Uitgelicht

There are allways alternatives

No-nonsese politici zijn nodig om de stikstofcrisis aan te pakken, zo betoogt Simon van Teutem bij De Correspondent. Van Teutem: “De realiteit vereist no-nonsense politici die hun aandacht richten op de werkelijke mogelijkheden, niet om hofnarren die Europese samenwerking behandelen als een lopend buffet waar je enkel opschept wat je goed uitkomt.” Als iemand roept om ‘no-nonsense politiek’ dan gaan bij mij de alarmbellen rinkelen.

Het eerste kabinet Lubbers op het bordes op 4 november 1982. Bron: WikimediaCommons

Van Teutem vergelijkt in zijn artikel de Brexit met de stikstofcrisis en constateert dat beiden het gevolg zijn van wensdenken en loze beloftes: “De Brexit en de falende stikstofaanpak zijn beide mogelijk gemaakt door politici die populaire leugens verkochten om ongemakkelijke waarheden te omzeilen. Beide projecten beloofden een toekomst vol voorspoed, waarbij iedereen kon krijgen wat hij wilde – of kon blijven doen wat hij altijd deed – en niemand concessies hoefde te doen. Maar beide projecten worden nu ingehaald door de werkelijkheid, en normale mensen gaan daar de lasten van dragen.”  Daar kon jij wel eens een punt hebben. En daarom pleit hij voor no-nonsense politici want: “Het gaat hier niet om politieke keuzes, maar om een rechterlijk bevel.” Daarom de roep om ‘no-nonsense politici’.

De eerste keer dat ik kennismaakte met no-nonsese in combinatie met politiek, was in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Na de verkiezingen van 1982 formeerden het CDA en de VVD, ja toen kon het nog met twee partijen, een kabinet onder leiding van Ruud Lubbers. Dat kabinet presenteerde zich als ‘no-nonsense kabinet’ en betitelde de voorafgaande kabinetten daarmee als nonsens kabinetten. Bijzonder omdat beide partijen in de periode ervoor deel uitmaakten van de regering. Het CDA gaf via Van Agt leiding aan twee kabinetten waarvan het eerste samen met de VVD zat van december 1977 tot en met september 1981, het tweede met de PvdA en D’66 zat er maar een half jaar, van december 1981 tot eind mei 1982. De benaming ‘no-nonsense’ was echter meer gericht tegen de grootste oppositiepartij, de PvdA onder leiding van Joop den Uyl. ‘No-nonsense’ hield in dat de economie en alles wat die zou laten groeien, centraal kwam te staan. Het kabinet haakte hiermee aan bij de neoliberale wind die gedurende de jaren zeventig aan kracht had gewonnen en met de verkiezing van Thatcher in het Verenigd Koninkrijk en Reagan in de Verenigde Staten was uitgegroeid tot een storm. Beleid dat het beste is samen te vatten in twee uitspraken van Thatcher:  ‘who is society? There is no such thing’ en ‘there is no alternative.’

Gevolg van die ‘no-nonsense’ van Lubbers was dat alles werd versmald tot economie in het algemeen en economische groei in het bijzonder. De vrije markt moest voor die groei zorgen en de overheid was daarbij een hinderende factor. Of om de inaugurale rede van Reagan uit 1981 te citeren: “government is not the solution to our problem; government is the problem.” En eigenlijk is er sindsdien niets veranderd. Politiek in het algemeen en regeren in het bijzonder is nog steeds ‘economische groei’ en een terugtrekkende ‘kleine overheid’. En wat ‘economisch’ nodig is, dat bepalen economen. Maar dan wel economen die op de juiste manier denken.

Nu roept Van Teutum om ‘no-nonsense politici’ die aan de slag moeten met de stikstofcrisis. Die gewoon moeten doen wat nodig is want de rechter heeft een ‘bevel’ gegeven. Politieke keuzes zijn er niet. Van Teutem lijkt alles te versmallen tot klimaatcrisis in het algemeen en ‘stikstofdepositiecijfer’ in het bijzonder. Politici hoeven slecht uit te voeren wat wetenschappers aanbevelen. Maar dan wel wetenschappers die op de juiste manier naar de zaak kijken.

Nu behoor ik niet tot het slag mensen dat ontkent dat het klimaat verandert en dat wij als mens daar een hand in hebben. Ook zul je mij niet horen ontkennen dat veel stikstof tot andere natuur leidt. Planten en bijbehorende dieren die het goed deden op de schrale zandgronden krijgen het er moeilijk en worden verdrongen door soorten die het goed doen op rijkere grond. Als je de oude schrale natuur wilt behouden dan moet je iets doen aan de stikstofneerslag.

“Het onderscheid tussen het politieke beleid (la politique) en de ideologische legitimering ervan ((le politique) is … onophefbaar,  schrijft Donald Loose in zijn boek Democratie op wankele bodem. En verderop vervolgt hij met: “De pogingen om de democratische maatschappij in haar geheel te herleiden tot één allesbepalend beginsel (economie, taal, ethos of religie) lokt daarom het permanente weerwoord van alternatieve principes uit. [1]Van Teutem stelt, net als toen Lubbers, zijn politieke beleid (la politique) voor als neutraal, als realistisch, als ‘zinnig’. Hij ontkent of wil niet zien dat er meer ideologische motiveringen (le politique) zijn en dat die ideologische motiveringen tot ander politiek beleid kunnen leiden. Die zijn immers ‘onzinnig’ en niet ‘realistisch’. Bij beiden vallen le en la politique samen en zijn ‘no-nonsense politici gevraagd want nadenken is niet nodig.

Het is niet aan de rechter om de politiek te ‘bevelen’. De rechter is er om de wet te handhaven door recht te spreken. Dat heeft de rechter gedaan door de Programmatische Aanpak Stikstof te verbieden. Die was in strijd met de wet. De rechter heeft geen bevel gegeven wat te doen maar aangegeven wat niet mag. “Wil je niet voldoen aan Europese wetgeving? Vertel in dat geval het hele verhaal – dan kun je, net als Groot-Brittannië, beter vertrekken,” schrijft Van Teutem en ook dat is een politieke keuze. Niet willen voldoen aan Europese wetgeving kan echter ook nog tot andere politieke keuzes leiden naast uit de Europese Unie stappen. Je kunt alternatieven zoeken die wel binnen het kader van de wet passen. Daartoe heeft het kabinet een voorstel uitgewerkt maar er zijn vast nog andere voorstellen te bedenken binnen de grenzen van de wet en het is vervolgens aan de politiek om een keuze te maken uit die alternatieven of om een andere afweging te maken.  Een andere afweging zoals bijvoorbeeld een traject starten om de Europese wetgeving te herzien of te veranderen. Alternatieven zoals deels accepteren dat natuurgebieden van karakter veranderen. Je kunt ook de straf die wordt opgelegd accepteren en meenemen in je afweging van de voor- en nadelen. Een afweging die iedere inbreker maakt. Voor een overheid is dit een niet zo fraaie methode. Dat zijn allemaal politieke keuzes. Om die en eventueel andere mogelijkheden te zien is het wel nodig om je eigen ideologische opvatting te zien als wat ze zijn: ideologische opvattingen. There are allways alternatives


[1] Donald Loose, Democratie op wankele bodem. Over de politiek en het politieke, pagina 44

Europese spoken

Volgens Jelte Wiersma is wat er met de Britten gebeurt van groot belang voor de toekomst van Nederland: “Stel dat het Verenigd Koninkrijk wel in de Europese Unie blijft. Dan heeft het als niet-euroland per definitie een tweederangs status. Lid van de eurozone zal het niet worden. Aangezien de eurozone dé motor is waarmee macht naar Frankrijk wordt overgeheveld, wint Nederland weinig met dit scenario. Of stel dat het Verenigd Koninkrijk een Theresa May-achtig akkoord met de EU sluit en zo een EU-kolonie wordt – ook dat lost het probleem niet op van een verdergaande machtsoverdracht naar Frankrijk.” Zo schrijft hij in Elsevier. “Leedvermaak en schamper doen over premier Boris Johnson en de in veler ogen clowneske politiek in het Lagerhuis (…) vanuit Nederlands perspectief geen enkele zin.” Aldus Wiersma, die vervolgt: “Langzaam laat Nederland zich zo tot provincie van Frankrijk (en Duitsland) vormen.” Volgens Wiersma is Frankrijk de ‘baas’ in de Europese Unie. Nog niet zo lang geleden zeiden we hetzelfde over de Duitsers. Of de angst van Wiersma terecht is, zal de toekomst uitwijzen. 

Bron: Wikipedia

Bijzonder in het betoog van Wiersma is dat hij de werkelijkheid om lijkt te draaien. Wiersma: “Macron wil voorkomen dat het Verenigd Koninkrijk lid van de EU blijft en in de Unie de hoeder van de belangen van kleinere landen en vrijhandel is. Macron wil ook dat het Verenigd Koninkrijk geen prettig handelsverdrag met de EU kan sluiten, waardoor ook andere lidstaten zouden kunnen besluiten onder het Franse EU-gezag uit te willen, of in elk geval EU-integratie ten bate van de Franse macht te voorkomen.” Pardon? De Britten, met de ‘clowneske’ Johnson als boegbeeld, willen toch de Unie verlaten? Als de Britten willen blijven dan hebben de Fransen geen poot om op te staan.  Ze zijn immers lid van de Unie en niemand kan hen eruit gooien. Dat kunnen ze alleen zelf doen. Als de Britten als nog kiezen voor blijven dan zijn er alleen drie jaar verspeeld met niets. 

Ook het beeld van de Britten als hoeder van de kleine landen geeft hen erg veel krediet. Als we terugkijken dan zien we dat de Britten vooral opkwamen voor hun eigen belang. Denk maar aan het ‘I want my money back’  van Tatcher. Ze kreeg haar geld terug ten koste van, ja van de andere landen zoals het kleine Nederland. 

Als ik het betoog van Wiersma goed lees, dan is Nederland ontstaan als een soort provincie van de Britten: “Het Koninkrijk der Nederlanden met een Oranje op de troon – waarop zoveel Nederlanders zo dol zijn – is zelfs een Britse uitvinding.” Daar heeft Wiersma een punt. Zonder het ‘Concert van Europa’ in 1814 had ons land niet bestaan. In Wenen beslisten de toenmalige grootmachten dat de ‘Franse ambities’ ingetoomd moesten worden. Oostenrijk, Pruisen, Rusland en de Britten tekenden daar de nieuwe kaart van Europa. Een kaart waarop ten Noorden van Frankrijk ineens het ‘Koninkrijk der Nederlanden’ verscheen met een ‘Oranje’ op de troon.

Inderdaad paste dit in het Britse Europa-beleid dat Wiersma goed omschrijft: “we moeten voorkomen dat één macht het Europees continent domineert. Waarom? Omdat het Verenigd Koninkrijk zelf Europa niet kan domineren en geconfronteerd met één continentale grootmacht daarvan een kolonie dreigt te worden.” Het paste echter ook naadloos in dat van de andere winnaars. Die waren beducht voor elkaar en daarom moest Frankrijk als een ‘macht’ blijven bestaan daarin paste een nieuw ‘koninkrijk der Nederlanden’. Al eerder schreef ik een Prikker over dit sollen en het daaruit ‘ontstaan’ van het ‘koninkrijk der Nederlanden’. Maakt dit de Britten tot ‘hoeder’ van de kleine landen? Nee, die kleine landen waren nodig om te voorkomen dat zij hun machtspositie in Europa en in het verlengde daarvan in de wereld verloren.

Een provincie van zowel Frankrijk als Duitsland. Dat roept ‘spoken’ uit het verleden op. Zeker in een jaar dat we herdenken dat we vijfenzeventig jaar geleden werden bevrijd van het zijn van een ‘Duitsche’ provincie. Wat verder terug, ten tijde van Napoleon, waren we een Franse provincie. Met de ‘kennis’ van nu, moeten we daar niets van hebben. Nu was het gebied waar wij wonen wel vaker een ‘provincie van’. Bijvoorbeeld van de Romeinen, de Franken, de Bourgondiërs, de Spanjaarden en delen van ons land ook nog van de Oostenrijkers en de Pruisen. Met het zijn van provincie hebben we genoeg ervaring.        

Als de geschiedenis iets leert dan is het dat de machtigen sollen met de minder machtigen. En ja, daar heeft Wiersma een punt, dat gebeurt ook binnen de Europese Unie. Sterker nog dat gebeurt ook binnen Nederland. Zo gebruiken de vier grote steden hun ‘macht’ om extra voordelen binnen te halen. Dat even ter zijde. Als er in 1814 wat anders was gesold, dan was het gebied waar ik woon al een Duitse ‘provincie’. Was er na 1830 wat anders gesold dan was ik Belg geweest. Maar ja, dat was dan wellicht ook een Duitse, Franse of eigenlijk Britse provincie. Want Die Britten garandeerden de Belgische neutraliteit. Als Nederland haar zin had gekregen na afloop van de Tweede Wereldoorlog dan voetbalde Borusia Mochengladbach is de eredivisie. Dan had de grens een kilometer of veertig oostelijke gelegen. Maar ja, Nederland was machteloos er werd mee gesold.

Als het verleden iets laat zien dan is dat machthebbers sollen en dat grenzen tijdelijk zijn. Ook de huidige. Trouwens het verleden laat nog iets zien. Namelijk dat Nederland ook zonder de Britten in de Europese samenwerking kon. De Britten werden immers pas in 1973 lid. Nederland was er al vanaf het begin bij. 

Pijlen op het verkeerde doel

Het afgeven op de Europese Unie lijkt volkssport nummer één in Nederland. Vorige week schreef ik een ’Prikker’ naar aanleiding van een artikel van twee SP-ers. Deze week viel mijn oog op een artikel van Tomas Vanheste van De Correspondent. Volgen Vanheste lijkt de Europese Unie op het ‘Hotel California’ uit het lied van The Eagles: ‘ You can check out any time you like but you can never leave.’ Dit concludeert hij uit de Brexit-perikelen. Vanheste wil meer: “Verlost van lastpak VK zou de EU eindelijk de kans moeten grijpen voor het stichten van de Verenigde Staten van Europa.” Maar ja: “de EU (is) nog steeds te veel los zand”. Of dat zo is, daar gaat het mij nu niet om, of eigenlijk toch wel. 

Illustratie: Picryl.com

Volgens Vanheste is de EU van de ‘regelpolitiek’ terwijl we in een tijdperk leven van de gebeurtenissenpolitiek. De EU is: “vooral een machine geweest die regels uitspuwt voor de interne markt. Ze smoort politieke conflicten in juridische regelpolitiek. Regels stelt ze niet als de uitkomst van politieke keuzes voor, maar als de door experts uitgedokterde oplossingen voor technische problemen.”  Alleen worden we de laatste jaren niet geconfronteerd met ‘technische problemen’ maar met gebeurtenissen als de financiële – en de vluchtelingencrisis. Dan helpen technische oplossingen en regeltjes niet. Dan is visie en leiderschap gevraagd. Een zeer interessante analyse die veel verklaart.

Maar toch. Is het niet cru om dit de Europese Unie te verwijten? De Unie is een samenwerkingsverband van landen en kan alleen iets uitvoeren en ‘regels uitspuwen’ als die landen en hun regeringen het willen. Als die bevoegdheden overdragen aan de Unie. Op het gebied van de interne markt zijn bevoegdheden overgedragen en dan kun je een overheid niet verwijten dat ze op dat terrein haar werk doet en ‘regels uitspuwt’. Het ‘uitspuwen’ van regels om het verkeer tussen mensen te regelen is immers de kerntaak van elke overheid.

In de Nederlandse politiek is ‘geen bevoegdheden naar Brussel’ het adagium. Sterker nog, een flink deel wil liever bevoegdheden ‘terughalen’. In verschillende andere landen is het van hetzelfde laken een pak. Zit daar niet juist het probleem? Als je naar een politieke unie toe wilt, zoals Vanheste, dan zullen de leden die de unie moeten gaan vormen, wel eerst bevoegdheden aan die unie moeten overdragen. 

Is het niet vreemd om het samenwerkingsverband van landen te verwijten dat de landen niet willen samenwerken? Richt Vanheste zijn pijlen niet op het verkeerde doel?

Eieren en de omelet

Wat zou u doen als u voorzitter was van een sportvereniging en een lid wil geen contributie meer betalen, niet meer trainen, maar wel als het uitkomt wedstrijden meespelen en meedelen in de feestvreugde bij een kampioenschap? Ik zou hem de deur wijzen. Immers om de club te laten draaien, moet iedereen commitment aangaan en dat betekent contributie betalen, trainen en wedstrijden spelen, ook als dat eens niet zo goed uitkomt. Ik moest hieraan denken toen ik Martin Sommers bespreking van de ‘Brexit-chaos’ in de Volkskrant las.

kitchen-775746_960_720

Foto: Pixabay

Sommer lijkt zich vooral te storen aan de ‘onbuigzame houding’ aan Europese kant. Een onbuigzame houding die, als ik Sommer goed begrijp, vooral is ingegeven door angst: “Ook andere landen, lees Denemarken, mogen niet in de verleiding ­komen om op te stappen. Vandaar het gehamer op de EU als één combinatiemenu waar geen gerecht apart mag worden besteld.” Zou angst werkelijk een van de motieven zijn om streng te zijn? Als ‘strengheid’ moet voorkomen dat anderen ook uitstappen, waarom verzetten die anderen zich dan niet tegen die strengheid? Waarom horen we dan niet luid geschreeuw uit bijvoorbeeld het Deense regeringskamp? 

Sommer vindt die angst vreemd: “Je mag toch veronderstellen dat landen lid zijn van de EU omdat ze dat willen, er voordeel in zien en erin geloven. Kennelijk is men daar in de omgeving van onderhandelaar Barnier en EU-president Tusk zo weinig van overtuigd, dat twijfelaars met dreigementen binnenboord gehouden moeten worden.” Laten we eens meegaan in de redenering. Alle andere EU-landen weten dat ze ‘contributie’ moeten betalen en soms een ‘wedstrijd moeten spelen’ die hen niet uitkomt. Ze doen dat omdat het hen groot voordeel brengt. Zij zijn bereid om soms wat lasten te nemen wetende dat die lasten in het niet vallen bij de lusten. 

Mag je dan niet ook concluderen dat de Britten de voordelen van het lidmaatschap kennelijk niet meer zien? Dat ze er niet meer in geloven? Een legitieme houding, maar die heeft wel gevolgen. Is de logische consequentie daarvan dan niet dat je de nadelen van het eruit stappen neemt omdat je die kleiner vindt dan de voordelen van het lidmaatschap?  Of is het eigenlijke probleem dat de Britten wel de omelet willen maar niet bereid zijn om de eieren te breken?  Is een deurwijzing daarop niet de enige en logische reactie van de ‘club’? 

“Nog afgezien van onze handelsbelangen: willen we over vijf jaar een verarmd, rancuneus, door en door anti-Europees Verenigd Koninkrijk, op een paar uur varen van Rotterdam? Ik dacht toch van niet.” zo sluit Sommer zijn artikel af. Rancuneus lijkt een groot deel van de Britten nu al en veel Britten zijn al verarmd. Of dat over vijf jaar nog erger is, daar gaan vooral de Britten zelf over. Niemand verplicht hen de EU te verlaten, dat willen ze zelf. En ‘Actions have consequences.’ zoals de Britten zeggen.  

Liefde

Voor Unilever is belasting een belangrijke factor bij het kiezen van een vestigingsplaats, naast een stabiele overheid, de aanwezigheid van goed personeel en een prima infrastructuur.”  Dit vertelt Kees van der Waaij, voorzitter van de raad van commissarissen van Unilever Nederland, de leden van de Tweede Kamer. De Kamer hield gisteren een hoorzitting over de afschaffing van de dividendbelasting. Trouw doet er verslag van en meldt dat Shell-directeur Marjan van Loon eraan toevoegde:

“Wij koesteren de band met Nederland. Maar de liefde moet van twee kanten komen.” 

Die dividendbelasting bekoelt dus de liefde?

liefde

Illustratie: Pixabay

Beste bedrijfshotemetoten, hoe zit het met de liefde van uw kant en die van uw aandeelhouders? Laten we het lijstje eens nalopen. Die stabiele overheid. Je kunt er veel van vinden en vooral mensen aan de onderkant van de samenleving hebben redenen om te klagen over een gebrek aan stabiliteit. Alhoewel, als de afgelopen jaren iets duidelijk maken voor deze groep, dan is het dat ze op steeds minder ondersteuning van de overheid hoeven te rekenen. De bovenkant van de samenleving en vooral bedrijven zoals de uwen, hoeven zich op dit punt niet te beklagen. Uw tweede thuisland, het verenigd Koninkrijk, lijkt in deze Brexit-jaren op dit gebied aardig ‘van het padje’.

Goed personeel is ook geen probleem. Het opleidingsniveau van ‘de Nederlander’ wordt steeds hoger, al kun je daar wat vraagtekens bij plaatsen. Ja, u ziet wellicht ook dat de samenleving vergrijst en dat er eigenlijk weinig jongeren zijn om de pensioengangers te vervangen. Daar zou u wat aan kunnen doen. U kunt gebruikmaken van ‘die vertrouwelijke contacten’ met politici om te pleiten voor wat minder rigiditeit in de omgang met vluchtelingen en andere ‘gelukszoekers’. U zou eens contact op kunnen nemen met VVD-er Malik Azmani en hem ervan overtuigen dat ‘fort Europa’ en ‘opvang in de regio’ wel goed liggen bij Wilders, maar toch wat minder in het belang zijn van uw bedrijven.

Qua infrastructuur heeft u niets te klagen. Nederland kent zo ongeveer het dichtste wegennet van Nederland. Ja, in het spoor kan wat meer worden geïnvesteerd. Oh nee, voor Shell is dat natuurlijk geen goede zaak, of niet mevrouw Van Loon?

Wij Nederlanders hebben flink geïnvesteerd in deze zaken. Dat doen wij met liefde, voor onszelf maar natuurlijk ook voor u. Wij verdienen daar onze boterham mee en over die verdienste betalen wij belastingen waarmee we dit allemaal betalen. U verdient daar bedragen mee die ik me niet kan voorstellen en daarover betaalt u winstbelasting. Alhoewel, veel multinationals maken gebruik van ‘belastingparadijzen’ zoals Nederland om die belasting te ontwijken. Dat dit ‘paradijselijk belastingklimaat’ in Nederland wellicht een gevolg is van uw ‘vertrouwelijke contacten’ zou ik niet durven te beweren.

Die winst sluist u voor een deel door naar uw aandeelhouders als dividend. Is het teveel gevraagd dat wij uw aandeelhouders vragen om ook een beetje ‘liefde’ te tonen?

Rationeel in irrationele tijden?

“Ten overstaan van verbijsterde politici heeft de Britse minister voor Brexit David Davis verklaard dat de regering geen flauw idee heeft van de economische gevolgen van de uittreding uit de EU. De voorzitter van de commissie die zich over de Brexit buigt wilde van de minister weten of er onderzoek is gedaan naar de gevolgen. Nee, antwoordde David Davis, Geen enkel.” Dit las ik bij Joop en ik hoorde het eerder al op de radio. Verbazing alom hierover. Is die verbazing wel terecht?

Brexit.jpg

Illustratie: Brexit Panic | frankieleon | Flickr

Welke onderzoeker geloof je? In de aanloop naar het Brexitreferendum verscheen het ene na het andere onderzoek en rapport naar de economische gevolgen van een Brexit. Onderzoeken die economische ‘hel en verdoemenis’ voorspelden of een terugkeer van het ‘stenentijdperk werden afgewisseld met rapporten die voorspelden dat het tot de ‘hemel op aarde’ of een ‘brave new world’ zou leiden. Zo ongeveer te vergelijken met het onderzoek dat de PVV liet doen naar een Nexit, volgens dat onderzoek zou ieder huishouden er tienduizend euro op vooruitgaan bij een Nexit. Hoe de Brexit werkelijk uit zal vallen, weet nu nog niemand.

Een slagje verder. Onderzoek je niet iets als je wilt weten welke effecten dat iets zal hebben. Als je wilt weten of die handeling verstandig is, of je die handeling wel moet verrichten. Als ik wil overstappen van energieleverancier of bank, dan onderzoek ik welke voor- en nadelen de verschillende opties met zich meebrengen. Op basis van dat onderzoek neem ik dan een besluit waarbij ik weeg of bijvoorbeeld het milieu zwaarder weegt dan een klein financieel voordeel. Waarom zou je een onderzoek doen naar de gevolgen van een besluit als het besluit toch al is genomen? Er is immers al tot een Brexit besloten. Welke zin heeft onderzoek dan nog?

‘Om je voor te bereiden op de gevolgen,’ zou het antwoord kunnen zijn. Maar ja, welke gevolgen? Die van de zwartkijkers of de jubelaars? Zou het immers niet vreemd zijn als er nu wel een voor zowel voor- als tegenstanders geloofwaardige onderzoeker te vinden is?

Hoe verbaasd de reacties ook zijn, zou je, op grond van de genomen besluiten en omstandigheden, het handelen van minister Davis niet als rationeel kunnen noemen? Hij accepteert immers het voldongen feit en verspilt geen tijd en geld aan onderzoeken naar gevolgen van een genomen besluit dat niet terug wordt gedraaid. Hoe irrationeel het genomen besluit wellicht ook is.

Framen, framede, geframed

Bij ThePostOnline waarschuwt Teunis Dokter voor framing, het “woorden en beelden zo (…) kiezen, dat daarbij impliciet een aantal aspecten van het beschrevene worden uitgelicht. Deze uitgelichte aspecten helpen om een bepaalde lezing van het beschrevene of een mening daarover te propageren,” aldus Wikipedia. En dat gebeurt tegenwoordig zo vaak dat: “het vertrouwen van het publiek afbrokkelt.” Iets wat niet goed is voor: “een democratie waar het maatschappelijk debat afhankelijk is van hoor en wederhoor is het schetsen van een juist beeld van de werkelijkheid onontbeerlijk.” 

ChurchillIllustratie: Flickr

Nu is de term ‘framing’ nieuw, het kleuren van zaken en gebeurtenissen in je eigen voordeel zeker niet. Churchill was er een meester in, denk maar aan de term ‘het ijzeren gordijn’ dat in Europa werd neergelaten. Of denk aan de spreuk ‘Mussert of Moskou’ van de NSB in de jaren dertig. Ik heb er geen onderzoek naar gedaan, maar waarschijnlijk is dit al zo oud als de mensheid. Van recenter datum is de ‘politieke vooringenomenheid’ van de media, waaraan Dokter zich stoort. Recenter omdat de media van recenter datum zijn. Niet omdat die media pas later ‘politiek vooringenomen’ werden. Hoe is het anders te verklaren dat het grootste deel van de vorige eeuw, iedere stroming in de Nederlandse politiek zijn eigen krant had en vaak zelfs ook nog een eigen omroep? En ook in nog vroeger eeuwen waren ‘de media’ flink gekleurd. In spotprenten en pamfletten werd de kachel aangemaakt met de ander. Als we verhalen en liederen ook als ‘media’ zien, en waarom zouden we dat niet doen, dan werd ook daarin de werkelijkheid ‘gefotoshopt’.

Bijzonder wordt het als Dokter voorbeelden van ‘moderne framing noemt: “op 8 juni wist het Achtuurjournaal van de NOS een opvallende rapportage van de herverkiezing van Theresa May te geven.” Het Achtuurjournaal: “toonde (..) de sterke daling van de Britse Pond tijdens de verkiezingsdag. Met koeienletters zagen kijkers de daling van de Britse Pond op hun televisieschermen. De koopkrachtdaling van de Britse Pond was echter al maanden aan de gang en zeker niet nieuwswaardig. Dat de Britse beursindex al maandenlang aan het stijgen was en ook op 8 juni positief sloot werd handig buiten beschouwing gelaten. Framing? U mag oordelen.” Dit om: “iedereen die een NEXIT-referendum zou overwegen (te) overtuigen dat idee te laten vallen.” Conclusie van Dokter: “Nog nooit was de politieke vooringenomenheid zou duidelijk te benoemen als rondom dit onderwerp.”

Beste meneer Dokter. De Britten besloten vorig jaar al tot een Brexit en sinds die tijd daalt het Pond in waarde, zou er een verband zijn tussen die twee? Wat zou op het leven van de gemiddelde Brit het meeste effect hebben, het dalende Pond of de stijgende beurskoersen? Het dalende Pond betekent minder waar voor ieders geld, van de stijgende beurskoersen profiteren alleen aandeelhouder. Bent u niet de pot de de ketel verwijt dat hij zwart ziet? Maakt u, net als iedereen, niet ook gebruik van ‘framing’?

Subsidiariteit par excellence

De jongeren van het CDA, bij monde van Lotte Schipper en Bart Bouwman, zien nog niet veel verandering in Europa sinds het Brexit referendum: “Hoewel deze week de onderhandelingen over de Brexit echt zijn begonnen, lijkt het signaal dat de Britten afgaven nog niet tot veel verandering te hebben geleid in Europa.” Daarom pleiten zij in Elsevier voor een andere Europa: “Een Europa waarin de machtsbalans dusdanig verandert dat de nationale parlementen en daarmee de inwoners van de EU weer aan het roer komen te staan.”  

ECFoto: Flickr

Het is in de Europese Unie fout gegaan omdat en :  “Sluipenderwijs (…) steeds meer nationale bevoegdheden (zijn) overgedragen naar de EU zonder dat er voldoende wordt gekeken naar het meest geschikte niveau voor de uitvoering van deze bevoegdheden.” En dat is geen goede zaak want: “volgens het subsidiariteitsbeginsel beslissingen het best zo laag mogelijk kunnen worden genomen.”  Om hier wat aan te doen zou er gewerkt moeten  worden met ‘rode kaarten’. Een andere suggestie is Europarlementariërs in de nationale parlementen verantwoording af laten leggen over hun stem gedrag. Worden de Europarlementariërs dan gekozen door de nationale parlementen? Een gekozene legt toch verantwoording af aan zijn kiezers? Ook: “moeten lidstaten als zij dat willen de afgestane bevoegdheden weer kunnen terugkrijgen. Zonder een drastisch besluit als een Brexit dus.”

Zo dat zijn nog eens stevige maatregelen die de CDA jongeren voorstellen. Toch even wat vragen aan de CDA-jongeren. Laat ik even aannemen dat jullie ‘subsidiariteitsbeginsel’ klopt en dat het werkelijk zo is dat beslissingen het beste zo laag mogelijk genomen kunnen worden. Want bij die aanname kun je natuurlijk ook vraagtekens plaatsen. Komen met de nationale parlementen de inwoners ‘echt weer aan het roer te staan? Als je menig inwoner mag geloven, dan weten ze in ‘Den Haag’ niet wat er bij ‘het volk’ speelt. Of zou de ‘Haagse kaasstolp’ die er nu is ineens verdwijnen door de maatregelen die de CDJA’ers voorstellen? Zou de kloof tussen burger en politiek ineens worden gedicht?

Wat is eigenlijk dat laagste niveau? Waarom zou dat het niveau van de nationale parlementen moeten zijn? Als het werkelijk zo is, zouden dan die beslissingen ook nog ‘lager’ genomen kunnen worden, in Provinciale Staten of de Gemeenteraden? Al krijgen ook die bestuurslagen het verwijt dat ze ‘ver van de burger’ staan. Of zou ik dat gewoon als individu mogen bepalen, want is dat niet het laagste niveau? Is dat immers niet ‘subsidiariteit par excellence?

Banden

“Als de band met een ander land groter is geworden dan de band met Nederland dan komt er ook een moment waarop de Nederlandse nationaliteit vervalt.” Een uitspraak van premier Mark Rutte. Het tegengaan van een dubbele nationaliteit blijft voor het kabinet uitgangspunt. Hij sprak deze woorden als reactie op een petitie 22.000 mansen die een verzoek tot versoepeling van dit beleid hebben ingediend. Door dit kabinetsbeleid dreigen Nederlanders die met het oog op de komende Brexit ook een Brits paspoort aanvragen, hun Nederlandse paspoort dreigen te verliezen. De Brexit kan namelijk tot gevolg hebben dat die Nederlanders in Engeland als vreemdeling worden bestempeld, een verblijfsstatus moeten aanvragen en rechten verliezen die ze nu wel hebben. Door de Britse nationaliteit aan te vragen, hoeft dat niet en behouden ze hun huidige rechten.

SIfan HassanFoto: Wikimedia Commons

Zou premier Rutte het werkelijk een probleem vinden als iemand naast een Nederlands ook een Brits, Duits, Amerikaans of Canadees paspoort heeft? Bij sporters wordt dat meestal niet als een probleem gezien. Zo waren we maar wat blij met de Canadees John van ’t Schip die daarnaast ook de Nederlandse nationaliteit bezat en zouden we nu heel blij zijn als het Spaanse talent van Real Madrid Marco Asensio Willemsen voor het Nederlands elftal zou hebben gekozen. Via zijn Nederlandse moeder is hij immers ook in bezit van de Nederlandse nationaliteit. Ook met hardloopster Sifan Hassan zijn ‘we’ hartstikke blij.

Zou Rutte’s probleem met die dubbele nationaliteit niet op een andere plek zitten? Bij de dubbele nationaliteit van Marokkaanse- en Turkse-Nederlanders? Of zelfs niet bij hun dubbele nationaliteit maar hun door sommigen verafschuwde ‘dubbele ‘loyaliteit’? En zit het probleem van Rutte niet bij degenen die een probleem hebben met die ‘dubbele loyaliteit’, de politieke concurrenten van Rutte’s VVD?

Zou het eigenlijke probleem niet bij Rutte zelf zitten? Heeft Rutte zichzelf niet in het in het pak heeft genaaid of ‘aan banden gelegd’? Dat hij de ‘banden’ met de deze concurrenten niet wil verbreken en daardoor, wellicht tegen zijn zin, gedwongen is de ‘banden’ met deze mensen te verbreken?

Probleembonus of bonusprobleem?

Minister Kamp blijft droevig gestemd over de Brexit, zo valt in de Volkskrant te lezen. Kamp: “Het raakt me elke keer als ik het erover heb.” Maar, zoals de beroemde Nederlandse voetbalfilosoof Johan Cruijff, al zei: ieder nadeel heb z’n voordeel. Zo ook de Brexit: “Het levert ons kansen op, maar ik had die kansen liever niet gehad.” Die kansen bestaan uit het hierheen halen van bedrijven vooral uit de financiële sector. Die kansen wil Kamp benutten, want: “dat kan leiden tot duizenden nieuwe banen in Nederland en honderden miljoenen aan belastinginkomsten.” Alleen wordt Kamp erg gehinderd bij het benutten van die kansen: “Het bonusplafond is een reëel probleem voor bedrijven. Een grote bank overweegt naar een andere plek te gaan en denkt zijn topmensen aan zich te binden met een hoge bonus.” Daarom wil Kamp opnieuw naar het pas vastgestelde ‘bonusbeleid’ kijken: “het is altijd verstandig om op actuele ontwikkelingen te reflecteren.”

bonussen

Illustratie: Pixabay

Dat is inderdaad verstandig, daarin moet ik minister Kamp gelijk geven. Laten we eens met Kamp mee-reflecteren. Op de vraag van de De Volkskrant of we die banken wel naar hier moeten halen terwijl de kredietcrisis liet zien dat Nederland al kwetsbaar was vanwege de grote financiële sector, antwoordt Kamp dat het: “om grote internationale banken zoals JP Morgan (gaat). Die vertolken een grote rol in het internationale financiële verkeer en dat blijven ze doen.” Is het zijn van een ‘grote internationale speler’ een reden de kwetsbaarheid van Nederland te vergroten? Zijn grote internationale banken die een belangrijke rol spelen, onkwetsbaar? Was Lehman Brothers dan een kleine lokale speler of AIG, The Royal Bank of Scotland? Waren banken zoals Fortis en ING die in Nederland voor de grote problemen zorgden waarvoor de overheid opdraaide, niet ook belangrijke internationale spelers?

De reden om de bonussen aan banden te leggen, was om een einde te maken aan ‘perverse prikkels’. Om, zoals minister Dijsselbloem in 2013 bij RTL Z uit de doeken deed, een einde te maken aan: “gericht op korte termijn winsten die een dag later vervlogen kunnen zijn of waarvan de risico’s bij anderen terecht komen.” Is dat risico op ‘perverse prikkels’ nu verdwenen? Zijn bedrijven en vooral financiële instellingen nu gericht op de lange termijn? Wijzen de activiteiten van ‘activistische beleggers’ op gerichtheid op de lange termijn of op snelle winsten? Neem het voorbeeld Unilever, dat bedrijf gooit een belangrijk deel van haar doelstellingen voor wat betreft duurzaamheid in de prullenbak om op de korte termijn die ‘activistische belegger’ tevreden te houden. Herformuleert Kamp het probleem van de bonussen niet tot een bonusprobleem?

Als laatste de belangrijkste vraag, zijn de problemen in de financiële sector die tot de kredietcrisis leidden, opgelost of draait het systeem op gratis (belasting)geld van de Europese Centrale Bank? Gratis geld dat zorgt voor nieuwe luchtbellen?