Generatie geleuter!

Ik, en met mij mijn leeftijdsgenoten, hebben het gedaan. Tenminste, als we Rutger Koopmans moeten geloven. Koopmans wordt door de Volkskrant geïnterviewd. Het interview is er een in een serie. Waar gaat die serie over: “De tegenstellingen in Nederland openbaren zich in tal van geledingen. Waar ligt de oorsprong en waartoe zal het leiden? “  Koopmans was: “ooit ING-topman maar tegenwoordig actief als ondernemer bij ‘carrièretransformaties.” Wat hebben ‘we’, mijn leeftijdsgenoten en ik, gedaan?

Bron: Kinderkleurplaat.nl

Nou ‘we’ zijn schuld aan zo ongeveer alle ellende in de wereld. “Wij hebben als geen andere generatie ooit een ongelofelijke aanslag op het milieu gedaan. Pas nu schetsen we oplossingen voor 2030-2040. Zo van: ‘Na ons pensioen doen we die energietransitie wel.’ Maar de inspanningen die moeten worden geleverd, komen bij jullie terecht. Dat is nogal makkelijk. Je ziet hetzelfde bij sociale kwesties als het lerarentekort en het gebrek aan personeel in de zorg.” Zo, daar moet ik het mee doen! Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa dan maar? Nou, er is nogal wat af te dingen op de redenering van Koopmans.

Koopmans spreekt over generaties en zet daarbij de ‘millennials’ geboren tussen 1980 en 1994 af tegen de ‘verloren generatie X’ geboren tussen 1955 en 1970. Geboren in 1966 behoor ik dan tot die laatste generatie. De Millenials: “groeide op in welvaart tijdens de digitale revolutie, mocht zich vrijelijk ontplooien en werd als ‘schaarstegoed’ in kleine gezinnen gepamperd.”  En Generatie X: “groeide op in de naoorlogse verzorgingsstaat, maar ervoer economische terugval ten tijde van de tweede oliecrisis.” Voor de ‘millenials’ en nog jongeren onder ons, die crisis brak uit na de Iraanse revolutie in 1979. Door die revolutie, die Ayatollah Khomeini aan de macht bracht en van Iran een islamitische republiek maakte, werd de olieaanvoer vanuit dat land onzeker waardoor de prijs ervan steeg. Dit leidde tot een diepe economische crisis. 

Koopmans werpt zich, zo lees ik, op als: “onorthodox vertegenwoordiger van generatie X.” Nu begrijp ik dat Koopmans, als ondernemer, schrijver en onderzoeker van de ‘generatiekloof’, erbij is gebaat om zaken scherp weg te zetten en de waarheid of werkelijkheid soms wat aan te dikken. Dat doet het immers goed in de ‘verkoop’. En dat blijkt want hij wordt als ‘deskundige’ door de Volkskrant geïnterviewd. Nu kan ik mij van mijn jeugd ‘ten tijde van de tweede oliecrisis’ goed herinneren dat de leden van die generatie  X, onderling erg verdeeld waren over waar het met de samenleving naartoe moest. Daarin weken we trouwens niet af van de generaties voor en en na ons. Een deel van ons nam deel aan de grote demonstraties tegen ‘kernraketten’, een ander deel had liever ‘een raket in de tuin, dan een Rus in de keuken’. Door nu over ‘generaties’ te spreken als een eenheid, verhult Koopmans de verschillen tussen mensen die niets met elkaar gemeen hebben behalve hun leeftijd.

Een ander voorbeeld. Koopmans over toen hij afstudeerde op de toekomst van de verzorgingsstaat: “Terugkijkend uitte ik destijds terechte zorgen over de onbetaalbaarheid ervan (de verzorgingsstaat), maar dat gold toen als verderfelijk neoliberale taal.” Dat moet dan begin jaren tachtig zijn geweest. Die kritiek was regeringsbeleid. Het waren de jaren van Lubbers en Ruding met het ‘no nonsense’ beleid van flinke bezuinigingen op de overheidsuitgaven en de sociale zekerheid.

Echt bizar wordt het als Koopmans de volgende vraag krijgt voorgelegd: “Uw generatie verzette zich tegen oude structuren in de jaren zestig en zeventig. Maar ondertussen is niet gewerkt aan nieuwe structuren, voor ons als millennials. Voelt u zich daar schuldig over?” Hij antwoordt: “Ja, we braken vermolmde structuren af, zorgden voor democratisering en betere sociale verhoudingen. Maar toen we het goed hadden geregeld voor onszelf, met een bloem in ons haar, kozen we een nieuw mantra: ‘En nu regeert de marktwerking en is het ieder voor zich.’ We hebben als generatie die aan zet was niet het fundament gelegd voor een verzorgingsstaat nieuwe stijl, waarin het individu minder op zichzelf hoeft terug te vallen dan nu gaat gebeuren.” Tegenwoordig hebben we milieuactiviste Greta Thunberg die zich als puber inzet voor een betere wereld. Volgens Koopmans waren ik en mijn leeftijdsgenoten nog veel eerder politiek actief. Wij waren met de luiers aan en velen zelfs nog niet eens geboren laat staan verwekt, al bezig waren met het afbreken van ‘vermolmde structuren’. Nu weet ik eindelijk waarom ik, als ik kwaad was, de met de ‘Treseblokken’ gebouwde bouwwerkjes van mij broers, sloopte. Die waren vermolmd en dat had ik in mijn kwaadheid natuurlijk goed beoordeeld. Even voor de lezer, ‘Treseblokken, was een soort Lego maar dan anders en die hadden we van onze tante Trees gekregen. Alleen jammer dat ik toen nog niet wist welke ‘structuren’ ervoor in de plaats moesten komen.

Generatie geleuter!

Scheuren en besturen

Ik heb pech lees ik bij De Dagelijkse Standaard. Ja echt waar! Het staat er echt: “Automobilisten hebben pech! Maximum snelheid snelwegen naar beneden voor stikstof.” Wat is er aan de hand? De eerste alinea van het artikel licht het toe: “De invoering van de maximumsnelheid naar 130 km/u overdag op de A2 tussen Maarssen en Holendrecht is de komende tijd van de baan. Op vier andere snelwegen gaat de maximumsnelheid ook naar beneden.” 

Bron: Wikipedia

Nu zijn dat plekken waar ik als automobilist zelden tot nooit kom. Dus met mijn ‘pech’ zal het wel meevallen. Bovendien scheur ik zelden 120 laat staan 130 km/u. Ervaring heeft mij geleerd dat op de snelweg rijden het meest soepel en ontspannen gaat als je tussen de 100 en 110 km/u rijdt. Trouwens, niet alleen het meest soepel en ontspannen, maar ook veel zuiniger. Dit allemaal zonder dat het me bijzonder veel meer tijd kost. De meeste tijdwinst die je behaalt door 130 km/u te rijden, verlies je weer als je de snelweg verlaat en de verkeerslichten, rotondes en drempels treft.

Tot zover mijn pech. Nu even naar iets anders in dit bericht. Naar de oorzaak van de snelheidsverlaging. Volgens de auteur van het artikel, Bart Reijmerink, is ‘stikstof’ de oorzaak. Volgens mij is ‘de stikstof’, net als bij al die bouwprojecten die nu moeten worden stopgezet, niet de oorzaak maar de aanleiding. Het lijkt mij sterk dat ‘de stikstof’ iets verbiedt. Daartoe is de stof niet in staat, die kan ons geen verboden opleggen. De stof kan zich niet eens uiten. Daarom moet de oorzaak elders liggen. Stikstof is daarmee hooguit de aanleiding.

Wat zou dan wel de oorzaak kunnen zijn? Het artikel meldt dat: “de overheid niet zomaar iets kan beslissen wat tot een verhoging van de stikstofuitlaat,” leidt. Dat heeft de hoogste bestuursrechter uitgesproken. Dan is die de oorzaak! Ho, ho dat gaat iets te snel. De hoogste bestuursrechter toetst besluiten aan de wetten, die maakt ze niet. Dus de wet is de schuld! Wie heeft die wet vastgesteld? Dat heeft de volksvertegenwoordiging, de Tweede en Eerste Kamer, gedaan. Dan zijn die de oorzaak!

Ja, de volksvertegenwoordiging is de oorzaak. Maar er is een mede oorzaak: de regering. Want de regering stelt wetten voor die de volksvertegenwoordiging vast kan stellen. Dezelfde regering die besluiten neemt om de snelheid te verhogen. En als iemand zich aan de wet moet houden dan zijn het de bestuurders van overheden, het Rijk, de provincies, gemeenten en de waterschappen. De bestuurders van een gemeente heten niet voor niets wethouders. 

Meervoudige persoonlijkheidsstoornis

Ik weet het even niet meer. Ik ben in de war en vraag me af of het aan mij ligt? Waar het over gaat? Over het gebruik van verdovende middelen of met een andere term stimulerende middelen want de een gebruikt ze om zijn ellende te verdoven en de ander om in een ‘ vrolijke’ bui te komen. Ze zijn er in soorten en maten maar wat ze allemaal gemeen hebben, is dat je eraan verslaafd kunt geraken. En nu ik dit schrijf en denk over wat er nog komen gaat, weet ik dat ik niet in de war ben, maar ‘iemand’ anders. ‘Wie’ dat volgt later. 

Bron: Wikipedia

De meest gebruikte verdovende of stimulerende middelen zijn alcohol en tabak. Dan heb je wiet (cannabis), heroïne, cocaïne, qat en nu vergeet ik vast nog wel wat middelen die zijn gemaakt van natuurlijke producten`. De laatste twee decennia zijn ‘chemische’ middelen in opkomst. Middelen zoals XTC die in een laboratorium in elkaar worden geknutseld en in pilletjes worden gestanst. Als laatste heb je ‘doe-het-zelf-drugs zoals GHB. Middelen die je zelf in elkaar kunt knutselen met spullen, zoals gootsteenontstopper, die je in de winkel kunt kopen. Allemaal hebben ze in meer of mindere mate een stimulerend en/of verdovend effect, afhankelijk van wat de gebruiker ermee wil. Allemaal zijn ze verslavend en kunnen ze een mens ten gronde richten.

Tabak en alcohol zijn gewoon in supermarkt en speciaalzaak te koop. Zo kocht ik vandaag een fles Ouzo bij de plaatselijke slijter. Even ‘for the record’, alcohol is het enige van al die middelen die ik soms nuttig. Alcohol heb je, net als tabak, in verschillende soorten zwaarte. Je hebt lichte, milde en zware tabak, sigaren, sigaretten, pijp- en pruimtabak. In een pilsje zit 5% alcohol, maar je hebt ook bieren met 8 en zelfs 15%. Wijn zit ook rond die 15% en in rum en andere sterke dranken zit 40% of meer alcohol.

Wiet heb je ook in verschillende soorten en maten. Het is illegaal maar het gebruik en bezit van een kleine hoeveelheid wordt gedoogd. Het spul produceren is verboden. Dit leidt tot de bizarre situatie dat een ‘slijter van wiet’ wel een kleine hoeveelheid in bezit mag hebben en verkopen, maar  het niet mag inkopen. Het wordt dus in de illegaliteit (criminaliteit) geproduceerd en verhandeld. Het geld dat ermee wordt verdiend moet door de ‘witwasser’. Nu start onze regering een experiment om aan deze bizarre situatie iets te veranderen. In 10 gemeenten start een proef met het legaal telen van wiet (hennep) voor inwoners van die stad die er behoefte aan hebben.  

Komen we bij de harddrugs. Daaronder vallen alle chemische drugs en ook heroïne en cocaïne. Het gebruik ervan is niet strafbaar. Bezitten, verhandelen of het maken ervan wel. Je mag iets dat je niet mag hebben wel gebruiken. De handel en productie gebeurt ook hier in de illegaliteit en is dus in handen van criminelen die er sloten met geld mee verdienen. Sloten die, zoals een Amsterdams rapport duidelijk maakt, weer een weg zoeken naar de bovenwereld. Sloten die bovendien tot openbare geweldpleging leiden en een devaluatie van de prijs van een moord. Of zoals RTL Nieuws het formuleert: “Achter de schermen zouden de criminele handelaren aan de top van de piramide zich ongehinderd kunnen verrijken. In de onderlinge strijd tussen de ‘bazen’ in de drugscriminaliteit worden concurrerende zaken beschoten of handgranaten achtergelaten.” Om daar wat aan te doen wordt de drugsgebruiker aangesproken: zijn gebruik maakt die criminele activiteiten mogelijk. De gebruiker van het spul kan dat pareren door te zeggen: ‘mijn gebruik is niet het probleem, het probleem is dat jullie het illegaal hebben gemaakt.’

Toch vreemd dat verschillende soorten verdovende/stimulerende middelen zo verschillend worden benaderd terwijl hun schadelijk effect op de gezondheid overeenkomt. Alcohol en tabak zijn legaal, harddrugs illegaal en softdrugs hangt er tussenin en lijken steeds legaler te worden. Vanwaar dit verschil?  Waarom is het ene toegestaan en het andere verboden? Is de overheid in de war of is het erger en lijdt zij aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis?


Overheidstaak

Voor degenen die het nog niet wisten in Venlo ligt de Brightlands Campus Greenport. Op de campus zitten start-ups, ondernemers, kennisinstellingen en onderzoeksinstituten die zich richten op de voedselsector. Ze werken samen aan, zoals het op de site van de campus staat beschreven: “innovaties op het gebied van gezonde voeding, future farming en bio-circular economy.” De campus is gevestigd in de twee blikvangers van het voormalige Floriade-terrein: de Innovatoren en Villa Flora. En het is een succes.

Innovatoren. Bron Wikipedia

Ja, want die gebouwen zitten vol. Daarom wordt er op de campus een Brighthouse gebouwd. “Op dit moment zijn er op de Venlose campus zestig organisaties en zestien R&D-faciliteiten gevestigd. Er werken ruim 650 mensen,” zo lees ik op de site van Omroep Venlo. Dat is: “een kopie van de twee Bright Houses die in het voorjaar in gebruik zijn genomen op de  Brightlands Chemelot Campus in Geleen. Door die gebouwen te kopiëren zijn de kosten lager, is er minder kans op fouten en kan de bouw sneller plaatsvinden.” Met dat Brighthouse: “moet er ruim 8.600 vierkante meter vloeroppervlakte worden toegevoegd .” Dat allemaal voor € 22 miljoen en daar kunnen dan weer nieuwe bedrijven en start-ups in. Tot zover niets bijzonders.

“De Provincie Limburg levert de grootste bijdrage: 17,6 miljoen euro. De gemeente Venlo draagt 4,4 miljoen bij aan de ontwikkeling.” Wat? Gaan we dat bedrijfsverzamelgebouw, want dat is het, met overheidsgeld bekostigen? Is het een taak van de overheid om bedrijfsgebouwen te betalen en ‘huurbaas’ te worden voor bedrijven? Als er werkelijk vraag is voor meer bedrijfsterrein op die plek, dan moet er toch vast wel een projectontwikkelaar zijn die er brood in ziet. Dan moet het toch niet zo moeilijk zijn om een investeerder te vinden die het zaakje wil betalen? Is dit een gat waar de overheid in moet springen? Zeker een overheid die zo slecht bij kas zit als de gemeente Venlo. Een gemeente met forse tekorten oude zorg van jeugdigen en ouderen die ondersteuning nodig hebben.

A propos zorg en jeugdigen. Een groot probleem voor veel jeugdigen is het vinden van een woning. Vooral voor jeugdigen die hierbij extra ondersteuning en begeleiding nodig hebben, is er geen woonruimte te vinden. Jeugdigen die zonder die woning of in te dure zorgvoorzieningen blijven hangen of op straat wonen en leven. Behalve ellende voor de jeugdigen kost dit de samenleving in het algemeen en de gemeenten in het bijzonder veel geld. De ‘woningmarkt’ voor jeugdigen wordt vooral overgelaten aan huisjesmelkers zoals onze race-prins-van-Oranje, die woningen opsplitsen en er kamers van maken. Kamers die ze duur verhuren.

Zouden de twee overheden en vooral de gemeente Venlo hun geld niet beter kunnen investeren in het bouwen van goede betaalbare woningen voor jeugdigen in het algemeen en voor jeugdigen die extra ondersteuning nodig hebben?

Lesbos

Er vluchten weer meer mensen vanuit Turkije naar Griekenland, zo lees ik bij DeDagelijkseStandaard in een artikel van Teunis Dokter. “In augustus dit jaar arriveerden 1.570 migranten op de Griekse eilanden, een verdriedubbeling in vergelijking met een jaar eerder! In 2018 waren dat er nog maar 479.” Dat heeft desastreuze gevolgen: “hun eilanden liggen deels in puin.” 1.600 migranten per maand zijn er trouwens net geen 20.000 per jaar. En dan houd ik geen rekening met de winterperiode waarin er bijna niemand de overtocht waagt.

Mitylini gezien vanuit het kasteel.

Nu hoorde ik dit al vorige maand tijdens mijn vakantie op Lesbos, een van die eilanden. Ik bezocht het eiland voor derde keer, na 2014 en 2017. En ik moet zeggen dat ‘in puin liggen’ is flink bezijden de waarheid. Het eiland ligt er steeds beter bij. Neem het wegennetwerk, dat is sinds mijn eerste bezoek flink verbeterd en wordt steeds beter. Op vele plekken werkten de Grieken hard aan de verdere verbetering ervan.

Als Dokter ‘economische puin’ bedoelt, dan heeft hij een punt. Het appartementencomplexje van de zeer vriendelijke familie waar ik steeds logeer kende dit jaar meer lege plekken dan in 2017 en zeker dan in 2014. En ja, de stroom vluchtelingen is daarvan de aanleiding. Nu is het goed om te weten dat Lesbos ongeveer even groot is als Limburg. Het ‘vluchtelingenprobleem’ concentreert zich op een klein deel van het eiland en wel op het kamp bij Moria en op de weg tussen Moria en de hoofdstad van het eiland Mitylini. Nou ja kamp, het heeft alles weg van een gevangenis behalve dan dat de deuren ervan openstaan. Als we dit verplaatsen naar Limburg met Maastricht als hoofdstad, dan ligt het kamp in Valkenburg. Zou u dan het Limburgs museum in Venlo of de Outlet in Roermond niet meer bezoeken?

  Daarmee komen we bij de echte oorzaak van de economische ellende. Dokter vat die, zonder het te weten, goed samen met zijn uitspraak ‘de eilanden in puin liggen’. Het probleem tussen Moria en Mitylini wordt in de beeldvorming vereenzelvigd met het hele eiland. Wat daarbij ook niet helpt, zijn al die goede doelenorganisaties. Zij leven van beelden van de werkelijk dramatische situatie in en om het kamp. Dat plaatje levert ze veel geld en ‘vrijwilligers’ op. Vrijwilligers die even twee of drie weken hun eigen ego komen strelen en wat ‘sokken’ uitdelen aan vluchtelingen die pas aankomen. Iedere morgen rijden ze in groepjes met hun gehuurde autootjes van hun overnachtingsplaats naar het kamp. Terug in Nederland vertellen ze van hun ‘nuttige’ werk en de ellende op Lesbos. Zo dragen ze weer bij aan het beeld van ‘eilanden in puin’. En nu de stroom vluchtelingen weer wat aanzwelt zullen we ook de bekende Nederlanders, zoals Johnny de Mol, die zich ‘inzetten voor vluchtelingen’ weer in de media zien om te vertellen hoe ellendig het is. Hierdoor raken de appartementen van zeer vriendelijke familie weer wat leger.

Jammer dat al die goedwillende ‘sokkenuitdelers’ en bekende Nederlanders zich niet inzetten voor een werkelijke oplossing van het probleem. En nee, die oplossing is niet het streng controleren van de grenzen. En ook niet in deals met landen zoals Turkije want dan verlies je, zoals Dokter terecht aangeeft, de regie. Dan ben je afhankelijk van anderen. Die oplossing vind je ook niet in het ‘verbeteren van de omstandigheden in het kamp. In: “filosofie ‘van kamp naar campus’ proberen ze de vluchtelingen op het kamp hun waardigheid terug te geven,” van de organisatie Movement on the Ground, die zich presenteerden tijdens een bezoek van kamerleden Maarten Groothuizen (D66) en Joël Voordewind (CU) waarover op de site van D66 verslag wordt gedaan. Een verslag met de bekende ‘ellende foto’s’ inclusief de foto met de zwemvesten die het beeld van ‘eilanden in puin’ weer bevestigen.

‘Betere kampen’ is geen oplossing. Geen oplossing voor de vluchtelingen en ook niet voor de Griekse eilanden. Geen kampen dat is de oplossing. Een oplossing die aansluit bij, zoals Maite Vermeulen in een artikel bij De Correspondent het formuleert, het accepteren dat migratie inherent menselijk is, het is beweging: “Beweging van platteland naar stad, van droge gebieden naar vruchtbare grond, van armoede naar rijkdom, en ja, dus ook van Afrika naar Europa. Niet omdat die beweging inherent goed, gewenst of gemakkelijk is, maar omdat die nu eenmaal menselijk is. Stilstand is domweg onrealistisch.” Of om het in mijn eigen woorden te zeggen: zonder migratie was de mens nooit verder gekomen dan wat jagen en verzamelen in Oost-Afrika.  

Als we migratie als iets inherent menselijks zien, dan moeten we migratiebeleid maken dat uitgaat van die beweging en deze faciliteert en reguleert. Dan maak je beleid dat bijvoorbeeld ieder jaar 200.000 mensen de gelegenheid (een soort Green card) geeft om naar Europa te migreren met als voorwaarde dat er een werkgever is die je een baan aanbiedt. 200.000 is niet veel op een Europese bevolking van ruim 500 miljoen (voor een Brexit). Het aantal laat je mee-ademen met de economische ontwikkeling. Een baan op allerlei niveau’s zodat het niet alleen de ‘ICT nerds’ zijn die een kans maken. Nee, vooral naar sectoren waar tekorten zijn zoals bijvoorbeeld de zorg. Behoor je niet tot die 200.000 dan kom je er niet in.

Zo creëer je kansen voor migranten. Zo verklein je tekorten op onze arbeidsmarkt. Zo maak je die gevaarlijke overtochten overbodig. Immers voor een kleine € 300 vlieg je comfortabel in een paar uur van Lagos naar bijvoorbeeld Amsterdam. Zo kan de migrant ook voor een vakantie even terug naar het eigen land. Zo hoeft een migrant zich niet te prostitueren of ander schimmig werk te verrichten. Voor seizoensarbeid zou je een soortgelijke maar aparte regeling kunnen maken waarbij de werkgever verantwoordelijk is voor de terugkeer van de seizoensarbeider naar het eigen land.

Agios Ermogenis

En tot die tijd: ga vooral op vakantie naar Lesbos. Een prachtig groen eiland met prachtige stranden en strandjes zoals Vatera en Tarti. Gezellige dorpjes en stadjes zoals Agiassos en Petra. Met verrassende musea, zoals het olijvenpersmuseum van Papados. Een eiland waar verleden en heden elkaar afwisselen en waar je lekker kunt eten. Een eiland met vriendelijke, behulpzame mensen die trots zijn op hun eiland. Mensen die, door die ellendige beeldvorming, onze steun heel goed kunnen gebruiken. Dat steunen is heel makkelijk, boek een vakantie geniet van al het prachtigs dat het eiland te bieden heeft. 

Een ‘gewoon’ gesprek

“Mogen we het hier over hebben?” Die vraag stelt student Brent Hadderingh bij Opiniez. Waarover? Over: “een demografische transformatie van Nederland.” Wat? Over het feit dat de Nederlandse bevolking alleen maar groeit door immigratie. Zonder immigratie zou de bevolking krimpen omdat er te weinig kinderen worden geboren en dat is al lange tijd het geval. Gevolg? “De inheemse bevolking neemt af en de niet-inheemse bevolking neemt toe.” En daarom vraagt Hadderingh zich af of we dit niet moeten: “vaststellen als een feit en een normaal politiek debat over deze ontwikkeling en zijn gevolgen (moeten) voeren?” Een debat zonder: “schrikreacties over dogwhistles, Nazi’s en terroristen? Kunnen we stoppen met elke benoeming van een demografisch feit proberen weg te zetten als een complottheorie?

House of Commons 1834. Bron: Wikipedia

Ja meneer Hadderingh, daar kunnen we best over praten. We kunnen overal over praten. Om het gesprek te openen, een paar vragen. Als eerste de vraag wanneer ben je inheems? Ik stel die vraag omdat u het CBS aanhaalt dat voor 2050 een krimp voorspelt van de bevolking met 1 miljoen en een stijging van mensen met een migratieachtergrond van 50%. Waarop u aanvult: “Neem hierin mee dat met de afbakening die CBS gebruikt, ook mensen tot “Nederlandse achtergrond” gerekend worden, zelfs als zij misschien niet tot de inheemse bevolking horen.” Wanneer verwordt een ‘migratieachtergrond’ tot een ‘Nederlandse achtergrond’ en waarin verschilt die van ‘inheems’ zijn? Dit zijn geen “verboten woorden” zoals u ze noemt, ze zijn wel beladen omdat ze mensen verdelen in drie hiërarchisch, door u verschillend, gewaardeerde groepen.

In uw laatste alinea schrijft u: “Is het nu eindelijk mogelijk om over dit feit een gewoon gesprek te hebben met bepaalde kanten van het politiek spectrum?” Deze zin is op meerdere manieren te begrijpen. Zo kan eruit worden begrepen dat dit gesprek alleen met die bepaalde kanten van het politieke spectrum gevoerd moet worden. Dat roept dan de vraag op: welke kanten? En als vervolg daarop: waarom alleen met die kanten? Er kan ook uit worden begrepen dat hierover met ‘bepaalde kanten’ nu geen gewoon gesprek kan worden gevoerd. Dat roept weer de vraag op welke kanten dat zijn en waarom er met die kanten geen gewoon gesprek is te voeren? Door de manier waarop u ze gebruikt, claimt u morele superioriteit: ‘met mij is wel een gewoon gesprek te voeren’. Sterker nog, het suggereert dat uw gesprekken altijd ‘normaal’ zijn en dat u geen politiek bedrijft.

Daarmee kom ik op een volgende punt. Wat is een gewoon gesprek hierover? Uit uw betoog meen ik op te kunnen maken dat dit een politiek debat is en wel een ‘normaal’ politiek debat. Als ik dit combineer met de ‘bepaalde kanten van het politieke spectrum’ dan lijkt u te zeggen dat met die ‘bepaalde kanten’ geen ‘normaal politiek debat’ is te voeren. Hoe ziet een ‘normaal politiek debat’ eruit? Een politiek debat in onze Tweede Kamer verloopt geheel anders dan in het Engelse Lagerhuis. Trouwens een Kamerdebat van vijftig jaar geleden verschilt wezenlijk van de huidige manier van debatteren. Voor mij is een gewoon gesprek iets anders dan een politiek debat.

Als laatste de belangrijkste vraag. Waarom wilt u dat gesprek voeren? Met andere woorden wat is het doel van een dergelijk gesprek? Omdat u het ‘gewone gesprek’ op een lijn lijkt te stellen met een ‘normaal politiek debat’ wordt die vraag nog belangrijker. In een politiek debat, normaal of abnormaal, hebben de deelnemers altijd een politiek doel. Daarom met welk doel moet dit gesprek of debat worden gevoerd? Ik ben benieuwd naar uw antwoorden

Punk en de boerka

In mijn jeugd, ja dat is lang geleden, vierde punk hoogtij. Punks waren in zwart geklede jongelui met allerlei ijzerwerk in en aan het lichaam. Een hanenkam op het hoofd en als aanhangers van het anarchisme wezen zij onze huidige samenleving af. De echte tenminste want voor de meeste van hen was het gewoon een manier om zich tegen hun ouders af te zetten. Zij waren enkele jaren punk, gingen vervolgens naar de kapper, legden het ijzerwerk af en gingen op in de menigte waartegen ze zich zo hadden afgezet. Een anarchist verzet zich tegen opgelegd gezag. Opgelegd gezag door individuen maar ook door de overheid. Een anarchist verwerpt democratie omdat het individu hierdoor gezag boven zich krijgt. 

Bron: Wikipedia

Waarom dit uitstapje via de punk naar het anarchisme? Ik maak dit uitstapje vanwege het meest besproken kledingstuk van de afgelopen periode, de boerka. Die boerka moet worden bestreden. Waarom? Omdat, zoals Martin Sommer het in de Volkskrant schrijft: “de boerkadraagsters een islam aan(hangen) die deze samenleving radicaal afwijst, zo niet daar actief tegen ten strijde trekt.” Daarom is Sommer: “voor een antiboerkawet maar het exemplaar dat we nu hebben, is een misbaksel.” Dit terwijl er nooit iemand vroeg om een verbod op ‘hanenkammen’.

Het is mij een raadsel hoe een beperkt verbod op een kledingstuk bijdraagt aan het bestrijden van een ideologie die onze samenleving radicaal afwijst. Zelfs bij een algeheel verbod kun je die vraag stellen. Die ideologie zit in de hoofden van mensen, de boerka erom. Tenminste bij het vrouwelijke deel van de aanhangers ervan. Als tegenstander van onze samenleving maken ze zich zo bekend en isoleren ze zich van de rest. Zij wijzen de samenleving af en een groot deel van de samenleving hen. Bovendien is het zo makkelijk om hen in de gaten te houden, zou ik denken. 

De vrijheid om te denken wat je wilt en je mening te uiten is een belangrijk goed in onze samenleving. Ook het denken dat het allemaal anders moet en het afwijzen van het bestaande hoort onder die vrijheid. Dat wordt anders als het denken wordt omgezet in geweldsdaden of het aanzetten daartoe. Dan wordt een grens overschreden en is het aan de overheid om op te treden en te straffen. De overheid treedt op tegen de daden, zij handhaaft de rechtstaat. 

Het is niet aan de overheid om op te treden tegen de woorden, tegen een ideologie. Dat is een taak van de samenleving, van haar inwoners, verenigingen, organisaties, partijen, media enzovoorts. Het is dus ook niet aan de overheid om een ideologie verwerpelijk te vinden. Dat die huidige wet een ‘misbaksel’ is, wordt erdoor veroorzaakt dat een klein deel van politiek Nederland via de wet symboolpolitiek wil bedrijven en een wat groter deel dat kleinere deel de wind uit de zeilen wil nemen. Daarom: “moesten de integraalhelmen en bivakmutsen erbij gesleept worden.” 

In een krachtige open democratische rechtstaat strijden ideologieën in een open debat met elkaar. De overheid ziet toe op het eerlijke verloop ervan. Door die strijd houden de uitersten elkaar in evenwicht. Geloven we nog wel in die kracht? Is het per wet verbieden van (symbolen van) een ideologie daarom niet een zwaktebod voor een open democratische rechtstaat? Duidt een ‘boerkawet’ niet op een gebrek aan geloof in de kracht ervan?

Kleurrijke mensen

In zijn column in de Volkskrant schrijft Stephan Sanders over de film Get Out. Ik heb de film zelf niet gezien dus ik kan er niet over meepraten. Wel stelt Sanders een interessant punt aan de orde: “We spreken hier over de ‘bounty’, de namaak zwarte, die eigenlijk van binnen ‘wit’ is. De aantijging is niet alleen populair in zwarte kring, ook steeds meer witte mensen menen dat ze onderscheid mogen maken tussen ‘echte’ en ‘onechte’ zwarten.” Echte en onechte witten en zwarten suggereert dat er een norm is waaraan je moet voldoen om wit of zwart te zijn.

Bron: Pexels.com

Daarmee zijn we er nog niet. Er is nog een ander onderscheid, zo las ik in een artikel van So Roustayar bij Joop. Roustayar maakt zich in zijn artikel druk over de laatste Amsterdamse Pride. Die blonk, aldus Roustayar, uit door hypocrisie. In zijn betoog spreekt hij over: “twee trans-sekswerkers van kleur die de Pride begonnen.” Het logische deel van mijn brein ging met deze uitspraak aan de slag. Als er ‘mensen van kleur’ zijn dan zijn er dus ook mensen zonder kleur, de ‘kleurlozen’. Van Dale geeft twee betekenissen voor kleurloos, als eerste de logische ‘zonder kleur’ en als tweede ‘Saai: een kleurloos bestaan.’ Door de manier waarop Roustayar het opschrijft zet hij mensen bewust of, en dat hoop ik voor hem, onbewust, weg als ‘saai’. Benieuwd naar deze categorie mensen, stelde ik die vraag aan de auteur. Alleen kwam die op een of andere reden niet door de censuur van de Joop-redactie.

De manier waarop het is geformuleerd geeft echter wel een indruk wie die ‘kleurlozen’ moeten zijn, dat moeten de ‘witte’ mensen zijn. Als dit is wat Roustayar bedoelt, dan krijg ik daar niet zo’n prettig gevoel bij. Als ik niet tot de categorie ‘van kleur’ behoor dan voel ik mij hierdoor behoorlijk op mijn edele deel getrapt. ‘Witten’ zijn de vroegere ‘blanken’. Het woord ‘blank’ kan niet meer omdat het de ‘blanken’ op een voetstuk plaatst, zo betogen de voorstanders van het woord ‘wit’. ‘Blank’ zou immers rein en onbedorven zijn. Maar behoren daartoe dan ook de zwarten die ‘wit’ van binnen zijn? En hoe zit het met de witten die van binnen ‘zwart’ zijn? 

Ik word moe van en mijn haren gaan steeds meer rechtop staan van ergernis van dergelijk hokjesdenken. Hokjes waarin mensen worden gestopt op basis van kleur, seksuele voorkeur of het ontbreken ervan, dichtbij of ver af van de ‘grachtengordel’ enzovoorts. Maar ja, volgens de aanhangers van de ‘intersectionaliteit’ is het nodig omdat dit je ‘identiteit’ bepaalt daarmee ook de eventuele voorsprong (privilege) of achterstand.  Dat is allemaal in assen weer te geven en je identiteit wordt bepaald door de plek waar die assen zich kruisen. Zo wordt bepaald wie jij bent en wat je waarom moet vinden. Voldoe je er niet aan dan kun je een ‘bounty’ zijn. 

De aanhangers van dit ‘kruispuntdenken’ strijden voor de gelijkheid, gelijke behandeling en tegen racisme en discriminatie. Een goede strijd waarbij ze mij aan hun kant vinden. Alleen vraag ik me af of hun middel, deze theorie, wel bijdraagt aan dat doel? Zou je gelijkheid bereiken door iedereen te verdelen in hokjes? Nee, ik ga er toch maar vanuit dat ieder mens kleurrijk is. Een unieke persoon die vanuit dat kleurrijke kleur geeft aan zijn leven en zo ook aan dat van een ander.  

‘Opwarming door verkoeling’

‘Een stukje vlees kan ik wel op mij buik schrijven.’ Dat was wat ik dacht toen ik net terug van vakantie las dat we, om het milieu te redden en de planeet leefbaar te houden, toch echt moeten stoppen met het eten van vlees. Kranten en televisie-uitzendingen, neem Jinek van 12 augustus, worden volgeschreven, gepraat en gefilmd over dit onderwerp. Enige redding voor mijn stukje vlees is, zoals Max Pam in de Volkskrant schrijft, de wetenschap: “Er dient een koe te komen die niet meer ruft en nauwelijks nog bruine vlaaien bakt. Een schone, duurzaam gemodificeerde koe, die nog slechts een enkele keutel in landschap achterlaat.” Als we maar geen vlees meer eten dan komt het wel goed. Dus laat die vleestax maar komen! Of… .

Absurditeit ten top indoor ski in Dubai. Bron Flickr

Nu is het ‘morgen’ al 2030 en het vraagt een flinke gedragsverandering om iedereen ‘van het vlees’ af te krijgen. En zoals we uit ervaring weten, is het veranderen van gedrag zeer lastig. Stoppen met roken, nooit meer een wijntje of een lekkere pils of Weizen, dat ligt lastig. Om voor 2030 iedereen van het vlees af te krijgen, dat vraagt een flinke inspanning. Maar stel dat het lukt, wat dan?

Als we de cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving erop naslaan dan zien we dat die uitstoot in 2017 op net geen 200 Mton CO2-equivalent uitkwam. De landbouw neemt daar bijna eenzevende deel,  zo’n 28 Mton van voor haar rekening. Hiervan komt 20 Mton voor rekening van methaan, het gas dat de koetjes uitboeren en -poepen. Dat is wat we als land maximaal besparen als we geen vlees meer eten en het ook niet meer ‘produceren’. Produceren is in deze een wat vreemd woord, we hebben het immers niet over auto’s maar over levende wezens. Om tot de in Parijs afgesproken 55% reductie in 2030 te komen, missen we dan nog zo’n 90 Mton. Dan moeten er op andere plekken nog flinke slagen worden geslagen. Dan is er toch nog iets anders nodig.

Even naar die andere uitstoot kijken. “In Nederland komt het grootste deel van de CO2-uitstoot voor rekening van de grotere bedrijven. Maar ook binnen die groep zijn de verschillen erg groot. Ruim 50 procent van die uitstoot wordt veroorzaakt door maar tien bedrijven: energiecentrales, Tata Steel, Chemelot, Yara en de raffinaderij van Shell.” Zo publiceerde de NOS vorig jaar.  Maar wacht eens even, waarom beginnen we dan niet bij deze bedrijven? Nee niet door hen het land uit te drijven of het werken onmogelijk te maken. Nee, helpen om hun uitstoot fors te verminderen. Een gerichte inspanning met onze universiteiten en kennisinstituten en zo samen zoeken naar manieren om die uitstoot fors te verminderen, liefst tot nul. Die manieren kunnen we vervolgens ook beschikbaar stellen aan kleinere bedrijven en aan bedrijven in andere landen.

Zou die weg niet veel sneller tot een veel groter succes leiden? Een succes waar ook andere landen nog wat aan hebben? Dat moet toch tot de mogelijkheden behoren. Zeker als je bedenkt dat de elektriciteitssector weer ongeveer de helft van die uitstoot voor haar rekening neemt. Een deel daarvan kan zo worden vervangen door zonnecellen en windmolens. ‘Maar als de zon dan niet schijnt?’ Ja, daarvoor moeten we aan een oplossing werken en waterstof is daarvoor een goede kandidaat, ik schreef er al eerder over. Met een gezamenlijke inspanning van bedrijven en kennisinstellingen en liefst niet per land maar met alle landen samen, moet het mogelijk zijn om deze techniek binnen de tien jaar die ons nu nog resten, tot een succes te maken. De geschiedenis laat zien dat zoiets kan.  Zo ontwikkelden Westerse wetenschappers in de Tweede Wereldoorlog, binnen drie jaar een atoombom. Lukte het de Sovjets om vrij snel een satelliet, hond en een mens de ruimte in te schieten en lukte het de Amerikanen als antwoord daarop om binnen een jaar of acht op de maan te lopen.

Zouden onze politici niet leiderschap moeten toen door niet alleen uit te spreken dit te willen bereiken, maar er ook de middelen voor beschikbaar te stellen. En vooral, door die bedrijven aan te spreken op hun verantwoordelijkheid, ook hun financiële verantwoordelijkheid. Maar ja, waar vind je dergelijke politici?

Moeten we dan als individu niets doen? Nee, natuurlijk moeten we verspilling voorkomen, kunnen een onsje minder vlees eten en kunnen we profiteren van de bovenstaande ontwikkeling. Die zorgt er immers ook voor dat we onze auto’s op waterstof kunnen laten rijden. En, als we wat verder in de uitstootcijfers duiken, dan zien we ook iets wat we kunnen laten. Naast CO2 en methaan dragen ook fluorhoudende gassen bij aan het broeikaseffect. En wat zien we daar? Het gebruik daarvan is sinds eind vorige eeuw fors afgenomen van bijna 14 Mton CO2-equivalent tot zo’n 2,5 Mton nu. Een succes, maar met een bijzonder randje. Het spul dat ervoor verantwoordelijk is, HFK of fluorkoolwaterstoffen, wordt gebruikt in de airco’s. Bijna de gehele tegenwoordige uitstoot komt voor rekening van ‘Gebruik koeling’ en de uitstoot hiervan groeit sinds begin deze eeuw fors. Bijzonder om te constateren dat we, om het erg cru te formuleren, ons individueel verkoelen door ons collectief te verhitten

Vaccineren

De gemeente Den Haag gaat een mobiel vaccinatieteam inzetten om de vaccinatiegraad in de stad te verhogen. “Er wordt al vaak gedacht dat vaccineren verplicht is en zo’n plan versterkt dat opdringerige gevoel,”  aldus Anne-Marie Schouten van de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken. Volgens haar is er geen hard bewijs dat vaccinatie helpt: “Er wordt beredeneerd dat bij een vaccinatiegraad van 95 procent de populatie is beschermd volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO). Maar geef ons bewijs van die veiligheid, die is er helemaal niet. Dat is natte vingerwerk. Er zijn regio’s in China waar de vaccinatiegraad 100 procent is, en daar komen ook nog uitbraken voor. … Zolang er geen hard bewijs is over vaccinatiebescherming, mag vaccineren geen verplichting worden en mag die indruk ook niet worden gewekt.”  

Wel beste mevrouw Schouten. De Chinese statistieken zeggen wel meer. Zo groeit de economie statistisch meer dan in de werkelijkheid. Zijn er statistisch altijd minder werklozen dan in de werkelijkheid. En als er verkiezingen zouden worden gehouden, wat niet het geval is, dan zou de Communistische Partij altijd 99 procent van de stemmen halen, net als vroeger in de Sovjet Unie. Ik begrijp dat u die getallen dan ook meteen voor waar aanneemt.

Dan hard bewijs dat vaccinatie werkt. Mazelen, rode hond, polio en de andere ziektes waartegen nu wordt gevaccineerd zorgden bij veel kinderen voor levenslange ongemakken en betekende voor veel kinderen het einde van het leven. Ja, als u de kindersterftecijfers van voor en na het invoeren van de vaccinatie bekijkt, dan zult u zien dat die flink is gedaald. Er sterven bijna geen kinderen meer aan mazelen. Kinderen met de gevolgen van rode hond, zoals prinses Christina, zijn er niet meer en wanneer was het laatste geval van polio? Is dat niet het harde bewijs waar u om vraagt?

Of gelooft u dat deze cijfers door de farmaceuten gemanipuleerd worden? Dat zou dan een zwaktebod zijn aangezien u de Chinese statistieken wel blind lijkt te vertrouwen. Of pleit u samen met uw vereniging voor een experiment? Een experiment waarbij kinderen in een deel van Nederland verplicht niet worden ingeënt? Dan mag u ook aan de ouders van overleden kinderen uitleggen dat hun kind is gestorven voor uw zekerheid. En aan de kinderen die met de ongemakken van rode hond en polio moeten opgroeien dat zij met hun gebrek moeten leven, omdat u niet overtuigd was van het nut van vaccinaties.