Election files 2: partijen uitsluiten

Na een kleine week gaf VVD-leider Dilan Yesilgöz antwoord op de vraag of haar partij nog in zee wil gaan met de PVV van Geert Wilders. “ Hij heeft opnieuw zijn kans verspeeld en heeft opnieuw zijn kiezers in de steek gelaten. In 2012 liep hij weg, terwijl ons land, op de rand van een economische crisis, juist behoefte had aan stabiliteit en leiderschap. Dertien jaar later, bleek er weinig veranderd. De laffe route van weglopen, is nog steeds de stijl van Wilders. Met zijn roekeloze gedrag, met zijn gebrek aan serieus uitgewerkte ideeën: keer op keer blijkt zijn eenmanspartij incapabel te zijn en niet te kunnen, maar vooral niet te wíllen leveren.” Met deze woorden lichtte zij haar besluit toe. Woorden waarmee Yesilgöz wil aangeven dat zij niet de partij en haar standpunten uitsluit, maar de persoon Wilders. Bijzonder omdat de partij alleen uit de persoon Wilders bestaat. Dat maakt het scheiden van de partij en de persoon lastig. In deze tweede Prikker onder de vlag Election files staat het uitsluiten van partijen centraal. Het uitsluiten van partijen is, zo betogen velen, niet democratisch want je sluit daarmee ook de kiezers van die partij uit. In deze Prikker onderzoek ik die uitspraak.

Onze Nederlandse democratie kenmerkt zich door de vele partijen. Partijen die allemaal een kans hebben op een zetel in de Tweede Kamer. Als een partij de kiesdeler haalt, dan krijgt deze partij een zetel in de Kamer. De kiesdeler wordt berekend door het totaal aantal uitgebrachte geldige stemmen te delen door 150, het aantal Kamerzetels. Sinds de invoering van het Algemeen kiesrecht is het nog nooit voorgekomen dat één partij meer dan de helft van de zetels veroverde bij een verkiezing. Gevolg hiervan is dat er altijd twee of meer partijen moeten samenwerken om tot een regering te komen die op steun kan rekenen van meer dan de helft van de Kamerzetels. Om een regering te vormen moeten er daarom altijd compromissen worden gesloten. Moeten partijen water bij hun wijn doen waardoor die wijn nooit zo smaakt als vooraf wordt gehoopt. Compromissen sluiten is makkelijker met partijen die dichtbij je staan qua denkbeelden. In een dergelijke constellatie is het niet handig als partijen elkaar al bij voorbaat uitsluiten. Immers, als partijen elkaar uitsluiten worden de mogelijkheden om een regering te vormen die op een meerderheid van de Kamerzetels kan steunen, beperkt. Er zijn immers minder ‘zetels’ die met elkaar willen samenwerken. Niet handig wil echter niet zeggen dat het niet democratisch is en dat daarmee kiezer buitenspel worden gezet.

Voor wat betreft ‘de kiezer buiten spel zetten, het volgende. De keuze van een partij om een andere in de ban te doen, betekent niet dat die partij de betreffende kiezers buitenspel zet. Zo’n besluit belet niemand om te stemmen op de partij van voorkeur. Bij verkiezingen wordt geen enkele kiezer buitenspel gezet. Zo’n uitspraak schept duidelijkheid. De kiezer weet voordat het vakje wordt gekleurd wat de gevolgen zijn van zijn stem op een van de beide partijen. Een stem op een van beide partijen betekent dat er niet met de andere wordt samengewerkt. Hierdoor wordt geen enkele kiezer buitenspel gezet. Alle partijen kunnen gewoon hun parlementaire werk doen waarvoor ze gekozen zijn. De metafoor van ‘buitenspel zetten’ is een verkeerde. Want als er in het geval van uitsluiting vooraf sprake is van ‘buitenspel zetten’, dan worden er na de formatie nog veel meer kiezers ‘buitenspel gezet’. Dan staat de gehele oppositie ‘buitenspel’. Kern van het spel is nu juist een strijd tussen coalitie en oppositie. Een spel dat voor de kiezer duidelijk maakt dat er andere keuzemogelijkheden zijn. Dat de meerderheid niet de wijsheid in pacht heeft. Het uitsluiten van een partij zet niemand ‘ buitenspel’ en is ook niet ondemocratisch.

Sterker nog, het uitsluiten van een partij kan juist zeer democratisch zijn. Een democratie staat open voor iedereen. Ook voor partijen die aan haar en vooral de rechtsstaat willen ondermijnen en afschaffen. Partijen die de basisnormen, waarover ik in de eerste Prikker in deze reeks schreef, aan de laars lappen. Elke zichzelf respecterende democratische partij doet zo’n partij in de ban. Ermee samenwerken is een hellend vlak. De PVV is zo’n partij. Een partij die uitblinkt door het gebrek aan democratie. Ze bestaat uit en draait om een persoon, Wilders, en kent geen interne tegenspraak. Een van de belangrijkste kenmerken van een democratie is juist tegenspraak. Het is een partij die de mensen verdeelt en ongelijk behandelt. Een partij die de rechterlijke macht ondermijnt door te spreken over ‘D66-rechters’, door rechters ‘knettergek’ en ‘PVV-haters’ te noemen en die het parlement ‘nep’ noemt. Dat laatste is bijzonder omdat hij geen conclusies uit trekt. Hij blijft lid van dat neppe parlement en is inmiddels het langst dienend Kamerlid. De PVV is echter niet de enige partij die op democratische en rechtsstatelijke gronden in de ban gedaan moet worden. Ook de Staatkundig Gereformeerde Partij zou om die redenen in de ban gedaan moeten worden. De partij behandelt vrouwen op een andere manier dan mannen en dat is in strijd met onze Grondwet.

In zijn boek Protecting Democracy in Europe. Pluralism, Autocracy and the future of the EU beschrijft Tom Theuns manieren waarop: “ autocratische invloeden in het beleid en de wetgeving van de Europese Unie op coherente wijze kunnen worden ingeperkt.”1 Hij onderscheidt hiervoor op hoofdlijnen twee mogelijkheden om autocraten binnen de EU in te perken. Als eerste wettelijke inperking van autocratische landen. Dit kan op een zachte manier, door: “sociale druk, dialoog en controle.2 Dit is de manier waarop de EU tot nu toe acteert tegen autocratische en naar autocratie neigende landen. Het kan ook op de harde manier, door: “maximaal coherente uitsluiting.3Dit moet ertoe leiden dat een autocratisch land, zo betoogt Theuns: “binnen de passende grenzen die worden gesteld door normatieve coherentie en de legitieme reikwijdte van de bevoegdheden van de EU, hoe minder democratisch een EU-lidstaat wordt, hoe minder invloed het over het algemeen zou moeten hebben op de wetgeving en beleidsvorming van de EU.” De tweede manier is: “politieke indamming. … Dit kan in de vorm van verschillende vormen van politieke niet-coöperatie en geen gebaren van goede wil, zoals gedeelde fotomomenten, uitwisseling van geschenken, gezamenlijke persconferenties en openbare felicitatieboodschappen uit te wisselen. … (A)utoritaire actoren in de EU-politiek moeten zoveel mogelijk politieke legitimiteit en prestige worden ontnomen door pro-democratische EU-actoren.4Een soortgelijke lijn kan ook worden gevolgd bij het omgaan met anti-rechtsstatelijke partijen.

Maximaal coherente uitsluiting is het van tevoren aangeven niet met een dergelijke partij samen te willen werken. Politieke indamming door niet met deze partijen te praten en door ze geen podium te bieden. Dus ook geen Kamer voorzitterschap van de Kamer. Want samenwerken met dergelijke partijen ondermijnt onze democratie en onze rechtsstaat. Daarom ageerde ik eind 2023 ook sterk tegen het advies van verkenner Plasterk om: “Te onderzoeken of er overeenstemming is of kan worden bereikt tussen de partijen PVV, VVD, NSC en BBB over een gezamenlijke basislijn voor het waarborgen van de Grondwet, de grondrechten en de democratische rechtsstaat.” Zoals ik toen aangaf zou: “Een zichzelf respecterende democraat zegt dat de in de Grondwet opgenomen grondrechten niet ter discussie staan. Een zichzelf respecterende democraat adviseert niet samen te werken met een partij die de in de Grondwet opgenomen rechten wil beperken. Een zichzelf respecterende democraat waarschuwt voor dit hellend vlak in plaats van het te adviseren.” Helaas hebben de VVD, NSC en VVD dat gesprek wel gevoerd. Daarmee hebben ze onze rechtsstatelijke democratie een slechte dienst bewezen. Een slechte dienst omdat het leidde tot de meest incompetente regering in onze parlementaire geschiedenis. Maar vooral een slechte dienst omdat de partijen aangaven dat die rechtsstatelijke democratie onderdeel van onderhandeling is en dus bij hen niet in goede handen is.

Dat de democratische rechtsstaat bij deze partijen niet in goede handen is, bleek ook bij de val van de regering. Aanleiding voor die val was het ‘tienpuntenplan’ van Wilders. De drie andere partijen gaven allemaal aan dat ze de tien punten wilden laten onderzoeken. Op zich is dat niet verkeerd. Dat is het achter wel als er punten bij zitten die in strijd zijn met onze democratische rechtsstaat en enkele van de punten zijn dat. Het afnemen van het Nederlanderschap van iemand met een dubbele nationaliteit na een gewelds- of zedenmisdrijf is in strijd met de democratische rechtsstaat. Het maakt namelijk dat Nederlanders verschillend behandeld kunnen worden. Door dit idee van Wilders niet expliciet af te wijzen, laten deze partijen zien dat zij het niet zo nauw nemen met de grondrechten. Dit laat zien dat het vlak dat met het advies van Plasterk is gaan hellen, verder is gaan hellen.

Het vlak is gaan hellen maar het is nog niet te laat. Daarvoor is het wel nodig dat echte democratische partijen erkennen dat de PVV en de SGP geen democratische partijen zijn en dat er met hen geen zaken worden gedaan. Minstens zo belangrijk is dat de reguliere media dit her- en erkennen. Dat zij deze partijen beschrijven voor wat ze zijn: niet democratisch en niet rechtsstatelijk. Aan de ene kant om de sociale druk op te bouwen en aan de andere kant door geen aandacht te besteden aan deze partijen. Door hun plannen, ideeën en in het geval van Wilders ook zijn x-berichten te negeren. En in verkiezingstijd door ze niet te interviewen en niet uit te nodigen voor lijsttrekkersdebatten. Dit steevast met de vermelding dat ze niet worden gevraagd omdat ze niet democratisch zijn.

1 Tom Theuns, Protecting Democracy in Europe. Pluralism, Autocracy and the future of the EU, pagina 127

2 Idem, pagina 133

3 Idem, pagina 137-138

4 Idem, pagina 143

Eerlijk volgens Yesilgöz

Verelendung, een door Karl Marx gemunt begrip waarmee hij de voortdurende verslechtering van de positie van de proletarische klasse bedoelde. Het is het derde in een reeks van vijf stadia van de ondergang van het kapitalisme. Ik moest hieraan denken toen ik VVD-leider Yesilgöz haar plan met de titel De Agenda voor Werkend Nederland[1] hoordepresenteren. Een plan met als ondertitel Omdat het eerlijker moet. Een bijzonder plan, waarbij ik dus aan Verelendung moest denken.

Bron: Flickr

Eerst even Marx en zijn vijf stadia. In het eerste stadium, de concentratie wet, vindt een concentratie van bedrijven. Bedrijven nemen andere over waardoor er steeds minder maar wel steeds grotere bedrijven ontstaan. In het tweede stadium, de accumulatie wet, proberen de overgebleven bedrijven hun bedrijf te laten groeien door te concurreren met de andere overgebleven grote bedrijven. Door die hevige concurrentie verslechtert de positie van de arbeider, het derde stadium, de Verelendung. Het steeds slechter behandelen van de arbeiders lost de problemen van de bedrijven niet op. Uiteindelijk worden arbeiders ontslagen en wordt de sociale ellende nog verder vergroot en zitten we in het vierde stadium, de crisistheorie. En als die crisissen elkaar in steeds hoger tempo opvolgen, zitten we in het laatste stadium, de ineenstorting van de kapitalistische maatschappij. Nu is Marx een groot wetenschapper een kundige beschrijver en duider van wat hij in zijn tijd zag gebeuren. Met zijn sociale en economische analyse van de negentiende-eeuwse samenleving was niet veel mis. Dat geldt niet voor zijn vermogen om de toekomst te voorspellen. Maar terug naar de VVD.

Ik moest aan Verelendung, verpaupering in goed Nederlands, denken bij het lezen van De Agenda voor Werkend Nederland.  Het plan is, zo is op de site te lezen: “het startschot van de VVD om de middenklasse weer op één, twee én drie te zetten. Een fundamenteel andere waardering van werkende mensen en ondernemers. Een fundamentele keuze om aan de kant te staan van iedereen die iets wil opbouwen en vooruit wil komen.” De middenklasse staat dus centraal. (W)erken moet lonen,” aldus de partij. Wat gaat de partij doen om werken te laten lonen? Twee concrete voorstellen die wat de VVD betreft al in 2026 in moeten gaan. Als eerste de energiebelasting met € 750 miljoen verlagen. Dat is mooi maar niet alleen voor de middeninkomens. Als tweede gaat de toeslag voor kinderopvang fors omhoog. De eerste is een generieke maatregel waar iedereen van profiteert ongeacht de hoogte van het inkomen. Van de tweede maatregel profiteren alleen mensen met kinderen die deze kinderen naar de opvang doen. Heb je geen kinderen dan kost die maatregel je alleen maar geld. Die toeslag moet immers ergens van worden betaald en zoals de VVD terecht constateert, dragen de middeninkomens het grootste deel van de belastinginkomsten. Iemand met een middeninkomen zonder kinderen zal er door deze maatregel op achteruit gaan. Als het doel is om de middeninkomens erop vooruit te laten gaan zijn dit niet de meest effectieve maatregelen. Er is meer.

Bij een goede bestudering van het boekwerk valt op dat de ‘hardwerkende Nederlander’ vooral een ondernemer is. Zo wil de partij een ‘ondernemersakkoord’ waarvoor ze: “Met de machete door het regelwoud” wil gaan. Mogen belastingen voor bedrijven niet omhoog. Wil de partij de salarisdoorbetaling van bij ziekte van die hardwerkende Nederlander met een middeninkomen, verlagen van twee naar één jaar.[2]

“We willen in een koopkrachtwet vastleggen dat werkenden er altijd meer op vooruit gaan dan niet-werkenden,” zo is te lezen op de website. Een bijzondere maatregel. De VVD wil de (midden)inkomens vooruit helpen door, als de lonen stijgen, de mensen met een uitkering er minder op vooruit te laten gaan dan de stijging van de lonen. Voor de werkende met een al dan niet middeninkomen betekent deze wet helemaal niets. Die krijgt geen extra geld in de beurs en aan het lonend zijn van zijn werk, verandert niets. Wat de VVD in haar plan doet, is de positie van de middeninkomens afzetten tegen mensen die het slechter hebben: mensen met een uitkering. De VVD zoekt de ‘verbetering’ van de middeninkomens in een verslechtering van de positie van mensen met een uitkering. De partij wil mensen met een middeninkomen tevreden houden door deze mensen erop te wijzen dat anderen het nog slechter hebben.

Op een slinkse wijze probeert de partij zo een groep buiten beeld te houden en dat is de groep van mensen met hoge inkomens en grote vermogens. Die profiteren net als iedere andere Nederlander maar wellicht nog wat meer dan iedere andere Nederlander, mee van goedkopere energie en meer kinderopvangtoeslag. Voor deze groep gaat werken nog meer lonen. ‘Omdat het eerlijker moet’ legt de VVD de rekening bij mensen met een uitkering.


[1] Het gehele plan is te vinden via de volgende webpagina https://www.vvd.nl/nieuws/agenda-voor-werkend-nederland/

[2] De Agenda voor Werkend Nederland, pagina 32 – 37

Erg in hebben

“Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt.” De laatste woorden van het verhaal Piramide van de Venlose schrijver Fons Wijers. Het verhaal staat in zijn pas uitgekomen verhalenbundel Ricardo’s lot.  De woorden kwamen bij me op toen ik, zoals veel gebeurt in deze periode van het jaar, aan het terugdenken was wat er het aflopende jaar allemaal is gebeurd. Die woorden staan voor mij model voor het afgelopen jaar. Of beter nog, voor de afgelopen twintig jaar.

Eerst even naar het verhaal Piramide. De hoofdpersoon vertelt aan zijn dokter dat hij op reis gaat naar Egypte. Die dokter vindt dat, gezien de conditie van de man, geen goed idee en sluit zijn betoog af met de woorden: “Dus als u me vraagt of een dergelijke reis verantwoord is, moet ik u teleurstellen.” De man gaat toch en sterft vervolgens bijna van benauwdheid tijdens een bezoek aan een piramide. Hij overleeft het en kijkt aan het einde van de dag uit het raam van zijn hotelkamer en realiseert zich: “dat ademhalen natuurlijk gewoon vanzelf behoort te gaan, zonder nadenken.” Want en daarmee eindigt het verhaal: “Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt.”  Een mooi kort verhaal waarvan de bundel van Wijers er veel meer bevat.

Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt, als het vanzelfsprekend is. Als je er ‘erg in hebt’ dan gaat het niet goed. Voor de man in het verhaal betreft dit de ademhaling. Die ging in de piramide niet vanzelf, het kostte moeite. In onze democratische rechtsstaat is het precies hetzelfde. Pas als iets niet goed gaat, zoals bij de Toeslagenaffaire, dan heb je er ‘erg in’. Dan merk je dat iets wat je als gewoon veronderstelde, niet vanzelf gaat. Als je het nieuws een beetje volgt dan krijg je de indruk dat er in onze democratische rechtsstaat tegenwoordig veel is waar we ‘erg in’ hebben en dat niet goed gaat. Als je het taalgebruik mag geloven dan leven we in een crisistijd. Milieucrisis, stikstofcrisis, energiecrisis, wooncrisis, asielcrisis, veiligheidscrisis want we moeten ons voorbereiden op een oorlog en zo’n crisis leidt al snel tot een kabinetscrisis. Ieder probleem wordt meteen een crisis en het is aan de overheid om die op te lossen. Op te lossen door volgens het ene uiterste, stevige maatregelen te nemen en volgens het andere uiterste zich er niet mee te bemoeien want dat lost de markt zelf wel op.

Volgens premier Schoof, zo vertelt hij in een interview in de Volkskrant, is: “Het belangrijk dat Nederland een relatief stabiel bestuur heeft,” want: “het is super onrustig in de wereld.” Nu maakt zijn kabinetsploeg alles behalve een stabiele en zelfs geen ‘relatief stabiele’ indruk. Het getuigt van weinig stabiliteit om pas aangenomen wetten, zoals de Spreidingswet weer in te trekken en om bijna afgeronde trajecten om een uitdaging aan te pakken, zoals bij de aanpak van het stikstofprobleem, bij het grof vuil te zetten. Het getuigt van weinig ‘stabiliteit’ door bij de aanpak van veel problemen alle ballen op innovatie te zetten en vervolgens te bezuinigingen op wetenschap en innovatie. Dit even terzijde.

Een nadeel van ‘er geen erg in hebben omdat het goed gaat’, is dat de waardering voor dat goed gaan verdwijnt. Dat er goed drinkwater uit de kraan komt is vanzelfsprekend. Dat die vanzelfsprekendheid onder druk staat door de grote hoeveelheid stikstof en nog meer door het gebruik van pesticiden verdwijnt dan naar de achtergrond. Van een andere orde, dat we in een democratische rechtsstaat wonen is vanzelfsprekend. Zo vanzelfsprekend dat Plasterk, die mogelijke kabinetten moest onderzoeken adviseerde om: “te onderzoeken of er overeenstemming is of kan worden bereikt tussen de partijen PVV, VVD, NSC en BBB over een gezamenlijke basislijn voor het waarborgen van de Grondwet, de grondrechten en de democratische rechtsstaat.”  Zo vanzelfsprekend dat die partijen dat vervolgens ook nog gingen doen. Onze democratische rechtsstaat is onderhandelbaar. Onze Grondwet moet gewaarborgd worden. Ik dacht altijd dat de Grondwet de waarborging was van en voor onze democratische rechtsstaat.

Verdwijnende waardering van grondrechten omdat het goed gaat, bleek ook uit de discussie over het demonstratierecht die naar aanleiding van demonstraties van Exctinction Rebellion begin 2024 losbarstte. Die club maakte, zo betoogde Lilian Helder van de BBB, ‘misbruik van het demonstratierecht en moest daarom maar tot ‘criminele organisatie’ worden bestempeld. Politieke partijen die het demonstratierecht willen beperken omdat de boodschap die de groep verkondigd hen niet aanstaat. Ze realiseren zich niet dat het laten horen van een boodschap nu juist precies de kern van het demonstratierecht is

Waar het goed mee gaat, is het stigmatiserend, discriminatoir en soms zelfs racistische discours dat sinds het begin van deze eeuw over Nederland wordt uitgestort en waar Wilders al zo’n twintig jaar de belangrijkste vertolker van is. In maart van dit jaar gaf BBB-voorvrouw Van der Plas een voorbeeld dat het goed gaat met dit discours toen ze bij OP1 beweerde dat: “de groepen mensen die hier het meest asiel aanvragen dat zijn landen als Syrië, Eritrea Jemen dat zijn wel echt landen die een joden haat hebben die tot diep in hun ziel zitten.” Nogal stigmatiserend en discriminerend en wat mij daarbij het meeste trof was dat de presentatoren het gewoon lieten passeren. Geen verontwaardiging, geen vraag naar bewijs. Ze zwegen als het graf. In mei deed Mona Keijzer, partijgenoot van Van der Plas en nu minister in het kabinet Schoof, bij Jeroen en Sophie een soortgelijke uitspraak: “Wat je ziet is dat veel asielmigranten komen uit landen met een islamitisch geloof. We weten dat daar jodenhaat onderdeel is bijna van de cultuur.” Daarom was er in het coalitieakkoord opgenomen dat de Holocaust onderdeel moet worden van de inburgering. Gelukkig was er toen wel iemand die tegengas gaf, de schrijver Arnon Grunberg vond het: “kwalijk. Dat is precies wat je niet moet doen… En dit vind ik eigenlijk ook nog schandelijk omdat over de ruggen van zes miljoen vermoorde joden hier symboolpolitiek wordt bedreven” Naar aanleiding van Keijzers uitspraak verzuchtte ik dat: “Als er dan toch ergens ‘nadrukkelijk kennis van de Holocaust’ bijgebracht moet worden, dan zijn de onderhandelaars van het coalitieakkoord een goede plek om te beginnen.”   

Na de gebeurtenissen in Amsterdam van 7 november bleek dat het stigmatiseren en discrimineren niet alleen iets van de PVV en BBB is. Onder de het-moet-benoemd-worden-vlag stigmatiseerden naast deze partijen ook de VVD en het kabinet Schoof er vrolijk op los. Er was sprake van een ‘integratieprobleem’ van mensen die hier geboren en getogen zijn. Om dat aan te pakken moet de ene vorm van discriminatie, antisemitisme, zwaarder worden bestraft dan andere vormen. Die gebeurtenissen werden ook aangegrepen om het demonstratierecht te beperken. Demonstreren werd voor het gemak ongeveer gelijkgesteld aan relschoppen. Trouwens niet alleen tegen het demonstratierecht er werd gepleit voor het verbieden van de instagrampagina Cestmocro omdat die “onze jeugd vergiftigt met haat en antisemitisme,” aldus BBB-Kamerlid Henk Vermeer en het wordt niet gemodereerd. Een aantasting van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van drukpers. “Als dit onze samenleving vertegenwoordigt, dan sta ik met de rug naar de samenleving,” schreef ik naar aanleiding hiervan.

Eind november bleek hoe ‘goed’ het in Nederland gaat met het stigmatiserende, discriminerende en naar racisme riekende discours. Het bleek zo tot in de ‘genen’ van het gros van politiek Nederland doorgedrongen dat naast de vier regeringspartijen ook de SP, het CDA, de ChristenUnie en de SGP er geen been in zagen een discriminerende en stigmatiserende  motie aan te nemen. Een motie die de overheid oproept tot etnisch profileren. Pas nadat er ophef over ontstond leken enkele partijen zich te realiseren waar ze voor hadden gestemd. Zelfs de indiener van de motie liet van zich horen. Niet met een verontschuldiging, nee door de partijen die tegen de motie stemden de mantel uit te vegen. Die partijen maken zich schuldig aan het: “cancellen van een onwelgevallige mening.” Die partijen en: “een aantal feitenvrije columns en kwalijke bijdragen,” zijn de schuld. Daarin werden: “een aantal woorden uit de motie uit context,” getrokken. Zo is op de VVD site te lezen.

Het gaat zo goed met het stigmatiserende en discriminerende discours dat grote groepen mensen er geen erg in  hebben hoe giftig en schadelijk dit discours is. Die schade wordt nog vergroot omdat het discours wordt gebruikt om de bijl te zetten in de wortels van onze democratische rechtsstaat en grote groepen hebben niet eens in de gaten dat er aan die wortels wordt gehakt. Ze hebben het niet in de gaten omdat de verworvenheden ervan zo vanzelfsprekend zijn dat men zich een wereld zonder niet kan voorstellen.  Zo bleek uit een reportage van de NOS in juni 2024 dat een grote groep jongeren democratie niet belangrijk vindt en autoritaire bestuursmodellen aantrekkelijk vindt omdat die, in tegenstelling tot een democratie, snel resultaten bereiken. Op de vraag of leiders gekozen moeten worden antwoordde een jeugdige: “het liefst wel gekozen. Maar stel het gaat helemaal mis dan is dat wel een optie.”  Ik dacht en schreef vervolgens: vergeef hen, ze weten niet wat ze wensen.” Een autocratie ‘aanschaffen’ is zo gebeurd, afschaffen is wat lastiger. Voor een democratie geldt precies het omgekeerd: afschaffen is zo gebeurd, ze weer aanschaffen is een heel ander verhaal.

“Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt.” Met betogen die de bijl zetten aan de wortels van onze democratische rechtsstaat gaat het zo goed dat ze steeds minder opvallen. Een zeer zorgelijke ontwikkeling. Ik hoop dat deze prikker eraan bijdraagt dat het giftige en schadelijke van dergelijke betogen wel weer gaan opvallen. Ik hoop dat ze ertoe leiden dat steeds meer mensen als de hoofdpersoon in Wijers’ verhaal Piramide ‘staan te hijgen’ omdat ze wat nu het nieuwe normaal lijkt te worden, niet normaal vinden en zich ertegen uitspreken.

Brainrot

Nee, nee en nog eens nee!!! We gaan NIET over tot de orde van de dag. Want als dit tegenwoordig de orde van de dag is, dan vraagt dat om verstoring van die orde. Dat is wat ik dacht toen ik hoorde dat de Tweede Kamer een motie van VVD Kamerlid Bente Becker heeft aangenomen. Een motie die duidelijk maakt hoe rot politiek Den Haag is. Een discriminerende en stigmatiserende motie die vraagt om aangifte bij de politie en dan verder onderzoek door justitie. Helaas is dat niet mogelijk want in de Kamer mogen politici zeggen wat ze willen. Alleen de voorzitter kan hen corrigeren en eventueel schorsen.

In die aangenomen motie wordt de regering verzocht: “om gegevens over culturele en religieuze normen en waarden van Nederlanders met een migratieachtergrond bij te houden, bijvoorbeeld door het SCP te vragen dit (periodiek) te onderzoeken.” Dit omdat, aldus de indiener: “data over de normen en waarden en mogelijke acties die hieruit voortvloeien in (gesloten) religieuze gemeenschappen van overheidswege weinig bestudeerd worden,” en dat: “data over normen en waarden inzicht kan bieden in de culturele integratie van Nederlanders met een migratieachtergrond en behulpzaam is om gericht problemen aan te pakken en lessen te trekken uit positieve ontwikkelingen.” Dat klinkt mooi ‘positieve ontwikkeling’. Dat is het echter niet. Deze motie pleit voor etnisch profileren. Dit is niet het enige voorbeeld van discriminerende voorstellen vanuit de partijen die nu de regering vormen. Ik schreef er al eerder over.

Er is echter nog meer dat problematisch is met deze motie. Volgens Becker en de partijen die de motie ondersteunen ligt het probleem bij ‘(gesloten) religieuze gemeenschappen. Om dit te kunnen ‘bestuderen’ en dan vooral de ‘acties’ die uit de ‘normen en waarden voortvloeien’, moeten gegevens van alle Nederlanders met een migratieachtergrond worden bijgehouden. Daarmee wordt gesuggereerd dat alleen migranten  religieuze opvattingen kunnen hebben die tot ‘verkeerde acties’ kunnen leiden. Alsof mensen zonder migratieverleden geen lid kunnen zijn van een ‘(gesloten) religieuze gemeenschap’ en ‘verkeerde acties’ in de zin kunnen hebben.

Een stap verder. Alsof alleen ‘(gesloten) religieuze gemeenschappen’ tot verkeerde acties in staat zijn. Varkenskoppen en vuurwerk om te voorkomen dat asielzoekers worden opgevangen, de gewelddadige acties tegen anti-zwarte-piet-demonstranten en het storten en verbranden van afval door boeren als vorm van protest, zijn voorbeelden dat in niet (gesloten) religieuze gemeenschappen iets schort aan normen en waarden. Sterker nog, het indienen en aannemen van deze motie laat zien dat er zelfs bij de meerderheid van de Tweede Kamerleden iets schort aan de ‘normen en waarden’.

Als Becker en haar collega’s die instemden met deze motie dan toch iets willen onderzoeken, dan stel ik een grondig zelfonderzoek voor. Een onderzoek waarbij ze hun denken en handelen eens langs hun eigen zo hoog geachte ‘normen en waarden’ leggen. Hoe ‘liberaal’ is deze motie en is hun handelen? Hoe verhoudt zich dit tot het vodje met de ‘basislijn over rechtsstatelijkheid’? En als ik ze een idee aan de hand mag doen, wellicht kunnen ze eens onderzoeken of ze lijden aan brainrot? Dat Engelse woord van het jaar. Dus naar de mogelijke ‘negatieve psychologische en cognitieve effecten’ veroorzaakt door ‘internetinhoud van lage kwaliteit’. 

Benoemen

Afgelopen week vlogen, naast straatstenen en bouwmaterialen, grote woorden door de lucht. Pogrom, antisemitisme, terrorisme. De stenen waren nog niet geland of de Israëlische premier stuurde twee vliegtuigen. De inkt van zijn bericht was nog niet droog of de Amerikaanse president deed nog een duit in het zakje. Binnenlandse politici zoals Wilders, Yesilgoz en premier Schoof lieten zich ook niet onbetuigd. Na een genuanceerd betoog en een pleidooi bij Buitenhof van Jaïr Stranders filosoof en bestuursvoorzitter van de Liberaal Joodse Gemeenschap Amsterdam om zeer voorzichtig te zijn met het gebruiken van dergelijk zwaarbeladen termen, sprak minister Sophie Hermans de woorden: “Hier staan mensen met de rug naar onze samenleving”

Hermans zat bij Buitenhof om te spreken over wat haar en de Nederlandse inzet zou zijn voor de klimaattop die de komende twee weken plaatsvindt. Mijn zoon vatte het gesprek kort samen met de woorden: “ze praat veel maar zegt niets.” Aan het begin van haar interview werd ze gevraagd om te reageren op de uitspraak Van Raoul du Pré in de Volkskrant dat: “Een land waarvan de politieke leiders bij een uitslaande brand niet toesnellen met water maar met benzine, (…) zich grote zorgen (mag) maken over de nabije toekomst.” Hermans gebruikte ook hier veel woorden maar paste ervoor om zich uit te spreken over die pyromane politieke leiders. Sterker nog, met de woorden dat ‘er mensen met de rug naar onze samenleving staan’, legt ze oorzaken van de zorgen van Du Pré bij anderen neer. Premier Schoof en in zijn kielzog of hij in het kielzog van andere, spreekt over een probleem met integratie. Wat ze allemaal gemeen, hebben is dat ze allemaal spreken over ‘benoemen’ wat er is gebeurd.

Benoemen’: “een naam geven: een probleem benoemen officieel tot probleem verklaren door het een naam te geven,” aldus een van de twee betekenissen die de digitale Van Dale geeft van het woord. De tweede betekenis, “aanstellen: iemand tot voorzitter noemen,” is hier niet aan de orde. Hermans, Schoof en al die anderen ‘benoemden’ de gebeurtenissen in Amsterdam van de afgelopen week. Bij dat benoemen valt mij iets op en geheel in hun stijl en in tegenstelling tot mijn eigen stijl, ga ik dat nu eens niet bevragen maar benoemen.

Ik zie politieke partijen die verdeeldheid zaaien. Die mensen stigmatiseren en bijna criminaliseren op basis van hun geloof en waar de wieg van hun ouders of nog verdere voorouders stonden. Die deze mensen tot zondebok maken voor alles wat er in hun ogen niet goed gaat. Politici die van moslims verwachten en zo ongeveer eisen dat ze zich uitspreken over het gebeuren en ‘hun mensen’  aanspreken en in het gareel houden. Dat ze ziende blind en horende doof zijn kan daaraan debet zijn want de afschuw over het  gebeurde kwam uit alle hoeken en gaten van onze samenleving. Wat bijzonder is aan een dergelijke oproep is dat zij nooit van autochtone Nederlanders vragen en zeker niet eisen dat ze zich moeten uitspreken tegen geweld en bedreigingen door andere autochtone Nederlanders. Politici die het gebeurde framen als een ‘integratieprobleem’ en daarmee grote groepen mensen stigmatiseren. Daarbij vergeten ze dat integreren iets is waaraan iedereen, ook zij, een bijdrage moet leveren. Dit is racisme, de “opvatting dat mensen met een bepaalde huidskleur beter zouden zijn dan mensen met een andere kleur, gebruikt als rechtvaardiging om mensen met een andere kleur slecht te behandelen.”  En zoals artikel 1 van onze grondwet stelt, is: “Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, (…) niet toegestaan.” Drie van de meest uitgesproken partijen, de PVV de BBB en de VVD maken deel uit van de regeringscoalitie.

Daarbij blijft het niet. De regering, daartoe aangezet door dezelfde partijen wil de Nederlandse nationaliteit afpakken van mensen die zich schuldig maken aan antisemitisme. Dit vloekt op twee manieren met een van de hoekstenen van onze rechtsstaat: het gelijkheidsbeginsel. Als eerste is antisemitisme niets meer en niets minder dan een vorm van racisme. De ene vorm van racisme, antisemitisme, zwaarder bestraffen dan de andere vorm, zoals het kabinet ook wil, is niet alleen een vorm van discriminatie het vloekt ook nog eens met het gelijkheidsbeginsel. Als tweede kan het afnemen van een nationaliteit alleen van iemand die meerdere nationaliteiten heeft. Iemand met alleen de Nederlandse nationaliteit die nationaliteit afnemen, mag niet. Iemand stateloos maken mag immers niet. Als dit werkelijkheid wordt, kan de ene persoon zwaarder worden gestraft dan de andere. Dat vloekt met het gelijkheidsbeginsel. Dat dit bij een veroordeling voor terrorisme kan, doet daar niets aan af. Ook daar vloekt het met het gelijkheidsbeginsel. De regering en deze partijen zetten hiermee aan het eerste deel van Artikel 1 van onze Grondwet: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” En daarmee aan de belangrijkste pijler onder onze rechtsstaat.

Het kabinet en de partijen waarop het steunt, willen het demonstratierecht aanscherpen. Zo zou er niet overal meer gedemonstreerd mogen worden en mag het gezicht niet meer worden bedekt. Bijzonder dat deze maatregelen worden voorgesteld naar aanleiding van de gebeurtenissen in Amsterdam van afgelopen week. Bijzonder omdat er geen sprake was van een demonstratie die uit de hand liep. Hoe gaat het verbod op het dragen van maskers voorkomen dat relschoppers rellen schoppen. Het lijkt me niet dat relschoppers tevoren een vergunning aanvragen om rellen te gaan schoppen. Deze maatregelen zijn geen oplossing ter voorkoming van de problemen van vorige week. Hier wordt de gelegenheid gebruikt om maatregelen door te drukken.

Een dubieuze manier van handelen. En niet alleen dubieus, ook kwalijk. Kwalijk aan de denk- en handelswijze van het kabinet en deze partijen is dat zij impliciet suggereren dat demonstreren en rellenschoppen hetzelfde is. Kwalijk omdat hiermee grondrechten worden uitgehold. Het recht op betoging is vastgelegd in artikel 9 van onze Grondwet en kan alleen worden beperkt via bij de wet vastgestelde regels: “ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.”  Niet meer overal demonstreren is een hellend vlak dat leidt naar nergens meer demonstreren. Saillant detail is dat twee van de betrokken partijen, de BBB en de PVV een heel andere toon aansloegen tijdens de boerenprotesten van een paar jaar geleden.

Met die boerenprotesten kom ik bij het wijzen van het Openbaar Ministerie op de mogelijkheid om de daders van de rellen van vorige week te vervolgen  voor terrorisme en daarmee de mogelijkheid om hen het Nederlanderschap te ontnemen. Ik kwam hier via de boerenprotesten omdat er een goed beargumenteerd betoog is op te zetten dat er bij die protsten sprake was van terrorisme. Rotzooi zoals asbest op snelwegen gooien en het in brand steken. Met trekkers wegen blokkeren en naar huizen van bewindslieden optrekken. Maar het is niet aan de Kamer noch aan de regering om het Openbaar Ministerie (OM) adviseren. Het OM behoort tot de rechterlijke macht. In Nederland kennen we de scheiding van machten en is het aan de rechterlijke macht om te bepalen wie waarvoor wordt vervolgd, dat doet het OM en aan de rechters om vervolgens te bepalen of iemand schuldig is en vervolgens een straf op te leggen. Daar moeten politici zich niet mee bemoeien.

Ook wil de regering, gestimuleerd door de drie partijen en vooral door de BBB de Instagrampagina Cestmocro verbieden omdat die “onze jeugd vergiftigt met haat en antisemitisme,” aldus BBB-Kamerlid Henk Vermeer en het wordt niet gemodereerd. Haat prediken en antisemitisme is niet mijn stiel, maar alleen haat tegen joden en antisemitisme als reden zien om een medium het zwijgen op te leggen is in strijd met onze grondrechten. Onze Grondwet bepaalt in artikel 7 namelijk dat: “Niemand (…) voorafgaand verlof nodig (heeft) om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.”  

Als haat prediken een reden is om Cestmocro te verbieden dan komen er nog veel meer kanalen in aanmerking voor een verbod. Het Twitteraccount van Geert Wilders bijvoorbeeld en ook menig bericht van de BBB dat ik op LinkedIn lees is vergiftigd met afkeer van migranten en van Nederlanders die een andere dan een christelijk geloof aanhangen. Zo betoogde Van der Plas recentelijk nog dat: Syrië, Eritrea Jemen (…) wel echt landen (zijn) die een joden haat hebben die tot diep in hun ziel zitten.”  Alleen kiest de regering in het kielzog van de drie de partijen daar niet voor. Door alleen media die Jodenhaat verspreiden te verbieden, wordt er gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Verder wil de regering een leerstraf voor daders van antisemitisch geweld door bijvoorbeeld een verplicht bezoek aan het voormalige kamp Westerbork. Bijzonder omdat de regering juist heeft besloten de subsidie aan dit en andere herinneringsplekken te beëindigen. Met zo’n bezoek is niets mis mee. Alleen zou dat niet alleen beperkt moeten blijven tot daders van antisemitisch geweld. Ook daders van ander op haat vanwege afkomst en uiterlijk gebaseerd geweld zouden zo’n bezoek moeten brengen. Dat kamp is, net als alle voormalige concentratiekampen, namelijk een voorbeeld van wat er kan gebeuren als groepen mensen om hun afkomst, geloof of welke reden dan ook, worden ontmenselijkt. Dat het in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw joden waren, wil niet zeggen dat dit alleen met joden kan gebeuren. Het is immers ook in Rwanda en voormalig Joegoslavië gebeurd en lijkt er verdacht veel op dat het nu met de Palestijnen gebeurt. Een dergelijke straf alleen bij antisemitisme is weer in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Net zoals het idee om straffen voor antisemitisme te verhogen in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Antisemitisme is gewoon een vorm van racisme en voor iedere vorm van racisme moet dezelfde straf gelden.

De partijen willen de politie meer bevoegdheden geven. Zo moet de politie toegang krijgen tot WhatsApp-groepen bij vrees voor ongeregeldheden. Dit is een hellend vlak dat eindigt bij Orwells Big Brother. Die kant moeten we niet op willen. Dit betekent dat het grondrecht: “op eerbiediging van zijn brief- en telecommunicatiegeheim,” verwoord in artikel 13 op de helling gaat.

De plannen die de regering in het kielzog en op aandringen van de drie partijen gaat uitwerken zijn racistisch en  discriminatoir. Ze stigmatiseren mensen op grond van hun afkomst of religie. En ze gaan in tegen de letter en de geest van onze grondwet en zetten de bijl aan onze rechtsstaat. Het bijzondere is dat de vierde coalitiepartij, NSC, zich hier niet tegen uitspreekt. De borging, verwoordt in het verslag van informateur Plasterk, van de grondrechten die NSC als voorwaarde voor haar deelname aan het kabinet: “dat ze zich in hun plannen en activiteiten zullen bewegen binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat. Dat betekent dat men zich houdt aan de Grondwet (inclusief algemene bepaling), wetten, verdragen, Europees en internationaal recht en rechtsbeginselen.  … dat voor hen vaststaat dat de democratische grondrechten, die in de Grondwet zijn vastgelegd in hoofdstuk 1  (artikelen 1-23), een essentiële waarborg vormen voor de democratische rechtsstaat, waarbinnen grondrechten kunnen botsen,” is daarmee van nul en generlei waarde is.

Als dit onze samenleving vertegenwoordigt, dan sta ik met de rug naar de samenleving.

Dweilen met de kraan open

“Kijk eens. Weer wat te factchecken.” Die boodschap kreeg ik via LinkedIn van de Venlose bierbrouwer Louis Klaassens. Een boodschap die niet los is te zien van mijn vorige prikker Appels, knollen en statistiek die ik schreef naar aanleiding van het optreden van Jan van de Beek naar aanleiding van diens boek Migratiemagneet Nederland. Mythen. Feiten. Oplossingen. Die vraag aan mij stond onder een bericht van Mienke de Wilde dat eindigde met de zin: “Met geen woord wordt gerept over het accurate onderzoek van Van Beek naar hoe traagheid en culturele afstand integratie belemmeren, maar ook hoe verschillende factoren integratie snel bevorderen. Het is bijna satire: Lucassen en De Haas maken zelf alle fouten die ze Van de Beek onterecht verwijten.” Ik pak de handschoen die Louis mij toewerpt graag op.

Maar voordat ik naar de inhoud overga, eerst even ‘reclame maken’ voor het bier dat Louis brouwt in zijn brouwerij De Klep. Voor degenen die het niet weten een ‘klep’ is de Venlose benaming van een glas bier. Die benaming is, als ik Louis mag geloven en als ik hem verkeerd heb begrepen, dan zal hij mij wel corrigeren, afkomstig van de deksel, de klep, die vroeger, en nu soms nog, op een bierpul zat. Louis heeft zijn droom eigen bier brouwen eerst tot hobby en nu tot beroep gemaakt. Zijn brouwerij is gevestigd in het Venlose Julianapark in het pand waar vroeger museum Van Bommel Van Dam zat. Tot zover de reclame. Terug naar de uitdaging.

Of eigenlijk de drie uitdagingen die deze oproep bevat. De eerste betreft de feitelijke beweringen en het gebruik van cijfers. Het bijzondere in het huidige politieke debat is dat het gesprek op dit eerste ‘feitelijke’ niveau blijft hangen terwijl die feiten niet het probleem zijn maar de ‘interpretatie’ van de feiten. En daarmee kom ik bij de tweede uitdaging. Die is van een andere orde en betreft de wetenschappelijke methode. De laatste uitgading is eigenlijk de belangrijkste en dat is een filosofische en die heeft betrekking op hoe wij de mens en de mensheid zien.

Als eerste kort de feitelijkheden. Die bestaat uit twee delen. Als eerste de volgende passage in het bericht van De Wilde: “Het duo beweert dat criminaliteit weinig met cultuurverschillen te maken heeft en beroept zich op percentages die ze vervolgens wiskundig fout berekenen en aan de verkeerde groep toewijzen. Ook stellen ze dat er rond criminaliteit geen onderzoek is naar herkomstlanden van vluchtelingen.” Voor wat betreft dat laatste, die zijn er wel en dat schrijft De Wilde ook waarbij ze Volkskrantcolumnist Kustaw Bessems aanhaalt die dergelijke cijfers vrij snel vond. Deel twee van de feitelijkheden is de volgende passage: “Ook de cijfers over de arbeidsmarkt worden door het duo verkeerd geciteerd: ze beweren dat 45% van wie een verblijfsvergunning krijgt een fulltimebaan heeft, terwijl het om 45% gaat van diegenen die zeven jaar later een baan hebben; dat schetst een ander beeld dan ’de meesten hebben werk gevonden’ – de nattevingerconclusie van het duo. ’Integratie werkt wel degelijk, al neemt dat tijd in beslag’ lezen we. Met geen woord wordt gerept over het accurate onderzoek van Van Beek naar hoe traagheid en culturele afstand integratie belemmeren, maar ook hoe verschillende factoren integratie snel bevorderen.” De Wilde citeert hier een column van Nausicaa Marbe in de Telegraaf

Nu kan ik, net als Bessems deed voor de gegevens criminaliteit en afkomst, op zoek gaan naar de precieze cijfers. Hij ontkracht daarmee de bewering van De Haas en Lucassen dat die cijfers er niet zijn. En voor wat betreft die 45%, over dat cijfer is geen discussie mogelijk. 45% van de asielzoekers dat leest De Wilde verkeerd. De Haas en Lucassen schrijven in hun artikel in de Volkskrant dat: “van de asielzoekers die in 2014 een verblijfsvergunning kregen zo’n 45 procent een fulltime baan heeft.” Daarbij verwijzen ze naar cijfers van het CBS. Dit is geen ‘nattevingerconclusie’ maar gebaseerd op cijfers.

Waar het fout gaat bij Van de Beek maar ook bij Lucassen en De Haas in hun reactie en bij De Wilde in haar korte bijdrage, is dat correlatie met causaliteit wordt verward. Om dat uit te leggen een voorbeeld dat Ionica Smeets enkele jaren geleden gaf. Als je naar de cijfers van de ijsconsumptie kijkt en je legt daar het aantal doden door verdrinking langs, dan zal je zien dat als er veel ijs gegeten wordt, er meer mensen verdrinken. Dan zal er geroepen worden dat de ijsverkoop aan banden gelegd moeten worden. Immers minder ijsconsumptie leidt tot minder doden door verdrinking. Een onterecht conclusie. Dat de cijfers een gelijk patroon vertonen noemen we correlatie. Er is echter geen directe link tussen die twee rijen cijfers, geen causaal verband: met de een als oorzaak voor de andere. De verklaring voor beide rijen cijfers is de temperatuur. Die verklaart zowel de hogere ijsconsumptie als de verdrinkingsdoden.

Van de Beek en in zijn kielzog De Wilde noemen ‘culturele afstand’ en dan vooral het islamitisch zijn, als reden voor mindere prestaties. Want van alle migranten scoren de vluchtelingen die vooral uit de islamitische landen Afghanistan, Syrië en Eritrea komen het minst. Er is correlatie. Dat wil echter niet zeggen dat de ‘cultuur’ de oorzaak is. In de hierboven genoemde prikker met  mijn reactie op Van de Beek gaf ik al een mogelijke andere verklaring. Hij vergelijkt onvergelijkbare groepen. Iemand die hier komt omdat een werkgever hem vraagt of die hier komt studeren, heeft aan heel andere uitgangspositie. Die uitgangspositie is een veel realistische verklaring dan ‘culturele’ afstand’. In hun antwoord doen Lucassen en De Haas hetzelfde. Ook zij zoeken in de cijfers en halen iets eruit wat in hun kraam te pas komt. Wat ze daarbij voor hebben op Van de Beek, is dat zij groepen aanwijzen die het ondanks dezelfde culturele achterstand, wel ‘goed doen’. Dat is een signaal dat ‘cultuur’ wellicht niet zo’n goede verklaring is.

Rijen gegevens naast elkaar leggen en daar dan verbanden in zien, is geen wetenschap. Een wetenschapper denkt na over een probleem en formuleert dan een theorie. Vervolgens gaat de wetenschapper bekijken of de theorie standhoudt. In het geval Van de Beek: ik zie dat groep x minder geïntegreerd is. Mijn theorie is dat dit een gevolg is van ‘culturele afstand’ want …. en dan de redenen waarom. Met die theorie en de verklarende redenen zou hij dan in bijvoorbeeld de cijfers kunnen duiken. Dan zouden de groepen die Lucassen en De Haas noemen, aanleiding moeten zijn om de theorie aan te passen want wellicht is er iets waardoor deze groepen afwijken van de cultuur. Als een dergelijke verklaring er niet is, dan is de theorie weerlegd en moet hij op zoek naar een andere verklaring. Ook de gegevens over criminaliteit en herkomst die er niet zouden zijn maar die Bessems heeft gevonden, zeggen niets over het ‘crimineler’ zijn van bepaalde en ook niets over hun afstand tot ‘onze cultuur’. Zo is er ook correlatie tussen leeftijd en het plegen van een criminele daad: jeugdigen maken zich meer schuldig aan criminaliteit. De meeste migranten zijn jong dat kan de hogere cijfers bij migratiegroepen verklaren. Maar ook dat is een theorie die nader onderzocht moet worden.

Volgens wetenschapsfilosoof Karl Popper zou je bij dat onderzoeken van je theorie juist moeten zoeken naar de ontkrachting van je theorie. Want alleen door een theorie te ontkrachten sluit je zaken uit en kom je dichter bij de echte verklaring. Dit maakte hij duidelijk met zijn zwanen voorbeeld: als je wilt bewijzen dat alle zwanen wit zijn, dan moet je juist zoeken naar zwanen met een andere kleur. Witte zwanen vind je immers in overvloed. Echter alleen de vondst van een anders gekleurde zwarte zwaan, leidt tot meer kennis: niet alle zwanen zijn wit. Voor Popper is wetenschap niet het zoeken naar zekerheid, maar het wegnemen van onzekerheid.

Wat zowel Van de Beek, als De Haas, Lucassen en De Wilde gemeen hebben, en daarmee kom ik bij de filosofische uitdaging, is dat ze een wereldbeeld hebben, een bepaalde manier van kijken naar de wereld en de mens. Ze hebben allemaal een beeld van wat goed is. Ze hebben allemaal een beeld van hoe een goede samenleving eruit moet zien? Dat hebben onze politieke partijen ook.  Alleen gaat het gesprek hier niet over. Neem de BBB, een van de partijen die deze week akkoord ging met ‘het strengste asielbeleid ooit’. Recentelijk schreef ik een prikker over een van de kernwaarden van de partij: “Behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden. Wat u niet wil wat u geschiedt, doe dat een ander niet. Wees betrouwbaar, eerlijk, oprecht en respectvol. Iedereen is gelijk. Transparant, helder en open.” Neem de VVD: “Mensen zijn niet gelijk. We zijn allemaal uniek, en dus verschillend. Mensen zijn wel gelijkwaardig. Iedereen heeft dus evenveel recht op vrijheid en kansen, wat je geestelijke overtuiging, huidskleur, nationaliteit, seksuele geaardheid, geslacht of maatschappelijke positie ook is. Discriminatie is onaanvaardbaar.” Zo omschrijft de VVD haar liberale waarde Gelijkwaardigheid. Over deze zaken zou het gesprek over asiel moeten gaan. De BBB zou moeten uitleggen dat zij zelf ook zo behandeld zou willen worden als nu voor asielzoekers wordt voorgesteld. Hoe de aanpak waarvoor is gekozen eerlijk, oprecht en respectvol is. Als zij immers niet wil dat dit ook haar geschiedt, dan moeten ze het anderen ook niet willen aandoen. De VVD zou moeten uitleggen waarom asielzoekers niet bij ‘iedereen’ horen en waarom niet? Dit is het gesprek, de filosofische discussie die gevoerd moet worden.

Door die niet te voeren maar door te blijven hangen bij cijfers, waarbij iedereen de cijfers kan vinden die net in de eigen kraam te pas komen, raken we verder van elkaar verwijderd en stagneert alles. Door dit gesprek niet te voeren, raakt het grotere geheel buiten beeld. Zo wil Van de Beek het VN Vluchtelingenverdrag, het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Kinderrechtenverdrag opzeggen. Wellicht helpt dat om asielmigratie te verminderen. Asiel is een onderdeel van deze verdragen, deze verdragen zijn echter meer dan asiel. Zo regelt artikel 19 van het Verdrag inzake de rechten van het kind dat staten: “alle passende wettelijke en bestuurlijke maatregelen (neemt) en maatregelen op sociaal en opvoedkundig gebied om het kind te beschermen tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld, letsel of misbruik, lichamelijke of geestelijke verwaarlozing of nalatige behandeling, mishandeling of exploitatie, met inbegrip van seksueel misbruik, terwijl het kind onder de hoede is van de ouder(s), wettige voogd(en) of iemand anders die de zorg voor het kind heeft.” Nu is dit ook in de Jeugdwet geregeld en is de Grondwet ook op die manier te interpreteren maar die Jeugdwet kan worden gewijzigd. Als dit gebeurt, dan is er geen rechterlijke mogelijkheid meer om de overheid te dwingen kinderen te beschermen. Een Nederlandse rechter kan  immers niet toetsen aan de Grondwet.

De drie verdragen die Van de Beek wil afschaffen vormen de hoekstenen van de op rechten gebaseerde wereldorde. Een rechtsorde waarvan de Nederlandse regering, zo is in artikel 90 van de Nederlandse Grondwet bepaald, de ontwikkeling bevordert. ‘Dan wijzigen we de Grondwet toch op dit punt’, kun je tegenwerpen. Ja, dat kan. De vraag die je je vervolgens moet stellen, is hoe ziet de wereld er zonder die orde uit? Is een wereld zonder universele mensenrechten, zonder internationale rechtsorde een betere wereld?’ ‘Maar’, kun je weer tegenwerpen ‘wat maakt mij die wereld uit, als het goed is voor Nederland dan moeten we dat toch gewoon doen?’ Daarvoor een wedervraag: is een Nederland als paria die deze verdragen verwerpt beter af? Of om het wat toe te spitsen een vraag aan de VVD: hoe past dit in het gelijkwaardig zijn van ieder mens? Heeft iedereen dan nog evenveel rechten op vrijheid en kansen? Of aan de BBB is dit eerlijk, oprecht en betrouwbaar? Is dit, om de mantra van het NSC aan te halen, ‘goed bestuur’?

Nu maakt het opzeggen van deze verdragen geen deel uit van het akkoord van de coalitiepartijen. Maar ook bij dat akkoord kun je je de vraag stellen tot welke wereld dit leidt? Wat zeg je als je een land veilig verklaard waar nog steeds de machthebber die op de eigen bevolking schiet en ze bombardeert? Een land bovendien waar buurlanden Turkije en Israël te pas en te onpas bombarderen. Hoe ‘vanzelfsprekend ben je er voor elkaar’, om een van de vier kernwaarden van de BBB te benoemen als je het verblijf van mensen permanent tijdelijk maakt, want dat is wat je doet met het afschaffen van permanente verblijfsvergunningen? Of voor de VVD, hoe verdraagzaam (een van de liberale waarden, is een dergelijke maatregel? Of hoe verhoudt zich dit tot de liberale waarde vrijheid: “dat je je leven mag leiden zoals je dat zelf wilt,” zoals de VVD vrijheid omschrijft.

Dit gesprek moet in de volle breedte worden gevoerd. Want door pragmatisme, dat door dit kabinet ‘daadkracht’ wordt genoemd, zijn we in de problemen gekomen. Dit pragmatisme richtte en richt zich op het bestrijden van symptomen. Er wordt gedweild met de kraan open en soms lijkt het erop dat men niet eens weet dat er een kraan open staat. En nee, de asielzoekers zijn niet die openstaande kraan.

Bijzondere bitterballen?

“Ik weerspreek dat ik daarmee bewust zou hebben gelogen om de boel te ondermijnen. Ik vind het nogal wat om iemand maandenlang te beschuldigen van doelbewuste leugens.[1] Deze woorden sprak VVD-fractievoorzitter en partijleider Dilan Yesilgöz tijdens het Kamerdebat met als titel Een achtergehouden nota door de IND over gestapelde nareizen van vluchtelingen. Zou het aan de bitterballen liggen? Die vraag schoot me te binnen toen ik dat las.

Bron: Flickr

Yesilgöz had, zoals ze tijdens het debat zei, getallen verwisseld. Ze had het aantal nareizigers, vorig jaar zo’n 10.000, verwisseld met de cijfers van nareis- op nareis, dat zijn eer jaarlijks tussen de 70 en 100. Natuurlijk kan het dat je getallen door elkaar haalt. Dat je de nareiscijfers, vorig jaar zo’n 10.000 verwart met de nareis- op nareis cijfers, jaarlijks tussen de 70 en 100 eens een keer per vergissing door elkaar haalt. Het wordt anders als je die cijfers meer dan een half jaar door elkaar haalt terwijl je van alle kanten hoort dat je de verkeerde cijfers gebruikt. Dat kun je moeilijk een vergissing noemen. Zeker niet voor een politicus die als minister heel dicht bij het vuur zit. Die ‘vergissing’ meer dan een half jaar lang, en dan ook nog een halfjaar van een verkiezingsstrijd, is of bijzonder dom of een bewuste keuze omdat je een bepaald frame wilt neerzetten. Het is vervolgens, om Yesilgöz te citeren, ‘nogal wat’ om degenen die je leugen aanspreekt te verwijten dat ze je in een verkeerd daglicht proberen te zetten. Dat is allemaal zeer bijzonder en het is nog bijzonderder dat velen het voor zoete koek slikken. Maar daar gaat het mij nu niet om.

Het gaat mij om de bijzondere combinatie van de woorden ‘doelbewust’ en ‘leugen’ die Yesilgöz gebruikt. ‘Doelbewuste leugen’ is een pleonasme, een: “uitdrukking waarin eenzelfde begrip dubbel is uitgedrukt. Een leugen is een: “onware mededeling met het doel om te misleiden” en dus per definitiedoelbewust. ‘Doelbewuste leugen’ suggereert dat er ook andere soorten leugens zijn, bijvoorbeeld een ‘onbewuste leugen’. Haar ‘leugen’ was dan van dat soort, een onbewuste leugen, een ‘onbewuste onware mededeling met het doel om te misleiden’. Nu is mijn voorstellingsvermogen best groot, maar daar kan ik me niets bij voorstellen. Een onbewuste leugen een contradictio in terminis, een combinatie van woorden die elkaar tegenspreken.

Ik moest aan bitterballen denken omdat die altijd worden gegeten tijdens partijbijeenkomsten van de VVD en Yesilgöz is niet de eerste VVD-er die zich bij het verdedigen van een scheve schaats van deze manier van opereren bedient. Haar voorganger, Mark Rutte, verdedigde zich als hij werd betrapt op een scheve schaats met de woorden dat hij er geen ‘actieve herinnering’ aan had. Ook ‘actieve herinneringen’ is een pleonasme. Immers een herinnering is: “dat wat je je herinnert,” en herinneren is: “in het geheugen terugroepen.” Herinneren is een actieve daad, herinneringen zijn daarmee altijd actief. Het gebruik van ‘actieve herinnering’ suggereert dat er ook zoiets is als een passieve herinnering. De combinatie ‘passieve herinnering’ is, net als onbewuste leugen’ een contradictio in terminis. Zou er iets in die bitterballen zitten?

De taal-spielerei Rutte en Yesilgöz lijkt onschuldig maar dat is het niet. Het normaliseert zaken die verwerpelijk zijn, namelijk liegen. Toeval of niet, de week waarin Yesilgöz de ‘onbewuste leugen’ uitvond en daarmee liegen normaliseerde, waren we getuigen van een volgende stap in het normaliseren van het verwerpelijke. Volgens haar lopen er in die ‘nareis op nareis’ affaire zaken door elkaar. In de Kamer moest zij zich als minister verdedigen maar ze was ten tijde van die uitspraak niet alleen minister maar ook partijleider en lijsttrekker. Daarmee suggererend dat liegen in de ene hoedanigheid anders is dan in de andere. Beste mevrouw Yesilgöz, in de hoedanigheden is liegen verkeerd. Alleen de gevolgen verschillen per hoedanigheid.

Hetzelfde ‘hoedanighedenargument’ gebruikten de PPV kandidaat-ministers en -staatsecretarissen om hun verwerpelijke uitspraken weg te moffelen: ‘dat was in een andere rol waarin het wel oké was om die uitspraken te doen. Als minister zal ik ze niet doen maar ik trek niets uit het verleden terug’. De nationaalsocialistische oorsprong van ‘omvolking’  verdwijnt niet omdat ‘De ouders van je moeder’ in de Tweede Wereldoorlog onderduikers hielpen. De kandidaatsbewindspersonen blijven echter dezelfde personen die verwerpelijke uitspraken hebben gedaan. “Er zijn echt maar twee smaken, hè? Destijds waren ze waarachtig en oprecht; en dan zijn ze nu leugenachtig. Of: de stoere taal van eerder was leugenachtig (alleen bedoeld om er politiek voordeel mee te halen) en de vrome beloften van nu zijn waarachtig. Welk geval het ook is, beide PVV-bewindspersonen zijn leugenachtig.” Bij deze conclusie die Frank Kalshoven in de Volkskrant trekt, sluit ik me van harte aan.


[1] Een achtergehouden nota door de IND over gestapelde nareizen van vluchtelingen, Ongeveer 2 uur en 36 minuten ver in het debat.

Schoof ziet het verkeerd

Eén en één is twee. Dat weet iedereen. Maar wat als een kwart van de mensen beweert dat het drie is? Keuren we dat antwoord dan goed? Natuurlijk niet. De corrector zet een dikke rode streep door het antwoord. Het zou wat zijn als ook drie werd goed gerekend omdat een kwart van de mensen dat antwoord gaf. Dit goed rekenen kan leiden tot grote ongelukken. Tot constructiefouten in gebouwen waardoor ze instorten. Tot een lege tank benzine terwijl je nog een derde van afstand moet afleggen. Hier moest ik aan denken toen ik hoorde dat Dick Schoof, de beoogd premier van dit land, in een interview met de Groene Amsterdammer het volgende heeft gezegd:“ En het is natuurlijk niet zo dat als een kwart van de mensen op de PVV stemt, dat dan ineens een kwart het verkeerd heeft gezien.”

Driekwart heeft anders gestemd. Die driekwart stemde in meer of mindere mate op allemaal verschillende partijen van Groen Links/PvdA tot Jesus Leeft en van DENK tot SGP. Heeft die driekwart het dan ‘verkeerd’ gezien? Of slechts een deel van hen? Als maar 10% op de PVV had gestemd was het dan wel ‘verkeerd’? Wie heeft het dan verkeerd gezien? Of beter gezegd, wie bepaalt wat ‘verkeerd’ is en wat niet en dus goed is gezien?

Je kunt vinden dat er teveel migranten naar ons land komen en dat daar wat aan gedaan moet worden. Dat het ‘verkeerd’ is dat er zoveel mensen ons land binnenkomen. Om minder migratie te bereiken mag je op een partij stemmen die de grenzen voor migranten wil sluiten. Dat mag en is niet ‘verkeerd’. Een ander mag dat niet vinden en dat is ook niet ‘verkeerd.’ Verschillende opvattingen hierover zijn niet ‘verkeerd’, die zijn eigen aan een samenleving en zeker aan een democratische samenleving. We mogen van mening verschillen. Wie het ‘verkeerd’ heeft gezien is een morele vraag. Op dergelijke vragen zijn verschillende antwoorden mogelijk.

In tegenstelling tot Schoof ben ik van mening dat die kwart die op de PVV stemde het moreel gezien wel verkeerd heeft gezien. Om welke redenen ze ook op de eenmanspartij van Wilders hebben gestemd, doet er daarbij niet toe. Wat ertoe doet is dat Wilders zaagt aan de wortels van onze democratische rechtsstaat. Dat er een ‘basislijn van grondrechten’ moest worden afgesproken zegt al voldoende. Die basislijn ligt namelijk vast in de eerste artikelen van onze grondwet: gelijke behandeling, niet discrimineren, vrije meningsuiting, de vrijheid van levensovertuiging (inclusief godsdienst). Een partij die hieraan morrelt, is verkeerd. Mensen die op zo’n partij stemmen zien het verkeerd. Welke grieven je ook hebt, waar je ook ontevreden over bent en hoe slecht je je ook behandeld voelt dat is allemaal geen reden om te stemmen op een partij die aan de grondrechten morrelt.

Zoals ik al eerder schreef: “Een zichzelf respecterende democratische politieke partij gaat niet in gesprek over een “gezamenlijke basislijn voor het waarborgen van de Grondwet, de grondrechten en de democratische rechtsstaat”. Een zichzelf respecterende politieke partij die handhaaft die basislijn en doet voorstellen om die basis daar waar nodig geacht te verhogen.” Helaas zijn er drie partijen die dat wel hebben gedaan. Vindt de overgrote meerderheid van de achterbannen van deze partijen dat ‘niet verkeerd’ en lijkt een meerderheid van de Nederlandse bevolking, als ik de opiniepeilingen mag geloven het ‘niet verkeerd’ te vinden. En nu is er dus een beoogd premier, Dick Schoof, die dit ook ‘niet verkeerd’ vindt. Het lijkt erop dat er is gebeurd waar John Stuart Mill in zijn boek Over Vrijheid voor waarschuwde, en dat is dat: “de opvattingen van de massa … de heersende macht zijn geworden.”   Volgens Mill moeten: “Juist in deze omstandigheden  (…) Uitzonderlijke personen niet afgeschrikt maar aangemoedigd worden om anders te handelen dan de massa.” Helaas is dat maar zeer beperkt het geval en maakt de: ”tirannie van de publieke opinie van excentriciteit een verwijt.” Spreek je de massa met argumenten tegen dan wordt er op je persoon gespeeld en ben je ‘zuur’. “Dat nu maar zo weinig mensen excentriek durven zijn, tekent het grootste gevaar voor onze tijd,[1] schreef Mill in 1859 over zijn tijd en dat lijkt nu ook weer voor onze tijd te gelden.

Ik zie het anders. De PVV-stemmers zien het verkeerd, de VVD, NSC en BBB zien het verkeerd, de hen steunende achterbannen zien het verkeerd en Dick Schoof ziet het ook verkeerd. De weg die de VVD, BBB en NSC zijn ingeslagen is moreel gezien de verkeerde: je onderhandelt niet met een partij die grondrechten wil schenden. Wat er vervolgens ook uit die onderhandelingen voortkomt, doet er niet toe. Het is gebouwd op een verkeerde basis.


[1] John Stuart Mill, Over vrijheid Uitgeverij Boom 2009, pagina 115-116

Vrijheid van meningsuiting en de VVD

(C)onstaterende dat er een verontrustende stijging van antisemitische incidenten in Nederland plaatsvindt; overwegende dat de context van de uitdrukking «from the river to the sea» rechtstreeks uit het handvest van Hamas komt en een oproep tot geweld tegen alle Joden wereldwijd inhoudt; verzoekt de regering om de uitdrukking «from the river to the sea» als een oproep tot geweld te beschouwen.” Zo luidt een motie die de Kamer heeft aangenomen. De motie werd ingediend door kamerlid Boon (PVV) en ondersteund door zijn eigen partij en de partijen BBB, ChristenUnie, SGP en VVD.  Een zeer bijzondere en ook schadelijke motie.

Eretz Israël. Bron: Wikipedia

Als het in het handvest van Hamas staat, dan moet het wel fout zijn. Laten we eens kijken wat er in dat Handvest (versie 2017) staat. Punt 2 luidt: “Palestina, dat zich uitstrekt van de rivier de Jordaan in het oosten tot de Middellandse Zee in het westen en van Ras Al-Naqurah (grens met Libanon) in het noorden tot Umm Al-Rashrash (Eilat) in het zuiden, is een integrale territoriale eenheid. Het is het land en de thuisbasis van het Palestijnse volk. De verdrijving en verbanning van het Palestijnse volk uit hun land en de vestiging van de zionistische entiteit daarin doen het recht van het Palestijnse volk op hun hele land niet teniet en verankeren daarin geen enkel recht voor de zich toe-eigenende zionistische entiteit.” Met zionistische identiteit wordt de staat Israël bedoeld. Die passage wordt gevolgd door punt 3: “Palestina is een Arabisch Islamitisch land. Het is een gezegend heilig land dat een speciale plaats inneemt in het hart van elke Arabier en elke moslim.” Hier beschrijft Hamas wat zij onder Palestina verstaan en betitelen het land als Arabisch, Islamitisch. En iets verder in het Handvest, punt 20,  lezen we: “Hamas gelooft dat geen enkel deel van het land Palestina in gevaar mag worden gebracht of zal worden opgegeven, ongeacht de oorzaken, de omstandigheden en de druk en ongeacht hoe lang de bezetting duurt. Hamas verwerpt elk alternatief voor de volledige bevrijding van Palestina, van de rivier tot de zee.” De leus staat er niet letterlijk in maar is een ‘vertaling’ van dit punt. Voor Hamas is Palestina bezet en verklaart, punt 25, dat: “Het verzet tegen de bezetting met alle middelen en methoden is een legitiem recht dat wordt gegarandeerd door goddelijke wetten en door internationale normen en wetten. De kern hiervan ligt (in) gewapend verzet, dat wordt beschouwd als de strategische keuze om de principes en de rechten van het Palestijnse volk te beschermen.”

Hamas betoogt dat de Palestijnen een volk zijn en geeft aan welk gebied het volk als haar thuisland ziet en constateert dat een deel van dat gebied is bezet. Hamas beroep zich hierbij op VN-resolutie 1514 met als titel Verklaring over het verlenen van onafhankelijkheid aan koloniale landen en volkeren van de 14 december 1960. Die resolutie stelt dat: “De onderwerping van volkeren aan buitenlandse onderwerping, overheersing en uitbuiting (…) een ontkenning (vormt) van fundamentele mensenrechten,” en: “in strijd (is) met het Handvest van de Verenigde Naties en (…) de bevordering van wereldvrede en samenwerking in de weg(staat).” En vervolgt met: “Alle volkeren hebben het recht op zelfbeschikking; op grond van dat recht bepalen zij in vrijheid hun politieke status en streven zij in vrijheid hun economische, sociale en culturele ontwikkeling na.” Dat het een legitiem recht is van een volk om zich ook met geweld tegen een bezetter te verzetten, zal door weinigen worden bestreden.

Terreur is een middel dat binnen die regels past, terreur als (Van Dale)‘georganiseerd politiek geweld’. Terreur is een methode om de strijd aan te gaan. Een methode die niet zoveel verschilt van guerrilla, een gewapend conflict waarbij ongeregelde strijders een reguliere krijgsmacht trachten te ontregelen en uit te putten. Waarbij ze vanwege het verschil in vuurkracht een rechtstreekse confrontatie zoveel mogelijk vermijden. Dat verzet en dus die terreur, moet wel plaatshebben binnen de regels van het oorlogsrecht.  Die regels werden op 7 oktober 2023 geschonden aldus de aanklager van het Internationaal strafhof.

Of betogen Boon en zijn collega’s die deze motie aannamen dat het Palestijnse volk, net zoals Poetin over de Oekraïners beweert, niet bestaat? Dat het Palestijnse volk een ‘verzinsel’ is? Volgens de Van Dale is een volk een: “historisch gegroeide gemeenschap van erfelijk verwante mensen met min of meer gelijke taal en gewoonten.”  Een volk is vooral een volk als het zelf vindt dat het een volk is. Die VN resolutie geldt voor volkeren en als de Palestijnen geen volk zijn, dan is die op hen niet van toepassing. Als ze geen volk zijn wat zijn het dan? Het zijn in ieder geval mensen die als tweede- of nog minderrangs worden behandeld door een overheid. De Van Dale geeft nog een tweede betekenis van volk die hierop duidt: “de gezamenlijke bewoners van een staat”.  Ook in dat geval kunnen ze in verzet komen tegen de machthebbers, al dan niet gewapend en daartoe oproepen. “Het is aan ieder bekend dat een vorst, als dienaar van God, geacht wordt zijn onderdanen te beschermen tegen alle onrecht, overlast en geweld, zoals een herder zijn schapen beschermt. De onderdanen zijn niet door God geschapen om de vorst in alles wat hij beveelt onderdanig te zijn en hem als slaven te dienen. De vorst regeert bij de gratie van zijn onderdanen en moet met recht en reden over hen regeren, hen beschermen en liefhebben zoals een vader zijn kinderen liefheeft en zoals een herder met hart en ziel zijn schapen beschermt. Als een vorst zijn plichten niet nakomt, maar, in plaats van zijn onderdanen te beschermen, hen probeert te onderdrukken als slaven, dan is hij geen vorst, maar een tiran. In dat geval mogen zijn onderdanen, na beraadslaging in de Staten-Generaal, hem afzweren en een andere leider kiezen. Dit recht hebben zij te meer als ze hun vorst niet met vreedzame middelen van zijn tirannieke neigingen hebben kunnen genezen. In dat geval hebben ze geen andere middelen om hun natuurlijke vrijheid, waarvoor men zich met hart en ziel dient in te zetten, veilig te stellen. Daarvan zijn diverse voorbeelden bekend uit andere landen en andere tijden.” Aldus het Plakkaat van Verlatinghe waarmee Spaanse koning werd afgezet. De geschiedenis kent meer van dit soort ‘plakkaten’. De opstellers beriepen zich op het natuurlijke recht van onderdanen om zich tegen tirannie te verzetten. Als onze voorvaderen zich het recht toe-eigenden om zich tegen tirannie te verzetten, mogen andere inwoners van een staat dat dan niet ook doen?

Met de aangenomen motie betoogt de Kamer dat een bezet volk niet mag oproepen tot geweld tegen een bezetter. Nu kun je je afvragen of Hamas namens het Palestijnse volk spreekt maar dat is iets wat je je van iedere bevrijdingsbeweging en zelfs van iedere politieke partij, ook in Nederland, kunt afvragen. Hamas is trouwens niet de ‘uitvinder’ van de leus. De PLO maakte er al gebruik van bij haar ontstaan in de jaren zestig van de vorige eeuw. De leus is een spiegel van de zionistische concept Eretz Israel waar de Israëlische onafhankelijkheidsverklaring mee begint. Eretz Israel is het concept dat God aan Abraham, de aartsvader van de joden, het land Kanaän heeft toegezegd. Trouwens die Israëlische onafhankelijkheidsverklaring en de handelswijze van de successievelijke Israëlische regeringen vertonen overeenkomsten met de beginselverklaring en de handelswijze van Hamas. Daar waar Hamas de Arabische gemeenschap om steun vraagt, wordt in de Israëlische onafhankelijkheidsverklaring de steun gevraagd van de joodse diaspora. Steun bij: “de taken van immigratie en opbouw en hen bij te staan in de grote strijd voor de verwezenlijking van de eeuwenoude droom – de verlossing van Israël.”

Twee verklaringen, de Israëlische onafhankelijkheidsverklaring en het Handvest van Hamas die inhoudelijk overeenkomen. Twee verklaringen van twee volken die op basis van natuurlijke en historische rechten aanspraak maken op eenzelfde gebied. De een ziet het als een joodse staat, de andere als een islamitisch Palestijnse. Van die natuurlijke en historische rechten kun je van alles vinden maar dat verandert niets aan het feit dat beide groepen zich erop beroepen en dat ze beiden aanspraak maken op hetzelfde stuk land.

Er is meer. Dat meer betreft Nederland. “Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet.” Het eerste lid van artikel 7 van de Nederlandse Grondwet. Dat wordt gevolgd door een tweede lid dat aangeeft dat dit ook voor radio- en televisie-uitzendingen geldt en door een derde lid dat het veralgemeniseert: “Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” Dit artikel regelt onze vrijheid van meningsuiting. Als de strekking van deze motie door de regering wordt overgenomen en de leus strafbaar wordt gesteld, dan wordt de vrijheid van meningsuiting in Nederland beperkt. Dan bepaalt de wetgever wat iemand met woorden bedoeld. Dan wordt één interpretatie van een uitspraak tot ‘wet’ verheven. Dan gaat de toevallige politieke waan van de dag het woordenboek bepalen Dat is een weg die we niet op moeten willen gaan. Dat is een weg die de vrijheid van meningsuiting beperkt.

Het meest wrange hierbij is dat de motie werd gesteund door twee partijen die vrijheid in hun naam dragen. De ene partij, de PVV, gebruikt vrijheid als een schaamlap. Ze gebruikt vrijheid maar wil vooral verbieden en beperken wat haar niet bevalt. De andere, is de van oorsprong liberale partij de VVD. Een partij die zichzelf liberaal noemt, wat betekent dat zij: “een samenleving met zo veel mogelijk vrijheid voor mensen willen.” Een partij met vrijheid als eerste van haar vijf kernwaardes. Een partij waarvoor vrijheid betekent dat: “Ieder mens (…) recht (heeft) op een zo groot mogelijke vrijheid. Dat betekent dat je je leven mag leiden zoals je dat zelf wilt. Vrijheid is onmisbaar om jezelf te ontwikkelen en het beste uit jezelf te halen. De persoonlijke vrijheid wordt daarom alleen begrensd als je de vrijheid van een ander schaadt. Daarnaast moeten we rekening houden met toekomstige generaties.” En die dat toelicht met drie voorbeelden waarvan het eerste hier relevant is: “Je mening kunnen geven zonder gearresteerd te worden.” Met het aannemen van deze motie heeft de partij haar ‘liberale veren’ afgeschud en is ze verworden tot een bekrompen conservatieve partij.

Precies

In zijn wekelijkse Week van de hoofdredacteur geeft Pieter Klok, de hoofdredacteur van de Volkskrant, antwoorden op vragen van lezers. Vragen zoals: “Waarom spreken jullie van een ‘rechts’ en niet van een ‘uiterst rechts’ kabinet.” Klok geeft aan dat de Volkskrant vooral precies probeert te zijn, maar dat het grote probleem is dat er nog veel onduidelijk is. Kloks schrijven laat vooral zien hoe normaal het tot voor kort abnormale al wordt gevonden. Zelfs bij een medium als de Volkskrant.

“Als je de partijen op een links-rechtsschaal plaatst, dan is de VVD rechts, de PVV radicaal-rechts en komt de derde grootste partij, NSC, ongeveer in het midden uit. Het gemiddelde van die drie partijen is rechts, is tot nu toe de redenering. Een kabinet met alleen NSC en VVD zouden we als centrum-rechts omschrijven.” En omdat: “er vooral nog veel onduidelijk is. Er is nog geen begin van een inhoudelijk ‘program’.” Is de omschrijving ‘rechts’ op dit moment het meest passend. Maar dat zou anders, uiterst rechts worden: “als de PVV weinig concessies hoeft te doen en bijna onverkort haar eigen verkiezingsprogramma kan doordrukken. Daarvan is vooralsnog geen sprake.”

Vervolgens legt Klok uit waarom de links-rechtsschaal niet meer zo bruikbaar is: “De PVV is radicaal-rechts op het terrein van migratie en cultuur, maar links als het gaat om sociaal-economische kwesties zoals de AOW en het eigen risico in de zorg. De NSC is links als het gaat om het beschermen van het bestaansminimum, maar heeft een rechts migratiestandpunt. BBB heeft een geheel eigen mix van linkse en rechtse standpunten.” Bruikbaarder is, aldus Klok: “Een onderscheid tussen progressief en conservatief, nationalistisch en globalistisch of tussen bestuurlijk en populistisch.” Met dit als referentiekader: “ conservatief-nationalistisch-populistisch in ieder geval een adequate beschrijving.” Een betoog dat goed is te volgen. Nationalistisch-populistisch dus.

Maar waar wordt dan het abnormale normaal? Klok: “Wel hebben de deelnemers vastgelegd dat ze zich houden aan de principes en regels van de rechtsstaat en de democratie. Extreem-rechts’ is dus sowieso geen goede omschrijving, want die bewaren we voor partijen die de democratie en rechtsstaat willen slopen.” Nu bevat het programma van één van die partijen, de PVV, vele plannen die de bijl zetten aan de wortel van onze rechtsstaat en democratie. Volgens Kloks eigen woorden is die partij daarmee extreem rechts en niet radicaal rechts. Het extreme wordt hier al wat genormaliseerd. Maar niet alleen de PVV. Als je de VVD, NSC en BBB  hoort spreken over hoe zij het recht op het vrij uiten van een mening middels een demonstratie willen beperken, dan baart dat zorgen. Dan kun je vraagtekens zetten bij dat ‘houden aan de principes en regels van de rechtsstaat en de democratie’.

Daarmee kom ik bij het abnormale dat steeds normaler wordt gevonden. Daarmee kom ik bij het abnormale dat steeds normaler wordt gevonden. Het wordt blijkbaar al zo ‘normaal’ gevonden dat door ons verkozen volksvertegenwoordigers ‘afspreken’ dat ze zich aan de basisregels van de rechtsstaat en de democratie houden, dat de hoofdredacteur van een van onze toonaangevende kranten het achteloos opschrijft. Laat ik voorop stellen, het is normaal dat partijen zich eraan houden. Het is NIET normaal dat partijen die een regering willen vormen, hierover in gesprek gaan. Het is NIET normaal dat een ‘kabinetsverkenner’, in dit geval Plassterk, adviseert: “Te onderzoeken of er overeenstemming is of kan worden bereikt tussen de partijen PVV, VVD, NSC en BBB over een gezamenlijke basislijn voor het waarborgen van de Grondwet, de grondrechten en de democratische rechtsstaat.” Dit adviseren is een hellend vlak. Hierover in een formatie in gesprek gaan, is een hellend, zoals ik al eerder schreef. Het lijkt erop dat inmiddels al niet meer door hebben dat dit een hellend vlak is. Dat ze niet meer in de gaten hebben dat ze van het vlak aan het vallen zijn. Het abnormale is al zo normaal geworden dat de hoofdredacteur van de Volkskrant bijna juichend constateert dat: “de deelnemers vastgelegd (hebben) dat ze zich houden aan de principes en regels van de rechtsstaat en de democratie.” Om precies te zijn.