Pleidooi voor nieuwsgierigheid en tolerantie

De 254ste en laatste prikker van 2017. Tijd om terug te blikken? Nee, en toch ja. Nee, niet op het afgelopen jaar, dat doet Sander van Walsum in de Volkskrant op een goede manier. Van Walsum verhaalt over de roep van dit jaar om het verleden aan te passen aan het heden door straten en gebouwen te vernoemen en beelden te verwijderen. Hij concludeert dat vroeger zaken normaal waren die we nu abnormaal vinden.  Daarom is het beter “verleden in zijn eigen taal (te laten) spreken. … Dat is beduidend interessanter dan aantonen dat het huis van het verleden door dwaallichten werd bewoond.” 

De zijderoutes

Een juiste constatering, maar over het nabije verleden van het aflopende jaar wil ik het niet hebben. En ja, ik ga wat verder terug in het verleden en dat doe ik aan de hand van het boek De zijderoutes van Peter Frankonpan. En dan vooral één passage eruit:

“Terwijl de moslimwereld enthousiast bezig was met innovatie, vooruitgang en nieuwe denkbeelden, bleef een groot deel van Europa hangen in mistroostigheid; het ontbrak er aan middelen, maar ook aan de nieuwsgierigheid.”

Nieuwsgierigheid naar elkaar en de wereld. Want die moslimwereld was tolerant voor andersgelovigen. Joden, christenen, boeddhisten en andere geloven hadden over het algemeen niets te vrezen. Nieuwsgierigheid en tolerantie voor andersgelovigen, waren ook de kenmerken van het Romeinse en het Perzische rijk die eeuwenlang standhielden en waar de welvaart een grote vlucht nam.

Nieuwsgierigheid en tolerantie die in het toenmalige Europa ontbraken. In Europa ging men op in het orthodoxe christendom en was de blik naar binnen gericht: “De heilige Augustinus had weinig op met wetenschap en onderzoek. ‘Mensen willen kennis-om-de-kennis’, had hij misprijzend geschreven ‘hoewel ze aan die kennis niets hebben’. Nieuwsgierigheid was in zijn woorden weinig anders dan iets ziekelijks.” De leer van Augustinus vervulde in het Europese christendom een belangrijke rol.

Nieuwsgierigheid als voedingsbodem voor een welvarende samenleving, want welvarend dat was die moslimwereld. Europa kwam pas in beeld toen men ook hier nieuwsgierig werd. Nieuwsgierig werd en ging onderzoeken en reizen. Toen er een einde kwam aan de religieuze orthodoxie en vooral  toen er een einde kwam aan de religieuze twisten en oorlogen. Toen tolerantie intrad.

Daarom in deze 254ste prikker een pleidooi voor nieuwsgierigheid en tolerantie.

Beste mevrouw Wekker

In haar column in de Volkskrant vergelijkt Elma Drayer de recente ontwikkelingen binnen de antiracisme beweging met godsdienstfanatici: “Wij hebben het licht gezien, de rest van de mensheid wandelt in duisternis. Wij hebben de waarheid in pacht.” Een godsdienstige sekte met een eigen heilige: “De Amsterdamse emeritus-hoogleraar Gloria Wekker, bijvoorbeeld. Haar naam wordt eerbiedig gepreveld, haar geschriften hebben langzamerhand de status van openbaringen waaraan niemand mag twijfelen.” Als u, Gloria Wekker de heilige bent dan is uw boek Witte Onschuld de bijbel of koran van die beweging.

Wekker

Gelovigen twijfelen niet aan de teksten in hun heilige boeken, ze willen ze liefst zo precies mogelijk naleven. Op dit punt is het denken van u vergelijkbaar met de heilige boeken. U laat geen ruimte voor andere verklaringen dan de uwe. Voor degenen die: “zich verre houdt van het ongeremde, onbehouwen racisme, en zich tegelijk niet actief wil teweerstellen tegen witte onschuld omdat dat onaangenaam en pijnlijk is en mogelijk vérstrekkende gevolgen zal hebben voor de eigen ‘onverdiende voordelen’, resteert een slecht geweten, dat vaak weggestopt moet worden, en dan geprojecteerd wordt op degenen die deze zaken aan de orde stellen. Ook resteert ongemak.” Zo schrijft u op bladzijde 264. Die verklaring van u is dat ’Witte onschuld’, witte onwetendheid die tot superioriteit leidt en zo tot ‘onverdiende voordelen’ ook wel ‘witte privileges’. Witte onschuld die haar oorsprong vindt in een cultureel archief dat het gevolg is van vierhonderd jaar kolonialisme, is de enige juiste verklaring voor onze huidige samenleving die, volgens u, diep racistisch is. Voor u ben ik daarmee een racist of een lafaard. Zou er niet ook een andere verklaring mogelijk zijn?

Beste mevrouw Wekker, ik zie ongelijkheid in behandeling in Nederland en wil samenwerken met iedereen die deze ongelijkheid mee wil wegnemen. En ja, ik stel me te weer tegen racistische schreeuwlelijken. Ik weiger echter ‘te geloven’ in uw theorie van ‘witte onschuld’ en het ‘culturele archief’ en kan me er dus ook niet ‘actief tegen teweerstellen’.

Ik ben het met u eens dat er meer aandacht moet zijn voor de geschiedenis en vooral voor verschillende perspectieven op die geschiedenis. In uw boek geeft u wat flarden van een perspectief waarin de transatlantische slavenhandel en de slavernij van Afrikanen centraal staat en verklaart dat tot de ‘waarheid’. In uw betoog gebruikt u uw kijk op het het heden, een volgens u diep racistische samenleving, om het verleden te verklaren. Die zeevaarders van vroeger moesten dus ook wel gewoon racisten zijn. En als zij racisten waren, dan was de hele toenmalige samenleving racistisch. Dit terwijl meer dan negentig procent van de mensen gewoon bezig waren om te leven en te overleven in hun kleine wereld die vaak niet groter was dan een straal van twintig kilometer om hun huis. Dat stukje wereld vormde hun perspectief en hun ‘culturele archief’. Zou het kunnen dat een andere verklaring dan uw ‘witte onschuld’ mogelijk is. Dat het ‘culturele archief’ veel gevarieerder is gevuld?

Morele meetlat

In het kader van de maand van de vergeten geschiedenis publiceert De Correspondent Ewald Vanvugt over de Nederlandse betrokkenheid bij de opiumhandel in de Oost. In dat artikel beschrijft Vanvugt hoe eerst de VOC en vervolgens de Nederlandsche Handel-Maatschappij met medeweten van de toenmalige overheid 350 jaar lang heeft gehandeld in opium. Iets wat volgens Vanvugt bijna niet wordt gemeld in de geschiedenisboeken. Vanvugt:

“En groot was mijn verbazing dat in de vele boeken en publicaties die in Nederland na 1950 over Oost-Indië waren verschenen, de lucratieve opiumhandel in Azië soms vluchtig werd genoemd, maar verder werd doodgezwegen. Het zwijgen wist het verleden uit te wissen alsof het nooit gebeurde.”

Opiumkit

Foto: Wikimedia Commons

Nu hoeven we ons er niet over te verbazen dat de VOC ook in opium handelde. En verborgen? Het is gewoon op Wikipedia te vinden. In die tijd handelde men, net als tegenwoordig trouwens, in alles wat los en vast zat. Als er geld mee te verdienen was, dan kon je er vergif op innemen dat erin werd gehandeld. De mores van die tijd waren heel anders dan die van tegenwoordig.

Daarmee kom ik bij het punt dat ik wil maken en dat is de vraag of in dit artikel  het verleden niet verkeerd wordt beoordeeld? Net als trouwens in veel publicaties die tegenwoordig over het verleden die tegenwoordig de pers halen. Verkeerd omdat het langs de morele meetlat van nu wordt gelegd, terwijl de mores in die tijd anders waren.

Neem de titel van het artikel van Vanvugt: “Nederland runde eeuwenlang een drugskartel (en betaalde er zijn oorlogen mee).” Dat er mensen schade ondervonden van opiumgebruik, staat buiten kijf. Het gebruik van het moderne woord ‘drugskartel’ suggereert iets misdadigs terwijl de opiumhandel in die tijd volkomen legaal was. In die tijd bestonden er geen lijsten met verboden verdovende middelen.

Zijn die mores trouwens wel zo anders? Dat er voor profijt oorlogen werden gevoerd, gebieden werden veroverd, ‘koningen’ werden afgezet en mensen vermoord, hoeft niet te verbazen, dat gebeurt tegenwoordig immers nog steeds. Zie bijvoorbeeld de bevrijding van Koeweit of de inval in Irak om Saddam Hoessein te verwijderen.

Kunnen we ons niet beter concentreren op het langs de huidige morele meetlat leggen van onze huidige daden? Bijvoorbeeld ons ijveren voor vrede, vrijheid en democratie langs de ‘Turkije-deal’ en de opvang in de regio?

Wass sich liebt das neckt sich

Identiteit staat in het brandpunt van de belangstelling, in het regeerakkoord lees je het als volgt: “De Nederlandse identiteit blijft herkenbaar in een sterke internationale inbedding.” Die identiteit is ‘onlosmakelijk’ verbonden met de Nederlandse cultuur en geschiedenis. Waarheden als een koe zeggen velen en erachteraan dat bijvoorbeeld de ‘moslimcultuur’ niet is te verenigen met de Nederlandse.

Chocolademelk

Foto: Pixabay

In zijn boek Sapiens. Een kleine geschiedenis van de mensheid schetst Yuval Noah Harari een ander beeld. Volgens Harari zijn menselijke culturen continu in beweging en in beweging in een bepaalde richting. Op microniveau en op de korte termijn zou je kunnen concluderen dat ‘culturen’ uiteenvallen. Neem bijvoorbeeld het streven van de Catalanen naar autonomie, dit zou je kunnen zien als versnippering van een (de Spaanse) cultuur. Kijk je over hele lange tijd dan is: “het glashelder dat de geschiedenis genadeloos op eenheid afstevent,” zo schrijft Harari. 

Volgens Harari zijn we al een heel eind op streek: “We hebben het nog steeds vaak over ‘authentieke’ culturen, maar als we met ‘authentiek bedoelen wat zich zelfstandig heeft ontwikkeld en bestaat uit oeroude plaatselijke tradities die nooit zijn aangetast door invloeden van buitenaf, dan zijn er op de aarde geen authentieke culturen meer over.” De ‘global village’ is een feit, we zijn allemaal met elkaar verbonden.

Die verfoeide ‘moslimcultuur’ is niet zo veel anders dan andere culturen. Er wordt gehandeld, geld vervult een belangrijke rol en ook qua religie zijn er op hoofdlijnen veel meer overeenkomsten dan verschillen. Zelfs IS en Al Qaida, die terug willen naar de tijd van de profeet, maken gebruik van moderne technieken, van moderne psychologie en bespelen de massamedia. Zelfs het meest afgesloten land, Noord-Korea, maakt deel uit van die gezamenlijke cultuur. Het kan niet zonder geld, gebruikt de technologie en zelfs de ideologie is niet specifiek Noord-Koreaans.

Harari haalt mooie voorbeelden aan van culturele vermenging die maar door blijft gaan: “Een van de interessante voorbeelden van de globalisering is het fenomeen ‘nationale keuken’. In een Italiaans restaurant verwachten we spaghetti met tomatensaus, in Poolse en Ierse restaurants vooral veel aardappelen, in een Argentijns restaurant kunnen we kiezen uit tientallen biefstukken, in een Indiaas restaurant zit in bijna alles Spaanse peper en de grootste delicatesse in een Zwitsers koffiehuis is dikke, warme chocolademelk met een Alp slagroom erop. Maar die gerechten zijn helemaal niet inheems in die landen. Tomaten, Spaanse pepers en chocolade zijn Mexicaans van oorsprong … . De aardappel is pas vierhonderd jaar bekend in Polen en Ierland. De enige biefstuk die je in 1492 kon krijgen in Argentinië was lamabiefstuk.”

“Wass sich liebt das neckt sich,” volgens een bekend Duits gezegde. Zou dat ook voor ‘nationale culturen’ gelden? Wordt er met het benadrukking van die ‘eigen identiteit’ niet de nadruk gelegd op een paar verschillen in een zee van overeenkomsten?

Ben/Ken de geschiedenis

“We vinden het belangrijk de kennis over onze gedeelde geschiedenis, waarden en vrijheden te vergroten. Deze maken ons tot wat we samen zijn. In Nederland is iedereen gelijkwaardig, ongeacht geslacht, seksuele geaardheid of geloof. Tolerantie naar andersdenkenden is de norm en kerk en staat zijn gescheiden. In Nederland kun je kiezen welk geloof je wilt belijden, of om niet te geloven. Dit zijn waarden waar we trots op zijn en die ons maken tot wie we zijn. Het is van groot belang dat we die historie en waarden actief uitdragen. Het zijn ankers van de Nederlandse identiteit in tijden van globalisering en onzekerheid. Op school leren kinderen daarom het Wilhelmus, inclusief de context ervan.” 

Deze passage is te vinden op pagina 19 van het regeerakkoord met als titel Vertrouwen in de toekomst.

VOC

Illustratie: Wikimedia Commons

Zo op het oog prachtige zinnen, toch knaagt er iets. Als historicus ben ik een groot voorstander van het vergroten van de kennis van het verleden. De genoemde vrijheden en waarden kan ik onderschrijven. Waarom knaagt het dan? Het knaagt vanwege een paar zinnen. Als eerste de zin: “Dit zijn waarden waar we trots op zijn en die ons maken wie we zijn.” Moet ik als Nederlander trots zijn op die waarden en tolerant naar andersdenkenden of anders geaarden? Als dat zo is, hoe komt het dan dat er zoveel intolerante mensen rondlopen? Maken die waarden mijn identiteit of geven ze mij de ruimte om te zijn wie ik ben? Beschermen die waarden en de rechtsstaat die erop is gebouwd ons juist niet tegen gewelddadige uitingen van intolerantie?

Een tweede zin: “Het is van groot belang dat we die historie en waarden actief uitdragen.” Die waarden heb ik in de vorige alinea al besproken, nu het actief uitdragen van die geschiedenis. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Wat moet ik dan uitdragen, de trotse VOC mentaliteit van Balkenende, de anti-guerrillatactiek van Van Heutz? Trots zijn op wat we nu als wandaden zouden betitelen? Ik begrijp hoe iemand in die tijd tot dergelijke daden zou komen. Als Van Heutz of Jan Pieterszoon Coen nu nog zouden leven dan zouden ze waarschijnlijk zeggen dat ze ‘met de kennis van nu’ anders zouden hebben gehandeld. Moet ik trots zijn op de prachtig geschilderde ‘selfie’ van de Amsterdamse Nachtwacht, of de prachtige voetbalacties van Johan Cruyff? Hun daden bewonderen ja, maar trots zijn op de prestaties van een ander dat gaat me toch iets te ver.

Nog zo’n zin: Het zijn ankers van de Nederlandse identiteit in tijden van globalisering en onzekerheid.” De waarden opgenomen in de grondwet en wetten zijn de ankers van het samenleven in dit land, daar moet iedereen zich aan houden. Worden Nederlanders met een andere geschiedenis zo niet buitengesloten? Zij liggen immers niet vast aan het ‘historische anker’ en dat wordt hen extra duidelijk gemaakt via de ‘Wilhelmuskunde’. Wordt hier niet gezegd: ‘als ‘ons’ kunnen jullie nooit worden want toen waren jullie er niet.’ Dat die ‘ons’ er toen ook niet waren, wordt voor het gemak even vergeten.

Her wordt gesuggereerd: ‘Ben deze geschiedenis en waarden’. Zou dat niet ‘Ken deze geschiedenis en waarden’ moeten zijn. Eén letter, maar wel een wereld van verschil.

Slavernij en rassenleer

Als historicus kijk ik uit naar de bijdragen die bij De Correspondent gepubliceerd gaan worden in het kader van de door dit medium uitgeroepen ‘Maand van de Verzwegen geschiedenis’. De Correspondent gaat: “onderzoekers en schrijvers die een groter podium verdienen,” dit podium bieden met als uitdaging om: “meer perspectieven op de geschiedenis,” in de schoolboeken te krijgen.

slavernij

Illustratie: Flickr

Niets mis mee, meerdere perspectieven. Zeker niet omdat geschiedenis meestal door de ‘overwinnaars’ en de ‘powers that be’ wordt geschreven en daarbij worden negatieve aspecten van die overwinnaars vaak ‘vergeten’. Onder het aankondigende artikel werd al flink gediscussieerd door lezers en de betreffende onderzoekers en schrijvers. Het thema slavernij kwam hierbij al vrij snel en veel aan bod. Een van de onderzoekers en schrijvers, Miguel Heilbron, nam met name deel aan de discussie omtrent het slavernij verleden en schreef het volgende: “Maar hierbij lijkt wel vergeten te worden dat de transatlantische slavernij door Europeanen een nieuw element introduceerde, namelijk een rassenleer over superieure witte mensen en inferieure zwarte mensen, en het dehumaniseren van zwarte mensen om slavernij te legitimeren. Ideologieën hieromheen zijn honderden jaren verder ontwikkeld en gereproduceerd en werken door tot op de dag van vandaag. Het lijkt me belangrijk de link te leggen met hedendaags racisme en te zien waar dit vandaan komt.” Een redenering die je tegenwoordig vaak hoort en door menigeen wordt verkondigd.

Toch knelt er iets aan deze redenering. De transatlantische slavenhandel kreeg vanaf begin zestiende eeuw de wind in de zeilen en ging door tot het moment dat de slavernij werd afgeschaft in 1867 en kende haar hoogtepunt in de achttiende en begin negentiende eeuw. Een handel waarbij Europese kooplui, waaronder Nederlanders, slaven kochten op de markt in Afrika, hen verscheepte naar de andere kant van de Atlantische oceaan en ze daar weer verkocht aan plantagehouders. Aan deze handel werd flink verdiend en dat was dan ook de drijfveer achter deze handel.

Volgens Heilbron werd dit ideologisch ondersteund door een rassenleer over superieure witte mensen en inferieure zwarte mensen’. Bekijken we echter het ontstaan van de rassenleer, dan zien we dat deze eind negentiende eeuw pas werd ontwikkeld door Duitse en Franse wetenschappers. Niet in verband met slavenhandel, de Duitsers namen daar niet aan deel. Nee, in verband met het opkomend nationalisme.

Hoe kan een leer die pas na de afschaffing van de slavernij ontstond, een nieuw element zijn in de transatlantische slavenhandel? Ik ben benieuwd naar Heilbrons ‘alternatief’ voor dit feit.

Beeldenstorm

Beelden van historische figuren die van hun sokkel worden getrokken omdat hun daden in het heden anders worden beoordeeld dan in de tijd dat ze werden opgericht. We zien het nu in de VS en ook in Nederland gaan stemmen op om bijvoorbeeld Jan Pieterszoon Coen van zijn voetstuk te trekken. Bij De Correspondent is Thomas Vanheste ook die mening toe gedaan:

“Weg dus ook met de Leopold II-straat en de Coentunnel. Ook die Leopold II-buste in Gent en het standbeeld van Coen in Hoorn kunnen in mijn ogen beter in het depot verdwijnen.”

nedinsco

Foto Nedinsco oud

De manier waarop mensen in het heden het verleden beschouwen en waarderen kan veranderen. Daarmee kan ook de waardering voor zaken die aan dat verleden refereren veranderen. Het standbeeld van Coen laat dat goed zien. Bij plaatsing van het beeld was hij een held, nu een massamoordenaar. Maar als je Coen van zijn sokkel rukt, wat doe je dan met de binnenstad van Amsterdam? Al die huizen van kooplieden, zijn mede gebouwd met geld dat door Coens inzet is verdiend. Slopen dan maar?

Zelf heb ik me, met een groep vrienden, ingezet voor het behoud van een fabriekspand in Venlo, het Nedinsco-complex. Een pand met een zeer bijzondere historie die mooi wordt beschreven in het boek ‘Een up-to-date modern gebouw’: het Nedinsco-complex’ geschreven door Frans Hermans. Het gebouw zag er oud en vervallen uit en lag op een plek dichtbij het Venlose stadscentrum waar je nog niet dood gevonden wilde worden. Daarom moest het gesloopt worden zodat het gebied opnieuw ontwikkeld kon worden. Plannen die op veel bijstand konden rekenen, maar die niet zijn doorgegaan. Het gebouw is prachtig hersteld en vormt nu samen met het cradle-to-cradle stadskantoor, het hart van een mooi stukje Venlo. Nu, een kleine twintig jaar later, vindt bijna iedereen het prachtig dat het is behouden. Meningen kunnen veranderen, zou dat niet tot voorzichtigheid moeten aanzetten? Moeten we niet oppassen met het beoordelen van het verleden met de ogen van het heden. Dat, zoals Bart Dirks in de Volkskrant schrijft, Peter Stuyvesant: “fel antisemitisch was en voorstander van de slavernij,” was in die tijd heel gewoon, net als het geloof in God.  

nedinsco nieuw.jpg

Foto Nedinsco nieuw: Wikipedia

Wie herinnert zich nog de opschudding toen de Taliban de twee Boedhha’s van Bamyan vernietigden? Of IS de Romeinse resten van Palmyra in Syrië? De wereld was te klein. (Ik denk) dat weinigen zouden betogen dat de standbeelden van Stalin en Saddam Hoessein beter waren blijven staan, omdat hun bewind nu eenmaal bij de geschiedenis van de Sovjet-Unie en Irak hoort. Voor velen in die landen is het te pijnlijk om op straat met de verering van deze dictators te worden geconfronteerd, schrijft Vanheste in de discussie onder zijn artikel. Zouden de Taliban en IS dat niet ook als argument kunnen gebruiken? Op het moment van vernietiging, vertegenwoordigden zij de ‘publieke opinie’ ter plekke? Gelukkig is  het Nedinsco-complex  behouden en ziet niemand er een stukje van de Duitse oorlogsindustrie in, dat het werkelijk was.

Het heden van het verleden

“De vaderlandse geschiedenis is dood. Leve de vaderlandse geschiedenis!” De laatste zin van het eerste hoofdstuk van het boek 1000 jaar vaderlandse geschiedenis  van Peter W. Klein. Een niet al te dik (ongeveer 200 pagina’s) en vooral makkelijk geschreven boek over de Nederlandse geschiedenis. De discussie over wat een inburgeraar allemaal wel en niet moet weten over Nederland maakte dat ik dit boek uit 2004 nog eens uit de kast pakte.

michiel-de-ruyter

Illustratie: www.moviescene.nl

Aan de hand van een aantal thema’s wandelt Klein door de vaderlandse geschiedenis. Het eerste thema is de Nederlandse identiteit waar de laatste jaren zoveel over is te doen. Voor allen die trots zijn op die identiteit en de grootse geschiedenis, een ontluisterend hoofdstuk Een heel ander beeld dan naar voren komt uit films als Michiel de Ruyter. Ook een heel ander beeld dan uit het denken van Gloria Wekker en haar medestanders van het ‘witte onschuld-denken’, schetsen.

Voor hen schetst Klein een ontnuchterend beeld zijn van met elkaar bek- en echt vechtende steden. Van godsdienstige stromingen die elkaar naar het leven staan. Een heel ander beeld dan het nu populaire beeld van dat trotse, kleine, krachtige landje met die homogene inwoners. Klein: “In de maatschappelijke werkelijkheid was en bleef het volk tot op het bot verdeeld en gespleten door een onoverzichtelijk, ondoorgrondelijk netwerk van niet te overbruggen klassen, standen, rangen en rangetjes. regionale en plaatselijke verschillen met daaraan gekoppelde loyaliteiten duurden vele decennia lang onverminderd voort. Qua sociale en politieke plaats, economisch bestaan, levensovertuiging en geestelijk gedachtegoed heersten werelden van verschil.” 

Lijkt het beeld dat Klein schetst niet erg veel op het Nederland van nu? Ook nu zijn de inwoners van dit land tot op het bot verdeeld. Is er een ‘netwerk van niet te overbruggen klassen, standen en rangen’ tussen de vele verschillende elites en de vele verschillende volken en zwijgende meerderheden. Zijn er ‘regionale en lokale verschillen’ en loyaliteiten en zijn er vooral  ‘qua sociale en politieke plaats, economisch bestaan, levensovertuiging en geestelijk gedachtengoed werelden van verschil’.

Leven we nu in het heden van het verleden of in het verleden van het heden?

Een stukje geschiedenis

Vandaag op Radio 1 twee items over de komende verkiezingen voor de tweede kamer. Het eerste meldde dat de ‘scholierenvakbond’ LAKS ook mee gaat doen aan de verkiezingen en zich gaat focussen op jongeren en onderwijs. Het tweede meldde de naam van lijsttrekker Nieuwe Wegen, de nieuwe partij van Jaques Monasch. Triomfantelijk werd er gemeld dat het geen beroepspoliticus is. One issue partijen, nieuwe partijen en volledig opgeschoonde oude partijen, straks is een ruime meerderheid van de Tweede Kamerleden nieuw. Een onderwerp waar vaker aandacht voor is.

Evans.jpg

Toen ik dit hoorde moest ik denken aan het boek De eeuw van de macht. Europa 1815-1914 van Richard J. Evans. In dit boek besteedt hij natuurlijk ook aandacht aan ontluikende en ontwikkelende democratieën. Hij constateert dat Frankrijk en Italië na 1870 een snelle opvolging van kabinetten kenden. Een Franse kabinetsleider hield het gemiddeld nog geen jaar uit, zijn evenknie in Italië iets langer. Bovendien ontstonden er steeds weer nieuwe partijen. Dit stond in schril contrast met de situatie in bijvoorbeeld Engeland en Duitsland. Het eerste wat je dan denkt is dat Frankrijk en Italië in die tijd instabiel waren. Volgens Evans was dit echter niet het geval. De premiers wisselden zich dan wel snel af, de meesten bleven wel actief als minister, premier was een rol die een minister erbij vervulde. Politici en bestuurders kenden een zeer lange levensduur, het waren, zo zouden we nu zeggen, beroepspolitici. De stabiliteit van het systeem zat in de mensen die erin actief waren en belang hadden bij dat systeem.

Terug naar onze tijd. Ook nu kennen we een keur aan nieuwe partijen. Net als toen, zijn er ook nu one issuepartijen. Het kabinet Rutte II redt het de volle vier jaar of dat ook het komende kabinet is gegeven staat nog in de sterren. Het lijkt dus nog niet op het Italië of Frankrijk van eind negentiende eeuw. Mocht het zover komen, wie zorgt er dan voor de stabiliteit? Ervaren politici ontbreken dan immers.

Write your own (version of) history

De leider van het PVV-smaldeel in de Eerste Kamer, Marjolein Faber, doet niet onder voor haar evenknie in de Tweede kamer. In Vrij Nederland besteedt Max van Weezel aandacht aan haar optreden in die Eerste Kamer. Syrische vluchtelinge zijn gelukzoekers, “Busladingen vol profiteurs uit de islamitische woestijn dringen onze dorpen en steden binnen om na het verkrijgen van een verblijfsstatus een ingericht huis te krijgen met de bijbehorende uitkering en verwentoeslagen.” Ronkend, voor de betreffende mensen denigrerend taalgebruik waar Geert Wilders nog een puntje aan kan zuigen, of zoals Van Weezel schrijft: “vergeleken met Marjolein Faber is Geert Wilders een watje.” 

reconquistaIllustratie: Recursos Humanidades

Heel bijzonder wordt het als zij de ‘toestand in de wereld’ en vooral het Midden-Oosten verklaart. Volgens Faber probeerde het Westen daar orde op zaken te stellen en: “ondertussen worden wij in onze eigen achtertuin aangerand, verkracht, neergestoken, neergeschoten en opgeblazen.” Maar dat is eigenlijk niets nieuws voor Faber:“als ik kijk in 1.400 jaar geschiedenis, blijkt dat de islam 1.400 jaar geleden vanuit het Arabisch schiereiland naar het Westen is getrokken. We zien een spoor van verkrachtingen, moord en oorlog.”

Herschrijft Faber hier eigenhandig de geschiedenis? Past zij hier de geschiedenis aan, aan de denkbeelden van haar partij? Welke ‘zaken’ probeerden ‘wij’ op orde te stellen? De situatie in Irak voor de inval door Bush de Tweede? Of was die inval van Bush de Tweede een poging de zaken van Bush de Eerste op orde te krijgen? Of probeerde Bush de Eerste de in ongerede geraakte zaken van de oorlog tussen Iran en Irak op orde te stellen? Of was de oorlog tussen die beide landen waarbij Irak geld en wapens van het Westen kreeg, een poging om de door de Iraanse revolutie in het ongerede geraakte orde, te herstellen? Een revolutie die het gevolg was van Westerse (Amerikaanse) pogingen om de zaken, het regime van de Shah, op orde te houden? En zo kan nog wel even worden doorgegaan en niet alleen voor Irak en Iran.

En ja, de islam werd in haar beginjaren ook met het zwaard verspreid. Een islamitische veldheer drong aan op bekering van de bevolking van veroverde gebieden en daarbij zijn de nodige slachtoffers gevallen. Verschilt dit van de manier waarop de katholieke en later ook de protestantse heersers met de bevolking van veroverd gebied omgingen? Lieten die de bevolking de vrije ‘godsdienstkeuze’? Werden joden en moslims door de katholieke ver- of moet ik zeggen heroveraars van Spanje niet gedwongen bekeerd? Dit terwijl zij, net als voor het katholieke juk gevluchte Europeanen, onder moslim heerschappij in voorspoed en veiligheid konden leven.