Waar vóór?

Grasduinend op LinkedIn kwam ik een post tegen van een van mijn contacten:“ Van Rijn: Meer jeugdwerk tegen radicalisering.” Niet de eerste keer dat ik las dat iemand weer nieuwe ideeën had om radicalisering van jeugdigen tegen te gaan. Het zal ook niet de laatste zijn. De suggestie van staatssecretaris Van Rijn in het korte stukje is positief. Zet jeugdwerkers in om radicalisering te voorkomen. Toch bekruipt mij een angstig gevoel bij deze en alle andere oproepen om radicalisering tegen te gaan.

voor_4Illustratie: www.fonts2u.com

Een groot deel van de jeugdigen begint zich, als ze de puberteit bereiken, af te zetten. Ze worden ‘rebels’ en lijken moeite met regels te hebben. Een waardevolle periode in het opgroeien want de jeugdigen beginnen hun omgevingen er de personen erin te ontdekken en ontdekt zo wie hij of zij zelf is en wat zij of hij kan en wil. Ze gaan op zoek naar hun zin van het leven. Het is de periode in het leven dat de mens het meeste warm loopt voor grote ideeën en idealen. In revoluties vervullen jeugdigen een belangrijke rol. Zie bijvoorbeeld dat wat we toen de Arabische lente noemden.

Veel jeugdigen zijn gevoelig voor idealen en ideeën en een groot deel gaat er ook naar op zoek. Op zoek, maar wat is er te vinden? En wat is er spannend genoeg?  Waar kunnen ze hun energie en enthousiasme kwijt? De Christelijke religies hebben sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw flink aan aantrekkingskracht ingeboet. Afgezien dan van nieuwe stromingen als de Doorbrekers die een ‘feelgood’ religie bieden, maar dat spreekt ook niet iedereen aan.

De politieke stromingen dan? Missen we daar niet grote, inspirerende verhalen? Draait het daar niet alleen maar om een half procent koopkracht of een procent economische groei? Om economisme: “Het is het terugbrengen van alle vraagstukken tot een financieel-economische kwestie. En het is een impliciete ideologie die gedeeld wordt door bijna alle partijen hier in de Tweede Kamer. Dat betekent dat er in de Kamer eigenlijk altijd naar dezelfde oplossing wordt gezocht: meer markt, minder overheid, meer groei.” zoals GroenLinks fractievoorzitter Jesse Klaver het omschreef?

Missen we verhalen zoals de vroegere communistische-, socialistische of de vroegere liberale verhalen? Verhalen die mensen raakten, enthousiasme opwekten en aanzetten tot actie.

De oproepen om iets te doen tegen radicalisering roepen bij mij een vraag op. Welke alternatieven kunnen we jeugdigen en ook de potentiële radicalisme bieden?  Welke inspirerende alternatieven zijn er voor de jeugd?

Vrijheid, democratie en verbieden

”Salafisme met verbod bestrijden” De kop van een artikel op de voorpagina van Dagblad de Limburger van zaterdag 28 november 2015. In dit artikel wordt aandacht besteed aan een motie van de Kamerleden Marcouch (PvdA) en Tellegen (VVD),  waarin de minister van Veiligheid en Justitie wordt verzocht: “onderzoek te (laten) doen naar de mogelijkheid om salafistische organisaties vanwege strijd met de openbare orde te laten verbieden.”  Omdat zij constateren dat: “ het salafisme in Nederland isolationistisch van karakter is gericht op onverdraagzaamheid, antidemocratische activiteiten en polarisatie en daarmee een kweekvijver vormt voor radicalisering en gewelddadig jihadisme.” Krachtige taal en dat gaat er wel in, zo kort na aanslagen gepleegd door mensen die zich op een van de salafistische stromingen beroepen. Populair of niet, is verbieden de juiste weg?

vrijheidIllustratie: www.amnesty.nl

Hoe verhoudt zich het verbieden van een manier van denken en naar de wereld kijken met de vrijheid van meningsuiting? Of met de vrijheid van godsdienst? Of het verbieden van organisaties met de vrijheid van vereniging en vergadering? Vrijheden waarvoor in het verleden hard is gevochten. Vrijheden die tot de kernwaarden van onze samenleving behoren. Zijn deze vrijheden niet de waarden die we moeten verdedigen en niet het ‘recht om op een terras te zitten’?

Hoe verhoudt het verdedigen van deze rechten zich met het verbieden van een religieuze stroming? Of een politieke ideologie, ook al is het een kwaadaardige? Hebben stromingen die isolationistisch van karakter zijn geen recht op bescherming? En van de andere kant, moeten dan ook niet enkele streng gereformeerde stromingen verboden worden? Stromingen waarbij de vrouw het ‘aanrecht’ heeft? Hoe democratisch is het om stromingen die de democratie afwijzen, te verbieden? Zou niet ook de extreem-rechtse ideologie waarnaar Marcouch ter vergelijking wijst, ook ruimte moeten krijgen?

Is het niet veel verstandiger en beter voor de openbare orde om iedereen de ruimte te bieden om te denken wat hij wil en zijn leven zo in te richten als hij wil, als het maar binnen de wet is? En ligt de grens niet precies daar: bij de wet? Is het niet juist de kracht van onze democratie en de waarden, (vrijheid van meningsuiting, godsdienst en vereniging en vergadering) waarop deze is gebaseerd, dat deze meningen en ideologieën in een open debat worden besproken? Begrijpen de Kamerleden het concept democratie wel?

Hydra, Hercules en Laolas

“De kop moet van de slang,” dat is de titel van een artikel in Dagblad de Limburger. In dit artikel wordt ‘vooruitgeblikt’ op een eventuele aanval op de ‘IS-hoofdstad’ Raqqa. Hoeveel troepen er nodig zijn en waar die vandaan zouden moeten komen. Maar ook hoeveel tanks, vlieg- en pantservoertuigen.

HydraIllustratie: www.kalofagas.ca

Raqqa, een stad die door de Britse premier Cameron is omschreven als ‘de kop van de slang’. En als je de kop van een slang afhakt, sterft ze. Als IS een staat is of een organisatie, eenduidig aangestuurd vanuit een centraal punt, dan is de slang een passende metafoor. Schakel de leiding uit en de organisatie is lamgelegd. Zou dat bij IS zo werken? Terroristische groepen uit verschillende landen hebben zich bij IS aangesloten, maar worden ze daarmee rechtstreeks aangestuurd? Zouden deze groepen zonder leiding vanuit  Raqqa inactief worden? Of verplaatst de leiding zich naar een andere plaats? Zou het terrorisme stoppen als de zelfbenoemde kalief er niet meer is? Of opent dat juist weer ruimte voor een nieuwe kalief?

Is de metafoor van de slang wel passend? Of is een metafoor met Hydra uit de Griekse mythologie passender? Hydra huisde in het meer van Lerna en was een veelkoppige slang. Belangrijkste eigenschap was dat het afhakken van een kop ertoe leidde dat er twee nieuwe koppen aangroeiden. Bestaat het terrorisme dat zich beroept op de Koran niet veeleer uit vele kleine groepen. Groepen die soms gelegenheidscoalities sluiten en waarbij af en toe een nieuw boegbeeld opstaat. Eerst was dat Osama Bin Laden van Al Qaida en nu is dat de zelfbenoemde kalief Abu Bakr al-Baghdadi. Wat zou er gebeuren na het afhakken van dat hoofd?

Als tweede van zijn twaalf grote werken werd Hydra uiteindelijk verslagen door Hercules. De grote held kon het echter niet alleen. Hercules vocht met Hydra en hakte de koppen af. Om te voorkomen dat er twee nieuwe aangroeiden, brandde Laolas de wonden dicht. Dit voorkwam aangroeien. Vraagt de strijd tegen terrorisme niet zowel Hercules als Laolas? En is in de strijd tegen deze moderne Hydra, Laolas niet de belangrijkste held?

‘Twijfel is het begin van wijsheid’

“Volgens Taheri werkt maar één ding: jongeren door ‘deskundigen in de Koran’ onderwijzen ‘in de juiste leer’.” Een zin uit een verslag over de Schilderswijk in Dagblad de Limburger van 21 november 2015. Ik weet niet wie de twee stukken in de zin tussen haakjes heeft gezet. Ze suggereren wel iets en de vraag is of de spreker, Taheri, die suggestie heeft bedoeld. In dit verslag vragen Taheri en andere geïnterviewden terecht aandacht voor de scheve media-aandacht. Vele pagina’s en dagen over Parijs en niets over Beiroet. De Limburger levert er in deze editie weer een voorbeeld van. De aanslag in Mali moet het doen met een klein stukje op de voorpagina. terwijl Parijs in de overige pagina’s nog volop aanwezig is.

godsdienstIllustratie: cn.dreamstime.com

Om de haakjes en de selectieve media-aandacht, gaat het mij niet. Het gaat mij om de bewering van Taheri en dan zonder de aangebrachte haakjes. Taheri spreekt over de Islam, ik wil het generaliseren naar alle geloof. Want als die bewering voor een geloof geldt, dan ook voor de andere. Verkeerde interpretaties van geloof is alleen te verhelpen door deskundigen die de juiste leer uitleggen. Dit roept vragen op.

Wat is dan die juiste leer van welk geloof dan ook? Hoeveel verschillende varianten en stromingen van het Christendom, de Islam, het Hindoeïsme en het Boeddhisme zijn er niet? En ook seculiere geloven als het communisme telde vele varianten. Elk vinden ze van zichzelf dat ze de juiste leer vertonen.

Zou het advies van Taheri niet tot veel meer geweld kunnen leiden? De geschiedenis stelt hierbij niet gerust. Er zijn tot op heden vele malen meer doden gevallen bij geweld en godsdienstoorlogen tussen stromingen van eenzelfde geloof, dan tussen verschillende geloven. Taheri wil de ene leer door een andere vervangen en denkt zo zekerheid te kunnen bieden. Maar wat is die nieuwe zekerheid meer dan de oude? Hebben we niet meer behoefte aan onzekerheid, aan twijfel.  “Twijfel is het begin van wijsheid,”  zo sprak de Franse filosoof René Descartes. En hebben we, en zeker deze jongeren, niet juist wijsheid nodig?

Hebben de jongeren niet veel meer aan het advies van de Engelse wiskundige en filosoof Bertrand Russel: “I should say, love is wise, hatred is foolish. In this world which is getting more and more closely interconnected, we have to learn to tolerate each other, we have to learn to put up with the fact that some people say things that we don’t like. We can only live together in that way — and if we are to live together and not die together, we must learn a kind of charity and a kind of tolerance, which is absolutely vital to the continuation of human life on this planet.”  

 

‘I have a dream…’

In de prikkers Les banlieues  en The Meaning of Life ben ik op zoek gegaan naar mogelijke verklaringen voor het radicaliseren van mensen. Vandaag nog een andere invalshoek. Een invalshoek vanuit het denken van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum. In haar boek Politieke emoties. Waarom een samenleving niet zonder liefde kan, gaat Nussbaum in op de rol en het belang van emoties in de politiek. Nussbaum betoogt dat die rol onderbelicht is en breekt een lans voor emoties.

nussbaum

Foto: www.vanstockum.nl

Nog meer emotie? Als we het huidige debat volgen dan lijkt er eerder sprake van een teveel dan een tekort aan emotie. Om de emoties tot bedaren te brengen, wordt immers de ene na de andere ‘harde’ maatregel afgekondigd en worden er bommen en raketten op steden afgevuurd. Een pleidooi voor ratio in het debat zou meer voor de hand liggen. Niet meer maar minder emotie! Of?

Inderdaad spat de emotie in chocolade letters van het krantenpapier en leiden de tranen van verdriet en woede bijna tot kortsluiting in het beeldscherm. Al die emoties zijn nogal eenzijdig (angst en woede) en eenzijdig gericht (harde maatregelen).

Zou het debat niet ook wat positieve emotie kunnen gebruiken zoals liefde en trots? Liefde voor en trots op onze vrije, open en nog steeds redelijk rechtvaardige samenleving? Een samenleving waar de vrijheid van meningsuiting, van vereniging en verzameling en van godsdienst groot goed zijn. Trots op deze verworvenheden en onze welvaart. Maar ook empathie en compassie voor hen (waar ook ter wereld) die het minder hebben getroffen.

Nussbaum haalt grote leiders aan die emoties gebruikten om een boodschap van tolerantie, gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid te brengen. Leiders als Gandhi, Marten Luther King jr, Franklin Delano Roosevelt.

Leiders die mensen verbonden. Mensen van verschillend ras, geloof en achtergrond. Waar vinden we een leider (liefst meer) die in hun voetsporen treedt? Een leider die mensen verbindt.

The Meaning of Life

Gisteren schreef ik Les Banlieues en het denken van Loïc Wacquant. Dit in een zoektocht naar verklaringen. Vandaag een andere denker.

Absolute vrijheid leidt niet tot vrijheid voor iedereen, maar tot chaos en onvrijheid voor het grootste deel van de mensen. Absolute vrijheid leidt absoluut tot anarchie en volgens de Spaanse denker  José Ortega y Gasset kan het ook tot stilstand leiden. Ortega y Gasset schreef in de jaren 1929 en 1930 een aantal essays voor de Spaanse krant El Sol. Deze artikelen zijn gebundeld in een boek met als titel De opstand van de massamens. Hij zag wat de positieve en negatieve kanten van die vooruitgang met zich meebracht en die beschrijving is nog verrassend actueel. Wellicht nog actueler dan in de jaren dat Ortega y Gasset de essays schreef.

Meaning of life

Illustratiemarketdiscount.info

De positieve kant bestond, en bestaat nog steeds, uit de toegenomen welvaart en het verhoogde levenspeil. De negatieve kant bestond, en bestaat nog steeds, uit de vanzelfsprekendheid waarmee de huidige mens, de massamens, die situatie en zijn plaats hierin ziet. Die mens heeft voeling met het verleden verloren en realiseert zich niet dat die huidige situatie het resultaat is van hard werken. Hij gaat uit van rechten, erkent geen autoriteit of gezag en vergeet de bijbehorende plichten en verantwoordelijkheden. Het draait om het ik als doel van het leven.

Ortega y Gasset op pagina 166-167: Het is een fundamenteel onderdeel van de menselijke natuur dat het leven ergens aan moet zijn toegewijd: een glorieuze roeping of een bescheiden onderneming, een reis met een illustere of triviale bestemming. Aan de ene kant is leven iets dat ieder zelfstandig en voor zichzelf moet doen. Aan de andere kant zal mijn leven, als het alleen iets betekent voor mijzelf ik het nergens aan kan dragen, een gammel, futloos en ‘vormloos’ karakter krijgen. … Als ik het egoïstische besluit neem om alleen nog maar voor mijzelf te leven en mij door niemand van dat pad laat brengen, kom ik juist niet meer vooruit en ga ik nergens meer heen, maar blijf ik alleen in cirkels ronddraaien. Het is een innerlijk doolhof waar men eindeloos in blijft verdwalen”.

Zou het niet kunnen zijn dat extremisme, fundamentalisme en terrorisme een manier zijn waarop mensen willen ontsnappen aan het ‘ronddraaien in cirkels’? Dat ze niet het ‘egoïstisch besluit’ willen nemen om alleen voor zichzelf te kiezen? Dat ze meer willen en die ‘glorieuze roeping’ zoeken? En dat er bar weinig ‘glorieuze roepingen’ zijn om uit te kiezen?

Les Banlieues

Na de gebeurtenissen in Parijs van de afgelopen week, staan ze weer volop in de belangstelling: de banlieues of achterstandsbuurten waar de marginalen wonen. Mensen die er niet echt bij horen, mensen die op zichzelf zijn aangewezen.

BanlieuFotolefigaro.fr

De Franse socioloog Loïc Wacquant schreef een boek over deze wijken getiteld: Paria’s van de stad. Nieuwe marginaliteit in tijden van neoliberalisme. Hij geeft zes eigenschappen van opkomende marginaliteit:

  1. Werk is in toenemende mate flexibel in tijd en uren, parttime, met kortdurende contracten, met steeds minder sociale garanties en voorzieningen. Werk leidt hierdoor niet tot zekerheid.
  2. De marginalen profiteren niet van tijden van economische voorspoed en krijgen extra klappen in tijden van crisis.
  3. Marginaliteit is ruimtelijk gefixeerd in geïsoleerde afgegrensde buurten.
  4. De vierde eigenschap is wat Wacquant noemt ‘Ruimtelijke vervreemding en de ontbinding van de ‘plek’. Een plek is een ruimte geworden. Op een plek voel je je thuis en in een ruimte niet.
  5. Daar waar men bij verlies van baan in het verleden kon terugvallen op het netwerk in dorp, buurt of wijk, is dat nu steeds minder het geval.
  6. De laatste eigenschap noemt Wacquant sociale fragmentatie en symbolische versplintering, het uiteenvallen van de oude klassenstructuur.

Zouden deze oorzaken het voor mensen niet makkelijker en wellicht aantrekkelijker maken om zich bij extremistische en/of terroristische organisaties aan te sluiten? Organisaties die je het gevoel geven ergens bij te horen? Die je het gevoel geven aan een ‘belangrijke zaak’ te werken? Die je een gevoel van eigenwaarde geven?

Wanquant wijst het economisch systeem en de overheersende filosofie achter dit systeem, het neoliberalisme, als oorzaak hiervan aan. Zou hij hier een punt hebben? Moeten we niet op een andere manier naar de samenleving en de economie kijken? Een manier die mensen centraal stelt en niet de economie en de markt? Zou dit niet bijdragen aan het voorkomen van extremisme en terrorisme?

 

 

Vrijheid vieren

“Nederland staat pal naast Frankrijk in de bescherming en verdediging van wat ons lief is: onze vrijheid en onze veiligheid voorop. Die onderlinge verbondenheid is in heel Nederland zichtbaar en voelbaar.” Zo valt te lezen in een brief van premier Rutte aan de Tweede Kamer. In deze brief biedt de Nederlandse regering haar hulp aan na de aanslagen in Parijs. Beschermen en verdedigen van vrijheid, dat klinkt goed. Maar toch wringt er iets.

Berlin

Foto: www.unz.org

Vrijheid is in de politiek een begrip, waarvan volgens de filosoof en liberaal denker Isaiah Berlin twee soorten te onderkennen zijn. De negatieve variant, die inhoudt vrij van externe invloeden en met externe invloeden wordt machtsmisbruik en -gebruik door de overheid bedoeld. En de positieve variant, vrij om iets te doen (autonomie). Laten we eens met deze twee brillen naar de woorden van Rutte kijken. Welke vrijheid moet er dan worden beschermd en verdedigd?

De negatieve vrijheid hoeven we niet tegen IS of welke terroristen dan ook te verdedigen. Deze variant van vrijheid moet worden verdedigd tegen de overheid en de terroristen vormen niet onze overheid. Wel kan deze variant van vrijheid in het gedrang komen door het pleidooi van CDA fractievoorzitter Buma voor een ‘reeks wetten die ons veiliger moeten maken’. De ervaringen van de laatste vijftien jaar leren dat die wetten meestal betekenen, meer macht voor overheden. Meer macht gegevens in te zien en te bewaren, communicatie af te luisteren enzovoort. Betekent pal moeten staan niet de overheid in toom houden? Door te waken voor overreactie?

Dan de positieve vrijheid, onze autonomie. De mogelijkheid om ons leven zo in te richten als wij dat willen. Ieders vrijheid om te denken, geloven en te handelen volgens de eigen wens. Dit natuurlijk begrenst door de vrijheid van de ander. Deze vrijheid zorgt voor verscheidenheid, geur en kleur, discussie en gesprek, uitdaging en ontwikkeling. Deze vrijheid zorgt ervoor dat we onszelf kunnen zijn. Zit in deze vrijheid niet de kracht van onze samenleving? Die positieve vrijheid is het verdedigen waard.

Of? Is beschermen en verdedigen niet wat te zwak en defensief uitgedrukt? Zouden we die kracht niet moeten uitdragen? Uitdragen door het vieren van deze vorm van vrijheid? Door de verschillen te vieren?

Probleem en Oplossing

Van de terreurorganisatie IS gaat een flinke dreiging uit en die dreiging lijkt te worden gecoördineerd vanuit Syrië en Irak. In deze landen heeft de organisatie gebieden in handen en lijkt ze iets van een staat te hebben. Het lijkt daarom logisch om, bij het verminderen van die dreiging, de aandacht op Syrië en Irak te richten. Frankrijk heeft Raqqa, de ‘hoofdstad’ van IS al gebombardeerd en diverse regeringsleiders en politici roepen om meer en hardere aanpak van IS in Syrië en Irak. “De Verenigde Staten en haar bondgenoten zullen er alles aan doen om vrede te brengen in Syrië en IS-aanslagen zoals die in Parijs in de toekomst te voorkomen,” aldus de Amerikaanse president als voorbeeld van dit roepen. Hak de slang de kop af en ze gaat vanzelf dood.

De redenering lijkt: als er vrede is in Syrië, dan pleegt IS geen aanslagen. Is die relatie er wel? En als die er is hoe groot is dan het verband tussen die twee? Zouden terroristische aanslagen echt worden voorkomen met vrede in Syrië? Afgezien dan van het probleem hoe te komen tot vrede in Syrië. Zou er nadat er vrede is in Syrië niet een nieuwe plek ontstaan van waaruit terroristen opereren? Jemen bijvoorbeeld?

probleem

Illustratie: http://funnybooz.com/if-you-only-focus-on-the-problem/

Hoeveel onschuldige slachtoffers vielen er met de vergeldingsbombardementen van de Fransen? En met het ‘uitschakelen’ van terroristen met een door een drone afgevuurde Hellfire, zoals met ‘Jihadi John’ is gebeurd? Zouden we daarmee geen nieuwe wrok kweken? En zou die wrok niet door kunnen sijpelen naar de minder bedeelden in de ‘banlieus’ van het Westen? Zou er na de ontmanteling van IS niet een nieuwe terreurgroep ontstaan?

Ligt het werkelijke probleem niet veeleer in onze samenleving? In de gevoelde en werkelijke onmacht van mensen uit de ‘banlieus’? In de onmogelijkheid van deze mensen om gezien te worden als mens met noden, wensen en dromen? En in hun onmogelijkheid om hier ook maar iets mee te doen? Richten deze leiders zich niet op eenvoudige schijnoplossing en missen zij het werkelijke probleem?

Ontmenselijking

“De ‘idiote barbaren’, ‘de griezels’ die de aanslagen hebben gepleegd, verklaarde de premier, hebben louter tot doel ‘onze westerse samenleving te destabiliseren en haat en angst te zaaien’.” Een uitspraak van premier Rutte in zijn reactie op de tragische gebeurtenissen in Parijs. Rutte gebruikt hier woorden die overeenkomen met de reactie van de Engelse premier Cameron op de dood van Jihadi John. Cameron noemde hem een “menselijk dier’. Woorden die menigeen van ons op de lippen liggen als we aan de daders van deze gruwelijkheden denken. Woorden waarmee de daders en ook Jihadi John buiten de mensheid worden geplaatst.

Maar …

Is het wel verstandig om op deze manier mensen te ‘ontmenselijken’? Zou dit een vorm van ‘terrorisme’ met woorden zijn? ‘Terrorisme omdat we zo mensen buiten de gemeenschap van mensen plaatsten? Vernietigen we zo niet alle bruggen? Bruggen die een mogelijkheid bieden voor de ‘IS-aanhangers om terug te keren op hun schreden? Bruggen die ons de mogelijkheid bieden om IS-aanhangers te beïnvloeden?

Zou het niet juist een van de sterke punten van een democratische rechtstaat moeten zijn om mensen een tweede kans te geven? Dit natuurlijk wel nadat de daden volgens de regels van die rechtsstaat zijn berecht? Zouden we van onze gezagsdragers niet mogen verwachten dat zij deze boodschap uitdragen in plaats van het ‘ontmenselijken’ van mensen? Zouden we van onze gezagsdragers niet mogen verwachten dat zij juist in tijden van crisis met kracht ervoor pleiten om het recht te laten zegevieren en niet de wraak?

Wolven

Foto: eef.inaandacht.nl

Huist niet in ieder van ons een goede en kwade kant? Of zoals Rutger Bregman schreef toen hij een stukje van Mathieu Ricard aanhaalde: “Zoals een oude Cherokee-indiaan eens tegen zijn kleinzoon zei: ‘Er speelt zich een gevecht in mij af. Het is een gruwelijk gevecht tussen twee wolven. De een is slecht, boos, hebzuchtig, jaloers, arrogant en laf. De ander is goed – hij is gelukkig, rustig, liefdevol, aardig, hoopvol, bescheiden, gul, eerlijk en betrouwbaar. Deze wolven vechten ook in jou en in ieder ander persoon. De jongen dacht even na en zei toen: ‘Welke wolf zal winnen?’ De oude Cherokee hoefde niet lang na te denken. ‘Diegene die je voedt.’” Voeden onze gezagsdragers met dergelijke uitspraken niet de verkeerde wolf?