Uitgelicht

Onvergelijkbaar onvergelijkbaar

In zijn column in de Volkskrant schrijft Ari Elshout over de strijd tussen universalisten en multiculturalisten in Europa. Volgens Elshout vinden universalisten dat rechten, plichten en wetten voor iedereen gelden. De multiculturalisten vinden dat er: “rekening (moet worden) gehouden met andere culturen, ook al accepteren die het gelijkheidsbeginsel voor vrouwen en homo’s niet. Hameren op de universele rechten leidt tot uitsluiting van bevolkingsgroepen met andere waarden, is het argument.” Hij ziet dat vooral ‘links’ het hier lastig mee heeft: “zo streng als links is voor een steenrijk emiraat ver weg, zo voorzichtig opereert het doorgaans in de omgang met minderheden thuis die vanuit hun geloof niet veel anders denken over vrouwen en lhbti-plus dan de Qatarezen.” Een bijzonder betoog.

Bijzonder omdat ‘minderheden thuis’ van een hele andere orde zijn dan ‘de Qatarezen’. De ‘minderheden’ thuis die ‘anders denken’ hebben in Nederland de vrijheid om te mogen denken wat ze willen. Er is geen wet in Nederland die zegt ‘gij moet zus en zo denken over vrouwen of lhbti+’. Gelukkig is die er niet. In Nederland hebben we de vrijheid om ergens anders over te denken dan alle anderen. Het staat al die anderen ook vrij om jouw manier van denken verwerpelijk te vinden. De ‘strengheid’ naar de Qatarezen is gericht tegen de Qatarese overheid en haar wetgeving. Niet tegen wat de inwoners van Qatar vinden. De Qatarese overheid en wetgeving probeert mensen juist wel op te dringen wat ze moeten denken en vinden. De Qatarese wetgeving beperkt de vrijheid van haar inwoners.

Bijna aan het einde van zijn column geeft hij een advies aan links: “Ik zou zeggen: wees consequent, veroordeel achterstelling van bepaalde groepen niet alleen daar maar ook hier. Protesteren tegen de hoofddoekplicht in Iran gaat moeilijk samen met het verdedigen van de hoofddoek hier.” Het probleem in Iran is niet dat vrouwen hoofddoeken dragen. Het probleem is dat de overheid hen dwingt tot iets. De Iraanse overheid decreteert: ‘gij zult een hoofddoek dragen.’ Het probleem met Nederlandse partijen die de hoofddoek willen verbieden, is dat ze willen dat de Nederlandse overheid hetzelfde doet als de Iraanse, namelijk mensen dwingen tot iets: ‘gij zult geen hoofddoek dragen’. Het recht van de Iraanse vrouw om geen hoofddoek te dragen en het recht van de Nederlandse vrouw om er wel een te dragen, baseren zich op dezelfde vrijheid, namelijk de vrijheid van het individu om zonder dwang van wie dan ook en zeker zonder overheidsdwang, te bepalen welke kleren de persoon draagt. Het probleem van ‘links’ is dat het meegaat in een discussie over onvergelijkbare onvergelijkbaarheden. Hameren op universele rechten laat zich prima combineren met andere waarden. Problemen ontstaan pas als ‘waarden’ worden opgedrongen via wettelijke ge- en verboden. Als de vrijheid van het individu wordt aangetast om bepaalde normen op te dringen.

Uitgelicht

Europese vrijheden en waarden

De Oekraïners vechten voor onze vrijheid, voor de Europese waarden. Menig Europees en ook Nederlands politicus sprak die of soortgelijke woorden uit sinds de Russische inval in dat land. Dergelijke woorden gevolgd door iets als ‘want Poetin stopt niet bij Oekraïne’. Vormt Rusland werkelijk een bedreiging voor onze vrijheden en Europese waarden of zijn er andere, grotere bedreigingen voor die waarden?

Chileense vluchtelingen komen aan in Nederland in 1973. Bron: WikimediaCommons

Ik denk niet dat de Oekraïners voor onze vrijheid vechten. Ze vechten voor hun eigen vrijheid, dat is hun goed recht. Ook denk ik dat de Russische militaire dreiging schromelijk wordt overdreven. En nee, die gedachte is niet iets van de laatste weken waarin het Oekraïense leger successen boekt. Nee enkele dagen voor de Russische inval sprak ik al mijn twijfels uit over de Russische kansen Oekraïne te veroveren en vervolgens te bezetten. Twijfels gebaseerd op het aantal soldaten aan beide zijden. Nu zegt het aantal beschikbare troepen niet alles. Zo lukte het de troepen van de Korintische Bond onder leiding van Alexander de Grote om het Perzische leger onder leiding van Darius III te verslaan terwijl ze flink in de minderheid waren.

Sinds Poetin de mobilisatie heeft afgekondigd, vluchten Russen die het risico lopen opgeroepen te worden het land uit. Hierbij moeten we aantekenen dat het vooral de beter gesitueerden zijn die vluchten. Zij hebben middelen om een vlucht mogelijk te maken die het gros van de Russen niet heeft. Die vluchtende Russen vluchten ergens naar toe en dat leidt tot de vraag of we deze vluchtelingen op moeten vangen en asiel moeten verlenen. De regeringen van enkele lidstaten (Polen en de Baltische staten) van de Europese Unie geven NEE als antwoord. De Litouwse minister van buitenlandse zaken Gabrielius Landsbergis formuleerde het als volgt: “Russen moeten blijven en vechten tegen Poetin.”  Zijn Letse collega Rinkevics voegde eraan toe: “Er zijn genoeg landen buiten de EU om naar toe te gaan. Veel van de Russen die Rusland nu ontvluchten vanwege de mobilisatie, vonden het prima om Oekraïners te doden, ze protesteerden toen niet. Het is niet juist om ze te beschouwen als gewetensbezwaarde.”

Nu weet ik niet of veel Russen het prima vonden Oekraïners te doden. Hiervoor ontbreken betrouwbare opiniepeilingen. Zelfs als die er wel zijn, kun je je afvragen of ze betrouwbaar zijn in een land waar propaganda en indoctrinatie hoogtij vieren. Dit even terzijde.

Als Russen in Rusland moeten blijven om tegen Poetin te vechten en ze daarom niet als vluchteling mogen worden toegelaten, gaat dat dan niet ook op voor Oekraïners? Zouden die dan niet ook in Oekraïne moeten blijven om voor de vrijheid van hun land te vechten? Sterker nog, met dit argument hoeft er niemand als vluchteling te worden toegelaten. De politieke vluchteling uit Noord-Korea moet dan in Pyongyang blijven om te strijden tegen Kim Jong Un. De homo uit Iran moet daar blijven om te strijden tegen de ayatollahs en voor zijn recht om zichzelf te zijn.

Maar belangrijker, de andere kant, de vrijheden en waarden waar die leiders zich met woorden zo druk om maken. Wat zijn die waard als ze selectief worden toegepast? Als we ze gebruiken om anderen, zoals Rusland, China, Noord-Korea, mee om de oren te slaan maar ze, als puntje bij paaltje komt en we ernaar moeten handelen, negeren? Dat: “Er (..) aanzienlijke veiligheidsrisico’s als ze worden toegelaten,” zijn, zoals Rinkevics vreest, doet daar niets aan af. Vormt die selectieve toepassing niet een veel grotere bedreiging voor onze waarden en vrijheden?

Uitgelicht

Vrijheid en een persoonlijk CO2 budget

Rabobankeconoom Barbara Baarsma schijnt zich de woede van half (of misschien wel meer) Nederland op de hals te hebben gehaald. In de strijd tegen de CO2 uitstoot kwam Baarsma met het idee om de maximale uitstoot van Nederland eerlijk te verdelen over alle Nederlanders. Kom je niet uit met het je toebedeelde deel, dan koop je bij van iemand die ‘over’ heeft. “Zo’n voorstel gaat natuurlijk lijnrecht in tegen zo’n beetje iedere gangbare opvatting over vrijheid en gelijkwaardigheid,” oordeelt Wout Willemsen bij De Dagelijkse Standaard. “ontzettend guitig klassenmaatschappij-ideetje hoor, maar je CO2-paspoort kan de tering krijgen zolang de Shells, BP’s en Tata Steels gestut door elke overheid van deze wereld doen wat ze doen,” aldus Tim Hofman die wordt geciteerd in een artikel bij Metronieuws. Is het wel zo’n slecht idee? Worden vrijheid en gelijkwaardigheid hierdoor aangetast?

Eerst even rekenen. Nederland stootte in 1990 163 miljard kilogram CO2 equivalent uit. Volgens de Parijse afspraken moet dit in 2030 49% minder zijn. Dan resteren een kleine 84 miljard kilogram. Delen we dat door 17,6 miljoen (het aantal Nederlanders) dan mag iedere Nederlander iets meer dan 47.700 kilogram uitstoten. De gemiddelde Nederlander stoot ruim 9.000 kilogram uit met zijn gedrag. Dat is dubbel zoveel als de gemiddelde aardbewoner. Bij een eerlijke verdeling van de hoeveelheid voor 2030 houdt de gemiddelde Nederland 38.000 kilogram over die verkocht kunnen worden. Als die gemiddelde Nederlander in 2030 ook 49% bespaart, dan kunnen nog 4.500 kilogram meer worden verkocht. Aangezien Shell geen persoon is krijgt het bedrijf geen budget, geen enkel bedrijf trouwens. Daarom zullen bedrijven in de rij staan om een deel van je budget te kopen. Immers zonder budget, geen uitstoot. Dat kan een aardige cent opleveren.

Shell en al die andere bedrijven zullen die aardige cent aan kosten voor CO2 inkoop verrekenen in hun productprijzen. De prijs van een liter benzine zal erdoor stijgen net als de prijs van een vliegticket, een auto, en eigenlijk de prijs van alles. Alles waar CO2 uitstoot voor nodig is, wordt duurder. Je kunt vervolgens kiezen hoe je dat geld besteedt. Voordeel van deze manier van werken is dat de kosten van de CO2 vervuiling in de prijs van producten wordt meegenomen. Dit maakt voor de koper duidelijk wat die vervuiling kost. Wil je vliegen, dan betaal je een flinke prijs voor de CO2 uitstoot. Zo koop je dan een deel van je verkochte CO2 weer terug. Als je dan als ‘privéjet bezitter’ een retourtje naar Ibiza wilt maken dan weet je wat je aan extra kosten voor je CO2 uitstoot moet betalen, het gemiddelde jaarlijks gebruik van een Europeaan. Je kunt dat geld natuurlijk ook steken in het isoleren van je huis en in zonnepanelen waardoor je nog minder CO2 voor jezelf nodig hebt. Het geeft de bedrijven de prikkel om te zoeken naar productiewijzen die de CO2 uitstoot verminderen. Dat maakt hun producten immers goedkoper. De ‘Shells en Tata Steels’ worden zo niet gestut, maar uitgedaagd. Vanuit dit oogpunt bekeken is het verdelen van de ‘uitstootruimte’ over de inwoners geen verkeerd idee.

Dan het ‘klassenmaatschappij’ en het ‘ingaan tegen opvattingen over vrijheid en gelijkwaardigheid’. Willemsen: “Het wordt leuk verpakt maar de gemiddelde Nederlander zou dan dus gewoon regelrecht worden beteugeld in zijn doen en laten, omdat D66’ers als Baarsma zo graag extra willen vliegen.” Bijzonder aan Willemsens betoog is dat het zichzelf in de staart bijt. Om dat uit te leggen neem ik de inaugurale rede van Isaiah Berlin erbij. Een rede met als titel Twee opvattingen over vrijheid.  Berlin ziet twee concepten van vrijheid. De ene noemt hij negatieve vrijheid, de vrijheid van dwang en inmenging door anderen en die anderen kan ook een overheid zijn. De tweede noemt hij positieve vrijheid en dat is de vrijheid om te doen wat de persoon wil. Die twee opvattingen zijn, zo betoogt Berlin, onverenigbaar.

Willemsen lijkt vrijheid te zien als ‘kunnen doen en laten wat je wilt’, positieve vrijheid en ziet Baarsma’s voorstel als een beperking hiervan. Met zijn betoog tegen deze inbreuk op de negatieve vrijheid, bereikt hij precies dat wat hij niet wil en dat is, om het in zijn woorden te zeggen dat: “Het (…) leuk (wordt) verpakt maar de gemiddelde Nederlander (wordt) regelrecht (…) beteugeld in zijn doen en laten, omdat D66’ers als Baarsma zo graag extra willen vliegen.” De ‘gemiddelde Nederlander’ wordt ook nu al ‘beteugeld in zijn doen en laten’ en dus in zijn positieve vrijheid. Zo kan de gemiddelde Nederlander ook nu al niet met een privéjet naar Ibiza vliegen. Daarvoor ontbreekt het geld. Het CO2 budget vergroot de financiële mogelijkheden van die gemiddelde Nederlander juist en dus zijn positieve vrijheid om te doen wat hij wil door het extra geld wat ter beschikking komt door de verkoop van het overschot van het CO2 budget. De mogelijkheden van die ‘D66ers die extra willen vliegen’ worden erdoor beperkt. Zij moeten extra CO2 budget kopen wat hun mogelijkheden beperkt.

Alleen door de negatieve vrijheid te beteugelen, wordt de positieve vrijheid voor iedereen vergroot. Vergroten van de negatieve vrijheid voor iedereen betekent het beperken van de positieve vrijheid voor velen. Het vergroten van de positieve vrijheid door het verbod op moord op te heffen, verkleint de positieve vrijheid van iedereen. Het verbod om slaven te houden verkleinde de negatieve vrijheid van slavenhouders maar vergrote de positieve vrijheid van iedereen omdat niemand meer in slavernij kon vervallen.

Corona, Spinoza, vrijheid en de staat

Sinds 1999 wordt de laatste week van het jaar opgeluisterd door de TOP2000. De lijst met 2000 liedjes die door de luisteraars van Radio2 wordt samengesteld. En zoals ieder jaar staat ook Me and Bobby McGee van Janis Joplin in de lijst. Joplin behoort bij de beroemde club van 27, de lijst met popartiesten die niet ouder werden dan 27 jaar. Die lijst bevat naast Joplin illustere namen als Brian Jones de medeoprichter en gitarist van de Rolling Stones, de legendarische gitarist Jimi Hendrix, Doors voorman Jim Morrison, Nirvana voorman Kurt Cobain en Amy Winehouse. Terug naar Me and Bobby McGee en vooral naar het eerste refrein dat begint met de zin: “Freedom’s just another word for nothin’ left to lose. Nothin’, it ain’t nothin’ honey, if it ain’t free.”

File:Amsterdam - Zwanenburgwal - Amstel - View West on Statue of Benedictus  de Spinoza 2008 by Nicolas Dings.jpg - Wikimedia Commons
Beeld ter herdenking van Spinoza. Bron: WikimediaCommons

Vrijheid, een woord dat tegenwoordig te pas en te onpas wordt gebruikt. Zo vonden er verleden jaar, en op het moment dat ik deze woorden schrijf is er weer een aan de gang, veel demonstraties plaats waarin mensen werd opgeroepen om op te staan en te demonstreren ‘voor de vrijheid’. Ik schreef er al eerder over. Bij het voeren van een gesprek over vrijheid is het van belang om duidelijk te maken wat er met het begrip wordt bedoeld. Als er wordt gevraagd of je voor vrijheid bent, zal zo ongeveer iedereen JA zeggen. Als je de vraag toespitst op iets specifieks dan kan dat heel anders liggen. Zo leert de discussie rond het waardig levenseinde of abortus ons dat lang niet iedereen de vrijheid om je eigen einde te kiezen of de vrijheid van een vrouw om te kiezen voor een abortus ondersteund. Joplin geeft een definitie: “freedom is ( …) nothing left to lose.” Als je niets meer te verliezen hebt, ben je vrij. De ‘demonstranten voor de vrijheid’ denken daar anders over. Zij protesteren omdat ze iets verliezen waardoor hun vrijheid verloren gaat.

In het redactioneel Commentaar van een van de eerste edities van De Andere Krant wordt een uitspraak van Spinoza aangehaald in relatie tot vrijheid. Die: “al in 1673 stelde dat het doel van de staat vrijheid is. De staat moet er alles aan doen om iedereen een zo vrij mogelijk leven te laten leiden.” Volgens de auteur van het Commentaar, Sander Compagner, gaat het daar mis want: “Bij iedere crisis is de reactie van de verschillende overheden om hun controle op de samenleving te vergroten. Dit gaat ten koste van onze vrijheid.” De staat die vrijheden inperkt in plaats van iedereen een zo vrij mogelijk leven te laten leiden. Precies dat wat nu, zo betoogt de auteur, bij de aanpak van de coronacrisis gebeurt. Met de definitie van Joplin zou je dat anders kunnen beoordelen: de controle van de staat zorgt ervoor dat je weer minder te verliezen hebt en je dus vrijer wordt.

Als we Joplin even vergeten en kijken naar Spinoza. Compagner ziet een overheid die de burger wil controleren. Hij zoekt daarbij steun bij de genoemde zeventiende-eeuwse filosoof die immers verkondigde dat het doel van de staat vrijheid is’. Dat Spinoza dat verkondigde is niet te ontkennen, maar wat bedoelde hij daarmee? Bedoelde hij daarmee dat de overheid ons allen niet mag beperken en ons vrij moest laten om onze hartstochten na te jagen? Met andere woorden wat verstaat Spinoza onder vrijheid?

Spinoza deed deze uitspraak in 1670 in een van zijn belangrijke werken het Tractatus theologico-politicus. Het werd anoniem gepubliceerd en dat wat niet voor niets omdat hij pleitte voor volledige vrijheid van meningsuiting en de godsdienstvrijheid. Zaken die in de zeventiende eeuw nog lang geen gemeengoed waren. Hij sprak vooral over burgerlijke en politieke vrijheid. Over de manier waarop een staat bestuurd zou moeten worden en beschreef democratie als: “het meest natuurlijke staatsbestel, dat het dichtst in de buurt komt van die vrijheid die de natuur ieder mens schenkt. Want in een democratische staat draagt niemand zijn natuurlijk recht volledig aan een ander over zodat hij daarna niet meer hoeft te worden geraadpleegd; hij draagt het over aan de meerderheid van de volledige gemeenschap waar hij deel van uitmaakt. Op die manier blijven alle mensen gelijk, zoals ze waren in hun natuurlijke staat.[1]

Hij schreef niet over het ‘recht op de kroeg’ of de vrijheid een festival te bezoeken of op vakantie te gaan. Daar handelde zijn hoofdwerk Ethica dat na zijn dood verscheen over. Daarin zet hij vrijheid tegenover slavernij. En nee, niet slavernij in de zin van het bezitten van andere mensen, dat trouwens ook een manier is om vrijheid te beschrijven. Spinoza’s slaaf zit in ons allen. “Het menselijk onvermogen om de gevoelens te matigen en in te tomen noem ik slavernij.” En vervolgt met: “Een mens die aan zijn gevoelens onderworpen is, is immers niet onafhankelijk, maar afhankelijk van het lot; en hij is dusdanig in de macht van dat lot dat hij vaak gedwongen is het slechte te volgen, hoewel hij iets ziet wat beter voor hem is.[2] Voor Spinoza was en is een vrij mens een mens die volgens de rede leeft en niet volgens zijn hartstochten: “De mens die door de rede wordt geleid, is vrijer in de staat – waar hij volgens het gemeenschappelijk besluit leeft – dan in eenzaamheid, waar hij alleen zichzelf gehoorzaamt.[3]Wat betekent deze achtergrond voor de door Compagner aangehaalde uitspraak van Spinoza dat het doel van de staat derhalve in werkelijkheid de vrijheid is?


[1] Geciteerd bij Annelien de Dijn, Vrijheid. Een woelige geschiedenis, pagina 205

[2] Benedictus de Spinoza (vertaling Corinna Vermeulen), Ethica, pagina 179 (deel IV De slavernij van de mens of de kracht van de gevoelens)

[3] Idem, pagina 237

Vrijheid en vrijheid

“DIT ZIJN ZE DAN. Een heel groot deel van die 1,8 mln waar Huug angst over zaait. Vrienden collega’s, familieleden, buren die straks niet zomaar deel mogen uitmaken van die samenleving. Die niet alleen graag zelf op vakantie willen kunnen, maar opkomen voor de vrijheid van ons ALLEMAAL. Die zich uitspreken tegen medische apartheid en uitsluiting. Die zien wat onze democratische grondrechten nog waard zijn en die niet wegkijken of leven in angst.” Een stukje tekst van Mariël van der Lee dat me via LinkedIn bereikte en dat een serie foto’s begeleidde van de demonstratie tegen van alles en nog wat die op 5 september door Amsterdam trok. Een demonstratie die zichzelf afficheerde als ‘de grootste vrijheidsdemonstratie ooit’. Een bijzonder bericht.

Mill
Eigen foto

Ik was er niet bij. Ja, ik vind dat er iets aan de woningnood gedaan moet worden, dat de Groningers die schade aan hun huis hebben door de winning van aardgas goed geholpen moeten worden en dat de overheid daar op dit moment steken laat vallen. Ik nam niet deel. Ik nam niet deel omdat het toch eerst en vooral een demonstratie was tegen de corona-maatregelen van onze regering. Maatregelen die niet altijd even consequent zijn, waar zeker het een en ander op aan te merken is en die erg slecht worden gecommuniceerd door de betreffende bewindspersonen waaronder ‘Huug’. Maar om de situatie, zoals Nederland in Verzet een van de organisatoren doet, te beschrijven als: “Een Zomer vol Fake nieuws, Fake nieuws van onze eigen overheid. Fake news van alle wereldleiders. The Great Reset. Mensonterende vaccinaties, criminele testresultaten en medische apartheid. Maar ook VacciNazi spijt en verzwegen VacciNazi doden,” dat gaat mij te ver en niet een klein beetje te ver.

Met mensen die dergelijke onzin uitkramen wil ik niet geassocieerd worden. Sterker nog, als we ergens niet van weg moeten kijken, dan is het van mensen die dergelijke onzin uitkramen. Die moeten we aan de kaak stellen. Die moeten we ontmaskeren voor wat ze zijn: volksmennende charlatans. En als er iets is dat onze vrijheid bedreigt, dan zijn het wel volksmennende charlatans. Volksmennende charlatans zoals FvD Kamerlid Gideon van Meijeren die in alle vrijheid staat te demonstreren dat hij zijn vrijheid terug wil. Die als charlatan grossiert in allerlei complotten. Die als gekozen Kamerlid onze democratie dood verklaart maar daar niet de consequentie aan verbindt om dan de Kamer maar te verlaten en vervolgens ook af te zien van het wachtgeld. Zoals zijn fractievoorzitter, Thierry Baudet, die het ‘gebral’ van zijn partij- en fractiegenoot instemmend aanhoort en die conclusie ook niet trekt. Nee, ze blijven als ‘subsidieslurpers’ op kosten van het volk zitten en gebruiken hun positie om hun zakken te vullen.

Ja, ik heb me laten vaccineren. Daar heeft niemand mij toe gedwongen. Dat heb ik gedaan om dat ik ervan overtuigd ben dat dit op dit moment de beste manier is om zoveel mogelijk mensen te beschermen tegen het coronavirus. En nee, niet beschermen zodat ik het niet meer krijg, maar beschermen zodat als ik het krijg er niet te ziek van word en in het ziekenhuis beland. Ik heb me laten vaccineren zodat we corona daadwerkelijk kunnen gaan zien als een soort griep. Een soort griep die je ziek maakt. Een soort griep die enkelen van ons in het ziekenhuis doet belanden maar niet in die mate dat onze gezondheidszorg vastloopt. Dat heb ik in vrijheid gedaan.

En daarmee kom ik bij het citaat waarmee ik begon en de naam die de organisator aan de demonstratie gaf en dus bij het woord vrijheid. Van der Lee en de organisatoren doen het voorkomen alsof vrijheid aan hun kant staat. Alsof die andere ruim 15 miljoen Nederlanders staan voor onvrijheid. Of sterker nog alsof die willoos als een zombie achter ‘Huug’ aanlopen. Ook ik, een van die 15 miljoen anderen sta voor vrijheid en ik denk het overgrote deel van de rest ook. Al kan ik natuurlijk niet voor hen spreken. Net zoals Van der Lee niet kan weten of al die demonstranten hetzelfde denken of voor, of correcter tegen hetzelfde streden als zij. Alleen ziet mijn definitie van vrijheid er iets anders uit dan die van Nederland in Verzet en dan die van de ‘subsidieslurpers’ van het Forum voor Democratie.

Mijn definitie van vrijheid heeft niets te maken met ‘op vakantie gaan’ of naar festivals of de Dutch GP of een voetbalwedstrijd gaan. Vrijheid is niet van het hedonistische ‘doen en laten wat ik wil’. In mijn definitie van vrijheid vervult de ander een belangrijke rol. Mijn vrijheid is onlosmakelijk verbonden met de vrijheid van die ander. Om John Stuart Mill te citeren: “Zodra een deel van iemands handelen nadelig is voor de belangen van anderen, valt het onder de jurisdictie van de maatschappij, en wordt het een punt van discussie of het algemeen belang al dan niet gediend zal zijn als men ingrijpt.[1]Als we met deze uitspraak naar het vaccinatiedebat kijken dan heeft mijn vrije keuze en de keuze van die 15 miljoen andere voor vaccinatie geen nadelige gevolgen voor een ander en dus ook niet voor die 1,8 miljoen ‘anderen’. De keuze van de 1,8 miljoen om zich niet te vaccineren kan daarentegen wel negatieve gevolgen hebben voor mij en die 15 miljoen anderen. Mill volgend valt die keuze daarmee dus onder de jurisdictie van de maatschappij.


[1] John Stuart Mill, Over Vrijheid¸ pagina 127

Radicale dwaasheid

Beste meneer Baudet. U herkent zich niet in het beeld dat u en het Forum voor Democratie ‘geradicaliseerd’ zijn, zo lees ik in uw essay bij DeDagelijkseStandaard. Ik weet niet waarom tegenwoordig een opiniërend artikel ‘essay’ wordt genoemd. De enige reden die ik hiervoor kan verzinnen is om er wat ‘status’ aan te geven. Een bijzonder ‘essay’ trouwens. Maar laat ik beginnen met u gerust te stellen. U bent, zoals u het zelf terecht zegt, “al jaren stabiel” voor wat betreft uw standpunten.

File:Thierry Baudet (2).JPG
Foto Elekes Andor. Bron: WikimediaCommons

U signaleert allerlei zaken rond de corona-pandemie en vraagt zich vervolgens af: “waarom gebeurt dit dan allemaal? Wat is er nou toch aan de hand?” Daarvoor ziet u twee mogelijke verklaring. Aan de ene kant, om Ferry Mingelen aan te halen: “stupiditeit, massapsychose, groupthink, complete breindoodheid bij de politiek,” en aan de andere kant: “een plan, een bedoeling, een dieper liggende agenda.” Wat het antwoord is weet u niet, zo schrijft u en vervolgens beschrijft u uitgebreid het vermeende ‘masterplan’ en de mensen achter dit vermeende ‘masterplan’. Dit doet u niet voor die ‘stupiditeit’ en daardoor ontstaat de indruk dat u in zo’n ‘masterplan’ gelooft. Dit wordt versterkt door passages zoals: “Ze schrijven rapporten waarin ze dit alles aanprijzen, uitwerken, voorkauwen. En natuurlijk is het – theoretisch – ook mogelijk dat hun denkbeelden louter per ongeluk samenvallen met de huidige gebeurtenissen.” Dus u weet het antwoord wel. Wel vreemd trouwens dat die ‘samenzweerders’ hun ‘samenzwering’ publiceren. U sluit af met een pleidooi voor radicaliteit: “‘radicaal voor de vrijheid’ zijn. Radicaal voor de rechten, de ratio, de restricties op de staatsmacht!”

Maar nu even een vraag. Hoe wilt u dat: “Waar mondiale spelers, miljardairs, futuristen, machtswellustelingen al decennia van dromen — een centraal bestuurde wereld, transhumanisme, totale controle,” tegengaan? Hoe wilt u: “Bill Gates, Elon Musk, Peter Thiel, George Soros, Klaus Schwab, enzovoorts, al die miljardairs en mondiale spelers,” belemmeren in hun drang om te komen tot die: “The Matrix-achtige controlemaatschappij (…) bestuurd vanuit mondiale centra, met semi-verplichte, geïmplanteerde chips die het leven reguleren en sanctioneren (inclusief toegang tot, en gebruik van, het internet)?” Hoe wilt u mensen als Thiel, die kiezen voor kapitalisme als ze een keuze moeten maken tussen democratie en kapitalisme, stoppen? Denkt u dat uw streven naar ‘radicale vrijheid’ hen stopt? Thiel hoort u lachend aan. Hij kiest, immers ook voor radicale vrijheid van het individu. Voor de radicale vrijheid van dat individu om met een bedrijf of zelfs als individu, uw gegevens te verzamelen en die te gebruiken naar eigen goeddunken. Hoe anders dan door staatsmacht en dan liefst nog staatsmacht van landen gecombineerd, bijvoorbeeld in EU verband, wilt u dat voorkomen? Als ‘radicaal vrij’ individu slaat u tegen deze miljardairs en hun bedrijven geen deuk in een pakje boter. ‘Radicale vrijheid’ is goed voor de machtigen, niet voor de machtelozen.

Daarbij gaat terugkeren naar de achttiende eeuw de tijd van de bourgeoisie, waarvoor u enkele jaren geleden in een Zwitsterse krant pleitte, niet helpen. Uw uitspraken in dat interview dat het ‘evenwicht’, zoals ik uw woorden vertaal: die ‘delicate balans die culmineerde in (…) het echte welbegrepen individu’ waarvan u betoogt dat dit in de achttiende eeuw haar ‘hoogtepunt bereikte’ en uw uitspraak dat de ‘bourgeoisie manier van leven, het leven van de gewone mensen’ was, zegt veel over uw kijk op de wereld. Die achttiende eeuw was voor de gewone mensen helemaal niet zo’n fijne tijd. Met hun vrijheid, laat staan de radicale vrijheid, was het toen zeer slecht gesteld. En van een ‘bourgeois manier van leven’ konden ‘gewone mensen’ alleen maar dromen. De bourgeoisie dat waren de rijke handelaren en de bankiers, de Musken en Gatesjes van die tijd. Nog geen vijf procent van de bevolking. Hoe verhoudt die ‘radicale vrijheid’ zich trouwens met uw uitspraak in die Zwitserse krant dat, ik vertaal: ‘de samenleving een elite nodig heeft die de weg wijst?’ Of geldt die ‘radicale vrijheid’ waarvoor u nu pleit alleen maar voor wat u ziet als ‘gewone mensen’? De ‘nieuwe’ elite waartoe u zichzelf graag rekent maar waartoe het gros van de inwoners van dit land nooit zullen behoren?

Zoals ik in de eerste alinea al schreef u bent niet geradicaliseerd. U verkocht altijd al radicale, onsamenhangende dwaasheid en dat doet u nog steeds. Dus daarin is niets veranderd.

Vrijheid

Vandaag is het 5 mei en vieren we de vrijheid. Volgens sommigen hebben we in de strijd tegen het coronavirus onze vrijheid ingeleverd en krijgen we dat wat we hebben verloren nooit meer terug en zijn we in een dictatuur beland. Voor mij aanleiding om eens vanaf een afstandje, voor zover dat kan, naar vrijheid en het nu te kijken. Ik doe dat aan de hand van de State of the Union die de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt op 6 januari 1941 uitsprak[1].

Eerst even die ‘dictatuur’ waarin we volgens sommigen leven. Een bijzondere bewering die Alicja Gescinska in de Volkskrant van repliek voorziet met de woorden: “Alleen al het feit dat je zonder gevolgen kunt zeggen dat je in een dictatuur leeft, is het bewijs dat je niet in een dictatuur leeft. De gechargeerde kritiek op het beleid getuigt van een eenzijdig begrip van wat vrijheid en onvrijheid werkelijk betekenen.” Gescinska houdt vervolgens een pleidooi voor verbonden vrijheid: “Wanneer we als samenleving niet uiteen willen vallen in een strijd tussen hongerige wolven en verscheurde schapen, moeten we leren vrij zijn mét elkaar, niet ten koste van elkaar. Onze vrijheid is zoals onze menselijke natuur zelf: per definitie sociaal. We kunnen pas vrij zijn in onze verbondenheid met elkaar.” Een prachtig pleidooi voor broederschap.

File:Fietsers op de autosnelweg, Bestanddeelnr 926-8019.jpg - Wikimedia  Commons
Autoloze zondag. Bron: WikimediaCommons

Terug naar Roosevelts State of the Union. Roosevelt was net voor de derde keer gekozen als president van de Verenigde Staten. Het land was nog niet bij de oorlog betrokken, tenminste niet direct. Ondanks haar neutraliteit steunde de regering Roosevelt de Britten. Iets wat een kleine twee maanden later werd bekrachtigd in de Lend and Lease Act. De wet gaf de president de bevoegdheid om landen die voor de Verenigde Staten vitaal werden geacht te ondersteunen door hen materieel te lenen en verhuren. In zijn toespraak schetst Roosevelt een toekomstige wereld. Roosevelt schetst vier essentiële vrijheden die, als ze worden gewaarborgd, de wereld veiliger maken. Die vier zijn de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om welke god op welke manier dan ook te aanbidden, de vrijheid of beter vrijwaring van gebrek en als laatste vrijheid of weer beter vrijwaring van vrees. Wat zien we als we onze huidige ‘coronamaatregelen wereld’ langs deze vier vrijheden leggen? Laat ik ze eens een voor een nalopen.

Als eerste de vrijheid van meningsuiting. Die lijkt mij volledig onaangetast. Iedereen kan zeggen, roepen, beweren, schrijven en uitzenden wat hij of zij wil: “behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet ,” zoals in artikel 7 van de Grondwet is beschreven. ‘Maar de mainstreammedia zijn eenzijdig en negeren andere opvattingen?’ Een interessante maar niet relevante vraag. Dat een krant weigert om jou mening te publiceren, dat een talkshow jou niet uitnodigt om je verhaal te vertellen, tast jouw vrijheid om je mening te uiten niet aan. Jouw vrijheid om je mening te uiten betekent niet de plicht van die krant of talkshow om jou te publiceren of te laten spreken. Media hebben geen ‘publicatieplicht’, zij bepalen zelf welke informatie zij publiceren. Ook onze belangrijkste vorm van meningsuiting, de verkiezing van onze volksvertegenwoordiging kon gewoon plaatsvinden. Wel op een iets aangepaste manier maar zonder merkbaar effect op de opkomst.  

Nog even terug naar ieders ‘verantwoordelijkheid voor de wet’. De roeper moet wel oppassen met het aanprijzen van zichzelf of anderen want dat zou wel eens onder de handelsreclame kunnen vallen want die wordt in het vierde lid van het Grondwetsartikel uitgezonderd van de vrijheid van meningsuiting. Of de door Baudet en anderen gemaakte en verspreidde poster waarop de vrijheid in 2020 eindigde onder de handelsreclame valt, dat laat ik over aan juristen en rechters. Het zou wel een interessante zaak zijn. Zeker properganda.nl, een soort communicatiebureau, zou zich wel eens op glad ijs hebben begeven.

Dan de vrijheid om welke god op welke manier dan ook aan te hangen. Ook hieraan wordt niet getornd. Het staat iedereen nog steeds vrij welke god dan ook aan te hangen en te vereren, weer aldus artikel 6 van onze Grondwet: “behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.”  In kerkgebouwen mag men zijn geloof belijden zoals men wil en met zoveel mensen als men wil. Of zoals de overheid het schrijft: “Mensen die samenkomen voor hun geloof of levensovertuiging zijn uitgezonderd van de maatregelen voor samenkomsten. Dit betekent dat er geen regels zijn voor het maximaal aantal personen in een kerk, moskee, synagoge of ander gebedshuis. Ook is er geen verbod op zingen.” Wel geeft de overheid op dit terrein adviezen.

Dan Roosevelts derde vrijheid, de vrijwaring van gebrek: “which, translated into world terms, means economic understandings which will secure to every nation a healthy peacetime life for its inhabitants, everywhere in the world,” aldus Roosevelt. Die is in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in artikel 25.1 vertaald in: “Everyone has the right to a standard of living adequate for the health and well-being of himself and of his family, including food, clothing, housing and medical care and necessary social services, and the right to security in the event of unemployment, sickness, disability, widowhood, old age or other lack of livelihood in circumstances beyond his control.” Deze ‘vrijheid’ verdeelt de schaarste en correspondeert met Gescinska’s pleidooi voor vrijheid in verbondenheid met broederschap en een rechtvaardige wereld. In tijden van crisis dienen op dit terrein altijd vrijheden tegen elkaar worden afgewogen.

Op dit gebied beperken de coronamaatregelen vrijheden. Neem de medische zorg, die komt door het vollopen van de IC’s met corona patiënten voor mensen met een andere ernstige aandoening in gevaar. Dit probleem is echter niet aan de coronamaatregelen te wijten. Zonder die maatregelen zouden de IC’s ook en hoogst waarschijnlijk zelfs nog veel sneller, zijn volgelopen. Ook wordt een deel van de bevolking door de maatregelen beperkt in het verwerven van hun inkomen (lack of livelihood). Die vrijheidsbeperkingen worden gecompenseerd. Om hen te ondersteunen zijn er allerlei maatregelen genomen om grote ellende te voorkomen. De manier waarop dat is gebeurd en dat het niet overal en altijd in voldoende mate lukt, kun je bekritiseren, dat heb ik ook gedaan. Ook over de effectiviteit van verschillende maatregelen kun je van mening verschillen. Een noodsituatie leent zich er echter niet voor om eerst wetenschappelijk te onderzoeken of iets effectief is. Soms moet je het doen, om premier Rutte aan te halen, met 50% van de kennis en nog minder, en een besluit nemen. Zonder maatregelen zou deze vrijheid echter ook onder druk staan. Dan zou de livelihood van de beperkten wellicht beter zijn maar dat dan wel ten koste van ‘health and wellbeing’ van anderen.

Als laatste de vrijwaring van vrees. Roosevelt spits die toe op landen en omschrijft vrijwaring van angst als: “a world-wide reduction of armaments to such a point and in such a thorough fashion that no nation will be in a position to commit an act of physical aggression against any neighbor—anywhere in the world.” Daar kunnen we in het kader van corona niets mee. Of toch wel? Als we het handelen van landen bekijken bij het verkrijgen van vaccins, dan zien we dat met name Westerse landen hun wapens (geld) gebruiken ten kosten van arme landen. Je zou dat kunnen zien als het ‘plegen van agressie tegen je buren.’

Wat als we ‘vrijwaring van angst’ vertalen naar het individuele niveau? Dan zou geen individu de mogelijkheid moeten hebben een ander agressief te benaderen en te bedreigen. Op dit punt zien we een duidelijke afname van de vrijheid. Mensen, politie-agenten, journalisten en politici om drie voorbeelden te noemen worden bedreigd. Dit is niet nieuw, ook voor de corona-pandemie gebeurde dit al. De corona-pandemie heeft wel voor een toename gezorgd. Maar belangrijker, ze worden niet bedreigd door de overheid, de instantie die vrijheid kan beperken, maar door andere individuen.

Met onze vrijheid in coronatijd gaat het dus nog bijzonder goed. ‘Maar de avondklok dan? Die beperkte onze vrijheid toch?’  Inderdaad beperkte die je vrijheid om op bepaalde tijdstippen buiten te zijn. Als een tijdelijke maatregel om een crisis te bezweren kan dat worden gezien als een legitiem maar tijdelijk middel. Dat de maatregel tijdelijk was, is inmiddels duidelijk. Of het middel effectief was, daarover kun je van mening verschillen. Net zoals de ‘autoloze zondagen’ in 1973 een tijdelijke beperking van de vrijheid was.


[1] Voor degenen die deze State of the Union willen beluistere. Op deze Wikipediapagina kan dat

Battle- en cruiseship corona

“We zouden plotseling een land van bevrijde tachtigjarigen hebben, terwijl jonge mensen, die sowieso al geen ernstige schade van covid ondervinden, in lockdown zouden blijven. Theepartijtjes zouden weer worden gehouden, cruiseschepen weer zeilen, terwijl fitte en gezonde 25-jarigen nog eens zes maanden te maken krijgen met thuisblijven.” Een citaat van Ross Clark in een artikel van Iñaki Oñorbe Genovesi in de Volkskrant. Een artikel waarin de vraag centraal staat: “Moeten mensen die gevaccineerd zijn meer vrijheden krijgen, terwijl anderen nog niet eens een oproep hebben gehad voor een coronaprik?” Inderdaad cru als de gezonde jeugdigen die nu binnen moeten blijven ter bescherming van de risico lopende oudere nog steeds binnen moeten blijven terwijl die oudere vrolijk op stap kan.

File:USS Missouri (BB-63) arrives in Pearl Harbor.jpg
De USS Missouri arriveert in 1998 in Pearl Harbor om ‘dienst’ te gaan doen als museum. Bron: Wikipedia

Toen ik dit las, moest ik aan de film Battleship denken. Voor degenen die de film niet kennen: buitenaardse wezen proberen de Aarde te veroveren en dat mislukt natuurlijk door de heldhaftige inzet van de hoofdrolspelers. Ik moest aan deze film denken omdat het slagschip Missouri dat als Tweede Wereldoorlog museum in de haven van Hawaii fungeert, een belangrijke rol speelt. Dat schip vuurt de belangrijkste granaat af. Hierbij vervullen veteranen uit de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol. Zij hadden ervoor gezorgd dat het schip nog steeds volledig functioneerde en hielpen de hoofdrolspelers om het schip die belangrijke granaat te laten afvuren.

Ik moest hieraan denken omdat die gevaccineerde oudjes dan wel meteen ook het personeel voor die cruise zullen moeten leveren. En ja, ook het personeel van het theehuis. Want waar moet je als ‘oudje’ heen als alle medewerkers van musea, theaters, voetbalstadions, winkels et cetera nog gewoon binnen moeten blijven. Het lijkt me weinig aantrekkelijk om de gesloten deur van het Limburgs Museum te bezoeken. Zonder de werkende jongeren lijkt mij dat er weinig te doen is voor die ‘bevrijde oudjes’ behalve dan met elkaar af te spreken en daarbij is een vaccin een plus: “Na bijna een jaar sinds het eerste geval van coronavirus in Argentinië, meldden datingapplicaties als Tinder, Bumble en OkCupid een aanzienlijke toename in het aantal keren dat gebruikers de woorden ‘vaccin’ en ‘gevaccineerd’ in hun profielbeschrijvingen vermelden. Het enige wat er “verder zou kunnen veranderen is dat de ‘vroege uurtjes voor kwetsbare oudjes’ in de supermarkt tot het verleden behoren. Nu is mijn ervaring van de afgelopen tijd dat veel ‘oudjes’ toch al buiten die uurtjes de supermarkt bezoeken.

Voorlopig zijn nog lang niet alle ‘kwetsbare oudjes’ gevaccineerd. Totdat het zover is, lijkt het me dat je de gevaccineerde mensen wel meer vrijheid kunt geven, alleen zijn er, afgezien van een bijzondere mogelijkheid, nog steeds geen mogelijkheden om die te benutten omdat het ‘cruiseschip niet kan varen’ wegens gebrek aan personeel. Die ene mogelijkheid is de avondklok. Die zou voor gevaccineerde mensen niet meer hoeven te gelden. Alleen zou dat weer voor handhavingsproblemen kunnen zorgen en dat is een reden om het niet te doen. Er is echter een belangrijkere reden. Als ‘gezonde jongeren’ binnen moeten blijven om ‘kwetsbare oudjes’ te beschermen dan is het niet meer dan wederkerig dat gevaccineerde ‘kwetsbare oudjes’ solidair blijven met de jongeren en pas gaan cruisen (per schip of Tinder) als ook die ‘gezonde jongeren’ dat weer kunnen. Solidariteit werkt alleen als het wederkerig is.

Of, en nu draai ik de zaak om, als de ‘gezonde jeugdigen’ binnen moeten blijven om de ‘kwetsbare oudjes’ te beschermen, dan kan toch alles weer open als die ‘kwetsbare oudjes’ via een vaccin zijn beschermd? Dan vervalt toch de reden waarom die ‘gezonde jeugdigen’ binnen moeten blijven? Nu ben ik geen virusdeskundige en het kan zijn dat er goede redenen zijn om dat juist niet te doen.

Kruitdampen in het hoofd

  In mijn vorige Prikker schreef ik over de vergelijking tussen drugs en vuurwerk van Wouter Roorda. Ik concludeerde dat die vergelijking mank ging. Vandaag nogmaals het thema vuurwerk. Dit naar aanleiding van een bijzonder betoog van Sid Lukkassen bij TPO. Volgens Lukkassen kunnen we zonder ‘vuurwerkvrijheid’ niet bestaan. “Vuurwerkvrijheid is existentieel,” schrijft hij. Dat lijkt me bijzonder. De mensheid geeft immers millennia lang goed kunnen bestaan zonder vuurwerk. Overdrijven is een kunst en het lijkt alsof Lukkassen er meester in is. Laten we zijn betoog eens volgen.

Bron: Pixabay

Vuurwerk is existentieel om drie redenen. “Ten eerste, alles wegreguleren wat jongens en mannen leuk en spannend vinden. Ten tweede worden we een norse brompotsamenleving die geen spektakel en risico’s meer aandurft: dit komt neer op het uitdoven van de levensfelheid. Ten derde, we noemen het beestje niet bij de naam – namelijk de specifieke overlastgevende groepen waar het in de kern om draait – maar spreken in termen van een algemeen verbod. Dit is niet alleen laf en een teken van karakterzwakte: het wijst op een regelmanie waarbij de goeden onder de kwaden lijden.” 

Om met dat laatste te beginnen. Lukkassen ziet twee groepen. Aan de ene kant de ‘goede vuurwerk afsteker’ en aan de andere kant de groepen die door middel van vuurwerk overlast bezorgen. Hij lijkt een groep te vergeten en dat zijn mensen die geen vuurwerk afsteken. Dit is geen homogene groep van alleen maar ‘tegenstanders’ van  vuurwerk. Die zullen er zeker ook en misschien zelfs wel veel, bij zitten. Nee, die groep bevat ook mensen die het niets kan schelen of het al dan niet verboden is en mensen die er zelf niets aan vinden maar die anderen het plezier wel gunnen. Dit is de groep die geen vuurwerk koopt, die wel belasting betaalt voor handhaving en het opruimen van de troep en die wellicht een hogere zorgpremie moet betalen om de schade door vuurwerk te vergoeden. Een verbod op vuurwerk treft deze groep niet. Een verbod treft alleen de andere twee groepen. Om dan te concluderen dat bij een verbod de goeden onder de kwaden lijden, is nogal een bewering. Of hoort deze groep niet bij de ‘goeden’?

Volgens Lukkassen is het: “hoe dan ook idioot om ook maar te overwegen ons eigen volksfeest af te schaffen, omdat er groepen zijn die zich kennelijk niet in de hand kunnen houden en we niet in staat blijken hen te bedwingen.” Maar beste meneer Lukkassen, de viering van de jaarswisseling wordt niet afgeschaft. Dat is het feest dat er wordt gevierd, niet ‘het afsteken van vuurwerk’. Een deel van de Nederlanders ‘viert’ dit door vuurwerk af te steken en ander deel viert op een andere manier met bijvoorbeeld een oudjaarsconference, een oliebol en een glaasje champagne. Of door gezellig met familie en/of vrienden bijeen te komen. 

(V)uurwerk verbroedert alle lagen en klassen van de samenleving. In mijn jeugd was het vuurwerk een van de weinige momenten waarop de allochtone en autochtone jeugd samen optrok.” Om even terug te gaan naar mijn jeugd. In de jaren zeventig van de vorige eeuw was ‘sintermerte’ een belangrijke gebeurtenis in mijn geboortedorp Velden. Na het verstrijken van de zomervakantie, die leek vroeger ‘eeuwig’ te duren, begonnen we met het verzamelen van dode takken uit de bossen die op een hoop werden gegooid. Na verloop van tijd kwamen daar pallets bij aangeleverd door een transportbedrijf van een van de ouders. En, nu helemaal niet meer voor te stellen, autobanden. Wij waren niet de enigen. Bij iedere boerderij en in iedere buurt, bouwde de jeugd een hoop. Een hoop die dan op de 10e november werd opgestookt. Die hoop verbroederde iedereen die eraan meebouwde en zorgde voor rivaliteit tussen de verschillende groepen. ‘Onze’ hoop moet het grootste worden, het laatste worden aangestookt en liefst ook het langste branden. Sommigen gingen de strijd ‘oneerlijk’ aan door spullen bij een andere hoop weg te halen. En soms werd een rivaliserende hoop zelfs een dag eerder al in brand gezet. Dat is nu verleden tijd. De jeugd in het dorp kent de traditie niet meer. Maar ik dwaal af. Vuurwerk afsteken, en ook andere van dergelijke activiteiten, zoals sintermerte, kunnen inderdaad verbroederen. Ze ‘verbroederen’ vooral binnen eigen groepen en wakkeren rivaliteit aan met hen die daar niet bijhoren. Net zoals sport, muziek en cultuur verbroederen maar ook kunnen aanzetten tot rivaliteit. Trouwens ook criminaliteit verbroedert. Dat iets ‘verbroedert’ is geen reden om het ‘heilig’ te verklaren.

Lukkassen: “Je moet natuurlijk veilig omgaan met vuurwerk en bijvoorbeeld een vuurwerkbril dragen. Maar sluipenderwijs en in de greep van angst voor risico’s zijn we alles aan het verbieden. Totdat er niets leuks overblijft.” Is angst werkelijk een van de redenen om voor een vuurwerkverbod te pleiten? Dat iemand zijn oog kwijtraakt of een halve hand vanwege verkeerd gebruik van vuurwerk, is voor een enkeling een reden om voor een vuurwerkverbod te pleiten. De schade aan het oog, de hand, de auto of het huis van een ander is echter een veel belangrijkere reden. De schade en overlast die de groep die zelf niets met vuurwerk heeft, is het argument voor een verbod. Een, zoals ik gisteren ook al aangaf, heel liberaal argument om rechten van mensen in te perken. Al lijken de huidige ‘liberalen’ daar heel anders over te denken.  

Lukkassen haalt VVD-voorman Dijkhoff aan: “Fatsoenlijke vuurwerkliefhebbers ergeren zich ook kapot aan het tuig dat oud & nieuw elk jaar weer verpest, maar dreigen met een totaalverbod zelf gestraft te worden. Terwijl ze niets verkeerd doen. Zij vragen zich af waarom politici hun brave in Nederland gekochte sierpotten willen verbieden, terwijl net over de grens veel zwaarder spul gewoon in de winkels ligt.” Tja, die grens waarachter grotere ellende te koop is. Nu wil het geval dat de regels voor vuurwerk in onze buurlanden niet zoveel afwijken van de Nederlandse. Ook daar mag een particulier alleen f1 en f2 vuurwerk kopen en is het aan de verkoper om de leeftijd te controleren. Wat verder over de grens, via het Web, is veel meer te verkrijgen en is het toezicht afwezig of beperkt.

Vanwege dat ‘buitenland’ is een totaalverbod zinloos, zo betoogt Lukkassen en haalt CDA-kamerlid Chris van Dam aan: “Dat is niet te handhaven.” Het lijkt mij dat een totaalverbod makkelijker is te handhaven dan de huidige situatie. Nu hebben we legaal en illegaal vuurwerk. Ook zijn er tijden waarop het mag en tijden waarop niet. En, hoe toon je aan dat de ‘knal’ afkomstig was van illegaal vuurwerk? Bij een totaalverbod is immers iedere ‘knal’ of ‘pijl’ strafbaar. Dat lijkt mij stukken eenvoudiger te handhaven. 

Bron: PXhere

Nog bonter wordt het als Lukkassen VVD-burgemeester Antoinette Laan-Geselschap aanhaalt: “Dat er problemen zijn, ligt niet aan het vuurwerk, maar aan het gedrag van mensen. Een landelijk verbod is een te draconische maatregel. Het gedrag van een aantal klojo’s moet niet de maatstaf worden.” Woorden die zo afkomstig zouden kunnen zijn van Wayne LaPierre, de voormalig voorzitter van de Amerikaanse National Rifle Association: ‘geweren doden geen mensen, mensen doden mensen.’ Waarom dan niet meteen een pleidooi om alles toe te staan? Dat iemand wellicht een tankgranaat naar het Binnenhof schiet maakt toch nog niet dat de goedwillende ik niet meer in mijn M1 Abrams tank mag rijden! 

“Het is een reflex geworden om bij alles wat er misgaat de staat ter verantwoording te roepen en te pleiten voor een verbod. Dit is een zieke ontwikkeling die aantoont dat de sociale cohesie wegvalt en we er niet meer samen uitkomen: mensen ontwikkelen een afwachtende en staatsaanhankelijke basishouding.” Een wel heel bijzondere manier van redeneren. De overheid is juist het medium dat maakt dat we er samen uitkomen. De overheid is namelijk van de samenleving en is aan zet als de vrijheid van de een tegen de schade van de ander moet worden afgewogen. En de vrijheid van Lukkassen om rotjes af te steken, moet worden afgewogen tegen de overlast en de beperking van de keuze vrijheid van de tegenstander van vuurwerk. Want ja, het afsteken van vuurwerk kan de vrijheid van anderen beperken. Als mensen niet meer de straat op durven omdat ze als de dood zijn voor vuurwerk, dan beperkt Lukkassens recht om een rotje af te steken, de vrijheid van een ander. De overheid is er om juist dan de zaken tegen elkaar af te wegen.

Lukkassen vervolgt zijn betoog: “Ook de gedachte dat het volk zomaar bij kruit kan is voor de elite een beangstigende gedachte, zeker nu ze merken dat hun beleid steeds minder populair is. Mede hierom willen sommige bestuurders ervan af. Juist dit is een reden – voor wie wil dat het volk uiteindelijk de baas is in een land en niet een technocratische regentenklasse – om vóór vuurwerk te zijn.” En daar is ze weer; de tegenstelling tussen volk en elite. Alleen lijkt het alsof ‘het volk’ alleen maar bestaat uit ‘afstekers van vuurwerk’. Tegenstanders van vuurwerk behoren bij de ’elite’. Als we trouwens wat beter lezen, pleit Lukkassen dan voor het inzetten van ‘kruit’ om ‘minder populair beleid’ omver te ‘knallen’? Want zegt hij niet dat de toegang tot vuurwerk moet blijven om het volk de mogelijkheid te geven om het beleid van de ‘elite’ tegen te kunnen gaan?

Lukkassen sluit af met een advies: “als je huisdieren last hebben van vuurwerk, neem ze dan mee naar een vuurwerkvrije camping, of breng ze naar een opvang speciaal hiervoor. Ook dit is weer business voor kleine ondernemers.” Dus om u uw pleziertje te gunnen, moeten anderen extra kosten maken? En dat is volgens u niet erg want dat is ‘business voor kleine ondernemers’. Even terug naar de vrijheid van de een en de overlast voor de ander. Beste meneer Lukkassen, bent u bereid om de kosten voor die camping of die dierenopvang voor die mensen te betalen? U zult het toch vast niet erg vinden om de extra kosten die de dierenbezitters moeten maken, te vergoeden? Het is immers ‘business voor kleine ondernemers’? En dan nog vraagt u iets bijzonders van deze mensen. U vraagt hen namelijk om hun viering van het feest van de jaarwisseling aan te passen aan uw ‘vuurwerkplezier.’

Zou Lukkassen last hebben van kruitdampen in het hoofd?

Vrijheid door regels

“Als we kijken naar de samenstelling van de Nederlandse wet- en regelgeving dan kan men ook niet anders dan concluderen dat minimaal de helft kan worden geschrapt. Een sanering van de Rijksoverheid en haar ambtenarij met ten minste 50% zou een zegen voor het land zijn.” Zo die zit! Moet Teunis Dokter hebben gedacht toen hij deze regels schreef in zijn korte artikeltje bij De Dagelijkse Standaard. Nu is Dokter niet de eerste die roept dat ‘de helft’ van de regels en overheid overbodig zijn. Ronald Reagan riep het ook al. En dan vaak ook gevolgd door woorden gelijk aan die van Dokter dat: “de economie gestimuleerd (wordt) en (…) mensen de vrijheid  zullen krijgen die ze ook verdienen.” Een paar vragen en opmerkingen bij dergelijke oproepen.

Bron: Wikipedia

Als eerste de vraag, welke regels behoren tot die overbodige? Omdat de roep van Dokter al zo oud is en deregulering al jaren overheidsbeleid is, zou ondertussen toch al wel duidelijk moeten zijn welke regels overbodig zijn. Dat die duidelijkheid er naar al die jaren nog niet is, zou dat kunnen betekenen dat er toch veel minder overbodige regels zijn dan Dokter suggereert? Dokter zal best veel regels kunnen aanwijzen die hij overbodig vindt. Zijn betoog lezend, denkt hij vooral aan milieuwetten. Alleen vinden anderen die regels juist belangrijk en dringen ze aan op naleving. Dat is precies wat Urgenda heeft gedaan. Dat is ook wat die, zoals Dokter ze noemt, “schimmige juristenkartels” hebben gedaan met de ‘stikstofregels’. Ze hebben aangedrongen op naleving van wetgeving.

Waarom investeren bedrijven graag in het volgens Dokter, ‘over gereguleerde’ Nederland en Duitsland maar niet in Congo, Liberia of Eritrea? In zijn boek 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme schrijft de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang hierover: “regulering die de vrijheid van individuele bedrijven beperkt, het collectieve belang van het hele bedrijfsleven kan dienen, om nog maar te zwijgen van de natie als geheel. … Veel regulering helpt gemeenschappelijke hulpbronnen beschermen die alle bedrijven delen, terwijl andere het bedrijfsleven helpen door bedrijven te dwingen dingen te doen die op den duur hun productiviteit verhogen.”

‘En China dan?’ Kun je tegen werpen. Chang: “De Chinese economie werd de afgelopen drie decennia van snelle groei op soortgelijke wijze zwaar gereguleerd. Daarentegen hadden veel ontwikkelingslanden in Latijns-Amerika en Afrika bezuiden de Sahara in deze drie decennia hun economieën gedereguleerd in de hoop dat dit de zakelijke activiteiten zou stimuleren en hun groei zou versnellen. Maar op raadselachtige wijze groeiden zij trager dan in de voorafgaande twee decennia, toen werd aangenomen dat ze belemmerd werden door excessieve regulering.” De ‘soortgelijke wijze’ waar Chang het over heeft, verwijst naar Zuid-Korea, Taiwan en Japan die China voorgingen.

Dan de vrijheid van de individuele mens. Zou het voor een individu niet precies hetzelfde zijn als voor een bedrijf? Zijn de regels die de vrijheid van het individu beperken niet juist bedoeld om het collectieve belang van de hele samenleving te dienen? Verplicht rechts rijden beperkt het individu maar dient het belang van de samenleving en daarmee ook het belang van het individu. Immers als iedereen voor zich zelf bepaalde op welke manier wordt gereden dan stond het verkeer voornamelijk stil. 

Als laatste een vraag? Waarom willen zovelen van elders naar hier komen? Zo graag dat ze het risico op dood door verdrinking en slavernij in Libië voor lief nemen?  Waarom komen ze liever naar hier dan dat ze hun geluk beproeven in Saoedie Arabië of Koeweit? Landen met een hoger bruto nationaal product dan Nederland. Als het om de welvaart zou gaan, dan zouden de deuren van die Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten worden platgelopen door migranten. Of zou dat een gevolg zijn van die ‘ veel te veel’ regels die onze vrijheid ‘belemmeren’?

Natuurlijk moeten wetten en regels iets toevoegen, moeten ze zo eenduidig mogelijk te handhaven zijn. Daar zal iedereen het mee eens zijn. Zou het echter niet kunnen dat regulering hand in hand gaat met vrijheid en (economische) ontwikkeling?