Open grenzen en arbeidsmigranten

Oorzaak en gevolg waren de eerste woorden die mij te binnen schoten toen ik het artikel van Jaques Monasch bij ThePostOnline las. Monasch maakt zich druk over alles wat er fout is in de Europese Unie en toen ik de volgende passage las, dacht ik aan die twee woorden: “Het vrije verkeer van werknemers heeft geleid tot de uitholling van beroepen en tot oneerlijke concurrentie met als gevolg steeds lagere lonen. Om die reden moet de arbeidsmigratie aan banden worden gelegd.”

MOOIWEERAARDBEIENFoto: BN De Stem

Ja, door het vrije verkeer van personen kwam de Poolse aspergesteker, stukadoor en fabrieksarbeider naar Nederland en al snel werd hij gevolgd door zijn Bulgaarse of Roemeense collega. Monasch lijkt een punt te hebben: sinds deze arbeidsmigranten komen, worden beroepen uitgehold, lonen lager en de concurrentie oneerlijker. Dus de grenzen dan maar sluiten voor deze arbeidsmigranten.

Maar wacht eens even, klopt die redenering wel? In tijd gingen eerst de grenzen open en daarna de lonen omlaag en zonder open grenzen zou dit niet kunnen gebeuren, maar is het eerste daarmee ook de oorzaak van het laatste?

Ja, zij krijgen meestal minder betaald dan hun Nederlandse collega’s waarvoor de werkgever een CAO loon moet betalen. Een lager loon omdat zij via allerlei schimmige maar toch legale uitzendconstructies worden ingehuurd. Via bijvoorbeeld uitzendbureaus gevestigd in Polen die deze mensen in dienst hebben volgens de Poolse wet en arbeidsvoorwaarden. En ja, hierdoor werden en worden Nederlandse arbeiders uit de markt geprezen.

Zou de oorzaak van die uitholling, oneerlijke concurrentie en de lagere lonen die daarvan een gevolg zijn, niet het gevolg zijn van al die schimmige constructies? Zijn die schimmige constructie niet het gevolg van een gebrek aan daadkracht, of erger, wilskracht van onze politici om wettelijk te bepalen dat iemand die in Nederland zijn werk verricht, volgens de Nederlandse CAO betaald moet worden?

Rendement van een kind

Beste Frank Kalshoven, in uw wekelijkse Het spel en de knikkers in de Volkskrant houdt u een hartstochtelijk pleidooi voor minder deeltijdwerken. “Maar in Nederland overdrijven we schromelijk de andere kant op. Individu én maatschappij hebben er alle belang bij de doorgeschoten deeltijdcultuur krachtig te gaan bestrijden.” Zo eindigt uw betoog. De maatschappij heeft daar belang bij omdat daardoor belastinggeld binnenkomt, het individu omdat hij of zij zo het hele leven economisch zelfstandig kan zijn. “De kern van de zaak hierbij is: we investeren per kop pakweg 150 duizend euro belastinggeld in het onderwijs aan kinderen en jongvolwassenen. … We hebben er, als investeerder in nieuwe generaties, belang bij dat die investering rendeert.” 

Onderwijs.jpg

foto: Yulius

Ik begrijp uw redenering, toch roept deze enkele vragen bij mij op. Hoeveel uur werk is volgens u voldoende om die investering te laten redeneren? Fulltime is nu veertig uur, dat is echter ook maar een afspraak. Zoals u wellicht weet, was een werkweek vroeger veel langer en werkten zelfs kinderen soms wel meer dan twaalf uur per dag en dat minimaal zes dagen in de week. Als meer uren, meer rendement betekent, zouden het er dan ook tweeënzeventig kunnen zijn?

Belangrijker dan die vraag is de vraag of de uren die iemand niet werkt, geen rendement voor de samenleving opleveren? Met andere woorden, is betaald werk de enige manier om rendement te creëren? Leveren de uren die ik steek in de opvoeding van mijn kinderen geen rendement op? Of de uren die ik besteedde aan het zorgen voor mijn overleden vader? Of de uren die ik besteed aan het begeleiden van het honkbalteam van mijn zoon? Allemaal zaken die me geen geld opleveren, moet ik daar dan maar mee stoppen?

De belangrijkste vraag is of we  onderwijs aan kinderen primair als een economische investering moeten zien? Als het primair een economische investering is, waarom besteden we dan zoveel geld aan kinderen die nooit rendement op zullen leveren?

Naar de bron

“Occupy heeft inderdaad niet de neoliberale wereldorde omver geworpen, maar Bernie Sanders, Syriza, Jeremy Corbyn en Podemos zijn ondenkbaar zonder het voorwerk van Occupy.” Dit schrijft Hassan Bahara in de Volkskrant bij zijn bespreking van het boekje Ik kom in opstand van Eva Rovers. Volgens Bahara, ik heb het boekje nog niet gelezen,  handelt het boek over de kracht, of eigenlijk de zwakte, van opstanden via sociale media. Bij deze ‘digitale opstanden’ ontbreekt de onderlinge verbondenheid die, volgens Rovers, nodig is voor succesvolle sociale veranderingen. Rovers onderbouwt haar betoog met het Occupy voorbeeld, de Egyptische opstand tegen Mubarak en Black Lives Matter. Bij Occupy en Black Lives Matter vindt Bahara de voorbeelden van Rovers niet overtuigend.

bronFoto: Woon & Leven

Of de voorbeelden het betoog van Rovers versterken, kan ik niet beoordelen, ik heb haar boek niet gelezen. Dat weerhoudt mij niet om kanttekenen bij de redeneringen van Bahara te plaatsen. Zou Syriza in Griekenland er werkelijk niet zijn geweest zonder Occupy? Dat zou betekenen dat Syriza haar visie op de wereld aan Occupy te danken heeft, dat Sanders, Corbyn en Podemos putten uit het gedachtegoed van Occupy. Dat zou betekenen dat het denken ingrijpend is gewijzigd door Occupy en dat Occupy een nieuwe visie op de wereld heeft geformuleerd.

Een vreemde gedacht omdat diverse auteurs de ‘Occupy’ boodschap al vóór 2011 brachten. Neem John Cassidy en Wat als de markt faalt” uit 2009, Benjamin Barber en zijn Cunsumed uit 2007, Naomi Klein in No Logo uit 1999 en Hans Achterhuis en zijn Het rijk van de schaarste uit 1988 om er slechts een paar te noemen. Een oude boodschap trouwens, in de negentiende eeuw bracht Karl Marx deze al. Trouwens niet alleen ‘schrijvers’, ook demonstranten zoals de Indignados in Spanje vlak voor het eerste Occupy tentenkamp op Wallstreet of bij de diverse bijeenkomsten van de Wereld Handelsorganisatie zoals in 1999.

Zou het kunnen dat Occupy niet de bron is maar dat het uit dezelfde bron put als Corbyn, Sanders, Syriza en Podemos?

Door de bank genomen

De Brexit is nu al een flinke tijd in het nieuws. Alle hel en verdoemenis scenario’s aan de ene en jubelscenario’s aan de andere kant zijn de revue al een gepasseerd. De Amsterdamse wethouder Kajsa Ollongren zet alles op alles om haar stad te laten profiteren van die Brexit.

verleiders

Namens het het bestuur van Amsterdam probeert zij allerlei financiële instellingen te verleiden om naar Amsterdam te komen, zo valt te lezen in de Volkskrant. Die‘ bedienen’ nu vanuit Londen de Europese markt en als de Britten werkelijk afscheid hebben genomen van de Europese Unie, dan wordt dat lastig omdat Londen dan buiten die Unie ligt. En, net als bij de ‘Tesla-frabiek’ strijden ook hier meerdere steden (overheden) om de gunsten van de financiële sector, naast Amsterdam strijden Dublin, Frankfurt en Parijs. Ollongren wil hierbij het Nederlandse ‘bonussen beleid’ opnieuw bezien: “We moeten kijken in hoeverre wij als Nederland last hebben van deze regel.” Een discussie waard, maar een die ik nu niet wil voeren.

Waarover dan wel? Over de vraag of we die grotere financiële sector wel moeten willen? “We doen dit niet voor de banken. We doen dit omdat de financiële sector als geheel belangrijk is voor de Nederlandse economie en de Amsterdamse werkgelegenheid. Ik vind dat we daarbij moeten inzetten op wat moet worden in plaats van wat is – de klassieke banken dus. Daarom praat ik in Londen met fintech-bedrijven. Vernieuwende start-ups,” aldus Ollengren. Is die financiële sector wel zo belangrijk? Of eigenlijk moet ik de vraag anders stellen: is de financiële sector niet te belangrijk gemaakt? Wat voor een financiële sector willen we?

‘Fintech-bedrijven’ en vernieuwende start-ups’ dat klinkt spannend en uitdagend. De ‘klassieke bank’ van Ollengren ontwikkelde rente derivaten, verzamelde leningen in grote pakketten waarvan niemand meer wist wat ze nu eigenlijk waard waren en drong je deze producten vervolgens op. Die waren innoverend, vernieuwend en vooral op zoek naar eigen winst. Hierbij namen ze onverantwoorde risico’s waar de belastingbetaler de ‘rekening’ van moest betalen. Die werd zo ‘door de bank genomen’ om het plastisch uit te drukken.

Moet de financiële sector niet saai en doorzichtig zijn? Eigenlijk niet meer als een klassieke bank, bijvoorbeeld de ouderwetse Boerenleenbank. Een bank waar mensen hun geld stalden en die dat heel voorzichtig uitleende aan particulieren en bedrijven. De bankdirecteur kende iedereen want hij woonde immers in dezelfde stad of hetzelfde dorp. Moet de financiële sector niet weer gewoon saai, doorzichtig en vooral dienend worden?

The battle for Tesla

Elon Musk is een populair en bekend miljardair-ondernemer en zijn bedrijf Tesla, de maker van elektrische auto’s, schijnt een fabriek te willen gaan bouwen in Europa. Vele steden en streken schijnen te azen op die nieuwe fabriek. In Nederland zijn Noord-Nederland Twente, Rotterdam en Noord-Brabant in de race. Volgens Elsevier dingen: Van Portugal tot het noorden van Duitsland: zo’n 300 gebieden (…) mee, die allemaal zeggen hun eigen unieke voordeel te hebben.” 

tesla

Foto: Bloomberg

Een strijd tussen overheden om een bedrijf binnen te halen. Een strijd waaraan vast veel tijd, energie en geld wordt besteed. De komst van de fabriek naar de stad of streek geeft immers een boost aan de werkgelegenheid. En niet alleen in de fabriek, maar ook bij toeleveranciers. Bovendien is het voor een streek een mooi pr-verhaal. Toch knelt er iets.

Waarom strijden al die steden en streken (en dus hun overheden) om een fabriek? Sterken nog, waarom gaan overheden op deze manier de competitie met elkaar aan? Een competitie waaraan volgens Elsevier 300 gebieden deelnemen en er tussen de 297 en 299 verliezen? Waarmee concurreren die gebieden? Waarom laten overheden zich tot zo’n onderlinge strijd verleiden? Welke middelen gooien ze in de strijd, goedkope grond, belastingvoordelen of allebei?

Begin vorig jaar stond het warenhuisconcern V&D op omvallen en dat zou voor kaalslag in binnensteden zorgen. Kaalslag die, volgens velen door de gemeenten bestreden moet worden. De gemeente als redder van de beleggers in winkelpanden. Daar heb ik toen vraagtekens bij geplaatst. Ik vroeg me af wat het algemeen belang is van zo’n geldverslindende strijd tussen steden om winkelketens naar binnensteden te lokken.

Kunnen we bij ‘de strijd om Tesla’ niet ook de vraag stellen wat het algemeen belang is van een strijd tussen overheden? Is dit niet veel te ver doorgevoerde ‘marktwerking’?

21ste eeuwse oplossing

Beste meneer Asscher,

Met veel belangstelling heb uw artikel bij Joop gelezen waarin u reageert op een kritiek op u van Barbara Baarsma in de Telegraaf. U verzet zich tegen de voorstellen van Baarsma die erg overeenkomen met: “de ideeën van D66 en de VVD, die ook vinden dat hét recept voor onze arbeidsmarkt bestaat uit het afschaffen van vaste contracten — via de duur of de uitholling van de ontslagbescherming. ‘Vast’ aantrekkelijker maken voor werkgevers, door ‘vast’ af te schaffen of anders te definiëren.”  U maakt zich hard voor een eerlijke beloning voor eerlijk werk en vaste arbeidscontracten voor vast werk. Baarsma slaat de plank volgens u mis met haar voorstellen: “ook al worden ze geflankeerd door aantrekkelijke woorden als “modern” en “positieve prikkel.”  U geeft aan: “graag in discussie met experts van diverse gebieden,” te gaan.

21ste-eeuw

Beste meneer Asscher, ik ben geen econoom, geen arbeidsmarktdeskundige doch slechts een eenvoudig historicus. Ik lees wel geregeld werk van economen en een van hen, de Zuid Koreaan Ha-Joon Chang, schreef dat economie voor 95% gezond verstand is en dat de overige 5% ook geen hogere wiskunde is. Laat ik, al zeg ik het zelf, wel in bezit zijn van gezond verstand, daarom deze brief aan u.

Ik ben het met u eens dat vele veranderingen tegenwoordig worden verkocht met ‘positieve’ termen als modern(iseren) flexibiliseren enzovoorts en het afschaffen van vaste contracten is, daar ben ik het met u eens, niet erg modern. Sterker, dat is terug naar de negentiende eeuw, de eeuw van de dagloner die maar moest afwachten of er die dag voor hem werk en dus inkomen was.

Voor u is: “het vaste contract (de) hoeksteen van zekerheid voor werknemers en gezinnen.” Dat mag dan wel uw uitgangspunt zijn, het is voor velen niet de werkelijkheid en die velen worden er steeds meer, ondanks al uw pogingen om daar wat aan te doen. Zou het kunnen dat uw oplossing ook ‘de plank misslaat’ en niet ‘modern’ is? Lijkt het vaste contract niet een twintigste eeuwse oplossing die niet meer voldoet in de eenentwintigste eeuw? Een oplossing die het probleem niet oplost, lijkt mij geen oplossing.

Zou het helpen om het probleem vanuit een ander frame te bekijken? Een frame waarin betaald werk niet meer de oplossing is van alle kwalen omdat er niet voldoende werk is voor iedereen? Wat als we ‘er zijn’ zien als het belangrijkste in het leven? En voor dat ‘er zijn’ krijg je een voldoende basis(inkomen)? Voor meer dan die basis moet je zelf zorgen en dat kan via werk. Zou dat de positie van de werknemer niet enorm versterken? Wellicht zijn flexibele contracten dan helemaal geen probleem meer. Zou dat een eenentwintigste eeuwse oplossing kunnen zijn?

Als u hierover met mij van gedachten wilt wisselen, laat het me weten.

 

“Geen meetbaar effect”

Volkskrant-columnist Martin Sommer is geen voorstander van windenergie. In zijn column concludeert hij: “Wind op zee wordt veel goedkoper. Maar 6 miljard weggegooid geld, blijft weggegooid geld.” Die conclusie baseert hij op het beroep dat de Nederlandse staat heeft aangespannen tegen het Urgenda-vonnis, de uitspraak van de rechter dat het kabinet zich moet houden aan de afspraak om de CO2 uitstoot vóór eind 2020 met een kwart terug te brengen. “Dijksma voerde daartegen aan dat het aandeel van Nederland in de internationale CO2-uitstoot al heel klein is, namelijk 0,35 procent. De extra maatregelen die de rechter heeft bevolen, leiden volgens de rekenaars van de Staat tot 0,000045 graden minder klimaatopwarming.”

belastingen

Illustratie: www.trabvv.be

Dat is inderdaad verwaarloosbaar en dan is zes miljard weggegooid geld. Sterker nog, als de Nederlandse bijdrage aan de CO2-uitstoot maar 0,35 procent is, waarom zouden we dan überhaupt iets doen? Het zal best dat die extra maatregelen maar zo weinig bijdragen en dat de bijdrage van Nederland aan de CO2 uitstoot zeer beperkt is. Als dat voor een land geldt, dan geldt dat zeker voor een individu. Omdat ik nu wat koude voeten heb, zal ik de thermostaat nog maar een paar graadjes hoger zetten, de uitstoot van die ene kuub gas die ik daardoor extra verstook, daar is de temperatuurstijging nog onmeetbaarder van. Dan moeten er nog een vrachtwagen nullen achter de komma en voor de vier bij: “geen meetbaar effect.”

Beste meneer Sommer en wat belangrijker is minister Dijksma, is dit niet een wat al te simplistische redenering? Waarom zou dan de Duitse, Amerikaanse op Chinese regering wel iets doen? Ja, de bijdrage aan de CO2 uitstoot van China is veel groter dan de Nederlandse, dus zou China eerder iets moeten doen. Alleen waarom zou China dat doen, de bijdrage van de gemiddelde Chinees is veel geringer dan van de gemiddelde Nederlander. En alhoewel de gemiddelde  Amerikaan waarschijnlijk het meest van alle ‘gemiddelde wereldburgers’ bijdraagt, is die bijdrage zo nihil dat een vermindering ervan geen meetbaar effect” zal hebben.

Beste minister Dijksma, als u zich achter een dergelijke redenering blijft verschuilen, wilt u dan bij staatsecretaris Wiebes aangeven dat ik dan geen belastingen meer betaal. Die paar centen die ik bijdraag op ongeveer € 260 miljard: “Geen meetbaar effect.” 

Koopt Nederlandsche waar!?

Een paar dagen geleden schreef ik over VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer die de industrie weer terug wilde halen naar Nederland. Een nieuw kabinet zou het economische beleid van Trump moeten overnemen, zo betoogde De Boer. Op de site Opiniez ontvouwt Rutger van den Noort een plan om dit te bereiken. Hoe ziet dat plan eruit?

nederlandsche-waar

Illustratie: Uw Drie Kernen

Als eerste: “naast de inkopen van de Nederlandse overheid zelf, worden alle bedrijven verplicht om via een “Nederlandse leverancier-tenzij”-principe al hun inkopen te doen in Nederland.” Zo ontstaat er vanzelf weer een maakindustrie en die: “kan dan vervolgens groeien en zijn vleugels gaan uitslaan: de multinationals van de toekomst.” Zou hij dat werkelijk geloven? Wat let andere landen om een zelfde strategie te kiezen als de Nederlandse? Waar moet die Nederlandse maakindustrie dan haar vleugels uitslaan? Belgen kopen dan immers alleen maar Belgisch, Duitsers Duits, Russen Russisch enzovoort. Dat betekent dat voor een Nederlandse fabrikant de markt wordt beperkt tot Nederland, schaalvergroting zit er niet in. De kosten van mijn machine die makkelijk voor heel Europa kan produceren, moet ik dan terugverdienen op alleen de Nederlandse markt. Wat zou dat voor de prijzen van de producten betekenen?

Oh, nee ik hoef geen machine want Van den Noort lost dat op een andere manier op: “De gezonde bijstandtrekkers moeten vanuit de overheid worden gedwongen in de nieuwe fabrieken te werken (eerste jaar volledig betaald door de overheid, waarna bedrijven worden verplicht deze mensen over te nemen). Migranten die wachten op hun status worden daarnaast verplicht om in de nieuwe fabrieken te werken in ruil voor opvang.” Gedwongen werken, heet dat niet slavernij?  En als ik als bedrijf ‘gratis’ arbeiders krijg, waarom zou ik ze het tweede jaar dan betalen? Wat let me om ze er na een maandje uit te gooien en vervolgens nieuwe ‘gratis’ slaven van de overheid te nemen? Zou dat betekenen dat bijna iedereen op bijstandsniveau leeft? Wie moet dan allemaal die producten van die fantastische Nederlandse maakindustrie kopen?

“We moeten verder vooruit kijken. Het wordt tijd voor een nieuwe Nederlandse visie op werkgelegenheid. Met een gezonde dosis kapitalisme, met een gezonde dosis nationalisme en een gezonde dosis omkijken naar elkaar. Volledige werkgelegenheid in 2021 is geen utopie,” zo eindigt Van den Noort zijn betoog. Inderdaad het beeld dat hij oproept heeft niets van een utopie, het lijkt veel meer op een dystopie.

Schuldeneconomie in schuldsanering

Mensen en gezinnen in nood omdat zij in de schulden zitten, je kunt er een tv-serie over maken en je kunt er kranten over vol schrijven. Dat laatste doet bijvoorbeeld Hanne Obbink in Trouw. Obbink beschrijft het relaas van Karin Welgraven. Een triest relaas dat laat zien hoe makkelijk het is om in de schulden te komen en hoe lastig het vervolgens is om eruit te komen. Instanties die elkaar tegenwerken, hoe de schulden worden opgedreven met kosten van aanmaningen, in beslagnames enzovoorts die de schuldeisers moeten maken. Gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de hulp bij schuldsanering en tegelijk ook schuldeiser zijn.

schuldenIllustratie: FietsUniek

Vorige maand adviseerde  bestuurskundige Roel in ’t Veld in opdracht van het kabinet de Tweede Kamer over verbeteringen in de aanpak van de schuldenproblematiek.  “Het aantal voorschriften is enorm terwijl het hier gaat om een categorie mensen die niet is uitgerust om met bureaucratie om te gaan. Er is geen andere groep in Nederland die aan zoveel regels moet voldoen,” aldus In ’t Veld. Zijn conclusie en dus de aandachtspunten: door het teveel aan regels schiet de hulpverlening zijn doel voorbij en het systeem van toeslagen: “als mensen hun inkomen te laag inschatten, en dus meer toeslag krijgen dan waar ze achteraf bezien recht op hadden, moeten zij vaak grote bedragen terugbetalen, terwijl dat geld al is uitgegeven.”  Natuurlijk volgt ook het advies aan overheidsdiensten om beter samen te werken zodat hulpverleners sneller kunnen optreden.

Een gedegen advies waar een nieuwe regering mee aan de slag kan en waarmee overheidsdiensten hun voordeel kunnen doen. Minister Klijnsma zegt er ook al veel aan te hebben gedaan, zo is er extra geld om de kwaliteit van de hulpverlening te verbeteren, alleen werkt het tij tegen. Door de crisis zijn veel mensen in de schulden geraakt en is de problematiek complexer geworden.

Toch zit er iets niet helemaal lekker. Er ontbreekt iets. Als je die mobiel niet ineens kunt betalen, dan koop je hem toch op afbetaling, 14% kredietvergoeding bij de Wehkamp. Een toestel van € 250  af te betalen in 39 maanden kost je dan uiteindelijk meer dan € 300. Wie doet er trouwens nog meer dan drie jaar met een toestel? Om te kunnen studeren, moeten vele jongeren zich in de schulden steken en hopen dat ze dat later terug kunnen betalen. Kopen op afbetaling, consumptief krediet, credit card, allemaal zeer makkelijk te verkrijgen. ‘Geld lenen kost geld’, een kreet die geldverstrekkers verplicht aan iedere reclameboodschap moeten plakken. Zou het geld lenen niet aan banden moeten worden gelegd? Zouden we die schulden gedreven economie niet moeten aanpassen?

Moet de schulden gedreven economie niet in de schuldsanering?

Jubelende beurzen en alarmbellen

Hij is nog geen president, nog geen enkel van zijn voornemens in de campagne geuit, is in een wetsvoorstel of actie gegoten en toch vindt VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer dat een nieuw Nederlands kabinet Trumps plannen deels moet overnemen, zo valt te lezen in Dagblad de Limburger van 1 december 2016. “Volgens de werkgevers is er nu te veel aandacht voor ‘sympathiek klinkende reparatiemaatregelen die de overheid veel geld kosten’, zoals het schrappen van het eigen risico. VNO-NCW wil dat het geld bijvoorbeeld gaat naar het isoleren van huizen, de aanleg van nieuwe energiesystemen en het terughalen van industrie naar Nederland.”

robot

Foto: Trouw

Als iets stuk is, dan repareer je het. Bedoelt De Boer omdat hij het  begrip ‘reparatiemaatregel’ gebruikt, dat er werkelijk iets stuk is, bijvoorbeeld bij dat eigen risico? Dat even, maar niet onbelangrijk, terzijde.

Waarom heeft die industrie Nederland verlaten? Was dat niet steevast met het argument dat de kosten van arbeid zo hoog waren? Een Chinees of Vietnamees werkt immers voor een fractie van het Nederlandse loon. Waarom zouden die bedrijven hun productie weer naar Nederland verplaatsen? Zijn de lonen zoveel gedaald? Niet echt, en zeker niet tot Vietnamees niveau. Waarom zou zo’n bedrijf dan terugkomen? Wellicht omdat de arbeider overbodig is omdat een robot het werk kan doen, een volautomatische fabriek met een paar hoogopgeleide techneuten? Een fabrieksverplaatsing die het betreffende bedrijf transportkosten scheelt omdat er dichter bij de consument wordt geproduceerd?

Waarom zou de overheid moeten investeren in iets wat het bedrijfsleven kosten bespaard? Is dat niet iets wat bedrijven goed zelf moeten kunnen betalen? Zeker als je leest dat bedrijven staan te popelen en zo’n 100 miljard willen investeren in tien tot twintig projecten. Dat bedrag kan echter niet worden geïnvesteerd, aldus de Boer, zonder een overheidsinvestering van 7,5 miljard. Waarom niet één of twee projectjes minder en dan zonder overheidsinvestering?

Zouden die 7,5 miljard werkelijk zo cruciaal zijn? Of zijn die bedoeld om de kas en winst van de bedrijven verder te vullen en te spekken? Als dat het economische beleid van Trump is, dan valt te begrijpen dat de Amerikaanse beurzen alle records breken. Zouden die ‘jubelende beursberichten’ niet de ‘alarmbellen’ voor Joe Sixpack zijn?  Zou die niet meer baat hebben bij ‘sympathiek klinkende reparatiemaatregelen’? Net als zijn Nederlandse tegenvoeters Jan en Janneke Modaal?