Zelfreflectie

“In Idlib ontvouwt zich een nieuwe humanitaire ramp, één van de ergste in de Syrische crisis, die er het afgelopen decennium al te veel om op te noemen heeft voortgebracht.” De eerste zinnen uit een ingezonden brief bij Trouw . Een brief geschreven door minster van Buitenlandse Zaken Blok en twaalf van zijn Europese collega’s. Een bijzondere brief. 

Laten we eens een passage onder de loep nemen. “Daarnaast is het belangrijk om helder voor de geest te houden dat alleen politieke onderhandelingen voor een houdbare uitkomst uit de Syrische crisis kunnen zorgen. Genormaliseerde politieke verhoudingen kunnen pas ontstaan wanneer een oprecht en onomkeerbaar politiek proces op gang is gekomen.” De geschiedenis bulkt van de voorbeelden waarbij ‘houdbare uitkomsten’ ontstaan na een oorlog waarbij een partij overwint en de ‘nieuwe verhoudingen’ oplegt waardoor er ‘genormaliseerde politieke verhoudingen’ ontstaan. De Duitsers en Japanners hebben dat vijfenzeventig jaar geleden ook ondervonden. Net zoals Nederland ruim vijf jaar daarvoor.

Een tweede passage: “Wij beseffen heel goed dat er zich radicale groeperingen ophouden in Idlib. Terrorisme wordt door ons nooit lichtvaardig opgevat. Wij bestrijden terrorisme met overtuiging en vastberadenheid en dat doen we aan de frontlinie van de strijd tegen Isis. Maar de strijd tegen terrorisme kan en mag nooit dienen als rechtvaardiging voor de grootschalige schendingen van het internationaal humanitair recht, waarvan we nu dagelijks getuige zijn in het noordwesten van Syrië.” Voor Assad zijn, in tegenstelling tot de schrijvende Europese ministers, waarschijnlijk alle groepen met wapens in Idlib, ook de reguliere Turkse troepen, terroristen. ‘Terroristen’ die een integraal deel van het Syrische grondgebied bezet houden. Zou Nederland accepteren als bijvoorbeeld de Zeeuwen een gewapende opstand zouden beginnen tegen het ‘regime Rutte’?

Bijzonder is het deel over het structureel ‘schenden van internationaal humanitair recht’. Wie verklaarde het terrorisme ook al weer de oorlog en wie hobbelde daar vervolgens braaf achteraan? Wie viel er twee landen binnen in die ‘oorlog’? Een daad gepleegd door een klein groepje wordt een oorlog tegen twee landen. Hoe verhoudt die keuze zich tot het ‘internationale humanitaire recht’? In het geval ‘Afghanistan’ was er wellicht nog ‘iets’ van een reden. Het ‘brein’ achter de gruwelijke aanslagen van 11 september 2001 bevond zich immers in dat land. Maar of een oorlog dan de ‘passende’ maatregel is binnen dat ‘internationale humanitaire recht’ is uiterst twijfelachtig. In het geval ‘Irak’ was er geen enkele reden volgens het ‘internationale humanitaire recht’ om het land binnen te vallen. De VS verzonnen iets, hadden lak aan het ‘internationale (humanitaire) recht’ en deden vervolgens wat ze wilden. Ze begonnen een oorlog.

Een volgende voorbeeld van ‘flexibele’ omgang met dat ‘internationale (humanitaire) recht. “Ook Europa neemt zijn verantwoordelijkheid in deze niet aflatende tragedie. De EU en haar lidstaten zijn de grootste donors van humanitaire hulp aan de noodlijdende Syrische bevolking. We zullen deze gezamenlijke inspanningen voortzetten en uitbreiden in reactie op de zich ontwikkelende crisis in Idlib.” Hoe sterk komt dit over als we de situatie op de Griekse eilanden in ogenschouw nemen? Als we ons realiseren dat die ‘donors’ de zaak daarmee afkopen. Hoe sterk komt het over als Europa nooit ‘in de regio’ ligt die vluchtelingen moet opvangen?

Hoe sterk maakt dit het beroep op ‘internationaal humanitair recht’? Hoe sterk is zo’n beroep vanaf een hoge morele toren als die toren naar believen wordt aangepast aan de eigen standpunten? Zou dergelijk flexibele toepassing van dat ‘internationale (humanitaire) recht’ niet een belangrijke oorzaak zijn van de hoon die het Westen in grote delen van de wereld ten deel valt? Enige zelfreflectie zou geen kwaad kunnen.

 

Recht in ‘kromme’ omstandigheden

“De bevrijde die de bevrijder aansprakelijk stelt, verdient moreel en juridisch geen enkel respect. In een rechtvaardige oorlog kan de bevrijder niet aansprakelijk worden gesteld.” Zo. Die uitspraak van rechtsgeleerde Afshin Ellian kunnen de Irakezen zich in hun zak steken. In een artikel bij Elsevier legt Ellian uit dat de Iraakse burgerslachtoffers van het door een Nederlandse F16 uitgevoerde ’precisie bombardement’ dat toch ‘precies’ het verkeerde doel trof, niet bij Nederland moeten zijn. Sterker nog: “De Irakezen moeten de Nederlandse militairen dankbaar zijn voor het verslaan van IS.” 

Bron: Wikipedia

De oorlog was legaal: “De Nederlandse overheid ging in op verzoek van de Iraakse overheid deel uit maken van een coalitie in de strijd tegen IS. Daarnaast vroeg de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties aan alle lidstaten actief deel te nemen aan de strijd tegen IS.” De oorlog was legitiem: “De jihadisten schonden bijna alle regels van jus in bello, het recht dat toeziet op de wijze van oorlogsvoering.”  En Nederland heeft geen oorlogsrecht geschonden: “Zodra er doden vallen, moet Defensie het Openbaar Ministerie (OM) betrekken bij de beoordeling van de eventuele strafwaardigheid van handelingen. Daaruit blijkt telkens dat Nederlandse militairen bij oorlogsvoering alle zorgvuldigheid in acht nemen.” Dat het toch zo verschrikkelijk fout ging, lag aan de omstandigheden: “De militairen kozen voor een nachtelijk bombardement met een lichte bom, juist om burgerslachtoffers te voorkomen. Er was (…) alleen niet bekend dat er meerdere vrachtwagens en grote hoeveelheden springstof aanwezig waren in het gebouw. Die hebben geleid tot aanvullende explosies met vernietigend effect.” Domme pech dus. Als de Irakezen dan toch ergens willen gaan klagen of hun rechts halen, dan moeten ze bij hun eigen regering zijn: “Immers, de Nederlandse krijgsmacht opereerde op verzoek en met goedkeuring van de Iraakse overheid.” Juridisch geen speld tussen te krijgen. 

Alleen zijn die ‘rare’ Irakezen niet dankbaar zo constateert Ellian: “Maar de Irakezen voelen zich niet bevrijd. Dat doet pijn!’’ Pijn, niet bij de Irakezen  maar bij de ‘Nederlanders.“Stelt u zich voor dat in 1950 de Nederlandse nabestaanden van doden die zijn gevallen door bombardementen van de geallieerden, Amerika of Groot-Brittannië aansprakelijk zouden stellen voor het vernietigen van de Duitse bezetter. Ja, daarbij kwam per ongeluk een behoorlijk aantal onschuldige Nederlandse burgers om het leven. Maar wilden we wel of niet worden bevrijd?” ‘Ondankbaar volk die Irakezen’, zo, lijkt Ellian te denken. En vervolgens concludeert hij: “Het recht dat ruimte geeft de bevrijder aansprakelijk te stellen voor oorlogshandelingen tijdens een bevrijdingsoorlog, verdient het niet om als recht te worden beschouwd.” 

Het recht waar Ellian zich op beroept is duidelijk. De VN veiligheidsraad vraagt om actie, de Iraakse overheid ook, dus geen vuiltje aan de lucht. Maar hoe recht is recht in ‘kromme’ omstandigheden? De ‘kromheid’ van de omstandigheden bestaat uit de voorgeschiedenis. Hoe kon het dat IS in Irak voet aan de grond kreeg? Dat was niet het gevolg van, zoals in het Nederland van 40 – 45, van een bezetting door een buitenlandse mogendheid. Het was niet zo dat delen van Irak werden veroverd en bezet door het land IS. Nee, IS was geen land. Het bestond, zoals ik in deel drie van de serie Wat was en IS schreef, uit een combinatie van Arabische Afghanistan-veteranen aan de ene kant. Die werden aangetrokken door: “de Iraakse puinhopen. Die boden hen een mogelijkheid om tegen de ‘grote Satan’ te vechten.” En aan de andere kant: “commandanten van Saddams oude leger,” die allemaal opzij werden geschoven. Zij troffen elkaar in gevangenissen zoals Abu Ghraib en vonden elkaar in hun onvrede met de situatie in Irak. 

Met die commandanten komen we op een volgende aspect van ‘kromheid’. Die commandanten zaten in het gevang omdat de machthebbers, ingegeven door de Verenigde Staten, hen een bedreiging vonden. Zij waren immers van het verslagen leger van Saddam Hoessein. Een leger dat werd verslagen door de ‘Coalition of the Willing’ onder leiding van de Verenigde Staten. Een coalitie die met een zeer dubieuze onderbouwing Irak binnenviel en de regering van dat land afzette. Om de juridische aspecten even te duiden: zonder mandaat van Verenigde Naties noch verzoek daartoe van de wettige Iraakse regering, viel die coalitie een land binnen en bezette het. Voor iedereen die een positie had in het oude Irak was geen plaats meer. Daarmee kwam vooral het soennitisch deel van Irak buitenspel te staan. Na die inval begon een periode van binnenlands geweld en sektarisme dat nog steeds voortduurt. Een periode waarbij het niet uitmaakt of ze door de kat (IS) of de hond (de door de Verenigde Staten gesteunde Iraakse regering) worden gebeten. 

Hoe sterk is het in dergelijk ‘kromme’ omstandigheden om je op het recht te beroepen? Omstandigheden die in het geheel niet vergelijkbaar zijn met de Nederlandse situatie van 40 – 45.