Party poopers

“Bijna driekwart van de professionals bij gemeenten geeft aan niet voldoende kennis in huis te hebben over smart city-toepassingen.”  Dit blijkt uit een onderzoek waarover de site binnenlandsbestuur.nl bericht. Omdat ik werkzaam ben bij gemeenten betrok ik die conclusie op mezelf: heb ik er voldoende kennis van?

big-brother-2783030_960_720

Illustratie: Pixabay

“Doel van een slimme stad is de levenskwaliteit te verhogen door de stad efficiënter te organiseren en de afstand tussen de inwoners en het bestuur te verkleinen,” zo is te lezen op wikipedia. Een prachtig doel of eigenlijk twee. Hoe moet dat doel worden bereikt? “Alle onderdelen van de stad zijn verbonden via een netwerk van sensoren, internet en hoogstaande technologische apparaten met als motor het internet der dingen.” Dus door nog meer te meten, gegevens te verzamelen. Via sensoren en camera’s worden gegevens verkregen. Mijn vuilnisbak geeft door als hij geleegd moet worden en rijdt automatisch naar de straat. Dan moet hij wel de tussenliggende poorten kunnen openen. Dat is technisch best te realiseren. Handig. De tech-bedrijven zullen de slimme stad met dergelijke mooie voorbeelden verkopen. “Een stad waarbij informatietechnologie en het internet der dingen gebruikt worden on de stad te beheren en besturen.” 

Is het ook zo handig dat wordt bijgehouden hoevaak mijn bak vol is? En ik er allemaal ingooi? Dat via de lantaarnpaal voor ons huis wordt bijgehouden wie er hoevaak op bezoek komt? Wikipedia stelt een cruciale vraag: “is het wel ethisch verantwoord om de macht te leggen bij een aantal technologische bedrijven?” Zeker omdat: “Het concept is ontstaan door de techindustrie. Doordat steden aan de grond liggen van economische ontwikkeling en dit in combinatie met de technologische revolutie, is de slimme stad een goudmijn met een miljardenomzet.” Staat dat ‘beheren en besturen’ echt centraal of draait het om geld?

Nu zijn er steden die een democratische ‘slimme stad’ willen zijn, Barcelona bijvoorbeeld, zo las ik op bij mo.be. Die willen: “‘technologische soevereiniteit’: dat er democratische controle moet komen over stedelijke technologie, met participatie van onder uit en data commons.” Een andere insteek die wellicht meer aanspreekt. Alleen is ‘democratie’ een rekbaar begrip. Poetin en Erdogan noemen zich ook democraat en zelfs in ons eigen land wordt de dividendbelasting afgeschaft terwijl een overgrote meerderheid van de mensen en politieke partijen tegen is. Dus welke garantie geeft ‘democratische controle’?

Welke insteek je ook kiest, een slimme stad zal het ‘beheren’ verbeteren, of het besturen verbetert is maar zeer de vraag. Dat de bestuurder veel meer gegevens van de inwoner heeft, zal wel, maar wordt daardoor de ‘afstand’ tussen beiden kleiner? Die zou ook zomaar groter kunnen worden als de inwoner het gevoel krijgt ‘bespied’ te worden. Dan verliest de inwoner het vertrouwen in die ‘systemen’ en in de overheid of de bedrijven die ze beheren en exploiteren. Dan zal die inwoner zoeken naar manieren om het systeem te ‘foppen’

Besturen is besluiten nemen, gegevens kunnen daarbij helpen maar ook hinderen. Je hebt niets aan gegevens alleen, het gaat om kennis: de verbanden tussen die gegevens. Meer informatie betekent niet automatisch betere besluiten. Zo zou je kunnen besluiten om de verkoop van ijs te verbieden omdat hoge ijsverkoop correleert met veel verdrinkingsdoden. Alleen zal dat geen effect hebben want mensen gaan het water in omdat ze verkoeling zoeken, niet omdat ze een ijsje aten. Daar komt bij dat gegevens iets zeggen over het verleden, ze zeggen niets over de toekomst. Als we vervolgens kijken naar de belangrijkste ontwikkelingen in de geschiedenis van de mensheid, dan zijn dat bijna allemaal breuken met het verleden. Als de uitvinder van het wiel, wie dat ook geweest is, alleen maar naar het verleden had gekeken, dan hadden we nu nog steeds geen wiel gehad. Dan waren we, om sneller te kunnen reizen, snellere paarden aan het fokken in plaats van de auto uit te vinden.

Weet ik nu voldoende over ‘smart city-toepassingen’? Geen idee, immers wat is voldoende en wie bepaalt dat? Weet je er voldoende van als je vrolijk meedoet aan het enthousiasme van de tech-bedrijven en bestuurders die op dit gebied willen scoren? Wat ik in ieder geval weet is dat we dit niet aan die techneuten en enthousiaste bestuurders alleen moeten overlaten. Zou het geen goed idee zijn om  naast die techneuten ‘filosofen’ in dienst te nemen? ‘Party poopers’ die vragen blijven stellen, die zaken ter discussie stellen, die niet meegaan in het ‘enthousiasme’ van het moment, die niet met de lemmingen meelopen? Zou dat niet tot betere besluitvorming leiden, niet alleen over de ’smart city’ trouwens. Zou het niet ‘smart’ zijn van de ‘city’ als zij dat deed?

Maar ja, welke organisatie neemt mensen in dienst die het feestje lijken te bederven? 

Psd2, weg ermee!

Bij Joop schrijft SP-kamerlid Mahir Alkaya over een Europese richtlijn die de markt op -rekening- en betaaldiensten vrij moet maken. Die richtlijn heet ‘payment service directive 2’, ofwel psd2. Als je van die diensten gebruik wilt maken, moet je ze toestemming geven om je rekeninggegevens in te zien. Alkaya wil aan die richtlijn wat waarborgen toevoegen om de consument te beschermen want: “de uitkomst mag niet zijn dat bedrijven als Google en Facebook nog meer gegevens van ons krijgen en daardoor nog machtiger worden.” Moet ik dan blij zijn met de aanvullingen die Alkaya wil?

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

Illustratie: Wikipedia

Volgens Alkaya: “was (de richtlijn) aanvankelijk goed bedoeld en poogde de macht van banken te breken, die nu als enige naast jijzelf inzicht hebben in je bankrekening.” Het breken van de macht van banken, kan ook op mijn instemming rekenen, dus blij zijn met psd2?

Bij De Nederlandsche Bank meer informatie over psd2. “Met PSD2 kunt u nieuwe online betaal- en rekeningdiensten gaan gebruiken.” Dat is leuk, ik kan iets nieuws gaan gebruiken. Maar om er gebruik van te maken: “is het nodig dat u toegang geeft tot uw betaalrekening bij uw bank aan een derde partij (een andere financiële instelling).” Ben ik er blij mee als de Appie mijn rekeninggegevens kan inzien?

Nu is het niet zeker dat ik die nieuwe ‘betaaldienst’ overal kan gebruiken: “Als winkelier heeft u meer keuze tussen (aanbieders van) betaalmethoden. U bepaalt zelf welke betaalmethoden u aanbiedt.” Daar sta ik dan met mij Appie-app en kan niet betalen bij de Jumbo, die staat alleen de Jumbo-app toe en mijn bestelling via bol.com kan ik niet betalen met de Amazon-app. Ik word er steeds minder blij van. Ik kan kiezen, daarvoor moet ik delen en wordt ik uiteindelijk niet gedwongen?

De DNB gaat verder. Die nieuwe aanbieders: “komen online tussen u en uw bank, als een derde partij.” Die derde zal dat niet gratis doen. De kosten ervan zullen door iemand worden betaald. Wellicht betaal ik die ‘derde partij’ alleen met mijn betaalgegevens, de bank zal er ook iets voor moeten doen en dat iets wordt bij mij in rekening gebracht. Van allebei word ik helemaal niet blij. Zelfs niet met extra waarborgen.

Voor wie is zo’n ‘decentralisatie’ van het betaal verkeer nu werkelijk een oplossing? Niet voor mij als consument. Zou ik als consument niet veeleer gebaat zijn met centralisatie van het betaalverkeer? Met één door de overheid, maar los van de overheid georganiseerd betaalsysteem? Zo wordt de macht van de banken gebroken en voorkomen we dat: “Google en Facebook nog meer gegevens van ons krijgen en daardoor nog machtiger worden.”

Psd2: weg ermee!

Schandelijk en walgelijk

Toen ik vandaag naar huis reed hoorde ik op de radio een bericht dat afgewezen asielzoekers in Hongarije geen eten kregen. ‘Dat heb ik vast verkeerd gehoord,’ was mijn eerste gedachte. Dat Hongarije onder Orbán niet erg vriendelijk is, of beter gezegd erg onvriendelijk is voor vluchtelingen was mij al bekend, maar mensen laten verhongeren, dat zouden zelfs de Hongaren niet doen. Volgens de site van de NOS is het toch echt waar: “In de Hongaarse transitzones op de grens met Servië hebben acht afgewezen asielzoekers dagenlang geen eten gekregen en ze hadden geen mogelijkheden om zelf aan eten te komen.” WAT???

barbwire-1765900_1920

Foto: pixabay

De Hongaarse regering geeft ze niet te eten: “zodat zij niet in beroep gaan tegen de afwijzing van hun asielverzoek en terugkeren naar Servië.” Daar blijft het niet bij: “Een pastoor die te hulp wilde schieten, werd niet toegelaten.” Zelf geld verdienen en eten kopen is er in die transitzones niet bij. Na tussenkomst van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens krijgen de acht weer te eten, maar dat gaat niet van harte. Bovendien: “zitten (er) nog 130 à 140 mensen, en er is alweer een andere Afghaan die nu geen eten krijgt.” 

Dit gebeurt in het hart van Europa. In een land dat lid is van de Europese Unie. Een Unie waarvan ook Nederland lid is. Tot op het moment dat ik dit schrijf, heb ik nog geen Europese of Nederlandse politici hun walging horen uitspreken. Zouden ze heimelijk blij zijn met de Hongaarse aanpak? Het doel van die aanpak komt immers overeen met het doel van het Europese beleid: door vluchtelingen en migranten schandalig te behandelen, voorkomen dat anderen ook naar hier komen. Het Europese beleid is schandelijk, de Hongaarse aanpak walgelijk.

Dit mag niet ongemerkt passeren. Daarom stel ik de volgende tegenmaatregelen voor. 1) Per direct sluiten de landen van de Europese Unie hun grenzen en luchtruim voor Hongaarse producten en staatsburgers, ook voor (Euro)parlementariërs en bestuurders uit het land. 2) Het lidmaatschap van, en alle betalingen aan Hongarije door de Europese Unie worden per direct beëindigd. Als het land dit schandalige beleid beëindigd, kan het opnieuw het lidmaatschap van de Unie aanvragen. Die aanvraag wordt dan opnieuw beoordeeld. 3) Hongaren in de andere landen van Unie kunnen kiezen: blijven of teruggaan. Blijven ze hier dan behouden ze alle rechten die ze nu hebben, gaan ze terug dan verliezen ze die rechten en komen ze de Unie niet meer in totdat de Hongaarse regering zich betert. Inderdaad wordt zo het hele Hongaarse volk, ook de onschuldigen, getroffen. Dat is jammer, maar helaas. 

Zou er een Nederlandse of andere Europese leider of politicus zijn die dit aandurft? 

#geenvrouwopstraat, ookgeenman

“Wie de geschiedenis niet kent is gedoemd ze te herhalen,” een bekende uitspraak die we te danken hebben aan de Spaans-Amerikaanse schrijver, dichter en filosoof George Santayana. Het kennen van de geschiedenis is echter geen garantie dat ze niet wordt herhaald. Sterker nog, er zijn mensen die de geschiedenis willen herhalen om haar recht te zetten. Bregje Hofstede Correspondent Nieuw Feminisme bij De Correspondent lijkt zo iemand.

In een artikel doet zij verslag van een actie van haar actiegroep #meervrouwopstraat: “Om die scheve verhouding aan te kaarten, plakten we als symbolische eerste zet een E achter het bordje van De Dam om er een Dame van te maken, en waaierden vervolgens uit om Serafina en Jansie, Raden Adjeng Kartini, Suze Groeneweg, Beyoncé en acht andere vrouwen een plek te geven. Bij bewustwording begint het.” Want wat blijkt: “88 procent van de naar een mens genoemde straten in Amsterdam heeft een mannennaam.” Er niets mis met bewustwording alleen zullen er weinig  mensen zijn die zich er niet van bewust zijn dat de koek nog steeds niet eerlijk is verdeeld tussen man en vrouw. Sterker nog, ook binnen die groepen is de koek niet eerlijk verdeeld. 

Dan moeten er heel veel straten worden aangelegd om die scheefheid recht te trekken zo schreef ik haar. Alle straten die de komende jaren worden aangelegd moeten dan een ‘vrouwennaam’ krijgen. Als dat de bedoeling is ben je dan niet net zo eenzijdig bezig als onze voorouders? Hoe eerlijk ben je in het heden als je nu alle straten naar vrouwen gaat noemen? Er worden dan geen straten meer vernoemd naar recente ‘mannen’ die ook iets bijzonders hebben betekend. Zouden toekomstige ‘gelijkheidstrijders’ dan niet kunnen concluderen dat mannen in deze tijd ernstig werden gediscrimineerd? 

Gelukkig ziet Hofstede een alternatief: “Een mogelijkheid die weinig genoemd is tot nu toe: het meerendeel van de straten is helemaal niet naar een mens genoemd. Er zijn nogal wat eiken-, linden- en acacialanen, bijvoorbeeld. Wil je dus de bestaande mensennamen houden maar meer aandacht hebben voor tot nu toe vergeten mensen (met name vrouwen), dan zijn er veel opties.” Als die gelijkheid dan toch moet worden bereikt, is er nog een andere optie. Laten we dan alle straten die naar personen zijn vernoemd een andere naam geven. Hoeft er niet over gediscussieerd te worden of een persoon wel ‘voldoende’ heeft gedaan om een straatnaam te verdienen. Lopen we niet het risico dat onze nakomelingen ons over honderd jaar beschuldigen van het vereren van de verkeerde. En mannen, vrouwen, LHBTQIA en van welke kleur ook, worden gelijk behandeld en kunnen aanspraak maken op procentueel gezien evenveel straten, namelijk NUL.

Holland, Michigan

Toen ik Willem Melchings pleidooi in de Volkskrant voor een ‘Leitkultur’ las, moest ik denken aan Holland in Amerikaanse staat Michigan. In die plaats ‘spelen’ ze het Nederland uit vroeger jaren na compleet met bouwstijl, klederdracht en tulpenfestival. Een stadje gesticht door naar de Verenigde Staten geëmigreerde Hollanders.

Dutch_Dancers,_Holland,_Michigan_(81444)

Illustratie; Wikimedia Commons

Volgens Melching is die ‘Leitkultur’ nodig omdat een multiculturele samenleving: “op termijn hun samenhang verliezen door het ontbreken van gemeenschappelijke waarden en normen.”  Volgens Melching zou die ‘Leitkultur’ moeten bestaan uit: “kernwaarden die sinds 1945 typerend zijn voor de Europese politieke cultuur. Om de belangrijkste te noemen: democratie en tolerantie, scheiding van kerk en staat, gelijkwaardigheid van vrouwen en seksuele minderheden.” Volgens Melching zijn Canada en de Verenigde Staten voorbeelden van landen die hier heel goed in slagen. Een op het eerste gezicht logisch betoog. Maar hoe zit het met met het tweede gezicht? 

Als we naar de kernwaarden van Melchings ‘Leitkultur’ kijken dan valt op dat die allemaal zijn verwerkt in onze wet- en regelgeving. Alleen op het gebied van de scheiding tussen kerk en staat is er nog wat werk aan de winkel. Als die kernwaarden een voorwaarde voor een succesvolle multiculturele samenleving en voor een succesvolle inburgering van nieuwkomers, waarom spreken zovelen dan van een mislukking? Zou het dan misschien aan het overbrengen van die kernwaarden op nieuwkomers liggen? Dan zou de inburgeringscursus anders moeten. 

Zou het gevoel van ‘mislukken’ een andere oorzaak hebben? Zou dat gevoel van mislukken niet een gevolg kunnen zijn van het nooit kunnen voltooien van de ‘inburgering’? Wat zou het met iemand doen die de inburgeringscursus heeft gevolgd, het inburgeringsexamen heeft gehaald, de participatieverklaring in het bijzijn van de burgemeester heeft ondertekend en betaald werk heeft en maar één koekje bij de thee of koffie serveert en dan nog steeds te horen krijgt dat hij een buitenlander is en er niet bijhoort? 

Zonder die ‘leitkultur’: “zullen de nieuwkomers zich opsluiten in zelf gecreëerde getto’s.” aldus Melching, die zich baseert op een theorie van de Duits-Syrische politicoloog Bassam Tibi. Nu zijn ook de Verenigde Staten ook niet vrij van gebieden waar mensen met eenzelfde land van herkomst samenklonteren, daarom mijn gedachte aan Holland in Michigan. Het is daarom maar de vraag of een ‘Leitkultur’ dat hier gaat voorkomen.

Die ‘Hollanders’ in Michigan horen er nu bij met behoud van hun eigen ‘oud Hollandse cultuur’ en hun stadje is toeristische attractie. Zo zie je maar dat een ghetto ook tot iets moois kan uitgroeien.

Verbied Frans Bauer!?

Roken is verslavend en slecht voor de gezondheid en dat zijn goede redenen om meeroken in gesloten ruimtes te voorkomen. Vroeger zat ik vaker in zo’n gesloten ruimte en moest meeroken. Eerst thuis als er een feest werd gevierd. Dan stonden de sigaretten op tafel. Omdat mijn vader negen broers en zussen had en mijn moeder drie, allen met aanhang en velen van hen rokend, daalde gedurende het feest een donkere wolk op ons neer. Later tijdens het stappen in de kroegen was het van hetzelfde laken ’n pak. Dus het verbod op roken in openbare gelegenheden en de horeca kon op mijn steun rekenen. Nu zijn er steden die roken in (delen van) de openbare ruimte willen verbieden. Ligt dat niet net wat anders?

Bron: Youtube

Nu zullen de plannen om roken in het openbaar te verbieden mij niet raken. Mijn vader rookte vroeger shag, tenminste, totdat hij stopte. Als jongetje van een jaar of twaalf wilde ik dat ook wel eens proberen en dus pakte ik stiekem een paar vloeitjes. Die zou hij vast niet missen. De tabak, ik wist toen nog niet dat dit spul zo heette, liet ik ongemoeid, dat zou hij vast merken. Bovendien lag de hooizolder op onze boerderij vol met een alternatief. Na enig knutselwerk lukte het mij om een vloeitje zo met hooi te vullen dat het op een sigaret leek en die stak ik aan. Door die ene teug ben ik voor goed genezen en dus zullen die maatregelen mij niet raken. 

Waarom ligt zou het bij roken in de openbare ruimte anders? Roken waardoor ik soms ‘gedwongen’ moet meeroken en de roker mij dus schade berokkent. Door dit te verbieden word ik immers gevrijwaard van die schade? Vinden er in die openbare ruimte niet meer activiteiten plaats die mijn gezondheid schade berokkenen? Neem bijvoorbeeld autorijden. Ook dat berokkent anderen schade. Zichtbaar als ze het slachtoffer zijn van een aanrijding, maar ook onzichtbaar door de uitlaatgassen en de fijnstof.

Een voorbeeld, maar zo zijn meer activiteiten in de openbare ruimte te benoemen die de gezondheid van anderen kunnen schaden. Zo is muziek van Frans Bauer een aanslag om mijn goede humeur en als ik er veel aan wordt blootgesteld dan word ik chagrijnig. Landurig chagrijn kan het leven bekorten, dus Frans Bauer verbieden om mijn gezondheid te sparen en mij langer te laten leven? Alleen loop ik dan het risico dat de Dead Kennedys ook aan mij voorbij gaan, daar zal vast ook wel iemand chagrijnig van worden.

Betekent samenleven niet accepteren dat de ander jou soms lichte schade berokkent? Dit accepteren omdat jij ook de ruimte hebt om voor anderen licht schadelijke activiteiten te ondernemen?

Beste PVV-kamerleden

Ik heb uw vragen in goede orde ontvangen. Bij deze mijn antwoorden op uw vragen. 

Mandela

Illustratie: Flickr

Ja, ik ben ermee bekend dat Syrische ouders hun kinderen naar weekendscholen sturen. Hoeveel van deze scholen er zijn en wie ze betaalt, weet ik niet. En ik moet u eerlijk bekennen, dat interesseert mij ook niet. Net zoals het mij ook niet interesseert dat christelijke ouders hun kinderen in het weekend naar een bijbelschool sturen of, ik weet niet of die er nog zijn, katholieke ouders hun kinderen naar de catechese sturen. Het interesseert mij ook niet dat u in weekenden mensen in klasjes ‘PVV-onderwijs’ aanbiedt. Het staat mensen vrij een dergelijke keuze te maken. 

Dat wij geen Syrische islamscholen nodig hebben, is niet aan mij of u om te beoordelen. Het staat mensen vrij om dergelijk onderwijs voor hun kinderen te zoeken en het te organiseren. Daar is geen toestemming van mij of van u voor nodig. Dat behoort tot de vrijheid van eenieder en aan die vrijheid wil ik niet tornen. Sterker nog, dat is het nemen van eigen verantwoordelijkheid, iets wat te prijzen is.

Ik ben het met u eens dat wij in Nederland gebaat zijn bij uitstekend onderwijs op legale scholen. Onderwijs dat is gericht op deelname in de Nederlandse maatschappij. Onderwijs dat erop gericht is onze kinderen voor te bereiden op het maken van eigen keuzes en een zelfstandig leven. Onderwijs dat hen laat zien wat er ‘te koop’ is de wereld ook op religieus gebied. Dus geen onderwijs dat is toegesneden op het promoten van joods-christelijke waarden, normen en cultuur. Iemand die dat wil, bezoekt daarvoor maar een weekendschool. Bent u er trouwens van op de hoogte dat christenen de joden eeuwenlang niet konden zien of luchten? En dat die joods-christelijke culturele eenheid die u suggereert een waanbeeld is?

Er is geen wet die mensen verbiedt om koranonderwijs of Arabisch te volgen. Van illegaliteit is daarom geen sprake. Dat maakt dat ik geen mogelijkheden heb om deze scholen te verbieden en deze mogelijkheden ook niet wil hebben. Ook de achterliggende organisatie kan en wil ik niet aanpakken puur en alleen omdat er onderwijs in Arabisch en kennis van de koran wordt bijgebracht.

Ja, ik heb ook een bericht gelezen dat Syrische vluchtelingen vanuit Libanon terug zouden gaan naar Syrië. En NEE, ik ben niet bereid om mensen te dwingen terug te gaan naar veilige gebieden in Syrië. Het is aan iedere Syriër zelf om te bepalen of hij terug wil naar het geboorteland. Voor mij staat ook op dit punt de keuzevrijheid centraal. Daarmee heb ik al uw vragen beantwoord en wens ik u een fijne voorzetting van uw zomerreces.

O, wat zou ik ervoor geven dat de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen of van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een dergelijk antwoord zouden geven op de door de PVV gestelde vragen.

Collateral (damage)

“What’s you’re reaction to the overnight news that Asif wasn’t in fact an asylum seeker? Oké so he turned out to be an economic migrant. But that doesn’t mean he deserves the full protection of the law. But it is different, isn’t it? Can’t we just say he was an human being. who was shot down on a British street. It doesn’t matter where he came from.” Een scene uit het derde deel van de serie Collateral. Een Britse Labour politicus wordt er ondervraagt door een journalist over de moord op Asif. Deze scene schoot mij te binnen na het lezen van het interview met staatssecretaris van Justitie Mark Habers in de Volkskrant.

collateral

Foto: Telly Binge

Habers: “De trendbreuk is de concrete uitwerking van plannen die een paar jaar geleden onbespreekbaar waren: de opvang van migranten in Afrika, het serieus bewaken van de Europese buitengrenzen.” Het gemak waarmee vluchtelingen, migranten worden en vervolgens ‘gelukzoekers’. Het volledig negeren van het feit dat de meeste vluchtelingen al altijd in de regio worden opgevangen. 

Habers: “Forse hulp van de EU daarbij is onontbeerlijk, anders steekt geen enkel Afrikaans (land) zijn hand op als gastland. Landen die categorisch weigeren hun onderdanen terug te nemen, moeten door de EU worden aangepakt: ‘meer voor meer en minder voor minder’, de wortel en de stok.” Je verantwoordelijkheid afkopen of is omkopen niet toepasselijker? Rijkdommen en grondstoffen uit bijvoorbeeld Afrika moeten onbelemmerd deze kant op kunnen komen en onze nieuwe en tweedehandse producten moeten we daar onbelemmerd kunnen dumpen. Behalve het enige ‘product’ dat er werkelijk toedoet, de mens.  

Habers: “Voor mensen die wel asiel krijgen, wil dat niet automatisch zeggen dat ze ook naar Europa mogen. Opvang in de regio krijgt voorrang, alleen de echt kwetsbaren kunnen direct naar een EU-land.” Europees asiel krijgen maar dan wel in een ‘ontschepingsplatform’ in Afrika. Habers met een lichte vorm van trots: “Eigenlijk heeft Nederland al zo’n centrum: Ter Apel. In feite is dat een aanlandingsplek, een groot deel van de mensen daar was niet eerder in de EU geregistreerd.” En dan als antwoord op de vraag of Nederland Ter Apel aanbiedt voor dit nieuwe beleid: “Nee”. De journalist schrijft er tussen haakjes nog ‘lachend’ voor. Zucht…

Of om de Labourpoliticus uit de genoemde scene verder te citeren: “We really are turning in to a nasty little country. And isn’t it time we had an immigration policy that isn’t crass xenophobia? I’ve been arguing for some time that we need to fulfil our obligations and I’m not just talking about moral obligations, I’m talking about legal obligations. Promises that were made that we seem conveniently to have forgotten. Now I believe that when the history of this time comes to be written we will feel ashamed of how few refugees we let into this country and how badly we treated them when they where here.”

Burgerschapsvorming en versplintering

Elma Drayer vindt, in haar column in de Volkskrant, dat minister Slob groot gelijk heeft dat hij aandacht voor burgerschapsvorming wil verplichten. Aandacht voor burgerschapsvorming om” toenemende ‘mentale segregatie,” te bestrijden. ‘Leerlingen met verschillende denkbeelden die wel bij elkaar in de klas zitten, staan soms lijnrecht tegenover elkaar en zijn daarnaast maar matig geïnteresseerd in elkaar.” Om: “de ‘versplinterde identiteiten’ en de ‘versnippering’,” die een directeur van een school die zij aanhaalt signaleerde. Volgens Drayer is burgerschapsvorming de oplossing: “Het zal niet eenvoudig zijn om ook deze loodzware klus te klaren. Maar een andere weg? Ik zie hem niet.”

CBC_Classroom_1932

Foto: Wikimedia Commons

Dat mensen mentaal gesegregeerd zijn en dat die segregatie groot is en het vermogen om je in de ander in te leven een schaars goed is, valt dagelijks te zien. Neem het voornemen van Pegida om voor moskeeën een barbecue met varkensvlees te houden. getuigt dat niet van een compleet gebrek aan respect en inlevingsvermogen? Zo zijn er vele voorbeelden te noemen. Voorbeelden van mensen die zwelgen in het gelijk van de bubbel waarin zij verkeren. Die zelfs zo ver gaan dat ze erover denken een ‘eigen zuil’ op te richten. Voorbeelden van mensen waar ‘identiteit’ betekent anderen buitensluiten en verketteren voorbeelden van links en rechts.

Segregatie die wordt ondersteund door taal beginnend met woorden als allochtoon en autochtoon. Woorden als ‘integratie’ of ‘inburgering waarmee mensen buiten de groep worden geplaatst. Woorden zoals ‘Nederlandse, Turkse of … identiteit’. Woorden die worden gebruikt om onderscheid tussen mensen te maken. Woorden als ‘tweede, derde generatie migranten’ voor mensen die gewoon hier geboren zijn.

Segregatie die wordt ondersteund met beleid. Beleid dat onderscheid maakt tussen mensen op basis van zaken waar zij niets aan kunnen doen, zoals het geboorteland van hun ouders. Beleid zoals inburgeringscursussen en -examens die tot niets leiden, want na het behalen van dat examen wordt je nog steeds als ‘niet ingeburgerd’ gezien. Een status die zelfs je verre nazaten blijven behouden.

Dat we kinderen: “wegwijs (moeten) maken in ‘de spelregels van onze democratie’, dat zij kennis op moeten doen over het functioneren van de maatschappij, staat buiten kijf.  Dat was altijd al de opdracht van het onderwijs. Zou de mentale segregatie werkelijk minder worden met burgerschapsvorming in het onderwijs?

Wat zou daarbij effectiever zijn, de ‘wet Slob’ of het doel van het onderwijs verschuiven van de nadruk op een plek op de arbeidsmarkt en dus ‘werk, werk, werk’ naar voorbereiden op het leven? En, in het verlengde daarvan, economie zien als een middel in plaats van het doel dat het nu is?

Beste minister Slob,

Wat vindt u van het voorstel, zowel van de voorgestelde wettekst als de memorie van toelichting?” Die vraagt stelt de overheid, minister Slob van Onderwijs aan ons op de internetpagina waarop wij, inwoners van dit land, kunnen reageren op het wetsvoorstel verduidelijking burgerschapsopdracht in het funderend onderwijs. Beste minister Slob, van die gelegenheid maak ik graag gebruik. 

Internetconsultatie

Beste minister Slob, ik heb het wetsvoorstel en de toelichting erop met belangstelling gelezen. “Met dit wetsvoorstel is het voor scholen duidelijker waar burgerschapsonderwijs in ieder geval over moet gaan. Leerlingen krijgen hierdoor beter burgerschapsonderwijs en verwerven meer kennis en vaardigheden op dit gebied. Scholen hebben buiten deze kern de ruimte voor eigen invulling van het burgerschapsonderwijs.” Dat is het doel wat u met het wetsvoorstel wilt bereiken. Bijzonder omdat ik in de veronderstelling was dat het doel van het onderwijs altijd al was om samen met ouders en andere opvoeders de kinderen voor te bereiden op het zelfstandig functioneren in de Nederlandse samenleving? Als dat het doel van het onderwijs is, is het dan niet vreemd dat er een apart vak ‘burgerschap’ zou moeten zijn? 

In de artikelen lees ik dat het gaat om “het bijbrengen van respect voor en kennis van de basiswaarden van de democratische rechtsstaat,” Hoe moet dat, respect bijbrengen. Voor mij is respect iets wat je een andere persoon geeft, het is een vrijwillige daad. Past een dergelijke formulering niet veel meer bij een dictator, potentaat en wellicht zelfs de huidige Amerikaanse president? Die eisen dat ze worden gerespecteerd, die willen respect afdwingen en dat kan leiden tot veel, maar leidt zelden tot respect. 

Dan een slagje dieper. Gelooft u in de kracht van basiswaarden van onze democratische samenleving? Ik stel u die vraag omdat als u werkelijk gelooft in de kracht van deze waarden, ‘respect afdwingen’ niet nodig is, dan krijgen ze respect. Om de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring te citeren: “ We hold these truths to be self evident.” Deze tekst straalt weinig vertrouwen in die basiswaarden uit

Als laatste, als het actieve burgerschap en die sociale cohesie waar u in de toelichting over spreekt werkelijk een probleem zijn, is er dan niet wat anders nodig? Is er dan niet beleid op andere terreinen nodig. Beleid dat erkent dat de ‘onafhankelijkheid’ van het individu veel te ver is doorgeschoten? Beleid dat erkent dat een individu zonder een groep niets is. Beleid dat ‘werk, werk en nog eens werk’ wat minder belangrijk maakt en dat werk ziet als een middel tot een doel en niet als een doel op zich. Als cohesie het doel is dan is het ‘staand zingen van het Wilhelmus’, het kunnen ‘uitleggen waar dat lied over gaat’ en ‘een bezoek aan het Rijksmuseum’ gepruts en gerommel in de marge. Zonde van de tijd en het geld.