Wie zijn broeder haat

Soms vraag ik me af hoe mensen het verzonnen krijgen. Die vraag stelde ik me bij een artikel van Sander Heithuis bij OneWorld. “Misandrie heeft dus niet per se negatieve gevolgen voor mannen zelf,” zo schrijft Heithuis. Even voor de mensen die het woord misandrie niet kennen. Misandrie is mannenhaat en is de tegenhanger van misogynie, vrouwenhaat. Heithuis redeneert op een wel zeer bijzondere manier.

Love and Hate | Love and hate - 2 very strong feelings that … | Flickr
Bron: flickr

Even de achtergrond. Heithuis reageert op mensen die een artikel van Ruby Sanders, ook bij OneWorld, vonden getuigen van mannenhaat en ‘manbashing’. Sanders hield er in haar artikel ook een bijzondere redenering op na. Volgens Sanders niest een man namelijk niet om door middel van een harde stoot lucht een prikkeling in zijn neus weg te blazen, maar gaat het bij niezen om mannelijke dominantie in de publieke ruimte. Om Sanders’ betoog in mijn woorden samen te vatten, als een man niest dan koloniseert hij ruimte ten koste van anderen en die anderen zijn dan vooral vrouwen. Nu is hard niezen niet iets typisch mannelijks. Dit even terzijde. Het gaat erom dat velen vonden dat Sanders betoog van mannenhaat getuigde.

In het artikel stelt Heithuis de vragen: “hoe ver mag je gaan in het beschuldigen van mannen met privileges? Is er een grens? En zo ja, waar ligt die grens dan?” Bijzonder is echter dat Heithuis geen antwoord geeft op die vraag. Nou ja geen antwoord, Heithuis komt tot de conclusie waarmee ik begon: mannenhaat heeft niet per se negatieve gevolgen voor mannen. ‘Dus haat er maar op los’ zo zou je eruit kunnen concluderen maar die conclusie trekt Heithuis niet. Nee, Heithuis verlegt de aandacht: “Misandrie heeft dus niet per se negatieve gevolgen voor mannen zelf, maar des te meer voor het gevecht tegen het patriarchale systeem.” Want: “Manbashen kan als gevolg hebben dat mannen zichzelf als slachtoffer zien en dat idee verspreiden bij een groot publiek in bijvoorbeeld theaterstukken of bestsellers.” En dan zijn ze verloren voor een gezamenlijke strijd tegen het patriarchaat en mannen zijn: “essentieel om de strijd tegen het patriarchaat, dat vrouwen onderdrukt, een succes te maken. En dat is precies waar het pijnpunt rondom misandrie ligt. Mannen zijn belangrijke bondgenoten in het feminisme, maar woede jegens mannen, puur omdat ze man zijn, zal ze niet tot dat bondgenootschap aanzetten.” Dus als je als feministische vrouw mannen haat schiet je in je eigen voet en voor de man heeft het niet per se negatieve gevolgen.

Maar beste Heithuis hoe moet het dan als die strijd tegen dat patriarchaat is gewonnen als mannen niet meer nodig zijn als bondgenoten? Is mannenhaat dan wel oké of wordt het dan schadelijk? Als het dan schadelijk wordt dan is het nogal een bijzonder ‘middel’ in een strijd. Ga je dan niet, om een parallel te leggen, al schietend met een mitrailleur de strijd aan tegen vuurwapens? Of blanken discriminerend de strijd tegen racisme?

Ik denk dat we niets gaan bereiken met een houding waarbij we medemensen zien als een middel voor ons eigen doel en niet als een wezen met intrinsieke waarde en eigen doelen. Een dergelijke manier van redeneren heeft negatieve gevolgen voor iedere mens. En: “in de pittige strijd van het feminisme tegen patriarchale machtsstructuren,” zo schrijft Heithuis of, en nu formuleer ik het op mijn manier, bij het werken aan samenleving waarin iedereen gelijkwaardig is, is elkaar haten precies wat we moeten voorkomen. Immers “wie zijn broeder haat, is in de duisternis en weet niet waar hij henengaat; want de duisternis heeft zijn ogen verblind. [1]


[1] 1 Johannes 2: 11

La Guerre du Feu

(A)ls je echt oog hebt voor de ernst van de ene onrechtvaardigheid, dan moet je toch begrijpen dat je de andere onrechtvaardigheid niet moet bagatelliseren?” Die vraag stelt Floris Schleicher bij Joop in een artikel. Hij reageert op antiracisme activisten die naar zijn mening: “het leed van dieren uit de bio-industrie miskennen.” Schleicher: “Dieren worden op grote schaal opgesloten, verminkt, een martelend dieet opgedrongen, geforceerd geïnsemineerd, van hun familie gescheiden en vergast.” Daarop is maar een conclusie mogelijk volgens Schleicher: “Als je antiracist en feminist bent, zou je automatisch ook veganist moeten zijn. De processen van uitsluiting van vrouwen en niet witte-mensen berusten namelijk op dezelfde onderliggende structuren als die van dieren.”

neanderthals prehistoric mountains free photo
Bron: needpix.com

Als ik de redenering van Schleicher omkeer, dan kun ik geen antiracist zijn als je vlees eet of op leren schoenen loopt. Dat kan niet omdat uitsluiting van dieren en mensen op een zelfde onderliggende structuur berust. Nu eet ik zelf op z’n tijd graag een stukje vlees. Dus kan ik wel ophouden me in te zetten voor een rechtvaardige samenleving zoals ik het omschrijf. Een bijzondere redenering.

Dat het leven voor een dier in de bio-industrie geen pretje is, staat buiten kijf. Dit moet veranderen. Maar betekent dit dan ook meteen dat de mens geen vlees meer mag eten? Nu is de huidige mens, de Homo Sapiens, van nature een omnivoor. De manier waarop we zijn gebouwd maakt dat duidelijk. We hebben kiezen om voedsel te malen zoals ook herbivoren ze hebben. Maar we hebben ook redelijk scherpe hoektanden van een carnivoor. Voor een planteneter hebben we een vrij kort en beperkt darmstelsel. Maar ook voor het eten van rauw vlees is dat darmstelsel niet ideaal. Ons bijzondere gestel is een resultaat van een paar miljoen jaar evolutie.  

Het belangrijkste moment uit die evolutie, is het temmen van het vuur. Wie kent de film La Guerre du Feu nog een Frans-Canadese film uit 1981 in het Engels vertaald als ‘Quest for fire’. In de film heeft een stam cro-magnon mensen een kleine vlam die ze altijd brandend moeten houden. Dooft de vlam, dan hebben ze geen vuur meer omdat ze niet weten hoe ze vuur moeten maken. Als het vuur toch dooft, moeten ze eropuit om vuur bij een andere stam te stelen. De film speelt zich zo’n 80.000 geleden af, zo tegen het einde van het middenpaleolithicum (3000.000 tot 35.000 jaar geleden). Een periode dat meerdere mensensoorten de aarde bewoonden.

Op het belangrijkste punt gaat de film echter mank. Een ‘Guerre du Feu’ zullen de drie in de film figurerende mensensoorten niet hebben gevoerd. De kunst om vuur te maken, hadden de mensensoorten in die tijd al lang onder de knie. En met dat onder de knie krijgen van het vuur maken, zijn we aanbeland bij wellicht de belangrijkste innovaties uit de geschiedenis van de mensheid. “Een internationaal gezelschap van onderzoekers ontdekte achter in de grot – ongeveer dertig meter van de ingang en twee meter onder de bodem – talrijke overblijfselen van verschroeide botten en plantenresten, direct naast vuistbijlen en andere vroeg-menselijke werktuigen die van de vertegenwoordigers van de Homo eregaster afkomstig zouden kunnen zijn. Uit de ligging van de vondsten en de structuur van de achtergebleven asresten konden de archeologen aflezen dat het vuur in de grot niet door een bosbrand was veroorzaakt, maar aangestoken werd. Uit de dikte van de aslaag bleek bovendien dat er steeds opnieuw op dezelfde plek vuur werd gemaakt.” Een passage uit Hoe wij mensen werden van Madelaine Böhme, Rúdiger Braun en Florian Beier. Nu leefde de Homo eregaster in het vroege Pleistoceen, tussen de 1,9 en 1,4 miljoen jaar geleden. Dus die stammen uit La Guerre du Feu hebben nooit ‘gezocht’ noch ‘gevochten’ om vuur. Ze konden het zelf maken, die innovatie hadden ze te danken aan die Homo eregaster.

Zonder dat vuur waren wij er, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, niet geweest. Het temmen van vuur was cruciaal voor de ontwikkeling van de mens. Cruciaal omdat beheersing van het vuur de mens bescherming bood in de nacht. Vuur houdt immers dieren op afstand. Maar belangrijker omdat vuur ervoor zorgde dat onze verre voorouders het vuur leerden te gebruiken om te koken. Böhme c.s.: “Gegaard voedsel is (…) beter en sneller te verteren en heeft meer voedingswaarde. Daardoor valt er meer energie te halen uit een portie eten. Uit zetmeel houdende  voedingsmiddelen als granen en aardappelen komt door koken dertig tot vijftig procent meer energie ter beschikking en uit eieren meer dan veertig procent extra bruikbaar eiwit.”

Resultaat hiervan: “De verkleining van de gebitselementen, de aanwijzingen voor een verbeterde beschikbaarheid van energie, de aanwijzingen voor een korter spijsverteringskanaal en het vermogen om nieuwe milieus te exploiteren ondersteunen de gedacht dat het bereiden van voedsel beslissend was voor de evolutie van Homo erectus. En, als we iets verder vooruit kijken, ook voor het ontstaan van het grote hersenvolume van de moderne mens. De grote, complexe menselijke hersenen hebben zoveel energie nodig dat het lichaam daarvoor meer dan twintig procent van de dagelijkse energiebehoefte en zestig procent van de in het bloed opgeloste glucose gebruikt, ook al maken de hersenen maar ongeveer twee procent van ons lichaamsgewicht uit. Een dergelijk luxueus orgaan kan een organisme zich alleen veroorloven als het constant voldoende brandstof tot zijn beschikking heeft.”

Zonder koken en vuur, geen groot hersenapparaat: “Tot dat resultaat kwamen Braziliaanse onderzoeksters nadat ze het eetgedrag van moderne mensapen en de energiebehoefte van de hersenen van deze dieren nauwkeurig hadden bestudeerd. Een volwassen gorilla die zich hoofdzakelijk voedt met bladeren, bloemen en vruchten, zou dagelijks meer dan twee uur langer moeten eten om een in verhouding even grote hersenmassa als de onze te verzorgen. Omdat gorilla’s sowieso al bijna acht uur lang eten en voedsel verteren is dat vrijwel onmogelijk. De dagen zijn daarvoor eenvoudig niet lang genoeg.”

Terug naar Schleichers betoog, die zich, zo vat ik het samen, inzet voor een rechtvaardige wereld. Een wereld waarin ieder wezen de mogelijkheid heeft zich te ontwikkelen naar zijn natuurlijke mogelijkheden. Hoort daar voor de mens dan niet ook de keuzemogelijkheid bij om vlees te eten? Maar dan wel vlees van dieren die ook naar hun mogelijkheden hebben kunnen leven. Waarbij een van de mogelijkheden van het leven van ieder dier is, dat het als voedsel ten prooi valt aan een ander dier.

Opvoeden tot feminist?

“Hoe voed je je kinderen op tot feminist? (En drie andere belangrijke vragen voor feministen),” de kop boven een artikel bij De Correspondent. Een artikel, eigenlijk zijn het er vier in een. Vier correspondenten beantwoorden die vraag. Een interessante vraag. Laten we de antwoorden eens op een rij zetten.

De eerste, Nesrine Malik, schrijft: “Vrouwen zijn zwak omdat hun behoeften – of die nu professioneel, biologisch of moederlijk zijn – geen prioriteit krijgen. Echte empowerment gaat over het voorzien in die behoeften, en vrouwen de middelen en rechten te geven om vrij te kunnen zijn.”  En dat gaat met pijn gepaard: “Empowerment zoals we die vandaag de dag kennen gaat over het verdoven van deze pijn. Terwijl we haar juist wakker moeten maken.” Als ik het goed begrijp moet ik mijn kinderen pijn leren voelen en die pijn aanwakkeren. Ik neem niet aan dat zij hiermee fysiek geweld bedoelt. Als ik ze tenminste tot feminist wil opvoeden. Maar wie wil kinderen met pijn opvoeden?

De tweede Irene Caselli wil inzetten op de heel vroege kindertijd: “de vroege kindertijd kan een nieuw terrein voor actie worden. Als we feministische kinderen hebben die uitgroeien tot feministische volwassenen, dan hebben we straks misschien minder moeders en vaders die in een traditionele genderspecifieke rol terechtkomen.” Hierbij vervullen de moeders een belangrijke rol: “Voor zover het mogelijk is de houding van een adolescent terug te voeren op een familiale bron, blijkt uit een studie dat moeders de primaire bron zijn van seksistische houdingen van hun kinderen.” Dat wordt wel lastig omdat vaders en moeders bij de geboorte van hun kroost: “meer dan op enig ander moment in hun leven – de neiging (hebben) om in geslachtsgebonden rollen te vervallen.” Jammer voor mij. Mijn kinderen hebben de vroege kindertijd al jaren achter zich gelaten.

Valentijn De Hingh stelt dat eerst een antwoord moet worden gegeven op de vraag: “wie we precies bedoelen met het woord ‘vrouw.’ Vinden we bijvoorbeeld dat transgender personen ook vrouwen kunnen zijn? En zo ja, vechten feministen dan ook voor hen?” Wat het antwoord ook is, allemaal hebben ze baat bij de: “vernietiging van het patriarchale systeem.” Maar als daardoor een nieuw uitsluitend systeem ontstaat: “Als we de gelijkwaardigheid van vrouwen bewerkstelligen door trans personen te vernederen en uit te sluiten,” aldus De Hingh: “wat betekent die gelijkwaardigheid dan nog?” Een terechte vraag. Alleen ben ik er nog niet uit hoe dit handen en voeten te geven in de opvoeding van kinderen. 

OluTimehin Adegbeye adviseert om af te stappen van het ‘gelijkheidsfeminisme’. Adegbeye: “gelijkheid is een goed doel als je simpelweg wil veranderen wie er allemaal misbruik mag maken van macht, of de planeet en haar bewoners mag uitbuiten. En dat doel is vrij simpel te behalen: leer alle mensen om zich te gedragen als sociopaten.”  Wat er wel moet gebeuren, is dat het feminisme: “haar ogen (opent) voor wat het patriarchaat en verwante onderdrukkingssystemen veroorzaken. Denk aan de onderdrukking van lichamelijke integriteit van alle sekses en seksuele geaardheden, armoede, alle vormen van geweld, racisme, arbeidsuitbuiting, niet-duurzame economieën.”  De aandacht moet verlegd worden: “van de vraag hoe vrouwen macht kunnen vergaren naar hoe we macht kunnen transformeren ten gunste van iedereen.”

Interessante bespiegelingen, maar ik zie niet hoe deze vier adviezen mensen helpen bij de opvoeding van hun kinderen. Laat staan bij het opvoeden van kinderen tot feminist. Daarbij, en die vraag riep de titel van het artikel al bij me op, vraag ik me af waarom we kinderen moeten opvoeden tot feminist? Net zoals ik me afvraag waarom we kinderen zouden moeten opvoeden tot socialist, nationalist, christen, jood, moslim of hindoe? Of het goed gelukt is moeten anderen maar beoordelen, maar ik probeer mijn kinderen op te voeden tot mens met respect voor andere mensen. Tot kritische en vragende mensen die niets voor zoete koek slikken. Tot mensen met de mogelijkheid om zelf te kiezen wat ze willen en hoe ze hun leven willen vormgeven.

Do the math…

Volgens filosoof Sid Lukkassen is het Westen verdoemd. Lukkassen speelt ook een rol in het artikel in de Volkskrant waarover ik gisteren schreef. De blanke man krijgt het erg lastig: “Zij (hoog opgeleide vrouwen) gaan over de vorming van de jeugd, kunnen jongens zich daar nog in herkennen? … Daarnaast willen deze vrouwen niet downdaten, maar ze willen ook geen saaie accountant, ze wil een ervaring” Vervolgens komt migratie in beeld en dat zorgt ervoor dat: “De westerse beschaving () de verliezer (is). De netto-instroom van migranten uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten creëert extra aanbod van jonge, viriele mannen. Zij trouwen wel jong en krijgen wel veel kinderen. Do the math.”

math

Illustratie: Flickr

‘Do the math’. Ik weet niet of de protestanten die uitdrukking in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw ook gebruikten. Want toen was de ‘Nederlandse beschaving’ zoals de protestanten het zagen, in gevaar. Wie zorgde er voor dat gevaar? De vermaledijde katholieken. Voor katholieken gold de leus ‘god en vaderland’ immers niet, die liepen aan de leiband van de paus van Rome. En omdat die ‘viriele katholieken’ zich voortplantten als ‘ratten’ zou het niet lang duren voordat ze een meerderheid vormden in dit land. Als dat zou gebeuren dan zou de ‘Nederlandse beschaving’ ten ondergaan.

Wat bleek, die viriele katholieken bleken toch niet zo viriel als gedacht. De roep van de paus en zijn lokale hulp de pastoor om ‘heen te gaan en te vermenigvuldigen’, bleek een stuk minder aanlokkelijk. De geboortecijfers van de katholieken zakten terug tot het niveau van de protestanten of zelfs nog lager. De ontkerkelijking zette in en de paus, ‘popie Jopie’, werd bij zijn bezoek aan Nederland behoorlijk belachelijk gemaakt. Inmiddels hoeft de rest van Nederland die ‘katholieken’ niet meer te vrezen. ‘The math’ bleek ineens heel anders te zijn.

Zou het met die ‘viriele’ mannen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika niet hetzelfde kunnen gebeuren? Hebben die ‘viriele mannen’ geen vrouwen nodig om zich voort te planten? Zouden die hoog opgeleide Nederlandse vrouwen zich hiervoor lenen? Een radicalere variant, niet Lukkassens redenering, die ook in het artikel wordt genoemd, denkt van wel: “ de ‘blanke man’ zal letterlijk verdwijnen door een desastreus verbond van sjw’s, feministen, moslims en Afrikanen.” Een bijzonder verbond waarbij er vanuit wordt gegaan dat alle blanke westerse vrouwen in een dergelijk ‘complot’ meegaan. 

Het meest opmerkelijke is dat Lukkassen er vanuit lijkt te gaan dat de nieuwkomers een uniform ‘waarden blok’ vormen en dat de ‘westerse waarden’ in deze ‘clash of civilisations’ het onderspit gaan delven. 

Sister- en brotherhood

Een feminist ben je als je voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen bent. Zo betoogt Anousha Nzume in een interview met Trouw. De krant interviewt vijf vooraanstaande vrouwen en Nzume is daar een van. Check, ik ben feminist. Ik ben namelijk voor gelijke rechten voor iedereen. Maar wacht eens, waarom moeten feministen dan nog steeds strijd voeren? Iedereen in dit land heeft dezelfde, en dus gelijke, rechten. De wetgever maakt geen onderscheid naar geslacht, kleur, religie of letter van het LHBTQI-alfabet.

feminismeFoto: Wikimedia Commons

Een bijzonder interview. Zo lees ik dat ik als man aardig wat gemist heb. “Vrouwen vallen elkaar zo af. Dat vind ik echt erg. We moeten veel meer sisterhood creëren. Mannen vallen elkaar nooit af, die beschermen elkaar.”  Iets verderop: “En vergeet ook niet dat mannen al duizenden jaren bij elkaar komen om die gezamenlijkheid te creëren. Zij hebben nogal een voorsprong.” Ik geloof dat ik die bijeenkomsten dan allemaal heb gemist. Dat voelt toch wel een beetje als of mannen mij wél afvallen.

Dat vrouwen elkaar afvallen, tonen de vijf vrouwen ook weer aan in dit interview. Vrouwen die kritiek hebben op zaken waar de vijf dames enthousiast over zijn moeten het ontgelden: “Je moet niet vergeten dat vrouwen die kritiek uiten, zelf baat hebben gehad bij de status quo.”  Die vrouw had waarschijnlijk het geluk dat ze: “er sexy en lekker uitziet. (En dat ze zich) voegt naar het patriarchaat.” Een van de dames kan het niet nalaten om de hoger opgeleide ‘witte’ vrouw nog even de wind van voren te geven en ze een ‘schuldcomplex’ aan te praten: “Met name in de VS speelt die (de schulddiscussie) al. Daar gaat het over de verantwoordelijkheid van hogeropgeleide witte vrouwen versus die van zwarte vrouwen. Het stemgedrag van zwarte vrouwen komt ook ten goede aan de positie van witte vrouwen, terwijl witte vrouwen ondertussen gewoon op Trump stemmen. Dat is een bekend mechanisme.” Want uiteindelijke moeten er schuldigen zijn die je met ‘pek en veren’ moet overladen, die je, om het moderne jargon te gebruiken, moet ‘slutshamen’.

Zo blijft er van die ‘sisterhood’ die de dames willen, weinig over. Net zoals die ‘brotherhood’ van mannen die al duizenden jaren bijeenkomen om gezamenlijkheid te kweken, niet bestaat. Als de dames in die ‘brotherhood’ blijven geloven, zal dan de emancipatie van vrouwen ooit slagen?

Eerwraak: de splinter en de balk?

Bij ThePostOnline een uitgebreid artikel van Floris van den Berg over het feminisme in het algemeen en Anja Meulenbelt in het bijzonder. Meulenbelt kan op zeer veel bijval rekenen. Alleen op één punt heeft ze, volgens Van den Berg, ‘een joekel van een blinde vlek’ als het om de islam gaat: “dat Meulenbelt vergeet te vermelden is dat het verschil tussen de mate van geweld en het dreigen met geweld. In gezinnen met een Nederlandse achtergrond komt ‘eerwraak’ niet voor. Het gaat om zaken waarbij de vrouw wordt vermoord bij een in de ogen van de familie verkeerde huwelijkskeuze. Vanuit feministisch perspectief is elke inmenging in de vrije partnerkeuze uit den boze, ongeacht welke cultuur het is.” Ik kan met Van den Berg meevoelen maar toch, komt ‘eerwraak’ in Nederland niet voor?

crime passionelIllustratie: twitter.com

In zijn boek Met alle geweld vraagt Hans Achterhuis zich dit ook af: “Als een Nederlander zijn vrouw die hem voor een ander verlaten heeft, in razernij vermoordt, heet het al gauw een ‘crime passionel’, als een Turk of Marokkaan hetzelfde doet, luidt het verdict steevast ‘eerwraak’?” Hoe vaak zien we niet het bericht dat een man in woede zijn vrouw vermoord en soms ook zijn kinderen en zichzelf?  De kop luidt dan: ‘familiedrama in Kaatsheuvel’ of ‘Crime passioneel in Schagen’. Zou het kunnen dat er ook hier eer in het spel is en er dus eigenlijk sprake is van eerwraak? Omdat, zoals Achterhuis schrijft: “ die publieke verschijning (van iemand) belachelijk wordt gemaakt, waar onze naam door het slijk wordt gehaald, onze waardigheid wordt aangetast …”? En dan is het niet van belang of de persoon werkelijk belachelijk is gemaakt of door het slijk gehaald. Het gaat om het gevoel van degene die al dan niet belachelijk is gemaakt. Die moet iets met dat gevoel en als dat gevoel er is dan: “is ook voor de moderne westerse mens de wraak niet ver weg,” aldus Achterhuis.

Komt eerwraak werkelijk niet voor in Nederland of benoemen we het anders’? Of met andere woorden, zien we de splinter in het oog van de ander en de balk in ons eigen oog niet?