Een land als een cel

  Bij Elsevier een artikel van historicus Christaan Hoekstra. Hoekstra breekt een lans voor de waarde van de grens. “Dat is niet per se een fysieke grens, maar een begrenzing in de aantasting van die kernsamenstelling van geschiedenis, taal en waarden. De elementen die Nederland groot hebben gemaakt. De grensbepaling zou daarom hardop bediscussieerd moeten worden,” zo sluit Hoekstra af.

Transmission electron micrograph of multiple bacteriophages attached to a bacterial cell wall. Bron: Wikipedia

Hoekstra vergelijkt een land met een cel: “Zoals in de biologie een cel een celwand nodig heeft om zijn celkern te beschermen, zo heeft een natie ook een begrenzing nodig om zijn kern tot volle bloei te laten komen.” Die kern wordt, zo betoogd Hoestra van vier kanten bedreigd: “Twee daarvan komen van binnenuit: visieloze politici en de flegmatiek van vele Nederlanders. Twee daarvan komen van buitenaf: de uitbreidende EU en de voortgaande massa-immigratie.”

Een land, de samenleving zien als een cel, een organisme, dat gebeurt vaker. In een cel of organisme hebben alle onderdelen een vaste plaats en weten ze wat ze moeten doen om de cel of het organisme te laten overleven. Voor Hoekstra bestaat de essentie, de kern van land uit: “drie kerneigenschappen. Het kent een eigen specifieke geschiedenis. Daaruit is een bijzonder en gedeeld waardenstelsel voortgekomen dat iedere burger kan verstaan, omdat hij onderdeel is van dezelfde taalgemeenschap. Dat geheel aan waarden is een specifieke uitdrukking van een land. Die zijn formeel vormgegeven in de wet. Informeel is dat een levenshouding, maar ook de vele gedragscodes en omgangsvormen.” 

Nu is er het nodig af te dingen op alledrie die kerneigenschappen. Om te beginnen die specifieke geschiedenis. Als historicus zou Hoekstra toch moeten weten dat dé geschiedenis van een land niet bestaat. Iedere gebeurtenis kan vanuit verschillende invalshoeken worden bekeken, bestudeerd en gewaardeerd. Voor een diepgelovige christen zal god een belangrijke rol spelen, voor een communist ligt dat heel anders. Die verschillende invalshoeken leiden als vanzelf tot verschillende stelsel van waarden en ook dat mensen elkaar niet ‘verstaan’, ondanks dat dat ze dezelfde taal spreken. Het leidt ook tot verschillende gedragscodes en omgangsvormen.

Een land als een cel, een slechte metafoor en ook een risicovol? Maakt dat het heel verleidelijk om de vier bedreigingen ook in ‘biologische termen’ te bespreken? Wordt dan de cel (het land) niet van binnenuit bedreigd door veroudering (de flegmatiek van de burger) en kanker (visieloze politici) en van buiten door milieuverontreiniging (de uitbreidende EU) en virussen (migranten)? En wat doe je met ziektes? Die bestrijd je.

SP logica

Vandaag mogen we naar de stembus om onze vertegenwoordigers in het Europees parlement te kiezen. Bij Joop een schrijven van drie personen,  Sara Murawski, Geert Ritsema en Remine Alberts, die namens de SP ons in dat parlement willen vertegenwoordigen. De drie, maken zich zorgen over de, in hun en ook mijn ogen, te ver doorgeschoten marktwerking. Zij pleiten: “voor een nieuw Europees verdrag, waarin de interne markt begrensd wordt, nationale staten en de lokale democratie weer meer zeggenschap krijgen over de economie, en sociale rechten en het milieu altijd voorrang krijgen op de vrije markt. Want daar waar de vrije markt ongestoord haar gang kan gaan, delven mensen, dieren en het milieu het onderspit – ook in onze prachtstad.” Die stad is hun woonplaats Amsterdam. Toch is er op hun redenering het nodige aan te merken.

“De steeds verdergaande economische integratie in de EU zorgt ervoor dat de sociale ongelijkheid tussen mensen groeit doordat overheden en gemeentes steeds minder ruimte hebben om in te grijpen in de markt.” Aldus de drie. Inderdaad zien we in Europa verdergaande economische integratie en toenemende sociale ongelijkheid. Dat betekent echter niet dat er ook een causaal verband is tussen die twee gebeurtenissen. Dat, zoals zij beweren, die integratie die ongelijkheid veroorzaakt. Een voorbeeld, de Verenigde Staten zijn altijd al een geïntegreerde economie en ook daar neemt de ongelijkheid toe. Als het verband van de drie opgeld doet, dan zouden de VS economisch moeten ‘desintegreren’ om de economische ongelijkheid te verkleinen. Het vreemde is dan wel dat het land in de eerste dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog veel ‘gelijker’ was dan nu en dat de ongelijkheid sindsdien toeneemt zonder verdere integratie. 

Inderdaad delven mensen, dieren en het milieu het onderspit als de vrije markt ongestoord haar gang kan gaan. Meer zeggenschap voor nationale staten en lokale democratie is volgens de drie de oplossing. Het verleggen van de zeggenschap van Europa naar land en lokaal, zoals drie beweren, is geen oplossing hiervoor. Die kleinere schaal is echter geen ‘garantie’ tegen ongebreidelde marktwerking. Ook kleine democratieën kunnen ten prooi vallen aan het neoliberale economische denken. Sterker nog, zou de door de SP-ers bepleiten ‘versnippering’ werkelijk effectief kunnen optreden tegen de de Googles, Facebooken maar ook de Shells, Volkswagens en Morgan Stanleys van deze wereld? 

“Of het nu gaat om de post, het spoor of onze energiebedrijven, al deze zaken zijn onder druk van de liberaliseringsmachine die Brussel is geworden geprivatiseerd – met alle gevolgen van dien.” Beste SP-ers, liberaliseren is wat anders dan privatiseren. Liberaliseren betekent het openstellen van een markt voor andere partijen. De keuze om een staatsbedrijf te privatiseren, staat daar los van. Die keuze wordt niet in Europa gemaakt, maar in Nederland. Andere landen binnen dezelfde EU zijn nog steeds eigenaar van energiebedrijven. Zo is het Zweedse Vattenfall voor 100% eigendom van de Zweedse overheid en is de Franse staat nog steeds de trotse bezitter van spoorbedrijf SNCF, net als trouwens de Nederlandse staat eigenaar is van de NS. 

De drie gaan verder: “Hetzelfde geldt voor belangrijke dienstverlening die gemeentes organiseren voor hun inwoners: het aangaan van lange-termijn relaties met bijvoorbeeld een betrouwbare thuiszorginstelling of een schoonmaakbedrijf is er niet meer bij, omdat gemeentes verplicht zijn om aan te besteden. Dit is vaak echter helemaal niet in het belang van de mensen die afhankelijk zijn van deze instellingen en juist behoefte hebben aan stabiliteit en een langdurige relatie. Zo pakt goedkoop vaak uit als duurkoop, ten koste van de meest kwetsbaren.” Ook hier is het niet de Europese Unie die de keuze maakt om van bijvoorbeeld de thuiszorg of de zorg voor de jeugd een markt te maken. Die keuze maken de gemeenten zelf. Maar als je de keuze maakt om er een markt van te maken, dan gelden ook de Europese regels voor de markt. Neem bijvoorbeeld de zorg voor de jeugd waar we in Nederland een ‘markt’ van hebben gemaakt. Binnen de EU laat ons buurland Duitsland zien dat het ook anders kan. De zorg voor de jeugd is daar belegd bij het Jugendamt, een onderdeel van de Kommunalverwaltung en dus een overheidsdienst. 

Beste SP-ers, zoals gezegd deel ik jullie zorgen over de doorgeschoten marktwerking. De Europese Unie is hiervan echter niet de oorzaak nog een hinderpaal bij het oplossen ervan. De oorzaak is te vinden in de hoofden van jullie, de politici die namens ons de keuzes moeten maken. Jullie kunnen andere keuzes maken, in gemeente en provincie en het Europese Parlement maar vooral in de Nederlandse Staten Generaal. Want de belangrijkste en grootste invloed loopt nog altijd via onze regering. Sterker nog, het is niet Europa dat het landsbeleid bepaalt maar het zijn de landsregeringen die het Europese beleid bepalen.

Nederland en/in Europa

“Nederland is in hoog tempo bezig de zeggenschap over de eigen essentiële belangen over te hevelen naar een EU zonder democratisch mandaat. De gevolgen daarvan zijn verstrekkend. Dit schrijft Kees de Lange in een artikel bij Opiniez. Volgens de Lange worden er systematisch bevoegdheden overgedragen naar de Europese Unie en hierdoor wordt de Nederlandse soevereiniteit uitgehold. 

Bron: Pixabay

De Lange vraagt zich af hoe dit kon gebeuren en in die zoektocht komt hij bij de Grondwetswijziging van 1953. Bij die wijziging werd het Nederlands recht ondergeschikt gemaakt aan internationaal recht. En dit leidt er nu, volgens De Lange toe dat: “de eigen soevereiniteit en de soevereiniteit van de eigen bevolking als basis van onze samenleving worden verkwanseld en hoe bijna zonder enige diepgaande discussie standaard gehandeld wordt, niet tegen de sinds 1953 strikte letter, maar wel tegen de geest van onze eigen Grondwet.” Dit is tegen het zere been van De Lange immers: “verandering in soevereiniteit (kan) dan en slechts dan plaatsvinden indien met instemming van de burgers.” En die burger wordt gepasseerd: “Het verkwanselen van de directe belangen van de Nederlandse burger zonder diezelfde burger zelfs maar te raadplegen is een politieke wanvertoning en een democratische doodzonde van de eerste orde.” Zo, die kunnen onze politici in hun zak steken.  

Alhoewel. Is het wel zo dat ‘het volk’ niet geraadpleegd is? Als je een referendum als enige manier ziet om ‘het volk’ te raadplegen, dan is dat slechts twee keer gebeurd. Een eerste keer over de ‘Europese grondwet’ en een tweede keer over een associatieverdrag met de Oekraïne. Zowel de ‘Grondwet’ als het associatieverdrag bevatte geen overdracht van soevereiniteit, er werden dus geen ‘belangen verkwanseld’. De ‘Grondwet’ was niets meer dan een bundeling van al gemaakte afspraken en de bevoegdheid om een associatieverdrag te sluiten, had de EU al.

Als we kijken naar alle overdrachten van welke bevoegdheid dan ook, dan zijn die genomen volgende in Nederland geldende regels van het spel. Neem de Grondwetswijziging van 1953, die is twee keer in de Tweede Kamer behandeld en aangenomen. Tussen die twee behandelingen in zaten verkiezingen waar ‘het volk’  zich kon uitspreken. 

‘Ja, maar dan moet het volk wel weten dat dit staat te gebeuren’, zou je kunnen tegenwerpen en het is maar helemaal de vraag of ‘het volk’ het allemaal wel wist. Als we de beeldvorming van de laatste jaren bezien, dan rijst er een beeld op van ‘gekonkel in achterkamertjes’ waar wordt besloten om Nederland steeds verder Europa in te ‘rommelen’.  

Een beeld dat het tegenwoordig goed doet, maar gebeurde het ook zo? Europa en verdere Europese integratie was vast niet het ‘belangrijkste’ verkiezingsthema. Dat de politieke partijen er niet open over waren, is bezijden de waarheid. “De Europese gemeenschappen worden uitgebreid met Groot-Brittannië, Ierland, Noorwegen en Denemarken en andere demokratische Europese landen die de doelstellingen van de E.E.G. onderschrijven. De uitbreiding van de E.E.G. met Groot-Brittannië zal niet ten koste gaan van de steun aan arme landen.” Zo valt te lezen in het verkiezingsprogramma van de PvdA in 1967. En het VVD-programma voor de verkiezingen van hetzelfde jaar lezen we het volgende: “Dit streven brengt mee, dat in de nabije toekomst de E.E.G. met andere Europese landen zal moeten worden uitgebreid. De komende Europese Gemeenschap zal zowel naar binnen als naar buiten een liberale politiek moeten voeren.” In 1989 lezen we in het PvdA-programma het volgende: “Nederland heeft ook verantwoordelijkheden en belangen in internationaal verband. Nederlandse burgers zullen hoe langer hoe meer EG-burgers en wellicht op den duur zelfs burgers van een groter civiel Europa worden.” En in het programma van het CDA voor de verkiezingen van 1989 lezen we: “Eén aspect verdient nog bijzondere aandacht omdat het de politieke agenda in toenemende mate zal bepalen. Het betreft de eenwording van de Europese markt tegen 1992. Deze heeft een belangrijke signaalfunctie: ‘signaal’ omdat reeds eerder belangrijke stappen zullen zijn gezet, terwijl uiteraard niet alle beslissingen en maatregelen in 1992 zullen zijn afgerond. Niettemin zal ook Nederland de gevolgen van ‘Europa 1992’ voelen: de gemaakte afspraken zullen het nationale beleid beïnvloeden.” 

Deze partijen hebben jarenlang de verkiezingen gewonnen en kregen samen vaak bijna driekwart van alle stemmen. Kun je dan volhouden dat er sprake was van ‘gerommel in achterkamertjes’? Dat er soevereiniteit werd overgedragen zonder instemming van ‘het volk’? 


Eenheid in variatie, variatie in eenheid

Bij Elsevier las ik een artikel over een motie die de Tweede Kamer vorige week aangenomen heeft. Een motie die de regering verzoekt om: “Zo gauw de gelegenheid zich voordoet een ontwerp tot herziening van de Verdragen voor te leggen, strekkende tot het schrappen van de zinssnede ‘een steeds hechter verbond’ uit het VEU en het VWEU.”  Die afkortingen hebben betrekking op de verdragen waarop de Europese Unie is gebaseerd.

Bron: Pixabay

Vijf overwegingen brachten de Kamermeerderheid rekening tot het aannemen van deze motie. Waarvan er twee heel bijzonder zijn, de tweede en derde overweging in de motie. Laten we ze eens even onder de loep nemen. Als eerste de tweede overweging: “talloze burgers binnen de Europese Unie die zich niet thuis voelen in een EU als ‘steeds hechter verbond tussen volkeren’ omdat dit kan bijdragen aan een onnodige en onwenselijke inperking van de soevereiniteit van de lidstaten.” Bijzonder omdat binnen Europa soevereiniteit alleen kan worden beperkt als de landen haar overdragen naar de EU. De geachte Kamerleden zijn het die soevereiniteit overdragen en dat kunnen met en zonder die de woorden ‘een steeds hechter verbond’ in die verdragen. Deze motie voegt daar niets aan toe en doet er ook niets aan af. Er verandert niets met deze motie ‘voor de bühne’.

Dan de derde overweging die luidt dat: “de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) pleit voor meer ruimte voor variatie binnen de EU.” De EU is nu juist gebouwd om dingen samen en hetzelfde te doen. Dus als de lidstaten denken en verwachten dat samenwerking tot een beter resultaat voor allen leidt, dan dragen zij bevoegdheden over. Dan gaan ze het op dat betreffende punt samen en dus op eenzelfde manier doen. Dan is er ruimte voor slechts één variant. Dat is nu juist de bedoeling van samenwerking en dus ook van de Europese. Neem een douane-unie, die heeft alleen zin als voor alle landen dezelfde regels gelden. Pas dan kunnen de grenzen tussen landen worden geslecht.

De ruimte voor variatie ligt precies op die terreinen waar de landen denken dat ze het beter zelf kunnen doen. Daar dragen ze geen bevoegdheden over en wordt de variatie behouden.

Pijlen op het verkeerde doel

Het afgeven op de Europese Unie lijkt volkssport nummer één in Nederland. Vorige week schreef ik een ’Prikker’ naar aanleiding van een artikel van twee SP-ers. Deze week viel mijn oog op een artikel van Tomas Vanheste van De Correspondent. Volgen Vanheste lijkt de Europese Unie op het ‘Hotel California’ uit het lied van The Eagles: ‘ You can check out any time you like but you can never leave.’ Dit concludeert hij uit de Brexit-perikelen. Vanheste wil meer: “Verlost van lastpak VK zou de EU eindelijk de kans moeten grijpen voor het stichten van de Verenigde Staten van Europa.” Maar ja: “de EU (is) nog steeds te veel los zand”. Of dat zo is, daar gaat het mij nu niet om, of eigenlijk toch wel. 

Illustratie: Picryl.com

Volgens Vanheste is de EU van de ‘regelpolitiek’ terwijl we in een tijdperk leven van de gebeurtenissenpolitiek. De EU is: “vooral een machine geweest die regels uitspuwt voor de interne markt. Ze smoort politieke conflicten in juridische regelpolitiek. Regels stelt ze niet als de uitkomst van politieke keuzes voor, maar als de door experts uitgedokterde oplossingen voor technische problemen.”  Alleen worden we de laatste jaren niet geconfronteerd met ‘technische problemen’ maar met gebeurtenissen als de financiële – en de vluchtelingencrisis. Dan helpen technische oplossingen en regeltjes niet. Dan is visie en leiderschap gevraagd. Een zeer interessante analyse die veel verklaart.

Maar toch. Is het niet cru om dit de Europese Unie te verwijten? De Unie is een samenwerkingsverband van landen en kan alleen iets uitvoeren en ‘regels uitspuwen’ als die landen en hun regeringen het willen. Als die bevoegdheden overdragen aan de Unie. Op het gebied van de interne markt zijn bevoegdheden overgedragen en dan kun je een overheid niet verwijten dat ze op dat terrein haar werk doet en ‘regels uitspuwt’. Het ‘uitspuwen’ van regels om het verkeer tussen mensen te regelen is immers de kerntaak van elke overheid.

In de Nederlandse politiek is ‘geen bevoegdheden naar Brussel’ het adagium. Sterker nog, een flink deel wil liever bevoegdheden ‘terughalen’. In verschillende andere landen is het van hetzelfde laken een pak. Zit daar niet juist het probleem? Als je naar een politieke unie toe wilt, zoals Vanheste, dan zullen de leden die de unie moeten gaan vormen, wel eerst bevoegdheden aan die unie moeten overdragen. 

Is het niet vreemd om het samenwerkingsverband van landen te verwijten dat de landen niet willen samenwerken? Richt Vanheste zijn pijlen niet op het verkeerde doel?

‘Red Venlo, breek de macht van Den Haag’

 “Of het nou om de vluchtelingencrisis gaat of de Brexit, de oplossing van de Brusselse elite voor problemen is altijd: méér Brussel. Een superstaat Europa voor al uw vragen en antwoorden.” De ‘Brusselse elite’ die ‘meer Brussel’ als oplossing ziet voor alle kwalen, zo schrijven SP-ers Renske Leijten en Arnout Hoekstra. De schrijvers zien het liever anders: “Het is opnieuw tijd voor populair links. Voor een Europese Unie waar niet het conflict, maar het vredesideaal weer centraal staat: een Europa op basis van samenwerking tussen lidstaten. Red Nederland en breek de macht van Brussel.” Een bijzonder artikel.

Foto: wikipedia

‘Een Europa op basis van samenwerking tussen lidstaten?’ Ik dacht altijd dat de Europese samenwerking er een is tussen de lidstaten? Een samenwerking waarbij er soms conflicten zijn tussen de leden over de manier waarop iets moet worden aangepakt, maar die altijd is gericht op vrede en welvaart? Hierbij kiezen de lidstaten wel eens voor oplossingen die niet iedereen even prettig vindt. 

Dat: “Lidstaten (…) met elkaar concurreren op arbeid, met grote bedrijven als lachende derde.” Is een keuze van de lidstaten. Dat is niets nieuws, want dat gebeurt ook in de lidstaten zelf. De lidstaten zijn niet zo homogeen als de auteurs het doen voorkomen. Voor Noord-Italianen begint Afrika onder Rome. En ‘strijden’ in Nederland regio’s en steden niet ook met bedrijven als lachende derde? Is Oost-Groningen niet ook gebaat bij ander beleid dan de Randstad? Ze zouden ook kunnen roepen: ‘Red Venlo en breek de macht van Den Haag.’ 

Beste SP-ers, stop met het verkopen van oude wijn in nieuwe zakken. Jullie voorstel is identiek aan wat er nu gebeurt. ‘Brussel’ dat zijn de samenwerkende lidstaten. ‘Brussel’ dat zijn de leiders en ministers van de lidstaten die de besluiten nemen. ‘Brussel’ dat zijn ook de Nederlandse Eerste- en Tweede Kamer en haar leden. ‘Brussel’ dat zijn jullie zelf. Als jullie andere oplossingen willen, kom er dan mee! Willen jullie een socialer Europa, schets dan dat Europa en overtuig ons ervan. Mijn luisterend oor hebben jullie. Maar stop met het ‘idee fixe’ van een het ‘monsterlijke Brussel’.   

Eieren en de omelet

Wat zou u doen als u voorzitter was van een sportvereniging en een lid wil geen contributie meer betalen, niet meer trainen, maar wel als het uitkomt wedstrijden meespelen en meedelen in de feestvreugde bij een kampioenschap? Ik zou hem de deur wijzen. Immers om de club te laten draaien, moet iedereen commitment aangaan en dat betekent contributie betalen, trainen en wedstrijden spelen, ook als dat eens niet zo goed uitkomt. Ik moest hieraan denken toen ik Martin Sommers bespreking van de ‘Brexit-chaos’ in de Volkskrant las.

kitchen-775746_960_720

Foto: Pixabay

Sommer lijkt zich vooral te storen aan de ‘onbuigzame houding’ aan Europese kant. Een onbuigzame houding die, als ik Sommer goed begrijp, vooral is ingegeven door angst: “Ook andere landen, lees Denemarken, mogen niet in de verleiding ­komen om op te stappen. Vandaar het gehamer op de EU als één combinatiemenu waar geen gerecht apart mag worden besteld.” Zou angst werkelijk een van de motieven zijn om streng te zijn? Als ‘strengheid’ moet voorkomen dat anderen ook uitstappen, waarom verzetten die anderen zich dan niet tegen die strengheid? Waarom horen we dan niet luid geschreeuw uit bijvoorbeeld het Deense regeringskamp? 

Sommer vindt die angst vreemd: “Je mag toch veronderstellen dat landen lid zijn van de EU omdat ze dat willen, er voordeel in zien en erin geloven. Kennelijk is men daar in de omgeving van onderhandelaar Barnier en EU-president Tusk zo weinig van overtuigd, dat twijfelaars met dreigementen binnenboord gehouden moeten worden.” Laten we eens meegaan in de redenering. Alle andere EU-landen weten dat ze ‘contributie’ moeten betalen en soms een ‘wedstrijd moeten spelen’ die hen niet uitkomt. Ze doen dat omdat het hen groot voordeel brengt. Zij zijn bereid om soms wat lasten te nemen wetende dat die lasten in het niet vallen bij de lusten. 

Mag je dan niet ook concluderen dat de Britten de voordelen van het lidmaatschap kennelijk niet meer zien? Dat ze er niet meer in geloven? Een legitieme houding, maar die heeft wel gevolgen. Is de logische consequentie daarvan dan niet dat je de nadelen van het eruit stappen neemt omdat je die kleiner vindt dan de voordelen van het lidmaatschap?  Of is het eigenlijke probleem dat de Britten wel de omelet willen maar niet bereid zijn om de eieren te breken?  Is een deurwijzing daarop niet de enige en logische reactie van de ‘club’? 

“Nog afgezien van onze handelsbelangen: willen we over vijf jaar een verarmd, rancuneus, door en door anti-Europees Verenigd Koninkrijk, op een paar uur varen van Rotterdam? Ik dacht toch van niet.” zo sluit Sommer zijn artikel af. Rancuneus lijkt een groot deel van de Britten nu al en veel Britten zijn al verarmd. Of dat over vijf jaar nog erger is, daar gaan vooral de Britten zelf over. Niemand verplicht hen de EU te verlaten, dat willen ze zelf. En ‘Actions have consequences.’ zoals de Britten zeggen.  

Europa, democratie en ‘das Volk’

“Achteraf is het natuurlijk makkelijk oordelen, maar dat Hongarije meer tijd had moeten krijgen en nemen om aan de democratie te wennen en daarmee het draagvlak voor deelname aan de EU te vergroten is duidelijk.”  Tot die conclusie komt Henk Witte bij Joop. “Te veel is uit het oog verloren dat de landen in Oost-Europa nog volop in een proces naar democratie verkeerden en de bevolking meer tijd moest worden gegund aan de nieuwe omstandigheden te wennen, na de val van de Muur in 1989. Het heeft nou eenmaal tijd nodig om je zowel in collectieve zin als ook op individueel niveau in de nieuwe omstandigheden te positioneren.” Iets wat, volgens Witte, ook voor de andere Oost-Europese landen geldt. Klinkt logisch, maar .…

Stamps_of_Germany_(DDR)_1990,_MiNr_3315

Illustratie: Wikimedia Commons

Was eind 1989 duidelijk wat die nieuwe omstandigheden waren waarnaar de Hongaren, Polen enzovoorts zich als individu en collectief moesten positioneren? Was een liberale democratie’ de enige weg die deze landen op konden? Hadden de Hongaren, Polen en andere Oost-Europeanen daar allemaal eenzelfde beeld bij? Wilden ze allemaal dezelfde kant op? Voor de val van de communistische machthebbers wisten ze wat ze wilden: die machthebbers weg. Dat lukte omdat ze krachtig op hun eigen manier de Oost-Duitse leus: “Wir sind das Volk!” riepen. Na de val van die regimes was het met de eenheid binnen ‘das Volk’ snel gedaan. Neem Polen. De twee partijen die elkaar nu het leven zuur maken, de huidige machthebbers Recht en Rechtvaardigheid en Burgerplatform de vorige machthebbers, komen beide voort uit Solidarnosc van Lech Welesa. Ze willen nu een heel andere kant op en zeggen allebei ‘das Volk’ te representeren. 

Zou het niet precies omgekeerd zijn? Zou het perspectief om op relatief korte termijn lid van de Europese Unie te mogen worden, niet juist hebben bijgedragen aan hun ontwikkeling naar democratieën? Democratieën met gebreken, maar die hebben alle democratieën, ook de onze. Laten we ze eens vergelijken met landen waarvoor dat perspectief ontbrak of waarvoor het steeds maar weer op de lange baan werd geschoven. Behalve voor de drie Baltische Staten, ontbrak dat perspectief voor de landen die uit de Sovjet Unie zijn voortgekomen. Al deze landen hebben min of meer autoritaire regimes. Neem Turkije, dat land is steeds aan het lijntje gehouden? Hoe is het daar met de democratie gesteld? 

Schandelijk en walgelijk

Toen ik vandaag naar huis reed hoorde ik op de radio een bericht dat afgewezen asielzoekers in Hongarije geen eten kregen. ‘Dat heb ik vast verkeerd gehoord,’ was mijn eerste gedachte. Dat Hongarije onder Orbán niet erg vriendelijk is, of beter gezegd erg onvriendelijk is voor vluchtelingen was mij al bekend, maar mensen laten verhongeren, dat zouden zelfs de Hongaren niet doen. Volgens de site van de NOS is het toch echt waar: “In de Hongaarse transitzones op de grens met Servië hebben acht afgewezen asielzoekers dagenlang geen eten gekregen en ze hadden geen mogelijkheden om zelf aan eten te komen.” WAT???

barbwire-1765900_1920

Foto: pixabay

De Hongaarse regering geeft ze niet te eten: “zodat zij niet in beroep gaan tegen de afwijzing van hun asielverzoek en terugkeren naar Servië.” Daar blijft het niet bij: “Een pastoor die te hulp wilde schieten, werd niet toegelaten.” Zelf geld verdienen en eten kopen is er in die transitzones niet bij. Na tussenkomst van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens krijgen de acht weer te eten, maar dat gaat niet van harte. Bovendien: “zitten (er) nog 130 à 140 mensen, en er is alweer een andere Afghaan die nu geen eten krijgt.” 

Dit gebeurt in het hart van Europa. In een land dat lid is van de Europese Unie. Een Unie waarvan ook Nederland lid is. Tot op het moment dat ik dit schrijf, heb ik nog geen Europese of Nederlandse politici hun walging horen uitspreken. Zouden ze heimelijk blij zijn met de Hongaarse aanpak? Het doel van die aanpak komt immers overeen met het doel van het Europese beleid: door vluchtelingen en migranten schandalig te behandelen, voorkomen dat anderen ook naar hier komen. Het Europese beleid is schandelijk, de Hongaarse aanpak walgelijk.

Dit mag niet ongemerkt passeren. Daarom stel ik de volgende tegenmaatregelen voor. 1) Per direct sluiten de landen van de Europese Unie hun grenzen en luchtruim voor Hongaarse producten en staatsburgers, ook voor (Euro)parlementariërs en bestuurders uit het land. 2) Het lidmaatschap van, en alle betalingen aan Hongarije door de Europese Unie worden per direct beëindigd. Als het land dit schandalige beleid beëindigd, kan het opnieuw het lidmaatschap van de Unie aanvragen. Die aanvraag wordt dan opnieuw beoordeeld. 3) Hongaren in de andere landen van Unie kunnen kiezen: blijven of teruggaan. Blijven ze hier dan behouden ze alle rechten die ze nu hebben, gaan ze terug dan verliezen ze die rechten en komen ze de Unie niet meer in totdat de Hongaarse regering zich betert. Inderdaad wordt zo het hele Hongaarse volk, ook de onschuldigen, getroffen. Dat is jammer, maar helaas. 

Zou er een Nederlandse of andere Europese leider of politicus zijn die dit aandurft? 

Vlucht(eling)

In het Commentaar van de Volkskrant roept Carlijne Vos de landen van Europese Unie op om: “over hun eigen schaduw heen te springen. In het belang van het voortbestaan van de Europese eenheid zullen lidstaten nationale belangen moeten parkeren om een duurzaam migratiebeleid te ontwikkelen.” Volgens Vos moet het doel zijn: “een eind te maken aan de ongecontroleerde migratie over de Middellandse Zee, die al duizenden mensen het leven heeft gekost, smokkelaars miljarden aan inkomsten heeft opgeleverd en de EU tot op het bot heeft verdeeld.” Ik moest denken aan de overleden Zweedse professor Hans Rosling.

Hans Rosling

Foto: Flickr

Stel ik ben een Ethiopiër, ik wil de vervolging en ellende in mijn land ontvluchten en naar Nederland. Waarom zou ik dan via bijvoorbeeld de Sahara die naar Libië leidt, vervolgens met een gammel bootje de Middellandse zee proberen over te steken om dan via nog enkele landen naar Nederland te reizen? Waarom zou ik dat doen wetende dat ik, als ik in Italië als vluchteling wordt geregistreerd, ik eigenlijk niet meer naar Nederland kan omdat ik op basis van de Dublin-afspraken dan in Italië moet blijven. Waarom zou ik dat doen en meer dan € 5.000 spenderen aan deze reis? Waarom zou ik dat doen als een vliegticket vanaf Addis Abeba nog geen € 500 kost? Waarom zou ik dat doen als ik met dat vliegtuig een halve dag later veilig en wel in Nederland ben en ook nog een kilootje of 45 aan bagage mee kan nemen? 

Rosling geeft het antwoord: EU Directive 2001/51/EC. Die luidt: “Member States shall take the necessary steps to ensure that the obligation of carriers to return third country nationals provided for in the provisions of Article 26(1)(a) of the Schengen Convention shall also apply when entry is refused to a third-country national in transit if the carrier which was to take him to his country of destination refuses to take him on board.” Doen ze dat wel dan moet de vliegmaatschappij de persoon op eigen kosten terugbrengen en vervolgens nog een boete kunnen krijgen. Dat maakt dat luchtvaartmaatschappijen iedereen zonder het juiste visum al bij de incheckbalie tegenhouden, bang voor de extra kosten. Deze regeling bepaalt ook dat dit niet geldt voor vluchtelingen, maar dat kunnen de medewerkers aan de incheckbalie niet beoordelen dus houden ze iedereen tegen.  

Opheffen van die regeling maakt dat vluchtelingen het vliegtuig kunnen pakken en naar het land van hun voorkeur kunnen vliegen. Ik als Ethiopiër naar Nederland, of Zweden, Duitsland of België. Opheffen van die richtlijn maakt de mensensmokkelaars brodeloos. Maakt die hulpacties op de Middellandse zee overbodig. Maakt dat Griekenland en Italië worden ontlast. Opheffen van die richtlijn maakt dat ieder land grenst aan het conflictgebied. Wel zo eerlijk?