Gelukzoekers

Dit woord wordt geregeld gebezigd in de discussie rond vluchtelingen en migranten. Het zou ze niet gaan om veiligheid maar om luxe. Ze zijn op zoek naar geluk, ‘onze huizen’ en een uitkering.  

Geluk

(foto: deviton.nl)

Vreemd om mensen te verwijten dat ze op zoek gaan naar hun geluk. Zoeken we niet allemaal geluk? Moeten we niet blij zijn dat mensen bij ons geluk komen zoeken? Zou dat niet kunnen betekenen dat geluk bij ons te vinden is? Als dat zo is, en als we allerlei geluksonderzoeken mogen geloven, dan behoren Nederlanders tot de gelukkigste mensen van de wereld, dan hebben wij ‘geluk’ dat we er niet voor hoeven te reizen.

Er zijn hele landen en niet de minste die zijn gebouwd op gelukszoekers. Neem bijvoorbeeld de Verenigde Staten, Canada, Australië, eigenlijk geheel Zuid-Amerika. Of waren dat, zoals we ‘onze’ gelukszoekers die naar elders vertrekken noemen, expats avant la lettre?

Soms leidde dat ‘gelukzoeken’ tot ongeluk voor de oorspronkelijke bewoners (de aboriginals, indianen en anderen). Zou het om dat lot zijn, dat vele mensen migranten en vluchtelingen willen weren? Interessant punt.

De gelukszoekers die al die landen stichtten, waren echter machtiger dan de mensen in de streek van aankomst. De gelukszoekers die nu naar hier komen, hebben geen macht, behalve de macht van het getal.

En als we wat verder teruggaan in de tijd dan stammen we allemaal af van gelukszoekers. Zonder gelukszoekers zaten we allemaal op een kluitje ergens in Afrika. Of, en dat is waarschijnlijker, hingen we daar nog in de bomen. Zonder gelukszoekers geen ontwikkeling. Waarom verwijten we mensen dat ze hun geluk zoeken?

De vraag is hoe wij, de bijna gelukkigste mensen van de wereld, omgaan met de onmachtige gelukszoekers die bij ons komen ‘zoeken’. Willen we ‘ons’ geluk delen?

Prikker, woensdag 16 september 2015

Onderwijs, arbeidsmarkt en democratie

“We moeten het onderwijs vervlechten met het bedrijfsleven, zodat er eigenlijk geen onderscheid meer is. Het huidige onderwijssysteem polariseert alleen maar door ze tegenover elkaar te zetten. Ga dat nou eens aanpakken, zou ik zeggen.”  Dit antwoordt geeft lifehacker Martijn Aslander op de vraag of het MBO beter moet inspelen op de wensen van het bedrijfsleven zoals minister Bussemaker wil.

onderwijs en arbeidsmarkt

(Illustratie: organisatieactivist.nl)

Aslanders suggestie lijkt logisch. De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is immers niet goed. Hier is betere afstemming nodig. Aslanders suggestie lost die kloof helemaal op, dus dat lijkt mooi. Lastig hierbij is echter dat het onderwijs onze jeugd moet voorbereiden op werk en banen die nog niet bestaan. Werk waarvan het bedrijfsleven dus nog geen weet kan hebben. Vervlechten lost dit probleem niet op. Er is meer. Onderwijs en bedrijfsleven vervlechten betekent dat het onderwijs als doel heeft om werknemers te produceren. Is dit wel de opgave van het onderwijs? Is die opgave niet veel breder?

Moet het onderwijs niet ook onze jeugd opleiden tot goede democratische burgers? De jeugd kennis bijbrengen en vaardigheden aanleren die nodig zijn om te kunnen functioneren in de wereld van vandaag? Een wereld die uit meer bestaat dan alleen werk en economie. Zou dat niet de hoofdtaak van het onderwijs zijn? Als dat zo is, is het dan wel zo logisch om onderwijs en bedrijfsleven te vervlechten? Doen we onze kinderen en onszelf dan niet tekort?

Hebben onze kinderen en heeft onze democratie niet meer behoefte aan kritisch denkvermogen, aan fantasie, aan inlevingsvermogen in anderen? Zijn dat niet ook de eigenschappen die je nodig hebt om je op het onverwachte voor te bereiden? Het onverwachte zou een baan of werk kunnen zijn dat nu nog niet bestaat.

Prikker, dinsdag 15 september 2015

Opvang vluchtelingen

“Zo krijgt opvang in de eigen regio terecht een grote prioriteit,” dit schrijft commentator Michel Brouwers in Dagblad de Limburger van woensdag 9 september 2015. Dit is volgens Brouwers nodig, omdat er een risico op wrijving is met autochtone groepen en groepen ‘afvallige minderheden’ aanslagen kunnen plegen. ‘Opvang in de regio’ is wat zo ongeveer iedereen bepleit en dat klinkt heel mooi, maar …

Grenshek

(foto: dewereldmorgen.be)

Zoals uit de cijfers al naar voren komt, wordt het overgrote deel van alle vluchtelingen in buurlanden opgevangen. Turkije en vooral Libanon zijn hiervan voorbeelden maar er zijn er veel meer. Andere buurlanden, zoals bijvoorbeeld ‘bondgenoot’ Saoedi-Arabië vangt niets op. Wellicht omdat de situatie daar erger is dan de gebieden van waaruit ze vertrekken. Wie bepaalt trouwens wat de regio is?

Nu ervan afziend dat ‘opvang in de regio’ een feit is, een feit waaronder de landen die onderdak bieden, dreigen te bezwijken en dat een land als Libanon compleet dreigt te ontwrichten. Waarom zouden die landen vluchtelingen moeten opvangen? Wie verplicht hen hiertoe?

Wat zou er gebeuren als de buurlanden van bijvoorbeeld Syrië en Irak hun grenzen sluiten? Als zij, in navolging van Hongarije, en ook Nederland, een hek (fysiek of met regels) om hun land bouwen? Een hek om vluchtelingen tegen te houden. Niemand kan deze landen dat verbieden, zoals het ook ons niet kan worden verboden.

Stel dat het ‘hekken beleid’ universeel wordt doorgevoerd, dan zit ieder in zijn eigen land opgesloten. Dit is het ultieme gevolg van het weigeren van vluchtelingen en ze terugduwen naar de regio. Mochten wij dan ooit moeten vluchten, al is het maar voor het wassende water, dan kunnen we nergens naar toe. Is dat de wereld waarin we willen leven?

Prikker, woensdag 9 september 2015

Bijzondere reis

“De lifetimecareer bij één werkgever behoort in deze tijd meer en meer tot het verleden. Baanzekerheid verdwijnt en werkzekerheid wint terrein. Zorgen dat medewerkers werkneembaar zijn op de arbeidsmarkt van vandaag is daarom een taak waar veel werkgevers zich mee bezig houden,” aldus Arie Viskil in zijn ‘reclameblog’ op de website van Binnenlandsbestuur.

werkneembaarheid(illustratie: ronbausch.nl)

Wat is werkneembaarheid? Wie bepaalt wanneer iemand werkneembaar is? Wat draagt bij aan werkneembaarheid en wie bepaalt dat? Ben je werkneembaar als je alles een beetje kunt? Of loop je dan het risico dat een specialistischer iemand het werk mag doen? Moet je de beste zijn in iets, de specialist? En wat als je specialisme niet meer nodig is?

En als die vragen zijn beantwoord, de vraag wat werkneembaarheid bijdraagt aan het garanderen van werkzekerheid en dus aan het maken van de stap van baan- naar werkzekerheid? Zijn er wellicht andere middelen om die stap te zetten? Zo ja, waarom moet dan voor werkneembaarheid worden gekozen?

Dan nog wat aanvullende vragen. Is er nu sprake van baanzekerheid? Wat is werkzekerheid en hoe wordt die werkzekerheid vormgegeven? Is dat wel een zekerheid? Een paar vragen en slechts één antwoord. Nu is er geen sprake van baanzekerheid. En dat roept dan meteen de vervolgvraag wat het nieuwe vertrekpunt is? Als dat baanonzekerheid is, dan lijkt het een positieve ontwikkeling. Onzekerheid (baan) wordt voor zekerheid (werk) ingewisseld. Of is dat wel werkzekerheid maar geen inkomenszekerheid?

Viskil neemt ons mee op een bijzondere reis. We weten niet waar de reis start. We weten niet waar de reis naar toe gaat. We weten niet wat het hulpmiddel, werkneembaarheid, op die reis is en of het ons zal helpen bij onze reis naar een onbestemd doel. Gelukkig is het maar een reclame-blog.

Prikker, maandag 31 augustus 2015

De goede en de kwade

“Dat schaadt de ‘gewone’ supporter, zoals de minister schrijft,” zo valt te lezen in de Volkskrant. Allerlei maatregelen om supportersgeweld en –overlast te voorkomen zijn hinderlijk voor ‘gewone’ supporters en maken het niet aantrekkelijk om een voetbalwedstrijd te bezoeken. Raddraaiers zullen natuurlijk stevig worden aangepakt. Natuurlijk zal de kostenbesparing op de inzet van politie ook een rol spelen in de keuze van de minister, maar het is positief dat de regering aandacht heeft voor de ellende die de ‘gewone’ supporter ondervindt als gevolg van maatregelen gericht op een kleine groep raddraaiers.

Hooligans

(foto: free-wallpaper-download.com)

Toch wringt er iets. Iets dat niets met voetbal te maken heeft, maar met de zorg voor  mensen in het algemeen en het PGB in het bijzonder. Het PGB was bedoeld om de zorgbehoevende mens de mogelijkheid te geven regie te voeren over zijn zorg en daarmee zijn leven. De verwachting hierbij was dat het tevens een besparing op de zorgkosten zou opleveren. Het PGB werd na invoering een groot succes. Zoals ook op alle andere terreinen was er een minpunt, er kon misbruik van worden gemaakt. Er kwamen voorbeelden waarbij het geld voor andere doeleinden werd ingezet dan waarvoor het was verstrekt en er waren bemiddelingsbureaus die de PGB-houders bedrogen.

Om dat misbruik te voorkomen is de laatste regelgeving rond het PGB dermate zwaar, dat de eigen regie is ingeperkt onder gelijktijdige verhoging van de administratieve last. Of in de woorden van Sheila Sitalsing: “Ze (de overheid) is geobsedeerd door de gedachte dat de mensen in wier dienst zij is onverantwoordelijke kinderen zijn die je geen seconde uit het oog kunt verliezen, dan wel geboren fraudeurs die permanent van hogerhand gewezen moeten worden op het verschil tussen asociaal en fatsoenlijk.”

Moet Van der Steur niet eens met Van Rijn gaan praten?

Prikker, vrijdag 28 augustus 2015

Geschiedmisbruik

De democratie deels opheffen van landen die EU-hulp krijgen. Daarvoor pleit Harry Verbon, hoogleraar in de economie. Hij heeft hierbij Griekenland op het oog en beargumenteert dit met de Griekse monetaire geschiedenis, waarbij vooral democratische periodes een stijging van de staatsschuld lieten zien.

Harry Verbon(foto: www.tilburguniversity.edu)

Over de negentiende eeuw schrijft hij: “Uit (…) verzamelde gegevens blijkt dat in de 19de eeuw de Griekse schuld vrijwel voortdurend hoger was dan het nationaal inkomen, op de top zelfs vier keer zo hoog.” Griekenland stond daarin niet alleen. Nederland had die eeuw bijna altijd een staatsschuld die boven het nationaal inkomen lag. Met als topper de 245% van het jaar 1834. Zie hiervoor het CBS-rapport: De naakte feiten over de Nederlandse staatsschuld. Net als in Nederland werd in Griekenland in die tijd strijd geleverd voor meer democratie en de democratie was hierbij aan de winnende hand en ook in Nederland fluctueerde de staatsschuld.

Iets verder in de tijd verwijt Verbon de Grieken dat ze tijdens de crisis van de jaren dertig de drachme lang aan het goud gekoppeld lieten, wat tot grote economische ellende leidde. Griekenland stond hierin niet alleen. Neem Nederland dat in 1925 de goudkoppeling herstelde. Dit, omdat deze tijdens de Eerste Wereldoorlog was losgelaten. Pas in 1936, als een van de laatste landen in de wereld, werd de gulden weer losgekoppeld.

En tijdens het Kolonelsregime bleef de staatsschuld ‘ongrieks’ constant, aldus Verbon. Om vervolgens onder de democratie vanaf 1974 weer te stijgen. Nederland kende geen ‘kolonels’ maar de staatsschuld laat dit patroon ook voor Nederland zien.

Verbon maakt misbruik van de geschiedenis door er selectief en zonder context in te winkelen. Hij zal met betere of liever echte argumenten moeten komen.

Prikker, donderdag 27 augustus 2015

Historicisme of culturisme

“Er zijn 675 miljoen arme boeren. De bevolking vergrijst snel. Ook kampt China met grootschalige corruptie, geringe innovatie en emigratie van de rijke elite die hun geld naar het Westen verkassen. Het grootste risico is echter dat het land nog de transitie van dictatuur naar democratie moet maken.” Dit indrukwekkende rijtje risico’s voor de ontwikkeling van China schetst Peter de Waard in De Volkskrant. Eén risico springt eruit: de transitie naar de democratie. Dit roept de vraag op waarom moet China transfereren naar een democratie?

China

(foto: cindystephenson.wordpress.com)

Is dat een geschiedkundige wetmatigheid? Het denken van De Waard is dan een voorbeeld van historicisme, een opvatting dat de geschiedenis zich volgens vaste wetten ontwikkelt in de richting van een bepaalde eindsituatie, die door bestudering van het verleden te kennen is. De Waard lijkt hier Francis Fukuyama te volgen die begin jaren negentig van de vorige eeuw in zijn boek The End of History and the Last Man dacht dat dit eindpunt bereikt was in de liberale democratie van kapitalistische snit. Een andere historicist, Karl Marx, voorspelde ruim een eeuw eerder dat de geschiedenis zou eindigen in het communisme. Dus er is keus.

Of meent De Waard dat onze cultuur superieur is? Dan is het denken van De Waard een voorbeeld van culturisme. Dit denken gaat uit van de superioriteit van de eigen cultuur, die zal overwinnen en andere culturen zullen zich eraan aanpassen. De eigen cultuur is dan het liberaal democratisch kapitalisme.

Of is het een combinatie van beide manieren van denken? Waarbij ‘onze cultuur’ het eindpunt van de geschiedenis is en daarmee superieur aan andere. Dat zou een wel bijzonder arrogante denkwijze zijn.

Gelukkig trekt de geschiedenis zich hier meestal niets van aan en ontwikkelt zij zich op haar eigen grillige onverklaarbare manier.

Prikker, zaterdag 22 augustus 2015

Voetbal en statistiek

“Behalve doelpunten maken doet Kramer bijna niets,” Zo schrijft Michiel de Hoog bij De Correspondent in een artikel over statistiek en voetbal. Kramer creëerde daarnaast slechts één kans.

Michiel Kramer(foto: omroepwest.nl)

Ik ben te weinig statisticus om te kunnen beoordelen of Kramer werkelijk ‘twaalf doelpunten’ waard is en vorig seizoen dus geluk heeft gehad. Ik ben geen voetbalanalyticus zoals er de laatste jaren veel op TV en in bladen verschijnen. Wat ik als oud voetballer wel weet, is dat je een wedstrijd speelt met elf spelers en dat die in een team allemaal bijdragen aan het resultaat. In positieve en negatieve zin.

Wat uit dit artikel blijkt, is dat een spits wordt afgerekend op zijn doelpunten en als tweede op het aantal assists. Wat ik me dan afvraag is, hoe wordt het trekken van gaten geteld? Wat ik als ex-onderklasse voetballer wel nog weet, is dat de spits bij een voorzet naar de eerste paal gaat en dat de andere buitenspeler dan de tweede paal pakt. Of in het geval van 4-4-2, dat de spitsen de palen verdelen: een de eerste en een de tweede. Hoe wordt een spits beoordeeld die dit steevast goed uitvoert, maar niet scoort omdat de bal bij de andere paal komt? Maar, omdat hij zijn deel van het werk goed doet, wordt het de verdediging wel lastiger gemaakt.

En dan nog een tweede punt. Even met betrekking tot Kramer. Eén assist is weinig. Maar wat als hij door de dreiging die er van hem uitgaat, twee verdedigers bindt en zo niet aan het spel kan deelnemen maar er wel voor zorgt dat een andere speler vrij staat? Hoe telt dat? Uit de bijdragen tot nu toe over voetbalstatistiek krijg ik de indruk dat alleen acties, waarbij de bal is betrokken, tellen.

Met andere woorden: hoe tellen de voetbalstatistici acties zonder bal die wel van groot belang zijn voor het spel?

Prikker, vrijdag 21 augustus 2015

Historisch onderzoek

“Op een allesomvattend historisch onderzoek naar de militaire acties in Indonesië is door historici meermalen aangedrongen, maar tot dusver tevergeefs. Het wordt tijd dat de belemmeringen voor grootschalig onderzoek worden weggenomen, zodat Nederland met zijn onverwerkte koloniale verleden in het reine kan komen,” zo schrijft Hans Wansink in De Volkskrant. Als historicus juich ik het toe als collega’s onderzoek doen naar gebeurtenissen uit het verleden en zo proberen te achterhalen wat er is gebeurd en waarom. Ik vrees echter, dat dit in het reine komen er nooit van zal komen. Waarom niet?

Geschiedenis(foto: nl.wikipedia.org)

Historici proberen een gebeurtenis zo goed en kwaad mogelijk te beoordelen op hun eigen merites. Dus in hun eigen tijd met de waarden en opvattingen van toen, niet met de waarden en opvattingen vanuit een heden. Probleem is echter dat er iedere dag ‘nieuw verleden’ ontstaat. Het ‘oude verleden’ wordt gezien als een stap of voorfase die leidde tot dit ‘nieuwe’ verleden.

Onze kijk op vroegere gebeurtenissen is daarmee geen vaststaand iets. Deze verandert door de jaren. Zo leidde andere opvattingen over slavernij, tot een andere kijk op het verleden. De acties van bijvoorbeeld Jan Pieterszoon Coen (VOC gouverneur-generaal voor onder andere Indië), werden jarenlang ‘bejubeld en beloond’ met straatnamen en beelden. Nu wordt er schande van gesproken. Kijken we bijvoorbeeld naar de natiestaat. Nu staat de natiestaat centraal in ons denken en in de manier waarop we naar het verleden kijken. Alles wordt nu met een nationale bril bekeken en beschreven. Tot eind 18e eeuw bestond hij nog niet. In Afghanistan en wat we nu het Midden-Oosten noemen, lijkt de natiestaat te verdwijnen. Als dat zich doorzet, dan zal de natiestaat een voorstadium worden van het nieuwe. Hoe zou dan naar de militaire acties in Indonesië worden gekeken?

Het verleden mag dan wel voorbij zijn, het zal nooit ‘verwerkt’ zijn.

Prikker, dinsdag 18 augustus 2015

Griekse crisis

Hoogleraar econometrie Tom Wansbeek beschrijft  in drie simpele stappen de Griekse crisis en hoe die op te lossen. Dit in een reactie op een artikel van cultuurhistoricus Thomas von der Dunk. Die stappen zijn: één de lage arbeidsproductiviteit in Griekenland is een vrije keuze van de Grieken. Twee met deze keuze in een muntunie stappen met andersdenkende maakt dat je de mogelijkheid om je munt aan te passen (devalueren) afgeeft. Drie dit is alleen op te lossen door hervorming van de Griekse economie.

hervormen(illustratie: groene.nl)

Dit lijkt een logische redering, een die op veel bijval van politici in heel Europa, Griekenland uitgezonderd, kan rekenen. Als we nader naar de redenering kijken dan blijkt deze te haperen. Stap één en twee staan niet ter discussie. Wansbeek redeneert dat stap drie een logisch gevolg is van de eerste twee stappen en dat de Griekse economie daarom hervormd moet worden. Hier gaat hij de mist in.

Hoe? Hij mist de keerzijde van de medaille. Niet alleen Griekenland heeft stap één en twee gezet. Nemen we Nederland. Dat heeft, volgens Wansbeek, gekozen voor een hoge arbeidsproductiviteit en heeft er bewust voor gekozen om een muntunie aan te gaan met landen met een lagere arbeidsproductiviteit. Ook Nederland kan nu haar munt niet meer aanpassen. Dit levert een muntunie waarvan de munt voor beide landen eigenlijk niet passend is. Om het Nederlandse probleem op te lossen moet de Euro in waarde stijgen terwijl de munt voor de Grieken moet dalen. Allebei kan niet, daarom moet er iets anders gebeuren en dat kan aan beide zijden van de medaille en zelfs tegelijk.

Van Wansbeek en met hem bijna geheel politiek Europa, legt het probleem eenzijdig bij de Grieken. Zij missen de tweede zijde van de medaille.

Prikker, maandag 17 augustus 2015