Vrije markt, of toch niet?

Volgens Alexander Sassen van Elsloo staan we aan de vooravond van een ‘enorme ramp’, zo valt te lezen bij Opiniez. Een economische ramp waarbij de crisis van 2008 in het niet zal vallen. De oorzaak van die ramp: “een elite (die) zich met van alles en nog wat bemoeit, zo ook met de economie.” Dat zou die elite (de overheid) niet moeten doen, want: “Als mensen met rust worden gelaten (staat is er voor bescherming van lijf en eigendom), dan is er een vrije markt waaruit juiste prijzen voortkomen. Deze prijzen geven weer impulsen om meer of minder te consumeren, dan wel meer of minder te investeren. Over- of onderproductie komt nauwelijks voor (wordt gelijk afgestraft) en alleen de meest solide projecten krijgen daarvoor financiering.”

Hayek

Omdat de overheid zich wel met de economie bemoeit, loopt alles in het honderd. De reden, omdat: “de overheid handelt (…) met onvolledige dan wel onjuiste informatie.”  De markt kent dit falen niet, die heeft alle informatie in zich vervat. De Oostenrijker Friedrich Hayek , de belangrijkste grondlegger van het neoliberale denken, zou het niet beter kunnen verwoorden. En, overheidsbemoeienis leidt tot slavernij, zo betoogt Hayek in zijn boek Road to Serfdom. De ‘schuldensamenleving’ die ook Sassen van Elsloo constateert, zou je kunnen zien als die moderne vorm van slavernij. Sassen van Elsloo heeft een punt.

Of toch niet. Kwam de grote ‘verschulding’ niet juist op gang toen de overheid de regels voor het bankwezen versoepelde? Toen de overheid bankiers en verzekeraars de ruimte gaf om ‘innovatieve’ maar vooral ondoorzichtige producten op de markt te brengen. Producten zoals beleggen met geleend geld en ‘collaterized mortgage obligations’. De ruimte om tophypotheken te verstrekken aan mensen zonder een inkomen om de erbij horende lasten te kunnen betalen. De ruimte om grote sommen geld zonder enige belemmering te verschuiven van de ene naar de andere kant van de wereld. Toen de overheid dat deed waar Sassen van Elsloo voor pleit: geen overheidsbemoeienis?

De overheid moet zich niet met de economie bemoeien, alles moet vrij zijn. Nou ja alles? Wijkt hij in een tweede artikel niet van af: “Dat arbeid maar vrij moeten kunnen bewegen en dat het pensioenstelsel demografisch ondersteund moet worden, kan dan economisch in eerste instantie kloppen, de secondaire effecten zullen desastreus zijn voor maatschappij en dus ook voor de economie.”  Als vrije migratie schadelijk is, zouden er dan niet meer schadelijke effecten kunnen zitten aan een vrije markt? Zou de overheid dan niet ook op andere punten moeten ingrijpen? Zou ook te weinig overheidsbemoeienis tot een economische crisis kunnen leiden?

Om de parallel van Hayek met slavernij door te trekken. Hoe zijn de slavernij of de kinderarbeid aan hun einde gekomen? Was het een gevolg van ‘marktwerking’ dat de slaven hun vrijheid verkregen? Of was het de overheid die het verbood?

Afweren, afschuiven en afbetalen

In de Volkskrant een artikel waarin Arnold Karskens de ‘schuldigen’ van het verdrinken van vluchtelingen in de Middellandse zee aanwijst. Aan de ene kant zijn dat de diverse ‘hulporganisaties’ zoals Artsen zonder Grenzen: “die met hun reddingsboten tot vlak voor de kust migranten oppikken.” Aan de andere kant is dat de Europese Unie en haar migratiebeleid en dan vooral Frans Timmermans als vice voorzitter van de Europese Commissie, want in die hoedanigheid is: “hij medeverantwoordelijk voor het bepalen en uitvoeren van het Europese migratiebeleid.” Ook ‘Turkije-deals hoeven niet op de zegen van Karskens te rekenen, want dan: “blijft de Europese Unie afhankelijk van de grillen van president Recep Tayyip Erdogan. Als hij de sluizen openzet en de stroom aanzwelt, herhalen zich ook hier de rampen van 2015 en 2016 met zo’n 1.240 doden.”

VluchtelingenkampFoto: Flickr

Het EU-beleid deugt volgens Karskens niet en moet worden vervangen door het Australische: “beleid-‘No Way’ dat een illegale migrant ooit een verblijfsvergunning krijgt.” Als er migranten zijn die toch de gok wagen, dan moeten ze in kampen zoals Australië die op Nauru en Manus heeft aangelegd, worden opgevangen. Zo’n aanpak voorkomt dat mensen met gammele bootjes proberen de overtocht te maken en onderweg verdrinken, zo betoogt Karskens.

Afhankelijk zijn van de grillen van de ‘Erdogans’ van deze wereld, is niet wenselijk, daar heeft Karskens een punt. De vraag is of de Australische aanpak vrij is van dergelijke grillen. Is Australië niet afhankelijk van de ‘grillen’ van de regering van Nauru of Papoea-Nieuw-Guinea waar Manus bij hoort? Wat zou er gebeuren als die landen hun medewerking aan de ‘Australische aanpak’ opzeggen?

De Australische kampen zijn dan: “Misschien geen pretje maar menselijker dan Timmermans opendeurpolitiek want alleen al in 2017 zijn bijna hetzelfde aantal mensen op de EU-drempel verdronken.” Zouden de vluchtelingen op deze eilanden die in een uitzichtsloze situatie zitten, daar hetzelfde over denken?

Is het bovendien niet vragen om problemen als je, zoals Karskens wil, het vluchtelingenprobleem op lost zonder aandacht te besteden aan het probleem van de vluchtelingen? Zolang de problemen in Syrië, Irak, Afghanistan, Eritrea, Soedan, Mali enzovoorts bestaan, blijft het probleem van de vluchtelingen bestaan. Zolang de EU geen goed werkend systeem voor legale arbeidsmigratie opzet, zal de migrant andere wegen blijven zoeken.

Wellicht stopt met de aanpak van Karskens de oversteek in bootjes en dus het overlijden door verdrinking. Of daarmee het overlijden wordt gestopt is lang niet zeker. Als iedere land een aanpak van ‘afweren, afschuiven en afbetalen’ toepast, kan niemand vluchten en dan is het maar de vraag of er dan niet veel meer mensen sterven.

Ministerie voor Staatszekerheid

Op 15 januari 1990 bestormden woedende demonstranten het hoofdkantoor van het Ministerium für Staatssicherheit, afgekort de Stasi. De Stasi was de geheime dienst van de Deutsche Democratische Republik, de DDR. Voor de jeugdigen onder ons, Oost-Duitsland een land dat na de Tweede Wereldoorlog ontstond in de Russische bezettingszone van het voormalige Duitse rijk en dat in 1991 weer werd samengevoegd met West-Duitsland waardoor het huidige Duitsland ontstond. De Stasi was een van de meest succesvolle geheime diensten en is vooral bekend, of beter berucht, geworden door de manier waarop de eigen bevolking werd bespioneerd. Een van de opgaven van de dienst was namelijk het bestrijden van ‘politiek incorrect gedrag’ onder de burgers. Hiervoor had de dienst een uitgebreid netwerk aan ‘informellen’ (informanten) opgezet waartoe naar schatting één op de vijftig inwoners behoorden, maar wat zij niet van elkaar wisten.

Stasilogo

Illustratie: Wikipedia

Hieraan moest ik denken bij het lezen van een column van Annabel Nanninga. Om het gevaar van ‘moslimterrorisme’ te bestrijden is het tijd voor: “effectieve, simpele maatregelen nu het nog kan.” Wat zijn die maatregelen? Naast het bijna sluiten van de grenzen voor vluchteling en het terugsturen van illegalen, zijn dat alle ‘correspondentie’ in moskeeën en het islamitisch onderwijs in het Nederlands. Wel vreemd dat dit alleen voor het islamitisch onderwijs geldt en niet voor bijvoorbeeld het hoger- en universitair onderwijs dat meer en meer in het Engels wordt gegeven.

Als klappen op de vuurpijl: “Wie willens en wetens kiest voor een geloof dat onlosmakelijk verbonden is met terreur, moet accepteren dat de diensten hun oor wellicht eens te luisteren leggen in je clubhuis.“ en: “Monitoren, monitoren, monitoren en hinderlijk volgen,” van mensen die ‘in beeld zijn’ bij de inlichtingendiensten. En om niet te ‘discrimineren’: “Desnoods stel je de maatregel in voor alle religies, veel plezier met het aftappen van Franciscanen en Vrijgemaakt Gereformeerden.” Nanninga stelt deze maatregelen voor om: “Mensen die bang zijn en hun overheid wantrouwen,” het vertrouwen terug te geven dat de overheid hen beschermt.

Zouden deze maatregelen werkelijk ‘effectief’ en ‘simpel’ zijn? In de DDR was er een heel apparaat voor nodig met zeer veel ‘informellen’, zouden computers deze ‘informellen’ kunnen vervangen? Een Nederlands ministerie voor Staatszekerheid, het ‘Staze’. Belangrijker: zou zo’n ‘georganiseerd’ wantrouwen, mensen vertrouwen geven? De ervaringen in de DDR lieten wat anders zien.

Niets te vrezen, of toch wel!

Dezelfde woorden in de titel van deze column als gisteren met een klein verschil. Gisteren eindigde de titel met een vraagteken en nu met een uitroepteken. Nee, de DNA-databank waar ik gisteren over schreef, is er nog niet, dat lukt niet binnen één dag. Toch ging er bij mij een alarmbelletje rinkelen toen ik in de Volkskrant las van het Amsterdamse PIT, het Preventief Interventie Team. Het team: “wil risicokinderen vanaf 6 jaar tijdig opsporen en door ingrepen in hun leefomgeving voorkomen dat zij afglijden in de criminaliteit of hun school niet afmaken.” Het team maakt daarbij gebruik van een screeningsmethode waarmee ze: “de risicofactoren bij een kind die kunnen leiden tot een anti-sociale ontwikkeling, meten.

belastingontwijking

Illustratie: Amsterdam-Noir – WordPress.com

Positief dat deze kinderen al vroeg worden geholpen. Want: “Ontwikkelt een kind zich beter, dan neemt bijvoorbeeld de kans af dat het agressief gedrag vertoont. Want agressie is in de theorie van Swaab het gevolg van een ‘niet goed gelukte sociale ontwikkeling’: het kind heeft geen beschikking over alternatief gedrag en kan impulsen niet beheersen.” Swaab is hoogleraar neuropedagogiek Hanna Swaab die aan de basis staat van deze aanpak. Daarom moeten: “ongunstige omgevingsfactoren van een kind zo vroeg mogelijk positief (worden beïnvloed), om zo zijn sociale ontwikkeling te verbeteren.” En dat is wat het PIT doet, de omgevingsfactoren zo vroeg mogelijk positief beïnvloeden.

Maar toch, wat doet het met een mens en vooral een kind, als hij of zij al op jonge leeftijd als een probleem en zelfs als potentiële crimineel wordt gezien? Als alle activiteiten en daden van de jeugdige worden gewogen en gezien met criminaliteit als frame? Wordt ‘belletje trekken’ dan gezien als een stap in de ontwikkeling naar een criminele carrière en niet als onschuldig kattenkwaad?

Gedrag dat de kans op iets vergroot, wil niet zeggen dat dit iets ook werkelijk gaat optreden. Iedereen met een staatslot weet dat er ‘kans’ is op de hoofdprijs, maar dat die prijs met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet op jouw lot gaat vallen. In ieder geval laat dit zien dat mensen die ‘niets verkeerd hebben gedaan’, toch wat te vrezen hebben.

Waarom wordt zo’n aanpak niet ook toegepast op ander gedrag dat leidt tot antisociaal gedrag? Antisociaal gedrag zoals belastingontduiking en -ontwijking? Er zullen vast ook omgevings- en gedragsfactoren zijn die dergelijk gedrag kunnen voorspellen.

Niets te vrezen, of toch wel?

Dagblad de Limburg besteedde de afgelopen weken veel pagina’s aan de onopgeloste moord op Nicky Verstappen. Net als in de zaak rond Marianne Vaatstra vindt er een DNA-onderzoek plaats. In Dagblad de Limburger van vrijdag 23 juni 2017 reageert briefschrijver Henk Peters op dit onderzoek: “Van mij mogen ze iedereen DNA afnemen, gewoon al bij de geboorte. Iedereen moet verder gevraagd worden dit af te staan.” Peters ziet vele voordelen: “Een grote DNA-databank heeft onder andere het voordeel dat een misdrijf sneller wordt opgelost, maar ook heeft het een preventieve werking. De crimineel zal wel twee keer nadenken voor hij iets doet.” Voor de meeste mensen verandert er niets: “Doe je niets verkeerd, dan is er niks aan de hand en je DNA komt verder niet in beeld.”

datalek

Illustratie: MKB Servicedesk

Het lijkt mij verschrikkelijk om als ouder je kind te moeten begraven. Vreselijk als het kind door een misdrijf om het leven is gekomen en extra vreselijk als de dader maar niet wordt opgespoord en berecht. Inderdaad zou een DNA-databank bij kunnen dragen aan het oplossen van zo’n en andere misdaden en het vervolgens berechten en bestraffen van de daders. Dus maar doen die DNA-databank, als je niets verkeerd doet, heb je immers niets te vrezen. Doen, maar dan natuurlijk wel met goede waarborgen zoals wanneer er in de bank mag worden gegrasduind. bijvoorbeeld alleen bij bepaalde soorten misdrijven. En die digitale gegevens moeten natuurlijk goed worden beveiligd. Het mag niet zo zijn dat de eerste de beste hacker de bank kan ‘beroven’.

Wacht eens even, goede waarborgen kun je die wel garanderen? Ja, je kunt in wetten vastleggen wat de overheid er wel en niet mee mag doen. Laat de praktijk niet zien dat overheden en overheidsdiensten zich niet altijd aan die wetten houden? Inlichtingendiensten die tegen de wet in gegevens aftappen, opslaan en ‘verhandelen’ aan hun collega’s uit andere landen? Zelfs als de overheid zich wel aan die wetten houdt, wie garandeert mij dat die wetten niet worden aangepast en de bank vervolgens ook voor andere doeleinden wordt gebruikt? Hoe zouden de opgeslagen gegevens worden gebruikt als uit onderzoek zou blijken dat mensen met een bepaalde genen-combinatie vijftig procent kans hebben om crimineel te worden? Zouden we dan de aandrang kunnen weerstaan om iedereen te onderzoeken op de aanwezigheid van die genen-combinatie en wat zou er vervolgens gebeuren met degenen die positief worden bevonden op de aanwezigheid van die genen-combinatie? Laten de ervaringen uit het verleden niet zien dat gebruik en misbruik van bepaalde uitvindingen en technieken hand in hand gaan? Is zo’n databank dan nog steeds een goed idee?

Daar komt bij dat de eerste ‘bankroverproof’ bank nog gemaakt moet worden, net als de eerste hack-vrije gegevensbank.

‘Nails in shallow water

Josephine Bersee uit Hong Kong reageert via een ingezonden brief in de Volkskrant van woensdag 21 juni op een uitspraak van Jamile el Mourabet, diversity consultant bij Aan Amro, in dezelfde krant maar dan op de 20ste juni. El Mourabet vroeg zich af waarom mensen zich bemoeiden met de namen van haar kinderen (Hicham en Louay). Met Nederlands klinkende namen zouden die kinderen het immers veel makkelijker hebben in dit land, El Mourabet hierover: “Waarom zouden mijn zoons niet zichzelf mogen zijn, met hun eigen naam en hun eigen cultuur?” Dit vormt de kern van haar werk aldus El Mourabet: “Ik sta voor iets anders.”

Namen

Illustratie: Fieggentrio – blogger

Volgens Bersee is: “het aanpassen van namen een gewoonte van immigranten uit alle windstreken in alle immigratielanden door de geschiedenis heen.” En om beide ‘culturen’ tevreden te stellen adviseert zij: “geef het kind een Nederlandse en een Marokkaanse naam. Chinezen combineren westerse en Chinese namen al eeuwen en het heeft hun culturele identiteit niet in het minst aangetast.” Overigens stelt Bersee het recht die namen te kiezen die men wil, niet ter discussie.

Wat zegt een naam tegenwoordig nog over de afkomst? De tijden dat je aan een voornaam al kon zien uit welke streek iemand kwam, is allang voorbij. De Limburgse Sjang of Sjeng is uitgestorven. Kees, Jan Marietje en Truus worden ‘al generaties’ niet meer gebruikt. Xavi, Jari, Kimberley Charlene, Milan en Roxanne komen tegenwoordig wat vaker voor. Jim, James, Jill en Ivy gevolgd door Luna, Hailay en Amber. Wat te denken van Sven, Britt, Holger, Björn, Jill, Jane of Arwen, gewoon gebruikt door Nederlandse ouders. Of wat te denken van een trio uit een geboorteadvertentie die ik recentelijk las: Djaeysen het broertje van Kaeyen en Kaeylinn, kinderen met een pa en ma met oer-Nederlandse achternamen.

Dubbele namen, een goed idee. Alleen welke Nederlandse naam gebruik je? Djaeysen-Hicham dat bekt niet helemaal lekker, net zomin als Henk-Hicham, Kimberley-Louay of Truus-Louay. Jan-Hicham allitereert dan weer lekker en zou om die reden wel een mooie combinatie zijn. Wat zijn dan nog ‘Nederlandse’ namen?

Wat zegt trouwens een naam over afkomst? Laatst zag ik iemand voor het eerst waarmee ik via mail en telefoon al vaker contact had. Een oer Friese naam en een alles behalve bijpassend uiterlijk. Is deze discussie niet ‘searching for nails in shallow water’ om een ‘Nederlandse’ uitdrukking aan te halen?  Wat zegt het trouwens over het werk van El Mourabet?

Jeuk, krabben en prikken

Via een connectie op LinkedIn kreeg ik een vraag van iemand onder ogen: “Ik ben bezig met het maken van een vitaliteitsbeleid, om de medewerkers van gemeente … nóg vitaler te maken (gezond van lichaam en geest, plezier in je werk en een prettige en inspirerende werkomgeving). Nu zoek ik een pakkende slogan om het management én mijn collega’s te enthousiasmeren. Wie weet iets?!” Onder deze vraag vele ideeën voor een slogan en verwijzingen naar mensen die hierin wellicht iets zouden kunnen betekenen.

jeuk

Foto: Women’s Health

Bij mij begon er iets te kriebelen toen ik dit las. nu kan het gaan kriebelen van enthousiasme en dat is positief. Dat was in dit geval in ieder geval niet het geval. Nee, het begon op een andere manier te kriebelen. Eigenlijk is jeuken beter, want deze ‘kriebel’ voelde wat minder lekker. ‘Nóg vitaler’ maken, schrijf je zoiets niet op als je eigenlijk precies het tegenovergestelde bedoelt? Als je in dit geval wilt zeggen dat de medewerkers over het algemeen ongezond van lichaam en geest zijn, geen plezier in het werk hebben en een niet inspirerende werkomgeving hebben? Dat was de eerste jeuk die ik voelde alvorens ik begon te krabben.

Zoals het met jeuk is, krabben helpt niet, dat maakt het alleen maar erger. Wat zegt het als je een ‘pakkende slogan’ nodig hebt om het management en je collega’s te enthousiasmeren?  Zeg je dan niet dat het management uit een stel ‘zandzakken’ bestaat en je medewerkers een soort zombies zijn? Heb je een slogan nodig als je een inspirerende werkomgeving hebt met mensen die plezier in hun werk hebben? Dan is een slogan toch overbodig omdat de intrinsieke motivatie er is om er samen voor te gaan, om het beste uit jezelf te halen? Als dat zo is, waarom moet je er dan nog ‘beleid’ voor maken? Flinke jeuk en dus harder krabben.

Harder krabben leidt tot … meer jeuk. Hoe zie je je medewerkers als je ze zo benadert? Hoe serieus neem je ze dan? Zie je ze dan als mens of als een productiemiddel? Als je medewerkers als mens ziet, heb je dan ‘vitaliteitsbeleid’ nodig?

Het begon nog harder te kriebelen en daarom besloot ik maar om niet meer te krabben, maar te prikken.

‘Kerstbestand’

Al enige tijd is er een spotje op tv waarmee aandacht wordt gevraagd voor ‘veteranen’. Binnenkort is het immers nationale veteranendag. Vandaag hoorde ik de radiovariant ervan en ik dacht hoor ik het goed? Dus thuis even gegoogeld enzo kwam ik op de site van veteranendag. En ja, wat ik hoorde wordt daar bevestigd: In Nederland wonen en werken 115.000 veteranen, mannen en vrouwen, jong en oud. Ingezet in dienst van de vrede van de Tweede Wereldoorlog tot nu. Op veteranendag bedanken we onze veteranen.”

Kerstbestand

Foto: Bouveloo

Op het eerste gehoor en oog een mooie tekst. Vanwaar dan die vraag of ik het goed hoorde? Die vraag werd opgeroepen door de woorden ‘in dienst van de vrede’. Wordt hier beweerd dat Nederland altijd aan de goede kant vecht, namelijk de kant die vrede wil? Zouden de Indonesiers daar ook zo over denken? De Irakezen in Al-Muthanna die na het avontuur van Bush jr de Nederlanders op bezoek kregen? Of de Afghanen in Uruzgan? Zou het kunnen dat die daar heel anders over denken?

Als het zo is dat Nederlandse soldaten altijd in dienst van de vrede vechten, zouden de soldaten van de tegenstanders zich dan inzetten voor ‘onvrede’, voor oorlog? Of zou het kunnen dat ook zij op een ‘veteranendag’ in het zonnetje worden gezet omdat ze zijn ingezet in dienst van de vrede? Dat zou betekenen dat iedere soldaat ‘in dienst van de vrede’ wordt ingezet en dat ze elkaar bestrijdend, allebei vrede nastreven. Als beide zijden ‘in dienst van de vrede’ worden ingezet, zou gewoon stoppen met vechten dan niet de snelste weg naar vrede zijn?

Dan zouden ze al voor dat ze beginnen met vechten een soort Eerste-Wereldoorlog-Kerstbestand kunnen uitroepen, maar dan een van permanente aard. Voor degenen die het niet weten, in 1914 staakten de soldaten in de loopgraven met Kerst de gevechten. Ze klommen uit de loopgraven en gingen bij en met elkaar Kerst vieren.

Wellicht is het waarschijnlijker dat elke partij voor de ‘eigen vrede’ vecht en dus eigenlijk voor de overwinning en zorgt dat juist voor de strijd. Zouden de veteranen niet beter bedankt kunnen worden voor hun inzet voor het vaderland, dat zou minder aanmatigend zijn dan ‘ingezet in dienst van de vrede’?

‘Hedendaagse Europeanen’

Bij Elsevier een stukje geschiedenis om te verklaren waarom iets in het heden geen goed idee is door Jelte Wiersma. Volgens Wiersma ontwikkelt de Europese Unie zich tot een multicultureel en multi-etnisch rijk. Geen goed idee want de recente geschiedenis laat dit zien: “Het Britse, Franse, Duitse, Russische, Spaanse en Oostenrijks-Hongaarse. In deze rijken woonden mensen met verschillende talen, religies en etniciteiten. Ook woonden er soms mensen buiten deze rijken die zich tot een volk binnen de rijken voelden behoren. Zij waren als het ware geboren in een verkeerd (staats-)lichaam. Drie grote oorlogen verder en twee lessen konden worden getrokken. Een rijk kan alleen een stabiel land worden met een homogene bevolking onder buitenlandse druk of door gedwongen volksverhuizingen.” Niet doen dus, want multi-culturele en multi-etnische rijken dat is vragen om problemen.

Romeinse RijkIllustratie: commons.wikimedia.org

Jammer dat Wiersma niet verder teruggaat dan de negentiende eeuw, want als hij verder terug zou gaan, dan zou hij zeer succesvolle multiculturele en multi-ethnische rijken tegenkomen. Wat bijvoorbeeld te denken van het Ottomaanse rijk, dat bracht haar inwoners eerst ruim driehonderd jaar stabiliteit en een redelijke vorm van welvaart, alvorens het in de negentiende eeuw bergafwaarts ging. Of het Romeinse rijk, waarin mensen van verschillende etniciteit en cultuur hun thuis vonden. Dat bestond bijna duizend jaar. Trouwens, ook het heden kent nog zeer succesvolle multiculturele en multi-etnische rijken, wat bijvoorbeeld te denken van de Verenigde Staten of het huidige Rusland.

Volgens Wiersma ontstaat een stabiel land: “als een homogene bevolking samenwoont binnen duidelijke grenzen zonder minderheden die zich miskend voelen of inwoners die fundamenteel andere opvattingen huldigen.” Landen die dit niet hebben zijn instabiel. Om die instabiliteit weg te nemen maakte: “Het militaire apparaat dat de Franse ondergang moest voorkomen, (…) van Basken, Bretons en Normandiërs Fransen. Minder dan de helft van de Fransen sprak ruim honderd jaar geleden Frans. Door de invoering van de dienstplicht, als reactie op de Duitse dreiging en het bewust mengen van de volkeren binnen het Franse rijk ontstonden de hedendaagse Fransen.” Maar beste meneer Wiersma, bestond dat Franse rijk, zonder die ‘hedendaagse Fransen’ niet al enkele eeuwen?

Zou de ‘ondergang’ van multiculturele en multi-etnische rijken niet juist een gevolg kunnen zijn van het creëren van ‘hedendaagse Fransen’ en natuurlijk ook Duitsers, Nederlanders, Russen, Engelsen, Belgen enzovoorts? Van het opkomend nationalisme en het uitventen van verschillen tussen‘wij’ en zij’? Waren die oorlogen niet juist het gevolg van juist het maken van die ‘hedendaagse Fransen, Duitsers et cetera en juist niet van die multiculturele en multi-etnische rijken? Bovendien, als je ‘hedendaagse Fransen’ kunt creëren, zou je dan niet ook ‘hedendaagse Europeanen’ kunnen creëren?

We had to destroy the village in order to save it

Gisteren schreef ik over ‘vluchtelingendeals’, in de Volkskrant deed Martin Sommer dat ook. Volgens Sommer was de Turkije-deal niet ideaal maar toch een succes: “ De opvang rammelt, de verdeling van statushouders komt niet van de grond. Wat Jesse Klaver zegt, is vast waar: Syrische kinderen krijgen in Turkije geen onderwijs en er zijn er die moeten werken in textielfabrieken. Dat mag niet van de UNHCR. Maar dit soort bijbelexegese helpt weinig tegen de verdrinkingsdood. En het is een feit dat de ongecontroleerde migratiestroom is gestopt. Dit is wat politiek vermag; van een naargeestige toestand is het beste gemaakt.”

vietnam

Foto: Listosaur

In zijn artikel haalt Sommer de Orde van Advocaten aan die de verkiezingsprogramma tegen het licht hield en die: “deelde rode vlaggen uit waar ze strijdig waren met de beginselen van de rechtsstaat. Het oordeel was ‘geschokt’ in verband met het aangetroffen Trump-gehalte; vijf rode vlaggen, terwijl het er de vorige keer maar twee waren. In de tussentijd was er weliswaar een asielcrisis geweest en een reeks bloedige aanslagen. Maar met dat soort storende omgevingsfactoren konden de voorvechters van de grondrechten geen rekening houden.” Die advocaten snappen er dus niets van, je moet toch begrijpen dat aantasting van de rechtsstaat na zo’n vluchtelingencrisis en een serie aanslagen niet vreemd is. Zo beschermen we immers onze verworvenheden zoals onze ‘banen en sociale zekerheid’ en houden we rekening met het draagvlak onder de bevolking. We beschermen zo immers onze verworvenheden.

Weegt het beperken van de instroom van vluchtelingen op tegen het, ik formuleer het scherp, afbreken van de rechtsstaat, want dat is wat Sommer lijkt te beweren? Is niet juist de rechtsstaat een van onze belangrijkste verworvenheden? Een verworvenheid die zorgt voor vrede, welvaart en welzijn? Verschillen we niet juist door die rechtsstaat van de landen van waaruit deze mensen vluchten en van de landen die nu door velen als ‘veilige derde landen’?

Bescherm je je verworvenheden het beste door ze zelf af te breken? Dit lijkt wel op de Amerikaanse legerwoordvoerder die tijdens de Vietnamoorlog de beroemde uitspraak deed: ‘We had to destroy the village in order to save it’. Heeft de politiek er werkelijk het beste van gemaakt als de maatregel die zij neemt strijdig zijn met de beginselen van de rechtsstaat?