C’est le ton qui fait la musique

Beste Mitchell Esajas,

met veel belangstelling heb ik uw pleidooi bij Joop gelezen. Ik deel uw constatering dat het recht om je mening te laten horen door te demonstreren onder druk staat. Dat autoriteiten te snel en te veel gebruik maken van het argument dat de ‘openbare orde’ in gevaar is. Uw constatering dat vooral tegenstanders van zwarte piet zo monddood worden gemaakt, is niet geheel conform de werkelijkheid laat Bart de Koning bij De Correspondent zien. Die ‘overdrijving’ is u vergeven.

U sluit Uw pleidooi af met vijf punten die iemand concreet kan doen om jullie te steunen. Met het schrijven van dit stuk, voldoe ik al aan uw eerste suggestie, je stem laten horen door iets te schrijven. Zoals ik al schreef, wordt het recht om te demonstreren de laatste jaren te veel beperkt en beknot. Autoriteiten lijken bang en angst is volgens het gezegde, een slechte raadgever. Zeker in een democratie. Dat was niet altijd het geval. De Koning haalt in zijn artikel de liberale minister van Justitie uit de jaren zestig Carel Polak aan: “De democratie is niet een staatsvorm voor bange mensen, niet voor mensen die voor elke politieke beweging of elke politieke verandering angstig zijn. Wij mogen niet de orde en rust bij voorbaat stellen boven de vrijheid van het woord en de vrijheid van meningsuiting. Ook de vrijheid van degenen, die er prijs op stellen, dergelijke mensen te horen, moeten wij zo veel mogelijk eerbiedigen. In dit geval hebben wij dat gesteld boven bij voorbaat een vrees voor het verstoren van de orde.” Deze woorden zouden de huidige bestuurders zich goed in de oren moeten knopen.

Ik zou zelfs nog een stap verder willen gaan. In een sterke, vrije en democratische samenleving hoort het uiten van je mening in het openbaar, in de openbare ruimte tot de openbare orde. Het kan er dus nooit een verstoring van zijn. De eenzame ‘Erdogan-demonstrant’ en de zwarte sinterklaas die De Koning noemt, hadden nooit opgepakt mogen worden. Iets wat ook voor ‘anti-koningshuis-demonstranten’ geldt die bijvoorbeeld tijdens prinsjesdag in woord of op een bord laten horen dat zij tegen het koningshuis zijn. Met tweehonderd mensen door Rotterdam lopen en je mening laten horen, is geen verstoring van de openbare orde. Dat zou het wel worden, als die tweehonderd bijvoorbeeld blijven lopen op een rotonde, geweld gebruiken of zaken vernielen.

spijkers

Illustratie: DickStolk

Nog een stap verder, maar dit is puur gebaseerd op mijn gevoel. Om de openbare orde te handhaven, zet de politie bij demonstraties en ook bij risicowedstrijden in het voetbal (weet ik als vaste tribuneklant bij VVV-Venlo) zichtbaar veel politie en ME in. Juist die zichtbare macht, roept bij mij gevoelens van onveiligheid op. Omdat ik dat voel, kan ik mij voorstellen dat er meer mensen zijn die dat zo voelen. Ik hoop dat ik hiermee ook uw tweede suggestie, personen in machtsposities verantwoordelijk houden voor hun daden, heb getackeld.

Uw volgende twee suggesties sla ik even over en ga naar uw laatste, het verdedigen van het fundamentele recht op vrijheid van meningsuiting en betoging met alle benodigde middelen. Ook daar vindt u mij aan uw zijde als u bedoelt dat dit recht met alle vreedzame middelen moet worden verdedigd. Dat geweld slechts in uiterste noodzaak is toegestaan. Van een uiterste noodzaak is pas sprake als fouten van bestuurders niet meer door de rechter worden hersteld. Als kritiek op het optreden van bestuurders onmogelijk is en leidt tot gevangenisstraf.

Resten nog twee punten en hier wordt het iets problematischer.  De Kinderombudsman, de VN en het College voor de Rechten van de Mens hebben geoordeeld dat zwarte piet een discriminerende en raciale karikatuur is van zwarte mensen. Is dat wel zo? Neem de uitspraak van de Kinderombudsman, die concludeert dat: “… de huidige vorm van Zwarte Piet als onderdeel van het Sinterklaasfeest kan bijdragen aan pesten, uitsluiting of discriminatie en daarmee in strijd is met artikel 2, 3 en 6 IVRK. De Kinderombudsman concludeert daarom dat Zwarte Piet zodanig aangepast moet worden dat gekleurde kinderen geen negatieve effecten meer ervaren en dat ieder kind zich veilig en goed voelt bij het Sinterklaasfeest. Door Zwarte Piet te ontdoen van discriminerende en stereotyperende kenmerken kan er van hem een figuur gemaakt worden die recht doet aan het plezier dat zovelen beleven aan de Sinterklaastraditie en die tegelijk in overeenstemming is met de rechten van alle kinderen in Nederland.” het College voor de Rechten van de Mens komt tot een soortgelijke conclusie. ’Kan bijdragen’ is wat anders dan ‘is een raciale discriminerende karikatuur’. Ik lees hier dat zwarte piet zo kan worden opgevat, dat wil niet zeggen dat expliciet de bedoeling is. Dat geconstateerd hebbende, ben ik het met de Kinderombudsman en waarschijnlijk ook met u eens, dat zwarte piet moet worden aangepast. Want als iets kan bijdragen aan pesten, uitsluiting en discriminatie, ook al is dat niet de intentie ervan, dan moet er iets aan gebeuren. Dat iets lijkt een aanvang te hebben genomen er schijnen nu, naast zwarte, ook roetveeg- en kleurenpieten rond te lopen. Nog niet overal, maar het begin is gemaakt. Of dit (snel) genoeg is, daar kun je over twisten, dat het een begin is, niet.

In dit derde punt gebruikt u het begrip ‘witte privilege’, en uw vierde punt draait om dit begrip. Ik citeer: “Erken je witte privilege en gebruik het door in witte dominantie omgevingen (in je familie, op school, op werk) racisme en discriminatie ter discussie te stellen, juist als het oncomfortabel is.” Met dat ter discussie stellen van discriminatie en racisme, heb ik geen problemen, ook daar vindt u mij aan uw zijde. Dat nog niet iedereen gelijke kansen heeft en dat achtergrond (kleur, religie) daar een rol in speelt, daarvan ben ik me terdege bewust. Dat donker gekleurde mensen, maar ook bijvoorbeeld moslims het lastiger hebben dan mensen met een lichte huidskleur dat is zo en dat is lastig te doorbreken. Mensen zoeken immers naar herkenning, naar iets van zichzelf in de ander. Een andere huidskleur zet iemand dan al op een achterstand. Ik zeg bewust mensen, want dit is niet iets van alleen ‘witte’ mensen. Zo zoeken mensen met buitenlandse wortels bijna altijd een partner met dezelfde wortels. Dit moeten we samen veranderen door het inderdaad ter discussie te stellen en vooral door het gesprek erover aan te gaan.

Lastiger wordt als ik mijn witte privilege moet erkennen. Een privilege is een wettelijk toegestaan recht, een voorrecht aldus Vandale. Als ik erken dat ik zo’n privilege heb, dan erken ik meteen dat u dat (voor)recht niet heeft en daar wringt het. Onze wetgever geeft ons terecht allen dezelfde rechten, niemand heeft daarmee een privilege.

“Dat vele Nederlanders volhouden dat het Sinterklaasfeest in haar huidige hoedanigheid ondanks de schending van burgerrechten van vreedzame antizwarte pietdemonstranten, ondanks de racistische en agressieve bedreigingen van ‘Pietofielen’, ondanks oordelen van mensenrechtenorganisaties en ondanks de toenemende militarisering van het Sinterklaasfeest een onschuldig en gezellig kinderfeestje is, is het ultieme voorbeeld van witte onschuld.” Op het begrip ‘witte onschuld’ kom ik straks terug, nu deze passage. Vermengt u hier niet twee zaken die niets met elkaar te maken hebben behalve het moment waarop ze plaatsvinden? Dat bestuurders de rechten van demonstranten en het recht om te demonstreren schenden, heeft niets met het sinterklaasfeest te maken en zegt niets over het al dan niet racistisch zijn. Dat mensen die tegen zwarte piet demonstreren racistisch en agressief worden benaderd, zegt ook niets over het feest, het zegt iets over mensen die dat doen. In zijn bijdrage op JoopVijf feiten die aantonen dat Zwarte Piet racistisch is’ doet George Arakel hetzelfde. In mijn reactie op Arakel vroeg ik hem of: “de valse noten van een slechte saxofonist dan ook de verantwoordelijkheid (zijn) van het instrument.” Zo’n manier van argumenteren en onderbouwen is naar mijn stellige overtuiging contraproductief. Hierdoor worden vele goedwillende mensen in een de ‘racistische’ hoek gedrongen die er niet thuis horen en die zullen zich daar tegen verzetten. Het vergroot de afstand en maakt het daarmee moeilijker om gezamenlijke grond te vinden. Dat verzet begint immers met het afwijzen van alles wat u te zeggen heeft. En dat is precies wat er nu gebeurt. Dat racistisch en agressief benaderen zijn daar de extreme uitingen van.

Hiermee kom ik bij het begrip witte onschuld dat u van Gloria Wekker heeft overgenomen: “een dominant zelfbeeld van Nederlanders die zichzelf als open, tolerant en progressief zien en dus fundamenteel niet-racistisch. Dit terwijl Nederland 400 jaar een koloniale natie is geweest.” In januari van dit jaar zette mevrouw Wekker haar denkbeelden bij De Correspondent uiteen. Mevrouw Wekker schrijft daar in grote woorden en met ‘lange halen’ de Nederlandse geschiedenis en de gevolgen daarvan voor het heden. Met lange halen ben je snel thuis. Dat is ook bij haar het geval en dat gaat gepaard met een flinke versimpeling van het verleden. In een eerste reactie op dit artikel heb ik haar gewezen op het toch wat complexer zijn van de geschiedenis en op het niet typisch westers zijn van imperiale en koloniale neigingen en het superioriteitsdenken. In een tweede reactie stelde ik haar gebruik van de geschiedenis voor doelen in het heden ter discussie en concludeerde dat Wekker de geschiedenis aan lijkt te willen passen aan haar huidige mening over het heden.

Aan dat versimpelen van de geschiedenis, in dit geval van de slavernij tot ‘wit is dader en zwart is slachtoffer’, maakte ook documentairemaakster Sunny Bergman zich schuldig in haar ingekorte versie van haar Van der Leeuwlezing in de Volkskrant. In mijn open brief aan haar aanleiding hiervan beschreef ik het als volgt: “Slavernij is echter geen blanke uitvinding. Het is een menselijke uitvinding waaraan alle kleuren mensen zich schuldig maakten en het slachtoffer van waren. Ik weet niet of u nog weet van het Europese feodale stelsel, een stelsel met vele horigen en dat is een andere naam voor ‘slaaf’. Zo waren er ook vele blanke slaven in de Arabische wereld en werden vele donkere mensen door andere donkere mensen gevangen of ontvoerd en tot slaaf gemaakt. Ik weiger echter om de complexiteit van het verleden te vereenvoudigen tot ‘zwart’ tegen ‘wit’ met ‘wit’ als bij voorbaat fout.”

Wekker kent navolgers. Recent schreven Rufus Kain en Malique Mohamud artikelen  bij De Correspondent. Kain over bubbling en in de discussie met de lezers die erop volgde vertelde hij over de uitdaging waarvoor hij stond: “wereldmuziek, bubbling en westerse geschiedvervalsing samenbrengen in één essay.” Mohamud over de verklaringen van het verlies van Clinton. Hij miste de essentiële vragen: “Waar is het historische besef? Waar is de koloniale geschiedenis? En wat is de historische context van onze economische welvaart? Waarom concentreert die zich bij een minderheid?”

Beste meneer Esajas, zou het kunnen dat het terugbrengen van de complexe werkelijkheid tot zwart (goed) tegen wit (fout, tenzij je erkent dat je door ‘witte’ kleur schuldig bent want dan verlies je je witte onschuld), leidt tot een zwart-wit-discussie? Een discussie waarbij beide partijen zich ingraven en verharden in hun eigen gelijk? Een discussie waarbij verschillen worden uitvergroot en positieve ontwikkelingen als de roetveeg- en kleurenpieten van twee kanten de kop in worden gedrukt.

Een discussie waarbij mensen als ik, hun mond het liefst houden omdat ze door beide partijen worden geslagen en geschopt. Immers, omdat ik erken dat zwarte piet mensen kan kwetsen, krijg ik met dezelfde agressie te maken en wordt ik gezien als een overloper, een ‘collaborateur’ om deze beladen term te gebruiken. Omdat ik aan de andere kant mijn ‘witte privilege’ niet erken en beken dat ik schuldig ben aan het hebben van ‘witte onschuld’, behoor ik voor u tot het kamp van de vijand. Dit terwijl we hetzelfde doel voor ogen hebben: een samenleving waarbij ieder mens even veel waarde heeft, waar iedereen ongeacht afkomst, kleur of religie er mag zijn en van zich mag laten horen. Bovendien is de kans groot dat u mijn weigering zult uitleggen als juist het leiden aan die ‘witte onschuld’, want de redenering achter die ‘witte privilege’ of de ‘witte superioriteit’ is zodanig dat het onmogelijk is om aan te tonen dat ze nergens op is gebaseerd. Dat wordt in die redenering namelijk gezien als een symptoom van het hebben ervan. Dit schreef ik ook al in mijn brief aan mevrouw Bergman.

‘C’est la ton qui fait la musique’ aldus een mooi Frans spreekwoord. Zou het kunnen dat u met uw boodschap meer zou bereiken, dat die tot mooiere muziek zou leiden’ als u de ‘toon’ aanpast door oneigenlijke argumenten achterwege te laten en door ‘witte onschuld’ en ‘wit privilege’ achterwege te laten? Want naast verdeeldheid richten deze termen de aandacht op het verleden en dat is weinig productief. Wellicht zou u eens het interview met de filosoof Kwame Anthony Appiah met de Belgische wedsite MO moeten lezen? Ik schreef hier gisteren een artikel over op mijn website. Omdat ze passen in mijn brief aan u, herhaal ik de laatste zinnen: “Of zoals de filosoof Kwame Anthony Appiah het in een goed en verhelderend interview met de Belgische site MO zegt: “verbinding proberen creëren op basis van verleden, zorgen vandaag bijna altijd voor uitsluiting van minderheden. Moeten we niet met z’n allen werken aan de toekomst, aan nieuwe verhalen die ons binden in plaats van oude te herschrijven?  “Daarom zijn toekomstgerichte verhalen veel interessanter, omdat zo veel verschillende verledens er een plaats in kunnen vinden,” zoals Appiah het zegt.

Als het de bedoeling is om ieder mens als even waardevol individu te zien, is het dan verstandig om de nadruk op kleurverschil te leggen, dat gebeurt immers bij het gebruik van termen als ‘witte onschuld’ en ‘wit privilege’? Want wat gebeurt er met iets waar je de nadruk op legt?

Beste meneer Esajas, net zoals ik ook al aan mevrouw Bergman liet weten, wil ik graag met u werken aan een betere wereld die ieder mens als een even waardevol individu ziet. Dat wordt alleen moeilijk als ik mijn ‘witte privilege moet erkennen. Dan werken we naast en deels tegen elkaar aan dat goede doel en dat zou jammer zijn. Wilt u hierover het gesprek met mij aangaan?

Met vriendelijke groet, De Balonnendoorprikker

Boerkalogica

In Dagblad de Limburger van zaterdag 26 november 2016 zijn enkele brieven van lezers te vinden over een Boerka-verbod. Een van die brieven, van M.J.T. ten Haaf, bevat een bijzondere passage: “Net zoals wij, Nederlanders een sjaaltje om ons hoofd doen uit respect voor andersdenkenden in moskee, getuigt het volgens mij ook van respect dat andersdenkenden zich in ons land toch een beetje aanpassen met hun kledij.” Een bijzondere passage die vaker te horen valt in de discussie over de boerka. Laten we er eens wat langer bij stilstaan.

sfa003001960

Illustratie: Neon-pictura

Het eerste wat opvalt is dat de schrijver de huisregels in een gebouw (moskee) vergelijkt met de openbare ruimte. Staat het mij niet vrij in mijn huis mijn regels te hanteren voor zover ze binnen de wetgeving passen. Kan ik dus van mijn bezoekers eisen dat zij hun schoenen uittrekken of een gele trui dragen? Een moskee kan een bedekt hoofd eisen. Als ik die moskee wil bezoeken, dan moet ik mijn hoofd bedekken.

Een variant op deze uitspraak: ‘Westerse vrouwen in Saoedie Arabië moeten zich ook aanpassen en zich sluieren, dan mogen we van ‘hen’ ook verwachten dat zij zich aan onze Nederlandse (kleding)normen aanpassen.’ Inderdaad heeft Saoedie Arabië wettelijk vastgelegde kleding voorschriften, heeft Nederland ook wetten die voorschrijven welke kleding er gedragen moet worden? Wetten die regelen dat je een spijkerbroek moet dragen of een driedelig pak?

Ja, er zijn bedrijven met kledingvoorschriften. Geldt daar niet hetzelfde voor als mijn huisregels? Maar, wettelijk verplichte kledij? Is in Nederland niet iedereen vrij om zich te kleden zoals het hem of haar blieft? Maken de boerka-dragers niet gewoon gebruik van dat recht?

Gaat Nederland met een wettelijk verbod op het dragen van bepaalde soorten kleding, niet de kant van Saoedie Arabië op ? Wat is het verschil tussen een wet die bepaald wat je moet dragen en een wet die bepaald wat je niet mag dragen?

Mocht het zo zijn dat er vrouwen rondlopen die door iemand gedwongen worden om in een Boerka te lopen, dan moet die dwingeland worden aangepakt. Daar helpt een wettelijk boerkaverbod niet tegen. Want zal dat er niet alleen maar toe leiden dat die betreffende vrouw niet meer buiten komt? Zou zij daar bij gebaat zijn?

Friet, bami of broodje bal

Voor Chinezen is de aardappel voer voor armelui, zo las in in de Volkskrant. “Rijke mensen en stedelingen blieven geen aardappelen,” zo zegt de Chinese aardappelkoning Wang. Wang hoopt dat te veranderen door middel van friet. Friet is in China nog vrijwel onbekend. Wang heeft ambities“’Ik mik op een toename van de consumptie van ruim 15 procent per jaar. In eerste instantie in de vorm van friet. Er zijn nog veel steden zonder fastfood.”  

Hij heeft de Chinese overheid van het belang van de aardappel weten te overtuigen: “want die heeft aardappels tot het nieuwe, gezonde basisvoedsel uitgeroepen. De Chinese voedselconsumptie stijgt met de welvaart mee, maar het verbouwen van de vaste maagvullers in de vorm van maïs, rijst en tarwe kost per calorie meer water dan aardappelen.” Daarom wordt ook de productie van aardappels opgevoerd. Hiervoor wordt een gebied ter grootte van anderhalf keer Nederland vol gepoot. Niet dat de aardappel in China onbekend is, het land is goed voor ongeveer 20% van de wereld-aardappelproductie. Die worden echter alleen verwerkt in puree, als pannenkoek of als vulling voor een stoofpot. Frietjes moeten dit veranderen. Als we naar de Chinese betrokkenheid bij de Nederlandse cafetaria’s kijken, dan moet het wel goed komen tussen friet en de Chinezen.

Daarom heeft hij, samen met het Nederlandse bedrijf Aviko een grote ‘frietfabriek’ gebouwd en die moet de komende jaren frieten gaan produceren. Als China aan de friet is, wil Wang meer, dan wil hij: “de geïndustrialiseerde voedselproductie … loslaten op onze eigen boerenaardappelgerechten. Daarmee overspoelen we China, en daarna jullie keukens.” Want, zo betoogt Wang optimistisch: “Waarom zou er voor Chinese aardappeldelicatessen geen exportmarkt zijn?” Ja, waarom geen Chinese aardappeldelicatesse? En als we toch bezig zijn, waarom geen Chinese friet in de door de Nederlandse Chinezen geëxploiteerde frietkot?

Heeft Wang goed geluisterd naar naar Theo Maassen: “In China daar eet iedereen elke dag chinees. Dat kan toch niet gezond zijn, altijd bami met wah vlees. Daarom adviseer ik frietje met of broodje bal. Want dat is wat wij eten hier tijdens carnaval.”  Als de Chinezen dan aan de friet zijn of een broodje bal, zou het dan in China tijd zijn voor carnaval?

Multiculturalistische onzin?

“De term ‘multiculturalist’ lijkt in sommige kringen vandaag de dag wel een scheldwoord geworden te zijn,” zo schrijft Gert Jan Geling in een artikel bij ThePostOnline. Dit terwijl het multiculturalisme in Nederland in veel kringen nog springlevend is, zo beweert hij. In zijn artikel betoogt Geling dat multiculturalisme een onliberale ideologie is terwijl het jarenlang populair is geweest in liberale kringen en was het: “de achterliggende ideologie aan de hand waarvan we decennialang hebben geprobeerd onze diverse samenleving te managen.” En die ideologie luidde dat de overheid niet alleen de culturele en religieuze identiteit van minderheidsgroepen dient te erkennen, nee: “zij dient hierin verder te gaan, en deze culturele en religieuze groepen in stand te houden, waarbij de unieke groepsidentiteit gekoesterd wordt.”

integratie

Illustratie: Plazilla

De overheid die als plicht heeft om de groep koptische Egyptenaren, winti Surinamers of sjiitische Irakezen in stand te houden? Wanneer is dit ooit een doel van het overheidsbeleid geweest? Als dat zo was, waarom heeft de katholieke kerk dan geen aanspraak gemaakt op ‘overheidshulp’ om de leegloop van de kerken tegen te gaan? Dat zou inderdaad strijdig zijn met de liberale nadruk op het individu. Maar, maakt Geling hier niet een karikatuur van de werkelijkheid?

In zijn boek De Nieuwe Democratie bespreekt de socioloog Willem Schinkels ook de kritiek op het multiculturalisme. Een multiculturalisme dat in zijn ogen nooit heeft bestaan. Volgens Schinkels was het doel van wat achteraf multiculturalisme is genoemd, hetzelfde als het doel sla van het huidige beleid: “Het was gericht op assimilatie. … Het ging uit van het idee dat mensen het makkelijkst hogerop komen wanneer ze dat doen vanuit hun eigen kracht. Die werd, net als tegenwoordig heel essentialiserend, als ‘hun eigen cultuur’ gezien. Het idee was dat vervolgens mensen, wanneer ze succesvol waren en tot ‘maatschappelijke emancipatie’ kwamen, die ‘eigen cultuur’ vanzelf achter zich zouden laten en aangepast zouden zijn.” Daarom was de erkenning van de culturele en religieuze identiteit van minderheidsgroepen belangrijk. Dit nieuwe beleid dat nodig was omdat dat ‘gastarbeiders’ niet terug gingen, was gebaseerd op een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van 1979

Beleid dat door de achtereenvolgende kabinetten Lubbers door CDA, VVD en PvdA werd gedragen en waar de overige partijen in de Tweede Kamer in meegingen, de CD van Hans Janmaat uitgezonderd. Beleid dat juist zeer goed aansloot bij het liberalisme, het ging immers uit van het zich ontwikkelende individu.

Verkoopt Geling, net als vele andere ‘critici van het multiculturalisme’ geen multiculturalistische onzin?

Zwarte Piet fundamentalisme

Beste George Arakel,

Met veel belangstelling heb ik uw artikel bij Joop met als titel Vijf feiten die aantonen dat Zwarte Piet racistisch is’ gelezen. Laat ik ook even voorop stellen dat het voor mij niets uitmaakt welke kleur Piet heeft. Het valt me trouwens op dat het vooral een discussie is tussen mensen die niet meer in Sinterklaas geloven, maar wel ‘geloven’ in Zwarte Piet. De ene kant gelooft dat Piet zwart moet zijn en de andere kant dat Piet racistisch is omdat hij zwart is. Een geloof dat van beide kanten fundamentalistische karaktertrekken vertoont. Nee, het gaat mij om de vijf ‘feiten’ die voor u het racistische karakter van Zwarte Piet aantonen.

Uw eerste ‘feit’ is een blanke, als Zwarte Piet verklede, mevrouw die met een Surinaams accent praat. Voor u bewijst dit het koloniale en racistische verleden van Piet. Ik zie er even vanaf dat er ook blanke Surinamers zijn die ‘met een Surinaams accent’ spreken. Het gaat mij erom dat u een algemene conclusie trekt uit één voorbeeld. Is dat wel verantwoord? Bewijst dit dat de eerste Piet ook met een dergelijk accent sprak? Nu ben ik in mijn leven ook Zwarte Pieten tegen gekomen die gewoon Nederlands spraken of zelfs het mooie Venlose dialect. Dat zou dus ook kunnen betekenen dat Piet een Nederlander of zelfs ‘unne Venlonaer’ is. Gaat u hier niet te kort door de bocht?

Uw tweede ‘feit’ zijn de neo-nazi’s die: “met hart en ziel Zwarte Piet verdedigen en dat als gelegenheid gebruiken om allochtonen en, vooral, zwarte mensen verbaal en fysiek aan te vallen.” Daarom moet Zwarte Piet wel koloniaal en racistisch zijn, zo betoogt u, want neo-nazi’s zetten hem als instrument in. Zijn de valse noten van een slecht saxofonist dan ook de verantwoordelijkheid van het instrument?

Er worden aan de lopende band donkere mensen voor Zwarte Piet uitgemaakt,” uw derde feit. Dat mensen iemand voor ‘Zwarte Piet’ uitmaken, zegt iets over die mensen, niet over Zwarte Piet. Marokkanen maken, als ik het mag geloven, blanke Nederlanders ‘aan de lopende band’ uit voor kaas, ook een vorm van racistisch profileren. Betekent dat dan ook dat een kaas racistisch is?

Bij uw vierde feit combineert u het laatste feit met het knechtschap van Piet: “Want feitelijk worden donkere mensen dan uitgemaakt voor knecht, en laat dat nou iets uit de geschiedenis zijn.” Wist u dat het verleden ook zeer veel blanke knechten kende? Honderd jaar geleden had iedere boer en niet alleen een boer, knechten en ‘dienstmeisjes’ in de vrouwelijke vorm.

Als laatste ‘feit’ de weigering om een zwarte Sinterklaas toe te laten. Zegt dat niet veeleer iets over de overspannen reacties van de overheid? Overspannen reacties gebaseerd op juist die ‘fundamentalistische gelovigen van beide kanten?

Als uw ‘feiten’ al iets aantonen, zou het dan niet juist die overspannenheid zijn? Overspannenheid die het belemmert om feit van fictie te onderscheiden, die het denken belemmert?

Punk en het neoliberalisme

“Right now ha, ha, ha, ha, ha. I am an anti-Christ. I am an anarchist. Don’t know what I want, but I know how to get it. I want to destroy the passerby.”  De eerste zinnen van de song Anarchy in the UK van de Sex Pistols, de legendarische Engelse punkband van de jaren zeventig. Punk, die losgeslagen extreem linkse anarchisten die niets moesten hebben van de kapitalistische samenleving. Punkmuziek, je hoefde geen instrument te kunnen bespelen om in een band te spelen, kon je dat wel dan was het meegenomen en leverde het verrassende muziek op, zoals bij The Clash.

In de tijd dat de Sex Pistols dit zongen, veranderde het kapitalisme waartegen de punks zich afzetten. Het veranderde omdat het neoliberalisme dominant werd. Het economische denken dat de vrije markt heilig verklaart en de rol van de overheid zo klein mogelijk wil hebben. Het denken dat ervoor zorgde dat de kapitaalmarkten en de handel werden geliberaliseerd en dat belastingen flink werden verlaagd. Dit alles met als resultaat dat de winsten van bedrijven, en daarmee het dividend voor hun eigenaren, de lucht in schoten. Dit ten koste van de zekerheid en lonen van de arbeiders en met vele nadelige gevolgen voor het milieu. Het denken dat de mens als kapitaal en productiemiddel aan de ene kant en als willoze consument aan de andere kant. Zou je het neoliberalisme als de punk van het economisch denken kunnen zien? Als de anarchist die lak heeft aan de mensheid?

dead-kennedysIllustratie: www.youtube.com

Het resultaat van dit neoliberale beleid werd al in 1981 toegelicht door de Californische punkband Dead Kennedys in hun song We’ve got a bigger problem now met de woorden: “You’ll go quitely to boot camp. They’ll shoot you dead, make you a man. Don’t you worry, it’s for a cause Feeding global corporations’ claws.”  En zijn nu in 2016. Zijn de ‘claws’ van de ‘Global corporations’ niet weldoorvoed en net als iedere extreme eter, willen ze steeds meer en in steeds grotere porties? De slachtoffers van het neoliberale beleid roeren zich. Ze stemmen voor een Brexit. Maken Trump president van de Verenigde Staten en hopen dat hij, dit boegbeeld van neoliberaal beleid, hun lot verandert. Zou hij als president doen, wat hij als ondernemer naliet?

Zou dat gebeuren in een wereld die wordt gedomineerd door die ‘global corporations’? Of moeten we luisteren naar Kill the Poor van weer de Dead Kennedys: “The sun beams down on a brand new day. No more welfare tax to pay. Unsightly slums gone up in flashing light. Jobless millions whisked away. At last we have more room to play. All systems go to kill the poor tonight”? Beloven de woorden die Trump sprak over Latino’s en de moslims niet weinig goeds? Zouden zij het eerste het door de Dead Kennedys bezongen lot van de ‘poor’ ondergaan?

Nieuwe voorspellende punk zal er helaas niet meer komen. “Punk’s not dead, It just deserves to die When it becomes another stale cartoon,” zoals de Kennedys in Chickenshit Conformist zongen toen ze zagen dat ook in de punkscene ‘a hairstyle’  de plaats innam van een ‘lifestyle’. Met als zichtbare uitwassen de t-shirts van de godfathers van de punk, de Ramones bij de Primark in het rek.

Beste Sunny Bergman

Ik heb u hoog zitten als documentairemaakster. Uw werk raakt de tijdgeest en roept op tot discussie en gesprek omdat het een vaak andere invalshoeken biedt om naar zaken te kijken. Waarschijnlijk trekt mij dat, omdat ook ík zoek naar andere invalshoeken, omdat alternatieven en het gesprek erover ons verder helpen. Na het lezen van de ingekorte versie van uw Van der Leeuwlezing in de Volkskrant moet mij echter iets van het hart.

Ik mis in uw lezing de uitnodiging om het gesprek aan te gaan. Ik zal u proberen uit te leggen waarom. Ik krijg uit uw betoog namelijk het gevoel dat het niet uitmaakt wat ik zeg of inbreng. Wat ik zeg zult u, zo maak ik uit uw betoog op, altijd als een bevestiging van uw gelijk opvatten. Enkele voorbeelden.

handen

foto: Regina Coeli

Als ik zeg dat ik, in tegenstelling tot wat u schrijft, als blanke (volgens u witte), hoogopgeleide man, mijzelf niet als fragiel zie en als wel behorende tot een raciale categorie, dan loop ik het risico dat u zult antwoorden dat ik door zo te reageren blijk geef van ‘boosheid en verontwaardiging’, dat ik mij aangevallen voel omdat ik word beschuldigd van racisme en dat zijn nu precies de kenmerken van ‘white fragility’ dat u leent van Robin DiAngelo.

Het begrip ‘witte superioriteit’ dat u leent van Gloria Wekker. Ik beken, ik vind menig Wildersaanhanger ‘dom’, maar dat heb ik ook met VVD’ers, GroenLinksers, PvdA’ers, CDA’ers enzovoorts. Die opvatting baseer ik niet op hun politieke voorkeur, maar op de manier waarop ze hun meningen, plannen en opvattingen onderbouwen. Als iemand op een vraag op onderbouwing antwoordt: ‘dat heb ik gelezen op Facebook’ of ‘dat heeft …. gezegd’ of nog platter: ‘dat vind ik gewoon’, dan houdt het voor mij op. Als politieke partijen bijvoorbeeld het vluchtelingenprobleem willen oplossen via opvang in de regio en daarbij helemaal voorbij gaan aan het probleem van de vluchteling, dan houdt het op. Betekent dat meteen dat ik mezelf superieur vind en het daardoor moeilijker vind om mijn ‘witte’ superioriteit’ te onderzoeken?

Dan de vraag of ik ‘witte superioriteit’ heb, als ik het zo tenminste goed omschrijf? Heb je het, lijdt je eraan of wordt je erdoor verblind? Ik ben er in ieder geval nooit van uitgegaan dat ik wel die ‘neutrale scheidsrechter’ kon spelen. Ik identificeer mij en Nederland niet met een zelfbeeld van ‘klein, onschuldig land’. Als historicus ben ik me er terdege van bewust dat er in het verleden verschrikkelijke zaken gebeurden en dat ook mensen die uit het gebied dat nu Nederland heet, zich daaraan schuldig hebben gemaakt. Slavernij is echter geen blanke uitvinding. Het is een menselijke uitvinding waaraan alle kleuren mensen zich schuldig maakten en het slachtoffer van waren. Ik weet niet of u nog weet van het Europese feodale stelsel, een stelsel met vele horigen en dat is een andere naam voor ‘slaaf’. Zo waren er ook vele blanke slaven in de Arabische wereld en werden vele donkere mensen door andere donkere mensen gevangen of ontvoerd en tot slaaf gemaakt. Ik weiger echter om de complexiteit van het verleden te vereenvoudigen tot ‘zwart’ tegen ‘wit’ met ‘wit’ als bij voorbaat fout. Want dat is wat ik proef in het denken van u en Gloria Wekker.

Ik weiger mee te gaan in een dergelijke, zoals ik het zie, oversimplificering van de werkelijkheid. In een artikel bij de Correspondent zette Gloria Wekker haar denken begin dit jaar uiteen en in een reactie daarop heb ik mijn vragen erbij verwoord. Dat mensen mensen bevoordelen die veel op hen lijken, is niet iets wat alleen licht gekleurde mensen hebben. Denk maar eens aan de donker gekleurden die over hun kleurgenoten spreken als ‘brothers en sisters’. Dergelijk taalgebruik sluit ook mensen uit. Dat bevoordelen soms te ver gaat en tot discriminatie leidt, daar ben ik me terdege van bewust. Daarvoor wil ik mijn ogen niet sluiten en daar wil ik tegen strijden. In die strijd kunnen we ons vinden, maar niet als dat betekent dat ik mee moet in het denken van u en Wekker. Dat weiger ik. Ik weiger om, u te citeren, te: “accepteren dat we in mindere of meerdere mate gesocialiseerd zijn met witte superioriteit,” en dat wij ‘witte mensen’ dat moeten accepteren. Al denk ik dat dit u waarschijnlijk zal bevestigen in uw denken. Want net als het zetten van kanttekeningen bij  ‘white fragility’ zal ook het stellen van vragen en het ter discussie stellen van ‘witte suprematie’ worden gezien als een bevestiging van het hebben van, lijden aan of verblind zijn door die ‘witte suprematie’.

Mocht ik het mis hebben en u wilt toch het gesprek aangaan, neem contact met mij op.

Met vriendelijke groet,

de Ballonnendoorprikker

Zwarte Pieten met zwarte Piet

Op de opiniesite Joop een interessant artikel van docent Toegepaste Psychologie Henk Verhoeven. Verhoeven betoogt dat de Westerse cultuur superieur is en dan bedoelt hij niet: “klompen, oranje, Sinterklaas – met of zonder zwarte Piet – molens, nederwiet, ons gedoogbeleid of de Elfstedentocht. Evenmin dekken de Joodse of Christelijke elementen de lading. Oppervlakteverschijnselen of toevallige uitingsvormen bepalen niet de kern van die cultuur.” Voor hem blijkt de superioriteit van een cultuur uit: een samenleving zonder armoede, geweld en uitbuiting, goede gezondheidszorg en onderwijs voor je kinderen, individuele vrijheid, harmonieuze relaties met mensen om je heen en de mogelijkheid je leven zelf vorm te geven.”  Hij onderscheidt vier cultuurelementen: “het vermogen negatieve emoties te remmen, de kunst positieve emoties te activeren, rationaliteit en decentrale besluitvorming.”

zwarte-pietIllustratie: Catawiki

In opdracht van De Telegraaf is een onderzoek naar zwarte Piet uitgevoerd met als uitkomst: “driekwart van de mensen (is) niet voor aanpassing van het uiterlijk.” De Telegraaf lijkt te suggereren dat het eenvoudig is, een ruime meerderheid wil Zwarte Piet behouden en dan behouden we hem, democratisch toch? Dat er mensen zijn die zich diep gekwetst voelen, doet dan niet ter zake.

Nu behoort zwarte Piet, daar heeft Verhoeven het gelijk aan zijn zijde, niet tot de cultuur. Maar toch. Wat zien we als we het debat over zwarte Piet langs de vier cultuurelementen van Verhoeven leggen? Zien we dan niet heel veel mensen, zowel voor- als tegenstanders, die hun negatieve emoties moeilijk tot niet kunnen remmen? Overheersen die nu niet de positieve emoties: “creativiteit, initiatief, ondernemerschap, vooruitdenken en het optimistische geloof problemen aan te kunnen en projecten te realiseren”?

En dan de rationaliteit die: “impliceert ook humanisme; namelijk dat samenwerking verstandig is en geen zero-sum game is,” aldus Verhoeven. Aan de ene kant zijn er mensen die vinden dat zwarte Piet een belangrijk onderdeel van een sinterklaastraditie is die heeft niets met racisme heeft te maken. Aan de andere kant mensen voor wie zwarte Piet een kwetsend symbool van racisme en slavernij is. Hebben ze, vanuit hun perspectief bekeken niet allebei gelijk en kunnen ze alleen niet voorbij het eigen gelijk kijken? Zien ze het als een zero-sum game?

Wat zegt het als democratie wordt teruggebracht tot het JA of NEE zeggen? Is dat de beste manier van decentrale besluitvorming: “de overtuiging dat er niet één persoon is die onder alle omstandigheden, op alle momenten, alle soorten problemen kan oplossen, maar dat de hiervoor benodigde kwaliteiten verspreid zijn over veel mensen, en die dus op een georganiseerde manier in de besluitvorming betrokken moeten worden”?

Verhoeven concludeert als hij culturen langs deze maatstaf legt dat: “onze cultuur beter (is) dan alle andere culturen die ik ken (…en, o ja, Trump en Wilders zijn net zo slecht geïntegreerd in die cultuur als moslims die vrouwen besnijden of homo’s van flatgebouwen willen gooien..). Hoe geïntegreerd zijn de deelnemers aan het zwarten Pieten met zwarte Piet?

Utopische inspiratie

“Ik ben vandaag Parlermitaan op een andere manier dan gisteren en waarschijnlijk ook dan morgen,” een uitspraak van Leoluca Orlando de burgemeester van Palermo in de documentaire Tegenlicht van zondag 30 oktober 2016. Een documentaire over een bijzondere man die een bijzondere boodschap verkondigd. Een boodschap die lijkt te vloeken met de tijdgeest. Hij pleit voor mobiliteit als mensenrecht, een recht waardoor iedere wereldburger kan gaan en staan waar hij wil.

9789047708742

Een bijzondere uitspraak omdat die uitspraak ontwikkeling laat zien. De dynamiek van het leven. Dat overtuigingen van vandaag, morgen achterhaald kunnen zijn. Nu waren er in het verleden meer mensen de overtuiging toegedaan dat morgen er anders uit zou zien dan vandaag. Voor de een stond vandaag in het teken van de communistische heilstaat van morgen, voor de andere in het duizendjarige rijk en voor weer anderen in de absolute vrijheid van de markt.

Bij het zien van de documentaire moet ik denken aan De koning van Utopia. Nieuw licht op utopisch denken, het laatste boek van Hans Achterhuis. Na een jarenlang onderzoek naar grote, alles omvattende utopieën stond Achterhuis afwijzend tegen alles wat ook maar naar utopie rook. In dit boek komt hij daar een beetje op terug. Ik moest vooral aan de laatste passage uit het boek denken: “Deels gaat het hierbij om een herovering en verdediging van traditionele ruimtes en activiteiten, deels ook om de verovering van nieuwe vormen van gemeenschap. Vooral voor dat laatste is utopische inspiratie onmisbaar. Laten we niet alleen vasthouden aan de belangrijke waarden uit de traditie, maar ons ook richten op de toekomstige vernieuwing daarvan.” Een idee dat in schril contrast staat met de de diverse verkiezingsprogramma’s die vooral aan de traditie willen vasthouden. Programma’s die veelal pleiten voor het fysiek sluiten van grenzen en het emotioneel laten vallen van de luiken voor de noden elders.

Zou het recht op mobiliteit waarvoor Orlando pleit, niet een belangrijke vernieuwing kunnen zijn? Een utopische inspiratie? Alhoewel, met Schengen heeft Europa laten zien dat het kan. Een vernieuwing die iedereen de mogelijkheid geeft om te doen wat nu alleen aan de rijken is voorbehouden? Omdat: “Welcome is the best guaranty for safety,” zoals Orlando zegt? Of tonen we Orlando’s gelijk aan, dat ‘de rijken egoïsten zijn en de armen genereus’. Houden we grenzen en luiken gesloten en is morgen gelijk aan vandaag en liever nog aan gisteren?

Het braafste jongetje …

“Wat niet past in het ideologische wereldbeeld moet kapot. Want de rechtse ideologen en de linkse ideologen….ach, lood om oud ijzer: de wereld moet worden zoals zij willen.” Een zin in een artikel van Peter van Duyvenvoorde. Hij constateert dat zowel links als rechts de media verwijten respectievelijk rechts of links te zijn. De luiken zijn dicht en er wordt alleen gezocht naar bevestiging van het eigen gelijk.

Van Duyvenvoorde constateert: “Het is te aantrekkelijk om mee te gaan in het kabaal. Iedereen wil gehoord worden, bevestigd worden in hun zijn of de rekeningen betalen met wat stukjes schrijven. In al dat geschreeuw raakt echter wel het wezen van de beschaving verloren; reflectie, stilte, tijd om te denken, luisteren naar elkaar.” Een zin naar mijn hart en ik kan het alleen maar eens zijn met Van Duyvenvoorde.

braafste-jongetje

Foto: nos.nl

Toch knelt het ergens. Het knelt op een verschrikkelijke manier. Nee, niet in het betoog van Van Duyvenvoorde. Het knelt omdat dit artikel op een opiniesite is geplaatst. Een site met een prachtige missie die aansluit bij hetgeen Van Duyvenvoorde schrijft. De lezers van het medium zullen instemmend knikken en zich gelukkig prijzen met de site en de genuanceerde, evenwichtige berichtgeving. Een site zonder politieke voorkeur, want ze zijn kritisch op iedereen en strijden voor vrije meningsuiting en een kritische uitwisseling van gedachten. Waar knelt het dan?

Het knelt omdat het de site OpinieZ betreft. Wat de lezers niet weten is dat de redactie niet naar die missie en het betoog van Van Duyvenvoorde handelt. Dat de hoofdredactie artikelen afwijst met de mededeling: “Dat gaan wij niet doen. Wij brengen niet het politiek-correcte, cultuurrelativistische geluid.” Dat die hoofdredactie vervolgens vragen weigert te beantwoorden en zich van haar missie niets aantrekt. Hierover schreef ik eerder deze week.

Creëert de site door haar missie en het plaatsen van dergelijke berichten niet een mooi beeld van zichzelf? Een beeld dat niet conform de werkelijkheid is? Doet de site zich niet voor als het braafste jongetje van de klas? Maar wel een jongetje dat de boel op stelten zet als de meester zich omdraait?