Gekozen formateur?

Deze week publiceerde de commissie Remkes haar eindrapport. Een kloek document van bijna 400 pagina’s. Ik heb ze nog niet allemaal gelezen. Wel heb ik de samenvatting, of zoals ze dat noemen de publieksversie, gelezen. De opdracht van de commissie was: “kijken of onze democratie nog goed werkt en ook te onderzoeken of die in de toekomst goed zal blijven werken. Ons politieke systeem is al honderd jaar bijna hetzelfde gebleven. De samenleving is in die honderd jaar natuurlijk wel enorm veranderd. Zijn er veranderingen of aanpassingen in onze democratie nodig?” Conclusie: er moet wat veranderen en daarvoor doet de commissie aanbevelingen. Over een van die aanbevelingen, de ‘gekozen formateur’, wil ik het hier hebben.

Foto: Flickr

“De commissie-Remkes vindt dat de kiezers op de dag van de Tweede Kamerverkiezingen ook zélf de formateur van het nieuwe kabinet moeten gaan kiezen. Daarmee kunnen ze duidelijk maken wie volgens hen het nieuwe kabinet moet gaan vormen. De kandidaat-formateurs kunnen dan vóór de verkiezingen duidelijk maken met welke partijen zij samen in een kabinet willen gaan zitten.” Ik ben benieuwd naar de verdere uitwerking van dit idee omdat het wat vragen oproept.

Nu is het gebruik dat de leider van de grootste regeringspartij uiteindelijk de formateur levert. Alleen komt die pas aan zet na een periode waarin de partijen in ‘achterkamertjes’ onderhandelen over een regeerakkoord. Als dat er is, formeert de formateur het kabinet. Betekent dit voorstel dat de ‘onderhandelingen’ over het regeerakkoord al voor de verkiezingen plaatsvinden? Dat zou betekenen dat partijen al voor de verkiezingen een regeerakkoord schrijven en dat wij als kiezer ons uit kunnen spreken over die verschillende regeerakkoorden. Dat betekent ook dat de partijen al voor de verkiezingen aangeven wie de leider van hun ‘coalitie’ is. Dat is vooruitgang, dan weten we tenminste waar we op stemmen.

Maar wat als er zo drie of vier ‘blokken’ zijn van partijen en geen van hen behaalt een meerderheid? Wie wordt dan ‘formateur’? Of moet er dan, net zoals nu, weer worden onderhandeld over een regeerakkoord en wie minister-president wordt? Dan schieten we er niets mee op.

Dat zou je natuurlijk kunnen voorkomen door de tweede verkiezingsronde tussen de twee grootste blokken. Dan is er een duidelijke winnaar. Of een andere oplossing, je voert een districtenstelsel in en hanteert het systeem dat degene die de meeste stemmen krijgt, al is het geen meerderheid, de kamerzetel krijgt.

Maar wacht eens. Waar kennen we die varianten van? Kent Frankrijk niet de eerste variant? En de Engelsen en de Amerikanen de tweede? Staat de democratie er in die landen zoveel beter voor?

Meerdere minderheden

“Milieugroepen zeggen dat ze het algemeen belang dienen, kinderrechtenclubs ijveren voor ruimhartig asiel, gefortuneerde stichtingen werpen zich op als bewakers van de open samenleving namens – ja namens wie eigenlijk?”  Die vraag stelt Martin Sommer in zijn column in de Volkskrant. “Hun bezigheden roepen anders dan die van Shell of Unilever weinig vragen op.” Aanleiding voor zijn column: Georges Soros die via zijn stichting invloed probeert uit te oefenen en dat is tegen het zere been van Sommer: “Deze vorm van privatisering van de macht leidt net zo goed tot daling van het vertrouwen als de bemoeienis van het bedrijfsleven.”  Want het levert: “onevenwichtige besluiten, ook omdat het ontbreekt aan belangstelling voor de overgrote groep die geen Open Society Foundation heeft.” De meerderheid als slachtoffer van de minderheid?

Foto:  Wikimedia Commons 

Voordat ik daarop inga, eerst even het betoog van Sommer: “De mooie pluralistische theorie zegt dat democratie er vooral is voor de bescherming van minderheden tegen de meerderheid,” zo schrijft Sommer: “Maar dat is niet de praktijk. In werkelijkheid weten goed georganiseerde minderheden hun privébelangen beter te verkopen dan de meerderheid.” Minderheden die: “zich niet om vervelende afwegingen die politici moeten maken, om de beperkingen van de schatkist, of om onbedoelde gevolgen.”

Sommer heeft een punt met zijn beweging dat al deze actiegroepen en stichtingen net als de lobby van bedrijven niet de hoeders zijn van de open samenleving. Het zijn behartigers van een specifiek belang dat wordt ‘omgekat’ tot het algemeen belang. Maar geldt dat niet ook voor de programma’s van politieke partijen? Hebben ze niet allemaal gemeen dat ze zeggen het algemeen belang na te streven? Dat ‘toevallig’ het algemeen belang het beste gediend is met hun specifieke belang, dat is is toch ‘logisch’. Kun je hen dat verwijten? Moet je Soros verwijten dat hij strijdt en betaalt voor zijn ideeën? Is dat niet wat iedereen doet? 

Ja, echte democratie is inderdaad het beschermen van de minderheid tegen de meerderheid. Maar is er hier wel sprake van ‘de’ meerderheid die het aflegt tegen een minderheid?  Ja er is een club die haar belang wil doorzetten, maar is er aan de andere kant een meerderheid? Bestaat die meerderheid niet gewoon uit een verzameling minderheden met ook allemaal ‘eigen belangen’ of soms zelfs geen belangen? 

Als dit tot ‘onevenwichtige besluiten’ leidt, ligt dat dan niet aan degenen die het besluit moeten nemen?

De keuze van de kiezer

Volgens Willem Melching houden politici niet echt van democratie. De reden: “De kiezers doen maar wat! En wat zo mogelijk nog erger is: ze hebben ook nog overal een eigen mening over. Vooral over cruciale vraagstukken hebben ze opvattingen gekregen die niet meer stroken met de overtuiging van de ‘boven ons geplaatsten’.”  Gelukkig heeft Melching de oplossing: “Het zou zomaar kunnen dat het zinvol is om eens naar de kiezer te luisteren. Dat was oorspronkelijk namelijk de bedoeling van dit prachtige politieke systeem.”  Zou het werkelijk zo makkelijk zijn? Melching waarschuwt: “wie de angsten van de kiezers negeert, verliest vroeger of later het vertrouwen van hen.”

verkiezingen.jpg

Foto: Flickr

Melching noemt drie beleidsterreinen  waar: “diepe verschillen tussen de opvattingen van de beroepspolitici enerzijds en hun ondankbare kiezersvolk anderzijds.”  Zo hebben: “De kiezers (…) niet alleen twijfels over het nut van het Europees project, maar ze vertikken het ook nog om de grenzen te openen voor massa-immigratie. Ook weigeren ze hardnekkig hun spaarcentjes in de bodemloze put van het klimaatbeleid te storten.” Dat Europese project heeft: “Economische voorspoed gebracht. Maar waarom moeten de Noord-Europese spaarders hun spaarcentjes laten verdampen om de Zuid-Europese economie op de been te houden?” Het asielbeleid is nog van voor de Koude oorlog en: “dat beleid is geen passend antwoord op een massa-immigratie van ongeschoolde landverhuizers uit Afrika en het Midden-Oosten.” En: “Waarom moet Nederland het voortouw nemen met het klimaatbeleid terwijl opkomende economieën hun prijzen laag houden dankzij kolen- en kerncentrales?”  Luisteren naar ‘de kiezer’ betekent dus geen cent naar Zuid-Europa. De grenzen potdicht en niets doen aan de klimaatproblemen.

Toch zie en spreek ik ‘kiezers’ die er heel ander over denken. Sterker nog, ik ben er zelf eentje. Is het wel zo dat we onze ‘zuur verdiende’ spaarcenten aan de Italianen en Grieken geven? Als er bijvoorbeeld in Griekenland iets niet op de been is gehouden, dan is het de economie. De gemiddelde Griek is uitgeknepen als een citroen. Zijn het niet veeleer onze eigen banken die we zo voor een tweede keer hebben gered? Dezelfde banken die grof verdienden aan alle constructies die ze verzonnen?

Dan die potdichte grenzen. Veel dichter dan nu kunnen ze bijna niet. Alleen de ‘hoog opgeleide kenniswerkende migrant’ is welkom. Dit terwijl arbeidsmigratie zowel ons als ook het land van herkomst helpt.

En ja, Nederland moet het voortouw nemen omdat Nederland het probleem mee heeft veroorzaakt. Al is het maar om de stroom vluchtelingen te voorkomen. Dat ‘voortouw’ kan trouwens lucratief zijn. Goede oplossingen kun je immers ‘verkopen’ waardoor die opkomende economieën geen kolencentrales hoeven te bouwen. Het is trouwens maar zeer de vraag of die opkomende economieën nog wel kolencentrales gaan bouwen terwijl er zonnecellen zijn. Trouwens kan Nederland het voortouw nog wel nemen? Heeft China dat niet genomen omdat wij het lieten liggen?

Ja meneer Melching, dé kiezer bestaat niet. Er zijn kiezers. Daarnaar luisteren levert een veelheid aan opvattingen, ideeën en meningen op, niet slechts de uwe. Naar wie moeten ze luisteren?

Party poopers

“Bijna driekwart van de professionals bij gemeenten geeft aan niet voldoende kennis in huis te hebben over smart city-toepassingen.”  Dit blijkt uit een onderzoek waarover de site binnenlandsbestuur.nl bericht. Omdat ik werkzaam ben bij gemeenten betrok ik die conclusie op mezelf: heb ik er voldoende kennis van?

big-brother-2783030_960_720

Illustratie: Pixabay

“Doel van een slimme stad is de levenskwaliteit te verhogen door de stad efficiënter te organiseren en de afstand tussen de inwoners en het bestuur te verkleinen,” zo is te lezen op wikipedia. Een prachtig doel of eigenlijk twee. Hoe moet dat doel worden bereikt? “Alle onderdelen van de stad zijn verbonden via een netwerk van sensoren, internet en hoogstaande technologische apparaten met als motor het internet der dingen.” Dus door nog meer te meten, gegevens te verzamelen. Via sensoren en camera’s worden gegevens verkregen. Mijn vuilnisbak geeft door als hij geleegd moet worden en rijdt automatisch naar de straat. Dan moet hij wel de tussenliggende poorten kunnen openen. Dat is technisch best te realiseren. Handig. De tech-bedrijven zullen de slimme stad met dergelijke mooie voorbeelden verkopen. “Een stad waarbij informatietechnologie en het internet der dingen gebruikt worden on de stad te beheren en besturen.” 

Is het ook zo handig dat wordt bijgehouden hoevaak mijn bak vol is? En ik er allemaal ingooi? Dat via de lantaarnpaal voor ons huis wordt bijgehouden wie er hoevaak op bezoek komt? Wikipedia stelt een cruciale vraag: “is het wel ethisch verantwoord om de macht te leggen bij een aantal technologische bedrijven?” Zeker omdat: “Het concept is ontstaan door de techindustrie. Doordat steden aan de grond liggen van economische ontwikkeling en dit in combinatie met de technologische revolutie, is de slimme stad een goudmijn met een miljardenomzet.” Staat dat ‘beheren en besturen’ echt centraal of draait het om geld?

Nu zijn er steden die een democratische ‘slimme stad’ willen zijn, Barcelona bijvoorbeeld, zo las ik op bij mo.be. Die willen: “‘technologische soevereiniteit’: dat er democratische controle moet komen over stedelijke technologie, met participatie van onder uit en data commons.” Een andere insteek die wellicht meer aanspreekt. Alleen is ‘democratie’ een rekbaar begrip. Poetin en Erdogan noemen zich ook democraat en zelfs in ons eigen land wordt de dividendbelasting afgeschaft terwijl een overgrote meerderheid van de mensen en politieke partijen tegen is. Dus welke garantie geeft ‘democratische controle’?

Welke insteek je ook kiest, een slimme stad zal het ‘beheren’ verbeteren, of het besturen verbetert is maar zeer de vraag. Dat de bestuurder veel meer gegevens van de inwoner heeft, zal wel, maar wordt daardoor de ‘afstand’ tussen beiden kleiner? Die zou ook zomaar groter kunnen worden als de inwoner het gevoel krijgt ‘bespied’ te worden. Dan verliest de inwoner het vertrouwen in die ‘systemen’ en in de overheid of de bedrijven die ze beheren en exploiteren. Dan zal die inwoner zoeken naar manieren om het systeem te ‘foppen’

Besturen is besluiten nemen, gegevens kunnen daarbij helpen maar ook hinderen. Je hebt niets aan gegevens alleen, het gaat om kennis: de verbanden tussen die gegevens. Meer informatie betekent niet automatisch betere besluiten. Zo zou je kunnen besluiten om de verkoop van ijs te verbieden omdat hoge ijsverkoop correleert met veel verdrinkingsdoden. Alleen zal dat geen effect hebben want mensen gaan het water in omdat ze verkoeling zoeken, niet omdat ze een ijsje aten. Daar komt bij dat gegevens iets zeggen over het verleden, ze zeggen niets over de toekomst. Als we vervolgens kijken naar de belangrijkste ontwikkelingen in de geschiedenis van de mensheid, dan zijn dat bijna allemaal breuken met het verleden. Als de uitvinder van het wiel, wie dat ook geweest is, alleen maar naar het verleden had gekeken, dan hadden we nu nog steeds geen wiel gehad. Dan waren we, om sneller te kunnen reizen, snellere paarden aan het fokken in plaats van de auto uit te vinden.

Weet ik nu voldoende over ‘smart city-toepassingen’? Geen idee, immers wat is voldoende en wie bepaalt dat? Weet je er voldoende van als je vrolijk meedoet aan het enthousiasme van de tech-bedrijven en bestuurders die op dit gebied willen scoren? Wat ik in ieder geval weet is dat we dit niet aan die techneuten en enthousiaste bestuurders alleen moeten overlaten. Zou het geen goed idee zijn om  naast die techneuten ‘filosofen’ in dienst te nemen? ‘Party poopers’ die vragen blijven stellen, die zaken ter discussie stellen, die niet meegaan in het ‘enthousiasme’ van het moment, die niet met de lemmingen meelopen? Zou dat niet tot betere besluitvorming leiden, niet alleen over de ’smart city’ trouwens. Zou het niet ‘smart’ zijn van de ‘city’ als zij dat deed?

Maar ja, welke organisatie neemt mensen in dienst die het feestje lijken te bederven? 

‘Krachtige democraten’

“Het beschermen van democratie in digitale tijden is niet eenvoudig.” Dit constateert D66-Europarlementariër Marietje Schaap in de VolkskrantZij ziet hierbij niets in “Snelle maatregelen die de vrije meningsuiting inperken, of technologiebedrijven de sleutels van vrije meningsuiting geven.” Wel moet er iets ondernomen worden tegen geautomatiseerde internet-accounts die zich als mensen voordoen en het denken proberen te beïnvloeden en tegen: “politieke advertenties op basis van micro-targeting.” Want, zo beweert Schaap: “Alleen op basis van transparantie en verantwoording kunnen we onze democratie ook online bewaken.” Een logisch verhaal?

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Foto: Wikipedia

Schaap heeft gelijk dat maatregelen die de vrijheid van meningsuiting aantasten ons verder van huis brengen. Ook het geven van de ‘sleutels aan technologiebedrijven’ door: “bedrijven zoals Facebook en Twitter verantwoordelijk te maken voor het stoppen van de verspreiding van nepnieuws.” is geen goed idee. Laten we eens naar haar oplossing kijken. Transparantie en verantwoording als oplossing, dat klinkt mooi. Maar ….

Was de democratie in tijden voor de komst van het Internet zo transparant? Waren we toen gevrijwaard van ‘nepnieuws’? Was er toen niemand die de mening van mensen wilde beïnvloeden? Was toen precies duidelijk wie ons op welke manier probeerde te beïnvloeden? Was in die tijd alles transparant en legde iedereen eerlijk verantwoording af over het handelen? Laten we eens een recent analoog voorbeeld nemen: de afschaffing van de dividendbelasting. Nu, achteraf wordt er gereconstrueerd en worden de lijntjes duidelijk, alleen legt niemand verantwoording af. Als we Schaaps oplossing volgen, dan zouden die lijntjes ook al vooraf duidelijk moeten zijn, want dat is wat transparantie inhoudt. 

Zou de democratie niet beter af zijn met ‘krachtige democraten’? Met weerbare en nieuwsgierige burgers? Burgers die niets meteen voor ‘waar’ aannemen? Burgers die hun eigen denken ter discussie stellen? Burgers die met elkaar in gesprek gaan, die de dialoog met elkaar aangaan? Zouden we de democratie maar vooral onszelf als mensen niet een geweldige dienst bewijzen door onderwijs dat veel meer is gericht op het ontwikkelen van kritisch denkvermogen en veel minder op ‘arbeidsmarktvaardigheden’? Zou die arbeidsmarkt daar trouwens niet ook baat bij hebben?  

Afhankelijkheidsdag

Het Plakkaat van Verlatinghe, een oud documenten uit 1581, staat de laatste tijd weer in de belangstelling. In de Volkskrant roept de historicus Geerten Waling de Staten-Generaal, wiens naamgenoot en voorganger het document opstelde, op om hiertoe het initiatief te nemen. Volgens Waling zou het een prominente plek moeten krijgen in de aanstaande verbouwing van het Binnenhof: “Opdat iedereen kan zien wat gezien mag worden: dat in 1581 in Den Haag een mijlpaal werd geslagen op de lange en kronkelige weg die ons voerde tot die mooie democratische rechtsstaat van vandaag.” Anderen, zoals de historicus Anton Van Hooff willen de dag van ondertekening, 26 juli, het liefst uitroepen tot een nationale feestdag, een soort ‘onafhankelijkheidsdag’ analoog aan Independence Day in de Verenigde Staten. 

Nicolas_Sarkozy_Bastille_Day_2008_n1

Foto: Wikipedia

Het bijzondere aan het plakkaat is dat het formuleerde dat een volk dat door een heerser slecht wordt behandeld, het recht heeft de heerser af te zetten. Dit terwijl de heersende opvatting in die tijd was dat de macht van de koning van God kwam. Nu moeten we bij het volk denken aan de wat lagere edellieden verenigd in de Staten Generaal. Wat verder bijzonder is, is dat de opstellers zich een leven zonder ‘koning’ niet konden voorstellen. Zij wilden Phillips II liefst inwisselen voor Frans van Valois, de hertog van Anjou en broer van de Franse koning.

Wat bijzonder is aan de redenering van Waling is dat hij het document ziet als een mijlpaal. Dit woordgebruik suggereert een plan met een begin, tussenstappen zoals het Plakkaat en met die ‘mooie democratische rechtstaat van vandaag’ als einddoel. Wat de Staten Generaal ook sloegen in 1581, het was geen mijlpaal op weg naar die ‘mooie democratische rechtsstaat van vandaag’. Het was een stap in een strijd tussen opstandelingen en de vorst. Een stap waarbij de Staten Generaal gebruik maakte van de nieuwe ‘contractredenering’ om zo hun strijdt van rechtmatigheid te voorzien. Rechtmatigheid tegenover toen gebruikelijke redenering dat de koning zijn rechten van god kreeg. Wellicht een belangrijke stap, maar niet meer dan dat.

Is het meest opmerkelijke niet dat het Plakkaat vierhonderd jaar later ineens een centrale plek moet krijgen? Een plek om het ‘bijzondere’ van Nederland te benadrukken. Nadruk op die ‘eigen plek’  en ‘eigenheid’ in een wereld waarin mensen steeds meer met elkaar zijn en worden verbonden. 

De beroemde econoom John Maynard Keynes zei dat ontwikkelen van nieuwe ideeën niet zozeer de moeilijkheid is, maar het ontsnappen aan de oude. Zouden we het oude idee van het ‘nationaal eigene, niet eens achter ons moeten laten? Zou het niet beter zijn om te pleiten voor een afhankelijkheidsdag? Een dag waarop we erbij stilstaan dat we allemaal met elkaar zijn verbonden op deze wereld? Dat wat wij hier doen, gevolgen heeft voor mensen elders op de wereld?

Gebakken lucht

“De sociaal-liberale ideologie was een halve eeuw lang gebaseerd op de vanzelfsprekendheid dat aan migranten asiel verleend wordt en dat zij met de autochtone bevolking een multiculturele samenleving vormen.” Dit schrijft Henk Strating in een bijdrage op de site Opiniez. In die bijdrage beweert hij dat de populistische partijen: “de democratie in Nederland en in Europa voor de ondergang behoeden.” Nu kun je een heel debat voeren over populisme en welke partij ‘populistisch’ is, daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de bewering waarmee ik opende.

gastarbeiders

Foto: Wikimedia Commons

Nu krijgt ‘links’ al sinds Fortuyn de schuld van het ‘multiculturele drama’. De schuld omdat ‘links’ ‘iedereen’ verwelkomde en streefde naar een multiculturele samenleving. de aanklagers van ‘links’ concluderen vervolgens dat die multiculturele samenleving is ‘mislukt’. Nu is ‘links’ nooit aan de macht is geweest wat het lastig maakt om alle ‘ellende’ aan links te wijten. Misschien trekt Strating het daarom breder en introduceert hij de ‘sociaal-liberale ideologie’ die het heeft gedaan. Die ‘ideologie’ vond het vanzelfsprekend dat migranten asiel kregen. Nu is asiel bedoeld voor vluchtelingen en niet voor migranten en er rammelt meer. 

Is die ‘sociaal-liberale ideologie’ van Strating niet een verzinsel dat hem in zijn betoog van pas komt? Van pas komt omdat het een soort ‘contrapunt’ is waartegen hij zich kan afzetten? Een verzinsel omdat ‘ideologie’ een soort vooropgezet plan veronderstelt? Een ideologie die vervolgens ook nog eens de ‘macht’ greep in Nederland? Was het komen tot een ‘multiculturele samenleving’ ooit het doel van een stroming? Was er ooit een stroming die bepleitte dat daarvoor migranten moesten worden binnengehaald? Dat is wat Strating suggereert. 

Aan het begin van die ‘vijftig jaar’ waarover Strating spreekt, werden migranten naar hier gehaald omdat er arbeidskrachten nodig waren voor bijvoorbeeld de Twentse textielindustrie of de hoogovens in IJmuiden. Ze werden gehaald op voorspraak van de betreffende bedrijven, niet omdat een ‘sociaal-liberale ideologie’ erom vroeg. Het was de bedoeling dat ze na een paar jaar weer terug zouden gaan, vandaar de term ‘gastarbeiders’. Van dat teruggaan kwam niets omdat ze hier een leven opbouwden. Een leven waarbij ze in veel gevallen familieleden uit hun land van herkomst naar Nederland haalden. Net zoals er nu veel Oost-Europeanen naar Nederland worden gehaald om te werken. Ook bedoeld als ‘tijdelijk’ maar een flink deel zal niet teruggaan omdat ze hier een leven opbouwen. Al deze ‘migranten’ hebben geen asiel gekregen, wel een verblijfsstatus en velen zelfs het Nederlanderschap.

Hoe sterk is een betoog dat zich afzet tegen gebakken lucht?

 

‘Dictatuur van de minderheid’

Op de site Opiniez pleit YorienvdH voor een nieuwe onafhankelijkheidsverklaring. De eerste onafhankelijkheidsverklaring, het Plakkaat van Verlatinghe, is volgens de auteur wat op de achtergrond geraakt. Een bijzondere constatering omdat het document recentelijk nog is uitgeroepen tot pronkstuk van Nederland. Tot een paar jaar geleden werd er, behalve onder enkele historici, helemaal niet over het Plakkaat gesproken, is dat niet een signaal dat het juist op de voorgrond is geraakt? Dat even terzijde.

Plakkaat_van_Verlatinghe_KB

Foto: Wikimedia Commons

YorienvdH vindt dat er een nieuwe onafhankelijkheidsverklaring moet komen, niet om van onze koning af te komen, maar, om het kort samen te vatten ‘de macht terug te geven aan de burger’. Nu kun je je afvragen of de burger ooit de macht had, maar dat is een ander verhaal. Het gaat mij om een van de argumenten die YorienvdH aanvoert: “In verschillende plaatsen wordt de winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen bewust buitengesloten van de formatiebesprekingen, zoals in Barendrecht, Rotterdam, Tilburg, Ede, Roermond, Oss, Sint Anthonis.”  

Maar wie is winnaar? Laten we eens een voorbeeld uitwerken: de gemeente Venlo. Bij de laatste verkiezingen werd de nieuwe partij, EenLokaal, de grootste met zeven zetels. Een winnaar! Of toch niet? De partij is een samenraapsel van verschillende partijen die in de vorige raad samen tien zetels hadden. Is er dan sprake van winst? Dan de PVV, die deed voor het eerst mee en heeft nu vier raadszetels, een duidelijke winnaar. Of toch niet? De partij behaalde net geen tien procent van de stemmen, bij de laatste verkiezingen voor de Tweede Kamer waren dat er meer dan twintig. 50Plus deed ook voor het eerst mee en kreeg drie zetels, maar geldt daar niet, net als voor alle nieuwkomers, dat ze altijd winnen ook al krijgen ze maar één stem? 

Crucialer, waarom zou de grootste partij niet gewoon buiten de boot mogen vallen? Gaat het er in onze lokale, maar ook landelijke, democratie niet om dat er een college of regering wordt gevormd die op een meerderheid van de zetels in raad of Kamer kan rekenen? Betekent dat niet ook dat die coalitie een meerderheid van de stemmen heeft behaald? 

Zuur voor de ‘buitengesloten’ grootste partij, maar niet ondemocratisch of oneerlijk. Zeker geen reden om een ‘onafhankelijkheidsverklaring’ voor op te stellen. Sterker, zou het het meer rechten of nog sterker het verplicht mee moeten doen van de grootste partij niet een soort ‘dictatuur van de minderheid’ zijn?

Democratisch experiment

“De versplintering van de gemeenteraad in steeds meer fracties biedt een kans tot vernieuwing en daarmee tot andere vormen van overleg, samenwerking en coalitievorming.” De eerste zin van een artikel van Hans Bekkers bij Binnenlandsbestuur. Dit is de conclusie uit een rapport dat de bestuurskundigen Paul Frissen en Martin Schulz schreven in opdracht van de provincie Overijssel. De beide onderzoekers concluderen dat het: “systeem van politiek bedrijven via gedisciplineerde coalitievorming met strakke binding (…) door de versplintering van het politieke landschap in steeds meer en kleinere fracties ‘lastiger (wordt), zo niet onmogelijk’. Daarom is een nieuwe, verruimende politiek nodig.”

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Foto: Wikimedia Commons

Bij het lezen van dit artikel moest ik denken aan het boek Counter-Democracy. Politics in an age of distrust van de Fransman Pierre Rosanvallon dat ik momenteel aan het lezen ben. Voor Rosanvallon is democratie veel meer dan ‘verkiezingen’. Democratie versterkt door op hoofdlijnen drie vormen van tegen-democratie: waakzaamheid, aanklacht en beoordeling. Waakzaamheid in de vorm van bijvoorbeeld de pers of actiegroepen die de volksvertegenwoordigers kritisch volgen en beslissingen beïnvloeden. Gebeurt er iets dat niet door de beugel kan, dan wordt de verantwoordelijke voor die keuze aangeklaagd, Halbe Zijlstra kan erover meepraten. Als laatste beoordeling, beoordeling door onderzoek en evaluatie maar ook door de verantwoordelijke voor de rechter te dagen. De Urgenda-zaak is een mooi voorbeeld hiervan. Vormen van tegen-democratie die de democratie versterken maar die risico’s inhouden.

Ik moest denken aan die tegen-democratie toen ik het artikel van Bekkers en de uitspraken van Frissen en Schulz las. Zou de aanwezigheid van deze inmiddels sterke tegen-democratische krachten ook gebruikt kunnen worden voor een gedurfder experiment? Een experiment met een andere vorm van democratische vertegenwoordiging, namelijk loting van volksvertegenwoordigers en dus maximale ‘versplintering’? Volksvertegenwoordiging als een democratische plicht. Het loten van raadsleden gecombineerd met de verkiezing van de burgemeester? Een burgemeester die via zijn uitverkiezing het mandaat krijgt om zijn beleid uit te voeren maar daarvoor wel de middelen en de goedkeuring van de gelote raadsleden moet verkrijgen? Raadsleden die zonder last en ruggespraak hun werk kunnen doen en niet bezig hoeven te zijn met hun herverkiezing. De kans dat ze voor een volgende termijn worden geloot is immers bijzonder klein.

Het kiezen van de bestuurlijk verantwoordelijke en het loten van de controlerende en regelgevende macht, zouden we een dergelijk experiment aandurven?

Hiddema, het parlement en de rechter

“Als wij dat debat willen, is het prettig dat je met een rechterlijk vonnis kunt komen. Want die rechter oordeelt niet langs politieke voorkeuren.” Dit zegt de tweede man van het Forum voor Democratie, Theo Hiddema, zo lees ik bij Elsevier. Dat debat zou dan moeten gaan over het al of niet racistisch zijn van uitspraken van leden van het Forum voor democratie. Over die uitspraken en het al of niet racistische karakter ervan wil ik het niet hebben.

Hiddema

Foto: Wikimedia Commons

Waarover wel? Over het alleen willen voeren van een debat over de gedane uitspraken als er een rechterlijke uitspraak ligt. Is dat niet een zeer bijzondere opvatting voor een lid van het parlement? Zijn het niet juist de leden van het parlement die voorop moeten gaan in het voeren van het debat? Kiezen wij de leden van het parlement niet juist om het maatschappelijk debat te voeren, om daarin voor te gaan en vervolgens op basis van dat debat te besluiten of en zo ja hoe er gehandeld moet gaan worden?

Hoeveel vertrouwen heeft het Forum voor Democratie in de democratie als zij pas een debat wil voeren na een rechterlijke uitspraak? Welk nut heeft een debat nog wanneer eerst de rechter om een uitspraak wordt gevraagd?

Wat fundamenteler. Als we de redenering van Hiddema doordenken, pleit hij dan niet gewoon voor een samenleving waarin rechters bepalen wat er moet gebeuren? En zijn redenering helemaal doorvoerend, pleit hij hier voor afschaffing van het parlement? Immers een debat voeren waarvan de uitkomst al vaststaat, de rechter heeft immers ‘zonder politieke voorkeuren’ besloten wat we moeten vinden, lijkt zinloos. Als hij het dan toch zo ziet, waarom stapt Hiddema niet gewoon uit het parlement en probeert het gehele partijprogramma van het Forum via de rechter gerealiseerd te krijgen?

Een laatste vraag aan Hiddema. Wat als de rechter anders oordeelt dan u hoopt? Als de rechter u ongelijk geeft en er geen sprake is van smaad of laster? Als de rechter Ollongren naspreekt en zegt: “De partij van Baudet lijkt geobsedeerd te zijn door één van de weinige taboes …, het praten over rassen in het politieke debat?”  Wat doet u dan? Beschuldigt u dan, in navolging van Wilders, de rechters van het hebben van ‘politieke voorkeuren? Van het behoren tot het ‘elite-kartel’ dat het volk eronder houdt?