Goed voorbeeld …

Criminele vreemdelingen het land uit, in mijn vorige ‘prikker’ vroeg ik mij af hoe zich dit verhoudt tot de Nederlandse Grondwet. Vandaag las ik in de Volkskrant het uitgebreide relaas van de Nederlander Jaitsen Sing. Sing zit in de Verenigde Staten al drieëndertig jaar in de gevangenis en moet nog meer dan twintig jaar zitten, terwijl hij waarschijnlijk onschuldig is. In de Volkskrant een  reconstructie van de manier waarop Sing door de Nederlandse regering is ondersteund, of eigenlijk niet is ondersteund. Een treurig relaas waaruit blijkt dat regels en procedures de doorslag geven ook al wordt de mens daardoor vermalen.

alcatras

Illustratie: Pixabay

Criminele vreemdelingen uitzetten, ook dat komt in het relaas van Sing aan de orde. De advocaat van Sing stuurt in 2015 een verzoek tot overplaatsing van Sing naar het Amerikaanse Department of Justice.  Daarop vragen de Amerikanen of het Nederlandse ministerie van Justitie of Nederland bereid is Sing over te nemen. Dan gebeurt er iets bijzonders. Het ene deel van Nederland, aangestuurd vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken, adviseert positief, het ministerie van Justitie niet. Dat stuurt een brief dat Sing niet welkom is: “omdat hij niet voldoet aan twee criteria: ten tijde van zijn veroordeling was deze man al langer dan vijf jaar uit Nederland weg en Singh heeft te weinig ‘strafrestant’: naar Nederlandse maatstaven zou hij in Nederland direct vrij komen, omdat hij al meer dan 30 jaar vastzit. Want 30 jaar is in Nederland, na levenslang, nou eenmaal de hoogste straf.” Dat zelfde ministerie van Justitie dat criminele vreemdelingen, zoals kruimelcrimineel Ibrahim, wil uitzetten.

Geachte minister van Justitie, hoe consequent bent u? Aan de ene kant wilt u ‘vreemdelingen’ die in Nederland een criminele daad begaan, het land uitzetten. Ik zet vreemdeling bewust tussen aanhalingstekens omdat iemand die vierentwintig van zijn zevenentwintig levensjaren in Nederland woont en leeft, niet echt een vreemdeling is, iets wat u zelf ook lijkt te doen in de zaak Sing. Daar hanteert u vijf jaar als een grens om een Nederlander in het buitenland niet meer als Nederlander te zien. Aan de andere kant, wilt u ‘criminele landgenoten’ niet terugnemen, Sing is immers niet welkom. Als u niet bereid bent om mee te werken een de repatriëring van Nederlandse criminelen, waarom zouden andere landen dan wel criminelen uit Nederland willen, en volgens u moeten, opnemen? Goed voorbeeld doet goed volgen, zou dat voor een slecht voorbeeld niet ook gelden>

Ibrahim in Nederlands gevang

Vandaag is het le Quatorze Juillet, de Franse nationale feestdag. Op deze dag in 1789 bestormde een woedende menigte Parijzenaars de Bastille, de Parijse gevangenis. Die bestorming leidde de Franse revolutie in. De revolutie van liberté, egalité, fraternité of op z’n Nederlands vrijheid, gelijkheid en broederschap. Begrippen die hun vertaling kregen in de universele verklaring van de rechten van de mens en die werden vertaald in de grondwet, ook de Nederlandse.

Bastille

Illustratie: Wikipedia

Aan die grondwet moest ik denken toen ik in de Volkskrant een bericht las over de uitzetting van criminele vreemdelingen. “Criminele vreemdeling wordt maar zelden uitgezet, rechters bemoeilijken intrekken verblijfsstatus,” zo luidt de kop boven het artikel. In deze krant ook het verhaal van de zevenentwintig jarige Ibrahim uit Gouda die na vierentwintig jaar in Nederland te hebben gewoond, wordt uitgezet vanwege een roofoverval en een zware mishandeling. Het is de laatste jaren regeringsbeleid om criminele vreemdelingen sneller uit te zetten. Alleen werkt de rechter, zo valt in het artikel te lezen, niet mee. Het Europese hof heeft in een uitspraak bepaald dat de overheid moet: “motiveren dat een vreemdeling een ‘daadwerkelijk en actueel gevaar’ vormt. Een veroordeling op zich is (…) onvoldoende bewijs.” Menigeen zal nu denken, waar bemoeit die Europese rechter zich mee, uitzetten die criminelen! Advocaten denken daar anders over, die: “ betwijfelen of het zinvol is verblijfsvergunningen in te trekken als vreemdelingen al tientallen jaren in Nederland zijn. In de praktijk verdwijnen zij dan vaak hier in de illegaliteit.”

Ik moest, zoals gezegd, aan de Nederlandse grondwet denken toen ik dit las en dan vooral aan artikel 1“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Wordt de criminele Ibrahim met een Marokkaans paspoort gelijk behandeld met de criminele Henk die dezelfde feiten heeft gepleegd en in het bezit is van een Nederlands paspoort? Henk kan niet het land worden uitgezet, zoals nu wel met Ibrahim dreigt te gebeuren. Moet Ibrahim niet, net als Henk, gewoon het Nederlandse gevang in?

Jammer voor Ibrahim dat hij zich bij het gerecht niet kan beroepen op de grondwet, dat is in Nederland immers onmogelijk. Hij wordt ongelijk behandeld en daarmee gediscrimineerd.

De kaas en het brood

Als ik hem goed begrijp, dan mogen leden van een partij die de laatste verkiezingen flink heeft verloren, niet of slechts uiterst terughoudend solliciteren op banen in de publieke sector. Hem is Sebastian Wijnands die in zijn opiniebijdrage in Trouw PvdA’ers verwijt dat ze: “zich nog altijd niet terughoudend opstellen wanneer er een bestuurlijke vacature beschikbaar komt.” Aanleiding voor zijn artikel is de verkiezing van PvdA’er Ahmed Marcouch tot burgemeester van Arnhem en partijgenoot Martijn van Dam tot bestuurslid van de Nederlandse Publieke Omroep. “De PvdA moet zich echter eerst realiseren dat haar optreden voorbij is. En het publiek heeft niet gevraagd om een toegift,” zo schrijft Wijnands.

kaas en broodFoto: Pixabay

Het lijkt erop dat Wijnands terug wil naar vroeger. Naar de tijd dat de grote drie partijen de baantjes onderling verdeelden en de rest het nakijken had. Daar lijkt het op als je ervoor pleit dat partijen die verloren hebben zich terughoudend moeten opstellen bij het reageren op publieke functies. Inderdaad heeft de PvdA veel zetels verloren en zijn er andere partijen die flink hebben gewonnen zoals D66 en GroenLinks. Hoe moeten GroenLinks en de SP zich volgens Wijnands gedragen? De SP verloor en GroenLinks won zetels tijdens de laatste verkiezingen, maar beiden hebben 14 zetels en zijn even groot. Mogen Groenlinksers zich flink roeren terwijl SP’ers terughoudender moeten zijn?

Is verlies bij verkiezingen een reden om je ‘bescheiden’ op te stellen? Of, zoals de partijleider zelf aangeeft, niet deel te nemen aan een regering? Gaat het er in de politiek niet juist om om je doelen te bereiken? Om op te komen voor je idealen en voor de mensen die jouw het mandaat hebben gegeven om voor die idealen te strijden. Past in die strijd bescheidenheid of moet je daarin assertief zijn??

Laten we het verwijt eens omdraaien, hebben de andere partijen zich niet te terughoudend opgesteld? Hebben ze zich de kaas van het brood laten eten door assertievere PvdA’ers?

Als je een hamer hebt …

Beste meneer Vanenburg, met veel belangstelling las ik uw artikel bij Joop. Alleen vraag ik, blanke Nederlander, mij af wat u van mij verwacht? Wanneer bent u tevreden? En veel belangrijker, realiseer u zich dat u het grote risico loopt dat op te roepen wat u probeert te bestrijden?

hamer en spijker

foto: Pixabay

Als ik het einde van uw stuk mag geloven, dan bent u tevreden als: “de mentaliteit van de ‘ik ben geen racist, maar-Nederlander’ verandert.” Begrijp ik het goed dat u pas tevreden bent als ik zeg dat ik een racist ben? Want dat is volgens mij het enige dat die ‘mentaliteit’ kan veranderen. Wel beste meneer Vanenburg, dan kunt u lang wachten, dat zal ik nooit zeggen, dan zou ik namelijk iets beweren wat niet klopt. Ik zal u dus blijven teleurstellen en daarom, zo beweert u: kunnen echte veranderingen (niet) in gang gezet worden,”.  Echte veranderingen kunnen volgens u immers pas ingang worden gezet, als ik zou zeggen dat ik een racist ben.

Jammer meneer Vanenburg, want ik denk dat als wij met elkaar in gesprek gaan, zal blijken dat we veel voor elkaar kunnen betekenen. Ook ik zie dat er groepen in de samenleving zijn die het moeilijk hebben. Voor die groepen wil ik mij liefst samen met u, inzetten. U wijt die moeilijkheden aan racisme, ik zie het eerder als gewenning aan elkaar. Het is mensen, van welke kleur, religie of welk ander onderscheid je ook kunt maken, immers eigen om zich eerder verwant te voelen met hen die op hen lijken. Die gewenning kost tijd, veel tijd. Dat gezegd hebbende, wil het niet zeggen dat we dan maar moeten afwachten. verre van dat zelf, je kunt die tijd namelijk verkorten door een handje te helpen. Natuurlijk zullen er ook mensen zijn die echt racistisch zijn, die moeten we samen en met hulp van de rechter, bestrijden. Met eenieder die dit ook wil, werk ik graag samen. Alleen moet mij niet worden gevraagd, zoals u doet, eerst iets te verklaren.

Realiseert u zich dat u het risico loopt juist dat op te roepen wat u bestrijdt? Door uw manier van opereren, en u staat hierin niet alleen zoals ik al aan Anoucha Nzume schreef. Door steeds te blijven roepen dat de ‘witte Nederlander racistisch is en dat er in Nederland een: “racistische beerput is (die) een paar jaar geleden al wijd (is) opengetrokken en die (…) voorlopig ook niet meer dicht (gaat),” loopt u het risico dat u mensen zo van u gaat vervreemden. Dat zij het gedrag dat u aan hen toeschrijft gaan vertonen.

“Als je een hamer hebt, gaat alles op een spijker te lijken.” Beste meneer Vanenburg, kent u dit gezegde. Zou het kunnen dat u een hamer in handen hebt? Misschien is het dan verstandig om die hamer eens neer te leggen. Wellicht bestaat de wereld dan uit meer dan alleen spijkers.

Wijn, water en verantwoordelijkheid

Op de site Joop geeft Xavier Baudet ‘links’ ervan langs. De aanleiding noemt hij niet, maar dat zijn waarschijnlijk de Hamburgse G20-rellen. Baudet: “In plaats van de winkelruiten van zo’n ‘vuile kapitalist’ in te gooien kun je ook in een situatie belanden waardoor je iets meer snapt van zijn afwegingen, en hij op zijn beurt van de jouwe. Alleen op die manier bouw je aan structurele, effectieve coalities die fundamentele verbeteringen realiseren. Boos zijn omdat het zo lekker voelt helpt geen fuck.” Nu is winkelruiten ingooien nooit goed en iets proberen te snappen van de afwegingen van de ander is altijd een goede suggestie.

Mill

In hetzelfde artikel krijgt GroenLinks en haar voorman Jesse Klaver een trap na: “De behoefte aan principiële zuiverheid kan zo sterk zijn dat een hele politieke stroming zichzelf à la Jesse Klaver naar de marge manoeuvreert. Ongetwijfeld verzekert hen dat van een basisplek in de hemel, maar in het hier en nu ontslaan ze zich dan van hun verantwoordelijkheid.” Woorden van dergelijke strekking zijn de afgelopen maanden wel vaker gevallen. Je moet immers aan de ‘knoppen’ zitten om ‘iets’ te kunnen bereiken. Om aan die ‘knoppen’ te kunnen zitten, moet je water bij de wijn doen.

Het betoog van Baudet klinkt mooi, maar wat als je de afwegingen van de ander begrijpt en de ander die van jou ook, maar met jouw afweging wordt niets gedaan door de ander die de macht heeft om zijn zin door te drijven en dat ook doet? Wat als je je idealen moet verloochenen om aan die ‘knoppen’ te mogen draaien? Als er zoveel water bij de wijn moet dat zelfs een alcoholist het probleemloos kan drinken? Of wellicht een betere formulering, als de ander de wijn krijgt en hij je in ruil daarvoor een druppeltje in de kan met water laat vallen? Als die ander niet wil bouwen aan een ‘structurele, effectieve coalitie’? Als de fundamentele verbeteringen die je met die ander kunt realiseren voor jou verslechteringen zijn? Wellicht vindt ‘een meerderheid van de mensen’ dat het verbeteringen zijn, betekent dat dan dat jij daar dan maar aan mee moet werken? Kunnen meerderheden zich niet gruwelijk vergissen? En kan één individu of kleine groep het niet bij het rechte eind hebben zoals  John Stuart Mill suggereert in zijn boek ‘Over Vrijheid’: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu”? 

Ontsla je jezelf van je verantwoordelijkheid als je de wijn te waterig vindt of neem je juist je verantwoordelijkheid door die wijn te weigeren en erop te wijzen dat deze te waterig is?

Magere Hein

“’Voltooid leven’ wil de figuur van de levenseindebegeleider introduceren. Dat wil zeggen een persoon die betaald wordt om mensen te helpen hun leven te beëindigen, maar dan wel op een ‘beschermde’ en ‘zorgvuldige’ manier. Wat ik me afvraag is: wat voor bescherming kun je verwachten van iemand die dagelijks levens helpt beëindigen?”  Deze vraag stelt Daan van Schalkwijk zich in de Volkskrant. Van Schalkwijk stelt deze vraag in reactie op de uitspraak van Daniel Boomsma van de Hans van Mierlo Stichting, de denktank van D66. De ‘levenseindebegeleider’ is een rol waarvoor mensen worden opgeleid. “Uitgangspunten (…) dienen zelfbeschikking, bescherming en zorgvuldigheid te zijn,” zo citeert Van Schalkwijk Boomsma. Van Schalkwijk heeft ook het antwoord op zijn vraag: “met een levenseindebegeleider die mensen regelmatig de dood in helpt, kan niemand een vertrouwensrelatie aangaan. Ik stel voor dat we elke Nederlander bij wet tegen dit soort mensen beschermen.”

Magere Hein

Foto: Pixabay

Maakt Van Schalkwijk niet een karikatuur van de plannen van D66? Hij doet het voorkomen alsof de ‘levenseindebegeleider’ eropuit is om mensen de dood in te praten, of erger nog, om ze te doden, hij ‘helpt ze immers de dood in’. Die als: “begeleidingspersoon iemand is die regelmatig tegen mensen zegt: o, u wilt uitstappen? Geen probleem, ik zal even overleggen met mijn collega die dit ook vaker doet, en dan help ik u de afgrond in.” Met zo iemand kun je geen relatie opbouwen, dus moet de wet mensen beschermen tegen dit soort mensen.

Nu is in discussies tegenwoordig goed gebruik om een karikatuur te maken van de opvattingen van anderen en het verhaal van Van Schalkwijk past in deze lijn. Hij noemt de ‘levenseindebegeleider’ nog net geen magere Hein, om de karikatuur af te maken. U weet wel die angstaanjagende figuur met de zeis in zijn handen die de dood moet verbeelden.

Nu is Van Schalkwijk een persoon die veel houvast vindt in het geloof, zo valt te lezen bij opusdei.nl. Zou Van Schalkwijk zich realiseren dat hij met een verbod op de ‘levenseindebegeleider’ ook de dominee en de pastoor bij het grofvuil zet. De dominee en de pastoor? Ja, want houden die zich niet ook bezig met het begeleiden van mensen aan het einde van hun leven? Doen zij niet ook aan stervensbegeleiding? Staan zij niet ook mensen bij in een heel kwetsbare periode. Is dat niet voor velen: “een vertrouwd persoon (die) iemand ter zijde (staat, zodat), de angstige persoon gekalmeerd kunnen worden en loopt alles goed af.” Tegen ‘dit soort mensen’ moet de Nederlander toch bij wet worden beschermd.

Witte zwanen, zwarte zwanen

“And it’s true we are immune, when fact is fiction and tv reality” Een zin uit een van de laatste coupletten van de song Sunday Bloody Sunday van de Ierse band U2. Feiten, fictie en alternatieve feiten, wie kan ze tegenwoordig nog uit elkaar houden. In Trouw een interessant opiniërend artikel van Rob Hamers. De titel ervan dekt de lading: “Feiten blijken later toch vaak minder feit.”

Zwarte zwanenFoto: Pixabay

Hamers besteedt in zijn artikel aandacht aan de ‘gekleurde bril’ waarmee wetenschappers naar de werkelijkheid kijken. In de jaren zestig en zeventig was het veelal een ideologische ‘bril’ die de kijk van wetenschappers beïnvloedde en de uitkomsten van hun onderzoek vervuilde. Tegenwoordig wordt, zo schrijft Hamers, de ‘bril’ vaak bepaald door degene die betaalt en dat is in toenemende mate het bedrijfsleven. “Zo ook werden door wetenschappers bepaalde medicijnen goedgekeurd als veilig, achteraf ten onrechte.” Verzuchtend lijkt Hamers zich af te vragen: “Wat zijn feiten?”

Ja, wat zijn feiten? Wetenschappers die aantonen dat iets zo is, worden tegengesproken door collegae die beweren dat het toch net iets anders is. Wetenschappers die onderzoeksresultaten verzinnen en manipuleren, we hebben het allemaal al gezien, gehoord en gelezen. Wat hebben we dan nog aan de wetenschap? Lang leve de feitenvrije politiek en journalistiek!

Of ligt aan deze redenering een verkeerde opvatting van wetenschap en wetenschappelijk onderzoek ten grondslag?  Levert de wetenschap feiten en onomstotelijke bewijzen op? De Oostenrijkse filosoof Karl Popper betoogde van niet. Volgens Popper is iedere wetenschappelijke theorie een hypothese, een veronderstelling, totdat ze wordt weerlegd. En ook de theorie die aan die weerlegging ten grondslag ligt, is ook weer een hypothese die op ontkenning wacht. Om zijn beroemde voorbeeld te parafraseren, ‘als je wilt aantonen dat alle zwanen wit zijn, dan moet je zoeken naar niet-witte zwanen.’ Wetenschap levert zo alleen voorlopige kennis op, voorlopige feiten. En het is aan de wetenschappers om die voorlopige kennis te falsificeren om Poppers uitdrukking te gebruiken. Is het dan niet logisch dat ‘feiten later toch minder vaak feit’ zijn? Zou dat niet een signaal zijn van toenemende wetenschappelijke kennis?

Beste Europese leiders,

Vluchtelingen en migranten houden uw gemoederen al enkele jaren bezig. Nu staat de situatie in Italië weer in het middelpunt van de belangstelling en stelt u steeds drastische maatregelen voor. Het begon begin 2015 met VVD- kamerlid Malik Azmani die ‘opvang in de regio’ voorstelde, iets wat nu regerings- en zelfs Europees beleid is geworden, Europees beleid dat heeft geleid tot de Turkije-deal. Een deal die model moest staan voor afspraken met veel meer landen.

migratie

Foto: Wikipedia

In de Volkskrant valt te lezen aan welke verdere maatregelen u nog meer werkt. Zo moet er een gedragscode voor hulporganisaties komen om hun bewegingsvrijheid te beperken. Oostenrijk stuurt legervoertuigen naar de grens met Italië om eventuele vluchtelingen tegen te houden. Volgens de Europese Commissie moeten landen ‘veilig’ worden verklaard zodat vluchtelingen en afgewezen migranten daar naar toe kunnen. Ook stelt de commissie voor dat Tunesië en Egypte zich openstellen voor migranten die vanuit Libië zijn vertrokken en moeten ‘doorgangslanden’ de migranten tegenhouden.

Beste leiders, kent u het het begrip irrationele rationaliteit dat de journalist John Cassidy munt in zijn boek Wat als de markt faalt? Volgens Cassidy is er sprake van rationele irrationaliteit als: “Een situatie waarin handelen uit rationeel eigenbelang op de markt tot resultaten die maatschappelijk gezien irrationeel en inferieur zijn.” Kan er bij uw aanpak sprake zijn van rationele irrationaliteit?

Uw maatregelen lijken rationeel. Het weigeren van vluchtelingen en migranten voorkomt immers onrust in uw eigen landen. Maar is het resultaat niet irrationeel en inferieur? U wilt landen die eigenlijk niet veilig zijn veilig verklaren om daar migranten en vluchtelingen onder te brengen. Waarom zouden die landen hieraan meewerken? Waarom zouden Egypte of Tunesië ervoor kiezen om hun toch al fragiele situatie onder druk te zetten door grote groepen migranten op te nemen? Waarom zouden deze landen doen wat u niet wilt dat in uw landen gebeurt? Waarom is het voor hen rationeel om iets te doen wat voor Europese landen niet rationeel is?

Is het resultaat van uw beleid als dat succesvol is wel rationeel? Dat beleid is er uiteindelijk op gericht om vluchtelingen het vluchten onmogelijk te maken. Als alle ‘doorgangslanden’ immers doen wat u voorstelt, is dan vluchten of migreren niet onmogelijk? Is de situatie die zo ontstaat niet een irrationele? Realiseert u zich dat dit beleid tot nog veel meer onstabiele landen en dus nog meer vluchtelingen en migranten kan leiden?

‘Brandweertest’

Jullie hebben het, als volgers van de actualiteit, vast ook wel in de gaten. Wat? Nou dat de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de muziekwereld een belangrijk thema is. Muzikanten zijn voor het overgrote deel mannelijk net als discjockeys en ook in de industrie eromheen zijn vrouwen een zeldzaamheid. Radio’s draaien voor het overgrote deel muziek gemaakt door mannen. Dat laatste lijkt mij dan weer een logisch gevolg van het voornamelijk mannelijk zijn van muzikanten. Volgens Rufus Kain van de Correspondent leeft: “Dit thema (…) de laatste tijd zo sterk, dat het lijkt alsof de ongelijke verhoudingen voor het eerst worden opgemerkt.” Leven is één, het veranderen is twee en daarom moet het op de agenda blijven en: “Op de agenda houden’ is meer dan een herhalingsoefening. Het is ook een zoektocht naar nieuwe perspectieven.” 

brandweertestFoto: Pixabay

Dat het thema voor Kain zo ‘sterk leeft’ zou een gevolg kunnen zijn van zijn eigen focus op dat thema. Als Kain zich had gefocust op de ‘scheve’ man-vrouwverhouding bij advocaten of kraanmachinisten, zou dat ‘thema’ dan de laatste tijd niet veel meer lijken te ‘leven’? Immers als je je op iets focust, dan neem je het ook waar. Als je bijvoorbeeld een Citroen Cactus wilt kopen, dan zie je er ineens veel meer over straat rijden. Leeft het thema dan, of leeft het thema dan alleen bij jou?

Nu zijn er veel meer beroepen waar er sprake is van een ‘scheve’ man-vrouwverhouding. Zo zijn verpleegkundigen, jeugdhulpverleners en leerkrachten op het basisonderwijs voor het overgrote deel vrouwelijk. Hoogleraren zijn dan weer voor het grootste deel mannelijk, net als stukadoors, metselaars en bosbouwers. Dus een dergelijke ‘scheefheid’ komt meer voor. Die staat op de agenda en wordt erop gehouden met ‘oude’ en ‘nieuwe’ perspectieven. De meest scheve verhouding betreft trouwens het moederschap en als spiegel daarvan, het vaderschap.

Kain legt de nadruk op een scheve man-vrouwverhouding in beroepen. Hij lijkt te pleiten voor een gelijke verdeling tussen mannen en vrouwen in beroepen. Ik vraag me af of het streven naar een gelijke man-vrouwverhouding wel een doel moet zijn. Zou het doel niet veeleer gelijke kansen voor mannen en vrouwen moeten zijn? Of nog beter, gelijke eisen en behandeling, want zoals Judith Sluiter het in de Volkskrant zegt over een test waaraan brandweermensen moeten voldoen: “Als een collega van 80 kilo boven in een brandend gebouw op de grond ligt en weggedragen moet worden, kun je niet zeggen: het gaat niet, ik roep een ander. Daar is geen tijd voor.” De test behelst het met veertig kilo op de rug honderd traptreden beklimmen.

Probleembonus of bonusprobleem?

Minister Kamp blijft droevig gestemd over de Brexit, zo valt in de Volkskrant te lezen. Kamp: “Het raakt me elke keer als ik het erover heb.” Maar, zoals de beroemde Nederlandse voetbalfilosoof Johan Cruijff, al zei: ieder nadeel heb z’n voordeel. Zo ook de Brexit: “Het levert ons kansen op, maar ik had die kansen liever niet gehad.” Die kansen bestaan uit het hierheen halen van bedrijven vooral uit de financiële sector. Die kansen wil Kamp benutten, want: “dat kan leiden tot duizenden nieuwe banen in Nederland en honderden miljoenen aan belastinginkomsten.” Alleen wordt Kamp erg gehinderd bij het benutten van die kansen: “Het bonusplafond is een reëel probleem voor bedrijven. Een grote bank overweegt naar een andere plek te gaan en denkt zijn topmensen aan zich te binden met een hoge bonus.” Daarom wil Kamp opnieuw naar het pas vastgestelde ‘bonusbeleid’ kijken: “het is altijd verstandig om op actuele ontwikkelingen te reflecteren.”

bonussen

Illustratie: Pixabay

Dat is inderdaad verstandig, daarin moet ik minister Kamp gelijk geven. Laten we eens met Kamp mee-reflecteren. Op de vraag van de De Volkskrant of we die banken wel naar hier moeten halen terwijl de kredietcrisis liet zien dat Nederland al kwetsbaar was vanwege de grote financiële sector, antwoordt Kamp dat het: “om grote internationale banken zoals JP Morgan (gaat). Die vertolken een grote rol in het internationale financiële verkeer en dat blijven ze doen.” Is het zijn van een ‘grote internationale speler’ een reden de kwetsbaarheid van Nederland te vergroten? Zijn grote internationale banken die een belangrijke rol spelen, onkwetsbaar? Was Lehman Brothers dan een kleine lokale speler of AIG, The Royal Bank of Scotland? Waren banken zoals Fortis en ING die in Nederland voor de grote problemen zorgden waarvoor de overheid opdraaide, niet ook belangrijke internationale spelers?

De reden om de bonussen aan banden te leggen, was om een einde te maken aan ‘perverse prikkels’. Om, zoals minister Dijsselbloem in 2013 bij RTL Z uit de doeken deed, een einde te maken aan: “gericht op korte termijn winsten die een dag later vervlogen kunnen zijn of waarvan de risico’s bij anderen terecht komen.” Is dat risico op ‘perverse prikkels’ nu verdwenen? Zijn bedrijven en vooral financiële instellingen nu gericht op de lange termijn? Wijzen de activiteiten van ‘activistische beleggers’ op gerichtheid op de lange termijn of op snelle winsten? Neem het voorbeeld Unilever, dat bedrijf gooit een belangrijk deel van haar doelstellingen voor wat betreft duurzaamheid in de prullenbak om op de korte termijn die ‘activistische belegger’ tevreden te houden. Herformuleert Kamp het probleem van de bonussen niet tot een bonusprobleem?

Als laatste de belangrijkste vraag, zijn de problemen in de financiële sector die tot de kredietcrisis leidden, opgelost of draait het systeem op gratis (belasting)geld van de Europese Centrale Bank? Gratis geld dat zorgt voor nieuwe luchtbellen?