Leren is (niet gelijk aan) oordelen

Bij de Correspondent een bijzonder lezenswaardig stuk van Karin Amatmoekrim. Amatmoekrim beschrijft een stukje geschiedenis van de Hollandse invloed op Nieuw Amsterdam en later New York. De rol van slavernij heeft hierbij haar bijzondere aandacht. Enige minpunt in haar artikel is dat zij het verleden interpreteert vanuit dat wat erna komt. In een (schrijf)gesprek dat ik hierover met haar voerde geeft zij aan waarom: “In die zin denk ik ook dat het argument om de geschiedenis niet af te meten aan onze huidige normen, niet volstaat. Dat impliceert immers ook dat we nooit zouden kunnen leren van het verleden. Terwijl het erkennen van het gemak waarmee wij in wrede systemen verglijden ons zou kunnen leren hoe we aan moeten sturen op de best mogelijke toekomst.”  

Nieuw AmsterdamIllustratie: Wikipedia

Een bijzonder argument. Amatmoekrim zegt dat je alleen kunt leren van de geschiedenis als je er een oordeel over velt want dat is wat je doet als je er vanuit ons heden en met onze huidige normen naar kijkt. Dan leg je het verleden langs de maatlat van het heden en geeft aan waar het verleden tekortschiet. Wat moeten we dan doen als we tot de conclusie komen dat het heden tekortschiet? Moeten we dan terug naar het verleden? Dat even terzijde.

Is het werkelijk zo dat je alleen leert als je ergens een oordeel over hebt en dat je niet kunnen leren van iets waar je geen oordeel over hebt? Om bij Amatmoekrims aandachtsgebied te blijven, kan ik alleen leren van de geschiedenis van de slavernij als ik er een oordeel over heb, als ik het verleden en vooral de mensen die toen leefden veroordeel?

Zouden we niet het meeste van het verleden leren als we proberen te begrijpen hoe iets is gebeurd? Door te onderzoeken welke patronen er werkzaam waren en door vervolgens te kijken of we de patronen ook in het heden kunnen herkennen? Als  die patronen ook nu werkzaam zijn, zouden we dan niet kunnen zoeken naar mogelijkheden om die patronen te veranderen? Leren we niet van het verleden door te door- en overdenken wat de gevolgen van een huidige daad zouden kunnen zijn, rekening houdend met de ontdekte patronen? Leren we niet door ons te realiseren dat iedere ontwikkeling positieve en negatieve gevolgen heeft? Door niet te vallen voor ‘juichverhalen’ van ‘uitvinders’ van nieuwe zaken want die bagatelliseren de negatieve aspecten.

l’Histoire se répète

“Hoe harder de politiek probeert mensen in hun eigen kracht te zetten, hoe schrijnender de realiteit dwingt tot de conclusie dat niet iedereen eigen kracht heeft.” Een uitspraak van Mieke Smilde in de Volkskrant in een artikel waarin zij de pogingen: “grip te krijgen op het probleem van mensen die lijden aan psychiatrische ziektebeelden.” Dit zonder veel succes want: “welke nieuwe woorden men ook verzint, welke bekostigingssystematiek wordt ontworpen of welke verantwoording men ook optuigt, de problemen blijven bestaan.” Problemen die vragen dat er: “gewoon moet worden ingegrepen. Niet door een indicatie aan te vragen, maar door een dak boven iemands hoofd te regelen.” Smilde signaleert op dit gebied een gebrek aan lef: “Verantwoordelijkheid nemen alvorens verantwoording af te leggen. Niet andersom.” One flew

Foto: Flickr

Vanuit mijn ervaringen als beleidsadviseur in het sociale domein, moet ik Smilde gelijk geven. Hoe lastiger de zaak, hoe meer er wordt gedraald en geschoven. Toch is er iets in Smildes betoog waar ik wat vragen bij heb. Smilde: “Mensen die roepen dat we daarmee teruggaan naar de paternalistische beter wetende psychiaters van vroeger, kennen de praktijk niet. Er komen geen Broeders van Liefde meer die twintig patiënten dagenlang op bed vasthouden. Patiënten kunnen hun rechten doen gelden.”

Zouden die ‘broeders van de liefde’ en die beter wetende psychiaters’ werkelijk niet terug kunnen komen? Zouden patiënten werkelijk hun rechten kunnen doen blijven gelden? Zou het werkelijk zo zijn dat zaken van vroeger die zijn ‘afgezworen’ niet meer terug kunnen komen? Dat ontwikkeling werkelijk alleen maar ‘vooruit’ kan gaan en niet achteruit? Dat bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting die wij nu hebben voor eeuwig blijft bestaan?

Dat die broeders niet onder die naam en precies zo terug komen, dat is bijna zeker, maar zou hun manier van werken werkelijk voor eeuwig verleden tijd zijn? Is de geschiedenis niet een aaneenrijging van zich steeds net iets anders herhalende gebeurtenissen?

Politiek, geschiedenis en recht

Een paar weken geleden werd in Polen een wet van kracht die het verbied om te spreken van ‘Poolse concentratiekampen’. Die wet moet, zo viel in de Volkskrant te lezen: “voorkomen dat de regering en het Poolse volk nog langer de schuld krijgen voor de wandaden van de nazi’s.” Want, zo sprak oud-premier Szydlo: “Wij, de Polen, waren slachtoffers, net als de Joden.” Inderdaad waren de Polen ook slachtoffers van nazi-Duitsland, het land werd immers binnengevallen, net als Nederland. Het zijn van ‘slachtoffer’ wil niet automatisch zeggen dat men niet ook ‘dader’ kan zijn in een andere zaak, zoals de jodenvervolging. In Nederland kunnen we daarover meepraten.

Heutsz

Foto: Wikimedia Commons

Ik moest aan deze Poolse wet denken, toen ik las dat het Nederlandse parlement heeft besloten dat er sprake is van een Armeense genocide. Initiatiefnemer kamerlid Voordewind: “We mogen de geschiedenis niet ontkennen uit angst voor sancties. Ons land herbergt nota bene de hoofdstad van het internationale recht, dus we moeten niet bang zijn om ook hierin recht te doen.”

Dat politici de geschiedenisboeken willen halen door geschiedenis te schrijven met hun daden in het heden, is een bekend verschijnsel. Dat politici geschiedschrijvers gaan voorschrijven hoe iets moet worden beschreven, gaat dat niet iets te ver? Moeten politici zich niet bezig houden met het heden en de toekomst? Moeten we de het beschrijven, en benoemen van daden in de geschiedenis niet overlaten aan historici? Daarbij kan het gebeuren dat een gebeurtenis op verschillende manieren wordt beschreven en benoemd.

Als ‘we’ dit dan toch moeten doen omdat ons land de ‘hoofdstad van het recht’ is, waarom dan stoppen bij de Armenen? Kunnen we dan ook een uitspraak verwachten van het parlement dat er sprake was van ‘Boerse-genocide’ gepleegd door de Engelsen tijdens de Boerenoorlog? Een genocide compleet met concentratiekampen. De genocide op de oorspronkelijke volkeren van Noord-Amerika of Australië. En als we toch bezig zijn, hoe staat het met de ‘Atjehse genocide’ gepleegd door Nederland? Een genocide met J.B. van Heutsz in een van de hoofdrollen? Of de genocide op Banda door de VOC onder leiding van J.P. Coen? Om er slechts een paar te noemen.

Sinds wanneer wordt ‘recht’ trouwens gesproken door politici? Zijn daarvoor niet juist rechters aangesteld?

Perspectief

“Historici en politici die bezweren dat men misdaden primair in de context van de tijd moeten plaatsen? Bewaar me. Het kwaad zit in mensen, niet in de tijd.” De afsluitende woorden van een artikel van Sytze Faber in Trouw. Historici die oproepen om het “héle verhaal” te vertellen “dat relativeert lekker.” Politici die selectief winkelen in het verleden: “Baudet en Wilders houden ons het Nederland uit de negentiende eeuw als voorbeeld voor. Ongenoemd blijft dat de helft van de bevolking toen in armoede en drek leefde.” Die Turkije oproepen: “dat het erkent dat het in 1915 genocide heeft gepleegd op Armeniërs,” en ondertussen de Jan Pieterszoon Coen blijven verdedigen Banda: “Rutte vond het helemaal niks, Buma verordonneerde zelfs: “Handen af van J.P. Coen!”” 

Huns_by_Rochegrosse

Illustratie: Wikipedia

Nu ben ik zo’n historicus die beweert dat je zaken in hun tijd moet beoordelen en niet met hedendaagse kennis, normen en opvattingen. Die het hele verhaal wil bekijken. Zo’n historicus die zaken in perspectief bekijkt waardoor er vaak zeer veel grijstonen blijken te zitten tussen zwart en wit. Dan is het uitmoorden van Banda door Coen nog steeds een afschuwelijke moordpartij, maar dan blijkt dat Coen niet de enige was die moordde voor gewin. Het uitmoorden van steden en gebieden die ‘dwars’ lagen kwam vaak voor. De Mongolen werden er bekend door. Plunder en roof vormden eeuwenlang het salaris van de soldaat. Hoe moeten we het bombardement van de Duitsers op Rotterdam zien en de geallieerde equivalenten op Duitse steden zoals de vernietiging van Dresden of de twee atoombommen? Wie herinnert zich nog de uitspraak: “It became necessary to destroy the town to save it?  Sterker nog, het komt nu nog steeds voor. Neem de sancties tegen Noord-Korea of gebeurtenissen in Syrië en Jemen. Je zou dan ook met Faber kunnen concluderen dat het kwaad in mensen zit en niet in de tijd. Is die conclusie trouwens niet het toppunt van ‘lekker relativeren’?

Faber heeft een punt voor wat betreft de politici die het verleden gebruiken ter meerdere eer en glorie van hun doelen in het heden. Iets wat Faber trouwens ook doet als hij de ondergang van het Nederlandse koopvaardijschip Van Imhoff beschrijft. Dat schip werd in 1942 getroffen door een Japanse torpedo waarbij 400 Duitsers die in het ruim zaten opgesloten, de dood vonden. Het grootste deel van de bemanning wist wel te overleven. “Volkerenmoord. Nederlandse kabinetten stopten de zaak diep in de doofpot,” aldus met veel gevoel voor theater. Een afschuwelijk voorval, maar is volkerenmoord niet erg overdreven? Zouden de achtereenvolgende kabinetten bekend zijn met dit voorval en het bewust in een ‘doofpot’ hebben gestopt?

Schaamte en excuses?

Volgens Hans Broek heeft Nederland : “zich met de slavenhandel eeuwenlang schuldig gemaakt aan misdaden tegen de menselijkheid.” Daarom zou het goed zijn als: “de Nederlandse regering haar koloniale geschiedenis zou (er)kennen, en excuses zou maken aan de nakomelingen van de slachtoffers van zulk diep menselijk leed.”  Want: “Misschien hoeven we ons dan ooit wat minder te schamen – als natie en als burger.” Zo schrijft hij in een bijdrage in de Volkskrant.

Steuben_-_Bataille_de_Poitiers

Illustratie:Wikimedia Commons

Ik schaam me niet voor activiteiten van de VOC, de WIC of wie dan ook een paar honderd jaar geleden. Ik schaam me ook niet voor de moordpartij van JP Coen of de acties van Generaal Van Heutz in Atjeh. Ik schaam me ook niet voor het slavenfort Elmina. Ik bied er ook geen excuses voor aan. Schamen doe ik me als ik zelf verkeerd handel en dan bied ik mijn excuses aan. Ik verwacht ook niet dat de huidige Nederlandse regering excuses aan gaat bieden voor de acties van Coen of het gebeuren in Elmina. Dan is het einde zoek.

Moeten de Italianen zich dan verexcuseren voor daden begaan ten tijde van het Romeinse rijk? Of moeten juist de nakomelingen van de Visigoten hun excuses aanbieden voor de plundering van Rome die het einde van het West-Romeinse rijk betekende? Want wellicht stonden we er dan nu veel beter voor. Moeten de islamieten hun excuses aanbieden voor de verovering van Spanje? Of moeten de nakomelingen van Karel Martel zich verexcuseren? Moeten de Mongolen dan wellicht hun excuses aanbieden voor de vernietiging van wat steden die zich tegen hun opmars verzetten? Of moeten ze zich verontschuldigen dat ze niet heel Europa hebben veroverd?

Wat dichter bij huis. Ik ben geboren in een dorp dat ten tijde van Elmina niet bij de Zeven Provinciën hoorde. Een gebied dat de ‘generaliteitslanden’ werd genoemd en dat betekende vooral dat er geregeld oorlogen werden uitgevochten. Wie moet zich daar dan voor verexcuseren?

Broek, en met hem vele anderen, kijken met de ogen van het heden naar het verleden. Hij beoordeelt daden uit het verleden met de waarden van het heden. Hoe kan er sprake zijn van misdaden tegen de menselijkheid in een tijd dat dit concept niet bestond? Waarom zouden we ons nu moeten schamen voor normen, waarden en opvattingen uit het verleden?Als we met de opvattingen, normen en waarden van nu het verleden beoordelen, dan zou het best wel eens kunnen dat we uiteindelijk allemaal aan elkaar excuses moeten aanbieden en we ons allemaal lopen te schamen.

Pleidooi voor nieuwsgierigheid en tolerantie

De 254ste en laatste prikker van 2017. Tijd om terug te blikken? Nee, en toch ja. Nee, niet op het afgelopen jaar, dat doet Sander van Walsum in de Volkskrant op een goede manier. Van Walsum verhaalt over de roep van dit jaar om het verleden aan te passen aan het heden door straten en gebouwen te vernoemen en beelden te verwijderen. Hij concludeert dat vroeger zaken normaal waren die we nu abnormaal vinden.  Daarom is het beter “verleden in zijn eigen taal (te laten) spreken. … Dat is beduidend interessanter dan aantonen dat het huis van het verleden door dwaallichten werd bewoond.” 

De zijderoutes

Een juiste constatering, maar over het nabije verleden van het aflopende jaar wil ik het niet hebben. En ja, ik ga wat verder terug in het verleden en dat doe ik aan de hand van het boek De zijderoutes van Peter Frankonpan. En dan vooral één passage eruit:

“Terwijl de moslimwereld enthousiast bezig was met innovatie, vooruitgang en nieuwe denkbeelden, bleef een groot deel van Europa hangen in mistroostigheid; het ontbrak er aan middelen, maar ook aan de nieuwsgierigheid.”

Nieuwsgierigheid naar elkaar en de wereld. Want die moslimwereld was tolerant voor andersgelovigen. Joden, christenen, boeddhisten en andere geloven hadden over het algemeen niets te vrezen. Nieuwsgierigheid en tolerantie voor andersgelovigen, waren ook de kenmerken van het Romeinse en het Perzische rijk die eeuwenlang standhielden en waar de welvaart een grote vlucht nam.

Nieuwsgierigheid en tolerantie die in het toenmalige Europa ontbraken. In Europa ging men op in het orthodoxe christendom en was de blik naar binnen gericht: “De heilige Augustinus had weinig op met wetenschap en onderzoek. ‘Mensen willen kennis-om-de-kennis’, had hij misprijzend geschreven ‘hoewel ze aan die kennis niets hebben’. Nieuwsgierigheid was in zijn woorden weinig anders dan iets ziekelijks.” De leer van Augustinus vervulde in het Europese christendom een belangrijke rol.

Nieuwsgierigheid als voedingsbodem voor een welvarende samenleving, want welvarend dat was die moslimwereld. Europa kwam pas in beeld toen men ook hier nieuwsgierig werd. Nieuwsgierig werd en ging onderzoeken en reizen. Toen er een einde kwam aan de religieuze orthodoxie en vooral  toen er een einde kwam aan de religieuze twisten en oorlogen. Toen tolerantie intrad.

Daarom in deze 254ste prikker een pleidooi voor nieuwsgierigheid en tolerantie.

Beste mevrouw Wekker

In haar column in de Volkskrant vergelijkt Elma Drayer de recente ontwikkelingen binnen de antiracisme beweging met godsdienstfanatici: “Wij hebben het licht gezien, de rest van de mensheid wandelt in duisternis. Wij hebben de waarheid in pacht.” Een godsdienstige sekte met een eigen heilige: “De Amsterdamse emeritus-hoogleraar Gloria Wekker, bijvoorbeeld. Haar naam wordt eerbiedig gepreveld, haar geschriften hebben langzamerhand de status van openbaringen waaraan niemand mag twijfelen.” Als u, Gloria Wekker de heilige bent dan is uw boek Witte Onschuld de bijbel of koran van die beweging.

Wekker

Gelovigen twijfelen niet aan de teksten in hun heilige boeken, ze willen ze liefst zo precies mogelijk naleven. Op dit punt is het denken van u vergelijkbaar met de heilige boeken. U laat geen ruimte voor andere verklaringen dan de uwe. Voor degenen die:

“zich verre houdt van het ongeremde, onbehouwen racisme, en zich tegelijk niet actief wil teweerstellen tegen witte onschuld omdat dat onaangenaam en pijnlijk is en mogelijk vérstrekkende gevolgen zal hebben voor de eigen ‘onverdiende voordelen’, resteert een slecht geweten, dat vaak weggestopt moet worden, en dan geprojecteerd wordt op degenen die deze zaken aan de orde stellen. Ook resteert ongemak.”

Zo schrijft u op bladzijde 264. Die verklaring van u is dat ’Witte onschuld’, witte onwetendheid die tot superioriteit leidt en zo tot ‘onverdiende voordelen’ ook wel ‘witte privileges’. Witte onschuld die haar oorsprong vindt in een cultureel archief dat het gevolg is van vierhonderd jaar kolonialisme, is de enige juiste verklaring voor onze huidige samenleving die, volgens u, diep racistisch is. Voor u ben ik daarmee een racist of een lafaard. Zou er niet ook een andere verklaring mogelijk zijn?

Beste mevrouw Wekker, ik zie ongelijkheid in behandeling in Nederland en wil samenwerken met iedereen die deze ongelijkheid mee wil wegnemen. En ja, ik stel me te weer tegen racistische schreeuwlelijken. Ik weiger echter ‘te geloven’ in uw theorie van ‘witte onschuld’ en het ‘culturele archief’ en kan me er dus ook niet ‘actief tegen teweerstellen’.

Ik ben het met u eens dat er meer aandacht moet zijn voor de geschiedenis en vooral voor verschillende perspectieven op die geschiedenis. In uw boek geeft u wat flarden van een perspectief waarin de transatlantische slavenhandel en de slavernij van Afrikanen centraal staat en verklaart dat tot de ‘waarheid’. In uw betoog gebruikt u uw kijk op het het heden, een volgens u diep racistische samenleving, om het verleden te verklaren. Die zeevaarders van vroeger moesten dus ook wel gewoon racisten zijn. En als zij racisten waren, dan was de hele toenmalige samenleving racistisch. Dit terwijl meer dan negentig procent van de mensen gewoon bezig waren om te leven en te overleven in hun kleine wereld die vaak niet groter was dan een straal van twintig kilometer om hun huis. Dat stukje wereld vormde hun perspectief en hun ‘culturele archief’. Zou het kunnen dat een andere verklaring dan uw ‘witte onschuld’ mogelijk is. Dat het ‘culturele archief’ veel gevarieerder is gevuld?