De Ballonnendoorprikker schrijft korte prikkelende columns, waarin kromme redeneringen, verhullend taalgebruik en rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak worden gesteld
Ik hoop niet dat jullie allemaal beelddenkers zijn want dan vrees ik voor de zin waarmee ik eigenlijk wilde beginnen. Mijn broek viel af toen ik de reactie van onze minister-president op de Amerikaanse aanval op Venezuela las: “Het kabinet volgt de ontwikkelingen in het Caribisch gebied en de situatie in Venezuela na de aanvallen van de VS op de voet. De veiligheid in de regio is van groot belang voor Aruba, Curaçao en Bonaire. We houden nauw contact en ik heb premiers Eman en Pisas en gezaghebber Soliano laten weten dat zij en de mensen op de eilanden op onze steun kunnen rekenen in deze onzekere tijd.”
Beste meneer Schoof, u bent minister-president van een land dat in de Grondwet heeft staan datde regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert. Ik mag hopen dat u het betreffende artikel 90 kent. Ik twijfel eraan omdat ik u niet zoveel hoor over schendingen van die rechtsorde. Zo is uw zwijgen over de Israëlische schendingen van die orde oorverdovend. Israël is bezig met een etnische zuivering en schuwt genocidaal geweld daarbij niet. Dat laat u allemaal passeren. Grove schending van het internationaal recht dat u moet bevorderen. Het zwijgen was zelfs zo oorverdovend dat u de regering van Israël met een poging tot onrust stoken en verdeeldheid zaaien liet wegkomen. Voor uw geheugen, ik heb het hier over de Israëlische framing van de rellen ronde de voetbalwedstrijd tussen Ajax en Maccabi. Framing waarbij er bewust olie op het vuur werd gegooid. Een buitenlandse regering die zich mengt in onze binnenlandse aangelegenheden die op zijn minst vroeg om een strenge veroordeling.
Ik twijfel er ook aan omdat uw zwijgen ook oorverdovend stil was toen de Verenigde Staten en Israël een aanval uitvoerden op Iran. “Alles moet in het werk worden gesteld om verdere escalatie te voorkomen,” zo luidde uw reactie dit gevoegd bij de constatering dat het geduld van de Verengde Staten en Israël met Iran kennelijk op was. En ja, zorgen om de nucleaire capaciteiten van Iran zijn terecht. Dat is echter geen rechtvaardiging voor een militaire aanval. Niet door het land, de Verenigde Staten, dat de overeenkomst waarmee Iran afzag van verdere stappen richting de ontwikkeling van kernwapens eenzijdig opzegde. En al zeker niet door een land dat het non-proliferatie verdrag niet heeft ondertekend en zelf heimelijk kernwapens heeft ontwikkeld. Deze aanval was een grove schending van het internationaal recht
En nu Venezuela. U spreekt terecht van een aanval. Dit is een daad van oorlog. En net zoals dat bij de Russische aanval op Oekraïne gebeurde, moet deze Amerikaanse aanval ten strengste worden veroordeeld. Eerdere schendingen van het recht, het beschieten van boten zonder aanleiding, liet u ook zomaar passeren. En nu? ‘We volgen de ontwikkelingen’ is niets. Dat doe ik als inwoner van dit land en ik denk dat dit voor veel anderen ook geldt, wel zelf. Van u, en met u de regering, verwacht ik dat u pal staat voor de internationale rechtsorde. En voor onze Antilliaanse rijksgenoten zou wat materiële steun wellicht niet misstaan. De Verenigde Staten verbieden om gebruik te maken van het Antilliaanse luchtruim en de Antilliaanse territoriale wateren. Een deel van de Nederlandse vloot en van onze luchtmacht naar de drie eilanden sturen om het luchtruim te bewaken en tegen elke schending ervan optreden.
Daarbij zou het niet moeten blijven. Tegen Rusland werden allerlei economische sancties, culturele en sportieve sancties ingesteld. Liefst in Europees verband. Als ik de berichten mag geloven dan zijn wij niet in de positie om Amerika met sancties economische te treffen. Nog niet. Dit is aanleiding om als Nederlandse overheid om alle banden met Amerikaanse bedrijven af te bouwen. Dat zal niet van de ene op de andere dag kunnen want er moeten op sommige gebieden wellicht alternatieven worden ontwikkeld. Op gebieden waar er alternatieven zijn, moet die stap meteen worden gezet. Wel kunnen we culturele en sportieve sancties afkondigen. Voor wat betreft die laatste zou het weren van de Verenigde Staten van de Olympische Winterspelen een mooie mogelijkheid zijn. Maar dat kan Nederland niet alleen. Wat we wel alleen kunnen is het Wereld Kampioenschap voetbal boycotten. Helaas treffen we daar ook de Mexicanen en Canadezen mee want zij zijn mede-organisator. Jammer voor de spelers en coaches die hard hebben gestreden voor kwalificatie. Jammer voor de vele voetballiefhebbers waarvan ik er zelf eentje ben. Er zijn echter belangrijkere zaken dan voetbal. Laten zien dat een oorlog beginnen niet kan, is er een van. Geen podium voor Trump. Een ‘winnaar’ van de FIFA vredesprijs, die een oorlog begint, moet worden gestraft. Geroep dat ‘sport niet politiek gemaakt moet worden’, kunnen sinds die prijsuitreiking de prullenbak in.
Dus boycot de WK-voetbal en roep andere Europese landen op hetzelfde te doen.
Framing is, aldus Wikipedia: “een overtuigingstechniek in communicatie waarbij woorden en beelden zo gekozen worden, dat daarbij impliciet een aantal aspecten van het beschrevene wordt uitgelicht. Deze uitgelichte aspecten helpen om een bepaalde lezing van het beschrevene of een mening daarover te propageren.” Het in de discussie rondom asiel veel gebruikte woord ‘gelukszoekers’ is een voorbeeld van framing. Ja, mensen die asiel zoeken, zoeken geluk. Maar zoeken we daar niet allemaal naar? Het enige verschil tussen een asielzoeker en mij, is dat de asielzoeker van een plek komt waar het vinden van geluk redelijk onmogelijk is en ik mijn geluk op mijn geboorteplek kan nastreven. Dat toeval is mijn grootste geluk. Soms is het frame overduidelijk. Soms is het wat lastiger te achterhalen.
Neem het volgende:“Het kabinet betreurt de aanvallen van Israël op Iran. Demissionair premier Schoof spreekt van “alarmerende aanvallen” en roept alle partijen op “om de rust te bewaren en zich te onthouden van verdere aanvallen en vergeldingen.”” Zoals is te lezen op de site van de NOS. Vele andere westerse regeringsleiders doen hetzelfde en voegen er, zoals de Britse premier Starmer, nog aan toe dat Israël het recht heeft om zichzelf te verdedigen.
Door het frame, de woorden ‘betreuren’ en ‘ vergelding’ wordt het beeld geschapen dat de twee partijen gelijke schuld hebben aan de ontstane situatie. Dat is bezijden de waarheid. Ja, Israël heeft het recht om zich te verdedigen zoals Starmer zegt. Verdedigen doe je je tegen een aanval. Israël werd niet aangevallen door Iran. Iran werd aangevallen door Israël en die aanval begon al met het bombarderen van het Iraanse consulaat in Damascus op 1 april 2024. Een daad waarop Iran zeer terughoudend reageerde. Na de aanval van 13 juni 2025 was dat voor de Iraanse regering niet meer mogelijk. Er is hier geen sprake van verdedigen maar van een aanval op een soeverein land. Dat dit soevereine land een verschrikkelijke regering heeft, maakt dit feit niet anders.
Iran heeft een nucleair programma en verrijkt uranium. Dat doet Nederland ook. In Almelo bij Urenco wordt uranium verrijkt voor gebruik in kerncentrales. Uranium verrijken is niet verboden. Het land heeft geen kernwapen en heeft het non-proliferatieverdrag (NPV) ondertekend. Dat verdrag beoogt de verspreiding van kernwapens te voorkomen en het aantal kernwapens te verminderen. Onder dat verdrag worden de Iraanse nucleaire activiteiten gecontroleerd. Het land heeft dat verdrag niet geschonden. En zelfs als het land dat verdrag zou schenden, dan was het nog niet Israël om te straffen en zeker niet te bombarderen. Dan was het aan de verdragspartners om dat met de Iraanse regering op te nemen. Israël is geen verdragspartner en heeft zelf kernwapens. Wat Israël op nucleair gebied uitspookt en hoeveel kernwapens het heeft, is onbekend omdat het geen verdragspartner is, wordt het niet gecontroleerd. Israël verwijt Iran regels te schenden die het zelf niet wil tekenen. Een bijzondere vorm van hypocrisie van zowel Israëlische kant als van de kant van de westerse regeringsleiders. Op het gebied van nucleaire technologie zou juist Israël aangesproken en veroordeeld moeten worden. Aangesproken en veroordeeld op de weigering om het NPV te ondertekenen. Dat aanspreken laten de westerse leiders na.
Ook van een ‘acute dreiging’ door Iran waar de Israëlische premier Netanyahu over spreekt en dat door westerse politici en media wordt overgenomen, is geen sprake. Zelfs als Iran kernwapens zou ontwikkelen, dan nog was dit geen acute bedreiging voor Israël. Kernwapens zijn wapens die je hebt om niet te gebruiken maar die moeten voorkomen dat anderen die ze wel hebben je kunnen chanteren. En zelfs daar is hun ‘kracht’ beperkt. Het grote Russische arsenaal kan niet voorkomen dat Oekraïne aanvalt tot diep in het Siberische binnenland. Zo zouden Iraanse kernwapens een Israëlische aanval zoals die van 13 juni niet hebben voorkomen en verhinderen de Israëlische kernwapens Iran niet bij het bestoken van Israël met raketten en drones.
Een van de Israëlische doelen van deze aanvallen is de Iraanse capaciteit om raketten naar Israël te sturen, wegnemen. Het bijzondere is dat de actie juist precies het tegendeel bereikt. De raketten landen door deze aanval juist op Israël. Dit terwijl ze tot vorige week gewoon in een Iraanse opslag lagen. De Israëlische luchtmacht ‘heerst boven Teheran’ verkondigt Israëls premier Netanyahu vol trots. Dat is allemaal in heel korte tijd bereikt. Vanuit militair oogpunt een knappe prestatie. Dat het zo snel is gegaan laat echter vooral zien dat die ‘acute Iraanse dreiging’ er niet was en nooit is geweest. Het land was en is veel te zwak om wie dan ook te bedreigen. De grootste dreiging die er vanuit het land uitging, was de dreiging van door het land bewapende clubjes in conflictgebieden in buurlanden. Clubjes die met relatief eenvoudig wapentuig bevoorraad kunnen worden en de boel kunnen destabiliseren. Nu is Iran niet het enige land dat eigen ‘clubjes’ steunt om ergens zaken te destabiliseren en zo invloed te verkrijgen.
Israël framed zich graag als de underdog. Het is echter de sterkste militaire macht in het Midden-Oosten, is dat altijd geweest en de geschiedenis laat zien dat Israël een grotere bedreiging is voor haar buurlanden dan haar buurlanden voor Israël. Israël is militair een regionale supermacht die ook nog eens door dik en dun wordt gesteund door de grootste militaire supermacht van de wereld, de Verenigde Staten. Israël heeft een stevig track record als het gaat om het bombarderen van andere landen. Zo bombardeerde het op 7 juni 1981 de Iraakse nucleaire onderzoeksreactor in Osirak. Op 1 oktober 1985 het hoofdkwartier van de PLO in de Tunesische hoofdstad Tunis. Op 6 september 2007 bombardeerde het een Syrische nucleaire reactor. Syrië is trouwens vaker het slachtoffer van Israëlische agressie. Het meest door Israël gebombardeerde en binnengevallen en bezette land is Libanon. En nu ben ik de Operation Focus nog vergeten. De Israëlische aanval op Egypte in 1967 en vervolgens Syrië en Jordanië. Ook wel bekend als de Zesdaagse Oorlog. De oorlog waarin Israël de Golanhoogte, Sinaï, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook bezette. Ja die underdog, die ‘David’ is eigenlijk al vanaf 1948 (en zelfs al daarvoor) de eigenlijke Goliath. Ja, in 1948 vielen zeven Arabische landen de nieuwe Joodse staat Israël aan. Maar, zoals de Palestijnse historicus Khalidi het treffend omschrijft: “Ondanks het breed levend beeld van het Israëlische leger dat in het niet viel bij de zeven binnenvallende legers, weten we dat Israël in 1948 in werkelijkheid meer manschappen en meer wapens had dan zijn tegenstanders. Er waren in 1948 maar vijf reguliere Arabische militaire machten op de been, aangezien Saudi-Arabië en Jemen geen noemenswaardig leger hadden. Vier van die legers trokken het Mandaat Palestina binnen (het minuscule Libanese leger is nooit de grens over gegaan) en twee daarvan, het Arabische Legioen van Jordanië en de Irakese strijdkrachten, hadden van hun Britse bondgenoten het verbod gekregen om de grenzen van de gebieden die door de opdeling aan de joodse staat waren toegewezen, te overschrijden en voerden dan ook geen invasie in Israël uit.”i
In 2021 viel Rusland buurland Oekraïne binnen. Toen was het huis te klein en regende het veroordelingen, rolde het ene sanctiepakket over het andere heen en kreeg de aangevallen partij steeds zwaardere wapens toegeschoven om zich te verdedigen tegen de agressor. De agressor werd veroordeeld en de aangevallen partij kreeg steun. Het tegengestelde is nu het geval en dat staat in schril contrast met de huidige reactie. De aangevallen partij is nu niet het voorbeeld van een prettige samenleving. De Ayatollahs regeren met harde hand en onderdrukken hun bevolking. Dat laat echter onverlet dat de Israëlische agressie ten scherpste moet worden veroordeeld. Dat het mishandelde slachtoffer een boef is laat onverlet dat de mishandeling een misdaad is die bestraft moet worden. Dat Iran geen prettig land is laat onverlet dat de Israëlische aanval een zware schending van het internationaal recht is die bestraft moet worden. Net zoals de Russische agressie ten scherpste werd veroordeeld en bestraft met sancties.
Het tegendeel lijkt het geval te zijn. De Verenigde Staten, waren op de hoogte van de aanval en deden niets om deze tegen te houden. In tegendeel, ze voorzien Israël van wapens om de aanval voort te zetten. Bijzonder aan de rol van de Verenigde Staten en dan vooral haar president Trump, is dat er werd onderhandeld over een nucleair verdrag met Iran. Een verdrag dat president Obama in 2015 afsloot en waar zijn opvolger Trump in 2018 de stekker uit trok. Het was, volgens de ‘expert dealmaker’ een slecht verdrag. Nu wilde hij een soortgelijk verdrag afsluiten en was daarover in gesprek met Iran. Na de Israëlische bombardementen beëindigde Iran deze gesprekken. Op de vraag of Nederland een verzoek om een bijdrage te leveren om de Verenigde Staten, en in het verlengde daarvan Israël, te ondersteunen als de Verenigde Staten dat zouden vragen, gaf minister Brekelmans het antwoord dat dit van het verzoek zou afhangen. Dit is de omgekeerde wereld. Op die vraag kan, op basis van het internationaal recht dat Nederland conform de Grondwet artikel 90 moet bevorderen, maar één antwoord worden gegeven: ‘NEE, Nederland levert geen steun aan welke agressor dan ook.’
De westerse landen, ook de Nederlandse regering, regeren zeer terughoudend en lijken de schuld bij Iran te leggen of dat land in iedere geval een gelijke mate aan schuld in de schoenen te willen schuiven. Ze rijden een scheve schaats en proberen die met de hierboven beschreven frames recht te laten lijken.
iRashid Khalidi, De honderdjarige oorlog tegen Palestina. Een geschiedenis van kolonialisme en verzet, pagina 105
“En tenslotte moet er in Europa en in Nederland echt opeens zo enorm veel geld naar defensie, of kan dat een snippertje minder?” Met die terechte vraag sluit Ronald Plasterk in De Telegraaf een column van zijn hand1. Een terecht vraag waaraan ik in een eerdere Prikker al aandacht besteedde. En bijzondere column over de oorlog in Oekraïne en de gevolgen die dit heeft in Nederland.
Rusland is de oorlog begonnen en dat is fout want een ander land binnenvallen mag niet. Maar het wordt complexer, zo betoogt hij: “als je de geschiedenis erbij pakt.” Complexer want: “Ten eerste is het oostelijke deel Oekraïne qua cultuur meer Russisch dan Oekraïens: de meeste mensen op de Krim spreken Russisch. Oekraïne was volledig onderdeel van de Sovjet-Unie. Tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 werden de aanduidingen Rusland en Sovjet-Unie steevast door elkaar gebruikt. De precieze indeling binnen de Sovjet-Unie werd door de rest van de wereld als een interne kwestie beschouwd. Oekraïne was zelfs binnen de Sovjet-Unie onderdeel van Rusland totdat de opvolger van Stalin, Chroesjstjov, zelf geboren Oekraïner, het in 1954 als geste indeelde bij Oekraïne.”
Uit de film 300: De Spartanen onder Leonidas bij Thermopylae. Bron: Flickr
Voor wat betreft het laatste, de Krim was tot 1954 onderdeel van de Sovjetrepubliek Rusland en werd toen inderdaad door Chroesjstjov ingedeeld bij de Sovjetrepubliek Oekraïne, een republiek waarvan in 1917 voor het eerst sprake was. En ja, dat indelen van de Krim was een interne aangelegenheid van de Sovjet-Unie. Deze vergissing is Plasterk vergeven. Voor wat betreft het belangrijkste, de constatering dat de Russische inval in Oekraïne fout is, die verandert niet met de door Plasterk geconstateerde complexiteit van de geschiedenis. Die inval blijft nog steeds fout.
Wat ook fout is, is de manier waarop Plasterk de door hem geschetste historische complexiteit gebruikt om die fout begrijpelijk te maken. Dat er culturele verwantschap is of dat men eenzelfde taal spreekt, maakt nog niet dat het ene land het recht heeft om die delen van dat andere land in te nemen. Dat Nederlanders, volgens de Duitsers, tot de Germaanse volkeren behoorde, maakte nog niet dat ze in 1940 het recht hadden Nederland binnen te vallen. Met dit argument zouden de Spanjaarden hun voormalige wereldrijk terug kunnen veroveren. Er is immers culturele en taalkundige verwantschap. En geeft die spraakverwarring waarbij de Sovjet-Unie en Rusland door elkaar werden gebruikt, de Verenigde Staten het recht om heel Noord-, Midden en Zuid-Amerika te bezetten omdat het land wel eens wordt ‘verward’ met Amerika. Een ‘spraakverwarring’ waaraan Plasterk zich in zijn column ook schuldig maakt?
Dan het ‘volledig onderdeel zijn van de Sovjet-Unie’. Dat lijkt verdacht veel op Poetins argument dat hij het ‘groot Rusland” van weleer nastreeft. Dan kunnen de andere voormalige Sovjetrepublieken hun borst wel nat maken. Met zo’n redenering kan Nederland ook weer beslag leggen op Indonesië en als we toch bezig zijn het voormalige Nieuw Amsterdam. Maar, pech voor Nederland want Frankrijk kan zich Nederland dan weer toe-eigenen en een broer van Macron als ‘koning’ op de troon zetten. Alleen zullen de al eerder genoemde Spanjaarden daar tegen inbrengen dat de Nederlanden toch echt ooit van hen waren. Behalve dan dat de Italianen daar weer tegenin kunnen brengen dat dit toch allemaal bij het Romeinse Rijk hoort.
Volgens Plasterk is de weg via het Internationaal Strafhof heilloos: Dat Strafhof huist in Den Haag en geen enkele grote wereldmacht is er lid van: de Verenigde Staten, China, Rusland en India zijn allemaal geen lid. Het oordeel over Poetin toont vooral aan hoe relatief nutteloos het Strafhof is; niemand denkt dat politieagenten naar het Kremlin gaan met een arrestatiebevel.”De kans op dat laatste is inderdaad klein en inderdaad zijn er landen die geen lid zijn van het Strafhof. Dat maakt een veroordeling echter nog niet nutteloos. Met een veroordeling wordt een daad tot een misdaad verklaard. En mocht het onverwachte toch gebeuren en er een geslaagde opstand tegen Poetin komen, dan biedt die veroordeling een mooie weg om het probleem het land uit te krijgen. Iets waar de Duterte, de voormalig president van de Filipijnen over mee kan praten. Het recht is het enige wat ons behoed voor het recht van de sterkste.
“Doorvechten en Poetin verslaan (is) onrealistisch,” aldus de titel van de column. “Wat moet je je daarbij voorstellen: Zelenski die optrekt naar Moskou en de Oekraïnse vlag plant op het Kremlin?” Dat Zelenski die vlag gaat planten is niet realistisch maar er zijn meer overwinningen mogelijk dan de totale overwinning gesymboliseerd door het planten van die vlag. Zo zat Xerxes I de heerser van het Perzische rijk nog steeds stevig op zijn troon na de vernederende nederlaag tegen de veel geringere Griekse strijdkrachten onder leiding van de Spartaanse koning Leonidas en zijn 300 hoplieten in de slag bij Termopylae en de vernietiging van zijn vloot door de Grieken onder leiding van de Atheners aangevoerd door Themistocles in de slag bij Salamis. Xerses droop af want een grootse overwinning zat er niet meer in. Het restant van zijn troepen, onder leiding van Mardonius werd in de slagen bij Plataeae en Mycale verslagen. De Perzen waren verslagen zonder dat er ook maar één Griekse vlag op een van de Perzische koningssteden werd geplaatst. Het rijk bleef nog bestaan totdat Alexander de Grote zo’n 150 jaar later Darius III versloeg en het hele Perzische rijk veroverde. Om een oorlog te winnen, hoef je de vijand niet te verslaan. Voor degenen die een recenter voorbeeld willen. De Verenigde Staten verloren de oorlog in Vietnam zonder dat er een Vietnamese vlag op het Witte Huis werd geplaatst. Of de nederlaag van de Sovjets en recentelijk ook de Verenigde Staten en de NAVO in Afghanistan.
“Er zijn maar twee realistische mogelijkheden: heel veel geld verschaffen voor zoveel mogelijk wapens, om het bloedvergieten te verlengen: of op zo kort mogelijke termijn een vredesakkoord,” zo vervolgt Plasterk. En is: “het kleinste kwaad (…) om zo snel mogelijk te stoppen met bloedvergieten op basis van ongeveer de status quo.” Zou hij er hetzelfde over denken als zijn buurman 20% van Plasterks tuin zou annexeren omdat die ‘cultureel’ altijd al veel op de tuin van de buurman leek. Er stonden immers voor het grootste deel dezelfde planten in en de schaduw van die mooie eik viel toch vooral in de tuin van de buurman.
Natuurlijk wil bijna iedereen bloedvergieten stoppen. Maar net zoals er tussen een overwinning en een totale overwinning hele werelden zitten, zitten er hele werelden tussen een akkoord om bloedvergieten te stoppen en een vredesakkoord. Daarvoor hoeven we alleen maar naar die andere oorlog te kijken, de al meer dan honderd jaar durende oorlog tegen het Palestijnse volk. In die honderd jaar zijn er al verschillende akkoorden gesloten om het bloedvergieten te stoppen. Van vrede is echter nog steeds geen sprake. Of neem de bijna tweehonderd jaar durende Frans-Duitse strijd. In die strijd werden verschillende akkoorden gesloten. Zo beëindigde de Vrede van Frankfurt de oorlog van 1870-1871. Dat akkoord bleek geen beletsel voor een nieuwe oorlog die in 1914 startte. Een oorlog die in 1918 met de vrede van Versailles werd beëindigd. Weer een akkoord dat niet voorkwam dat er in 1939 een nieuwe oorlog uitbrak. Die Frans-Duitse strijd werd pas beëindigd toen er na de vernietigende Tweede Wereldoorlog voor een andere oplossing dan een akkoord werd gekozen namelijk Europese samenwerking in plaats van rivaliteit. Om de oorlog in Oekraïne te beëindigen is meer nodig dan een akkoord om de wapens neer te leggen. Namelijk een gedeelde visie op dewereld waarin beide partijen zich zonder rancune kunnen vinden en die verder gaat dan het neerleggen van de wapens. Zolang die er niet is wordt huidig bloed gespaard ten koste van toekomstig bloed en wordt er veel geld verschaft voor het kopen van wapens om dat toekomstige bloed te vergieten.
Plasterk gaat verder: “Van oudsher was links tegen militarisme tegen kruisraketten, voor het gebroken geweertje, voor dienstweigeren. Links was veel pacifistischer dan rechts. Nu zien we een omkering: links wil de defensiebudgetten snel verhogen. Het is niet duidelijk tegen welke vijand Nederland zich opeens enorm zou moeten bewapenen. Amerika zal het niet zijn. China is heel ver weg, dus kan het alleen gaan over Rusland, maar we zien dat Rusland al moeite heeft om zijn voormalig stukje Oekraïne te verdedigen.” Even voor Plasterk, Rusland verdedigt dat stukje Oekraïne niet, het valt het aan. En ja, het heeft daar moeite mee. Voor wat betreft tegen welke vijand we ons zouden moeten bewapenen is het antwoord simpel, tegen iedere mogelijke vijand, ook mogelijk de Verenigde Staten. Hoe dit moet, weet ik niet maar dat het zorgvuldig moet, heb ik al eerder betoogd. De sneer naar links is bijzonder. Bijzonder omdat de strijd tegen de kruisraketten zich in een heel andere tijd afspeelde dan nu. Een tijd waarin twee ideologisch met elkaar in conflict zijnde supermachten die elkaar en de rest van de wereld vasthielden in de MAD-doctrine: Mutual Assured Destruction. Nog meer kernwapens veranderden daar niets aan. De wapens om elkaar en de wereld gegarandeerd te vernietigen hebben ze nog steeds. Van een bipolaire wereld is echter geen sprake.
“Rechts in het politieke spectrum staat Trump. In de Nederlandse media is geen sympathie voor Trump te vinden. Zijn botte stijl geeft ook geen aanleiding tot warmte. Maar juist in deze kwestie is deze voorman van politiek rechts nu de vredes duif.” Aldus Plasterk. Trump als vredesduif, een heel bijzondere constatering. Ja, bij zijn inauguratie sprak hij uit de geschiedenisboeken in de willen gaan als ‘peace maker’ en klopte zich op de borst voor het eerste wapenfeit in die richting: een wapenstilstand in Gaza. Die wapenstilstand is al weer langer voorbij dan hij heeft geduurd en Israël maakt zich op voor het ‘innemen’ van delen en wellicht zelfs de gehele Gaza-strook, zo bericht de NOS. De zelfverklaarde ‘peace maker’ staat instemmend te knikken en wil het gebied, nadat het is ontdaan van de bevolking, wel als een bouwproject ontwikkelen tot een oord voor rijke patsers zoals hijzelf. Zijn acties om tot vrede te komen tussen Rusland en Oekraïne richten zich vooral op het afpersen Oekraïne en met stroop om de mond smeren van Rusland. Daar komt bij dat het juist Plasterks ‘vredesduif’ is die aandringt op Europese bewapening en het verhogen van de defensiebudgetten.
Op 1 april is het 550 jaar geleden dat de geuzen Den Briel in namen. In de geschiedenis van Nederland neemt deze gebeurtenis een belangrijke plek in. Sommigen zien het als de geboorte van ‘Nederland’. De gebeurtenis wordt ieder jaar herdacht. Als je dit zou vertellen aan de toenmalige inwoners van Den Briel, dan hadden ze je voor gek verklaard. Voor hun poorten stonden een stel plunderende geloofsfanaten. Een situatie vergelijkbaar met de aanhangers van IS voor de poorten van de Iraakse stad Mozul in 2014. Ook zouden ze je vragend aankijken als je ‘Nederland’ zou zeggen. “Omstreeks het jaar 1000 krioelden ook hier ten lande allerlei min of meer feodale gebieden naast en door elkaar. Een duidelijk patroon ontbrak.[1]” Zo omschrijft de historicus Peter W. Klein de politieke situatie in het gebied dat nu Nederland heet. Dit beeld zou bij die zestiende-eeuwse inwoner van Den Briel meer herkenning oproepen.
In dat jaar 1000 bestond Nederland nog niet. Van de later machtigste van de Verenigde Provinciën was ook nog geen sprake, Holland bestond nog niet. Holland was vooral Fries. “Reeds vanaf de vroege middeleeuwen was de Maas-, Rijn-, en Schelde regio de operatiebasis van de Friezen voor hun verre handel tussen West-Europa en Scandinavië.[2]” Toch gebeurde er in 1018 iets bijzonders. Een van de graven in West-Friesland, Dirk III, behaalde in 1018, zo beschrijft Klein het, de eerste militaire ‘Hollandse’ overwinning. Een ‘Hollandse’ overwinning avant la lettre want, zo beschrijft Klein het: “Deze Dirk was en bleef zijn leven lang namelijk niets anders dan een graaf ín (West-) Friesland. Zelfs tot graaf ván (West-) Friesland heeft hij het niet kunnen brengen.[3]” Dirks oorspronkelijke ‘rijk’ bestond uit: “twee losse West-Friese gebieden (…) Kennemerland en Rijnland.” En Dirks prestatie bestond eruit dat hij daaraan: “bij stukjes en beetjes Neder-Maasland,” aan toevoegde. Tegenwoordig een zeer rijk gebied, in die tijd: “niet veel anders dan de moerassige zilte gronden aan de mond van de samenvloeiing van Maas en Merwede.[4]” Uiteindelijk mocht een van zijn nazaten, Floris II, zich in 1101 echt graaf van Holland noemen. Dat had hij te danken aan de bisschop van Utrecht die bereid bleek om hem als leenman te aanvaarden. Daarmee zijn we honderd jaar verder in de tijd. Ook toen wees er niets op het succes van dat ‘Holland’. De eerste graaf van Holland, graaf van drassig land langs de monding van de Rijn en de Maas, ‘onderknuppel’ van de bisschop van Utrecht. Iets meer dan niets en daarmee is alles gezegd. De graaf van Holland was niet de enige ‘onderknuppel’. Er waren er veel meer zoals de graaf (later hertog) van Gelre, de hertog van Brabant, de graaf van Zeeland die allemaal hun eigen rijkje stichtten en knibbelden aan de macht van de Friezen en elkaar. Allemaal gebieden die niets met elkaar hadden. “The northern provinces felt no tie with each other and no sence of difference from the south. Each of the seventeen provinces was a small state or country in itself,[5]” zo beschrijven Palmer en Colton in hun A history of the Modern World de relatie tussen de verschillende provinciën in het midden van de zestiende eeuw en dat was in de eeuwen daarvoor niet anders. Sterker nog, zelfs binnen een zo’n rijkje hadden mensen vaak al niet veel met elkaar behalve dan dat ze eenzelfde ‘onderknuppel’ boven hen hadden.
Ik moest aan Den Briel denken bij het lezen van een artikel van Rob Vreeken in de Volkskrant. “Naast de belaagde Oekraïense steden is er nog een tweede slagveld: dat van het internationaal recht,” zo luidt de titel van het artikel. Vreeken: “Het inpikken van de Krim, het erkennen van separatistische regio’s, de invasie: het zijn stuk voor stuk flagrante schendingen van kernwaarden van het internationaal recht, om te beginnen het geweldsverbod uit het VN-Handvest.” Als dat VN-Handvest en het internationale recht er in de zestiende eeuw ook al waren geweest, dan was het ontstaan van wat nu Nederland is een flagrante schending van dat recht. Een regio scheidde zich af van een rijk en pikte ook nog even wat gebied in. Dit gebeurde op gewelddadige wijze in een oorlog die 80 jaar duurde als we even afzien van het bestand van 12 jaar van 1609 tot 1621.
‘Nederland’ is niet het enige land dat is ontstaan uit een schending van die moderne rechten. Laten we wel wezen het gros, zo niet alle, landen van de wereld zijn ontstaan uit schendingen van die moderne rechten. Als we ruim 2.500 jaar Europese geschiedenis bezien, dan zien we uitsluiten schendingen van deze rechten. En daarmee ben ik waar ik naar toe wil. Na de Eerste en in versterkte mate na de Tweede Wereldoorlog is er gewerkt aan een indrukwekkend bouwwerk van internationale rechten. Met het niet mogen erkennen van ‘separatistische regio’s wordt het heden als einddoel gezien: anders kan en mag het niet meer worden. Hoe reëel is dit streven?
Niet erg reëel zoals we sinds het invoeren van die rechten kunnen zien. Als we de wereldkaart van 1945 vergelijken met de huidige, dan vertoont die grote verschillen. De grote koloniale rijken bestaan niet meer. Joegoslavië en de Sovjet Unie zijn uiteen gevallen in verschillende delen. Al die ‘separatistische regio’s’ zijn, in strijd met het internationale recht, door het grootste deel van de landen van de wereld erkend als nieuwe landen.
De regel dat je je niet mag afscheidden en dat andere een afgescheiden gebied niet mogen erkennen, is inmiddels zo vaak geschonden dat er weinig ‘zekerheid’ vanuit gaat. We moeten ons afvragen of een regel die zo vaak wordt geschonden wel zinnig is. Maar belangrijker, wie zijn wij om voor onze kinderen en kleinkinderen vast te leggen hoe hun wereld eruit moet zien? Om de namen van twee popbands uit verschillende genres te gebruiken: wie zijn wij om hen te verbieden om een New Order na te streven en onze Status Quo te verwerpen?
[1] Peter W. Klein, 1000 jaar vaderlandse geschiedenis, pagina 33
[2] Schöffer, I c.s, De Lage Landen van 1500 tot 1780, pagina 15
De ‘nucleaire sanctie-optie’ zo wordt het genoemd. Daarmee wordt bedoeld een land, in dit geval Rusland, afsluiten van het SWIFT systeem. “Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication, kortweg SWIFT, is een in 1973 opgerichte internationale coöperatieve organisatie voor het verzenden van financiële berichten. Meer dan 8.000 financiële instellingen uit circa 200 landen zijn bij SWIFT aangesloten. Middels het zogenaamde SWIFT-adres, tegenwoordig beter bekend als de Business Identifier Code (BIC), wordt onder andere grensoverschrijdend betalingsverkeer gefaciliteerd.” Zo is te lezen op Wikipedia. Een goed idee? Deze keer hoeven jullie niet te wachten op een antwoord. Nee, ik denk dat het geen goed idee is.
En nee, dat zeg ik niet omdat ik een Poetinaanhanger ben. Ja, ik heb een voorliefde voor Rusland maar dat is niet vanwege het leiderschap van dat land. Dat heeft me nooit kunnen bekoren. Niet gedurende de Tsarentijd, niet tijdens de communistische periode, niet tijdens het presidentschap van ‘drankorgel’ Jeltsin en ook de afgelopen 23 jaar Poetin hebben mij niet kunnen bekoren. Verre van dat zelfs.
Ik zeg dat omdat ik denk dat het een slecht idee is. Rusland van SWIFT koppelen maakt handelen lastiger. Lastiger maar niet onmogelijk. Het land kan nog steeds producten verkopen en zo geld verdienen aan de export van vooral olie en gas. Poetins geldkraan blijft nog steeds geopend. Om het land te treffen zijn er andere, doeltreffendere manieren. Rusland, kan de gas- en oliekraan dichtdraaien, maar daarin is hij niet de enige. Dat kunnen wij ook. Wij kunnen per direct besluiten om geen Russische producten meer te kopen. Aangezien het overgrote deel van de Russische export naar de Europese Unie gaat, wordt Poetins geldkraan een flink eind dicht gedraaid. Nu heeft het land flinke reserves waarmee het een flinke tijd vooruit kan. Een veel effectievere sanctie dan betalen moeilijker maken. Je zegt er immers mee: wij hoeven jullie spullen niet en dat zeggen we niet met de afkoppeling van het land van SWIFT.
Ook kunnen we alle bezittingen van het land en haar inwoners in de landen van de Europese Unie confisqueren. Eigendommen zoals de dure Londense huizen, de brievenbusbedrijven op de Amsterdamse Zuidas, de jachten in de havens, de voetbalclubs zoals Chelsea en Vitesse. Ook de verstrekte westerse paspoorten van de eigenaren kunnen worden ingetrokken. Als vervolgens de vrede weer is uitgebroken en de onafhankelijkheid van Oekraïne is hersteld, dan kan het worden teruggegeven mits de voormalig eigenaar zich in woord en daad heeft verzet tegen de oorlog. Is dat niet het geval dan wordt het verkocht en worden de opbrengsten gebruikt om Oekraïne weer op te bouwen.
Mijn belangrijkste bezwaar is echter een ander. Sindsdien zijn er andere landen die werken aan hun macht en invloedssfeer om juist die westerse en vooral Amerikaanse macht en raketten op afstand te houden.” Schreef ik in Een westerse droom, een Prikker van net voor de Russische inval in Oekraïne. Een Prikker waarin ik het opportuinisme van het Westen in de omgang met de rest van de wereld aankaartte aan de hand van de begrippen zelfbeschikkingsrecht en territoriale integriteit. SWIFT presenteert zich als een neutraal systeem dat door alle financiële instellingen gebruikt kan worden voor het doen van internationale betalingen. Met het woord neutraal, kom ik bij mijn belangrijkste bezwaar. Door zich SWIFT toe te eigenen zal het vertrouwen in dat systeem verloren gaan. En niet alleen het vertrouwen in SWIFT. Andere landen, zoals China, zullen hieruit concluderen dat er geen neutrale systemen zijn. Dat er alleen systemen zijn die ten dienste staan van de eigen macht. En dus dat je zo machtig wordt dat je anderen kunt dwingen om met jou systeem te werken. Dat lijkt mij een niet wenselijke situatie. Als deze optie nucleair is, dan is ze nucleair voor de internationale samenwerking en niet alleen voor de samenwerking met Rusland.
In de hierboven genoemde Prikker citeerde ik Jonathan Holslag: “Het buitenlands beleid van het Westen was een en al tegenstrijdigheid.[1]” Het afkoppelen van Rusland van SWIFT is een voorbeeld van tegenstrijdig handelen. Aan de ene kant wordt er een beroep gedaan op het internationale recht dat is geschonden, een terechte constatering en verwijt aan Rusland. Zo’n verwijt maakt minder indruk als je vervolgens je macht gebruikt om het internationale recht naar je hand te zetten. Want dat is wat er gebeurt als SWIFT als sanctie wordt gebruikt. Dan gebruikt het Westen een neutraal iets voor haar doelen. Als je het internationale recht werkelijk centraal stelt, dan leg je een verzoek om afsluiting van een land, in dit geval Rusland, voor aan de algemene vergadering van Verenigde Naties.
Een langer en omslachtiger traject maar wel een waarmee je in woorden en daden hetzelfde zegt. Namelijk dat je de internationale samenwerking en het internationale recht echt centraal stelt. Voor de korte termijn (en ook voor de langere) is het stoppen van import uit Rusland veel efficiënter. Het is bovendien iets waarmee je de internationale (rechts)orde niet verstoort.
[1] Jonathan Holslag, Van Muur tot muur. De wereldpolitiek sinds 1989, pagina 133-134.
Deel zoveel van het ‘Israëlisch Palestijns’ gebed zonder einde is deze week weer begonnen. Er vallen weer raketten op Israël en de Gazastrook. Nee, ik ga hier niet dit hele conflict uitdiepen. Het gaat mij om de uitspraak van onze demissionaire premier Mark Rutte: “Ik ben zeer bezorgd over het aanhoudend geweld in Israël en Gaza. Het is onacceptabel dat Hamas willekeurig raketten op de burgerbevolking afvuurt. Nederland steunt het recht van Israël op zelfverdediging, binnen de grenzen van het internationale recht en proportionaliteit.” En dan vooral om het gebruik van het woord zelfverdediging. Is er sprake van zelfverdediging?
Bron: WikimediaCommons
Ja, ben je geneigd te zeggen. Er vallen immers vanuit de Gazastrook afgeschoten raketten op Israël en die beschadigen gebouwen en erger, doden mensen. Laten we dat internationale recht er eens bijhalen. Het recht tot zelfverdediging is opgenomen in artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties: “Geen enkele bepaling van dit Handvest doet afbreuk aan het inherente recht tot individuele of collectieve zelfverdediging in geval van een gewapende aanval tegen een Lid van de Verenigde Naties,” zo begint het artikel. Israël, is lid, wordt aangevallen en dus heeft het land het recht om zich te verdediging. Zaak gesloten niet meer over het recht praten, alleen over de proportionaliteit. Dat gaat mij echter iets te snel.
Het Handvest is een verdrag gesloten tussen staten en gaat er vanuit dat de agressor een andere staat is. De raketten worden, afgezien van enkele vanuit Libanon, afgeschoten vanuit de Gazastrook. De Gazastrook is 465 vierkante kilometer groot, dat zijn er vijftig meer dan Vlieland groot is. Op Vlieland wonen nog geen 1.200 mensen, in de Gazastrook meer dan 2 miljoen. Dat betekent dat er op iedere vierkante kilometer iets meer dan 4.300 mensen wonen. Dat is acht keer zoveel dan er op een gemiddelde vierkante kilometer in Nederland wonen. Ondanks al deze cijfers, is de Gazastrook geen staat. Het gebied werd in 1967 door Israël bezet en dat wordt het nu de facto nog steeds. Daar doet het gegeven dat Israël in 2005 haar troepen uit het gebied terugtrok en het bestuur ervan overdroeg aan de Palestijnse Autoriteit niets aan af. Ook die Palestijnse Autoriteit is geen staat.
De Gazastrook is, om het cru te zeggen, een openluchtgevangenis. Het bestuur van de Gazastrook heeft geen zeggenschap over haar eigen grenzen, die worden door Israël gecontroleerd en bewaakt. Ze heeft geen zeggenschap over de zee waaraan zij ligt, ook die wordt door Israël gecontroleerd. Ze heeft geen zeggenschap over haar luchtruim, ook dat wordt door Israël gecontroleerd. Het is een openluchtgevangenis waarbij de directie (Israël) de dagelijkse gang van zaken in de gevangenis heeft overgelaten aan de in de rivaliserende bendes in de gevangenis en waarvan Israël de toevoer van water, voedsel, medicijnen et cetera beheerst.
Een openluchtgevangenis die door Israël en haar bondgenoten wordt voorgeschoteld als een soort ‘staat’. Een openluchtgevangenis waar Israël de ‘gevangenen’ in hun sop laat gaarkoken en waar het zich alleen maar mee bemoeit als er gevangenen dreigen uit te breken of als ze het leven van de gevangenisdirecteur lastig maken.
Aangezien het bezet gebied is, is het bezettingsrecht van toepassing. Het bezettingsrecht verplicht de bezetter om de openbare orde te verzekeren en het leven, eigendom, eer, gezinsrecht en godsdienst van de bevolking te eerbiedigen. Ik vraag me af of bombardementen een legitiem middel zijn die een bezetter mag gebruiken om de openbare orde te verzekeren. Het bezettingsrecht verbiedt represailles tegen bevolkingen na handelingen waarvoor zij niet in hun geheel hoofdelijk aansprakelijk gesteld kunnen worden. Zijn bombardementen niet te willekeurig en wordt de bevolking van Gaza hier niet in hun geheel gestraft?
En in de Nederlandse context, neemt Rutte geen loopje met het internationale recht?
“In Idlib ontvouwt zich een nieuwe humanitaire ramp, één van de ergste in de Syrische crisis, die er het afgelopen decennium al te veel om op te noemen heeft voortgebracht.” De eerste zinnen uit een ingezonden brief bij Trouw . Een brief geschreven door minster van Buitenlandse Zaken Blok en twaalf van zijn Europese collega’s. Een bijzondere brief.
Laten we eens een passage onder de loep nemen. “Daarnaast is het belangrijk om helder voor de geest te houden dat alleen politieke onderhandelingen voor een houdbare uitkomst uit de Syrische crisis kunnen zorgen. Genormaliseerde politieke verhoudingen kunnen pas ontstaan wanneer een oprecht en onomkeerbaar politiek proces op gang is gekomen.” De geschiedenis bulkt van de voorbeelden waarbij ‘houdbare uitkomsten’ ontstaan na een oorlog waarbij een partij overwint en de ‘nieuwe verhoudingen’ oplegt waardoor er ‘genormaliseerde politieke verhoudingen’ ontstaan. De Duitsers en Japanners hebben dat vijfenzeventig jaar geleden ook ondervonden. Net zoals Nederland ruim vijf jaar daarvoor.
Een tweede passage: “Wij beseffen heel goed dat er zich radicale groeperingen ophouden in Idlib. Terrorisme wordt door ons nooit lichtvaardig opgevat. Wij bestrijden terrorisme met overtuiging en vastberadenheid en dat doen we aan de frontlinie van de strijd tegen Isis. Maar de strijd tegen terrorisme kan en mag nooit dienen als rechtvaardiging voor de grootschalige schendingen van het internationaal humanitair recht, waarvan we nu dagelijks getuige zijn in het noordwesten van Syrië.” Voor Assad zijn, in tegenstelling tot de schrijvende Europese ministers, waarschijnlijk alle groepen met wapens in Idlib, ook de reguliere Turkse troepen, terroristen. ‘Terroristen’ die een integraal deel van het Syrische grondgebied bezet houden. Zou Nederland accepteren als bijvoorbeeld de Zeeuwen een gewapende opstand zouden beginnen tegen het ‘regime Rutte’?
Bijzonder is het deel over het structureel ‘schenden van internationaal humanitair recht’. Wie verklaarde het terrorisme ook al weer de oorlog en wie hobbelde daar vervolgens braaf achteraan? Wie viel er twee landen binnen in die ‘oorlog’? Een daad gepleegd door een klein groepje wordt een oorlog tegen twee landen. Hoe verhoudt die keuze zich tot het ‘internationale humanitaire recht’? In het geval ‘Afghanistan’ was er wellicht nog ‘iets’ van een reden. Het ‘brein’ achter de gruwelijke aanslagen van 11 september 2001 bevond zich immers in dat land. Maar of een oorlog dan de ‘passende’ maatregel is binnen dat ‘internationale humanitaire recht’ is uiterst twijfelachtig. In het geval ‘Irak’ was er geen enkele reden volgens het ‘internationale humanitaire recht’ om het land binnen te vallen. De VS verzonnen iets, hadden lak aan het ‘internationale (humanitaire) recht’ en deden vervolgens wat ze wilden. Ze begonnen een oorlog.
Een volgende voorbeeld van ‘flexibele’ omgang met dat ‘internationale (humanitaire) recht. “Ook Europa neemt zijn verantwoordelijkheid in deze niet aflatende tragedie. De EU en haar lidstaten zijn de grootste donors van humanitaire hulp aan de noodlijdende Syrische bevolking. We zullen deze gezamenlijke inspanningen voortzetten en uitbreiden in reactie op de zich ontwikkelende crisis in Idlib.” Hoe sterk komt dit over als we de situatie op de Griekse eilanden in ogenschouw nemen? Als we ons realiseren dat die ‘donors’ de zaak daarmee afkopen. Hoe sterk komt het over als Europa nooit ‘in de regio’ ligt die vluchtelingen moet opvangen?
Hoe sterk maakt dit het beroep op ‘internationaal humanitair recht’? Hoe sterk is zo’n beroep vanaf een hoge morele toren als die toren naar believen wordt aangepast aan de eigen standpunten? Zou dergelijk flexibele toepassing van dat ‘internationale (humanitaire) recht’ niet een belangrijke oorzaak zijn van de hoon die het Westen in grote delen van de wereld ten deel valt? Enige zelfreflectie zou geen kwaad kunnen.
“De bevrijde die de bevrijder aansprakelijk stelt, verdient moreel en juridisch geen enkel respect. In een rechtvaardige oorlog kan de bevrijder niet aansprakelijk worden gesteld.” Zo. Die uitspraak van rechtsgeleerde Afshin Ellian kunnen de Irakezen zich in hun zak steken. In een artikel bij Elsevier legt Ellian uit dat de Iraakse burgerslachtoffers van het door een Nederlandse F16 uitgevoerde ’precisie bombardement’ dat toch ‘precies’ het verkeerde doel trof, niet bij Nederland moeten zijn. Sterker nog: “De Irakezen moeten de Nederlandse militairen dankbaar zijn voor het verslaan van IS.”
De oorlog was legaal: “De Nederlandse overheid ging in op verzoek van de Iraakse overheid deel uit maken van een coalitie in de strijd tegen IS. Daarnaast vroeg de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties aan alle lidstaten actief deel te nemen aan de strijd tegen IS.” De oorlog was legitiem: “De jihadisten schonden bijna alle regels van jus in bello, het recht dat toeziet op de wijze van oorlogsvoering.” En Nederland heeft geen oorlogsrecht geschonden: “Zodra er doden vallen, moet Defensie het Openbaar Ministerie (OM) betrekken bij de beoordeling van de eventuele strafwaardigheid van handelingen. Daaruit blijkt telkens dat Nederlandse militairen bij oorlogsvoering alle zorgvuldigheid in acht nemen.” Dat het toch zo verschrikkelijk fout ging, lag aan de omstandigheden: “De militairen kozen voor een nachtelijk bombardement met een lichte bom, juist om burgerslachtoffers te voorkomen. Er was (…) alleen niet bekend dat er meerdere vrachtwagens en grote hoeveelheden springstof aanwezig waren in het gebouw. Die hebben geleid tot aanvullende explosies met vernietigend effect.” Domme pech dus. Als de Irakezen dan toch ergens willen gaan klagen of hun rechts halen, dan moeten ze bij hun eigen regering zijn: “Immers, de Nederlandse krijgsmacht opereerde op verzoek en met goedkeuring van de Iraakse overheid.” Juridisch geen speld tussen te krijgen.
Alleen zijn die ‘rare’ Irakezen niet dankbaar zo constateert Ellian: “Maar de Irakezen voelen zich niet bevrijd. Dat doet pijn!’’ Pijn, niet bij de Irakezen maar bij de ‘Nederlanders.“Stelt u zich voor dat in 1950 de Nederlandse nabestaanden van doden die zijn gevallen door bombardementen van de geallieerden, Amerika of Groot-Brittannië aansprakelijk zouden stellen voor het vernietigen van de Duitse bezetter. Ja, daarbij kwam per ongeluk een behoorlijk aantal onschuldige Nederlandse burgers om het leven. Maar wilden we wel of niet worden bevrijd?” ‘Ondankbaar volk die Irakezen’, zo, lijkt Ellian te denken. En vervolgens concludeert hij: “Het recht dat ruimte geeft de bevrijder aansprakelijk te stellen voor oorlogshandelingen tijdens een bevrijdingsoorlog, verdient het niet om als recht te worden beschouwd.”
Het recht waar Ellian zich op beroept is duidelijk. De VN veiligheidsraad vraagt om actie, de Iraakse overheid ook, dus geen vuiltje aan de lucht. Maar hoe recht is recht in ‘kromme’ omstandigheden? De ‘kromheid’ van de omstandigheden bestaat uit de voorgeschiedenis. Hoe kon het dat IS in Irak voet aan de grond kreeg? Dat was niet het gevolg van, zoals in het Nederland van 40 – 45, van een bezetting door een buitenlandse mogendheid. Het was niet zo dat delen van Irak werden veroverd en bezet door het land IS. Nee, IS was geen land. Het bestond, zoals ik in deel drie van de serie Wat was en IS schreef, uit een combinatie van Arabische Afghanistan-veteranen aan de ene kant. Die werden aangetrokken door: “de Iraakse puinhopen. Die boden hen een mogelijkheid om tegen de ‘grote Satan’ te vechten.” En aan de andere kant: “commandanten van Saddams oude leger,” die allemaal opzij werden geschoven. Zij troffen elkaar in gevangenissen zoals Abu Ghraib en vonden elkaar in hun onvrede met de situatie in Irak.
Met die commandanten komen we op een volgende aspect van ‘kromheid’. Die commandanten zaten in het gevang omdat de machthebbers, ingegeven door de Verenigde Staten, hen een bedreiging vonden. Zij waren immers van het verslagen leger van Saddam Hoessein. Een leger dat werd verslagen door de ‘Coalition of the Willing’ onder leiding van de Verenigde Staten. Een coalitie die met een zeer dubieuze onderbouwing Irak binnenviel en de regering van dat land afzette. Om de juridische aspecten even te duiden: zonder mandaat van Verenigde Naties noch verzoek daartoe van de wettige Iraakse regering, viel die coalitie een land binnen en bezette het. Voor iedereen die een positie had in het oude Irak was geen plaats meer. Daarmee kwam vooral het soennitisch deel van Irak buitenspel te staan. Na die inval begon een periode van binnenlands geweld en sektarisme dat nog steeds voortduurt. Een periode waarbij het niet uitmaakt of ze door de kat (IS) of de hond (de door de Verenigde Staten gesteunde Iraakse regering) worden gebeten.
Hoe sterk is het in dergelijk ‘kromme’ omstandigheden om je op het recht te beroepen? Omstandigheden die in het geheel niet vergelijkbaar zijn met de Nederlandse situatie van 40 – 45.