie nodig dat het lichaam daarvoor meer dan twintig procent van de dagelijkse energiebehoefte en zestig procent van de in het bloed opgeloste glucose gebruikt, ook al maken de hersenen maar ongeveer twee procent van ons lichaamsgewicht uit. Een dergelijk luxueus orgaan kan een organisme zich alleen veroorloven als het constant voldoende brandstof tot zijn beschikking heeft.”

Zonder koken en vuur, geen groot hersenapparaat: “Tot dat resultaat kwamen Braziliaanse onderzoeksters nadat ze het eetgedrag van moderne mensapen en de energiebehoefte van de hersenen van deze dieren nauwkeurig hadden bestudeerd. Een volwassen gorilla die zich hoofdzakelijk voedt met bladeren, bloemen en vruchten, zou dagelijks meer dan twee uur langer moeten eten om een in verhouding even grote hersenmassa als de onze te verzorgen. Omdat gorilla’s sowieso al bijna acht uur lang eten en voedsel verteren is dat vrijwel onmogelijk. De dagen zijn daarvoor eenvoudig niet lang genoeg.”

Terug naar Schleichers betoog, die zich, zo vat ik het samen, inzet voor een rechtvaardige wereld. Een wereld waarin ieder wezen de mogelijkheid heeft zich te ontwikkelen naar zijn natuurlijke mogelijkheden. Hoort daar voor de mens dan niet ook de keuzemogelijkheid bij om vlees te eten? Maar dan wel vlees van dieren die ook naar hun mogelijkheden hebben kunnen leven. Waarbij een van de mogelijkheden van het leven van ieder dier is, dat het als voedsel ten prooi valt aan een ander dier.

‘Ellende-ladder’

Identiteit, ik schreef er eind vorig jaar een Prikker over met als titel Hans, en de vraag ‘Wie ben ik’?.  In die Prikker sloot ik me aan bij een uitspraak van Kwame Anthony Appiah: “Ik vind dat je identiteit licht moet dragen….” Omdat: “De aanname dat we een eeuwig, onveranderlijk ik zouden hebben, (…) hoogst twijfelachtig” is. De afgelopen tijd waren we getuige van prachtige voorbeelden van die twijfelachtigheid. Voorbeelden geleverd door Henk Krol en de Kamerleden van Denk. Over die voorbeelden wil ik het niet hebben. Wel over redeneringen en hun gevolgen.

Correspondent Identiteit Valentijn de Hingh vraagt zich in een artikel bij De Correspondent af: “Hoe los je racisme, seksisme en homofobie op? Allemaal tegelijk.” Daarvoor onderzoekt hij ‘Identiteitspolitiek. “Identiteitspolitiek wil zorgen voor meer gelijkheid voor groepen die op basis van bijvoorbeeld ras, etniciteit, seksuele gerichtheid, sekse of genderidentiteit in een maatschappelijke minderheidspositie zitten, en die daardoor in hun dagelijks leven te maken krijgen met allerlei vormen van onrecht en onderdrukking.” In dit artikel komt hoofddocent Literaire en Culturele Analyse Murat Aydemir aan het woord. Volgens Aydemir is: “identiteitspolitiek oorspronkelijk wél bedoeld als brede systeemkritiek.”  Volgens Aydemir hebben we de term te danken aan: “het Combahee River Collective (CRC), een groep Afro-Amerikaanse lesbische feministen uit Boston.” Deze groep legde een relatie tussen ras, gender en klasse. Hun kritiek: “Het feminisme was in die tijd vooral een project van witte vrouwen, waardoor racisme vrijwel onbesproken bleef. De burgerrechtenbeweging had weinig aandacht voor seksisme en homofobie, terwijl de arbeidersbeweging voorbijging aan de manier waarop al deze vormen van onrecht invloed hadden op de economische positie van zwarte vrouwen.” Daaruit concludeerden ze: “If black women were free, it would mean that everyone else would have to be free since our freedom would necessitate the destruction of all the systems of oppression.” Dus: “Door solidair te zijn met zichzelf als zwarte vrouwen, waren de leden van het CRC dus in feite solidair met een heleboel: met vrouwen, personen van kleur, LHBTQIA’ers én mensen in een economische minderheidspositie – hun identiteit verbond ze aan al deze politieke belangen tegelijkertijd.” De Hingh concludeert hieruit: “Goede identiteitspolitiek richt zijn pijlen dus niet op één vorm van onrecht, maar op alle vormen tegelijkertijd. En gaat dus wel degelijk over breed gedragen maatschappelijke verandering.” Laten we deze hele redenering eens wat beter bestuderen.

Wat het CRC zegt is dat je, als je de wereld wilt verbeteren, moet beginnen met het verbeteren van de positie van de Afro-Amerikaanse lesbische feministen. Die worden immers het meest achtergesteld. Als zij het beter krijgen, krijgt iedereen het beter. Immers om hun positie te verbeteren moet je alle ‘systemen’ en ‘belemmerende’ factoren opruimen. De grote denker over rechtvaardigheid John Rawls zou zich hierin kunnen vinden. Zijn uitgangspunt is immers dat iedere maatregel de positie van hen die het slechtst af zijn, het meeste moet verbeteren. 

Een probleem. De hele redenering staat of valt met de ‘ellende-ladder’. De wat? De ‘ellende-ladder’, een woord dat me net te binnen schoot. De Afro-Amerikaanse lesbische feministen van het CRC vinden dat hun ellende het grootst is, dat zij bovenaan staan op de ‘ellende-ladder’. Zij combineren huidskleur, geslacht en klasse en constateren dat zij overal in het nadeel zijn. Zij bedienden zich van ‘intersectioneel denken’ avant la lettre. Denken dat de mens in stukjes hakt: gender, ras, geaardheid, religie, handicap en nog veel meer. Ik schreef er al eerder over naar aanleiding van een artikel van Seada Nourhussen. Of hun positie werkelijk de meest ellendige is, is maar helemaal de vraag. Hoe bepaal je welke groep in de meest ellendige situatie verkeert? Maar ook wie bepaalt dat? In het CRC-denken is dat van belang. Is er immers een groep die nog hoger op de ellende-ladder staat, bijvoorbeeld de zwarte lesbische moslima, dan moet daar de ‘wereldverbetering’ mee beginnen. Het wordt zo belangrijk om de bovenste positie op de ‘ellende-ladder’ in te nemen. En dat is precies wat er gebeurt. Iedere groep ziet zijn positie al meest ellendige.

“Maar uiteindelijk is het wel zaak dat identiteitspolitiek in de toekomst aanstuurt op een allesomvattende, radicale omwenteling van het systeem, zoals het Combahee River Collective het voor ogen had,” concludeert De Hingh. De energie gaat echter op aan de wedstrijd ‘ladder klimmen’ en niet aan het bereiken van een ‘breed gedragen verandering’. Misschien zou het helpen als  ‘identiteit’ een veel minder belangrijke positie zou innemen. Als we onze ‘identiteit’, om Appiah na te spreken, wat lichter dragen en wat meer zoeken naar gezamenlijkheid, naar overeenkomsten. We zijn allemaal mensen die met respect en gelijkwaardig behandeld willen worden. Zou dat niet een goed beginpunt zijn?

Moreel ver plassen

De campagne voor de komende gemeenteraadsverkiezingen is nogal surrealistisch. De kranten staan vol met uitspraken van politici die verkiesbaar zijn en dan ook nog partijen waar het grootste deel van Nederland niet op kan stemmen. Baudet, Wilders, Buma en Pechtold zijn niet verkiesbaar. Het Forum voor Democratie, NIDA, de PVV, Denk en Bij1 doen slecht in een handvol en soms maar één gemeente mee. In de Volkskrant reageert Martin Sommer op een ‘klacht’ van politicoloog Tom van der Meer dat er te weinig over waarden wordt gediscussieerd: “Me dunkt, in Amsterdam en Rotterdam gaat het alleen maar over waarden. Racisten buiten de deur houden, is er iets hogers? Dat begon al bij het debat van de landelijke lijsttrekkers in De Balie. Het was een potje moreel verplassen tussen Pechtold, Klaver en Asscher.”

manneken-pis-1535118_960_720

Foto: pixabay.com

Nu is Nederland veel groter dan Amsterdam en Rotterdam en de rest van Nederland komt er nogal bekaaid vanaf. Als inwoner van welke plaats dan ook hoef je niet echt moeite te doen om niets te merken van de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Terug naar Sommer. Inderdaad als het over racisme gaat, dan gaat het over waarden. Racisme raakt aan waarden als vrijheid, rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid en broederschap. Een debat over racisme biedt een goede mogelijkheid om te bekijken hoe partijen en politici deze waarden interpreteren en invullen. Hoe breed of smal zien zij vrijheid? Hoe vullen zij rechtvaardigheid in? Daar kun je een aardige boom over opzetten. Hoe wordt gelijkwaardigheid ingevuld en wat betekent dat voor het samen leven, voor broederschap?

Gaat de discussie, het debat, daar ook over? Als deze waarden conflicteren, welke waarde weegt voor een politicus het zwaarste? Voor een VVD-er zal vrijheid belangrijk zijn. Een GroenLinkser zal daarin bijvallen, alleen hebben ze het over hetzelfde als ze het over vrijheid hebben? Vrijheid kun je immers, in navolging van de filosoof Berlin, positief en negatief uitleggen. Gaat de discussie hierover of blijft het debat hangen in het elkaar beschuldigen en het jij-bakken?

Als je het zo bekijkt, heeft Van der Meer dan niet ook een punt en wordt er niet over waarden gesproken?

We had to destroy the village in order to save it

Gisteren schreef ik over ‘vluchtelingendeals’, in de Volkskrant deed Martin Sommer dat ook. Volgens Sommer was de Turkije-deal niet ideaal maar toch een succes: “ De opvang rammelt, de verdeling van statushouders komt niet van de grond. Wat Jesse Klaver zegt, is vast waar: Syrische kinderen krijgen in Turkije geen onderwijs en er zijn er die moeten werken in textielfabrieken. Dat mag niet van de UNHCR. Maar dit soort bijbelexegese helpt weinig tegen de verdrinkingsdood. En het is een feit dat de ongecontroleerde migratiestroom is gestopt. Dit is wat politiek vermag; van een naargeestige toestand is het beste gemaakt.”

vietnam

Foto: Listosaur

In zijn artikel haalt Sommer de Orde van Advocaten aan die de verkiezingsprogramma tegen het licht hield en die: “deelde rode vlaggen uit waar ze strijdig waren met de beginselen van de rechtsstaat. Het oordeel was ‘geschokt’ in verband met het aangetroffen Trump-gehalte; vijf rode vlaggen, terwijl het er de vorige keer maar twee waren. In de tussentijd was er weliswaar een asielcrisis geweest en een reeks bloedige aanslagen. Maar met dat soort storende omgevingsfactoren konden de voorvechters van de grondrechten geen rekening houden.” Die advocaten snappen er dus niets van, je moet toch begrijpen dat aantasting van de rechtsstaat na zo’n vluchtelingencrisis en een serie aanslagen niet vreemd is. Zo beschermen we immers onze verworvenheden zoals onze ‘banen en sociale zekerheid’ en houden we rekening met het draagvlak onder de bevolking. We beschermen zo immers onze verworvenheden.

Weegt het beperken van de instroom van vluchtelingen op tegen het, ik formuleer het scherp, afbreken van de rechtsstaat, want dat is wat Sommer lijkt te beweren? Is niet juist de rechtsstaat een van onze belangrijkste verworvenheden? Een verworvenheid die zorgt voor vrede, welvaart en welzijn? Verschillen we niet juist door die rechtsstaat van de landen van waaruit deze mensen vluchten en van de landen die nu door velen als ‘veilige derde landen’?

Bescherm je je verworvenheden het beste door ze zelf af te breken? Dit lijkt wel op de Amerikaanse legerwoordvoerder die tijdens de Vietnamoorlog de beroemde uitspraak deed: ‘We had to destroy the village in order to save it’. Heeft de politiek er werkelijk het beste van gemaakt als de maatregel die zij neemt strijdig zijn met de beginselen van de rechtsstaat?

Beste burgemeester Koelewijn

Ik begrijp uit een artikel in de Volkskrant dat u heel begaan en betrokken bent met het meisje in uw gemeente Kampen, dat meerdere keren bruut is verkracht door een man uit Eritrea. Een man die ten tijde van het misdrijf in het asielzoekerscentrum (AZC) in Dronten verbleef. Die betrokkenheid siert u, er kan niet genoeg aandacht zijn voor slachtoffers van dergelijke vreselijke misdrijven. De dader verdient een zware straf al zal die straf het leed dat het meisje is aangedaan, nooit weg kunnen nemen.

kampenFoto: Kampen Online

Wat ik niet begrijp is uw reactie op hetgeen het meisje zich afvroeg. Ik citeer u: “Het meisje vroeg zich af hoe het toch kan dat mensen die uit oorlogsgebieden komen, en mogelijk oorlogstrauma’s hebben, ’s nachts vrij kunnen rondlopen’,… .Terwijl de situatie ook zo is dat ze dikwijls in de horeca worden geweerd. Dus je nodigt daarmee uit dat die mensen op straat gaan hangen ’s nachts, zonder toezicht. Dat heeft mij aan het denken gezet.” Resultaat van dat denken is een avondklok voor asielzoekers. Die kan volgens u uitkomst bieden omdat de omgeving veiliger wordt, “Maar het is ook een stuk bescherming naar de mensen zelf’.” Met die mensen bedoelt u de bewoners van het AZC.

In het krantenartikel krijgt u, naar mijn mening, terecht veel kritiek, op de vrijheidsberoving die u aan de asielzoekers wilt opleggen. Een vrijheidsberoving van onschuldige mensen omdat iemand uit hun ‘dorp’ een misdrijf heeft gepleegd. Over het straffen van een groep voor een daad van een eenling, wil ik het verder niet meer hebben. Dat wordt in het artikel al genoegd benadrukt en heeft bij diverse media voldoende aandacht gekregen.

Ik wil het met u hebben over over een tussenzin in het citaat hierboven. De zin: “Terwijl de situatie ook zo is dat ze dikwijls in de horeca worden geweerd.” een zin die er zomaar tussendoor glipt. Maar zegt u daar dat u het goed vindt dat de horeca in uw stad een ‘deurenbeleid’ voert dat groepen mensen, in dit geval asielzoekers, weert? Vindt u het werkelijk goed dat horeca-ondernemers in uw stad discrimineren?

Ik hoop toch, al doet de berichtgeving en de manier waarop u deze zin brengt het ergste vrezen, dat u dit niet normaal vindt. Ik hoop dat u eens een goed gesprek met deze ondernemers gaat voeren. Dat u optreedt tegen deze vorm van discriminatie. Mag ik erop rekenen dat u dit gesprek gaat voeren? Dat u deze Kampense horeca-ondernemers stevig gaat toespreken? Mag ik erop rekenen dat u deze horeca-ondernemers eens flink de mantel uitveegt en mocht dat niet voldoende zijn, dat u passende maatregelen neemt tegen de onwilligen?

Met vriendelijke groet,

De Ballonnendoorprikker

Discriminatie bij wet

De Eerste Kamer heeft ingestemd met een wet die het mogelijk maakt om vermeende terroristen het Nederlanderschap te ontnemen. Tenminste, als de persoon naast de Nederlandse, nog een andere nationaliteit heeft. Als de persoon alleen de Nederlandse nationaliteit heeft dan kan de nationaliteit niet worden afgenomen omdat volgens internationale verdragen moet worden voorkomen dat iemand statenloos wordt. Zo willen de ‘instemmers’ met de wet de veiligheid in Nederland vergroten. Wat als het land van de tweede nationaliteit dezelfde maatregel neemt en daarmee iets eerder is dan Nederland?

terrorismeIllustratie: Liberties.EU

Laten we aannemen dat de ‘instemmers’ gelijk hebben en dat het hierdoor werkelijk veiliger wordt in Nederland. Wordt die veiligheid dan niet duur betaald?

Duur betaald omdat het Nederlanderschap kan worden ontnomen door het kabinet op basis van een ambtsbericht van de AIVD. Dus zonder tussenkomst van een rechter op basis van informatie, ambtsberichten die heel lastig tot niet zijn te toetsten, ze zijn immers verkregen door geheime diensten. In onze Nederlandse rechtstaat was het gebruik dat het aan de rechterlijke macht is om iemand te bestraffen. Nu wordt er gestraft zonder tussenkomst van de rechter. Ja, de rechter wordt achteraf gevraagd om zich erover uit te spreken.

Duur betaald omdat de wet onderscheid maakt tussen mensen. Namelijk tussen mensen mét en mensen zonder dubbele nationaliteit. Alleen de eersten kunnen immers worden gestraft met het intrekken van de nationaliteit. Hoe verhoudt zich dit tot het gelijkheidsbeginsel? Discrimineert de wetgever niet op basis van afkomst? De Grondwet stelt in artikel 1 immers: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” ‘De vermeend terrorist bevindt zich niet in Nederland’, zou je kunnen tegenwerpen. De terrorist met de Nederlandse nationaliteit wellicht ook niet en die wordt anders behandeld.

Moet niet juist aan de kracht van de rechtstaat en de erin opgenomen gelijkheid, worden vasthouden? Worden zo, in de strijd tegen ‘terroristen’ niet juist die zaken afgebroken die ons onderscheiden van de ‘terrorist’? Wordt zo niet de belangrijkste verdedigingswal tegen ‘terroristen’ afgebroken?

 

Verkiezingsgesprek

In de Volkskrant biedt Michiel Zonneveld een prachtige oplossing voor een probleem. Wat is het probleem? RTL houdt haar verkiezingsdebat met de lijsttrekkers van de vier grootste partijen in de peilingen begin februari. Zoals het er nu uitziet zijn dat de VVD, de PVV, het CDA en … ? En dat is het probleem. Dan volgen er vier partijen die in de peilingen ongeveer even groot zijn: PvdA, D66, SP en GroenLinks. Hoe los je dat op? Zonneveld: “Waarom organiseert RTL geen voordebat tussen de vier progressieve partijen?” Een win-win-oplossing aldus Zonneveld en: “de meeste winst levert deze oplossing de Nederlandse democratie op. Het zou een eerste stap richting een Nederlandse voorverkiezing worden.”

loesje

Illustratie: Loesje

Een geweldig oplossing voor het probleem van RTL. Zonneveld  trekt de vergelijking met de Verenigde Staten en Frankrijk en de manier waarop daar de president wordt gekozen. In Frankrijk wordt er net zolang gekozen totdat één kandidaat een meerderheid van de stemmen heeft. Hoe ze in de VS een president kiezen hebben we het afgelopen jaar weer kunnen zien.

Wacht eens! Kiezen we in Nederland een president? Nee, die functie kent Nederland niet. Wij hebben een koning voor de ceremonie en een minister-president die samen met de ministers ‘het werk’ doet. Die minister-president wordt ook niet gekozen. In Nederland worden parlementsleden voor de Tweede Kamer gekozen. Vanuit het parlement wordt vervolgens een regering (coalitie van partijen) gevormd die op steun van een meerderheid van leden van de Tweede Kamer kan rekenen en meestal wordt de leider van de grootste partij in de coalitie minister-president. De ‘winst’ voor RTL zie ik wel maar waar zit dan die ‘winst’ voor de Nederlandse democratie in Zonnevelds oplossing? Kampen de Amerikaanse en Franse democratie, ondanks de ‘voorverkiezingen’ niet met dezelfde problemen als de Nederlandse?

Zonneveld, RTL, andere media en ook de politieke partijen leggen de nadruk op het debat. Zou een gesprek de democratie niet veel meer dienen? Bijvoorbeeld een serie van uitzendingen waarin steeds met één lijsttrekker wordt gesproken en waarin alle lijsttrekkers dezelfde vragen moeten beantwoorden. Vragen over bijvoorbeeld rechtvaardigheid, vrijheid: hoe denkt de politicus hierover, wat betekent dit voor actuele zaken en hoe zien we dat terug in het handelen (stemgedrag) van de afgelopen tijd.

Minder winst voor RTL, immers geen debat met oneliners en kibbelende politici. Wellicht wel winst voor de democratie?

Artikel 1

“Omdat mijn missie en de reden dat ik de politiek ben ingegaan, namelijk het bestrijden van racisme en ongelijkwaardigheid en het zoeken naar verbinding (is),” het antwoord van Sylvana Simons op de vraag “Waarom begint u een eigen partij, die de Volkskrant haar stelde. Voor Simons staat een rechtvaardig Nederland bovenaan en zij wil daar invulling aan geven door op te komen voor mensen die in de verdrukking zitten.

sylvana-simonsFoto: Nu.nl

Beste mevrouw Simons, hulde van de Ballonnendoorprikker voor uw streven en inzet. Het interview in de Volkskrant roept wel wat vragen op. U bent niet de enige politicus die zegt te willen zoeken naar verbinding. Het verbaast mij dat die zoekers naar verbinding elkaar slechts zelden weten te vinden. Zou dat kunnen omdat zij allemaal andere eisen hebben waaraan die verbinding moet voldoen en geen water bij de wijn willen doen? Waarom sluit u zich niet aan bij een bestaande partij? Zou verbinding daar niet al kunnen beginnen? De bestaande partijen verdwijnen niet en ook met hen zult u zich moeten verbinden om wat te kunnen bereiken.

U stelt dat de huidige politieke partijen er: “in de afgelopen vijftien jaar er niet in geslaagd (zijn) om de toon van het debat de juiste kant op te sturen en de polarisatie tegen te gaan.” Dat is niet vreemd want is polarisatie niet eigen aan politiek? Polariseert u zelf niet ook door een nieuwe partij te beginnen? Een partij die al begint met zich af te zetten tegen de partij waarbij u eerst behoorde?

Crucialer is de vraag wat volgens u dan de juiste kant is? Uw vorige partij, DENK, wil een kleurrijk, een eerlijker perspectief in de geschiedschrijving” en het heden ‘zuiveren van ongewenste voorvaderen’. Eigenlijk wil ze het verleden herschrijven en aanpassen aan haar huidige opvattingen zodat het lijkt alsof die denkbeelden een logisch gevolg zijn van dat verleden. Iets wat ook Gloria Wekker, met het ‘cultureel archief dat West-Europese landen verplichtte om gebieden te veroveren en volkeren te onderwerpen’ doet. Als u die kant op wilt, dan hoeft u niet op mij te rekenen.

“Ik focus me liever op díé groep mensen wiens hart nog open is,” zegt u. Als u de artikelen leest op mijn site, dan zult u kunnen zien dat mijn hart open is. Dat rechtvaardigheid uitgelegd als opkomen voor de minder bedeelden een van mijn drijfveren is, dat ik altijd het gesprek aan wil gaan, ook met u. Als u me echter, net als sommige mede zwarte-piet-activisten vraagt om mijn ‘witte privilege’ te erkennen, dan haak ik af. Ik haak niet af omdat mijn hart sluit, maar omdat mijn hoofd dat niet kan verdragen.

Als u na het lezen van dit schrijven de verbinding met mij wilt zoeken, laat het me weten.

Met vriendelijke groet,

de Ballonnendoorprikker

‘Aflaten’ en ‘afpersen’

Het CDA wil: “een stevig debat over onze gedeelde waarden, de betekenis van burgerschap of rechtvaardigheid in onze samenleving.” Gisteren besteedde ik aandacht aan de gedeelde normen en waarden en  vroeg mij af of de partij een debat wilde of les wilde geven in ‘burgerschap’. Laten we vandaag eens kijken naar een debat over rechtvaardigheid. Een van mijn favoriete onderwerpen, waarover ik al eerder schreef.

aflaat

Foto: CuBra

Wat voor het CDA rechtvaardig is, wordt niet duidelijk. Het verkiezingsprogramma geeft geen definitie en haakt niet aan bij het rechtvaardigheidsdebat in de wetenschap. Jammer, want dan zou de positie van de partij in het debat duidelijk worden.

Dan maar op een indirecte manier, via de vluchteling. “Het huidige vluchtelingenverdrag is op deze problematiek en omvang niet geschreven en moet daarom worden aangepast, om meer opvang in de regio en tijdelijke opvang elders mogelijk te maken.” De regio was al vaag, elders is nog vager en biedt slechts één zekerheid: het is niet hier. Wordt het probleem zo niet bij andere landen gelegd? Landen  die er ook niet om hebben gevraagd. Landen die er zelf veelal niet al te best voor staan, alleen met de opvang van vluchtelingen op te zadelen en als rijk en welvarend land alleen wat geld over te maken? Landen ‘in de regio’ die trouwens al het overgrote deel van alle vluchtelingen opvangen. Is dat een van die:  “… solide en houdbare oplossingen nodig om nieuwe drama’s te voorkomen”? Is dit afkopen via ‘aflaten’ de nieuwe manier waarop de christelijke naastenliefde wordt vormgegeven? Nog belangrijker, hoe rechtvaardig is dit afkopen via ‘aflaten’?

Als er in een land waaruit veel mensen zijn gevlucht eindelijk vrede is, dan moet het verplicht alle vluchtelingen uit Nederland terugnemen. Want: “landen die niet meewerken krijgen geen ontwikkelingshulp en komen niet in aanmerking voor handelsverdragen of andere vormen van samenwerking.” Het CDA volgt hier de VVD. Hoe rechtvaardig is deze neokoloniale vorm van ‘afpersen’?

Gelukkig blijft de deur op een kiertje staan voor vluchtelingen die ‘werkelijk in nood verkeren.’ De Syriër hoort daar waarschijnlijk niet bij. De ‘werkelijke vluchteling’ krijgt: “een ontheemdenstatus, waarbij … vanaf het begin af aan eerlijk en duidelijk wordt vermeld dat het verblijf hier tijdelijk is.” Als er vrede is in het land van herkomst, moet hij weer terug om dat land mee op te bouwen. Hoe menselijk is die onzekere ‘ontheemdenstatus? Onzeker omdat die ieder moment kan worden ingetrokken. Hoe rechtvaardig is het om zo iemands leven moeilijk tot onmogelijk te maken?