Lenen, lenen, lenen, betalen, betalen, betalen

Wil je weten wat het nieuwe kabinet eraan gaat doen, lees dan pagina 27 van het regeerakkoord. Niet voldoende vinden de opstellers van het manifest voor meer actie tegen de schuldenproblematiek dat je via De Correspondent kunt ondertekenen.

“Uit het regeerakkoord spreekt goede wil, maar het moet beter en het kan beter. Daarom doet Schuldvrij! vijf aanbevelingen aan de landelijke politiek,”

zo schrijven ze. De vijf aanbevelingen zijn: stop met het beboeten van schulden, stop de wanpraktijken van incassobureaus, heroverweeg de marktwerking voor deurwaarders, zorg voor samenhang binnen de overheid en bied meer mensen een perspectief op een schuldenvrij bestaan (een schone lei). Goede aanbevelingen want met recht constateren de opstellers van het manifest dat het regeerakkoord tekortschiet.

schulden

Illustratie: https://pixabay.com

Goed zo’n manifest dat oproept tot verdergaande actie tegen de schuldenproblematiek van mensen. Is het niet jammer dat zowel de regerende partijen als de opstellers van het manifest niet verder komen dan ‘curatieve maatregelen’, maatregelen die je helpen als het fout is gegaan? Dus maatregelen gericht op het redden van dat wat er nog te redden valt. Zou er niet veel meer op ‘preventieve maatregelen’, maatregelen gericht op het voorkomen van schulden?

Zo blijft het nieuwe kabinet vasthouden aan de studielening. Hierdoor starten jongeren hun leven al met een schuld. Zou hier niet iets aan moeten gebeuren? Zo kun je nog steeds bij diverse postorderbedrijven producten kopen op afbetaling, tegen een hoge rente. Zou dit niet een stuk moeilijker moeten worden?

Het aangaan van een lening is een tweezijdige daad van de lener en degene die de lening verstrekt. Zou de verantwoordelijkheid van de verstrekker niet moeten worden vergroot? Zou hij zich er niet van moeten vergewissen dat de lener ook de mogelijkheid heeft om de schuld terug te betalen? En zou zijn aanspraak op terugbetaling niet moeten worden verminderd als hij zich onvoldoende van deze taak kwijt?

Nog een stapje verder. Zouden we onze schulden gedreven economie niet grondig moeten herzien? Van een economie die draait op: ‘Lenen, lenen, lenen, betalen, betalen, betalen,’ zoals Youp van ’t Hek het al in de jaren tachtig van de vorige eeuw treffend omschreef. Zou dat een manifest waard zijn? Zou dat een volgend regeerakkoord kunnen halen?

 

 

The battle for Tesla

Elon Musk is een populair en bekend miljardair-ondernemer en zijn bedrijf Tesla, de maker van elektrische auto’s, schijnt een fabriek te willen gaan bouwen in Europa. Vele steden en streken schijnen te azen op die nieuwe fabriek. In Nederland zijn Noord-Nederland Twente, Rotterdam en Noord-Brabant in de race. Volgens Elsevier dingen: Van Portugal tot het noorden van Duitsland: zo’n 300 gebieden (…) mee, die allemaal zeggen hun eigen unieke voordeel te hebben.” 

tesla

Foto: Bloomberg

Een strijd tussen overheden om een bedrijf binnen te halen. Een strijd waaraan vast veel tijd, energie en geld wordt besteed. De komst van de fabriek naar de stad of streek geeft immers een boost aan de werkgelegenheid. En niet alleen in de fabriek, maar ook bij toeleveranciers. Bovendien is het voor een streek een mooi pr-verhaal. Toch knelt er iets.

Waarom strijden al die steden en streken (en dus hun overheden) om een fabriek? Sterken nog, waarom gaan overheden op deze manier de competitie met elkaar aan? Een competitie waaraan volgens Elsevier 300 gebieden deelnemen en er tussen de 297 en 299 verliezen? Waarmee concurreren die gebieden? Waarom laten overheden zich tot zo’n onderlinge strijd verleiden? Welke middelen gooien ze in de strijd, goedkope grond, belastingvoordelen of allebei?

Begin vorig jaar stond het warenhuisconcern V&D op omvallen en dat zou voor kaalslag in binnensteden zorgen. Kaalslag die, volgens velen door de gemeenten bestreden moet worden. De gemeente als redder van de beleggers in winkelpanden. Daar heb ik toen vraagtekens bij geplaatst. Ik vroeg me af wat het algemeen belang is van zo’n geldverslindende strijd tussen steden om winkelketens naar binnensteden te lokken.

Kunnen we bij ‘de strijd om Tesla’ niet ook de vraag stellen wat het algemeen belang is van een strijd tussen overheden? Is dit niet veel te ver doorgevoerde ‘marktwerking’?

Schuldeneconomie in schuldsanering

Mensen en gezinnen in nood omdat zij in de schulden zitten, je kunt er een tv-serie over maken en je kunt er kranten over vol schrijven. Dat laatste doet bijvoorbeeld Hanne Obbink in Trouw. Obbink beschrijft het relaas van Karin Welgraven. Een triest relaas dat laat zien hoe makkelijk het is om in de schulden te komen en hoe lastig het vervolgens is om eruit te komen. Instanties die elkaar tegenwerken, hoe de schulden worden opgedreven met kosten van aanmaningen, in beslagnames enzovoorts die de schuldeisers moeten maken. Gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de hulp bij schuldsanering en tegelijk ook schuldeiser zijn.

schuldenIllustratie: FietsUniek

Vorige maand adviseerde  bestuurskundige Roel in ’t Veld in opdracht van het kabinet de Tweede Kamer over verbeteringen in de aanpak van de schuldenproblematiek.  “Het aantal voorschriften is enorm terwijl het hier gaat om een categorie mensen die niet is uitgerust om met bureaucratie om te gaan. Er is geen andere groep in Nederland die aan zoveel regels moet voldoen,” aldus In ’t Veld. Zijn conclusie en dus de aandachtspunten: door het teveel aan regels schiet de hulpverlening zijn doel voorbij en het systeem van toeslagen: “als mensen hun inkomen te laag inschatten, en dus meer toeslag krijgen dan waar ze achteraf bezien recht op hadden, moeten zij vaak grote bedragen terugbetalen, terwijl dat geld al is uitgegeven.”  Natuurlijk volgt ook het advies aan overheidsdiensten om beter samen te werken zodat hulpverleners sneller kunnen optreden.

Een gedegen advies waar een nieuwe regering mee aan de slag kan en waarmee overheidsdiensten hun voordeel kunnen doen. Minister Klijnsma zegt er ook al veel aan te hebben gedaan, zo is er extra geld om de kwaliteit van de hulpverlening te verbeteren, alleen werkt het tij tegen. Door de crisis zijn veel mensen in de schulden geraakt en is de problematiek complexer geworden.

Toch zit er iets niet helemaal lekker. Er ontbreekt iets. Als je die mobiel niet ineens kunt betalen, dan koop je hem toch op afbetaling, 14% kredietvergoeding bij de Wehkamp. Een toestel van € 250  af te betalen in 39 maanden kost je dan uiteindelijk meer dan € 300. Wie doet er trouwens nog meer dan drie jaar met een toestel? Om te kunnen studeren, moeten vele jongeren zich in de schulden steken en hopen dat ze dat later terug kunnen betalen. Kopen op afbetaling, consumptief krediet, credit card, allemaal zeer makkelijk te verkrijgen. ‘Geld lenen kost geld’, een kreet die geldverstrekkers verplicht aan iedere reclameboodschap moeten plakken. Zou het geld lenen niet aan banden moeten worden gelegd? Zouden we die schulden gedreven economie niet moeten aanpassen?

Moet de schulden gedreven economie niet in de schuldsanering?

Wie is koning?

Sinterklaas lag nog voor de kust van Nederland te wachten totdat Maassluis tot een veilige zone was omgetoverd. Het is nog niet eens half november, en waarmee opende Dagblad De Limburger? Met een bericht dat het geld in de Limburgse ziekenhuizen bijna op is. Daarom zetten enkele ziekenhuizen een rem op operaties en stellen poliklinieken beperkt open. Andere, die nog wat reserves hebben, teren daarop in.

ziekenhuizen

Illustratie: www.ouderenhart.be

Beperkte openstelling betekent dat er wachtlijsten ontstaan. Alleen wordt dat gemaskeerd, want natuurlijk krijg je als patiënt een afspraak, het duurt alleen wat langer. Je wordt bij voorkeur naar het volgende jaar geschoven want dan is er weer budget. Al kan ik mij niet voorstellen dat het de ziekenhuizen lukt, om op basis van de ervaringen van dit jaar, volgend jaar budget te bedingen dat 16,6% hoger is dan dit jaar. Volgend jaar moet immers nog een maand van 2016 worden ingehaald en om dezelfde ellende als dit jaar te voorkomen, moet er budget voor een maand bij. En dan is nog geen rekening gehouden met de vergrijzing die tot hogere ziektekosten leidt. Voor 2018 kan het budget dan weer wat omlaag. Zou dit de ziekenhuizen lukken?

Nu begreep ik van marktapologeten dat wachtlijsten iets was van door de staat gereguleerde zorg. Nee, ook door ‘zorgverzekeraars’ gereguleerde zorg blijkt tot wachtlijsten te leiden. Marktwerking in de zorg was bedoeld om de kosten te verlagen en de kwaliteit ervan te verhogen. Onderdeel van die kwaliteit was het wegwerken van wachtlijsten.

Patiënten hebben geen directe relatie met ziekenhuizen, die loopt via een zorgverzekeraar die budgetafspraken maakt met ziekenhuizen. Als patiënt heb ik te maken met een zorgverzekeraar. In de zorg-in-natura-polis van verzekeraar VGZ lees ik: “Wij maken met zorgaanbieders afspraken over kwaliteit, prijs en service van de te leveren zorg. Uw belang staat daarbij voorop. En als u kiest voor een gecontracteerde zorgaanbieder scheelt dat u en ons in de kosten.” Gelukkig de klant is koning. Of lijkt dat maar zo?

Hoe verhoudt zich ‘mijn belang’ met de ‘wachtlijsten’? Ik heb een afspraak met die verzekeraar en daarbij staat mijn belang voorop en mijn belang is nu behandeld worden en niet doorgeschoven worden naar volgend jaar. Heb ik als verzekerde wel wat te maken met die ‘budgetafspraken’? Is dat niet iets tussen zorgverzekeraar en ziekenhuis, waar ik als patiënt buiten sta?

Patiënt of budget, wie is koning?

Punk en het neoliberalisme

“Right now ha, ha, ha, ha, ha. I am an anti-Christ. I am an anarchist. Don’t know what I want, but I know how to get it. I want to destroy the passerby.”  De eerste zinnen van de song Anarchy in the UK van de Sex Pistols, de legendarische Engelse punkband van de jaren zeventig. Punk, die losgeslagen extreem linkse anarchisten die niets moesten hebben van de kapitalistische samenleving. Punkmuziek, je hoefde geen instrument te kunnen bespelen om in een band te spelen, kon je dat wel dan was het meegenomen en leverde het verrassende muziek op, zoals bij The Clash.

In de tijd dat de Sex Pistols dit zongen, veranderde het kapitalisme waartegen de punks zich afzetten. Het veranderde omdat het neoliberalisme dominant werd. Het economische denken dat de vrije markt heilig verklaart en de rol van de overheid zo klein mogelijk wil hebben. Het denken dat ervoor zorgde dat de kapitaalmarkten en de handel werden geliberaliseerd en dat belastingen flink werden verlaagd. Dit alles met als resultaat dat de winsten van bedrijven, en daarmee het dividend voor hun eigenaren, de lucht in schoten. Dit ten koste van de zekerheid en lonen van de arbeiders en met vele nadelige gevolgen voor het milieu. Het denken dat de mens als kapitaal en productiemiddel aan de ene kant en als willoze consument aan de andere kant. Zou je het neoliberalisme als de punk van het economisch denken kunnen zien? Als de anarchist die lak heeft aan de mensheid?

dead-kennedysIllustratie: www.youtube.com

Het resultaat van dit neoliberale beleid werd al in 1981 toegelicht door de Californische punkband Dead Kennedys in hun song We’ve got a bigger problem now met de woorden: “You’ll go quitely to boot camp. They’ll shoot you dead, make you a man. Don’t you worry, it’s for a cause Feeding global corporations’ claws.”  En zijn nu in 2016. Zijn de ‘claws’ van de ‘Global corporations’ niet weldoorvoed en net als iedere extreme eter, willen ze steeds meer en in steeds grotere porties? De slachtoffers van het neoliberale beleid roeren zich. Ze stemmen voor een Brexit. Maken Trump president van de Verenigde Staten en hopen dat hij, dit boegbeeld van neoliberaal beleid, hun lot verandert. Zou hij als president doen, wat hij als ondernemer naliet?

Zou dat gebeuren in een wereld die wordt gedomineerd door die ‘global corporations’? Of moeten we luisteren naar Kill the Poor van weer de Dead Kennedys: “The sun beams down on a brand new day. No more welfare tax to pay. Unsightly slums gone up in flashing light. Jobless millions whisked away. At last we have more room to play. All systems go to kill the poor tonight”? Beloven de woorden die Trump sprak over Latino’s en de moslims niet weinig goeds? Zouden zij het eerste het door de Dead Kennedys bezongen lot van de ‘poor’ ondergaan?

Nieuwe voorspellende punk zal er helaas niet meer komen. “Punk’s not dead, It just deserves to die When it becomes another stale cartoon,” zoals de Kennedys in Chickenshit Conformist zongen toen ze zagen dat ook in de punkscene ‘a hairstyle’  de plaats innam van een ‘lifestyle’. Met als zichtbare uitwassen de t-shirts van de godfathers van de punk, de Ramones bij de Primark in het rek.

Positieve innovatie

D66 is een optimistische partij, zo blijkt uit het artikel van Tweede Kamerlid Kees Verhoeven bij ThePostOnline. De partij ziet de uitdagingen en de grote werkloosheid en andere ellende. Ze verschilt, van andere partijen omdat: “D66 kijkt naar de toekomst en kiest naast optimisme voor innovatie. Innovatie is goed voor onze economie, zorgt voor nieuwe banen en leidt tot oplossingen voor de grote vragen van onze tijd.” Dit terwijl andere partijen, volgens Verhoeven met het vingertje gaan wijzen: “Zo beschimpt de PVV de islam en de Europese Unie. Zo beschouwt het CDA de ‘individualisering’ als het moderne kwaad. Zo legt de SP alle schuld bij de markt en zo doet GroenLinks alsof de wereld ten onder gaat aan vrijhandel.”

innovatie

Foto: www.motor-talk.de

Inderdaad leidt innovatie tot nieuw werk en dus tot andere banen. Webdisigners bestaan zo’n vijfentwintig jaar. Van een App-ontwikkelaar hadden we vijftien jaar geleden nog nooit gehoord. En zo zijn er vele soorten werkzaamheden die pas van recente datum zijn. Werkzaamheden mogelijk gemaakt door innovatieve ontwikkelingen zoals het internet en de computer. Dit is de rooskleurige, optimistische kant van de innovatiemedaille.

De andere, minder rooskleurige kant van die medaille is dat innovatie ook tot vernietiging van werk en dus tot het verlies van oude banen leidt. Door innovatieve ontwikkelingen zoals de mechanisering van de landbouw is de productie flink verhoogd terwijl het aantal mensen werkzaam in die sector is verschrompeld. Door de automatisering en robotisering in bijvoorbeeld de metaalindustrie zijn veel oude banen verloren gegaan en nam het aantal mensen werkzaam in die sector af. De PC leidde tot het verdwijnen van de typekamer en dus de functie van typist.

Twee kanten van de innovatie-medaille waarbij het aantal nieuwe banen kleiner is dan het aantal banen dat verloren gaat. Dan maar geen innovatie meer? Of zou er van uit een heel ander frame naar innovatie moeten worden gekeken? Een frame waarin de mens centraal staat en innovatie het leven vergemakkelijkt? Een frame waarin economie en de rol die werk inneemt een heel andere is? Is, met andere woorden, het denken over werk en economie niet toe aan een innovatie?

Oei, ik groei!

Zou ‘evenwichtige groei in balans met de wereld om ons heen’ mogelijk zijn? De econoom Tim Jackson denkt in zijn boek Prosperity without Growth van niet: “To resist growth is to risk economic and social collaps. To persue it relentlessly  is to endanger the ecosystems om which we depend for long-term survival.”

groene-groei

Foto: ESB

D66 denkt daar in haar  verkiezingsprogramma anders over. De partij wil naar een ‘toekomstbestendige’ economie en die: “is schoon en gebouwd op de grote kansen die duurzaamheid biedt.” De partij is niet tevreden met de verwachte economische groei: “Meer en schonere groei, met al haar voordelen voor iedereen, ligt binnen handbereik.” Want: “Wij (D66) zijn ervan overtuigd dat er geen grenzen aan de groei zijn, maar wel aan wat de aarde aankan.” 

Economische groei is belangrijk, volgens D66: “Groei geeft zuurstof. Een samenleving zonder groei bloeit niet. Groei zorgt voor dynamiek en voor kansen. Kansen op werk, op zelfstandigheid en zelfverwezenlijking. En heel basaal: groei zorgt voor de middelen om te investeren in onderwijs, in zorg, in elkaar. Wij willen schone groei. Groei die houdbaar is, evenwichtig en in balans met de wereld om ons heen. Een toekomstbestendige economie is schoon en gebouwd op de grote kansen die duurzaamheid biedt.”

Inderdaad, in onze op schulden gebaseerde economie is groei van essentieel belang. Die groei zorgt er namelijk voor dat de aangegane schulden betaalbaar blijven. Op de in de toekomst te verwachten groei kun je vooruitlopen door te lenen. Een lening waarvan je de rente en aflossing betaalt, uit die te verwachten groei. De economische crisis maakte duidelijk hoe kwetsbaar dit een samenleving maakt. Valt de groei weg, dan moet de lening even goed worden betaald en het geld dat daarvoor nodig is, moet ergens anders vandaan komen. Er moet dan worden bezuinigd. Bezuinigingen remmen vervolgens de groeimogelijkheden en zo raak je van de regen in de drup.

Volgens de filosoof Peter Sloterdijk (in zijn boek Sferen band 2 III Schuim) is onze samenleving de schaarste voorbij en is groeien om schaarste tegen te gaan en armoede te bestrijden, niet nodig. Volgens Jackson is de mens bang voor zijn eigen leegheid of onbeduidendheid. Die leegheid maskeert hij met producten. Producten als een manier om je als mens te onderscheiden van de groep, of er juist bij te horen.

Ons wereldbeeld is echter gebaseerd op schaarste en: “bedient zich van scherp ingestelde schaarste-optieken om zichzelf te observeren,” aldus Sloterdijk. Met andere woorden, we zien de wereld door een ‘schaarste-bril’ en de enige schaarste die we niet zien is de schaarste aan schaarste. Zou hij gelijk hebben?

Een fundamentele vraag aan D66: met welk doel moet de economie groeien?

 

Common sense

In de Volkskrant maakt Derk Jan Eppink zich zorgen over de Brexit. Hij concludeert dat de personen die, zowel aan Britse als aan Europese kant, een belangrijke rol gaan spelen, niet van ‘onbesproken’ gedrag zijn. Dat vergroot zijn vrees dat het ‘gezond verstand’ het onderspit gaat delven tegen de rancune. Hij vreest “dat het interne markt-concept – vrij verkeer van goederen, diensten, werknemers en kapitaal – uit elkaar valt.” Dit kan voor Nederland slecht uitpakken: “Een economische breuk staat haaks op het Nederlands belang. Dat vereist nieuwe, inventieve vormen van samenwerking die verbinden.” 

gezond-verstandIllustratie: Iris Papilio – WordPress.com

Daarom ziet Eppink wel wat in: “het voorstel van een ‘Noordzee Unie’.  … Landen aan de Noordzee, zoals Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Denemarken en Noorwegen, bespreken gemeenschappelijke aspecten van de Noordzee. Neem: scheepvaart, veiligheid, milieu, (wind)energie, havens.” Begrijp ik het goed?  Ja, dat is waar Eppink voor pleit: “de Noordzee moet een baken van vrijhandel blijven, met de maritieme blik op de wereld. Er is geen enkele economische reden om eeuwenoude handelstradities rond de Noordzee te ontwrichten, alleen omdat Brussel boos is.” 

Zou deze Noordzee-Unie, naast de Europese Unie moeten bestaan? Dan zouden alle lidstaten lid zijn van twee unies behalve de Britten. Welk voordeel zou dat bieden? Hoe verhoudt dit zich trouwens tot de afspraak dat handelsverdragen alleen gezamenlijk worden afgesloten?

Of stelt Eppink voor om de Europese Unie, dat ‘interne markt-concept’, op te heffen ten faveurs van een Noordzee Unie? Een Unie die vooral de Nederlandse handelsbelangen lijkt te dienen. Waarom zou Duitsland uit de EU treden en in deze Noordzee Unie zonder Frankrijk? Ja, de Britten zijn een belangrijke Duitse handelspartner, dat zijn de Fransen ook, zelfs nog een grotere. Een Unie zonder Oostenrijk, Polen Tsjechië, Hongarije, allemaal belangrijke handelspartners van Duitsland die wel bij de EU horen en niet bij Eppink’s Noordzee Unie. Waarom zou België kiezen voor een nieuwe unie zonder haar belangrijkste Europese handelspartner Frankrijk?

Beste meneer Eppink, u vreest dat de andere landen de: “Britten straffen om uittreding van andere EU-landen af te schrikken.” Zijn het niet de Britten zelf die zich hebben ‘gestraft’ door, als handel zo belangrijk is, met hun’gezonde verstand’ ervoor te kiezen de Europese Unie, het ‘interne markt-concept’, te verlaten? Een Unie waar zeven van hun tien belangrijkste handelspartners deel van uitmaken.

Krenten en de pap

Jubilerend Volkskrantcolumnist Frank Kalshoven besteedt zijn column Het spel en de knikkers aan de vraag van de kersverse nobelprijswinnaar Ben Feringa om meer geld, liefst één miljard euro, voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Dat is onderzoek waarvan het nog maar de vraag is of, en zo ja wat het ooit aan nuttigs oplevert. Dergelijk onderzoek is internationaal en reslutaten ervan zijn openbaar.

krentenFoto: www.qualitynuts.be

Waarom zou je daar geld in steken? Jij stopt er geld in en iedereen kan de revenuen ervan plukken. “Platte kostencalculatie leert dat het dan voordelig is om die andere landen de kosten te laten dragen van dat fundamentele onderzoek, en zelf alleen geld uit te geven aan het toepassen van de elders ontwikkelde kennis.” In het kort, laat anderen die dure initiële investering doen, als er iets met potentie uitkomt, dan springen we erop. De krenten uit de pap halen dus. Maar om er krenten uit te kunnen halen, moet er wel pap zijn. Iemand moet in fundamenteel wetenschappelijk onderzoek investeren. Wat als iedereen deze redenering volgt? Als iedereen zit te wachten op de krenten en niemand investeert in de pap? Dan stokt de ontwikkeling van de wetenschap. Dan stokt de motor van de vooruitgang. Is een dergelijke ‘platte kostencalculatie’ niet erg egoïstisch?

Gelukkig constateert Kalshoven dat er een andere reden is om er toch geld aan te besteden: “Wetenschap is mensenwerk en goede wetenschappers verkeren graag in de fysieke nabijheid van excellente wetenschappers. … De baten bestaan uit extra economische groei op de wat langere termijn. Topwetenschap trekt bedrijvigheid aan.”  En dan is het, volgens Kalshoven: “zaak de winstkansen te spreiden en ruim extra wetenschapsgeld uit te delen. Een miljard is een prima begin.” 

Dan investeer je in een papfabriek en is de kans groter dat ‘krentenkenners’ zich melden bij je fabriek. Ook een goede reden, maar toch. Zou het niet van krenterigheid getuigen als een rijk en ontwikkeld land als Nederland voor wat de pap betreft op zijn krent bleef zitten en bleef afwachten om elders de krenten uit de pap te halen?

Collectieve energie

Neoliberalen en libertariers hebben een grenzenloos vertrouwen in de werking van de vrije markt. Bemoei je niet met de markt, laat iedereen zijn eigen belang najagen en dan krijg je het beste resultaat. Dat resultaat is het algemeen belang en dat is de optelling van die individuele belangen. Hieraan moest ik denken toen ik in de Volkskrant las dat stroomproducent Engie enkele gascentrales sluit. “Omdat het productieproces in gascentrales kostbaarder is dan dat van kolengestookte centrales raken die centrales steeds meer marktaandeel kwijt aan de meer vervuilende kolencentrales.” Schonere gascentrales worden gesloten en vervuilende kolencentrales blijven open?

cassidy

“Als we de ware functie van het prijsmechanisme willen begrijpen, moeten we dit zien als een (…) mechanisme waarmee informatie wordt gecommuniceerd. … Het wonder bestaat erin dat in het geval van schaarste van een bepaalde grondstof, zonder dat er een bevel wordt gegeven, zonder dat meer dan misschien een handvol mensen de oorzaak weet, tienduizenden mensen wier identiteit ook door maandenlang onderzoek niet achterhaald kan worden, ertoe worden aangezet deze grondstof of de hieruit vervaardigde producten spaarzamer te gaan gebruiken; dat wil zeggen dat ze zich in de goede richting bewegen.” Zo omschreef Friedrich Hayek, een van de grondleggers van dit denken, de werking van de vrije markt. In zijn boek Wat als de markt faalt?, waaruit dit citaat afkomstig is, noemt John Cassidy dit ‘het telecommunicatiesysteem van Hayek’. Dient de stroommarkt het algemeen belang?

De overheid is al actief, zij stimuleert de opwekking van duurzame vormen van elektriciteit (wind- en zonne-energie). Hayek zou foei zeggen en dat lijkt energiedeskundige Sjak Lomme te beamen als hij zegt dat dit de markt verstoort. Een verstoring die wel bijdraagt aan het algemene belang, minder vervuiling. Nu is het overschot aan stroom niet alleen een gevolg van de verstoring door zonne- en windenergie. Stroomproductie was tot het eind van de vorige eeuw een publieke taak. Lokale en provinciale energiebedrijven zorgden voor voldoende stroom voor hun inwoners. Onder neoliberale druk is op Europees niveau besloten er een markt van te maken waarop bedrijven met elkaar concurreren. Bedrijven die zoeken naar maximaal rendement. Als de verwachtingen zijn dat de vraag naar stroom groeit met bijvoorbeeld tien procent, dan gaan al die bedrijven bijbouwen. Ieder bedrijf wil het grootste deel van die groei krijgen en dat heeft tot gevolg dat de capaciteit met meer dan tien procent toeneemt. Er worden dus teveel centrales gebouwd. En omdat kolenstroom het goedkoopste in productie is, bouwen traditionele stroombedrijven kolencentrales want die leveren het meeste winst op. De stroombedrijven handelen op dezelfde manier als de Amerikaanse ziekenhuizen die de econoom Robert J. Gordon in zijn boek The Rise and Fall of American Growth beschrijft.

Engie handelt in het eigen belang, net als de andere stroomproducenten. Kolenstroom is goedkoper, dus produceren we die en maken we meer winst, logisch toch. Toch leidt dit najagen van het eigen belang niet tot het gewenste maatschappelijk belang, namelijk minder luchtvervuiling. Cassidy noemt dit rationele irrationaliteit: “Een situatie waarin handelen uit rationeel eigen belang op de markt tot resultaten die maatschappelijk gezien irrationeel en inferieur zijn.” De stroomproducent die het maatschappelijk belang najaagt en zijn kolencentrales sluit, ziet zijn winst verdampen en waarschijnlijk zijn klanten weglopen. Weglopen omdat hij een hogere prijs voor stroom moet rekenen dan de andere producenten. De producenten zitten gevangen in een prisoners dilemma.

In zijn boek geeft Cassidy een voorbeeld van zo’n dilemma. Een voorbeeld dat, heel toepasselijk, gaat over stroom en kolen. In dit voorbeeld strijden twee bedrijven A en B met een kolencentrale om de plaatselijke energiemarkt. Ze maken allebei jaarlijks 20 miljoen winst. In het stadje is echter verzet tegen de uitstoot van rook door de twee centrales. Dit leidt tot veel juridische procedures waardoor de winst daalt van 20 naar 10 miljoen. Nu maakt de techniek het mogelijk om de uitstoot van de rook te voorkomen. Het installeren van deze techniek verlaagt de winst van 20 naar 15 miljoen, maar de elektriciteitsprijs moet dan wat worden verhoogd.

Wat moeten de bedrijven doen, wat is de rationele keuze? Is dat de techniek te installeren, dat zorgt immers voor meer winst. Maar het ene bedrijf weet niet wat het andere doet. Als A het wel doet en B niet dan kan B tegen een lagere prijs leveren en zal daarmee een groter markt aandeel krijgen en dus meer winst maken. In het voorbeeld daalt dan de winst van A tot 5 miljoen en B maakt meer winst, 20 miljoen. Rationeel handelend vanuit hun eigen belang zouden beide bedrijven kiezen voor niet installeren. Je weet dat je winst 10 is en hebt kans op 20, terwijl je bij installeren weet dat je winst 5 bedraagt en je hebt kans op 15. Lijkt de werkelijkheid van de stroombedrijven niet sprekend op dit voorbeeld? Hoe uit dit dilemma te komen?

Een mogelijkheid. De betreffende bedrijven gaan met elkaar aan tafel zitten en spreken af om alleen kolencentrales te sluiten en ook welke. Hierdoor neemt de winstgevendheid van alle stroombedrijven af, maar verandert hun concurrentiepositie ten opzichte van elkaar niet. ‘Kartelvorming! Dan maken ze meteen afspraken om de stroomprijs te verhogen om de winst op peil te houden,’ hoor ik u roepen. Inderdaad, dat is een risico. Zou die tafel trouwens niet geleid kunnen worden door de overheid?

Willen we dat risico niet lopen dan moet de overheid optreden. Als kolenstroom goedkoper is dan gasstroom, zou dan het duurder maken van kolenstroom door extra belasting, niet ook kunnen helpen? Dan betaalt de vervuiler en is de kans groot dat kolencentrales sluiten omdat er minder kolenstroom wordt gekocht. Sluiting van kolencentrales kan ook worden afgedwongen door ‘kolenstroom’ te verbieden.

Of zou voortzetten van het stimuleren van zonne- en windenergie een oplossing kunnen zijn? Een overheid die individuen, groepen burgers en zelfs gemeenten stimuleert om selfsupporting te worden door ook flink te investeren in de ontwikkeling van elektriciteitsopslag. Individuen en collectieven die onafhankelijk worden van de markt. Maar wacht eens, lijkt dat niet op vroeger?