Burgerschapsvorming en versplintering

Elma Drayer vindt, in haar column in de Volkskrant, dat minister Slob groot gelijk heeft dat hij aandacht voor burgerschapsvorming wil verplichten. Aandacht voor burgerschapsvorming om” toenemende ‘mentale segregatie,” te bestrijden. ‘Leerlingen met verschillende denkbeelden die wel bij elkaar in de klas zitten, staan soms lijnrecht tegenover elkaar en zijn daarnaast maar matig geïnteresseerd in elkaar.” Om: “de ‘versplinterde identiteiten’ en de ‘versnippering’,” die een directeur van een school die zij aanhaalt signaleerde. Volgens Drayer is burgerschapsvorming de oplossing: “Het zal niet eenvoudig zijn om ook deze loodzware klus te klaren. Maar een andere weg? Ik zie hem niet.”

CBC_Classroom_1932

Foto: Wikimedia Commons

Dat mensen mentaal gesegregeerd zijn en dat die segregatie groot is en het vermogen om je in de ander in te leven een schaars goed is, valt dagelijks te zien. Neem het voornemen van Pegida om voor moskeeën een barbecue met varkensvlees te houden. getuigt dat niet van een compleet gebrek aan respect en inlevingsvermogen? Zo zijn er vele voorbeelden te noemen. Voorbeelden van mensen die zwelgen in het gelijk van de bubbel waarin zij verkeren. Die zelfs zo ver gaan dat ze erover denken een ‘eigen zuil’ op te richten. Voorbeelden van mensen waar ‘identiteit’ betekent anderen buitensluiten en verketteren voorbeelden van links en rechts.

Segregatie die wordt ondersteund door taal beginnend met woorden als allochtoon en autochtoon. Woorden als ‘integratie’ of ‘inburgering waarmee mensen buiten de groep worden geplaatst. Woorden zoals ‘Nederlandse, Turkse of … identiteit’. Woorden die worden gebruikt om onderscheid tussen mensen te maken. Woorden als ‘tweede, derde generatie migranten’ voor mensen die gewoon hier geboren zijn.

Segregatie die wordt ondersteund met beleid. Beleid dat onderscheid maakt tussen mensen op basis van zaken waar zij niets aan kunnen doen, zoals het geboorteland van hun ouders. Beleid zoals inburgeringscursussen en -examens die tot niets leiden, want na het behalen van dat examen wordt je nog steeds als ‘niet ingeburgerd’ gezien. Een status die zelfs je verre nazaten blijven behouden.

Dat we kinderen: “wegwijs (moeten) maken in ‘de spelregels van onze democratie’, dat zij kennis op moeten doen over het functioneren van de maatschappij, staat buiten kijf.  Dat was altijd al de opdracht van het onderwijs. Zou de mentale segregatie werkelijk minder worden met burgerschapsvorming in het onderwijs?

Wat zou daarbij effectiever zijn, de ‘wet Slob’ of het doel van het onderwijs verschuiven van de nadruk op een plek op de arbeidsmarkt en dus ‘werk, werk, werk’ naar voorbereiden op het leven? En, in het verlengde daarvan, economie zien als een middel in plaats van het doel dat het nu is?

Beste minister Slob,

Wat vindt u van het voorstel, zowel van de voorgestelde wettekst als de memorie van toelichting?” Die vraagt stelt de overheid, minister Slob van Onderwijs aan ons op de internetpagina waarop wij, inwoners van dit land, kunnen reageren op het wetsvoorstel verduidelijking burgerschapsopdracht in het funderend onderwijs. Beste minister Slob, van die gelegenheid maak ik graag gebruik. 

Internetconsultatie

Beste minister Slob, ik heb het wetsvoorstel en de toelichting erop met belangstelling gelezen. “Met dit wetsvoorstel is het voor scholen duidelijker waar burgerschapsonderwijs in ieder geval over moet gaan. Leerlingen krijgen hierdoor beter burgerschapsonderwijs en verwerven meer kennis en vaardigheden op dit gebied. Scholen hebben buiten deze kern de ruimte voor eigen invulling van het burgerschapsonderwijs.” Dat is het doel wat u met het wetsvoorstel wilt bereiken. Bijzonder omdat ik in de veronderstelling was dat het doel van het onderwijs altijd altijd al was om samen met ouders en andere opvoeders de kinderen voor te bereiden op het zelfstandig functioneren in de Nederlandse samenleving? Als dat het doel van het onderwijs is, is het dan niet vreemd dat er een apart vak ‘burgerschap’ zou moeten zijn? 

In de artikelen lees ik dat het gaat om “het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat,” Hoe moet dat, respect bijbrengen. Voor mij is respect iets wat je een andere persoon geeft, het is een vrijwillige daad. Past een dergelijke formulering niet veel meer bij een dictator, potentaat en wellicht zelfs de huidige Amerikaanse president? Die eisen dat ze worden gerespecteerd, die willen respect afdwingen en dat kan leiden tot veel, maar leidt zelden tot respect. 

Dan een slagje dieper. Gelooft u in de kracht van basiswaarden van onze democratische samenleving? Ik stel u die vraag omdat als u werkelijk gelooft in de kracht van deze waarden, ‘respect afdwingen’ niet nodig is, dan krijgen ze respect. Om de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring te citeren: “ We hold these truths to be self evident.” Deze tekst straalt weinig vertrouwen in die basiswaarden uit

Als laatste, als het actieve burgerschap en die sociale cohesie waar u in de toelichting over spreekt werkelijk een probleem zijn, is er dan niet wat anders nodig? Is er dan niet beleid op andere terreinen nodig. Beleid dat erkent dat de ‘onafhankelijkheid’ van het individu veel te ver is doorgeschoten? Beleid dat erkent dat een individu zonder een groep niets is. Beleid dat ‘werk, werk en nog eens werk’ wat minder belangrijk maakt en dat werk ziet als een middel tot een doel en niet als een doel op zich. Als cohesie het doel is dan is het ‘staand zingen van het Wilhelmus’, het kunnen ‘uitleggen waar dat lied over gaat’ en ‘een bezoek aan het Rijksmuseum’ gepruts en gerommel in de marge. Zonde van de tijd en het geld.

Populistisch anti-populisme

Burgerschapsonderwijs, in mijn ogen bijzonder dat dit een ‘vak’ op school is. Is immers het doel van het onderwijs niet om onze kinderen de bagage te geven om samen met anderen hun weg te kunnen vinden in onze democratische samenleving? Om volwaardig, autonome denkende burger te zijn van die samenleving en is het totale curriculum daar niet opgericht? Wellicht zie ik het verkeerd en is het doel een middel geworden? Over de invulling van dat middel wordt gediscussieerd.

populistisch anti-populisme

Illustratie: Tja burgerschap wat is dat nou?

Bij Joop houdt bestuurskundige Dave Ensberg-Kleijkers een pleidooi om populisme te integreren in het burgerschapsonderwijs, door te: “investeren in een positief schoolklimaat, waar geen ruimte is voor angst als zuurstof voor gestold onbehagen of schools populisme, is de basis voor het leerlingen laten leren over populisme en hen te vormen als waardengedreven burgers. … ik pleit niet voor de bestrijding van politiek populisme an sich, maar ik pleit voor het bestrijden van onwetendheid en angst als drager voor waardeloos populisme en juist voor het investeren in waardevol burgerschap.” Wat zie als je wat dieper over dit pleidooi nadenkt?

Als ik de eerste zin lees, dan zijn er scholen die investeren in een negatief schoolklimaat, waar ruimte is voor angst en schools populisme. Wat ik me bij dat laatste moet voorstellen, wordt niet duidelijk uit het pleidooi Ensberg-Kleijkers. Zouden er werkelijk scholen zijn die investeren in een ‘negatief schoolklimaat’ een klimaat waar angst heerst. Angst voor gestold onbehagen?

Die scholen moeten leerlingen vormen als ‘waardengedreven burgers’. Zegt Ensberg-Kleijkers daarmee dat populisten niet door waarden worden gedreven? Zouden er werkelijk mensen zijn die niet door waarden worden gedreven? Als er iets centraal staat in het debat van tegenwoordig, dan zijn het ‘normen en waarden’. Alleen zijn die van ‘ons’ anders dan die van ‘hen’. Investeren niet zowel die ‘ons’ als die ‘hen’ in waardevol burgerschap en verschilt alleen de inhoud van dat burgerschap?

Ensberg-Kleijkers beschrijft populisme als een: “partiële ideologie die zich in al haar verschijningsvormen afzet tegen de politieke en/of economische elite, de wil van ‘het ware volk’ normerend wil laten dicteren en gedijt bij zowel sociaaleconomische als sociaal-culturele spanningen en vooral: angst.”  Wil hij niet ook ‘normerend dicteren’ door te bepalen wat ‘positief’ en wat ‘negatief’ is? Wat ‘waardevol’ en wat dus ‘waardeloos’ burgerschap is?  Pleit hij niet voor populistisch anti-populisme en heeft hij zo zijn doel, het integreren van populisme in burgerschapsonderwijs integreren, niet al bereikt?

Bijzondere gehaktballen

Bij ThePostOnline maakt Sietske Bergsma gehakt van Tamar de Waal. Bergsma reageert op een interview met De Waal in de NRC met als kop: Turkse Nederlanders hebben geen integratieprobleem, zegt deze promovenda. Zo’n kop is natuurlijk een trigger voor discussie, alleen dekt de kop niet de lading van het interview. Het is geen uitspraak van De Waal in het interview. Daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de manier waarop Bergsma haar gehakt en de bal die zij ervan draait, bereidt.

gehakt

foto: Gehaktballen.nl

Zo begint Bergsma met een indirecte aanval op de universiteiten die De Waal bezocht: “De Waal is politiek filosoof en jurist en heeft aan haar website te zien een religieuze bedevaart gemaakt langs dié universiteiten in de Verenigde Staten, Canada en Engeland die nogal ’heavily to the left’ zitten wat liberale ideologie betreft.” Ze lardeert dit met een voorbeeld van een onderzoek dat een onderzoeker van die universiteiten deed naar: “hersenen van ‘right wingers’ waaruit bleek dat die primitief waren, terwijl die van de ‘left-wingers’ (verrassing!) ‘besluitvaardig en anticiperend’ waren.” Hoe sterk is zo’n indirecte aanval? Volgens Bergsma is dit nodig: “Zonder is er geen andere logische verklaring aan te dragen voor de bezopen, onwetenschappelijke kletspraat…” Zeker omdat begrippen als ‘heavily to the left’ waardeoordelen zijn. Wat zegt dit over De Waal? Zo bezocht Geert Wilders dezelfde middelbare school als de Ballonnendoorprikker, een middelbare school die ook nog eens door ‘ouderengoeroe’ Henk Krol en  CDA politicus Ger Koopmans werd bezocht. Leuk, maar wat zegt dit over deze mensen? Bereidt Bergsma haar gehakt zo niet in een vuile kom?

Over naar de directe aanval op De Waal. Op de vraag of De Waal het gezwaai met Turkse vlaggen als een probleem ziet, antwoordt ze: “Als er Turkse Nederlanders zijn die niet de democratische rechtsstaat onderschrijven dan zie ik dat als probleem. Maar als een partij die in de Tweede Kamer zit bepaalde grondrechten wil afschaffen voor moslims, dan vind ik dat ook een probleem.” De Waal noemt de PVV een dergelijke partij. Bergsma antwoordt: “Niemand wil grondrechten afschaffen, Tamar. Grondrechten staan altijd op gespannen voet met elkaar, zoals religie en vrije meningsuiting.” Beste mevrouw Bergsma, hoe zit het dan met het eerste punt van het verkiezingsprogramma van de PVV, de de-islamisering van Nederland door het preventief opsluiten van radicale moslims, het sluiten van alle islamitische scholen en moskeeën? Gebruikt Bergsma niet ietwat bedorven vlees?

Volgens De Waal wordt het probleem van de Turkse Nederlanders: “niet gezien als óns maatschappelijke probleem, maar als hún integratieprobleem. Als bewijs dat ze hier niet horen. … Daarmee verlies je de ‘inclusieve’ houding van gelijkheid voor iedereen die een democratisch land altijd zou moeten hebben ten opzichte van álle burgers.” Bergsma antwoordt: “Ik dacht al waar blijft hij, het orgelspel van ‘de inclusieve houding’… Gelijkheid voor iedereen in een democratische rechtsstaat heeft in ieder geval niets te maken met dat als ik mijn reet niet wil afvegen, en dat anderen het vinden stinken, dat het dan toch ook het probleem van een ander is, als bewijs dat ik er ook bij hoor. Of zoiets.” Uw stinkende reet kan voor overlast bij anderen zorgen beste mevrouw Bergsma, dat terzijde. Wat De Waal beweert is dat er wordt geklaagd over de ‘stinkende reet’ van de ander terwijl de eigen ‘stinkende reet’ niet wordt geroken. Is het ei wat ze voor haar gehaktballen gebruikt niet rot?

“Dat is een gevoel dat Nederlanders met een migratieachtergrond kunnen hebben. Maar ze krijgen juridisch ook steeds meer een punt. Gelijkwaardig burgerschap en gelijke bescherming gelden steeds minder voor mensen met een migratieachtergrond. Dat is geen probleem van links of rechts, het is een probleem van de kwaliteit van onze rechtsorde.” Dit antwoord geeft De Waal op de vraag waarom Nederlanders met een migranten achtergrond zich tweederangsburger voelen. Hiermee ontkent De Waal alles waar migranten recht op hebben: “huisvesting, uitkering, taalles, scholing, (aangepaste) woningen, gebedsruimtes, verenigingen, gezondheidszorg, gratis rechtsbijstand etcetera.” Beste mevrouw Bergsma, is er niet een verschil tussen Nederlanders met een migranten achtergrond en migranten? Zijn de eerste, waar De Waal over spreekt, niet gewoon Nederlander en hebben ze niet ook dezelfde rechten en plichten als iedere andere Nederlander? Voegt u zo niet zaagsel aan uw gehakt toe in plaats broodkruim?

Vervolgens komen de Syrië-gangers aan de beurt. De Waal kaart de ongelijke behandeling aan van mensen met twee paspoorten. “Dus als mensen willen vechten in een oorlog die er op uit is het Westen te vernietigen, … Dan is een dubbel paspoort afpakken discriminatie?” zo betoogt Bergsma op De Waals uitspraak dat het afnemen van het Nederlanderschap zonder tussenkomst van de rechter alleen mensen met een dubbel paspoort treft en dus zorgt voor rechtsongelijkheid. Bergsma vraagt zich af: “Welke andere ideeën heeft Tamar om iets te doen tegen de onmacht over uitreisende jihadisten? Subsidiariteitsbeginsel, Tamar, propedeuse rechten, tweede trimester strafrecht” Wellicht gewoon vervolgens via het strafrecht? Maar nu geef ik antwoord op de vraag. Beste mevrouw Bergsma, verandert het doen van ridicule suggesties en aan De Waal te vragen of dat wellicht alternatieven zijn, iets aan het feit dat zij constateert? Het feit dat er sprake is van rechtsongelijkheid? Heeft Bergsma haar handen wel gewassen voordat zij het gehakt ging kneden?

Dan het gevoel tweederangs burger te zijn. De Waal: “De symboliek erachter is: migranten moeten zich aanpassen aan ons en zich ideaal gedragen. Doe je dat niet, dan ga je maar terug. Of we sturen je terug. Integreer of ga! Dat geldt ook voor mensen die hier geboren en getogen zijn met een migrantenachtergrond. Dat veroorzaakt het tweederangsburgergevoel.” Bergsma antwoordt: “Arme migranten! Alsof je aan de democratische beginselen houden, hetzelfde is als ‘ideaal gedrag’. En nog altijd heb ik niet gehoord van Tamar wat die migranten dan allemaal wel niet moeten wat zo vreselijk is dat ze zich tweederangsburgers voelen. Althans, meer nog dan in de landen van herkomst waar ze (als vrouw, homo, Christen of vrije denker) derde- of vierderangsburgers zouden zijn.”  Ook hier verwisselt Bergmsa Migranten met Nederlanders met een migranten achtergrond. De laatsten zijn in Nederland geboren en hebben geen ander land van herkomst dan Nederland. Ze hebben wel te maken met mensen die hen terug willen sturen naar een land waar ze niet vandaan komen. Een tweede rot ei?

Dan de universele mensenrechten. De Waal beweert dat minister Schippers in haar HJ Schoo-lezing eigenlijk zei: “universele waarden zijn cultureel Nederlands. En wij Nederlanders – en dan bedoelt ze de mensen zonder vluchtelingen- of migrantenachtergrond – kunnen met die waarden omgaan. Mensen met een andere achtergrond kunnen dat niet of minder.” Volgens De Waal: “Het idee van die universele waarden en mensenrechten is nou juist dat iedereen vanuit zijn eigen achtergrond zich eraan kan verbinden.” Bergsma antwoordt: “Nee, het idee van universele waarden (voor de rechten van de mens) oftewel mensenrechten is dat ze nou juist niet ter interpretatie staan, want why bother als alles cultureel bepaald is en vloeibaar?” Is ‘verbinden met’ hetzelfde als ‘ter interpretatie stellen’, want dat is wat Bergsma beweert? En als iemand zich verbindt met mensenrechten, worden dan die mensenrechten ter interpretatie gesteld? Of zou het ook omgekeerd kunnen zijn, dat door dat verbinden met de mensenrechten juist de ‘eigen achtergrond’ zoals De Waal en de ‘cultuur’ zoals Bergsma het noemt, ter interpretatie wordt gesteld? Neemt in Bergsma’s gehaktbal het zout het gehakt op?

Voor De Waal is dit verwarren van mensenrechten met Nederlandse waarden (wat die ook mogen zijn) de kern van het probleem omdat: “witte Nederlanders (zo) altijd al supergeïntegreerd (zijn). Wij snappen de universele waarden zó goed, dat we ons er altijd aan houden. We hoeven het dus alleen maar over ‘buitenstaanders’ te hebben die er eventueel een potje van maken, niet over onszelf…”  Bergsma reageert hierop: ‘Witte Nederlanders die niet geïntegreerd zouden zijn’, is een gekunsteld verzinsel om de mumbo jumbo puzzelstukken in elkaar te krijgen, en het wordt niet beter door er heel zweverig over te praten.” Is de mumbo jumbo er niet juist een gevolg van dat integratie. Integratie betekent immers: “het maken van of opnemen in een groter geheel.” In dat geheel zitten ook die ‘witte Nederlanders’ en dat betekent dat niet ook zij iets moeten? Iets wat Bergsma lijkt te ontkennen. Wil zij uiengehakt maken zonder het vlees met de uien te vermengen?

En daarmee komen we bij het laatste ingrediënt van Bergsma’s gehaktbal. De Waal: “Of dat nou Erdogan-aanhangers zijn die hier met vlaggen zwaaien, of roomblanke Nederlanders die discriminerende leuzen roepen in een voetbalstadion. Het is in beide gevallen een probleem, het zijn Nederlanders met verkeerde opvattingen. Het is niet in het ene geval een integratieprobleem en in het andere geval cultureel conservatisme.” Bergsma antwoordt: “Het is onzin om allemaal ‘probleem-eigenaar’ te zijn van elkaars problemen, alleen maar omdat we allemaal op magische wijze via universele waarden verbonden zouden zijn.” Is het niet juist een kenmerk van integratie dat we daar juist wel allemaal eigenaar zijn van elkaars problemen? We proberen immers een groter geheel te maken.

Beste mevrouw Bergsma, u concludeert verzuchtend: “Kunnen we het woord integratie gewoon afschaffen alsjeblieft, want het betekent tegenwoordig van alles.” Ja, mevrouw Bergsma, het zou wel eens een heel goed idee kunnen zijn om ‘integratie’ af te schaffen. In een van mijn eerste ‘prikkers’ schreef ik: “Probleem is echter dat die ‘inburgering’ nooit leidt tot daar waar hij voor bedoeld is, namelijk tot ‘integratie’ van de migrant. Ook als aan alle eisen is voldaan, blijven we de migrant, migrant noemen. Zelfs hier geboren kinderen en kleinkinderen. We onderscheiden immers tweede- en derdegraads Turken, Antilianen, Marokkanen enzovoort. Die horen nog steeds niet bij de samenleving. Zo blijft de migrant een aparte categorie die iets moet doen om erbij te horen.” Dat grotere geheel dat we willen maken ontstaat zo niet. Organiseren we zo niet ‘apartheid’ zoals ik het in die prikker noemde? ‘Apartheid’ omdat we verschillen zoeken en dus vinden. Of sterker nog, organiseren we zo niet juist het verafschuwde ‘multiculturalisme’? Zouden we we niet beter de verschillen kunnen accepteren en zoeken naar overeenkomsten? Wellicht vinden we die dan.

Beste mevrouw Bergsma, misschien moet u eens met mevrouw De Waal in gesprek en zoeken naar overeenkomsten? Dat levert waarschijnlijk lekkerdere gehaktballen op dan die u nu presenteert.

‘By your command’

Volgens het CDA valt de samenleving langzaam uit elkaar: “Mensen leven langs elkaar heen en er ontstaan nieuwe scheidslijnen: tussen hoog- en laagopgeleiden, tussen jong en oud, tussen oorspronkelijke en nieuwe Nederlanders. We wonen in andere wijken en gaan naar andere scholen. We ontmoeten elkaar niet meer en begrijpen elkaar daarom steeds minder.” Dit valt te lezen in haar verkiezingsprogramma.  Daarom wil de partij de samenleving versterken en zet in op burgerschap. Wat is burgerschap? Daarover wordt geen uitsluitsel gegeven. Als inwoner van een stad of land ben je een burger van die stad of dat land, je hebt het burgerschap ervan. Dat betekent dat je alle plichten (houden aan de wetten en het betalen van belastingen) nakomt en aanspraak mag maken op de geldende rechten, bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst.

Cylon.png

Illustratie: Keep Calm-o-Matic

Het CDA lijkt er van alles aan toe te willen voegen: “Burgerschap vraagt om een gedeeld besef van waarden en normen,” en daarmee zijn we er nog niet: “…de bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen voor de mensen om je heen en om te zien naar elkaar. Het gaat om de inzet voor anderen die het eigen belang overstijgen.” En als klap op de vuurpijl: “Burgerschap vraagt om een brede acceptatie van onze kernwaarden en tradities, zoals die in symbolen als het Koninklijk Huis en het volkslied tot uitdrukking komen. Historisch besef, de beleving van tradities en het respect voor hetgeen onze voorouders met elkaar hebben opgebouwd, bevorderen het gevoel van saamhorigheid en identiteit, ook voor nieuwkomers in onze samenleving. Daarbij zorgen gemeenschappelijke nationale en religieuze feestdagen voor een gevoel van herkenning en verbinding.”

Sinterklaas, kerst vieren en op tweede kerst- en paasdag naar de meubelboulevard, het Wilhelmus zingen en trots zijn op het koningshuis. Ik begin me toch wat zorgen te maken of ik wel aan de burgerschap-eisen van het CDA kan en wil voldoen. Ik heb niets met het koningshuis. ‘Onze voorouders’ hebben goede en ook slechte dingen op hun kerfstok. Voor veel wat ze hebben gedaan, heb ik respect, voor veel ook niet. Zo kan ik geen respect opbrengen voor het slavernij- en koloniale verleden. Ik kan wel begrijpen hoe het zo is gekomen, dat de normen, waarden en gebruiken in het verleden anders waren. Is er trouwens ook plek voor een islamitische feestdag of voor een ‘dag van de atheïst’?

Fundamenteler wordt het als het gaat over het nemen van verantwoordelijkheid voor elkaar, of je inzetten voor een ander. Daarmee is niets mis, het overgrote deel van de mensen zal dat ook al doen: op het kind van de buren passen, de tuin van een vriend in orde maken, leider zijn van een jeugdelftal of het schrijven van columns op een website. Wordt het niet een ander verhaal als de overheid dit gaat ‘afdwingen’ en die richting lijkt het CDA op te willen gaan? ’Afdwingen’ via morele druk? Zou de overheid zich daar niet verre van moeten houden?

Waarden en burgerschap

Na enkele artikelen te hebben besteed aan het verkiezingsprogramma van de VVD, nu over naar het CDA. Volgens het CDA loopt: “Het politieke debat(…) vast in managementtaal, doorrekeningen en vastgeroeste standpunten.” De partij wil wat anders, zij wil: “een stevig debat over onze gedeelde waarden, de betekenis van burgerschap of rechtvaardigheid in onze samenleving.” Dat is nodig: “In de ik-samenleving van vandaag hebben we onvoldoende besef van het belang van gedeelde waarden en de onderlinge spelregels die nodig zijn om met elkaar samen te leven. We zijn te veel gaan geloven in een vrijheid zonder verantwoordelijkheid, in een wereld van rechten zonder plichten.” 

normen-en-waarden

Illustratie: normenenwaarden.org

Een debat over gedeelde waarden. Waarom is een debat over door iedereen ‘gedeelde waarden’ nodig? Een debat is een uitwisseling van gedachten, van de voors- en tegens. Wil ‘gedeeld’ niet zeggen dat het debat, die uitwisseling, al heeft plaatsgevonden en er consensus is bereikt? Het CDA lijkt daar wel van uit te gaan: want het zijn: “de waarden waarop onze samenleving is gebouwd.” Of zijn de waarden die het CDA noemt niet gedeelde, maar CDA waarden?

Net als de VVD, komt het CDA met: “onze handelsgeest en onze openheid naar de wereld,” dit samen met gemeenschapszin, het vreedzaam met elkaar leven in een samenleving van: “mensen met verschillende religieuze en culturele achtergronden en botsende politieke overtuigingen… Waar democratie en recht altijd het laatste woord hebben.” Want, aldus het CDA: “het zijn precies die waarden en tradities die nu onder druk staan.”

Het CDA laat, net als de VVD, na de negatieve kanten van die ‘handelsgeest’ en ‘openheid naar de wereld’ te benoemen. Zou dit bevorderlijk zijn voor het, volgens de partij, benodigde historische besef? De: “… beleving van tradities en het respect voor hetgeen onze voorouders met elkaar hebben opgebouwd, bevorderen het gevoel van saamhorigheid en identiteit, ook voor nieuwkomers in onze samenleving,” zoals de partij historisch besef definieert.

Als een debat eraan bijdraagt dat de negatieve kanten van die ‘waarden’ een plek krijgen in de gedeelde waarden en als het bijdraagt aan het historisch besef van alle Nederlanders, dan is een debat zinvol.

Zou het CDA dit bedoelen of is debat een verkeerd woord en bedoelt het CDA een les ‘burgerschap’? Want: “Burgerschap vraagt om een brede acceptatie van onze kernwaarden en tradities, zoals die in symbolen als het Koninklijk Huis en het volkslied tot uitdrukking komen,” Een goede vraag voor de lijsttrekker.