Uitgelicht

Politici en Platotest

Een van mijn favoriete bezigheden is lezen. Zeker als ik dat kan doen in of op mijn favoriete ‘vakantiebestemming’. Die bestemming is mijn hangmat geplaatst onder de notenboom in onze tuin. Jullie begrijpen dat ik dus geregeld ‘op vakantie’ ga met een boek. Deze keer met De ideale staat van de oud-Griekse filosoof Plato. Bij anderen heb ik al veel gelezen over het boek en toen ik het recentelijk zak liggen bij Koops, mijn favoriete boekhandel, heb ik het aangeschaft. Bij het lezen van het eerste deel van het hoofdstuk De kennis van de ideale politicus kon ik een vergelijking met onze huidige tijd niet naar de achtergrond drukken.

Eigen foto

Eerst over het boek. De titel De ideale staat doet al vermoeden dat Plato er zijn ‘ideale staat’ in schets. Dit doet hij omdat hij zoekt naar een beschrijving van het begrip rechtvaardigheid. En nee, in die ‘ideale staat’ zou ik niet willen leven. Plato’s ideale staat kent drie groepen: het volk, de soldaten en de bestuurders. Die worden in eerste instantie allemaal gekozen op hun geschiktheid voor het werk dat ze moeten doen. Daarna is hun status min of meer overerfbaar. Overerfbaar omdat de staat een soort ‘fokprogramma’ opzet om die groepen, vooral de bestuurders en soldaten kwalitatief nog te verbeteren. Min of meer omdat kinderen met duidelijke kwaliteiten naar een hogere klasse kunnen en kinderen uit hogere klassen die de benodigde kwaliteiten missen, gedegradeerd kunnen worden. Kinderen worden niet door de ouders opgevoed maar door de staat en dat opvoedprogramma kent een zeer conservatieve inslag. Wel heel modern, Plato maakt geen onderscheid tussen mannen en vrouwen. Aan het hoofd van die staat treffen we de filosoof-koning aan. Voor een belangrijk deel schetst Plato de situatie in de Atheense concurrent Sparta. Sparta kende een dergelijke indeling alleen werden de bestuurders niet op basis van kwaliteit geselecteerd en de twee koningen die aan het hoofd stonden, waren geen filosofen. Zoals gezegd zou ik er niet willen wonen omdat ieder individu in die staat ondergeschikt is aan het geheel, de gemeenschap.

Terug naar die ‘ideale politicus’ en de vergelijking met het heden. Volgens Plato wordt de ideale politicus gekenmerkt door de volgende eigenschappen. Eigenschappen die, aldus Plato logisch uit elkaar volgen. Als eerste heeft de ideale politicus een ‘wetenschappelijke houding’. En niet in één deel ervan maar in de complete wetenschap. Daarmee bedoelt hij dat ze geïnteresseerd moeten zijn in het ‘onveranderlijke’ van zaken. Niet vreemd omdat Plato een conservatief avant la lettre was. Plato zag overal om zich heen de zaken minder worden. Om dat tegen te gaan wilde hij het liefst terug naar ‘the good old days’, naar het verleden. En: “om wetten en normen te handhaven en om toezicht te houden op het gedrag van de bevolking,” moesten zij: “dat inzicht wel bezitten en bovendien in ervaring niet voor anderen onderdoen en in het algemeen geen enkele kwaliteit missen.” Die wetenschappelijke interesse moest uitgaan: “naar het totaal der dingen en dat ze daarvan zelfs het kleinste, onbeduidendste onderdeel niet bewust laten schieten.” Vervolgens moesten ze beschikken over: “een grote waarheidsliefde (…) en nooit bereid bewust een onwaarheid te aanvaarden.

Zo’n politicus was  “een sober mens (…) aan wie elk materialisme vreemd is.”  Hij was zeker niet laf en kleingeestig, want “Er is namelijk niets wat het streven om de totale samenhang te begrijpen zozeer in de weg staat dan bekrompenheid.” Natuurlijk moest ook op intelligentie worden gelet immers: “als iemand niet in staat is de dingen die hij leert te onthouden maar een en al vergeetachtigheid is, moet hij wel volledig van kennis zijn gespeend”. Als laatste is voor een ideale politicus een: “harmonische geest vereist (…) met innerlijke beschaving een aangeboren gevoel voor stijl, die tot begrip voor het onveranderlijke in de dingen leidt.”

Al lezend liet ik een aantal huidige politici de revue passeren. De presidenten Trump, Poetin en Erdogan maar ook Nederlanders zoals premier Rutte, Hugo de Jonge, Thierry Baudet en Wilders. Plato zou hen, zo schat ik in, zonder lang na te denken op het stapeltje ‘volk’ deponeren. Merkel zou wellicht wel door de ‘Platotest’ komen. Zoals gezegd zou ik niet willen leven in Plato’s ideale staat. Zijn ‘schets van de ideale politicus’ bevat toch zaken voor een politicus in een democratie, een regeringsvorm waar Plato geen hoge pet van op had.

Rutte, migranten en dwaasheid

“Zo’n dwaas is Rutte niet,” schreef ik in mijn laatste prikker, een dwaas die zich baseert op een theorie die de toekomst voorspelt op basis van het verleden. Dit naar aanleiding van de migratietop van de afgelopen week. Het woord ‘dwaas’ liet mij niet los en deed mij weer denken aan de de historica Barbara Tuchman. Tuchman schreef diverse interessante boeken, een ervan met als titel De Mars der Dwaasheid. Inderdaad is Rutte geen ‘historicistische’ dwaas, maar hoe zit het met ‘Tuchmaniaanse’ dwaasheid?

Map_of_the_European_Migrant_Crisis_2015_-_Asylum_applicants'_countries_of_origin

Illustratie: Wikimedia Commons

Dwaasheid is een van de vier vormen van wanbestuur naast tirannie, buitensporige ambitie en onbekwaamheid. Beleid wordt door Tuchman als dwaas bestempeld als het vijf kenmerken vertoond. Als eerste het ontbreken van een plan voor de lange termijn. In mijn vorige prikker vroeg ik mij af waar Rutte naar toe wil met het migratiebeleid en hoe dat beleid past in zijn beeld van een prettige en open samenleving. 

Het tweede kenmerk is de hardnekkigheid en koppigheid waarmee beleid wordt voortgezet. Eigenlijk al sinds het laatste decennium van de vorige eeuw is migratie en vooral het beheersen en voor menig politicus zelfs stoppen ervan, doel van het beleid. De praktijk laat zien dat dit mensen niet weerhoud om naar hier te komen. 

Het derde kenmerk dat Tuchman geeft, is het je niet kunnen of willen inleven in de ander. Als we de beeldvorming over migranten beschouwen in de media en bij diverse politieke partijen, dan lijkt hiervan sprake. De migrant is een gelukzoeker, een profiteur van onze welvaart. weinig rekening houdend met de ander en weinig inlevend in zijn situatie.

Het vierde kenmerk dat Tuchman onderscheidt is een gevoel en uitstraling van superioriteit. Verraadt de toon en omschrijvingen die aan migranten worden gegeven niet een gevoel van superioriteit? En hoe zit het met ‘opvang in de regio’? Het ‘afkopen’ via ‘deals’ met landen? En de nieuwste variant de ‘ontschepingsplatforms’?   

Tuchmans laatste kenmerk is incompetentie. Wellicht wat lastiger aan te tonen. Alhoewel? Zien we niet een herhaling van steeds dezelfde oplossingen die niets oplossen. Zou dat niet kunnen duiden op incompetentie? Net zoals het niet onderzoeken en proberen van alternatieve oplossingen.

En met die alternatieve oplossingen komen we bij de twee criteria waaraan het beleid moet voldoen. Het eerste alternatief is dat er alternatieven moeten worden geboden. Alternatieven zijn er en worden geboden, maar niet gehoord. Het tweede criterium is dat mensen het beleid ook in de tijd dat het speelde ook al als dwaas bestempelden. Dwaasheid?

Gelijke behandeling

Geachte informateur van het volgende kabinet,

misschien ben ik een beetje vroeg, er is immers net een nieuw regeerakkoord en Mark Rutte is aan de slag als formateur. Bovendien weet ik nog niet wie u bent, u bent immers nog niet benoemd. Sterker nog er zijn nog geen Kamerverkiezingen in aantocht.

belastingenFoto: Flickr

Toch wil ik even van de gelegenheid gebruikmaken om iets bij u onder de aandacht te brengen en er zijn twee goede redenen om dat nu te doen. U heeft vast de titel van het regeerakkoord gelezen en uit die titel spreekt weinig zelfvertrouwen. Dus voor je het weet, is het nog niet geformeerde kabinet al weer gevallen en zijn er nieuwe verkiezingen. Dan zit mijn brief mooi als eerste in uw dossier. Mocht het kabinet, ondanks dat gebrek aan vertrouwen, toch de hele rit uitzitten, dan voorkom ik zo dat ik vergeet u een brief te sturen. Ik heb hem dan immers al gestuurd én, net als in het eerste geval, zit mijn brief als eerste in uw dossier.

Zo nu terzake, wat is er zo dringend dat ik onder uw aandacht wil brengen, zodat u het met de partijen in de formatie kunt delen? Voor mij als inwoner van dit land is het gewenst om te komen tot substantiële verlaging van mijn inkomstenbelasting en uiteindelijk de volledige afschaffing ervan. Ik ga u niet vervelen met dertien pagina’s tekst zoals de lobby van MKB en LTO Nederland bij de net afgelopen informatie heeft gedaan. Ik hou het bij een kort briefje van nog geen a-viertje.

Het is niet dat ik niet mee wil betalen aan al die mooie collectieve voorzieningen. Integendeel, ik betaal daar graag aan mee omdat ik er profijt van heb. Ik kan over de wegen rijden, de sociale voorzieningen voorkomen dat de straat vol ligt met zwervers en bedelaars, al worden dat er de laatste tijd weer meer. Het vuilnis wordt opgehaald en zo zou ik nog wel even door kunnen gaan.

Nu zult u zich afvragen waarom stuurt die Ballonnendoorprikker mij een brief waarin hij mij vraagt om afschaffing van zijn belastingbetaling als hij geen bezwaar heeft tegen het betalen van belastingen? Dat zal ik u kort uitleggen. Ik ben voor het betalen van belastingen naar draagkracht, zowel door inwoners als door bedrijven en met name deze laatsten is het via uw voorganger Zalm gelukt om zich aan hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te onttrekken. In een brief van dertien pagina’s waar ik al over sprak, schreven zij, zo las ik bij Joop: “ voor ondernemers is gewenst te komen tot substantiële verlaging van het vennootschapsbelasting-tarief en (uiteindelijk afschaffing van) dividendbelasting … .” Omdat zij van het kabinet dat nu wordt geformeerd hun zin hebben gekregen, vraag ik u om mijn gelijke behandeling te bepleiten en  dit in het regeerakkoord vast te leggen.

Ik laat het aan u om deze gelijke behandeling in te vullen. Als u een andere manier vindt om die gelijkheid vorm te geven, ben ik ook tevreden.

Met vriendelijke groet, de Ballonnendoorprikker

‘Open’ staan

De formatie van een nieuw kabinet verloopt erg moeizaam. De grootte van Kamerfracties en uitspraken wie niet met wie wil, maken het erg lastig om  tot een kabinet te formeren dat op een solide meerderheid in de Tweede Kamer kan rekenen. Het lijkt erop dat er eerst over de eigen schaduw moet worden gestapt om verder te komen. Bij nu.nl valt te lezen dat VVD-leider Rutte en CDA-leider Buma ‘open staan’ voor nieuwe gesprekken met GroenLinks, “Maar dat kan alleen zonder voorwaarden vooraf. “Dan kun je praten. Het zal dan nog steeds heel ingewikkeld zijn.”

Open staan

Illustratie: Fokke & Sukke

Geen voorwaarden vooraf, dat lijkt een hele goede insteek om verder te komen: open het gesprek ingaan, zoeken naar overeenstemming en zo langzaam nader tot elkaar komen. Goed van Rutte en Buma dat ze deze ‘schoen’ nog niet weggooien.

Maar wacht eens even, er is toch al eens onderzocht en onderhandeld tussen VVD, CDA, D66 en GroenLinks? Dat was toch de eerste variant die informateur Schippers heeft onderzocht? De partijen hebben samen toch al onderhandeld en die zijn spaak gelopen? Naar ik me goed herinner en dat blijkt ook uit het stukje bij nu.nl, is het spaak gelopen op het thema migratie en vluchtelingen? Op dat thema zou GroenLinks iets moeten slikken dat voor hen een ‘principiële ondergrens’ doorbrak en daarom haakte de partij af.

Die onderhandelingen en het resultaat ervan zijn een feit dat er ligt. Zouden nieuwe onderhandelingen zonder voorwaarden, niet ook stuiten op dat zelfde feit, diezelfde ‘principiële ondergrens’? Is om die onderhandelingen vlot te trekken niet iets anders nodig dan blanco beginnen? Is hier niet juist beweging nodig van een van de betrokken partijen? Een beweging van GroenLinks om onder hun ‘principiële ondergrens’ te zakken of van CDA en VVD om die grens te respecteren en er boven te blijven?

Wat bedoelen Rutte en Buma eigenlijk als ze, met het feit van de vorige onderhandelingen op tafel, zonder voorwaarden vooraf weer met GroenLinks willen gaan onderhandelen? Zeggen ze dat zij dat zij bereid zijn tot consessies aan GroenLinks? Of zeggen ze ‘Jesse als je die malle principes even overboord zet, dan mag je meeregeren? Waarom wordt niet helder en duidelijk gezegd welke optie het is? Hoe ‘open’ staan Rutte en Buma werkelijk?

Beste mevrouw Wijs

Bij ThePostOnline een open brief van u, een teleurgestelde en zeer verontruste burger van Nederland. U richt uw schrijven aan Mark Rutte en Siebrand Buma. “Ik kan sinds 15 maart het idee niet van me afzetten, dat wij in een ‘bananendictatuur’ wonen!,” zo schrijft u. Een ‘bananendictatuur’ omdat: “Meteen om 21:15 uur kwam er een prognose en die was, zoals later zou blijken, behoorlijk definitief. Het is één van de mysteries van deze verkiezingen, evenals alle blijken van fraude, wegraken van stemmen, etc. op verschillende stembureaus.” Beste mevrouw Wijs, die eerste prognose voorspelt de uitslag altijd op een paar zetels na. En waar zijn uw bewijzen van fraude en het wegraken van stemmen? Bent u misschien het slachtoffer van een complottheorie?

Zelfreflectie

Illustratie: Tekeningenbank

Ook de manier waarop de PVV buiten buiten het kabinet wordt gehouden, stoort u: “De PVV is monddood gemaakt al van te voren: “Wij gaan niet met hem regeren dus stem maar op ons.” Is dát democratisch? En dan het lek in de beveiliging wat toevallig nét voor de verkiezingen (heel goed) uitkwam, waardoor Wilders zijn campagne moest staken.”  En iets verderop in haar brief: “Jullie weigering tot samenwerking en demonisering van de PVV is het bewijs. Zo aan het pluche gebakken, dat zelfs een partij als GroenLinks in aanmerking komt om te regeren.” Beste mevrouw Wijs, zetels winnen wil niet zeggen dat een partij in het kabinet moet. Net zoals het geen ‘wet’ is dat de grootste partij de premier levert. Waarom is vooraf een partij uitsluiten niet democratisch?  Het maakt zaken duidelijk, wat zou daar tegen kunnen zijn? Zou het niet kunnen dat Wilders het spel na de verkiezingen slecht heeft gespeeld en nu weer speelt? Het is makkelijk om de schuld van iets altijd bij anderen te leggen. Een beetje zelfreflectie zou geen kwaad kunnen. En waarom zouden die ruim achthonderdduizend GroenLinksstemmers niet mogen worden vertegenwoordigd in een kabinet?

“Sinds kort ‘zit’ ik op Twitter en wat je daar allemaal leest…deze doodswensen en daden van geweld worden geschreven door ‘linkse’ Nederlanders (die zichzelf graag omschrijven als ‘antifascisten’), waar ook enkele zeer bekende Nederlanders tussen zitten. Ik vraag u beide of dat normaal is.” Beste Mevrouw Wijs, nee, dat is niet normaal. Net zomin als veel lezerscommentaar en sommige schrijfsels die bij ThePostOnline of De Dagelijkse Standaard worden gepubliceerd. Doet u trouwens niet hetzelfde door GroenLinks te betitelen als: “de partij van de communisten en terroristen”? is een keus, u kunt er ook voor kiezen niet te Twitteren is immers een medium dat gemaakt is voor ongenuanceerde uitspraken. Nuance in honderdveertig tekens is immers lastig.

Normaal doen!

Beste meneer Rutte, ik zag vandaag uw paginagrote brief afgedrukt in de Volkskrant. U nodigt uit om mee te praten via Facebook, dat kan en wil ik niet omdat ik de eigenaar van Facebook geen gratis data wil leveren die hij verkoopt aan derden die mij dan weer lastigvallen met reclame en voorgekookt nieuws. Toch neem ik uw uitnodiging om mee te praten graag aan, daarom deze brief.

Opmaak 1

In uw brief constateert u dat er mensen zijn die zich belabberd en vooral asociaal gedragen. Inderdaad, die zijn er, dat constateert u terecht. Volgens u is het: “Dat je fatsoenlijk naar elkaar luistert. In plaats van elkaar te overschreeuwen als je het ergens niet mee eens bent.” Even terzijde, waarom maakt u hier twee zinnen van? Hoe beoordeelt u uw eigen optreden en het optreden van uw collega-politici? Kunt u zich voorstellen dat dit optreden op mij, als eenvoudige burger, overkomt als elkaar overschreeuwen om aandacht en niet naar elkaar luisteren? Iets wat in de loop van de verkiezingscampagne waarschijnlijk alleen maar erger zal worden. Dat het gedrag van u en uw collega’s de oorzaak is van asociaal gedrag in de samenleving gaat mij te ver, een goed voorbeeld is het zeker niet.

Ook is het normaal dat je: “Elkaar helpt als het even moeilijk gaat en een arm om iemand heen slaat in zware tijden. Het is normaal dat je je inzet en niet wegloopt voor problemen.” Beste meneer Rutte, welk voorbeeld geeft u, uw partij en dit kabinet hier?

Neem de Syriërs die al langer ‘zware tijden’ doormaken, hun land is onveilig en verscheurd. Onder uw leiding is de deur naar Europa en Nederland voor hen gesloten, zit er een groep ‘opgesloten en uitzichtloos’ in Griekenland. Vluchtelingen moeten in de regio worden opgevangen, is uw mantra en dat komt goed uit want Nederland lijkt nooit bij de regio te horen. En zij die Nederland wisten te bereiken voor uw Turkije-deal moeten strenger worden gecontroleerd want het zouden eens vermomde IS’ers kunnen zijn. Als ze zijn toegelaten moeten ze het vooral zelf uitzoeken en worden opgescheept met schulden.

Neem de mensen die door welke oorzaak dan ook in een uitkeringssituatie terecht zijn gekomen en het moeilijk hebben. Soms worden zij gedwongen tot het verrichten van nutteloze en vooral stigmatiserende ‘tegenprestaties’ en worden gefrustreerd in het najagen van hun talenten en dromen.

Beste meneer Rutte, zou dat voelen als een arm om hen heen of misschien meer een klap in hun gezicht? De slogan van uw partij is, zoals ik uit uw brief opmaak: Normaal. Doen. Mag ik u het advies geven: Gewoon doen! Dan schuren uw woorden niet zo met uw daden.

Met vriendelijke groet,

de Ballonnendoorprikker

Fijne feestdagen meneer Rutte

Beste premier Rutte,

ik hoorde dat ik politiek correct ben en dat ik de Nederlandse identiteit te grabbel gooi of me ervoor schaam. Waarom? Omdat ik u en alle andere mensen op deze wereld fijne feestdagen wil wensen. Het zijn volgens u geen feestdagen, we zijn immers in Nederland en daar vieren kerst. Dat hoort, volgens u, bij de Nederlandse traditie en cultuur en dus moeten we elkaar fijne Kerstdagen wensen.

kersteiFoto: https://www.facebook.com/happyei.bv/?fref=nf

Laten we het religieuze aspect even buiten beschouwing. Al kan ook dat ter discussie worden gesteld omdat onze zeer verre nog heidense voorvaderen rond deze tijd ook een feest vierden. Een feest verbonden met de lichtwende, u weet wel dat de dagen weer langer gaan worden. Laten we het daar niet over hebben. Dan raken we de joods-christelijke wortels van onze cultuur zoals we het nu zien. Als historicus weet u vast ook wel dat daar vroeger heel anders over werd gedacht en dat joden en christenen niet veel met elkaar ophadden. Bovendien is ons heden beïnvloed door veel meer zaken dan het joodse en christelijke.

Beste meneer Rutte, wat er nu wordt gevierd is het kerstfeest en dat duurt twee dagen. Als ik u fijne feestdagen toewens, wens ik u dan niet hetzelfde toe als wanneer ik u een fijne kerst wens? In het eerste geval benadruk ik de twee dagen die het feest duurt, in het tweede geval het feest dat wordt gevierd. Het wordt door menigeen ook wel gecombineerd en die wensen je dan fijne kerstdagen. Wellicht zijn er zelfs mensen, ik ben ze nog niet tegengekomen maar wil het niet uitsluiten, die je fijne kersfeestdagen toewensen. Waarom gooi ik de ‘Nederlandse cultuur’ te grabbel als ik u fijne feestdagen toewens en niet als ik u fijne kerstdagen toewens?

Beste meneer Rutte, maakt u zo niet van een mug een olifant? Of beter gezegd van niets een complete theatervoorstelling? Draagt u met uw uitspraken niet juist bij aan het ter discussie stellen van een traditie? Want wordt iets niet juist als een traditie betiteld als het ter discussie staat?

Beste meneer Rutte, als u zich toch zorgen maakt over ‘tradities’ wilt u uw partijgenoot Halbe Zijlstra er dan op attenderen dat de traditie van het paasei te grabbel wordt gegooid. Nee, niet door de HEMA die er ‘verstopeitjes’ van maakte, dit tot groot ongenoegen van Zijlstra. Meneer Rutte, de kerstdagen worden overspoeld met ‘paaseitjes in kerstversiering’ en die drukken zo de ‘traditionele kerstkransjes weg.

Dictatuur van de meerderheid

Het was te voorspellen. GroenLinks stemt in met het Oekraïneverdrag. Nee, dat is niet wat te voorspellen was. Wat wel? Dat dit ‘draaien’ wordt genoemd: “GroenLinks draait: steunt Oekraïnedeal Mark Rutte,” zo luidt de kop boven een artikel van Bas Paternotte bij ThePostOnline. Door iemand van draaien te beschuldigen, zeker als hij een ‘mooi kontje’ heeft, kan de ‘draaier’ verkiezingen verliezen.

De kop is nog vriendelijk, de reageerders op het artikel hebben het over ‘landverraad’, ‘politieke wentelteefjes’ ‘oplichters’, ‘betweters’, het onvermijdelijke ‘demoniseerders’ en de mooiste komt van Hans van de Kuil: “crypto-communisten die mee willen gaan in het steeds verder illegaal uitbreiden van het imperialistische en corporatische (hij zal wel corporatistische bedoelen) Westen richting Rusland. Het kan alleen maar omdat men zo’n enorme hekel heeft aan Geen Stijl en/of populistische partijen, dat alles geoorloofd is om dat tegen te werken.” Ja, dat krijg je als je ‘verraad pleegt’ aan de uitslag van een referendum, als je ingaat tegen de wil van het volk. Al is dat de vraag, want kwam de meerderheid  van de kiesgerechtigden niet opdagen? Wellicht vanwege de opkomstdrempel die voorstanders twee keuzemogelijkheden gaf.

loesje

Illustratie: https://www.loesje.nl/posters/nijmegen-1111_2/

Realiseren deze criticasters met hun prachtige vocabulaire zich wel dat de keuze van GroenLinks ook een gevolg is van een democratisch proces? Werden immers de leden niet gevraagd wat zij ervan vonden? Lijkt dan niet precies op wat GeenPeil wil gaan doen, een ‘referendum’ houden en dan de uitkomst overnemen? Niet mijn manier van het vertegenwoordigen van het volk, maar wel de manier van deze criticasters die willen dat volksvertegenwoordigers doen wat het volk wil, dat zij niet zelf mogen nadenken. Zien zij de splinter in het oog van anderen, maar niet de balk in het eigen oog?

Belangrijker dan die balk. Een referendum, zelfs al is het bindend, betekent niet dat de ‘verliezers’ ervan, hun mond moeten houden. Zelfs al is er maar één tegenstemmer, dan nog heeft die het recht om ook na de stemming zijn opvatting te blijven verkondigen en zo mensen proberen te overtuigen van zijn gelijk. Wie weet hoe er over een tijdje over hetzelfde onderwerp wordt gedacht? Wellicht verliezen dan de huidige winnaars?

Is het niet juist de kracht van onze democratie dat ook minderheden hun stem mogen laten horen, ook na een stemming? Dat zij niet van mening moeten veranderen en de boodschap van de winnaar moeten verkondigen omdat ze in de minderheid zijn? Dat zou een dictatuur van de meerderheid zijn. Om Loesje te citeren: “Waar één wil is, is de democratie weg.”

Ruttes liberalisme

Het verleden is een mooie winkel om snoepjes uit te plukken die in de eigen kraam te pas komen. Het afschuiven van alle ellende op ‘links’ is tegenwoordig een favoriete bezigheid. Links heeft de ‘gastarbeiders’ naar Nederland gehaald, was de uitvinder van het multiculturalisme, de verzorgingsstaat, de afbraak ervan en nog veel meer. Dit terwijl links nooit een meerderheid heeft gehad. Die politiek werd in die tijd gesteund door de overgrote meerderheid van de bevolking en de politieke partijen. Zo ook historicus Geerten Walink in de Volkskrant: “Links’ staat sindsdien juist voor gelijkheid en democratie – tot aan de guillotine en het strafkamp aan toe – en ‘rechts’ staat voor monarchie en aristocratie en de handhaving van de bestaande orde. Zelfs het nationalisme is een van oorsprong linkse hobby: het was het antwoord van 19de-eeuwse radicalen en liberalen op de traditionele standen- en klassenmaatschappij.”

01 Mr.P.W.A. Cort. van der Linden  Min. Pres. en Min. v. Binnenl. Zaken 1913

Foto: www.geheugenvannederland.nl

Zo omschreven bestaat er geen ‘rechts’ meer. Ja, we hebben een monarchie en nog iets wat op aristocratie lijkt, maar dat is slap aftreksel, een karikatuur van wat het ooit was? Er is geen partij in Nederland die pleit voor het invoeren van de absolute monarchie en het weer invoeren van de feodale, aristocratische standenmaatschappij. Die de individuele vrijheid wil afschaffen, behalve dan een enkele partij voor moslims.

Laten we het eens omdraaien en met de ogen van iemand uit het verleden naar het heden kijken. Het huidige kabinet van VVD en PvdA, zich liberaal en sociaal-democratisch noemend, heeft de afgelopen jaren flink hervormd. De arbeidsmarkt is ‘geflexibiliseerd, de zorg(kosten) zijn ‘beheersbaar’ gemaakt’, via ‘rulings’ hoeven multinationals bijna geen belasting te betalen, banken zijn ‘gered’ ten koste van de belastingbetaler en vervolgens nogmaals ten koste van de Griek, uitkeringsgerechtigden moeten een ‘tegenprestatie’ leveren. Hoe zou iemand uit het verleden naar deze ‘prestaties kijken?

Zou die iemand dan het volgende kunnen concluderen: “Men is getuige geweest van beursmanoeuvres waardoor in korte jaren speculanten miljoenen samenraapten. … Men heeft gezien hoe industrieëlen en planters door lage lonen, door armoede en ellende van duizenden arbeiders tot machtige kapitalisten zijn geworden. Op zulke wijze wordt in onzen tijd (…) het gevoel onrecht geprikkeld en levend gehouden.” Vast een uitspraak van een socialist, Karl Marx bijvoorbeeld. Nee, dit schreef Cort van der Linden, de laatste liberale premier voor Rutte. De man waarmee premier Rutte verwantschap voelt. Zou Cort van der Linden die verwantschap ook voelen of zou hij, zoals Rutger Bregman en Jesse Frederik in hun boekje Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers schrijven: “zich omdraaien in zijn graf bij het zien van Ruttes liberalisme”?  

Beloften en gratuite excuses

De Haagse politici zijn weer terug van vakantie en met verkiezingen voor de boeg betekent dit veel kift. De eerste verkiezingsprogramma’s zijn al uit en partijleiders profileren zich nog wat meer. Bij dat profileren hoort voor VVD-leider Mark Rutte ook terugkijken en fouten toegeven. Voor Rutte zijn dat vooral beloften die hij niet is nagekomen: “Duizend euro voor werkend Nederland, niet morrelen aan de hypotheekrenteaftrek en geen geld meer naar de Grieken. Laat ik daar volstrekt helder over zijn: ik zeg daar sorry voor,” zo is te lezen in Trouw.

RutteFoto: www.nrc.nl

Mooi toch een politicus die zijn excuses aanbiedt voor gebroken beloften. “Ik stond simpelweg voor de keuze: ga ik die belofte ongeacht de politieke en economische realiteit toch gestand doen? Dan zou ik voor Nederland risico’s hebben gelopen,” zo beargumenteert Rutte zijn excuus. Goed, een politicus die kijkt naar het ‘landsbelang’ en daarvoor zelfs zijn eigen standpunten opoffert. Hulde voor Rutte.

Toch wringt er iets. De beloften werden gedaan vlak voor de laatste Tweede Kamerverkiezingen, ze werden gebroken vlak erna. Was die politieke realiteit en het landsbelang in die korte tijd zo veranderd? Was die economische realiteit ineens heel anders? Werden er niet al voor de verkiezingen vraagtekens gezet bij het realiteitsgehalte van deze beloften? Werd niet al tevoren de vraag gesteld waarvan die duizend euro te betalen? Was de onhoudbaarheid van de hypotheekrenteaftrek niet al jaren duidelijk? En ook de Griekse problemen kwamen niet ineens uit de lucht vallen.

De ‘risico’s die Nederland’ liep met die beloften, waren al voor de verkiezingen duidelijk. Natuurlijk, er is nooit een verkiezingsprogramma dat tot op de letter wordt uitgevoerd. Dat weet iedere politicus en ook iedere kiezer. Met een belofte ligt dat wat anders, die gaat verder. Wat zegt het over een politicus in het algemeen en een politiek leider in het bijzonder, als hij mooi klinkende beloften doet waarvan hij weet dat ze onhoudbaar en schadelijk zijn? Is dat niet een schoolvoorbeeld van opportunisme? En maakt dat de excuses niet gratuit?

Of moeten we de komende verkiezingscampagne het advies van de Duitse toneelschrijver Max Halbe ter harte nemen: “Wenn ein Mensch sein Versprechen wiederholt, ist er entschlossen es zu brechen” ?