Uitgelicht

Brood en spelen

Via een interessant artikel van Evgeny Morozov bij De Correspondent, kwam ik uit bij het Techno optimistisch manifest van Marc Andreessen. Morozov schreef erover dat het: “bol (staat) van verwijzingen naar economische stagnatie,” en dat, “alleen het lef van ondernemers kan voorkomen dat het systeem vastloopt,” en dat, “versnelling (…) (de) enige deugd (is, en) wie pleit voor voorzichtigheid, wordt weggezet als ketter.” Dat moest ik zelf lezen. Dus dat maar gedaan. Ik viel steil achterover en dat niet van bewondering. Ga er maar even voor zitten want dit is een lange Prikker. Korter kon ik het niet maken

Eerst iets over Marc Andreessen en waarom het belangrijk is om kennis te nemen van het manifest. Andreessen is een van de tech-miljardairs. Hij verdiende zijn geld bij onder andere Netscape en investeerde dat vervolgens in andere techbedrijven zoals Facebook, Pinterest, LinkedIn en Twitter. Hij zit de raad van commissarissen van verschillende grote tech-bedrijven, onder andere Meta. Politiek leunde hij naar de democraten maar maakte in 2024 de overstap naar Donald Trump en steunde diens campagne met een grote som geld. Geld waardoor hij invloed kreeg en onder andere mensen wierf voor Musks Department of Government Efficiency (DOGE).

“We worden voorgelogen,” begint Andreessen zijn manifest. Zo wordt ons, aldus Andreessen: “verteld dat technologie onze banen inpikt, onze lonen verlaagt, ongelijkheid vergroot, onze gezondheid bedreigt, het milieu ruïneert, onze samenleving vernedert, onze kinderen corrumpeert, onze menselijkheid aantast, onze toekomst bedreigt en altijd op het punt staat om alles te ruïneren.” Dat technologie banen kost, staat buiten kijf. De auto betekende het einde voor vele hoefsmeden. Die verloren hun baan. De auto leverde dan weer wel werk op voor automonteurs. Zo is er bij alle delen van deze zin wat op te merken. De belangrijkste vraag is echter wie is degene die ons ‘voorliegt’? Die Andreessen creëert een fictieve vijand. Dit is een stropopredenering. Sterker nog, ook de andere ‘leugens’ die ons volgens Andreessen worden verteld, zijn een drogreden van het soort stropop1.

Met één ‘leugen’ is nog iets bijzonders aan de hand. “Ons wordt verteld dat we ons geboorterecht moeten verloochenen – onze intelligentie, onze controle over de natuur, ons vermogen om een betere wereld op te bouwen.” De leugen in deze zin is niet dat we het vermogen hebben om een betere te bouwen. Dat vermogen hebben we. De leugen is dat we controle hebben over de natuur. Die hebben we maar in beperkte mate. Het voorkomen van stormen, aardbevingen, zonnevlammen, maansverduisteringen en vulkaanuitbarstingen behoort niet tot onze mogelijkheden. Het enige wat we daar kunnen, is ze proberen te voorspellen en vervolgens de schade die ze veroorzaken te beperken.

Na de leugens, Andreessens waarheden. Waarheden zoals dat onze beschaving is gebouwd op technologie. Technologie is inderdaad een belangrijk ingrediënt van onze beschaving. Ingrediënt, geen fundament. Een halve waarheid. En daarmee kom ik bij een andere bewering van Andreessen die hij doet onder het kopje ‘Markten’: “David Friedman wijst erop dat mensen alleen dingen voor andere mensen doen om drie redenen – liefde, geld of dwang. Liefde is niet schaalbaar, dus de economie kan alleen draaien op geld of dwang. Het krachtexperiment is uitgevoerd en ontoereikend bevonden. Laten we het bij geld houden.” Als er iets is wat bij uitstek schaalbaar is, dan is het liefde, of beter gezegd vertrouwen. Iemand liefde of vertrouwen geven, maakt niet dat ik het een ander niet kan geven. Een euro kan ik maar één keer uitgeven. Vertrouwen is het fundament van iedere menselijke samenleving in het verleden, in het heden en waarschijnlijk ook in de toekomst. Vertrouwen dat je partner die je lief hebt, voor je klaar staat. Vertrouwen dat de ‘buurman’ je een ‘kopje suiker’ geeft als je dat nodig hebt. Vertrouwen dat de gemeenschap er voor je is als je zonder inkomsten komt te zitten. Vertrouwen dat we elkaar beschermen als onze gemeenschap, ons land, wordt aangevallen. Vertrouwen dat ik voor dat geld wat Andreessen zo belangrijk vindt, een brood kan kopen.

Na de ‘waarheden’ de lofzang op onze technologische mogelijkheden. Of eigenlijk een lofzang op groei en dan vooral economische groei en de vrije markt: “Wij geloven dat groei vooruitgang is – leidend tot vitaliteit, uitbreiding van het leven, toenemende kennis, hoger welzijn.” En er zijn maar: “drie bronnen van groei: bevolkingsgroei, gebruik van natuurlijke hulpbronnen en technologie.” En met twee van die drie is wat aan de hand: “Ontwikkelde samenlevingen ontvolken over de hele wereld, in alle culturen – de totale menselijke bevolking is misschien al aan het krimpen.” Dus de groei zal niet komen van meer mensen. En: “Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen heeft scherpe grenzen, zowel reëel als politiek.” Dus ook van die kant komt geen groei. Blijft over technologie: “de enige eeuwigdurende bron van groei is technologie. In feite is technologie – nieuwe kennis, nieuwe gereedschappen, wat de Grieken techne noemden – altijd de belangrijkste bron van groei geweest, en misschien wel de enige oorzaak van groei, omdat technologie zowel bevolkingsgroei als het gebruik van natuurlijke hulpbronnen mogelijk maakte.” Nu zegt mijn logica me dat je bij een krimpende bevolking kunt groeien zonder groei. Of beter gezegd, dat iedere mens in een krimpende samenleving het beter kan krijgen zonder economische groei. Een simpel rekenvoorbeeld. Het bbp van een land is 1.000 en er wonen 100 mensen. Het bbp per hoofd van de bevolking is 10. Als bijvoorbeeld 10 jaar later het bbp nog steeds 100 is maar er wonen slecht 90 mensen, dan is het bbp per hoofd van de bevolking 11,11. Sterker nog, bij een krimp van het bbp naar 95, hebben de dan 90 mensen, nog een hoger inkomen per hoofd van de bevolking dan voorheen. Daarbij kun je terecht afvragen of groei vertaald als economische groei of meer inkomen, de enige vorm van groei is die ertoe doet.

Bij die lofzang een overzicht van ‘problemen’ die technologie oploste: “We hadden een hongersnoodprobleem, dus hebben we de Groene Revolutie uitgevonden. We hadden een probleem met duisternis, dus vonden we elektrische verlichting uit. We hadden een probleem met de kou, dus vonden we de verwarming binnenshuis uit. We hadden een probleem met hitte, dus vonden we de airconditioning uit. We hadden een probleem met isolatie, dus vonden we het internet uit. We hadden een probleem met pandemieën, dus vonden we vaccins uit. We hadden een probleem met armoede, dus vonden we technologie uit om overvloed te creëren. Geef ons een probleem uit de echte wereld en we vinden de technologie uit die het zal oplossen” Even voor techmiljardair Andreessen. Honger en armoede zijn nog steeds problemen. Door technologie gecreëerde ‘overvloed’ lost deze problemen die niet op want er wordt voldoende voedsel geproduceerd en er is voldoende geld. Een gebrek aan ‘overvloed’ is niet het probleem. Het probleem is de verdeling ervan en dus een marktprobleem. Sterker nog, door technologie gecreëerde ‘overvloed’ is op verschillende andere terreinen juist het probleem. We worden overspoeld met goedkope spullen van slechte kwaliteit zoals wegwerp tentjes en als extreem voorbeeld kleding die op de afvalberg in Chili beland. Een berg die je vanuit de ruimte kunt zien2.

Andreessen mag dan wel geloven dat: “markten mensen uit de armoede halen,” en dat markten: “de meest effectieve manier om grote aantallen mensen uit de armoede te halen, en dat is altijd zo geweest. Zelfs in totalitaire regimes leidt het geleidelijk opheffen van de repressieve laars van de keel van de mensen en hun vermogen om te produceren en handel te drijven tot snel stijgende inkomens en levensstandaarden. Til de laars een beetje meer op, nog beter. Haal de laars helemaal weg en wie weet hoe rijk iedereen kan worden.” ‘Geen gezeik, iedereen rijk’, om die spreuk van de Tegenpartij van Jacobse en Van Es aan te halen, zo suggereert Andreessen. Het opheffen van ‘repressieve laarzen’ kan veel goeds opleveren. Een markt zonder ‘laars’ leidt echter tot grote ellende. In het eerste van de 23 dingen in zijn boek 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme, maakt de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang op overtuigende wijze een eind aan de mythe van de vrije markt. Dit ding draagt de toepasselijke titel De vrije markt bestaat helemaal niet. Chang: “De vrije markt bestaat niet. Elke markt kent wel regels en grenzen die de keuzevrijheid beperken. Een markt lijkt alleen maar vrij omdat we de beperkingen die eraan ten grondslag liggen zo onvoorwaardelijk accepteren dat we ze niet meer zien.” En iets verderop: “De overheid is altijd bij de markt betrokken en deze vrijemarktadepten zijn net zo politiek gemotiveerd als wie dan ook.3 Als treffende voorbeeld van overheidsbetrokkenheid bij markten noemt hij kinderarbeid waarbij door overheidsregulering een resultaat is bereikt dat we nu allemaal als geheel normaal zien. Toen het werd voorgesteld lag dat geheel anders en kwam er flink protest van juist de aanhangers van de vrije markt. Een ‘markt zonder laars’ gaat hongersnood en armoede niet oplossen. Die zorgt ervoor dat mensen als Andreessen nog rijker worden en dat de armen steeds armer worden. Om het bewijs daarvan te zien hoeft hij alleen maar om zich heen de kijken in de Verenigde Staten. Het land met de meest vrije markt en de meest scheve verdeling van inkomen en vermogen. Dat is voor het overgrote deel geen gevolg van: “verdienste en prestatie,” waar Andreessen in gelooft, of het ontbreken ervan. Dat is voor het grootste deel een gevolg van geluk bij je geboorte.

Als klap op de vuurpijl: “Wij geloven dat de ultieme morele verdediging van markten is dat ze mensen die anders legers zouden oprichten en religies zouden beginnen, afleiden naar vreedzame productieve bezigheden.” Bijzonder als eerste omdat een goede lezer hier leest dat religies mensen op het oorlogspad zetten. Nu leert de geschiedenis dat er veel oorlogen een religieus tintje hadden, daaruit concluderen dat religies oorlogszuchtig zijn, tart de logica. Dit is tot daaraan toe. Beweren dat de ultieme morele verdediging van markten is, dat de mens afhouden van oorlogen, is heel bijzonder. Heel bijzonder omdat veel van de bedrijven techbro’s die Andreessen geloof in de zegende werking van technologie aanhangen, zo laat Morozov in zijn artikel zien, zich richten op de defensie-industrie. Als markten en technologie voor vrede zorgen, waarom dan je richten op de defensie-industrie?

“Wij geloven dat markten ook het maatschappelijk welzijn verhogen door werk te genereren waar mensen zich productief mee bezig kunnen houden. Wij geloven dat een universeel basisinkomen mensen zou veranderen in dierentuindieren die door de staat gekweekt moeten worden. De mens was niet bedoeld om gekweekt te worden; de mens was bedoeld om nuttig te zijn, om productief te zijn, om trots te zijn.” Aldus Andreessen bij zijn lofzang op de markt. Het bijzondere van het huidige tijdsgewricht is dat die ‘markten’ vooral werk creëren dat niets toevoegt. Werk zoals ‘cryptomijnbouwer’ en ‘infuencer’, een dure’ term voor de ouderwetse colporteur die je aan huis een encyclopedie probeerde te verkopen. Alleen kan die moderne colporteur bij ‘zeer veel deuren tegelijk aanbellen’. Het meest bijzondere is dat werk dat het maatschappelijk welzijn verhoogt, zoals lesgeven, mensen verplegen en vuilnis ophalen, slecht worden betaald.

Dan volgt een lofzang op de techno-kapitalistische machine, zoals Andreessen het noemt. “Wij geloven dat de technokapitaalmachine van markten en innovatie nooit eindigt, maar in plaats daarvan voortdurend in een opwaartse spiraal terechtkomt. Comparatief voordeel verhoogt specialisatie en handel. Prijzen dalen, waardoor koopkracht vrijkomt en vraag wordt gecreëerd. Dalende prijzen komen iedereen ten goede die goederen en diensten koopt, dus iedereen. Menselijke wensen en behoeften zijn eindeloos en ondernemers creëren voortdurend nieuwe goederen en diensten om aan die wensen en behoeften te voldoen, waarbij ze onbeperkte aantallen mensen en machines inzetten.” Behoefte creëert vraag, aldus Andreessen. Voor primaire levensbehoeften zoals voedsel is dat zeker zo. Voor andere behoeften, zoals bijvoorbeeld kleding en schoenen, is dat slechts ten dele het geval. Om je te kleden en van schoenen te voorzien, heb je geen veertig t-shirts en spijkerbroeken, laat staan een kast met vierhonderd paar schoenen nodig. Voor het gros van de producten is het veeleer het product en de marketing ervan die de behoefte creëert. Niemand had ‘behoefte’ aan een mobieltje of een smartphone. Het ding was er en er werd een behoefte bij ontwikkeld. Niemand had behoefte aan een ‘sla molen’ om natte sla droog te draaien, een theedoek volstond. Toch bestaan er slamolens. Niemand had behoefte aan een ‘bitcoin’ … I rest my case in deze.

Andreessen vervolgt: “De technokapitaalmachine laat natuurlijke selectie voor ons werken op het gebied van ideeën. De beste en meest productieve ideeën winnen, worden gecombineerd en genereren nog betere ideeën. Die ideeën materialiseren zich in de echte wereld als technologisch mogelijk gemaakte goederen en diensten die nooit de novo zouden zijn ontstaan.” Andreessen gaat mij toch niet wijsmaken dat de Bitcoin het beste en meest productieve idee is? Ja, mensen hebben interactie met andere mensen nodig, maar Andreessen wil toch niet beweren dat Facebook, Instagram en Snapshat de beste en meest productieve ideeën zijn om hieraan invulling te geven? Invulling te geven door, om de uitspraak van Steve Bannon te gebruiken ‘de zone’ met ‘shit’ te ‘overspoelen’ om ons maar te laten scrollen en klikken. Het lijkt mij dat een sportclub, toneelvereniging of fanfare een veel beter en productiever idee is voor interactie met andere mensen en voor het aangaan van vriendschappen?

“Wij geloven dat intelligentie de ultieme motor van vooruitgang is. Intelligentie maakt alles beter. Slimme mensen en slimme samenlevingen presteren beter dan minder slimme op vrijwel elke metriek die we kunnen meten. Intelligentie is het geboorterecht van de mensheid; we moeten het zo volledig en breed mogelijk uitbreiden,” schrijft Andreessen iets verderop onder het kopje Intelligentie. Een citaat waarin ik me volledig kan vinden. Alleen is intelligentie voor mij iets anders dan technologie en zeker dan Artificiële Intelligentie, door Andreessen beschreven als: “onze alchemie, onze Steen der Wijzen.” Intelligentie is nadenken over zaken voordat je eraan begint. Niet: “to boldly go where no one has gone before” om die Star Trek quote aan te halen, maar door je eerst af te vragen waarom je daar naartoe gaat? Wat het ons meer gaat brengen dan alleen ‘daar geweest’ zijn en welke risico’s eraan verbonden zijn? En om terug te komen op honger en armoede, intelligentie is om eerst dat verdelingsprobleem op te lossen. Dat probleem en het probleem van gelijke vertegenwoordiging van eenieder in de besluitvorming. Want, zoals Morozov in zijn artikel schrijft, de techbro’s hebben de sleutels van het Witte Huis terwijl de invloed van Jo Sixpack reikt tot zijn eigen koelkast.

Na intelligentie komt Andreessen bij het onderwerp energie. Hij start met: “Energie is leven. We vinden het vanzelfsprekend, maar zonder energie hebben we duisternis, honger en pijn. Met energie hebben we licht, veiligheid en warmte.” Energie is belangrijk voor de mens. Maar toch. Ook met energie kan er duisternis, honger en pijn zijn en zonder energie kan er veiligheid, licht en warmte zijn. Hij gaat verder: “Wij geloven dat technologie de oplossing is voor de achteruitgang en de crisis van het milieu. Een technologisch geavanceerde samenleving verbetert de natuurlijke omgeving, een technologisch stagnerende samenleving ruïneert deze. Als je milieuverwoesting wilt zien, bezoek dan een voormalig communistisch land. De socialistische USSR was veel slechter voor het milieu dan de kapitalistische VS. Google maar eens op het Aralmeer.” Technologie heeft die crisis van het milieu mede veroorzaakt. Dat wil niet meteen zeggen dat technologie niet ook een deel van de oplossing kan zijn. Techniek is neutraal, het is de manier waarop techniek wordt gebruikt. Wat bijzonder is aan deze bewering, is dat Andreessen twee voorbeelden als maatgevend gebruikt: de VS en de USSR en daaruit concludeert dat een technologisch geavanceerde samenleving de natuur verbetert een technologisch stagnerende samenleving deze ruïneert. Het lijkt me trouwens sterk dat de natuur in de VS nu in een betere staat is dan bijvoorbeeld tweehonderd jaar geleden. Je kunt geen algemene conclusie trekken uit twee voorbeelden. Hier is, net als in het hele manifest, sprake van geloven. Niet van feitelijkheden.

“Wij geloven dat we intelligentie en energie in een positieve feedbacklus moeten plaatsen en beide tot in het oneindige moeten stimuleren. Wij geloven dat we de feedbacklus van intelligentie en energie moeten gebruiken om alles wat we willen en nodig hebben in overvloed te maken. ….Wij geloven dat technologie de wereld uiteindelijk drijft naar wat Buckminster Fuller “efemerealisatie” noemde – wat economen “dematerialisatie” noemen. Fuller: “Technologie laat je steeds meer doen met steeds minder totdat je uiteindelijk alles kunt doen met niets.” Nu is mij altijd geleerd dat je niets voor niets krijgt, alles kost inspanning. Alles doen met niets en zo overvloed creëren in alles, dat klinkt geweldig. Maar dan toch even. Andreessen gelooft heilig in een vrije markt waar de: “(g)ewillige koper (…) (de) gewillige verkoper,” ontmoet en een prijs afspreken waar beide partijen van profiteren. Maar wie is er bereid om iets te betalen als alles er in overvloed is en, als je met ‘niets doen alles kunt’? Wie gaat er dan nog ondernemen?

Hij gaat verder: “Wij geloven dat het ultieme resultaat van technologische overvloed een enorme uitbreiding kan zijn van wat Julian Simon “de ultieme hulpbron” noemde – mensen. Wij geloven, net als Simon, dat mensen de ultieme bron zijn – met meer mensen komt er meer creativiteit, meer nieuwe ideeën en meer technologische vooruitgang. Wij geloven dat materiële overvloed uiteindelijk meer mensen betekent – veel meer mensen – wat weer leidt tot meer overvloed. Wij geloven dat onze planeet dramatisch onderbevolkt is, vergeleken met de bevolking die we zouden kunnen hebben met een overvloed aan intelligentie, energie en materiële goederen. Wij geloven dat de wereldbevolking zich gemakkelijk kan uitbreiden tot 50 miljard mensen of meer, en dan nog veel verder als we uiteindelijk andere planeten gaan bewonen. Wij geloven dat uit al deze mensen wetenschappers, technologen, kunstenaars en visionairs zullen voortkomen die onze stoutste dromen overtreffen.” 50 Miljard, dat is zes keer de huidige aardbevolking. Recht toe recht aan rekenend betekent dat bijna 110 miljoen mensen in Nederland … . Dat is inderdaad overvloed, om de kop waaronder Andreessen dit schrijft aan te halen. Nu laten de feiten zien,, en dat schrijft Andreessen zelf ook, dat: “Ontwikkelde samenlevingen (…) over de hele wereld (ontvolken), in alle culturen – de totale menselijke bevolking is misschien al aan het krimpen.” Dit terwijl we aan technologie nu ook al geen gebrek hebben. Dat de bevolkingsgroei wereldwijd stagneert en neigt naar krimp vanaf zo 2050, komt omdat wij mensen kiezen voor minder kinderen en op latere leeftijd. Het lijkt mij sterk dat ‘technologie’ ervoor gaat zorgen dat hierin verandering komt. Om tot die 50 miljard te komen, zullen vrouwen meer kinderen moeten baren. Of laat Andreessen dit ook over aan de technologie en wordt seks alleen voor het plezier?

“Wij geloven dat technologie universalistisch is. Technologie geeft niets om je etniciteit, ras, religie, afkomst, geslacht, seksualiteit, politieke opvattingen, lengte, gewicht, haar of het gebrek daaraan. Technologie is de ultieme open samenleving,” aldus Andreessen. Dat klinkt geweldig. De praktijk ziet er echter heel anders uit. Techniek geeft inderdaad niets om etniciteit, ras, religie enzovoorts. Techniek is neutraal. De manier waarop techniek wordt gebruikt echter niet. En net zoals alles op deze aarde, leunt techniek naar macht. Of beter gezegd, de mensen die techniek inzetten leunen naar macht en mensen met macht leunen naar techniek om hun macht te vergroten.

“Technologie wordt gebouwd door een virtuele Verenigde Naties van talent van over de hele wereld. Iedereen met een positieve instelling en een goedkope laptop kan bijdragen,” zo gaat hij verder. Techniek werkt vooral voor de ‘Andreessens, Musks, Gates en Zuckerbergs van deze wereld. Mensen met geld die streven naar macht. Ze werkt ook voor de Xi’s, Poetins en Trumps van deze wereld, mensen die techniek inzetten om hun macht te vergroten. Een positieve instelling en een laptop kunnen daar niet tegenop. In die technologische Verenigde Naties van deze wereld vormen de tech bro’s en de autocraten de ‘Veiligheidsraad’. En net als in de echte Verenigde Naties gebeurt er niets als de Veiligheidsraad het niet wil.

Andreessen vervolgt met: “Technologie is de ultieme open samenleving,” De macht van de Xi’s en Poetins aan de ene kant en Musks, Zuckerbergs en Andreessens aan de andere kant maken dat Andreessens ultieme open samenleving een behoorlijk gesloten indruk maakt. Er is niets opens aan Facebook en Twitter. Een open en democratische samenleving vraagt, zoals Jan Werner Müller terecht constateert om intermediaire instellingen zoals politieke partijen en media die breed toegankelijk, nauwkeurig in de zin dat politieke oordelen en meningen moeten worden onderbouwd door feiten, autonoom in de zin van niet op corrupte wijze afhankelijk zijn van min of meer verborgen actoren, evalueerbaar en controleerbaar zijn4. Facebook en Twitter zijn breed toegankelijk. Aan de andere genoemde aspecten waaraan een intermediaire instelling moet voldoen, schort bij Facebook en Twitter het nodige. En dat geldt ook voor alle vormen van artificiële intelligentie die tot op heden zijn ontwikkeld. En als artificiële intelligentie werkelijk intelligenter wordt dan de mens, dan wordt dat helemaal een probleem.

“Wij geloven dat Amerika en haar bondgenoten sterk moeten zijn en niet zwak. Wij geloven dat nationale kracht van liberale democratieën voortvloeit uit economische kracht (financiële macht), culturele kracht (zachte macht) en militaire kracht (harde macht). Economische, culturele en militaire kracht vloeien voort uit technologische kracht. Een technologisch sterk Amerika is een goede kracht in een gevaarlijke wereld. Technologisch sterke liberale democratieën waarborgen vrijheid en vrede. Technologisch zwakke liberale democratieën verliezen van hun autocratische rivalen, waardoor iedereen slechter af is.” Technologie als wondermiddel om de democratie te redden. De ervaringen in de huidige wereld laten zien dat technologie net zo goed gebruikt kan worden ter inrichting en versterking van een autocratie. Als we alle berichten mogen geloven dan is China hard op weg om de dystopische samenleving die Orwell in zijn roman 1984 schetst, te realiseren. Een staat waarin de overheid ieder aspect van het leven bewaakt, controleert en beïnvloedt. En aan de andere kant worden nu onze ogen geopend dat monopolistische bedrijven op de vrije Amerikaanse markt het gewin boven de moraal stellen en zich voegen naar de ‘wil van Trump’. Bedrijven die in het Westen hetzelfde doen en kunnen als de Chinese staat in China. Bedrijven die zich opwerpen als nieuwe intermediaire instellingen zoals Müller ze beschrijft maar die niet voldoen aan belangrijke kenmerken van intermediaire instellingen. Het is niet de techniek die vrijheid en vrede, laat staan de (liberale) democratie, garandeert. Dat kan alleen de mens. Maar dat kan de mens niet in z’n eentje. Daarvoor is een sterke overheid nodig. Een sterke overheid die, om de al genoemde Müller aan te halen, deze monopolies kan opbreken en ze andere wettelijke kaders oplegt5.

Onder het kopje The Meaning of Life wordt het heel bijzonder, verwarrend en tegenstrijdig. Na inleidende opmerkingen dat techno-optimisme een materiële en geen politieke filosofie is en niet links en ook niet rechts, begint het bijzondere: “Een veelgehoorde kritiek op technologie is dat het de keuze uit ons leven wegneemt omdat machines beslissingen voor ons nemen. Dit is ongetwijfeld waar, maar wordt ruimschoots gecompenseerd door de vrijheid om ons leven in te richten die voortvloeit uit de materiële overvloed die wordt gecreëerd door ons gebruik van machines.” Lees ik hier goed dat het inleveren van de politieke vrijheid om belangrijke keuzes te maken wordt goedgemaakt omdat we ons leven makkelijk kunnen maken door de door de machines gecreëerde materiële overvloed? Dat lijkt verdacht veel op het China onder Xi. De Chinezen hebben geen politieke vrijheid maar wel in toenemende mate spullen om hun leven te vergemakkelijken. Als een volleerd Romeinse keizer stelt Andreessen voor om het volk af te kopen met ‘brood en spelen’.

Dat is niet het enige: “Materiële overvloed van markten en technologie opent de ruimte voor religie, voor politiek en voor keuzes over hoe te leven, sociaal en individueel.” Maar wacht even. De markt moest toch voorkomen dat mensen: “legers zouden oprichten en religies zouden beginnen?” Ze moesten toch worden verleid naar: “vreedzame productieve bezigheden?” Nu opent diezelfde markt met de technologie de ruimte voor religie en via religie dan ook weer naar oorlog want dat beschreef Andreessen als een een-tweetje.

Hij gaat verder. Technologie is: “Bevrijdend van menselijk potentieel. Bevrijdend voor de menselijke ziel, de menselijke geest. Uitbreiding van wat het kan betekenen om vrij te zijn, om vervuld te zijn, om te leven. Wij geloven dat technologie de ruimte opent van wat het kan betekenen om mens te zijn.” Technologie heeft niets met vrijheid te maken. Vrijheid kan zonder technologie en onvrijheid kan ook met technologie. Sterker nog, vrijheid is, aldus de digitale Van Dale: “onafhankelijkheid.” Hoe onafhankelijk ben je als je afhankelijk bent van techniek? Techniek bepaalt niet wat het betekent om mens te zijn. Technologie kan het leven makkelijker maken. Het kan het echter ook veel moeilijker maken. Dit laatste zien we iedere dag als we beeld en geluid uit onder andere Oekraïne en Gaza krijgen.

Andreessen ziet ook ‘vijanden’. Onder dat kopje schrijft hij: “Onze vijanden zijn geen slechte mensen, maar eerder slechte ideeën.” En die slechte ideeën worden: “al zes decennia lang,” als een: “massale demoralisatiecampagne – tegen technologie en tegen het leven,” gevoerd. Gevoerd: “onder uiteenlopende namen als “existentieel risico”, “duurzaamheid”, “ESG”, “Sustainable Development Goals”, “sociale verantwoordelijkheid”, “stakeholderkapitalisme”, “voorzorgsprincipe”, “vertrouwen en veiligheid”, “tech-ethiek”, “risicobeheer”, “ontgroeiing”, “de grenzen van de groei”.” Die slechte ideeën zijn: “gebaseerd op slechte ideeën uit het verleden – zombie-ideeën, veel afgeleid van het communisme, toen en nu rampzalig – die weigeren te sterven.” Noem het ‘communistisch’ en inhoudelijke onderbouwing van je bezwaar is niet meer nodig. Laat alles wat achter die ‘uiteenlopende namen’ gebeurt achterwegen en we kunnen terug naar slavernij en kinderarbeid. Naar massale vervuiling van onze leefomgeving door bedrijven. Naar arbeidssituaties waarbij Rana-plaza een walhalla lijkt. Naar zaken die het leven voor het overgrote deel van de mensheid beter maakt. En eigenlijk voor alle mensen want ook de Andreessens, Musks en Bezossen kunnen de aarde nog niet ontvluchten, al willen ze dat wel graag.

Andreessens vervolgt zijn lijst met wat stropoppen: “Onze vijand is stagnatie. Onze vijand is anti-verdienste, anti-ambitie, anti-streven, anti-prestatie, anti-grootheid. … Onze vijand is bureaucratie, vetocratie, gerontocratie, blinde eerbied voor traditie.” Niemand is voor deze zaken. Niemand is voor bureaucratie. Echter, zonder enige vorm van bureaucratie kan een samenleving die groter is dan 500 mensen niet en een moderne westerse samenleving al zeker niet. “Onze vijand is corruptie, regelzucht, monopolies, kartels.” Een bijzondere opsomming want tegen kartels, monopolies en corruptie zijn, kan niet zonder regels. Vervolgens weer een stropop: “Onze vijand zijn instellingen die in hun jeugd vitaal en energiek waren en de waarheid zochten, maar die nu gecompromitteerd en aangetast en instortend zijn – die vooruitgang blokkeren in steeds wanhopiger pogingen om relevant te blijven, die verwoed proberen hun voortdurende financiering te rechtvaardigen ondanks spiraalvormig disfunctioneren en escalerende onbeholpenheid.” Het zou geen stropop zijn als hij man en paard zou noemen. De ene lezer denkt hierbij aan bijvoorbeeld milieudefensie, ik lees hierin Facebook, Twitter en eenmanspartij PVV.

Dan volgt een bijzondere vijand: “Onze vijand is de ivoren toren, de know-it-all gecrediteerde expert wereldbeeld, zich overgeeft aan abstracte theorieën, luxe overtuigingen, sociale engineering, losgekoppeld van de echte wereld, waanvoorstellingen, ongekozen, en onverantwoordelijk – God spelen met het leven van anderen, met totale isolatie van de gevolgen.” Andreessen heeft hierbij vast mensen op het oog. Bijvoorbeeld ‘woke wetenschappers’ die zich bezighouden met milieubescherming of rechtvaardigheid. Maar als we het dan toch over ‘ongekozen voor God spelen met het leven van anderen, met totale isolatie van de gevolgen’ hebben, dan zie ik Andreessens manifest. Door niets en niemand gekozen pleit hij voor het ongehinderd door die misleidende demoralisatiecampagne en bureaucratie ruim baan geven aan ‘techniek en de markt’. De pot verwijt de ketel.

“Onze vijand is spraak- en gedachtecontrole – het toenemende gebruik, in het volle zicht, van George Orwell’s “1984” als handleiding.” En wat maakt spraak en gedachtecontrole mogelijk? Juist ja, de moderne technische middelen. Het probleem van de Stasi was dat ze een karrenvracht aan ‘Informelle’ nodig had. Op vijftig Oost-Duitsers was er één werkzaam voor de Stasi, in totaal zo’n 300.000. ‘Informelle’ die naast de overige burgers ook elkaar bespioneerden. Zuckerbergs Meta controleert met minder dan 75.000 personeelsleden de gedachten en spraak van meer dan 3 miljard mensen. En het bedrijf gaat daarbij verder dan controle. Het verkoopt je gegevens zodat andere bedrijven of politici je gedachten in een bepaalde richting kunnen sturen. In de richting van een nieuw mobieltje wat je te ‘toch echt nodig hebt’ om erbij te horen. Maar ook in de richting van een politieke stroming.

“Onze vijand is vertraging, afnemende groei, ontvolking – de nihilistische wens, zo trendy onder onze elites, voor minder mensen, minder energie en meer lijden en dood.” En ja, daar is weer de vijand nummer één van iedereen en zeker van een populist: de elite die met vooropgezette plannen ons naar de ondergang wil werken. Bijzonder om een miljardair te horen praten over ‘de elite’. Als ‘ontvolking’ de vijand is, dan behoort het gros van de wereldbevolking tot de vijand. Het gros van de wereldbevolking kiest namelijk voor minder kinderen. Zoveel minder dat in grote delen van de wereld, en dan voor de rijkere en technologische geavanceerdere delen van de wereld er minder kinderen worden geboren dan er nodig zijn om de bevolking op peil te houden. Er is geen ‘elite’ die hen daartoe dwingt. Die keuze maken ze zelf in alle vrijheid. Vervult Andreessen nu niet de rol van de ‘elite’ door erop te wijzen dat de wereld naar de 50 miljard mensen moet?

En na de ‘elite’ komt de heks in beeld: “We zullen mensen die gevangen zitten door deze zombie-ideeën uitleggen dat hun angsten ongegrond zijn en dat de toekomst rooskleurig is. Wij geloven dat deze gevangen mensen lijden aan ressentiment – een heksenbrouwsel van wrok, bitterheid en woede dat ervoor zorgt dat ze verkeerde waarden aanhangen, waarden die schadelijk zijn voor zowel henzelf als de mensen om wie ze geven. Wij geloven dat we hen moeten helpen om de weg te vinden uit hun zelfopgelegde labyrint van pijn.” Wat menslievend van Andreessen dat hij mensen wil redden. De ‘heks’ met zoals we eerder zaken ‘communistische wortels. Andreessen schrijft dit onder het kopje vijanden. Dat duidt op ressentiment van zijn kant. Een vijand is, aldus de digitale Van Dale, naast een “vijandelijk leger, of vijandelijk volk” ook: “iemand die haatgevoelens heeft en deze probeert te uiten in daden of woorden.” Zit Andreessen niet gevangen in zijn eigen ‘terminator-ideeën’ en legt hij hier niet vol ressentiment aan ons uit dat wij de verkeerde waarden aanhangen. Moeten we hem niet ‘bevrijden’ uit zijn ‘zelfopgelegde labyrint van pijn’?

Van de vijanden stapt hij over naar de toekomst. “Welke wereld bouwen we voor onze kinderen en hun kinderen en hun kinderen? Een wereld van angst, schuld en wrok? Of een wereld van ambitie, overvloed en avontuur? Wij geloven in de woorden van David Deutsch: “We hebben de plicht om optimistisch te zijn. Omdat de toekomst open is, niet vooraf bepaald en daarom niet zomaar geaccepteerd kan worden: we zijn allemaal verantwoordelijk voor wat die toekomst in petto heeft. Daarom is het onze plicht om te vechten voor een betere wereld.”” Een laatste stropop. Net als er iemand is die een wereld van angst, schuld en wrok wil en daarvoor pleit. Andreessen manier om voor die betere wereld te vechten is het Techno-Optimisme. Mijn manier om te vechten voor een betere en optimistischer wereld is er door bombastische verhalen als die van Andreessen te ontleden tot wat ze zijn. En wat is dat Andreessens verhaal?

Hierboven wees ik al de tegenstrijdigheid in Andreessens manifest met betrekking tot religie. De tegenstrijdigheid dat markten en techniek de mens daarvan weg moest verleiden en dat hij verderop betoogde dat dezelfde markten en techniek hen daar vervolgens de ruimte voor zou geven. Een goede lezer zal het zijn opgevallen dat veel zinnen uit het manifest beginnen met de woorden: ‘wij geloven’. Daarmee kom ik bij het belangrijkste. Andreessen houdt een lofzang op de markt en onbegrensde mogelijkheden van techniek. Techniek is een product van menselijk vernuft en nam een grote vlucht toen de mens wetenschap ging bedrijven. Het manifest krijgt hiermee een zweem van wetenschappelijkheid. Het manifest heeft echter niets met wetenschap te maken. Het is geloof, het is niets meer en niet minder dan een religie. Een geloof waar de techniek de plaats van God heeft ingenomen en aanbeden moet worden. Techniek is echter geen God, het levert middelen die mensen kunnen gebruiken. Ze kunnen ten goede en ten kwade worden gebruik. Net zoals religieuze verhalen uit de bijbel, koran en de thora ten goede en ten kwade gebruikt kunnen worden. En net zoals die religieuze boeken zit het Techno-Optimistisch Manifest vol met tegenstrijdigheden en met hele, halve waarheden en zelfs onwaarheden. Het Manifest zegt alles over Andreessens denken en veel over het denken in de hoogste regionen van de ‘techindustrie’. Dat er in die regionen op deze manier wordt gedacht, baart grote zorgen. Grote zorgen omdat de kringen waarin Andreessen verkeert, de zoals Morozov ze in het Correspondentartikel noemt: “filosoof-koningen van Silicon Valley (…) niet slechts de weldoeners van vroeger (zijn), die geld stoppen in denktanks. Nee, deze mannen bouwen aan zwaarder geschut: hun investeringsportfolio’s zijn manifestaties van hun filosofische standpunten; ze zetten hun overtuigingen om in klinkklare marktposities. Waar de miljardair uit de industriële tijd een stichting optuigde als hij zijn wereldbeeld wilde vereeuwigen, bouwen deze figuren investeringsfondsen die tegelijkertijd dienen als ideologische forten.”

Morozov: “Deze mannen hebben immers drie dodelijke gereedschappen in hun kist: plutocratisch gewicht (zó geweldig veel geld dat ze de fysieke werkelijkheid kunnen vervormen), orakelachtige autoriteit (waarbij ze hun technologische visies presenteren als onvermijdelijke toekomstvoorspellingen) en platformsoevereiniteit (ze bezitten de digitale knooppunten waar maatschappelijke discussies zich ontvouwen).” Deze mannen zijn gevaarlijk en dat maakt dit manifest gevaarlijk. Gevaarlijk omdat het ons in slaap probeert te sussen met een nieuwe ‘religie’. Een nieuwe religie die net als de eerdere religies, uit is op je slaafse gehoorzaamheid. Dat doet ze door je vrijheid in de vorm van een materialistische hemel op aarde te beloven, maar je ondertussen berooft van je echte vrijheid. Hij berooft je van die vrijheid door je ‘brood en spelen’ te beloven.

1 Een stropop is een redenering waarbij niet de werkelijke redenering van een opponent wordt weerlegd, maar een karikatuur ervan.

2 https://www.businessinsider.nl/in-chili-ligt-een-berg-kleding-die-vanuit-de-ruimte-zichtbaar-is/

3 Ha-Joon Chang, 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme, pagina 18. Nieuw Amsterdam 2010

4 Jan Werner Müller,Democracy Rules, pagina 139-140

5 Idem, pagina 183

BBB opportunisme

Begin 2016 overleed Antonin Scalia een van de negen opperrechters in de Verenigde Staten. Volgens de regels van het Amerikaanse spel was het aan toenmalig president Barack Obama om een opvolger te benoemen. Die poging werd gefrustreerd door de Republikeinse senatoren. Zij gaven hiervoor als reden dat Obama was begonnen aan zijn laatste jaar als president en het benoemen van een rechter zou moeten overlaten aan zijn opvolger die toen nog onbekend was. Zij hielden voet bij stuk en uiteindelijk benoemde Trump Neil Gorush als opvolger. Ik moest hieraan denken toen ik las dat de BBB wil dat de oude Eerste Kamer niet meer stemt over twee wetsvoorstellen.

Het betreft hierbij een voorstel om de Wet publieke gezondheid te veranderen en zo een wettelijke basis te bieden voor een deel van de maatregelen die werden benut bij de bestrijding van de Covid-19 pandemie en de nieuwe Pensioenwet. De partij is tegen deze wetten en omdat ze succesvol was in de recente verkiezingen groeit haar gewicht in de nieuwe Eerste Kamer. “Resultaten van onderzoeken over het vertrouwen in de politiek vragen juist nu om zorgvuldige processen en volledige erkenning van de laatste verkiezingsuitslag,” zo onderbouwt de partij haar betoog. Nu wordt die verkiezingsuitslag door niemand betwist en door iedereen erkend, dus dat hoeft geen belemmering te zijn. Ook wordt de wet geheel volgens de geldende procedure behandeld. Het proces is daarmee zorgvuldig.

De partij ziet het anders: “Wij hebben bij deze gang van zaken grote bedenkingen: ingrijpende besluiten worden op de valreep genomen en bij de pensioenwet is de stemming nu gepland NA de verkiezingen voor de Eerste Kamer en VOOR benoeming van de nieuwe Eerste Kamer leden die hun eerste vergadering hebben op 13 juni 2023. Dit is ongepast en berooft onze toekomstige fractie om bij belangrijke besluiten voor Nederland het democratisch mandaat uit te oefenen. Wij verzoeken u dus de behandeling van deze beide wetsvoorstellen niet af te ronden in de samenstelling van de oude Kamer.”  En omdat het bij Tweede Kamerverkiezingen gebruikelijk is dat de: “oude Kamer na de verkiezingen geen enkel besluit van enige importantie meer,” neemt, wil de partij dit ook toepassen op de Eerste Kamer. Op het eerste gezicht een plausibel pleidooi maar is het dat ook?

Inderdaad is het gebruik dat er tijdens een verkiezingsperiode voor de Tweede Kamer geen zwaarwegende zaken meer worden voorgelegd aan de Tweede Kamer. De BBB stelt nu voor dit ook voor de Eerste Kamer te laten gelden. Er is echter één groot verschil tussen de Tweede en de Eerste Kamer en dat is de manier waarop haar leden worden gekozen. De leden van de Tweede Kamer worden rechtstreeks door de kiezer gekozen. Die verkiezingen vormen tevens de basis voor het vormen van een regering. Partijen en haar leden profileren zich in die verkiezingen met een programma waarin ze aangeven wat zij vinden dat het beste is voor het land.

De leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de  Provinciale Staten van de twaalf Nederlandse provincies en sinds dit jaar een dertiende provincie bestaande uit kiesgerechtigde Nederlanders in het buitenland. Dit gebeurt zo’n twee maanden nadat wij als kiezers die leden van Provinciale Staten hebben verkozen. Aan die verkiezingen voor Provinciale Staten nemen andere partijen deel maar dat is nog niet eens zo belangrijk. Belangrijker is dat de aan de provinciale verkiezingen deelnemende partijen, zich profileren op provinciale thema’s, niet op landelijke thema’s. Pensioenen en publieke gezondheidszorg zijn geen thema’s voor provinciale verkiezingen simpelweg omdat de provincies hier niet over gaan. Dat zijn thema’s voor landelijke verkiezingen en dat waren het ook bij de verkiezingen van maart 2021. Zou het voor het vertrouwen in de politiek en de zorgvuldigheid van procedures helpen om de uitstel van de behandeling van wetten op te schorten?

Er is meer. BBB betoogt dat een Eerste Kamer in de periode tussen de verkiezingen van Provinciale Staten en de benoeming van de nieuwe Eerste Kamer, geen zwaarwegende besluiten meer mag nemen. Die periode is drie maanden want de nieuwe Eerste Kamer wordt in de tweede helft van juni benoemt Dit analoog aan de gang van zaken bij de Tweede Kamer. De partij heeft hierbij de klok horen luiden maar weet niet waar de klepel hangt. Kenmerkend voor Tweede Kamerverkiezingen is dat een kabinet dan demissionair is, het heeft geen missie meer. Dat kan omdat het kabinet is gevallen, de breuk niet meer te lijmen is en er geen andere regering geformeerd kan worden, maar ook omdat haar wettelijke termijn van vier jaar is verstreken en de verkiezingen zijn uitgeschreven. Dan is het gebruik dat het kabinet geen besluiten meer neemt over zwaarwegende, controversiële zaken en de Tweede Kamer eenzelfde houding hanteert. Dat ligt bij de Eerste Kamer anders. Er is nog steeds een kabinet met een missie, of het een goede missie is daarover kun je van mening verschillen maar dat doet er voor het proces niet toe. Ook is er nog steeds een rechtstreeks door de kiezer gekozen Tweede Kamer, een Kamer met missie. Er is dus geen reden om het wetgevende werk ‘on hold’ te zetten.

Belangrijkste bezwaar is dat met gehoorgeven aan de wens van BBB een hellend vlak wordt betreden. Een hellend vlak dat de bestuurbaarheid van Nederland aantast. En daarmee kom ik uiteindelijk bij de opvolging van Scalia. Bij navolging van het idee van BBB ontstaat er een tweede moment dat er in ons land niet wordt besloten. Nu is dat alleen rond de landelijke verkiezingen. Dat moment duurde na de verkiezingen van 2021 meer dan een jaar. Het kabinet Rutte 3 viel op 10 januari 2021 en de opvolger Rutte 2 stond precies een jaar later op het bordes. De BBB wil daar nu de periode tussen de provinciale verkiezingen en de verkiezing van de Eerste Kamer aan  toevoegen. Dat zijn drie maanden maar wat let een partij die er in ‘de peilingen’ goed voorstaat om die periode niet op te rekken tot de verkiezingsstrijd en zelfs nog verder?

Het hellende vlak kan ook tot andere ellende leiden. Namelijk tot opportunisme en als de oproep van BBB ergens van getuigt dan is het opportunisme en daarmee ben ik bij de opvolging van Scalia. Obama mocht niet ‘over zijn graf regeren’ door in zijn laatste jaar nog een rechter te benoemen. Een rechter die voor de rest van zijn of haar leven wordt benoemd. Iets meer dan vier jaar later op 18 september 2020 overleed Ruth Bader Ginsburg, ook opperrechter, minder dan twee manden voor de verkiezingen. Dit keer zagen de Republikeinen onder leiding van Trump geen reden om de benoeming uit te stellen tot na de verkiezingen.

Het bijzondere normaal

Het zal niemand ontgaan zijn dat er in de Verenigde Staten presidentsverkiezingen zijn gehouden. Het zal ook niemand zijn ontgaan dat de ene kandidaat, Joe Biden, volgens de regels van het spel gewonnen heeft. Het zal ook niemand zijn ontgaan dat de andere kandidaat, zittend president Donald Trump, zijn nederlaag niet lijkt te erkennen. Het zal ook niemand zijn ontgaan dat die verkiezingen mensen verleiden tot zeer bijzondere redeneringen. Bijzondere maar ook gevaarlijke. Neem Robert Raupach bij Opiniez.

Schrijfmachine, Papier, Bericht, Woord, Verkiezingen
Bron: Pixabay

Raupach: “Gevierd voormalig burgemeester van New York, Rudy Giuliani, werd zaterdag tijdens een persconferentie geconfronteerd met het feit dat de grote Amerikaanse medianetworks Biden al snel als winnaar hadden aangewezen. Terecht wees hij de aanwezige reporters erop dat niet de nieuwsmedia een winnaar uitroepen, maar officiële instanties dat behoren te doen.” Hij heeft gelijk, officiële instanties moeten de winnaar aanwijzen en niet nieuwsmedia. Dus een redelijke opmerking. Alleen lijkt hij hier te suggereren dat er iets bijzonders gebeurd terwijl het niet afwijkt van andere verkiezingen. Neem de verkiezingen van 2016. De nieuwsmedia riepen Trump uit tot winnaar en twee dagen later zat de president-elect al in overleg met de toenmalige president Obama. Op dat moment hadden de officiële instanties Trump nog niet tot winnaar uitgeroepen. Dat gebeurt in de Verenigde Staten altijd geruime tijd na de verkiezingen. Pas dan komen de kiesmannen in de verschillende staten bijeen en bepalen wie in die staat heeft gewonnen en pas dan wordt de uitslag officieel. De manier waarop Giuliani en in zijn verlengde Raupach het presenteren, lijkt het normale iets bijzonders waardoor het bijzondere normaal lijkt.

Rapauch gaat verder: “Biden leidt momenteel met 14.767 stemmen in Arizona, 20.540 in Wisconsin, 36.186 in Nevada en 11.413 stemmen in het nog niet gecallde Georgia. Deze 82.885 stemmen vertegenwoordigen maar 0,06% van de in totaal meer dan 137 miljoen uitgebrachte stemmen. Mag zo’n flinterdunne marge een zo belangrijke verkiezing beslissen?” Of de aantallen nu nog hetzelfde zijn, weet ik niet maar ik geloof meteen dat ze klopten toen Raupach zijn artikel schreef. Waar, maar niet de hele waarheid. Als je dan toch resultaten in staten bij elkaar optelt, dan moet je ze ook van alle staten optellen en niet slechts van die paar waar het spannend is. Tel je ze allemaal dan heeft Biden op het moment dat ik dit schrijf ruim vijf miljoen meer stemmen op zijn naam dan Trump. Dat is niet echt een ‘smalle marge’. Als je deze verkiezingen dan toch, zoals Raupach doet: “een referendum over Trump,” noemt, dan is de uitslag duidelijk. En zelfs al is het verschil in totaal 0,06% van de stemmen of nog minder, dan nog is dat voldoende om iemand als winnaar uit te roepen. Sterker nog. In de Verenigde Staten worden winnaars uitgeroepen die minder stemmen hebben dan de verliezer. Trump weet daar alles van. In 2016 stemden er bijna drie miljoen mensen minder op hem dan op verliezer Hilary Clinton en toch won hij eerlijk volgens de regels van het Amerikaanse spel. Ook hier presenteert Raupach het normale als iets bijzonders waardoor het bijzondere normaal lijkt.

Raupach vervolgt: “Hertelling in enkele staten en verder onderzoek naar mogelijke fraude of onregelmatigheden zijn op z’n plaats en zijn een logische stap van het Trump-kamp. Je zomaar neerleggen na zo’n 5,5 jaar vechten (voorverkiezingen en campagne meegerekend) zit niet alleen niet in de aard van het beestje, dat simpelweg ook niet tegen zijn verlies kan, maar zou ook bij de zeer loyale achterban tot onvrede leiden.”Inderdaad zal het best een logische stap zijn in het kamp Trump en het kan best zijn dat neerleggen bij verlies tot onvrede bij de zeer loyale achterban leidt. Je neerleggen bij een eerlijke nederlaag is echter ook een van de kenmerken van een democratie. En ja, ook mogelijke fraude moet worden onderzocht. Het is niet Biden die moet aantonen dat hij eerlijk heeft gewonnen, maar Trump die moet aantonen dat er gefraudeerd is. Ook hier wordt het bijzondere gepresenteerd als normaal waardoor het normale bijzonder lijkt te worden.

“Het journalistentrucje om in elk nieuwsbulletin de bijzin te vermelden: “Er zijn geen bewijzen voor fraude” gaat in de hoofden van het weinig kritische grote publiek zitten en wordt op die manier vanzelf een waarheid.” Zo gaat Raupach verder. Maar beste meneer Raupach, als er geen bewijzen zijn, zijn er geen bewijzen. En wat betreft die ‘hoofden’. Wie begon er ook al weer ver voor de verkiezingen te roepen dat hij alleen kon verliezen als er gefraudeerd werd? Wie begon er met het verdacht maken van poststemmen en procedures hieromtrent? Zou het niet kunnen dat dit in de hoofden is gaan zitten van een flink deel van het weinig kritische iets kleinere publiek van fervente Trumpaanhangers? En weer wordt iets normaals als bijzonder gepresenteerd waardoor het bijzondere normaal lijkt.

Waarin deze verkiezingen echt afwijken van eerdere is dat de verliezende kandidaat zijn nederlaag niet erkent. Vier jaar geleden erkende Hilary Clinton na een dag haar nederlaag terwijl ze meer stemmen haalde dan haar tegenstander. Trump weigert dit en vecht de uitslag, het proces, de stembiljetten en alles eromheen aan. Sterker nog, hij wist al weken zo niet maanden tevoren dat er ‘fraude was gepleegd’. Dat is zijn goed recht, maar maakt het nog niet ‘normaal’.

Het normale bijzonder laten lijken en het bijzondere normaal is een gevaarlijke ontwikkeling.

Trump, Adam Smith en Alejandro Valverde

“Een jong kind heeft geen zelfbeheersing. Welke emoties het ook heeft, vrees, verdriet of boosheid, altijd tracht het door zo hard mogelijk te schreeuwen de aandacht van zijn kindermeisje of ouders te trekken.”  Toen ik deze zin gisteren las, moest ik denken aan de eerste toespraak van Trump na de verkiezingen van afgelopen dinsdag de derde november. Ik zag een bang, boos, verdrietig of combinaties van deze drie, persoon die om aandacht vroeg. Alleen was het geen kind maar een man van vierenzeventig die al vier jaar president is van het machtigste land van de wereld. Een man die door velen wordt gezien als een krachtige persoonlijkheid en leider. Zou Smith dat ook zo zien?

Eigen foto

Deze zin schreef de Schotse moraalwetenschapper en vader van de economische wetenschappen Adam Smith in zijn andere belangrijke maar veel minder bekende werk in 1759. Dit boek is recentelijk voor het eerst in het Nederlands vertaald met als titel De Theorie over morele gevoelens. In dit boek gaat Smith op zoek naar het ontstaan en functioneren van de moraal. Moraal is, om het heel kort samen te vatten, het evenwicht tussen de behoefte aan sympathie en de angst voor afkeuring of onbegrip. Kinderen hebben nog geen besef van moraal, ze kennen het evenwicht nog niet. Dat leren ze terwijl tijdens het opgroeien. “Zolang het kind onder de hoede is van deze partijdige beschermers, is boosheid de eerste en wellicht ook enige gemoedsaandoening die het geleerd wordt te beteugelen,” zo vervolgt Smith de zin waarmee ik opende. Hoe het kind dat leert, zo was het tenminste in het midden van de Achttiende eeuw: “Die zijn vaak omwille van hun gemak genoodzaakt om het met luidruchtige dreigementen vrees aan te jagen en zodoende tot bedaren te brengen en de gemoedsaandoening die het kind bij wijze van spreken aanzet tot de aanval, wordt nu in toom gehouden door de gemoedsaandoening die het kind leert om zich te bekommeren om de eigen veiligheid.” Een moderne opvoedkundige zal daar anders over denken en betogen dat ‘vrees aanjagen’ niet de beste strategie is in de opvoeding van een kind. Dat een kind moet leren om boosheid, maar ook vrees en verdriet te beteugelen, staat buiten kijf. Mensen die om niets in woede of om een klein sneetje in hun duim in huilen uitbarsten zijn niet de meest prettige mensen om mee in gezelschap te verkeren en blinken niet uit in stabiliteit.

Smith vergelijkt vervolgens hoe zwakke en krachtige persoonlijkheden met tegenslag omgaan. Iemand met een zwakke persoonlijkheid geeft zich: “eerder over aan zuchten, tranen en geweeklaag, en tracht als een kind dat nog niet naar school gaat een bepaalde harmonie tot stand te brengen tussen zijn eigen verdriet en het medelijden van de bezoeker – niet door zijn verdriet te matigen, maar door opdringerig te appelleren aan dat medelijden.” Een sterke persoonlijkheid daarentegen: “tracht zoveel als het kan zijn aandacht te richten op het beeld dat zijn omgeving vermoedelijk heeft van zijn situatie. Tegelijkertijd voelt hij de achting en goedkeuring die men natuurlijkerwijs voor hem koestert wanneer hij aldus zijn kalmte bewaart, en hoewel de last van deze of gene recente en grote calamiteit nog steeds op hem rust, lijkt hij voor zichzelf niet méér te voelen dan de mensen om hem heen werkelijk voor hem voelen.” Als we met Smiths bril naar Trump kijken, zien we dan iemand die zijn kalmte bewaart en niet méér voor zichzelf voelt dan voor anderen? Of zien we iemand waarbij de emoties de overhand hebben en die opdringerig appelleert aan ‘medelijden’?

Smith: “In een bestendige situatie, waarin geen verandering te verwachten valt, keert vroeg of laat de geest van ieder mens terug naar zijn natuurlijke en gebruikelijke toestand van kalmte.” Een ingrijpende gebeurtenis slaat ieder mens even uit het veld ongeacht de kracht van de persoonlijkheid. Alleen een zwakke persoonlijkheid doet er veel langer over om het evenwicht weer te vinden. Dus Trump zal weer een keer bij zinnen komen? Dat zou kunnen, maar er is iets wat zorgen baart. Iets verderop schrijft Smith namelijk nog iets interessants: “De grote bron van de ellende en de ontreddering van het menselijk leven lijkt te ontspringen uit de overschatting van het verschil tussen de ene bestendige situatie en de andere. Hebzucht overschat het verschil tussen armoede en rijkdom; ambitie dat tussen het privéleven en een openbaar ambt; eerzucht dat tussen onbekendheid en wijdverbreid aanzien. Iemand die onder invloed is van deze buitensporige gemoedsaandoeningen voelt zich niet alleen ellendig in zijn gegeven omstandigheden, maar is vaak ook geneigd de vrede van de maatschappij te verstoren om te bereiken wat hij zo dwaselijk bewondert.” Zou Trump aan deze ‘buitensporige gemoedsaandoening lijden? Zijn acties en uitspraken na de verkiezingen, wijzen die kant op. Sterker nog, niet alleen de acties na de verkiezingen. Als iets zijn presidentschap kenmerkt, dan is het precies dat ‘verstoren van de vrede van de maatschappij’.

Afbraak zonder opbouw. Wat zou het dan zijn wat Trump ‘zo dwaselijk bewondert’ en dus wil bereiken dat al die afbraak waard is? Het enige wat ik hier kan bedenken is zijn zelfbeeld als ‘onoverwinnelijke winnaar’. En dan moet ik denken aan de wielrenner Alejandro Valverde Belmonte. Inmiddels veertig fiets hij op de dag dat ik dit schrijf nog de laatste etappe van de Vuelta. Valverde heeft als bijnaam ‘El Imbatido’, in goed Nederlands ‘De Onverslagene’. Valverde heeft veel gewonnen maar onverslagen is hij zeker niet. In de meeste koersen waar hij aan de start stond, won hij niet. Sterker nog, ‘veelwinnaar’ Valverde heeft dit jaar nog niets gewonnen. Als Valverde, net als Trump, was gaan geloven in zijn onoverwinnelijkheid, dan had hij al lang niet meer gefietst en niet zoveel gewonnen als hij heeft gewonnen. Het lijkt erop dat Trump denkt dat een sterke man niet kan verliezen, verliezen is iets voor de zwakken en hij ziet zich als een sterke man. De Theorie over morele gevoelens lezend denk ik dat Smith daar anders over zou denken.  

Homeopaat Trump

“Als je een leraar hebt, die bekend is met wapens, zou dat een aanval heel snel kunnen beëindigen,” een uitspraak van de Amerikaanse president Donald Trump, zo las ik bij de Volkskrant. Trump deed deze uitspraak in een bijeenkomst in het Witte Huis ter herdenking van de laatste schietpartij in Florida. Het bewapenen van leraren zou daarmee de gevolgen van schietpartijen op scholen beperken.

pistol-1686697_960_720

Illustratie: pixabay.com

Trump onderbouwde zijn idee door te zeggen dat een gemiddelde schietpartij op een school drie minuten duurt terwijl de politie er gemiddeld vijf tot acht minuten over doet om op de plek te komen. Gewapende medewerkers zouden daarom sneller een eind kunnen maken aan een schietpartij. Dit betekent dat de meeste schietpartijen niet door de politie worden beëindigd maar door ‘anderen’. Als we, zo lijkt Trump te redeneren, nog meer ‘anderen’ bewapenen, dan wordt een schietpartij nog eerder beëindigd en vallen er waarschijnlijk minder slachtoffers.

Dat zou een logische redenering kunnen zijn. Ware het niet dat schietpartijen op scholen, maar niet alleen daar, vooral iets van de Verenigde Staten zijn. De New York Times geeft een mooi overzicht dat laat zien dat er in de VS per dag relatief gezien ongeveer vijfenhalf keer meer doden door wapengeweld vallen dan in het tweede Westerse land op de lijst, zevenentwintig in de VS vergeleken met vijf in Griekenland en Canada als die landen een even grote bevolking zouden hebben als de VS. Of, zoals de New York Times schrijft: “Gun homicides are just as rare in several other European countries, including the Netherlands and Austria. In the United States, two per million is roughly the death rate for hypothermia or plane crashes.”

Nu zijn de VS ook het land met de meeste wapens per inwoner in de Westerse wereld. Al die wapens kunnen niet verhinderen dat er slachtoffers door wapengeweld vallen. Zou de homeopaat Trump het bij het rechte eind hebben dat het toevoegen van nog meer wapens (ziektekiemen), tot een wonderbaarlijke genezing leidt?

Angels or demons?

Deze week viel Raqqa de hoofdstad van het IS-Kalifaat. Nou ja vallen, de gebouwen die de stad vormden, waren de stad al voorgegaan. Als we de beelden moeten geloven, staat er niet veel meer overeind en dat wat er nog staat, staat op instorten. Toch is de val reden voor tevredenheid. Maar niet alleen tevredenheid, ook zorgen. In de Volkskrant vraagt Rob Vreeken zich af wie in het vacuüm springt dat IS achterlaat. Of de vijand van ‘mijn’ nu verslagen vijand nog steeds ‘mijn vriend’ is? Een interessante vraag en de toekomst zal het uitwijzen.

Cavalier_d'Arpino_-_Archangel_Michael_and_the_Rebel_Angels

Illustratie:  https://commons.wikimedia.org

In dezelfde Volkskrant maakt Arnout Brouwers de balans op: “Maar als je nu naar de regio kijkt, valt vooral de tanende westerse invloed op. Het gecombineerde effect van de Amerikaanse interventie in Irak en de non-interventie tegen Assads bewind in Syrië is groeiende invloed voor Iran en de succesvolle terugkeer in de regio – militair, politiek én economisch – van Rusland.” Het westen heeft dus niet de beste kaarten om van het vacuüm te profiteren om het zacht uit te drukken, zo lijkt Brouwers bezorgt te constateren. En binnen het westen, staat Europa er nog slechter voor:

“Europa, als altijd afwezig in de internationale machtspolitiek, moet nu hopen dat diplomaat Trump de negatieve gevolgen in Syrië en Irak kan beperken – voorwaar geen riante positie.”

De hoop van Europa gevestigd op de diplomatieke vaardigheden van een ‘olifant in een porseleinkast’, dan ziet het er slecht uit. Zeker als die ‘olifant’ slechts één belang kent, het Amerikaanse en dan ook nog in een zeer smalle variant, namelijk het eigen belang van hem en zijn rijke ‘soortgenoten’ in de kudde. Als je het zo beziet dan moeten we de zorgen van Brouwers over de tanende westerse invloed delen.

Zou een andere strategie meer op kunnen leveren? Een strategie die niet is gebaseerd op invloed en macht? Een strategie van afzijdige menselijkheid waarbij  Europa haar eigen waarden hoog houdt? De waarden die zijn verankerd in een democratische rechtstaat die de mensenrechten hoog in het vaandel heeft staan. Een strategie die uitgaat van eerlijke handel, handel die voor de bevolking van beide zijden meerwaarde oplevert, meerwaarde die niet altijd in geld of economische groei uitgedrukt hoeft te worden? Een strategie waarbij de (politiek) vervolgden veiligheid vinden in Europa. Een strategie zonder machtspolitiek en wapengekletter.

“Er zullen weer veel analyses passeren waarin eraan wordt herinnerd dat het Westen eigenlijk deels zijn eigen monsters creëerde, inclusief IS, met zijn interventies in het Midden-Oosten,” aldus Brouwers die lijkt te denken dat we daarmee niet veel opschieten. Maar meneer Brouwers, heeft juist die machtspolitiek en dat wapengekletter uit het verleden niet de huidige ellende veroorzaakt? Zouden we niet daarvan moeten leren en daarom juist kiezen voor een andere aanpak in de hoop daarmee ‘engelen te creëren?

‘Terror after the terror’

Na een daad van terreur hoor je steevast dezelfde riedels. Riedels waarin aan de ene kant erop wordt gehamerd dat we ‘ons niet laten afschrikken’, dat ‘we zullen overwinnen’ en dat we ‘schouder aan schouder’ moeten staan. Al snel daarna volgen ‘het duidelijk benoemen’ van de oorzaken die tegenwoordig dan gelegen zij in ‘de islam’ of het islamisme’ en dat het niet benoemen een vorm van ‘politiek correct wegkijken’ is dat op instigatie van de ‘elite’ door de ‘mainstream media’ wordt overgenomen. ‘Schouder aan schouder’ staan verwordt zo al heel snel tot ‘met de rug naar elkaar toe’ staan.

kleuters

Illustratie: Bloggen.be

Na de aanslag in London van zaterdag jongstleden lijkt er een nieuwe fase ingetreden. Eentje waarin de Amerikaanse president zich met de zaken gaat bemoeien door er wat tweets tegenaan te gooien en zich bemoeit met de binnenlandse aangelegenheden van een bevriend land, gaat reageren op uitspraken van de burgemeester van Londen. Is dat niet diep treurig? Gelukkig laat de burgmeester op een onderkoelde Britse manier via zijn woordvoeder weten dat: “He has more important things tot do than to respond to Donald Trump’s illinformed tweet …” Voor de media is dit ‘smullen geblazen’ en er worden weer veel ‘papieren en digitale kolommen ‘aan besteed.

Zelfs de niet zo mainstream Ballonnendoorprikker schrijft er nu al over. Hij vraagt zich af hoe het kan dat iemand die tot president van de Verenigde Staten is gekozen, het niveau van de kleuterschool niet ontstegen lijkt. Een president die het als een van zijn belangrijkste opdrachten ziet om islamisten van IS te bestrijden, die vervolgens voor 110 miljard dollar aan wapens verkoopt aan de islamisten in Saoedi-Arabië en vervolgens ruzie gaat zoeken met bondgenoten.

Ook vraagt de Ballonnendoorprikker zich af of die ‘papieren en digitale en kolommen’ geen beter lot verdienen. En dus vooral of deze ‘terror after the terror’ hem niet bespaard kan blijven.

We’ve got a Bigger Problem Now

Wie kent ze nog? Nee, verkeerde opening want niet veel mensen kenden ze op hun hoogtepunt in de jaren tachtig van de vorige eeuw? De Dead Kennedys, de beste Amerikaanse punkband, al is dat een persoonlijke mening, afkomstig uit Californië. De band was zeer maatschappijkritisch en nam het ‘systeem’ flink op de korrel. Behalve door hun muziek, werd de band van frontman Jello Biafra bekend door een proces dat tegen hen werd aangespannen naar aanleiding van hun derde album Frankenchrist. Bij dit album zat een poster van Penis Landscape van de Zwitserse kunstenaar Giger. Dit kunstwerk kon volgens de staat Californië niet door de beugel. Daar wil ik het hier niet over hebben.

in god we trust inc

Illustratie: Wikipedia

Ik wil terug naar 1981 toen de band haar 12” In God We Trust Inc. uitbracht. Op de B-kant van deze 12” een bewerking van een van hun bekendste nummers California Uber Alles. Was Califormia Uber Alles al een stevige aanklacht tegen de politiek in de persoon van toenmalige Gouverneur Jerry Brown van Californië, in de bewerking van het nummer met als titel We’ve Got a Bigger Problem Now is Brown vervangen door toenmalig president Reagan.

De eerste zinnen, na de inleidende woorden van Biafra, zetten meteen de toon: “I am Emperor Ronald Reagan. Born again with facist cravings. Still, you made me president.” Het nummer is een aanklacht tegen politici die hun macht gebruiken of eigenlijk misbruiken om hun zakenvriendjes te bevoordelen: “You’ll go quietly to boot camp. They’ll shoot you dead, make you a man. Don’t you worry it’s for a cause. Feeding global corporations’ claws. Die on a brand new poison gas. El Salvador or Afghanistan. Making money for President Reagan And all the friends of president Reagan.” 

Hoe ziet de wereld er nu ruim vijfendertig jaar verder uit? Jerry Brown is weer gouverneur van Californië en is de ‘hoop’ van velen gevestigd op die ‘liberale’ staat om weerstand te bieden aan de harde kanten van het beleid van president Trump.  Is Trump niet een president die de ‘claws’ van de ‘global corporations’ en zijn vrienden voedt? Wordt er in Afghanistan niet nog steeds gevochten en is El Salvador vervangen door Irak en Syrië?

Helaas zijn de Dead Kennedys er niet meer en ben ik vijfendertig jaar ouder.

Verantwoordelijk en aanspreekbaar

De heersende klasse, de elite, begrippen die veel worden gebezigd. Eigenlijk gebruikt iedereen ze en bedoelt er anderen mee. Wie is dan die elite? Zo ook Heleen Mees in de Volkskrant: “Het ligt eerlijk gezegd ook niet voor de hand dat de heersende klasse zonder slag of stoot haar privileges opgeeft.” Wie moeten er privileges opgeven?

verantwoordelijkheid

Illustratie: Startpagina

Voor menigeen zal Mees bij de elite horen, ze schrijft immers voor de Volkskrant. Of Geert Wilders, ook iemand die steevast de elite of die ‘kliek’ aan wil pakken. Wilders is een van de langst zittende kamerleden, vaste klant onder de Haagse stolp dus, behoort hij dan niet bij de politieke elite? Neem Donald Trump die de ‘elitaire varkensstal’ in Washington eens zal uitmesten. Doet hij niet wat iedere nieuwe president doet, die ‘varkensstal’ met zijn vriendjes bevolken? Vriendjes uit de Amerikaanse politieke, zakelijke en mediawereld en behoren die niet tot de elite, net zoals Trump, een zakenman en miljardair, zelf? ‘Joe Sixpak’ is nog niet gevraagd als minister. Zou Geert in zijn kabinet een plek inruimen voor Henk of Ingrid?

In zijn boek Het Financiële Regime betoogt Joseph Vogl dat er niet zo zeer sprake is van een ‘big gouvernment’, maar van ‘big gouvernance’: Tegenover de steeds maar verder afgeslankte staat is een ‘schaduwregering’ komen te staan die met privatiseringen, contractors, leasingpartners en onderaannemers een steeds verder groeiende opeenstapeling van regerende instanties produceert.” Instanties die een overheidsrol vervullen zonder overheids- laat staan democratische controle. Een verweving van staat en bedrijfsleven waarbij de staat steeds meer macht en zeggenschap verliest, waardoor de burger beschermd moet worden door ‘onafhankelijke’ autoriteiten zoals de Autoriteit Consument & Markt en de Autoriteit Financiële Markt. Een minister van Verkeer en Waterstaat met de spoorwegen in haar portefeuille die niets over het spoor te zeggen heeft. Haar collega van Volksgezondheid die ziektekostenpremies voorspeld die veel te laag blijken, ze gaat er niet over, maar wordt er wel op aangesproken en er verantwoordelijk voor gehouden. Zou Vogl een punt hebben?

Volgens Mees moet de strijd tegen die heersende klasse: “daarom voluit worden gevoerd, wat mij betreft binnen de kaders die de rechtsstaat stelt.” Wie is die ‘heersende klasse’? Tegen wie moet er worden gestreden? Tegen de politici of alleen politici van een bepaald signatuur? Tegen de grote, boze overheid? Of tegen deze ‘big gouvernance’ waardoor de verantwoordelijken niet aanspreekbaar zijn en de aanspreekbaren niet verantwoordelijk?

Wer ist das Volk?

“De bevolking is blijkbaar slimmer dan de journalisten.” De reactie van Jos van Rey, in Dagblad de Limburger op de uitverkiezing van Trump tot president van Amerika. Hij is niet de enige die zich op een dergelijke manier uitlaat. Volgens Wilders is het volk het zat, het wil verandering en heeft daarom Trump gekozen. Dergelijke leuzen zijn populair en je hoort ze na iedere verkiezing. Je hoort ze niet alleen van politici, ook ‘duiders’ en journalisten bezigen ze. “De Amerikaanse kiezers hebben ook de heersende progressieve media in Amerika en Europa weggestemd,” zo schrijft Afshin Ellian  bij Elsevier. De Nederlandse partijen die in maart zetels winnen, zullen iets soortgelijks roepen. Ook uitslagen van referenda, zoals over de Europese grondwet en het Oekraïne-verdrag, worden op verschillende manieren geduid. ‘Het volk wil minder Europa, is tegen de EU, is tegen de elite.’

loesje

Illustratie: https://www.loesje.nl/posters/nijmegen-1111_2/

Zijn dergelijke interpretaties wel correct? Inderdaad is Trump verkozen tot president van de Verenigde Staten, dat kan niemand ontkennen.  De uitslag laat zien dat een minderheid van de mensen die is komen stemmen, op Trump heeft gestemd. Clinton kreeg meer stemmen, maar ook minder dan de helft.

Gaat het dan niet wat te ver om dan te zeggen dat ‘het volk’ iets wil? Bestaat het volk alleen maar uit de mensen die op de winnaar van de verkiezingen hebben gestemd? Horen in dit geval diegenen die niet op Trump hebben gestemd dan niet bij het volk? Om een beroemde Oost-Duitse spreuk uit 1989 wat te verbasteren: ‘Wer ist daß Volk?’

Doet zo’n versimpeling wel recht aan de verkiezingsuitslag? In Nederland kreeg minister Asscher de afgelopen week de wind van voren. In de ‘Zwarte Pieten-discussie’ had hij het gewaagd te zeggen dat de meerderheid van tachtig procent die Piet zwart wil laten, rekening moest houden met de gevoelens van de minderheid. ‘Democratie is toch de meerderheid beslist’, zo wordt hem tegen geworpen. Een zelfde soort versimpeling.

Het vreemde is dat dezelfde mensen die onze democratie zo smal uitleggen, de grootste criticasters zijn van de Turkse president. Die is gekozen door een meerderheid van de Turkse kiezers en houdt ook geen rekening met de gevoelens en wensen van de minderheid. Sterker nog, hij sluit ze op en als het hem lukt om de doodstraf weer in te voeren, dan moet de minderheid voor het leven vrezen.

Zouden onze ‘smalle democraten’ leiden aan een dissociatieve identiteitsstoornis?