Talentontwikkeling

“Het motto: haal eruit wat erin zit! Danstalenten, zangtalenten, sportieve talenten, kinderen worden misbruikt, hun talenten worden tentoongesteld alsof het bezitten van talent hen mooiere of betere mensen maakt,” aldus Marcel Rözer in De Volkskrant in een artikel waarin hij de nadruk op talent in de huidige jeugdsport bespreekt en in het bijzonder het voetbal. Rözer spreekt over kinderen, maar geldt dat ook niet voor iedereen? Doet competentie- en talentmanagement in het bedrijfsleven niet hetzelfde met volwassenen?

talent(Illustratie: blenderartists.org)

Talent is het toverwoord van de laatste jaren. Iedereen moet op zoek naar zijn talent, moet dit ontwikkelen en ontplooien. Om talent hangt een positieve sfeer. Het voelt prettig. Maar toch …

Je bent zelf verantwoordelijk voor de ontwikkeling van je talent en je succes hangt alleen af van je eigen inzet. Daar ben je zelf verantwoordelijk voor. Als dat zo is, ben je dan ook zelf verantwoordelijk voor je falen?

Stel ik heb een talent waarnaar geen ‘vraag’ is. Moet ik dan dat talent ontwikkelen en in de goot eindigen? Wat als ik een talent heb voor mislukking? Heeft iedereen wel een talent? Wat als ik geen talent heb? Wat als een groot gedeelte van de bevolking geen talent heeft? Hoe zit het dan met de verantwoordelijkheid voor het eigen succes of falen? Kunnen we mensen verantwoordelijk maken voor iets waar ze niets aan kunnen doen?

Is het hebben van een talent je eigen verdienste of is het een gevalletje van ‘toeval’? Van de juiste genen in de juiste omgeving? Zou het talent van Bill Gates hem ook hetzelfde succes hebben opgeleverd als hij was geboren als zoon van een ‘slumbewoner’ in een Indiase provinciestad?

Is de manier waarop naar talent wordt gekeken geen manier om mensen hun falen in de samenleving in de eigen schoenen te schuiven?

Prikker, maandag 19 oktober 2015

Cultuur

Vasteloavend

(foto: vastelaovendinlimburg.nl)

“De Friese, of Groningse cultuur is anders dan de Brabantse of de Limburgse.” In het commentaar van Dagblad De Limburger van zaterdag 10 oktober 2015, wordt gepleit voor meer vrijheid voor decentrale overheden naar aanleiding van landelijke bemoeienis met de provinciale omroep L1.

Het woord cultuur wordt tegenwoordig veel gebruikt. Onze Nederlandse cultuur staat onder druk door de gestage stroom asielzoekers en economische migranten. Die cultuur moet worden beschermd tegen deze andere culturen en vooral tegen de ‘moslimcultuur’. Maar nu moet blijkbaar ook de Limburgse cultuur (L1) worden beschermd tegen inmenging vanuit Den Haag.

Maar wat bedoelen we dan met ‘cultuur’? Wat moeten we beschermen? Zeker als die cultuur weer uit verschillende culturen lijkt te bestaan. Van Dale geeft drie omschrijvingen waarvan er twee (gewassen verbouwen en bacteriën kweken) hier niet van toepassing zijn. De derde, meest vage wel: “het geheel van geestelijke verworvenheden van een land, volk enzovoort; beschaving: eetcultuur, wooncultuur.”

Vaag omdat niet duidelijk is wat de geestelijke verworvenheden van een groep mensen zijn. Belangrijker, vaag omdat het onbegrensd is. Land, volk en vooral enzovoort zijn zeer vage onbegrensde begrippen want zoals De Limburger schrijft, kan de cultuur zelfs binnen een land verschillen. En als dat mogelijk is, kan de Venlose cultuur dan anders zijn dan de Maastrichtse? En kunnen dan zelfs binnen die steden verschillende culturen bestaan? En heeft zo doorgaand, ieder individu een eigen cultuur? En als dat voor ‘onze cultuur’ opgaat, waarom dan ook niet voor de cultuur van anderen, de moslims bijvoorbeeld? Maar zou het dan ook de andere kant op kunnen: dat er een Europese- of zelfs een wereldcultuur is?

Is cultuur daarmee een woord dat we gebruiken om anderen, al naar wat we willen bereiken, binnen of buiten te sluiten?

Prikker, maandag 12 oktober 2015

Perverse concurrentie

basisinkomen

“Dit soort concurrentie is slecht voor iedereen,” aldus de Kamerleden Mei li Vos en Ed Groot in de Volkskrant. En dan bedoelen zij de concurrentie tussen ZZP’ers en werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Concurrentie waarbij de werk- of opdrachtgevers de lachende derde zijn. Eerst hebben deze geprofiteerd van de zelfstandigenaftrek waarop  ZZP’ers aanspraak kunnen maken. Deze hebben zij op het tarief voor de ZZP’er in mindering gebracht en nu dringen ze aan op lagere lonen voor werknemers. Die zijn nu immers duurder dan ZZP’ers. Vos en Groot stellen voor om de positie van werknemers gelijk te trekken door een ‘werknemerskorting’ in te voeren. Zo komt volgens de Kamerleden “de perverse concurrentie” tot een einde. Er ontstaat immers een gelijk speelveld, zal de groei van het aantal ZZP’ers worden beperkt en blijft de zelfstandigenaftrek betaalbaar. Stel hun plannetje werkt. Dan blijft de ‘zelfstandigenaftrek’ betaalbaar. Hoera! Of …

Wie betaalt de ‘werknemerskorting’? kunnen de kosten van de ‘werknemerskorting’ niet even hoog zijn als de zelfstandigenaftrek en zal het voor het geheel dus niet veel uitmaken?

Wat schieten de betrokken mensen op met deze keuze? Geeft het ZZP’ers de mogelijkheid om hogere tarieven te vragen om zo hun onderzekerheid aan te pakken? Iets waar Vos en Groot zich ook zorgen over maken. Schiet de werknemer er iets mee op?

De werk-, opdrachtgevers die schieten er iets mee op. Arbeid wordt goedkoper. Zal dat hen niet aanzetten tot een volgende ronde verlaging van de arbeidskosten? Door beide partijen verder tegen elkaar uit te spelen.

Zou een basisinkomen een oplossing kunnen bieden? Een oplossing die ZZP’ers de mogelijkheid geeft om NEE te zeggen tegen te lage tarieven en werknemers de mogelijkheid werk met te lage salarissen te weigeren? Zou dat de positie van de ZZP’er en werknemer versterken?

Prikker, woensdag 7 oktober 2015

Kater

referendum 2

(Illustratie pggibbons.blogspot.com)

Binnenkort mogen we waarschijnlijk naar de stembus. Niet om nieuwe volksvertegenwoordigers te kiezen, maar ons uit te spreken over het associatieverdrag met de Oekraïne. Dit wordt dan het eerste landelijke raadgevende correctieve referendum. Een referendum wordt door velen gezien als het toppunt van democratie. Het volk spreekt zich immers uit en wat is er nu democratischer dan dat? Niets. Dat is het korte antwoord. Maar…

In een prettige en rechtvaardige samenleving zoeken mensen en groepen samen naar oplossingen. Oplossingen die voor zoveel mogelijk mensen acceptabel zijn. Liefst een win-win oplossing en anders een compromis dat aan zo veel mogelijk belangen recht doet. Leiden referenda ook tot dergelijke oplossingen?

Een prettig en rechtvaardige samenleving is een genuanceerde samenleving. Waar mensen oog hebben voor elkaar en elkaars belangen. Waar mensen zoeken naar gemeenschappelijke grond, naar wat hen samenbrengt. Zorgt besturen per referendum er ook voor dat we zoeken naar gemeenschappelijke grond, naar dat wat ons samenbrengt?

Een prettige en rechtvaardige samenleving is een democratische samenleving waarbij de meerderheid rekening houdt met en ruimte geeft aan minderheden. Hen de ruimte geeft om zo veel als mogelijk te leven volgens hun eigen wensen. Een samenleving waar mensen invoelend en inlevend zijn. Leidt besturen per referendum ook tot zo’n prettige en rechtvaardige samenleving?

Referenda zijn volgens velen het feest van de democratie. Een prettige en rechtvaardige samenleving vraagt meer dan alleen democratie. In onze huidige parlementaire democratie zijn deze zaken redelijk gewaarborgd. Hoe houden die waarborgen zich in de directe democratie van de referenda? Stof om goed over na te denken en met elkaar over van gedachten te wisselen. Want hoe voorkomen we dat we de dag na het ‘feest van de democratie’ wakker worden met een stevige kater?

Prikker, vrijdag 2 oktober 2015

Integratie is betaald werk

“Een groot aantal van degenen die nu naar Nederland komen, zullen hier voor langere tijd blijven wonen. Wat mag van hun integratie worden verwacht?” Die vraag stelt bijzonder hoogleraar integratie en migratie Jaco Dagevos in een artikel waarin hij ingaat op de integratieproblemen van diverse vluchtelingengroepen. Hij constateert dat alle vluchtelingengroepen minder actief zijn op de arbeidsmarkt en dat velen afhankelijk zijn van de bijstand. Het is natuurlijk jammer dat veel vluchtelingen geen werk hebben. Maar, er knelt iets.

werk(Illustratie: hi-re.nl)

Heeft hoogleraar Dagevos niet een erg beperkte kijk op het leven? Hij schrijft alleen maar over vluchtelingen in relatie tot de arbeidsmarkt. Is er niet meer in het leven dan (betaald) werk? Zou het niet over meer moeten gaan? Weten deze nieuwkomers hun weg te vinden in het verenigingsleven? Weten ze hun weg te vinden naar allerlei bedrijven en instanties die iets voor hen kunnen betekenen of omgekeerd, waarvoor zij iets kunnen betekenen? Hoe verloopt het contact en het samenleven met mensen die hier al langer zijn, die ‘autochtonen’ worden genoemd? Een vreemd woord trouwens. Ook dit is tweerichtingsverkeer en daarom zou ook bekeken moeten worden wat ‘autochtonen’ doen om in contact te komen en samen te leven met de nieuwkomers.

Dagevos beperkt ‘integratie’ tot het hebben van betaald werk. En als dat integratie is, zijn ‘autochtonen’ die geen betaald werk hebben dan ook niet ‘geïntegreerd’? Zet hij, door op deze manier te spreken, deze mensen niet in een hokje? En wat zegt hij hiermee over onze gepensioneerden? Ook die hebben geen betaald werk.

Integratie is, volgens Van Dale, het maken van of opnemen in een groter geheel. Bij Dagevos lijkt het grotere geheel alleen uit werkenden te bestaan.

Prikker, vrijdag 2 oktober 2015

Wat is wijsheid

Het versoepelen van kapitaaleisen aan pensioenfondsen en verzekeraars, zodat zij directe leningen aan bedrijven kunnen verstrekken, het makkelijker maken om een prospectus uit te geven om buiten het bankwezen om geld aan te trekken en als laatste het bundelen en verhandelen van schulden, moet worden bevorderd door deze producten te standaardiseren. “Ik kies voor pragmatisme. Deze drie maatregelen zijn op korte termijn haalbaar.” Dit zegt EU commissaris Jonathan Hill als hij de eerste stappen naar een Europese kapitaalunie presenteert. Kortom het moet makkelijk zijn om te lenen, om schulden te maken: de financiële markt moet efficiënter.

Kapitaal(foto: loeigoeiezuivel.nl)

Een heel andere boodschap vertelt de econoom Ha-Joon Chang. Hij stelt juist dat de financiële markten minder efficiënt moeten worden. Volgens Chang zijn die markten zo efficiënt in het zoeken van hoger rendement en winstkansen waar ook ter wereld, dat het tot instabiliteit leidt. En die jacht naar rendement zorgt er volgens hem voor dat bedrijven minder of niets investeren, omdat investeringen de winst drukken. De financiële markten zijn volgens Chang te efficiënt voor de reële economie. Hij concludeert in zijn boek 23 dingen over het kapitalisme die ze niet vertellen op pagina 267: “Onder de huidige omstandigheden moeten we ons financiële stelsel zodanig herontwerpen dat het bedrijven in staat stelt langetermijninvesteringen te plegen in fysiek kapitaal, menselijke vaardigheden en organisaties die uiteindelijk de bron zijn van economische ontwikkeling, en ze tegelijk van de noodzakelijke liquiditeiten voorzien.”

Het verhandelen van schulden (bijvoorbeeld bundels van verschillende soorten hypotheken) was een van de oorzaken van de crisis van 2008. Geld is goedkoop, het rentepercentage dat de ECB hanteert is 1%. Daarmee moet het krijgen van leningen geen probleem zijn. Ook wordt er volgens het CBS sinds 2008 veel minder geïnvesteerd. Wie volgen we Hill of Chang? Wat is wijsheid?

Prikker, donderdag 1 oktober 2015

Kloof

“Het zijn de politici aan wie ze een hekel hebben. Het sentiment in Nederland laat zich misschien zo samenvatten: onze democratie is oké, jammer dat er politici in rondwandelen.” Dit schrijft Scheila Sitalsing in de Volkskrant. De kloof tussen de ‘gewone mensen’ in het land en de ‘elite onder de Haagse stolp’. Communicatief is de kloof een gouden greep geweest. Het beeld dat hieruit naar voren komt is dat bestuur en politiek te ver van het volk afstaan: ‘ze weten niet wat er leeft onder het volk.’

Kloof(foto: icrowds.net)

Bestuurlijk en politiek Nederland is met ‘de kloof’ aan de slag gegaan. Allemaal gaan zij hun eigen gang: de leider kiezen per referendum, je opwerpen als een leider en je standpunten en programma per opiniepeiling samenstellen. Het land in trekken en in gesprek met de burger je standpunten bepalen. De taal van ‘de straat’ in bestuur en politiek introduceren. Dit alles onder het mom van luisteren naar de burger en zo de kloof verkleinen.

Zou het niet kunnen zijn dat die ‘kloof’ inherent is aan de parlementaire democratie? Zijn volksvertegenwoordigers niet aangewezen om te handelen namens het volk en niet om de mening van het volk, als dat al kan, te vertolken? Zouden onze volksvertegenwoordigers daarom niet meer afstand moeten nemen van het ‘volk’ in plaats van er bovenop te kruipen? Zijn volksvertegenwoordigers niet gekozen om, op basis van goede argumenten en belangen, een besluit te nemen en dit besluit vervolgens toe te lichten?

Wordt die kloof niet alleen overbrugd tijdens verkiezingen? Het moment dat wij ons allemaal uitspreken en de volksvertegenwoordigers verantwoording afleggen over de door hen gemaakte keuzes? Zouden we de kloof niet moeten beschermen als een ‘nationaal erfgoed’?

Prikker, dinsdag 29 september 2015

Vrijheid is werk!?

“De problematiek is dus dat nu meer dan de helft van de bijstandsgerechtigden langdurig aan de zijlijn blijft en nauwelijks zicht heeft op een vrij en verantwoordelijk leven,” aldus het Utrechtse VVD gemeenteraadslid Judith Tielen in een artikel waarin ze het idee van een basisinkomen naar de prullenbak verwijst, omdat daardoor minder bijstandsgerechtigde een baan zouden vinden: “En daarmee verdwijnt het perspectief op een eigen inkomen en de bijbehorende trots en waardering.”

Karl Marx(foto: dewereldmorgen.be)

Lees ik het goed? Beweert Tielen dat vrijheid, verantwoordelijkheid en trots alleen mogelijk is als iemand betaald werk heeft? De filosoof en liberaal denker Isaiah Berlin herkende twee soorten vrijheid. De negatieve variant, die inhield vrij van externe invloeden en de positieve variant vrij om iets te doen (autonomie). Tielen voegt er een derde aan toe: betaald werken. Zou ze werkelijk menen dat betaald werk het doel van het leven is? Een liberaal streeft vrijheid na en volgens Tielen dus betaald werken.

Is dat niet een heel beperkte invulling? De oude Grieken en Romeinen besteedden hun tijd liever aan belangrijkere zaken zoals politiek, wetenschap en oorlogvoering. Arbeid was iets voor slaven, die hadden dan weer pech.

Zou de waarheid niet in het midden liggen? Dat werk erbij hoort, maar dat er meer is in het leven? De Britse econoom John Maynard Keynes voorspelde in het essay Economic posibilities of our Grandchildren, dat die kleinkinderen (wij) maar 15 uur per week zouden hoeven werken. De technologische vooruitgang zou immers een steeds hogere productiviteit per uur mogelijk maken, waardoor minder uren werk noodzakelijk zouden zijn. Ook Karl Marx zag zoiets als een ideale samenleving. De rest van de tijd konden ze dan vrij besteden aan hun ontwikkeling, want dat was het doel van het leven.

Of zou Tielen doel en middel verwisselen? Laten we het hopen.

Prikker, donderdag 24 september 2015

Tautologie met gevolgen

“Als we iedereen erbij willen betrekken, moet het democratische proces dat al meer dan 150 jaar oud is echt gemoderniseerd worden.”  Dit bepleit SCP-directeur Kim Putters in Trouw. Hij constateert een niet bestaand probleem. Niet bestaand omdat juist door de verkiezing (van de Tweede kamerleden, Statenleden en Gemeenteraadsleden) ‘iedereen’ bij de besluitvorming betrokken is. Toch wordt er een probleem ‘gevoeld’ en als het wordt gevoeld dan is er iets aan de hand.

Een gemeenteraad heeft tegenwoordig drie rollen, de:

  1. kaderstellende rol;
  2. controlerende rol;
  3. volksvertegenwoordigende rol.

Die derde rol is iets van de laatste twee decennia en is ook op landelijk en provinciaal waarneembaar. Zou het niet kunnen zijn dat de rol van ‘volksvertegenwoordiger’ die de volksvertegenwoordigers erbij hebben gekregen de oorzaak van het probleem is? Een bijzondere tautologie. Juist in die ander twee rollen zit immers het ‘vertegenwoordigen’ van het volk.

tautologie

Zou die ‘tautologie’ ertoe hebben bijgedragen dat volksvertegenwoordigers zich zijn gaan afzetten tegen de overheid? Een kloof zijn gaan ervaren tussen zichzelf als volksvertegenwoordiger in de klassieke zin, eentje die besluit door, voor en namens het volk. En aan de andere kant zichzelf als spreekbuis van het volk? Want dat is de manier waarop die andere kant wordt ingevuld

Zijn door de explicitering van deze rol, en vooral door de ‘spreekbuis’ invulling ervan, de volksvertegenwoordigers misschien in de kloof van de geloofwaardigheid gevallen? De kloof tussen de grote woorden die nodig zijn om als vertegenwoordiger gehoord te worden en de realiteit van het maximaal haalbare compromis.

De kloof die onvermijdelijk is in een vertegenwoordigende democratie. De kloof die we eens per vier jaar (de laatste tijd wat vaker) op de dag van de verkiezingen overbruggen.

Prikker, maandag 21 september 2015

Inspraak

“Putters waarschuwt in de krant dat besluiten niet altijd worden genomen ‘door de mensen die ook de gevolgen dragen.’ Volgens de SCP-directeur moet worden voorkomen dat Nederlanders het gevoel krijgen dat hun belangen niet worden gezien door de politiek, bijvoorbeeld bij de komst van vluchtelingen. ‘De vluchtelingen zijn een gedeelde zorg van alle Nederlanders’, vindt hij.” Putters pleit voor betere manieren van inspraak en denkt aan internet, burgerconferentie en loting.

inspraak(foto: dagklad.nl)

Een pleidooi dat past in het huidige tijdsgewricht en dat door ongeveer iedereen zal worden toegejuicht. Immers door mensen te betrekken kun je hun argumenten, gevoelens en beleving meenemen bij het besluit. Dat maakt het besluit beter te onderbouwen, uit te leggen en te begrijpen. Zo luidt de theorie achter het betrekken van mensen bij besluiten.

Bij ieder lastig besluit zullen er mensen zijn die het gevoel krijgen dat hun belangen niet, of onvoldoende worden gezien. Het nemen van een besluit is het afwegen van argumenten, gevoelens en belangen. Over de afweging, kun je van mening verschillen. Wat de ene persoon of groep zwaar laat wegen, kan voor de andere niet van belang zijn. Zou dit probleem opgelost worden door meer mensen bij het besluit te betrekken?

De praktijk trekt zich in de sociale wetenschappen vaak niet veel aan van de theorie. Maar de theorie beïnvloedt wel het werkveld, in dit geval de samenleving. Zal het betrekken van mensen bij de besluitvorming er niet toe kunnen leiden dat je hun verwachtingen vergroot? En, zoals bij ieder besluit, zullen er ook ‘verliezers’ zijn. Zal door die verhoogde verwachtingen, het verlies niet harder aankomen: dus tot grotere teleurstelling leiden? Met als risico nog meer afkeer van de politiek?

Onze democratisch gekozenen zijn vanwege hun dubbelrol als beslisser en volksvertegenwoordiger niet te benijden.

Prikker, maandag 21 september 2015