Uitgelicht

Alleen samen zijn we vrij

“Of denk aan mensen die zich onveilig en geïntimideerd voelen door pro-Palestijnse demonstraties. Demonstreren hoort bij een vrije samenleving. Dat staat voor mij buiten kijf. Maar het gaat wringen wanneer mensen alleen hun eigen vrijheid opeisen en daarbij iedere verantwoordelijkheid voor de vrijheid van anderen achter zich laten, precies dat zagen we onlangs in Amsterdam.” Die woorden sprak Christen-Unie voorvrouw Mirjam Bikker in haar Ronny Naftaniel-lezing. Dat is nogal een bewering. De joodse gemeenschap is de groep waarvan de vrijheid in gevaar is, aldus Bikker. Die voelt zich onveilig. En dat gevaar komt van ‘pro-Palestijnse demonstranten en mensen die met Hamas-vlaggen zwaaien.

gele lijn in Gaza. Bron:mondoweiss.net

Bikker liet die woorden volgen door: “Als vrijheid alleen nog maar betekent dat ik mijn gang kan gaan, zolang de ander daar niet direct en zichtbaar schade aan ondervindt, dan is dat uiteindelijk een armzalig vrijheidsideaal. Waar de grootste schreeuwer wint en de samenleving aan het einde gepolariseerd en verkruimelt tegenover elkaar staat. Met als eerste slachtoffer de Joodse gemeenschap, maar vervolgens iedere andere minderheid. Dat is niet het Nederland waar ik in geloof.” Om vervolgens uit te komen bij de filosoof Isaiah Berlin en diens twee opvattingen over vrijheid. En haalt ze er nog wat theologen en bijbelpassages bij. Volgens Bikker is ons aller vrijheid in gevaar als de vrijheid van een persoon of groep in gevaar is. Ze sluit af met de woorden:“ Alleen samen ben je vrij.” En daar kan ik me helemaal in vinden. Ons aller vrijheid is in gevaar als aan de vrijheid van een groep of individu wordt getornd.

U verwijt pro-Palestijnse demonstranten en zwaaiers met de Hamas vlag dat ze ‘alleen hun eigen vrijheid opeisen en iedere verantwoordelijkheid voor de vrijheid van anderen achter zich laten’. Dat is nogal een verwijt. Maar helaas wordt dat verwijt als een feit geponeerd en niet onderbouwd. Geldt dat verwijt dan niet ook voor pro-Israël demonstranten en gezwaai met de Israëlische vlaggen? Dat zou voor de Palestijnse Nederlander ook zomaar eens tot onveilig en geïntimideerd voelen kunnen leiden. Om voor mezelf te spreken, ik voel onveiligheid en intimidatie bij veelal in het zwart geklede demonstranten met dubieuze symbolen en Prinsenvlaggen die ‘wij zijn het volk’ roepen. Dan maar niet meer demonstreren of met vlaggen zwaaien? Dat is niet de oplossing zoals Bikker aangeeft immers: “Demonstreren hoort bij een vrije samenleving.” Net zoals ongemakkelijke gevoelens van anderen bij dat demonstreren en gezwaai met vlaggen hoort. Een samenleving zonder ongemak bestaat niet. Vrijheid is per definitie ongemakkelijk omdat mijn vrijheid met die van jou schuurt. Sterker, een samenleving waar vrijheden niet schuren is een onvrije samenleving.

Maar beste mevrouw Bikker, als u zich echt zorgen maakt om de vrijheid en de veiligheid van joodse Nederlanders, dan moet u verder kijken dan de pro-Palestijnse demonstranten en het zwaaien met Hamas vlaggen. Dan moet u zich eens verdiepen in de manier waarop het begrip antisemitisme door Israël en de Israëlische regering wordt ingevuld en in Nederland wordt versterkt door het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). De club waarvan de naamgever van uw lezing jarenlang de voorzitter was. U schrijft terecht dat: “Joodse Nederlanders ook niet verantwoordelijk voor de keuzes van de Israëlische regering,” te houden zijn. Door, zoals de Israëlische regering doet, op alle kritiek op haar handelen het label antisemitisch te plakken, maakt zij geen onderscheid tussen joods en de Israëlische regering. Door dit, zoals het CIDI doet na te volgen, iets waar u zich in deze lezing ook schuldig aan maakt, draagt u juist bij aan datgene wat u niet wilt en dat is dat joden om verantwoording wordt gevraagd voor de daden van Israël.

Die honderdduizenden mensen die in 2025 tot drie keer toe een rode lijn trokken en dat binnenkort weer doen, deden en doen dat (de overgrote meerderheid tenminste) niet omdat ze joden haten en antisemitisch zijn zoals u impliciet lijkt te zeggen. Nee, die deden en doen dat omdat Israël zich barbaars gedraagt. Gedrag dat is te vergelijken met de manier waarop de Duitse Nationaalsocialisten zich in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw gedroegen. Die deden en doen dat vooral omdat de Nederlandse regering haar plicht verzaakt en Israël niet straft voor haar barbaarse optreden. Ze deden en doen dat om u als Kamerlid in beweging te krijgen en zich in te gaan zetten voor mensen van wie veel meer dan alleen de vrijheid wordt bedreigd. Van wie de eigen cultuur en het voortbestaan wordt bedreigd. Voor mensen die door Israël als, om een beladen term te gebruiken, Untermenschen worden behandeld. Die mensen dat zijn de Palestijnen die in de Gaza-strook en op de Westoever wonen. Dat zijn de mensen die direct worden bedreigd. Dat zijn de mensen waar onze sympathie, aandacht en steun naar toe zou moeten gaan. Want, zoals u terecht schrijft: “Wie zich niet bekommert om de vrijheid van de ander, (…) houdt niet werkelijk van vrijheid. Wie wegkijkt wanneer een ander wordt bedreigd, werkt uiteindelijk mee aan onvrijheid.” immers om u aan te halen: “Alleen samen zijn we vrij.” En bij dat samen mevrouw Bikker, horen ook de Palestijnen. Bij het mijne tenminste wel.

Uitgelicht

J’accuse…!

Brief aan de heer R. Jetten, minister-president van Nederland. J’ accuse…! Zo begon een open brief van de Franse schrijver Emile Zola in de krant L’Aurore van 13 januari 1898. Zola richtte zijn brief aan Félix Faure, de toenmalige president van de derde Franse republiek. Met deze woorden begint deze open brief aan u. Zola sprak in zijn brief zijn verontwaardiging uit over de manier waarop kapitein Alfred Dreyfus onterecht werd beschuldig van en veroordeeld voor spionage voor Duitsland. De beschuldiging en veroordeling van de jood Dreyfus waren een gevolg van antisemitisme. “Er is niets meer aan te doen, Frankrijk draagt nu voor altijd deze vuiligheid, de geschiedenis zal schrijven dat het onder uw presidentschap was dat een dergelijk maatschappelijk misdrijf bedreven kon worden,” aldus Zola in zijn brief. Aan hetgeen ik onder uw aandacht wil brengen daarentegen, is nog wel wat te doen. U kunt nog wel iets doen aan de schandvlek die uw blazoen aan het bevuilen is. Snel handelen kan ervoor zorgen dat die schandvlek niet aan uw blazoen hecht. Welke schandvlek? De schandvlek van het handelen of beter gezegd het gebrek aan handelen van de Nederlandse staat met betrekking tot het beschermen van de Palestijnse bevolking tegen de Israëlische regering.

Zola’s open brief aan Faure. Bron: Wikipedia

Ik gebruik de woorden van Zola, j’accuse …! , ‘ik beschuldig’ om mijn brief aan u, de eerste vertegenwoordiger van de Nederlandse, regering te openen. Ik beschuldig de Nederlandse regering van:

Als eerste het niet veroordelen van en optreden tegen oorlogsmisdaden begaan door Israël. Want:

– zoals u weet, of behoort te weten, is het collectief straffen van mensen voor de daden van enkelen in een oorlog, een oorlogsmisdaad. Artikel 33 van het Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, stelt dat een beschermd persoon niet mag worden bestraft voor een vergrijp dat de persoon niet heeft begaan. Meer dan 2.200 mensen uit hun huizen zetten en hun huizen vernietigen als vergelding voor de dood van twee Israëlische soldaten alleen maar omdat de schutter uit hun wijk afkomstig is, is mensen straffen voor een daad die ze niet hebben gepleegd. Palestijnen in de door Israël bezette gebieden zijn, op grond van het vierde artikel van hetzelfde verdrag, beschermde personen. Dat is een vorm van collectief straffen die het al genoemde artikel 33 verbiedt. De Israëlische regering begaat hiermee een oorlogsmisdaad en dit is niet de eerste keer. Begin 2025 deed de Israëlische regering precies hetzelfde in Jenin. En ook de acties van Israël in Gaza vertonen veel kenmerken van collectief straffen;

– zoals u weet, of behoort te weten, stelt Artikel 3 van hetzelfde verdrag dat: “Personen die niet rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnemen, met inbegrip van personeel van strijdkrachten dat de wapens heeft nedergelegd, en zij die buiten gevecht zijn gesteld door ziekte, verwonding, gevangenschap of enige andere oorzaak, onder alle omstandigheden menslievend (moeten) worden behandeld.” Het massaal samendrijven van dergelijke personen in kampen en hen daar maar mondjesmaat van voedsel, water en medische verzorging voorzien kan ik niet ‘menswaardig behandelen’ noemen;

– zoals u weet, of behoort te weten, moeten: “De gewonden en zieken, evenals de gebrekkigen en de zwangere vrouwen, in het bijzonder worden beschermd en ontzien,” zo stelt artikel 16 van hetzelfde verdrag. Het bombarderen van ziekenhuizen lijkt mij niet bij te dragen aan het beschermen van gewonden, zieken en gebrekkigen. Sterker, artikel 18 stelt dat: “Burgerziekeninrichtingen, ingericht voor de verzorging van de gewonden, zieken, gebrekkigen en kraamvrouwen, onder geen omstandigheid het doelwit van aanvallen (mogen) zijn, doch moeten te allen tijde worden ontzien en beschermd door de Partijen bij het conflict.” Ook moeten (artikel 21): “Transporten van gewonde en zieke burgers, van gebrekkigen en kraamvrouwen, uitgevoerd te land door konvooien van voertuigen,” net zoals de genoemde ziekenhuizen worden ontzien en beschermd. Het beschieten en bombarderen van ambulances is een flagrante schending hiervan.

Wat buiten kijf staat is het recht van een bezet volk of leden ervan om zich tegen de bezetting te verzetten. En ja, bij dat verzetten mag geweld worden gebruikt maar wel binnen de regels van het oorlogsrecht en die overtrad Hamas op 7 oktober 2023. Het overtrad die regels niet door de actie op Israëlisch grond gebied te laten plaatsvinden. Het overtrad die regels door willekeurig mensen (waaronder kinderen) te mishandelen en doden en door vrouwen te verkrachten. Die daden moeten scherp worden veroordeeld. Het recht op zelfverdediging waar Israël en haar sympathisanten zich op beroepen geeft het land geen vrijbrief om het oorlogsrecht en de mensenrechten te schenden, zich van terreur te bedienen en genocidaal op te treden. Net zoals het recht op verzet van de Palestijnen hen niet het recht geeft om het oorlogsrecht te schenden. Dergelijke overtredingen van het oorlogsrecht kunnen en mogen niet onbestraft blijven.

Als tweede het niet veroordelen van en optreden tegen Israël vanwege genocidaal handelen. Van genocide is sprake zo is vastgelegd in artikel II van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide als er sprake is van: “een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, ethnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen: a. het doden van leden van de groep; b. het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep; c. het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging; d. het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen; e. het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.” Niet te ontkennen valt dat Israël Palestijnen doodt, ze ernstig lichamelijk en geestelijk letsel toebrengt en hen levensvoorwaarden oplegt die tot gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging leiden. Tegenwerpen dat het aan ‘de rechter is’ om hierover te oordelen ontslaat iemand niet van de plicht om zich uit te spreken over het genocidale karakter van het handelen van Israël af te keuren en passende maatregelen te nemen tegen de dader. Want zelfs als de rechter mocht bepalen dat er geen sprake is van genocide dan nog is het optreden van Israël een schending van het oorlogsrecht en de mensenrechten.

En daarmee als derde het niet veroordelen van en optreden tegen de schending van de mensenrechten door Israël. Zo schendt Israël het recht op leven, vrijheid en de onschendbaarheid (artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens). Maakt Israël zich schuldig aan foltering en wrede, onmenselijke en interende behandeling en bestraffing. Denk hierbij onder andere aan de collectieve bestraffing. Onthoudt Israël de bewoners van de bezette gebieden erkenning als persoon voor de wet (artikel 6). Zijn zij niet gelijk voor de wet en hebben zij geen aanspraak op gelijke bescherming (artikel 7). Worden Palestijnen onderworpen aan willekeurige arrestatie, detentie en verbanning (artikel 9). Wordt hen een eerlijke en openbare behandeling voor een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie ontzegt (artikel 10). Worden zij voor schuldig gehouden zonder dat hun schuld wordt bewezen (artikel 11). Worden zij onderworpen aan willekeurige inmenging in hun persoonlijke aangelegenheden (artikel 12). Wordt aan hen het recht onthouden om zich vrijelijk te verplaatsen en om hun land te verlaten of er terug te keren (artikel 13). Wordt hen het recht op een nationaliteit onthouden (artikel 15). Worden zij in strijd met artikel 17 willekeurig van hun eigendommen beroofd. Om enkele van de mensenrechten te noemen die de Israëlische regering schendt in haar optreden in de bezette gebieden

Ik beschuldig de Nederlandse regering van het niet veroordelen van dit handelen en er niet tegen optreden. Optreden door economische, diplomatieke en militaire maatregelen te nemen tegen Israël. Maatregelen in overeenstemming met de ernst van de overtredingen en die zijn ernstig.

Ik beschuldig de Nederlandse regering van nalatigheid en plichtsverzuim. Nalatigheid en plichtsverzuim omdat de Nederlandse Grondwet in artikel 90 stelt dat de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert. Bevorderen, ‘de werking of ontwikkeling van iets begunstigen, in de hand werken’ aldus de Van Dale. Het minste wat een regering kan doen is zich uitspreken tegen schending van de internationale rechtsorde. Het handelen van Israël een flagrante schending van die internationale rechtsorde. Iets meer dan uitspreken is het nemen van maatregelen tegen de schender. Door niets te doen tegen het optreden van Israël laat de Nederlandse regering die internationale rechtsorde aan haar lot over. Een rechtsorde is alleen een orde als ze wordt gehandhaafd en als overtreders worden aangesproken en gestraft voor hun overtreding. Als ze voor iedereen geldt en iedereen op overtreding ervan wordt aangesproken, niet alleen voor onwelgevallige landen.

“En ik roep tot u, mijnheer de President, deze waarheid, met al mijn opstandige kracht van een eerlijk man,” schreef Zola aan Faure en dat doe ik met deze brief aan u, minister-president. De zin die hij erop liet volgen (“ Voor uw eer ben ik ervan overtuigd dat gij er niet van weet” ) kan ik er niet aan toevoegen omdat u in uw eerdere hoedanigheid meeliep en een rode lijn trok tegen de passieve en daardoor medeplichtige houding van de regering van uw voorganger Schoof. U bent ervan op de hoogte . Maar u kunt uw blazoen nog beschermen tegen ernstige aantasting door nu te doen waar u in 2025 voor demonstreerde, namelijk door u namens de Nederlandse regering uitspreken tegen de voortdurende schending van de rechten van Palestijnen. Door de medeplichtigheid te beëindigen en de overtreder, Israël te straffen voor haar overtreding. Straffen door alle handelscontacten te beëindigen en de diplomatieke betrekkingen met het land op het laagste pitje te zetten en de ambassadeur uit te zetten.

Afsluitend en Zola parafraserend: het is mijn plicht me op deze manier uit te spreken. Ik wil niet medeplichtig zijn. Mijn nachten zouden verstoord worden door de geest van de onschuldigen die daarginds moeten boeten, onder de vreselijkste aller martelingen.

Uitgelicht

Et rüsch noh Kristallnaach

“Enn der Ruhe vüürm Sturm, wat ess dat? Janz klammheimlich verlööß wer die Stadt, Honratioren inkognito. Hasten vorbei, Offiziell sinn die nit jähn dobei, Wenn die Volksseele, allzeit bereit, Richtung Siedepunkt wütet un schreit: “Heil Halali“, un jrenzenlos geil. Noh Vergeltung brüllt, zitternd vüür Neid, Enn der Kristallnaach.”1 Een stukje uit de bekendste song Kristallnaach van de Keulse Rockband BAP. De song kwam uit in 1982. Ik moest hieraan denken naar aanleiding van de gebeurtenissen op de bezette Westoever.2

De joodse synagoge in de Fasanenstrasse in Berlijn na de Kristalnacht. Bron: Wikipedia

Kristallnacht verwijst naar de pogrom op joden op 9 op 10 november 1938 in Nazi-Duitsland. Al vanaf het aan de macht komen van Hitler werden joden in het verdomhoekje gezet. Ze mochten geen officiële functie meer bekleden en met de Wetten van Nürnberg verloren ze hun burgerrechten. Vele joden ontvluchtten Duitsland. Onder hen de familie Grynszpan die naar Parijs was gevlucht. Toen zoon Herschel daar hoorde over de erbarmelijke omstandigheden waarin het achtergebleven deel van zijn familie verkeerde, ondernam hij actie. Hij glipte de Duitse ambassade in Parijs binnen en opende het vuur. Vijf kogels schoot hij af op de Duitse diplomaat Ernst vom Rath. Vom Rath overleed twee dagen later aan zijn verwondingen. Goebbels greep dit aan om het gehele jodendom tot dader te bestempelen en die daad, zo betoogde Goebbels mocht niet onbestraft blijven. De Sturmabteiling (SA), de volkse knokploeg van de NSDAP kreeg instructies van Goebbels om deze actie in gang te zetten. Synagogen, winkels, bedrijven en huizen van joden werden bestormd en veel ervan gingen in vlammen op en honderden joden werden gedood. De politie en de partijpolitie van de NSDAP, de Schutzstaffel (SS) stond erbij een keek erna en mocht alleen ingrijpen als bezit van Duitsers in gevaar kwam. Ook moesten zij zich voorbereiden op de arrestatie van duizenden joden. Na de orgie van geweld werd de joodse gemeenschap als schuldige aangewezen. Die moest een miljard Reichsmark als schade vergoeding betalen omdat ze vijandig zouden staan ten opzicht van het Duitse volk, voor de moord op Vom Rath en het uitlokken van geweld.

BAP tekstschrijver Wolfgang Niedecken gebruikt de Kristallnacht om de aandacht te vestigen op gebeurtenissen in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Hij ziet in die periode dezelfde maatschappelijke omstandigheden en psychologische processen als in de jaren dertig van de vorige eeuw. Welke processen? “Doch die alles, wat anders ess, stührt, Die mem Strom schwemme, wie’t sich jehührt, Für die Schwule Verbrecher sinn, Ausländer Aussatz sinn.”3 Om de woorden van Niedecken te gebruiken. Je zou er het huidige Nederland in kunnen herkennen.

Terug naar de bezette gebieden. Politici zoals die van de in 1974 door Meir Kahane opgerichte Kach partij willen Arabieren verdrijven uit Israël en Israël is voor hen groot Israël dat omvat de bezette gebieden en daarnaast nog grote delen van Libanon, Syrië, Jordanië en Egypte. Ze willen ‘Lebensraum’ voor hun zionistische natte droom. Politici die de het stelen van Palestijns land en het verdrijven van de er wonende mensen door kolonisten vergoelijken en toejuichen, die de daders de hand boven het hoofd houden. Politici die nu, in de persoon van onder andere Ben-Gvir en Smotirch in de Israëlische regering zitten. ‘Kolonisten’ die de rol vervullen die de SA in 1938 vervulde. Politici die de rol vervullen die Goebbels in nazi-Duitsland vervulde. Het Israëlische leger, de heersende macht, vervult de rol van de Schutzstaffel en de politie: Palestijnen arresteren en alleen ingrijpen en daders oppakken als een Amerikaanse journalist, Franse burgemeester of een westerse diplomaat het slachtoffer wordt van het redeloze geweld.

Op de Westoever is een Kristallnacht in slow motion gaande. In slow motion maar in steeds verhevigde mate. De Gazastrook ligt een paar slagen voor. Daar wordt ‘Lebensraum’ gecreëerd door de Gazanen samen te drijven op een steeds kleiner gebied in kampen te concentreren en deels te ‘vernietigen’. Een stap die de genoemde politici ook op de Westoever graag zouden zetten. Om de analogie af te maken. De Amerikaans president Trump vervult met verve de rol van de Britse Premier Chamberlain en ‘sanctioneert’ het door een prachtig vastgoedplan te maken voor de nieuw gecreëerde ‘Lebensraum’.

En wat doet de Nederlandse regering? Die slaapwandelt verder en komt niet verder dan het verbieden van de import van producten uit de door Israël bezette gebieden en presenteert dat als een hele stap. Zelf het naar hier halen van zwaar gewonde of zieke Palestijnse kinderen gaat al te ver. Net als haar voorgangers in de jaren dertig steeds strikter werden met het toelaten van joodse vluchtelingen uit Duitsland. Een striktheid die in 1938 leidde tot het sluiten van de grenzen. Na die Kristallnacht streek verantwoordelijk minister Goseling over zijn hart: er mochten 7.000 joodse vluchtelingen naar Nederland komen, maar …. Die moesten wel in een kamp worden opgevangen en omdat het de Nederlandse regering geen cent mocht kosten, moest de joodse gemeenschap in Nederland de kosten van die opvang betalen. Dat kamp kwam, nadat een eerdere mogelijke locatie het Elspeterveld op de Veluwe afviel omdat koningin Wilhelmina er bezwaar tegen maakte. Het lag ‘te dicht bij de achtertuin van haar buitenverblijf’, uiteindelijk in Westerbork. Het kamp dat een paar jaar later, oh ironie, werd gebruikt als doorgangskamp voor joden op weg naar de gaskamers. Een kamp dat na de oorlog werd gebruikt om NSB-ers gevangen te zetten en dat later werd ‘omgedoopt’ tot ‘woonoord Schattenberg’ voor gedemobiliseerde Molukse KNIL militairen. De laatsten van hen verlieten het ‘woonoord’ in 1971.

Volgens Marx herhaalt de geschiedenis zich, eerst als tragedie daarna als klucht. Hij zat ernaast. De geschiedenis herhaalt zich alleen valt er niets te lachen. De tragedie wordt steeds tragischer.

1Vertaald: In de rust voor de storm, wat is dat? Helemaal heimelijk verlaat iemand de stad, Notabelen incognito haasten voorbij Officieel zijn ze daar niet bij. Als de volksziel, altijd bereid, richting kookpunt woedt en schreeuwt: Heil, Halali en grenzeloos geil naar wraak brult Trillend van jaloezie In de Kristallnacht.

2Luister hier naar Kristallnaach: https://www.youtube.com/watch?v=Bz9eZnGlWFU of hier voor een recente liver versie https://www.youtube.com/watch?v=b6jVRUDys_s

3 Vertaald: Die alles wat anders is stoort, die met de stroom meezwemt zoals het hoort. Voor wie homoseksuelen criminelen zijn, buitenlanders uitwerpselen zijn

Uitgelicht

Van Weel gaat te ver!

In de aanloop naar de Kamerverkiezingen van 2025 schreef ik de Election Files serie. Een serie waarin ik naast verkiezingsprogramma’s ook relevante ontwikkelingen beschreef. In de zesde prikker in die serie Het vlak helt over, behandelde ik de aanvallen op onze democratische rechtsstaat. En nee, geen aanvallen door ‘statelijke actoren’ of ‘trollen’. Nee, aanvallen van binnenuit. Vanuit de politieke partijen, de volksvertegenwoordigers, de Tweede Kamer als instituut en de regering. Ik moest aan deze serie denken toen ik op de NOS site las dat minister van Justitie Van Weel in gesprek wil met de Amsterdamse burgemeester Halsema over een demonstratie van 11 oktober 2026. “Dit ging ver over mijn grens,” aldus Van Weel.

Bron: Flickr

Wat is er gebeurd? Op die elfde oktober werd er gedemonstreerd tegen het brute Israëlische geweld in Gaza. In die demonstratie liepen ook mensen mee met spandoeken waarop zij verkondigden Hamas te steunen en dat ging dus ver over de grens van Van Weel en dan ben je, zo zei hij: “ “Dan ben je ofwel naïef, kwaadwillend of gestoord.” Dan toch even voor minister Van Weel. Dat iets ‘ver over zijn grens’ gaat, wil nog niet zeggen dat iets verboden is of niet mag. De ‘grens’ van Van Weel is niet relevant, niet als privépersoon en ook niet als minister. De enige grens die relevant is, is de wet. De wet kent ons vrijheid van meningsuiting toe en achter Hamas staan is een mening die je mag verkondigen. Net zoals een ander mag verkondigen ‘achter Israël te staan’ iets wat door anderen weer ‘ naïef, kwaadwillend en gestoord’ genoemd mag worden. Net zoals Van Weel zijn mening mag verkondigen dat dit hem ‘te ver gaat’. Maar daarbij wel een onderscheid. Als privépersoon mag hij dat zeggen. Als minister, en zeker als minister van justitie, hoort hij pal te staan voor de vrijheid van meningsuiting. Dan behoort hij de bekende aan Voltaire toebedeelde uitspraak aan te halen: ‘Ik ben het voor geen woord eens met wat u zegt, maar ik zal me tot mijn dood inzetten voor uw recht om het te zeggen.’ helaas lijkt Van Weel zijn klassiekers niet te kennen en wat belangrijker is, ook zijn rol niet.

Bovendien, zo is te lezen, denkt hij dat het zeer intimiderend was voor joodse inwoners van Amsterdam. Zo kan ik me goed voorstellen dat het gezwaai met Israëlische vlaggen voor Palestijnse inwoners van Amsterdam ook intimiderend kan zijn. Net zoals tractoren voor je huis intimiderend kunnen zijn. Dat iets voor mensen intimiderend kan zijn, wil niet zeggen dat het niet mag. Ook dat mag. En ook dat behoort Van Weel te weten.

“Van Weel wil daarom met burgemeester Halsema in gesprek. Hij wil van haar weten waarom ze de betoging bij het Nationaal Monument op de Dam zo liet doorgaan. Er werd gezichtsbedekkende kleding gedragen en dat kan al een reden zijn om een demonstratie te ontbinden. Ook had ze de echte opruiers onder de demonstranten er tussenuit kunnen halen.” Zo lees ik. Ja, dat had gekund, maar, beste minister Van Weel, de burgemeester van Amsterdam hoeft aan u geen verantwoording af te leggen over de gemaakte keuze. De wet is daar duidelijk over. Die bepaalt dat het aan de burgemeester is om die keuze te maken en niet aan de minister van Justitie. Ook dat behoort u als minister van Justitie en dus hoeder van de rechtsstaat te weten en dus had u, er in de Tweede Kamer naar gevraagd, moeten antwoorden: ‘Daar ga ik niet over. Dat is de bevoegdheid van de burgemeester en daar bemoei ik me niet mee want als ik dat zou doen dan ondermijn ik onze rechtsstatelijke orde en dat mag en kunt u van een minister van Justitie niet verwachten.’

Helaas deed Van Weel dat allemaal niet. In een poging om daadkracht uit te stralen ging hij verder met de bijl te zetten aan de wortels van onze democratische rechtsstaat. Een bijl die wettelijke vormen aanneemt met het Wetsvoorstel Strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme en openbare steunbetuiging aan terroristische organisaties dat door Van Weel aan de Kamer is voorgelegd. Een bizar voorstel waarover ik eerder al een Prikker schreef en concludeerde dat het: “bestraffen van slechte ideeën (…) de verkeerde manier (is). Slechte ideeën bestrijd je door goede ideeën in de praktijk te brengen en door te laten zien dat de slechte ideeën tot slechte resultaten leiden. Dit wetsvoorstel is een slecht idee.” En: “Gevaarlijk omdat invulling van wat terrorisme dan afhankelijk is van de waan van de dag.” Dat dit een reëel gevaar is bleek vorig jaar toen een Kamermeerderheid van PVV, VVD, BBB, SGP en JA21 die een motie van het Forum voor Democratie ondersteunden om Antifa te benoemen tot een terroristische organisatie.

Het optreden van Van Weel, onze minister van Justitie en daarmee hoeder van onze democratische rechtsstaat, gaat, om Van Weels eigen woorden te parafraseren, ver over de grens van onze democratische rechtsstaat en laat zien dat die democratische rechtsstaat in gevaar is en en dat we het voor haar verdediging niet moeten hebben van de minister die er pal voor hoort te staan.

Uitgelicht

Kritiek op Israël en antisemitisme

“Nooit meer is geen slogan voor monumenten. Het is een opdracht voor vandaag. Sta op, spreek je uit!” Met die woorden eindigt een artikel van Gideon van der Sluis, zoon van een joodse onderduiker zoals hij zichzelf introduceert, op de site Opiniez. Waar we volgens Van der Sluis tegen op moeten staan is tegen Frans Timmermans. Die heeft zich, zo betoogt Van der Sluis Antisemitisch uitgelaten. Hij verbaast zich erover dat het “oorverdovend stil’ blijft na Timmermans’ uitspraak. Niet bij: “ Timmermans’ politieke tegenstanders, die stonden voorspelbaar klaar.” Nee bij Timmermans’ achterban en dan bedoelt Van der Sluis; “mediapersoonlijkheden, opiniemakers en influencers uit het linkse en het brede midden. Uit de hoek waar mijn vader zich thuisvoelde.” Laat ik al vast beginnen met te bevestigen dat ‘nooit meer’ geen slogan moet zijn voor op monumenten, maar dat het een opdracht is en dat iemand in deze affaire zich aan die opdracht houdt.

De ‘Gele lijn’ in Gaza. Bron: wikipedia

Wat heeft Timmermans gezegd? Als het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) hem goed heeft geciteerd dan is dat, zo lees ik bij het artikel van Van der Sluis het volgende: “In het Midden-Oosten wordt momenteel een heel volk uitgeroeid. We kijken ernaar en we zwijgen terwijl de Palestijnen letterlijk de zee in worden gedreven – en erger. De redenering van rechts en extreem rechts in Israël: wij joden kunnen alleen maar overleven als de Palestijnen weg zijn. Dat is exact dezelfde redenering als die van de nazi’s destijds: wij – het Duitse volk , het Arische ras – kunnen alleen maar overleven als de joden weg zijn. Dat vind ik ronduit verbijsterend. Hun grootouders en overgrootouders is in de nazitijd iets verschrikkelijks overkomen: de Holocaust, waarbij ze werden vernietigd, en nu doen zij precies hetzelfde met een ander volk. Ik ben nog beladen met de geschiedenis, maar mijn kinderen snappen hier helemaal niks van. Zij zeggen: ‘Hoezo het bestaansrecht van Israël staat op het spel? Je kunt uit het bestaansrecht van een volk toch niet afleiden dat het een ander volk mag uitroeien?’”

Dit was dus tegen het zere been van Van der Sluis en niet alleen zijn been. Ook tegen het been van het Centraal Joods Overleg (CJO). Volgens deze organisatie is dit: “geen kritiek op beleid meer, maar is het op één lijn stellen van de Joodse staat met het naziregime, en van Joden met de daders van de Holocaust. Wij noemen dat ontoelaatbaar en antisemitisch.” Want: “Het vergelijken van Israël met nazi-Duitsland, en het verwijt aan Joden dat zij de misdaden van de nazi’s herhalen, staan allebei genoemd in de internationale werkdefinitie van antisemitisme van de IHRA. Nederland heeft die definitie onderschreven.”

Even vooraf. Wat in alle verwijten aan Timmermans door elkaar loopt en voor velen in elkaar overloopt is het jodendom en de staat Israël. Trouwens niet alleen in dit geval. Dat speelt altijd op als er kritiek wordt geleverd op de staat Israël en vooral haar handelen. En dat speelt ook het IHRA en haar definitie parten.

Dan nu naar antisemitisme. Volgens de definitie van het IHRA waarnaar het CJO verwijst is antisemitisme: “een bepaalde perceptie van Joden die tot uiting kan komen als een gevoel van haat jegens Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme zijn gericht tegen Joodse of niet-Joodse personen en/of hun eigendom en tegen instellingen en religieuze voorzieningen van de Joodse gemeenschap.” In Timmermans woorden is geen onvertogen woord over joden te ontdekken. Hij spreekt over rechts en extreemrechts in Israël, de stromingen die het nu in Israël voor het zeggen hebben.

Als dit de hele definitie was dan was de kous al af. Het wordt problematisch als de IHRA gaat toelichten en voorbeelden geeft. Een voorbeeld van antisemitisme dat niet wordt gegeven en op geen enkele manier in de definitie is te herkennen maar dat volgens het CJO wel antisemitisch is en waaraan Timmermans zich schuldig zou maken, is het joden ervan beschuldigen dat ze de misdaden van de nazi’s herhalen.

De definitie van het IHRA wordt fluïde als ze voorbeelden geeft van antisemitisme: “Er is bijvoorbeeld sprake van een uiting van antisemitisme wanneer de Staat Israël, opgevat als een Joods collectief gegeven, in het vizier wordt genomen. Let wel: een kritische houding tegenover Israël die vergelijkbaar is met de kritiek die wordt geuit tegen gelijk welke andere staat, is niet als antisemitisch te bestempelen.” Timmermans neemt, zoals gezegd rechts en extreemrechts Israël op de korrel en doet dat niet vanwege hun joods zijn maar vanwege de ideeën die ze uitdragen en in de praktijk brengen. Hij neemt een kritische houding tegenover rechts en extreem rechts in Israël aan en die kritische houding is meer dan terecht. Dat die stromingen de regering vormen, doet daar niets aan af. Deze kritische houding is meer dan terecht omdat deze stromingen het kleineren, terroriseren, vermoorden en verdrijven van Palestijnen aanmoedigen en toejuichen en als deelnemers in de Israëlische regering ondersteunen en bedrijven. Hun doel is de Palestijnen te verjagen omdat dit in hun ogen voor het overleven van Israël noodzakelijk is. Precies zoals Timmermans het beschrijft. Een manier van denken en handelen die ook in nazi-Duitsland opgeld deed maar dan met andere slachtoffers, daders en methoden maar met eenzelfde onderliggende redenering.

Sinds het opstellen van die definitie in 2016 is er iets bijzonders gebeurd. In 2018 heeft Israël haar basiswet gewijzigd. Die basiswet is te vergelijken met een grondwet. Sinds dat jaar definieert Israël zich als joodse staat en het ‘historische thuisland van het joodse volk’. Ze benoemde zichzelf, om de woorden van het IHRA te gebruiken tot ‘een joods collectief gegeven’ en wordt volgens dit voorbeeld iedere kritiek op Israël antisemitisme en die kaart speelt de Israëlische regering grif uit.

Dat wordt nog versterkt als het IHRA spreekt over gedaanten die antisemitisme kan aannemen en er voorbeelden worden genoemd. Een van die voorbeelden luidt: “Het huidige beleid van Israël vergelijken met het beleid van de nazi’s.” Op basis van dit voorbeeld zou Timmermans antisemitisme bedrijven. Toch bijzonder dat voor ieder ander land een dergelijke vergelijking gemaakt mag worden, maar niet voor Israël. Israël krijgt zo een status aparte. Het wordt zo het enige land dat nazi-praktijken mag bedrijven zonder dat die als zodanig benoemd mogen worden. Dat is meten met twee maten. Over meten met twee maten gesproken. Ook dat kan antisemitisme zijn als: “van de Staat Israël een bepaald gedrag wordt geëist dat niet van andere democratische naties wordt verwacht of verlangd.” Terecht dat van Israël geen ander gedrag wordt geëist dan van andere staten. Staten moeten hetzelfde worden behandeld. Dit verhoudt zich niet tot de hierboven genoemde status aparte. Gelijk behandelen betekent ook altijd gelijk behandelen.

Het CJO gaat verder en daarmee kom ik bij de ’nooit meer als opdracht voor vandaag’ waarmee Van der Sluis afsluit: “Wat Timmermans met deze uitspraak doet gaat nog verder. Hij ontkent de Holocaust niet, maar doet iets anders: door te stellen dat het “exact dezelfde redenering” is, plaatst hij het mechanisme van de Holocaust op één lijn met het handelen van de Joodse staat. Daarmee verkleint hij de systematische, industriële vernietigingsintentie van de nazi’s en holt hij de morele en historische uniciteit van de Shoah uit. Hij minimaliseert de Holocaust schromelijk.” Timmermans signaleert een denkwijze en redenering bij rechts en extreemrechts in Israël die gelijk is aan de redenering van de nazi’s. Met die constatering doet hij niets af aan de Holocaust noch minimaliseert hij de vernietigingspraktijken van de nazi’s. We weten nu welke denkwijze en redenering tot grote ellende leidt. Als die denkwijze en redenering wordt herkent dan is dat reden voor alarm. Zeker bij iedereen die ‘nooit meer als opdracht voor vandaag ziet’. Timmermans luidt hier de noodklok omdat hij constateert dat rechts en extreemrechts die in Israël aan de macht zijn, denkwijze en redenering van de nazi’s hanteren. En zo op het eerste, en ook het tweede, gezicht heeft hij goede gronden voor het luiden van die bel. De Holocaust was niet het begin van de ellende, dat was de denkwijze en redenering van de nazi’s. De vernietiging volgde veel later.

Het enige verwijt dat je Timmermans kunt maken is dat hij rijkelijk laat is met het luiden van de alarmbel. Rechts en extreem rechts in Israël is al een heel eind op streek met het verjagen, verdrijven en vermoorden van Palestijnen. Toen hij nog Kamerlid en fractieleider van GroenLinks-PvdA was had zijn bel luider geklonken. Timmermans staat daarmee in een Nederlandse traditie van staatslieden die na hun actieve carrière ineens het licht zien en zich inzetten voor zaken die ze als politicus liever lieten lopen.

Uitgelicht

Smotrich en de weg naar barbarij

In mijn vorige Prikker trok ik een parallel tussen de manier waarop Trump zichzelf, zijn bedrijven en familie ‘vrijstelde’ van toekomstige belastingcontroles en de manier waarop binnen de laat middeleeuwse katholieke kerk in aflaten werd gehandeld. Tijdens het schrijven van die Prikker viel mij een andere historische vergelijking binnen. Een vergelijking met de Israëlische minister Bezalel Smotrich geplaatste post van zijn triomfantelijke ‘bezoek’ aan de gevangen mensen van de Global Sumud Flotilla als moderne variant van vroeger gedrag. Smotrich ‘herstelt’ een ander oud gebruik in ere. Het publiek tentoonstellen en vernederen van gevangen.

Even terug in de tijd “Op 2 maart 1757 wordt Damiens veroordeeld tot “openbare schuldbelijdenis voor het hoofdportaal van de Notre-Dame van Parijs; daarheen zal hij worden gevoerd, gereden op een kar slechts gekleed in een hemd, met een brandende, twee pond zware toorts in zijn hand.” Daarna, “op genoemde kar. En op een schavot dat op de Place de Grève is opgericht, zal met tangen het vlees van zijn borst, zijn armen, dijen en kuiten worden gerukt; zijn rechterhand, met daarin het mes waarmee hij de vadermoord heeft begaan, zal met brandende zwavel worden verschroeid; de plekken die met de tangen zijn bewerkt, zullen met gesmolten lood, kokende olie, gloeiende spiegelhars en een mengsel van gesmolten zwavel en was worden overgoten; zijn lichaam zal vervolgens door vier paarden uiteen getrokken en in stukken gereten worden, zijn romp en leden door vuur verteerd en zijn as in de wind verstrooid.” “ Met deze passage begint Discipline, toezicht en straf van de Franse filosoof Michel Foucault. Een boek dat handelt over de ontwikkeling die het straffen van misdadigers heeft doorgemaakt. Een ontwikkeling waarbij martelpraktijken en vernedering in het Westen werden vervangen door gevangenisstraffen en die straffen steeds meer gericht werden op rehabilitatie van de veroordeelde. Straffen werd humaner.

Smotrich zet de klok weer terug. Hij is niet de eerste. De Verenigde Staten gingen hem in al voor. Dat land mishandelde en vernederde Irakezen in de Abu Graib gevangenis. Ook maakte het land gebruik van landen waar het straffen nog niet of niet zover zijn gevorderd op weg naar humanitair straffen. De VS gingen voor maar deden het heimelijk. De Verenigde Staten gingen ook voor in het buitenspel zetten en niet van toepassing verklaren van het internationaal recht.

Smotrich gaat een stapje verder. Hij staat trots Israëlische de barbarij te verkondigen. Hij gaat terug naar de achttiende eeuw. Een eeuw waarin straffen publiek werden voltrokken. Een tijd waarin de schandpaal fysiek was en niet digitaal. Hij gaat nog een stapje verder dan zijn achttiende-eeuwse voorgangers. Hij gaat verder omdat de gevangen genomen mensen van de Global Sumud Flotilla, in tegenstelling tot Robert François Damiens, niet door een rechter waren veroordeeld. Damiens was veroordeeld voor een mislukte aanslag op de Franse koning Lodewijk XV. Hij was door de rechter veroordeeld voor vadermoord. Als koning was Lodewijk XV immers Damiens ‘vader’ aldus de rechter. De mensen van de Flotilla hebben geen rechter gezien. Sterker nog, ze hebben niet eens een misdaad begaan. Ze voeren op bootjes in internationale wateren en werden op illegale manier door Israël gevangen genomen. Bovendien is het brengen van voedsel en hulpgoederen naar mensen in nood geen misdaad.

Hun enige daad, een misdaad in de ogen van Smotrich, is dat ze Israëlische misdaden tegen de bevolking van Gaza onder de aandacht wilden brengen en de Europese landen tot daden tegen Israël willen aanzetten.

Helaas lijkt van dat laatste in Nederland niet veel te komen. Verder dan wat protesteren tegen volstrekt onacceptabele en onmenselijke behandeling van activisten’ kwam minister-president Jetten niet tijdens zijn wekelijkse gesprek met de pers. Woorden die hij liet volgen door:”Wat je verder ook van die acties vindt.” Geen veroordeling van de Israëlische actie terwijl die toch een flagrante overtreding van het internationaal zeerecht was. Geen aanklacht tegen die overtreding. Verder dan mogelijke sancties tegen producten afkomstig uit illegale nederzettingen, lijkt de Nederlandse regering niet te willen gaan. Geen protest tegen de afbraak van het (internationaal) recht. Internationaal recht red je niet met een daad ‘onacceptabel en onmenselijk’ noemen. Dat vraagt om meer. Zonder dat ‘meer’ ligt de weg naar barbarij open. Een weg die Smotrich al vol enthousiasme is ingeslagen. Een weg die de wereld er niet prettiger op maakt.

De Ballonnendoorprikker is nu ook te volgen op Bluesky: https://bsky.app/profile/frans.eurosky.social

Uitgelicht

Oost-Israëlische blindheid

Gisteren, maandag 30 maart 2026, bleef ik al zappend hangen bij Pauw & De Wit. Dit keer gepresenteerd door Pauw, Een bijzondere uitzending. Bijzonder omdat ze een zeer goed beeld geeft van de stand van Nederland. En die stand is niet best.

Als eerste Bart Swiers, de advocaat van Ali B. Minutenlang ging het over Ali B die een jaar of vijf geleden een ruimte binnenkwam waar Ronnie Flex oraal werd bevredigd door een vrouw en of Ali B vervolgens de vrouw al dan niet met zijn vingers heeft gepenetreerd. Daarover en over wat Ronnie Flex daarbij al dan niet zou hebben gezien en gehoord en wat niet. Dit is niet de eerste keer dat advocaten op tv de onschuld van hun client komen bepleiten. De nieuwswaarde hiervan ontgaat mij volledig want van een advocaat mag je verwachten dat die het verhaal in het voordeel van zijn cliënt uitlegt en dat gebeurde dan ook. Ik vraag me werkelijk af waarom het nodig is om op tv in geuren en kleuren uit de doeken te doen wat er al dan niet is gebeurd?

Vervolgens mocht Mona Keijzer uitleggen dat ze ‘in rouw’ was vanwege haar breuk met de BBB. De breuk is al meer dan een maand oud maar mediageil als ze is, wist Keijzer afgelopen weekend de aandacht op zich te vestigen door ostentatief het partijcongres van de BBB te bezoeken en daar nogmaals met de partij te breken. Ze was dus in de rouw. Enige bijzondere aan het hele gesprek was het moment dat Arend Jan Boekestijn, die voor een ander onderwerp aan tafel zat haar vroeg waarom ze, op zoek naar fatsoenlijke rechtse samenwerking contact zocht met de kliek van voormalig PVV-er Markuszower. Een kliek die inhoudelijk niet verschilt van de PVV. Haar antwoord was veelzeggend en kwam erop neer dat haar idee van fatsoen anders was dan dat van Boekestijn.

Als laatste werden nog een paar minuutjes besteed aan mogelijke Amerikaanse plannen om het Iraanse eiland Kharg te bezetten. Hiervoor zaten Boekestijn en Han Bouwmeester aan tafel.

De stand van Nederland in drie items bij een journalistieke talkshow. De wereld staat in brand. Onze ‘bondgenoten’ Israël en de Verenigde Staten zijn op ondeugdelijke gronden een oorlog begonnen die niet bijster succesvol verloopt. Ze dreigen vast te lopen en de enige weg voorwaarts die ze zien is escalatie: meer bombarderen en mogelijk zelfs gebieden veroveren.

Die ene bondgenoot, de Verenigde Staten, heeft het bondgenootschap met haar, de NAVO, op meerdere momenten de facto dood verklaard. Een boodschap die aan deze kant van de Atlantische oceaan maar niet lijkt te landen. Ook heeft die bondgenoot op meerdere momenten het samenwerkingsverband aan deze kant van die oceaan, de Europese Unie, tot vijand verklaard. Ook die boodschap lijkt niet echt te landen. Die bondgenoot wordt geleid door een man met een wel erg beperkte definitie van democratie.

Die andere ‘bondgenoot’, Israël, is na een genocide op Gaza bezig met het bezetten van een groot deel van de noorderbuur Libanon en al doende verdrijft het de aldaar wonende mensen, vernietigt hun huizen, infrastructuur en landbouwgrond. Dit allemaal onder het mom van het vergroten van de ‘veiligheid’ van haar inwoners. Onderwijl worden ook de bewoners van de Westelijke Jordaanoever geterroriseerd en verdreven, heeft het zichzelf een deel van Syrië als bufferzone toegeëigend en bepleiten leden van de regering openlijk het streven naar een Groot Israël dat zich uitstrekt van de Nijl tot de Eufraat. En als klap op de vuurpijl nam het parlement van die bondgenoot een wet aan die doodstraf opnieuw invoert. Een straf die alleen aan niet-joden kan worden opgelegd. Een stap die door parlementslid Limos-Son Har-Melech wordt verdedigd met de woorden: “er bestaat niet zoiets als een Joodse terrorist.” Een gotspe want het gehele Israelische leger bedient zich van terreur. Tot zover democratie en rechtsstaat in Israël. Dit allemaal zonder één woord van protest vanuit de Nederlandse regering.

Een zichzelf serieus nemende journalistieke talkshow zou dagen kunnen vullen met het duiden van deze ontwikkelingen, het bespreken van verschillende handelingsperspectieven en het hierop bevragen van Nederlandse Kamerleden, ministers en de premier. Maar nee, niet in Nederland. Daar wordt aandacht besteed aan een futiele gebeurtenis als de afscheiding van Keijzer van de BBB en de ‘rouw’ waarin dat haar heeft gedompeld. Daar gaat het minutenlang over of de vingers van Ali B al dan niet in de *** van de Ronnie Flex pijpende vrouw zaten. Pauw & De Wit was trouwens niet de enige ‘journalistieke talkshow’ die deze keuze maakte. De Nederlandse televisiejournalistiek is afgezakt tot de Privé van wijlen Henk van der Meijden.

“And it’s true we are imune. When fact is fiction and TV-reality,” Zingt U2 in hun song Sunday Bloody Sunday. Gelukkig is er iets wat we satire noemen in dit geval verzorgd door De Speld om ons te confronteren met de werkelijkheid: “‘Al maanden zien we in westerse media de beelden van de oorlogsmisdaden van Israël’, vertelt wetenschapper Diederik Vreewijk. ‘Gebruik van witte fosfor boven woonwijken, aanslagen op journalisten, aanvallen op ambulancepersoneel. De lijst is eigenlijk te groot om helemaal op te noemen. En het gekke is: het lijkt wel dat hoe langer de lijst wordt, hoe erger de Oost-Israëlische blindheid opspeelt.’ Vreewijk: ‘We hebben een groep respondenten uit westerse landen beelden voorgehouden van hoe Israël de VS voor zijn karretje heeft gespannen, de oorlog met Iran heeft ontketend en lukraak landen in de regio is gaan aanvallen. Vervolgens hebben we gevraagd hoe zij de situatie in het Midden-Oosten beoordeelden. Op enkele Spanjaarden na zeiden alle respondenten dat ze niets hadden gezien wat niet door de beugel kan.’ Een van deze Spanjaarden is een man die zich premier Sánchez noemt. Hij lijkt de enige westerse leider te zijn die niet getroffen is door Oost-Israëlische blindheid. Wetenschappers noemen het raadselachtig. Vreewijk: ‘Mogelijk was Sánchez niet aanwezig bij een vergadering waar de andere Europese leiders deze aandoening hebben opgelopen. Of heeft hij een medicijn tegen de kwaal ontwikkeld. Dit vraagt in ieder geval om meer onderzoek.’ Volgens de onderzoekers is Oost-Israëlische blindheid een handicap die vooral in het Westen voorkomt. ‘We hebben dezelfde methoden toegepast in bijvoorbeeld een gebied als Palestina. Daar kon iedereen haarscherp zien waar Israël mee bezig is.’”

Uitgelicht

Gegijzelde gevangenen en gevangen gegijzelden

Gisteren, maandag 13 oktober, was een heuglijke dag. Twintig Israëliërs en tweeduizend Palestijnen werden herenigd met hun families. Of dit werkelijk het begin van een nieuw glorieus tijdperk is zoals de Amerikaanse president Trump betoogt, is nog zeer de vraag. Deze oorlog is al meer dan honderd jaar aan de gang en kende al eerder momenten dat de vrede leek uit te breken. Daar gaat het me nu niet om. Het gaat mij om het gebruik van woorden en beelden die dit oproept.

“Met blijdschap en ongeloof zetten de nog levende gijzelaars twee jaar na hun ontvoering door Hamas weer voet op Israëlische bodem. Maandag kwamen de laatste 20 gijzelaars vrij,“ zo lees ik in de Volkskrant en deze krant is niet de enige die deze woorden gebruikt. Vervolgens een portret van deze twintig mensen waarvan het goed is dat ze weer zijn herenigd met hun familie. “De Israëlische gijzelaars maakten deel uit van de naar schatting 250 mensen die Hamas op 7 oktober 2023 ontvoerde tijdens de terreuraanval in Israël,” is verderop te lezen. In ruil daarvoor: “ laat Israël bijna tweeduizend Palestijnse gevangenen vrij.” Van deze 2.000 ontbreekt een portret. Wel is te lezen dat: “ het vredesakkoord op fel verzet van rechtse coalitiepartijen, die zich keren tegen elke vorm van ruil met Hamas,” stuit.

In een ander artikel in dezelfde krant staat iets meer over de 2.000 Palestijnen. Of eigenlijk meer over die ene Palestijn die niet is vrijgelaten, maar daarover later meer. “De vrijgelaten gevangenen zijn grofweg in te delen in twee groepen: het gaat allereerst om 1.700 van de ongeveer 6.000 Gazanen die de afgelopen twee jaar tijdens de vernietigingscampagne zijn opgepakt en zonder vorm van proces in een Israëlische cel zijn verdwenen. … De andere groep gevangenen is veel kleiner. In totaal 250 Palestijnen die tot levenslang zijn veroordeeld.” De vrijlating van deze laatsten ligt in Israël gevoelig omdat: “de gevangenen aanslagen hebben gepleegd of bij de organisatie daarvan betrokkenen waren.”

Op deze laatste groep kom ik later terug, tegelijk met die ene Palestijn waarover het artikel handelt. Nu eerst die eerste groep. Deze eerste groep zat zonder vorm van proces in een Israëlische gevangenis. Een situatie die is te vergelijken met het niet militaire deel van de Israëliërs waarvan gisteren de laatsten zijn vrijgelaten. Een wederrechtelijke gevangenneming ook door een overheid, is in Nederland een strafbaar feit dat gijzelen wordt genoemd (artikel 282a Wetboek van strafrecht). Ook deze 1.700 Palestijnen waren gegijzeld. Gegijzeld door de staat Israël. Door hen ‘gevangenen’ te noemen ontstaat het beeld dat zij een misdaad hebben gepleegd terwijl dat niet het geval is. Het beeld dat er zo ontstaat is dat er onschuldigen tegen misdadigers worden uitgeruild. Een beeld dat in ieder geval voor deze 1.700 niet het juiste is.

Dan naar die ene Palestijn en in zijn kielzog die andere groep van 250. Marwan Barghouti: “die al 23 jaar achter de tralies zit, wordt door het overgrote deel van de Palestijnen beschouwd als hun gedroomde president. Zodra hij vrijkomt, zal hij worden gezien als het gezicht van de toekomstige Palestijnse staat en is hij de grote hoop op een einde aan de bezetting.” Een man die na de akkoorden van Oslo: “werd gekozen in het nieuwe parlement van de Palestijnse Autoriteit,” en: “voorstander (was) van de vredesonderhandelingen en maakte zich mateloos populair door zijn verzet tegen corruptie binnen de top van het Palestijnse bestuur.” Door het traineren van dat proces vanuit Israëlische kant: “verloor (hij) in de loop der jaren echter zijn vertrouwen in Israël als partner voor vrede en koos voor het gewapende verzet. Tijdens de Tweede Intifada (2000-2005) leidde hij de gewapende tak van Fatah.” Hij, zo is te lezen: “weigerde zich te laten verdedigen uit protest tegen het Israëlische juridische systeem, maar liet herhaaldelijk weten dat hij fel tegenstander is van het doden van onschuldige burgers.” Hij werd uiteindelijk veroordeeld: “tot vijf keer levenslang, plus nog eens 40 jaar cel voor vijf moorden, meerdere pogingen tot moord en samenzwering.” Hij wordt niet vrijgelaten. Maar laten we eens kijken naar zijn, in de ogen van Israël gepleegde misdaden.

Moord, pogingen tot moord en samenzwering. Om met die laatste beschuldiging te beginnen. Samenzwering tegen de staat Israël. Barghouti verzet zich tegen de bezetting van zijn land door Israël. Er is geen wet die het verzet tegen bezetting legitimeert. Maar is het daarmee verboden? Er is een basis voor verzet tegen een bezetter. Die basis vormt de Universele verklaring voor de rechten van de mens. De aanhef van dit verdrag – de preambule zoals dat in juridische termen wordt genoemd – biedt die basis. Die begint met de woorden: “dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld.” Gevolgt door: “dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan en dat de komst van een wereld, waarin de mensen vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrij zullen zijn van vrees en gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens.” En dan het voor dit betoog belangrijke: “dat het van het grootste belang is, dat de rechten van de mens beschermd worden door de suprematie van het recht, opdat de mens niet gedwongen wordt om in laatste instantie zijn toevlucht te nemen tot opstand tegen tirannie en onderdrukking.” Als een heerser deze rechten aan de laars lapt, dan mag de mens in opstand komen tegen tirannie en onderdrukking.

Verzet tegen een tirannie en overheersing is geoorloofd. Iets wat iedere Nederlander zou moeten weten want de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën, de voorloper van ons huidige land, ontstond uit eenzelfde daad van verzet. Een daad die werd gelegitimeerd met het Plakkaat van Verlatinghe waarin we een soortgelijke tekst lezen als in de Universele verklaring voor de rechten van de mens. Volgens het Plakkaat is het: “aan ieder bekend dat een vorst, als dienaar van God, geacht wordt zijn onderdanen te beschermen tegen alle onrecht, overlast en geweld, zoals een herder zijn schapen beschermt. De onderdanen zijn niet door God geschapen om de vorst in alles wat hij beveelt onderdanig te zijn en hem als slaven te dienen. De vorst regeert bij de gratie van zijn onderdanen en moet met recht en reden over hen regeren, hen beschermen en liefhebben zoals een vader zijn kinderen liefheeft en zoals een herder met hart en ziel zijn schapen beschermt. Als een vorst zijn plichten niet nakomt, maar, in plaats van zijn onderdanen te beschermen, hen probeert te onderdrukken als slaven, dan is hij geen vorst, maar een tiran. In dat geval mogen zijn onderdanen, na beraadslaging in de Staten-Generaal, hem afzweren en een andere leider kiezen.” Ook de Amerikaanse Declaration of Indepence begint met een soortgelijke passage: “Wanneer het in de loop van menselijke gebeurtenissen noodzakelijk wordt voor een volk om de politieke banden die hen met een ander volk verbonden hebben te verbreken en onder de machten van de aarde de afzonderlijke en gelijke positie in te nemen waartoe de wetten van de natuur en van de God van de natuur hen recht geven, vereist een gepast respect voor de mening van de mensheid dat zij de redenen bekendmaken die hen tot de afscheiding hebben gedreven.”

Barghouti verzet zich tegen een bezetter die de inherente waardigheid, gelijke en onvervreemdbare rechten van de Palestijnen aan de laars lapt. Een bezetter die deze rechten voor Palestijnen minacht en wiens handelen tot barbaarsheid leidt. Barbaarsheid waardoor hij in laatste instantie zijn toevlucht zocht tot opstand tegen tirannie en onderdrukking. Bij die opstand richtte hij zich, als we zijn uitspraken mogen geloven, op de staat en de organen ervan die zich schuldig maken aan die tirannie en onderdrukking en niet op de bevolking van die staat. Of dat altijd lukte en er niet burgers stierven door zijn acties, weet ik niet. Maar zelfs als dat laatste gebeurde, dan nog zijn die verzetsdaden geen misdaad. De gedode burgers zijn dan onbedoelde nevenschade. Of dit voor al de 250 vrijgelaten Palestijnen ook opgaat, weet ik niet. Iedere oorlog en bezetting kent zijn ‘slagers’, mensen die doden om het doden.

Wat ik wel weet is dat dit het door de Volkskrant en trouwens bijna alle media voor deze Palestijnen gebruikte woord ‘gevangenen’ in een ander daglicht stelt.

Opzettelijke onwetendheid

“De geschiedenis vraagt om eerlijk onderzoek, niet om ideologische uitwissing.” Met die woorden eindigt een bericht op LinkedIn van Eddy Boevink. Boevink schrijft over de al meer dan honderd jaar durende strijd in wat in 1922 het mandaatgebied Palestina werd. Inderdaad vraagt de geschiedenis om eerlijk onderzoek en daar schort in Boevinks bericht het een en ander aan. Daaraan en aan zijn manier van redeneren.

Bron: Wikipedia

“De slogan “Israël is een koloniaal project” is niet alleen verkeerd, het is ook opzettelijke onwetendheid.” met die woorden begint Het is geen koloniaal project want: “ Het land ten westen van de Jordaan, met inbegrip van Jeruzalem, is niet een recente prijs die met geweld is ingenomen. Het is het 4.000 jaar oude thuisland van het Joodse volk. Archeologie, geschriften en ononderbroken aanwezigheid onder elk rijk bewijzen het. Jeruzalem wordt meer dan 600 keer genoemd in de Hebreeuwse Bijbel en vormt al millennia lang het hart van het Joodse gebed.” Jeruzalem wordt in de bijbel genoemd en er is inderdaad bewijsmateriaal dat duidt op joodse aanwezigheid. En ja, er hebben altijd joden gewoond. Er hebben echter ook andere volkeren gewoond. Gewoond voordat er sprake was van joden zoals de nafutische cultuur, tijdens de hoogtijdagen van de joodse beschaving aldaar zoals de Filistijnen, en het verval van de joodse beschaving woonden er ook diverse volkeren met diverse religies. Boevink pint een moment in de geschiedenis vast en maakt dat tot de maat der dingen. Met evenveel recht en reden zou je een ander moment tot maat der dingen kunnen maken waar weer andere groepen hun claim aan hangen. Jeruzalem wordt ook zeer vaak in Romeinse geschriften genoemd dus zouden ook de Romeinen het gebied kunnen claimen als hunne Of Egyptenaren, de Irakezen als opvolgers van de Babyloniers, de Syriers als opvolgers van de Assyriers en Iran als opvolger van het Perzische rijk. Bovendien maakt die bijbel er ook gewag van dat de Israëlieten na een tocht van veertig jaar door de woestijn het land van Kanaän binnentrokken. Dat zou betekenen dat hun ‘thuisland’ elders was. Er is meer bijzonder aan Boevinks bericht.

Hij vervolgt met “Kolonialisme betekent een buitenlandse mogendheid zonder voorafgaande verbinding die land inneemt. De Joodse terugkeer naar Israël was geen kolonisatie – het was de thuiskomst van een inheems volk dat eeuwenlang verbannen en vervolgd werd.” Over dat ‘inheemse’ heb ik het al gehad. Nu het koloniale aspect. Zo’n vierhonderd jaar geleden vertrokken er schepen vanuit Hollandse havens naar Zuidelijk Afrika. Daar stichtten zij koloniën. Maar, Holland is hun oude thuisland dus zij hebben het recht om de boel hier over te komen nemen. Als zij dat doen is er geen sprake van kolonialisme. Zo’n 5.500 jaar geleden trok het Janma volk vanuit de zuidelijk Centraal Azië Europa binnen. Hoe vreedzaam of gewelddadig dit is gebeurd, weten we niet. Wel bleef er van de hier wonende agrarische samenlevingen niet veel meer over. Meest waarschijnlijke scenario is dat de pestbacterie die de Jamna meebrachten, voor de hier wonenden nieuw was. Wij zijn de verre nazaten van de Jamna. Zuidelijk Rusland en westelijk Kazachstan is ons oude thuisland daar kunnen we dus zo weer naar toe trekken en de boel overnemen. Dat zou geen kolonialisme zijn. Zo’n 70.000 jaar geleden begonnen onze verre voorouders met hun trek ‘out of Africa’. Afrika is ons oude thuisland en dat geeft ons het recht naar Afrika terug te gaan en de boel daar over te nemen. Volgens die redenering kan Afrika niet gekoloniseerd worden omdat het de bakermat is van de Homo Sapiens, ons soort mensen. Klinkt dat belachelijk in de oren? Dat is precies de redenering die Boevink hanteert.

Er is sprake van kolonialisme als de ene groep de andere overheerst en het recht claimt om exclusieve soevereiniteit uit te oefenen over de tweede groep. De koloniserende groep komt daarbij uit den vreemde. De joden die vanaf het begin van de twintigste eeuw naar Palestina trokken, kwamen vanuit den vreemde. Ze kwamen niet thuis. Het was niet zo dat de joden wiens families al eeuwen in Palestina woonden, stonden te juichen met de komst van deze kolonisten. Ook zij maakten zich grote zorgen over het koloniaal gedrag van de nieuwkomers. Ze kwamen en begonnen vanaf het begin een eigen bestuur te vormen. Ze segregeerden zich van lokale bevolking. Ze segregeerden zich en namen steeds meer plek in. Hierbij kregen ze de hulp van de Britten, de gezaghebbers in mandaatgebied Palestina. Want die hadden zichzelf de opdracht gegeven om daar een thuisland voor joden te creëren. Met daarbij de aantekening dat dit geen afbreuk mocht doen: “ aan de rechten en de positie van andere bevolkingsgroepen,” aldus het mandaatverdrag van 19221 Die afbreuk zat echter al in het verdrag want aan de joodse migranten werden rechten toegekend die de er al wonende mensen niet kregen. Toen de Britten zich terugtrokken, namen de kolonisten nog meer land in. Daarbij maakten ze gebruik van taktieken die vergelijkbaar zijn met hetgeen Hamas in oktober 2023 deed. Het land innemen zet zich nog steeds voort en het zou mij niets verbazen als dat koloniseren zich in de toekomst ook richting Syrië gaat uitbreiden. Koloniseren en kolonialisme is daarmee een goede beschrijving van wat er gebeurde en gebeurt.

Boevink vervolgt: “Ondertussen ontstond het idee van een duidelijke “Palestijnse” nationale identiteit pas in de 20e eeuw, na de val van het Ottomaanse Rijk.” Is een nationaliteit dan alleen een nationaliteit als ze van voor 1900 is? Natiestaat en nationaliteit is sowieso niet veel ouder dan van het midden van de negentiende eeuw. Dat het Palestijns nationalisme pas in de twintigste eeuw opkwam, ligt er vooral aan omdat het werd opgeroepen door het zionisme. Door joodse migranten die Palestijns land claimden en bezetten. Het Palestijns nationalisme is een antwoord hierop. Vóór de joodse migratie was er geen reden om je specifiek ‘Palestijns’ te noemen, der was niemand die zich met een ‘ nationaliteit’ definieerde.

Boevink: “Toen de Britten in 1922 het Palestijnse Mandaat splitsten, kregen de Arabieren 80% (Transjordanië) en bleven de Joden achter met een stukje van hun thuisland.” Toen de Britten hun mandaatgebied in tweeën splitsten was 11% van de bevolking van nieuwe mandaatgebied Palestina, joods. Daarvan was, om die moderne termen te gebruiken, ongeveer de helft autochtoon en die zagen de komst van de joodse allochtonen niet zo zitten. Die autochtonen leefden al eeuwen lang vreedzaam samen met hun christelijke en islamitische buren. De Britten splitsten dat gebied niet om een deel aan de Arabieren te geven (Transjordanië) en het andere deel aan de joden (Palestina). Ze splitsen het om te voorkomen dat er overal in het hele gebied problemen ontstonden vanwege koloniserende joden. Die komst van joodse migranten leidde tot veel onrust. De eerste rellen met doden vielen al in 1921. En die onrust kostte de Britten veel (militaire) kruim en als die onrust zich over het hele gebied zou verspreiden, dan was de chaos compleet. Bij het splitsen werd joodse migratie naar Transjordanië verboden.

Hij gaat verder: “Tegen 1948 controleerden Arabische staten meer dan 5 miljoen vierkante mijl; Het aandeel van Israël was klein. Maar binnen enkele uren na zijn onafhankelijkheid werd het binnengevallen door vijf Arabische legers, niet om een Palestijnse staat te creëren, maar om een Joodse staat uit te wissen.” Vijf Arabische legers die binnenvielen is bezijden de waarheid. Vijf Arabische landen verklaarden de oorlog. Dan even de feiten: “Ondanks het breed levend beeld van het Israëlische leger dat in het niet viel bij de zeven binnenvallende legers, weten we dat Israël in 1948 in werkelijkheid meer manschappen en meer wapens had dan zijn tegenstanders. Er waren in 1948 maar vijf reguliere Arabische militaire machten op de been, aangezien Saudi-Arabië en Jemen geen noemenswaardig leger hadden. Vier van die legers trokken het Mandaat Palestina binnen (het minuscule Libanese leger is nooit de grens over gegaan) en twee daarvan, het Arabische Legioen van Jordanië en de Irakese strijdkrachten, hadden van hun Britse bondgenoten het verbod gekregen om de grenzen van de gebieden die door de opdeling aan de joodse staat waren toegewezen, te overschrijden en voerden dan ook geen invasie in Israël uit.” 2

Wat Boevink ook vergeet is dat de Palestijnse bevolking geen noemenswaardige wapens had, geen leger en geen leiderschap. Dat was hun uitgangspunt op het moment dat de Britten zich terugtrokken. Zij hadden geen wapens, leger en leiderschap omdat zij twaalf jaar eerder in opstand waren gekomen tegen de toenemende joodse migratie en de verkoop van grond aan joden. Bovendien wilden zij een representatieve regering. En niet eentje waarin zij, een meerderheid van de bevolking, in de minderheid waren en het joodse deel oververtegenwoordigd. Die opstand begon in Jaffa en Nabloes met een algemene staking Die staking liep uit in gewelddadigheden en een opstand toen de Britse politie het vuur opende op de protesterende Arabieren. Dit groeide uit tot een Palestijnse opstand die drie jaar duurde.

Bij het neerslaan van die opstand maakten de Britten gebruik van de door hen getrainde en bewapende Haganah, een strijdgroep bestaande uit joodse kolonisten waaruit later het IDF is gegroeid. De manier waarop Israël nu in Gaza en eigenlijk al jaren tegen de Palestijnen optreedt, is een voortzetting van de manier waarop de Britten met verzet van Arabische kant in Palestina omgingen: collectief straffen. Collectief straffen door het opleggen van boetes, het in bezit nemen van vee, het vernielen van huizen en soms hele dorpen en het detineren van groepen in concentratiekampen, die vervolgens de kans liepen om gemarteld en gedood te worden. Zo werden na de Arabische opstand onder andere 5.000 huizen vernietigend, 150 Arabische leiders ter dood veroordeeld en andere leiders verbannen. Resultaat van de opstand was dat de Arabieren zonder leiders zaten en door de Britten werden ontwapend. Dit terwijl de Britten veiligheidsafspraken maakten met het joodse leiderschap, dit van wapens voorzag en een deel van de kosten ervan voor haar rekening nam. En net zoals nu was een veelvoud van de doden en gewonden Arabier. Nog geen 600 doden aan Britse en joodse kant tegen ongeveer 5.000 aan Arabische kant. Wrang voor de Britten is dat de kolonisten het geleerde en de wapens in de jaren voor 1948 tegen hen inzette. Een voorbeeld daarvan is de bomaanslag op het King Davidhotel.

Boevink is nog niet aan het einde van zijn betoog: “Palestijnse vluchtelingen zijn 75+ jaar lang opzettelijk staatloos gehouden door Arabische regeringen om hun lijden tegen Israël te bewapenen, terwijl Israël 850.000 Joodse vluchtelingen absorbeerde die uit Arabische landen waren verdreven in een van de grootste vluchtelingenintegraties in de moderne geschiedenis.” Die vluchtelingen zijn niet stateloos omdat de Arabische regeringen hen zo houden om dat als wapen tegen Israël te gebruiken. Ze zijn stateloos omdat hun land, die Palestijnse staat die in 1948 tegelijk met die joodse zou moeten ontstaan er toen niet kwam, nu nog steeds niet is en er, als het aan de huidige Israëlische regering ligt, nooit komt. Zij leefden tot 1948 onder mandaat van de VN die hen een staat beloofde. Het zijn trouwens niet alleen vluchtelingen die stateloos zijn. Alle Palestijnen in Gaza en op de Westoever zijn stateloos. Ook de Palestijnen die nog het geluk hebben dat ze in het huis wonen dat hun familie als sinds generaties in bezit heeft. Al die mensen zijn stateloos.

Om Boevink te parafraseren: dit zijn de feiten. Feiten die in 2025: “met toegang tot eindeloze geloofwaardige bronnen,” zijn te achterhalen. En inderdaad: “is onwetendheid een keuze.” Ook voor Boevink.

1Zie hiervoor artikel 6 van van het Mandaatverdrag.

2Rashid Khalidi, De honderdjarige oorlog tegen Palestina. Een geschiedenis van kolonialisme en verzet, pagina 105

Free Palestine …

“We zien twee modellen. Het ene is Gaza. Toen we Gaza verlieten, hebben we Hamas in feite toegestaan ​​een koninkrijk van terreur te creëren. Judea en Samaria, het andere model, is tot hetzelfde gedoemd als we daar weggaan. Er zijn daar ruim driehonderd nederzettingen, bewaakt door het Israëlische leger. Er is terreur, maar op een zeer laag niveau.” Woorden van de Israëlische oud-politicus Aryeh Eldad in een interview in de Volkskrant. Een bijzondere uitspraak waarvan Eldad er wel meer doet.

Bron: Balfour declaration die aan de basis stond van het mandaatverdrag. Bron: BBC

Uitspraken zoals: “Iedereen die echt geïnteresseerd is in de kwestie, begrijpt dat die niet opgelost zal worden door lijnen op de kaart te trekken. Wat speelt tussen Israël en de Palestijnen gaat niet om grondgebied, het is een religieuze oorlog. Dat wordt door de wereld genegeerd.” Bijzonder om twee redenen. Bijzonder omdat het inderdaad niet gaat om ‘lijnen op een kaart’ en ook niet om een religieuze oorlog. Het gaat om bevolkingsgroepen die aanspraak maken op eenzelfde gebied tussen lijnen op een kaart. Het is in feit een burgeroorlog tussen twee bevolkingsgroepen. Maar dan wel een bijzonder soort. Bijzonder omdat één van die bevolkingsgroepen bestaat uit een groep mensen die recentelijke naar dat gebied is gemigreerd en vervolgens de zeggenschap over het gebied heeft verworven. Bij dat verwerven kreeg deze groep steun van de westerse landen omdat deze migranten uit het westen vluchtten voor geweld en vervolging culminerend in de Holocaust. Dat die twee bevolkingsgroepen een andere religie aanhangen, maakt het nog geen religieuze oorlog. Over de ontstaansgeschiedenis van deze burgeroorlog die inmiddels al honderd jaar duurt, schreef ik al eerder. Tot zover de eerste bijzondere reden.

De tweede bijzondere reden is dat het volgens Eldad niet gaat om lijnen op de kaart. Dit terwijl de oplossing die hij aandraagt er eentje is van ‘lijnen op de kaart’: “Een Palestijnse staat? Jordanië kan als zodanig erkend worden. Zoals wijlen koning Hussein al zei, is 70 procent van de bevolking van Jordanië Palestijns. En het grondgebied van Jordanië beslaat 75 procent van het Britse mandaatgebied Palestina. Dus Jordanië is in feite Palestina.” Een oplossing aan de andere kant van een van die lijnen op de kaart. Een oplossing die Geert Wilders ook al eens heeft geopperd.

Elhads oplossing is weer om ook twee redenen bijzonder. Dat een groot deel van de bevolking Jordanië Palestijns is, is precies een gevolg van dat al meer dan honderdjarige conflict. Een eerste grote groep van die Palestijnen vluchtten eerst in 1948 en later in 1967 vanuit wat nu Israël en de bezette Westelijke Jordaanoever is naar Jordanië. Bijzonder om een gevolg van het probleem te presenteren als argument voor oplossing die je voorstelt.

Volgens Elhad, en dat klopt, bestond het mandaatgebied Palestina uit Israël, Jordanië, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Mandaathouder Groot-Brittannië kreeg de zelf geformuleerde opdracht om: “Het land onder zodanige politieke, bestuurlijke en economische omstandigheden te brengen dat de vestiging van het joodse nationale tehuis, zoals vastgelegd in de preambule, en de ontwikkeling van zelfbesturende instellingen verzekerd zijn, en tevens de burgerlijke en religieuze rechten van alle inwoners van Palestina, ongeacht ras of godsdienst, te waarborgen.1” Om een Joodse kolonie te stichten zonder afbreuk te doen aan de rechten van de mensen die er al woonden. We kunnen wel stellen dat dit is mislukt en dat hoeft niet te verbazen. In Nederland staat een flink deel van het land geleid door Wilders al op de achterste poten omdat ‘Nederland wordt overgenomen door migranten’ terwijl daarvan geen sprake is. In het mandaatgebied Palestina gebeurde dat wel. Omdat de komst van Joodse kolonisten tot wrevel van de bevolking leidde, besloten de Britten om het mandaatgebied te splitsen in Palestina en Trans-Jordanië en alleen Palestina open te stellen voor Joodse migranten. Zo werd het probleem beperkt, maar dan alleen geografisch. Er is daarmee, zoals Eldad doet, een redenering op te bouwen dat Jordanië in feite Palestina was. Volgens dezelfde redenering is Israël dan ook in feite Palestina

Maar terug naar het citaat van Eldad waarmee ik begon. En dan vooral de laatste zin: “Er is terreur maar op een laag niveau.” Pardon! Terreur op een laag niveau? Dat is nogal een, om een Jiddisch woord te gebruiken, gotspe, een gewaagde bewering. Terreur is op de bezette Westelijke Jordaanoever aan de orde van de dag en dat al sinds de bezetting ervan in 1967. Dat Eldad, die er zelf woont, dat zo ervaart, is te begrijpen. Hij behoort namelijk tot de terroristen, de terreurplegers. Hij en zijn mede kolonisten terroriseren, gesteund door het IDF, het Israëlische leger en de Israëlische regering, de Palestijnse bevolking. Terroriseren door op gewelddadige wijze hun grond en huizen in te pikken. Door checkpoints in te richten die het voor Palestijnen zeer lastig en soms onmogelijk maken om zich te verplaatsen. Door, als er verzet is tegen die bezetting, met grof militair geweld op te treden met vele onschuldige slachtoffers en grote fysieke vernielingen als gevolg.

Eldad: “We zitten daar al 58 jaar. Was dat niet zo, dan hadden we nu overal in het land 7 oktober. Dat is de kern. Ik verwacht dat Israël Judea en Samaria grotendeels zal annexeren. En ik denk dat dat nodig is. De realiteit die we sinds 1967 hebben gecreëerd is onomkeerbaar. De nederzettingen zullen niet worden ontmanteld. We hebben meer dan een half miljoen kolonisten. Israël moet die permanente situatie formaliseren. En net als met Jeruzalem en de Golan zullen sommige landen het uiteindelijk erkennen.” En de vervolgstap noemt hij ook al. Want als de Palestijnen dan nog niet accepteren dat ze moet afliggen en bibberen: “dan zullen we de Palestijnse Autoriteit in A- en B-gebieden moeten afzetten. Ik zou er zelf de voorkeur aan geven dat de staat Israël loopt van de Jordaan tot de zee. De Arabieren hebben het over Palestine from the river to the sea, ik zeg hetzelfde over Israël.”

Beste meneer Eldad, is het nooit in uw gedachten opgekomen dat Israel en vooral de manier waarop het zich gedraagt en het haar burgers toestaat zich te gedragen ten opzichte van anderen, de terreur de Israëlische staat en haar burgers uitoefenen in de bezette gebieden, de oorzaak is van alle ellende, ook van 7 oktober? Nee, dit is geen oproep om iedereen die de afgelopen honderd jaar naar daar is gemigreerd, te verdrijven. Dit is een oproep tot ander gedrag bij alle betrokkenen. Ander gedrag waarbij de grootste verantwoordelijkheid tot dat andere gedrag berust bij de partij met de meeste macht. Om tot vrede te komen moet de macht eerlijk worden gedeeld en dat betekent dat de machtigste partij moet inleveren ten faveure van de minder machtigen en de machtelozen.

1 The British Mandate for Palestine