… en dingen die voorbij gaan

Na Juliaan van Acker die zoals ik vorige week schreef, de brand van de Notre Dame beschouwt als een ‘ijkpunt voor de aftakeling van de Europese beschaving, ziet ook Sid Lukkassen bij ThePostOnline een bijzondere betekenis in die toevallige brand: “Dit is een turning point voor West-Europa.”

Bron: Wikipedia

Dat klinkt nogal dramatisch, of zoals Lukkassen het zelf noemt hyperbolisch maar hij legt het uit. “Ik doel op de scheppende levensdrift van een cultuur, de levensfelheid, het bezielende genie. En dat deze creativiteit in elke levensfase van een beschaving op een eigen wijze tot uiting komt. Als een cultuur enkel nog dat kan bewenen wat verloren is gegaan, maar niet meer in staat is om iets van gelijke waarde, kracht en uitstraling terug te scheppen, dan is het klaar.” En daarmee zijn we bij de kern van zijn betoog. Volgens Lukkassen wordt er tegenwoordig niets meer van waarde geschapen: “Wij moderne mensen beschikken over techniek die honderd keer geavanceerder is dan wat de middeleeuwer had, en tóch kiezen wij ervoor om te leven in een wereld van plastic en beton. Waarom? Het is volslagen debiel. En dan de luchtkwaliteit in veel grote steden. Een warme droge lucht, die te lang binnenskamers is gehouden bij de slecht geventileerde gebouwen van de bureaucratie – een lucht die geurt naar machineolie en zweet. Dat is de wasem van Brussel. Waarom omringen we ons met lelijke gebouwen en onfrisse lucht – is het masochisme?” Nee die middeleeuwer deed het veel beter. “De middeleeuwer leefde in een lemen hut maar begreep de waarde van sacraliteit, van vervoering: hij bouwde schrijnen met majestueuze standbeelden en ramen van schitterend glas-in-lood. Hij onttrok zich aan zijn modderige ondergrond en schiep een plaats die hem in contact stelde met het transcendente.”  

Gelukkig is er hoop en staan we op een keerpunt zo betoogt Lukkassen: “Er is geen gegronde reden waarom de esthetische kunsten zich de huidige postmoderne lelijkheidcultus laten welgevallen; ik zie niet in waarom de scheppende kracht van onze cultuur vandaag uitgeput zou zijn – waarom we niet verder komen dan grijze betonconstructies en vergulde drollen..” We staan dus voor de keuze, gaan we door met het bouwen van lelijkheid of ‘voeden we onze scheppende kracht met de historie’, om Lukkassens woorden te gebruiken.

Dat er tegenwoordig veel lelijks wordt gebouwd, kan ik alleen maar beamen. Rij maar eens over willekeurig welke snelweg en bekijk de ‘dozen’ die er staan. Nee, daar is schoonheid ver, of liever gezegd tevergeefs te zoeken. Of neem willekeurig welke Vinex locatie of nieuwbouwwijk. Ook daar is schoonheid de welbekende speld in een hooiberg. Toch is er het nodige af te dingen op Lukkassens betoog.

  Dat de Notre Dame er na zo’n achthonderdvijftig jaar nog staat, maakt het een monumentaal pand. Dat wil echter niet zeggen dat de kerk als monument is gebouwd. Prestige en nut, dat zijn de twee redenen waarom nu monumentale gebouwen ooit zijn gebouwd. Niet om er na achthonderd, zoals de Notre Dame of na tweeduizend zoals bijvoorbeeld het Colosseum in Rome of het Pont du Gare bij Nimes, nog te staan. Het prestige dat je tegenwoordig als stad hebt met de hoogste wolkenkrabber of een op een andere manier bijzonder gebouw zoals een museum, gaf een bijzondere kerk je stad, maar vooral jou als bisschop of landheer, in de Middeleeuwen. Om die reden is de Notre Dame gebouwd, als prestigeproject waarin ook kerkdiensten werden gehouden. Het gebouw moest afstralen op bouwheer Maurice de Sully, de bisschop van Parijs. 

“Het is het beste om zowel de historie in ere te houden als om zélf te creëren in het heden. Het is eigen aan onze decadente tijd dat beide dimensies niet in harmonie zijn,” schrijft Lukkassen. Om de kerk te kunnen bouwen, moest De Sully eerst een monumentale kerk uit de vierde eeuw op die plek afbreken. Als De Sully zich aan dit adagium had gehouden, dan had de Notre Dame er nooit gestaan. Dan was de historie in ere gehouden en had de Sint-Stefanuskathedraal er wellicht nog gestaan.

Van al die prestige objecten van vroeger, hebben er slechts een gering aantal de tand des tijds doorstaan. Brand, oorlog maar ook en vooral nutteloosheid en nieuwe ‘prestigezoekers’ zijn er de oorzaak van dat veel bijzondere gebouwen er nu niet meer zijn.  Je zou zelfs een theorie kunnen poneren dat de reden dat de Notre Dame er nog staat, erin is gelegen dat het katholicisme sinds de Middeleeuwen flink aan belang heeft ingeboet. Had het katholicisme nog steeds dezelfde centrale plek als in de tijd van de bouw, dan zou er tussen toen en nu vast wel een bisschop of landheer zijn geweest die de kerk had gesloopt om er een nieuwe, nog grootsere te laten bouwen. 

Bron Wikimedia Commons

Wij kunnen zoveel, maar hebben onze Europese eigenwaarde verloren – de trots is weg: de scheppende kracht wordt niet gevoed door appreciatie voor onze geschiedenis.” Zo betoogt Lukkassen. Is het werkelijk zo somber met ons gesteld als Lukkassen beweert? Zou het niet kunnen dat er ook tegenwoordig monumentale panden worden gebouwd? ‘Zelf gecreëerd’ zoals Lukkassen het noemt? Alleen weten we nu nog niet dat ze ‘monumentaal’ zijn, wellicht weten de kleinkinderen van onze kleinkinderen dat. Van alles wat er nu is gebouwd, staat dan nog maar een klein deel overeind. Al die ‘lemen hutten’ van de Middeleeuwers staan er nu niet meer en zo zullen die ‘dozen’ en ‘vinex locaties’ er over honderd jaar ook niet meer staan, net als een flink deel van die wolkenkrabbers. Het kleine deel van de gebouwen dat men in de tijd tussen nu en dan de moeite van het behouden waard vindt en vooral dat een nuttige functie vervult zoals wellicht het Sidney Opera House of het Guggenheim in bijvoorbeeld Bilbao. Maar vast ook enkele gebouwen die nu niet eens opvallen. 

Trouwens, kan die scheppende kracht niet alleen maar zijn werk doen als er geregeld wat geschiedenis wordt vernietigd? Immers niet alle geschiedenis is monumentaal en het ‘uitwissen’ van die geschiedenis maakt ruimte voor de toekomst. Alleen de geschiedenis, de oude gebouwen die een plek in de harten van de mensen verovert, wordt monumentaal de rest is … voorbijgaand. 

Beste Tanya Hoogwerf

Bij toeval stootte ik op uw schrijven op de site Opiniez alwaar u zich druk maakt over een islamitische begraafplaats in Rotterdam. Ik begrijp dat u zich grote zorgen maakt over: “Ongewenste buitenlandse financiering” van deze begraafplaats want: “Wat ermee wordt gekocht is macht en invloed. Dat zal onvermijdelijk zorgen voor een grotere afstand tot de Nederlandse samenleving en de deur verder openen voor een nog sterkere groei van het salafisme in Nederland.” Na het lezen van uw schrijven moet mij toch wat van het hart.

Bron: jacqueline macou via Pixabay

Laten we bij het begin beginnen, uw eerste zin: “Nederland is een land met een joods-christelijke cultuur.” Joods en christelijk, twee woorden die vaak in combinatie worden genoemd met het woord cultuur. Bedoelt u hiermee de afkeer van het joodse die eeuwenlang een belangrijk onderdeel van de christelijke cultuur vormde? Trouwens, onderling wisten die christenen elkaar ook goed uit te moorden. Nee, ik krijg geen positieve gevoelens bij ‘joods-christelijke cultuur’.

Dan uw tweede alinea: “Weinig andere godsdiensten eisen namelijk zoveel – openbare – ruimte op. Waar anderen gebruikmaken van de vrijheid van godsdienst door een plek voor zichzelf achter de voordeur te creëren om hun geloof te belijden, is dat nooit genoeg voor de Dawah-isten van de politieke islam. Zij willen dat de islam zich manifesteert in de buitenruimte, binnen openbare instellingen en in het meest extreme geval binnen de overheid en de rechtspraak.” Pardon? Als ik door Nederland wandel dan zie ik allerlei openbare manifestaties van christelijke aard. Is het ‘achter de voordeur’ zitten van die andere godsdiensten een bewuste keuze? Ook zie ik het christelijk geloof terug bij allerlei officiële zaken. Neem de gelofte die gekozen politici afleggen en de aanhef bij iedere wet. 

Over naar die begraafplaats. De: “Joodse begraafplaatsen (die) al honderden jaren oud zijn (de eerste is gesticht in 1612) en (die) dus onderdeel zijn van onze geschiedenis en deel uitmaken van de joods-christelijke cultuur,” zijn geen probleem voor u, voor mij trouwens ook niet. Een islamitische begraafplaats hoort daar, zo begrijp ik u, niet bij. Toch wonen er islamieten met dezelfde rechten en plichten. U weet wel de “scheiding tussen kerk en staat,” die de overheid moet handhaven, die geldt ook voor islamieten. Ik begrijp dat u hen dezelfde rechten als anderen wilt ontzeggen, namelijk een laatste rustplaats vinden op een kerkhof van de eigen religie. Zij moeten maar een plek vinden op: “de eeuwige plaatsen die nu al beschikbaar zijn op diverse begraafplaatsen in de stad.”

Even een vraagje tussendoor. Hoe lang duurt het voordat islamieten wel tot de Nederlandse cultuur behoren en eigen begraafplaatsen mogen hebben? 

Geen eigen islamitische begraafplaats want: “Anders dreigt Rotterdam met zijn al ruim 45 islamitische instellingen en moskeeën in de stad, nóg een stuk islamitischer te worden.” Hebt u al eens geteld hoeveel christelijk instellingen en kerken uw stad rijk is? Geen eigen omdat: “dit een project is waarbij weer volstrekt duidelijk is dat het geld gaat kosten en waar volstrekt onduidelijk is waar dat geld vandaan gaat komen.” En met dat geld koopt die ‘buitenlandse partij’ invloed en macht. Immers: “De missie van grote charitatieve instellingen uit Arabische landen is bedoeld om de positie van de islam in westerse landen te verstevigen.”

Kent u de geschiedenis een beetje? Zo’n honderdvijftig jaar geleden waren betogen als de uwe ook al te horen. Alleen dan gericht tegen katholieken. Die gehoorzaamden immers een ‘vreemde macht’ die in het Vaticaan huist. Een vreemde macht die haar invloed probeerde te vergroten en die niet te vertrouwen was. Daarmee waren ook alle katholieken niet te vertrouwen. Bovendien zou het niet lang duren dan zouden de katholieken een meerderheid gaan vormen. Ze fokten immers als konijnen. En over ‘missie’ gesproken, wist u dat ook uw geliefde christelijke kerken de missie bedrijven? Vroeger werden er paters, broeders en zendelingen de wereld ingestuurd. Allemaal gingen ze op pad om het woord van hun god te verkondigen en de positie van hun deel van het christelijke geloof te versterken. Daarin verschillen zij in niets van die islamitische charitatieve instellingen. 

Beste mevrouw Hoogwerf,  als u werkelijk ‘buitenlandse invloed’ wilt voorkomen, waarom stelt u dan niet voor om die begraafplaats uit de gemeentelijke kas te bekostigen? 


Rijstepap met kaneel

Mijn moeders authentieke rijstepap met wat kaneel. Pap gemaakt van melk van onze eigen koeien en dus lekker romig. Hieraan moest ik denken toen ik het artikel van Munganyende Hélène Christelle bij de Correspondent las.

Foto: Max Pixel

“Afrikaanse millennials zoals ik willen altijd meer weten over traditionele Afrikaanse kunst en cultuur, het erfgoed dat mede onze identiteit vormt. Over een deel van dat erfgoed ontstaat nu discussie. Zo heb ik moeite met de herkomst van de Afrikaanse waxstof, gemaakt in Helmond, vanwege de koloniale wortels. Maar mijn moeder vindt het prachtig.” De opening van haar artikel waarin de de prachtige gekleurde stoffen die in Afrika worden gedragen, centraal staan. Alleen blijken die stoffen vaak een Helmondse herkomst te hebben. Haar generatie: “gaat daarvoor op zoek naar een authenticiteit die de kenniskloof die we overhielden aan kolonisatie en migratie, kan dichten. Ons eigen verhaal van Afrika.” 

Zoeken naar authenticiteit, maar wat is echt authentiek? Is er wel iets echt authentiek? Zo zijn de Helmondse stoffen ooit geïnspireerd op Javaanse batiks. En als je in de geschiedenis van de batiks duikt dan verlaat je Java ook weer voor het vasteland van Azië. Munganyende sprak voor haar artikel met de vanuit Parijs naar Dakar verhuisde ontwerpster Sarah Diouf. “Diouf maakt haar ontwerpen niet in de felle kleuren die je van Afrikaanse mode en waxprint zou verwachten, maar juist in zachte bruintinten, verwijzend naar de invloed van bogolan of ‘modderdoek’ uit Mali. Dioufs kleding viel deze zomer in de smaak bij niemand minder dan Beyoncé, die een foto op haar Instagram postte in een complete Tongoro-outfit.” Hoe authentiek is het verhaal van een dergelijke outfit? Hoe Afrikaans is die? Hoe Authentiek is die?

Is niet alles wat er momenteel is een resultaat van vermenging van zaken die er vroeger waren? Ook die outfit ontworpen door Diouf. Neem een werk van Mondriaan of Esscher, die zijn in hun stijl herkenbaar en dus kun je ervan zeggen dat ze authentiek zijn. Tegelijkertijd kun je je afvragen of Mondriaan en Esscher hun werk wel zouden hebben kunnen maken zonder Van Gogh en Rembrandt. En zou die echte Rembrandt er wel kunnen zijn zonder het werk van eerdere schilders. Zo kunnen we teruggaan tot de grotschilderingen van Lascaux en wellicht nog verder. 

Moeten we niet juist blij zijn met de vermenging van zaken? Zorgt dat niet juist voor kleur in de wereld? Ik ben blij dat ik van mijn moeders rijstepap heb kunnen genieten. Die was er echter nooit geweest zonder rijst en kaneel.

“We are the Borg”

Bij de Volkskrant trekt historicus Willem Melching parallellen tussen het populisme van nu en het populisme van de jaren zestig van de vorige eeuw van D’66, de Boerenpartij en Provo. Zijn conclusie, de huidige ‘elite’ zou wat kunnen opsteken van de toenmalige elite door wat zaken over te nemen. Hij ziet twee punten waarop dat zou kunnen, Europa en de multi-culturele samenleving. Over die laatste schrijft hij:

“De multi-culturele samenleving is grotendeels mislukt, zelfs de optimist Merkel moest dat toegeven. Maar niemand in Europa zet deze kwestie op de agenda.”  

The Borg

Foto: Flickr

Mislukt? Is dat niet een wat vreemde constatering? “Met elementen uit verschillende culturen,” deze definitie geeft de Van Dale voor het woord multicultureel. Als we naar Nederland kijken dan zien we dat de Nederlandse samenleving bestaat uit elementen uit verschillende culturen. Dat er ‘elementen uit verschillende culturen’ in Nederland wonen is niet nieuw. Dat is altijd al zo geweest. De Friese cultuur is anders dan de Hollandse of de Limburgse. De ‘Limburgse cultuur’ bestaat niet, de Venlose cultuur is immers anders dan de Maastrichtse. Net zo bestaan de Hollandse of de Friese cultuur ook niet. 010 en 020, allebei Hollands en toch heel anders. Hierover schreef ik al eerder. Met andere woorden, is die ene Nederlandse cultuur niet een illusie?

Met de komst van mensen uit andere streken is de diversiteit nog verder toegenomen, is de samenleving nog diverser geworden. Er zijn nog meer elementen van verschillende culturen en is de samenleving als geheel nog multicultureler geworden. Is die multiculturele samenleving daarmee niet een feitelijke constatering? Hoe kan een feitelijke constatering mislukt zijn?

Wat er niet is gebeurd, is dat er één stamppot is ontstaan. Eén geheel van mensen die allemaal precies hetzelfde zijn, denken en doen. Als Melching dat bedoelt met een multiculturele samenleving, dan heeft hij gelijk, dat is mislukt. Als hij dat bedoelt, dan kun je je afvragen of dat ooit het doel van iemand is geweest? Een soort Borg uit de serie Star Trek:“We are the Borg. You will be assimilated. Resistance is futile. You’re biological and technoligical distinctiveness will be added to our own. Resistance is futile.” Als het van niemand een doel was, is het niet ontstaan ervan dan een mislukking?

Wass sich liebt das neckt sich

Identiteit staat in het brandpunt van de belangstelling, in het regeerakkoord lees je het als volgt: “De Nederlandse identiteit blijft herkenbaar in een sterke internationale inbedding.” Die identiteit is ‘onlosmakelijk’ verbonden met de Nederlandse cultuur en geschiedenis. Waarheden als een koe zeggen velen en erachteraan dat bijvoorbeeld de ‘moslimcultuur’ niet is te verenigen met de Nederlandse.

Chocolademelk

Foto: Pixabay

In zijn boek Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid schetst Yuval Noah Harari een ander beeld. Volgens Harari zijn menselijke culturen continu in beweging en in beweging in een bepaalde richting. Op microniveau en op de korte termijn zou je kunnen concluderen dat ‘culturen’ uiteenvallen. Neem bijvoorbeeld het streven van de Catalanen naar autonomie, dit zou je kunnen zien als versnippering van een (de Spaanse) cultuur. Kijk je over hele lange tijd dan is: “het glashelder dat de geschiedenis genadeloos op eenheid afstevent,” zo schrijft Harari. 

Volgens Harari zijn we al een heel eind op streek: “We hebben het nog steeds vaak over ‘authentieke’ culturen, maar als we met ‘authentiek bedoelen wat zich zelfstandig heeft ontwikkeld en bestaat uit oeroude plaatselijke tradities die nooit zijn aangetast door invloeden van buitenaf, dan zijn er op de aarde geen authentieke culturen meer over.” De ‘global village’ is een feit, we zijn allemaal met elkaar verbonden.

Die verfoeide ‘moslimcultuur’ is niet zo veel anders dan andere culturen. Er wordt gehandeld, geld vervult een belangrijke rol en ook qua religie zijn er op hoofdlijnen veel meer overeenkomsten dan verschillen. Zelfs IS en Al Qaida, die terug willen naar de tijd van de profeet, maken gebruik van moderne technieken, van moderne psychologie en bespelen de massamedia. Zelfs het meest afgesloten land, Noord-Korea, maakt deel uit van die gezamenlijke cultuur. Het kan niet zonder geld, gebruikt de technologie en zelfs de ideologie is niet specifiek Noord-Koreaans.

Harari haalt mooie voorbeelden aan van culturele vermenging die maar door blijft gaan: “Een van de interessante voorbeelden van de globalisering is het fenomeen ‘nationale keuken’. In een Italiaans restaurant verwachten we spaghetti met tomatensaus, in Poolse en Ierse restaurants vooral veel aardappelen, in een Argentijns restaurant kunnen we kiezen uit tientallen biefstukken, in een Indiaas restaurant zit in bijna alles Spaanse peper en de grootste delicatesse in een Zwitsers koffiehuis is dikke, warme chocolademelk met een Alp slagroom erop. Maar die gerechten zijn helemaal niet inheems in die landen. Tomaten, Spaanse pepers en chocolade zijn Mexicaans van oorsprong … . De aardappel is pas vierhonderd jaar bekend in Polen en Ierland. De enige biefstuk die je in 1492 kon krijgen in Argentinië was lamabiefstuk.”

“Wass sich liebt das neckt sich,” volgens een bekend Duits gezegde. Zou dat ook voor ‘nationale culturen’ gelden? Wordt er met het benadrukking van die ‘eigen identiteit’ niet de nadruk gelegd op een paar verschillen in een zee van overeenkomsten?

Fijne feestdagen meneer Rutte

Beste premier Rutte,

ik hoorde dat ik politiek correct ben en dat ik de Nederlandse identiteit te grabbel gooi of me ervoor schaam. Waarom? Omdat ik u en alle andere mensen op deze wereld fijne feestdagen wil wensen. Het zijn volgens u geen feestdagen, we zijn immers in Nederland en daar vieren kerst. Dat hoort, volgens u, bij de Nederlandse traditie en cultuur en dus moeten we elkaar fijne Kerstdagen wensen.

kersteiFoto: https://www.facebook.com/happyei.bv/?fref=nf

Laten we het religieuze aspect even buiten beschouwing. Al kan ook dat ter discussie worden gesteld omdat onze zeer verre nog heidense voorvaderen rond deze tijd ook een feest vierden. Een feest verbonden met de lichtwende, u weet wel dat de dagen weer langer gaan worden. Laten we het daar niet over hebben. Dan raken we de joods-christelijke wortels van onze cultuur zoals we het nu zien. Als historicus weet u vast ook wel dat daar vroeger heel anders over werd gedacht en dat joden en christenen niet veel met elkaar ophadden. Bovendien is ons heden beïnvloed door veel meer zaken dan het joodse en christelijke.

Beste meneer Rutte, wat er nu wordt gevierd is het kerstfeest en dat duurt twee dagen. Als ik u fijne feestdagen toewens, wens ik u dan niet hetzelfde toe als wanneer ik u een fijne kerst wens? In het eerste geval benadruk ik de twee dagen die het feest duurt, in het tweede geval het feest dat wordt gevierd. Het wordt door menigeen ook wel gecombineerd en die wensen je dan fijne kerstdagen. Wellicht zijn er zelfs mensen, ik ben ze nog niet tegengekomen maar wil het niet uitsluiten, die je fijne kersfeestdagen toewensen. Waarom gooi ik de ‘Nederlandse cultuur’ te grabbel als ik u fijne feestdagen toewens en niet als ik u fijne kerstdagen toewens?

Beste meneer Rutte, maakt u zo niet van een mug een olifant? Of beter gezegd van niets een complete theatervoorstelling? Draagt u met uw uitspraken niet juist bij aan het ter discussie stellen van een traditie? Want wordt iets niet juist als een traditie betiteld als het ter discussie staat?

Beste meneer Rutte, als u zich toch zorgen maakt over ‘tradities’ wilt u uw partijgenoot Halbe Zijlstra er dan op attenderen dat de traditie van het paasei te grabbel wordt gegooid. Nee, niet door de HEMA die er ‘verstopeitjes’ van maakte, dit tot groot ongenoegen van Zijlstra. Meneer Rutte, de kerstdagen worden overspoeld met ‘paaseitjes in kerstversiering’ en die drukken zo de ‘traditionele kerstkransjes weg.

Postadres ‘witte Nederlandse cultuur

Beste meneer Kartosen-Wong, op de site Joop bekritiseert u de criticasters van de documentaire ‘Wit is ook een kleur’ van Sunny Bergman. “De documentaire roept kennelijk al op voorhand zoveel ongemak op bij sommige critici dat zij zich in allerlei bochten wringen om deze te diskwalificeren,” zo schrijft u en daarom begrijpen zij de kern ervan niet. U hoopt toch dat: “witte Nederlanders zich dit realiseren en daardoor openstaan voor de inzichten die de documentaire aandraagt,” omdat die bewustwording uiteindelijk bijdraagt aan het oplossen van het probleem.

racisme

Beste meneer Kartosen-Wong,  wat is het probleem dat moet worden opgelost? Volgens mij komt het erop neer dat iedereen zich moet realiseren dat hij of zij vooroordelen heeft, dat er bij voorkeur wordt gekozen op gelijkenis en niet op verschil. Heel menselijk gedrag, dat onwenselijke gevolgen kan hebben. Net zoals we ons als samenleving moeten realiseren dat we heel voorzichtig moeten zijn met het baseren van beleidskeuzes op statistische gegevens.

Als ik u en de uwen moet geloven ligt het anders, dan is dat ‘ingebouwd racisme’ in de ‘westerse cultuur’ het probleem. “Uiteindelijk wordt ‘witte Nederlandse cultuur’ als voortbrenger van dergelijke vooroordelen aangeklaagd, en niet de individuele witte Nederlander wiens denken en handelen daar onbewust door worden gestuurd, zo schrijft u.

Een cultuur die een gevolg is van een ‘cultureel archief’ van de West-Europese landen: “waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen,” zoals Gloria Wekker bij De Correspondent beweert. Een bijzondere, of eigenlijk dubieuze, theorie omdat ze uitgaat van een vooropgezet plan van ‘witte West-Europeanen’ om de wereld te domineren. Alleen is de ‘plan-kaart’ of, zoals ik eerder schreef, het ‘Risk-opdrachtkaartje‘ nooit gevonden en lijkt het erop dat geschiedenis wordt aangepast aan het door u en de uwen gewenste frame. Bijzonder om nog een tweede reden en dat is dat ontkennen of ter discussie stellen van die theorie geen zin heeft, want dan lijd je aan ‘witte onschuld’ en daarmee toon je het gelijk aan van de theorie.

Als mensen zich niet aangesproken hoeven te voelen, wie dan wel? Waaruit bestaat een cultuur als ze niet uit mensen bestaat? Wie koestert dan dat: “nationale zelfbeeld van een moreel superieure Nederlandse cultuur en samenleving,” zoals u schrijft? Wat is dan het ‘postadres van de witte Nederlandse cultuur?

Zou het kunnen dat u en de uwen zoals Sunny Bergman, Mitchell Esajas, Charlene Hiwat-Kortstam, Gloria Wekker en anderen, eens in de spiegel zouden moeten kijken? Niet letterlijk om de huidskleur te bekijken, maar figuurlijk om uw eigen denken en de theorie die eraan ten grondslag ligt eens kritisch te beschouwen?

Zwarte Pieten met zwarte Piet

Op de opiniesite Joop een interessant artikel van docent Toegepaste Psychologie Henk Verhoeven. Verhoeven betoogt dat de Westerse cultuur superieur is en dan bedoelt hij niet: “klompen, oranje, Sinterklaas – met of zonder zwarte Piet – molens, nederwiet, ons gedoogbeleid of de Elfstedentocht. Evenmin dekken de Joodse of Christelijke elementen de lading. Oppervlakteverschijnselen of toevallige uitingsvormen bepalen niet de kern van die cultuur.” Voor hem blijkt de superioriteit van een cultuur uit: een samenleving zonder armoede, geweld en uitbuiting, goede gezondheidszorg en onderwijs voor je kinderen, individuele vrijheid, harmonieuze relaties met mensen om je heen en de mogelijkheid je leven zelf vorm te geven.”  Hij onderscheidt vier cultuurelementen: “het vermogen negatieve emoties te remmen, de kunst positieve emoties te activeren, rationaliteit en decentrale besluitvorming.”

zwarte-pietIllustratie: Catawiki

In opdracht van De Telegraaf is een onderzoek naar zwarte Piet uitgevoerd met als uitkomst: “driekwart van de mensen (is) niet voor aanpassing van het uiterlijk.” De Telegraaf lijkt te suggereren dat het eenvoudig is, een ruime meerderheid wil Zwarte Piet behouden en dan behouden we hem, democratisch toch? Dat er mensen zijn die zich diep gekwetst voelen, doet dan niet ter zake.

Nu behoort zwarte Piet, daar heeft Verhoeven het gelijk aan zijn zijde, niet tot de cultuur. Maar toch. Wat zien we als we het debat over zwarte Piet langs de vier cultuurelementen van Verhoeven leggen? Zien we dan niet heel veel mensen, zowel voor- als tegenstanders, die hun negatieve emoties moeilijk tot niet kunnen remmen? Overheersen die nu niet de positieve emoties: “creativiteit, initiatief, ondernemerschap, vooruitdenken en het optimistische geloof problemen aan te kunnen en projecten te realiseren”?

En dan de rationaliteit die: “impliceert ook humanisme; namelijk dat samenwerking verstandig is en geen zero-sum game is,” aldus Verhoeven. Aan de ene kant zijn er mensen die vinden dat zwarte Piet een belangrijk onderdeel van een sinterklaastraditie is die heeft niets met racisme heeft te maken. Aan de andere kant mensen voor wie zwarte Piet een kwetsend symbool van racisme en slavernij is. Hebben ze, vanuit hun perspectief bekeken niet allebei gelijk en kunnen ze alleen niet voorbij het eigen gelijk kijken? Zien ze het als een zero-sum game?

Wat zegt het als democratie wordt teruggebracht tot het JA of NEE zeggen? Is dat de beste manier van decentrale besluitvorming: “de overtuiging dat er niet één persoon is die onder alle omstandigheden, op alle momenten, alle soorten problemen kan oplossen, maar dat de hiervoor benodigde kwaliteiten verspreid zijn over veel mensen, en die dus op een georganiseerde manier in de besluitvorming betrokken moeten worden”?

Verhoeven concludeert als hij culturen langs deze maatstaf legt dat: “onze cultuur beter (is) dan alle andere culturen die ik ken (…en, o ja, Trump en Wilders zijn net zo slecht geïntegreerd in die cultuur als moslims die vrouwen besnijden of homo’s van flatgebouwen willen gooien..). Hoe geïntegreerd zijn de deelnemers aan het zwarten Pieten met zwarte Piet?

Moreel Esperanto

Multicultureel, multiculturalisme, multiculturelativisme, woorden die centraal staan in een artikel van Gert Jan Geling bij ThePostOnline. Geling is  op zoek naar een midden positie in het debat over de multiculturele samenleving.

Moreel Esperanto

Foto: www.bnr.nl

Hij doet een poging om tot een middenpositie te komen tussen zij die alle culturen even veel waard vinden en zij die uitgaan van de superioriteit van een cultuur. Een positie die gebruik maakt van de voordelen van diversiteit en toch universele waarden benoemt. Geling pleit voor het promoten van: “model van de open samenleving als vrije markt van culturen en waarden.” Voor Geling is: “Het vellen van een oordeel over culturen .. bij uitstek het meest waardevolle aspect van diversiteit in een open samenleving waarbinnen diverse culturen naast elkaar bestaan.” 

Maar waarin verschilt de positie van Geling met de positie van degene die rangorde aanbrengen en dus ‘superieure’ culturen benoemt? Want is het vellen van een oordeel over culturen niet hetzelfde als een rangorde aanbrengen? Doe je dat niet door als waarden botsen: “ … te streven naar universele waarden die breed gedeeld worden in de samenleving.” zoals Geling betoogt? Door te zoeken naar: “een dergelijke set van waarden … die als het ware als een moreel Esperanto functioneert op het gebied van waarden”?

Hoe bepaal je daar waar waarden botsen, welke keuze de juiste is voor dat ‘moreel Esperanto’? Als de waarde ‘individuele ontplooiing’ botst met ‘broederschap’, wat weegt dan het zwaarst? Bepaalt niet juist de keuze hiertussen, de culturele ‘rangorde’? En bijna net zo belangrijk, wie gaat dat bepalen?

Is de open samenleving te zien als ‘een vrije markt van culturen en waarden’? Is het niet veeleer een samenleving van individuen? Dat individu kan onderdeel uitmaken van een cultuur. En gaat het niet juist mis als we ‘moreel Esperanto’ afstemmen op culturen en hun botsingen? Mis, omdat dan het individu in de knel komt? In de knel tussen zijn ‘cultuur’ en ‘Gelings moreel Esperanto’? Zou het ‘moreel Esperanto’ niet de geldende wetgeving zijn?

Resistance is futile

Patriottisme, vaderlandsliefde, daarvoor pleit het CDA. In Trouw reageert Hans Janssens, hoofdcommunicatie van het CDA, in een warrig betoog op een column van Hans Goslinga in dezelfde krant. Als het erbij blijf de: “rechtsstaat, democratie, vrijheid en menselijke waardigheid te koesteren en uit te dragen,” dan zal Janssens op veel bijval kunnen rekenen.

BorgIllustratie: quotesgram.com

Blijft het daarbij? Goslinga bekritiseerde CDA leider Buma, die pleitte voor gezonde vaderlandsliefde met de dominantie van de joods-christelijke cultuur als fundament van onze samenleving. Volgens Goslinga moet de overheid zich verre houden van het uitdragen van een publieke moraal. Het publiek is immers pluriform. Volgens Janssens bieden: “Waarden en tradities (…) houvast in een wereld die razendsnel verandert en globaliseert.” En kan: “Alleen een samenleving die trots is op de eigen waarden en tradities, (…) van nieuwkomers verwachten dat zij deze ook willen delen.” Als die dominante joods-christelijke cultuur iets is wat bij het patriotisme hoort, gaan Janssens en Buma dan niet veel te ver? Hoe gezond is dergelijke vaderlandsliefde?

Is het niet veeleer ondanks, dan dankzij de christelijke cultuur dat  we trots kunnen zijn op de democratie, de rechtstaat, de vrijheid en de menselijke waardigheid? Zijn onze democratie, de rechtstaat, de vrijheid en menselijke waardigheid niet juist het resultaat van de strijd tegen de religie en tegen god? Een strijd om mensen zelf na te laten denken over hun leven en hun toekomst.

Verwachten zij dan ook dat ik die ‘waarden en tradities’ uitdraag? Dat ik daar trots op moet zijn? Welke christelijke en joodse waarden zijn dat dan? Hebben die twee stromingen niet een jarenlange niet zo fraaie geschiedenis? Zie bijvoorbeeld het denken van Luther over joden dat vorige week weer in het nieuws was. Maar ook welke tradities? Zijn dat die van de katholieke kerk, de joods orthodoxe, de remonstranten, de pinkstergemeente of nog andere?

Verwachten zij van nieuwkomers dan dat zij assimileren? Dat zij hun eigen waarden en tradities verloochenen? Of om de Borg, een van de vijanden van de Federation in de latere Start Trek reeksen, aan te halen: “We are the Borg. You will be assimilated. Resistance is futile.” Met als enig verschil dat de Borg: “biological and technological distinctiveness”  toevoegen aan hun eigen, het CDA lijkt die te willen uitbannen. Gelukkig weten captain Picard en zijn vrouwelijke collega Janeway, de Borg te verslaan. Waaruit blijkt dat ‘resistance’ niet ‘futile’ is. Als dit het streven van het CDA is, hoort u dan ook bij de resistance?