Tegen polarisatie of voor tolerantie?

De Stichting Ideële Reclame (SIRE) start een campagne. “75% van de Nederlanders is van mening dat polarisatie de laatste jaren sterk is toegenomen in onze maatschappij. Aanleiding voor SIRE om vandaag een nieuwe campagne te starten met als thema: ‘Verlies elkaar niet als polarisatie dichtbij komt’. Temeer omdat maar liefst 1,4 miljoen Nederlanders het contact met vrienden, familie en collega’s heeft verminderd of zelfs beëindigd omwille van meningsverschillen over actuele maatschappelijke onderwerpen. De campagne laat zien dat verbondenheid met elkaar een groot goed is en dat je samen in staat bent problematische tegenstellingen te overwinnen.” Zo is te lezen op de website van SIRE. Je kunt er ook de spotjes die voor de campagne zijn gemaakt, bekijken. Een goede zaak?

Bron: Pixabay

Voordat ik verder ga, eerst betekenis geven aan het woord polarisatie. Mijn ervaring is dat veel meningsverschillen tussen mensen ontstaan omdat ze dezelfde woorden gebruiken maar die woorden een andere betekenis geven. Of sterker nog, geen betekenis geven. Een kleine twee jaar geleden schreef ik een prikker over zo’n misverstand rond het woord racisme. Van Dale, onze officiële woordenlijst, geeft de volgende betekenis: “de vorming van tegenstellingen, van uitersten, van tegengestelde polen.”  

Terug naar de vraag of zo’n campagne een goede zaak is. Seada Nourhussen, de hoofdredacteur van OneWorld, denkt daar anders over, zo lees ik in een herplaatst artikel van haar op de site. Volgens haar wordt de term misbruikt door wat zij het ‘redelijke midden’ noemt. Het is: “het magische woord waarmee je elk kritisch debat tot moes slaat: ‘Niet zo polariseren’.” Ze concludeert dat: “Geen enkele sociale vooruitgang – vrouwenkiesrecht, arbeidsrechten – (er is) gekomen door de lieve vrede te bewaren.” En daar heeft ze een punt. Polarisatie, het vormen van uitersten, is eigen aan een gezonde democratie. Zonder polarisatie verandert er niets. Zonder de inhoudelijke vrede ter discussie te stellen verandert er niets. Niets aan de hand dus en daarmee gooit SIRE haar geld weg aan een nutteloze campagne?

Dat er ‘niets aan de hand is’ gaat mij iets te snel. Als een meningsverschil over bijvoorbeeld al dan niet vaccineren, de omgang met het klimaat en het asielbeleid, om de drie thema’s die figureren in de SIRE campagne te noemen, aanleiding zijn om een vriendschap te beëindigen dan is er toch echt iets aan de hand. Als ik mijn vriendenkring bekijk, dan zou ik alleen al voor wat betreft deze drie onderwerpen weinig vrienden meer over hebben en naast deze drie onderwerpen zijn er nog zoveel andere belangrijke en minder belangrijke zaken waarover je van mening kunt verschillen. Ik vrees dat ik geen vrienden en zelfs geen familie die met me wil praten meer overhoud als ze het op alle gebieden met mij eens moeten zijn. En ik vrees dat voor jullie, mijn lezers, en voor iedere andere bewoner van deze aardkloot hetzelfde geldt. Er is niemand te vinden die op alle punten hetzelfde denkt als jij. Bij het ene onderwerp zit je in het ‘redelijke midden’ van Nourhussen, bij een ander er flink links of rechts van.

Het probleem is de manier waarop het gesprek over de onderwerpen wordt gevoerd. Of beter gezegd, hoe het debat wordt gevoerd, want van een gesprek is zelden sprake. De SIRE spotjes laten zien wat de gevolgen zijn van dertig jaar Talkshows alwaar in een paar minuten voor en tegenstanders hun standpunt debiteren. Die laten zien hoe een debat in de Tweede Kamer is verworden tot een grote talkshowtafel waarbij de ‘grootste clown’ het meeste aandacht krijgt, ook weer aan die vele talkshowtafels. Tafels waar, als het gaat over vaccinatie, de Gordons en Jack van Gelders van deze wereld net zo serieus worden genomen als wetenschappers als Marion Koopmans. Maar ook van de werking van de ‘asociale media’ die extremiteiten belonen. Van ‘150 tekens op Twitter’.

Het eigen gelijk wordt verkondigd en de ander wordt verketterd en in toenemende mate ontmenselijkt. Die is een fascist, racist, leidt aan ‘witte onschuld’ is een ‘wokie’, cultureel marxist of behoort niet tot ‘het volk’ en om die reden niet het serieus nemen waard. Die wordt buiten de groep geplaatst, de vriendschap wordt beëindigd. Er wordt niet met elkaar gesproken maar tegen elkaar geschreeuwd. Met dit als voorbeeld is het niet vreemd dat het gros van ons denkt dat dit de manier is waarop je heikele onderwerpen bespreekt. Met dit als voorbeeld is het niet vreemd dat mensen vriendschappen opzeggen en elkaar verketteren.

Meningsverschillen zijn niet het probleem, zelfs niet als ze gepolariseerd worden. Sociale vooruitgang komt er immers niet, zoals Nourhussen terecht schrijft, door het ‘bewaren van de lieve vrede’ op inhoudelijk gebied. Om verandering te bewerkstelligen, is polarisatie nodig. Wat hierbij niet helpt is, en dat is denk ik het werkelijke probleem, intolerantie, “onverdraagzaamheid” aldus de Van Dale. Zou de campagne van SIRE zich niet moeten richten tegen onverdraagzaamheid? Of omdat ons brein moeite heeft met het woord niet, immers waar denk je aan als ik zeg dat je niet aan een olifant moet denken, een campagne voor tolerantie, verdraagzaamheid? Al denk ik dat ander gedrag van onze volksvertegenwoordigers meer impact heeft. Net zoals andere tv-formats. Formats niet gericht op debat en reuring maar op een gesprek waarin elkaar begrijpen en zoeken naar gemeenschappelijkheid centraal staan.

Openbare dronkenschap

In mijn vorige prikker besteedde ik aandacht aan BIJ1 en haar voorzitter Rebekka Timmer omdat ze tegen de liberale democratie zijn, terwijl een partij als BIJ1 alleen kan ontstaan in juist een liberale democratie. Timmer en haar partij zijn niet de enigen die een ander politiek systeem willen. Ook Thomas Oudman vindt dat ons politieke systeem moet veranderen. Schrijvend over de veeteelt schrijft hij: “als het politieke systeem niet fundamenteel verandert, dan zullen dergelijke fabrieken de positie van Cargill en consorten alleen maar verstevigen, en zo het mondiale voedselsysteem verder verzwakken.” Hij schrijft dit na het lezen van het boek Regenesis van George Monbiot. Bijzonder.

Monbiot pleit in zijn boek, als ik Oudman mag geloven want ik heb het zelf niet gelezen, voor: “veel efficiëntere manieren (…) om eiwitten en vetten te produceren,”  dan de huidige landbouw en vooral veeteelt. Namelijk: “met bacteriën. Hij gaat langs bij wetenschappers die bacteriën in fermentatietanks aan het werk zetten met het produceren van eiwitten en vetten. En wel op basis van waterstof; een goedje dat je met een flinke dot elektriciteit kan maken van water. De wetenschappers hopen in de toekomst alle aminozuren (de bouwstenen voor eiwitten) op deze manier te kunnen maken, vrijwel zonder andere grondstoffen te verbruiken dan lucht, water en zonlicht.  Eureka!” Oudman heeft twijfels bij die ‘bacteriële landbouw’: “Ik stoor me eraan dat Monbiot een technologisch toekomstvisioen vol haken en ogen centraal stelt als oplossing, in plaats van het veranderen van een politiek systeem waarin een overvloed aan voedsel samengaat met honderden miljoenen ondervoede mensen.  Want zoals hij zelf zegt: dat systeem moet sowieso veranderen.”

Ik vraag me vervolgens af welk alternatief systeem Oudman dan voor ogen heeft? Wil hij een naar een niet-liberale democratie naar het model Hongarije, Turkije of in nog extremere mate Rusland? Of naar het niet-liberale autocratische Chinese Xiïstische  model als dat de juiste benaming ervan is? Of naar dictatuur? Ik vraag me dat af omdat het niet nodig is om onze liberale democratie in te ruilen om de positie van Cargill en consorten te verzwakken, en zo het mondiale voedselsysteem te versterken. Daarvoor moeten we binnen het huidige systeem andere keuzes maken. Het is niet het systeem dat keuzes maakt, maar mensen binnen dat systeem. En wij zijn die mensen binnen dat systeem. Als we klimaat en milieu centraal willen stellen bij al ons handelen, dan is dat het enige wat we moeten doen. Daarvoor hoeft onze Grondwet niet te worden aangepast. Daarvoor hoeft de rechterlijke macht niet te veranderen. Daarvoor zijn geen ‘burgerberaden’ nodig. Het enige wat we moeten doen is conform de procedures van onze liberale democratie dat te besluiten. Het zijn namelijk niet de Cargills van deze wereld die ons regeren, maar wij zijn het zelf via de door ons gekozen volksvertegenwoordigers. De huidige lage belastingtarieven en geringe regulering van kapitaalstromen zijn via ons liberaal democratische systeem tot stand gekomen. De strenge regulering van kapitaalstromen direct na de Tweede Wereldoorlog en de toenmalige hoge belastingtarieven ook.

Onze liberale democratie is een middel waarmee we alle doelen kunnen bereiken. Het is als het ware een auto waarmee je naar elke gewenste bestemming kunt. Naar welke bestemming er wordt gereden is aan de chauffeur. Om die metafoor nog wat verder door te trekken. Volgens Oudman rijdt die auto nu gevaarlijk slingerend over de weg en daarom moet er een nieuwe auto komen die niet meer slingert. Die auto slingert echter omdat de chauffeur een glaasje teveel op heeft. Niet omdat de auto defect is.

Pleidooien zoals die van Oudman zijn gevaarlijk omdat ze de suggestie wekken dat onze liberale democratie er de oorzaak van is dat er slechte besluiten worden genomen. Dit ondermijnt het vertrouwen van mensen in die liberale democratie en haar instellingen terwijl we die juist moeten koesteren. Die twijfel komt bovenop de hoop van twijfel en regelrechte minachting die anderen zoals Baudet ,Wilders en consorten aan de ene kant, en Rebekka Timmer, waarover mijn vorige prikker handelde, en BIJ1 de club die zij voorzit aan de andere kant, ook al zaaien. De liberale democratie is namelijk het enige politieke systeem dat zichzelf kan corrigeren binnen haar regels. Andere systemen moeten omver geworpen worden om zaken te veranderen. Om bij die dronken bestuurder te blijven. Beneveld door de alcohol klaagt Oudman dat zijn auto niet doet wat hij wil en in plaats van zijn roes uit te slapen, vraagt hij om een andere auto. Het is openbaar dronkenschap.

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

Premier Rutte: “wees met name op 1 juli 2023, als het officieel 150 jaar geleden is dat de slavernij in het koninkrijk werd afgeschaft. ‘Maar het proces is pas echt klaar als de discriminatie van mensen vanwege hun huidskleur is gestopt,” zo lees ik in de Volkskrant. Een bijzondere soap rond excuses voor het slavernijverleden. Dat bijzondere is gelegen in het oorzakelijk verband dat er wordt gelegd tussen verschillende feitelijke constateringen.

De eerste feitelijke constatering is dat het begrip racisme een steeds ruimer wordt ingevuld. Volgens de Van Dale is racisme de: “opvatting dat mensen met een bepaalde huidskleur beter zouden zijn dan mensen met een andere kleur, gebruikt als rechtvaardiging om mensen met een andere kleur slecht te behandelen.” Racisme is daarmee een handeling, een actie op basis van een bewuste gedachte. Hier schreef ik al eens een prikker over naar aanleiding van een bijzonder gesprek onder een artikel van Vera Mulder bij De Correspondent met als titel Nog een blik, weer een opmerking: racisme is één plus één plus één. Een gesprek waarin ik Mulder vroeg naar haar definitie van racisme en die niet kwam, want: voor één alomvattende definitie is het onderwerp, het systeem, de ervaring te complex, maar het betrekken van systemisch en onbedoeld racisme in dit gesprek is onontbeerlijk in het ontmantelen ervan” Zonder een duidelijke definitie van is een zinvol gesprek onmogelijk omdat iedereen dan iets anders bedoeld. Dan wordt het zoiets als het partijtje ‘bunkertrefbal’ dat mijn aspiranten honkballers laatst speelden. Op mijn vraag wat ze het laatste half uur wilden doen, kwam het antwoord bunkertrefbal. Ik had geen idee wat het was, maar zij wisten precies wat er werd bedoeld. Totdat ze gingen spelen en er boze gezichten kwamen. Wat bleek, ze speelden met verschillende regels.

Feitelijke constatering twee: als jezelf, je ouders of grootouders van elders naar Nederland gekomen zijn, dan heb je niet dezelfde mogelijkheden als iemand bij wie dat wel het geval is. Als nieuwkomer mis ontbreekt het je aan kennis van de samenleving waar te naartoe migreert. Maar belangrijker dan het ontbreken van die kennis is het ontbreken van kennissen. Je mist een netwerk waardoor het zeer lastig wordt om een plek te vinden die bij je capaciteiten past. Dat laatste heb ik in een eerdere prikker ‘nieuwkomers nadeel’ genoemd. Het gebrek aan kennis is daarbij makkelijker op te lossen dan het gebrek aan die kennissen. Het ‘opklimmen in de rangen’ na migratie kost meerdere generaties tijd

Dan de vierde feitelijke constatering het feit dat Nederland koloniën had. Een feit dat niet is te ontkennen. Het woord kolonie kent een oud Griekse geschiedenis. Werd het te druk in een stad of gebied, dan trok een deel van de inwoners weg naar een leeg stuk land en stichtte daar een onafhankelijke ‘zusterstad’. Als er tegenwoordig over koloniaal verleden wordt gesproken, dan wordt vooral de periode na 1500 waarin Europa economisch en militair de wereld steeds meer ging overheersen[1]. Het streven naar een zo groot mogelijk rijk, was echter niets nieuws. Het enige nieuwe eraan was dat het op wereldschaal gebeurde. De diverse Chinese dynastieën, de Perzen, het Egypte van de farao’s, de Romein, de Magadha, de Olmeken, Inca’s, Azteken, het Islamitische rijk, de Mongoolse horden, allemaal streefden ze naar ‘werelddominantie’ in de hun bekende wereld. Dat Mongoolse rijk wordt qua omvang in de geschiedenis trouwens alleen overtroffen door het Britse Rijk. Tot de Russische inval in Oekraïne waren velen ervan overtuigd dat het veroveren van gebieden tot het verleden behoorde. Wat niet wil zeggen dat het streven naar ‘werelddominantie’ en als je die hebt het behoud ervan, tot het verleden behoort.

Als vijfde het feit dat slavernij is eeuwenlang een algemeen aanvaard maatschappelijk gebruik was. Wat hierbij onder invloed van het christendom en de islam ook geleidelijk algemeen gebruik werd, was dat je geloofsgenoten niet tot slaaf mocht maken. Algemeen aanvaard maar niet door iedereen. Vanaf het midden van de achttiende en versneld in de negentiende eeuw komt daar verandering in. Een bijzondere periode in de West-Europese geschiedenis. Bijzonder omdat heel veel zaken die tot de mores in vroeger eeuwen behoorden, ter discussie werden gesteld. Het is de periode dat Adam Smith zijn Theory of Moral Sentiment waarin hij de emoties en hoe die zich tot elkaar verhouden onderzocht en het beroemdste The Wealth of Nations waarin hij de economische ontwikkeling beschrijft. Met daarin de beroemde passage van de onzichtbare hand. De tijd waarin Immanuel Kant zijn drie ‘kritieken’ schreef[2] en Zum ewigen Frieden. Het tijdperk van de Verlichting, door diezelfde Kant omschreven als: “het uittreden van de mens uit zijn onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is. Onmondigheid is het onvermogen gebruik te maken van zijn verstand zonder leiding van een ander. Aan deze onmondigheid is men zelf schuldig wanneer de oorzaak ervan niet ligt in gebrek aan verstand maar ligt in het gebrek aan beslissing en moed het verstand te gebruiken zonder leiding van een ander. ‘Sapere aude!’: ‘Heb de moed te weten’ (d.i. gebruik te maken van uw eigen verstand), is derhalve het devies van de Verlichting’.[3]” De leiding van de ander waar de mens het zonder zou moeten doen, betrof vooral de religieuze dogma’s.

Dat ‘gebruik maken van het eigen verstand’ bleef niet zonder gevolgen. Smith, Kant en vele anderen schreven daardoor hun boeken. Het ‘door god gegeven recht’ van heersers werd ter discussie gesteld. Sterker nog, ze konden worden afgezet. Democratie’ werd onderdeel van het gesprek. Nadenken leidde tot de ‘stoommachine’ en ander uitvinding en via Smith tot het nadenken over en proberen te verklaren van iets wat we nu ‘de economie’ noemen. De verlichting leidde ertoe dat er zoiets als een ‘publieke ruimte’ ontstond alwaar over van alles en nog wat gedebatteerd kon worden, dat er kranten ontstonden. De Verlichting leidde tot het ter discussie stellen van god en de godsdienst. De Verlichting leidde er toe dat er allerlei emancipatie- en burgerrechtenbewegingen ontstonden en dus ook een beweging die de slavernij wilde beëindigen. Aan de andere kant leidde de Verlichting ook tot het nadenken over overeenkomsten en verschillen tussen mensen. Ze stond daarmee ook aan de wieg van wat we nu racisme noemen. Want zelf nadenken en willen weten, wil niet automatisch zeggen dat er hetzelfde wordt gedacht en dat voor fenomenen eenzelfde verklaring ‘gedacht’.

De Verlichting was een westers verschijnsel. Het deed zich niet voor in China, India of het Perzische Rijk. Dat slavernij nu in theorie overal is afgeschaft, is daarmee te danken het westen. Slavernij was geen ‘westerse’ uitvinding al zijn er mensen die lijken te geloven dat Europeanen slavernij uitvonden. Sterker nog, als je via google zoekt, kun je de bevestiging zien van die feitelijk onjuiste opvattingen zoals ik een klein half jaar geleden al schreef. Afrikanen, Arabieren, Chinzeen, Indiërs, authentieke Amerikanen, slavernij kwam overal voor. Het oudste ‘wetboek’ de Codex Hammurabi van zo’n 38 eeuwen geleden, spreekt op verschillende plekken over slaven. In de periode van 800 tot 1900 vonden minstens zoveel tot slaaf gemaakte Afrikanen hun weg naar de Arabische wereld. En nee, met die Codex werd slavernij niet ingevoerd. De Codex reguleerde de bestaande praktijk en gaf aan welke straf er op overtreding van die praktijk stond. De afschaffing ervan begon in Europa door het in wetboeken te verbieden en door het verbod ervan vervolgens ook in andere delen van de wereld af te dwingen.

Het wordt bijzonder als deze feitelijke constateringen worden gecombineerd tot een alles verklarende theorie. Die combinatie werd in 2021 beschreven door Fati Benkaddour in een artikel bij Joop: “Racisme is niet een gevolg van historische, militaristische, kapitalistische en economische bewegingen die door de tijd heen at random gebeurden en die de politieke status quo, tegenovergestelde culturele waarden en scheve machtsverhoudingen tussen bevolkingsgroepen, in Nederland hebben veroorzaakt. Racisme ís er de oorzaak van. En dat niet alleen, racisme is een vorm van antisociale persoonlijkheidsproblematiek: narcisme.”  Racisme is in Nederland de oorzaak van historische, militaristische, kapitalistische en economische beweging, aldus Bendakkour. Dus zonder racisme geen ‘geschiedenis’ in Nederland en ook geen kapitalisme, militarisme en economie. Zonder racisme zou het hier stilstaan. Zou dat alleen voor Nederland gelden? Zou er in andere delen van de wereld wel historische, militaristische, kapitalistische en economische beweging mogelijk zijn zonder racisme? Nederland als een soort uitzondering op de regel? Ik probeer me een voorstelling te maken van hoe Nederland er dan uit zou hebben gezien, maar een echt beeld kan ik me er niet bij voor de geest halen. Zouden we hier dan nog in de Middeleeuwen leven? Zou een deel van het land dan nog steeds door de Romeinen bezet zijn? Allebei zou erg lastig zijn als Nederland die uitzondering was. Het Romeinse Rijk zou dan immers nog alleen in Nederland bestaan en alleen Nederland zou dan nog last hebben van invallen van Noormannen. Alhoewel, dat zou niet kunnen, die Noormannen hebben immers wel een geschiedenis, militarisme, kapitalisme en economische ontwikkeling. Dit lijkt mij een heel onwaarschijnlijk scenario.

Een andere mogelijkheid is dat Nederland geen uitzondering op de regel is. Dat zou betekenen dat racisme de oorzaak is van ‘historische, militaristische, kapitalistische en economische bewegingen.’ Dat zou betekenen dat racisme de motor is achter alle menselijke ontwikkeling. Dan waren de Romeinen racisten net als de Qing-dynastie, de oude Egyptenaren, de Maya’s en de Azteken. Maar wacht eens, als we nog wat verder teruggaan in de geschiedenis van de homo sapiens dan zijn onze verre voorvaderen uit oost-Afrika weggetrokken en hebben ze zich over de hele wereld verspreid vanwege racisme. Ook dat lijkt mij heel onwaarschijnlijk want als we teruggaan naar de eerste afsplitsing van de eerste groep homo sapiens, dan was het familie die zich afsplitste. Zou racisme werkelijk ten grondslag liggen aan die eerste afscheiding? Ik was er, net als Benkaddour niet bij, maar ik waag het ernstig te betwijfelen.  Als Nederland geen uitzondering op de regel is en als de regel zelf vastloopt, dan rest er maar één andere mogelijkheid: Benkaddour verkoopt grote onzin. Haar bewering slaat als de welbekende tang op het varken.

Toch zijn er velen die deze tang toch in meer of mindere mate op een varken vinden lijken. Die noemen ‘racisme’ als verklaring voor het eerder behandelde nieuwkomers nadeel. Die zien slavernij doorwerken in de huidige sociale ongelijkheid in Nederland. Die zien overal racisme en institutioneel racisme en zien daarin een voorzetting van de ‘koloniale verhoudingen’. Die zijn als de welbekende hamer die in alles een spijker ziet. Die beweren in navolging van Gloria Wekker dat: “West-Europese landen hebben eeuwen deelgehad aan een algemeen Europees ethos – een ‘cultureel archief,’ zoals Edward Said het noemt in zijn boek – waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.”  Die betogen zoals Angélique Duindam in de Volkskrant dat er een: “systeem bedacht (is) waarin we andere mensen konden ontmenselijken.” Het ‘Risk- kaartje met Saids opdracht’ waar Wekker het overheeft en Duindams ‘bedenken’ verwijzen naar een ‘voorbedachte rade’ waarover mijn vorige prikker handelde. De feiten laten zien dat Europeanen zich over de wereld verspreidden, zich dus buiten hun ‘gebied’ begaven en daarbij volkeren aan zich onderwierpen. Wat Wekker hier doet, is vanuit het heden een ‘voorbedachte rade’ opleggen aan voorouders: ze bezitten koloniën en hebben de daar aanwezige mensen onderworpen dus dat zal dan wel de reden zijn dat ze de wijde wereld introkken. Een ‘voorbedachte rade’ waarvoor elk bewijs ontbreekt. Ze bevoeren de zeeën om de ‘tussenpersoon’ in de handel uit te schakelen en zoveel mogelijk rechtstreeks met de Chinese en Indische bron te handelen, niet omdat ze wilden ‘veroveren’. Dat veroveren en onderwerpen kwam er later bij en was in eerste instantie gericht op het uitschakelen van de ‘West-Europese concurrent’. Het bedachte ‘systeem’ van Duindam is een achterafverhaal om iets te beschrijven. Een achteraf verhaal waarin gebeurtenissen en keuzes van verschillende van onze voorouders op verschillende momenten in de tijd met elkaar in verband gebracht worden en worden gepresenteerd als een logische beschrijving en verklaring van iets. Deze verhalen zijn, om Tom Phillips aan te halen, het gevolg van problemen die ontstaan door short cuts in onze hersenen en dan vooral van de heen short cut  die altijd zoekt naar patronen. “Het probleem daarmee is dat onze hersenen daar zo op zijn gebrand dat ze overal patronen gaan zien, zelfs waar ze helemaal niet zijn.[4]”


[1] Bij ‘Europa’ hoorden, na de onafhankelijkheid van Engeland, ook de Verenigde Staten

[2] Kritik der reinen Vernunft (1781), Kritik der praktischen Vernunft (1788) en Kritik der Urteilskraft (1790).

[3] Uit Immanuel Kant, Was ist Aufklärung. Geciteerd bij Historiek.net.

[4] Tom Phillips, De mens. Een kleine geschiedenis van onze allergrootste fuck-ups, pagina29

Onvergelijkbaar onvergelijkbaar

In zijn column in de Volkskrant schrijft Ari Elshout over de strijd tussen universalisten en multiculturalisten in Europa. Volgens Elshout vinden universalisten dat rechten, plichten en wetten voor iedereen gelden. De multiculturalisten vinden dat er: “rekening (moet worden) gehouden met andere culturen, ook al accepteren die het gelijkheidsbeginsel voor vrouwen en homo’s niet. Hameren op de universele rechten leidt tot uitsluiting van bevolkingsgroepen met andere waarden, is het argument.” Hij ziet dat vooral ‘links’ het hier lastig mee heeft: “zo streng als links is voor een steenrijk emiraat ver weg, zo voorzichtig opereert het doorgaans in de omgang met minderheden thuis die vanuit hun geloof niet veel anders denken over vrouwen en lhbti-plus dan de Qatarezen.” Een bijzonder betoog.

Bijzonder omdat ‘minderheden thuis’ van een hele andere orde zijn dan ‘de Qatarezen’. De ‘minderheden’ thuis die ‘anders denken’ hebben in Nederland de vrijheid om te mogen denken wat ze willen. Er is geen wet in Nederland die zegt ‘gij moet zus en zo denken over vrouwen of lhbti+’. Gelukkig is die er niet. In Nederland hebben we de vrijheid om ergens anders over te denken dan alle anderen. Het staat al die anderen ook vrij om jouw manier van denken verwerpelijk te vinden. De ‘strengheid’ naar de Qatarezen is gericht tegen de Qatarese overheid en haar wetgeving. Niet tegen wat de inwoners van Qatar vinden. De Qatarese overheid en wetgeving probeert mensen juist wel op te dringen wat ze moeten denken en vinden. De Qatarese wetgeving beperkt de vrijheid van haar inwoners.

Bijna aan het einde van zijn column geeft hij een advies aan links: “Ik zou zeggen: wees consequent, veroordeel achterstelling van bepaalde groepen niet alleen daar maar ook hier. Protesteren tegen de hoofddoekplicht in Iran gaat moeilijk samen met het verdedigen van de hoofddoek hier.” Het probleem in Iran is niet dat vrouwen hoofddoeken dragen. Het probleem is dat de overheid hen dwingt tot iets. De Iraanse overheid decreteert: ‘gij zult een hoofddoek dragen.’ Het probleem met Nederlandse partijen die de hoofddoek willen verbieden, is dat ze willen dat de Nederlandse overheid hetzelfde doet als de Iraanse, namelijk mensen dwingen tot iets: ‘gij zult geen hoofddoek dragen’. Het recht van de Iraanse vrouw om geen hoofddoek te dragen en het recht van de Nederlandse vrouw om er wel een te dragen, baseren zich op dezelfde vrijheid, namelijk de vrijheid van het individu om zonder dwang van wie dan ook en zeker zonder overheidsdwang, te bepalen welke kleren de persoon draagt. Het probleem van ‘links’ is dat het meegaat in een discussie over onvergelijkbare onvergelijkbaarheden. Hameren op universele rechten laat zich prima combineren met andere waarden. Problemen ontstaan pas als ‘waarden’ worden opgedrongen via wettelijke ge- en verboden. Als de vrijheid van het individu wordt aangetast om bepaalde normen op te dringen.

Politiek correcte politieke incorrectheid

“Ook de linkse media weten er niet goed raad mee. Soms druipt de politieke correctheid er vanaf. In een tweekolommetje besteedt De Volkskrant op de binnenpagina aandacht aan de voetbalrellen, terwijl er dagenlang aandacht en verontwaardiging was voor de Sinterklaasrellen in de gemeente Staphorst.” Dit schrijft criminoloog en antropoloog Hans Werdmölder in een artikel op de site Wynia’s Week. Een artikel naar aanleiding van de rellen die uitbraken na de winst op de Belgen van het Marokkaanse voetbalelftal.

Bron: Flickr

Volgens Werdmölder waren die rellen een gevolg van ‘botsende culturen’: “de feminiene Nederlandse c.q. Belgische christelijke cultuur, de macho Riffijns-islamitische cultuur en de hedendaagse straatcultuur.” Dit leidt tot: “onzekerheid, geweld en criminaliteit,” bij de jeugdigen. Of dat zo is, weet ik niet en daar gaat het mij ook niet om. Het gaat mij om de uitspraak waarmee ik deze prikker begon.

De manier waarop media met de voetbal- en sinterklaasrellen omgingen en de ‘politieke correctheid’ die daarvan afdruipt. Dagenlange verontwaardiging over de ene rel, de Sinterklaasrellen, en twee kolommetje op de binnenpagina voor de andere, de voetbalrellen. Een bijzondere vergelijking van twee ongelijke gebeurtenissen. Bij beide gebeurtenissen werd de openbare orde geschonden en speelde de politie een belangrijke rol, dat hebben ze gemeen. Dat is dan ook de enige overeenkomst.

Aan de ene kant, al dan niet door ‘botsende culturen’ en daardoor ‘onzekere jongeren’ veroorzaakt geweld en crimineel gedrag met geen ander doel dan rotzooitrappen. Aan de andere kant intimidatie en geweld om te voorkomen dat een andere groep gebruik kan maken van het democratisch recht om via een demonstratie je mening ergens over te uiten.

Bij beide rellen speelde de politie een belangrijke, zij het niet gelijke rol. Bij de voetbalrellen speelde de politie de rol die we van haar mogen verwachten. De rol van handhaver van de openbare orde. Een handhaver die optreedt als die orde wordt geschonden en dat was het geval toen de blijdschap na de overwinning van het Marokkaanse elftal uitliep op vernielingen en geweld tegen de politie die hiertegen optrad. Bij de Sinterklaasrellen was die rol de rol van ‘toeschouwer aan de zijlijn’. Een toeschouwer die toekeek en niet ingreep bij intimidatie en geweld van de ene groep tegen de andere. Een toeschouwer die haar plicht, het garanderen van het recht om te demonstreren maar vooral het beschermen van burgers tegen intimidatie en geweld door anderen, verzaakte.

Dat verschil in doel tussen de doelloze voetbalrellen en de doelbewuste aantasting van het democratische recht van burgers maakt, de vergelijkbaarheid die Werdmölder suggereert, onhoudbaar. Onhoudbaarheid die nog wordt versterkt door de rol van de politie, handhaver van de openbare orde en veiligheid in het ene geval en plichtsverzaker in het andere. Dit maakt Werdmölders vergelijking een gotspe.

Dit maakt het verschil in media-aandacht niet meer dan terecht en laat zien dat ‘de linkse media’ juist goed raad weten met dergelijke rellen. Dat er niets ‘politiek corrects’ afdruipt van dat verschil in media-aandacht. Sterker nog, de politieke correcte  politieke incorrectheid van Werdmölder door deze twee ongelijke gebeurtenissen gelijk te verklaren, is stuitend.

Institutionalized racisme denken

Films bevatten soms prachtige uitspraken. Neem het gesprek tussen de gevangenen in Shawshank redemption als ze te horen krijgen dat de na meer dan vijftig jaar gevangenschap vrijgelaten Brooks zich van het leven heeft benomen. Red, gespeeld door Morgan Freeman spreekt dan de woorden: “He’s just institutionalized. … The man lived here 50 years Heywood, 50 yeard. This is all he knows. In here, he’s an important man, He’s an educated man. Outside he’s nothing. Just a used-up con …” Ook in mindere films zitten soms mooie uitspraken. Aan een ervan moest ik denken bij het lezen van de column van Harriet Duurvoort in De Volkskrant: “assumption is the mother of all fuck ups.”

Brooks verlaat de gevangenis

De uitspraak is afkomstig uit de B-film Under Siege 2: Dark Territory. met actieheld Steven Seagal in de hoofdrol. Het karakter van Seagal lijkt onder de trein te zijn gekomen, maar als er toch nog bad guys dood worden gevonden, vraagt het personage gespeeld door de acteur Al Sapienza of ze het lijk hebben gezien. ‘Ik zag hem vallen en ik zag bloed, dus ik nam aan dat ….’ Waarop Sapienza’s personage de volgende legendarische uitspraak doet: “Assumption is the mother of all fuck ups!” 

Waarom moest ik hieraan denken? Recentelijk verscheen het statistisch onderzoek van het CBS naar de vraag of door de toeslagenaffaire gedupeerde ouders door die affaire ook hun kinderen kwijt raakten door uithuisplaatsing. Conclusie van dat onderzoek was dat toeslagenouders een bovengemiddelde kans hadden om met jeugdbescherming in aanraking te komen. “ Van alle niet-gedupeerde ouders krijgt ongeveer 1,07 procent over een periode van drie jaar te maken met een kinderbeschermingsmaatregel. Bij gedupeerden van de toeslagenaffaire was dat maar liefst 3,98 procent.” Zo is te lezen in een artikel van Jesse Frederik bij De Correspondent. Maar die affaire was hiervan niet de oorzaak. Uit de statistische analyse bleek namelijk dat de groep toeslagenouders in veel grotere mate dan de gemiddelde ouder in andere risicogroepen viel. “Zo stond maar liefst 24 procent van de gedupeerde ouders in het jaar vóór de terugvordering van kinderopvangtoeslag geregistreerd als wanbetaler in de zorgverzekeringswet (tegen 2 procent bij niet-gedupeerde ouders); 52,9 procent van de gedupeerde ouders was jonger dan 25 toen ze hun eerste kind kregen (11,9 procent bij niet-gedupeerde ouders); 48 procent was alleenstaand ouder (14 procent bij niet-gedupeerde ouders); 18,4 procent had een verdachte van een misdrijf in huis (4,6 procent bij niet-gedupeerde ouders), en 43,9 procent zat in de laagste 20 procent van de inkomensverdeling (11 procent bij niet-gedupeerde ouders).”

Volgens Duurvoort is er: “geen reden om de vlag uit te hangen.” Want er is een ander probleem: “Casper Albers, die als hoogleraar toegepaste statistiek aan de RUG in de begeleidingscommissie zat van het CBS-onderzoek, suggereert dat er bij uithuisplaatsingen ‘structureel en massaal gediscrimineerd’ wordt. Hij twitterde tamelijk emotioneel om de bevindingen van de begeleidingscommissie in een andere context te plaatsen dan ‘toeslagenslachtoffers zijn niet vaker slachtoffer van uithuisplaatsingen’. Uit Albers’ tweet: ‘Of je nu toeslagenaffaireouder bent of om een andere reden in de problemen zit; Turken worden 9x(!) zo vaak gepakt als Nederlanders. Surinamers 7,5x. Marokkanen, Antillianen, enz: 6 keer.’” Volgens Duurvoort aanleiding om: “na te gaan of (on)bewuste vooroordelen en culturele waardeoordelen een rol spelen in de jeugdbescherming,” want een: “racistisch vooroordeel is niet iets waar men zich überhaupt van bewust,” hoeft te zijn: “Maar daarom moet het wel bespreekbaar zijn.” Want: “institutioneel racisme is ontwrichtend voor het functioneren van de rechtsstaat.” Dat mensen vooroordelen kunnen hebben is een feit, dat dit bespreekbaar moet zijn en dat institutioneel racisme ontwrichtend is zijn ook feiten. Dat maakt echter nog niet dat als mensen met een niet-westerse achtergrond vaker ‘gepakt’ worden dat er dan sprake is van discriminatie.

Duurvoort redeneert van het CBS onderzoek naar ‘institutioneel racisme. Voor een mogelijke verklaring, gaat ze ‘buurten’ bij Black Lives Matter in het algemeen en ‘de prominentste pleitbezorger van deze beweging’, zoals Duurvoort Dorothy Roberts noemt, in het bijzonder. “Gezinnen uit gemarginaliseerde gemeenschappen, zoals inheemse Amerikanen en arme Afro-Amerikanen, worden met diepgewortelde racistische vooroordelen bejegend en hun kinderen worden met ‘astronomische aantallen’ uit huis geplaatst. … Het systeem is in haar ogen niet bedoeld als kinderbescherming, maar als ‘family policing’: controlerend en straffend ingrijpen in kwetsbare gezinnen.”  ‘Omdat het systeem in de Verenigde Staten zo werkt, zal het in Nederland ook wel zo werken,’ lijkt Duurvoort te concluderen. Nu is Duurvoort niet de enige die zich hieraan schuldig maakt. Ook Ruben Mersch maakte recentelijk zich hieraan schuldig in een artikel over pijn. Mersch: “Pijn lijden is vervelend, maar als je vrouw bent, zwart, of een pijnpatiënt waarbij ze geen duidelijke biomedische oorzaak vinden, dan heb je dubbele pech. Dan heb je niet alleen pijn, je wordt ook nog eens niet geloofd.” Voor wat dat ‘zwart’ zijn betreft, baseerde hij zich op onderzoeken op enkele Amerikaanse eerstehulpafdelingen. Conclusies trekken op bevindingen uit de Amerikaans context voor de Nederlandse situatie is niet verantwoord. Dat de context en de geschiedenis in de Verenigde Staten een heel andere is dan de Nederlandse, wordt daarmee voor het gemak even terzijde geschoven. Voor de geïnteresseerden in die andere context, lees het boek Wat we van de Duitsers kunnen leren van de Susan Neiman. Ik schreef er al eerder over.

Net zoals het CBS bij haar onderzoek aangeeft niet uit te kunnen sluiten dat in individuele gevallen het slachtofferschap van de toeslagenaffaire de oorzaak kan zijn voor een uithuisplaatsing, is niet uit te sluiten dat vooroordelen van een jeugdbeschermer in individuele gevallen een rol kan spelen. Van die eventuele individuele vooroordelen naar ‘massaal gediscrimineerd’ worden of institutioneel racisme is flink wat stappen verder. De oorzaak van dat vaker ‘gepakt’ worden zou wel eens met voor een deel dezelfde risicogroepen te maken kunnen hebben, dan bij uithuisplaatsing maar vooral met inkomen. Van de mensen met een migratieachtergrond heeft meer dan 51% een inkomen tot € 20.000. Van de mensen met een Nederlandse achtergrond nog geen 35%. Daar zou wel eens de belangrijkste oorzaak kunnen liggen van dat ‘vaker gepakt’ worden om de woorden van Albers te gebruiken. Helaas blijft dat buiten beeld in onderzoeken naar ‘institutioneel racisme’. Na enkele jaren zal vervolgens blijken dat de ingezette maatregelen, de eventuele ‘diversiteitscursus’, de aan te stellen ‘chief diversity officer’, de diversiteitsquota enzovoorts, niets hebben veranderd omdat mensen met een niet-westerse achtergrond nog steeds veel vaker ‘gepakt worden’. De ‘assumption’ dat er sprake is van racisme en discriminatie, leidt tot de ‘fuck up’ van maatregelen die het probleem niet aanpakken. Wellicht is Duurvoort ‘institutionalized’ in het (institutioneel) racisme denken en kan ze de een wereld zonder dit denken niet meer aan, net als Brooks in Shawshank Redemption een wereld zonder gevangenismuren niet meer aankon?

Bijzondere crisisbestrijding

Sinds eind 2019 waart COVID 19 in verschillende vormen rond op deze aardbol. Een ziekmakend virus waarin in den beginne veel mensen stierven en dat de zorginfrastructuren van bijna alle landen overbelastte. Regeringen van verschillende landen namen daarbij verschillenede maatregelen in de hoop het virus te stoppen. Nou ja, niet alle regeringen. Er waren ook leiders van landen (zoals in de Verenigde Staten en Brazilië) die geen problemen zagen en de zaak op hun beloop lieten. Of, en zo ja hoe effectief iedere maatregel was, kon men vooraf niet weten. Dat er tijdens een crisis maatregelen worden genomen op basis weinig informatie is eigen aan een crisis. Zeker bij een pandemie met een zich exponentieel ontwikkelend virus, is snel actie geboden.

Bron: Pix4free

Als leider roep je bij zo’n dreigende pandemie, de virologen bijeen en vraagt hen jou te adviseren wat te doen. Omdat er veel onbekend is aan het begin van de crisis vraag je hen drie scenario’s uit te werken: van grootste ellende, via ellende tot beperkte ellende en je vraagt hen welk scenario zij adviseren. Dat bespreek je met gedragsdeskundigen, economen, andere specialisten en communicatiedeskundigen. Dan neem je samen met je ministers een besluit. Dat moet binnen een periode van een week gepiept zijn

Er zijn echter politici of eigenlijk is er een, die een viruspandemie op een andere manier denken te bestrijden. Die zouden zich als leider van een land eerst twee weken opsluiten en 25 boeken lezen over virologie. Die zouden in diezelfde twee weken 200 gesprekken voeren met deskundigen. Nu vraag ik me af hoe je dat allemaal in die twee weken kunt doen Met 200 gesprekken van een uur zijn de eerste acht van die veertien dagen al helemaal opgegaan aan die gesprekken en heb je niet kunnen eten en slapen. Dan heb je nog net geen 6 dagen over om die boeken te lezen. Bij gemiddeld 500 pagina’s per boek,  250 woorden per pagina en een leessnelheid van ook 250 woorden, kost het iets meer dan acht dagen om die boeken te lezen. Dan heb ik er nog geen rekening mee gehouden dat het lezen van onbekende wetenschappelijk literatuur veel meer tijd kost om te lezen dan een boeketreeksboekje.

En daarmee is die politicus er nog niet want in die resterende tijd schrijft hij, het is een hij, ook nog een visie op de aanpak van die pandemie. Als je dat een beetje onderbouwd wilt doen dan kost dat schrijven je ook nog wel een dag of 5 onafgebroken werken. Onze politicus is daarmee zeker 22 dagen onafgebroken in touw. Als we bij die dagen 8 uur eten, slapen en jezelf verzorgen per dag tellen, dan komen er nog een dag of zeven bij.

Een visie die hij vervolgens via een referendum aan het volk wordt voorlegt. Om dat volk vervolgens ook nog de tijd te geven zich in de materie te verdiepen en er zich een oordeel over te vormen en omdat het referendum nog georganiseerd moet worden, ben je zeker nog een maand of twee verder voordat er duidelijk is of het volk de visie van die leider steunt. Als je dan van het positieve geval uitgaat dat het volk die visie steunt, dan kun je pas daarna aan de slag met het nemen van maatregelen. Al met al ruim dertien maanden voordat er ook maar iets gebeurt. Als het aantal besmettingen van het virus zich in een week verdubbeld, dan is iedere zieke er in de twaalf weken die deze ene politicus er meer over doet, uitgegroeid tot 2.048 zieken. Om maar te zwijgen over het scenario dat het volk de visie van deze politicus afwijst want dan gebeurt er na die dertien weken nog steeds niets en is die ene zieke een week later uitgegroeid tot 4.096 zieken.

Bijzonder aan deze politicus is dat hij, Baudet, in de eerste maanden van 2020 toen de pandemie uitbrak een heel andere toon uitsloeg. De Kamer kon hem toen niet snel genoeg bijeen worden geroepen om over de toen dreigende crisis te spreken. Hij trok zich niet terug om die 25 boeken te lezen en die 200 gesprekken met specialisten aan te gaan. Als deze aanpak die hij verkondigde in een interview bij Geopolitics&Empire1] de les is die hij heeft geleerd van de COVID 19 pandemie, maakt dat hem dan niet volledig ongeschikt als leider?


[1] https://www.bitchute.com/video/VI8I0rJjup8/  Zo rond minuut 15 verkondigd Baudet deze crisisaanpak

Tot op de bodem of erdoor gezakt?

Ik schrok me een hoedje bij het lezen van de volgende kop boven een artikel bij De Dagelijkse Standaard: “700% oversterfte onder kinderen.”  Als er veel meer kinderen van 0–14 jaar sterven dan normaal, dan zou dat de media toch wel hebben gehaald? Hoe kon ik dat gemist hebben? Na het lezen van het tweede deel van de kop, gingen alle alarmbellen rinkelen, maar wel om een andere reden: “FVD en AfD eisen antwoorden van Europese Commissie.”

Bron: CBS

FvD-Europarlementariër Marcel de Graaf in het artikel: “Een stijging van 700% is schokkend. Dit moet tot de bodem uitgezocht worden. We hebben het hier over onze kinderen.” Ik lees dat De Graaf is geïnteresseerd: “in het antwoord op de vraag of het mogelijk verband houdt met het Covid-19 vaccin. Daarom wil hij ook weten of en zo ja hoe hier onderzoek naar wordt gedaan. Natuurlijk eist hij volledige transparantie over deze overlijdens.” Immers: “Een nieuwe Covid-19 prikronde gaat weer van start,” gaat hij verder, “deze keer met een vaccin dat niet getest is op mensen. Welke risico’s lopen de mensen? Welk risico lopen onze kinderen?” Zolang daar geen duidelijkheid over is heeft hij “een dringend advies: Laat je niet prikken.”

Daarom maar een begin gemaakt met dat uitzoekwerk. Dus naar het CBS, dat houdt de sterfte en oversterfte in Nederland bij. Daar trof ik de bovenstaande grafiek aan. Er blijken in week 35 iets meer dan verwacht 0-65 jarigen te zijn gestorven (410) dan verwacht (374). Maar dit alles nog binnen de statistische marge waarin 95% van de waarnemingen worden verwacht, tussen de 328 en 419. Week 35 wijkt hiermee niet noemenswaardig af van andere weken sinds 2020. Het lijkt mij heel sterk dat hier een oversterfte van 700% onder de 0-14 jarigen onderdeel van uitmaakt.

Maar Europa is groter dan Nederland, dus toch nog maar verder gezocht. Het artikel bevat een link naar de site The Exposé en daar schrok ik nog meer omdat daar wordt gesproken van een toename van 700% tot 1.600%, zestien keer zoveel kinderen gestorven dan verwacht. In dat artikel tabellen die laten zien dat er in heel Europa tussen de 545 en 841 meer kinderen in die leeftijdsgroep zijn gestorven dan verwacht. Welk van de twee cijfers juist is, hangt af van de basis en die blijkt te zijn verhoogd. Bij een stijging van 700% en uitgaande van die 841 meer gestorven kinderen zou dit betekenen dat er naar verwachting tot week 35 in heel Europa zo’n 120 kinderen zouden sterven. Dat lijkt mij heel weinig. Zeker omdat er in Nederland zo rond de geboorte al ruim 1.200 kinderen per jaar sterven, dat zijn er 100 per maand.

Het artikel bij The Exposé baseert zich op cijfers van Euromomo. Dit is: “a European mortality monitoring activity, aiming to detect and measure excess deaths related to seasonal influenza, pandemics and other public health threats.” Dat is dan de bron om dit tot op de bodem uit te zoeken. Op de site vinden we de onderstaande grafiek. Een grafiek voor de 0-14 jarigen die min of meer hetzelfde laat zien dan de CBS -grafiek voor de 0-65 jarigen, namelijk scores wat aan de hoge kant binnen de te verwachten bandbreedte. Die grafiek biedt ons nog een tweede mogelijkheid en dat is het berekenen van het percentage oversterfte. Gemiddeld (de basislijn) sterven er in Europa zo’n 328 kinderen van 0-14 jaar per week. In de 36 weken die er nu in zijn opgenomen zouden dat 36 maal 328 is 11.808 sterftes in deze leeftijdscategorie zijn. Een oversterfte van 841 kinderen betekent dan 7% en een oversterfte van 545 betekent 4,6% en geen 700% en zeker geen 1.600%

Voor degenen die vinden dat dit nog steeds een stijging is die noopt tot nader uitzoekwerk. Hieronder de cumulatieve oversterfte tot in enige week over de jaren 2017 tot en met 2022. Cumulatief ligt 2022 sinds zo ongeveer het begin van de zomer aan kop maar dat wil niet zeggen dat dit aan het einde van het jaar nog steeds zo is. Dan blijkt dat er ook in 2019 meer kinderen stierven en toen werd de stormvlag niet gehesen. Van vaccins tegen Covid-19 was toen nog geen sprake. Maar wacht eens, wat is de overeenkomst tussen 2019 en 2022? 2019 was voor Europa het warmste jaar ooit gemeten. Dit jaar is nog niet op z’n eind maar wat we wel al weten is dat de zomer zeer vroeg begon. In Spanje en Frankrijk werden al zeer vroeg temperatuurrecords gemeten en steeg het kwik geregeld tot boven de 40° Celsius.

Volgens mij ben ik daarmee wel op de bodem van het uitzoekwerk. Over bodem gesproken. Wat kunnen we zeggen van Europarlementariërs als De Graaf en media als De Dagelijkse Standaard en The Exposé? Hoe beoordelen we het overdrijven van sterftecijfers met een factor 100, of in percentages uitgedrukt met 10.000%? Zijn zij niet door de bodem gezakt?

De koning(in) en de nar

Bij De Correspondent verwijst Jan Bruin naar een artikel van de Amerikaanse hoogleraar theologie Alan Levinovitz. Bruin: “Volgens Levinovitz speelde de hofnar vroeger een belangrijke rol in het opwekken van verbijstering, en daarmee in het aanjagen van waardevolle discussies. Zijn favoriete hofnarren van tien jaar geleden, Jon Stewart en Stephen Colbert, zijn in Levinovitz’ ogen helaas gestopt met het opwekken van verbijstering. Ze zijn nu eerder predikanten.” Een interessante gedachte.

Jester and Monkey van Giovanni Boccaccio

In zijn artikel houdt Levinovitz een pleidooi voor ‘bewilderment’, Bruin vertaalt het met verbijstering, maar Levinovitz geeft aan het einde een synoniem dat de portee van zijn pleidooi beter weergeeft, namelijk verwondering. Verwondering zorgt voor flexibiliteit in de samenleving omdat het mensen de kans biedt om met elkaar in gesprek te gaan. Want zonder verwondering: “we become like tyrants: inflexible, certain, over-confident. Rigid oppositional binaries reign supreme. Religion vs. Science, Left vs. Right, Us vs. Them. Change is nearly impossible—the only way it can happen is through intensification of what we already believe, which isn’t really change so much as acceleration.”

De nar had in vroeger eeuwen een bijzondere positie aan de hoven van koningen en koninginnen. Wikipedia geeft een goede beschrijving van de rol en positie van de nar. “De nar had een bijzondere sociale positie. Enerzijds wekte hij de indruk onderaan de sociale ladder te staan, anderzijds was hij in de positie leden en gasten van het hof te doorgronden en hen voor de gek te houden. Hij kon ingaan tegen de heersende opvattingen, zonder dat hij ervoor gestraft werd. In die zin had hij juist een hoge sociale status.” De nar kon wijzen op gevolgen van keuzes van de koning of koningin en zo de ogen openen. De nar zorgde voor verwondering. Helaas hebben de narren van Levinovitz: “Stephen Colbert, Jon Stewart—(…) their calling,” verraden: “by turning into preachers.” En als predikanten iets bewerkstelligen, dan is het dat ze door hun stelligheid geen verwondering wekken. Zoals gezegd een interessante gedacht. Meer narren die voor verwondering zorgen. Die ons en vooral de huidige machthebbers een spiegel voorhouden. Ik zou er een andere gedachte tegenover willen zetten.

Als je naar onze huidige werkelijkheid kijkt, kun je dan niet betogen dat onze politici zich als narren gedragen? Narren die ons een karikatuur van de werkelijkheid voorhouden? Baudet met zijn ‘uilen van Minerva’, zijn boreale vergezichten en complotten. Wilders die ons wil laten geloven dat iedere moslim een terrorist is die achter iedere boom (en lantaarnpaal) verschuilt kan staan. Sylvana Simons die ons oproept tot zelfgeseling vanwege de brute misdaden van onze voorvaderen. Politici die, zoals FvD-Kamerlid Van Meijeren begrip kunnen opbrengen voor mensen die anderen bedreigen of die dat zelf doen, zoals zijn collega Van Houwelingen. Een premier zonder visie maar met selectief geheugenverlies en een gebrek aan lerend vermogen. Politici die problemen oplossen door door de ‘drenkeling’ niet te zien of hem te laten verdrinken omdat het reddingsvest dat we kunnen toewerpen niet het perfecte is. Zo zou ik nog wel even door kunnen gaan.

Hoe speel je nar als de koning of koningin zich de rol van nar aanmeet? Zou je de door Levinovitz beschreven houding van Colbert en Stewart niet kunnen zien als een positiewisseling? De nar die zich naar de rol van koning of koningin beweegt? Echter, om die rol serieus te kunnen vervullen, moeten ze van habitat verwisselen. Het theater en de tv-studio verlaten en de partijcongressen en bijeenkomsten bezoeken en daar de rol van koning of koningin spelen door anderhalf uur serieus en inhoudelijk te praten over belangrijke zaken? Door daar een cursus staatsrecht of een college rechtvaardigheid te verzorgen? Door een weloverwogen voorstel te doen voor het vlottrekken van een vastgelopen onderwerp? Dit zonder de ultieme stap te zetten en politiek actief te worden zoals de Oekraïense president Zelenski en de Italiaanse komiek Beppe Grillo deden omdat de nar dan echt koning wordt.

Een lesje geschiedenis deel 2

“Er is echter nog op een ander punt dat Van der Galien nodig een lesje geschiedenis nodig heeft en dat is de uitspraak dat Nederland tot voorkort een natiestaat was. Dat lesje geschiedenis komt in deel twee van dit lesje geschiedenis.” Met die woorden sloot ik deel 1 van de les geschiedenis af. Een les naar aanleiding van een artikel van Michael van de Galien bij De Dagelijkse Standaard. In het artikel geeft hij ‘geschiedenisles’ aan Jesse Klaver. Klaver deed bij Jinek de uitspraak dat ‘migranten dit Nederland hebben opgebouwd’. In deel twee zoals gezegd de uitspraak dat Nederland tot voor kort een natiestaat was.

Daarvoor eerst even naar Wikipedia.“ Een natiestaat of nationale staat is een staat met één dominante natie waarmee een soeverein territorium wordt geboden aan een bepaalde natie en haar culturele identiteit.”  Om te weten wat hier staat moeten we eerst weten wat een natie is. Een natie is een: “groep van individuen van hetzelfde staatsburgerschap die in een begrensd gebied wonen.” Maar ook wat een culturele identiteit is. Een identiteit is het: “eigen karakter van een persoon of groep.” En cultuur: “het geheel van normen, waarden, tradities, regels, kunstuitingen enz. van een land, volk of groep.” En nu in mijn woorden. Een natiestaat is een staat waarvan de mensen tot eenzelfde culturele groep behoren.

Typisch katholiek. De Heiligdomsvaart in Maastricht van 1962. Bron WikipediaCommons

Volgens Van der Galien was Nederland tot voorkort een natiestaat, een staat met mensen die tot eenzelfde culturele groep behoren. Mensen met dezelfde normen en waarden, tradities, regels en kunstuitingen. Nu zagen we in deel 1 al dat migratie een permanent kenmerk was van het gebied dat nu Nederland is. Migranten met andere taal, gebruiken en tradities. Als ik van der Galien goed begrijp zijn al die immigranten goed geïntegreerd met de al aanwezige Friezen, Hollanders en Zeeuwen. Of ze hebben samen een ‘nieuwe cultuur’ ontwikkeld. Een van twee, maar wat zien we bij het bestuderen van de geschiedenis.

‘Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen.’ Als er een uitspraak is die de verhoudingen in de Nederlandse samenleving het beste weergeeft, dan is het wel deze uitspraak. En nee, die heeft geen betrekking op het christendom en de islam. In zijn De Lage Landen 1780/1980. Twee eeuwen Nederland en België deel II 1914-1980 beschrijft historicus Kossmann de Nederlandse samenleving aan het begin van de twintigste eeuw als volgt: “Verzuiling betekent dat de staat het de grote, in hun levensbeschouwing onderscheidende groepen van de bevolking mogelijk maakt om hun dagelijkse leven geheel volgens eigen inzicht en behoefte te organiseren, in eigen scholen, jeugdbewegingen, universiteiten, huizen, sportclubs, vak- en wekgeversbonden, met instellingen voor sociale verzekering en voor de culturele verzorging van de volksmassa in theaters, weekbladen, zangverenigingen, leesportefeuilles enz., en in Nederland zelfs eigen radioverenigingen. … Dit was geen vredelievend pluralisme, dit was strijd. De gedachten en de levenswijze van een rooms-katholiek en een protestant, van een liberaal en een socialist werden voorgesteld als zo totaal verschillend, hun doeleinden werden gezien als vijandig aan elkaar, dat niet alleen samenwerking tussen hen onmogelijk was, maar dat zij ook werden geacht elkaar voortdurend aan te vallen in het niets ontziende gevecht om de laatste waarheid.[1]”

Nederland was een land van langs elkaar levende bevolkingsgroepen. Geen natiestaat maar een staat met erin verschillende naast elkaar heen levende naties. Was je katholiek dan kocht je je brood bij een katholieke bakker, voetbalde je bij een katholieke voetbalclub op de zondag. Als protestant ging je naar de protestantse bakker en voetbalde je bij een protestantse club maar dan op zaterdag. Zelfs de duiven vlogen gescheiden. Die ‘angst’ voor de ander zat er diep in en kende ook een ‘omvolkingstheorie’. De opdracht van de katholieke pastoor om ‘heen te gaan en je te vermenigvuldigen’ zorgde voor hoge katholieke geboortecijfers. Veel hoger dan de protestantse en dat leidde in protestantse kringen tot de vrees voor een katholieke meerderheid. Een meerderheid die er wel eens voor zou kunnen zorgen dat het gezag niet meer uit Den Haag maar uit Rome zou komen. Een van de laatste voorbeelden van de manier waarop de groepsdruk werd opgevoerd, betrof het Mandement van kardinaal De Jong uit 1954. Op straffe van het onthouden van de sacramenten werd het katholieken verboden om lid te zijn van de socialistische vakbond en socialistische vergaderingen bij te wonen, de socialistische pers te lezen of naar de VARA te luisteren.

De leden van Van der Galiens natiestaat zagen de Nederlandse staat in het geheel niet als één natie en behorend tot eenzelfde culturele groep.


[1] E.H. Kossmann, De Lage Landen  1780/1980. Twee eeuwen Nederland en België deel II 1914-1980, pagina 48-49