Zwijgen over de ander

Integratie van ‘nieuwkomers’ in de Nederlandse samenleving is een belangrijk item en onderwerp van menig discussie. Van die nieuwkomer wordt verwacht dat hij zich aanpast en gaat ‘doen als wij doen’. Het inburgeringsexamen is erop gericht om de nieuwkomer te leren hoe wij hier doen en handelen. Van de nieuwkomer wordt verwacht dat hij deelneemt aan het verenigingsleven, contact zoekt met anderen in dit land en actief wordt in zijn buurt. In die discussie wordt benadrukt dat die nieuwkomer anders is en afwijkt van ‘de norm’. Is al die nadruk op dat inburgeren en het ‘worden zoals wij’, als al duidelijk is wie die wij zijn, wel verstandig? 

Eigen foto

Ik stel die vraag omdat ik halverwege het boek Stadsleven. Een visie op de metropool van de toekomst van de socioloog Richard Sennett ben. Hoe het ‘afloopt’ kan ik jullie nog niet vertellen. Dat komt vast nog wel een keer. Zo ongeveer op de helft, op pagina 182, constateert Sennett iets waarbij ik aan het Nederlandse beleid over integratie en inburgering moest denken. Sennett: “Meer in het algemeen kun je zeggen dat gemengde gemeenschappen alleen goed functioneren als het bewustzijn van de Ander niet al te zeer op de voorgrond staat. Als het door een bepaalde gebeurtenis wel op de voorgrond komt te staan, wordt de last van het anders-zijn sterker gevoeld en kan het wantrouwen intreden.” 

Zwijgzaamheid baart vertrouwen, aandacht versterkt wantrouwen, constateert Sennett. Dat ergens de nadruk op leggen betekent dat het gaat opvallen, klinkt niet vreemd in de oren. Als de nadruk wordt gelegd op die ‘roze olifant’ al is het maar door te zeggen dat je er niet op moet letten, ga je er juist op letten. Zou Sennett een punt hebben? 

Als dat zo is, zouden we dan met al die aandacht en nadruk op inburgering en integratie niet juist het paard achter de wagen spannen? Door erop te hameren, worden we ons bewust van het ‘anders’ zijn van de nieuwkomer. Leidt dit beleid er niet toe dat verschillen worden uitvergroot? Zou dat dan niet alleen voor de nieuwkomer gelden maar ook voor ‘niet nieuwkomers’ die ‘anders’ zijn dan de norm?

Zwijgzaamheid baart vertrouwen,” schrijft Sennett. Zwijgzaamheid en wat hij het “oppervlakkig ritueel” noemt: “Je vraagt de buurman hoe het met hem gaat, ook als je het niet zo nodig hoeft te weten. Je doet het als teken van erkenning.” Zullen we het eens gaan doen: zwijgen over de ‘ander’ en oppervlakkige gesprekken met elkaar voeren?

Holland, Michigan

Toen ik Willem Melchings pleidooi in de Volkskrant voor een ‘Leitkultur’ las, moest ik denken aan Holland in Amerikaanse staat Michigan. In die plaats ‘spelen’ ze het Nederland uit vroeger jaren na compleet met bouwstijl, klederdracht en tulpenfestival. Een stadje gesticht door naar de Verenigde Staten geëmigreerde Hollanders.

Dutch_Dancers,_Holland,_Michigan_(81444)

Illustratie; Wikimedia Commons

Volgens Melching is die ‘Leitkultur’ nodig omdat een multiculturele samenleving: “op termijn hun samenhang verliezen door het ontbreken van gemeenschappelijke waarden en normen.”  Volgens Melching zou die ‘Leitkultur’ moeten bestaan uit: “kernwaarden die sinds 1945 typerend zijn voor de Europese politieke cultuur. Om de belangrijkste te noemen: democratie en tolerantie, scheiding van kerk en staat, gelijkwaardigheid van vrouwen en seksuele minderheden.” Volgens Melching zijn Canada en de Verenigde Staten voorbeelden van landen die hier heel goed in slagen. Een op het eerste gezicht logisch betoog. Maar hoe zit het met met het tweede gezicht? 

Als we naar de kernwaarden van Melchings ‘Leitkultur’ kijken dan valt op dat die allemaal zijn verwerkt in onze wet- en regelgeving. Alleen op het gebied van de scheiding tussen kerk en staat is er nog wat werk aan de winkel. Als die kernwaarden een voorwaarde voor een succesvolle multiculturele samenleving en voor een succesvolle inburgering van nieuwkomers, waarom spreken zovelen dan van een mislukking? Zou het dan misschien aan het overbrengen van die kernwaarden op nieuwkomers liggen? Dan zou de inburgeringscursus anders moeten. 

Zou het gevoel van ‘mislukken’ een andere oorzaak hebben? Zou dat gevoel van mislukken niet een gevolg kunnen zijn van het nooit kunnen voltooien van de ‘inburgering’? Wat zou het met iemand doen die de inburgeringscursus heeft gevolgd, het inburgeringsexamen heeft gehaald, de participatieverklaring in het bijzijn van de burgemeester heeft ondertekend en betaald werk heeft en maar één koekje bij de thee of koffie serveert en dan nog steeds te horen krijgt dat hij een buitenlander is en er niet bijhoort? 

Zonder die ‘leitkultur’: “zullen de nieuwkomers zich opsluiten in zelf gecreëerde getto’s.” aldus Melching, die zich baseert op een theorie van de Duits-Syrische politicoloog Bassam Tibi. Nu zijn ook de Verenigde Staten ook niet vrij van gebieden waar mensen met eenzelfde land van herkomst samenklonteren, daarom mijn gedachte aan Holland in Michigan. Het is daarom maar de vraag of een ‘Leitkultur’ dat hier gaat voorkomen.

Die ‘Hollanders’ in Michigan horen er nu bij met behoud van hun eigen ‘oud Hollandse cultuur’ en hun stadje is toeristische attractie. Zo zie je maar dat een ghetto ook tot iets moois kan uitgroeien.

‘Ben ik in beeld?’

Als politicus van tegenwoordig moet je je best doen om gezien en gehoord te worden. Blijf je ongezien dan loop je het risico dat je partij je niet meer op een verkiesbare plaats zet.Gezien worden dat kan door het   stellen van vragen. Er zijn kamerleden die daar kampioen in zijn. Die kijken ’s avonds naar bijvoorbeeld een documentaire, een achtergrondreportage of naar de Pauwen en Jinekken. Horen ze daar iemand met verontwaardiging over spreken, dan kan de minister van het betreffende onderwerp de volgende dag een serie kamervragen tegemoet zien. Die gaan dan weer vergezeld van een persbericht in de hoop dat de media er kond van doen dat het betreffende kamerlid vragen heeft gesteld.

hekking

Illustratie: YouTube

Een andere manier is door ‘harde’ of strenge maatregelen voor te stellen om ongewenst gedrag te voorkomen. Tegenwoordig schijnen harde maatregelen tegen vluchtelingen of migranten het ook goed te doen. Mooi voorbeeld hiervan is VVD-Kamerlid Bente Becker. Bij TPO is een filmpje van een interview met haar te zien waarin ze de onwillige migrant streng toespreekt. Ze ‘scoort’ hiermee zowel op het punt van ongewenst gedrag als op maatregelen tegen migranten.

“Ik wil dat meedoen nog maar de enige optie is voor mensen. Dus dat ze de taal moeten leren, dat ze moeten werken. Dat dit ook normaal is vanaf dag één en dat er ook consequenties zijn als ze dat niet doen.” In het gesprek meldt Becker dat haar partij en het CDA gaan voorstellen nog een ‘extra consequentie toe te voegen’. Welke? “Dat mensen pas mogen stemmen in hun gemeente als ze daadwerkelijk hebben laten zien dat ze willen inburgeren.”  Je mag aan gemeenteraadsverkiezingen meedoen als je 18 jaar of ouder bent, in een gemeente woont en je: “de Nederlandse nationaliteit of de nationaliteit van een ander land  van de EU (hebt). Of (…) een geldige verblijfsvergunning (hebt) en (je) verblijft  minimaal 5 jaar legaal in Nederland.” Je inburgeringsexamen moet je binnen drie jaar halen.

Belangrijker. Hoe laat je voldoende zien dat je ‘wilt inburgeren’? Wie bepaalt wat voldoende is en wat niet? Zoals de Kamerleden ook weten, is iedereen die zich in Nederland bevindt voor de wet gelijk. Wat stelt Becker voor te doen met Nederlandse staatsburgers die op eenzelfde punt ‘onvoldoende’ meedoen?  Wordt hen ook het stemrecht voor de gemeenteraad ontnomen? Of moeten die maar ‘op pleuren’ om premier Rutte aan te halen.

Burgerschapsvorming en versplintering

Elma Drayer vindt, in haar column in de Volkskrant, dat minister Slob groot gelijk heeft dat hij aandacht voor burgerschapsvorming wil verplichten. Aandacht voor burgerschapsvorming om” toenemende ‘mentale segregatie,” te bestrijden. ‘Leerlingen met verschillende denkbeelden die wel bij elkaar in de klas zitten, staan soms lijnrecht tegenover elkaar en zijn daarnaast maar matig geïnteresseerd in elkaar.” Om: “de ‘versplinterde identiteiten’ en de ‘versnippering’,” die een directeur van een school die zij aanhaalt signaleerde. Volgens Drayer is burgerschapsvorming de oplossing: “Het zal niet eenvoudig zijn om ook deze loodzware klus te klaren. Maar een andere weg? Ik zie hem niet.”

CBC_Classroom_1932

Foto: Wikimedia Commons

Dat mensen mentaal gesegregeerd zijn en dat die segregatie groot is en het vermogen om je in de ander in te leven een schaars goed is, valt dagelijks te zien. Neem het voornemen van Pegida om voor moskeeën een barbecue met varkensvlees te houden. getuigt dat niet van een compleet gebrek aan respect en inlevingsvermogen? Zo zijn er vele voorbeelden te noemen. Voorbeelden van mensen die zwelgen in het gelijk van de bubbel waarin zij verkeren. Die zelfs zo ver gaan dat ze erover denken een ‘eigen zuil’ op te richten. Voorbeelden van mensen waar ‘identiteit’ betekent anderen buitensluiten en verketteren voorbeelden van links en rechts.

Segregatie die wordt ondersteund door taal beginnend met woorden als allochtoon en autochtoon. Woorden als ‘integratie’ of ‘inburgering waarmee mensen buiten de groep worden geplaatst. Woorden zoals ‘Nederlandse, Turkse of … identiteit’. Woorden die worden gebruikt om onderscheid tussen mensen te maken. Woorden als ‘tweede, derde generatie migranten’ voor mensen die gewoon hier geboren zijn.

Segregatie die wordt ondersteund met beleid. Beleid dat onderscheid maakt tussen mensen op basis van zaken waar zij niets aan kunnen doen, zoals het geboorteland van hun ouders. Beleid zoals inburgeringscursussen en -examens die tot niets leiden, want na het behalen van dat examen wordt je nog steeds als ‘niet ingeburgerd’ gezien. Een status die zelfs je verre nazaten blijven behouden.

Dat we kinderen: “wegwijs (moeten) maken in ‘de spelregels van onze democratie’, dat zij kennis op moeten doen over het functioneren van de maatschappij, staat buiten kijf.  Dat was altijd al de opdracht van het onderwijs. Zou de mentale segregatie werkelijk minder worden met burgerschapsvorming in het onderwijs?

Wat zou daarbij effectiever zijn, de ‘wet Slob’ of het doel van het onderwijs verschuiven van de nadruk op een plek op de arbeidsmarkt en dus ‘werk, werk, werk’ naar voorbereiden op het leven? En, in het verlengde daarvan, economie zien als een middel in plaats van het doel dat het nu is?

De puinhopen van rechts

Identiteitspolitiek, een onderwerp waarover ik geregeld schrijf. Ook vandaag weer, nu is een gesprek  tussen Sid Lukkassen en de Belgische Manel Mselmi bij ThePostOnline de aanleiding. Volgens beiden is ‘identiteitspolitiek’ iets van ‘links’ en is het gedoemd te mislukken. Dat ‘identiteitspolitiek’ gedoemd is te mislukken, heb ik al eerder betoogd. De nadruk wordt immers gelegd op het verschil tussen mensen. Dat het alleen ‘links’ is die een dergelijke politiek bedrijft, dat waag ik toch zeer te betwijfelen.

vuilnis

Foto: Flickr

Nu krijgt ‘links’ al jaren de schuld van alles rondom migranten, terwijl de geschiedenis iets heel anders laat zien. Die laat namelijk zien dat ‘links’ het in Nederland nooit voor het zeggen had. Het CDA en haar voorlopers en/of de VVD maakten gedurende de gehele na-oorlogse tot en met het heden, deel uit van de regering. Die laat zien dat de migratiepolitiek vanaf de jaren zestig zo ongeveer Kamerbreed werd gesteund. Die laat zien dat zowel links, midden als rechts de vaders zijn van het zogenaamde ‘multiculturele drama’, als er al sprake is van een ‘drama’.

De geschiedenis laat ook zien dat in eigen groep verkeren en eigen politieke partijen oprichten een heel Nederlandse traditie is die ‘verzuiling’ wordt genoemd. Want die joods-christelijke traditie die wordt geroemd, vocht zich jaren lang de tent uit en leidde eind negentiende eeuw de verzuiling in, de gepacificeerde voortzetting van de religieuze strijd. Verzuiling die zover ging dat voetballen per religie moest en zelfs de duiven vlogen gescheiden. Zou een ‘hervormde’ duif die met steun van de here Jesus vloog trouwens beter vliegen dan een katholieke met ‘godszegen’?  Die verzuiling zet zich ook nu nog voort alleen worden de zuilen steeds kleiner omdat iedereen zijn eigen ‘identitaire’ zuil wil. Bij Opiniez betoogt Jan Gajentaan dat er maar een nieuwe zuil moet komen van de ‘stille meerderheid’.

Die ‘stille meerderheid’, wie dat ook moge zijn en het is twijfelachtig of het wel een ‘meerderheid’ is, bestaat uit ‘echte’ Nederlanders. Zo interpreteer ik het betoog van Gajentaan. En daarmee zijn we meteen aanbeland bij de ‘rechtse’ bijdrage aan de ‘identiteitspolitiek’. Een bijdrage die van nieuwkomers ‘integratie’ verwacht in die Nederlandse identiteit waarover ik eergisteren schreef. Alleen is die ‘integratie’ of ‘inburgering’ nooit ‘af’. Er is altijd wel een reden waarom iemand er niet bijhoort en een zoveelste generatie Turk, Marokkaan of welk land dan ook is. Zou dit niet ook hebben kunnen bijdragen aan het in eigen schulp kruipen van migranten?

Een kleine twintig jaar geleden concludeerde Pim Fortuyn dat paars er een puinhoop van had gemaakt. Vanaf 2002 heeft rechts dit aangegrepen om een ‘streng inburgeringsbeleid’ te voeren. Is de tijd nu rijp om te concluderen dat het ‘inburgeringsbeleid’ van rechts, tot een puinhoop leidt?

Doel, middel en mens

Vandaag nogmaals een prikker met statushouders als aanleiding. Gisteren vroeg ik me af of je van ‘falen’ kunt spreken als er mensen in het algemeen en statushouders in het bijzonder, gebruik maken van de bijstand. In het Commentaar in de Volkskrant borduurt Sander van Walsum voort op ‘inburgering’ van statushouders. Voor hem is het duidelijk: “Voormalige vluchtelingen inzetten op plaatsen waar zij in een economische en maatschappelijke behoefte voorzien: dat zou de kern van inburgeren moeten zijn.” Menigeen zal nu JA knikken. Zet statushouders daar in waar er economisch of maatschappelijk behoefte aan is. Goed voor de statushouder en goed voor de economie en de samenleving.

doel

Illustratie: Pixabay

Toch wat kanttekeningen of beter gezegd wat vragen bij deze redenering. Is inburgering geslaagd als iemand een bijdrage levert aan de economie? Betekent dat dan dat iemand die geen betaald werk verricht niet ‘ingeburgerd’ kan zijn? Zijn Nederlanders zonder betaald werk dan ook niet ‘ingeburgerd’?

Een slagje dieper. Mensen inzetten daar waar de economie en de samenleving hen nodig heeft? Wie bepaalt dan wat de economie of de samenleving, waar nodig heeft? Als die ‘wie’ dat voor statushouders kan, bepalen, mag die ‘wie’ dat dan ook voor Nederlanders bepalen? Zoudt u het accepteren als iemand anders voor u gaat bepalen dat u vuilnisman of verpleger moet worden? Dat is, zo betoogt Van Walsum, wat statushouders zouden moeten accepteren.

Verwordt een mens zo niet tot een middel dat kan worden ingezet voor ‘hoger doel’? Een doel dat door anderen wordt bepaald. Zoudt u een middel willen zijn, een middel dat kan worden ingezet? Hoe vrij is een mens als hij een middel is?

Inburgeringsexamen

“De zus van Arend heeft al twee jaar een nieuwe vriend. Ze nodigt Arend uit om te komen eten. Arend vindt dat mensen die een relatie hebben ook moeten trouwen. Wat doet hij” De eerste vraag uit een oefenexamen inburgering. Een vraag uit de categorie ‘omgangsvormen, waarden en normen’. Dat moet Arend zelf weten, zou ik denken en antwoorden.

DEN HAAG-INBURGERING-ADVIES

Foto: nos.nl

Helaas kan een inburgeraar dat niet kiezen. Er moet gekozen worden uit: “ a. Hij zegt tegen zijn zus dat hij niet komt eten. b. Hij stuurt zijn zus een e-mail waarin hij vraagt waarom ze niet getrouwd is. c. Hij neemt de uitnodiging aan.” Welk antwoord is goed? Ze kunnen allemaal en er zijn er nog veel meer mogelijk. In plaats van mailen kun je ook bellen en het via de telefoon vertellen. Of niet gaan en aan haar uitleggen waarom niet.

Iets verder onder het kopje ‘gezondheid en gezondheidszorg. “Yasmines moeder is zo vergeetachtig dat ze niet meer voor zichzelf kan zorgen. Wat doet Yasmine?” Weer drie mogelijkheden: “a. Ze geeft haar moeder haar logeerkamer. b. Ze probeert een plaats voor haar moeder te vinden in een verzorgingshuis. c. Ze probeert haar moeder op te laten nemen in het ziekenhuis.” Yasmine zou voor b moeten kiezen, maar wellicht denken de zorgverzekeraar en de gemeente daar anders over. Als Yasmine voor a kiest, scheelt dat hen een hele hoop geld. Yasmine zou zelfs a en b tegelijk kunnen doen. Dus zoeken naar een plek in een verzorgingshuis en om de tijd te overbruggen haar moeder de logeerkamer aanbieden.

Even verderop is Yasmine secretaresse (waarom Yasmine en niet Arend?) die een brief af moet krijgen en last heeft van een collegaatje dat steeds door haar dochter wordt gebeld waardoor Yasmine zich niet kan concentreren. Wat moet ze doen? “a. Ze zegt tegen haar collega dat het bellen haar stoort. b. Ze gaat naar haar manager en zegt dat ze de brief niet af krijgt. c. Ze werkt gewoon door en probeert haar oren dicht te houden voor haar collega.” Weer drie mogelijkheden die kunnen, de ene is niet beter of slechter dan de andere. Zou het bovendien niet ook uit kunnen maken wat er speelt tussen de collega en haar dochter? Een zieke cavia is dan van een andere orde en zou tot een andere reactie kunnen leiden dan het op sterven liggen van de moeder van haar beste vriendin.

Ik heb de tien-vragen-durende test ingevuld en: “U hebt te veel fouten gemaakt. U moet nog goed leren.” Gelukkig hoef ik het ‘examen’ niet te maken. Welke vragen ik, volgens de makers, fout had, kom ik niet te weten. Is een test met dergelijke vragen niet een ‘motie van treurnis’ waard?

Crucialer. Na het behalen van bijvoorbeeld het rij-examen, mag je autorijden. Na het behalen van een vwo-diploma, kan je naar de universiteit. Ben je als je het examen haalt, ingeburgerd en volwaardig burger van Nederland?

Trouw aan een land

Bij The PostOnline bekritiseert columnist Ralph Posset cultuurhistoricus en oud-hoogleraar Gerard Rooijakkers. Volgens Rooijakkers zorgen de sterke familiebanden ervoor dat Turken loyaal blijven aan Turkije. Volgens Posset is dit: “een absoluut kulargument. Je bent niet trouw aan een land dat in jouw ogen slecht voor jouw familie zorgt. … Het heeft er alles mee te maken dat men wel met voeten in de Nederlandse klei staat maar dat hun hart nog steeds klopt voor het Ottomaanse rijk.”  Een land dat je familie slecht behandelt, is je trouw niet waard. Een interessante redenering van Posset.

trouw aan je land

Illustratie: www.considerati.com

Laten we eens met de redenering van Posset naar de Nederlandse situatie kijken. Als een land slecht slecht voor jou en de familie zorgt, dan verdient dat land je trouw niet. Zou het kunnen dat velen die in dit land ‘allochtoon’ worden genoemd en zo met woorden buiten de samenleving worden gezet, niet zo’n warme band hebben met Nederland? Als je steeds te horen krijgt dat er nog iets schort aan je ‘inburgering’. Als je steeds wordt aangesproken op, en je moet distantiëren van het gedrag van anderen die tot ‘dezelfde groep’ behoren. Als je als groep en probleem wordt gezien en niet als individu. Zou je dan de indruk kunnen krijgen dat dat land ‘slecht voor je zorgt’? Zou je je dan af kunnen vragen of dat land je ‘trouw’ wel waard is?

Zou het dan kunnen dat je hart meer klopt voor een land dat jij ooit hebt verlaten? Of zelfs een land dat je ouders of grootouders ooit hebben verlaten? Een land dat je alleen maar kent van die jaarlijkse vakantie als iedereen blij is elkaar weer te zien en alles leuk lijkt. Een land dat je verder kent van de televisiezenders uit dat land. Televisiezenders die, net als de Nederlandse, een vertekend beeld van de werkelijkheid geven. Een land dat je hierdoor warmere gevoelens bezorgt dan het land waar je woont.

Zou de redenering van Posset, dat een land dat slecht voor je is, je trouw niet waard is, een kern van waarheid bevatten? Met dat verschil dat het land niet Turkije is, in het voorbeeld van Posset, maar Nederland?

Some animals are more equal

‘All animals are equal, but some animals are more equal than others.’ Een beroemde quote uit Animal farm van George Orwell. Hieraan moest ik denken toen ik las over de ‘cursus participatieverklaring’ voor nieuwkomers in Nederland. Een cursus die wordt afgesloten met het tekenen van een ‘Participatieverklaring’ die een verplicht onderdeel wordt van de inburgering van nieuwkomers. “Via dit traject laten gemeenten nieuwkomers kennis maken met de rechten en plichten en de fundamentele waarden van de Nederlandse samenleving,” zo valt te lezen op de site van de Rijksoverheid.

OrwellIllustratie: babalublog.com

Benieuwd naar die kernwaarden, ben ik in de ‘cursus’ gedoken. De waarden komen aan bod in het onderdeel ‘het muurtje’. De ‘waarden’ staan op stenen waarvan een muurtje moet worden gebouwd. ‘Andere culturen leren kennen’ is zo’n kernwaarde net als ‘samen delen’ en ‘tradities’, maar ook ‘vrijheid’, en er zijn er nog meerZijn dit allemaal waarden en als het waarden zijn, zijn het dan ook de waarden van alle Nederlanders?

Verwarrend wordt als ik in de ‘docentengids’ het volgende leest: “Het kan zijn dat deelnemers een andere interpretatie hebben bij sommige begrippen. Dat is voor deze werkvorm niet erg. Een begrip als vrijheid kan voor de ene deelnemer een hele andere betekenis hebben dan voor een ander.” Gaat het er niet juist om dat waarden gedeeld worden en kan dat delen niet alleen als we er allemaal hetzelfde onder verstaan?

Uiteindelijk moet de nieuwkomer de ‘Participatieverklaring’ ondertekenen en die luidt: “Ik verklaar dat ik kennis heb genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en dat ik deze respecteer. Ik verklaar dat ik actief een bijdrage wil leveren aan de Nederlandse samenleving en reken erop dat ik daarvoor ook de ruimte krijg van mijn medeburgers.” Vreemd omdat de verklaring ook de volgende zin bevat: “In Nederland worden alle burgers gelijkwaardig behandeld. Discriminatie naar geslacht, geloof, afkomst of seksuele geaardheid wordt niet geaccepteerd.” Een nieuwkomer moet verklaren dat hij, zich aan de ‘waarden en spelregels’ houdt en dat hij ‘actief bijdraagt’. Een Nederlander hoeft dat niet. Hoe verhoudt zich dit tot het gelijk behandelen van alle burgers? Zijn onze ‘waarden en spelregels’ niet vervat in onze wet- en regelgeving?  Moet niet iedereen, die zich op het Nederlandse grondgebied bevindt, zich daaraan houden? Daarvoor is een verklaring niet nodig.

De nieuwkomer ‘rekent erop dat hij de ruimte krijgt’ van zijn medeburgers. Waarop kan hij ‘rekenen’ als de ander, de Nederlander, een dergelijke verklaring niet hoeft te tekenen? Zijn sommige dieren meer gelijk dan anderen?

Meten met twee maten

In de Volkskrant een artikel over de jonge Haagse villawijk Vroondaal. Een wijk waar al een enkele villa staat, maar die vooral bestaat uit lege percelen. De wijk kwam ‘in de verkeerde periode op de markt’: net toen de economie in crisis schoot. Om wat aan die lege weilanden te doen en natuurlijk ook omdat het verkopen van die grond geld oplevert, komt de gemeente Den Haag nu met een nieuw idee: “Vermogende Chinezen en andere Aziaten die in Den Haag een energieneutrale villa kopen van 1,3 tot 1,6 miljoen euro, krijgen een waardevol welkomstgeschenk: een voorlopige verblijfsvergunning.”

OngelijkheidIllustratie: marketupdate.nl

Het mes snijdt aan twee kanten. De wijk en de gemeentekas worden gevuld en de rijke Aziaten gaan natuurlijk een deel van hun rijkdom uitgeven in De Haag. Dat is natuurlijk goed voor de middenstand en de economie. Een creatief plan, maar …

Hoe verhoudt zich dit tot de komst van vele vluchtelingen, die de gemoederen flink verhit? Voor de ene helft van het land zijn het er ‘teveel van een verkeerde religie en cultuur’ en de andere helft ‘heet ze van harte welkom’. Discussie vooral over de kosten en de zorgen met betrekking tot de (on)mogelijkheid tot integratie. Die vluchtelingen moeten toch een asielaanvraag indienen en dan afwachten of ze een verblijfsstatus krijgen? Moeten ze als statushouder vervolgens niet als de wiedeweerga zorgen dat ze de taal spreken, inburgeren en integreren?

Moeten deze ‘Chinezen en andere Aziaten’ ook de taal leren en inburgeren en integreren? Rijke Aziatische landgenoten kopen een verblijfsstatus en worden met open armen ontvangen. Liggen Syrië, Irak en Afghanistan niet ook in Azië? Hun arme landgenoten treft een heel ander lot. Worden aan die vermogenden ook taal -, inburgerings- en integratie-eisen gesteld of gaan we meten met twee maten?

Zou mijn moeder toch gelijk hebben, als ze de volgende uitspraak deed: ‘d’n duvel schiet altied op de groeëtsten haup’?*

 

 

 

* de duivel schijt altijd op de grootste hoop. Wat wil zeggen dat het geluk degenen die het al goed hebben, goed gezind is.