Uitgelicht

Election Files 12: Iets nieuws doen

Doe iets nieuws is de titel van het verkiezingsprogramma van Volt. Voor degenen die op de bespreking van de programma’s van het CDA en D66 zitten te wachten, die moeten nog even langer wachten; eerst Volt. Want met de bespreking van het programma van Volt kom ik een belofte aan mijn zoon na. Hij leest de besprekingen van de programma’s voordat ze worden gepubliceerd. Toen ik aangaf dat ik niet van plan was om ze allemaal te bespreken, vroeg hij of ik het programma van Volt wel wilde bespreken. Daarop zei ik JA en belofte maakt schuld. Terug naar Doe iets nieuws, en iets nieuws doet Volt. Het programma bevat enkele keuzes die we, zeker in vergelijking met de andere partijen, ‘nieuw’ mogen noemen. “Wij kiezen voor nieuwe onverwachte ideeën om de vastgelopen politiek definitief uit het slop te halen. Kneiterprogressieve ideeën voorbij de waan van de dag.”1 aldus partijleider Laurens Dassen in zijn inleiding. Dus dan maar eens beoordelen of die ideeën ‘de vastgelopen politiek uit het slop halen.’ En zoals bij alle besprekingen, begin ik met de conclusie.

Bron: Flickr

Conclusie

Om het programma te lezen, moet je even de tijd nemen. 145 pagina’s waarvan vier pagina’s inhoudsopgave. De overige pagina’s betreft de inhoud met redelijk veel tekst maar wel voor het overgrote deel in korte duidelijke zinnen. Zoveel pagina’s en toch ontbreekt het belangrijkste en dat is een analyse. Als je ‘de vastgelopen politiek uit het slop wilt halen’ zoals de partij wil, dan met je duidelijk maken hoe de politiek in dat slop is gekomen. Welke keuzes, gebeurtenissen en reacties op gebeurtenissen hebben gemaakt dat we nu ‘in het slop’ zitten. Maken dus duidelijk waaruit ‘het slop’ bestaat. Pas als we dat duidelijk hebben, kunnen we goed beoordelen of het ‘nieuws’ dat Volt voorstelt het juiste is om uit het slop te komen.

Het belangrijkste ‘nieuwe’ van Volt is de radicale keuze voor de Europese Unie als schaal waar de oplossing wordt gezocht. Daar zijn goede redenen voor te geven, alleen wordt niet onderbouwd waarom dat de beste keuze is. Het ontbreekt aan een analyse. Ook herbergt die keuze een risico. We kiezen op 29 oktober een nieuwe Tweede Kamer die aan de slag moet voor Nederland. Wat doet Volt als haar Europese keuze onmogelijk wordt omdat andere landen een andere keuze maken. Als die niet gaan voor een Europees leger of ‘Silicon Europa’ maar voor een landelijke variant?

Ook ‘nieuw’ is het basisinkomen. Een idee waarmee meerdere ‘vliegen in een klap’ worden geslagen. Alleen worden het ‘verhaal achter die klap’ niet verteld. Niet verteld wordt dat een onvoorwaardelijk basisinkomen, een gift van de gemeenschap aan het individu, een morele vertrouwensband en verplichting schept op een manier die in de menselijke geschiedenis een belangrijke rol heeft gespeeld. Een vertrouwensband in een samenleving waar vertrouwen dun gezaaid is. Ook wordt onvoldoende tot niet uitgelegd hoe de invoering van een basisinkomen meerdere actuele problemen van een oplossing voorziet.

Volt zet fors in op de verbindende kracht van kunst en cultuur. En dan niet van cultuur als iets statisch, maar cultuur als iets wat steeds in ontwikkeling is en waar het verleden in lijn wordt gebracht met de hedendaagse verwachtingen voor de toekomst. En ja, kunst en cultuur kunnen verbinden. Dat is echter geen wet van Meden en Perzen. Kunst en cultuur kunnen ook verdelen en vervreemden.

Als laatste (in deze bespreking) wil Volt onze democratie aanvullen en verbeteren. Van 150 naar 250 Kamerleden, een permanent burgerberaad dat incidentele burger beraden kan instellen, met ondersteuning voor Kamerleden. Allemaal aardige ideeën maar het wordt niet duidelijk welke problemen ermee worden opgelost. Ook wordt niet duidelijk hoe ze zich tot elkaar verhouden. Het ontbreekt ook hier aan een analyse,

Nu is Doe iets nieuws niet het enige programma dat lijdt onder een gebrek aan analyse. Daar lijden alle programma’s die ik tot nu toe heb besproken aan. Bij Doe iets nieuws is dat bijzonder jammer omdat het programma werkelijk andere plannen en ideeën bevat dan de andere partijen. Plannen en ideeën die goed zouden kunnen werken, of in ieder geval beter dan de wat traditionelere plannen en ideeën van andere partijen. Dat maakt het jammer dat een goede analyse en dus onderbouwing ontbreekt. Want die goede onderbouwing zou de ideeën sterker kunnen maken en meer mensen kunnen overtuigen en enthousiasmeren.

Het slop

“De hitte brak deze zomer weer alle records met fikse bosbranden overal in Europa. … Vervuilende industrieën en de intensieve landbouw worden nog steeds uit de wind gehouden. De welvaart is ongelijker verdeeld dan ooit. Het ontbreekt aan nieuwe huizen voor jonge mensen en starters, en de vermogensverschillen nemen hand over hand toe. Terwijl Europa zich door de onbetrouwbaarheid van Trump, de agressie van Poetin en de genocide van Netanyahu uit elkaar laat spelen, verstopt Nederland zich achter de dijken. De tech bro’s Musk, Bezos en Zuckerberg krijgen alle ruimte om AI voor hun eigen businessmodel in te zetten. Om vervolgens op hun sociale media nog meer haatberichten en politieke leugens te verspreiden om onze democratieën te ondermijnen,” aldus Dassen in zijn inleiding, en hij verzucht: “En wat doet de oude politiek? Helemaal niets.” Hij vraagt zich af: “Waar (…) de wilskracht en de overtuiging (is) om onze Europese waarden te beschermen? De oude politiek met hun belangen in het establishment doet helemaal niets. Ze zijn niet in staat om nieuwe oplossingen te bieden waar we al zo lang naar snakken. De politiek zit muurvast. We gaan eerder achter- dan vooruit.” Een conclusie waar veel voor is te zeggen. Wat echter ontbreekt is een goede analyse. Een ontbrekende analyse zagen we al bij meer – en eigenlijk alle – partijen. Waaraan ligt het dat er ‘niets’ gebeurt? Dat er geen oplossingen komen? Wat zorgt ervoor dat vervuilende bedrijven uit de wind worden gehouden? Dat de Tech-bro’s alle ruimte krijgen om AI in te zetten om ons te overstelpen met ‘haatberichten en politieke leugens’? Helaas ontbreekt die analyse in het programma. Wellicht is ze wel gemaakt want ‘het nieuws’ dat Volt wil wijst wel in die richting. Met de analyse erbij, zou dat ‘nieuws’ met meer kracht worden gebracht. En nee, die analyse opnemen zou niet tot meer dan de nu al 145 pagina’s hoeven te leiden. Die had ervoor kunnen zorgen dat de vele pagina’s met puntsgewijze opsommingen van detailmaatregelen veel korter had gekund. Wellicht iets voor de volgende keer. Over naar het ‘nieuws’ dat Volt voorstelt.

Stop TATA Steel

Het eerste nieuws: “Tata Steel moet zo snel mogelijk sluiten. Waarom miljarden aan belastinggeld pompen in een bedrijf dat ons ziek maakt, vervuilt en enorm veel water verspilt? Er zijn andere plekken in de EU waar wel op korte termijn groen staal gemaakt kan worden. Als we Tata Steel sluiten, verminderen we in een klap de CO₂-uitstoot en maken we ruimte voor Tata-stad met duurzame bedrijven en klimaatvriendelijke woningen. Zo zorgen we voor nieuwe banen in deze toekomstgerichte stad. We laten zien hoe het wél kan.”2 Dat is inderdaad iets nieuws en een duidelijke keuze. Een duidelijke keuze in een rijtje duidelijke keuzes gericht op het klimaatneutraal zijn van Nederland en de Europese Unie in 2040: “We kiezen daarom voor een helder en ambitieus klimaatbeleid. We leggen wettelijk vast dat we in 2040 klimaatneutraal zijn. Geen vage beloften, maar duidelijke afspraken. In Nederland en in de EU. Het klimaatbeleid wordt eerlijker. We stoppen met fossiele energie. We maken ons continent beter bestand tegen de gevolgen van het veranderende klimaat. Niet afwachten, maar samen bouwen aan die leefbare toekomst.” De partij kiest voor een gezamenlijke Europese aanpak. Dat betekent: “investeren in één gecoördineerde Europese aanpak om klimaatneutraliteit en energieonafhankelijkheid te bereiken in plaats van de 27 verschillende nationale aanpakken. Zo voorkomen we dat armere lidstaten achterblijven.”3 Stoppen met TATA is daarvan een voorbeeld. Als het elders in Europa sneller schoon kan, dan kiest de partij daarvoor. Dat is inderdaad ‘nieuw’ ten opzicht van alle andere partijen. De partij kiest voor de Europese ‘wij’, niet voor de Nederlandse ‘ik’. Dat is vernieuwend en aantrekkelijk. Op Europese schaal zijn oplossingen mogelijk die we op nationale schaal niet kunnen realiseren en dat is een interessante en aantrekkelijke keuze. Dat het kan werken, laat het Nederlandse verleden zien. Neem de waterschappen, onze oudste democratische bestuurslaag waarin landeigenaren samenwerkten om droge voeten te houden. Samenwerking maakte betere oplossingen mogelijk tegen lagere kosten. Of neem de Republiek, een samenraapsel van zeven provinciën dat gezamenlijk de Spaanse wereldmacht versloeg. Iets wat ze zonder samenwerking niet was gelukt. Samen waren ze sterker en een sterke overheid is onmisbaar. De keuze voor Europa biedt kansen en mogelijkheden om zaken los te trekken.

Radicaal Europees

Iets nieuws dat de partij niet noemt, maar wat het programma wel uitstraalt, is de keuze voor de Europese Unie. Niet alleen op het gebied van klimaat zet vol in op de Europese samenwerking. Zo wil de partij, ook een van de ‘nieuwe’ zaken: “bouwen aan een Europees leger, want samen staan we sterker dan alleen.”4 En iets anders ‘nieuws’, wil de partij ook op Europees niveau: “Wij bouwen onze eigen Silicon Europa. Wij kiezen voor een Europees Tech Fund dat risicovolle investeringen doet in innovaties zoals AI, kwantumtechnologie en biotech. Van Brainport in Eindhoven tot Halicon Valley in Finland: samen maken we één digitale krachtbron.”5 Ook komt er: “een Europese organisatie die het spoor coördineert. Deze organisatie onderzoekt welke knelpunten er zijn en waar we moeten investeren.”6 Komt Frontex: “los te staan van nationale regeringen en legt verantwoording af aan het Europees Parlement,” en vormen: “ Open grenzen (…) de kern van een verenigd, vreedzaam en solidair Europa.”7 Moet de Europese Unie: “een sterke speler zijn die haar waarden en belangen kan beschermen in een wereld waar grootmachten steeds meer inzetten op machtspolitiek en invloedssferen.” En daarvoor is: “een Europese minister van Buitenlandse Zaken met een groot mandaat om namens de EU de wereld in te gaan.”8 Ook strijdt de partij: “voor een sterk, democratisch, federaal Europa.” Dat federaal Europa moet worden bestuurd door: “een regering die verantwoording aflegt aan democratisch gekozen volksvertegenwoordigers. De Europese Commissie wordt opgeheven. Er wordt na de Europese verkiezingen een meerderheidscoalitie gevormd met partijen uit het Europees Parlement, aangestuurd door een Europese minister-president. Zij vormen een regering en sluiten een regeerakkoord.” Ook moet de kiezer: “kunnen stemmen op alle kandidaten binnen de EU. Er komt één Europese kandidatenlijst met genderpariteit.”9 Radicale keuzes die veel verder gaan dan andere partijen voorstellen. Keuzes die de kans vergroten dat zaken worden vlotgetrokken. Keuzes die de Europese democratie versterken en dat is nodig. Want zonder een sterke overheid kan er geen sterke markt zijn, aldus de politiek-econoom Dani Rodrik: “governments are necessary to establish peace and security, protect property rights enforce contract, and manage de macroeconomy.” En ook omdat: “they are needed to reserve the legitimacy of markets by protecting people from risks that insecure markets bring with them.”10 Sociale wetgeving en zekerheden voor mensen zijn volgens Rodrik de andere kant van de medaille van een open economie. Rodrik signaleert hierbij een spanningsveld. Hij schets hier wat hij noemt het The Political Trilemma of the World Economy. Dat trilemma bestaat erin een balans te vinden tussen de natiestaat, de hyperglobalisering en democratische politiek die ieder een punt van een driehoek vormen. Daarmee kom ik weer bij het ontbreken van een analyse van het probleem.

Rodrik biedt met zijn trilemma zo’n analyse. De economie van landen zijn via de wereldmarkt steeds meer met elkaar verbonden. Handel levert welvaart op en hoe minder kosten ermee zijn gemoeid (handelsbelemmeringen), hoe meer welvaart het oplevert. Daarom er diverse vrijhandelsverdragen afgesloten. Hoe meer van dergelijke afspraken en hoe opener een land zich hierin opstelt, hoe aantrekkelijker het is voor bedrijven. Rodrik noemt dit hyperglobalization. Een nieuwe vorm van globalisatie waarbij het managen van de binnenlandse economie ondergeschikt is aan de internationale handel en de kapitaalmarkt. Een ontwikkeling die zijn aanvang neemt met het liberaliseren van de kapitaalmarkt in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw en de oprichting van de WTO.11

De keerzijde hiervan is dat de welvaart die een gevolg is van deze vrijhandel, scheef wordt verdeeld. Een kleine groep profiteert, terwijl het grootste deel van de bevolking van een land er de nadelen van ondervind. Die nadelen zijn minder werk, lagere salarissen, afbrokkelende sociale zekerheid en grotere onzekerheid voor werknemers. Ontwikkelingen die worden verkocht door ze in een positief ‘frame’ te plaatsten. Zo worden de toenemende onzekerheden voor werknemers verkocht met de term flexibilisering van de arbeidsmarkt. Het tegenovergestelde van flexibel is immers star en wie wil er nou star genoemd worden? De afbraak van de sociale zekerheid wordt modernisering genoemd. Ook hier weer: wie wil er van het tegenovergestelde (ouderwets) worden beschuldigd? De neoliberalen blinken uit in het gebruik van taal en het gebruik van framing.

Door diezelfde internationale handelsverdragen nemen de mogelijkheden van landen om mensen te beschermen af. Dit terwijl die landen onder democratische druk worden gezet door haar bevolking om die bescherming wel te leveren en aan de andere kant door de multinationals onder druk wordt gezet om nog meer belemmeringen weg te nemen. We moeten kiezen tussen twee van de drie hoekpunten; alle drie is, volgens Rodrik, niet mogelijk. Tot nu toe is er gekozen voor de hoekpunten hyperglobalizering en de natiestaat. Alleen blijken die natiestaten individueel te klein om potten te breken en is de manier waarop er nu wordt samengewerkt, te onmachtig. Volt lijkt te kiezen voor de Europese Unie als natiestaat aan de ene kant en voor democratische politiek als de andere hoek. De keuze voor een Silicon Europa wijst in die richting. De partij wil zo: “een autonoom Europa,”12 bouwen. Een keuze die veel van de huidige problemen van een oplossing en antwoord voorziet. Alleen laat de partij bij het versterken van Europa een instituut buiten beschouwing en dat is de Europese raad van ministers. De geregelde vergadering van ministers en uiteindelijke leiders van landen, die een belangrijke rol spelen in de besluitvorming. Hoe die raad in de voorgestelde structuur past, wordt niet duidelijk. En daarmee zijn we weer bij het ontbreken van een analyse. Want pas dan kun je goed beoordelen of de oplossing het geconstateerde probleem oplost.

Radicaal kiezen voor Europa kent een belangrijke maar. We kiezen in 29 oktober de Nederlandse Tweede Kamer. Die moet aan de slag met het aanpakken van problemen waar we in Nederland mee kampen. Nu zijn dat veelal dezelfde problemen die ook in andere landen spelen. Daarom is samenwerken bij het aanpakken ervan zeer aan te bevelen. Om te kunnen samenwerken heb je echter de ander nodig. In dit geval de andere 26 Europese landen. Wat als die dat niet willen?

Basisinkomen

Het tweede ‘nieuws’ betreft het toewerken naar een basisinkomen. In de bespreking van het programma van GroenLinks-PvdA refereerde ik er al aan. “Een basisinkomen zorgt ervoor dat mensen de ruimte krijgen om in alle vrijheid hun keuzes te maken om zo hun talenten te ontwikkelen en schulden te vermijden. … Toen de partij het basisinkomen meenam in de CPB-doorrekeningen van 2023 halveerde dit plan de armoede van 6.1% naar 2.8% en daalde de werkloosheid. Een basisinkomen zorgt ervoor dat mensen centraal staan in de samenleving.”13 Dat basisinkomen: “zorgt voor goede startkansen voor jonge mensen en geeft iedereen de vrijheid om de juiste keuzes te maken in het leven. Het complexe systeem van toeslagen kan de prullenbak in. … Al deze regelingen worden afgedekt door invoering van het nieuwe basisinkomen en door uitbreiding van de inkomstenbelasting met een aantal schijven.”14 Die belastingschijven worden op zo’n manier: “aan(gepast) dat niemand meer onder het sociaal minimum hoeft te leven. Over het algemeen zullen de tarieven lager worden, om de belastingdruk op arbeid te verminderen.” Hierbij maakt het: “voor het belastingtarief (niet uit) of inkomsten worden verkregen uit arbeid, onderneming, winst uit een vennootschap of winst uit vermogen.”15 Niet alleen het basisinkomen is hierbij nieuw. Het hangt samen met een heel nieuw belastingstelsel en stelsel van sociale zekerheid. Een logische keuze omdat het principe van een basisinkomen voor iedereen, een heel andere manier is van het bieden van sociale zekerheid dan regelingen voor specifieke gevallen.

Het principe van een basisinkomen en de manier waarop Volt het wil invoeren, trekt verschillende problemen waar politiek en bestuurlijk Nederland al lange tijd tegenaan kijkt uit ‘het slop’. Zo vergt ons huidige sociale zekerheidsstelsel veel menskracht om het uit te voeren. Is het zo complex dat veel burgers erin verdwalen. Is het sinds Rudings ‘tante Truus’ in toenemende mate gestoeld op wantrouwen. Is ons toeslagenstelsel zo vormgegeven dat meer inkomen uit arbeid lang niet altijd meer netto te besteden inkomen betekent. Is ons belastingstelsel zo vormgegeven dat inkomen uit arbeid anders en vooral zwaarder wordt belast dan inkomsten uit vermogen waardoor het niet de sterkste schouders zijn die de zwaarste lasten dragen. Het voorstel van Volt pakt al deze zaken aan. Bij de invoering van een basisinkomen zullen zich vast nog wat hobbels voordoen. In de basis is het een interessant idee. Een idee waarmee aan genoemde drie problemen waar we al jaren tegenaan kijken, wordt gewerkt. Bovendien biedt het een mogelijkheid om ook iets te doen aan een vierde probleem en dat is het gebrek aan ‘samen’ in onze samenleving. Een basisinkomen straalt uit dat je erbij hoort. En dan hebben we nog niet gesproken over de gevolgen van een basisinkomen voor de (geestelijke) gezondheid.

Jammer genoeg ontbreekt dat bredere verhaal. Het verhaal dat de filosofen Hans Achterhuis en Nico Koning schetsten in hun boek De kunst van het vreedzaam vechten. Het verhaal dat ermee begint dat een gift in traditionele samenlevingen een belangrijke rol vervulde. Een gift was geen individuele handeling was, maar een maatschappelijke verplichting waaraan een individu zich niet kon onttrekken zonder uitgestoten te worden. Bij een giftrelatie ontstond een schuldbalans tussen gever en nemer. Iemand kreeg iets van de gemeenschap en dat gaf de zekerheid erbij te horen en dat erbij horen kwam met de morele plicht. De gift versterkte de onderlinge betrokkenheid binnen de groep. En iemand die de code of vrijgevigheid van de groep negeert, snijdt zichzelf af van de gemeenschap en wordt een buitenstaander.

Achterhuis en Koning onderscheiden zes manier waarop een mens kan komen aan die zaken die nodig zijn om te overleven. Zes manieren van toe-eigening zoals zij het noemen, dat zijn:

  1. De individuele productie: dat wat het individu zelf maakt, produceert, jaagt of verzamelt. Aangezien de mens van nature een ‘groepsdier’ is, is deze vorm van verwerven niet zo belangrijk als we zouden denken.
  2. Het huishouden: de gemeenschappelijke huishouding is gedurende eeuwen de meest belangrijke vorm van samenleven en dus verwerven geweest. Hierin staat de groep centraal, niet het individu. Verlangens waren daarmee bijna altijd verlangens van het huishouden. Hierbij moeten we het huishouden niet eng opvatten, het huishouden kon bestaan uit het dorp, de clan of de groep.
  3. Toedeling: een manier passend bij de hiërarchische samenlevingsvorm. Een vorm waarbij de hoogst geplaatste toedeelt aan de lager geplaatsten. Tussen hoogste en laagste kunnen meerdere niveaus zitten waarbij het hogere niveau steeds toedeelt aan het lagere. De tegenprestatie bij toedeling bestaat uit onderwerping.
  4. Schenking: hiermee wordt een band gecreëerd tussen schenker en ontvanger. Met een schenking ontstaat een blijvende relatie, een verplichting, tussen de twee partijen. de relatie wordt verzwaard.
  5. Handel (ruilen): kenmerk van ruil (en dat is handel) is dat de beide partijen in de ruil gelijk zijn en er geen verplichting of verzwaring ontstaat in de relatie.
  6. Roof: daar waar er bij de eerste vijf vormen van toe-eigening voordeel is voor alle betrokken partijen, is dat bij roof niet het geval. Roof is het verwerven ten kosten van anderen.

De markt is tegenwoordig de dominantste vorm van toe-eigening, een vorm die niet inzet op de relatie. Meer markt betekent minder relatie, minder samenleven en dus een ander soort samenleving.16 Een onvoorwaardelijk basisinkomen is een gift van de gemeenschap aan het individu en benadrukt daarmee de relatie tussen de gemeenschap en het individu. Helaas ontbreekt zo’n soort analyse.

Liefdevolle samenleving

Een liefdevolle samenleving. Nu lijkt mij dat er geen enkele partij een ‘liefdeloze samenleving’ beoogt. Dat maakt het streven naar een liefdevolle samenleving niet ‘nieuw’. Ook de manier waarop de partij liefdevol invult is niet nieuw. Dat: “Mensenrechten (…) voorop (staan) in alles wat we doen. Zodat iedereen zich thuis voelt in Nederland, ook in de toekomst.” onderstrepen veel meer partijen en dat onderstrepen ze ook al veel langer.

Een ander nieuws ‘kunst en cultuur belangrijk maken’ is een middel om tot de samenleving liefdevoller te maken, al kun je je ook daarvan afvragen hoe nieuw het is. “Muziek, theater, de fanfare, het poppodium, het boek op je nachtkastje of een mooie film. Het inspireert tot nieuwe ideeën en brengt ons samen. Kunst zet je aan tot denken. Laat ons ervaren hoe het leven van een ander eruitziet. En we genieten ervan. Kunst en cultuur zijn belangrijk. Daarom maken we hier meer geld voor vrij. Dat is nodig voor een verbonden toekomst.”17 het programma bevat een uitgebreide kunst en cultuur paragraaf. Nieuw is dit echter niet, eerder hernieuwend na jaren waarin kunst in partijprogramma’s alleen maar werd genoemd in combinatie met bezuiniging. De partij kiest ervoor omdat: “Kunst, muziek, theater en literatuur verrijken ons leven. Ze geven plezier, verbinden mensen, bieden een nieuwe blik op de wereld en maken moeilijke onderwerpen bespreekbaar. Kunst kan troosten, uitdagen en inspireren. In een tijd waarin we zoeken naar nieuwe ideeën en meer samenhang in de samenleving, is kunst geen luxe, maar pure noodzaak.” En in een tijdsgewricht waar mensen steeds vaker tegenover elkaar staan omdat de nadruk wordt gelegd op wat ons scheidt in plaats van bindt. Van de programma’s die ik tot nu toe heb besproken heeft Doe iets nieuws de meest uitgebreide kunst en cultuur paragraaf. De partij wil dat: “kunst toegankelijk is voor iedereen.” Ze wil dat de: “ rijke cultuursector (…) meegroeit met onze veranderende wereld en waarmee we ons verleden een plek geven in de toekomst. Ze vormt het hart van onze samenleving.”18 En ook dit wil de partij weer Europees aanpakken.

Dat cultuur het hart van de samenleving is, is voor mij een open deur. Dat cultuur meer is dan de ‘sinterklaastraditie’ en ‘vuurwerk afsteken’ en ‘koningsdag’, staat voor mij als een paal boven water. Net zoals het feit dat cultuur zich ontwikkelt. Ze verandert en vernieuwt zich. Zo zal een Venlose Vastelaovesvierder uit 1950 zich verbazen over de manier waarop het feest nu wordt gevierd. En die verbazing zal veel verder strekken dan zijn verbazing over het gebrek aan mensen die op woensdag in de kerk ‘ut assekruutske’ gaan halen. Hij zal zich er niet over verbazen dat de Vastelaovend nog steeds een belangrijke plek inneemt in de Venlose cultuur. Tradities die zich niet ontwikkelen, zijn ten dode opgeschreven.

Toch zou iets meer uitleg of analyse over de plek die cultuur inneemt in het leven van de mens en de rol die kunst hierbij speelt, het pleidooi versterken. Vooral de relatie tussen kunst en cultuur en die liefdevollere samenleving verdient nadere uitleg. Kunst en cultuur zijn namelijk niet per definitie liefdevol en verbinden. Cultuur vormde namelijk ook het hart van slavensamenlevingen. Ze vormde ook het hart van het martiale oude Sparta en van Hitler Duitsland. Cultuur verbindt, maar verbindt het ook automatisch iedereen?

Onze democratie

Dan iets ‘nieuws’ dat niet in de opsomming van nieuwe zaken staat in het begin van het programma: “Ga voor democratie.” Het zesde hoofdstuk van het programma. De hierboven al genoemde hervorming van de Europse Unie is onderdeel van dit hoofdstuk. Omdat ik die hierboven al heb besproken, laat ik die hier verder buiten beschouwing en concentreer ik me op wat de partij in Nederland wil. “Vrijheid, gelijkheid en solidariteit vormen de kern van onze democratie. Maar die waarden staan wereldwijd onder druk. Ook in Nederland en de Europese Unie (EU). In Hongarije onderdrukt Orbán de rechten van lhbtqia+’ers. Italië zet vluchtelingen zonder oog voor menselijkheid het land uit. En in Nederland zetten rechtsextremisme en polarisatie onze democratie onder druk. Waar andere partijen kiezen voor verdeeldheid, kiezen wij voor verbinding. We kijken niet toe. Met nieuwe ideeën maken we onze democratie klaar voor de toekomst.” Zo opent het hoofdstuk.

Als eerste wil de partij: “de Tweede Kamer uit(breiden) van 150 naar 250 zetels. Onze Tweede Kamer is namelijk te klein, zeker in vergelijking met andere Europese landen. Een grotere Tweede Kamer is nodig om de wetgevende en controlerende taak van de Tweede Kamer te versterken, en vooral om de taak van volksvertegenwoordiging beter te vervullen.”19 Dat kan. Het Nederlandse parlement is klein in vergelijking met parlementen in andere landen. Volgens deze logica zou een groter parlement beter functioneren. Maar als we naar de resultaten in die andere landen kijken, dan zien we dat de resultaten daar ook te wensen over laten. Het probleem zou wel eens kunnen zijn dat het vervullen van de wetgevende en controlerende taak je als politicus geen herverkiezing oplevert.

Ook wil Volt: “het allereerste, nationale, permanente burgerberaad ter wereld op(richten).” Dit burgerberaad wordt: “verantwoordelijk voor het organiseren van burgerberaden in Nederland.” Dat permanente burgerberaad is:“Een groep ingelote inwoners (…) – al dan niet in samenspraak met de politiek – burgerberaden agenderen over onderwerpen die hen na aan het hart liggen, zoals zorg, het klimaat of pensioenen.” Een soort agendaclub die een vraag uitzet. Een vraag die wordt beantwoord door een burgerberaad dat zich specifiek met dat thema gaat bezighouden. En waarvan de: “aanbevelingen (…) door de politiek serieus (worden) meegenomen in de besluitvorming.” En op dat serieus nemen ziet: “Het permanente burgerberaad (…)toe.”20 Dat is inderdaad iets ‘nieuws’. Maar voor welk probleem is het een oplossingen en hoe verhoudt het zich tot het eerste voorstel om de Kamer te vergroten tot 250 leden en het voorstel om: “op elk bestuursniveau een minimumnorm voor ondersteuning van fracties vast te stellen, ten minste gelijk aan het Europese gemiddelde”​? Of tot: “het invoeren van een parlementaire wetsverkenning.” Waarmee: “de Tweede Kamer bij het ontwikkelen van nieuwe wetgeving al vroeg de gelegenheid om de beoogde wetgeving op hoofdlijnen te (laten) onderzoeken en adviezen van uitvoeringsorganisaties en de samenleving te verzamelen. Informatie die zo verkregen is, kan dan meegenomen worden bij de behandeling in de Kamer”21 Dat maakt het programma niet duidelijk en dat is jammer. De analyse met daarin de samenhang ontbreekt.

Een democratie is nooit af of perfect. Dus dat partijen voorstellen doen eraan te werken is niet verkeerd. Maar dan wel met een onderbouwing. De Franse denker over democratie Pierre Rosanvallon biedt aanknopingspunten. Democratie herbergt, volgens Roasanvallon, een belofte en een probleem:“a promise insofar as democracy reflected the needs of societies founded on the dual imperative of equality an autonomy; and problem, insofar as these noble ideals were al long way from being realised.” En overal waar: “democracy was tried, it remained incomplete – in some places grossly perverted, in others subtly constricted, in still others systematically thwarted. In a sense there has never been a fully ‘democratic’ regime, if we take the word in its fullest sense.”22 Nooit af en dus kan er altijd ontwikkeld worden. In zijn Spinozalezing van 2012 constateert Rosanvallon ‘democratische onbepaaldheid’ een begrip dat hij als volgt definieert: “het subject van de democratie, haar doel en procedures (gaan samen) met spanningen ambiguïteiten, paradoxen, aporieën, asymmetrie en overlappingen die de definitie en het begrip ervan problematisch maken en derhalve ook een bron zijn van de vele vormen van ontgoocheling.”23 Rosanvallon onderscheidt er vijf.

Als eerste zijn er structurele spanningen. Die openbaren zich bij de keuze van de volksvertegenwoordigers. In een volksvertegenwoordiger zoeken we twee kwaliteiten. Als eerste ‘nabijheid’: kan ik me herkennen in de volksvertegenwoordiger, of zoals Rosanvallon het beschrijft: “de vertegenwoordiger als valoriserende stand-in, getrouwe uitdrukking en stem van de vertegenwoordigde.” De partij GeenPeil zette tijdens de verkiezingen van 2017 extreem in op ‘nabijheid’. De partij beloofde alle stemmingen via digitale peiling aan het volk voor te leggen en in de Kamer vervolgens te stemmen naar de uitkomst van de peiling. De tweede kwaliteit die we zoeken in een volksvertegenwoordiger is ‘geschiktheid’: “de vertegenwoordiger als vertrouwensman, geïnformeerde afgevaardigde,” aldus Rosanvallon. Twee kwaliteiten die: “elkaar vaak uitsluiten en moeilijk in één vertegenwoordiger te verenigen zijn.” En, zo vervolgt hij: “Bovendien verwijzen ze vaak naar de waardering van twee verschillende politieke momenten: dat van de verkiezingscampagne en dat van de regeringsdaad.” Probleem is dat we allebei zoeken. Het vergroten van de Kamer naar 250 leden verandert hier niets aan. Sterker nog, het zou wel eens averechts kunnen werken omdat er dan 250 in plaats van 150 mensen de aandacht op zich willen vestigen. Die vooraan willen staan bij het ‘vragenuurtje’, Kamervragen stellen en moties in dienen om ergens aandacht op te vestigen.

De tweede ambiguïteit vloeit, volgens Rosanvallon: “voort uit het niet overlappen van twee constitutieve definities van hetzelfde object.” Dat object is ‘het volk’. “Het volk is zowel het korps van burgers, dat naar een idee van eenheid, een vorm van totaliteit verwijst, als een sociale vorm, die diversiteit, pluraliteit en zelfs verdeeldheid impliceert.” Volgens Rosanvallon is het volk onmisbaar in een democratie, ook al is het zoals hij beweert: “in de democratie structureel nergens te vinden.” 1n de eerste prikker in deze Election Files serie besteedde ik aandacht aan de verschillende betekenissen van het begrip volk. Die sloot ik af met de woorden: “‘Het volk’ zit op veel meer plekken, wordt op veel verschillende manieren vertegenwoordigt en spreekt zich op veel verschillende manieren uit.” Een burgerberaad lost de diversiteit, pluraliteit en zelfs verdeeldheid niet op. Het kan helpen om bij het komen tot een meer gedragen oplossing. Maar dat kun je ook op andere manier bereiken. Bijvoorbeeld door het idee om de Kamer al vroeg de hoofdlijnen te laten onderzoeken.

Als derde constateert Roasanvallon ‘functionele asymmetrieën: “Als we in aanmerking nemen dat de democratie het dubbele doel heeft de bestuurders te legitimeren en de bestuurden te beschermen, dan moeten we wel vaststellen dat die twee functies elkaar niet kunnen dekken. De legitimering berust op het vormen van een vertrouwensband tussen bestuurders en bestuurden, terwijl de bescherming van de bestuurden juist uitnodigt tot het organiseren van het wantrouwen” De coronapandemie bracht deze asymmetrie duidelijk naar voren. Maatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan, roepen veel verzet en wantrouwen op en de legitimiteit van de maatregelen wordt ter discussie gesteld.

Als vierde moeten we democratie zien in haar tijd en ruimte. Volgens Rosanvallon: “is er een duidelijk verschil tussen een democratie op het moment van haar constitutie en een permanente democratie.” Wat democratisch is en welke instituties er nodig zijn verschilt in de tijd. Rosanvallon geeft een voorbeeld: “Op het moment van de Franse Revolutie leek het ondenkbaar om vertegenwoordigers te kiezen voor de duur van meer dan een jaar; bovendien werd er elke week een nieuwe voorzitter van het parlement gekozen!” Naast ‘tijd’ kan ook ‘ruimte’ variëren. Met ‘ruimte’ bedoelt hij dat wat de kern is van de democratie: “lange tijd heeft men gedacht dat het gezin de werkelijke school van de democratie was, omdat men in het gezin er het duidelijkst vorm aan geeft. Anderen zeiden dat het lokale niveau de school van de democratie is, omdat de vanzelfsprekendheid van de gemeenschap zich niet hoeft uit te drukken door middel van de oprichting van een institutie. De groep bestaat er direct als gemeenschap.” De recente decentralisatie van verantwoordelijkheden naar gemeenten werd onderbouwd met argumenten in deze lijn. Sinds het midden van de negentiende eeuw is de natie echter, om Rosanvallons woorden te gebruiken, dé school van de democratie. Tegenwoordig ondervindt die school concurrentie van het nieuwe supranationale, namelijk de Europese Unie maar ook van het lokale. Bij het aanpakken van de klimaatproblematiek speelt ‘ruimte’ een belangrijke rol. Klimaat trekt zich immers niets aan van door de mens verzonnen zaken als landsgrenzen.

Als laatste kent democratie, zoals Rosanvallon het noemt: “pluraliteit van vormen en domeinen.” Wat moeten we hieronder verstaan? “De democratie is natuurlijk een politiek stelsel. Maar ze omschrijft ook vormen van burgeractiviteit, die verder reiken dan alleen deelname aan verkiezingen: debat, het woord nemen, informatie, participatie, betrokkenheid. Ze is ten slotte een samenlevingsvorm die gebaseerd is op het project een wereld van gelijken op te bouwen.” Een wereld van gelijken waarbij iedereen betrokken is, iedereen het woord kan nemen, zich kan informeren en kan deelnemen.

De plannen van Volt grijpen hierin in en zullen, als we Rosanvallon mogen geloven, niet leiden tot de ultieme en eeuwige democratie. Maar andere tijden vragen om een anders vormgegeven democratie. Hoe anders, dat moet onderwerp van discussie zijn maar dan wel op basis van een gedegen analyse.

1 Doe iets nieuws, pagina 2. Doe iets nieuws is te vinden via: https://voltnederland.org/storage/doc/volt_concept_verkiezingsprogramma_2025.pdf

2 Idem, pagina 4

3 Idem, pagina 12

4 Idem, pagina 105

5 Idem, pagina 4

6 Idem, pagina 27

7 Idem, pagina 74-75

8 Idem, pagina 108

9 Idem, pagina 129

10 Dani Rodrik,The Globalization Paradox. Democracy and the Future of the World Economy, pagina 19

11 Idem, pagina 76

12 I Doe iets nieuws ,pagina 4

13 Idem, pagina 4

14 Idem, pagina 43

15Idem, pagina 46

16 Hans Achterhuis en Nico Koning, De kunst van het vreedzaam vechten, pagina 406-419

17Doe iets nieuws, pagina 5

18 Idem, pagina 68

19 Idem, pagina 133

20 Idem, pagina 133

21 Idem. Pagina 133

22 Pierre Rosanvallon, Counter-democracy. Politics in an Age of Distrust, pagina 2

23De Spinozalezing waaruit ik hierin en ook hieronder citeer is opgenomen in: Pierre Rosanvallon, Democratie en Tegendemocratie, pagina 65-89.

Uitgelicht

Election Files 11: werken en tegenwerken

Dit is úw land! Nederland is vol, overvol, bomvol. De PVV komt in democratisch verzet. Tegen azc’s, tegen de massa-immigratie en islamisering, tegen overlast en criminaliteit – en tegen het decennialange links-liberale beleid dat de erbarmelijke staat van ons land heeft veroorzaakt.”1 De eerste woorden uit Dit is uw land, het verkiezingsprogramma van de PVV. Daarmee mag duidelijk zijn dat in deze Prikker het verkiezingsprogramma van de PVV wordt besproken. Het programma bevat geen visie, geen belangrijke uitgangspunten voor het handelen waaraan het getoetst kan worden. Daarom een wat andere manier van bespreken. In deze openingszin zegt enige partijlid Wilders dat de PVV in democratisch verzet komt. Daarmee heb ik een punt ter beoordeling van het programma. Een tweede voor de partij belangrijk punt is vrijheid: “De PVV heeft niet voor niets “vrijheid” in haar naam staan. Wij vinden dat iedereen zijn of haar leven moet kunnen leiden zoals hij of zij zelf wil – of iemand nu hetero, homo of anders is. Helaas staat die vrijheid onder druk.”2 In hoeverre bieden de plannen van de PVV iedereen de mogelijkheid om een leven te leiden wat de persoon zelf wil. Dat bespreken ga ik doen aan de hand van de geschiedenis van Nederland. Want, zo schrijft Wilders in zijn programma: “Nederland is een prachtig land. Zie ons unieke landschap, onze eeuwenoude molens en onze kerken. Zie ook onze rijke Nederlandse geschiedenis, cultuur en identiteit.”3 Laten we eens kijken hoe het programma zich verhoudt tot die rijke geschiedenis, cultuur en identiteit. Die bespreking begint met een stukje geschiedenis in het algemeen en van wat nu Nederland is, in het bijzonder. Maar zoals bij iedere bespreking van een verkiezingsprogramma begin ik met de conclusie.

Conclusie

Wilders en de PVV trekken heel bijzondere conclusies uit ‘onze rijke Nederlandse geschiedenis’. Die geschiedenis laat een open blik op de wereld, een tolerante en uitnodigende houding naar mensen van elders en geen van boven af opgelegde dogmatiek maar een vrije uitwisseling van kennis, ideeën en opvattingen zien. De partij concludeert daaruit dat het voor de welvaart van het land en het welzijn van haar bevolking nodig is om de grenzen en de luiken te sluiten. Dat de welvaart en het welzijn van Nederland het beste af zijn als het land op zichzelf is teruggeworpen. Ook bijzonder is dat een partij die, zoals ze zelf zegt, vrijheid niet voor niets in haar naam heeft, die vrijheid vooral geweld aan doet. Ze beperkt vrijheid om de vrijheid te beschermen.

Een kleine geschiedenis van wat nu Nederland is

Waar te beginnen? Ieder beginpunt is willekeurig maar je moet ergens beginnen. Dus dan maar zo volledig mogelijk. De eerste bewoners van het gebied dat nu Nederland is, waren waarschijnlijk Neanderthalers maar er zouden ook zomaar al eerdere mensensoorten in deze omgeving hebben kunnen geleefd. Als we daar even van afzien en ons concentreren op de laatste 10.000 jaar dan weten we dat de jager-verzamelaars die hier rondliepen zo’n 8.000 jaar geleden begonnen aan de overstap naar de landbouw. Hierdoor nam de bevolking toe en ontstonden de eerste culturen, de Bandkeramische en de Rössencultuur. Naast deze agrarische culturen leefden er ook nog steeds jager-verzamelaars. Zo rond 5.000 jaar geleden werden deze voorouders verrast door migranten van de Jamnacultuur die vanuit de steppen van wat nu Oekraïne en Zuid-Rusland is, naar het westen trokken. Aan hen hebben we onze taal te danken, net zoals bijna alle andere Europese talen. Ze brachten ook het wiel en de wagen mee. Net zoals trouwens de lichte huidskleur en blonde haren. De tot dan toe hier levende mensen hadden een donkerdere huidskleur. Dus ja, ‘we’ hebben het een en ander te danken aan migranten. Ten tijden van de verovering van het zuidelijke deel van wat nu Nederland is door de Romeinen, leefden hier verschillende Germaanse stammen zoals de Batuwen, Kanaveden en Friezen. Veel van deze volkeren verdwenen met de val van het Romeinse rijk. Boven de rivieren bleven de Friezen. Al was dat boven de rivieren een vooral ontoegankelijk moeraslandschap.

En zo rond 1400 begon de geschiedenis zich te herhalen. Het huidige Nederland was een gebied, om Johan Norberg te citeren, met: “weinig mensen (…) er was geen verenigde kerk of machtige aristocratie, er waren weinig natuurlijke hulpbronnen, geen leger en geen marine. Ze hadden geen vorst, geen staat en geen grondwet, alleen soevereine provincies die vooral onderling vochten. Ze hadden zelfs niet veel land om op te wonen en voedsel te verbouwen; ze moesten het terugwinnen op de oceaan.” Maar in de tweede helft van de zestiende eeuw nam dit: “onverteerbaar braaksel uit de zee (zoals een Engelse satiricus de regio noemde),”4 het op tegen het machtigste rijk van het moment en het won. Het won, zo betoogt Norberg omdat: “De Nederlanders (…) de kunst van openheid (moesten) perfectioneren, juist omdat ze in het begin zo weinig hadden. Alles moest worden gecreëerd, gebouwd, ontwikkeld en geïmporteerd.”5 En wat er vooral ‘geïmporteerd’ werden, waren mensen. Mensen die vanwege hun geloof naar de Republiek trokken. “Nederland werd een republiek van vluchtelingen. … Het heeft zelfs geleid tot de vraag hoe ‘Nederlands’ de Nederlandse Gouden Eeuw werkelijk was. … Joden vluchtten erheen voor de Inquisitie, Hugenoten voor de Franse onderdrukking en Duitsers voor de Dertigjarige Oorlog, en in de volgende generatie werden migranten aangetrokken door economische kansen. In het midden van de zeventiende eeuw blijkt uit de huwelijksregisters van Amsterdam dat ongeveer een op de drie burgers een immigrant was, wat waarschijnlijk een onderschatting is van hun aandeel in de bevolking.”6

Die Republiek versloeg, zoals gezegd, de toenmalige supermacht Spanje en werd de supermacht. Een supermacht met de blik gericht op de wereld. Ze bouwde in heel korte tijd een handelsimperium op dat haar weerga niet kende. Holland dreef op handel in goederen met relatief lage waarde zoals graan en hout. Aan het einde van de zestiende eeuw deed zich een kans voor: “Spanje vond dat het zijn havens moest openstellen voor de Nederlandse handel om te kunnen overleven. De Nederlanders stortten zich onmiddellijk op de ‘rijke handel’ in het Middellandse Zeegebied en begonnen fruit, wijn, specerijen, suiker, zijde en verfstoffen te vervoeren in een handelsnetwerk dat zich uitstrekte van de Levant tot Archangelsk aan de Witte Zee.”7 Toen de Spanjaarden zich in 1598 realiseerden dat het openstellen van hun havens voor hun grootste lastposten, de ‘Hollanders’, die Hollanders meer rijkdom bracht dan Spanje zelf, wilden ze die fout herstellen. Besloten de Hollanders dat: “ze het Iberisch schiereiland moesten omzeilen en rechtstreeks naar Afrika en Indië moesten varen om hun handel niet te verliezen. Dit was het begin van de mondiale ambities en het koloniale rijk van deze kleine republiek. Met een enorme handelsvloot en diepe financiële markten heersten de Nederlanders al snel over de zeeën. Tot dan toe waren de Nederlanders nog niet voorbij Kaap de Goede Hoop gekomen. In de zeventiende eeuw passeerden meer Nederlandse schepen de Kaap dan alle andere Europese landen samen.”8 De Republiek en dan vooral haar kooplui en handelaren, hadden hun blik op de wereld gericht en waren altijd op zoek naar goede handel.

Immigratie, een nieuwsgierige, open houding en welvaart gingen niet alleen samen in de Republiek van de zestiende en zeventiende eeuw. Dat gold – zo laat Norberg in zijn boek Peak Human zien – ook voor de andere zeven beschavingen die voor een gouden tijdperk zorgden. Angst voor migranten en een gesloten, dogmatische houding betekent weinig goeds. Of zoals de historicus Dan Jones over het Romeinse Rijk concludeert: “Het Romeinse Rijk was ooit een grote verspreider van de klassieke geleerdheid in al zijn uitgestrekte gebieden. Maar toen het Westen uiteenviel en het Oosten steeds meer geobsedeerd raakte door leerstellige vraagstukken werd het een actieve blokkade voor de kennisoverdracht door de eeuwen heen, en de doorgifte van de klassieke geleerdheid in het Rijk begon te stokken.”9 Het oostelijke deel van het Rijk dat vanaf die tijd het Byzantijnse Rijk werd, hield het steeds verder krimpend, nog zo’n duizend jaar vol. Afgezien van pracht en praal, zoals de Hagia Sofia, leverde het niets vernieuwends op. Aan het einde van de zeventiende eeuw verviel de Republiek in religieuze orthodoxie en sloten de luiken voor de buitenwereld. Om de koninklijke ambities van stadhouder Willem III te verbloemen: “verbood de Staten-Generaal uit veiligheidsoverwegingen iedereen te beweren dat de stadhouder naar soevereiniteit over de provincies streefde. Godslastering en aanvallen op de kerk waren al eerder verboden. Zelfs in Holland waren boeken die God of de goddelijkheid van Christus ontkenden verboden (hoewel regenten de impact ervan verzachtten door boekverkopers vaak van tevoren te waarschuwen dat er een inval zou komen). Maar dit was de eerste keer dat het openbare debat door de Staten werd gecensureerd.” Iets wat nu in de Verenigde Staten kunnen zien: Republikeinse politici die uit angst voor Trump, diens leugens verkondigen. En net zoals we nu in de VS zien, werd in de Republiek de wetenschappelijke vrijheid beknot: “In 1674 verboden de Staten van Holland boeken van verschillende onruststokers. Spinoza werd als bijzonder gevaarlijk beschouwd, omdat hij ontkende dat de Bijbel een goddelijke openbaring was en omdat hij God op een manier had beschreven die door velen als atheïsme werd geïnterpreteerd. Pierre Bayle, die al lang door hardline calvinisten werd veracht, werd in 1693 zijn leerstoel in Rotterdam ontnomen.”10 Een periode die tot het midden van de negentiende eeuw duurde. De Republiek raakte: “in verval, van de economische, politieke en militaire grandeur bleven alleen de schimmen over.”11

Maar voordat er in het midden van de negentiende eeuw weer iets van dynamiek terugkwam, moest er eerst nog heel wat water door de Maas. Onderdeel van dat verval was dat de macht verschoof van de Staten Generaal naar de stadhouder. De Republiek bestond toen alleen nog in naam. Aan het einde van de achttiende eeuw had een deel van de gegoede burgers genoeg van wat zij zagen als het ‘absolutistische bestuur’ van stadhouder Willem V. Zij noemden zich Patriotten en streefden naar democratisering en naar het herstel van de macht en positie van de Republiek, ze wilden terug naar de republiek van de eerste helft van de zeventiende eeuw de economische militaire, politieke en culturele wereldmacht. Terug gaan naar het verleden is altijd een slecht idee. Zeker als: “De ontwikkeling van de zeventiende eeuw (te danken) was aan de samenwerking van een aantal gelukkige omstandigheden, die nu niet meer bestonden… . De basis ervan was de functie van Holland, en speciaal natuurlijk Amsterdam, als stapelmarkt. De hele economische structuur van Nederland rustte daarop. En juist deze brokkelde af. Betere communicatiemiddelen te land en ter zee, de strijdbare concurrentie van Engeland en Frankrijk, vernieuwingen op het gebied van prijsvorming en commissiehandel die de behoefte aan een stapelmarkt verminderden, maakten het in veel gevallen mogelijk om het dure Amsterdam te vermijden en de goederenstroom direct van koper naar verkoper te leiden.” Deze ontwikkeling had: “ernstige sociale gevolgen (…), aangezien bij een waarschijnlijk groeiende bevolking de werkgelegenheid en de spreiding van de welvaart er, naar men moet aannemen, door inkrompen.”12 Patriottische opstanden drongen Willem V in het defensief. Hij werd echter gered door en Pruisisch leger dat in 1787 de republiek binnen viel en voor dat moment een einde maakte aan de opstanden van de patriotten. Na de Franse revolutie kregen de Patriotten steun van de Fransen, een land waar velen van hen naar toe waren gevlucht. En na de Franse veldtocht in de Nederlanden brak de Bataafse Revolutie uit. Die maakte en 1795 een einde aan het stadhouderschap. Willem V vluchtte naar Engeland. Hierdoor vielen: “veel oude zekerheden weg , onervaren mensen kregen verantwoordelijkheden die ze niet konden dragen en de snelle opbouw van een ideale democratische maatschappij werd een chaos.”13 Dit schrijvend bedacht ik me dat onze huidige politieke situatie hier redelijk wat overeenkomsten mee vertoont. Er moet ‘geluisterd worden’ naar het volk en dan komt er een kabinet van die ‘luisteraars’ en dan blijkt dat ze de verantwoordelijkheid niet kunnen dragen en er een chaos van maken. Bij het vormgeven van die democratische maatschappij werd vooral naar Frankrijk gekeken en Frankrijk keek ook terug. Alleen was het democratische daar vastgelopen en viel de macht in 1799 toe aan Napoleon Bonaparte. Diens geduld met Nederland raakte op en in 1805 benoemde hij zijn broer Louis, in het Nederlands Lodewijk tot koning van het koninkrijk Holland. Dat was van redelijk korte duur want op 9 juli 1810 werd dat koninkrijk opgeheven en ingelijfd bij Frankrijk.

Na de voor Napoleon desastreus verlopen veldtocht naar Rusland probeerde Napoleon zijn gezag te herstellen. Hiervoor trok hij met een troepenmacht op naar het Oosten. Dit eindigde met de door de Fransen verloren Volkerenslag bij Leipzig van oktober 1813. De Fransen vochten daar tegen een coalitie van Rusland, Pruissen, Oostenrijk en Zweden. Zij verzwakten de Franse teugels. Napoleon trok zich terug en de coalitietroepen vielen Frankrijk binnen. Daarop trokken de Fransen hun troepen terug uit het voormalige koninkrijk Holland. Een driemanschap bestaand uit Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum sprong in het bestuurlijk vacuüm en nam het bestuur op zich. Een van de eerste daden betrof het sturen van een brief aan, Willem Frederik, de zoon van de gevluchte stadhouder Willem V met het verzoek om naar Den Haag te komen en als soeverein vorst de regering op zich te nemen. Willem Frederik accepteerde die uitnodiging maar al te graag en hoopte op veel meer dan alleen het grondgebied van de oude Republiek. Het geluk was aan zijn zijde want de grote mogendheden verzameld in Wenen zagen een Europa voor zich geregeerd door vorsten. De meeste overwinnaars werden geregeerd door een vorst. Alleen in Engeland moest die vorst buigen voor een parlement. Republieken en zeker democratieën hadden afgedaan en alle partijen zagen wel wat in een een sterke buffer tussen Frankrijk en Duitsland. Die buffer werd het Koninkrijk der Nederlanden dat bestond uit het huidige Nederland en België. Naast koning van de Nederlanden werd de zich nu Willem I noemende Willem Frederik ook groothertog van Luxemburg. Luxemburg bleef, net als de provincie Limburg onderdeel uitmaken van de Duitse bond.

Willem regeerde wel met een grondwet: “maar dat betekent niet dat Nederland dan een rechtsstaat is,” zoals Ybo Buruma terecht constateert en vervolgt met: “De koning stelt zich op als een absolute vorst, of als een verlicht despoot over de pas tot stand gekomen eenheidsstaat.”14 Nederland als eenheidsstaat, maar: “’Nederlanders’ zijn er niet: dat komt pas later met de nationaliteitswetgeving na de Grondwet van 1848. Dat is niet louter juristerij. De meesten van de circa twee miljoen inwoners voelen zich meer verbonden met de eigen woonplaats en de oude gewesten dan met het land.”15 Het je Nederlander voelen is daarmee van vrij recente datum. Pas vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw werd er gewerkt een een ‘Nederlands verhaal’ waar je ‘trots’ op moest zijn. Het is niet voor niets dat het gros van de standbeelden van zee- en landhelden vanaf het einde van de negentiende eeuw zijn geplaatst. Pas vanaf dat moment werden de ‘grote daden’ van de man met de kleine naam, Piet Hein, bezongen. Voor het katholieke deel van het land lag het allemaal net wat anders. Die werden niet als echte Nederlander gezien. Ze werden tot het midden van de twintigste eeuw gewantrouwd want waren die niet loyaal aan Rome? En zouden die door hun hoge geboortecijfers het land niet ‘omvolken’ om een tegenwoordig door rechtse partijen gebruikte term te gebruiken?

De regeerstijl van Willem I valt vooral in de Zuidelijke Nederlanden slecht. Dat Zuiden is katholiek en de gegoede burgers, veelal industriëlen, zijn liberaal. Na de Belgische opstand van 1830, scheidden de Zuidelijke Nederlanden zich af. Willem I treedt af en zijn zoon Willem II neemt de troon over. Als in heel Europa in 1848 een revolutionaire wind waait en menig vorst wordt afgezet, accepteert Willem II dat zijn macht wordt beperkt. Hij mag de troon behouden maar voortaan ligt de macht bij het parlement en wordt de ministeriële verantwoordelijkheid ingevoerd. Hij veranderde, zoals het vaker wordt beschreven ‘in een nacht van conservatief in een liberaal’. Met de Grondwet van 1848 ontstond er voor het eerst iets wat op een democratie leek. Maar dan wel een democratie waaraan slechts een klein deel van het volk kon deelnemen. Alleen als je voldoende belasting betaalde, mocht je stemmen en kon je verkozen worden. Een omkering van het ‘no taxation without representation’ dat in de Amerikaanse revolutie belangrijk was. In Nederland was het ‘no representation without taxation’. Pas in 1922 toen ook vrouwen voor het eerst hun stem voor de Tweede Kamer mochten uitbrengen, was er sprake van een democratie waarin iedereen mocht meebeslissen. Dat was vier jaar nadat voor het eerst ook alle mannen van 25 jaar en ouder mochten stemmen.

Zoals hierboven al gezegd kwam er vanaf het midden van de negentiende eeuw weer iets van dynamiek terug. Een echte economische opleving liet echter nog een eeuw op zich wachten. Na het verlies van de belangrijkste kolonie Nederlands-Indië trok de bedrijvigheid aan. Nederland zocht zijn toekomst over de grens. In eerste instantie vooral in Europa. Mede afgedwongen door de Marshallhulp koos Nederland voor samenwerking met de buren. Eerst in de Benelux, daarna in de Europese Gemeenschap en later in de Europese Unie. Dit zorgde voor grote bedrijvigheid en met die bedrijvigheid kwam ook de immigratie weer opgang. Eerst uit Italië en Spanje en later uit Turkije en Marokko kwamen mensen om in de Nederlandse industrie te werken. Ze werden ‘gastarbeiders’ genoemd omdat men enigszins naïef verwachtte dat ze na verloop van tijd wel weer terug zouden gaan. Dat viel tegen. Een flink deel bleef hier en arbeiders uit Turkije en Marokko haalden hun familie naar hier. Zelfs toen een groot deel van hen in de loop van de jaren zeventig werkloos werd, gingen ze niet terug.

Wat leren we van deze korte geschiedenis? We leren dat een open blik, tolerantie ten opzichte van andersdenkenden en vrijheid om zaken naar eigen inzicht op te pakken voorwaarden zijn voor ‘gouden eeuwen’. Dat wil echter niet zeggen dat voldoen aan die voorwaarden automatisch tot een ‘gouden eeuw’ leiden. Zeker is wel dat hieraan tornen een ‘gouden eeuw’ onmogelijk maakt. We leren dat die trots op Nederland, het Nederlands nationalisme, van een recente datum is. We leren dat die tegenwoordig zo bejubelde ‘identiteit’, die joods-christelijke cultuur tot voor kort vooral bestond uit groepen die op z’n best met de rug naar elkaar stonden. En wat zien we als we met deze bevindingen het PVV-verkiezingsprogramma doornemen?

Immigratie

Het immigratie verleden van wat nu Nederland is, behoort, als we de PVV mogen geloven, niet tot de rijke Nederlandse geschiedenis. De PVV wil in feit een einde aan migratie. “De afgelopen decennia zijn er meer dan een miljoen niet-westerse immigranten ons land binnengekomen; onze bevolking groeit alleen nog door immigratie. In grote steden als Amsterdam, Den Haag en Rotterdam is de allochtone bevolking al in de meerderheid.”16 Daaruit wordt geconcludeerd dat: “We (…) te veel vreemdelingen, te veel asielzoekers, te veel islam en veel te veel azc’s,” hebben binnengelaten. “Het opengrenzenbeleid maakt ons land helemaal kapot. De PVV is er klaar mee. Het roer moet drastisch om.”17 De partij wil een: “Totale asielstop: alle asielzoekers worden aan de grens geweigerd.” Door: “Geen immigratie uit islamitische landen.” Ze wil een: “Verbod dubbele nationaliteit.”18 Ze wil doen, wat volgens de partij: “jarenlang is nagelaten. Wij sluiten de grenzen.”19 Grenzen die door soldaten bewaakt moeten worden want: “Wij willen dus geen buitenlandse militaire missies, maar militaire inzet aan onze eigen grenzen: grensbewaking.”20

Dat immigratie voor problemen en wrijving zorgt, zal ik niet ontkennen. Maar immigratie en welvaart gingen niet alleen samen in de Republiek van de zestiende en zeventiende eeuw. Dat gold – zo laat Norberg in zijn boek Peak Human zien – ook voor de andere zeven beschavingen die voor een gouden tijdperk zorgden. En het sluiten van grenzen voor migranten leidde in alle gevallen ook tot een periode van verval. Ook vanaf midden jaren vijftig ging migratie en welvaart hand in hand. De wrijving door migratie ging gepaard met glans en ook tegenwoordig gaat die wrijving gepaard met glans. De gesloten grenzen waar de PVV voor pleit verkleinen de kans op welvaart en welzijn. Om die kans op glans te vergroten en om problemen te verkleinen, moet die immigratie en dan vooral de arbeidsmigratie wel gereguleerd worden. Dit is uw land bevat echter geen enkele maatregel, zelfs geen enkel woord over arbeidsmigratie. Het woord arbeid komt welgeteld één keer voor in het programma: “Gevangenen moeten een uniform dragen en minstens 40 uur per week arbeid verrichten.”21

De grenzen moeten dicht voor mensen die veiligheid zoeken. De arbeidsmigratie blijft onaangeroerd en dus ook de wantoestanden en problemen waar deze groep mee te maken krijgt. Net als de overlast die deze problemen voor de rest van de samenleving veroorzaken. Dit afgezien van de ‘bemiddelaar’ en de werkgever van de arbeidsmigrant die ervan profiteren. Studiemigratie moet wel worden aangepakt: “De PVV wil een maximale inperking van studiemigratie naar ons land. Ons onderwijs is er voor de Nederlanders, niet voor buitenlandse studenten die na hun studie weer vertrekken.”22 Dus het liefst niemand naar hier en als er toch eentje komt dan moet die na zijn studie snel weer opkrassen. Dit terwijl een open ideeënuitwisseling en wederzijdse beïnvloeding bouwstenen zijn die ‘gouden eeuwen’ mogelijk maken. Het beleid van de PVV maakt dit zeer moeilijk tot onmogelijk. Geen moderne equivalenten van Pierre Bayle, René Descartes en John Locke.

Blik op de wereld

Die Republiek versloeg, zoals gezegd, de toenmalige supermacht Spanje en werd de supermacht. Een supermacht met de blik gericht op de wereld, met een open houding en dito grenzen en tolerant. De PVV wil migranten weg en de luiken sluiten. “Alle Syriërs terug naar Syrië,” want: “Delen van Syrië zijn weer veilig,” en zijn: “handelssancties (…) opgeheven.” Zij moeten: “terug om hun eigen land weer op te bouwen.” En als dat niet lukt, moeten ze naar: “andere Arabische landen waarmee we afspraken maken.”23 Hoe ze vanuit die andere landen hun land dan weer moeten opbouwen is mij een raadsel. Voor de PVV is het enige wat telt dat ze hier weg zijn. En daar, waar dat dan ook is, moeten ze het zelf maar uitzoeken want: “geen cent meer naar kansloze projecten, corrupte regimes en activistische ngo’s. Geen cent meer naar Afrika, het Midden-Oosten of Azië. Nederland is geen pinautomaat voor de rest van de wereld. Ontwikkelingshulp wordt volledig afgeschaft.”24 Ook moeten de: “Volwassen mannelijke Oekraïense ontheemden terug naar Oekraïne.” Want: “Oekraïne heeft zijn eigen mannen hard nodig. … Zij kunnen dan hun eigen land helpen, zoals door de Oekraïense regering gevraagd.”25 En op steun uit Nederland hoeven ze bij dat helpen niet te rekenen. De PVV steunt: “Oekraïne ( dan wel) omdat het een soeverein land is dat door de Russische agressor onrechtmatig is binnengevallen,” maar: “Ondertussen hebben we al ruim € 20 miljard aan Oekraïne betaald. Laat andere landen nu wat meer doen, dan hebben wij meer geld voor de Nederlanders.”26

We trekken ons terug uit het VN-Klimaatakkoord van Parijs,” aldus de PVV. En: “niet nóg meer bevoegdheden en miljarden overhevelen naar Brussel, maar juist terughalen. Onze vetorechten behouden we, herstellen we in ere én zetten we in: Nederland moet al het mogelijke vetoën, waaronder de EU-begroting, om zo een opt-out op asiel en immigratie en soepeler natuur- en stikstofbeleid te dwingen en de EU van binnenuit op de schop te nemen.”27 De luiken gaan dicht. Die dichte luiken verhouden zich slecht met het streven om Schiphol te laten groeien omdat het: “van groot belang voor ons vestigingsklimaat, onze economie en onze internationale handelspositie,”28 is. Zelfs voor de wolf want als die problemen veroorzaakt dan wordt hij of zij verjaagd en: “bij ernstige incidenten volgt onverbiddelijk afschot.”29Als vestigingsplaats ben je aantrekkelijk met open venster, een welwillende houding ten opzicht van immigranten. De PVV zegt te: “kiezen voor de Nederlanders, hun portemonnee, hun koopkracht en hun welzijn.”30 De gesloten luiken, zouden wel eens nadelige gevolgen kunnen hebben voor juist de portemonnee, de koopkracht en het welzijn. Ook daarvoor biedt het verleden voorbeelden. “In de late zeventiende eeuw keerde het tij, … In de achttiende eeuw raakte de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën in verval, van de economische, politieke en militaire grandeur bleven alleen schimmen over.”31 De oorzaken van dat verval: “net als zoveel andere gouden eeuwen begon de Nederlandse neergang met despotische ambities, politieke centralisatie en censuur. Het land dat wereldwijd voorop liep in open debat begon de teugels aan te halen. De kerk begon een calvinistische orthodoxie op te leggen, boeken werden verboden en universiteiten werden gezuiverd van seculiere ideeën. De immigratie nam af en buitenlandse studenten begonnen de voorheen toonaangevende Nederlandse universiteiten te verlaten. De groep waaruit de stedelijke elite werd gekozen, kromp in, en al snel krompen ook de steden zelf.”32

Voor de PVV lijkt de wereld op te houden voorbij de landsgrens. Zelfs samenwerken met de Europese buren lijkt een brug te ver want: “niet nóg meer bevoegdheden en miljarden overhevelen naar Brussel, maar juist terughalen. Onze vetorechten behouden we, herstellen we in ere én zetten we in: Nederland moet al het mogelijke vetoën, waaronder de EU-begroting, om zo een opt-out op asiel en immigratie en soepeler natuur- en stikstofbeleid te dwingen en de EU van binnenuit op de schop te nemen.”33

Democratie en Vrijheid

De PVV heeft niet voor niets “vrijheid” in haar naam staan. Wij vinden dat iedereen zijn of haar leven moet kunnen leiden zoals hij of zij zelf wil – of iemand nu hetero, homo of anders is. Helaas staat die vrijheid onder druk. Vandaag de dag kunnen homo’s vooral in de grote steden niet meer hand in hand over straat lopen zonder uitgescholden, bespuugd of zelfs in elkaar geslagen te worden, vaak door niet-westerse allochtonen.”34 Daarom, zo betoogt de partij: “gaan (wij) ons land en onze wijken en straten terugwinnen, onze vrijheid herpakken en onze toekomst veiligstellen – voor onze kinderen, voor onze samenleving, voor alles wat ons dierbaar is.”35 Bij dat herpakken kan ook de automobilist op steun rekenen want: “Autorijden is een vorm van vrijheid en welvaart, maar het wordt de automobilist al jarenlang steeds moeilijker gemaakt.” De PVV presenteert zich hier als de partij die zich inzet voor uw vrijheid. Maar dan wel uw individuele vrijheid. En dan ook nog niet eens voor eenieders individuele vrijheid.

Want als ik in alle vrijheid ‘From the river to the sea, Palestine will be free’ wil zeggen, dan ben ik strafbaar. En als ik me inzet voor Extinction Rebellion of Antifa dan zet ik me in voor een terroristische organisatie.36 Als een docent zijn klas kennis wil laten maken met seksualiteit dan wordt het risico gelopen je schuldig te maken aan: “links-liberale seksuele indoctrinatie via het onderwijs.” Ik vraag me dan meteen af of ‘rechts-conservatieve’ indoctrinatie over Adam en Eva wel mogen. En we: “Stoppen met wokebeleid: er zijn slechts twee geslachten – man en vrouw – en het biologische geslacht is leidend, dus geen “X” in het paspoort” Helaas voor de hermafrodieten onder ons. En als een moslim heb je pech want er komt een: “Verbod op het afleggen van de eed op Allah voor overheidspersoneel en militairen,” een christen mag zijn god aanroepen, een moslim de zijn niet. Ook worden de islamitische gebedsoproep en de boerka verboden.”37 Over ‘woke’ in de klas had ik het al, maar wat voor ‘woke’ opgaat, geldt voor de PVV ook voor ‘klimaat’, ook dat mag niet geïndoctrineerd worden. Ook moeten leraren politiek neutraal zijn: een onmogelijkheid. Niemand is politiek neutraal. Bovendien zou dit een beperking van de vrijheid van leraar zijn. Ook wil Wilders het verplichten om op het schoolplein Nederlands te spreken. Fries en Venloos mag dus niet meer? De: “Opvoeding is aan de ouders.” en: “Orde, rust en gezag terug in de klas.” Dan mag je als docent ook verwachten dat de kinderen worden opgevoed. Dat ze het gezag in de klas accepteren, braaf met de armen over elkaar zitten en stil zijn als de leraar het vraagt. Stemt de partij er dan mee in dat de leerkracht een slecht opgevoed kind naar huis stuurt?38 Voor een partij die vrijheid in haar naam draagt en vrijheid uitlegt als kunnen doen wat je wilt, zijn dit erg veel beperkingen.

Wat zien we als we naar de politieke vrijheid kijken? De vrijheid om als burger deel te nemen aan besluitvorming over zaken die jou raken? Om de besluitvorming te beïnvloeden? Dan zien we dat de PVV vooral mensen met een andere dan de eigen mening, de mond wil snoeren. XR en antifa werden al genoemd. “Bij gewelddadige demonstraties draaien de daders op voor alle schade. Buitenlandse studenten, docenten, bestuurders en directieleden die meedoen of dit gedogen, gaan zonder pardon terug naar hun thuisland. Nederlandse docenten, bestuurders en directieleden die zich hier schuldig aan maken, worden per direct ontslagen.”39 Dat lijkt een heel reëel standpunt. Totdat je je realiseert dat gewelddadigheid van twee partijen af kan hangen. Neem de anti-zwartepiet demonstraties van enkele jaren geleden. De demonstranten demonstreerden vreedzaam maar kregen te maken met geweld vanuit het publiek en soms ook de politie. Totdat je je realiseert dat de PVV dergelijke harde woorden spreekt bij demonstraties van XR of tegen het Israëlische geweld in Palestina. Bij eveneens gewelddadige en vernielzuchtige protesten van boeren en tegen asielzoekers, zwijgt hij als het graf. Dit maakt een dergelijke maatregel erg gevoelig voor willekeur. Willekeur die ook het wetsvoorstel dat het verheerlijken van terrorisme moet verbieden omgeeft.

Niet alleen vrijheid lijkt bij de PVV in verkeerde handen. Ook de gelijkheid, geregeld in artikel 1 van onze Grondwet komt er bekaaid af. De partij discrimineert er met haar voorstellen vrolijk op los. Geen eed op Allah, wel op God. Links-liberale indoctrinatie mag niet maar zwijgen over indoctrinatie vanuit andere hoeken. “Mensen met een dubbele nationaliteit die zijn veroordeeld voor één ernstig misdrijf, worden na het uitzitten van de straf gedenaturaliseerd en moeten Nederland verlaten.” En: “Nooit meer voorrang op sociale huurwoningen voor statushouders – ook niet met urgentie.”40 Dit zijn maatregelen of straffen die niet aan iedereen kunnen worden opgelegd. Ze discrimineren op oneigenlijke gronden. De partij wil een: “Verbod op Arabische en andere niet-westerse teksten in onze (winkel)straten.”41 Waarom wel Engelse, Franse of Spaanse teksten en geen Russische, Chinese of Arabische? Discriminatie op basis van oneigenlijke gronden. Pleit dan voor alleen Nederlandse teksten. Wilders wil terecht een: “Snoeiharde aanpak van antisemitisme.” Antisemitisme is immers een vorm van discriminatie. Die oproep zou veel krachtiger zijn als zijn programma niet vol stond met discriminerende voorstellen die vooral islamieten treffen. Want hoe hard bestrijd je discriminatie als je discrimineert?

Wilders houdt er een heel bijzondere manier van redeneren op na.“Wij zijn tegen dubbele loyaliteiten en dus tegen dubbele nationaliteiten.”42 heel bijzonder omdat iedereen er meerdere loyaliteiten op na houdt. Zo ben ik loyaal supporter van VVV-Venlo maar heb ik ook een zwak voor bijvoorbeeld Borussia Mönchengladbach. Maar wat nationaliteit met loyaliteit te maken heeft ontgaat mij. Ik heb de Nederlandse nationaliteit maar wat betekent dat voor wat betreft mij loyaliteit? Als de Nederlandse regering in mijn ogen de verkeerde dingen doet, dan zal ik me daar tegen verzetten. En laten we wel wezen, de recent gevallen regering waar Wilders’ PVV onderdeel van uitmaakte, blonk uit in belachelijke uitspraken en verkeerde besluiten. Waaraan ik loyaal ben is mijn keuze en die keuze heeft niets te maken met mijn paspoort.

Oh ja, ook dat nog of nog een keer

Even terug naar het SBS debat voor de verkiezingen van november 2023. De verkiezingen waaraan we het Walking Dead kabinet Schoof met als deelnemer de PVV te danken hebben. Dat kabinet dat al dood was voordat het begon en vervolgens als een zombie begon aan haar ziekmakende werk. In dat debat trad een mevrouw op die naar later bleek een bekende van Wilders was. Die mevrouw had het erg moeilijk en werd door de programmamakers gebruikt om Timmermans, de leider van GroenLinks-PvdA onder druk te zetten. Timmermans begon daar uit te leggen dat het afschaffen van de eigenbijdrage bij de ziektekosten afschaffen niet van vandaag op morgen kon. Maar die mevrouw, zo sprak Wilders, had niet de tijd om te wachten ze had nu dat geld nodig. Helaas voor die mevrouw, bleek Timmermans gelijk te hebben want het levende dode kabinet kwam niet verder dan een halvering van de eigenbijdrage per 2027. Wilders heeft er niet van geleerd want ook nu weer: “schaffen wij het eigen risico volledig af, zodat niemand zorg mijdt door geldzorgen.”43 Ik hoop dat de mevrouw ervan heeft geleerd. Ik vrees echter het ergste. Ik vrees het ergste want de mantra dat ‘de PVV is tegengewerkt’ lijkt het erg goed te doen. Dan toch even. Om tegengewerkt te kunnen worden moet je eerst werken. En dat heeft de PVV niet gedaan.

1 Dit is uw land, pagina 3. Dit is uw land is te vinden via: https://www.pvv.nl/images/2025/PVV_Programma_Digi_2025.pdf

2 Idem, pagina 27

3 Idem, pagina 27

4 Johan Norberg, Peak Human. What we Can Learn from the Rise and Fall of Golden Ages, pagina 288

5 Idem, pagina 337

6 Idem, pagina 305

7 Idem, pagina 305-306

8 Idem, pagina 306-307

9 Dan Jones, De Middeleeuwen. Een Nieuwe Geschiedenis, pagina 102

10Johan Norberg, Peak Human. What we can Learn from the Rise and Fall of Golden Ages, pagina 334-335

11 Auke van der Woud, de steden de mensen. Nederland 1850-1950, pagina 17

12 E.H. Kossmann, De Lage Landen 170/1980. Twee eeuwen Nederland en België, pagina 41-42

13 Auke van der Woud, de steden de mensen. Nederland 1850-1950, pagina 17

14 Ybo Buruma, De onvoltooide rechtsstaat. Tijdgeest en recht 1813-2025, pagina 26

15 Idem, pagina 27

16 Dit is uw land, pagina 6

17 Idem, pagina 6

18 Idem, pagina 8-9

19 Idem, pagina 8

20 Idem, pagina 31

21 Idem, pagina 12

22 Idem, pagina 34

23 Idem, pagina 7

24 Idem, pagina 30

25 Idem, pagina 8

26 Idem, pagina 31

27 Idem, pagina 30

28 Idem, pagina 36

29 Idem, pagina 25

30 Idem, pagina 4

31 Auke van de Woud,De steden de mensen. Nederland 1850-1900 pagina 17

32 Johan Norberg, Peak Human. What we can Learn from the Rise and Fall of Golden Ages,Pagina 339

33 Dit is uw land, pagina 30

34 Idem, pagina 27

35 Idem, pagina 8

36 Idem, pagina 12

37 Idem, pagina 28

38 Idem, pagina 34

39 Idem, pagina 34

40 Idem, pagina 9

41 idem, pagina 28

42 Idem, pagina 8

43 Idem, pagina 17

Uitgelicht

Election Files 10: solidariteit

Na de VVD, de SP en de BBB bespreek ik in dit tiende deel van de reeks Election Files het verkiezingsprogramma van GroenLinks-PvdA, een programma met de titel: Een nieuwe start voor Nederland.1 Solidariteit staat centraal in dat programma: “Bij alles wat we voorstellen is solidariteit ons kompas.”2 Volgens de partij moet het anders. De partij wil: “een Nieuwe Verzorgingsstaat, gericht op de kwaliteit van ons bestaan.” Ze wil een samenleving: “waarin we succes niet langer afmeten aan de waarde die je onttrekt, maar aan de bijdrage die je levert aan de samenleving. Waar niet de winst van de een, maar de vooruitgang van ons allen telt.” Dat vraagt, zo betoogt de partij: “om een andere politiek. Wij kiezen voor een politiek gericht op het algemeen belang. De verdeeldheid van de afgelopen jaren leidde vooral tot stilstand. Deelbelangen werden goed beschermd, ten koste van ons allemaal. Het is tijd dat we het weer samen doen.” Ze geeft daarbij al aan dat dit: “niet van vandaag op morgen (is) geregeld.” De partij wil: “geen beloften doen die we niet kunnen waarmaken,” en zet daarbij in op Samen, want: “als we het samen doen, kunnen we ver komen.”3 En als je schrijft dat je gaat voor solidariteit, dan is het niet meer dan normaal om het programma te beoordelen op solidariteit. Zoals ook bij de vorige besprekingen van verkiezingsprogramma’s begin ik met de conclusie.

Conclusie

Van de programma’s die ik tot nu toe heb besproken is dit het dikste: bijna 170 pagina’s. Het dikste wil echter niet automatisch zeggen dat het de meeste tekst bevat. Verre van dat. Door de lettergrootte bevat iedere pagina van Een nieuwe start voor Nederland weinig tekst. Tekst die bovendien makkelijk en over het algemeen in korte zinnen is geschreven. Van de programma’s die ik tot nu toe heb besproken, is dit het meest leesbare en duidelijke programma. In het programma staan vijf beloftes centraal. Dat zijn achtereenvolgens in mijn woorden: de woningbouw, het milieu, het inkomen van mensen, leiderschap gericht op vrijheid en democratie en als laatste goed werkende publieke dienstverlening. Die vijf beloftes lopen als een rode draad door het programma. In de inleiding worden ze genoemd. Daarna worden de vijf beloftes op hoofdlijnen uitgewerkt. Als je niet het hele programma wilt doornemen, kun je hierna ophouden. Want wat nog volgt is per belofte de beleidsonderwerpen bij die belofte en de maatregelen die de partij voorstelt. Het koste me enige tijd om die logica uit te zoeken. Dat lag vooral aan de inhoudsopgave. Die past, in mijn ogen, niet bij de opbouw van het programma.

Solidariteit staat centraal in het programma. Wat het lastig maakt om te beoordelen of het programma ook werkelijk solidair is, is dat het begrip niet is gedefinieerd. Wat is solidariteit voor GroenLinks-PvdA? Na het lezen van het programma lijkt het erop alsof de partij solidariteit invult als een-zijn met hen die het moeilijk hebben. Maatregelen moeten vooral deze mensen ten goede komen.

Net zoals in de tot nu toe besproken verkiezingsprogramma’s, is het zwakke punt van Een nieuwe start voor Nederland de analyse. De partij hanteert, zo wordt op enkele punten duidelijk, het begrip brede welvaart. “Brede Welvaart gaat over hoe mensen hun leven en de kwaliteit van hun leefomgeving ervaren,” aldus het rapport Monitor Brede Welvaart & de Sustainable Development Goals 2025 van het CBS. In dat rapport beschrijft en ‘meet’ het CBS de huidige brede welvaart in Nederland en bekijkt wat er nodig is om het huidige niveau ook in de toekomst te handhaven en de gevolgen van onze keuzes voor mensen elders.4 In de basis een interessante manier om de wereld te bekijken en te analyseren wat er op welke terreinen nodig is om in de toekomst tot een haalbaar niveau van brede welvaart te komen. Bij voorkeur geldt die haalbaarheid voor de wereld als geheel, want pas dan is er sprake van echt wereldwijde solidariteit. Dat bekijken moet dan wel tot een gesprek leiden waarbij de vraag: ‘wat is dan het goede niveau van brede welvaart?’ centraal staat. Dit ontbreekt in Een nieuwe start voor Nederland. Zonder goede analyse van het probleem en haar oorzaken is het lastig om overtuigend te laten zien dat de maatregelen die je voorstelt de beste oplossing bieden. Bij de verschillende beloftes ontbreekt die duidelijke analyse in meer of mindere mate. Dat wil niet zeggen dat ze niet is gemaakt. Het wil wel zeggen dat ze niet duidelijk in het programma staat. Het begrip brede welvaart had zo’n basis voor een analyse kunnen bieden.

Solidariteit

Solidariteit; iedereen zal beelden en gevoelens hebben bij het woord. De vraag is of dat dezelfde beelden zijn, en daar stuiten we op een probleem. Hoewel het woord solidariteit 169 keer voorkomt in het programma wordt het niet gedefinieerd. Dat is een gemis want een: “gevoel van een-zijn met anderen,” zoals de Van Dale het definieert, kun je op zeer verschillende manieren invullen. Zo kun je een gevoel van een-zijn bijvoorbeeld met zwervers invullen zoals de Pauluskerk in Rotterdam. Je kunt het ook invullen op de manier van Jeremy Bentham, een van de grote denkers achter het utilitarisme, een stroming die welzijn invult als zoveel mogelijk geluk. Bentham stelde voor hen van de straat te halen en in werkhuizen op te sluiten. Zijn motivering: “Bij teerhartige zielen veroorzaakt de aanblik van een bedelaar de pijn van het medeleven, bij hardvochtigere mensen de pijn van walging. In beide gevallen vermindert de ontmoeting met bedelaars het welbevinden van het publiek op straat.”5

Het gemis aan een definitie leidt ertoe dat de lezer moet zoeken naar de invulling van GroenLinks-PvdA. Vier van de vijf beloftes die worden gedaan geven daar wel een beeld van. De vijfde belofte komt later aan de orde. Zo is volgens de partij: “wonen (…) een recht, geen verdienmodel voor speculanten.” Wordt de klimaatcrisis aangepakt en wordt daarbij niemand losgelaten, iets dat we doen: “voor onszelf en onze kinderen.” Is het tijd dat mensen voor hun werk: “een goed loon en fijne werkomstandigheden krijgen. En tijd dat grote vermogens ook echt bijdragen.” En zitten, zo betoogt de partij: “Zij die voor ons de basis mogelijk maken zitten vandaag in de knel, de werkdruk is te hoog, hun inkomen te laag en private investeerders maken winst met wat van ons allemaal is. Zij zijn solidair met ons, dus wij met hen. Samen maken we de basis weer op orde.” 6 Dit wijst erop dat solidair wordt ingevuld als een-zijn met hen die het moeilijk hebben. Dat haakt aan bij filosoof John Rawls, die betoogt dat: “Sociale en economische ongelijkheden (…) zo (dienen) te worden geordend dat ze: het meest ten goede komen aan de minst bevoordeelden.”7 Ik schrok wel een beetje van dat ‘ons en hen’. Daar lijkt de partij te zeggen dat de mensen waarmee ze solidair wil zijn niet bij ‘ons’ en dus in dit geval Groenlinks-PvdA horen. Ik hoop niet dat het zo is bedoeld. Solidariteit dus met mensen die het minder hebben.

Waarom een nieuwe start

Geheel in lijn met de titel van het programma wil GroenLinks-PvdA een nieuwe start maken. Volgens de partij moet die nieuwe start mogelijk zijn: “als we de sociale meerderheid in ons land verenigen.” Die sociale meerderheid dat zijn: “ Iedereen die aan het werk gaat om Nederland draaiende te houden, en alle vrijwilligers die zorgen voor levendige sportclubs en schone wijken. Het zijn al die mensen die samen hun successen willen vieren, en elkaar helpen wanneer dat nodig is.”8 Zo ongeveer iedereen dus. En als iedereen wil, dan kan er inderdaad veel veranderen. Maar waarom moet het veranderen? En daarmee kom ik op het zwakke punt van alle programma’s die ik tot nu toe heb besproken en dat is de analyse. De partij constateert dat steeds meer mensen moeite hebben om de touwtjes aan elkaar te knopen: “de verzorgingsstaat (werd) uitgehold en (…) mensen (werden) wijsgemaakt dat succes een keuze is, en achterblijven je eigen schuld. Dat in het onderwijs de taak van de leraar wordt verzwaard en: “niet ieder kind de aandacht kan krijgen die het verdient.” Dit zorgde ervoor dat: “Wie het zich kan veroorloven, (…) private bijlessen in(koopt). Wie dat niet kan betalen, blijft achter. Zo groeit de kansenongelijkheid.” Dat de: “natuur (…) aan het kortste eind (trekt), en onze gezondheid (…) daaronder (lijdt). Dat op het gebied van migratie de oplossingen uitblijven, en: “De misstanden in sectoren met veel arbeidsmigranten (voort)duren (…) en het asielsysteem (…) volledig vast(loopt), terwijl: “Ondertussen (…) mensen tegen elkaar (worden) opgezet.” Dat: “Het bejubelde Nederlandse volkshuisvestingbeleid (…) omwille van snel gewin (werd) afgebroken,” waardoor: “Starters werden veroordeeld tot torenhoge huren, of (…) ineens (moesten) concurreren met hedgefondsen als zij een woning wilden kopen .” En dat: “op het internationale toneel (…) het recht van de sterkste steeds meer de boventoon (voert)” waarbij:“ In het buitenland en dichterbij huis (…) de aanval (werd) ingezet op onze vrijheid en democratie, en (…) mensen tegen elkaar (werden) opgezet.” Wat ontbreekt is een analyse: wat zijn hiervan de oorzaken? Dat: “Opeenvolgende kabinetten kozen voor marktwerking in plaats van solidariteit,” 9 en dat de markt in plaats van de mens centraal is komen te staan, is een wel heel magere analyse. Of dat: politici die uithalen naar rechters, journalisten, wetenschappers en burgemeesters, en die bevolkingsgroepen wegzetten.” 10 de democratie onder druk zetten, mag dan wel een grote kern van waarheid bevatten, als analyse voor maatregelen is het erg mager. Daarvoor wil je op z’n minst weten waarom mensen daar gevoelig voor zijn en welke omstandigheden aan die gevoeligheid bijdragen. Zonder goede analyse van het probleem en haar oorzaken is het lastig om overtuigend te laten zien dat de maatregelen die je voorstelt de beste oplossing bieden. Bij de verschillende beloftes ontbreekt die duidelijke analyse in meer of mindere mate. Dat wil niet zeggen dat ze niet is gemaakt. Het wil wel zeggen dat ze niet duidelijk in het programma staat.

Meer huizen om in te wonen

Een huis is veel meer dan een dak boven je hoofd. Het is de plek waar je samenkomt met vrienden en familie, en waar je tot rust komt na een lange dag. Voor veel mensen, en zeker voor starters, is zo’n plek verder weg dan ooit.” Een, naar het mij lijkt, redelijk feitelijke constatering. Een probleem dus. GroenLinks-PvdA wil dat aanpakken: “Met het grootste investeringsprogramma in decennia.” Concreter geformuleerd wil de partij: “ ruim 100.000 woningen per jaar bouwen.” Nu heb ik dat cijfer al eerder gehoord. Dat is ook de ambitie van het huidige kabinet en volgens mij van alle partijen waarvan ik tot dusverre de programma’s heb besproken.

Zoals de partij schrijft is het: “de afgelopen jaren te vaak bij woorden gebleven.” De partij wil dat doorbreken: “met de grootste vernieuwing van het woonbeleid sinds de jaren negentig, toen de overheid uit de volkshuisvesting stapte. Wij maken de markt nu juist minder dominant. Bouwen wordt niet alleen in woord maar ook in daad een publieke taak. … We brengen de regie op grond weer in publieke handen, zodat we samen bepalen hoe ons landschap eruitziet in plaats van speculanten die uit zijn op winst.”11De centrale rol hierin is weggelegd voor de ‘Woningbouwcorporaties Nieuwe Stijl’, die gaan bouwen voor een veel grotere groep: ongeveer twee derde van Nederland. Ook wil de partij dat de overheid weer: “actief grond (opkoopt) zodat grond weer in publieke handen komt,” en: “moeten de intensieve veehouderij en verloederde bedrijventerreinen plaatsmaken voor woningen en komt er een bouwstimulans zodat grondeigenaren sneller gaan bouwen.”12

Centraal in de plannen van GroenLinks-PvdA staat een Wet versnelling woningbouw die er moet komen: “Daarin nemen we maatregelen om meer grond beschikbaar te stellen voor woningbouw en de stikstofimpasse te doorbreken. Ook gaan we procedures voor woningbouw verkorten en vereenvoudigen.”13 En met die stikstofimpasse zijn we bij een belangrijk probleem. Maar daar waar de VVD spreekt over: “op korte termijn concrete resultaten boeken om te voorkomen dat de bouw van woningen en wegen langer stilligt”,14 en zich daarbij inzet op een: “generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen,” 15 en het dan aan de partijen laat om die generieke korting te realiseren. Waar de BBB het probleem wil oplossen door normen te verhogen. Daar trekt GroenLinks-PvdA het initiatief naar de overheid. Die gaat sturen door te kiezen voor: “een kleinere veestapel, en zo nodig met dwingende maatregelen als stok achter de deur. Rondom natuurgebieden als de Veluwe en de Peel starten we direct met het uitkopen van intensieve veehouders zodat binnen een half jaar de vergunningverlening voor woningbouw weer loopt.”16 Je kunt het er niet mee eens zijn maar als je snel woningen wilt bouwen, dan is de kans op succes groter als je niet van anderen afhankelijk bent. En dat is de overheid veel minder met deze maatregelen.

Het tweede deel, het verkorten en vereenvoudigen van procedures, is een ander verhaal. Die procedures zijn in het leven geroepen om mensen, die vinden dat een besluit nadelige gevolgen voor hen heeft, de gelegenheid te geven om de overheid tot een aanpassing van dat besluit te dwingen of de geleden schade op een of andere manier te vergoeden. Die procedure kent nu verschillende stappen. Dat begint met een bezwaarschrift tegen het genomen besluit. Een bezwaarschrift dien je in bij het bestuursorgaan dat dit besluit heeft genomen. Met een bezwaar vraag je het bestuursorgaan het besluit te heroverwegen. Het bestuursorgaan doet dit aan de hand van een advies van een bezwaren commissie Ben je dan nog niet tevreden tevreden, dan kun je in beroep gaan bij de bestuursrechter. Ben je ook niet tevreden met diens besluit dan kun je in hoger beroep bij de afdeling bestuursrecht van de Raad van State. De stap bezwaar maken kan in sommige gevallen worden overgeslagen. Deze procedure kun je verkorten door de termijnen waarbinnen er een uitspraak moet zijn op je bezwaar of beroep te verkorten. Dan is er wel meer personeel nodig om de bezwaar- en beroepschriften te behandelen. Een andere manier – die stelt de VVD voor – is: “dat bezwaren vaker gelijk naar de Raad van State gaan, zodat procedures niet gestapeld worden.”17 Dat betekent dan wel dat Raad van State meer menskracht moet krijgen, want zij dient meer zaken te behandelen. Dan worden namelijk ook zaken die eerder in het traject tot een oplossing hadden kunnen komen, aan de Raad van State voorgelegd. Dat snelle procedures meer menskracht vergen onderkent GroenLinks-PvdA, want: “ Gemeenten en de Raad van State krijgen meer capaciteit om bezwaar- en beroepsprocedures versneld te behandelen.” Of het daarbij gaat helpen om: “woningzoekenden (…) inspraak in procedures,” 18 te geven, is de vraag. Meer partijen in een procedure, maakt de procedure er meestal niet eenvoudiger op. Bovendien handelt zo’n procedure over mensen die zich benadeelt voelen door een besluit. Een woningzoekende behoort niet tot de benadeelden. Sterker nog, die heeft juist voordeel van het door het bestuursorgaan genomen besluit.

Dan naar solidariteit. Als we de maatregelen die GroenLinks-PvdA voorstelt bekijken, dan richten die zich vooral op sociale huur. Om de Woningcorporaties Nieuwe Stijl meer investeringsruimte te geven, hoeven zij geen winstbelasting te betalen. Ook wil de partij dat: “het Rijk gunstige leningen verstrekken voor de bouw van extra betaalbare huurwoningen. Dat zijn bijvoorbeeld leningen met een lage rente van 1% voor een deel van de bouwkosten.” Dit zijn woningen met een huur tot en met € 700 per maand. En voor huurwoningen met een huurprijs tot en met € 1.200 per maand, wil de partij: “ zorgen voor extra investeringsruimte door gunstige leningen voor de bouw.”19 Komt er, als het aan GroenLinks-PvdA ligt: “Een einde aan de uitverkoop betaalbare woningen.”20 Legt de partij de verantwoordelijkheid voor een goed geïsoleerde en duurzame woning: “waar die hoort: bij de verhuurder.” Woningcorporaties krijgen daarvoor: “voldoende financiering om zo snel mogelijk alle corporatiewoningen te verduurzamen.” Geeft: “Een uitgefaseerd energielabel (…)huurders recht op een tochtkorting die via de huurcommissie kan worden opgeëist. Enkel glas wordt erkend als gebrek, zodat huurders recht krijgen op verbetering of huurverlaging.”21 En gaat: “De overheid gaat flink investeren in een grootschalig isolatie-offensief. In tochtige huizen zonder dubbel glas wonen gezinnen die ‘s winters kiezen tussen verwarming of eten. Dáár beginnen we. We boeken tijdswinst en drukken kosten door gelijksoortige huizen tegelijk aan te pakken. Door langjarig marktcapaciteit in te kopen geven we de techniek- en installatiebranche zekerheid en zijn we verzekerd van voldoende capaciteit.” Die inzet wil de partij het eerste richten op: “Oude wijken en dorpen met veel sociale huur.”22 Veel inzet is gericht op de minst en minder (financieel)draagkrachtigen in onze samenleving; met mensen die het minder hebben. Dat geldt zeker voor mensen die dak- of thuisloos zijn. De partij wil ervoor zorgen: “ dat mensen allereerst een dak boven het hoofd krijgen (Housing First). We zorgen voor voldoende voorzieningen en begeleiding zodat mensen weer zelfstandig kunnen wonen, en kunnen blijven wonen.”23 Je kunt hier spreken van solidariteit. Er is veel te zeggen voor de richting die GroenLinks-PvdA kiest. “ We hebben het eerder gedaan,”24 schrijft de partij en dat klopt. De richting die wordt gekozen grijpt terug op een keuze die aan het begin van de vorige eeuw ook werd gemaakt. In een andere tijd met andere verhoudingen. Dat alleen maakt echter nog niet dat het nu ook de juiste keuze is. Wat in het programma ontbreekt is de uitleg erbij: waarom is deze keuze op dit moment de weg is die we moeten gaan? Daarnaast kennen de plannen een achilleshiel. Daar kom ik later op terug omdat die meerdere terreinen raakt.

Samen strijden voor een groene toekomst

Over naar de tweede belofte, die betreft het klimaat en ons leefmilieu. Het hierboven al genoemde isolatie-offensief maakt deel uit van deze belofte maar was ook daar relevant. Volgens GroenLinks-PvdA is de Nederlandse natuur prachtig: “Maar onze natuur en het klimaat staan onder enorme druk. Door landbouwgif en overbemesting hebben we de slechtste waterkwaliteit van Europa. Door PFAS kunnen we op steeds minder plekken zwemmen, of groenten uit eigen moestuin eten. Veel vliegbewegingen zorgen voor vieze lucht en geluidsoverlast.” Het wrange hierbij is dat: “grote vervuilers grote winsten (maken),” maar dat: “Mens en natuur (…) de prijs,” 25 betalen. De partij wil dit veranderen. De partij wil: “Versneld naar een klimaatneutraal Nederland.”26

Daarbij moet tempo worden gemaakt, zo is te lezen, en: “Dat kan je niet alleen aan de markt overlaten.” Daarbij wil de partij: “fors (investeren) in het uitbreiden van het elektriciteitsnet,” en: “in schone en betaalbare energie uit wind-op-zee.” Dat moet zorgen voor: “goedkope energie,” en zo: “de energierekening betaalbaar,” houden: “en (…) onze industrie competitieveren duurzamer.” 27 Bij dat tempo maken moet de grote vervuilers worden aangepakt: “Grote vervuilende bedrijven gaan eerlijk belasting betalen over vervuilende uitstoot” en fossiele subsidies worden afgebouwd. Daarnaast verdienen: “De omwonenden van Schiphol (…) een betere gezondheid en minder overlast,” en komt er: een verbod op de kankerverwekkende stof PFAS en op het gebruik van landbouwgif.” Ook worden: “Grote vervuilers die de wet overtreden” aangepakt en gaan: “Megastallen (…) verdwijnen en er komt een einde aan de industriële veehouderij.” In plaats van industriële landbouw kiest de partij voor: “circulaire landbouw, waarbij we landbouw aanpassen op wat het land aankan. Dat betekent minder dieren per hectare en strenge regels voor schadelijke bestrijdingsmiddelen. Dat beschermt de gezondheid van omwonenden en garandeert dat ons eten ook echt gezond is.” 28

De partij legt hier een duidelijke visie op de landbouw. Een visie waarbij: “Prioriteit (wordt gegeven) aan natuurherstel,” Voor wat betreft het stikstof probleem wil de partij dat bereiken door: “piekbelasters gericht uit te kopen, te verplaatsen, of te begeleiden naar een vorm van landbouw die minder druk legt op de omgeving.” Daar is de partij: “bereid tot gedwongen uitkoop,” dit: “Als stok achter de deur.” 29 Hierbij moeten: “Sectoren die voor het overgrote deel produceren voor de export, (…) als eerste krimpen.” Ter ondersteuning krijgen boeren: “een eerlijke vergoeding voor het landschapsbeheer, bijvoorbeeld als ze werken met teeltvrije zones, kruidenrijk grasland, natuurvriendelijke oevers, water- en CO₂-opslag, weidevogelbeheer of landschapselementen.” Overheden gaan daarvoor: “langjarige contracten aan met boeren.” Voor het andere deel van de boterham van de boer, de prijs voor hun product, is de boer aan de markt overgeleverd. Daar is zo betoogt GroenLinks-PvdA: “De keten aan zet.” Overheidsbemoeienis blijft beperkt tot het aanmoedigen tot: “langjarige afspraken (…) tussen boeren en afnemers met kostendekkende vergoedingen.”30 Voor wat solidariteit betreft, is ‘aanmoedigen’ bij prijsafspraken een lichte vorm van solidariteit. De grote supermarktketens kopen in op wereldschaal en daarbij is de prijs een belangrijke factor. Een duurdere circulaire Nederlandse aardappel wordt dan makkelijk vervangen door een industriële uit een ander land.

En nu ik het toch heb over solidariteit. Hoe solidair zijn de maatregelen die GroenLinks-PvdA voorstelt? “Mensen die moeite hebben met het betalen van de energierekening helpen we als eerst.” Ook worden: “de nettarieven (verlaagd), en (…) (mensen geholpen) met het isoleren van hun woning en het plaatsen van zonnepanelen zodat de energierekening daalt.” En als je gehuurd woont en je huisbaas wil je woning niet verduurzamen dan krijg je: “korting op de huur.” Ook wil de partij: “het openbaar vervoer aantrekkelijker (maken) door de introductie van een Klimaatticket, waarmee iedereen voor 59 euro per maand onbeperkt met het ov kan reizen in daluren.” 31 Maatregelen die zich richten op mensen in moeilijke omstandigheden. Dat getuigt van solidariteit.

Een inkomen waarmee je vooruit komt

De derde belofte betreft de sociale zekerheid. De basis hiervoor moet: “de economie en arbeidsmarkt van morgen,” zijn. Dat moet: “een sterke, schone en sociale economie,” worden. Hiertoe worden de: “handen ineen(geslagen) met de sociale partners, het onderwijs en de regio’s om te komen tot een ‘werk-ontwikkel-aanpak’.” Een aanpak waarin afspraken worden gemaakt: “om mensen op te leiden, vitaal te houden en innovatief te werken. Zo kunnen we mensen inzetten waar we ze het hardst nodig hebben, zoals voor de klas, aan het bed en in uniform.” Hiervoor wordt een: “Toekomstfonds van 25 miljard euro,” ingericht om: “de economie een impuls (te geven) door te investeren in een duurzame, innovatieve industrie, wetenschap, onderzoek en nieuwe spoorlijnen.”32 Hierbij: “moeten (we) als Nederland keuzes maken over wat voor economie we willen hebben.” GroenLinks-PvdA kiest: “voor goed betaalde banen in de sectoren van de toekomst.” Dat betekent: “afscheid van bedrijven die hier alleen kunnen bestaan door belastingvoordelen en uitbuiting van werknemers.”33 Dit houdt in dat: “Alleen werkgevers die een volwaardig loon betalen en personeel humaan behandelen hebben een plek in de Nederlandse economie.” Dat betekent: “ stoppen met regelingen, zoals de landbouwvrijstelling, die laagbetaalde arbeid subsidiëren, en verbieden schimmige constructies die tot uitbuiting leiden.”

Zo’n basis is mooi, maar hoe wordt de koek verdeeld? GroenLinks-PvdA zet in op: “ zeker werk, gelijke kansen, en een vangnet wanneer het leven tegenzit.” Ze wil een samenleving: “Waar we armoede niet accepteren als onvermijdelijk, maar bestrijden als onrecht. Waar we niemand door het ijs laten zakken, en waarin we weer vooruit kunnen. Niet ieder voor zich, maar samen.” 34 Daartoe wil de partij een: “Groot Loonakkoord met de vakbonden en werkgevers,” sluiten waarin: “afspraken (worden gemaakt) over hogere lonen, in ruil voor investeringen in infrastructuur, onderzoek en technologie.” Ook gaat: “Het minimumloon (…) fors omhoog,” en stijgen: “de AOW en andere uitkeringen (…)mee, en we strijden tegen armoede.” Daar staat tegenover dat er: “een einde (komt) aan speciale belastingkortingen voor de rijkste Nederlanders en aandeelhouders van multinationals.” 35 Belastingontwijking wordt aangepakt. De hierboven genoemde maatregelen met betrekking tot de energie en openbaar vervoer en maatregelen met betrekking tot de zorg die hieronder worden behandeld, dragen bij aan het verdelen van de koek ten faveure van mensen aan de onderkant van het inkomensgebouw. Maatregelen die ten goede komen aan de kwetsbaarste mensen. Uiteindelijk wil de partij: “toeslagen stap voor stap overbodig (maken): met gratis kinderopvang, lagere zorgpremies en hogere inkomens.” 36 Ook wordt: “de positie van werkenden met een onzeker contract of laag inkomen,”37 versterkt. Hoe ze dat willen doen, dat wordt er niet bij verteld. Maatregelen die getuigen van solidariteit met mensen in moeilijke omstandigheden. De partij kiest er daarbij voor om de solidariteit vorm te geven binnen het huidige sociale stelsel.

Hier wreekt zich het gebrek aan analyse. Dit alles moet ertoe leiden dat: “de concentratie van vermogen en daarmee de invloed van een kleine groep op onze economie en maatschappij (afneemt). Die te grote invloed van die kleine groep leidt tot: “een oneerlijke economie, maar ook tot minder brede welvaart.” De partij gelooft erin: “dat een eerlijke verdeling zorgt voor gelijkmatige groei, sterke instituties en hoger vertrouwen van burgers in de staat.” 38 Ook dit klinkt mooi. Maar waarop is dat geloof gebaseerd? Wat is een gelijkmatige groei? Waarom moet er worden gegroeid? Is de economie oneerlijk of zijn de machtsverhoudingen oneerlijk? Vragen waarop de partij wellicht antwoorden heeft maar die ik niet in het programma lees. Die had kunnen onderbouwen waarom de oplossing binnen het stelsel wordt gezocht en niet in een nieuw stelsel op basis van bijvoorbeeld een basisinkomen. Dan zou er echt sprake zijn van een nieuwe start. Een idee dat ook het komen tot: “Een simpeler en eerlijker belastingstelsel,” makkelijker zou maken en: “Progressieve belastingen,” 39in te voeren en te verdedigen. Een stelsel waarbij de sterkste schouders echt de zwaarste lasten dragen. Een basisinkomen waarmee tevens een begin wordt gemaakt met het creëren van een ander ‘samen’. Een ‘samen’ gebaseerd op het heden en niet op het, cultuurhistorisch verleden waarop de partijen te rechterzijde het ‘samen’ baseren.

Leiderschap dat Nederland beschermt

De vierde belofte behelst veiligheid en vrijheid. Hier wil de Groenlinks-PvdA: “een samenleving waar mensen naar elkaar omkijken, niet alleen in Nederland maar ook over de grenzen heen. GroenLinks-PvdA maakt de keuzes die nodig zijn voor rechtvaardigheid, democratie en solidariteit, zowel dichtbij huis als wereldwijd. Samen met Europa garanderen we onze autonomie in een onzekere wereld.”40 Voor de partij betekent dit dat Nederland zich houdt: “aan de van democratie, rechtsstaat en nieuwe NAVO-norm en groeien toe mensenrechten. De uitgaven aan naar de afspraak om 3,5% van het bbp ontwikkelingssamenwerking gaan uit te geven aan defensie.” Daarbij wordt de overheid: “medeaandeelhouder van defensiebedrijven, zodat de winsten terugvloeien naar de samenleving.” De partij wil: “de samenwerking binnen en buiten Europa versterken,” door: “extra middelen beschikbaar (te stellen) voor diplomatie,” om: “sneller en effectiever op te komen voor de verdediging van democratie, rechtsstaat en mensenrechten.” Ook binnen Nederland wil de partij: “ onze democratische rechtsstaat met kracht verdedigen tegen aanvallen van extremen,” de partij kiest daarbij voor: “een sterke rechtspraak, vrije pers en stevige democratische controle.” Naast het collectieve veilig en vrij, zet de partij ook in op individuele: “Je overal veilig voelen is daarbij essentieel: op straat, in het uitgaansleven, op het werk, tijdens demonstraties en thuis achter de voordeur.” De partij strijdt daarom: “tegen alle vormen van discriminatie, seksisme en geweld tegen vrouwen, waaronder femicide.” Terecht constateert de partij dat: “Haat (niet) begint (…) bij het bekladden van een synagoge of moskee, of met het verbranden van een regenboogvlag,” maar: “met woorden.” Daarom wil de partij ook inzetten op: “preventie en dialoog.”41

Wereldwijd vult GroenLinks-PvdA rechtvaardigheid, democratie en solidariteit in door het: “intensiveren,” van het: “Nederlandse beleid ten aanzien van democratie-ondersteuning binnen en buiten Europa.” Dat houdt onder andere in het uitdragen van: “de universaliteit van mensenrechten actief (…) door op te komen voor minderheden en een feministisch buitenlandbeleid te voeren.” Niet de hele wereld is democratisch daarom pleit de partij voor transparantie: “in de afwegingen die we maken in samenwerking met bijvoorbeeld autocratische staten.” Concreet wil de partij de Palestijnse staat erkennen, voorkomen dat Iran kernwapens krijgt.42 De groei van de defensie uitgaven naar 3,5% van het bruto binnenlands product wordt hierbij niet ter discussie gesteld.

Binnen de Europese Unie pleit de partij voor: “Een duurzaam, krachtig en innovatief Europa.” Verder wil de partij de Unie hervormen: “bij voorkeur binnen huidige verdragen. Dat betekent minder veto’s op Europees belasting- en buitenlandbeleid en versterking van het Europees Parlement als medewetgever en controleur van de Commissie. Corruptie, fraude, buitenlandse beïnvloeding en ondoorzichtige lobby’s moeten stevig worden aangepakt.” De partij wil de Europese afhankelijkheid van veel goederen, waaronder die van big tech verminderen. En, niet onbelangrijk, de partij pleit voor strengheid: “tegen ondermijnende lidstaten. De Europese Unie is een waardengemeenschap van democratische rechtsstaten. Die waardengemeenschap verdedigen we met hand en tand. Lidstaten die democratie en rechtsstaat ondermijnen, kunnen dus rekenen op sancties.” 43 Een belangrijk punt want, om een voorbeeld te noemen, een autocratisch Hongarije ondermijnt ook de Nederlandse democratie zoals Tom Theuns in zijn boek Protecting Democray in Europa aantoont. Om de de woorden waarmee hij zijn betoog afsluit aan te halen: “However unpalatable, EU member states cannot both permit a frankly autocratic state to continue to be an member of the Union and at the same time pretend to be committed to democracy.”44

Via de wereld en Europa, naar Nederland“GroenLinks-PvdA gelooft dat we alleen vrij kunnen zijn met een sterke democratische rechtsstaat,” met die woorden opent het hoofdstuk Democratie, rechtsstaat en gelijke rechten. Maar: “dat fundament staat onder druk.” Onder druk van en door: “politici die uithalen naar rechters, journalisten, wetenschappers en burgemeesters, en die bevolkingsgroepen wegzetten. Die democratie steeds vaker uitleggen als enkel de wil van de meerderheid, terwijl het beschermen van minderheden en mensenrechten juist een onmisbaar onderdeel zijn van de democratie.” Maar ook onder druk door: “een overheid die burgers niet beschermt, maar verpulvert, zoals bij de toeslagenaffaire, de gaswinning in Groningen en fouten bij de IND en het UWV.”45 Zoals ik aan het begin van deze bespreking al schreef bevat de bewering over politici die uithalen naar andere pijlers onder onze democratie een grote kern van waarheid bevatten. En alle maatregelen die de partij voorstelt, zoals een controleerbare en transparante overheid, geen discriminerende algoritmen en systemen, meer ondersteuning voor de Tweede Kamer en geen politieke dubbelfuncties46 hebben allemaal hun nut.

Dat GroenLinks-PvdA de democratie wil beschermen, is een teken van solidariteit. Want alleen een een democratie heeft iedereen invloed op het beleid. Maar of daarmee de druk op de die democratische rechtsstaat minder wordt, is de vraag. Als zoals bleek uit een reportage van de NOS in juni 2024 op de vraag of leiders gekozen moeten worden antwoordde een jeugdige: “het liefst wel gekozen. Maar stel het gaat helemaal mis dan is dat wel een optie,” antwoord en blijkt dat een grote groep jongeren democratie niet belangrijk vindt en autoritaire bestuursmodellen aantrekkelijk vindt omdat die, in tegenstelling tot een democratie, snel resultaten bereiken, dan gaan deze middelen niet helpen. Dan is er iets anders nodig. Als een groot deel van de mensen zich niet realiseert dat een autocratie ‘aanschaffen’ zo is gebeurd maar ‘afschaffen’ een heel ander verhaal is, dan is er iets anders nodig. Als die grote groep zich niet realiseert dat het ‘aanschaffen’ van een democratie een zeer lastig verhaal is, een verhaal waar we eeuwen over hebben gedaan, dan is er meer nodig.

De basis op orde, een land dat werkt voor iedereen

De laatste belofte betreft de publieke voorzieningen, politie, justitie, onderwijs, zorg. “De overheid moet weer naast mensen gaan staan – met vertrouwen, in plaats van controle, en publieke voorzieningen in eigen hand houden,” 47zo is te lezen. De partij wil investeren in: “schone lucht, gezonde voeding op school, goede huisvesting en toegankelijke zorg in elke wijk. Ook investeren we in gratis kinderopvang en extra ondersteuning op scholen met veel achterstanden.” Ook wordt er geïnvesteerd in: “de plekken waar mensen samen komen, zoals de sportvereniging, de school, het buurthuis, de bibliotheek en het zwembad.” Daarbij wordt er gestreden tegen: “commerciële investeerders en private equity die de huisartsenzorg, welzijnswerk en de kinderopvang overnemen en tegen detacheringsbureaus die leraren wegkapen op scholen.”48 Deze ‘belofte’ staat vol met mooie maatregelen van: “ Rijke schooldagen,” met: “Naast het reguliere onderwijsprogramma (…) ook (…) lessen in sport, dans, cultuur, techniek en natuur,” tot: “kleinere klassen.” Van: “een gezonde lunch op scholen,” tot: “brede brugklasbonus, en helpen leraren om les te geven aan leerlingen met verschillende achtergronden,” en: “Goed onderwijs door bevoegde leraren.” En nog veel meer. En op het gebied van zorg van: “investeren in het terugdringen van de lange wachtlijsten in de ggz,” tot “Zorg dichtbij in de regio,” ingevuld via: “We gaan de verschraling van zorgvoorzieningen actief tegen en zetten in op het behoud van streekziekenhuizen.” En van: “ Zorg draait om vertrouwen en continuïteit – daar horen vaste zorgteams bij,” tot: “Medisch specialisten komen in loondienst en er komt een maximum aan het salaris dat je kunt verdienen.” 49 Qua solidariteit zit het wel goed op dit punt. Maar …

Achilleshiel

En daarmee kom ik bij de achilleshiel. Publieke kinderopvang betekent dat er meer pedagogisch medewerkers nodig zijn. Lessen in sport, dans, cultuur, techniek en natuur moeten door iemand gegeven worden. Extra ondersteuning waar nodig moet door iemand geboden worden. ‘Kleinere klassen’ betekent meer leraren. (V)erbeterde arbeidsomstandigheden en betere begeleiding na afstuderen,” en sneller een vast contract kan wellicht helpen om ervoor te zorgen dat minder dan: “Eén op de vijf startende docenten (…) na vijf jaar het onderwijs,” 50verlaat, maar is dat voldoende? Met het: “ aantrekkelijker (maken) voor huisartsen om een praktijk te beginnen of praktijkhouder te blijven,” zou je het praktijkhouderschap interessanter kunnen maken, als daar het probleem ligt. Maar je hebt niet ineens meer huisartsen mee. (I)nvesteren in het terugdringen van de lange wachtlijsten in de ggz,” en de, “zorgen dat mensen met een complexe hulpvraag eerder worden geholpen,” vergt menskracht. (D)e toegankelijkheid voor chronisch zieken, onverzekerden en mensen met een kleine beurs,” verbeteren kan ik alleen maar toejuichen. Het vraagt echter wel om extra menskracht. Een ambulance die je op tijd moet: “bereiken om je naar een ziekenhuis in de buurt te brengen,” en het tegengaan van: “de verschraling van zorgvoorzieningen actief tegen en zetten in op het behoud van streekziekenhuizen,” vraagt menskracht. “Digitale zorg kan (dan) van toegevoegde waarde zijn wanneer het de kwaliteit verbetert, patiënten meer regie geeft en zorgverleners ontlast,” maar is dat voldoende om het gebrek aan menskracht te vervangen?51 Ik kondigde deze achilleshiel al aan bij de bespreking van de eerste belofte, de woningbelofte. Want door: “Door langjarig marktcapaciteit in te kopen, kun je, “de techniek- en installatiebranche zekerheid ,” willen geven, om: “ verzekerd (te zijn) van voldoende capaciteit,”52 is menskracht nodig. De capaciteit die: “Gemeenten en de Raad van State (erbij) krijgen meer capaciteit om bezwaar- en beroepsprocedures versneld te behandelen,”53 moet er wel eerst zijn. Die 100.00 woningen moeten wel gebouwd worden. Die circulaire, niet industriële landbouw vraagt om – om de SP aan te halen – meer boeren. De: “3,5% van het bbp uit te geven aan defensie,”54 die wordt vertaald in tankdivisies, patriot-systemen, straaljagers, rijden en vliegen zich niet vanzelf. Daarvoor is menskracht nodig. Net zoals voor het: “verhogen (van)de capaciteit van de politie.”55

Je kunt dan wel, zoals de partij schrijft: “slimmer (gaan) werken door te investeren in innovatie en digitalisering waar dat kan.” En zo de productiviteit te verhogen: “waardoor we mensen vrijspelen voor sectoren waar de tekorten groot zijn, zoals de in de technieksector, de bouw- en installatiesector, de kinderopvang, het onderwijs en de zorg,” en: investeren in om-, her- en bijscholing, en in zij-instroom, dat garandeert niet dat er voldoende personeel met de juiste kwaliteiten is. Niet iedereen is in de wieg gelegd voor de zorg of het onderwijs, en met twee linker handen is het lastig ‘installeren’. “De toepassingen van AI ontwikkelen zich (misschien dan wel) razendsnel,”56 ervaringen uit het verleden leren echter dat innovatie zelden tot minder vraag naar menskracht leidt. De door stoom aangedreven weefgetouwen leidde niet tot minder arbeiders in de fabrieken maar tot ‘inloopkasten’ vol met kleding met daarin jassen voor ieder seizoen in in iedere kleur en voor iedere mode gril. Voeg daarbij de vergrijzing waardoor er ieder jaar meer mensen de arbeidsmarkt verlaten dan er toetreden en waardoor : “het percentage 65‑plussers naar 24,4 procent ouderen (stijgt) in 2035. Tot 2040 zet de vergrijzing nog door, tot 25,1 procent ouderen in 2040,” 57 Of: “actieve sturing op een gemiddeld migratiesaldo van 40.000 tot 60.000 per jaar,” waarbij er wordt gericht op: ‘arbeidsmigratie voor werkgevers die bijdragen aan onze brede welvaart mogelijk maken,”58 hier een oplossing biedt, is de vraag. Nederland is niet het enige land dat vergrijst. Ook hier ontbreekt een heldere analyse van hoe zaken op elkaar ingrijpen en waarom de voorgestelde maatregelen wel de juiste oplossing zijn.

1 https://groenlinkspvda.nl/wp-content/uploads/2025/08/Conceptverkiezingsprogramma-GroenLinks-PvdA-2025.pdf

2Een nieuwe start voor Nederland, pagina 5

3Idem, pagina 10-11

4CBS, Monitor Brede Welvaart & de Sustainable Development Goals 2025, pagina

5Michael J. Sandel, Rechtvaardigheid. Wat is de juiste keuze?, Pagina 45

6Een nieuwe start voor Nederland, pagina 12-13

7John Rawls, Een theorie van rechtvaardigheid, pagina 321

8Een nieuwe start voor Nederland, pagina 14

9Idem, pagina 9-10

10Idem, pagina 111-112

11Idem, pagina 17

12Idem, pagina 18

13Idem, pagina 38

14Sterker uit de storm, pagina 9

15Idem, pagina 16

16Een nieuwe start voor Nederland, pagina 38

17Sterker uit de storm, pagina 72

18Een nieuwe start voor Nederland, pagina 39

19Idem, pagina 45

20Idem, pagina 40

21Idem, pagina 41

22Idem, pagina 54

23Idem, pagina 43

24Idem, pagina 17

25Idem, pagina 21

26Idem, pagina 50

27Idem, pagina 22

28Idem, pagina 22-23

29Idem, pagina 57

30Idem, pagina 57-58

31Idem, pagina 22

32Idem, pagina 26-27

33Idem, pagina 67-68

34Idem, pagina 25

35Idem, pagina 26

36Idem, pagina 80

37Idem, pagina 81

38Idem, pagina 68-69

39Idem, pagina 165

40Idem, pagina 28

41Idem, pagina 30-31

42Idem, pagina 86-87

43Idem, pagina 90-91

44Tom Theun, Protecting Democracy in Europe. Pluralism, Autocracy and the Future of the EU, pagina 198

45Een nieuwe start voor Nederland, pagina 111-112

46Idem pagina 112-116

47Idem pagina 33

48Idem, pagina 33-34

49Idem, pagina 127-141

50Idem, pagina 132

51Idem, pagina 138-139

52Idem, pagina 54

53Idem, pagina 39

54Idem, pagina 30

55Idem, pagina 104

56Idem, pagina 70

57https://longreads.cbs.nl/regionale-prognose-2022/vergrijzing/

58Idem, pagina 97

Uitgelicht

Election Files 9: de BBB folder en werkelijkheid

Na de VVD en de SP is nu het verkiezingsprogramma van de de BBB aan de beurt. In haar programma dat de titel BBB levert draagt, staan vier kernwaarden centraal. De eerste waarde is noaberschap, dat wordt gedefinieerd als: “We zorgen voor elkaar en laten niemand vallen. We bouwen aan gemeenschappen waarin mensen elkaar kennen, steunen en opvangen. Dit betekent dat de overheid terughoudend optreedt. … Wij geloven in de kracht van gemeenschappen van mensen.” De tweede waarde is de gulden regel: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Respect, wederkerigheid en fatsoen zijn vertrekpunten van ons handelen,” aldus de partij. Als derde de waarde authentiek: “Blijf jezelf, doe gewoon, wees positief (het glas is halfvol). Humorvol. Geen arrogantie, geen spatjes.” En als laatste professioneel: Kijk vooruit, naar de lange(re) termijn. Goede stijl & houding. Stel het algemeen belang boven het persoonlijk belang.”1 Zullen we dan maar eens kijken hoe het gedrag van de partij in het verleden en de plannen voor de toekomst zich tot die waarden verhouden? Zoals ik ook bij de vorige twee besprekingen van verkiezingsprogramma’s deed, begin ik met de conclusie.

Als je het programma oppervlakkig leest, dan ontstaat al snel een combinatie van de hits Een eigen huis van René Froger en 15 miljoen mensen van Fluitsma en Van Thijn als beeld. Een prachtig mooi beeld van een gelukkige ‘ik’ en een fantastische ‘wij’. Alleen blijkt die ‘wij’ een exclusief karakter te hebben en veel ‘ikken’ uit te sluiten. Het document staat vol met mooie volzinnen en woordspelingen: “Of je nu in Groningen woont of in Gouda”2; de derde B wordt in een opsomming met de eerste twee vervangen door ‘bedrijven’; en zo moet de Europese samenwerking: “dienstbaar zijn aan burgers, boeren en bedrijven – niet andersom.”3 Een mooie glossy, maar als je de foto’s wat beter bekijkt ­– en in dit geval wat beter leest ­– dan ziet het er een stuk minder uit. “Blijf jezelf, doe gewoon, wees positief (het glas is halfvol). Humorvol. Geen arrogantie, geen spatjes.” zo beschrijft de partij het woord authentiek en noemt dat een van de vier basiswaarden van de partij. Kijk je naar woorden en daden van de BBB, dan is het glas eerder bijna leeg; je mag jezelf blijven en gewoon doen, maar dan wel net zoals ‘ons’, en die ‘ons’ is een behoorlijk exclusief clubje. Als je het niet met dat clubje eens bent, dan ben je al snel een extremist en mag je niet meer meedoen. Erger zelfs, want extremisten mag je aandoen wat je niet wilt dat jezelf geschiedt. Daar verwacht de partij geen terughoudende overheid. De kracht van de gemeenschap lijkt alleen maar gewaardeerd te worden als die gemeenschap wil wat de partij wil. Verder druipt het programma van het eigen gelijk. En ja, spatjes hebben ze ook. Dat zijn dan ook precies de dingen die de BBB wel levert. Veel meer heeft de partij tot op heden niet geleverd en levert ook dit programma niet. Op het voor haar belangrijkste dossier, het agrarische dossier, is de partij verantwoordelijk voor stilstand en ontbreekt het aan dat professionele. Daar regeert de hele korte termijn en wordt het persoonlijke belang van het agro-industrieel complex boven het algemeen belang gesteld.

Eerst een paar ‘voorafjes’. Zaken die ik in mijn reactie op andere partijprogramma’s ook al heb besproken. Het eerste voorafje is minder regels en bureaucratie. “De overheid moet burgers en ondernemers vertrouwen geven om mee te bouwen aan de samenleving en zich beperken tot haar kerntaken, zonder onnodige bureaucratie en controlezucht.” 4 En: “Minder bureaucratie levert meer geld voor de zorg op.” Ik kan me niet voorstellen dat het verminderen van bureaucratie geld oplevert, wel kan het de kosten verlagen. Of – en dat lijkt me in de zorg van belang – tijd vrijmaken van medewerkers die aan de zorg voor mensen kan worden besteed. Of dat zo is, hangt er helemaal vanaf hoe het georganiseerd is. Als er een speciaal iemand is aangenomen voor die bureaucratie, iemand die niet van zorg weet, dan levert het geen extra handen voor zorg op. “We zullen procesmatige barrières en bureaucratie wegnemen om snelle en effectieve innovatie binnen Defensie en de bijbehorende industrie te garanderen.” Een bijzondere redenering. Zou het werkelijk zo zijn dat bureaucratie innovatie belemmert en minder effectief maakt? Dat lijkt mij sterk. En “Minder Bureaucratie, meer vertrouwen.” 5 Minder bureaucratie klinkt aardig, maar dat vraagt, zoals ik bij de bespreking van Sterker uit de storm, het programma van de VVD aangaf, eerst een maatschappelijk debat over risico’s.

Een tweede voorafje naar aanleiding van de eerste zin: “Bij BBB geloven we dat politiek niet moet draaien om macht of ego, maar om dienstbaarheid aan de samenleving.” Woorden die ik heel moeilijk serieus kan nemen met de ontstaansgeschiedenis van de partij in het achterhoofd. Wie de geschiedenis van de BBB bestudeert, komt al vrij snel uit bij ReMarkAble, een agrarisch marketing en communicatiebureau. De Boer Burger Beweging is opgericht door drie medewerkers van dat bureau: Wim Groot Koerkamp, Henk Vermeer en Caroline van de Plas. De laatste twee zitten nu namens de partij in de Tweede Kamer. “Onze vertegenwoordigers opereren vanuit onze kernwaarden; authentiek en professioneel,”6 zo vervolgt het betoog in de tweede zin. Authentiek en marketing communicatie? Ik kan die eerste zin ook niet rijmen met de acties van de leidende figuren van de partij. Kamerleden en ministers van de partij die zo ongeveer iedere dag wel aansluiten in een of andere talkshow en daar veel praten en weinig zeggen. Precies op de manier zoals het programma is geschreven. Of neem de communicatie van de partij op de sociale media. Daarin figureert steeds een partijlid die weer ‘iets belangrijks’ heeft gedaan, bijvoorbeeld een motie waarin de minister van Asiel wordt verzocht: “de mogelijkheden te onderzoeken voor een tijdelijke algehele stop op gezinshereniging van asielzoekers.” Moties die veel lucht – en in dit geval oude gebakken lucht want die vraag is al verschillende keren gesteld – verplaatsen, maar die tot niets leiden. Dit alles geeft toch de indruk het BBB-ego belangrijker is dan de samenleving.

Dat blijkt ook uit de daden van de partij, Behalve moties heeft twee jaar regeringsverantwoordelijkheid van de BBB niets opgeleverd. Op het voor de partij belangrijke landbouwdossier is van vooruitgang geen sprake. “Iedereen moet kunnen doen waar hij of zij goed in is. Een kip legt een ei, een bij maakt honing, maar een kip dwingen om honing te maken, is onhaalbaar en bovendien een slecht idee. Toch is dat precies wat nu dreigt te gebeuren in Nederland. Veel politieke partijen willen de veestapel halveren en boeren gedwongen uitkopen. Hun boodschap aan boeren is: stop ermee, zoek ander werk,” 7 schrijft de partij in haar programma. Er is in Nederland geen enkele partij die de boeren de boodschap geeft om ermee te stoppen. Sterker nog, er is tot nu toe één partij, de SP, zoals we in de bespreking van Nu de mensen – het programma van deze partij zagen, die zelfs betoogt dat er meer boeren nodig zijn. Ja, er zijn partijen die de veestapel willen verkleinen, en met goede redenen. De veestapel levert een grote bijdrage aan de verslechtering van natuur, milieu en waterkwaliteit. Dat is een probleem dat al bijna veertig jaar bekend is, en er is al net zo lang bekend dat het probleem alleen kan worden aangepakt door het aantal dieren af te stemmen op dat wat de grond kan dragen en dat zijn minder dieren. Al net zolang is er een agrarisch industrieel complex dat dit met technische maatregelen en innovatie wil oplossen. En ja, die maatregelen leveren soms wat effect op, maar nooit voldoende om het probleem op te lossen. Dat agro-industrieel complex heeft al veertig jaar een bijzonder sterke lobby. Een lobby waarin ReMarkAble een belangrijke rol speelde, een lobby die zelfs tot een eigen partij heeft geleid. Die lobby zorgt er al veertig jaar voor dat die keuze niet wordt gemaakt, maar dat er voor ‘innovatie’ wordt gekozen. Innovatie die aan de boeren wordt opgedrongen met als enige resultaat dat hun bedrijven en hun schulden bij de bank groter worden en waardoor de handelingsmogelijkheden van de boeren worden beperkt. Wil een boer kiezen voor boeren binnen de grenzen van de natuur, dan is financiering heel lastig te vinden. Het zijn niet: “De stikstofregels, de afbouw van de derogatie, overhaaste klimaatmaatregelen en opeenvolgende“nationale koppen” op Europees beleid,” die, “zorgen voor onzekerheid en wanhoop bij boerengezinnen.” Dat dit hun onzekerheid veroorzaakt, wordt hen door de BBB lobby van het agro-industrieel complex aangepraat. De oorzaak van die onzekerheid is het gebrek aan politieke en bestuurlijke lef waarmee Nederland op dit dossier al veertig jaar kampt. Veertig jaar waarin het probleem werd ontkend, en er geitenpaadjes zoals het Programma Aanpak Stikstof (PAS) werden gezocht. Een aanpak waarmee door kon worden gegaan op de oude voet omdat ‘toekomstige innovatie’ het probleem wel zou oplossen.

En wat zijn de plannen van de BBB op dit gebied? (D)e derogatie (moet) behouden blijven om verantwoord mestgebruik mogelijk te houden en moeten Europese en nationale regels de praktijk ondersteunen in plaats van belemmeren. Hier blijven wij ons sterk voor maken.” Met die derogatie stond de Europese Unie toe dat Nederlandse boerenveel meer mest op hun land mochten uitrijden. Een aanpak met gevolgen voor de waterkwaliteit: “ Het overschot aan stikstof en fosfor in het oppervlaktewater kan leiden tot giftige algenbloei, vissterfte en een afnemende biodiversiteit. De geselecteerde meetlocaties met een voldoende lange meetreeks (145 locaties) laten een langzame verbetering van de waterkwaliteit zien. Het gevoerde mestbeleid heeft dus effect, maar de dalende trends lijken in de meer recentere jaren af te zwakken. In een aantal wateren blijkt uit de trend dat de waterkwaliteit zelfs achteruitgaat en op de helft van de locaties voldoen de concentraties nog niet aan de gestelde doelen,” aldus recent onderzoek. Bijzonder is hierbij dat de twee laatste kabinetten deze lijn ook voerden en daarbij op een keihard NEE stuitten. Niet bepaald professioneel om, met het idee van ‘vooruitkijken naar de lange(re) termijn’, nog een keer hetzelfde doodlopende pad op te gaan. Meer een struisvogelaanpak: kop in het zand en hopen dat het overwaait.

De partij wil de: “Boer aan het roer. Boeren, tuinders, telers en vissers werken al eeuwen met de bodem, dieren, omgeving en natuur. Zij zijn de professionals. De vakkennis van boeren, tuinders, telers en vissers staat daarom centraal.” Dat in de landbouw al eeuwen met bodem, dieren, omgeving en natuur wordt gewerkt is onmiskenbaar. Alleen werkte die boer al die eeuwen op een heel andere manier. Daarvoor even terug naar de boerenprotesten. Nee, niet die van 2019 en 2020, maar die van een kleine vijftig jaar eerder. Want ook begin jaren zeventig van de twintigste eeuw zagen boeren en boerenzoons hun ‘manier van leven’ ophouden. Toen door de schaalvergroting die hen door de overheid werd opgedrongen. Tot die tijd vond landbouw nog redelijk binnen de grenzen van wat het land kon dragen plaats. Redelijk, want er werd wel al landbouwgif en kunstmest gebruikt, echter nog op beperkte schaal. Toen werkte de boer nog met de grond en zijn dieren. Als een boer van toen een schep in de grond van nu zou steken, dan zou hij zich afvragen waar de pieren, torren en andere insecten zijn gebleven. Als een boer van toen door de weilanden van nu zou lopen dan zou hij zich afvragen waar de kievit en de andere weidevogels zijn gebleven. Ook zou hij de verschillende kruiden die door zijn vroegere gras groeiden missen, en zich verbazen over de monotonie van het Engels raaigras. Hij zou schrikken van de grootte van de percelen en de tractoren en andere werktuigen die erover rijden. Hij zou zich afvragen hoe die boer zijn vijfhonderd koeien gemolken krijgt die 5.000 varkens voert of de eieren van die 500.000 kippen raapt. Een tuinder van toen zou zich verbazen over kassen van dertig hectares vol met paprika’s, een gewas dat hij niet kent, en hij zou zich erover verbazen dat die planten niet in de bodem groeiden maar op iets wat men ‘substraat’ noemt. En zo kan ik wel door gaan. Ja, ik vertrouw de boer. Maar een boer is geen chemicus, terwijl er wel met chemische middelen wordt gewerkt. Een boer heeft er geen zicht op wat zijn activiteit voor bijvoorbeeld de waterkwaliteit betekent.

Vertrouwen in de boer is één. Vertrouwen in het agro-industrieel complex is heel wat anders. De BBB heeft alle vertrouwen in de agrarische sector en het agro-industrieel complex. Niet vreemd vanwege haar ontstaansgeschiedenis. De partij zet nog steeds in op: “Innovatie. Innovatie krijgt de ruimte die het verdient, procedures worden aangepast en innovatiemiddelen zo ingericht dat nieuwe vindingen snel juridisch houdbaar toegepast kunnen worden en doelen behaald kunnen worden.”8 Deze weg wordt al veertig jaar lang bewandeld en is tot op heden een ‘road to nowhere’ gebleken – om de titel van een song van de Talking Heads aan te halen. Ze hopen – om een zin uit die song te parafraseren – dat: ‘here is where time is on their side.’ Alleen was de tijd dat de afgelopen veertig jaar niet. Tenminste niet voor de boer, wel voor dat complex. Dat boerde goed, terwijl de boer en de natuur achteruit boerden. Niet bepaald ‘professioneel’ en ook niet erg ‘guldenregelig’. Deze aanpak biedt de samenleving, de natuur maar ook de boeren geen toekomstperspectief. Ze getuigt van weinig respect en wederkerigheid. Genoeg over het voor de BBB belangrijkste punt.

Of eigenlijk toch niet, maar daarover in de volgende alinea meer. “ De basis voor iedereen begint bij een eigen plek onder de zon. Een huis om in te wonen, een buurt om in te leven. Maar voor steeds meer mensen is dat onbereikbaar geworden. Er zijn te weinig woningen en de huizen die er zijn, zijn vaak onbetaalbaar,” 9constateert de partij. Ahh, ‘een eigen huis, een plek onder de zon’. Maar gelukkig is er licht aan het einde van de tunnel: “Na jaren van stilstand komt er eindelijk beweging. In een nationale woningcrisis is nationale sturing nodig. Er staat weer een ministerie dat wonen serieus neemt. Provincies en gemeenten kunnen alleen verder als het Rijk helpt om door te pakken. Met Mona Keijzer als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening pakt BBB door waar anderen bleven steken. Denk aan tijdelijke doorstroomwoningen voor starters, gescheiden mensen en statushouders. Aan kleine woningen in de achtertuin die families bij elkaar houden” 10 Allemaal mooie plannen… Alhoewel, mooi? Waarom zou je tijdelijke woningen bouwen als je ook permanente kan bouwen? En dat bouwen is een probleem. Achtereenvolgende kabinetten roepen stoer hoeveel woningen ze gaan bouwen en dat worden er steeds meer. Alleen laat de werkelijkheid zien dat er veel minder worden gebouwd dan gepland. Lastige regelgeving en lange procedures worden aangedragen als oorzaak hiervoor. Gelukkig heeft minister Keijzer de commissie STOER in het leven geroepen en die heeft gerapporteerd. Die leverde een rapport vol maatregelen. Als alle maatregelen zouden worden doorgevoerd, dan zou dat best tot snellere procedures kunnen leiden. Alleen komt dat tegen een prijs. Neem de volgende aanbeveling: “geef de behandeling van bezwaren tegen omgevingsvergunningen voor woningbouwprojecten structureel voorrang ten opzichte van andere bezwaarprocedures, zodat de beschikbare capaciteit als eerste wordt benut voor woningbouw en de 12-weken-termijn wordt gehaald.”11 Die voorrang betekent dat uitspraken op andere bezwaarschriften – waarop ook vaak te laat wordt beslist – nog langer op zich laten wachten. Dat zou dan zomaar eens een boer kunnen zijn die bezwaar heeft gemaakt tegen een besluit op zijn vergunningsaanvraag. Wat gij niet wilt…

Terug naar dat ‘eigenlijk niet’. Een belangrijke reden voor het niet snel kunnen bouwen is gelegen in de stikstofproblematiek en dat raakt het voor de BBB belangrijkste punt, de landbouw. Daarover adviseert de commissie het volgende: “Laat de provincies met ondersteuning van het Rijk snel een resultaatgericht plan maken voor forse emissiereductie en natuurherstel van de meest kwetsbare Natura 2000-gebieden. Een dergelijk solide natuurherstelprogramma zal de noodzakelijke ruimte voor het hanteren van een rekenkundige ondergrens van bijvoorbeeld 1 mol/ ha per jaar onderbouwen waardoor een groot deel van de woningbouwprojecten niet meer valt onder de vergunningplicht. De adviesgroep hoopt dat de door de regering voorgenomen rekenkundige ondergrens van 1 mol/ha per jaar juridisch stand houdt. Het zou de woningbouw enorm helpen.” 12Beleid gebaseerd op hoop en het gestuntel en gebrek aan daadkracht met betrekking tot zo’n natuurherstelplan van het kabinet Schoof en minister Wiersma (BBB) in het bijzonder, is schrijnend. Zelfs een ministeriële commissie met twaalf (sic) bewindslieden onder leiding van premier Schoof kwam tot niets. De BBB levert… gebakken lucht, en zelfs die niet; weinig ‘professioneel’.

Waar de BBB wel levert is op een zeer gevaarlijk terrein. De partij staat, zo schrijft ze: “pal voor onze Nederlandse cultuur en westerse waarden. Waarden zoals vrijheid, gelijkwaardigheid, verantwoordelijkheid en respect voor elkaar. Van Koningsdag tot Dodenherdenking, van dialect tot volkslied: onze tradities zijn geen achterhaalde folklore, maar bouwstenen van een gedeelde cultuur. Een cultuur die verbindt en richting geeft.” Nu definieert ze deze begrippen niet, maar als ik BBB levert doorlees, dan krijg ik het gevoel dat de partij met vrijheid en gelijkwaardigheid iets heel anders bedoelt. “Bij een gedeelde cultuur hoort ook gedeelde verantwoordelijkheid. Wie in Nederland wil wonen, hoort mee te doen. Inburgeren, de taal leren, werk zoeken en bijdragen aan de samenleving. Dat is geen keus, maar een voorwaarde. Wie hier wil blijven, moet hier willen zijn – en zich ook zo gedragen. Onze normen en waarden zijn niet onderhandelbaar. Wij zijn gastvrij, maar niet grenzeloos. Wie zich thuis voelt in Nederland, hoort daar ook verantwoordelijkheid bij te nemen.” 13 Het programma maakt niet duidelijk wat dan die normen en waarden zijn maar als je er niet aan voldoet, dan hoor je hier niet thuis. Ik begin me nu zorgen te maken of ik dan nog wel bij de noaberschap hoor. Ik heb niets met Koningsdag en ik hoop dat de voor mij belangrijke traditie van Vastelaovend in Venlo snel ruimte biedt voor een prinses, of dat de functie van vors Joeccius XI toevalt aan een vrouw. Wordt mijn authentieke ik wel op prijs gesteld? De enige voorwaarde waaraan je je moet houden, is de wet- en regelgeving. Die zegt niets over een gedeelde cultuur.

Deze passages zetten een toon in het programma die al snel gevaarlijk wordt. Een paar regels verder is het al zover: “ Tegelijkertijd zien we dat in sommige delen van Nederland spanningen oplopen. De druk op buurten neemt niet alleen toe door fysieke overbevolking, maar ook door botsende normen en waarden. Een kleine, maar radicale minderheid keert zich actief tegen de vrijheden waarop onze samenleving is gebouwd.” En dat gevaar komt uit de hoek van het: “Moslimextremisme, dat niets te maken heeft met de meerderheid van moslims die in vrede leeft, leidt op sommige plekken tot angst, intolerantie en zelfcensuur.” 14 Dat er extremisten onder de moslims zijn, valt niet te ontkennen. Die heb je onder alle gelovigen – en trouwens ook onder ongelovigen. Sterker nog, extremisten die zich actief keren tegen de vrijheden waarop onze samenleving is gebouwd, bezetten op dit moment al veertig Kamerzetels. De PVV met 37 en het FvD met drie zetels. En als ik het programma van de BBB lees, dan zijn het er al 48. Sterker nog, die extremisten zaten in het kabinet. Uitspraken als: “landen als Syrië, Eritrea, Jemen dat zijn wel echt landen die een jodenhaat hebben die tot diep in hun ziel zitten,” van BBB-leider Van der Plas deed in een uitzending van OP1, of: “veel asielmigranten komen uit landen met een islamitisch geloof. We weten dat daar jodenhaat onderdeel is bijna van de cultuur,” zoals toen nog BBB-Kamerlid Keijzer het verwoorde bij Jeroen en Sophie, zijn – behalve bezijden de waarheid – behoorlijk stigmatiserend. Na de rellen rond de wedstrijd tussen AJAX en Maccabi Haifa wist de BBB ook meteen wie de schuldigen waren: “Marokkaanse en Noord-Afrikaanse jongeren met een islamitische achtergrond.” Uitspraken die vloeken met gelijkwaardigheid en respect voor elkaar. Een uitspraak die zij deed voordat de toedracht van de gebeurtenissen goed was onderzocht, en wetende dat de Maccabisupporters zich in de dagen en uren voorafgaand aan de wedstrijd behoorlijk hadden misdragen. Dat stigmatiseren werd eind november 2025 kracht bijgezet toen de partij een discriminerende motie ondersteunde die opriep om: “culturele en religieuze normen en waarden van Nederlanders met een migratieachtergrond bij te houden.” Het werd helemaal erg toen de partij willens en wetens instemde met discriminerende wetgeving. Allereerst wilde de partij niet meewerken aan het verplaatsen van de stemming over amendementen bij verschillende gevoelige wetsvoorstellen. Die vond tegelijkertijd plaats met de viering van de afschaffing van de slavernij. De partij die van de cultuur en waarden vond niet dat die viering iets met cultuur en waarden te maken had. De behandeling van de twee asielwetten werd hierdoor een ‘soep zooitje’, omdat een meerderheid, waaronder de BBB, een amendement aannam maar het niet gehandhaafd wilde zien. Als klap op de vuurpijl werd, ook met steun van de BBB, een discriminerend amendement aangenomen bij het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting. Een amendement dat, zoals de indiener het schreef: “moet voorkomen dat gemeenten “statushouders” als aanvullende urgentiecategorie kunnen opnemen in hun huisvestingsverordening, alsmede dat gemeenten “statushouders” in urgentiecategorieën kunnen plaatsen via de ruimte die ze hebben om de urgentiecategorieën en de criteria die bepalen wanneer woningzoekenden daaronder vallen, breder op te stellen dan de wet voorschrijft.” Voor de BBB telt iedereen mee: “niemand wordt vergeten.”15 Om Orwell te parafraseren behoren behoren alleen ‘some animals’ tot de naoberschap en die zijn ‘more equal than others’. Die laatste groep kun mag je wel aandoen wat je niet wilt dat jezelf geschied.

Tot zover het verleden. “We geven elkaar eerlijke kansen,” 16schrijft de partij. Als je, zoals we zagen, tot de ‘juiste diersoort’ behoort. Die diersoort moet dan wel gewoon doen, want: “dan doe je al gek genoeg,” aldus de partij om vervolgens te verklaren dat de partij zich zorgen maakt:“over de doorgeschoten symboolpolitiek rond LHBTIQ+ beleid.” En dan constateert dat er: “op veel plekken de regenboogvlag wappert en basisscholen al spreken over genderdysforie (,..) op sommige plekken juist de acceptatie van homoseksualiteit,” daalt. De partij lijkt hier te suggereren dat homo’s veel meer geaccepteerd zouden zijn, als die ‘gekke LHBTIQ+-ers’ nu maar normaal deden. Wat dan normaal doen is, wordt er niet bij gezegd, maar het lijkt erop dat de partij deze mensen oproept om in de kast te blijven. Alsof het toen de kast nog gesloten was wel zo goed was gesteld met de acceptatie. Tot zover gelijkwaardigheid, respect en verantwoordelijkheid voor elkaar. Dit doet me denken aan het Venlose Vastelaovesleedje Minse wiej weej, over cultuur en dialect gesproken. Want: “As alle minse ens ware wie weej, wie weej. … Dan hadste gen gehoedel, dan hadste gen gedoedel, dan goof ’t niks wie ingelkes op aerd. Dan waas d’r gen gerômmel, dan waas d’r gen geknômmel, al strukelt auk waal ens ’t beste paerd.” Helaas een kleine maar, op de plek van de puntjes staat namelijk een cruciale zin: “As alle minse ens ware wie weej meuste zién.”

Niet alleen de vrijheid en gelijkwaardigheid van de LHBTQIA+ mensen komt in gevaar. We lopen allemaal kans op achterstelling: “Er is geen plek aan de beleidstafel voor organisaties die via extremistische uitingen of terreur de agrarische en visserijsector aanvallen. Ook organisaties die dierenextremisten steunen zijn geen gesprekspartner op het ministerie van LVVN. BBB werkt aan een wetsvoorstel om dierenextremisme strenger te kunnen bestraffen.”17 Wie bepaalt wat extremisme en een extremistische uiting is en wanneer er sprake is van terreur? De BBB mag dan wel vinden dat: “Dieren in de veehouderij (…) het in Nederland goed en veel beter (hebben) dan in de meeste andere landen,” en dat: “Aanvullende regels op het gebied van dierwaardigheid,” wat haar betreft niet nodig zijn. Over dat goed kun je van mening verschillen. Met evenveel recht en rede kun je betogen dat de industriële manier van vee houden extreem is en dat er sprake is van terreur op dieren. Dat is een legitieme opvatting. Extreem dat ben je voor de BBB al snel: “ De aanhang van terreurbewegingen zoals Hamas is zichtbaar op onze scholen, in wijken en zelfs op universiteiten.” Dit conflict importeren we: “ Via de asielinstroom en via een gebrek aan duidelijke grenzen … naar onze eigen samenleving.”18 Ja, er wordt geprotesteerd tegen het Israëlische optreden in Gaza en tegen het gebrek aan actie vanuit de Nederlandse regering, een regering waar de BBB deel van is. Dat is echter heel wat anders dan aanhangen van Hamas. De partij lijkt hier haar waanbeelden te projecteren op een grote groep mensen die terecht veel meer aandacht en actie vragen om het lijden in Gaza te voorkomen. Wat er in Gaza gebeurt is geen ramp, het is een door mensen georganiseerd drama waarvoor Israël verantwoordelijk is. Een opvatting die net zo goed een plek heeft aan de beleidstafels als de opvatting van de BBB. Een niet erg professionele aanpak die getuigt van weinig naoberschap en die conflicteert met de gulden regel.

Volgende groep waarvoor andere regels gaan gelden:“Neutraliteit. NVWA-medewerkers zijn net als alle andere Rijksambtenaren neutraal en onthouden zich van politiek gekleurde uitingen.”19 Rijksambtenaren zijn gewoon burger van Nederland met dezelfde rechten en plichten. Iedere burger van dit land heeft het recht om zich met de politiek te bemoeien. Dit voorstel getuigt van angst. Alleen politici en bestuurders die bang zijn, willen anderen de mond snoeren. Een krachtig bestuurder weet uit te leggen waarom een ambtelijk advies niet wordt gevolgd. Een open debat komt de besluitvorming alleen maar ten goede. Niet erg professioneel en het conflicteert met de gulden regel.

Een volgende bijzondere punt: “De afweging van belangen bij politieke besluitvorming hoort primair bij de volksvertegenwoordiging. Het ondermijnen van democratische besluiten via de rechter tast het draagvlak en vertrouwen in de democratie aan.” Daarom wil de BBB de wet: “wijzigen zodat alleen direct belanghebbenden in recht kunnen opkomen tegen overheidsbesluiten.”20 Nu is het al zo dat alleen belanghebbenden het recht hebben om op te komen tegen overheidsbesluiten. Als de overheid iemand in Groningen vergunning verleent voor het verbouwen van het huis, dan kan ik vanuit Venlo geen bezwaar maken. Dat kunnen alleen de mensen in de directe omgeving. Wat de partij hier voorstelt is dat actiegroepen die zich inzetten voor het behoud van dieren, de natuur of het milieu geen bezwaar meer kunnen maken.

Het gaat nog verder. De partij beschuldigt het hoogste college van staat, de Raad van Staten ervan dat het politiek gekleurd adviseert. Daarom moet “het benoemingsproces voor staatsraden bij de afdeling Advisering van de Raad van State,” worden herijkt. Daardoor moet: “de politieke kleuring van dit orgaan sterk (worden)verminder(d). En waarom moet dat gebeuren? Omdat: “de Raad van State onvoldoende werkt als het juridische slot op de deur.” Dit is nu onvoldoende, zo betoogt de partij, want: “ Het kan niet zo zijn dat de hoogste Nederlandse rechter eerst allerlei activiteiten vergunningvrij verklaart, om vijf jaar later te bepalen dat voor diezelfde activiteiten met terugwerkende kracht toch een vergunning nodig is.” 21 Hier verwijst de partij naar de uitspraak van de rechter met betrekking tot de PAS systematiek. De partij vergeet dat het niet de rechter, maar de regering was die activiteiten vergunningsvrij verklaarde en daar door de rechter op werd teruggefloten. En dat was volgens de partij niet de eerste keer dat de raad niet goed werkte als juridisch slot. De andere keer was, zo betoogt de partij, de toeslagenaffaire. Een bijzonder verwijt, omdat het juist een uitspraak van de Raad van State was die de fraude-aanpak verbood na er eerder mee te hebben ingestemd. Het is juist eigen aan een rechtsstaat dat ook de hoogste rechter van oordeel kan veranderen. Of mag dat alleen als het in het straatje van de BBB past?

Door naar een ander onderwerp, de wetenschap. “Nederland kent een rijke traditie van wetenschappelijk onderzoek en innovatie. BBB staat pal voor academische vrijheid, maar ziet ook dat wetenschap steeds verder wordt losgezongen van de praktijk. Voor BBB geldt: wetenschap moet bijdragen aan de samenleving, aan onze kennispositie én aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Dat vraagt om ruimte voor toegepast onderzoek, vakgericht onderwijs en samenwerking met het midden- en kleinbedrijf, zorg, landbouw en industrie.”22 Een ‘maar’ in een zin betekent dat wat na die ‘maar’ komt ontkracht en dat is ook hier het geval. De BBB is niet voor wetenschappelijke vrijheid. De BBB wil uitvinders die problemen oplossen. Die zijn ook belangrijk maar dat is geen wetenschap.

Volgens de partij is: “betrouwbare wetenschap … belangrijk voor een samenleving waarin mensen zich thuis voelen, zich ontwikkelen en bijdragen aan hun omgeving.” Een bijzondere uitspraak omdat deze suggereert dat er ook onbetrouwbare wetenschap is. Het programma geeft een hint waar we die ‘ onbetrouwbare wetenschap’ moeten zoeken. De partij betoogt dat: “onze kracht (niet) ligt (in) modellen op papieren realiteiten.” Die kracht ligt in mensen – in hun arbeid, hun ondernemerschap, hun tradities en hun omgeving.”23 Daarom zijn: “Cijfers op papier ontleend aan de modellen werkelijkheid zijn niet leidend.”24 En zijn: “ Modellen zijn geen werkelijkheid.”25 Nu lijkt het mij sterk dat er ooit iemand heeft beweert dat een model de werkelijkheid is. De kracht van de wetenschap zit hem nu juist wel in het gebruik van modellen. Een model beoogt een theoretische en schematische weergave van de werkelijkheid te zijn, bedoeld om die werkelijkheid beter te begrijpen en om onzekerheden weg te nemen. Vooral in de sociale wetenschappen, die gaan over de mensen, hun omgeving en hun handelen, zijn modellen complex en kennen ze twee problemen. Als eerste beïnvloeden ze onze kijk op de werkelijkheid. We kijken met de bril van het model en zien alles volgens dat model. We zien niet de werkelijkheid, maar het door het model opgelegd beeld van die werkelijkheid. Pas als de signalen die niet in het model passen zo overvloedig zijn, dan pas stellen we het model ter discussie. Het tweede probleem is dat modellen de werkelijkheid kunnen beïnvloeden. Als we een model hanteren dat de mens als een homo-economicus ziet, dan zal een groot deel van de mensen zich na verloop van tijd ook als zodanig gaan gedragen. Zonder modellen is het echter lastig wetenschap te bedrijven, want wetenschap begint bij een theorie: een weergave van de werkelijkheid. De kracht van de wetenschap en dus de menselijke ontwikkeling ligt nu juist wel in modellen. Modellen helpen bij het ‘vooruit kijken naar de lange(re) termijn’.

BBB staat pal voor de vrijheid van onderwijs, zoals vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet. Scholen mogen niet de ruimte krijgen om antidemocratische of haatdragende denkbeelden te verspreiden. De overheid moet deze vrijheid beschermen en bewaken. De komende tijd wordt bezien of dit binnen de grenzen van artikel 23 kan. Indien dat niet zo blijkt te zijn, staat BBB open voor aanpassing om te voorkomen dat deze vrijheid onbedoeld bijdraagt aan radicalisering.”26 En waaraan denkt de partij dan? “Met het oog op de grote problemen bij islamitische scholen vanwege gebrekkige integratie, buitenlandse invloeden, onderwijskwaliteit, radicalisering en anti westerse opvattingen moet er een stop komen op nieuwe islamitische scholen.” 27 Maar beste BBB, die stop kan er alleen komen als dat artikel 23 op de helling gaat. Want als u wilt dat er geen nieuwe islamitische scholen meer mogen komen, dan geldt dat ook voor christelijke, katholieke en joods. Dat is de guldenregel – of beter gezegd – dat is gelijkheid voor de wet.

Er is, zoals ook bij de bespreking van de programma’s van de VVD en SP , nog veel meer te zeggen en vinden van de maatregelen in het programma. Maar ik laat het hierbij. Ik hoop dat ik inzichtelijk heb kunnen maken dat het hebben van kernwaarden moet blijken uit je handelen. Bij de BBB lijken de kernwaarden eerder een marketing truc. Een truc die werkt als je het programma oppervlakkig leest en vooral het handelen buiten beschouwing laat. Dan ontstaat er een prachtig beeld. Dat kun je wel over laten aan eventueel AI gebruikende reclamemensen. Helaas blijkt het product na een goede bestudering niet te voldoen aan de beschrijving in de reclamefolder.

1BBB levert, pagina 6

2BBB levert, pagina 6

3Idem, pagina 9

4Idem, Pagina 42

5Idem, pagina 123

6Idem, pagina 5

7Idem, pagina 10

8Idem, pagina 34

9Idem, pagina 7

10Idem, pagina 42

11Woningbouw sneller meer goedkoper, pagina 100

12Idem, pagina 63

13Idem, pagina 8

14Idem,, pagina 8

15Idem, pagina 17

16Idem, pagina 20

17Idem, pagina 34

18Idem pagina 8

19Idem, pagina 35

20Idem, pagina 93

21Idem, pagina 38

22Idem pagina 102

23Idem, pagina 102

24Idem, pagina 47

25Idem, pagina120

26Idem, pagina 104

27Idem, pagina 54

Uitgelicht

Opzettelijke onwetendheid

“De geschiedenis vraagt om eerlijk onderzoek, niet om ideologische uitwissing.” Met die woorden eindigt een bericht op LinkedIn van Eddy Boevink. Boevink schrijft over de al meer dan honderd jaar durende strijd in wat in 1922 het mandaatgebied Palestina werd. Inderdaad vraagt de geschiedenis om eerlijk onderzoek en daar schort in Boevinks bericht het een en ander aan. Daaraan en aan zijn manier van redeneren.

Bron: Wikipedia

“De slogan “Israël is een koloniaal project” is niet alleen verkeerd, het is ook opzettelijke onwetendheid.” met die woorden begint Het is geen koloniaal project want: “ Het land ten westen van de Jordaan, met inbegrip van Jeruzalem, is niet een recente prijs die met geweld is ingenomen. Het is het 4.000 jaar oude thuisland van het Joodse volk. Archeologie, geschriften en ononderbroken aanwezigheid onder elk rijk bewijzen het. Jeruzalem wordt meer dan 600 keer genoemd in de Hebreeuwse Bijbel en vormt al millennia lang het hart van het Joodse gebed.” Jeruzalem wordt in de bijbel genoemd en er is inderdaad bewijsmateriaal dat duidt op joodse aanwezigheid. En ja, er hebben altijd joden gewoond. Er hebben echter ook andere volkeren gewoond. Gewoond voordat er sprake was van joden zoals de nafutische cultuur, tijdens de hoogtijdagen van de joodse beschaving aldaar zoals de Filistijnen, en het verval van de joodse beschaving woonden er ook diverse volkeren met diverse religies. Boevink pint een moment in de geschiedenis vast en maakt dat tot de maat der dingen. Met evenveel recht en reden zou je een ander moment tot maat der dingen kunnen maken waar weer andere groepen hun claim aan hangen. Jeruzalem wordt ook zeer vaak in Romeinse geschriften genoemd dus zouden ook de Romeinen het gebied kunnen claimen als hunne Of Egyptenaren, de Irakezen als opvolgers van de Babyloniers, de Syriers als opvolgers van de Assyriers en Iran als opvolger van het Perzische rijk. Bovendien maakt die bijbel er ook gewag van dat de Israëlieten na een tocht van veertig jaar door de woestijn het land van Kanaän binnentrokken. Dat zou betekenen dat hun ‘thuisland’ elders was. Er is meer bijzonder aan Boevinks bericht.

Hij vervolgt met “Kolonialisme betekent een buitenlandse mogendheid zonder voorafgaande verbinding die land inneemt. De Joodse terugkeer naar Israël was geen kolonisatie – het was de thuiskomst van een inheems volk dat eeuwenlang verbannen en vervolgd werd.” Over dat ‘inheemse’ heb ik het al gehad. Nu het koloniale aspect. Zo’n vierhonderd jaar geleden vertrokken er schepen vanuit Hollandse havens naar Zuidelijk Afrika. Daar stichtten zij koloniën. Maar, Holland is hun oude thuisland dus zij hebben het recht om de boel hier over te komen nemen. Als zij dat doen is er geen sprake van kolonialisme. Zo’n 5.500 jaar geleden trok het Janma volk vanuit de zuidelijk Centraal Azië Europa binnen. Hoe vreedzaam of gewelddadig dit is gebeurd, weten we niet. Wel bleef er van de hier wonende agrarische samenlevingen niet veel meer over. Meest waarschijnlijke scenario is dat de pestbacterie die de Jamna meebrachten, voor de hier wonenden nieuw was. Wij zijn de verre nazaten van de Jamna. Zuidelijk Rusland en westelijk Kazachstan is ons oude thuisland daar kunnen we dus zo weer naar toe trekken en de boel overnemen. Dat zou geen kolonialisme zijn. Zo’n 70.000 jaar geleden begonnen onze verre voorouders met hun trek ‘out of Africa’. Afrika is ons oude thuisland en dat geeft ons het recht naar Afrika terug te gaan en de boel daar over te nemen. Volgens die redenering kan Afrika niet gekoloniseerd worden omdat het de bakermat is van de Homo Sapiens, ons soort mensen. Klinkt dat belachelijk in de oren? Dat is precies de redenering die Boevink hanteert.

Er is sprake van kolonialisme als de ene groep de andere overheerst en het recht claimt om exclusieve soevereiniteit uit te oefenen over de tweede groep. De koloniserende groep komt daarbij uit den vreemde. De joden die vanaf het begin van de twintigste eeuw naar Palestina trokken, kwamen vanuit den vreemde. Ze kwamen niet thuis. Het was niet zo dat de joden wiens families al eeuwen in Palestina woonden, stonden te juichen met de komst van deze kolonisten. Ook zij maakten zich grote zorgen over het koloniaal gedrag van de nieuwkomers. Ze kwamen en begonnen vanaf het begin een eigen bestuur te vormen. Ze segregeerden zich van lokale bevolking. Ze segregeerden zich en namen steeds meer plek in. Hierbij kregen ze de hulp van de Britten, de gezaghebbers in mandaatgebied Palestina. Want die hadden zichzelf de opdracht gegeven om daar een thuisland voor joden te creëren. Met daarbij de aantekening dat dit geen afbreuk mocht doen: “ aan de rechten en de positie van andere bevolkingsgroepen,” aldus het mandaatverdrag van 19221 Die afbreuk zat echter al in het verdrag want aan de joodse migranten werden rechten toegekend die de er al wonende mensen niet kregen. Toen de Britten zich terugtrokken, namen de kolonisten nog meer land in. Daarbij maakten ze gebruik van taktieken die vergelijkbaar zijn met hetgeen Hamas in oktober 2023 deed. Het land innemen zet zich nog steeds voort en het zou mij niets verbazen als dat koloniseren zich in de toekomst ook richting Syrië gaat uitbreiden. Koloniseren en kolonialisme is daarmee een goede beschrijving van wat er gebeurde en gebeurt.

Boevink vervolgt: “Ondertussen ontstond het idee van een duidelijke “Palestijnse” nationale identiteit pas in de 20e eeuw, na de val van het Ottomaanse Rijk.” Is een nationaliteit dan alleen een nationaliteit als ze van voor 1900 is? Natiestaat en nationaliteit is sowieso niet veel ouder dan van het midden van de negentiende eeuw. Dat het Palestijns nationalisme pas in de twintigste eeuw opkwam, ligt er vooral aan omdat het werd opgeroepen door het zionisme. Door joodse migranten die Palestijns land claimden en bezetten. Het Palestijns nationalisme is een antwoord hierop. Vóór de joodse migratie was er geen reden om je specifiek ‘Palestijns’ te noemen, der was niemand die zich met een ‘ nationaliteit’ definieerde.

Boevink: “Toen de Britten in 1922 het Palestijnse Mandaat splitsten, kregen de Arabieren 80% (Transjordanië) en bleven de Joden achter met een stukje van hun thuisland.” Toen de Britten hun mandaatgebied in tweeën splitsten was 11% van de bevolking van nieuwe mandaatgebied Palestina, joods. Daarvan was, om die moderne termen te gebruiken, ongeveer de helft autochtoon en die zagen de komst van de joodse allochtonen niet zo zitten. Die autochtonen leefden al eeuwen lang vreedzaam samen met hun christelijke en islamitische buren. De Britten splitsten dat gebied niet om een deel aan de Arabieren te geven (Transjordanië) en het andere deel aan de joden (Palestina). Ze splitsen het om te voorkomen dat er overal in het hele gebied problemen ontstonden vanwege koloniserende joden. Die komst van joodse migranten leidde tot veel onrust. De eerste rellen met doden vielen al in 1921. En die onrust kostte de Britten veel (militaire) kruim en als die onrust zich over het hele gebied zou verspreiden, dan was de chaos compleet. Bij het splitsen werd joodse migratie naar Transjordanië verboden.

Hij gaat verder: “Tegen 1948 controleerden Arabische staten meer dan 5 miljoen vierkante mijl; Het aandeel van Israël was klein. Maar binnen enkele uren na zijn onafhankelijkheid werd het binnengevallen door vijf Arabische legers, niet om een Palestijnse staat te creëren, maar om een Joodse staat uit te wissen.” Vijf Arabische legers die binnenvielen is bezijden de waarheid. Vijf Arabische landen verklaarden de oorlog. Dan even de feiten: “Ondanks het breed levend beeld van het Israëlische leger dat in het niet viel bij de zeven binnenvallende legers, weten we dat Israël in 1948 in werkelijkheid meer manschappen en meer wapens had dan zijn tegenstanders. Er waren in 1948 maar vijf reguliere Arabische militaire machten op de been, aangezien Saudi-Arabië en Jemen geen noemenswaardig leger hadden. Vier van die legers trokken het Mandaat Palestina binnen (het minuscule Libanese leger is nooit de grens over gegaan) en twee daarvan, het Arabische Legioen van Jordanië en de Irakese strijdkrachten, hadden van hun Britse bondgenoten het verbod gekregen om de grenzen van de gebieden die door de opdeling aan de joodse staat waren toegewezen, te overschrijden en voerden dan ook geen invasie in Israël uit.” 2

Wat Boevink ook vergeet is dat de Palestijnse bevolking geen noemenswaardige wapens had, geen leger en geen leiderschap. Dat was hun uitgangspunt op het moment dat de Britten zich terugtrokken. Zij hadden geen wapens, leger en leiderschap omdat zij twaalf jaar eerder in opstand waren gekomen tegen de toenemende joodse migratie en de verkoop van grond aan joden. Bovendien wilden zij een representatieve regering. En niet eentje waarin zij, een meerderheid van de bevolking, in de minderheid waren en het joodse deel oververtegenwoordigd. Die opstand begon in Jaffa en Nabloes met een algemene staking Die staking liep uit in gewelddadigheden en een opstand toen de Britse politie het vuur opende op de protesterende Arabieren. Dit groeide uit tot een Palestijnse opstand die drie jaar duurde.

Bij het neerslaan van die opstand maakten de Britten gebruik van de door hen getrainde en bewapende Haganah, een strijdgroep bestaande uit joodse kolonisten waaruit later het IDF is gegroeid. De manier waarop Israël nu in Gaza en eigenlijk al jaren tegen de Palestijnen optreedt, is een voortzetting van de manier waarop de Britten met verzet van Arabische kant in Palestina omgingen: collectief straffen. Collectief straffen door het opleggen van boetes, het in bezit nemen van vee, het vernielen van huizen en soms hele dorpen en het detineren van groepen in concentratiekampen, die vervolgens de kans liepen om gemarteld en gedood te worden. Zo werden na de Arabische opstand onder andere 5.000 huizen vernietigend, 150 Arabische leiders ter dood veroordeeld en andere leiders verbannen. Resultaat van de opstand was dat de Arabieren zonder leiders zaten en door de Britten werden ontwapend. Dit terwijl de Britten veiligheidsafspraken maakten met het joodse leiderschap, dit van wapens voorzag en een deel van de kosten ervan voor haar rekening nam. En net zoals nu was een veelvoud van de doden en gewonden Arabier. Nog geen 600 doden aan Britse en joodse kant tegen ongeveer 5.000 aan Arabische kant. Wrang voor de Britten is dat de kolonisten het geleerde en de wapens in de jaren voor 1948 tegen hen inzette. Een voorbeeld daarvan is de bomaanslag op het King Davidhotel.

Boevink is nog niet aan het einde van zijn betoog: “Palestijnse vluchtelingen zijn 75+ jaar lang opzettelijk staatloos gehouden door Arabische regeringen om hun lijden tegen Israël te bewapenen, terwijl Israël 850.000 Joodse vluchtelingen absorbeerde die uit Arabische landen waren verdreven in een van de grootste vluchtelingenintegraties in de moderne geschiedenis.” Die vluchtelingen zijn niet stateloos omdat de Arabische regeringen hen zo houden om dat als wapen tegen Israël te gebruiken. Ze zijn stateloos omdat hun land, die Palestijnse staat die in 1948 tegelijk met die joodse zou moeten ontstaan er toen niet kwam, nu nog steeds niet is en er, als het aan de huidige Israëlische regering ligt, nooit komt. Zij leefden tot 1948 onder mandaat van de VN die hen een staat beloofde. Het zijn trouwens niet alleen vluchtelingen die stateloos zijn. Alle Palestijnen in Gaza en op de Westoever zijn stateloos. Ook de Palestijnen die nog het geluk hebben dat ze in het huis wonen dat hun familie als sinds generaties in bezit heeft. Al die mensen zijn stateloos.

Om Boevink te parafraseren: dit zijn de feiten. Feiten die in 2025: “met toegang tot eindeloze geloofwaardige bronnen,” zijn te achterhalen. En inderdaad: “is onwetendheid een keuze.” Ook voor Boevink.

1Zie hiervoor artikel 6 van van het Mandaatverdrag.

2Rashid Khalidi, De honderdjarige oorlog tegen Palestina. Een geschiedenis van kolonialisme en verzet, pagina 105

Uitgelicht

In defence of facts

Op 10 augustus 2025 doodde een Israëlische raket een vijftal journalisten waaronder Anas al-Sharif. Al-Sharif werd door veel Palestijnen gezien als de man die hun volk een stem gaf. In een artikel bij de Correspondent concludeert Rinke Verkerk: “ de manier waarop de westerse media verslag doen van de slachtpartij en deze wordt geadresseerd (of beter gezegd: niet geadresseerd) door westerse politici grenst aan medeplichtigheid. Als het niet al medeplichtigheid ís.” Met daarbij een link naar de berichtgeving in de verschillende media. De beschuldiging aan het adres van westerse politici laat ik passeren. Dat is een ander verhaal. Het is nogal een beschuldiging aan het adres van verschillende media. Is die terecht?

“De meeste journalistieke organisaties vermelden erbij dat Israël de claim dat Anas al-Sharif een Hamas-strijder zou zijn niet kan bewijzen. Maar als Israël geen bewijs heeft, waarom zou je zo’n ongefundeerde beschuldiging dan opschrijven?” Dat vraagt Verkerk zich af. Want op dat moment is: “Het kwaad (…) al geschied: Al-Sharif is verdacht gemaakt.” En dan zo vervolgt Verkerk: “ gaat de discussie over de verdachtmaking – niet over wat Israël doet en welke consequenties daaraan verbonden moeten worden. De journalistiek recyclet door Israël voorgekauwde leugens, verpakt ze als nieuws, en pleegt na de moord door Israël nog een karaktermoord op eigen collega’s. Ze helpt de dader, gooit het slachtoffer voor de bus.” In het artikel heeft ze links opgenomen naar berichten die bij verschillende media verschenen.

Om te beoordelen of Verkerk een terecht punt maakt, moeten we die berichten bekijken. Wat zien we in die berichten? We zien een opsomming van feiten. We lezen het feit dat de man en zijn collega’s dood zijn. We lezen het feit dat dit werd veroorzaakt door een Israëlische raket. We lezen het feit dat Israël erkent dat de man een doelwit was. We lezen het feit dat Israël beweert dat de man een Hamasstrijder was. We lezen het feit dat er geen bewijs is geleverd voor die beschuldiging. En we lezen het feit dat de Palestijnen Al-Sharif als de vertolker van hun stem zagen. Een opsomming van feiten. Feiten waaruit een goede lezer al kan opmaken dat de Israëlische verdachtmakingen aan het adres van Al-Sharif, niet gefundeerd zijn.

Ik kan heel goed begrijpen dat iemand boos is of meer dan dat over de gruwelijke moord op deze journalisten en in het verlengde en misschien nog wel meer over het Israëlische optreden tegen Palestijnen. Dat iemand dat genocidaal vindt en noemt. Dat kan ik me heel goed voorstellen want ik ben daar ook boos en meer dan dat over. Net zoals ik boos ben op de slappe houding van onze regering, de reacties van veel politieke partijen en dat er altijd eerst wordt gezocht of er toch enige waarheid in de Israëlische claim zit. Dat iemand zich ergert aan praatprogramma’s waarin we tegenwoordig verzuipen en waar nitwits als Jack van Gelder, Johan Derksen en Gerard Joling als ‘kenners’ worden gepresenteerd en de presentatoren zich voordoen als journalist. Maar dan boos worden op de feitelijke berichtgeving dat gaat mij te ver.

Feitelijke berichtgeving is de basis van een gesprek of discussie. Dat zou het tenminste moeten zijn want in die praatprogramma’s zijn de feiten vaak ver te zoeken. Door die programma’s wordt de mening van ‘Van Gelder’ als een feit gezien. Op de sociale media, in mijn geval alleen LinkedIn, zie ik heel vaak soortgelijke kritiek op feitelijke berichtgeving voorbij komen. Die kritiek komt van alle kanten. Dergelijke kritiek is, en dat is mijn mening, schadelijk want die zorgt ervoor dat feiten ‘ook maar een mening’ worden en we nooit tot een goed gesprek kunnen komen omdat de feitelijke basis ontbreekt. Dergelijke kritiek is zeker schadelijk als die wordt geleverd door een journalist zoals Verkerk.

Dat de discussie na de feitelijke berichtgeving vooral over de verdachtmaking gaat, is iets anders. Dat wijten aan een feitelijk bericht is niet juist. Veel interessanter dan deze media te verwijten dat de discussie over de verdachtmaking gaat, is te onderzoeken hoe het komt dat de discussie daar over gaat en niet over wat Israël heeft gedaan en waar dat toe zou moeten leiden. Want dat is een patroon en het is interessant om te weten waar dat patroon vandaan komt.

Uitgelicht

Election files 8: de SP geanalyseerd

In de vorige prikker in de serie Election Files besprak ik het verkiezingsprogramma van de VVD. Nu is Nu de mensen, het verkiezingsprogramma van de Socialistische Partij (SP) aan de beurt1. “ Wij maken analyses en we doen voorstellen, we controleren de macht en besturen waar mogelijk graag mee,” 2 schrijft de partij. Aangezien Nederland tot op heden altijd door een coalitie van twee of meer partijen werd geregeerd en de SP nog nooit heeft mogen deelnemen aan een regering, heeft de partij nooit naar compromissen hoeven te zoeken. Dit betekent dat ze in haar daden op landelijk niveau altijd recht in haar eigen leer kon blijven. Omdat de partij de nadruk legt op het maken van analyses, concentreer ik me daarop. Daarop en op de voorstellen die ze daarbij doen. Het programma van de SP bevat tien hoofdstukken waarbij ieder hoofdstuk op een voor de partij belangrijke waarde bevat.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen. Aan die analyse schort wat. Of correcter geformuleerd, het schort aan analyse. Het programma staat vol met voorstellen maar het ontbreekt aan:“onderzoek dat of uitleg die duidelijk maakt hoe iets in elkaar zit,” zoals de Van Dale het woord analyse uitlegt. Die analyse ontbreekt bij de diverse onderwerpen en op het totaal. Dat gaat knellen in de combinatie van voorstellen die inzet van menskracht vraagt: extra docenten, artsen, verplegenden en verzorgenden, politieagenten, rechters en zelfs boeren. Waar dat personeel vandaan moet komen blijft in het ongewisse. Ook blijft in het ongewisse wie alles gaat betalen. Bij de milieu paragraaf wordt duidelijk dat het niet ‘de mensen’ zijn die gaan betalen. Het eerste wat me daarbij te binnen schoot was een cynisch: gaan ze dan de dieren vragen om de rekening te betalen? Dit maakt dat het programma een soort wensenlijst is waar je verlekkerd naar kijkt, maar waarvan de rekening toch betaald moet worden en omdat het niet aannemelijk is dat dit de dieren zijn, zullen dat toch de mensen zijn. De bedrijven en dan vooral de grote bedrijven klinkt sympathiek maar die leggen de rekening door naar ‘de mensen’. Voor de goedkopere energie die de partij wil geldt hetzelfde ook die betalen de ‘de mensen’. Betalen als consument, belastingbetaler (burger), als werknemer of als aandeelhouder.

“Is de politiek nog te vertrouwen?” 3 Die vraag stelt de SP in haar programma. De partij constateert dat het“In verkiezingstijd gaat (…) over personen; wie het meest populair is. Verkiezingen zouden echter moeten gaan over de koers van het land; waar we naartoe willen.” Een constatering die sterker geformuleerd kan worden: ‘verkiezingen gaan over de koers van het land’. De rest is overbodig en maakt het minder sterk. Ik mis echter de onderbouwing, de analyse. Waarom gaan verkiezingen over de koers van het land? Gaan ze wel over de koers van het land? Wie kiezen we en wie kiezen we niet? En waar zouden we daarbij op moeten letten? We kiezen mensen die ons vertegenwoordigen en noemen ze volksvertegenwoordigers. Zij vertegenwoordigen ons maar niet in alles. Zij vertegenwoordigen ons bij het stellen van kaders of wetten. Zij zijn de enigen die wetten mogen vaststellen. Wetten die ons en de overheid binden. Zij vertegenwoordigen ons bij het toezien op de naleving van die wetten. Als laatste vertegenwoordigen ze ons bij het benoemen van een regering.

De laatste dertig jaar is geleidelijk iets veranderd. Vertegenwoordiger werd steeds meer ‘spreken namens’ het volk in de zin van de mening van het volk met betrekking tot iets verwoorden. Een verandering die ertoe heeft geleid dat er aan de ene kant partijen zijn die ‘dicteren’ wat ‘het volk’ vindt en dat zolang herhalen dat een deel van de mensen dat ook gaat vinden en aan de andere kant heeft geleid tot het proberen een afspiegeling van het volk te zijn: evenveel mannen als vrouwen, als 10% van de mensen religie X aanhangt, dan moet ook 10% van de volksvertegenwoordigers religie X aanhangen. En juist dat ‘willen spreken namens het volk’, zou wel eens de oorzaak kunnen zijn van vertrouwensverlies. Want door het willen zijn van spreekbuis van het volk, komt de eigenlijke rol van de volksvertegenwoordigers in de knel. Daar ontstaat de ervaarde kloof tussen ‘het land en de Haagse stolp.’ De kloof tussen de grote woorden die nodig zijn om als vertegenwoordiger gehoord te worden en de realiteit van het maximaal haalbare compromis. Als je het vertrouwen in volksvertegenwoordigers wilt herstellen, dan moet je eerst onderzoeken waardoor dat vertrouwen is verdwenen. Want pas dan kun je bepalen of: “ volledige openheid geven over alle giften en (…) (het in)voeren een verbod in op sponsoring door bedrijven en op financiering vanuit het buitenland,” 4 een goed middel is om het vertrouwen in volksvertegenwoordigers te herstellen. Een begin van een analyse, geen complete maar toch. In het SP-programma ontbreekt de analyse.

In het eerste hoofdstuk – Een democratisch land – gaat de partij meteen naar de voorstellen. Als eerste: “ We willen Nederland radicaal democratiseren. Niet politici maar burgers horen het laatste woord te hebben. Te vaak zien we bestuurders dingen doen waar mensen nooit voor hebben gekozen.” Om daar een einde aan te maken, krijgen we: “het recht om de politiek terug te fluiten, op het moment dat die besluiten neemt die mensen echt niet willen. Een bindend en correctief referendum op nationaal, provinciaal en lokaal niveau is een speerpunt van onze partij.” 5 Hier wordt een oplossing gepresenteerd, zonder analyse. Inderdaad gebeuren er dingen waar mensen niet voor hebben gekozen, meestal zijn er echter ook mensen die wel voor die dingen hebben gekozen. De meeste besluiten en dus zaken die bestuurders doen, zijn compromissen waarbij verschillende belangen worden afgewogen. Een nadeel van een compromis is dat niemand zijn zin krijgt en er dus altijd wel iets is waar je bezwaar tegen hebt. Wij kiezen onze volksvertegenwoordigers om die afweging voor ons te maken. Op dat gebied vertegenwoordigen zij ons. Een correctief referendum fietst daar dwars doorheen. Het zaagt aan de poten van de volksvertegenwoordiging. Die kan dan alleen nog maar besluiten nemen onder voorbehoud. Onder voorbehoud dat er geen referendum komt dat het besluit ongedaan maakt. En als het besluit ongedaan is gemaakt, kan het hele circus weer opnieuw beginnen. Bij een correctief referendum wordt alleen JA of NEE gezegd tegen bijvoorbeeld een wet. Als het antwoord NEE is, is er geen wet maar dat wil niet zeggen dat het probleem waarvoor de wet een oplossing moest bieden niet meer bestaat. Dat bestaat nog steeds en er moet weer een nieuwe wet worden gemaakt. Een nieuwe wet die ook weer weggestemd kan worden. Het recent gevallen kabinet Schoof maakte duidelijk dat draagvlak belangrijk is voordat je een besluit neemt. Gebrek aan draagvlak voor het besluit leidt tot ellende, stagnatie en ruzie. Het leidt tot stilstand juist bij onderwerpen waar de meningen sterk verdeeld zijn. In ieder geval ontbreekt een goede analyse van waar het aan schort en een onderbouwing waarom het correctieve referendum daar de beste oplossing voor is. Dus of: “referenda zijn niet populistisch, maar een versterking van onze democratie,’ is geen wet van Meden en Perzen.

De tweede maatregel gaat verder dan corrigeren: “We geven bewoners echte zeggenschap over hun buurt, hun eigen leefomgeving. Participatie of inspraak wordt nu te vaak niet serieus genomen door gemeenten en/of organisaties en moet daarom beter verankerd worden. Bewoners die zelf voorzieningen als ontmoetingsplekken of parken willen inrichten en beheren, moeten daar financieel en organisatorisch toe in staat gesteld worden en worden altijd verkozen boven organisaties van buitenaf.” 6 Als je Nederland dan werkelijk radicaal wilt democratiseren, dan biedt de weg die Roslyn Fuller in haar boek In Defence of Democracy beschrijft meer perspectief. Zij pleit ervoor om democratie door te ontwikkelen van een vertegenwoordigende naar een directe. En nee, geen directe democratie via referenda maar door samen het gesprek aan te gaan en samen naar oplossingen te zoeken. In een directe democratie: “Kiezers hebben geen goedkeuring van anderen nodig om hun eigen stem uit te brengen, noch zijn ze verplicht om het met anderen eens te zijn over een lange lijst van kwesties om invloed te kunnen uitoefenen. Als je hard wilt optreden tegen criminaliteit, maar drugsbezit daar niet onder verstaat, dan is dat jouw keuze.” 7 Dus niet alleen het parkje en bij bedrijven maar ook directe zeggenschap in het bestuur van het land, de provincie en de gemeente. Dan hoeft het vertrouwen in volksvertegenwoordigers niet meer te worden gewonnen.

“In grote delen van het land verdwijnen belangrijke voorzieningen zoals bibliotheken, wijkcentra en zwembaden, omdat die niet ‘rendabel’ zouden zijn. Wij stoppen deze kaalslag. Gemeenten krijgen voldoende geld om te investeren in toegankelijke voorzieningen voor alle inwoners. Dat geldt in het bijzonder voor regio’s waar de bevolking krimpt en voorzieningen al jaren onder druk staan. Het zal voor iedere gemeente verplicht worden om een openbare bibliotheek beschikbaar te stellen voor haar inwoners. Uitvoeringsdiensten van de overheid gaan hun diensten weer in de buurt aanbieden.” 8 Toegankelijke voorzieningen voor alle inwoners, daar kan niemand op tegen zijn. Iedere gemeente verplichten om bepaalde voorzieningen, zoals een bibliotheek, beschikbaar te stellen is de oplossing. Maar is dat wel de beste oplossing? Neem die bibliotheek. Het plan van de SP komt naadloos overeen met het Wetsvoorstel wijziging stelsel openbare bibliotheken9 waar eind vorig jaar een internetconsultatie voor werd gehouden. Op dat moment werkte ik voor een kleine Midden Limburgse gemeente zonder fysieke bibliotheekvoorziening waar dat voorstel voor grote onrust zorgde. In deze gemeente was de fysieke bieb een jaar of zes eerder opgeheven omdat er maar zeer beperkt gebruik van werd gemaakt. Een gemeente met zes kernen met een jeugdbibliotheek op iedere basisschool en in iedere kern een burger bibliotheek gerund door vrijwilligers en een afspraak met de bibliotheek uit de grootste buurgemeente dat inwoners uit de zes dorpen hun bij de bibliotheek geleende boeken konden ophalen bij die burger bibliotheken. Een aanpak die de SP aan zou moeten spreken. Dit werkte naar tevredenheid van iedereen. De beoogde wijziging van de wet, en dus ook het voorstel van de SP, zou betekenen dat die gemeente haar middelen zou moeten inzetten voor een werkwijze die zes jaar eerder is verlaten en die niet werkte. Niet werkte omdat gemeentegrenzen voor het leven van mensen weinig relevantie hebben. Die gaan gewoon naar de bieb in de naburige stad omdat ze daar toch al werken of er geregeld boodschappen doen. En vanwege mijn betrokkenheid hierbij kwam ik in contact met ambtenaren van enkele grote gemeenten in het land. Ook die vreesden de nieuwe wet. De bibliotheken in die gemeenten hadden meerdere vestigingen. De ambtenaren vreesden dat het noemen van één bibliotheek per gemeente in donkere financiële tijden wel eens kon leiden tot het fiks snijden in dat aanbod. Meest bijzonder echter was dat er voorbij werd gegaan aan de belangrijkste belemmering van mensen om gebruik te maken van een bibliotheek en dat was geld. Mensen met voldoende middelen kopen hun boeken en zijn soms ook nog lid van een bibliotheek. Voor mensen met iets minder ‘slappe was’ vormde de bibliotheek een goed alternatief maar mensen met te weinig middelen konden het lidmaatschap niet betalen. En juist in die groep zijn weinig geletterde mensen oververtegenwoordigd. Tot zover een voorbeeld dat, hoop ik, duidelijk maakt dat een betere analyse nodig is. ‘Diensten in de buurt aanbieden’ klinkt sympathiek het suggereert nabijheid en is dat op fysiek gebied ook. Emotionele nabijheid is echter iets heel anders. Zoals ik ooit al in een Prikker schreef, moet je voor nabijheid eens met McDonalds gaan praten want die: “worden centraal aangestuurd vanuit Chicago maar weten toch nabijheid op te wekken. Ze doen zaken op wereldschaal maar andere zaken laten ze aan lokale franchisers over omdat dit vanuit Chicago niet te regelen is.”10 Helaas ontbreekt ook hier de analyse.

Nu de Mensen staat vol met plannen om de markt terug te dringen “Wat niet failliet mag gaan, hoort niet thuis op de markt. We stoppen de uitverkoop van publieke diensten en nationaliseren onze vitale infrastructuur, zoals de energievoorziening. Op deze manier kunnen wij sneller de economie verduurzamen en de prijzen verlagen.” 11 Op de slakken dat uitvoering door de overheid niet automatisch betekent dat je sneller kunt verduurzamen en dat lagere prijzen niet wil zeggen lagere kosten voor de maatschappij als geheel, zal ik niet meer zout leggen dan dit, en de opmerking dat deze zaken werden geprivatiseerd met hetzelfde argument namelijk dat private bedrijven sneller innoveren en voor lagere prijzen zouden zorgen.Volgens de SP is: “Energievoorziening (…)een publieke taak, die dan ook in publieke handen moet zijn. … Daarom gaan we energiebedrijven weer nationaliseren of lokaal zelf organiseren” 12 Wat wordt het nationaliseren of zelf organiseren? Nationaliseren betekent dat de energievoorziening een overheidsdienst wordt. Dat zal dan in de vorm zijn van een uitvoeringsorganisatie. Zelf organiseren in de meest extreme vorm is dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen energievoorziening. Daartussen zitten hele werelden zoals een groep mensen die een energiecoöperatie opricht tot de vroegere gemeentelijke energiebedrijven. Gemeentelijke energiebedrijven die later opgingen in provinciale omdat het efficiënter en goedkoper was om enkele grote centrales te bouwen. Zelf of collectief organiseren vraagt inspanning van iedere burger. Dat vraagt om meer ‘gemeen’ in de zin van samen, dan waar onze huidige gemeenschap zich door kenmerkt. Hiervoor is vertrouwen het allerbelangrijkste. Dat houdt in dat de wederzijdse afhankelijkheden binnen de groep duidelijk zijn. Een van die afhankelijkheden is de verwachting dat de deelnemers nog lang in de toekomst met elkaar op trekken. Dat ze waarden delen, leren samenwerken en collectief te handelen en dat ze elkaar face-to-face ontmoeten. Eigenlijk precies de eigenschappen die aan de basis lagen van de commons of in Nederlands de gemene gronden of meent. Een meent was een grondgebied, een weidegebied, bos of vijver waar meerdere mensen, meestal de bewoners van een dorpje het gezamenlijke gebruiksrecht op hadden en met dat recht ook de plicht om het te verzorgen. In onze huidige individualistische en door en door kapitalistische samenleving zijn dat weinig voorkomende eigenschappen. Om met je buren samen iets op te zetten, moet je ze kennen en moet je erop vertrouwen dat ze nog heel lang je buren blijven. Want je kunt als: “Bewoners,” wel, “zelf voorzieningen als ontmoetingsplekken of parken willen inrichten en beheren,” daar al dan niet, “financieel en organisatorisch toe in staat gesteld,” 13, dat werkt alleen als je erop kunt vertrouwen dat je medebewoners nog lang je medebewoners zijn en eventuele nieuwe medebewoners zich schikken in de aangegane verplichtingen. Want als je niet uitkijkt, sta je na een paar jaar alleen dat park te schoffelen. De meent werkte eeuwenlang goed omdat dezelfde families het dorp bleven bewonen. De analyse, dat de basisvoorwaarden voor het functioneren van meenten tegenwoordig afwezig zijn, ontbreekt net als maatregelen om die basisvoorwaarden te stimuleren.

De SP vindt: “Het bevorderen van open source-technologie en open standaarden is noodzakelijk. Internet is een moderne nutsvoorziening en moet voor iedereen beschikbaar en betaalbaar zijn.” Niet duidelijk is of ‘moderne nutsvoorziening ‘ hetzelfde is als ‘vitale infrastructuur’ en dus een publieke taak. Houdt bevorderen in dat de overheid erin gaat investeren? Dat wordt niet duidelijk want de SP wil: “geen staatscontrole en ook niet dat Big Tech onze keuzes bepaalt.” Die controle moet, zo lijkt het, liggen bij de Autoriteit persoonsgegevens want die wordt versterkt: “om misstanden aan te pakken.” Die autoriteit heeft een overheidsopdracht en is daarmee onderdeel van de staat. Bijzonder aan die autoriteit is dat deze de rollen die hrt strafrecht toekomen aan het openbaar ministerie en de rechter, combineert. De Autoriteit spoort op en straft en de vraag is of dat een goede combinatie is. Een vraag die je bij meerdere toezichthouders kunt stellen. Echt bijzonder is het idee om: “de volksvertegenwoordiging met een permanent onderzoeksinstituut dat adviseert over de maatschappelijke gevolgen van technologische ontwikkelingen en voorstellen doet voor aanvullende burgerrechten in het digitale tijdperk. Nieuwe technologieën worden eerst onderworpen aan een ethische toets.”14 De geschiedenis leert ons dat wat wordt uitgevonden ook gebruikt wordt en dat het gebruik van een uitvinding soms een kant opgaat die niet was voorzien. Ongeveer iedere uitvinding kan ten goede of ten kwade worden aangewend. Met een mes kun je brood snijden maar ook iemand vermoorden. Kernsplitsing kun je gebruiken voor de energievoorziening maar ook voor een bom. De ethische component van uitvindingen zit in de mens die er gebruik van maakt. Voor wat betreft de burgerrechten is het probleem niet dat er nieuwe moeten komen maar dat de oude gehandhaafd moeten worden. Bij die handhaving wordt nu uitgegaan van de goedertierenheid van de Techbedrijven.

Als het aan de SP ligt komt er een: “Nationaal ZorgFonds, waardoor de huidige wildgroei aan zorgpolissen en zorgverzekeraars overbodig wordt.” En: “De zorg is geen markt. Ondernemers die streven naar winst krijgen geen kans meer in de zorg. We stoppen met de aanbestedingen, ook voor de gemeentelijke zorgtaken.” Wat het alternatief is voor die aanbesteding ontbreekt. Een: “kleinschalig Zorgbuurthuis, met een inloopfunctie voor de hele buurt,” al dan niet met: “De ggz-ondersteuning,” als, vast onderdeel,” organiseert zich niet vanzelf. En dat als een soort ‘meent’ organiseren, vraagt meer zoals ik hierboven betoog. In de zorgparagraaf ontbreekt meer. De SP vindt dat: “De wachtlijsten in de ouderenzorg, jeugdzorg en transgenderzorg zijn onacceptabel lang,” zijn en moeten worden weggewerkt. Worden er: “geen wachtlijsten voor verpleeghuizen,” geaccepteerd en worden: “de personele bezettingsnorm voor voldoende personeel in het verpleeghuis,” gehandhaafd. Daarbij moeten mensen kunnen: “kiezen tussen goede zorg thuis of voor een fijne plek in een kleinschalig Zorgbuurthuis, met een inloopfunctie voor de hele buurt.” Daarbij wordt: “De ggz-ondersteuning (…) een vast onderdeel van de zorg in de buurt. De wachtlijsten dringen we terug door voldoende opnameplaatsen en ambulante behandelplaatsen in iedere regio, met voldoende en goed geschoold personeel.” Verdient: “ Elke regio in Nederland (…) een volwaardig ziekenhuis, ook voor spoedeisende zorg (waaronder acute verloskunde). Er verdwijnen geen ziekenhuizen of afdelingen meer en daar waar dat nodig is gaan we reeds gesloten afdelingen weer openen.” Als laatste moeten: “ mensen (…) kunnen rekenen op goede zorg van hun huisarts in hun eigen regio. We lossen het huisartsentekort op en bestrijden de hoge werkdruk bij huisartsen. Dit kan onder andere door de bureaucratie in de huisartsenzorg te verminderen en de toegang tot specialistische zorg te vergemakkelijken.” 15 In mijn bespreking van Sterker uit de storm, het verkiezingsprogramma van de VVD schreef ik over het ontbreken van een analyse op basis waarvan kan worden bekeken welke ‘bureaucratie’ er dan geschrapt wordt. Ook het SP programma maakt dit niet duidelijk. Belangrijker is echter dat de SP eraan voorbijgaat dat er een tekort is aan zorgpersoneel. Een tekort dat de komende jaren als maar toeneemt vanwege de vergrijzing van de bevolking. Je kunt gesloten afdelingen wel weer willen openen, volwaardige ziekenhuizen in iedere regio willen en voldoende opname en behandelplaatsen om wachtlijsten terug te dringen. Daarvoor is personeel nodig. Waar dat personeel vandaan moet komen, maakt het programma niet duidelijk. Inhoudelijk zijn de plannen van de SP goed te onderbouwen, maar zonder de aandacht voor de personele component, blijft het zweven.

Hetzelfde gebeurt in meerdere hoofdstukken. In Een lerend land het onderwijshoofdstuk. Die begint met: “Er is een groeiend tekort aan leraren. Het vak van leerkracht maken wij daarom veel aantrekkelijker. Docenten krijgen een hoger salaris en de lonen worden landelijk uitbetaald. Daarbij worden over de hele linie de lonen van docenten verhoogd.” Dat aantrekkelijk maken gebeurt via: “ een kleine klassenstrijd. We werken naar klassen van maximaal 23 kinderen, te beginnen op scholen met veel kinderen uit armere gezinnen. Zo verlagen we de werkdruk voor docenten, terwijl ieder kind meer aandacht kan krijgen.” Ook wil de SP: “ meer gymlessen en sportbeoefening op school, onder leiding van vakleerkrachten. Ook zwemveiligheid moet meer prioriteit krijgen, onder andere door het invoeren van meer schoolzwemmen in het basisonderwijs.” Inhoudelijk voorstellen waar zeer veel mensen zich in kunnen vinden, maar ook hier ontbreekt de personele component. Maar ook in Een schoon land, het milieuhoofdstuk. Daarin is te lezen dat we: “Voor een andere landbouw (…)meer, in plaats van minder, boeren nodig hebben.” 16 In het hoofdstuk Een veilig land van hetzelfde laken een pak: “We willen meer politiebureaus en wijkagenten in de buurt.”17 Ook de rechtspraak moet: “ veel dichter bij de mensen, met Huizen van het Recht door het hele land.” 18 en iets verderop in het hoofdstuk een solidair land krijgen: (D)e politie en het OM (…) meer mensen en mogelijkheden om discriminatie te onderzoeken en te vervolgen,” en:(D)e arbeidsinspectie krijgt meer mogelijkheden en middelen om discriminatie op de arbeidsmarkt aan te pakken.” 19 Het enige wat de partij over de personele component schrijft, verergert het personeelsprobleem want de partij verlaagt: “de AOW-leeftijd naar 65 jaar, zodat iedereen voortaan vanaf 65 jaar kan stoppen met werken.” Wie wil mag langer20.

En nu ik het toch over het milieuhoofdstuk heb. “(O)m het klimaatprobleem terug te dringen, moeten we het kapitalisme terugdringen. We verzetten ons tegen maatregelen waarvan de kosten alleen bij mensen komen te liggen.”Verhoging van de belastingen, zoals een plastic taks of een vliegtaks, worden niet gevoeld door mensen met een hoog inkomen, die relatief veel uitstoot veroorzaken. Hoge prijzen maken het leven wel onbetaalbaar voor mensen met een laag en gemiddeld inkomen. 21 Als de mensen de kosten niet dragen, wie dan wel? In deze wereld wordt alles door de mensen betaald. Dat betalen gebeurt als consument, arbeider, aandeelhouder of als belastingbetaler. In een van die hoedanigheden betalen wij als mens alles. Een vliegtaks betaal je als consument als je gaat vliegen en inderdaad drukt dat zwaarder op mensen met een laag en gemiddeld inkomen dan op de Dagobert Ducks van deze wereld. Dat:“Twintig multinationals (…) verantwoordelijk (zijn) voor een derde van de uitstoot van broeikasgassen in de wereld,” kan best kloppen. Dit bestrijden met: “een CO2-heffing die alle vervuilende bedrijven gaan betalen, zonder vrijstellingen,” en, “(d)e energiebelasting (..) omhoog voor grootgebruikers en

omlaag voor huishoudens en het mkb,” maakt nog niet dat bedrijven de rekening gaan betalen. Die heffingen worden doorberekend aan ons als consument. Die extra boeren, die volgens de SP nodig zijn, moeten ergens van worden betaald en zullen leiden tot een stijging van de prijzen van ons eten. Wil je die als overheid laag houden, dan moet je subsidiëren en dan betaalt de mens het als belastingbetaler.

Dat het klimaatprobleem samenhangt met de kapitalistische productiewijze laat Andreas Malm zien in zijn boek Fossil Capital. Als je werkelijk die ‘twintig multinationals’ wilt aanpakken, dan moet je iets aan de kapitaalmarkt doen want zoals Malm schrijft: “Wereldwijd mobiel kapitaal zal fabrieken verplaatsen naar plaatsen waar arbeidskrachten goedkoop en gedisciplineerd zijn – waar de meerwaarde het grootst lijkt te zijn – door middel van nieuwe rondes van massaal verbruik van fossiele energie.”22 Als je daar niets aan doet dan zullen die bedrijven steeds verkassen naar plekken met die gedisciplineerde en goedkope arbeidskrachten en dat zijn precies die plekken waar energie op de meest vervuilende manier wordt opgewekt. Dat aanpakken en kapitaal aan banden leggen, leidt tot lagere rendementen omdat het aantal plekken waar kapitaal rendement kan zoeken, kleiner wordt. Dit betaalt de mens als aandeelhouder en de meeste van ons zijn via een pensioenfonds aandeelhouder. Alles in eigen land of in de Europese Unie produceren, betekent dat producten duurder worden. Een eigen Nederlandse autofabriek, laat staan meerdere omdat je wat te kiezen wilt, leidt tot zeer dure auto’s voor de consument. Als je daarvan de prijzen wilt verlagen door alles te mechaniseren en automatiseren zodat er zonder ook maar een mens wordt geproduceerd, betaalt de arbeider de prijs. Die verliest zijn baan. Als overheid kun je de prijs drukken door het bedrijf te subsidiëren, dan betaalt de mens als belastingbetaler. Als je het ‘van de markt haalt’, zoals de SP energie, zorg en openbaar vervoer wil, dan moet nog steeds de mens het betalen.Nu de mensen staat vol met maatregelen op dit gebied maar wat ontbreekt is de samenhang en analyse. Analyse die duidelijk maakt waarom welke maatregel wordt genomen en wat daarvan de gevolgen voor de mens in zijn verschillende rollen.

Als laatste in deze bespreking van Nu de mensen een heel bijzondere passage in het laatste hoofdstuk Een soeverein land. Daar is het volgende te lezen: “We willen samenwerken in Europa, voor onder meer de aanpak van internationale criminaliteit, een goede opvang van vluchtelingen en een effectief klimaatbeleid.” Tot zover niets aan de hand . Maar dan: “Maar we willen geen beleid opgelegd krijgen door ongekozen ambtenaren uit Brussel.” Dit is een karikatuur van de werkelijkheid of beter nog een stropop. Er wordt vanuit Brussel niets opgelegd door ‘ongekozen ambtenaren’. De landen van de Europese Unie hebben via verdragen waar die de landen via de in hun land geldende procedure mee hebben ingestemd, bevoegdheden op bepaalde terreinen overgedragen naar de Europese Unie. Op die terreinen maakt de Europese Unie beleid. Beleid waarover op de in de Unieverdragen vastgelegde manier wordt besloten. Dat de Unie niets oplegt, bleek toen COVID 19 uitbrak. Toen verbaasde jan en alleman zich erover dat je in het ene land een mondkapje op moest en anderhalve meter afstand moest houden en in het andere land twee meter en geen kapje hoefde te dragen. “Als doordringt dat we in tijden van een crisis als de huidige van de EU geen antwoord hoeven te verwachten en de lidstaten op zichzelf worden teruggeworpen, verdient nationaal beleid een herwaardering. Waarom geld stoppen in EU-beleid dat niet werkt?” 23 Schreef bijvoorbeeld Johannes Vervloed bij De Dagelijkse Standaard. Hij realiseerde zich daarbij niet dat de EU geen enkele rol had op het gebied van (openbare) gezondheidszorg.

De passage gaat verder: De lobby van grote bedrijven en banken in Brussel moet drastisch worden ingeperkt.” Dat mensen en bedrijven pleiten voor een voor hen gunstig beleid, kun je deze mensen en bedrijven niet verwijten. Sterker nog, dat hoort bij een democratie. Dat bedrijven wetsartikelen en soms delen van wetten aan parlementsleden aanbieden, ook niet. De lobby is niet het probleem, het probleem zijn de mensen die zich laten meevoeren door die lobby, de parlementsleden die de wetsartikelen en delen van wetten overnemen zonder te vermelden dat ze van een bedrijf afkomstig zijn. Niet de lobby moet worden beperkt maar de parlementsleden en bestuurders van de Europese Unie moeten, net zoals de SP dat van: “Ministers en andere bestuurders,” eist, “openheid geven over al hun contacten met lobbyisten.”24 Bijzonder is dat de SP dit in haar programma niet aan Tweede Kamerleden oplegt.

En dan wordt het echt bijzonder: ‘”De Europese Commissie als politiek orgaan kan worden afgeschaft, landen kunnen heel goed zelf samenwerken. Het Europees Parlement wordt een plek waar parlementariërs van lidstaten afspraken kunnen maken en het recht krijgen gezamenlijk Europese initiatiefwetten te maken.” 25 Het Europees parlement als ‘plek waar parlementariërs van de lidstaten afspraken kunnen maken’? Hoe moet ik me dat voorstellen? Een vergadering van alle leden van de parlementen van de lidstaten? Dus daar komen de 630 leden van de bondsdag samen met de 150 leden van onze Tweede Kamer, de 577 leden van de Frans Assemblée nationale enzovoorts. Of mogen de Eerste Kamerleden en de leden van de Duitse Bundersrat daar dan ook bij aanschuiven? Het lijkt me dat dit een Poolse landdag wordt maar dan met niet alleen Polen. Op basis van welke analyse wordt dit voorgesteld? Welk probleem wordt hiermee opgelost? Ik heb geen idee. Wat ik vrees is dat dit net als het afschaffen van de Europese Commissie tot stilstand leidt en de bijl zet aan de wortel van de Europese samenwerking. De Europese samenwerking zou juist gebaat zijn met minder bemoeienis vanuit de landen. Bevoegdheden die de deelnemende landen naar het Unie niveau hebben gedelegeerd, daar moeten de landen zich niet meer mee bemoeien. Dat is het pakkie-an van de Europese Commissie (de Europese regering) en het Europees parlement. En om dat beleid te betalen, zou de Unie een eigen belastinggebied moeten hebben. Bij voorkeur een gebied dat de financiële markten en de multinationale bedrijven raakt. Voor mij is dat een onderdeel van: “ het eigen huis eerst op orde maken,” wat de EU zo bepleit de SP, moet doen maar dat wordt verder niet onderbouwd. Ook hier ontbreekt alweer de analyse.

1Nu de mensen is te vinden op https://sp-mediabucket.s3.eu-north-1.amazonaws.com/2025/01/OfSgfA5C-sp_verkiezingsprogramma_2023-2027.pdf

2Nu de Mensen, pagina 7

3Idem, pagina 7

4Idem, pagina 11

5Nu de Mensen, pagina 11

6Nu de Mensen, pagina 11

7Roslyn Fuller, In defence of democracy, pagina 211 eigen vertaling.

8Nu de Mensen, pagina 12

9Het voorstel is hier te vinden: https://www.internetconsultatie.nl/wsob/b1

10https://ballonnendoorprikker.nl/2021/04/09/mcdonalds-en-de-jeugdhulp/

11Nu de mensen,pagina 13

12Idem, pagina 15

13Idem, pagina 11

14Idem, pagina 14

15Idem, pagina 18-19

16Idem, pagina 15

17Idem, pagina 26

18Idem pagina 27

19Idem, pagina 28

20Idem, pagina 20

21Idem, pagina 15

22Andreas Malm, Fossil Capital. The Rise of Steam Power and the Roots of Global Warming,pagina 333

23Idem, pagina 30

24Idem, pagina 11

25Idem, pagina 30

Uitgelicht

Election files 7: de storm van de VVD

Als eerste partij presenteerde de VVD haar verkiezingsprogramma voor de komende verkiezing van de Tweede Kamer. In de serie Election files besteed ik aandacht aan de verkiezingsprogramma’s. De VVD heeft hierbij de primeur. Ik moet zeggen een bijzonder programma geschreven in ronkende taal. Dat begint al met de titel: Sterker uit de storm1. Maar wat wil de partij? En vooral hoe verhoudt hetgeen de partij schrijft zich tot haar daden? Hoe verhouden de plannen zich tot haar optreden de afgelopen jaren? De inleidende alinea van het programma sluit af met de woorden: “Vrijheid, verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid, gelijkwaardigheid en sociale rechtvaardigheid vormen de rotsvaste bouwstenen van onze maatschappij. Deze liberale waarden zijn niet alleen in het verleden van belang geweest om ons prachtige land op te bouwen en vorm te geven. De liberale waarden vormen absolute voorwaarden om de vrijheid van het individu te beschermen, en onze unieke kwaliteiten te behouden en verder te ontwikkelen.”2Laat ik het programma en het acteren van de partij eens langs die ‘rotsvaste bouwstenen’ leggen en kijken hoe het zich ertoe verhoudt. Ik moest denken aan het nummer Honesty van Billy Joel:But if you look for truthfullness, You might just as well be blind it always seems to be so hard to give. ‘Honnesty’ is such a lonely word, everyone is so untrue.”

Een behoorlijk lange analyse Daarom begin ik met de conclusie. Als we het VVD-programma naast de ‘rotsvaste bouwstenen’ zoals de VVD ze noemt Vrijheid, verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid, gelijkwaardigheid en sociale rechtvaardigheid van onze maatschappij leggen? Dan zien we dat verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid met de mond worden beleden maar dat de daden uit het verleden en de plannen voor de toekomst iets anders laten zien. Dan zie je dat voor de VVD, om Orwell te parafraseren ‘sommige dieren gelijker zijn dan anderen’. Dan zie je ook dat de partij die zegt op te komen voor de ‘hardwerkende Nederlander’, maar heel weinig mensen echt hard vindt werken. Dan zien we dat de partij vrijheid vooral wil invullen met het verbieden van onwelgevallige stemmen en weinig vertrouwen lijkt te hebben in de kracht van onze democratie. Dan zien we dat de partij onze rechtsstaat wil veranderen van rule of law naar rule by law. De partij stelt verschillende zaken voor die de positie van de burger en dan vooral de burger met een kleine portemonnee ten opzichte van de overheid verzwakken. Dan zien we dat de VVD verantwoordelijkheid vooral ontwijkt. Slechts één keer in het hele document schemert er iets door met betrekking tot de eigen rol. Dit terwijl de partij sinds 2010 de dominante machtsfactor is en van de laatste 40 jaar er 33 deel uitmaakte van de regering. Dit knelt vooral als de partij spreekt over de huizenmarkt. Maar bijvoorbeeld ook als het gaat over deregulering en veiligheid. Dan zie je vooral een programma met een groot gebrek aan inzicht en analyse. Inzicht en analyse waarbij de blik ook automatisch op het eigen handelen zou moeten worden gericht. Dit roept, om Einstein in vragende zin aan te halen, de vraag op: kun je een probleem oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt? Dat laat ik aan de kiezer.

Ik begin bij de titel: Sterker uit de storm. We zitten kennelijk in eens storm, maar wat die storm is, wordt niet duidelijk gemaakt. Het wooord storm komt in totaal drie keer voor in het 81 pagina’s tellende document, op de titelpagina, in de inhoudsopgave en één keer in de tekst. Op pagina drie als afsluiting van de inleiding waar de titel min of meer wordt herhaald met de woorden: “Wij zijn er klaar voor om sterker uit de storm te komen.” 3 Het wordt aan ons, de lezer, gelaten om te achterhalen waaruit die storm bestaat. De de vijf ‘missies’ die de partij formuleert geven een richting van waaruit de ‘storm’ waait. Daarvoor naar de titels van de missies, inhoudelijk kom ik er later in deze Prikker op terug. De eerste missie draagt als titel Radicale economische groei . De tweede: Werken moet lonen en een huis voor iedereen die werkt. De derde is getiteld: De grootste investering ooit in onze veiligheid. De vierde draagt de titel: Orde op zaken voor een vrij en veilig Nederland. De vijfde en laatste missie is: Een sterker Nederland door een kleine overheid. De overheid is dus te groot, we hebben onze veiligheid laten verslonzen, werk loont niet en de economie groet niet. Daar is de afgelopen jaren dus de klad in gekomen. Laat de VVD nu de partij zijn die van de afgelopen 40 jaar er 33 in de regering zat. Geen enkele partij komt daar ook maar in de buurt. Van de laatste vijftien jaar, leverde de partij er veertien de premier. Als het stormt op die gebieden, dan is de VVD een van de hoofdverantwoordelijke voor de storm. Hierover wordt in het programma met geen woord gerept. De partij legt in dit boekwerk geen enkele verantwoording af over haar grote bijdrage aan het bestuur van Nederland in de afgelopen jaren. Geen enkele reflectie op het eigen handelen. De partij sprak en spreekt vaak over ‘verantwoordelijkheid nemen’ en verwijt andere partijen dat die dat niet doen. Bij verantwoordelijkheid nemen hoort onlosmakelijk verantwoording afleggen over wat je met die verantwoordelijkheid hebt gedaan.

Van de titel naar de eerste zin van het programma: “De VVD staat al sinds haar oprichting pal voor het belang van een sterke en stabiele liberale democratie en een sterke en stabiele rechtsstaat.”4 Hoe verhoudt het stappen in een regering met een ‘rechtsstatelijke verklaring’ als basis. Een verklaring die vervolgens door alle ondertekenaars, ook de VVD, met voeten werd getreden. Hoe verhoudt zich dit tot het noodrecht dat de partij wilde gebruiken om haar eigen bestuurlijke onmacht aan te pakken. Hoe verhoudt zich dit tot het streven van de partij om het demonstratierecht te beperken. Ze wil, zoals ze schrijf: “een scherper onderscheid (maken) tussen (vreedzame) demonstraties en ordeverstorende acties. … Daartoe moderniseren we de wet op de openbare manifestaties en zetten we camera’s met gezichtsherkenning in. Er komt een verbod op gezichtsbedekkende kleding en we stellen het blokkeren van vitale infrastructuur strafbaar.” 5Maar wanneer verstoort iets de orde? En wat is ‘vitale infrastructuur’ die niet geblokkeerd mag worden? Hoe verhoudt zich dit tot de discriminerende motie die VVD-Kamerlid Bente Becker indiende en de regering opriep: “om gegevens over culturele en religieuze normen en waarden van Nederlanders met een migratieachtergrond bij te houden, bijvoorbeeld door het SCP te vragen dit (periodiek) te onderzoeken.” Hoe verhoudt zich dit tot het onderscheid dat de partij maakt tussen mensen Hoe verhoudt zich dit tot haar plan om: “ Statushouders die op azc’s verblijven (…) pas in aanmerking (te laten komen) voor andere vormen van huisvesting op het moment dat zij zowel in woord als in daad achter de Nederlandse waarden staan.6 Wat zijn die waarden waarop wordt getoetst? Waarom wordt alleen deze groep hierop getoetst? Dat is onderscheid maken op oneigenlijke grond. Dat is discriminatie en daarmee in strijd met onze Grondwet. Ook het afnemen van Nederlanderschap bij mensen met een dubbele nationaliteit bij misdrijven waarop meer dan vijf jaar gevangenisstraf staat, is discrimineren. Als laatste: “Daarom schaffen wij de wettelijke taakstelling van gemeenten om statushouders te moeten huisvesten af, en stellen wij een verbod op voorrang voor statushouders in.” 7 Nu is de partij hiermee al een eind op weg want ze stemden in met een amendement dat het statushouders onmogelijk maakt om urgentie te verkrijgen bij het vinden van een huurwoning, ook al voldoet die persoon aan de criteria. Het staat daarmee in een wetsvoorstel waarmee de Tweede Kamer op de laatste dag voor het reces instemde en dat nu ter vaststelling bij de Eerste kamer ligt. Voortrekken suggereert dat iedereen een gelijke uitgangssituatie heeft. Dat is met statushouders niet het geval. Die hebben een achterstand en die achterstand wordt nog groter omdat ze bij het aannemen van het wetsvoorstel op geen enkele manier urgentie meer kunnen krijgen. Om Orwells Animal Farm te parafraseren: het lijkt erop dat sommige dieren bij de VVD gelijker zijn dan anderen.

“Radicale economische groei”, de titel van de eerste missie. Daar is het tijd voor, zo is te lezen. (O)mdat groei simpelweg goed is. Groei is verbonden met vrijwel alles wat het leven mooi maakt: kansen om er wat van te maken en vrijheid om het leven vorm te geven zoals jij dat wilt.” 8 Een wel heel beperkte kijk op het leven want dat bestaat niet alleen maar uit groei. Zoals iedereen die ooit heeft geleefd al heeft ervaren en iedereen die leeft gaat ervaren, is het leven eindig. Het groeit niet alleen maar door. Het sterft. En wat is dan ‘radicale groei’? Het enige in het leven wat radicaal groeit, zijn kankercellen. Die groeien zo radicaal dat ze het leven waarin ze groeien vernietigen. Het leven bestaat niet alleen uit groei en groei is ook niet ‘simpelweg goed’. Als dat voor het leven geldt, zou dat dan niet ook voor de economie gelden? Het programma van de VVD ademt economie. Economie is alles en daar moeten we alles voor doen. Het moet groeien en wel radicaal want: “Het alternatief is een keuze voor verval. Voor afbraak. Voor een lege portemonnee.”9 En dat moeten we natuurlijk niet willen. Dat er een hele wereld ligt tussen de ‘radicale groei’ van de VVD en die ‘lege portemonnee’ en ‘verval’ lijkt de partij te ontgaan. Maar met welk doel moeten we een ‘volle portemonnee hebben? Wat is het doel van die groei? Die wordt in het hele document niet beantwoord: groeien om te groeien. “Op de gevel van een pand aan onze eeuwenoude hoofdstedelijke binnenstad prijkt de leus: ‘De cost gaet voor de baet uyt’. In modern Nederlands: er moet eerst geïnvesteerd worden, voordat er geld verdiend kan worden. Dat bewustzijn moeten we weer van stal halen.” zo is te lezen. Maar waar die ‘baet’ uit bestaat, behalve dan dat: “ook toekomstige generaties in een rijk land opgroeien”10, wordt niet duidelijk. Een land is rijk als het een ‘volle portemonnee heeft.

Wel duidelijk is dat de VVD vol inzet op ondernemers. Want: “Wij kiezen voor groei door pal te staan voor de ondernemer. Het stimuleren van groei bestaat uit grote keuzes en kleine maatregelen.” 11 Een grote keuze waaraan hierbij geen aandacht wordt besteed, is de beschikbaarheid van voldoende personeel. Dat wordt wel gezien als een probleem waar het bedrijfsleven mee kampt, maar wordt niet geboden. Ja, de: “Kennismigrantenregeling wordt toptalentregeling,” want: “Om groei en innovatie te realiseren hebben we soms naast alle knappe koppen in Nederland ook toptalent uit het buitenland nodig.” Om dat te bereiken blijft “de 27%-regeling in stand en scherpen (we) de toelatingseisen aan, bijvoorbeeld via een aanvullende opleidingseis.” 12 De logistieke schuren, de tuinderskassen en slachterijen staan niet te wachten op ‘knappe koppen’, maar op ‘handige handjes’. Daarover geen woord. Trouwens ook niet over het leren van de Nederlandse taal. Dit terwijl: “ De Nederlandse taal spreken (…)cruciaal (is) om vol mee te doen in onze samenleving.” 13 Dat lijkt alleen te gelden voor een waar een andere groep migranten, de asielmigranten.

De ondernemer moet vooral worden geholpen door flink te snijden in ‘overbodige regelgeving want: “Een kapper die papieren moet invullen, kan minder mensen knippen op een dag. Een horecabaas die kosten maakt om aan regelgeving te voldoen, moet de prijs van zijn eten verhogen.” Welke ‘overbodige regels’ er geschrapt moeten worden is minder duidelijk. Daarom wil de partij: “een meetbare doelstelling om het aantal onnodige regels te verminderen,” 14 hanteren. Ook hier wordt weer vooral naar anderen gekeken. In dit geval de gemeenten: “Ondernemers krijgen vaak te maken met een stortvloed aan regels vanuit de gemeente. Wij grijpen daarom in als gemeenten doorschieten in hun regeldrift.” 15

Wat er ontbreekt is waar die regels vandaan komen. Regels komen niet uit het niets. Onze samenleving is gericht op het voorkomen van risico’s. Daarvoor worden al die regels opgesteld. Om te voorkomen dat het zonlicht je tuin niet meer kan bereiken, zijn er regels om je buurmans bouwzucht te beperken. Iets waar de VVD een einde aan wil maken want, zo is te lezen: “Voor de meeste kleine verbouwingen is straks geen vergunning meer nodig. Zo krijgen mensen meer ruimte en vrijheid om hun huis aan te passen aan hun leven, zonder onnodige regels.” 16 Waarbij je meteen de vraag kunt stellen wat ‘ klein’ is. Wat ook op dit punt ontbreekt is zelfreflectie. “De VVD kiest voor een kleine en krachtige overheid met lage belastingen en zonder overbodige regels. Tegelijkertijd moet die overheid de juiste randvoorwaarden creëren zodat de economie kan groeien. … De VVD is voor afschaffing van regels die ondernemers hinderen. … Naast merkbaar minder en betere regels is de VVD voor een slimmere uitvoering van die regels.”17 En: “Ook willen we de regeldruk verminderen, bijvoorbeeld door bij nieuwe regels al vroeg te toetsen of mkb’ers er niet te veel last van hebben. … Verdere vermindering en vereenvoudiging van regelgeving. Voor veel ondernemers zijn er nog altijd te veel regels en regeldruk. We komen met een meetbaar doel om regelgeving te verminderen.” 18Nee, dit staat niet in Sterker uit de storm. Dit schreef de partij respectievelijk in haar verkiezingsprogramma’s van 2012 en 2021. Het staat nu dus weer bijna letterlijk in het verkiezingsprogramma. De VVD heeft sinds 2010 onafgebroken geregeerd. Wat heeft de partij op dit gebied bereikt? Als we dan nu in een storm zitten, hoe moeten we dan de stuurmanskunsten van de VVD beoordelen? Een streven naar minder regels moet beginnen met een een gesprek over risico’s. Dat ontbreekt in dit VVD programma en het ontbreekt al jaren. De VVD presenteert al jaren dezelfde oplossing en kan, ondanks haar ongeveer structurele regeringsdeelname, geen resultaten overleggen. Dat geeft ze zelf toe want volgens de partij zitten we in een storm. Bij een pleidooi om regels te schrappen hoort een kanttekening dat dit risico’s met zich mee brengt. Dus de: “regelvrije zones, waar tijdelijk en gecontroleerd wet- en regelgeving kan worden opgeschort om innovatie te bevorderen,” die de partij wil, brengen risico’s met zich mee. Om die risico’s te beperken biedt de partij: “de juiste juridische grondslag.” 19 Dus regels om de risico’s van minder regels te beperken. Helaas ontbreekt het eerlijke gesprek over de toenemende risico’s van minder regels.

En dan toch even over de belemmering van regels en bureaucratie voor het bedrijfsleven. Het betoog van de VVD is dat minder regels bedrijven de vrijheid geven om te ondernemen. In zijn boek 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme besteedt de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang hier ook aandacht aan. Chang: “Het hart van het kapitalistische stelsel is het bedrijfsleven. Daar worden dingen geproduceerd, banen geschapen en nieuwe technologieën uitgevonden. Zonder een bloeiend bedrijfsleven is er geen economische dynamiek. Wat goed is voor bedrijven is daarom goed voor de nationale economie. Vooral gezien de toenemende internationale concurrentie in een globaliserende wereld zullen landen die het opzetten en besturen van bedrijven moeilijk maken of die bedrijven ongewenste dingen laten doen, investeringen en banen verliezen en uiteindelijk achteropraken. De overheid moet het bedrijfsleven de maximale mate van vrijheid geven.”20 Nu wil het geval dat er landen zijn die flink groeien en toch worden gekenmerkt door veel regels en bureaucratie. India en China worden op dit moment niet gekenmerkt door hun geringe bureaucratie en ook in China is de regelgeving zeer fors, in het land is nog geen vrije kapitaalmarkt. Of neem het land van Chang, Zuid-Korea, ook een sterk gereguleerd land. Chang haalt zelf een voorbeeld aan waarbij een bedrijf 299 vergunningen moet hebben van 199 instanties om een fabriek neer te zetten en toch komt dezefabriek er. Chang geeft ook een plausibele verklaring hiervan: “Dus in een land dat snel groeit en waar zich voortdurend nieuwe zakelijke kansen aandienen, weerhoudt zelfs de rompslomp van 299 vergunningen zakenmensen er niet van een nieuw project op te starten. Wanneer er daarentegen weinig valt te verdienen als de zaak eenmaal rond is, zullen zelfs 29 vergunningen onoverkomelijk lijken.” 21 Daar komt bij dat regelgeving in het belang van het bedrijf zelf kan zijn. Bureaucratie zorgt voor een gelijk speelveld en draagt bij aan een fatsoenlijke behandeling van personeel. Dat hier zelfs in het, volgens de VVD, overbureaucratische Nederland niet alles goed gaat, laat de bijvoorbeeld de behandeling van de schoonmakers door de fitnessstudio Saints & Stars zien. Die behandeling verdiende geen sterren en was verre van heilig. Dit is maar een zeer recent voorbeeld in een lange lijst van aspergetelers tot slachterijen. Die slechte behandeling van mensen is schandelijk en moet worden gestraft. Het is ook schadelijk voor bedrijven die zich wel aan de regels houden.

Over naar de tweede missie: Werken moet lonen en een huis voor iedereen die werkt. Die laatste twee woorden roepen bij mij meteen de vraag op of iemand die niet werkt, niet in aanmerking komt voor een huis? Is het bevorderen: “van voldoende woongelegenheid,” voor mensen die niet werken, geen: “voorwerp van zorg der overheid,” zoals onze Grondwet in het tweede lid van artikel 22 stelt? Volgens de VVD is Nederland: “gebouwd op de belofte dat hard werken een mooie toekomst oplevert: een eigen huis, een auto voor de deur, een mooi pensioen en wat achterlaten voor de kinderen.” 22Hier lijkt de VVD haar eigen belofte op te dringen aan Nederland. Ons land is gebouwd op de afspraken die in de Grondwet zijn gemaakt en die bevat geen enkel artikel dat een dergelijke belofte doet. Die kent alleen de belofte van artikel 19 eerste lid dat de: “Bevordering van voldoende werkgelegenheid (…)voorwerp van zorg der overheid,” is. Geen eigen koophuis laat staan een auto en wat achterlaten voor de kinderen. Voor wat betreft de oudedagsvoorziening ligt dat wat anders. Die is een zorg van de overheid op grond van artikel 20 van de Grondwet. Ook doet de partij het voorkomen alsof ze een buitenstaander is: “Wij Nederlanders weten dat werken bij het leven hoort. ‘Voor niks gaat de zon op’. ‘Handen uit de mouwen’. ‘De schouders eronder’. Het is een mentaliteit die minstens zo Nederlands is als klompen en kaas, en door heel ons land herkend wordt. Behalve op het Binnenhof, lijkt het soms wel.” En iets verderop: “Vroeger kon je met een diploma op zak en een vaste baan een huis kopen. Vandaag is dat voor steeds meer mensen onhaalbaar. Je doet alles goed: je volgt een opleiding, je werkt, je spaart en toch is een betaalbaar huis buiten bereik. Een gemiddeld koophuis kost inmiddels meer dan 470.000 euro. Tegelijkertijd verdwijnt het aanbod aan huurwoningen, omdat de overheid de woningmarkt heeft dichtgeregeld. En terwijl de politiek blijft praten, worden er te weinig huizen gebouwd en neemt het aanbod aan huurwoningen af. Terwijl een eigen huis de weg is naar een vrij bestaan.”23 En wat verderop is te lezen: “ Het is bijna onmogelijk een goede en betaalbare huurwoning te vinden. De overheid heeft de afgelopen jaren de ene na de andere huurwet ingevoerd, maar het resultaat is problematisch: er worden te weinig nieuwe huurwoningen gebouwd.” 24 Dit zegt de partij die 33 van de afgelopen 40 jaar deel uitmaakt van de regering. De partij die, afgezien van het afgelopen jaar, sinds 2010 de machtigste partij was. Die om het zo te zeggen de ‘huismeester’ van het Binnenhof is. Dit zegt de partij die in 2010 het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu afschafte. Een ministerie dat in het begin van de twintigste eeuw werd opgericht om aan de schrijnende huisvesting van het gros van de bevolking een einde te maken. Dat kon wel naar de provincies. Zegt de partij waarvan lid Stef Blok als minister er prat op ging dat hij ‘de eerste VVD’er was die een heel ministerie deed verdwijnen’.25 Die na zijn aftreden in 2017 beweerde dat de woningmarkt als een zonnetje draaide en het woningbeleid af was.’26 Zegt de partij waarbij gedurende haar regeringsverantwoordelijkheid sinds 2010 de woningprijzen zijn gestegen van gemiddeld € 240.00 naar € 470.000. Geen enkele zelfreflectie laat staan schuldbekentenis. Want als je in 2017 beweert dat het woningbeleid af is en in 2025 constateert dat het in een storm zit die is veroorzaakt door de ene na de andere huurwet en je hebt sinds die tijd aan de knoppen gezeten, dan heb je toch wat uit te leggen. Helaas geen mea culpa zelfs geen enkele zelfreflectie.

Wel grote beloftes zoals: “Wij zien het niet alleen als onze taak, maar als onze plicht om ervoor te zorgen dat iedereen een thuis kan bemachtigen. Niet alleen de lucky ones, maar ook starters, singles, studenten, gezinnen en middeninkomens.” 27 Dat kan alleen als de prijzen van woningen flink kelderen of de lonen fors stijgen. Grote woorden zoals: “We gaan weer koopwoningen bouwen, zodat die eigen plek onder de zon voor iedereen te bereiken is. Regels, procedures en bezwaren zullen linksom of rechtsom moeten wijken.”28 Je kunt wel willen: “schrappen, schrappen, schrappen. In regels, in procedures en in bureaucratie,” en willen kiezen voor: “woningzoekenden in plaats van vleermuizen en beroepsbezwaarmakers,”29 dat klinkt stoer en over het schrappen van regels heb ik hierboven al geschreven. De meeste bezwaren tegen bouwplannen komen niet van ‘beroepsbezwaarmakers’, maar van omwonenden die zich ergens zorgen over maken, wordt voor het gemak vergeten. Dat die bezwaarmakers vervolgens minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening worden, laten we even passeren. Dat wie de klacht indient voor de inhoudelijke beoordeling door de rechter niet uitmaakt, wordt voor het gemak vergeten. Maar vooral dat het probleem vooral wordt veroorzaakt door het bestuurlijke onvermogen van de successievelijke regeringen waarvan de VVD de belangrijkste schakel was, dat wordt niet genoemd. Nee, met de VVD komt de daadkracht die ervoor zorgt dat alles weer kan. En dan vooral het onvermogen om de stikstofproblematiek aan te pakken. Een vraagstuk dat al sinds het begin van de eeuw speelt en waar daadkracht bij het aanpakken ervan ten ene malen ontbreekt. Nee, de VVD is hiervoor niet de enige verantwoordelijke partij. Verantwoordelijk is ze echter wel. Op dit onderwerp was ‘de storm’ al van mijlen ver te zien. De VVD-kapitein van het schip van staat ondernam onvoldoende tot geen actie om van koers te veranderen. Ook hier weer geen enkele vorm van zelfreflectie.

“Met deze verkiezingen staat Nederland op een tweesprong. Gaat Nederland linksaf, dan zullen werkende Nederlanders onvoldoende ruimte krijgen om zelf hun leven te leiden. … Gaat Nederland rechtsaf, dan gaat werken weer lonen en krijgen mensen die bijdragen meer ruimte, waardering en vooruitgang.” 30 Al weer ver doorgevoerde vereenvoudiging van de werkelijkheid: er zijn maar twee mogelijkheden aan de ene kant een karikatuur van het standpunt van .. . ja van wie eigenlijk? Of beter een stropop. En aan de andere kant een karikatuur van het eigen VVD-gelijk. De VVD zet werkenden op één,” zo is te lezen, “Omdat zij Nederland draaiende houden.” Daarom moet: “ Wie werkt (…) beloond worden door er meer op vooruit te gaan dan mensen die niet willen werken.” Daarom, zo is te lezen, wordt: “in een Koopkrachtwet vast(gelegd) dat werkenden er ieder jaar in koopkracht méér op vooruit moeten gaan dan niet-werkenden. Het wordt verplicht dat het kabinet regelt dat werkenden op één staan en dat werken in dit land beloond wordt.” 31 Op heel slinkse wijze wordt op deze manier iedereen die om een of andere reden niet werkt, weggezet als iemand die niet WIL werken. Het is inderdaad niet meer dan terecht dat iemand die werkt meer wordt beloond dan iemand die niet wil werken. Veel, zo niet het gros, van de uitkeringsgerechtigden wil echter wel werken. Hun wil wordt niet beloond. Sterker nog. Het gros van de werkenden moet vrezen want: “Om werken meer te laten lonen willen we af van de doorgeslagen nivellering via toeslagen, aftrekposten en heffingskortingen. De kosten van kinderopvang en de afbouwende kinderopvangtoeslag kan er zelfs toe leiden dat een extra dag werken niks of bijna niks oplevert.”32 Bijzonder want in de verkiezingscampagne van 2023 waarschuwde VVD-leider Yeşilgöz er nog voor dat afschaffen van de toeslagen niet zo simpel was: “Als je kijkt op dit moment, hoeveel Nederlanders afhankelijk zijn van die toeslagen, ik meen ongeveer twee derde van alle Nederlanders, dan weet je dat we dat niet morgen hebben geregeld.” En het klopt dat ongeveer twee derde van de huishoudens een toeslag ontvangt. En ik heb er geen onderzoek naar gedaan, maar ik denk dat die andere een derde gebruik maakt van aftrekposten en dan vooral de hypotheekrenteaftrek. ‘Gelukkig’ voor deze groep: “ blijft de huidige dertig-jaarstermijn van de hypotheekrenteaftrek behouden.” 33 Gelukkig hoeven we niet te kiezen tussen de stropop en de karikatuur die de VVD ons schetst.

Dan de derde missie: De grootste investering in veiligheid. Dat hoofdstuk begint met: “‘Een volk dat zijn verdediging verwaarloost, zet zijn vrijheid op het spel’.” een spreuk op een school op de plek waar generaal Winkelman op 15 mei 1940 de capitulatie tekende. De partij constateert: “Het is echter een zin met een diepere betekenis, die decennia later nog steeds bij iedereen zou moeten doorklinken. ‘Zou’, want de politiek lijkt niet te hebben geleerd van het verleden.” De tekst vervolgt met: “Te vaak regeert in de Nederlandse politiek nog de naïviteit of de drang tot activisme.” 34 De VVD vervulde de afgelopen veertig jaar de partij die eerst een belangrijke en sinds 2010 de centrale rol vervulde in ‘de politiek’. Hierover geen enkel woord. Geen enkele reflectie op de eigen rol en handelen in dat ‘verwaarlozen’. Geen enkele reflectie op het niet laten doorklinken van die diepere betekenis in dat handelen. Geen enkele reflectie op de eigen naïviteit en drang tot activisme. Of waren dat, zoals het programma wil laten doorschemeren ‘anderen’, mensen die ‘linksaf’ kiezen. Even voor de VVD’ ‘links’ heeft in Nederland nooit een meerderheid van de stemmen behaald. Zelfs het meest linkse kabinet ooit, het kabinet Den Uyl, was voor steun afhankelijk van partijen die later zijn opgegaan in het CDA. Een tijd waarin Nederland meer dan 2% van het BBP uitgaf aan defensie en gedurende de regeerperiode van dit kabinet nam dat percentage toe35. “Om ons land en onze krijgsmacht de zekerheid voor de lange termijn te geven die zij verdient, leggen we de geldende NAVO-norm van 3,5% als streefcijfer ook vast in de wet. Stelt de NAVO een hogere norm, dan willen we dat de wettelijke verplichting ook weer verhoogd wordt.”36 Met die 3,5% werd bijna Kamerbreed ingestemd. Dat nu claimen als een eigen verdienste is bijzonder. Zeker gezien de rol die voormalig VVD-leider Rutte in zijn rol als premier jarenlang speelde. Ook hier weer geen reflectie.

Bijzonder bij deze missie is dat de partij in een spagaat ligt: “Europese landen moeten samen sterker worden op het wereldtoneel. We kunnen niet langer verwachten dat de VS altijd ingrijpen of dat China een betrouwbare handelspartner blijft. Dat vraagt om een EU die levert op handel en economische veiligheid, en om hechtere samenwerking tussen Europese NAVO-landen. Europa moet zich ontwikkelen tot een derde geopolitieke macht naast de VS en China.”37 En: “Om Rusland beter af te schrikken moeten Europese landen samen in staat zijn om grootschalige operaties uit te voeren. Voor Nederland vraagt dit om forse investeringen in het Duits-Nederlandse Legerkorps.”38 En als je dan toch bezig bent, neem de Polen dan ook meteen mee want voordat de Russen in Duitsland zijn, moeten ze eerst door Polen. Dus vol inzetten op Europa! Nee, toch niet: “We willen geen Europees Leger: de Tweede Kamer besluit altijd of onze krijgsmacht ergens wordt ingezet. Het gaat hier immers over onze eigen mensen.” 39 En daarmee blijft de huidige houtje-touwtje samenwerking waarbij iedere regering haar eigen afweging maakt, bestaan en is van echt samenwerken en samen optrekken geen sprake. Dit leidt niet tot: “Nederland sterker maken met een sterk Europa,” 40 wat de VVD zegt na te streven. Maar geldt op het gebied van defensie niet het zelfde als op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Daar plaats de VVD: “vraagtekens bij de effectiviteit van 27 verschillende ontwikkelingsprogramma’s in de EU.” Hier stelt de VVD voor om: “ontwikkelingssamenwerking in de toekomst zoveel mogelijk via de EU,” te laten gaan: “We zetten vol in op een gezamenlijke Europese aanpak, waarbij de EU Global Gateway wordt uitgebouwd tot een krachtig, realistisch alternatief voor Chinese projecten zoals het ‘Belt and Road Initiative’.” 41

Over naar: Orde op zaken voor een vrij en veilig Nederland. De vierde missie. “Op Koningsdag en Bevrijdingsdag vieren we ons Nederlanderschap en onze vrijheid. We struinen over rommelmarkten, eten tompoucen of drinken een biertje op bevrijdingsfestivals. Maar het Nederlanderschap is veel meer dan deze, soms wat cliché, tradities.” Gelukkig maar want ik heb niets met Koningsdags, rommelmarkten en tompoucen. Toch ben ik een Nederlander. Dat meerdere is, zo betoogt de VVD: “een set van waarden die diep verankerd liggen in wie we zijn. Vrijheid, verdraagzaamheid, verantwoordelijkheid. Dat zijn geen vage concepten die je nog van maatschappijleer kent, maar de bouwstenen van onze samenleving.” Maar: “Toch lijken geluiden in onze samenleving die waarden steeds vaker te relativeren. Alsof het ongemakkelijk is om trots te zijn op ons land. Alsof het fout of verkeerd is om te spreken over vrije waarden en beschaving.” 42 Dan toch even. Je uitspreken over vrijheid, verdraagzaamheid en verantwoordelijkheid kan heel goed zonder ‘trots te zijn op Nederland’. Want waarom zou ik ‘trots’ moeten zijn op Nederland? Waarom moet ik trots zijn op , om voormalig premier Balkenende aan te halen, ‘ die VOC-mentaliteit’? Waarom moet ik trots zijn op de schilderijen van Rembrandt, de microscopen van Van Leeuwenhoek, de Nobelprijs van Crutzen of de machines van ASML? Zaken waaraan ik part nog deel heb.

Daarmee kom ik bij de kop boven de inleiding van de missie: “Onze democratische rechtsorde en vrije waarden zijn het beschermen waard.” Daar ben ik het helemaal mee eens. Alleen blijken die rechtsorde en waarden bij de VVD niet in goede handen. De ‘rechtsstatelijke verklaring’, de motie Becker, de onmogelijkheid voor statushouders om urgentie te krijgen voor een woning, het willen beperken van het demonstratierecht. Allemaal voorbeelden van knibbelen aan onze ‘vrije waarde’ zoals verwoord in onze Grondwet. ‘Regels, procedures en bezwaren’ die ‘linksom of rechtsom moeten wijken,’ zijn een aanslag op onze rechtsstaat. Als je vindt dat regels hinderen, moet je ze op de koninklijke weg intrekken. “We verhogen de griffierechten fors voor bezwaarprocedures tegen woningbouw, om onnodige vertragingstactieken en beroepsprocedures te ontmoedigen,”43 betekent een hogere drempel voor mensen die vinden dat ze onrechtvaardig door de overheid worden behandeld. Het recht wordt daarmee alleen voor de bezittende klasse. Of toch niet, de partij wil de “Toegang tot het recht verbeteren.” Alleen ziet de partij daar slechts een zeer beperkte rol voor de overheid bij weggelegd: “Daarom steunen we initiatieven om de sociale advocatuur via de beroepsopleiding aantrekkelijker te maken voor jonge advocaten, stimuleren we samenwerking tussen advocaten en vinden we dat de commerciële advocatuur een bijdrage moet leveren aan de sociale advocatuur.” 44Anderen moeten het probleem van de te lage vergoeding die een sociaal advocaat voor een zaak krijgt, oplossen. Een hoger tarief of een belasting op commerciële advocatuur, niets van dat alles. En bijna aan het einde van het programma is te lezen dat er te vaak wordt geprocedeerd: tegen bouwplannen alleen met als doel om deze plannen te vertragen. Daarom beperken we wanneer mensen belanghebbende zijn en kunnen procederen, willen we dat bezwaren vaker gelijk naar de Raad van State gaan, zodat procedures niet gestapeld worden en schrappen we de overvloed aan bouwregels waar nu tegen geprocedeerd kan worden.”45 Maatregelen waarmee de mogelijkheden van de burger om te ageren tegen overheidsbesluiten, wordt beperkt.

Daar blijft het niet bij. “De opkomst van radicale politieke en religieuze stromingen vormt een bedreiging voor onze vrije samenleving. Stromingen als het politiek salafisme propageren een intolerant gedachtegoed dat haaks staat op onze democratische rechtsstaat.” De VVD wil deze radicalisering tegen gaan. Op zich een nobel streven. Alleen de manier waarop getuigt niet van vertrouwen in juist de kernwaarden van onze democratie en rechtsstaat: “De VVD wil dat de overheid alle juridische ruimte benut, en waar nodig verruimt, om organisaties die een radicale, antidemocratische ideologie verspreiden te kunnen verbieden.” 46 Kenmerk van een democratie is een open discussie tussen verschillende ideeën en opvattingen. Daarin past het verbieden van ideeën niet en dat is wat je doet als je organisaties verbiedt om hun ideeën. Ideeën en opvattingen bestrijdt je met betere ideeën en opvattingen maar vooral met daden die laten zien dat een democratische rechtsstaat tot betere resultaten voor mensen leidt dan niet-democratische. En ja, als iemand moord voor zijn ideeën dan treedt de rechtsstaat op. Daarvoor hoeft niets extra’s te worden geregeld want dat is al geregeld in ons Wetboek van strafrecht. Ik vraag me trouwens af hoe al die maatregelen zich verhouden tot: “De vrijheid om jezelf te zijn, je uit te spreken en je leven te leiden zoals je dit zelf wil.” 47 Bij jezelf zijn kan ook horen je radicaal uit te spreken. Je verzetten tegen slavernij of tegen kinderarbeid was ooit radicaal. Het als zwarte vrouw in de bus niet opstaan voor een blanke, zoals Rosa Parks deed, was in de Verenigde Staten ooit radicaal. Je nu inzetten voor een basisinkomen is radicaal, het is immers een verregaande of ingrijpende hervorming van het bestaande en dat is zoals de Van Dale radicaal definieert. Het inzetten van de staatsmacht tegen ideeën getuigt niet van vertrouwen in de democratie en de rechtsstaat.

De VVD wil ook dat het luiden van de kerkklokken verboden kan worden. En toevallig of niet, op het moment dat ik dit schrijf luidt de klok van de Venlose Sint-Martinus basiliek en gezien het tijdstip zal dat voor een begrafenis zijn. Nee, ze noemen de kerkklokken niet en die bedoelen ze ook niet, maar als ze dat zo zouden schrijven, dan stond het hele land op haar achterste benen. “We willen regelen dat (versterkte) gebedsoproepen kunnen worden verboden als deze de openbare orde verstoren, integratie tegenwerken of niet kunnen rekenen op draagvlak in de omgeving. Als dit niet voldoende effect sorteert verbieden we de versterkte gebedsoproep.” De partij heeft hier duidelijk de islamitische gebedsoproep op het oog maar een kerkklok is ook een versterkte gebedsoproep. Realiseert de partij zich dat een besluit één vorm van versterkte gebedsoproep als verstoring van de openbare orde te noemen, dat dit dan ook geldt voor alle versterkte gebedsoproepen. Dat zal de partij niet bedoelen. Deze maatregel is specifiek gericht of moslims en dat maakt het discriminerend.

De VVD lijkt van een rule of law samenleving naar een rule by law samenleving te verschuiven. Van een samenleving waarbij het recht voor iedereen geldt, ook voor de overheid, een samenleving waar burgers hun recht kunnen bepleiten voor een onafhankelijke rechter als de overheid een beslissing neemt die voor hen nadelig uitpakt, naar een samenleving waar de wet voor de burger geldt en besluiten aan hem worden opgelegd zonder dat een rechter daar nog iets van kan vinden. Zover gaan de voorstellen die de VVD doet niet of nog niet, maar met de hier genoemde voorstellen slaat de VVD wel die richting in.

De laatste missie: Een sterker Nederland door een kleinere overheid. Die missie begint, zoals alle vier de andere, met een ronkend stukje tekst: “Terwijl Nederland vooruit moet, loopt het land vast in regels en procedures. Door een overdaad aan beleidsstukken, regels, procedures, richtlijnen en juridische hoepels en een gebrek aan aandacht voor mensen, hebben we nu een overheid die overal over gaat, maar op weinig levert. De lijst voorbeelden is lang en lijkt eindeloos. Een vergunning voor bijvoorbeeld de uitbreiding van het stroomnet kost nu gemiddeld acht jaar. De bouw van huizen wordt steevast vertraagd door procedures. Zo’n 20% van de zorgmedewerkers geeft aan meer dan de helft van de tijd met administratie bezig te zijn. En zo zijn er nog talloze voorbeelden te noemen van een overheid die zichzelf en de samenleving aan een ketting van wetten, regels en procedures heeft gelegd.” Daarom moeten we: “het heft in handen nemen en onze overheid en dringend onze wet- en regelgeving moderniseren. Onze overheid moet kleiner, effectiever en moderner. Met de hoogste standaarden. Met wetten en regels die werken voor Nederland. Alleen daarmee kunnen we als land weer boven onszelf uitstijgen. … Terwijl we in de zorg nu al vijftigduizend mensen tekortkomen, is het aantal ambtenaren in vijf jaar toegenomen met bijna 70.000, waarvan 30.000 bij de Rijksoverheid.” Je kunt er bijna niet tegen zijn en zou ervoor op de partij stemmen. Maar … dit schrijft de partij die, zoals gezegd 33 van de afgelopen 40 jaar in de regering zat en die van de laatste 15 jaar er 14 de premier leverde en dus als kapitein op het schip stond. In al die jaren is dit niet gelukt en zoals ik hierboven al schreef, stond het ook in eerdere verkiezingsprogramma’s. Bijzonder is dat er hier wel sprake is van enige zelfreflectie: “We zien dat de Tweede Kamer, dus ook de VVD, in de afgelopen vijftien jaar de overheid te vaak te ingewikkeld heeft gemaakt. Door meer regels te eisen, door te kiezen voor rapportageplichten in plaats van goed toezicht, door steeds weer extra moties en onderzoeken aan te vragen. … We kunnen alleen een moderne en effectieve overheid terugkrijgen als de politiek haar regelzucht temt, de overheid kleiner gemaakt wordt en er strak op gestuurd wordt.” 48 Enige zelfreflectie maar nog steeds geen analyse.

Voor de oplossing wordt de blik al weer snel gericht op een ander. De partij wil de opdracht geven aan: “alle departementen om per kabinetsperiode aantoonbaar wet- en regelgeving te schrappen of te versimpelen. Elke kabinetsperiode levert elk departement dus een lijst van regels aan die geschrapt kan worden.” Dit doet mij denken aan de opdracht die we ooit kregen bij een kleine gemeente en die ik sindsdien bij veel gemeenten voorbij zag komen. Die opdracht luidde: maak een lijst met mogelijke bezuinigingen. Daarop leverden we als management de complete begroting in. Je kunt namelijk overal op bezuinigen alleen dat heeft gevolgen. Die maakten we daarbij ook duidelijk. Zo kun je ook alle wetten schrappen. We hebben als mensheid immers duizenden jaren overleefd zonder de huidige stapel wet- en regelgeving. Alleen een wet schrappen heeft gevolgen. Iedere wet is aangenomen met een bepaald doel of effect voor ogen. Dat doel of effect kan zijn iets positiefs bereiken of iets negatiefs voorkomen. Veel van de Nederlandse wetgeving van de afgelopen dertig tot veertig jaar is gericht op iets voorkomen. Voormalig raadsheer bij de Hoge Raad Ybo Buruma beschrijft die verandering in een korte zin: “In de risicosamenleving maken de zorgen over overmatig overheidsoptreden van de overheid plaats voor zorgen om het tekortschieten van de overheid.” En volgens Buruma leven we sinds ruim dertig jaar in een risicosamenleving. Hij volgt hierin de socioloog Ulrich Beck die het begrip risicosamenleving muntte. Ik schreef er hierboven ook al over. Kenmerk van een risicosamenleving is dat: Er wordt gedaan of ongelukken en gevaren uitzonderingen zijn, maar deze maken deel uit van normale bedrijfsvoering.” En: “Die benadering resoneert bij de persoonlijke ervaringen van diverse slachtoffers. Slachtofferschap lijkt steeds meer te worden beschouwd als een inbreuk op menselijke waardigheid: geen pech maar onrecht omdat risico’s onvoldoende zijn onderkend.”49 Als de VVD werkelijk minder regels wil, dan moet het gesprek daar over gaan. Dat gesprek voert de VVD niet.

En daarmee kom ik bij het volgende punt. Hoe wil de partij dat bereiken? Minder ambtenaren door focus op kerntaken: we stellen een strenge norm dat maximaal één op de vier medewerkers bij de Rijksoverheid mag werken in overheadfuncties. Nu is dat nog de helft. Met de operatie effectieve overheid zorgen we ervoor dat er flink minder ambtenaren nodig zijn.” 50 Defensie is duidelijk een kerntaak en de plannen van de partij daar zorgen ervoor dat de overheid in ieder geval niet kleiner wordt want er komen: “100.000 militairen en reservisten,” 51 bij. Helaas wordt niet duidelijk gemaakt wat die kerntaken zijn en al helemaal niet wat er dan gaat gebeuren met zaken die niet tot de kerntaken behoren. Dat zou ik, en jullie wellicht ook, toch graag voor de verkiezingen willen weten.

De VVD wil: “een overheid naar het model van Singapore. We kiezen voor toptalent, werken datagedreven en vergelijken effectiviteit met andere landen. AI kan zorgen voor een revolutie bij de overheid, maar dan moet de overheid wel om leren gaan met techniek.” Data gedreven werken dat klinkt mooi. Maar data zijn niets meer en niets minder dan een berg gegevens. Wat data gedreven werken volgens de VVD is, wordt niet uitgelegd. Daarom zocht ik wat verder. Data gedreven werken is, zo is in het het rapport Data gedreven werken van het ministerie van Justitie en Veiligheid te lezen: werken op basis van feiten uit de samenleving, die verzameld worden in de vorm van data, geanalyseerd worden naar informatie, samen met domeinkennis op de juist manier geïnterpreteerd worden naar bruikbare inzichten, en om op basis van deze inzichten een zo geïnformeerd mogelijk besluit te nemen wat een hogere waarde geeft voor de samenleving.” 52 Data gedreven werken begint bij verzamelde gegevens terwijl het beginpunt een maatschappelijke opgave zou moeten zijn. Om die aan te pakken wordt een hypothese opgesteld, een onderbouwde verklarende redenering. Dan wordt er beredeneerd welke informatie iets kan zeggen over de hypothese. Pas dan worden data gezocht die iets kunnen zeggen over de informatie. Als dat er ligt en de hypothese lijkt te kloppen, pas dan kun je bekijken welke maatregelen je kunt nemen om de maatschappelijke opgave in de gewenste richting te sturen. Dit even terzijde.

Waar het mij om gaat is dat die ‘feiten uit de samenleving’ verzameld moeten worden. Die ontstaan niet spontaan. Als je wilt weten hoe lang een vraag op een antwoord wacht, moet je de datum van binnenkomst en de datum van beantwoording registreren. Wil je het gemiddelde van een groep vragen weten, dan moet je dat voor alle vragen doen. Als je wilt weten waarom het zo lang duurt, moet je nog weer meer informatie verzamelen. Zo ontstaat de bureaucratie waartegen zo wordt geschopt. Als je jezelf wilt vergelijken, zoals de VVD dat Nederland doet met andere landen, dan moet je daarvoor gegevens verzamelen. Alleen zegt het niets als je een Nederlandse en Singaporese aanvraag voor een bouwvergunning met elkaar vergelijkt omdat er met die vergunningen waarschijnlijk heel andere zaken worden geregeld. Data verzamelen zich niet vanzelf. Ze interpreteren zich ook niet vanzelf en AI kan daarbij helpen maar de ervaringen leren dat het resultaat sterk afhangt van de data waarmee AI is getraind. Daarnaast wil de VVD: “Ministeries (…) regelmatig verspillingsaudits (laten) doen,” al dan niet: “op verzoek van de Tweede Kamer. Deze audits kijken of hetzelfde werk door minder mensen gedaan kan worden, of uitgaven wel echt nodig zijn en of projecten niet afgebouwd kunnen worden,” 53 zo is te lezen. Audits vragen weer om gegevens die moeten worden bijgehouden en om mensen om ze uit te voeren. Mensen die behoren tot die overhead.

Als laatste een wel heel bijzondere. “Geen feitenvrij beleid.” Met onder dat kopje de volgende tekst: “We bedrijven geen politiek vanuit de onderbuik. Integratiebeleid moet gebaseerd zijn op feiten. Daarom is sociaal cultureel onderzoek onder de gehele bevolking een belangrijke basis voor het beleid om bepaalde maatschappelijke problemen aan te pakken. Of het nu gaat om radicalisering, hooliganisme, extreemrechts of integratieproblematiek: we moeten weten wat er speelt en wat aanknopingspunten zijn voor oplossingen.” 54 Ik viel van mijn stoel van verbazing maar het staat echt in het verkiezingsprogramma van de VVD. De partij die ‘nareis op nareis’ opblies tot mythische proporties. Het waren er duizenden aldus VVD-leider Dilan Yeşilgöz terwijl het om nog geen 200 aanvragen per jaar gaat waarvan er gemiddeld 70 worden toegekend. Over feitenvrij beleid gesproken. De partij die samen met drie anderen een regeerakkoord schreef met daarinhet plan om de mede door de eigen partij gecreëerde chaos bij het behandelen van asielaanvragen en de huisvesting van asielzoekers en statushouders aan te pakken met noodwetgeving omdat, zoals de premier van het kabinet het verwoordde, ‘mensen een asielcrisis ervaren.’ Over onderbuik gesproken. Je moet maar durven.

1Sterker uit de storm is te vinden op: https://www.vvd.nl/sterker-uit-de-storm/

2Sterker uit de storm, pagina 2

3Idem, pagina 3

4Idem, pagina 2

5Idem, pagina 52

6Idem, pagina 58

7Idem, pagina 63

8Idem, pagina 8

9Idem, pagina 9

10Idem, pagina 10

11Idem, pagina 8

12Idem, pagina 11

13Idem, pagina 58

14Idem, pagina 12

15Idem, pagina 12-13

16Idem, pagina 12-13

17Niet doorschuiven maar aanpakken, pagina 10-12

18Samen aan de slag, Pagina 12

19Sterker uit de storm, pagina 33

20Ha-Joon Chang, 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme, pagina 214

21Idem, pagina 221

22Sterker uit de storm, pagina 27

23Idem, pagina 27

24Idem, pagina 34

25https://fd.nl/economie-politiek/1221025/stef-blok-ik-ben-de-eerste-vvd-er-die-een-heel-ministerie-heeft-doen-verdwijnen-wej1cag5s0uI

26https://woningmarktcijfers.staanhier.nl/blog/2019/11/30/middenhuur-verdiept-de-kloof-op-de-woningmarkt/

27Sterker door de storm, pagina 28

28Idem, pagina 26

29Idem, pagina 32

30Idem, pagina 28

31Idem, pagina 29

32Idem, pagina 29

33Idem, pagina 34

34Idem, pagina 37

35https://marineschepen.nl/dossiers/defensie-uitgaven-BBP.html

36Idem, pagina 39

37Idem, pagina 38

38Idem, pagina 41

39Idem, pagina 40

40Idem, pagina 43

41Idem. Pagina 43

42Idem, pagina 50

43Idem, pagina 33

44Idem, pagina 57

45Idem, pagina 72

46Idem, pagina 59

47Idem, pagina 50

48Idem, pagina 68

49 Ybo Buruma,de onvoltooide rechtsstaat. Tijdgeest en recht 1813-2025, pagina 341

50Sterker uit de storm, pagina 70

51Idem, pagina 39

52Ministerie van Justitie en Veiligheid, Data gedreven werken. Wat er voor nodig is, pagina 9

53Sterker uit de storm, pagina 70-71

54Idem, pagina 60

Uitgelicht

Verbod op verheerlijken terrorisme?

Wat is terrorisme? En wat is een terroristische organisatie? Twee interessante vragen. Ik stel die vragen omdat minister van Justitie en Veiligheid, David van Weel, het Wetsvoorstel strafbaarstelling verheerlijking van terrorisme en openbare steun aan terroristische organisaties ter consultatie heeft gelegd. Nog tot 16 augustus 2025 kun je je zienswijze op dit wetsvoorstel geven. Bij het lezen van het wetsvoorstel en de memorie van toelichting erbij kwamen die vragen bij mij op. En als een wetsvoorstel met die naam dergelijke vragen oproept, dan klopt er, naar mijn mening, iets niet.

Voor eenieder die het niet weet. In het proces om te komen tot een nieuwe wet wordt er sinds een aantal jaren een internetconsultatie gehouden. Via die consultatie kan eenieder zijn steun, bezwaren op- en aanmerkingen over beoogde wetsvoorstellen geven. Die consultatie vindt plaats voordat de regering het wetsvoorstel door de regering wordt vastgesteld en naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Terug naar de inhoud.

Dat is terrorisme en het wetsvoorstel van Van Weel. Het wetsvoorstel wijzigt het Wetboek van strafrecht. Het voegt er de artikelen 132 a,b en c en 138 b,c en d aan toe. Artikelen die het ‘verheerlijken van’ en ‘steun betuigen aan’ een terroristisch misdrijf of een terroristische organisatie strafbaar stellen. Word je er schuldig aan bevonden dan kun je maximaal drie jaar achter de tralies verdwijnen.

Laat ik beginnen bij het begin. De eerste zin van de memorie van toelichting: “Terrorisme vormt een bedreiging voor de democratische wereld en daarmee ook voor de Nederlandse samenleving.” 1 Dit is onzin. Terrorisme is geen bedreiging voor een democratische samenleving. In haar DWDD college van 12 maart 2016 noemde terrorisme expert Beatrice de Graaf terroristen ‘early adapters’, ze zijn snel met nieuwe technieken en ontwikkelingen. Maar ook de ‘klunzen en de losers van de geschiedenis’ die liever een shortcut nemen dan gebruik te maken van de trage molens van de democratische besluitvormingsprocessen’. Terroristen zijn geen existentiële bedreiging voor onze open, inclusieve samenleving. Sterker, die inclusieve samenleving is volgens haar het beste wapen tegen iedere vorm van terrorisme. Nederlands grootste voetballer aller tijden, Johan Cruijff deed een legendarische uitspraak over Italië als voetballand en Italiaanse clubs: “Ze kennen niet van je winnen, maar jij ken wel van ze verliezen.” Met mensen die zich van terrorisme bedienen is het precies hetzelfde Ze kunnen niet winnen maar jij kunt wel van ze verliezen. Verliezen door je eigen kracht te verzwakken en dat is waar dit voorstel aan bijdraagt. Het draagt eraan bij omdat het een slecht en overbodig voorstel is en angst aanwakkert. En angst is, zoals het spreekwoord zegt, een slechte raadgever.

Dat er: “ Verschillende bewegingen met radicale ideologieën, die omverwerping van onze democratische rechtsstaat nastreven … aan kracht gewonnen,”2 hebben, wil ik best geloven. En dat rapportages van de Nationaal coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV): “laten zien dat terroristische denkbeelden op steeds grotere schaal openlijk worden uitgedragen en dat met name jongeren zich gevoelig tonen voor die denkbeelden en zich kunnen ontwikkelen van sympathisant tot aanhanger van dat gedachtegoed,” wil ik best geloven. Deze ideeën verdwijnen echter niet door de aanhangers ervan maximaal drie jaar in de cel te stoppen. Rosa Parks liet zich bij haar ‘radicale daad’, het niet opstaan voor een blanke, die was gebaseerd op haar ‘radicale ideologie’ niet afschrikken door een eventuele gevangenisstraf. Het bestraffen van slechte ideeën is de verkeerde manier. Slechte ideeën bestrijd je door goede ideeën in de praktijk te brengen en door te laten zien dat de slechte ideeën tot slechte resultaten leiden. Dit wetsvoorstel is een slecht idee.

Een slecht idee om meerdere redenen. Zo wordt in het wetsvoorstel nergens duidelijk gemaakt wat terrorisme is. Het wetsvoorstel en ook de 24 pagina’s van de memorie van toelichting, bevatten geen definitie van terrorisme. Het Wetboek van strafrecht dat met dit artikel wordt gewijzigd, ook niet. Daarin wordt wel iets geregeld over het financieren van terrorisme (Titel XXXI) maar het bevat geen definitie van terrorisme. Ook de Wet coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid bevat geen definitie van dat wat er volgens deze wet bestreden moet worden. Wat mag ik, als minister Van Weel zijn zin krijgt, niet meer verheerlijken? Welke organisaties mag ik steunen? Dat wordt niet duidelijk gemaakt. Dit wetsvoorstel laat dat in het ongewisse. Dat is nogal cruciaal want wat voor de een een terrorist is, is voor de ander een legitiem verzetsstrijder.

Na lang zoeken vond ik op de site van de NCTV een definitie van terrorisme: “ Het uit ideologische motieven (voorbereiden van het) plegen van op mensenlevens gericht geweld, of het veroorzaken van maatschappij-ontwrichtende schade, met als doel (een deel van) de bevolking ernstige vrees aan te jagen, maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen en/of politieke besluitvorming te beïnvloeden.” Maar, zoals ik hiervoor liet zien, heeft deze definitie geen wettelijke grondslag. Het is, zoals de NCTV het schrijft, een definitie: “gebruikt in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland. Het gaat hierbij niet om definities in juridische zin maar werkdefinities.” Bovendien een bijzondere definitie. Niet het deel voor wat betreft het plegen van op mensenlevens gericht geweld. Dat is duidelijk. Dat is moord en als je het plant, moord met voorbedachte rade. Daarvoor hoeft het Wetboek van strafrecht niet te worden aangepast. Dat is al strafbaar. Dubieus wordt het als er wordt gesproken over ‘het op ideologische motieven plannen en uitvoeren van acties die maatschappijontwrichtende schade veroorzaken’. Want wat is maatschappijontwrichtend? Daarover kun je van mening verschillen. Bovendien laat de geschiedenis zien dat maatschappijontwrichtende acties aan de basis kunnen staan van ontwikkelingen ten goede. Toen Rosa Parks in de bus niet wilde opstaan voor een blanke was er sprake van ontwrichting van de maatschappij. Zwarte mensen behoorden gewoon hun plaats af te staan aan een blanke. Een staking van NS personeel ontwricht de maatschappij en kan ideologische motieven hebben.

Dit wetsvoorstel en het wettelijk kader waarbinnen dit wetsvoorstel haar beslag moet krijgen is dermate vaag dat, net zoals bij de roep om het demonstratierecht te bepreken waarover ik recentelijk schreef, willekeur in de lucht hangt. Partijen die het demonstratierecht willen beperken hebben allemaal groepen en thema’s voor ogen die in hun ogen hinderlijk zijn en waarvan ze het demonstratierecht willen ontnemen. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, dan ligt de weg open voor de partijen aan de macht om hun tegenstanders en te criminaliseren en mensen die hun steun betuigen aan deze groep te vervolgen. Benoem ze tot een terroristische organisatie en je kunt de overheidsmacht op ze loslaten. Een organisatie is terroristisch, zo is als er een bindend besluit in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie is en de minister vervolgens besluit dat er sprake is van een terroristische organisatie. Dan is steun aan die organisatie strafbaar. Zonder een fatsoenlijke definitie van het cruciale begrip terrorisme, is dit een gevaarlijk wetsvoorstel. Gevaarlijk omdat invulling van wat terrorisme dan afhankelijk is van de waan van de dag.

Het is niet alleen gevaarlijk maar vooral ook overbodig. Het ‘verheerlijken’ van terrorisme dat dit voorstel beoogt, is al strafbaar. In de toelichting wordt beschreven hoe we ‘verheerlijken’ moeten verstaan: “Bij verheerlijken gaat het niet alleen om het goedpraten of goedkeuren van een misdrijf, maar het prijzen daarvan, op een zodanige wijze dat mensen daardoor kunnen worden beïnvloed, geïnspireerd of ideologisch rijp gemaakt voor het ondersteunen of – uiteindelijk – deelnemen aan dergelijke misdrijven.”3 Dit verschilt in niets van opruiing dat op grond van artikel 131 en 132 van het Wetboek van strafrecht al strafbaar is. Het tweede lid van artikel 131 en het derde lid van artikel132 regelt al dat: “indien het strafbare feit waartoe bij geschrift of afbeelding wordt opgeruid een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt,” de strafmaat kan worden verhoogd. Dit, zoals we zagen, zonder dat het begrip terrorisme is gedefinieerd.

1 Memorie van toelichting, pagina 1

2 Idem, pagina 2

3 Idem, pagina 20

Uitgelicht

De onopgevoede BBB

“Wie écht bezorgd was over dit onderwerp, had kunnen anticiperen. Toen het PVV-amendement werd aangenomen, had men het amendement van BBB kunnen én moeten steunen. Dan hadden we deze onnodige discussie over een kop soep niet hoeven voeren.” Aldus een bericht van de BBB op LinkedIn. Een bericht waarin de BBB het CDA verwijt verkeerd te hebben gehandeld rond een van de nieuwe vluchtelingenwetten die de Tweede Kamer op de laatste dag voor het zomerreces 2025 goedkeurde. Ik schreef er al eerder een Prikker met als titel Soep zooitje over Toen ik dit las moest ik denken aan een uitspraak van de Romeinse filosoof Epictetus: “Het is het werk van een onopgevoed mens anderen de schuld te geven wanneer hij zelf de oorzaak van het onheil is.”

Epictetus was een stoïcijnse filosoof die leefde van het jaar 50 tot 130 CE. Epictetus was een Griekse slaaf die naar Rome werd gebracht en die filosofie onderwees. Met Seneca en keizer Marcus Aurelius wordt hij gezien als een van de leidende figuren uit de stoa of stoïsche school. Een hellenistische filosofische stroming opgericht zo rond 300 BCE door Zeno van Citium. Uitgangspunt van de stoa is dat de ware vervulling van het leven wordt bereikt door in overeenstemming met de natuur te leven. Volgens de stoa is alles wat er gebeurt van tevoren bepaald. Iets gebeurt dus omdat het moest gebeuren, niet omdat iemand het wilde of er in vrijheid voor koos. Wel is de mens vrij om te kiezen hoe het gebeurde te beoordelen en in de keuze hoe vervolgens te handelen. Maar terug naar de BBB.

“Feitencheck: Het CDA en de strafbare ‘kop soep’, staat er boven het bericht. Dat ‘het’ in deze korte zin met kleine letter geschreven moet worden, daar zal ik niet over vallen. En dus toch wel, want ik begin erover. Wat zijn die feiten volgens de BBB? “Door het aangenomen PVV-amendement maakt de wet illegaliteit strafbaar en het is nog onduidelijk of humanitaire hulp zoals een kop soep uitdelen is uitgezonderd. In de toelichting staat namelijk dat ook hulp aan illegalen strafbaar kan zijn.” Even voor de BBB-ers de wet en de uitleg is duidelijk: zoals de tekst van de wet nu luidt, is het kopje soep strafbaar als de soepschenker weet dat de soepontvanger illegaal in Nederland verblijft. Dat zijn de feiten die blijken uit het aangenomen amendement in combinatie met artikel 48 van het Wetboek van strafrecht. Dan is de soepschenker namelijk opzettelijk behulpzaam bij het plegen van een misdrijf. Dat zijn de feiten en die zijn toch net iets anders dan de BBB hier voorspiegelt. Kwalijk voor een politieke partij.

Het bericht gaat verder: “Uit voorzorg diende BBB-Kamerlid Claudia van Zanten een eigen amendement in dat dit expliciet zou uitsluiten. In de toelichting staat helder: “Dit amendement heeft een uitzondering voor niet-commerciële activiteiten die humanitaire hulp bieden aan mensen.”” Om de kwalijke gevolgen van een mogelijk amendement te voorkomen, dient de partij zelf een amendement in. Bijzonder, maar daar kom ik dadelijk op terug. Helaas, aldus de BBB: “Het CDA stemde tegen ons voorstel. Ondanks hun woorden over het belang van hulp, stemden zij niet voor de wettelijke zekerheid die ons amendement bood.” Het is de vraag of het BBB-amendement zoden aan de dijk zet. Als de soepschenker een horeca-ondernemer is die willens en wetens een illegaal in Nederland verblijvend persoon tegen betaling een kopje soep serveert, dan is die ondernemer strafbaar. Dat geldt ook voor de supermarktondernemer die een illegaal een blikje soep verkoopt. Of de boer die de illegaal die zelf soep wil maken, wat groenten verkoopt.

Gevolg, aldus de BBB: “Hierdoor blijft de juridische onduidelijkheid bestaan. Terwijl het meteen opgelost had kunnen worden.” Zoals hierboven al aangegeven, is er geen juridische onduidelijkheid. Er zijn alleen politieke partijen die deze duidelijkheid in mist willen hullen om hun eigen falen te verbloemen.

En met dat verbloemen kom ik bij wat de BBB de conclusie van haar bericht noemt: “Wie écht bezorgd was over dit onderwerp, had kunnen anticiperen. Toen het PVV-amendement werd aangenomen, had men het amendement van BBB kunnen én moeten steunen. Dan hadden we deze onnodige discussie over een kop soep niet hoeven voeren.” Beste BBB: NEE, NEE en nog eens NEE. Jullie stemden in de Tweede Kamer volmondig in met de PVV-motie. Als jullie werkelijk de door jullie gewenste uitzondering hadden willen maken: “niet-commerciële activiteiten die humanitaire hulp bieden aan mensen,” dan hadden jullie tegen het PVV-amendement moeten stemmen. Dat deden jullie niet. Jullie en ook jullie collega’s van de NSC en SGP. Jullie stemden allemaal in met het PVV-Amendement. Daarvan anderen de schuld in de schoenen schuiven is, om met Epictetus te spreken, het werk van een onopgevoed mens.