Uitgelicht

Wij, ons en de klimaatverandering

“Mijn hart bonsde in mijn keel en mijn eerste neiging was om meteen weer om te draaien. Ik was nog nooit in een situatie geweest waarin ik tegenover de sterke arm der wet had gestaan – laat staan in een situatie waarin ik moedwillig arrestatie riskeerde.” Dit schrijft cabaretier Tim Fransen in de Volkskrant over zijn deelname aan een actie van Extinction Rebellion. Fransen gebruikt filosofen in zijn voorstellingen. Ook bij de verdediging van zijn daad van burgerlijke ongehoorzaamheid beroept hij zich op een filosoof en niet de minste: Thomas Hobbes.

Bron: Flickr

Fransen: “In een democratische rechtstaat hebben overheid en burgers een sociaal contract met elkaar gesloten. Wij burgers geven de overheid de macht om ons aan wetten te binden. … Als het gaat om klimaatverandering, komt de overheid haar kant van het sociale contract niet na. Dat is niet de mening van een stelletje radicale klimaatgekkies, dat is het officiële oordeel van de rechter. In de Urgenda-zaak oordeelde de rechter in 2015 dat de Nederlandse staat te weinig doet om de klimaatdoelen te halen, een vonnis dat het Haagse hof afgelopen maand nog eens heeft bekrachtigd. De uitspraak is helder: de Nederlandse staat komt zijn grondwettelijke zorgplicht niet na; hij is nalatig in het beschermen van zijn burgers tegen de gevolgen van gevaarlijke klimaatverandering.” Geen speld tussen te krijgen: de overheid komt haar verplichtingen niet na en dus mag de burger zich verzetten. Of toch wel?

Voor degenen die het niet weten, Hobbes is de schrijver van het boek Liviathan. Voor Hobbes is de natuurlijke toestand van de mensheid een gewelddadige strijd van allen tegen allen en is het leven ‘eenzaam, arm, bruut en kort’. Maar gelukkig heeft de mens dat ooit ingezien en heeft hij een contract gesloten met een heerser. Met dat contract gaf de mens zijn vrijheid op in ruil daarvoor verschafte die heerser veiligheid. De theorie van het sociale contract is ontwikkeld in de strijd tussen die vorst en het volk. Nou ja het volk, de beter gesitueerden zoals de hogere adel. Dit zie je ook terug in het Plakkaat van Verlatinghe waarmee de lokale vorsten van de opstandige Provinciën de Spaanse koning afzworen. Hobbes schreef zijn boek in 1651, een tijd van vorsten en almachtige heersers.

Fransen schrijft zijn verdediging in 2019, in de tijd van, in ieder geval in dit deel van de wereld, de democratische rechtsstaat. En met het woord democratisch komen we op een bijzonder punt. Die overheid, die haar verplichtingen niet nakomt, is door de inwoners van Nederland gesanctioneerd. De Tweede Kamerleden zijn gekozen door de Nederlanders om hen te vertegenwoordigen en namens hen het land te besturen. Zo ziet het huidige ‘sociale contract’ om in de termen van Hobbes te blijven, eruit. Wij, de inwoners van dit land, hebben onze vertegenwoordigers gekozen en die besluiten namens en voor ons. Zijn ‘wij’ het die ‘ons’ niet goed beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering?

Uitgelicht

Morele chantage

Ik moet ‘schuld’ bekennen. Tenminste om een succesvolle klimaat activistische beweging te kunnen laten ontstaan. Zo langzamerhand ben ik schuldig aan alle ellende op deze wereld. 

Nou ja alle. Ik neem geen drugs dus de ‘ondermijning’, criminaliteit en milieuvervuiling’ als gevolg van drugs, kunnen mij niet in de schoenen worden geschoven. Die ellende is immers een gevolg van de uitgaander die soms een pilletje neemt. Tenminst, als we minister Grapperhaus, het kabinet en vele politici en beleidsmakers moeten geloven. Zoals Gerard Drosterij in de Volkskrant terecht constateert, is dat wel erg gemakkelijk. Of zoals hij het zegt: “als er een zondebok voor de ontspoorde drugscriminaliteit nodig is, dan toch zeker de overheid. Ik zou zeggen: trek lekker zelf het boetekleed aan in plaats die om de schouders van burgers te hangen. Wat meer zelfkritiek zou je sieren. ” Dat even terzijde.

Bron: pxhere

Terug naar dat waar ik wel schuldig aan ben. Tenminste als ik activist Chihiro Geuzebroek moet geloven die in een artikel van Emma Meelker bij Oneworld wordt opgevoerd. Geuzebroek hoopt: “dat westerse klimaatactivisten snel erkennen dat het Westen een schuld heeft te vereffenen op klimaatgebied. Pas dan kan er verzoening ontstaan en krijgt de klimaatbeweging tanden.” Want: “Het klimaatprobleem is er natuurlijk een van de westerse industrie. Een wit project dat met kolonialisme overal is uitgerold. Dat is de eerste laag van klimaatracisme.” En: “Het gesprek gaat over ‘vrijwillige hulp’ aan die landen, niet over het vereffenen van een schuld.” Daarvoor moet ik mijn excuses maken en vervolgens de schuld vereffenen want: ik ‘koloniseer de atmosfeer.’ 

Zo die kan ik in mijn zak steken. Want wat die westerse ‘witman’ allemaal heeft uitgespookt en gedaan, daar deugt geen hout van. Afgezien van het feit dat deze Westerse ‘witman’ verdomde weinig invloed heeft op bedrijven als Shell net zoals zijn voorouders niets te vertellen hadden over de koers van de VOC, zou ik Geuzebroek iets willen vragen. Als ik alle ellende die de Westerse manier van leven heeft veroorzaakt op mijn schouders moet nemen, mag ik dan ook de complimenten ontvangen van u en anderen die mij dit verwijten, voor het goeds dat die manier heeft opgeleverd? 

De complimenten voor bijvoorbeeld de parlementaire democratie en de vrijheid van meningsuiting bijvoorbeeld of voor het ontsnappen aan het juk van de religie en de Verlichting? Die komen immers uit dezelfde bron als die westerse industrie. Op de foto bij het artikel staat Geuzebroek met een megafoon in haar handen. Die megafoon is slechts een van de vele vindingen van die industrie. Net als de filmcamera en de telefoon.

Mag ik dan ook de complimenten ontvangen voor de penicilline, de antibiotica en de vaccins? En dan wil ik best erkennen dat we daarbij te weinig aandacht hebben bestaat aan bijvoorbeeld de sikkelcelziekte. Maar ja, die kwam in onze contreien ook niet veel voor, dus die had geen prioriteit. Andere delen van de wereld, waar deze ziekte wel veel voorkomt, hebben het op dit punt niet veel beter gedaan. Sterker nog, die zijn vooral afhankelijk van en bouwen voort op juist de vindingen van die ‘westerse industrie’.

Nu zit ik echt niet op die complimenten en bedankjes te wachten. Ik heb er immers niets aan bijgedragen, dat hebben anderen uit de ‘westerse wereld’ gedaan en ik vind het nogal overdreven om met hun veren te gaan pronken. Dan eigen ik mij iets toe wat mij niet toekomt. En dat geldt voor mij ook met negatieve zaken zoals kolonialisme en milieuvervuiling door industrieën waar ik geen invloed op heb. Daar wil ik niet verantwoordelijk voor worden gehouden en daar ga ik mij niet voor verontschuldigen. Pronken doe ik met mijn eigen veren en verontschuldigen doe ik mij voor mijn eigen daden. Voor de rest probeer ik zo te leven dat ik anderen, ook op het gebied van milieuvervuiling, zo min mogelijk schade toebreng. Ik hoop dat anderen dat ook doen. Als ik hierbij dingen fout doe, dan mag men mij daar gerust op aanspreken. 

Als mijn weigering om me te verexcuseren ervoor zorgt dat mijn streven om het milieu te beschermen: “zo moeilijk aansluiting kan vinden met mensen van kleur,” dan is dat maar zo. Ik weiger te buigen voor deze vorm van morele chantage.

Goede god! God het Goede?

Vervang god door Goed en met het klimaat komt het goed! Dat is in het kort de boodschap die Juliaan van Acker schetst in een artikel bij TPO. Klimaatverandering is, volgens Van Acker: “metafysisch probleem,”, het gaat boven het waarneembare uit en daarom moet de oplossing niet worden gezocht in de fysica, de wetenschap. Gelukkig dat dit probleem zo makkelijk op te lossen is. Of …?

Volgens van Acker zijn er drie manieren om met het klimaat om te gaan. Als eerste de heidense manier. Volgens die manier is: “er een mythologische relatie van de mens met de wisselvalligheden van het klimaat. De mens is er afhankelijk van en is onmachtig tegenover de krachten van de natuur. Wil de mens ontsnappen aan de gevaren die de natuur teweegbrengt dan kan hij ofwel die krachten proberen gunstig te stemmen door offers te brengen, ofwel doet hij een beroep op magie om die krachten te bezweren.” Die biedt geen oplossing.

Copernicus geschilderd door Jan Matejko. Bron: Wikipedia

Als tweede de wetenschappelijke benadering: “Volgens de wetenschappelijke benadering wordt de natuur niet meer bezield door vreeswekkende krachten, maar de natuurlijke verschijnselen zijn onderworpen aan mathematische wetmatigheden. De natuur kan met behulp van mechanische wetten bestudeerd worden. De mens kan dankzij inzicht in die wetten, proberen invloed op de natuur uit te oefenen.”  Die manier schiet volgens Van Acker tekort: “De natuur, in het bijzonder het klimaat, lijkt niet precies gedetermineerd te worden door vaststaande wetmatigheden. Om die reden werd de chaostheorie hierop toegepast. Dit laatste wil zeggen dat bij het klimaat er een zeker determinisme is, maar het wisselvallige is dominant. Hoe het klimaat en bijvoorbeeld het weer zich ontwikkelen, is een kwestie van waarschijnlijkheid.” 

De derde manier is geloven in god: “Het klimaat wordt hier gezien als een zaak tussen het lagere en het hogere. God heeft de sleutel van de natuur en de mens heeft er geen meesterschap over. In elk geval is duidelijk dat de mens de regen en het klimaat niet in handen heeft.”  En door nu god te vervangen door ‘het Goede’ biedt deze manier een oplossing. Dan zijn: “we bereid gehoor te geven aan het gebod dat van Hoger komt om het Goede te doen.” Want, zo schrijft Van Acker: “Wie dit aanvaardt zal gemotiveerd zijn om zijn gedrag aan te passen, in het belang van de natuur.” Dan is klimaatverandering: “niet meer een kwestie van klimaatverdragen en ook geen probleem dat de politici voor ons moeten oplossen.” In de dagelijkse werkelijkheid komt dat erop neer dat we ons: “Bij elke handeling (…) de vraag (moeten) stellen of het verantwoord is, in het licht van het behoud van een leefbaar klimaat.”  Enige probleem: “hoe in een goddeloze wereld de mensen motiveren om hun geweten te volgen?”

Een goed advies om je bij elke handeling de vraag te stellen wat die actie voor invloed heeft op het klimaat. Daar is echter geen god voor nodig noch een god die we ‘het Goede’ noemen. Die vraag kun je jezelf ook als goddeloze stellen. Zelfs een heiden kan die zich die vraag stellen voordat hij, om Van Ackers voorbeeld aan te halen, zijn geweten sust: “met eieren voor Sint Clara.”   

Sterker nog ik denk dat heel veel wetenschappers die, anders dan emeritus hoogleraar Van Acker, wel de wetenschappelijke benadering volgen, zich die vraag ook stellen. En bij hun antwoord zullen zij zich baseren op de laatste wetenschappelijke inzichten. En daarbij zullen ze zich realiseren dat: “De natuur, in het bijzonder het klimaat, (…) niet precies gedetermineerd (lijkt) te worden door vaststaande wetmatigheden.” Die gedachte zal hen aansporen om verder te onderzoeken en de bestaande wetmatigheden ter discussie stellen en zo zoeken naar ‘wetmatigheden’ die een betere verklaring bieden. Wetende dat dit de manier is waarop kennis zich ontwikkelt: stapje voor stapje door het bekende ter discussie te stellen. Zo verzon Copernicus een theorie die de aarde van haar centrale positie in het zonnestelsel beroofde. Hij nam geen genoegen met de bestaande verklaring en kwam met een theorie die de werkelijkheid veel beter verklaarde dan de door god en zijn kerk geboden dogma’s.

Zo wil de wetenschapper een steeds beter antwoord geven op die vraag en dat lijkt mij een goede zaak. Want waarop baseert Van Acker zijn antwoord op de vraag welk effect een handeling heeft op het klimaat? Welk antwoord geeft ‘het Goede’ volgens Van Acker? En is het antwoord dat ‘het Goede’ volgens Van Acker geeft wel hetzelfde antwoord dat ‘het Goede’ volgens Jantje, Pietje of Marietje geeft? Als we kijken hoe het monotheïsme met god als het goede zich heeft ontwikkeld, dan zien we dat er verschillende goden zijn en dat ieder van die goden ook nog eens met zeer veel verschillende tongen spreken. Ik vrees dat dit met ‘het Goede’ als god ook zal gebeuren. Ik vraag me af of het klimaatprobleem daardoor wordt verholpen.

Als ongelovige ontsnapt me bijna (en nu dus helemaal) de kreet: Goede god! God het Goede? Dan toch maar mijn vertrouwen stellen in de twijfelende en zoekende wetenschappers


Het klimaat, belastingen dividend en Richard Branson

Het klimaat houdt de gemoederen flink bezig. Het kabinet wil snel met maatregelen komen. Voor velen gaat dat niet snel en ver genoeg en voor anderen veel te snel en te ver. Jan Smit betoogt bij HPdeTijd dat het kabinet er goed aan doet om de lijn die miljardair Richard Branson voorstelt, te kiezen. Smit: “vervang de CO2-belasting door CO2-dividend, een ‘schoon-energiedividend’. Een briljant plan van Richard Branson, afgelopen dinsdag opgetekend door de Volkskrant.” 

Bron: Flickr

In de Volkskrant wordt uitgelegd dat ‘schoon-energiedividend’: “Een maatregel (is) die bedrijven verplicht om te investeren in hernieuwbare energie op basis van hun CO2-uitstoot.” Dit zal: “een prijskaartje hangen aan CO2 zonder het negatieve effect van een belasting.” Die bedrijven krijgen dan: “hun geld terug naarmate de investeringen volgroeid zijn, misschien belastingvrij omdat het wordt geïnvesteerd in klimaatprojecten,” aldus Branson. Dit is volgens Smit een ideale oplossing waarmee: “de burger wordt ontzien,” en toch: “die ambitieuze klimaatdoelstellingen worden gehaald.” Dat klinkt toch te mooi om waar te zijn. Laten we er eens wat beter naar kijken. 

Volgens Smit is een heffing op de uitstoot van kooldioxyde: “een boete; een die ten koste gaat van de werkgelegenheid en de kans vergroot dat de CO2-uitstoot zich verplaatst naar het buitenland.” Maar waarin verschilt een verplichte heffing van een verplichte investering? Beiden leiden tot extra kosten voor het bedrijf en als een ander land het niet doet, dan lopen we bij beide maatregelen het risico dat een bedrijf verkast. Als een bedrijf verhuist en toch haar producten in Nederland wil blijven verkopen, dan kan Nederland kiezen om die producten extra te belasten. Dat leidt dan wel tot extra kosten voor de consument, maar geldt dat niet voor alle maatregelen?

Een bedrijf moet die verplichte investering doen op basis van haar uitstoot aan kooldioxyde. Zou een bedrijf die investering van haar winst afhalen of zal die worden bekostigd door een verhoging van de prijs van haar producten? Het bedrijf zal kiezen voor een prijsverhoging. Precies dat wat ook gebeurt bij een heffing. Op nog een andere manier wordt de consument op kosten gejaagd als, zoals Smit schrijft: “De bedrijven (…)  aandeelhouder (worden) van deze (nieuwe) ondernemingen, waardoor de investering in de toekomst mogelijk rendement oplevert.” Rendement dat wordt opgebracht door … de consument. Maar daarmee zijn we er nog niet. In zijn rol als burger en belastingbetaler betaalt hij nog een derde keer mee als we Bransons suggestie volgen om die investeringen belastingvrij te maken. De bedrijven de lusten en de consument en belastingbetaler de lasten.

Dan het alternatief, een koolstofdioxide-belasting. Een belasting die een bedrijf ertoe aanzet om haar productie zo klimaat- en energieneutraal als mogelijk te maken. Die heffing en dus de investering door de bedrijven betalen we als consument. Ze wordt immers in de productprijs verwerkt. Maar in tegenstelling tot Bransons plannen, kan de overheid met de opbrengst van die heffing klimaatmaatregelen realiseren waarvan de rendementen wel bij ons als consument en burger terecht komen. Maatregelen zoals subsidie op het klimaatneutraal maken van een woning. Maatregelen om mij als burger energie-neutraal te maken door bijvoorbeeld zonnepanelen te subsidiëren en te investeren in een slim energienetwerk en een klimaatvriendelijk backup systeem voor als de zon niet schijnt of het niet waait. Zoals bijvoorbeeld de opslag van overtollige energie in waterstof.

De ideeën van Branson lijken te mooi om waar te zijn. En indachtig het gezegde dat als iets lijkt op een eend, loopt als een eend en kwaakt als een eend het dan ook wel een eend zal zijn. Zijn de plannen van Branson ook te mooi om waar te zijn. De kosten komen immers gewoon bij de consument en burger en de baten bij … Branson en zijn vrienden.

The Game, de surfer en het klimaat

“Ondanks het overweldigende wetenschappelijke bewijs dat klimaatverandering wordt veroorzaakt door de mens, groeit het aantal klimaatsceptici. Wat gaat er in hun hoofd om?”  Die vraagt stelt Irene van den Berg zich bij OneWorld. Voor een antwoord op deze vraag gaat zij te rade bij enkele wetenschappers. 

Die zien verschillende oorzaken. Als eerste: “Achterdocht jegens wetenschappers komt (…) vaak ook voort uit een wantrouwen tegen de heersende elite.” Dan is er een meer op ideologie gebaseerde afkeer en dan vooral ideologische weerstand tegen collectieve maatregelen: “Veel Amerikanen hebben een diepgeworteld geloof dat overheidsbemoeienis hun vrijheden ernstig aantast.” Dan is er een groep die vertrouwt op de eigen intuïtie: “Mensen met een intuïtief wereldbeeld vertrouwen eerder op hun eerste ingeving en schuiven de wetenschap vervolgens terzijde. Wetenschap vereist slow thinking en daar zijn wetenschapsontkenners minder goed toe in staat. Zij scoren gemiddeld slechter op analytisch vermogen.”  Dan zijn er nog mensen die zoeken naar bewijs dat hun beeld bevestigt: “Veel klimaatsceptici zijn wel op zoek naar feiten. Zij produceren echter ándere feiten en trekken de bestaande in twijfel.”

Eigen foto

Wat daaraan te doen? Jaron Harambam, een van de geraadpleegde wetenschappers: “Ik denk dat meer moet worden stilgestaan bij de emoties van de twijfelaars, in plaats van alsmaar op de feiten te gaan zitten.” Ook wil hij opzoek naar de krachten achter de ontkenning: “Er is een aantal sociale mediaplatformen waarop dat veel gebeurt. Ik wil graag weten door wie deze partijen worden betaald.” Daarbij helpt het, volgens Hrambam niet om de sceptici: “allemaal over één kam (te) scheren,” dat “leidt in ieder geval niet tot goede analyse, noch tot oplossingen.”

Bij het lezen van dit artikel moest ik denken aan het The Game, het laatste boek van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco. Een zeer lezenswaardig boek dat je met andere ogen naar de huidige samenleving laat kijken en waarin Baricco verder gaat waar hij in zijn boek De Barbaren begon. In de Barbaren beschrijft hij het steeds oppervlakkiger worden van onze samenleving beschrijft. Hij doet dat aan de hand van boeken, wijn en voetbal. In een eerdere Prikker besteedde ik al eens aandacht aan Baricco. Er wordt meer wijn gedronken, maar kwaliteitswijn leidt een kwijnend bestaan. Net zoals de literatuur terwijl er veel meer boeken worden verkocht. Als voetballiefhebber betreurt hij het lot van Roberto Baggio de sierlijke specialist die steeds vaker op de bank zat omdat hij geen totaalvoetballer was. Die ‘barbaren’ leken zich niets aan te trekken van oude conventies. Ze leefden in een andere wereld. Met hun gedrag gaven de barbaren een inkijkje in de nieuwe wereld: “een lay-out van de wereld die is aangepast aan de ogen die we hebben, een mentaal ontwerp dat geschikt is voor onze hersenen, en een hoopvol plot dat is opgewassen tegen ons hart, bij wijze van spreken.”

In The Game onderzoekt hij als een soort archeoloog de onstaansgeschiedenis van die nieuwe wereld en probeert er als het ware aan landkaart van te maken of, zoals het op de kaft kort wordt omschreven: “In The Game onderzoekt hij de digitale revolutie en de gevolgen daarvan voor de mens.” Een interessant boek met bijzondere vergelijkingen. Zo ziet hij het Nederlandse totaalvoetbal uit de jaren zeventig als een van de voorgangers van het Web: “het Nederlands elftal heeft maar zelden een toernooi gewonnen …. .Niettemin was de roep ervan onweerstaanbaar, en dat had te maken met een zeker ontsluiten van horizonten, de verpulvering van de vele regels, de vernietiging van onbenullige mentale blokkades en het opeisen van een nieuwe gelijkheid.” Als je het zo leest dan zijn er wel wat parallellen met het Web. Baricco vergelijkt de digitale revolutie met een game, een computerspel, vandaar de titel. In een game gaat het om problemen en snelle oplossingen, om actie en reactie, en om een score. Die eigenschappen vormen, zo betoogt Baricco, de kern van de gehele digitale revolutie.

Baricco gaat terug naar de beginperiode van de die revolutie. Een revolutie die ontstond in de jaren zeventig in Californië door een: “aparte mensheid, waarin informatica-ingenieurs, hippies, politieke militanten en geniale nerds samenvielen onder de paraplu van een specifiek gemeenschappelijk sentiment: ergernis over de wereld zoals die was.” Zij wilden een andere wereld. Dat anders, en ook de manier waarop, werd kort maar krachtig samengevat in de woorden: “Veel mensen proberen de aard van de mens te veranderen, maar dat is echt tijdverspilling. Je kunt de aard van de mens niet veranderen, wat je wel kunt doen is de tools die ze gebruiken veranderen, de techniek veranderen. Dan verander je de samenleving.” Woorden van een van hen: Stewart Brand.

Woorden opgeschreven in een periode waarin ideologieën centraal stonden. Ideologieën die de mensen en dus mensheid wilden veranderen. Ideologieën die in de twintigste eeuw tot vernietigende oorlogen hadden geleid. Die ‘aparte mensheid’ liet de ideologie varen en concentreerde zich op de techniek, de tools. ‘In ieder huis een computer,’ voorspelde de al genoemde Brand in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Deze ‘aparte mensheid’ wilde dus weg van ideeën en hun bemiddelaars, de ideologen. Zij wilden de macht bij het volk.

Een van de belangrijkste eigenschappen van de tools de ze ontwikkelden was daarom dat iedereen ze makkelijk kan gebruiken. Je hebt geen ‘expert’ of ‘tussenpersoon’ nodig om een app te versturen. Je huis of auto verhuren kun je zelf, via Airbnb of Uber. Om je bankstel te verkopen hoef je het niet meer naar een handelaar in tweedehandsjes te brengen. Je kunt het rechtstreeks aan een geïnteresseerde verkopen. Als de digitale revolutie iets is, dan is het de uitschakeling van de ‘tussenpersoon’. Baricco: “Wanneer ik een systeem maak dat hen buitenspel zet en hen vervangt door beschermde omgevingen waarin ik mensen en dingen rechtstreeks met elkaar in contact breng, en iedereen aanzet om mee te drijven op getijdenstromingen veroorzaakt door een ondoorgrondelijke massa-intelligentie, dan heb ik iets episch verwezenlijkt: een wereld waarin ogenschijnlijk geen elites voorkomen, een planeet met directe aandrijving , waar de collectieve intentie en intelligentie wordt omgezet in actie zonder dat ze langs tussenliggende autoriteiten hoeven. Het onvermijdelijke gevolg is dat bij een aanzienlijk aantal mensen de overtuiging groeit dat ze het wel afkunnen zonder tussenkomst, zonder expert of insiders. … Ze kijken om zich heen, en bezield door een bepaalde, begrijpelijke zweem van rancune zoeken ze naar de volgende intermediair om te vernietigen, de volgende tussenstap om over te slaan, de volgende kaste der voorgangers om overbodig te maken.”

En daarmee kom ik bij de vraag die Van den Berg zich stelt en trouwens ook alle mogelijkheden om er wat aan te doen die in haar artikel worden geformuleerd. Is het niet begrijpelijk dat velen een klimaatwetenschapper, net als trouwens alle wetenschappers, ook zien als een ‘tussenpersoon’ die kan worden ‘uitgeschakeld’? Dan helpt het niet om: “klimaatontkenners die zich zorgen maken over de kosten van een duurzamere maatschappij … te overtuigen met een goede financiële onderbouwing.” Die onderbouwing wordt immers ook geleverd door een tussenpersoon.

Diepgang, toelichting, onderbouwing  zijn iets van vóór de eenentwintigste eeuw. Om een vergelijking uit Baricco’s De barbaren aan te halen. Het zijn vormen van diepzeeduiken, van een uitgebreide en zware studie van een heel klein deel van de zee. Dit terwijl de eenentwintigste eeuw vooral bestaat uit surfers. Mensen die scheren over een groot deel van het zeeoppervlak zonder te weten wat er onder de waterspiegel gebeurt. Soms komt er iets aan de oppervlakte en dat wordt aan die oppervlakte oppervlakkig bestudeerd en dan vooral in relatie met het oppervlak en het surfen. Zouden wetenschappelijke analyses en berekeningen over het koraal op tien meter diepte de surfer bereiken? Zouden berekeningen over de kosten en nog grondigere analyses door een wetenschapper, een tussenpersoon, de ‘surfer’ overtuigen? 

In een van de laatste paragrafen van The Game besteedt Baricco aandacht aan de waarheid. Hij gebruikt het begrip ‘snelwaarheid’, dat is: “een waarheid die om naar de oppervlakte van de wereld te komen – dat wil zeggen, om begrijpelijk te worden voor de meeste mensen, en ieders aandacht te krijgen – zichzelf een aerodynamisch design heeft aangemeten, waarbij ze onderweg aan nauwkeurigheid en precisie inboette, maar wel aan beknoptheid en snelheid won.” Een waarheid die ergens op iets waars is gebaseerd maar toch niet helemaal. “Een snelwaarheid wint als ze eerder en beter dan andere waarheden aan de oppervlakte weet te komen.” Daarbij: doet het er niet eens zoveel toe hoe stevig ze op feiten steunt: het is haar aerodynamische uitrusting die over haar lot beslist.” Het succes van die aerodynamische uitrusting wordt, zo betoogd Baricco, bepaald door ‘storytelling’: “Storytelling is niet iets wat de realiteit verpakt, of vermomt, of verfraait: het is iets dat deel uitmaakt van de realiteit, het is een deel van alle dingen die zijn. Wil je een formuletje om dat concept makkelijk te metaboliseren? Komt-ie: ONTDOE DE REALITEIT VAN DE FEITEN, EN WAT ER DAN OVERBLIJFT IS STORYTELLING.” 

Zou, om werkelijk de hoofden van de klimaatsceptici te bereiken, de boodschap in een goed en pakkend verhaal worden verpakt? Een verhaal dat moet staan als een huis, los van welk feit, cijfer of onderbouwing dan ook? Moet hierbij niet de vraag worden gesteld die een politicus in een voorbeeld van Baricco stelt als hem wordt gevraagd om een keuze te maken tussen verschillende oplossingen van een probleem: “welke zouden we het beste kunnen vertellen?”  Dus niet geen verhaal verzinnen bij de beste oplossing maar de best te vertellen oplossing kiezen omdat daarmee de scepticus wordt bereikt? En vanuit dat eerste succes kun je verder werken. “Want een perfecte oplossing die ik niet aan mensen kan uitleggen is gedoemd te mislukken,” aldus Baricco.

Dat is niet iets wat wetenschappers normaal doen, die kiezen de beste oplossing en maken daar een verhaal bij. Dat is ook de richting die Van den Berg en de door haar geraadpleegde wetenschappers op lijken te gaan. Toch maar eens contact opnemen met enkele goede storytellers?

Stimulerende achterstand

Cycloon Idai kwam uit het Westen’ zo luidt de titel van de column van Clarice Gargard in de NRC. Nu hoef je maar op de kaart te kijken om te zien dat de orkaan in werkelijkheid uit het oosten kwam. Cyclonen ontstaan boven zee en het westen van Mozambique grenst niet aan de zee. Nu schrijft Gargard Westen met een hoofdletter en bedoeld Gargard het gebied dat we het Westen noemen, Europa en Noord-Amerika.

Idai voor de kust van Madagascar. Bron: Wikimedia Commons

“De oorzaak is vooral CO2-uitstoot aan de andere kant van de oceaan. Het Afrikaans continent is verantwoordelijk voor maar vier procent van de uitstoot wereldwijd, die tot stijgende zeespiegels, vernietigende stormen en hevige overstromingen leidt.” Stormen en overstroming zijn iets van alle tijden en niet iets van de laatste ruim 150 jaar, de periode dat de mensheid fossiele brandstoffen verstookt. Inderdaad lijkt het zo te zijn dat de toename aan koolstofdioxide in de atmosfeer ervoor zorgt dat stormen heviger worden. En inderdaad is het Westen een van de grootste uitstoters van koolstofdioxide.

Wat Gargard dwars zit is dat: “verduurzaming nu ook van Afrika verwacht wordt, om de schade te beperken die het Westen veroorzaakt heeft.” Terwijl het Westen: “onbekommerd verder (gaat) met het verbruiken van fossiele brandstoffen.” Dat lijkt een beetje tegen het zere been van Gargard. Het Westen is de: “man op de rug van een andere man. De zittende man zegt de drager te willen helpen. (Het type man dat – ik noem maar wat – noodrantsoenen in Afrika uitdeelt.) Hij overtuigt zichzelf en anderen van zijn intentie. De zogenaamde weldoener haalt alles uit de kast om de drager van dienst te zijn. Alles, behalve van zijn rug af gaan.” 

Een mooie metafoor al mankeert er iets aan. Het Westen en de Afrikaan zitten op de rug van dezelfde man. Of moet ik vrouw en ‘moeder aarde’ zeggen? “Klimaatverandering klinkt vaak als een abstract gegeven. Een groot kwaad waar we ons pas later écht druk om hoeven te maken. Voor het gemak vergeten we dat miljoenen die luxe niet hebben.” Natuurlijk moet ‘het Westen’ haar verantwoordelijkheid nemen en dat Westen dat zijn wij, jullie mijn lezers, jullie buren, familie, vrienden, bekenden. Maar daar horen Gargard en haar familie, vrienden, buren en bekenden ook bij. Alleen heeft die investering weinig effect als de Afrikaan het huidige Westerse economische patroon gaat kopiëren. Als ze er op een ‘ Westerse’ manier voor gaan zorgen dat ze die luxe wel krijgen. Dan wordt op termijn de Westerse beperking van het verlies teniet gedaan door Afrikaanse verliezen.

Dus ja, zou ik zeggen, ook Afrika moet een bijdrage leveren aan de verduurzaming. Het moet die bijdrage leveren door meteen voor duurzaamheid te kiezen. Wij, in het Westen hebben last van de ‘wet van de remmende voorsprong’. Wij moeten afbreken, ombouwen vervangen, desinvesteren en zo veel middelen besteden aan veranderen. Onze ‘remmende voorsprong’ is Afrika’s ‘stimulerende voorsprong’, zij kunnen het in één keer goed doen.  

Maar hebben wij, het Westen, niet op één punt een ‘stimulerende voorsprong’: de luxe van het geld? Biedt die ‘luxe’ ons niet een uitstekende kans om te voorkomen dat de  Afrikaan ‘verliezen’ gaat maken? Moeten wij, naast dat we ons ‘eigen huis’ klimaat-technisch op orde brengen’, niet ook de Afrikaan ondersteunen bij het benutten van die ‘stimulerende achterstand’? Ondersteunen op alle mogelijke manieren. Manieren variërend van de overdracht en export technische kennis tot het tegen zeer gunstige tarieven beschikbaar stellen van geld. Of van het openen van onze markten voor Afrikaanse producten tot het stoppen met het dumpen van onze producten op hun markten. Maar ook door het gecontroleerd openen van onze grenzen voor arbeidsmigranten.

Kinderen en het klimaat

Bij De Correspondent stelt Lynn Berger zich de vraag waarom mensen, om de titel van haar artikel te citeren “Toch een tweede (krijgen), in tijden van klimaatverandering”? Berger: “Ik heb twee kinderen, een dochter van 5 en een zoon van 2, en samen zijn ze, volgens ten minste één beroemde berekening, goed voor twee keer 58,6 ton koolstofdioxide-uitstoot per jaar.” Dit terwijl onderzoek uitwijst dat: “kinderen ontzettend veel tijd, geld en energie kosten. (De meeste ouders wisten dit trouwens ook zonder wetenschappelijk onderzoek.)” Bovendien “blijken ouders niet gelukkiger te zijn dan mensen zonder kinderen.” Een bijzondere vraag: kinderen krijgen en klimaatverandering. Of wat algemener: de groei van de wereldbevolking en de klimaatsverandering en tijden waar: “andere soorten massaal uit(sterven),” zoals Berger schrijft.

Bron: Nasa

‘Kinderen krijgen in tijden van klimaatverandering’ roept bij mij als eerste wat cynische opmerkingen op.  Zo verandert het klimaat geregeld. Als we de geschiedenis van de aarde bekijken dan wisselden warmte en kou elkaar af. Zo’n 2,3 miljard jaar geleden was de aarde volledig bevroren, als de wetenschappers het goed hebben. Toen de dinosaurussen over de aarde regeerden was het veel warmer. Nee, warmere en koudere perioden wisselen elkaar af. Als klimaatverandering een aanleiding is om geen kinderen te krijgen, dan kunnen we nooit kinderen krijgen. Of betekent dit dat we méér kinderen moeten krijgen als het afkoelt? 

Voor je je afvraagt of de Ballonnendoorprikker een ‘klimaatontkenner’ is. Nee, dat is hij niet. Voor de Ballonnendoorprikker is er geen mensenwereld en ‘de natuur’, er is maar één wereld. Wat wij als mens hier op aarde doen, heeft invloed op de aarde en het klimaat.

Ook cynisch, laten we allemaal stoppen met kinderen krijgen, dan is de aarde over een kleine honderd jaar vrij van mensen …. Gelukkig voor mezelf heb ik deze aarde dan al eerder verlaten want het lijkt mij verdomde ellendig om tot de laatsten te behoren. Lig je daar als honderdjarige in je eentje te creperen. 

En de meest cynische. Als mensen pleiten voor bevolkingsvermindering vraag ik mij altijd als eerste af waarom zij dan niet alvast beginnen met een bijdrage te leveren. Dat scheelt 58,6 ton aan koolstofdioxide per jaar. Dat geeft meteen een gunstig klimaatseffect. Trouwens hoeveel ton koolstofdioxide besparen we ons niet uit door het ‘uitsterven van die andere soorten’.

En nu wat realistischer. ‘Hoe meer kinderen, hoe lager het inkomen van de vrouw’ lees ik. Zou het niet precies omgekeerd zijn: ‘hoe lager het inkomen, hoe meer kinderen’? Als je naar de landen die nog flink groeien kijkt, dan zijn dat vooral landen waar men het een stuk minder goed heeft. Die volgorde maakt nogal wat uit als je naar een oplossing zoekt voor de bevolkingsgroei. Als het ‘hoe meer kinderen, hoe minder inkomen’ is, dan zet je in op geboortebeperking. Dat is waar de VVD voor pleit. Cru gezegd komt dit neer op: zorg dat die Afrikanen minder kinderen krijgen. Maar als het probleem het inkomen is, dan raken die vrouwen van de regen in de drup. De kinderen zijn immers een stukje inkomensgarantie in de nabije toekomst en pensioen in de verre toekomst. Als het ‘hoe lager het inkomen, hoe meer kinderen’ is, dan zet je in op inkomens verbetering. Verbetering van inkomen zorgt er dan voor dat de noodzaak voor meer kinderen afneemt. Volgens mij is dit wat er ook in Europa en Japan is gebeurd. 

Nadenken over geboortebeperking is een luxe-probleem en dat blijkt ook want vooral landen waar het heel erg goed gaat zijn heel goed in het beperken van bevolkingsgroei. Als wij in het rijke westen werkelijk een bijdrage willen leveren aan beperking van de wereldbevolking, dan zou welvaartsdeling wel eens veel meer kunnen bijdragen dan hier geen kinderen krijgen. Welvaartsdeling door een deel van onze welvaart naar daar te laten vloeien, een deel van de bevolking van daar naar hier laten vloeien en door een combinatie van beiden. Laat zowel welvaartsdeling als migratie nu precies zijn wat hier heel erg gevoelig ligt.