Oude wijn

Politiek Nederland is al een paar weken in de ban van de ‘Wet Dijkstra’. Het initiatiefvoorstel van D66-kamerlid Pia Dijkstra over de orgaandonatie. Het voorstel waardoor iedereen donor is tenzij je aangeeft het niet te willen zijn. “In feite hebben de nabestaanden dus het laatste woord, alhoewel ze geen vetorecht hebben.” De cruciale zin uit de brief waarmee Dijkstra haar collega’s probeert te overtuigen van haar goede bedoelingen en vooral van de noodzaak van deze wet. Een bijzondere zin.

wine-1574493__340

Foto: Pixabay.com

Bijzonder omdat deze wet, volgens de initiatiefnemer, nodig is om ervoor te zorgen dat er voldoende donoren zijn. Voldoende zodat er niemand hoeft te ‘creperen’ op de wachtlijst. Alleen de Eerste kamer moet nog instemmen met de wet en omdat die Kamer er deze weken over spreekt, berichten de media er volop over.

Voldoende donoren is het doel, een doel dat ook met deze nieuwe wet al twijfelachtig is, zoals ik me vorige week afvroeg. Twijfel die door deze passage alleen maar toeneemt. ‘Nabestaanden’ impliceert dat het meer dan één persoon kan zijn. Stel dat die van mening verschillen, naar wie wordt dan geluisterd? Welke ‘nabestaande’ geeft dan de doorslag?

Wat verandert er door deze nieuwe wet nu werkelijk? In de oude situatie had je je geregistreerd of niet en in beide gevallen werden de nabestaanden gevraagd of ze akkoord waren met donatie van organen. De nabestaanden hadden ‘dus het laatste woord’. In de nieuwe situatie hebben de nabestaanden nog steeds het laatste woord. Wat verandert er?

Wat is nu überhaupt het nut van een donorregistratie? Waarom iets registreren als de keuze van de persoon vervolgens ook maar een mening is? Een mening die vervolgens minder zwaar weegt dan die van de nabestaanden?

Een wetsvoorstel waar politiek Nederland de afgelopen jaren veel tijd en energie aan heeft gespendeerd en wat is er veranderd? Een gevalletje van ‘luchtverplaatsing’ of beter nog: oude wijn in nieuwe zakken? Zonde van de tijd en energie. Of zie ik het verkeerd?

Crisis? What crisis?

Crisis? What crisis? Aan deze titel van een plaat van Supertramp moest ik vandaag denken. En dan vooral aan het nummer Poor Boy op die plaat.

“Why can’t we all afford to live like you? This simple life is simply not enough. We have appearances we must keep up?”

Ik moest hieraan denken toen ik vandaag (dus gisteren voor jullie lezers) iets bijzonders hoorde op de radio. De Tweede en Eerste Kamer bespreken op dezelfde dag een wetsvoorstel en dat gebeurde voor het laatst in 1917 met toen de uitgebroken oorlog die wij nu de Eerste Wereldoorlog noemen, als belangrijke aanleiding. Toen een belangrijke gebeurtenis, de veiligheid van het land was immers in het geding.

Keeping up appearances

Foto: Flickr

Wat is dan nu, honderd jaar later, de aanleiding om de beide Kamers op eenzelfde dag over een voorstel te laten stemmen? Dat moet ook wel iets van gelijk belang zijn. Nou …, dat valt eigenlijk een klein beetje, of eigenlijk heel flink, tegen. Het gaat over een verhoging van de eigen bijdrage in de zorg van € 385 naar € 400. Een verhoging van vijftien euro per jaar, één Euro en vijfentwintig cent per maand. Iets waar de kranten trouwens ook al meer dan een week mee vol staan.

Natuurlijk is vijftien Euro veel geld als je ze niet hebt en toch zorg nodig hebt, dat wil ik niet bagataliseren. Zeker niet omdat die vijftien Euro bovenop de huidige eigen bijdrage van € 385 komt zodat het samen om € 33,33 per maand gaat. Zeker als dat niet het enige is en dat is het niet wat je moet betalen. Nee, er komt ook nog de premie bij om me te beperken tot de ziektekosten.

Natuurlijk is de zorg een debat waard en misschien wel een debat van beide kamers op één dag, maar een debat over vijftien Euro? Zou dat debat niet beter kunnen gaan over het al dan niet werken met een eigen risico? Over de manier waarop medicijnen-fabrikanten goud geld verdienen met hun patenten? Over de gemeenten verantwoordelijk maken voor zorgtaken op basis van aannamen? Of misschien wel over marktwerking in de zorg? Dat zou een goede reden kunnen zijn. Maar ja, geldt voor velen in Den Haag niet: We have appearances to keep up?’

Als we de cultuur willen behouden

In een artikel bij de Correspondent gaat Marc Chavannes in op de vraag die de Eerste Kamer binnenkort gaat bespreken. De vraag of er een staatscommissie moet komen over het nut van de Eerste Kamer. Chavannes stelt terecht dat dan het hele bestel mee moet worden genomen. Uiteindelijk concludeert hij: “In tijd van crisis moet je niet aan de instituties gaan morrelen, maar zorgen dat zij overleven en het broodnodige beetje eenheid belichamen.” Een terecht conclusie, maar wat dan wel?

DemocratieFoto: stedenintransitie.nl

Zou het met de democratie, en niet alleen bij ons, niet net hetzelfde kunnen zijn als in het bedrijfsleven? Het draait niet goed omdat er wat aan de bedrijfscultuur schort. En omdat cultuur lastig te veranderen is, gaat het bedrijf de structuur veranderen. Al snel blijkt dat dit niet tot het gewenste resultaat leidt en volgt de volgende structuurverandering.

In haar boek De Mars der Dwaasheid onderzoekt de Amerikaanse historica Barbara Tuchman dwaasheid bij bestuurders. Dat doet zij onder andere aan de hand van voorbeelden als de Renaissancepausen, het ontstaan van Amerika en de strijdt in Vietnam. De eerste zinnen van de afsluitende alinea van haar boek zijn leerzaam: “Hoewel zulke deugden werkelijk binnen ieders bereik kunnen liggen, hebben zij in ons systeem minder kans dan geld en meedogenloze ambitie om bij de stembus de overwinning te behalen. Het probleem is misschien wel niet zozeer een kwestie van het opleiden van regeringsfunctionarissen als wel het opvoeden van de kiezers om integriteit van karakter te herkennen en te belonen en het surrogaat te verwerpen. Misschien bloeien betere mensen in betere tijden. Een wijzere regering moet het eerder van een dynamische samenleving hebben dan van een gekwelde en verbijsterde samenleving.” De deugden waarnaar in de eerste zin wordt verwezen zijn waarheid, rechtvaardigheid en gematigdheid.

Als we dit op ‘onze democratie’ toepassen. Zouden we dan niet veeleer in ons onderwijs moeten investeren zodat dit goede burgers aflevert? En dus het onderwijs veel meer aan de samenleving koppelen en veel minder aan ‘opleiden voor de arbeidsmarkt’? Onze kinderen empathie, nieuwsgierigheid en helder denken bijbrengen? Zouden dat niet ook precies de eigenschappen zijn om kinderen voor te bereiden op werk dat nu nog niet bestaat? Dus investeren in cultuur?

Als we de cultuur willen behouden, moeten we haar blijven scheppen,” zei de historicus Johan Huizinga. Moeten we onze democratische cultuur niet blijven scheppen door de kiezers op te voeden? Door onderwijs gericht op het versterken van waarheid, rechtvaardigheid en gematigdheid? Zou dat ons weerbaar maken tegen extremisme?