Populisme is rationele irrationaliteit

Raad een getal in een reeks van 0 tot en met 100 zodanig dat je keuze zo veel mogelijk overeenkomt met twee derde van de gemiddelde gok van alle deelnemers aan deze wedstrijd.” Aan de hand van dit raadsel op pagina 229 legt Richard Thaler in zijn boek Misbehaving het functioneren van de financiële markten uit. Om te ‘verdienen’ op die markt moet je immers een inschatting maken van wat anderen op die markt gaan doen. Anderen die eenzelfde inschatting proberen te maken.

Bron: Pixabay

Thalers boek beschrijft de ‘opkomst en ontwikkeling’ van de gedragseconomie. Een economische discipline die eind vorige eeuw opkwam. Gedragseconomen kijken, net als psychologen naar het gedrag van mensen. Dat gedrag blijkt veel minder rationeel dan waarvan de toen gangbare economische theorie uitging. Die toen gangbare economische theorie is de nu nog steeds dominante neo-liberale. Een theorie die de mens ziet als een volkomen rationeel handelend mens. In  navolging van Thaler, voordat je verder leest, geef eerst eens antwoord op de vraag en om je op weg te helpen: “stel dat er drie spelers zijn die respectievelijk 20, 30 en 40 kiezen. De gemiddelde gok is dan 30 en twee derde daarvan is 20. Degene die 20 kiest, wint dus.”

Ik stel die vraag omdat ik me afvraag of populistische politici niet ook een dergelijke vraag gebruiken om zich te profileren. Die vraag zou dan luiden: ‘neem het standpunt van de gemiddelde Nederlander, overdrijf dat standpunt naar de jou gewenste kant en vent het uit’. Door die overdrijving wijk je af van het gangbare en dat genereert bijna automatisch aandacht. Nou ja afvragen, eigenlijk constateer ik dat het zo werkt.

Als dit naar alle kanten gebeurt, verandert er niets aan het gemiddelde standpunt. Als er naar maar één kant wordt overdreven, dan verschuift het gemiddelde standpunt naar die kant.  Nu zien we tegenwoordig populisme naar alle kanten. Kunnen we daaruit concluderen dat  de ‘schade’ dan meevalt omdat het gemiddelde standpunt niet verandert of is die conclusie voorbarig?

Daarvoor moeten we een stapje verder doorredeneren. Stel Jan ‘overdrijft’ naar ‘rechts’ en krijgt een groep mensen mee. Dan zitten er binnen die groep vast enkele mensen die ook een stuk van de cake willen en die overdrijven nog verder naar ‘rechts’. Dan moet Jan ook weer een stap zetten en eindigt de groep steeds verder ‘rechts’. Aan de andere kant ‘overdrijft ‘Piet’ naar links en daar gebeurt hetzelfde. Het resultaat mag dan zijn dat het standpunt van de gemiddelde Nederlander niet is gewijzigd, Er zijn echter wel steeds minder Nederlanders die zich in dat gemiddelde standpunt herkennen en die het kunnen en willen verdedigen. Dat lijkt mij problematisch.

Als ik naar de ontwikkelingen in onze samenleving kijk, dan zie ik dit patroon. Dan zie ik steeds meer extremen die steeds verder van elkaar afstaan en steeds minder ‘gemiddelden’. Extremen die elkaar steeds meer verketteren en ‘ontmenselijken’. Een zorgelijke ontwikkeling.

Een uitkomst die is te vergelijken met de uitkomst van het raadsel waarmee ik begon. Thaler gebruikt het raadsel om aan te tonen dat ‘beter inschatten’ dan anderen niet kan als iedereen rationeel handelt. Want als iedereen rationeel en logisch doorredeneert dan geeft iedereen het antwoord 0, het meest ‘extreme’ antwoord. Waarom? Als iedereen een willekeurig getal kiest, dan zal het gemiddelde 50 zijn. twee derde daarvan is 33. Dat is logisch en volledig rationele mensen zullen zo redeneren. Logisch doorredenerend zal iedereen dit concluderen en dan is het gemiddelde antwoord 33, twee derde van 33 is 22. Als iedereen volledig rationeel denkt, dan zal iedereen tot die conclusie komen en vervolgens weer rationeel en logisch concluderen dat het antwoord twee derde van 22 en dus 15 zou moeten zijn. Als je zo maar lang genoeg logisch doorredeneert dan kom je bij 0 uit. 

Een ontwikkeling waarop het begrip rationele irrationaliteit van John Cassidy van toepassing is. In zijn boek Wat als de markt faalt omschrijft hij op pagina 159 rationele irrationaliteit als: “Een situatie waarin handelen uit rationeel eigenbelang op de markt tot resultaten die maatschappelijk gezien irrationeel en inferieur zijn,” leidt. Als we dit vertalen naar het handelen van ‘Jan’ en ‘Piet’ dan willen zij gekozen worden en zoveel mogelijk invloed. Met dat in het achterhoofd is het rationeel om te kiezen voor ‘overdrijven’, voor populisme. Het resultaat ervan is een samenleving zonder ‘samen’. Zoals al gezegd een zorgelijke ontwikkeling. Bij deze ontwikkeling moet ik denken aan een parabel van de Chorekee-indiaan en zijn kleinzoon. De oude indiaan vertelde: ‘Er speelt zich een gevecht in mij af. Het is een gruwelijk gevecht tussen twee wolven. De een is slecht, boos, hebzuchtig, jaloers, arrogant en laf. De ander is goed – hij is gelukkig, rustig, liefdevol, aardig, hoopvol, bescheiden, gul, eerlijk en betrouwbaar. Deze wolven vechten ook in jou en in ieder ander persoon.’ Toen de kleinzoon daarop vroeg welke wolf er zou winnen, antwoordde de oude indiaan: ‘diegene die je voedt’. Worden er niet veel slechte wolven gevoed?


Oorlog, vrede en Godwin

Ik begin deze Prikker met een Godwin. De wet van Godwin stelt, zo geeft Godwin in een interview met de Volkskrant zelf aan dat, “Wanneer een onlinediscussie enige tijd duurt, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met Hitler of de ­nazi’s de waarde één.”  Deze Prikker verschijnt op het internet, kan het begin zijn van een discussie en de vergelijking met de nazi’s wordt al meteen gemaakt. Al moeten jullie er toch nog even op wachten.

Bron: wikimedia Commons

Vaak wordt de wet van Godwin gebruikt om aan te geven dat vergelijken met Hitler en nazi-Duitsland niet mag. Dat een dergelijke vergelijking de maker ervan buiten de discussie stelt. Zo heeft Godwin zijn ‘wet’ nooit bedoeld: “Het hele idee achter de Wet van Godwin is ervoor te zorgen dat we ons voldoende bewust zijn van de geschiedenis om steekhoudende vergelijkingen te maken – soms ook met Hitler of de nazi’s, natuurlijk – waarover goed is nagedacht.” En dan nu naar mijn ‘Godwin’ van een bijzonder soort.

Vandaag, 5 mei bevrijdingsdag, vieren we in Nederland dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Een einde aan vijf jaar bezetting door de troepen van Nazi-Duitsland. Over drie dagen, op 8 mei, wordt herdacht dat er een einde kwam aan het Europese deel van de Tweede Wereldoorlog. Op deze dag in 1945 capituleerde nazi-Duitsland en kon er worden begonnen aan de wederopbouw van Europa. In deze paar zinnen heb ik al twee keer naar de belangrijkste oorlogsdader verwezen, nazi-Duitsland. Hoe zou het overkomen als de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht zonder de belangrijkste dader te benoemen?  

Wat we voor een Godwin nog missen, is een hedendaagse equivalent van deze situatie. Wel die biedt Juliaan van Acker bij ThePostOnline. In een artikel op deze site pleit hij voor een ‘Europese confederatie met Rusland: “Als Europa, met inbegrip van Rusland, een confederatie van nationale staten zou worden, waarin goede afspraken worden gemaakt voor een gemeenschappelijke defensie en economische samenwerking, dan kan de 21ste eeuw de beste eeuw ooit worden. Een gouden tijdperk dat veel langer duurt dan 25 jaar.” Om dit bijzondere pleidooi gaat het mij nu niet.

In zijn pleidooi betoogt Van Acker dat er na de val van de muur een periode aanbrak van echte vrede: “Vrede is niet alleen de afwezigheid van oorlog, maar ook van de dreiging van een oorlog, van een grote kans op oorlog en van de dringende noodzaak om zich op oorlog voor te bereiden. Toen de Berlijnse Muur viel en de Koude Oorlog beëindigd werd, brak zo’n periode van vrede aan die ongeveer 25 jaar duurde, van 1989 tot 2014. Hier kwam brutaal een einde aan met de Russische inval in de Krim.” Dat dit niet voor alle plekken op de wereld gold, realiseert Van Acker zich gelukkig ook: “In Syrië en in Centraal Afrika zijn veel doden gevallen tijdens burgeroorlogen en door militia’s, maar het ging niet om oorlogen tussen machtige legers met gebruik van massavernietigingswapens.” 

En dan komt nu het equivalent van een Tweede Wereldoorlog zonder Nazi-Duitsland te benoemen. Volgens Van Acker waren het: “Rusland en Iran (die) zich wel degelijk bemoeien met de conflicten in het Midden-Oosten.” Beste meneer Van Acker, missen we in dit rijtje niet een land dat zich met die en met alle andere conflicten in die periode bemoeide? Een land dat in die periode twee keer in het strijdperk trad tegen Irak? Een land dat ingreep in Afghanistan en Syrië? Dat links en rechts strooide met kruisraketten en aanvallen met drones? Dat geregeld bombardementen links en rechts en vooral in het Midden-Oosten uitvoerde? Het land dat in die periode van ‘echte vrede’ de enige overgebleven supermacht was namelijk de Verenigde Staten?

Sinds de Tweede Wereldoorlog is er geen conflict of oorlog voorbijgegaan zonder bemoeienis van de Verenigde Staten. Is het land weglaten in de lijst niet hetzelfde als het weglaten van de rol van nazi-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog? Zoals gezegd een bijzonder Godwin omdat er normaal iets met nazi-Duitsland wordt vergeleken terwijl in mijn voorbeeld de nazi’s worden weggeretoucheerd uit de geschiedenis  

Proletariërs aller landen …

Mijn identiteit? Witte cis-gender man, 40-er, hetero, geen beperking, ongelovig, ‘gewone achternaam’, uit een arbeidersgezin. Doorsnee, eigenlijk. Ik heb werk, een mening en ben niet op m’n mondje gevallen. Makkelijk.” Zo beschrijft SP-raadslid Martijn Tonies uit Oss zich in een artikel bij Joop. Een artikel waarin hij pleit voor: “meer aandacht voor identiteit graag, de klassenstrijd kan niet zonder!” Ook binnen een vakbond.

Bron: Wikimedia Commons

Ik zou mijn ‘identiteit’ of,  zoals ik het zelf noem mijn persoonlijkheid, anders omschrijven dan de manier waarop Tonies de zijne beschrijft, maar dat laat ik even passeren. Waar het mij om gaat is zijn roep om meer aandacht voor identiteit in de klassenstrijd. Nu hebben we het begrip Klassenstrijd te danken aan de Fransman, historicus en politicus François Guillaume Guizot en is het bekend geworden omdat Karl Marx en zijn kompaan Friedrich Engels het gebruikten in hun Communistisch manifest. Voor beiden is het een strijd tussen de door Baudet aanbeden bourgeoisie en het proletariaat, een strijd tussen en om productiemiddelen en productieverhoudingen. Een strijd die uiteindelijk via een proletarische revolutie zou leiden tot een klasseloze maatschappij.

Die revolutie is nog steeds niet uitgebroken. Sterker nog, de multimiljardair en ‘super belegger’ Warren Buffet ziet, tot zijn spijt, een heel andere uitkomst: ‘Er is wel degelijk een klassenstrijd gaande, maar het is mijn klasse die de strijd voeren en we zijn aan de winnende hand.’ Tot zijn spijt omdat Buffet pleit voor een eerlijker belastingstelsel. Een belastingstelsel waarin hij, om hem te parafraseren ‘wel meer belasting betaalt dan zijn secretaresse’. Ik neem aan dat Tonies de strijd tegen die door Buffet bedoelde ‘winnende klasse‘ wil aangaan. 

Tonies wil daarbij ‘meer aandacht voor identiteit’. Hij wil dat omdat tot welke klasse je hoort: “grotendeels (wordt) bepaald door je identiteit. Wie anders beweert, sluit opzettelijk de ogen voor de effecten van politieke keuzes en bijhorende systemen in onze maatschappij.” Ik vraag me af of dat zo is. Inderdaad kun je in de klassenstrijd een: “fatsoenlijk loon,” voor jongeren regelen. Ook het voorkomen dat: “je eruit geknikkerd wordt omdat je ‘te oud bent’” kan een onderdeel van de klassenstrijd zijn. De Klassenstrijd handelt immers over productiemiddelen en productieverhoudingen en beide voorbeelden handelen over de kosten van arbeid. Maar is een klassenstrijd werkelijk het aangewezen ‘slagveld’ om iets te regelen: “Als jouw achternaam er voor zorgt dat je kans op werk op voorhand al lager is dan iemand met een strafblad”? Vakbonden kunnen zich inzetten voor betere arbeidsvoorwaarden, een hoger loon en gelijke behandeling en beloning bij gelijk werk, voor een betere behandeling en beloning van het productiemiddel arbeid en dus voor een andere verhouding tussen de productiemiddelen kapitaal en arbeid. 

Zijn de kleur van iemands huid, de achternaam of seksuele geaardheid, anders dan wellicht in de prostitutie, een productiemiddel? Doet de geaardheid van een glazenwasser ertoe? Inderdaad kan je achternaam, je huidskleur of je seksuele geaardheid ervoor zorgen dat je kans op een baan kleiner is en dat zou niet mogen. Daartegen moeten we strijden en daarbij staan we: “schouder aan schouder, respecteren de ander en zijn elkaars steun in de rug: we zijn solidair met elkaar. Jouw strijd is mijn strijd,” schrijft Tonies en daarin steun ik hem. 

Alleen moet de strijd op het juiste ‘slagveld’ worden geleverd. De klassensstrijd is de strijd tussen productiemiddelen en productieverhoudingen. Een ‘strijd’ waar het nog steeds belangrijk is dat de ‘proletariërs aller landen zich verenigen’. Iets wat erg lastig is omdat die ‘vereniging’ net als in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog, nog steeds wordt belemmerd door nationalistische belangen. Of om het in moderne termen te zeggen ‘identiteiten’. De strijdt voor gelijke kansen moet worden gestreden op het politieke slagveld. En dan vooral door het geven van het goede voorbeeld want bij wet heeft iedereen al gelijke kansen. Maar ook in de handhaving van die wetgeving. Dus het optreden tegen, en bestraffen van overtredingen.

Zou het bij de strijd voor gelijke kansen helpen als iedere groep haar eigenheid benadrukt? Om net als de proletariërs vóór de Eerste Wereldoorlog te kiezen voor de eigen ‘identiteit’? Leg je zo niet de nadruk op verschillen? Zou die nadruk op de eigenheid werkelijk de strijd om gelijke kansen verder helpen? Is het wedervaren van de proletariërs van voor de Eerste Wereldoorlog niet een goed voorbeeld van wat er dan kan gebeuren? Namelijk dat je door die nadruk op de ‘eigenheid’ juist het risico loopt om, wellicht niet letterlijk zoals de proletariërs, op het ‘slagveld’ tegen elkaar uitgespeeld te worden? 


Eenheid in variatie, variatie in eenheid

Bij Elsevier las ik een artikel over een motie die de Tweede Kamer vorige week aangenomen heeft. Een motie die de regering verzoekt om: “Zo gauw de gelegenheid zich voordoet een ontwerp tot herziening van de Verdragen voor te leggen, strekkende tot het schrappen van de zinssnede ‘een steeds hechter verbond’ uit het VEU en het VWEU.”  Die afkortingen hebben betrekking op de verdragen waarop de Europese Unie is gebaseerd.

Bron: Pixabay

Vijf overwegingen brachten de Kamermeerderheid rekening tot het aannemen van deze motie. Waarvan er twee heel bijzonder zijn, de tweede en derde overweging in de motie. Laten we ze eens even onder de loep nemen. Als eerste de tweede overweging: “talloze burgers binnen de Europese Unie die zich niet thuis voelen in een EU als ‘steeds hechter verbond tussen volkeren’ omdat dit kan bijdragen aan een onnodige en onwenselijke inperking van de soevereiniteit van de lidstaten.” Bijzonder omdat binnen Europa soevereiniteit alleen kan worden beperkt als de landen haar overdragen naar de EU. De geachte Kamerleden zijn het die soevereiniteit overdragen en dat kunnen met en zonder die de woorden ‘een steeds hechter verbond’ in die verdragen. Deze motie voegt daar niets aan toe en doet er ook niets aan af. Er verandert niets met deze motie ‘voor de bühne’.

Dan de derde overweging die luidt dat: “de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) pleit voor meer ruimte voor variatie binnen de EU.” De EU is nu juist gebouwd om dingen samen en hetzelfde te doen. Dus als de lidstaten denken en verwachten dat samenwerking tot een beter resultaat voor allen leidt, dan dragen zij bevoegdheden over. Dan gaan ze het op dat betreffende punt samen en dus op eenzelfde manier doen. Dan is er ruimte voor slechts één variant. Dat is nu juist de bedoeling van samenwerking en dus ook van de Europese. Neem een douane-unie, die heeft alleen zin als voor alle landen dezelfde regels gelden. Pas dan kunnen de grenzen tussen landen worden geslecht.

De ruimte voor variatie ligt precies op die terreinen waar de landen denken dat ze het beter zelf kunnen doen. Daar dragen ze geen bevoegdheden over en wordt de variatie behouden.

‘Wilde weldoener’

In de Volkskrant een groot interview met Melissa Gates. Samen met haar man: “de gulste weldoeners uit de geschiedenis,” zo schrijft interviewer Jonathan Witteman. Hoe Witteman dat heeft bepaald en of dat dus werkelijk zo is wordt niet duidelijk, maar daar gaat het mij niet om. Waarom wel? Om enkele bijzondere uitsprake van Gates.

Bron: Pixabay

Over filantropie bijvoorbeeld. “Daaraan wil ik wel toevoegen dat er absoluut een belangrijke rol is weggelegd voor filantropie. Bill en ik hebben altijd geloofd dat filantropie een katalyserende werking kan hebben. Wij kunnen risico’s nemen en dingen uitproberen. We kunnen bijvoorbeeld investeren in een vaccin dat misschien wel of misschien niet fase twee of drie van het klinisch onderzoek gaat halen. Dat soort risico’s wil je met belastinggeld niet nemen. En als het vaccin goed blijkt te werken, kan de overheid instappen om de boel op te schalen en het vaccin voor iedereen beschikbaar te maken.” 

Een wel heel bijzondere redenering. Want laat de werkelijkheid niet zien dat ‘dat soort risico’s juist door overheden worden genomen. En dan niet alleen op het gebied van vaccins maar ook op het gebied van de core business van techbedrijven. Dat de overheid niet juist een stap terug doet als er ‘opgeschaald’ moet worden? Zoals Mariana Mazzucato in het boek De ondernemende staat aantoont, zijn alle ‘ingrediënten’ van bijvoorbeeld onze mobiele telefoon het gevolg van overheidsinvesteringen. Het enige wat Jobs en alle andere tech-goeroes nog moesten doen was het vermarkten ervan. Gaat het zo niet ook met alle nieuwe medicijnen? Worden die niet ontwikkeld op door de overheid gefinancierde universitaire onderzoekscentra en bij te verwachten succes ‘opgekocht’ door het bedrijfsleven? Het bedrijfsleven dat de opgekochte patenten vervolgens flink te gelden maakt? 

Geld dat vervolgens liefst uit de ‘klauwen’ van de belastingdiensten moet worden gehouden. Want zoals Gates betoogt: “Het is de taak van een bedrijf om zo veel mogelijk winst te genereren voor zijn aandeelhouders. Dan is het logisch dat bedrijven gebruikmaken van de gaten in het Amerikaanse belastingbeleid en winsten verplaatsen naar andere landen, want dat betekent meer geld voor de aandeelhouders.” Ik dacht altijd dat een bedrijf draaide om het maken van een kwalitatief goed product dat de klant, de koning, blij maakt? Als winst werkelijk de drijfveer is, waarom dan nog producten maken? Dan kun je net zo goed in geld gaan handelen. Nu is dat ook wat er gebeurd. Neem bijvoorbeeld de autofabrikanten. Die bieden je een lening aan bij de koop van je auto. Naast fabrikant zijn ze ook bankier en als bankier verdienen ze meer dan met de auto die ze je verkopen. Het product is zo een middel om in geld te gaan handelen. En het voordeel van geld is dat het geen productiekosten heeft. Je typt wat getallen in een computer en het is er.

Een wel erg smalle taakopvatting van die helaas, zoals gezegd, door veel bedrijven wordt aangehangen. Is dat niet het werkelijke probleem? Een probleem dat er de oorzaak van is dat de Gatesjes, de Bezosjes, de Zuckerbergjes en al die andere superrijken er zo warmpjes bijzitten? Aan de ene kant profiteren van de investeringen van de belastingbetaler. Vervolgens die belastingbetaler als consument een poot uitdraaien door absurde prijzen te vragen voor de producten en vervolgens de consument en belastingbetaler als burger nogmaals uitmelken door belastingen te ontwijken. En dan als ‘filantroop’ goede sier maken.

Trouwens niet alleen als filantroop. Ook als pleiter voor hogere belastingen: “Bill en ik hebben al meermaals gepleit voor hogere belastingen voor de rijken in Amerika. Het is hoog tijd om het Amerikaanse belastingbeleid opnieuw tegen het licht te houden, want het systeem klopt niet, met als gevolg de grote ongelijkheid die nu in de Verenigde Staten heerst.” Is dat ‘pleidooi’ niet wat gratuit als je als ondernemer er alles aan doet om juist geen belastingen te betalen? Niemand verplicht je om als bedrijf de belastingen te ontwijken. Dat is een keuze en de bedrijven waar deze ‘filantropen’ eigenaar van zijn kiezen er bewust voor. Ze zouden ook een andere keuze kunnen maken.


Lof der zotheid

“ Wat moet hierover nog worden beweerd? Alsof niet uit mijn hele gezicht, zoals men zegt, duidelijk genoeg blijkt wie ik ben. Als iemand zou beweren dat ik Minerva of Sofia ben, dan kan hij toch met één oogopslag duidelijk zien dat ik dat niet ben. Ook als er geen woorden aan te pas zouden komen die een ware spiegel van de geest zijn. Er is bij mij geen plaats voor schmink en er staat op mijn voorhoofd niets anders te lezen dan wat er in mijn hart schuilt. Ik lijk overal op mezelf, zozeer dat de mensen niet kunnen doen alsof ze mij niet kennen, mensen die speciaal voor zichzelf persoon en titel Wijsheid opeisen en rondlopen als apen in purper en ezels in een leeuwenhuid. En terwijl zij ijverig doen alsof, komen toch ergens de uitstekende oortjes van Midas tevoorschijn. Allemachtig, wat is dit slag mensen ondankbaar! Zij zijn bij uitstek lid van mijn partij, maar ze schamen zich zo ten overstaan van de grote massa over mijn naam, dat zij die overal anderen als grote schande voor de voeten werpen. Heb ik niet het volste recht deze domoren – die  juist wijzen en Thaleten willen lijken – morosofen  te noemen?”  De ik die in deze passage spreekt is de zotheid en die is aan het woord in Lof der zotheid van Desiderius Erasmus. Een morosoof is zoiets als een dwaaswijze.

Bron: Wikipedia

Deze week werden we opgeschrikt of verblijd, het is maar hoe je er tegenaan kijkt, door de perikelen binnen het Forum voor Democratie. Perikelen die herkenning oproepen omdat we ze al eerder hebben gezien. De LPF en de PVV gingen de club van Baudet voor. Staand voor mijn boekenkast en met deze perikelen en de erin opererende personen in mijn achterhoofd, trok Lof der zotheid mijn aandacht. Het boek werd voor het eerst in 1511 zonder toestemming de auteur gedrukt door vrienden van de auteur. En al bladerend viel mijn oog op het vijfde hoofdstuk met als titel Zotheid vermomt zichzelf niet waarmee ik hier open. Een bij de perikelen en de erbij betrokken personen passende passage?

Erasmus biedt meer passende hoofdstukken. Bijvoorbeeld Zij imiteert moderne redenaars, het vijfde hoofdstuk. “Daarom lijkt het mij goed onze moderne redenaars te imiteren, die werkelijk geloven dat ze goden zijn, maar het lijkt er eerder op dat ze als een bloedzuiger twee tongen hebben. Zij beschouwen het als een geweldig belangrijke prestatie om in Latijnse redevoeringen van tijd tot tijd een paar Griekse woorden te vlechten als in een mozaïek, ook als ze daar niet op de juiste plaats staan. En als ze die exotische woorden niet kunnen vinden, diepen ze uit stoffige geschriften vier of vijf oude woorden op, die de lezer door hun duistere betekenis in verwarring brengen. De lezers die ze wel begrijpen zijn meer en meer met zichzelf ingenomen, bij wie ze niet begrijpen is hun bewondering omgekeerd evenredig aan hun begrip. Dit is immers juist het niet onaardige genoegen van mijn gevolg om tegen de vreemdste dingen hoog op te zien. Zij die niet zo eerzuchtig zijn lachen en klappen toch als ezels die hun oren bewegen, om anderen goed te laten zien dát ze het begrijpen.”

Of neem hoofdstuk 9 met de titel Haar gevolg. Een hoofdstuk over de personen waarmee Zotheid zich ophoudt. Erasmus: “De dame die u daar ziet, die met die opgetrokken wenkbrauwen, is de Eigenliefde. De andere, die lijkt te lachen en te applaudisseren, heet Vleierij. Die daar half lijkt te slapen is Vergeetachtigheid genaamd, en die daar met de gevouwen handen op beide ellebogen leunt heet Werkschuwheid. De dame die omkranst is met rozen en helemaal besprenkeld met parfum is Genot, die met haar rollende ogen wordt Dwaasheid genoemd. Zij daar, met haar welverzorgde huid en welgedane lichaam, heet Weelderigheid. U ziet ook twee godinnen onder de meisjes: de ene heet Dinkgelag en de andere Vaste slaap. Met behulp van dit trouwe personeel dus onderwerp ik alles en iedereen aan mijn gezag en ben ik zelfs keizers de baas.”

Ook passend hoofdstuk 26. “Maar laat ik terugkeren naar waar ik aan begonnen was: wie anders dan vleierij heeft van al die boerse lieden die zo hard zijn als steen en ruw als hout een beschaafde gemeenschap gemaakt? De citers van Amphion en Orpheus hebben namelijk geen andere betekenis. Wat vormde het uiterst onrustige Romeinse volk weer tot een eensgezinde gemeenschap? Een filosofische toespraak soms? Niks hoor, eerder een belachelijk en kinderachtig fabeltje over de buik en andere lichaamsdelen. Precies evenveel waard was het fabeltje van Themistocles over de vos en de egel. Welke wijze rede zou hetzelfde bewerkstelligen als die verzonnen verhaaltjes van Sertorius over zijn hert of dat van die Spartaan over twee honden en dat belachelijke verzinsel van genoemde Sertorius over het uittrekken van haren uit een paardenstaart? Laat ik nu maar niets zeggen over Minos en Numa, die beiden de zotte menigte bestuurden met fabelachtige verzinsels. Door dit soort onzin wordt het volk, dat reusachtige en machtige ondier, gestimuleerd.” Een  hoofdstuk met de passende titel Het volk laat zich leiden door onzin en verzinsels.

Als afsluiting een laatste keer naar Erasmus: “Ik heb niets tegen offers, ik word ook niet boos en ik eis geen zoenoffers als er een of andere ceremonie is overgeslagen. Ik beweeg ook niet hemel en aarde als de ander goden wel worden uitgenodigd, terwijl ik thuis moet blijven, en als ik niet mag meegenieten van de wettige walm van offerdieren. de andere goden zijn zo lichtgeraakt dat het in zekere zin meer de moeite loont en ook veiliger is hen met rust te laten dan hen te vereren. Zo bestaan er ook mensen die moeilijk doen en zich zo gauw gekwetst voelen, dat ze maar beter wildvreemden voor je kunnen zijn dan huisvrienden. Maar niemand, zegt men, offert aan de Zotheid of bouwt een heiligdom voor haar. Zoals ik al zei, verwonder ik mij inderdaad enigszins over deze ondankbaarheid. maar omdat ik zo toegeeflijk ben neem ik dat voor lief; trouwens, ik heb er ook eigenlijk helemaal geen behoefte aan. Want waarom zou ik vragen om een beetje wierook, offermeel, een bok of een varken, als alle mensen mij overal een eer bewijzen die zelfs door theologen in hoge mate wordt gebillijkt? Zou ik soms Diana moeten benijden omdat aan haar mensenbloed geofferd wordt? Ik denk dat ik heel vroom word vereerd als zij mij overal – zoals iedereen dat nu eenmaal doet – in hn hart sluiten, in hun levenswandel navolgen en in hun dagelijkse doen en laten steeds zichtbaar maken. een dergelijke heiligenverering komt zelfs bij christenen niet vaak voor. Hoeveel mensen zijn er niet die een kaars aansteken voor de Moedermaagd, midden op de dag als het nergens voor nodig is? Hoe weinig mensen zijn er daarentegen die proberen haar kuisheid te evenaren, haar bescheidenheid en haar liefde voor hemelse zaken? Want dat is pas de ware verering en die hemelbewoners het meest dierbaar. Bovendien, waarom zou ik een tempel willen hebben, wanneer de hele wereld, als ik mij niet vergis, mijn allermooiste tempel is? Priesters zijn er ook genoeg, zolang er mensen zijn. Ik ben ook niet zó zot dat ik roodgeverfde stenen beelden wil hebben. Die staan mijn eredienst maar in de weg, omdat al die sufferds en sukkels de beelden in plaats van de heiligen zelf aanbidden. Dan gebeurt er met mij precies wat die heiligen overkomt die door hun plaatsvervangers worden verdrongen. Ik geloof dat er voor mij evenveel standbeelden zijn opgericht als er mensen zijn, want zij zijn mijn levende evenbeelden, zelfs als ze dat niet willen. Zo hoef ik de andere goden nergens om te benijden, als zij op verschillende plaatsen op aarde en zelfs op vaste dagen door steeds weer andere mensen worden vereerd – zoals Phoebus op Rhodos, Venus op Cyprus, Iuno in Argos, Minerva in Athene, Jupiter op Olympus, Neptunus in Terente, Priapus in Lampsacus – zo lang de hele wereld mij maar steeds haar beste offers breng.”  Aldus hoofdstuk 47 uit het werk van Erasmus met de titel De zotheid wordt altijd en overal zelfs tegen wil en dank geëerd. 

Laten de opkomst van, aanhang voor en de perikelen binnen de LPF, de PVV en het FvD niet zien dat zotheid nog steeds wordt geëerd?

Gewel(da)dige gelovigen

In een column bij ThePostOnline ziet Juliaan van Acker twee bedreigingen voor de sociale cohesie: “ten eerste de toename van de verschillen tussen rijk en arm, met vooral de verarming van de middenklasse. Ten tweede de aanwezigheid van miljoenen moslims in Europa, die zich niet willen en kunnen integreren.” In deze bijzonderen column staat die tweede bedreiging centraal.

Desembarco de Colón.Bron: Wikipedia

“Christenen brengen tot in de verste uithoeken van de wereld de boodschap van liefde voor elke naaste, zonder uitzondering, ook voor diegenen die vijandig staan tegenover het Christendom. Waarom verzaken de Europese moslims deze taak?” Aldus de laatste zin uit Van Ackers column. Nu valt daar het een en ander op af te dingen. Niet op het brengen van de christelijke boodschap tot in alle uithoeken van de wereld. Daar hebben onze voorvaderen zich inderdaad flink mee bezig gehouden. Alleen niet altijd en overal op een even vreedzame manier. De Spaanse kerstening van wat we nu Latijns Amerika noemen, ging gepaard met bijbel en zwaard en de christelijke trek westwaarts van de Amerikanen werd geregeld vergezeld door een kogelregen. Die ‘liefde voor elke naaste’ gold niet voor die inheemse heidenen. 

Trouwens ook tegenwoordig trekken christelijke predikanten de wereld in met een boodschap die alles behalve tolerant is en getuigt van ‘liefde voor alle naasten’. Neem bijvoorbeeld de Amerikaanse predikant Steven Anderson die in ons land de ‘boodschap van liefde’ wil verkondigen. Liefde die niet geldt voor de anders geaarde medemens. Nee zo ‘naastenlievend’ als Van Acker het doet voorkomen, zijn niet alle christenen. “Als vijf procent van de moslims bereid is tot terroristische aanslagen in naam van Allah, dan zijn er binnen de Europese Unie drie miljoen potentiële terroristen,” zo rekent Van Acker voor. Hoe hij aan die 5% komt, maakt hij niet duidelijk. Maar mensen zijn mensen en dit betekent dat eenzelfde percentage van de  christenen een of andere  “Anderson-manier’ aanhang. En 5% van 450 miljoen overige Europeanen, maakt 22,5 miljoen potentieel gewelddadige christenen.

Even terug naar: “De overige 57 miljoen moslims in de Europese Unie, die van goede wil zijn en hebben ervaren wat een Verlichte maatschappij betekent.” Die volgens Van Acker verzaken. Hoezo ‘verzaken’ zij? Laten zij niet dagelijks zien dat ook de islam een godsdienst ‘van liefde voor elke naasten, zonder uitzondering voor diegenen die vijandig staan tegenover de islam’? Dragen zij niet precies de boodschap uit die Van Acker van hen verwacht? 

… en dingen die voorbij gaan

Na Juliaan van Acker die zoals ik vorige week schreef, de brand van de Notre Dame beschouwt als een ‘ijkpunt voor de aftakeling van de Europese beschaving, ziet ook Sid Lukkassen bij ThePostOnline een bijzondere betekenis in die toevallige brand: “Dit is een turning point voor West-Europa.”

Bron: Wikipedia

Dat klinkt nogal dramatisch, of zoals Lukkassen het zelf noemt hyperbolisch maar hij legt het uit. “Ik doel op de scheppende levensdrift van een cultuur, de levensfelheid, het bezielende genie. En dat deze creativiteit in elke levensfase van een beschaving op een eigen wijze tot uiting komt. Als een cultuur enkel nog dat kan bewenen wat verloren is gegaan, maar niet meer in staat is om iets van gelijke waarde, kracht en uitstraling terug te scheppen, dan is het klaar.” En daarmee zijn we bij de kern van zijn betoog. Volgens Lukkassen wordt er tegenwoordig niets meer van waarde geschapen: “Wij moderne mensen beschikken over techniek die honderd keer geavanceerder is dan wat de middeleeuwer had, en tóch kiezen wij ervoor om te leven in een wereld van plastic en beton. Waarom? Het is volslagen debiel. En dan de luchtkwaliteit in veel grote steden. Een warme droge lucht, die te lang binnenskamers is gehouden bij de slecht geventileerde gebouwen van de bureaucratie – een lucht die geurt naar machineolie en zweet. Dat is de wasem van Brussel. Waarom omringen we ons met lelijke gebouwen en onfrisse lucht – is het masochisme?” Nee die middeleeuwer deed het veel beter. “De middeleeuwer leefde in een lemen hut maar begreep de waarde van sacraliteit, van vervoering: hij bouwde schrijnen met majestueuze standbeelden en ramen van schitterend glas-in-lood. Hij onttrok zich aan zijn modderige ondergrond en schiep een plaats die hem in contact stelde met het transcendente.”  

Gelukkig is er hoop en staan we op een keerpunt zo betoogt Lukkassen: “Er is geen gegronde reden waarom de esthetische kunsten zich de huidige postmoderne lelijkheidcultus laten welgevallen; ik zie niet in waarom de scheppende kracht van onze cultuur vandaag uitgeput zou zijn – waarom we niet verder komen dan grijze betonconstructies en vergulde drollen..” We staan dus voor de keuze, gaan we door met het bouwen van lelijkheid of ‘voeden we onze scheppende kracht met de historie’, om Lukkassens woorden te gebruiken.

Dat er tegenwoordig veel lelijks wordt gebouwd, kan ik alleen maar beamen. Rij maar eens over willekeurig welke snelweg en bekijk de ‘dozen’ die er staan. Nee, daar is schoonheid ver, of liever gezegd tevergeefs te zoeken. Of neem willekeurig welke Vinex locatie of nieuwbouwwijk. Ook daar is schoonheid de welbekende speld in een hooiberg. Toch is er het nodige af te dingen op Lukkassens betoog.

  Dat de Notre Dame er na zo’n achthonderdvijftig jaar nog staat, maakt het een monumentaal pand. Dat wil echter niet zeggen dat de kerk als monument is gebouwd. Prestige en nut, dat zijn de twee redenen waarom nu monumentale gebouwen ooit zijn gebouwd. Niet om er na achthonderd, zoals de Notre Dame of na tweeduizend zoals bijvoorbeeld het Colosseum in Rome of het Pont du Gare bij Nimes, nog te staan. Het prestige dat je tegenwoordig als stad hebt met de hoogste wolkenkrabber of een op een andere manier bijzonder gebouw zoals een museum, gaf een bijzondere kerk je stad, maar vooral jou als bisschop of landheer, in de Middeleeuwen. Om die reden is de Notre Dame gebouwd, als prestigeproject waarin ook kerkdiensten werden gehouden. Het gebouw moest afstralen op bouwheer Maurice de Sully, de bisschop van Parijs. 

“Het is het beste om zowel de historie in ere te houden als om zélf te creëren in het heden. Het is eigen aan onze decadente tijd dat beide dimensies niet in harmonie zijn,” schrijft Lukkassen. Om de kerk te kunnen bouwen, moest De Sully eerst een monumentale kerk uit de vierde eeuw op die plek afbreken. Als De Sully zich aan dit adagium had gehouden, dan had de Notre Dame er nooit gestaan. Dan was de historie in ere gehouden en had de Sint-Stefanuskathedraal er wellicht nog gestaan.

Van al die prestige objecten van vroeger, hebben er slechts een gering aantal de tand des tijds doorstaan. Brand, oorlog maar ook en vooral nutteloosheid en nieuwe ‘prestigezoekers’ zijn er de oorzaak van dat veel bijzondere gebouwen er nu niet meer zijn.  Je zou zelfs een theorie kunnen poneren dat de reden dat de Notre Dame er nog staat, erin is gelegen dat het katholicisme sinds de Middeleeuwen flink aan belang heeft ingeboet. Had het katholicisme nog steeds dezelfde centrale plek als in de tijd van de bouw, dan zou er tussen toen en nu vast wel een bisschop of landheer zijn geweest die de kerk had gesloopt om er een nieuwe, nog grootsere te laten bouwen. 

Bron Wikimedia Commons

Wij kunnen zoveel, maar hebben onze Europese eigenwaarde verloren – de trots is weg: de scheppende kracht wordt niet gevoed door appreciatie voor onze geschiedenis.” Zo betoogt Lukkassen. Is het werkelijk zo somber met ons gesteld als Lukkassen beweert? Zou het niet kunnen dat er ook tegenwoordig monumentale panden worden gebouwd? ‘Zelf gecreëerd’ zoals Lukkassen het noemt? Alleen weten we nu nog niet dat ze ‘monumentaal’ zijn, wellicht weten de kleinkinderen van onze kleinkinderen dat. Van alles wat er nu is gebouwd, staat dan nog maar een klein deel overeind. Al die ‘lemen hutten’ van de Middeleeuwers staan er nu niet meer en zo zullen die ‘dozen’ en ‘vinex locaties’ er over honderd jaar ook niet meer staan, net als een flink deel van die wolkenkrabbers. Het kleine deel van de gebouwen dat men in de tijd tussen nu en dan de moeite van het behouden waard vindt en vooral dat een nuttige functie vervult zoals wellicht het Sidney Opera House of het Guggenheim in bijvoorbeeld Bilbao. Maar vast ook enkele gebouwen die nu niet eens opvallen. 

Trouwens, kan die scheppende kracht niet alleen maar zijn werk doen als er geregeld wat geschiedenis wordt vernietigd? Immers niet alle geschiedenis is monumentaal en het ‘uitwissen’ van die geschiedenis maakt ruimte voor de toekomst. Alleen de geschiedenis, de oude gebouwen die een plek in de harten van de mensen verovert, wordt monumentaal de rest is … voorbijgaand. 

Vakken- of zakkenvullen?

Je kunt er de klok op gelijk zetten. Waarop? Op de VVD. Eens in de zoveel tijd roept een VVD’er weer dat werklozen verplicht aan de slag moeten. Deze keer moeten ze aan de slag als vakkenvuller in supermarkten. “Meer dan een miljoen Nederlanders zoeken nog werk. Gemeenten en het UWV moeten die mensen helpen. Het voelt vreemd om arbeidsmigranten te laten invliegen; bied eerst werk aan aan Nederlanders,” aldus VVD-kamerlid Dennis Wiersma bij de NOS.

Bron: Wikipedia

Wiersma reageerde op berichten dat de vakken in sommige supermarkten ’s nachts worden gevuld door Polen. Die vakken ’s nachts vullen gaat sneller omdat er dan geen publiek in de winkel loopt. Een vertegenwoordiger van het Centraal Bureau Levensmiddelen geeft aan dat de supermarkten niet actief zoeken naar Polen. Wel zijn er supermarkten die kampen met een tekort aan vakkenvullers.

Nu vierde de dochter van vrienden laatst haar achttiende verjaardag. Een heuglijke gebeurtenis in het leven omdat je dan volwassen wordt. Je wordt voor de wet zelfstandig, mag gaan stemmen en zo zijn er nog meer zaken zoals legaal alcohol drinken en kopen. Aan de andere kant moet je ook wat, zoals bijvoorbeeld het afsluiten van een ziektekostenverzekering. Helaas voor de dochter van onze vrienden, betekende de start van haar negentiende levensjaar ook meteen haar ontslag als medewerkster bij de Appie in de buurt. Toch vreemd dat een sector die klaagt over te weinig arbeidskrachten, iemand op straat zet alleen omdat ze achttien wordt. 

Alhoewel vreemd. Sinds 2017 wordt het minimumjeugdloon stapsgewijs verhoogd. Nee niet voor alle jeugdigen, alleen voor jeugdigen van achttien en ouder. Voor een zeventienjarige verandert er niets, die verdient nog steeds 39,5 procent van het wettelijk minimumloon. Maar daar waar je voorheen pas op je drieëntwintigste in aanmerking kwam voor het wettelijk minimumloon, kom je dat nu al met tweeëntwintig en vanaf 1 juli al met eenentwintig jaar. En als we naar een achttienjarige kijken, dan kreeg die voor 1 juli 2017 45,5 nu 47,5 en vanaf 1 juli 2019 50 procent van het minimumloon. 

Zou dat een verklaring zijn voor het ontslag van de jonge dame? En, zou dat ook een verklaring kunnen zijn voor het tekort aan vakkenvullers? Zou het streven naar winst voor de aandeelhouders en de eigenaren hier een verklaring voor zijn? Zou het streven naar zakkenvullen het vakkenvullen belemmeren?

Pubers en politiek

‘Ut is ok noejt good of ut deug neet.’ Zo zei mijn moeder vaak als iemand weer eens iets deed waarop anderen flinke kritiek hadden. Aan die uitspraak moest ik denken toen ik allerlei berichten las over Greta Thunberg.

Voor degenen die nog nooit van Thunberg hebben gehoord. Thunberg is een scholier van nu een jaar of zestien. Ze werd beroemd toen ze besloot om na de zomervakantie van 2018 tot aan de Zweedse verkiezingen niet meer naar school te gaan omdat ze zich zorgen maakte om het klimaat. Thunberg ging met een zelfgemaakt bord met daarop de tekst ‘Skolsjtrejk för klimatet’ voor het Zweedse parlement zitten. Die actie leverde haar zeer veel publiciteit op en leidde ertoe dat ze veel is geïnterviewd en wordt gevraagd om  toespraken te houden. Zo mocht ze een paar dagen geleden het Europees Parlement toespreken. 

Maar zoals dat gaat als je ‘beroemd of bekend’ wordt, zijn er mensen die je voor jou karretje proberen te spannen maar ook mensen die zich vervolgens tegen je af zetten. In het geval Thunberg ligt die scheiding vrij duidelijk. Mensen die vinden dat het klimaat in gevaar is, zien in haar een kleine held. Mensen die de klimaatverandering of het aandeel van er mens erin een hoax vinden, maken haar belachelijk. Zo ook Forum voor Democratie leider Baudet. Hij twitterde: “Haha. Dat dit vroegrijpe Alice Miller-syndroom mag “speechen” in het Europees Parlement is de ultieme illustratie v/h failliet van de huidige elites. Laten we de kneuzen die meejanken met dit narcistisch pubertijdsperikel vervangen en verslaan.” ‘Vroegrijpe Alice-Miller syndroom’ en ‘narcistisch pubertijdsperikel’, stevige taal richting een zestienjarige door een kamerlid met, zo is mijn inschatting, zeer veel kennis van narcisme. 

Nu wordt er in politiek, bestuurlijke kringen in diverse gemeenten verwoed gepoogd om kinderen en jeugdigen kennis te laten maken met het gemeente bestuur, de politiek en zo met onze democratie. Onze jeugd moet immers leren hoe dat democratie een belangrijk goed is waaraan we samen moeten werken. Trouwens niet alleen gemeenten, ook de Tweede Kamer zet zich daarvoor in. Zo organiseerde de Kamer vorig jaar voor het eerst het Kindervragenuur. Leuk zo’n groepje kinderen dat wat vragen komt stellen. Maar o wee als ze een mening hebben en vooral een mening die Baudet niet aanstaat. Dan volgt een scheldpartij die deze hele investering weer teniet doet. Zeggen die scheldwoorden trouwens niet meer over degene die ze bezigt? 

Beste meneer Baudet. U mag best vinden dat er collega-politici zijn die Thunberg misbruiken voor hun gewin en zich tegen hen afzetten. Het is daarvoor niet nodig Thunberg te beledigen. Het zou u sieren als u uw excuses maakt. Mocht dat in uw brein niet opkomen, dien dan een motie in om al die pogingen om kinderen bij de politiek te betrekken, te staken. Dan bent u tenminste consequent in uw gedrag. De keuze is aan u.