Talentverspilling

In mijn vorige prikker schreef ik over talent. Dit met de zin laat geen talent verloren gaan als aanleiding. Ik stelde de vraag waarom er geen talent verloren mag gaan. In deze prikker een andere benadering. Hierbij ga ik ervan uit dat het inderdaad zo is dat we geen talent verloren mogen laten gaan en dat het inderdaad de taak is van het onderwijs om talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Deze manier van denken is een vorm van utilitarisme. Een stroming die streeft naar een zo groot mogelijk nut. Zet geld en middelen daar in waar het grootste maatschappelijke nut te verwachten is.

Talentverspilling(illustratie: craftlean.com)

Als we talent niet verloren mogen laten gaan, dan moet het vervolgens ook op die plekken worden ingezet waar het grootste maatschappelijke rendement te verwachten is. En zijn dat niet uitdagingen als eerlijke handel, wereldvrede, het klimaat, ongelijkheid, vergrijzing, gezondheidszorg enzovoort. Uitdagingen die veel fantasie, denkkracht en doorzetting vragen van ieder van ons en zeker van onze knapste koppen.

Zouden we dan niet veel kostbaar opgeleid talent dat nu wordt ingezet in managementfuncties, vrij moeten maken? Zouden we dan niet het vele talent dat nu binnen bedrijven, onderwijs en overheden door de protocollen, procedures en machtsspelletjes aan banden wordt gelegd, daarvan moeten bevrijden? Zouden we dan niet het vele talent dat nu werkloos langs de kant staat, omdat ze te oud zijn of waarvoor geen werk is, moeten benutten. Zouden we dan niet het vele talent dat nu wordt ingezet bij het ontwikkelen van computerspelletjes, apps en financieel risicovolle producten, een maatschappelijk nuttigere opdracht moeten geven? Deze beperking van de keuzevrijheid willen we niet.

Waarom ontwikkelen we talent om het vervolgens zo ‘verloren’ te laten gaan? Waarom mag het onderwijs dan geen talent verloren laten gaan?

Talent

talent 2(Illustratie: thelinncountyfair.wordpress.com)

In een eerder schrijven Talentontwikkeling heb ik ook al eens geschreven over talent en eindigde ik met de vraag of talentontwikkeling een manier is om mensen hun falen in de eigen schoenen te schuiven. Nu schrijft Hans Wansink in het commentaar in de Volkskrant: “Laat geen talent verloren gaan. Dat is al tientallen jaren het adagium van de Nederlandse onderwijspolitiek.” In dit commentaar bespreekt hij de toenemende tweedeling in het onderwijs. Het gaat mij niet om die tweedeling en wat daaraan gedaan kan en moet worden. Niet dat dit niet belangrijk is en geen aandacht vraagt. Het gaat mij om de eerste zin: Laat geen talent verloren gaan.

Talent is een natuurlijke begaafdheid of aanleg. Bij talent denken we al snel aan bijvoorbeeld sporters en muzikanten die zeer goed zijn. Of aan iemand met een wiskunde- of talenknobbel. Alleen blijkt dat talent meestal niet voldoende is voor bijvoorbeeld een voetballer. Een voetbaltalent zonder doorzettingsvermogen, inzet en geluk komt er niet. Hetzelfde geldt ook voor een muzikant of wiskundige. Talent wordt vaak afgemeten aan succes en succes aan geld verdienen. Een muzikaal talent dat zich ontwikkelt in een muzieksoort die niemand mooi vindt heeft pech. Daarvan wordt al snel gezegd dat hij zijn talent verspilt.

Wat maakt dat we geen talent verloren mogen laten gaan? En belangrijker, wat maakt dat ik mijn talent niet verloren mag laten gaan? Wat maakt het zo belangrijk dat al het talent wordt benut? Is het wel een taak van het onderwijs om talenten te ontdekken en ontwikkelen? Is de taak van het onderwijs niet kinderen kennis bijbrengen om zich in onze samenleving te kunnen redden? Is het ontwikkelen van een eventueel talent niet aan de bezitter van dat talent?

Lastige vragen, maar wel vragen waar we het over moeten hebben.

Modellen of modellen?

Model

In zijn wekelijkse column in de Volkskrant bespreekt Wouter Bos het politieke spectrum. Hij komt tot de conclusie dat: “Het hoefijzer is, …,  recht gebogen.” Het hoefijzer verwijst naar een theorie, waarbij de partijen van extreem links tot extreem rechts niet op een rechte lijn worden verdeeld, maar op een hoefijzer. Aan de twee uiteinden de extremen en in het midden de middenpartijen. In deze theorie staan de extremen qua methoden en gevoelens dicht bij elkaar en bij een lijn is dat niet het geval.

Het hoefijzer en de rechte lijn zijn sociaalwetenschappelijke theorieën of modellen. Een model is een vereenvoudiging van de werkelijkheid om die werkelijkheid beter inzichtelijk en begrijpelijk te maken.

Het hoefijzermodel is zo aantrekkelijk, omdat het de extremen dicht bij elkaar plaatst maar toch een drempel voor overstappen opwerpt. Nu uit peilingen blijkt dat veel kiezers overstappen van de SP (extreem links) naar de PVV (extreem rechts), zet Bos het hoefijzer bij het grofvuil.

Handelt hij niet te snel? Zou het niet kunnen, dat de extreme partijen wat uit de uiterste punt van het hoefijzer zijn gezakt? Dat ze wat meer naar het centrum zijn geschoven? Of moeten we juist spreken van het ‘sluiten’ van het hoefijzer en dus de introductie van het cirkelmodel?

Zou het kunnen, dat alle partijen steeds meer op elkaar lijken en dat we het ‘kluitjesmodel’ moeten introduceren? Omdat zoals Willem Schinkels het formuleert: “Politieke partijen (…) een grote amalgameren (hebben) ondergaan: ze zijn inhoudelijk samengesmolten en hun verschillen zijn miniem geworden” (zie zijn boek: De Nieuwe Democratie. Naar andere vormen van politiek, pagina 13).  Een model waarbij mensen niet meer kiezen voor een wetenschappelijk model of ideologie, maar voor modellen met ’mooie praatjes’ of een ‘lekker kontje’?

Middel of doel?

neoliberalisme(foto: tni.org)

Waartoe zijn wij op aarde? De katholieke catechismus antwoordt hierop met ‘om God te dienen.’ De mens als middel die werd beloond met een plaatsje in de hemel. Tegenwoordig wordt deze vraag anders beantwoord.

Het VVD kamerlid Pieter Duisenberg houdt er een human capital agenda op na. Duisenberg is niet de enige die in deze termen spreekt, zo worden deze woorden net als human capital roadmap gebruikt in beleidsdocumenten van diverse overheden. Deze woorden zijn tegenwoordig zo gewoon dat niemand er meer van opkijkt.

Zijn ze wel zo gewoon? Welke denkwereld zit er achter deze woorden? Als we ze letterlijk vertalen dan staat er menselijk kapitaal. De mens als kapitaal dat net als grondstoffen en geldelijk kapitaal kan worden ingezet om iets te produceren. De mens wordt in de wereld van Duisenberg en andere ‘human capitaldenkers’ gezien als een middel. Een middel om een hoger doel te bereiken.

En dat doel is de ‘God’ van de economie en dan vooral de groei van die economie. Dit omdat ‘onze economie’ nu eenmaal moet concurreren met de economie van andere landen. En als we die concurrentieslag niet aangaan, of verliezen, zal onze economie terugzakken met alle gevolgen vandien. Om dit te voorkomen, moeten we alles wat ons ter beschikking staat zo goed mogelijk inzetten, grondstoffen, geld en ook de mensen. Maar wat is dan de beloning voor de mens? Welke ‘hemel’ wacht hem? Dat antwoord ontbreekt in deze ‘neoliberale’ catechismus.

Is dat ook onze wereld? Zijn wij mensen een middel om economische groei (het doel) te bereiken? Of is de economie en de eventuele groei ervan, een middel om doelen voor ons als mensen te realiseren? Is een mens een middel dat anderen (mensen of de godheid economie) ten doel staat? Of is iedere mens een doel op zich?

Kosten-batenanalyses

MKBA(Illustratie: brusselsering.be)

“Tegenstanders zeggen dat het beprijzen van een mensenleven pertinent fout is. Voorstanders zeggen dat zo’n plafond ervoor zorgt dat geld in de gezondheidszorg beter uitgegeven wordt, zodat we per saldo meer levens redden dan nu het geval is. Een vorm van kosten-batenanalyse kan eraan bijdragen dat elke euro de meeste levensjaren redt.”  Dit schrijft Manuel Buitenhuis in De Correspondent in een artikel over het gebruik van maatschappelijke kosten-batenanalyses. In dit artikel legt hij uit hoe dit instrument werkt en wat er de voor- en nadelen van zijn.

De meeste levensjaren redden. Dat lijkt een redelijke eis. Maar een dergelijke analyse lijkt mij heel lastig. Stel er wordt iets nieuws uitgevonden dat zeer duur (bijvoorbeeld € 250 miljoen per geval) is en maar in een paar gevallen te gebruiken is. Dan zul je op basis van een kosten-baten analyse tot de conclusie komen dat je van dit geld duizenden mensen kunt helpen. Eén leven tegenover deze duizenden. Ik zou het wel weten!

Of toch niet? Een dergelijke analyse maken voor het heden, is nog wel te doen. Maar hoe nemen we de verdere doorontwikkeling van dit dure nieuwe mee? Stel dat die doorontwikkeling leidt tot een 100% genezing van kanker tegen de prijs van een pakje margarine? Maar zonder die eerste stap komt deze doorontwikkeling er niet. Als we dat nu zouden weten, zouden we dan nog steeds kiezen voor de duizenden?

Absurd? Veel van onze huidige hightech hulpmiddelen zijn ontstaan als spin-off van zeer dure overheidsinvesteringen. Investeringen waarvan op voorhand niet duidelijk was of het iets zou opleveren, maar die ons internet, mobiele telefonie, GPS en nog veel meer opgeleverd hebben. Investeringen die er met een kosten-batenanalyse niet waren gekomen.

Inburgeren

Inburgeren(Illustratie: xiosvowinburgering.wikispaces.com)

Inburgeren, sinds het begin van dit millennium is dit een veel gebruikt woord. Wil je vanuit het buitenland naar Nederland migreren, dan moet je inburgeren. Hiervoor moet je zelfs een examen afleggen. Liefst al voor je naar Nederland komt. Ook als je als vluchteling een status krijgt, moet je inburgeren en moet je binnen drie jaar een inburgeringsexamen afleggen.

Ondanks al deze inspanningen, lijkt het voor nieuwkomers onmogelijk om er echt bij te horen. Van migrant of vluchteling wordt je allochtoon. En allochtonen horen er ook niet echt bij en moeten iets doen om als volwaardig burger te worden gezien. Zelfs als je familie hier al drie generaties woont en je hier geboren bent, dan nog ben je een ‘derde generatie’ allochtoon en hoor je er nog steeds niet echt bij. Het inburgering- en integratiebeleid bereikt zo haar doel niet.

Hoe kan het dat het voldoen aan alle verplichtingen en het halen van alle examens er nog niet toe leidt dat je volledig ingeburgerd bent? Haal je een examen dan ben je toch geslaagd? Hoe kan het dat je toch niet als volwaardig lid van de gemeenschap wordt gezien?

Inburgeren is opgenomen worden in een gemeenschap zo valt te lezen in de Van Dale. Deze beschrijving lezend, is er sprake van een tweezijdige handeling. Aan de ene kant het individu dat erbij wil horen en aan de andere kant de gemeenschap die een individu in haar midden opneemt. En in deze definitie ligt de nadruk op het opnemen.

Als nu dat individu alles doet wat er wordt gevraagd, het haalt alle ‘inburgeringsdiploma’s, zou het falen van de inburgering dan niet aan de gemeenschap kunnen liggen? Dat is immers de andere betrokkene. Zou het niet kunnen zijn dat die gemeenschap de nieuwkomer er eigenlijk niet bij wil hebben?

Realisten

”Burgers bij te staan die geconfronteerd worden met het vluchtelingenbeleid. Die bezwaar willen maken tegen de komst van een AZC en niet weten hoe dat moet,” dat is het doel van de Limburgse tak van AZC-Alert. In een democratische samenleving is het helpen van burgers bij het opkomen voor hun belangen een nobele taak. Dat zouden zelfs tegenstanders van het doel van de stichting moeten erkennen.

tegenstelling(Illustratie: compassbooks.ca)

In een interview met Dagblad de Limburger (Zaterdag 24 oktober 2015) lichten zij dit toe en zeggen van zichzelf: “Wij zijn geen fascisten, maar realisten.” Met deze woorden creëert de organisatie een bijzondere tegenstelling. Niet de tegenstelling tussen fascisme en realisme, want dat zijn twee onvergelijkbare grootheden. Of de organisatie fascistisch is, daar gaat het niet om. Het gaat om het woord realisten. Een realist is, “iemand die alleen rekening houdt met de feiten.”

Door zichzelf tot realisten te benoemen, creëren zij een tegenstelling. Hiermee betitelen zij iedereen die een andere mening is toegedaan tot irreëel, of tot onwerkelijk. Mensen die geen rekening houden met de feiten.

Maar wat zijn ‘feiten’? Het aantal vluchtelingen, al is daar zelfs onduidelijkheid over. Het Hongaarse hek is een feit. Maar is de uitspraak dat ‘de islam in Nederland te veel invloed krijgt’ een feit? Is een veel gehoorde uitspraak als ‘ons land kan die hoeveelheid vluchtelingen niet aan’, een feit?  Is ‘dat de cultuurverschillen te groot zijn’ een feit?

Of AZC-Alert bewust deze tegenstelling creëert? Het is in ieder geval een manier van ‘framen’ die vaker wordt gebruikt. Vaker met woorden zoals realistisch, maar ook praktisch en pragmatisch. Woorden die worden gebruikt om de andere kant weg te zetten als ‘dromers’. Irreële, niet pragmatische en onpraktische dromende mensen en daarmee hoef je toch niet in gesprek te gaan?

Prikker, maandag 26 oktober 2015

Toeval en Geluk

Toeval, een niet te voorspellen geval en geluk een gunstige loop van omstandigheden. Twee woorden die mij te binnen schieten als ik de verslagen bekijk en lees van de diverse ‘bewonersavonden’ over de komst van asielzoekerscentra voor vluchtelingen. Twee woorden die tot nadenken stemmen. Twee woorden die we goed op ons in moeten laten werken. Waarom?

toeval

(Illustratie: dierentolk.nl)

We leven in voorspoed. In een land waar niemand van kou en honger hoeft te sterven. Ons klimaat is gematigd: niet te heet, niet te koud. Wij wonen in een vrij en veilig land. Een land waar we ‘bewonersavonden’ hebben en waar we onze bestuurders kiezen uit ons midden. Wij wonen in een van de prettigste plekken van de wereld. Al lijkt het soms anders als je de beeldvorming in de diverse media op je laat inwerken. De omstandigheden kennen voor ons een gunstige loop. We hebben het getroffen, we hebben geluk.

Maar waarop is dat ‘geluk’ gebaseerd? Hebben wij zelf bijgedragen aan die gunstige loop van de omstandigheden? Het klimaat en de daarop gebaseerde gunstige omstandigheden voor landbouw vallen, net als de gasbel en de vroegere kolen, in ieder geval buiten onze invloed. De delta van rivieren die ons land rijk is, hebben we ook niet zelf gebouwd.

Verder is ons geluk gebaseerd op het werk van de generaties voor ons. Zij hebben gestreden voor de democratie. Zij hebben gestreden voor die vrijheid. Zij hebben gezorgd voor een goed welvaartsniveau, wel vaak gebaseerd op uitbuiting van anderen. Zij hebben ons bedje gespreid. Natuurlijk werken wij hier zelf verder aan. Wij hebben het geluk dat we hierop voort kunnen bouwen en we niet vanaf de grond hoeven te beginnen.

Maar hebben wij er iets voor moeten doen om hier geboren te worden? Geluk gebaseerd op toeval?

Prikker, vrijdag 23 oktober 2015

Participatie-inkomen

De hoogleraren Gradus (economie) en Buijs (politieke filosofie) zien in Trouw de voordelen van een basisinkomen maar vrezen de onbetaalbaarheid. En een lager basisinkomen zou weer gepaard moeten gaan met aanvullende regelingen. Bovendien ontbreekt het christelijk-sociale uitgangspunt van wederkerigheid in solidariteit bij een basisinkomen, aldus de heren. “Dit brengt ons bij de gedachte van een participatie-inkomen. Alleen inwoners die actief bijdragen aan de samenleving ontvangen een participatie-inkomen.”

oordelen(Illustratie: artikelen.foobie.nl)

Beide heren geven wat voorbeelden van het leveren van een actieve bijdrage: werken, mensen die zich laten scholen (ook studenten), bepaalde vormen van vrijwilligerswerk (bijvoorbeeld in de zorg of het onderwijs) en ook de jongere ouderen (tot 75 jaar) zouden deels een participatie-inkomen moeten krijgen wat bekostigd moet worden door de Aow evenredig te verlagen. Dit om hen te stimuleren meer dan nu actief te participeren. Dit klinkt goed en past helemaal in de huidige ’participatiesamenleving’.

Maar toch. Wanneer draag je actief bij en wie bepaalt dat? Is het als vrijwilliger trainen van een team voetbalpupillen geen actieve bijdrage en hetzelfde doen als vrijwilliger bij een school wel? Is het zijn van bestuurslid van de fanfare geen actieve bijdrage? Is het zijn van voorzitter van de Rotary een actieve bijdrage? Is het verlamd op een bed liggen een actieve bijdrage? Is het vrijwillig schrijven van stukjes die mensen aan het denken zetten een actieve bijdrage?

Als we het basisinkomen nu eens als een gift zien? Zou van die gift dan niet net zoveel druk op wederkerigheid in solidariteit uit kunnen gaan? In vroeger jaren, en nu zelfs ook nog, verplichtte een gift tot een tegengift van minstens evenveel ‘waarde’.

Zouden de beide heren gevangen zitten in een frame dat de mens ziet als een calculerend wezen dat alleen zijn eigen belang najaagt?

Prikker, vrijdag 23 oktober 2015

Tegenprestatie

Tegenprestatie, een documentaire over de strenge uitvoering van de Participatiewet in Rotterdam. Doel van deze uitvoering is om bijstandsgerechtigden zo snel mogelijk aan betaald werk te helpen. De medewerkers zijn “er voor de bijstandsgerechtigden, om hen te ondersteunen,” aldus een medewerker van de gemeente. Een documentaire met een wrange bijsmaak.

Wrang wordt het als een van de medewerkers laat doorschemeren dat het hem niets uitmaakt wat iemand gaat doen, als er maar minder uitkering hoeft te worden verstrekt. Draait het om geld of om de mens?

Iedere bijstandsgerechtigde moet één dag per week ‘vuilnisprikken’ wat door de deelnemers als vernederend wordt ervaren. Wrang omdat op het schoonhouden van de buitenruimte eerst is bezuinigd. Is dit geen vorm van verdringing?

Tegenprestatie

(Illustratie: cwwb.nl)

Van iedere bijstandsgerechtigde wordt verwacht dat alle werk passend is en er dus ook op moet solliciteren, ook onder het werk- of opleidingsniveau. Ook al krijgen zij steevast te horen dat ze overgekwalificeerd zijn. Wat is het doel van het opdoen van de frustratie van een steevaste afwijzing?

Wrang omdat alles door de medewerkers moet worden vastgelegd in ‘het systeem’. Het enige wat de medewerkers, naast het leggen van verantwoordelijkheid bij de aanvrager, lijken te doen. “Zeker 200 tegenprestaties per persoon in het systeem ingevoerd … zodat ik en mijn manager aan de wethouder kunnen laten zien welk een fantastisch werk we hier hebben gedaan,” dat is de opdracht. Een op wantrouwen gebaseerd systeem. Wie is er belangrijker, de mens of het bureaucratische systeem?

Het meest wrang de meerwaarde van de aanpak en de inzet van die vele medewerkers lijkt nihil. Rotterdam kent bijna de laagste uitstroom uit de bijstand van Nederland.

Wat zouden de resultaten zijn van het verstrekken van een bijstandsuitkering zonder alle bureaucratie en verplichtingen? Een aanpak gebaseerd op vertrouwen in mensen?

Prikker, dinsdag 20 oktober 2015