Uitgelicht

De ‘grijze kopjes’ van YorienvdH

“Dit is nou het stemvee. Dit zijn ze nou, de mensen die door Rutte met zijn staf behendig over de heide worden gevoerd. Dit zijn nou die volwassenen die willens en wetens, ondanks een  goede opvoeding en opleiding, niet eens de moeite willen nemen om uit te zoeken hoe het werkelijk zit.” Woorden van jou, YorienvdH, bij Opiniez. Wie dat stemvee zijn: “De grijze kopjes die net na de Tweede Wereldoorlog werden geboren, in een tijd van wederopbouw en welvaart, van emancipatie en technologie.”

Bron: PixaBay

Wat ze volgens u hebben gedaan? Nou ze hebben: “zich zonder noemenswaardige tegenwerking vrijwillig een federaal Europa in laten rommelen, de ouwetjes die niet geloven dat onze democratie en de vrijheid van meningsuiting door Ollongren (‘Wat een leuke vrouw is dat, hè’) worden ondermijnd, die niet warm of koud worden van het feit dat de soevereiniteit van dit land stelselmatig wordt leeggezogen, dat de kosten voor EU en klimaat buitenproportioneel zullen stijgen en hun pensioenen weldra worden ingekrompen.” 

Vooraf even iets, beste YorienvdH. Al is mijn ‘kopje grijs’, ik ben niet van net na de oorlog, maar van zo’n twintig jaar later. Toch even iets over de ‘grijze kopjes’ die u bedoelt. Om te beginnen die ‘grijze kopjes’ werden geboren in een tijd van wederopbouw, de welvaart was voor velen toen nog ver te zoeken. Het was de tijd dat de Nederlandse regering dacht dat het beter was als flink wat mensen zouden emigreren omdat er in Nederland teveel zouden zijn om ooit welvaart te bereiken.

Het was ook de tijd dat het ‘Europese project’ zijn aanvang nam. Daar hadden zij nog geen invloed op. Zij zaten in de luiers of speelden met ‘knikker of bal.’ Hun ouders, met de ervaringen van vijf jaar oorlog en bezetting in het achterhoofd, hadden daar wel invloed op en die steunden dat met een overweldigende meerderheid. Zo werd er een proefreferendum, ja toen al, gehouden in Delft en Bolsward. De vraag luidde: “wenst u een VERENIGD EUROPA onder een EUROPESE OVERHEID met een DEMOCRATISCHE VERTEGENWOORDIGING te omschrijven in een EUROPESE GRONDWET?”  De uitkomst van deze proef: meer dan driekwart van de kiesgerechtigden kwam opdagen en in Delft antwoordden 93% en in Bolsward 96,6% met JA. Die twee plaatsen zullen niet representatief zijn geweest voor ‘gansch het land’, toch zegt die uitkomst iets. Die ‘grijze kopjes’ erfden de EEG van hun ouders. Ouders die hen ook vertelden over die ‘rendementen’.

En beste YorienvdH, op een ander belangrijk moment, zo ten tijde van het verdrag van Maastricht in 1993 toen de Europese Unie het levenslicht zag, waren de kinderen van die ‘grijze kopjes’ al op een leeftijd dat ze konden stemmen. Neem uzelf, op uw site geeft u aan dat u: “In 1991 (…) een interessante wereld  binnen(stapte) (Politie Groningen) en daar schreef (u) persberichten, journalistieke artikelen, nota’s, en hielp actief mee aan de fusie tussen gemeentepolitie en rijkspolitie.” U behoorde toen ook al tot het kiezersvolk. Kiezersvolk dat bij de verkiezingen van 1989 in totaal 134 zetels bezorgde aan vier partijen die instemden met de Europese koers. En na dat verdrag in 1994 verzamelden dezelfde vier partijen nog 126 zetels.   Zou je daar niet uit mogen concluderen dat de kiezer de Europese koers vrij massaal steunde? Sterker nog, het zou zomaar kunnen dat u toen ook op een van die vier partijen stemde.

Ja maar, zult u zeggen, die lieten zich net als die ‘grijze kopjes’ nu: “vrijwillig (…) ringeloren door politiek en mainstream media.”  De “makke lammetjes van ons land.” Zij hadden in die tijd immers geen internet en moesten het vooral doen met de ‘mainstream’ kranten. Kranten die werden gedomineerd door de “gevestigde partijen.” En die: “zullen in Den Haag en Brussel toch wel weten wat goed voor ons is.”

Ik ben de eerste om toe te geven dat er toen best ook ‘makke lammetjes’ zullen zijn geweest. Die waren er zeker, net zoals er nu ‘makke lammetjes’ zijn. Al denk ik dat ze niet alleen te vinden zijn bij de voorstanders van Europese samenwerking. Ze zijn er ook aan de geheel andere kant van het spectrum, de felle strijders voor een ‘onafhankelijk Nederland’. Ook daar kunt u ‘makke lammetjes’ vinden die blind achter praatjes van een ‘charismatische leider’ aanhollen. Die blind achter de meest bizarre meningen en complottheorieën die op het internet worden gedebiteerd als waarheden aanhollen.

Direct na de Tweede Wereldoorlog had iedere politieke stroming een eigen krant en dat leverde flinke polemiek op. Trouwens, het is maar helemaal de vraag of de overvloedig beschikbare informatie van tegenwoordig ook tot betere en beter beargumenteerde meningen van mensen leidt. Want als er tegenwoordig iets niet wordt ondermijnd dan is het wel de vrijheid van meningsuiting. Tegenwoordig kan iedereen heel snel en makkelijk zijn ‘waarheid’ uitventen via de niet ‘mainstream media’. 

Een prachtig verhaal om die ‘grijze kopjes’ weg te zetten als naïevelingen en hen de schuld in de schoenen te schuiven van ‘Europa’. Of het in buurt komt van de werkelijkheid waag ik zeer te betwijfelen. ‘Grijze kopjes’ die in Engeland trouwens van het tegenovergestelde worden beschuldigd, daar hebben ze de Brexit veroorzaakt. 

Pijlen op het verkeerde doel

Het afgeven op de Europese Unie lijkt volkssport nummer één in Nederland. Vorige week schreef ik een ’Prikker’ naar aanleiding van een artikel van twee SP-ers. Deze week viel mijn oog op een artikel van Tomas Vanheste van De Correspondent. Volgen Vanheste lijkt de Europese Unie op het ‘Hotel California’ uit het lied van The Eagles: ‘ You can check out any time you like but you can never leave.’ Dit concludeert hij uit de Brexit-perikelen. Vanheste wil meer: “Verlost van lastpak VK zou de EU eindelijk de kans moeten grijpen voor het stichten van de Verenigde Staten van Europa.” Maar ja: “de EU (is) nog steeds te veel los zand”. Of dat zo is, daar gaat het mij nu niet om, of eigenlijk toch wel. 

Illustratie: Picryl.com

Volgens Vanheste is de EU van de ‘regelpolitiek’ terwijl we in een tijdperk leven van de gebeurtenissenpolitiek. De EU is: “vooral een machine geweest die regels uitspuwt voor de interne markt. Ze smoort politieke conflicten in juridische regelpolitiek. Regels stelt ze niet als de uitkomst van politieke keuzes voor, maar als de door experts uitgedokterde oplossingen voor technische problemen.”  Alleen worden we de laatste jaren niet geconfronteerd met ‘technische problemen’ maar met gebeurtenissen als de financiële – en de vluchtelingencrisis. Dan helpen technische oplossingen en regeltjes niet. Dan is visie en leiderschap gevraagd. Een zeer interessante analyse die veel verklaart.

Maar toch. Is het niet cru om dit de Europese Unie te verwijten? De Unie is een samenwerkingsverband van landen en kan alleen iets uitvoeren en ‘regels uitspuwen’ als die landen en hun regeringen het willen. Als die bevoegdheden overdragen aan de Unie. Op het gebied van de interne markt zijn bevoegdheden overgedragen en dan kun je een overheid niet verwijten dat ze op dat terrein haar werk doet en ‘regels uitspuwt’. Het ‘uitspuwen’ van regels om het verkeer tussen mensen te regelen is immers de kerntaak van elke overheid.

In de Nederlandse politiek is ‘geen bevoegdheden naar Brussel’ het adagium. Sterker nog, een flink deel wil liever bevoegdheden ‘terughalen’. In verschillende andere landen is het van hetzelfde laken een pak. Zit daar niet juist het probleem? Als je naar een politieke unie toe wilt, zoals Vanheste, dan zullen de leden die de unie moeten gaan vormen, wel eerst bevoegdheden aan die unie moeten overdragen. 

Is het niet vreemd om het samenwerkingsverband van landen te verwijten dat de landen niet willen samenwerken? Richt Vanheste zijn pijlen niet op het verkeerde doel?

De keuze van de kiezer

Volgens Willem Melching houden politici niet echt van democratie. De reden: “De kiezers doen maar wat! En wat zo mogelijk nog erger is: ze hebben ook nog overal een eigen mening over. Vooral over cruciale vraagstukken hebben ze opvattingen gekregen die niet meer stroken met de overtuiging van de ‘boven ons geplaatsten’.”  Gelukkig heeft Melching de oplossing: “Het zou zomaar kunnen dat het zinvol is om eens naar de kiezer te luisteren. Dat was oorspronkelijk namelijk de bedoeling van dit prachtige politieke systeem.”  Zou het werkelijk zo makkelijk zijn? Melching waarschuwt: “wie de angsten van de kiezers negeert, verliest vroeger of later het vertrouwen van hen.”

verkiezingen.jpg

Foto: Flickr

Melching noemt drie beleidsterreinen  waar: “diepe verschillen tussen de opvattingen van de beroepspolitici enerzijds en hun ondankbare kiezersvolk anderzijds.”  Zo hebben: “De kiezers (…) niet alleen twijfels over het nut van het Europees project, maar ze vertikken het ook nog om de grenzen te openen voor massa-immigratie. Ook weigeren ze hardnekkig hun spaarcentjes in de bodemloze put van het klimaatbeleid te storten.” Dat Europese project heeft: “Economische voorspoed gebracht. Maar waarom moeten de Noord-Europese spaarders hun spaarcentjes laten verdampen om de Zuid-Europese economie op de been te houden?” Het asielbeleid is nog van voor de Koude oorlog en: “dat beleid is geen passend antwoord op een massa-immigratie van ongeschoolde landverhuizers uit Afrika en het Midden-Oosten.” En: “Waarom moet Nederland het voortouw nemen met het klimaatbeleid terwijl opkomende economieën hun prijzen laag houden dankzij kolen- en kerncentrales?”  Luisteren naar ‘de kiezer’ betekent dus geen cent naar Zuid-Europa. De grenzen potdicht en niets doen aan de klimaatproblemen.

Toch zie en spreek ik ‘kiezers’ die er heel ander over denken. Sterker nog, ik ben er zelf eentje. Is het wel zo dat we onze ‘zuur verdiende’ spaarcenten aan de Italianen en Grieken geven? Als er bijvoorbeeld in Griekenland iets niet op de been is gehouden, dan is het de economie. De gemiddelde Griek is uitgeknepen als een citroen. Zijn het niet veeleer onze eigen banken die we zo voor een tweede keer hebben gered? Dezelfde banken die grof verdienden aan alle constructies die ze verzonnen?

Dan die potdichte grenzen. Veel dichter dan nu kunnen ze bijna niet. Alleen de ‘hoog opgeleide kenniswerkende migrant’ is welkom. Dit terwijl arbeidsmigratie zowel ons als ook het land van herkomst helpt.

En ja, Nederland moet het voortouw nemen omdat Nederland het probleem mee heeft veroorzaakt. Al is het maar om de stroom vluchtelingen te voorkomen. Dat ‘voortouw’ kan trouwens lucratief zijn. Goede oplossingen kun je immers ‘verkopen’ waardoor die opkomende economieën geen kolencentrales hoeven te bouwen. Het is trouwens maar zeer de vraag of die opkomende economieën nog wel kolencentrales gaan bouwen terwijl er zonnecellen zijn. Trouwens kan Nederland het voortouw nog wel nemen? Heeft China dat niet genomen omdat wij het lieten liggen?

Ja meneer Melching, dé kiezer bestaat niet. Er zijn kiezers. Daarnaar luisteren levert een veelheid aan opvattingen, ideeën en meningen op, niet slechts de uwe. Naar wie moeten ze luisteren?

Zó eenentwintigste eeuws

“Naar mijn vaste overtuiging is een federaal einddoel als onvermijdelijke historische mars niet hoe het moet zijn in de 21ste eeuw” Woorden van premier Rutte over de Europese samenwerking, zo valt de lezen in de Volkskrant. Hoe het wel moet: “Hooggestemde idealen nuchter invullen. Stap voor stap.” Dat allemaal met als leitmotiv: “Brussel dient de lidstaten, niet andersom.”

international-2679145__340

Illustratie: pixabay.com

Rutte doet negen concrete voorstellen waarvan de laatste de meest bijzondere is: EU-subsidies mogen alleen worden verstrekt aan lidstaten die hun economieën hervormen. “Anders vormen om te verbeteren,” zo definieert Vandale hervormen. Dat zal een flinke discussie worden want wie bepaalt wat beter, of in Ruttes woorden ‘nuchter’, is? Een mooie uitspraak, ‘hooggestemde idealen nuchter invullen’. Wat die idealen zijn laat hij in het midden, behalve dat het geen federaal Europa is. Zou het niet handig zijn om te weten wat dat ‘hooggestemde ideaal’ is? Maakt dat het niet makkelijker om ernaartoe te werken en om te bepalen of we ‘stap voor stap’ ook die richting ingaan? Om dus ook te bepalen of die economie in de gewenste richting wordt hervormd en er dus subsidie kan worden verstrekt? Dit even terzijde.

Ik wil het hebben over de uitspraak: “Brussel dient de lidstaten, niet andersom.” Beste meneer Rutte, dat kunt u als ‘liberaal’ toch niet menen? Ik zal mijn vraag toelichten. Moet de EU, net als trouwens een nationale overheid, niet haar burgers dienen? Is een overheid, welke dan ook, er niet om haar burgers te dienen en te ondersteunen? Zou daar de focus niet op moeten liggen? Dat het ‘vervolmaken van de interne markt 1000 miljard oplevert is mooi, maar gaat het er niet om hoe alle inwoners beter worden van die markt? Soepeler kapitaalverkeer ook leuk, maar wat heb je er als burger aan? Behalve dan dat je als burger (belastingbetaler) de rekening van eventuele schade dient te betalen. Een lagere begroting, ook een van de punten, ook dat klinkt mooi, maar wat als een hogere begroting betere resultaat voor de inwoners oplevert?

Even terug naar die ‘hooggestemde idealen’. Wat als blijkt dat de belangen van de inwoners niet gebaat zijn bij nationale overheden? Als ze juist het meeste gebaat zijn bij een federaal Europa? Als dat juist zó eenentwintigste eeuw blijkt te zijn?

It’s the society, stupid!

Gisteren vroeg ik me al af of de strijd tegen de EU niet de verkeerde strijd is en het niet veeleer een strijd is tussen ‘arbeid’ (als we daar nog van kunnen spreken) en kapitaal. Vandaag een slag dieper.

It’s the economy, stupid,” Deze woorden vatten de verkiezingsstrijd tussen de toenmalige president George H. Bush en zijn uitdager Bill Clinton in het kort samen. Bush had internationaal veel lof geoogst met de overwinning in wat nu de Eerste Golfoorlog heet. Met die overwinning op zak en de roem en glorie die dat nationaal en internationaal opleverde, dacht hij de presidentsverkiezingen te kunnen winnen. Waar hij minder of geen oog voor had, was hoe de gemiddelde Amerikaan ervoor stond: economisch minder florisant en tegenstrever Clinton wist daar goed op in te spelen. Hij sprak de kiezers aan op dit, door Bush ‘verwaarloosde’, thema. Hij sloot goed aan bij onvrede onder de Amerikaanse bevolking en het resultaat is inmiddels geschiedenis: Clinton won. Waarom dit uitstapje naar presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten van ongeveer 25 jaar geleden? Omdat we hier iets van kunnen leren. De les die Bush ervan leerde (maar het was toen al te laat) was dat de economie ook een rol speelt in het leven van mensen. Dit is een les die we heel goed hebben geleerd, tegenwoordig lijkt alles om de economie te draaien.

clinton

Illustratie: www.slideshare.net

Dat bleek weer rond het Brexit referendum. Vooraf werd flink gewaarschuwd voor de economische gevolgen. Met angst en beven werd verwezen en gekeken naar de financiële markten: wat zouden die doen? Na het bekend worden van de uitslag van het zelfde laken een pak. ‘Het uittreden moet dan maar snel, want onzekerheid is slecht voor de markt’ of ‘onze economie groeit net weer een beetje en die loopt nu gevaar”. Berichten vanuit de financiële- en aandelenmarkten: het Britse pond daalde fors in waarde,  aandelen die kelderen.

Zou het daar fout gaan: als eerste denken aan wat het voor de economie betekent? Als Europa alleen maar om de economie draait, dan begrijp ik heel goed waarom de Britten eruit stappen. En inderdaad lijkt Europa alleen maar om de economie te draaien. Zagen we dat niet ook al in de ‘Griekse’ crisis die eigenlijke bankencrisis was?  Een crisis die werd geframed als een ‘wedstrijden’ tussen landen. Ook daar stond de economie centraal en werd de mens, de gewone Griek, vergeten.

Europese samenwerking

Even terug in de tijd, de tijd van de ‘Duits, Franse twisten’. Twisten met als hoogtepunten de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871, een oorlog die een belangrijke rol speelde in de Duitse eenwording. Nee, niet die van eind vorige eeuw, maar ruim een eeuw eerder toen alle Duitse vorstendommen in het nieuwe Duitse keizerrijk werden opgenomen. Een tweede hoogtepunt: de Great War, de Eerste Wereldoorlog, als je de massale slachting van mensen in de loopgraven in Europa een hoogtepunt mag noemen. Als laatste de Tweede Wereldoorlog die nog meer dood, verderf en vernieling zaaide in Europa. Dat nooit meer dachten enkele Europese leiders. Zij zochten naar een manier om het nationalisme te ‘overwinnen’ en dat werd economische samenwerking; als eerste op het gebied van kolen en staal. Een begin van economische samenwerking en integratie met als doel, het voorkomen van een volgende, nog vernietigendere, oorlog. Economische samenwerking als middel tot een doel: vrede. Een aanpak die nu al ruim zeventig jaar voor vrede zorgt.

Die samenwerking op economisch gebied is flink uitgebreid en leidde tot een toename van welvaart voor iedereen. Alleen met welk doel wordt er economisch samengewerkt? Het vroegere vredesdoel lijkt, of is, buiten beeld. Na zeventig jaar zijn de mensen die zich de oorlog kunnen herinneren hoogbejaard of dood en de rest kan zich geen voorstelling maken van een oorlog tussen EU landen. Besturen lijkt tegenwoordig alleen te bestaan uit het reguleren van de economie en dat reguleren is gericht op het ‘organiseren’ van voldoende economische groei. Zou de les die we nu leren de omgekeerde zijn van de ‘Bush-les’? Dat er meer is dan economie? Dat het om mensen, om de samenleving draait? Om sociale banden?

Wederkerigheid en herverdeling

Economisch historicus Karl Polanyi (The Great Transformation) maakt duidelijk dat voor het overleven van een samenleving het onderhouden van sociale banden cruciaal is: “First, because by disregarding the accepted code of honor, or generosity, the individual cuts himself off from the community and becomes an outcast; second, because in the long run, all social obligations are reciprocal, and their fulfillment serves also the individual’s give-and-take interest best.” Volgens Polanyi zijn de wederkerigheid en herverdeling cruciaal voor het voortbestaan van een samenleving en zijn deze principes niet primair verbonden met de economie. Ze zorgen voor tevredenheid in het dorp, binnen de stam of de samenleving.

Hans Achterhuis en Nico Koning (De kunst van het vreedzaam vechten) zien zes verschillende manieren om herverdeling en de wederkerigheid, of zoals zij het noemen toe-eigenen, vorm te geven:

  1. de individuele productie. Dat wat het individu zelf maakt, produceert, jaagt of verzamelt.
  2. de huishouding. De gemeenschappelijke huishouding is gedurende eeuwen de meest belangrijke vorm van samenleven en dus toe-eigenen geweest. Hierin staat de groep centraal, niet het individu. Hierbij moeten we het huishouden niet eng opvatten. Een huishouden was veel meer dan een gezin.
  3. toedeling. het groter worden van de sociale verbanden, een bundeling van stammen of huishoudens, maakt een aanvullende manier van verwerven nodig. Een manier passend bij de hiërarchische samenlevingsvorm. Dat is toedeling geworden, een vorm waarbij de hoogst geplaatste toedeelt aan de lager geplaatsten. De tegenprestatie bij toedeling bestaat uit onderwerping.
  4. schenking. Met het nog groter worden van de wereld komen deze sociale verbanden in aanraking met aangrenzende sociale verbanden. Dit kan leiden tot gewelddadige en destructieve vormen van toe-eigening bijvoorbeeld oorlogen en andere soorten van geweld. Een vreedzame manier van toe-eigening wordt gevormd door de schenkingsrituelen en bruiloften. Hiermee wordt een band gecreëerd tussen schenker en ontvanger. Met een schenking ontstaat een blijvende relatie, een verplichting, tussen de twee partijen. De relatie wordt verzwaard.
  5. handel. Kenmerk van ruil is dat de beide partijen in de ruil gelijk zijn en er geen verplichting of verzwaring ontstaat in de relatie.
  6. roof: Daar waar er bij de eerste vijf vormen van toe-eigening voordeel is voor alle betrokken partijen, is dat bij roof niet het geval. Roof is het verwerven ten kosten van anderen. Tot deze vorm van toe-eigening horen ook slavenhandel, dwangarbeid en kolonisatie.

Zes vormen van toe-eigening waarbij vanuit een individu geredeneerd, de afstand tot de ander groter wordt. Bij de eerste, de individuele ontplooiing is er geen andere en bij het andere uiterste, de roof, doet de ander er niet toe.

Te veel markt?

Het dominante, neoliberale, economische denken ziet de markt als hét middel om ervoor te zorgen dat iedereen zijn deel krijgt. Is de markt wel het meest passende instrument om hierin te voorzien? Volgens Achterhuis en Koning is de markt: “… de laatste dam tegen roof, het is de maximaal haalbare vorm van exterioriteit zonder dat men ten prooi valt aan vormen van geweld.” Zou het kunnen dat de ander door die centrale plek van de markt (en door alles met markt te overgieten) te veraf is komen te staan? Te ver voor wederkerigheid? Te ver om nog gevoelig te zijn voor zijn ellende en dus te ver om te ‘herverdelen’ en zijn ellende te verminderen? De winnaars die te ver af staan van de wereld van de verliezers? Bovendien wordt de verliezer psychologisch nog verder weg gezet, verliezen is toch je eigen schuld? Dan heb je je talenten niet benut. Dan heb je er niet hard genoeg voor gewerkt en waarom zou ik dan medelijden met je moeten hebben? Waarom zou ik voor jou falen moeten betalen? Zou het kunnen dat de markt alleen te zwak is om een samenleving leefbaar te houden?

De Europese Unie heeft de deelnemende landen onmiskenbaar meer welvaart gebracht. Landen wel, maar hoe zit het met de inwoners? Is het Europese samenwerkingsproject, sinds het ineenstorten van de Berlijnse muur en de ‘overwinning’ van het vrijemarktkapitalisme, niet alleen maar een economisch project geworden?  Een project waarbij doel en middel gelijk zijn: economische groei? Alles voor de groei! Alles zoals het afbreken van de ‘verzekeringen tegen tegenslag’, de sociale voorzieningen. Afbreken van zekerheid voor werknemers onder de eufemistische vlag van de ‘flexibilisering’. Alles voor de economische groei omdat door die groei iedereen het ‘als vanzelf’ beter zou krijgen.

Alleen laat de werkelijkheid zien dat de winnaars alles krijgen en de verliezers niets. Bovendien wordt de groep van verliezers, door de verder gaande automatisering, steeds groter. De geringe groei die er is, wordt scheef verdeeld en verliezers verliezen op alle fronten. Achterhuis en Koning:“De motivatie van de marktsfeer ten opzichte van de andere praktijken van behoeftevoorziening heeft ook een zekere vermenging teweeg gebracht van de mechanismen die in elke kring heersen,” en dat verandert de markt: “Markten hebben namelijk een aantal van de cruciale kenmerken van de verdrongen ordeningskringen in zich opgenomen.” Zo is de individuele productie die vroeger was gericht op de eigen behoeften, bijna volledig gericht op behoeften van anderen in ruil voor geld waarvoor de arbeider dan in zijn eigen behoeften kan voorzien. Daar komt bij dat arbeid steeds meer een intrinsieke waarde heeft voor de arbeider: arbeid moet voldoening schenken en bijdragen aan de ontplooiing van het individu. Bedrijven zijn tegenwoordig meer dan plaatsen waar wordt geproduceerd. Onderlinge relaties, gezelligheid en de bedrijfscultuur zijn belangrijk geworden. Dit waren de kenmerken van het oude huishouden. Als de verzekering tegen tegenslag ontbreekt en werk als ‘alles’ wordt gezien, verlies je als verliezer echt.

Beleid en politiek die het ‘samen’ in de samenleving afbreekt. Beleid en politiek die nationale overheden over hun inwoners uitstorten met als enige argument ‘we moeten wel, er is geen alternatief omdat we internationaal concurrerend moeten blijven en de slag met China moeten winnen’. Zo wordt de economie alles en alles economie. Zo wordt de samenleving economie en de economie de samenleving. Economie is een middel om een doel te bereiken. De Europese Unie krijgt hiervan de zwarte piet toegespeeld. De Britten hebben NEE gezegd tegen de EU, zouden de ‘economische verliezers’ het daardoor beter krijgen? Zouden zij daardoor een samenleving krijgen die uit veel meer dan economie bestaat?

Wie heeft het voor het zeggen in die Unie? Worden belangrijke besluiten niet genomen in de ellenlange nachtelijke vergadering van de regeringsleiders? Is het raamwerk waarbinnen de Europese Unie functioneert en ook het raamwerk rond de Euro niet een resultaat van besluiten van nationale regeringsleiders die vervolgens door nationale parlementen zijn goedgekeurd? De EU is een gevolg van het dominante (neoliberale) economische denken. Dat denken is nationaal en Europees dominant. Als we een ander Europa willen, moeten we dan niet nationaal beginnen, want zit daar niet de werkelijke macht?

Als neoliberaal denken tot deze EU leidt, zou ander denken dan tot een andere EU kunnen leiden? Een EU met een ander doel dan economische groei? Een doel dat betrekking heeft op de mensen, op de samenleving. Dat doel was vrede, zou het nieuwe doel niet een democratisch, meer egalitair en sociaal Europa moeten zijn? Of om het kort te zeggen: ‘It’s the society, stupid!’

The essence of leadership

“Want er zijn niet alleen West-Europese landen die weer gaan controleren aan de grenzen, maar ook blijven de Midden- en Oost-Europese lidstaten dwarsliggen als het gaat om het opvangen van vluchtelingen. In het verenigd Europa overheersen, te midden van een van de zwaarste crises in zijn bestaan – zo niet de zwaarste – de nationale reflexen, waar men ook kijkt.” Een citaat uit een artikel van Arie Elshout in de Volkskrant. Het artikel handelt over de vluchtelingenproblematiek in Europa en de deadline van twee maanden die premier Rutte (als EU-voorzitter) en EU-president  Tusk hebben gesteld voor het oplossen van die problematiek. Deze problematiek lijkt nog het meest op een Gordiaanse knoop van scheepstouw die de twee met een aardappelschilmesje willen doorhakken.

Eisenhower 2Illustratie: www.relatably.com

De Amerikaanse generaal en president Dwight D. Eisenhower voorzag dat het veiligheidsprobleem in Europa alleen opgelost kon worden door een soort ‘Verenigde Staten van Europa’. Maar daarvoor was echt leiderschap met visie nodig en daarom verzuchtte hij dat de leiders die hij zag ‘te voorzichtig, te bang en te lui waren en teveel persoonlijke ambitie hadden’.

Is de Europese samenwerking niet ooit begonnen om de aartsvijanden Frankrijk en Duitsland zo aan elkaar te binden dat een oorlog tussen beide onmogelijk zou worden. Dus om dat veiligheidsprobleem op te lossen. Begonnen met zes landen in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Een samenwerking tussen de twee genoemde landen, Italië en de Benelux. Uiteindelijk gegroeid tot de Europese Unie bestaande uit 28 landen. En het is gelukt, er is geen oorlog meer geweest tussen de twee erfvijanden. En op dit punt en ook nog op andere is de Unie een doorslaand succes. Het lijkt steeds meer op de ‘voorspelling’ van Eisenhower.

De Unie kan de  laatste jaren maar weinigen bekoren. Landelijke politici geven af op ‘Brussel’ waarvan ze bevoegdheden terug willen. Wordt Europa voor de betere politici niet pas interessant als de landelijke carrière erop zit en er nog wat goedbetaalde tijd tot het pensioen moet worden overbrugd? Als de ambitie is gedoofd? Vertonen de huidige leiders niet dezelfde gebreken als die Eisenhower in zijn tijd waarnam? Welke politicus of bestuurder van enig statuur zet zich met ziel en zaligheid in voor de Unie en onderbouwt dit met een gepassioneerd betoog?

All of the great leaders have had one characteristic in common: it was the willingness to confront unequivocally the major anxiety of their people in their time. This, and not much else, is the essence of leadership,” aldus de Amerikaanse econoom John Kenneth Galbraith. Ontbreekt het niet aan echt leiderschap?