Verkiezingen

In Trouw komt filosoof Ger Groot tot de conclusie dat verkiezingsprogramma’s de kiezer ook niet echt helpen. Hij pleit er dan ook voor om naar de persoon van de politicus te kijken: “In het onderhandelingsproces komt het op zíjn inslag en karakter aan, veel meer dan op de voornemens van zijn partij. Wat doet híj in de moeilijke en onvoorziene omstandigheden van de praktische politiek? Bewijst hij, zelfs wanneer hij de helft van zijn verkiezingsprogramma overboord kiepert, desondanks voor zijn kiezers een betrouwbare persoon te zijn?” Dan heb je niets aan programma’s ook al passen ze op één a-viertje.

Rawls

Maar hoe beoordeel je de woorden en daden van de politicus? Hoe vergelijk je politici onderling? En hoe verklein je het risico dat je wordt verleid door mooie woorden ter verdediging van verschrikkelijke daden? Hoe voorkom je dat de menselijkheid in bijvoorbeeld de zorg, wordt opgeofferd aan het streven naar economische groei. Groei die ook nog eens scheef wordt verdeeld.

In zijn belangrijke werk Een Theorie van Rechtvaardigheid pleit de filosoof John Rawls voor rechtvaardigheid als billijkheid. Hij formuleert twee beginselen. Een: “Elke persoon dient gelijke rechten te hebben op het meest uitgebreide totale systeem van gelijke fundamentele rechten, dat verenigbaar is met een vergelijkbaar systeem van vrijheid voor allen.” Twee: “Sociale en economische ongelijkheden dienen zo te worden geordend dat ze (a) het meest ten goede komen aan de minst bevoordeelden, en (b) verbonden zijn aan ambten en posities die voor allen toegankelijk zijn onder gelijke voorwaarden van billijke gelijkheid van kansen.”

Hoe zou het boerkinidebat verlopen met deze beginselen als leidraad? Hoe zou dan de pleitbrief om belastingverlaging van de Amerikaanse techbedrijven worden beoordeeld?  Met welke redenering en argumenten zou een politicus komen om een maatregel die tot meer ongelijkheid leidt, te bepleiten? Hoe zou een politicus een keuze die tot een schevere verdeling van de welvaart leidt, verdedigen?

Wellicht is het een idee om deze beginselen in een verkiezingsdebat eens centraal te stellen en de deelnemers dan een viertal casusses voor te leggen? Bijvoorbeeld twee handelend over de afgelopen vier jaar en twee vraagstukken die de komende jaren spelen. Het proberen waard?

 

VVV en de Championsleague

Winnen en verliezen, het hoort bij sport. Van alle honderdmeterlopers kan er maar één de gouden Olympische medaille winnen. De rest verliest of noemt zich winnaar van het zilver, finalist of deelnemer. Ieder jaar staan er weer een kleine tweehonderd renners aan de start van de Tour, drie weken later is er één echte winnaar.  En ook de Championsleague kan maar door één elftal worden gewonnen.

vvvFoto: www.vvv-venlo.nl

Winnaars kunnen zich groot wanen en geweldig, zonder die vele verliezers was er niets te winnen. In het voetbal lijken de grotere Europese clubs zich dat niet te realiseren. En ook de Europese voetbalbond EUFA niet .

Vroeger nam iedere landskampioen deel aan de Europcup I voor landskampioenen. De clubs werden in een pot gegooid, en in tweetallen aan elkaar verbonden. Een uit- en een thuiswedstrijd later, was er een winnaar die naar de volgende ronde ging. En ook daar werd weer op dezelfde manier geloot. Dan kon het gebeuren dat de Duitse kampioen er in de eerste ronde uitvloog tegen de Spaanse of Nederlandse.

Tegenwoordig is er de Championsleague. Je hoeft niet eens kampioen te zijn om deel te nemen, een vierde plek in Spanje, Italië, Engeland of Duitsland is ook goed want die plaatsen zich rechtstreeks voor de poulefase. En voor clubs uit kleinere landen is het zijn van landskampioen niet voldoende om deel te nemen. Als je dan als kampioen van Letland een keer mag deelnemen, dan wordt het via de loting zo gestuurd dat het onmogelijk is om een ronde verder te komen.  Je komt in pot vier, de op papier zwakste clubs waartegen je niet kunt loten. Wel zo voordelig voor de sterke landen (pot 1) want die treffen elkaar ook niet.  Die directe plaatsing van vier clubs uit één land is, zo valt te lezen in de Volkskrant, afgedwongen door de:“internationale topclubs, die zelfs dreigden zich af te splitsen in een zogenoemde Super League.” De EUFA gaf toe uit angst hiervoor.

En het werkt, ieder jaar in maart zijn de ‘usual suspects’ weer doorgedrongen tot de kwartfinales, twee Spaanse clubs, een of twee Duitse en Engelse clubs, een Italiaanse en een Franse en soms nog een verdwaalde club uit een ander land. De winnaar komt vervolgens uit Spanje, Engeland of Bayern (sorry, Duitsland). Naar die landen en clubs verdwijnt ook het grote geld.

De uiteindelijke winnaar staat niet vast, de verliezers wel. Dat zijn de clubs uit de kleinere voetballanden, die kunnen zo immers nooit winnen. En was dat niet juist de charme van de sport? Dat mindere goden voor daverende verrassingen kunnen zorgen? Dat … VVV de champioensleague wint?

‘Verliezers’, kom in opstand, samen kunnen jullie winnen!

Geen feiten, maar verhalen

Bij Elsevier blogt historicus Geerten Waling vanuit de Verenigde Staten over, zoals hij het zelf zegt, de democratie in Amerika. Dit in navolging van de Fransman Alexis de Tocqueville die dit in de eerste helft van de negentiende eeuw deed en er zijn klassieker Over de Democratie in Amerika over schreef. Een bijzonder lezenswaardig boek waarin hij de Amerikaanse samenleving, het bestuur de rechtspraak en de mentaliteit beschrijft.

tocqueville

Een van de onderwerpen van Waling  is het levendig geloof in complotten. Waling: “Het sterke bijgeloof van de Amerikanen haakt aan op hun ironievrije levenshouding. Gecombineerd met de radicale vrijheid van meningsuiting, de onoverzichtelijke grootheid van het land en de reusachtige belangen die spelen in het landsbestuur, liggen complottheorieën altijd op de loer. Gezag komt hier niet uit feiten, maar uit de overtuigingskracht van de spreker.” In films, boeken en tv-series spelen complotten dan ook vaak een belangrijke rol. Als lezer van diverse opiniesites vraag ik me dan meteen af: en hoe zit het met Nederland?

Op die sites en in artikelen in kranten wordt vaak gesproken over de ellende in de wereld en in het bijzonder, de schuld is van links. Links heeft ons land opengesteld voor gastarbeiders, is de ‘uitvinder’ van de multiculturele samenleving, domineert de media en bepaalt zo de beeldvorming. Links was verantwoordelijk voor die ‘vervloekte’ verzorgingsstaat die mensen beroofde van initiatief en eigen verantwoordelijkheid. Links is ook verantwoordelijk voor de huidige ellende in de (gezondheids)zorg en voor het bureaucratische monster ‘Brussel’. Die sites zien het als hun taak aan te tonen “hoe staat en progressieve propagandisten de bevolking voor de gek houden en schadelijk, irrationeel en immoreel beleid stug blijven uitvoeren. Narratieven ontwaren, dogma’s bestrijden, ballonnen doorprikken, dat idee,”  aldus reaguurder Erik Beckers bij ThePostOnline. “Rechtse echte burgers’ die geloven in een ‘links complot’?

Als we de verkiezingsuitslagen door de jaren heen erop naslaan, dan blijkt dat ‘links’ nooit een meerderheid had. Zelfs het kabinet Den Uyl, het meest linkse dat Nederland ooit had, steunde op de confessionele KVP (een van de voorlopers van het CDA). Als al die zaken de ‘schuld’ zijn van links, dan toch zeker met steun en goedkeuren van rechts. Zou die linkse politieke dominantie een illusie zijn?

Ook het medialandschap was door de jaren heen zeer divers. Naast de ‘linkse’ VARA en Waarheid, was er de ‘rechtse’ TROS en Telegraaf, de liberale AVRO en NRC en de confessionele NCRV en KRO en TROUW en Volkskrant. Allen toeterden luid hun eigen gelijk de wereld in en dat gelijk was zeer divers. Zouden ook die dominante linkse media een illusie zijn?

Het ‘rechtse complot van links, “Geen feiten, maar verhalen,” naar een tussenkop van Geerten Waling?

Algoritmisch profileren

Etnisch profileren, het staat flink in de belangstelling. Mensen als rapper Typhoon en Feyenoord doelman Vermeer die vaak staande worden gehouden vanwege hun huidskleur. De oude en nieuwe media hebben er dit jaar al flink wat pagina’s of bytes aan besteed en terecht. Etnisch profileren is een vorm van risicoberekening op basis van statististische gegevens. Als een te onderscheiden groep mensen vaker voorkomt in misdaadstatistieken in deze voorbeelden, dan worden ze extra in de gaten gehouden en gecontroleerd.

AlgoritmeIllustratie: arabicollege.com

Deze techniek is de basis van de bedrijfsmodellen van bedrijven als Facebook, Google, Apple, maar ook steeds meer traditionele bedrijven als Albert Heijn en andere grootwinkelbedrijven. Er wordt gewerkt met profielen en alle klanten en gebruikers worden in zo’n profiel gestopt. Die profielen worden steeds verder aangevuld met nieuwe informatie. Informatie die wij hen gratis aanleveren door gebruik te maken van hun producten, door bijvoorbeeld te zoeken via Google, te liken via facebook of waspoeder te kopen bij Appie of een boek bij bol.com. Al die informatie wordt gebruikt om de profielen te verbeteren en aan jou producten op maat aan te bieden (kopers van dit boek kochten ook …). Verschil met de etnisch profilerende politie is dat dit profileren gebeurt door een algoritme genoemd naar de wiskundige Mohammed ibn Moesa Al-Chwarizmi.

In Dordrecht kan het zo gebeuren dat je zoonje van vijftien een rood vlaggetje achter zijn naam heeft. “Het betekent: foute boel. Niet nu, maar in de toekomst. Het betekent ook dat er bij één keer spijbelen direct een leerplicht­ambtenaar op de stoep staat. ‘Dan rijden wij met toeters en bellen de straat in en gaan we in gesprek met de betreffende leerling en de ouders’, zegt Erwin Keuskamp,” in een artikel bij de Groene Amsterdammer. Dit terwijl je zoon nog nooit heeft gespijbeld en een voorbeeldig leerling is. Alleen op basis van het algoritme komt hij er als een risicogeval uit. Volgens het artikel willen overheden veel algoritmisch ‘voorspellend’ gaan werken. Burgers via profielen, die zijn gebaseerd op gedragingen van anderen in het verleden, indelen in risicocategorieën. Alleen bieden, zoals de financiele dienstverleners steevast moeten melden, rendementen uit het verleden geen garantie voor de toekomst.

Daar waar je de reclame van Appie of de ‘aanbevelingen’ van bol.com gewoon naast je neer kunt leggen of er zelfs voor kunt kiezen om je boeken bij boekhandel Koops te kopen, ligt dat bij die leerplichtambtenaar van Keuskamp of die andere overheidsdienaren anders, die zijn niet te negeren. Eén stap verder en Keuskamp staat al aan de deur voordat je zoontje spijbelt.

Om met de Borg te spreken, ‘resistance is futile’. Waarom het vlaggetje er staat is soms niet te achterhalen, laat staan dat het ‘algoritmisch geprofileerd’ vlaggetje verwijderd kan worden. Of moeten we zeggen ‘resist before it is futile’?

Zekerheid zonder werk?

D66, een van de grote voorstanders van de liberalisering en flexibilisering van de arbeidsverhoudingen, ziet de keerzijde van dit streven. Veel mensen met een flexbaan of werkend als ZZP’er leven in onzekerheid. Onzekerheid over hun inkomen en die onzekerheid maakt het onmogelijk om bijvoorbeeld een huis te kopen of te investeren in de eigen opleiding. “Maak vaste baan bereikbaar voor iedereen,” aldus D66.

BasisinkomenIllustratie: www.peacetimes.news

Aan de analyse dat veel mensen in (inkomens)onzekerheid leven, mankeert niets. Een nobel streven om mensen meer zekerheid bieden. De partij wil dit bereiken door de: “voordelen weg te nemen die flexcontracten nu nog bieden aan werkgevers – bijvoorbeeld door iedereen recht te geven op een transitievergoeding bij ontslag en niet alleen degenen die langer dan twee jaar in dienst zijn.” Maar ook door: “de ontslagprocedure sneller en minder duur,” te maken. Dit lijkt verdacht veel op de maatregelen die ook met de Wet werk en zekerheid werden beoogd. Meer van hetzelfde medicijn dat tot nu toe niet werkte, is dat de juiste keus? Want hoe zeker is een vaste baan als de ontslagprocedure snel en goedkoop is? Zou dit medicijn zo tot onzekerheid bij veel meer mensen kunnen leiden?

Laten we het probleem eens nader bestuderen. Mensen leven in (inkomens)onzekerheid. Inkomen krijg je via betaald werk. Zekerheid via een vaste baan. Dat is de dominante manier van denken die ook D66 toepast. Nu is er niet voldoende werk, de werkloosheid (zichtbaar en verborgen) is nog altijd fors. Door de automatisering en robotisering dreigt er nog minder werk te komen. Zouden er ook andere manieren zijn om die onzekerheid weg te nemen?

Het bestaande werk herverdelen is een mogelijkheid die in Nederland al langer wordt toegepast. Ons land kent immers vele deeltijdbanen.

Wat als we inkomenszekerheid op een basisniveau loskoppelen van werk? In Canada is er in de jaren zeventig mee geëxperimenteerd. Een experiment dat abrupt werd beëindigd en toen niet werd geëvalueerd. Dat gebeurde pas enkele decennia later, door Evelyn J. Forget. Resultaat: minder ziektekosten in verband met ongelukken en verwondingen maar wat vooral opviel was dat er minder psychische problematiek was. Ook was er sprake van een kleine vermindering van de deelname aan het arbeidsproces door vrouwen en jongeren. Die zaten echter hun tijd niet te verlummelen. Vrouwen spendeerden die tijd aan de opvoeding van hun kinderen en jongeren bleken langer door te leren en dus beter beslagen de arbeidsmarkt op te gaan. Forget concludeert “These results would seem to suggest that a Guaranteed Annual Income, implemented broadly in society, may improve health and social outcomes at the community level.” 

Wellicht een alternatief dat ruimte schept en creativiteit vrijmaakt?

Aandelen ziekenhuis

Waar zou het uitgeven van aandelen door ziekenhuizen toe kunnen leiden? Die vraag schoot mij te binnen toen ik de column van Frank Kalshoven in de de Volkskrant las. Kalshoven pleit er terecht voor om niet te beginnen met argumenteren maar eerst eens te observeren. Een paar dagen geleden gaf ik al een aanzet tot dat observeren. Observeren kan ook door te kijken op plekken waar het al praktijk is, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten.

ziekenhuisFoto: www.dutchcowboys.nl

In de Verenigde Staten ken je publieke en private ziekenhuizen. De private, goed uitgeruste ziekenhuizen, zijn alleen voor verzekerden toegankelijk. Ben je niet of onderverzekerd, dan kun je naar een publiek ziekenhuis. Dat is veel minder goed uitgerust dan de private. Leidt die marktwerking tot betere resultaten? In zijn boek The Rise and Fall of American Growth besteedt Robert J. Gordon ook aandacht aan de Amerikaanse gezondheidszorg.

Gordon (eigen vertaling): “De ‘medische wapenwedloop’ is een vaak gebruikte term als de evolutie van de Amerikaanse ziekenhuizen wordt beschreven. Geen coördinerend toezichtsorgaan dat een ziekenhuisbedrijf belet om een, volledig met state-of-the-art apparatuur uitgeruste, nevenlocatie te bouwen in de nabijheid van een ziekenhuis van een ander ziekenhuisbedrijf. … Kosten worden opgedreven door het excessief kopen van high-tech medische onderzoeksapparatuur. In 1978 was er in Indiana bijvoorbeeld voor iedere 100.000 inwoners één CT-scan, vergeleken met één per miljoen in Canada en één per twee miljoen in Groot Brittannië, met geen duidelijk voordeel in outcome.”

Verspilling van middelen en geld want de totale zorguitgaven per inwoner in de VS zijn bijna twee keer zo hoog als in de rest van de Westerse wereld, terwijl de gemiddelde levensverwachting ongeveer twee jaar lager is. Verspilling ook, omdat de zorg en middelen zich concentreren in gebieden en bij mensen die geld hebben, terwijl makkelijke resultaten bij armen achterwege blijven.

Nu is dit een paar stappen verder dan ‘geld van de markt’ aantrekken via aandelenuitgifte. Het laat wel zien dat marktwerking niet automatisch tot een beter en goedkoper product leidt.

Regels om aan de laars te lappen

Het bedrijf waar je werkt heeft het werk mooi beschreven in procedures en bedrijfsprocessen. Dit zorgt ervoor dat het product betrouwbaar is en je als medewerker veilig je werkt kunt doen. Als medewerker houd je je keurig aan die regels. Iedereen blij zou je denken. Niet iedereen.

KLMFoto: www.rtlnieuws.nl

Personeel en directie van de KLM hebben ruzie over de arbeidsvoorwaarden. Om hun eisen kracht bij te zetten, zou het personeel willen staken, maar dat heeft de rechter verboden. ‘Weet je wat,’ zei iemand van de vakbond, ‘we gaan een stiptheidsactie doen.’ Een actie waarbij het personeel zich strikt aan de door het bedrijf gestelde regels houdt: niet sneller rijden dan mag, geen te zware koffers tillen.

Precies doen zoals het is afgesproken en toch ontevreden gezichten en boosheid. “De vakantiegangers en andere reizigers zijn de dupe, daar worden wij helemaal niet blij van,” aldus Frank Oostdam de directeur van reisorganisatie ANVR. De reisorganisaties zijn dan ook niet blij met de acties. Zouden die organisaties niet blij moeten zijn dat er volgens afspraak wordt gewerkt? Sterker, zouden ze niet juist boos moeten zijn dat er blijkbaar in normale omstandigheden, niet volgens afspraak wordt gewerkt?

In normale omstandigheden zitten de medewerkers, volgens een vertegenwoordiger van de vakbond, in een spagaat: “Werknemers zijn door de hoge werkdruk niet in staat om zich aan de regels te houden als ze klanten ook nog goed willen bedienen.” Dus als er volgens de regels wordt gewerkt, dan ontbreekt de tijd om de klant goed te bedienen, als we de vakbonden mogen geloven. Is dat niet vreemd? Je zou toch mogen veronderstellen dat de regels zo zijn opgesteld, dat medewerkers juist voldoende ruimte krijgen om klanten goed te bedienen. Is de klant niet is immers koning?

Misschien zijn de regels wel goed, maar zijn er te weinig mensen om het werk te doen en de klant te bedienen en kan de klant alleen maar worden bediend door de regels aan de laars te lappen. Als dat zo zou zijn, is dan de veiligheid en gezondheid van het personeel niet in het geding? Zou de directie daar niet op aangesproken moeten worden?

Om te kunnen investeren, groeien en werkgelegenheid en toekomstperspectief te behouden, zou het noodzakelijk zijn dat KLM haar kosten conform de afgesproken targets verlaagt door productiviteit te verhogen,” zo zegt een KLM-woordvoerder. En is daarmee het antwoord, onze regels lappen we aan de laars, op dat aanspreken niet gegeven?

 

Iets extra’s voor Bill

Verdere commercialisering van de de zorg, dat wordt een van de punten in de campagne voor de verkiezingen van 15 maart 2017.  Commercialisering die bestaat uit het aantrekken van particulier geld (van grote investeerders en beleggers), die hiervoor rendement ontvangen. Ik schreef er al eerder over. Raoul du Pré pleit in het commentaar in de Volkskrant voor ruimte om: “te onderzoeken of er nieuwe geldstromen kunnen worden aangeboord. Mits het onder strenge voorwaarden gebeurt en de toegang tot zorg voor iedereen gegarandeerd blijft, is er immers geen reden te denken dat er meteen grote ongelukken zullen gebeuren.”

marktwerking-in-de-zorgIllustratie: alkemajanet.wordpress.com

Volgens Du Pré heeft het huidige stelsel met meer marktwerking veel goeds gebracht: “De wachtlijsten zijn nagenoeg verdwenen. Er wordt veel beter op de kosten gelet. Het inkomensverschil tussen artsen en hun gemiddelde patiënt is gehalveerd (…). Het premiestelsel is nivellerender dan in de tijd van het oude ziekenfonds. En de kwaliteit van de zorg scoort onverminderd hoog op de internationale ranglijsten.”  Verdere marktwerking zou in ieder geval onderzocht moeten worden.

Een helder betoog. Maar toch, zijn die resultaten het gevolg van marktwerking of zouden ze ook te bereiken zijn in een zorgsysteem waar de markt geen rol speelt? Waarom zou een ziekenfonds niet zonder wachtlijsten kunnen werken? Waarom zou een ziekenfonds niet op de kosten kunnen letten? Of tot vermindering van inkomensverschillen of een nivellerender premiestelsel kunnen leiden?

En inderdaad, als Bill Gates het geld levert om een ziekenhuis te bouwen, dan hoeft dat niet uit de staatskas. Een voordeel voor de samenleving, dus doen. Maar is er wel sprake van een voordeel voor de samenleving? Gates zal rendement willen op zijn investering. Rendement dat de door hem gemaakte kosten vergoed plus wat extra’s waar hij van kan leven. Wie moet die kosten plus dat extra’s van Bill betalen? Dat zal de patiënt zijn en dus de betaler van verzekeringspremies. Zou die hierdoor goedkoper uitzijn?  Hij of zij moet dezelfde kosten als voorheen betalen plus het extra’s van Bill, dus iets meer.

Zo gaat de bijdrage van de overheid in de gezondheidszorg omlaag en dat is mooi voor de minister van Financiën. De kosten voor de samenleving, gaan omhoog en de vraag is of dat willen?

De utopie van de vrijhandel

Op de opinie-site Jalta houdt Joshua Livestro in zijn artikel Leve de globalisering een pleidooi voor de zegeningen van vrijhandel en globalisering. In een met grafieken gelardeerd betoog concludeert hij, dat internationale vrijhandel de hoeksteen moet blijven vormen van het denken over economie en intenationale aangelegenheden. Zijn betoog steunt op drie, zoals hij het noemt, kernfeiten: “1. het aantal allerarmsten is in dertig jaar tijd met meer dan een miljard mensen afgenomen; 2. de levensverwachting voor mensen geboren in landen die we vijftig jaar geleden nog ‘ontwikkelingslanden’ noemden is nadrukkelijk gestegen; en 3. in voormalige ontwikkelingslanden als China en India is een middenklasse ontstaan van vele honderden miljoenen mensen.” Die feiten staan niet ter discussie, wel het causale verband dat Livestro legt met de vrijhandel.

causaalIllustratie: eurolactatie.net

Als eerste vrijhandel en absolute armoede. Livestro noemt China en India als voorbeelden van landen waar de absolute armoede snel daalde. Inderdaad hebben China en India hun economieën geopend voor de wereld. Geopend maar niet voor vrijhandel. In beide landen zijn vele beperkende maatregelen van kracht. Maatregelen die de economie moeten beschermen. Maatregelen die de Chinese en Indiaase bedrijven beschermen. Zonder die maatregelen zouden de bedrijven in beide landen zijn weggevaagd door westerse bedrijven met funeste gevolgen voor de werkgelegenheid en de armoedebestrijding. Juist beschermde handel levert welvaart op. Zou het toevallig zijn dat de westerse economieën de grootste groei kenden juist in een periode (van 1945 tot ongeveer 1975) van gereguleerde wereldhandel?

Dan de stijgende levensverwachting, hygiene en schoon drinkwater spelen hier een belangrijke rol gevolgd door het terugdringen van kindersterfte. Is dit een gevolg van de wetenschappelijke ontwikkeling of van vrijhandel? Handel levert geen vaccins of medicijnen op, handel verdeelt ze slechts en soms ook nog eens slecht, omdat de uitvinder ervan de prijs zo hoog maakt dat ze voor de armen niet te betalen zijn.

Als laatste, de groeiende middenklasse. Ongereguleerde vrijhandel zorgt voor enkele zeer rijken en zeer veel armen. Iets wat we in Rusland zien en ook in toenemende mate in de Verenigde Staten waar juist de door Livestro bewierookte middenklasse, wordt uitgehold. Gereguleerde handel geeft de overheid een sterke positie. Een positie waardoor die overheid de welvaart eerlijker kan verdelen en waardoor juist die middenklasse kan ontstaan. Waardoor zij voor sociale rust kan zorgen.

Livestro moet met betere argumenten komen om zijn causale verband aan te tonen.

Kuifje naar de Maan

Voor het eerst mag een commercieel bedrijf naar de Maan vliegen. “De Amerikaanse luchtvaartautoriteiten maakten de goedkeuring woensdag bekend, na overleg met onder andere het Witte Huis en ruimtevaartorganisatie NASA. Aan boord van de maanlander zijn apparaten voor wetenschappelijke onderzoeken, maar ook de as van enkele gecremeerde mensen.” Zo valt in de Volkskrant te lezen. Het bedrijf Moon Express is de gelukkige: “We mogen nu als ontdekkingsreizigers naar het achtste werelddeel zeilen, op zoek naar nieuwe kennis en grondstoffen voor het welzijn van alle mensen.”

Kuifje naar de maan

Illustratie: www.stripspeciaalzaak.be

Dat klinkt allemaal mooi en uitdagend en sluit aan bij het positieve beeld dat ‘ontdekkingsreizigers’ in het geheugen van veel mensen hebben. Het zijn avonturiers die zoeken naar nieuwe zaken. Door het woord ‘zeilen’ te gebruiken, lijkt het bedrijf aan te haken bij die traditie. Maar toch.

Van wie is de Maan eigenlijk? Het bedrijf zegt te werken voor ‘het welzijn van alle mensen’. Ook dat klinkt mooi of is dat welzijn toch beperkt tot de aandeelhouders van het bedrijf? Die gedachte suggereert dat ook de aarde er voor het welzijn van de mens is. Hoe zit het met het welzijn van de andere bewoners van deze planeet? Hoe zit het met de rechten van het ‘mannetje op de maan’? Dat is er niet, maar wat als er op een volgende reisdoel wel leven is? Welk rechten heeft dat leven dan? Kan dat leven dan ook een claim op de aarde leggen? De ervaringen met de Aarde leren dat de mens andere levensvormen vooral als ‘hulpmiddel’ ziet en niet als wezens op zich.

Dit is allemaal nog ver van ons bed. Wat dichter bij dat bed. Zijn de Amerikaanse luchtvaartautoriteiten, het Witte Huis en de NASA bevoegd om hier goedkeuring aan te verlenen? Ja, ze zijn bevoegd voor wat betreft het Amerikaanse luchtruim, maar ook voor dat van de Maan? En als ze die bevoegdheid hebben, van wie hebben ze die dan gekregen en waar is die op gebaseerd? Stel het commerciële bedrijf vindt waardevolle grondstoffen, van wie zijn die dan?

Zou Kuifje zich die vragen ook hebben gesteld toen hij naar de Maan vloog?